
L'étourdi papillon un jour traversant l'onde
Par monts, par vaux, arrive en un jardin
Ou Flore de sa propre main
Cultivait à plaisir une fleur sans seconde,
L'honneur des Cieux et l'ornement du monde.
La Rose aimait nombreuses cours;
On ne la voyait pas toujours
Avec grand choix, trop bien accompagnée.
Parmi ses courtisans une grosse Araignée
Tenait fort joliment son coin
Passant pour grand esprit, et s'en faisant accroire.
Avec quelques talents, et beaucoup de memoire
Dans le Monde l'on va fort loin.
Le papillon fait bientôt connaissance,
Plaisante, rit, et de prudence
Croyant avoir aucun besoin
Se permet mille traits d'enfance.
Soit que Dame Araignée eut jalousie au coeur,
Ou simplement mauvaise humeur,
Contre le papillon méditant une trame
Près de la Rose elle manda sa soeur
Autre Araignée. Elle écrivit, `Madame
Vite venez, venez voir dans ces lieux
Un papillon, animal curieux;
De l'esprit il en a, peut-être il n'a point d'âme;
Je le crois vain, méprisant, glorieux;
Ensemble rabattons son caquet orgueilleux,
Faisons finir l'éternel badinage
Dans nos filets que l'imprudent s'engage,
Le triomphe en sera, ce me semble, assez doux
Et la victoire fort aisée.
Op een dag vloog de onbesuisde vlinder over het water,
Langs berg en dal, en kwam aan in een tuin,
Waar Flora eigenhandig en naar hartelust
Een bloem opkweekte zoals er geen tweede bestaat.
De hemel stelt er een eer in, en het is een sieraad voor de aarde.
De roos hield van gezelschap.
Men zag haar niet altijd
Omringd door publiek van de beste soort.
Temidden van haar hovelingen nam een dikke vette spin
Een heel mooi plekje in.
Hij ging door voor een grote geest en geloofde het zelf ook nog.
Met een beetje talent en een sterk geheugen
Kun je het in deze wereld heel ver schoppen.
Weldra maakt de vlinder kennis met hem,
Maakt grapjes, lacht en meent
Geen enkele behoefte te hebben aan voorzichtigheid:
Hij permitteert zich duizend kinderachtigheden.
Mogelijk was het hart van mevrouw de spin vol jalouzie,
Of ze was eenvoudig in een slecht humeur.
Ze beraamt een komplot tegen de vlinder
En nodigt haar zuster, ook een spin, uit
Bij de roos langs te komen. Ze schreef: `Mevrouw,
Kom snel, Kom hier en zie
Een vlinder, een merkwaardig dier,
Hij heeft wel geestigheid, maar misschien geen ziel.
Ik vind hem ijdel, minachtend, opschepperig
Laat ons er samen voor zorgen dat hij een toontje lager zingt,
Laat ons een eind maken aan zijn eeuwige grappemakerij,
Laat ons dat onvoorzichtige dier in onze spinnewebben lokken.
De overwinning zal, lijkt mij, erg zoet zijn
En bovendien erg eenvoudig.
Bladeren
Weergave