Brief van Belle aan een vriendin van Graaf Dönhoff


Archief van de familie Van Hardenbroek, inventarisnummer 457-c 29 verso blanco; handschrift GJvH; titel later toegevoegd in het handschrift van GJvH.

Belle schrijft in deze brief dat haar brief aan Dönhoff moet verdwijnen om een schandaal te voorkomen.


Brief van Belle aan een vriendin van Graaf Dönhoff

Transcriptie

Lettre de Mlle de Z. au C.D. Mlle P. pour le C.D. 1755 ou 1756
Je trouve votre petit ami prudent, ou généreux à l'excès, ma petite soeur. C'est de bien bonne foi qu'il m'évite, car je ne le rencontre nulle part: et depuis près d'un mois je cherche inutilement de lui dire quelque chose; et vous, vous êtes si excessivement raisonnable et si délicate, que vous ne voudriez pas, quand je vous en prierais cent fois, me procurer un instant d'entretien. Je n'ose m'en fier pour cela à personne. Ecrire serait honteux. Montrez-lui donc ce billet, c'est le seul expédient que je sache.
Je voudrais fort que ma lettre n'existât plus. Je ne doute pas du tout de sa discrétion, mais je crains un oubli, une négligence, des choses qu'on ne saurait prévoir. D'ailleurs je voudrais anéantir ce monument de ma faiblesse. Peut-être celui qui en est l'objet me la pardonne à présent. Dans quelques années il la trouvera si ridicule, et une lettre, quoiqu'on s'en souvienne bien, est tout autrement qu'une lettre qu'on peut relire. Qu'il la brûle donc, elle fera la flamme la plus pure qui fut jamais.
Je souhaitais encore lui dire le grand motif d'une si étrange démarche; le voici. Après la conversation en jagt [yacht] et chez Mme Roosmale, j'ai senti que je croirais bientôt tout ce qu'il voudrait. Que j'oublierais bientôt quel homme il est, comment il aime, ou que si je m'en souvenais, je saurais me persuader que s'il n'avait pas été constant, c'est qu'il n'avait pas aimé de femme aimable, que je l'étais moi. Que quand ce que je puis avoir d'agréments extérieurs, les seuls qu'il me connaisse, ne le frapperaient plus, il me trouverait assez d'esprit pour l'amuser, assez de sentiments pour l'attacher, assez de diversité pour que je lui parusse toujours nouvelle; et qu'en dépit des gardiens et des jaloux nous nous aimerions constamment.
J'ai senti, dis-je, que je me persuaderais tout cela; l'illusion commençait à se former, mais elle n'était pas assez forte encore pour que je la méconnusse. J'ai vu combien elle était folle, combien elle me préparait de chagrins. C'est pour les prévenir, pour m'ôter toute liberté, que je fais cet humiliant aveu, après lequel la moindre faiblesse me rendrait méprisable.
Que le C. de D... ne pense donc point que je n'ai pu me taire. Qu'il voie que c'est par un effort de raison et contre mon penchant que j'ai parlé. Mais ma chère soeur, pour que l'effort soit plus grand, le sacrifice plus glorieux, la raison plus triomphante, je tâcherai de bannir le C. de D... de mon coeur. Je me déferai de cette folle admiration pour une constance déplacée, je mettrai (si je puis) plus de gloire à vaincre un penchant qu'à le conserver toujours, et sûrement il y en a plus pour moi. L'un me serait aisé, l'autre m'est presqu'impossible. Je ne veux plus souhaiter sans cesse de voir le C.D. Je ne veux plus penser à lui à toute heure. Je ne veux plus même vous en parler. Voilà qui est fini. Montrez-lui tout ce billet, je vous en supplie, et puis n'en parlons plus jamais. Je ne prononcerai plus son nom que comme un autre nom. Mon Dieu, que je serais heureuse s'il m'était comme un autre.


