Archief van de familie Hardenbroek, inventarisnummer 457-c-29, onbekend handschrift.
Geschreven zelfportret van Belle.

Portrait de Mademoiselle De Zuylen par Elle-meme
Compatissante par tempérament, libérale et généreuse par penchant, Zélide n'est bonne que par principe. Quand elle est douce et facile, sachez-lui en gré, c'est un effort. Quand elle est longtemps civile et polie avec des gens dont elle ne se soucie pas, redoublez d'estime, c'est un martyre.
Naturellement sa vanité est sans bornes. La connaissance et le mépris des hommes lui en eurent bientôt donné. Cependant, elle va encore trop loin au gré de Zélide elle-même. Elle pense déja que la gloire n'est rien au prix du bonheur; mais elle ferait encore bien des pas pour la gloire. Quand est-ce que les lumières de l'esprit commanderont aux penchants du coeur? Alors Zélide cessera d'être coquette.
Triste contradiction! Zélide, qui ne voudrait pas sans raison frapper un chien, écraser le plus vil insecte, voudrait peut-être dans certains moments, rendre un homme malheureux, et cela pour s'amuser, pour se procurer une espèce de gloire, qui même ne flatte pas sa raison, et ne touche qu'un instant sa vanité. Mais le prestige est court, l'apparence du succès la fait revenir à elle-même. Elle n'a pas plus tôt reconnu son intention, qu'elle la méprise, l'abhorre et veut y renoncer pour jamais.
Belle van Zuylen, portret van Mlle van Z.... onder de naam Zélide.
Zélide, met haar meevoelende natuur en haar geneigdheid tot tolerantie en atruïsme, is alleen uit principe goed. Wees haar dankbaar als ze mild en toegeeflijk is, want het kost haar moeite, en als ze lang achtereen vriendelijke en beleefd doet tegen mensen om wie ze niets geeft, waardeer dat dan extra want het is een martelgang voor haar.
Ze is grenzeloos ijdel. Als dat niet van nature zo geweest was, zou ze door kennis en minachting van de mens wel vlot ijdel zijn geworden. Maar daarin gaat ze in haar eigen ogen te ver. Ze weet al wel dat roem die ten koste gaat van het geluk niets waard is, maar toch zou ze er heel wat voor overhebben. Wanneer zal haar verstand de baas worden over haar gevoelens? Pas dan houdt Zélide op koket te zijn.
Maar helaas, wat een tegenstrijdigheid! Zélide zou zonder reden het smerigste insect nog niet doodtrappen en geen hond slaan, terwijl ze soms ineens zin kan hebben iemand ongelukkig te maken, alleen maar voor haar plezier en voor een soort prestige dat zelfs haar verstand geen genoegen doet en maar eventjes haar ijdelheid streelt. Als dat prestige dan van korte duur blijkt, komt ze door de schijn van succes weer tot zichzelf. Nauwelijks beseft ze wat ze wil, of ze kijkt er al op neer, heeft er een hekel aan en wil er voor immer van af.
Bladeren
Weergave