
In oratorio quondam Cliventium, cuius ante memini est elevatum ad duos pedes sepulcrum, ex Benthemico ut videtur lapide.
Et in pavimento lapis caeruleus aere vestitus, cui insculpta sunt sequentia, cum infinitis propemodum emblematibus, ornatus causa circum additis. Habitus vero est viri, sacrali solemni ornati veste, librum clausum manibus tenens, cum Salvatoris sedentis imagine:
[] Hic iacet sepultus venerabilis vir Giselbertus dictus Coc de Opinen, praepositus et archidiaconus Traiectensis, qui obiit anno MCCCXCI, XX mensis maii, amen.1
Proximus lapis: Eximiis viris magistro Timanno a Moerendael, (et) domino Petro ab Aelst, ecclesie sancti Salvatoris Traiectensis canonicis, monumentum hoc executores utriusque posuere. Obiit iste postremo cal. decembris anno MDXCII; ille VIII cal. augusti anno MDLXXV. *
Hic herus et socius sortitus uterque sepulcrum,
Praebenda, tecto, terra tumulatur eadem
Et quos vita duos fido coniunxit amore
Durum compositos, mors dissociare putavit. *
Ibidem monumentum, nullis literis notatum, ex lapide caeruleo cum aerea in medio lamina, cui incisa haec insignia. *
In alio lapide caeruleo haec Aytarum insignia cum epitaphio: *
Venerabili et eximio viro, domino Folcardo ab Ayta de Swichem, iuris utriusque doctor, huius metropolitanae ecclesiae canonico, haeredes fratri bonae memoriae executores, vero collegae optimo monumentum hoc moesti ponendum curaverunt. Obiit 19 octobris anno 1595.
(In supremo lapidis:
Vidi urbes hominum mores tot ludicra mundi,
Omnia despiciens fugio quaero ardua coeli).2
Non procul a porta meridionali templi, in lapide caeruleo:
[] Ego sicut foenum arvi et ecce nunc in pulvere dormio, donec resurrecturus e terra in die novissimo.3 Georgius Strijt obiit III junii anno Domini MDLXV.
Aliis in sarcophagis duobus haec insignia sunt: Grawert * [onleesbaar] *
In sacello Arqueliano: [] Anno millesimo Vc, die XXIIII mensis octobris, obiit venerabilis vir, magister Antonius Pot, legum licentiatus, canonicus et officialis Traiectensis, hic sepultus, cuius anima requiescat in pace.4
1. In de marge: een rad op den leuw.
2. In de marge.
3. Borst e.a. 1997, 77. In de marge: Voyez les poèmes de Guillame Potou, feul. 22 (onduidelijke verwijzing).
4. Haslinghuis en Peeters 1965, 383, nr. 50, Borst e.a. 1997, 68.
In de bidkapel van het vroegere geslacht van Kleef, waarvan ik eerder melding heb gemaakt [pag. 8 e.v.], staat een grafmonument van twee voet hoog, van Bentheimer steen, zoals men ziet.
En op de vloer is een blauwe steen, bekleed met koper, waarin het volgende is gegraveerd, met om zo te zeggen eindeloze - doordat zij rondom aangebracht zijn - emblemen versierd. De gestalte is die van een geestelijke in ceremonieel gewaad, een gesloten boek in zijn handen houdend met een afbeelding van de zittende Verlosser.
[] Hier ligt begraven Gijsbert Cock van Opijnen, proost en aartsdiaken van Utrecht, die stierf op 20 mei 1391, amen.
De eerstvolgende steen: Voor de voortreffelijke mannen mr. Tymen van Moerendael en Petrus van Aelst, kanunniken van Oudmunster te Utrecht, hebben de executeurs van beiden deze grafsteen geplaatst. Laatstgenoemde stierf het laatst, op 1 december 1592; de eerstgenoemde op 25 juli 1575. *
Hier vonden heer en vriend beiden een graf. Die dezelfde prebende genoten, onder hetzelfde dak woonden, worden bedekt door dezelfde aarde. En hen beiden die het leven verbond door een trouwe liefde, zij die één waren - de dood vond het hard hen te scheiden. *
Op dezelfde plek is een zerk waarop geen letters staan, uit blauwe steen, met in het midden een koperen plaat waarop deze familiewapens staan gegraveerd. *
Op een andere blauwe steen staan deze wapens van de Ayta's, met grafschrift:
Voor de eerbiedwaardige en voortreffelijke heer Folcardt van Ayta van Swichem, doctor in de beide rechten, kanunnik van deze aartsbisschoppelijke kerk, - voor deze verdienstelijke broer, dan wel voor deze beste collega, hebben de treurende erfgenamen en executeurs deze grafsteen laten plaatsen. Hij stierf op 19 oktober 1595. *
Bovenaan op de steen staat: Ik heb de steden der mensen gezien en hun zeden en aardse genoegens, maar alles verachtend, vlucht ik weg en zoek ik de steile weg naar de hemel.
Niet ver van de zuidingang van de kerk staat op een blauwe steen:1
[] Ik ben als hooi op het land, en zie, nu slaap ik in het stof, tot ik zal opstaan uit de aarde op de jongste dag. George Strijt stierf op 3 juni 1565.
Op twee andere zerken staan deze familiewapens: Grauwert. *
In de kapel van Arkel: [] Op 24 oktober 1500 stierf de eerbiedwaardige mr. Antonis Pot, licentiaat in de rechten, kanunnik en officiaal van de Dom, hier begraven, zijn ziel ruste in vrede.
1. Zie de gedichten van Guillaume Potou (een onbekende dichter), pag. 22.
Bladeren
Weergave