Vertaling

Belle van Zuylen aan mejuffrouw P. voor Graaf Dönhoff
Beste vriendin, uw vriend is wel heel erg op zijn hoede, of uitzonderlijk edelmoedig. Uit pure goedheid gaat hij me bewust uit de weg, want ik kom hem nergens tegen. Al bijna een maand zoek ik een gelegenheid hem iets te zeggen, maar tot nu toe tevergeefs. En u, u bent zo uitzonderlijk verstandig en zo tactvol dat u, ook al vroeg ik het honderdmaal, nooit een kort onderhoud met hem zou willen regelen voor mij. Toch durf ik in deze kwestie niemand anders in vertrouwen te nemen. Hem schrijven is uitgesloten; dat zou vernederend zijn. Laat hem dus dit briefje zien, het is het enige wat ik kan verzinnen.
Ik zou erg graag willen dat mijn brief niet meer bestond. Ik twijfel geen moment aan zijn discretie, maar ik ben bang dat hij hem laat slingeren; er kan trouwens van alles gebeuren. Die brief is een monumentale zwakheid, en hij moet verdwijnen. Misschien heeft de geadresseerde er op het ogenblik nog begrip voor, maar over een paar jaar vindt hij hem volslagen belachelijk. Een brief waarvan je je alle details herinnert is heel wat anders dan een brief die je kunt herlezen. Hij moet die brief dus verbranden: dat wordt de zuiverste vlam die ooit bestaan heeft.
Verder zou ik hem de hoofdreden van deze wel heel ongebruikelijke stap willen zeggen. Na ons gesprek op het jacht en bij mevrouw Roosmale, heb ik namelijk gemerkt dat, als het zo doorgaat, ik hem in alles op zijn woord ga geloven. Dan vergeet ik wat voor man hij is en wat hij onder liefde verstaat. En stel dat ik me dat nog wel herinnerde, dan zou ik in staat zijn mijzelf wijs te maken dat hij zo onberekenbaar is, omdat hij nooit wederliefde heeft gevonden, behalve bij mij. Ik zou mezelf aanpraten dat als hij uitgekeken was op mijn lichaam, de enige schoonheid waar hij nu op afkomt, hij geboeid zou worden door mijn geest; ik zou hem aan mij binden door mijn gevoelens, en door mijn brede belangstelling in zijn ogen steeds nieuw lijken. Zo zouden wij elkaar ondanks mijn ouders en alle afgunst altijd trouw beminnen.
Ik zei net al dat ik merkte dat ik mezelf hiermee voor de gek zou houden. De illusie werd steeds sterker, maar gelukkig zag ik nog bijtijds wat er werkelijk aan de hand was: dit onzinnige idee zou me vroeg of laat diep ongelukkig maken. Om hier een stokje voor te steken en mijzelf volledig voor het blok te zetten, doe ik u deze vernederende bekentenis. Dan kan ik me later tenminste geen enkele zwakheid meer permitteren zonder in eigen ogen af te gaan.
Graaf Dönhoff moet dus niet denken dat mijn gevoelens zo sterk waren dat ik niet langer kon zwijgen. Hij moet begrijpen dat ik mijn gevoelens geweld heb aangedaan: ik heb alleen maar gesproken omdat mijn verstand dat wilde. Een hele prestatie, waar ik best trots op ben. Het verstand heeft gewonnen. Maar, lieve vriendin, ik wil mezelf overtreffen met een nog groter offer: ik zal proberen Graaf Dönhoff uit mijn hart te bannen. Ik zal die idiote bewondering en die misplaatste trouw van me afzetten. Als dat lukt, als ik mijn liefde kan overwinnen, is dat veel eervoller voor mij dan hem altijd trouw te blijven. Dat laatste zou mij gemakkelijk vallen, het eerste is me bijna onmogelijk. Ik wil af van het verlangen Graaf Dönhoff voortdurend te zien. Ik wil niet langer elk uur aan hem denken. Ik wil zelfs niet meer over hem praten met u, de zaak is afgedaan. Laat hem deze hele brief zien, ik smeek het u, en laten we het er nooit meer over hebben. Ik zal zijn naam niet meer uitspreken als een speciale naam. God, wat zou ik gelukkig zijn als hij voor mij was zoals ieder ander!


Belle van zuylen

Bladeren

Weergave