Monumenta Van Buchel pag. 38 (fol. 21v)


Monumenta Van Buchel pag. 38 (fol. 21v)

Transcriptie

In sarcophago vicino caerulei coloris, multis circum emblematis fabularibus ornato, haec insignia cum inscriptione: *
Sepulcrum magistri Lamberti ten Dunen, utriusque iuris licentiati, huius ecclesiae canonici, qui obiit anno XVcLII, die vicesimaquinta aprilis.
[] Anno Domini MVcXLVI, II die mensis octobris, obiit venerabilis et egregius vir, dominus Franciscus Sonckius, utriusque iuris doctor, canonicus Traiectensis, consiliarius caesariae maiestatis in Haga Comitis.
Ibidem. *
Anno incarnationis Domini millesimo sexcentesimo, die vero XVIII mensis aprilis, obiit nobilis et egregius vir, dominus Joannes Renes van der A, canonicus huius ecclesie, cuius anima requiescat in pace.1
Ibidem in sarcophago caeruleo hoc signum, inscriptione pene fugiente.
Requiescat in pace, amen. *
Non procul hinc ad portam septentrionalem, inter columnas, lapis nuper hisce signis et epitaphio notatus: *
Brock / Haren / Van der Staecken / Broechusen / Heesacker / Oosterzeel / Baeck / Oerle.
Reverendo et egregio viro, domino Waltero Brock Tilburgensi, huius metropolitanae Traiectensis ecclesiae vicario, heredes hoc monumentum posuerunt. Obiit anno MDCXII, XXIII junii, requiescat in serena pace, amen.
In sacello Mulardi: * 1612 D.O.M.
Reverendo ac clarissimo viro, domino Valerio a Kuyck, insignis huius metropolitanae ecclesiae Traiectensis canonico, dignissimo iuris utriusque doctori, necnon sacri palatii Laterani, aulaeque caesariae et imperialis consistorii comiti palatino, qui post varios in re publica et conlegio peractos (summa cum laude) labores, ad aeternam quietem evocatus, maximo sui relicto desiderio, placidissime sub certa beatae resurrectionis spe, obdormivit in Domino. Joannes a Kuyck, huius etiam ecclesiae canonicus, patruo, de se et omnibus ob memoriam ultimae eius voluntatis executor, monumentum hoc moerens posuit. Eumque apud communem avunculum, dominum Timannum a Moerendael, canonicum sancti Salvatoris, sepuliri fecit. Vixit annos LXXV, menses VI, dies XXII, obiit IV kal. martii, anno salutis XII post MDC.2 *

1. Haslinghuis en Peeters 1965, 395, nr. 98.

2. Borst e.a. 1997, 112, 113.


Vertaling

Op een zerk daarnaast, blauw van kleur en rondom versierd met vele mythologische emblemen, staan deze wapens met opschrift: * Het graf van mr. Lambert ten Duinen, licentiaat in de beide rechten, Domkanunnik, die stierf op 25 april 1552.
[] Op 2 oktober 1546 stierf Franciscus Sonck, doctor in de beide rechten, Domkanunnik, raad van Zijne Keizerlijke Majesteit in 's-Gravenhage.1
Op dezelfde plaats. *
Op 18 april in het jaar 1600 na de menswording van de Heer, stierf Jan van Renesse van der Aa, Domkanunnik, zijn ziel ruste in vrede.
Op diezelfde plaats staat op een blauwe zerk dit wapen met een bijna uitgewist opschrift. *
Hij ruste in vrede, amen. *
Niet ver hiervandaan, bij de noorduitgang, ligt tussen de pilaren een steen waarop onlangs deze wapens en dit grafschrift zijn aangebracht:
Brock / Haren / Van der Staken / Broekhuizen / Heesacker / Oosterzeel / Baak / Oerle.
Voor Wouter Brock2 van Tilburg, vicaris van de Dom, hebben de erfgenamen deze grafsteen geplaatst. Hij stierf op 23 juni 1612, hij ruste in gelukzalige vrede, amen.
In de kapel van Mulart: * 1612. D.O.M.
Voor Valerius van Cuyk,3 kanunnik van deze aartsbisschoppelijke Domkerk, doctor in de beide rechten en ook raadsheer van het pauselijke paleis van Lateranen, van het keizerlijk hof en van de keizerlijke raad. Nadat hij verschillende zaken voor de staat en het college met veel lof tot stand had gebracht, is hij tot de eeuwige rust geroepen. Tot groot verdriet van de achterblijvenden is hij zeer vredig, in de zekere hoop op de gelukzalige opstanding in de Heer, ontslapen. Jan van Cuyk, eveneens kanunnik van deze kerk, heeft uit eigen en aller naam ter herinnering aan zijn oom, als executeur van diens laatste wil, rouwend deze steen geplaatst. Hij heeft hem doen begraven bij hun gemeenschappelijke oom, Tymen van Moerendael, kanunnik van Oudmunster.4
Hij leefde 75 jaren, 6 maanden en 22 dagen, en hij stierf op 27 februari 1612. *

1. NNBW geeft 2 sept. 1546; niets over zijn raadsfunctie.

2. Zie Pollmann 2000, 11.

3. Zie NNBW , 3, 272.

4. Zie Haslinghuis en Peeters 1965, 377.


Monumenta

Bladeren

Weergave