
Jacobus de Zirck, prepositus, admissus anno 1433, 4 januarii ex resignatione dicti Prosperi. *
Gijsbertus de Brederode, admissus in vigilia sancti Andreae anno 1437 ex resignatione domini Zirck. Was oeck proost te Maastricht 1468. * Hic tandem resignavit preposituram magistro Simoni de Slusa, medico Caroli, ducis Burgundiae, eodem Carolo cogente, et moritur Bredae 15 augusti anno 1479. *
Simon de Slusa a Rotterdam, admissus 13 augusti anno 1474, moritur Mechliniae 29 septembris anno 1499. Hic medicus cuius mentio Annales vulgares, folio 400.1
Philibertus Naturelli, Burgundus abbreviator, de maiore admissus 11 februarii anno 1500, obiit 19 julii anno 1529. *
Invenio circa haec tempora Joannem de Eynatten, doctorem, praepositum Ultraiectinum.
Claudius de Bousset, archidiaconus Atrebatensis, admissus 18 augusti anno 1529. * Hunc Boissot putat Proeys.
Johannes Slacheck, Westfalus, admissus 1a junii anno 1530 ex cessione Claudii praedicti, moritur 5 alias 15 aprilis anno 1543. *
Cornelius a Mierop, admissus post mortem Slacheck 13 februarii anno 1545, obiit ultima julii anno 1572. *
Dominus Henricus Scriver, prepositus et archidiaconus et canonicus Traiectensis.
Anthonius de Henin a Bossu, canonicus Traiectensis, admissus ultima septembris anno 1573 ex causa coadiutoriae. *
Post quem vacavit hic locus et ordines sibi reservarunt emolumenta, donec anno 1618 republica non nihil mutata et hoc munere donatus est Hugo de Zulen de Nievelt, obiit Pentecostes anno 1630, maii 16. *
Decani Maiores
Sigboldus, decanus Traiectensis sub Baldrico anno 943.
Volbodo, ducis Montensis filius, decanus Traiectensis, fit anno 1017 episcopus Leodiensis, et obiit 11 kal. maii anno 1021 (Flander? simpliciter in annalibus Leodiensibus).2
Anno 1081 Egibertus decanus, 1085 Engelbertus.
Ancelinus 1155, Adelbertus decanus 1108. Liber caeruleus A 3.
Lubbertus, anno 1118, 1132, 34.
Anselmus, prefuit anno 1154, obiit vero anno 1164, 11 octobris.
Theodoricus, anno 1200, 1178, 1203.
Otto, maior decanus anno 1208, Liber albus X, II.
Remboldus, anno 1219, adhuc anno 1227, obiit 10 decembris. [Liber] q 30.
Henricus anno 1234. *
Theodoricus, maior decanus 1247, de Wickerode.3
Petrus de Dwarsdijck anno 1257, adhuc anno 1261, moritur 27 julii. 1255. Liber q 19, 38.
Amelius anno 1250, 1268 fol. 35. * Amelius anno 1275, moritur 19 januarii anno 1281; 1279, 1280. Liber albus X, 20. *
Stephanus de Scalcwijck anno 1289, obiit 11 septembris anno 1295 vel statim post; 1287. Liber albus X, fol. 12, q 45.
Arnoldus de Foreest anno ... obiit 13 januarii anno 1296, vivebat anno 1305. Liber albus 52, 61, caeruleus A, 23.
Wilhelmus Clauwert, decanus Traiectensis obiit 23 octobris anno 1309, vide Librum album X, 46.
Cui successit (vide Librum album, folio 96) dominus Gerardus de Wit alias Soudenbalch, prepositus beatae Mariae Traiectensis, qui moritur 23 aprilis anno 1312.
Cui successit Jacobus de Oudtshoorn, qui anno '22 eiusdem seculi eligitur episcopus Traiectensis, et moritur 22 septembris anno eodem. Liber albus X, 25.
Stephanus de Bosinchem (1321, 146) succedit Jacobo de Oosthoorn, obiit 11 septembris anno 1323.
Giselbertus de Everdingen, praefuit in principio maii anno 1324, et anno 1330 tandem cessit decanatui.
Quem permutavit cum Henrico de Jutfaes pro prepositura Elstensi, et obiit 28 maii anno 13... Vixit 1336, 1334, Liber ceruleus 26.
Henricus de Jutphaes prefuit anno 1337 et 1346, idem obiit 30 octobris 1336, Liber albus 67, 98; 1338 Liber albus 51.
Hendricus de Weyda prefuit anno 1353, 1355, 5 februarii, obiit 8 novembris 1370.
Lubbertus Bolle, qui post 1383 ingreditur ordinem Teutonicum apud Traiectum, et ibidem moritur ipso Animarum die anno 1398.
Wilhelmus Buser, canonicus Traiectensis prefuit decanatui anno 1396, vivente adhuc Bolle cui succedit; 1400.
Petrus de Divendijck, decanus maior, obiit 27 julii
Jacob van Sierck, als proost toegelaten op 4 januari 1433, na afstand van voornoemde Prosper.
