Monumenta Van Buchel pag. 62 (fol. 33r)


Monumenta Van Buchel pag. 62 (fol. 33r)

Transcriptie

Catalogus praepositorum sancti Salvatoris
Blidgerus, 1063; post quem Lambertus.
Otto, praepositus sancti Salvatoris, 1200. Register 29.
Walterus, Liber Registri 1217, fol. 5; 1200, 26.
Walterus, Dei permissione praepositus sancti Salvatoris in Traiecto, citatur in literis statutorum collegii Salvatoris, pag. 20; obiit anno 1220, fol. 7.
Ludovicus, praepositus sancti Salvatoris, quem Otto, episcopus, ex comitibus Hollandiae, consanguineum suum vocat, anno 1240, 1226 (Liber albus X, 14).1
Jacobus, praepositus sancti Salvatoris, anno 1243.
Henricus, praepositus sancti Salvatoris, anno 1247, et post anno eodem vel sequenti, Leodiensis electus episcopus. Vitae dicitur fuisse probatae parum, unde et anno 1274 destitus aliquandiu privatus vixit, cum esset frater comitis Gelriae. Vide Placentium, in Vitis episcoporum Leodiensium,2 et Librum pergamenum sancti Salvatoris, pagina 109, 151. *
Theodoricus D.G.3, dictus de Wijckerode, sancti Salvatoris in Traiecto praepositus et archidiaconus, tempore Ottonis episcopi, anno 1272, 1265, 1247.4
Theodoricus de Hoerne successit in dicta praepositura, anno 1288, 1281; 1299, D. 169.
Theodoricus de Altenae, praepositus et archidiaconus sancti Salvatoris, anno 1300 fuit.
Engelbertus de Hoerne, praepositus et archidiaconus sancti Salvatoris fuit, sub Guidone episcopo, ut et summi templi 1306, 1310.
Johannes de Bronckhorst, praepositus sancti Salvatoris, invenitur anno 1316, 1317, Liber albus 61, et 1328; obiit 1346, 1327 D.
Joannes, 1374.
Jacobus a Bronckhorst, praepositus sancti Salvatoris, eligitur quidem in episcopum, defuncto Joanne a Diest, sed non designatur, refer ad Joannem.
Petrus Rogerius, praepositus et archidiaconus sancti Salvatoris, annis 1348, 1351, 1357.
Petrus, cardinalis de Belloforti, praepositus sancti Salvatoris, ac post, anno 1374, papa Gregorius XI.
Adimarus de Rupe, praepositus, 1375, et archidiaconus ecclesiae sancti Salvatoris.
Cui successit Wilhelmus de Zijl, decanus sancti Petri, anno 1380, qui fuerat procurator huius Adimari.
Anno 1381 fuit praepositus sancti Salvatoris, Joannes, cardinalis Vercellensis.
Anno 1385 Henricus de Steenbergen, praepositus et archidiaconus sancti Salvatoris, 1382, obiit '95. Steenbergen ex nothis ut dictur Geldriae.
Huic videtur successisse in praepositura, Alphardus de Lichtenberch, qui invenitur circa annum 1398, 1399, 1400. Insignia sunt Lanscroon, ut indicat sigillum 1399, Liber albus 121.
Sequutus hunc Wilhelmus, praepositus sancti Salvatoris, dominus de Purmerende et supremus Hollandiae thesaurarius, qui invenitur anno 1417.
Anno 1422 et 1436 invenitur Petrus van den Steyne, praepositus sancti Salvatoris.
Anno 1453, Gijsbertus de Brederode, praepositus sancti Salvatoris, praeposituram abdicat, episcopus Traiectensis electus, pro nobili Wilhelmo de Montfoort, circa annum 1455.
Wilhelmus de Montfoort, sancti Salvatoris praepositus fuit, annis 1460‑1480, et obiit anno 1514.
Cui successit eodem anno Adrianus Florentius, postea anno 1521 pontifex maximus Romanus creatus, qui obiit anno 1522, 18 cal. octobris.5
Wilhelmus ab Enckevoort, cardinalis, episcopus Derthusiensis, praepositus sancti Salvatoris, anno 1525.
Hic videtur praeposituram transtulisse in nepotem suum, Michael de Enckevoort, qui annis 1530 et adhuc 1549 vixit, et anno 1556 mortuus est, ut supra.
Robertus a Bergis anno 1550 praepositus fuit, ut et anno 1562, qui etiam episcopus Leodiensis creatus.
Anno 1566 Harmannus, comes Rennenburgius, dominus Zulae et Oldenhornis, praepositus sancti Salvatoris.
Florentius Heremale, dictus Batavus, obiit senex nuper.
Cui successit Reinaldus Bredenrodius, Florentii filius, tenera adhuc aetate.

