Literatuur

Van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek van Nederland, dl. 4, Gorinchem 1843.
M. Bootsman, De historie van het kerkgebouw van Tinallinge, Tinallinge 1992.
G. Brom en L.A. van Langeraad (ed.), Diarium van Arend van Buchell, Amsterdam 1907.
P. Brood e.a., Nieuwe Groninger encyclopedie, 3 dl., Groningen 1999.
J.H. Brouwer, Encyclopedie van Friesland, Amsterdam 1958 (reprint 1972).
Buchelius, Notae quotidianae, zie Van Campen.
J.W.C. van Campen (ed.), Notae quotidianae van Aernout van Buchell, Utrecht 1940.
Karl Cramer, Die Geschichte Ostfrieslands, Oldenburg 2003.
R. van Dellen, Van prefectenhof tot Prinsenhof: geschiedenis rond het Martinikerkhof te Groningen, Groningen 1947.
Diarium, zie G. Brom.
E.J. Diest Lorgion, Geschiedkundige beschrijving der stad Groningen, 2 dl., Groningen 1852-1857.
W. Eekhoff, Geschiedkundige beschrijving van Leeuwarden, 2 dl., Leeuwarden 1846.
Emder Grabschriften, Nachlass Dr. J. Stracke, archief Johannes a Lasco Bibliothek, Emden, map nr. 96 P (ongepubliceerd handschrift).
Martin Engels, ‘Erasmus’ handexemplaren: vijf Griekse Aldijnen in de Franeker collectie van de Provinciale Bibliotheek van Friesland [Tresoar] te Leeuwarden’, de uitgave van 1994 voor internet bewerkt, februari 2006.
Martin Engels, Grote of Jacobijner Kerk, grafregister 1768- ca. 1800, Historisch Centrum Leeuwarden (v.h. Gemeentearchief) B 15.1; aantekeningen van W. Dolk, bewerkt en aangevuld door M.H.H. Engels (internet)
H.O. Feith (ed.), Nobiliarium Groninganum van Wilhelm Coenders van Helpen, ’s-Gravenhage 1886.
[Leo] Fürbringer, Die Stadt Emden in Gegenwart und Vergangenheit, Emden 1892 (reprint 1974).
J.A. Gruys (ed.), Theodori Canteri epistolae: Brieven (1570-1614) van Dirck Canter over klassieke en middeleeuwse teksten in handschrift en druk, Amsterdam 1997.
M. de Haan Hettema en A. van Hamel jr., Stamboek van den Frieschen … adel, Leeuwarden 1846.
Bernhard van Haersma Buma, De Grote of Jacobijnerkerk en de Friese Nassaus, Leeuwarden 2005.
Bernhard van Haersma Buma, Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden: historie en architectuur van een kloosterkerk, Leeuwarden 2008.
Ernst Harinxma van Donia, Kerkkalender van overleden Friese edelen e.a. 1409-1634, voor internet bewerkt door M.H.H. Engels, 2007.
Jacob IJsbrand Harkenroth, Oostfriesche oorsprongkelykheden van alle steden, vlekken, dorpen, rivieren, enz. in ende buiten Oostfriesland en Harrelingeland, Groningen 1731.
Arn. Houbraken, De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en -schilderessen, ed. P.T.A. Swillens, dl. 2, Maastricht 1944.
A. Hulshof en P.S. Breuning, ‘Brieven van Johannes de Wit aan Arend van Buchel en anderen,’ in: Bijdragen en mededeelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden, jg. 60 (1939) p. 87-208.
Bernd Kappelhoff, Geschichte der Stadt Emden von 1611 bis 1749: Emden als quasiautonome Stadtrepublik, Leer 1994.
Kerkkalender, zie Harinxma van Donia.
Hermann Klugkist Hesse, Menso Alting, eine Gestalt aus der Kampfzeit der calvinistischen Kirche, Berlin 1928.
[Johann Melchior?] Kohlmann, ‘Emden im Jahre 1617 (Reisebericht des Utrechter Rechtsgelehrten Arnoldus Buchelius)’, in: Jahrbuch der Gesellschaft für Bildende Kunst und Vaterländische Altertümer zu Emden, 8 (1888) p. 95-98.
Jacobus Kok, Vaderlandsch woordenboek, 38 dl., Amsterdam 1785-1799.
René Kunst e.a., Leeuwarden 750-2000, hoofdstad van Friesland, Franeker 2000.
J.A.R. Kymmell, ‘Het geslacht Clant’, dl. 1, in: Genealogische en heraldische bladen, jg. 4 (1909), p. 95-128.
