
Deinde aliud spectatur vitrum Abcoudiorum, insigniis ornatum. * Divus tutelaris vel patronus hic depictus erat, Jacobus apostolus, habitu pileato. Infra vero emblema Gaesbeeckiorum erat, duo lapides molares et literae J‑J coniunctae. * Insignia haec a diversi generis ferocibus animalibus sustinebantur. *
Continuo sequebatur vitrum, in quo viri, togati canonicali habitu, simulacrum videre erat, ut hic aliquo modo expressum est. *
Signa haec gestantur ab armatis viris, quibus sunt galearum ornamenta vulgo 'helmteykens', hic supra singula insignia expressa. *
* Symbolum hoc Bredenrodiorum.
Tria vitra, quae in ipso templi capite suo, inde ordine sequentur, a Rodolpho Diepholtio, episcopo Traiectino, posita sunt. In quorum medio pictura erat Christi, in cruce pendentis, tum etiam Mariae, matris, quae ob doloris magnitudinem animi deliquium pati videbatur, consolantibus illam nihilominus Joanne, apostolo, aliisque piis mulieribus, ibi adiunctis.
Paulo inferius erant insignia divi Martini, tres rotae aureae in sanguineo scuto cum trabibus ex rubeo ac candido colore distinctis, quibus supposita episcopi simulacrum cum divis tutelaribus et insigniis.
Daarna ziet men een ander raam, dat versierd is met de wapens van het geslacht van Abcoude. * Als beschermheilige of schutspatroon was hier geschilderd de apostel Jacobus in habijt en met hoed. Onderaan daarentegen was het embleem van het geslacht van Gaasbeek, twee molenstenen,1 en de letters J-J met elkaar verbonden. * Deze wapens werden door wilde dieren van diverse soort omhooggehouden. *
Onmiddellijk daarop volgde een raam waarin de beeltenis te zien was van een man, gekleed in kanunnikstoga, zoals hier enigszins is weergegeven. *
Deze wapens worden vastgehouden door gewapende mannen en hebben helmversieringen die men 'helmtekens' noemt; hierboven zijn deze tekens afzonderlijk weergegeven. *
* Dit is het wapen van de Brederodes.
De drie ramen, juist aan het hoofdeinde van de kerk, die in deze reeks daarop volgen, zijn geplaatst door Rudolf van Diepholt, bisschop van Utrecht. In het middelste daarvan was een schildering van Christus, hangend aan het kruis, verder ook van zijn moeder Maria. Door een geweldige smart leek zij in haar ziel verwond te zijn, terwijl toch de apostel Johannes en ook de vrome vrouwen die daarbij waren, haar troostten. Iets lager bevonden zich de wapen van de heilige Martinus: drie gouden raderen op een bloedrood schild, met balken, beurtelings rood en wit van kleur, waarboven de beeltenis van de bisschop was geplaatst met zijn beschermheiligen en wapen.
1. Van der Eerden 2001, 68-70, spreekt van 'schijfvormige bijfiguren,' die op een tegenzegel van Jacob van Gaasbeek geen waaiervormige molensteengroeven vertonen, maar een ingewikkeld waaierpatroon (zijn afb. 8). Op zijn afb. 3 zijn die groeven wèl te zien, en bovendien zijn de bekende molenijzers eraan bevestigd.
Bladeren
Weergave