Brief van Belle aan Count von Dönhoff, 1v


Brief van Belle aan Count von Dönhoff, 1v

Transcriptie

Je tombais pour quelque temps dans une mélancolie qui inquiéta fort mon père et ma mère; je n'ai jamais voulu en dire la raison, mais je crois qu'ils l'ont soupçonnée, et que de là vient qu'on me garde si soigneusement. Je revins à U.... après 18 mois d'absence. J'espérais vous revoir sans émotion. Je craignais, je m'armais, je vous vis chez mes soeurs, et je me persuadais que j'étais tranquille. Je me félicitais de ma victoire. Mais je vous vis plusieurs fois. L'illusion disparut, et mon triomphe fut bien douteux. Je voulais tant que je vivrais vous cacher ma folie, mes yeux ont été trop sincères, et les vôtres trop pénétrants, et ne pouvant douter qu'ils m'aient devinée, je me suis résolu à vous écrire ceci. D'abord par un certain penchant dont je ne puis expliquer la cause, et puis par ce que j'espère, que connaissant tout mon malheur, vous ne vous en moquerez point. Si le contraire arrive, si cet aveu vous donne du mépris, ce sera pour moi un vrai bonheur. La passion est clairvoyante, je le verrai ce mépris, et vous me deviendrez odieux.
Ah! D..., que je suis malheureuse! Mon choix pouvait flatter le plus grand orgueil, ma tendresse aurait satisfait l'amour le plus délicat et le plus tendre; et tout cela tombe sur un homme qui n'en peut sentir le prix, qui en est indigne par son inconstance et son libertinage. Si vous m'aviez aimé autrefois... Eh! puis je le souhaiter! Ne devrais-je pas frémir en pensant aux fautes où cela eût pu me conduire, et aux regrets qui les auraient suivis. S'il est vrai que vous m'aimiez à présent, c'est d'un amour qui à peine en mérite le nom, trop de fois senti pour avoir encore quelque force, trop accoutumé à changer d'objet pour se fixer sur moi.
Aussi ne pensez pas que j'en sois fort flattée, ni que je veuille jamais y répondre. Moi que la nature et l'éducation ont mis au-dessus de la plus grande partie de mon sexe, moi qui crois mériter l'hommage de l'âme la plus indomptée et la plus fière, me contenterai-je des restes de votre coeur? Si la raison et la fierté ont eu peu d'empire sur mes sentiments, elles en auront un absolu sur mes actions, et elles me défendent désormais jusqu'au soin de vous plaire. Adieu D..., puisse mon amour n'être bientôt plus que comme un songe après le réveil.

J.A.E.


Vertaling

Een tijdlang leed ik aan depressies, tot grote bezorgdheid van mijn vader en moeder. De reden daarvan heb ik ze nooit willen vertellen, maar ik denk dat ze het vermoed hebben, en dat ik daarom zo goed in de gaten gehouden word.
Na achttien maanden kwam ik terug in Utrecht. Ik hoopte u in de ogen te kunnen kijken zonder mijn kalmte te verliezen. Ik maakte me bij voorbaat zenuwachtig en sprak mezelf moed in, en toen ik u tegenkwam bij mijn vriendinnen maakte ik mezelf wijs dat alles in orde was. Ik wenste mezelf geluk met mijn overwinning, maar na een paar keer verdween die illusie en mijn succes werd wel heel twijfelachtig. Ik had zo gewild mijn hartstocht voor u verborgen te kunnen houden, maar mijn ogen zijn te eerlijk geweest en de uwe te scherp. En omdat ze ongetwijfeld mijn geheim geraden hebben, heb ik het besluit genomen u dit te schrijven. Ten eerste uit een onverklaarbare sympathie, en ook in de hoop dat u, volledig op de hoogte van mijn trieste lot, er geen grapjes over zult maken. Mocht deze bekentenis anders uitpakken dan is dat voor mij een geschenk uit de hemel. Hartstocht geeft een scherpe blik: uw gebrek aan respect zal niet onopgemerkt blijven en ik zal u verafschuwen.
Oh, Dönhoff, wat ben ik toch ongelukkig! De hoogsten in het land zouden zich gevleid voelen als mijn keuze op hen viel en de meest zorgzame minnaar zou zich gelukkig prijzen met mijn tedere liefde. En wie kies ik uit? Een man die niet in staat is mijn liefde op juiste waarde te schatten. Die hem niet verdient, die niet te vertrouwen is vanwege zijn losbandige levensstijl.
Als u mij destijds uw liefde had geschonken ... Ach, was het maar zo! Eigenlijk zou ik moeten huiveren als ik bedenk waartoe zo'n misstap had kunnen leiden. Nog afgezien van het onvermijdelijke berouw! Als het waar is dat u me nu liefhebt is dat een liefde die die naam nauwelijks verdient. Een gevoel te routineus om nog kracht te hebben. U bent zo gewend aan verandering dat u zich nooit aan mij zult kunnen binden.
U moet dus niet denken dat ik me ook maar in het minst gevleid voel door uw `liefde', en dat ik er ooit op in zal gaan. Door mijn afkomst, mijn talenten en mijn opvoeding steek ik mijlenver uit boven het gros van mijn sexe-genoten. Ik denk aanspraak te kunnen maken op de avances van de meest onstuimige en zelfbewuste minnaar. Zou ik me dan tevreden stellen met de restjes van uw hart? Ook al zijn mijn verstand en mijn trots er niet in geslaagd mijn gevoelens aan banden te leggen, ze zullen een absolute heerschappij voeren over mijn daden, en zij verbieden mij voortaan zelfs maar vriendelijk tegen u te doen. Vaarwel Dönhoff, moge mijn liefde binnenkort niet meer zijn dan een droom na het ontwaken.


Belle van zuylen

Bladeren

Weergave