
Isselsteinense dominium quamvis iure optimo ac summo ad Ultraiectinos pertineat. Cum tamen ad Egmondanos per matrimonium pervenisset, Hollandorum ac Burgundionum se armis illi in libertatem vendicarant, nec agnoscere dominos Ultraiectinos ultro voluerunt.
In templo haec nuper signa et epitaphia vidi ac descripsi.
In sarcophago pavimenti
Hier leyt begraven Adrian Antonissoon van Meerlae, die sterft anno 1594 *
Ibidem in lapide ceruleo *
Anno 1565, den 3 aprilis, sterft Jan van Berck, rentmeester tot Iselstein.
Anno 1557 sterft Margareta van Lostat.
In een glas aen vier parcken staen de navolgende wapenen *
In deselve kerck hangen noch de navolgende 4 bannieren van den grave Philips van Hoenloe *
In 't choor staet een verheven swarte marbre tombe ontrent V ofte 6 voeten hoge, daerop leggende is een vrou van witte steen mit haer acht wapenen, ende dit navolgende scrift:
Hier leyt begraven de eedelwaelgeboren joffrou Alit, oudste dochter van Culemborch, vrou van Iselsteyn, die sterft anno XIIIIcLXXI, den 21 julii, bidt voor de ziel. 1 *
(In de marge: Culemborg met Van der Lec, staen confuse. Haer man voerden Egmont gequart met Moers, soo joncker van Rietwijc niet en failt. Iselstein boven al).
An de suytsijde van deselve kerck staen deese wapenen, mij onbekent *
Ibidem noch op een sarck staen dese woorden, met de wapenen van Baexen ende Suylen: 2
In 't jaer ons Heeren XVcXVIII, in mey, sterft Wolfaert van Baexen.
Anno XVcXXVIII, den XV octobris, sterft joffrou Maria van Zulen, sijn huysfrou.
(in de marge: Den 17 julii. 'Wauter' habet R[ietwijc], sijn wapen lion coronnée à la bordure esgrellée).
Noch op een ander: Hier leyt begraven Gijsbert van Baexen, ende sterft in 't jaer ons Heeren MDXLIX (in de marge: 49), op den VIII octobris.
In januario 1623 gestorven tot Utrecht joffrou Adriana Boysers, weduwe van den commandeur te Meurs, Cluyt, ende tot IJselstein begraven.
1 Bloys Utr. p. 300 nr. 3. Bloys leest 'den XXsten dach'.
2 Bloys Utr. p. 301 nr. 10. Bloys leest 'den XVII dach van mey sterft Wolter', en 'den XXV octobris'.
IJsselstein is een heerlijkheid die weliswaar hoge en lage jurisdictie heeft, maar toch eigenlijk onder de bisschop van Utrecht valt. Omdat de heerlijkheid door huwelijk aan de heren van Egmond toeviel, stelden deze hun vrijheid veilig met gewapende steun van Holland en Bourgondië. De bisschop van Utrecht wilden zij niet meer als hun heer erkennen.
In de kerk heb ik onlangs deze wapens en opschriften gezien en opgeschreven.
Op een zerk in de vloer:
Adriaan Antonisz van Meerlo, ligt hier begraven, hij stierf in 1594 *
Op dezelfde plaats op een blauwe steen *
Jan van Berk, rentmeester van IJsselstein, stierf 3 april 1565.
Margareta van Lostad stierf in 1557.
In een raam staan in vier velden de volgende wapens *
In dezelfde kerk hangen nog de volgende vier banieren van graaf Philips van Hohenlohe *
Op het koor staat een verheven zwarte marmeren tombe omtrent vijf of zes voet hoog, en daarop ligt het beeld van een vrouw van witte steen met haar acht wapens,1 en het volgende opschrift:
Aleid, oudste dochter van Culemborg, vrouwe van IJsselstein, ligt hier begraven, zij stierf 21 juli 1471, bid voor haar ziel. *
(in de marge: [De kwartieren van] Culemborg en Van der Lek, staan verward door elkaar heen. Haar man voerde Egmond gekwartierd met Meurs, als jonker van Rietwijk zich niet vergist. IJsselstein bovenaan).2
Aan de zuidzijde van de kerk staan deze wapens, mij onbekend *
Op een zerk daar staan deze woorden, met de wapens van Baexem en Zuilen:
Wolfert van Baexem stierf in mei 1518 .
Maria van Zuilen, zijn vrouw, stierf 15 oktober 1528.
(in de marge:. Rietwijk geeft '17 juli, Wouter', zijn wapen een gekroonde met een gekartelde (?) rand). 3
Op een ander: Gijsbert van Baexem, ligt hier begraven, hij stierf 8 oktober 1549.
Adriana Boysers, weduwe van [Geerlof Jansz] Kluit,4 commandant te Meurs, in januari1623 te Utrecht gestorven en te IJsselstein begraven.
1 Deze renaissancetombe (van na 1540?), wsch. van Jean Mone uit Mechelen, is nog aanwezig, ook na de brand van 1911.
2 Rietwijk: 'Son marij portoit d'Egmont escartelé de Meurs, surtout d'IJsselsteyn. Tout ordinaire'. UBU hs. 8.N.7,2, fol. 26, ongedateerd.
3 Bloys Utr. p. 300 nr. 3. 'De wapens Van Baexen (een leeuw) en Zuylen; helmteeken een muts met een pluim.'
4 Op 20 april 1610 had iemand een vordering op Geerloff Jansz Cluyt, 'eertijts baillu tot Schoonhoven, nu capitain' (HUA, Not. Archief).
Bladeren
Weergave