Monumenta Van Buchel pag. 22 (fol. 13v)


Monumenta Van Buchel pag. 22 (fol. 13v)

Transcriptie

Ad chori quoque exteriorem partem, pilae sive columnae a diversis ornatae olim erant divorum statuis, quibus iam amotis manent adhuc picturae, aulaea pretiosa simulantes, cum donatorum signis familiarum, quae hic apponenda duxi.
Ad septentrionem: Adriani Rams, canonici Martiniani, qui obiit 22 junii anno 1518. *
Sub statua: Sanctus Adrianus. Infra hoc epitaphium: *
In 't jaer ons Heeren MCCCCC[XVIII] sterft Mr Adriaen Ram ... Cum insigniis Rammiorum. Et paullo inferius: In 't jaer MCCCCCL, opten XVII dach [van] mey, sterft mr. Adriaen Ram, canonic ten Doem, sijn neef, hier beyde begraven. Infra insignia Ram et Van der Hoeve.1
Ad meridiem vero Frederici de Coninck, canonici electi anno 1509. Sanctus Sebastianus. *
In ambitu chori ad septentrionem est sacellum exiguum, in quo olim altare positum fuit a praeposito Uterlo, qui ibidem sepulcrum sibi fieri curavit. In pariete spectatur etiam‑num divae Petronellae imago evanescente rubrica, quae olim fuit super inducta, et extat insuper lapis, his verbis notatus:
Hee sunt relliquie quae in hoc altari continentur, quas dominus Swederus Uterloo prepositus et archidiaconus huius ecclesie Traiectensis, fundator et dotator huius altaris, hic congregavit, primum de ligno Domini, de sepulcro Domini, de calice Domini, quo in cena consacravit, sanctorum Petri, Bartolomei et Mathei, apostolorum.
Est amplum inde sacellum olim, ut puto, Clivensium, in quo nuper Mulartius vitreas renovavit fenestras, ut supra expressimus. Hic nihil picturae restabat in parietibus, praeterquam signa ut videbatur Oosthoorniorum, in sanguinea area tria cornua candida. Secretum inerat eodem in sacello oratorium, ab omnium aditu seclusum, quod picturas in pariete plures continebat.
In ambitu supradicto supra ianuam, quondam in lapide parietis, haec fugientibus fere literis legebantur: ...
Ad orientem retro chorum, ossa quorundam episcoporum tumulata sunt, et suis notata versibus, quae vidi passim descripta et etiam typis publicata hoc ordine:
1. Wilhelmus de Mechlinia et duo ignoti pontifices.
2. Duo Ottones de Geldria et de Lippia.
3. Baldericus et Godefridus.
4. Henricus de Vianda et Otto de Hollandia.
Ad templi egressum meridionalem haec verba leguntur (...).
Et quod fere praeterieram: eo loco, ubi olim altare XI millium virginum fuit, celebratum anno 1580 funus postremi episcopi

1. Zie Borst e.a. 1997, 116.


Vertaling

Ook om het koor heen waren de pilaren vroeger met verscheidene heiligenbeelden versierd; terwijl deze allemaal zijn verwijderd, zijn nog de schilderingen over, die kostbare draperieën weergeven met de familiewapens van de schenkers, die ik heb gemeend hierbij te moeten voegen.
Aan de noordkant: Adriaan Ram, Domkanunnik, die stierf 22 juni 1518. * Onder het beeld: St. Adrianus. Daaronder dit grafschrift: * A.D. 15[18] stierf mr. Adriaan Ram ... Met de wapens van het geslacht Ram. En wat lager: Op 17 mei 1550 stierf mr. Adriaan Ram, Domkanunnik, zijn neef, hier beiden begraven. Daaronder de wapens van Ram en Van der Hoeve.
Aan de zuidkant het graf van Frederik de Coninck, kanunnik, gekozen in 1509. St. Sebastianus. *
In de kooromgang aan de noordzijde is een kleine kapel, waarin weleer een altaar was geplaatst door de proost [Zweder] van Uterlo, die er voor zichzelf ook een graf heeft laten maken. Aan de muur ziet men ook nu nog de afbeelding, in verblekend rood, van de heilige Petronella die vroeger daarboven was aangebracht, en er is bovendien nog een steen waarop deze woorden staan:
Dit zijn de relieken die in dit altaar worden bewaard en die Zweder van Uterlo, proost en aartsdiaken van de Dom, stichter en begunstiger van dit altaar, hier bijeengebracht heeft. Om te beginnen van het kruis van Christus, van zijn graf en de kelk, waarover hij bij het Laatste Avondmaal de consecratie uitsprak, en van de heilige apostelen Petrus, Bartholomeus en Mattheus, ...
Vervolgens is er een ruime kapel die vroeger naar ik meen aan de familie van Kleef heeft toebehoord en waarin onlangs [Dirk] Mulart de vensterramen heeft vernieuwd, zoals wij boven [pag. 8] hebben weergegeven. Van een schildering aan de muren was niets over, behalve het wapen van de familie van Oosthoorn dat te zien was: drie witte hoorns op een bloedrood veld. In deze zelfde kapel was een geheime bidkapel, voor iedereen afgesloten, die verscheidene muurschilderingen bevatte.
Boven de deur in bovengenoemde omgang stond vroeger op een in de muur aangebrachte steen in bijna verdwenen letters dit te lezen: ...
Aan de oostzijde, achter het koor, zijn de beenderen van enige bisschoppen begraven, hetgeen kenbaar is gemaakt door bijbehorende verzen, die ik hier en daar beschreven en zelfs in druk gepubliceerd heb gezien, in deze volgorde:
1. Willem van Mechelen en twee onbekende bisschoppen;
2. Twee Otto's, namelijk van Gelre en van Lippe;
3. Balderik en Godfried;
4. Hendrik van Vianden en Otto van Holland.
Bij de zuidelijke uitgang van de kerk leest men deze woorden (...)
En wat ik bijna had overgeslagen: op deze plaats, waar vroeger het altaar stond van de Elfduizend Maagden, werd in 1580 de begrafenisplechtigheid gehouden van de laatste bisschop,


Monumenta

Bladeren

Weergave