Sandra Langereis, Geschiedenis als ambacht: oudheidkunde in de Gouden Eeuw, Arnoldus Buchelius en Petrus Scriverius, Hilversum 2001.
F. Mühlau, ‘Seusenius Reise in das heilige Land’, in: Zeitschrift des deutschen Palaestina-Vereins, 26 (1903) 1 und 2.
S. Muller Fz., ‘Een bezoek te Groningen en Emden, in het jaar 1617,’ in: Oud-Holland 4 (1886) p. 109-112.
A.P. van Nienes e.a., Archieven van de Friese stadhouders, Hilversum 2002.
NNBW, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, 10 dl., Leiden, 1911-1937.
L. Noordegraaf en G. Valk, De gave Gods: de pest in Holland vanaf de late middeleeuwen, Bergen 1988.
Notae quotidianae, zie Van Campen.
A. Pathuis, Groninger gedenkwaardigheden: teksten, wapens en huismerken van 1298-1814, Assen 1977.
Judith Pollmann, Een andere weg naar God: de reformatie van Arnoldus Buchelius (1565-1641), Amsterdam 2000. Zie de online-versie in DBNL.
O. Postma , ‘Slechte betalers in de gouden eeuw’, in: De Vrije Fries 45 (1962), p.155-160.
M. van Rhijn, ‘Wilhelmus Sagarus’, in: Nederlandsch archief voor kerkgeschiedenis 15 (1919) p. 115, 239; 30 (1938) p. 27; 35 (1946) p. 85.
Cornelia M. Ridderikhoff en Hilde de Ridder-Symoens, Les livres des procurateurs (enz.), dl 1, Texte des rapports des procurateurs, Leiden 1971.
Hilde de Ridder-Symoens, Cornelia M. Ridderikhoff en Detlef Illmer, Les livres des procurateurs de la Nation germanique de l’ancienne université d’Orléans, tome I, Premier livre des procurateurs 1444-1546, Biographies I-II, Leiden 1978-1980.
Ronald Rommes, ‘Op het spoor van de dood: de pest in en rond Utrecht’, in: Jaarboek Oud-Utrecht 1991, p. 94-120.
Gretje Schreiber, Ostfriesische Beamtenschaft, 5dl., Aurich 2007.
Heinrich Siebern, Die Kunstdenkmäler der Provinz Hannover: VI Regierungsbezirk Aurich, Heft 1 und 2, Stadt Emden, Hannover 1927.
Bernhard Spiegel, D. Albert Rizäus Hardenberg: ein Theologenleben aus der Reformationszeit, Bremen 1869.
Stamboek, zie M. de Haan enz.
J. Suringa, Groningen, zijn verleden en heden, Groningen 1899.
U. Thieme und F. Becker, Allgemeines Lexicon der bildenden Künstler, 37 dl., Leipzig 1907-1950.
Martin Tielke (ed.), Biographisches Lexikon für Ostfriesland, Aurich 1993-2001.
K.R. Velthuis, De opkomst van het tooneel te Groningen, Groningen 1883.
Klaas-Dieter Voss, ‘Doktor Alberts Staub und Schatten’, in: Ostfriesland Magazin, 10 (2002), p. 32-39.
Klaas-Dieter Voss, ‘Fehltritt mit dem Tanzbein’, in: Ostfriesland Magazin, 5 (2006), p. 42-49.
Oebele Vries, De heeren van den Raede: biografieën en groepsportret van het Hof van Friesland 1499-1811, Hilversum 1999.
Barteld de Vries, Het familiearchief Van Eysinga-Vegilin van Claerbergen, Leeuwarden 2008.
[NN] de Vries, ‘Grabinschriften aus der Grossen Kirche in Emden’, in: Jahrbuch der Gesellschaft für bildende Kunst und vaterländische Altertümer zu Emden, 8 (1888) 98-100.
Simon Vuyk, ‘Dumbar gevangen!’, in: Overijsselse Historische Bijdragen, 120e stuk (20050, P. 129-159.
J. de Wal, ‘Nederlanders, studenten te Heidelberg’, in: Mededeelingen gedaan in de Vergaderingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, 1885-1886.
Johs. Wenning IJz., ‘Grafsteen van Pieter van Loo en Catharina van Dekema, te Leeuwarden’ [lees: Pieter van Dekema en Catharina van Loo], in: De Nederlandsche Leeuw, 9 (1884), p. 69.
Joannes de Witt, zie A. Hulshof
WNT, Woordenboek der Nederlandsche taal, 27 dl., ’s-Gravenhage-Leiden 1882-1994.

Handschriften

Joannes de Witt, Inscriptiones variaque tam prisci aevi quam medii et moderni saeculi monumenta diversis in locis et regionibus observata. (UB Utrecht, ms nr. 1647, 42 pag.).

Collectie

Monumenta quaedam