Nu de Monumenta online is, wil ik degenen bedanken die dit project hebben geïnitieerd. Dat zijn Bart Jaski, conservator handschriften van de Universiteitsbibliotheek Utrecht, Kaj van Vliet, rijksarchivaris in Utrecht, en Jacob van Sluis, vakreferent van Tresoar in Leeuwarden. Ik heb steeds heel prettig met hen samengewerkt. Tevens wil ik graag vermelden dat het Marten Jan Bok is geweest, die ons op dit handschrift geattendeerd heeft, zij het dat zijn interesse vooral uitgaat naar het tweede deel, de Observationes, dat ik aansluitend hoop te publiceren.
Dat ik in het Tresoar, maar ook bij de buren, het Historisch Centrum, enkele malen met plezier gewerkt heb, en daarbij steeds alle hulp kreeg, zal iedereen begrijpen die wel eens voor onderzoek naar Leeuwarden gaat. Het driedaagse bezoek aan Emden viel gelukkig nog voor de sluiting van de wetenschappelijke Joannes a Lasco Bibliothek. Daardoor heb ik kunnen profiteren van de hulp en de deskundigheid van Klaas-Dieter Voss. In het Stadtarchiv was het Rolf Uphoff die me vriendelijk te woord stond.
Voor de vertaling van het Latijn heb ik hulp gekregen van Jan Bloemendal en J.A. Gruys, maar vooral van Frits de Goojer, met wie ik aan de keukentafel in de UB regelmatig overleg kon plegen. Sjef Kemper, die ik aan dezelfde keukentafel ontmoette, heeft het verhalende gedeelte over Groningen gecorrigeerd. In die stad was het Klaas Bijsterveld die me hielp bij het identificeren van ‘dokter Stalpert’, de vriend van Buchelius.
Wat de verantwoording van transcriptie en vertaling betreft, kan ik hier kort zijn en verwijzen naar de inleidingen van de Monumenta passim en de Inscriptiones. De transcriptie is gemaakt aan de hand van de bekende ‘Richtlijnen’, de vertaling is wat letterlijker dan die bij de twee vorige handschriften. Voor het merendeel van de gebruikers zal de vertaling voldoen. De kleine groep die het Latijn leest, zal waarschijnlijk wel enige steun hebben aan mijn vertaling.
Utrecht, december 2008