
[Pieterskerk]
Circa annum 1050 fundatum est templum ac collegium, divo Petro sacrum, in urbe Traiecto ab episcopo Bernulpho, qui in crypta eiusdem templi sepultus, miraculis vulgi fama celebris habebatur, atque in primis puerorum ac infantium morbis, credebatur olim mederi.
De fundatione templi vetusti, hi versus, militum iniuria consumpti, nuper iubente collegio restaurati sunt, et ante chorum collocati.
D.O.M. ac memoriae sacrum.1
Hic sunt confossa Bernoldi praesulis ossa.
Laudet eum glossa, dedit hic quia munera grossa
Praefuit hac sorte: Sunt sede vacante subortae
Lites distorte, pro presule flente cohorte
Venit rex Conrat, ut palam mox ibi ponat
Datque cohors tota regi de praesule vota.
Retro dimissa paritura coniuge Gisla
Oosterbeec villa prope Bernoldum parit illa
Tunc ibi curatum, cui rex dat pontificatum,
Ob nova portata, quod erat proles sibi nata.
Vicenus Bernold pastor successit Adelbold
Annis septenis bene rexit bis quoque denis
Holland militiam iunxit ad ecclesiam.
Sanctis Baptistae, Petro, Paulo, Lebuino
Quattuor ecclesias condidit egregias
Quater2 attendas decimo quartoque cal.
Augusti semel M semel L dum scandit ad arcem.
Non mala mors subita, quam precessit bona vita.
Fundata et dotata haec basilica, a domino Bernoldo, XX Traiectensi episcopo, Henrico III, Conradi filio, ac dedicata ipsis cal. maii, anno a nato Christo MXLVIII, cui beatae eorum memoriae3 hoc posuerunt.
Scriptum in parvula tabella, in domo capitulari, et in libro minore obituum sancti Petri.
Anno 1[...]
Vitra pleraque omnia, vel temporis vel hominum iniuria, perierunt, quae nuper restaurata. Unum ad meridiem e veteribus superest, cum hisce signis ad dextrum latus. *
A sinistro vel inferiore templi latere, est canonicus genubus suo habitu solemni albato innixus, quem puto Nijkerckium, vitri donatorem, cum divo tutelari, cuius quoque sexdecim insignia non uno in loco exprimuntur, et plenissime in templo divi Joannis, iuxta sepulcrum eius.
1. Voor het hier volgende gedicht zie Van Akerlaken 1954, 53-57. In r. 5 leest hij pacem, niet palam; in r. 7 abusievelijk apertitura.
2. In de marge: A.
3. Van Akerlaken 1954 leest hier 'Bernoldi ecclesiae monumentum.'
Pieterskerk
Omtrent 1050 is in de stad Utrecht een kerk met een kapittel, gewijd aan de heilige Petrus, gesticht door bisschop Bernold, die in de crypte van die kerk begraven is. Om zijn wonderen genoot hij grote faam bij het volk, en naar men vroeger geloofde, genas hij vooral ziekten van kinderen en pasgeborenen.
De volgende versregels aangaande de stichting van de oude kerk waren door het geweld van soldaten vernietigd, maar zijn onlangs op last van het kapittel hersteld, en vóór het koor aangebracht.
D.O.M. en tot gedachtenis.
Hier zijn de beenderen van bisschop Bernulphus (Bernold) begraven. Laat de tong hem prijzen, want hij heeft veel goeds gedaan. Zijn ambt verkreeg hij op de volgende wijze. Toen de bisschopszetel onbezet was, zijn er verwarde twisten ontstaan. Omdat het volk om een bisschop smeekte, is koning Koenraad gekomen om daar spoedig vrede te brengen.
Heel het volk maakt aan de koning duidelijk, een bisschop te willen hebben. Gisela, zijn vrouw, die spoedig een kind zou baren, had hij teruggezonden, en de geboorte vond plaats in Oosterbeek, waar Bernold toen pastoor was. De koning schonk hem het bisschopsambt toen hij het nieuws hoorde, dat hij een kind gekregen had.
Als twintigste herder is Bernold Adelbold opgevolgd. Hij regeerde op goede wijze zeven en tweemaal tien jaren. Hij verbond de Hollandse ridderschap aan de kerk. Voor de heilige [Johannes de] Doper, Petrus, Paulus en Lebuïnus stichtte hij vier prachtige kerken. Op 19 juli, viermaal één, éénmaal duizend, éénmaal vijftig [1054], ging hij naar de hemel.
Een plotselinge dood is niet slecht, als een goed leven is voorafgegaan.
Gesticht is deze basiliek door Bernold, de 20e bisschop van Utrecht, ten tijde van Hendrik III, de zoon van Koenraad, en gewijd op 1 mei 1048 na Christus' geboorte. Deze steen is geplaatst ter herinnering aan Bernold.
Geschreven op een klein wandbord in het kapittelhuis, en in het kleine dodenboek van St. Pieter.
Anno (...)
De meeste ramen zijn hetzij door ouderdom, hetzij als gevolg van door mensen aangebrachte schade geheel verloren gegaan, en zijn onlangs vernieuwd. Aan de zuidkant is nog een van de oude ramen over, met deze wapens aan de rechterkant. *
Aan de linkerkant, of naar het lagere deel van de kerk, [ziet men op een raam] een kanunnik, geknield en in een plechtig wit gewaad; naar ik meen is het [Thomas] van Nijkerken, de schenker van het raam, met zijn patroonheilige. Er zijn ook zestien wapens van hem weergegeven - niet op één plaats, maar wel volledig - in de kerk van St. Jan, naast zijn graf.
Bladeren
Weergave