1. In de marge.

2. Placentius 1529, ongepagineerd. Als 'Quadragesimus antistes [Leodiensis]': Henricus frater comitis Gelriae.

3. Mogelijk afkorting voor Dei gratia.

4. In de marge: ...? hi ...? videntur.

5. Lees respectievelijk 1522 en 1523.


Vertaling

Lijst van proosten van Oudmunster
Blidger, 1063; na hem Lambertus. *
Otto, proost van Oudmunster, 1200, Liber Reg. fol. 29.
Walter, Liber Reg. 1217, fol. 5; 1200, fol. 26.
Walter, bij de gratie Gods proost van Oudmunster te Utrecht, wordt genoemd in de statuten van het kapittel op pag. 20; gestorven in 1220, fol. 7.
Lodewijk, proost van Oudmunster, die door bisschop Otto, uit het gravenhuis van Holland, zijn bloedverwant genoemd wordt in 1240, 1226; Liber albus X, fol. 14.
Jacob, proost van Oudmunster in 1243.
Hendrik, proost van Oudmunster in 1247, en daarna, in dat jaar of het volgende tot bisschop van Luik gekozen. Hij leidde, naar men zegt, een weinig voorbeeldig leven; daarom is hij in 1274 afgezet en leefde hij enige tijd ambteloos, hoewel hij een broer was van graaf [Otto] van Gelre. Zie Placentius, De levens van de bisschoppen van Luik en het Perkamenten boek van Oudmunster, pag. 109, 151.
Dirk van Wijkerode, bij de gratie Gods proost en aartsdiaken van Oudmunster in Utrecht, ten tijde van bisschop Otto, in 1272, 1265, 1247.
Dirk van Hoorn volgde als proost in 1288; 1281, 1299, Liber D, 169.
Dirk van Altena was proost en aartsdiaken van Oudmunster in 1300.
Engelbert van Hoorn was proost en aartsdiaken van Oudmunster onder bischop Gwijde, evenals van de Dom in 1306, 1310.
Jan van Bronkhorst, proost van Oudmunster, vindt men in 1316, 1317: Liber albus, fol. 61, en in 1328; hij stierf in 1346, Liber D 1327.
Jan, 1374
Jacob van Bronkhorst, proost van Oudmunster, werd wel tot bisschop gekozen toen Jan van Diest stierf, maar is niet benoemd, zie bij Jan.
Pierre Roger, proost en aartsdiaken van Oudmunster, in 1348, 1354, 1357. Pierre [Roger], kardinaal de Beaufort, proost van Oudmunster, en later, in 1374 [lees: 1370-1378] paus Gregorius XI.
Adimaar van Rupe, proost en aartsdiaken van Oudmunster in 1375.
Hij werd opgevolgd door Willem van Zijl, deken van St. Pieter in 1380, die eerst waarnemer van Adimaar was.
In 1381 was Jan, kardinaal van Vercelli [Flisco], proost van Oudmunster.
In 1385 Hendrik van Steenbergen, proost en aartsdiaken van Oudmunster, 1382, gestorven in 1395. Steenbergen was een bastaard van [de hertog van] Gelre, beweerde men.
Zijn opvolger was vermoedelijk Alfert van Lichtenberg, die men aantreft rond 1398, 1399, 1400. Wapens van Lanscroon, volgens een zegel uit 1399, zie Liber albus, fol. 121.
Hij werd opgevolgd door Willem [Eggert], proost van Oudmunster, heer van Purmerend en opper-thesaurier van Holland, aangetroffen in 1417.
Pieter van Steyn, proost van Oudmunster, aangetroffen in 1422 en 1436.
In 1453 werd Gijsbrecht van Brederode, proost van Oudmunster, tot bisschop van Utrecht gekozen. Rond 1455 deed hij afstand van de proosdij, ten behoeve van Willem van Montfoort, edelman.
Willem van Montfoort was proost van Oudmunster in de jaren 1460-1480 en stierf in 1514.
Hij werd opgevolgd door Adriaan Florisz, die later in 1521 tot paus van Rome gekozen werd, en op 14 september 1522 stierf.
Willem van Enkevoort, kardinaal, bisschop van Tortosa, proost van Oudmunster in 1525.
Het schijnt dat deze de proosdij heeft overgedragen aan zijn neef Michael van Enkevoort, die in de jaren 1530 en nog in 1549 leefde en in 1556 gestorven is, zie hiervoor [pag. 58].
Robert van Bergen1 was proost in 1550 en 1562, en werd ook tot bisschop van Luik gewijd.
In 1566 was Herman, graaf van Rennenberg, heer van Zuilen en Oldenhoorn,2 proost van Oudmunster.
Floris van Hermalen, 'de Hollander' genoemd,3 is onlangs [in 1608] op hoge leeftijd overleden.
Hij is [in 1607, als coadjutor] opgevolgd door Reinout Florisz van Bredero, die nog minderjarig is [gest. in 1617].

1. Lees Cornelis van Bergen (op Zoom), overleden 1545. Volgens Van den Hoven van Genderen 1997, 194 verbleef Robert als proost 'in het verre Luik.'

2. Hs. abusievelijk Oldenburch.

3. Floris van Heermale was 'geboortig uyt Holland', Van de Water, I, 247.


Monumenta

Bladeren

Weergave