Archief van de familie Van Hardenbroek, inventarisnummer 457-c29 2 r/v blanco; handschrift GJvH; titel later toegevoegd in het handschrift van GJvH.
In de winter van 1754-1755 ontmoette Belle de Poolse graaf Pieter von Dönhoff, ritmeester in een Utrechts regiment cavalerie. Zij werd verliefd, maar hij zag het veertienjarige meisje niet staan. De brief dateert uit 1757. Dönhoff had nu ook belangstelling voor Belle, maar begreep inmiddels dat zij voor Dönhoff niet meer dan een avontuurtje zou zijn.

Lettre de Mlle de Zuylen au Comte de Dönhoff, 1754 ou 1756 Z. au C.D.
Vous m'avez pénétrée, Monsieur, malgré tous mes soins. Vos discours me l'ont dit, votre air me l'a confirmé. J'y ai vu bien moins de penchant que de persuasion de ma faiblesse. Puisqu'elle vous est connue, je veux vous engager à la respecter, en vous faisant plaindre mon malheur.
Souvenez-vous, si vous pouvez, de ce jour très indifférent pour vous, mais pour moi un des plus intéressants de ma vie, où arrivant de Pologne, vous vîntes chez ma tante Singend[onc]k; à peine vous eus-je vu, qu'une agitation inconnue, et bien forte pour une fille de quatorze ans, s'empara de moi; ma raison n'eut pas le temps de parler, et mon coeur fut pris avant qu'il se doutât du piège.
L'attachement le plus raisonnable n'aurait pu être plus constant. Depuis lors je n'ai jamais vu sans émotion ni le Comte de Dönhoff ni rien qui me rappella son idée. Je doutais encore quelquefois si je vous aimais, mais hélas! après le premier hiver que vous passâtes ici, je n'en fus que trop sûre, je ne sentis que trop clairement la plus vive, la plus folle, et la plus malheureuse passion. Pour lors j'appris l'amour.... pour lors ..... Non, je rougis en me rappellant ces circonstances. Je quittais U.... [Utrecht] et j'allais à la campagne. Ni l'absence, ce grand remède à l'amour, ni la raison qui devrait tout gouverner, ni la honte d'aimer un homme qui ne m'aimait pas, qui en aimait tant d'autres, indignes d'être aimées, et qui faisait presque sa seule étude, son unique occupation d'en conter à toutes les femmes, rien ne put me guérir. Combien ne m'avez-vous pas fait verser des larmes? Combien de fois n'ai-je pas souhaité que la mort vint finir ce combat terrible et éternel de ma raison et de mon coeur, de l'amour et de la fierté! Je me suis mille fois représentée mourante, contente de mourir, et mes dernières paroles vous avouant ma tendresse.
Belle van Zuylen aan Graaf Dönhoff
Mijnheer, u doorziet mij volledig, en ik heb nog zo mijn best gedaan dat te voorkomen. Ik merkte het aan wat u zei, en uw gedrag heeft het bevestigd. Daar sprak niet veel genegenheid uit, eigenlijk alleen een besef van mijn zwakheid. Omdat u daar alles van weet, wil ik dat u belooft geen misbruik te maken van wat ik u ga vertellen. Ik voel me namelijk doodongelukkig.
Kunt u zich de dag herinneren waarop u, juist terug uit Polen, op bezoek kwam bij mijn tante Singendonck? Voor u een dag als alle andere, maar voor mij een van de belangrijkste in mijn leven. Zodra ik u zag overviel mij een vreemd soort opwinding, wel heel sterk voor een meisje van veertien. Mijn verstand kreeg niet de tijd om te spreken, en mijn hart was gevangen voordat het ook maar dacht aan een valstrik.
Niets is zo hecht als een relatie gebaseerd op een verstandelijke beslissing, maar mijn band met u was minstens zo hecht. Sinds dat eerste ogenblik is elke ontmoeting met Graaf Dönhoff voor mij een emotionele gebeurtenis geweest, ook als ik alleen maar aan hem dacht. Soms twijfelde ik of het wel liefde was, maar helaas, na uw eerste winter hier, wist ik het maar al te zeker. Het gevoel was onmiskenbaar: de heftigste, de meest waanzinnige en de meest ongelukkige hartstocht. Toen leerde ik de liefde kennen .... toen .... nee, ik bloos als ik terugdenk aan wat er gebeurd is.
Ik ging weg uit Utrecht en installeerde me op ons kasteel. Maar niets kon me genezen: niet de afstand, het beste middel tegen de liefde, niet het verstand dat eigenlijk in alles de baas moet zijn, en ook niet de genante situatie dat ik verliefd was op een man die zijn liefde schonk aan zoveel vrouwen die dat niet waard waren. Niet aan mij. Bijna al zijn tijd ging op aan veroveringen: alle vrouwen die hij kon krijgen.
Hoeveel hete tranen heb ik niet om u moeten schreien? Hoe vaak heb ik de dood niet gesmeekt een eind te maken aan die ondraaglijke, onophoudelijke strijd tussen mijn verstand en mijn hart, mijn liefde en mijn trots! Duizend maal beeldde ik mij in dat ik op sterven lag - in volle berusting - en mijn laatste woorden waren een tedere liefdesverklaring.
Bladeren
Weergave