Gijsbrecht van Brederode, toegelaten op St. Andriesavond 1437, na afstand van Van Sierck; was ook proost te Maastricht 1468. Hij deed later, onder dwang van Karel, afstand van de proosdij ten gunste van mr. Simon van der Sluis. Die was de lijfarts van hertog Karel de Stoute van Bourgondië, en stierf op 15 augustus 1475 in Breda.
Simon van der Sluis van Rotterdam, toegelaten op 13 augustus 1474, stierf te Mechelen op 29 september 1499. Kronieken in de volkstaal, fol. 200, vermelden deze arts.
Philibert Naturelli uit Bourgondië, kanselier, is bij meerderheidsbesluit toegelaten op 11 februari 1500; hij is gestorven op 19 juli 1529.
Rond deze tijd vind ik dr. Jan van Eynatten, Domproost.
Claude de Bousset, aartsdiaken van Atrecht, toegelaten op 18 augustus 1529. [Albert] Proeys houdt hem voor Boisot.
Jan Slaghek, uit Westfalen, toegelaten op 1 juni 1530, na het terugtreden van voornoemde Claude. Hij stierf op 5, volgens andere bron op 15 april 1543.
Cornelis van Mierop, toegelaten na de dood van Slaghek op 13 februari 1545. Hij stierf op 31 juli 1572.
Hendrik Schrijver, proost, aartsdiaken, en kanunnik van de Dom.1
Anton de Hénin de Boussu, Domkanunnik, toegelaten op 30 september 1573, vanwege zijn coadjutorschap.
Na hem bleef het ambt vacant, en de Staten hielden de inkomsten aan zich tot 1618. Toen is er veel veranderd in de Republiek. Het ambt werd aan Hugo van Zuilen van Nievelt geschonken; hij stierf op Pinksteren, 16 mei 1630.
Domdekens
Sigbold, Domdeken onder Balderik in 943.
Volbodo, zoon van de hertog van Berg, Domdeken, wordt in 1017 bisschop van Luik en is gestorven op 21 april 1021 (in de kronieken van Luik enkel als Flander?).
In 1081 Egibert, deken, 1085 als Engelbert.
Lubbert, in 1118, 1132, 1134.
Aurelinus 1155.
Adelbert, deken 1108, Liber caeruleus A, fol. 3.
Anselm bekleedde het ambt in 1154, hij stierf op 11 oktober 1164.
Dirk, in 1200, 1178, 1203.
Otto, Domdeken in 1208. Liber albus X, fol. 2.
Rombout, in 1219 en nog in 1227, hij stierf 10 december ..., 1230.
Hendrik, in 1234.
Dirk van Wijkerode, Domdeken 1247.
Pieter van Dwarsdijk, in 1257, nog in 1261, hij stierf op 27 juli 1255, Liber q, fol. 19, 38.
Amelis, in 1250, 1268, fol. 35. * Amelis, in 1275, stierf op 19 januari 1281. 1279, 1280, Liber albus X, fol. 20.
Steven van Schalkwijk, in 1289, hij stierf op 11 september 1295 of kort daarna; 1287. Liber albus X, fol. 12, Liber q, fol. 45.
Arnold van Foreest, anno ..., (hij stierf op 13 januari 1296?). Hij leefde in 1305, Liber albus fol. 52, 61; caeruleus A, fol. 23.
Willem Clauwert, Domdeken, hij stierf op 23 oktober 1309, zie Liber albus X, fol. 46).
Hij werd opgevolgd (zie Liber albus, fol. 96) door Gerard de Wit, ook wel Zoudenbalch, proost van St. Marie, die stierf op 23 april 1312.
Jacob van Oudshoorn volgde hem op, en werd in het jaar '22 van diezelfde eeuw gekozen tot bisschop van Utrecht. Hij stierf op 22 september van hetzelfde jaar. Liber albus X, fol. 25.
Steven van Beusichem (1321, 146) volgde Jacob van Oosthoorn (lees Oudshoorn) op, en is gestorven op 11 september 1323.
Gijsbert van Everdingen bekleedde het ambt in het begin van mei 1324, en in 1330 deed hij ten slotte afstand van het dekenaat.
Hij ruilde dat met Hendrik van Jutfaas voor de proosdij van Elst; en hij stierf op 28 mei 13..; hij leefde nog in 1336, 1334. Liber caeruleus, fol. 26.
Hendrik van Jutfaas bekleedde het ambt in 1337 en 1346, hij stierf op 30 oktober; 1336, Liber albus fol. 67, 98; 1338, Liber albus, fol. 51.
Hendrik van de Weyde bekleedde het ambt in 1353, 1355, op 5 februari; hij stierf op 8 november 1370.
Lubbert Boll trad na 1383 in bij de Duitse Orde te Utrecht, en stierf daar op Allerzielen 1398.
Willem Buser, Domkanunnik, bekleedde het ambt van deken in 1396, toen Boll, die hij was opgevolgd, nog leefde; 1400.
Peter van Dievendijk, Domdeken, stierf op 27 juli.
1. Tevens proost van Arnhem, overleden in 1394.
Bladeren
Weergave