831-12 C.J.A. de Ranitz 1946 1970 A.B.R. du Croo de Vries en G.J. Röhner 831-12 C.J.A. de Ranitz Het Utrechts Archief Toegangstitel Inventaris van archivalia van jhr. C.J.A. de Ranitz 1946-1970 Auteur A.B.R. du Croo de Vries en G.J. Röhner Datering bewerking 1995 / 2006 / 2012 Openbaarheid Privé archief niet volledig openbaar Rechtstitel Opneming in beheer van een particulier, niet in eigendom verkregen Families en Personen Categorie 2.11 Personen Rubrieken 1. Inleiding Jhr. Constant Johan Adriaan de Ranitz werd op 3 april 1905 te Den Haag geboren en is op 24 februari 1983 te Driebergen overleden. Hij studeerde rechten in Leiden, waar hij in 1938 promoveerde. Van 1930-1948 was hij werkzaam bij enkele departementen in Den Haag, het laatst bij het departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Van 15 december 1948 tot 1 mei 1970 was hij burgemeester van Utrecht. Hoewel hij niet naar het burgemeesterschap van Utrecht gesolliciteerd had, werd hij toch door de koningin in die functie benoemd. De Ranitz vertegenwoordigde geen politieke partij. Gedurende de ambtsperiode van De Ranitz werd het grondgebied van de gemeente Utrecht met 2300 hectare tot 5300 hectare uitgebreid door de annexatie per 1 januari 1954 van de voormalige gemeente Zuilen en de gebieden Hoograven (voorheen behorende bij de gemeente Jutphaas), Tuindorp (voorheen behorende bij de gemeente Maartensdijk) en Kanaleneiland (voorheen behorende deels bij de gemeente Jutphaas en deels bij de gemeente Oudenrijn). Het aantal inwoners groeide van 198.000 tot 241.000. Eind 1959 nam de gemeenteraad de eerste besluiten over de demping van de stadssingels volgens het plan van de Duitse verkeerskundige Max Erich Feuchtinger. Deze besluiten ondervonden grote tegenstand bij de burgerij, die ook niet akkoord ging met plannen om de oude binnenstad voor het verkeer open te leggen. Het gemeentebestuur kreeg te maken met inspraak van de bevolking. De Ranitz was een bestuurder van de oude stempel: volgens hem konden de burgers onmogelijk het geheel van een probleem overzien. Zij belichtten het probleem eenzijdig en dan vaak ook nog emotioneel. Volgens De Ranitz moest de burgerij uitgaan van de goede bedoelingen van de overheid. Hij was ook van mening, dat bij een openbare discussie slechts weinig burgers kwamen, die men moeilijk representatief voor de gehele bevolking kon noemen. Toch hebben de protesten van de Utrechtse bevolking resultaat gehad. Pas na ministeriële goedkeuring kon in 1968 slechts een gedeelte van zowel de Weerd- als de Catharijnesingel worden gedempt. De overige singels bleven open en de binnenstad werd niet aan het autoverkeer opgeofferd. De stad Utrecht kreeg in de jaren zestig nieuwe woonwijken in Overvecht en Kanaleneiland. De plannen voor Tuindorp-Oost, de Uithof, Rijnsweerd en Lunetten werden voorbereid. De stationswijk moest wijken voor het grootse Hoog Catharijne. Met instemming van De Ranitz werd in 1967 een samenwerkingsverband tussen gemeenten in de provincie Utrecht op basis van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen in het leven geroepen, dat de naam Kring Midden-Utrecht kreeg. De belangrijke gemeenten De Bilt en Zeist deden echter niet mee. De samenwerking tussen de negen overige gemeenten verliep moeizaam. In 1977 werd de Kring Midden-Utrecht weer opgeheven. De inmiddels legendarisch geworden manifestatie "Flight to Lowland's paradise" voor de Utrechtse beatjeugd in de nacht van 24/25 november 1967 werd niet door De Ranitz tegengewerkt. Integendeel, hij kwam zelfs kijken, al was het maar voor een kort ogenblik. De organisatie van de "Flight" haalde de landelijke pers, toen het college van B. en W. van Utrecht aanvankelijk weigerde zich garant te stellen. De Ranitz en twee wethouders wisten de rest van het college van B. en W. over de streep te halen om aan deze manifestatie medewerking te verlenen. Als curator van de Rijksuniversiteit Utrecht had De Ranitz eind jaren zestig te maken met opstandige studenten. Hij had begrip voor inspraak van studenten, maar de manier waarop dat gebeurde, keurde hij af. Hij verweet de jeugd niet constructief te kunnen denken. De Koninklijke Nederlandse Jaarbeurs groeide en nam in betekenis toe. Tal van nieuwe hallen werden tijdens het burgemeesterschap van De Ranitz gebouwd met het Beatrixgebouw, een congreshal die in januari 1970 werd geopend, als schitterend sluitstuk. De Ranitz had twee liefhebberijen: de muziek en het alpinisme. Zelf was hij geen onverdienstelijk pianist, die in het openbaar met een orkest de pianoconcerten van Grieg en Rachmaninoff of de "Variations symphoniques" van César Franck ten gehore bracht. Jarenlang was hij voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Alpenvereniging. Hij verleende zijn medewerking om de Himalayabeklimming door enkele leden van de vereniging in 1964 mogelijk te maken. Sportbeoefening vond De Ranitz belangrijk. De groei van Anton Geesink tot uiteindelijk Olympisch kampioen judo alle categorieën in 1964 volgde hij op de voet. In de wereldberoemde Anton Geesink zag De Ranitz een goede ambassadeur voor Utrecht in het buitenland. Als voorzitter van de Stichting "Oranjehotel" hechtte De Ranitz grote waarde aan de oorlogsherdenking en de viering van bevrijdingsdag. Zelf had De Ranitz van april 1941 tot november 1942 gevangen gezeten wegens hulp aan Engelandvaarders en belediging van het Duitse Rijk en het Duitse leger. Tijdens het burgemeesterschap van De Ranitz is Utrecht letterlijk en figuurlijk gegroeid. Bij zijn afscheid ontving De Ranitz de gouden erepenning van de gemeente Utrecht met de tekst: "die het eigene vergat voor de burgers van zijn stad." Tevens werd hij door de koningin benoemd tot commandeur in de orde van Oranje-Nassau. Bij die gelegenheid ontving zijn echtgenote mevrouw A.M. de Ranitz-de Brauw de zilveren erepenning van de stad met de inscriptie: "Die getrouwlijk aan zijn zijde zich ook stad en burgers wijdde." Mevrouw De Ranitz stond altijd naast haar echtgenoot bij representatieve verplichtingen. Bovendien was zij voorzitster van de Nederlandse Federatie voor Vrouwelijke Vrijwillige Hulpverlening en voorzitster van de Mytylstichting voor Utrecht en Omstreken, die zij in 1954 mede had opgericht. De Mytylschool "Ariane de Ranitz" aan de Blauwe-Vogelweg herinnert nu nog aan haar bemoeienissen met het lichamelijk gebrekkige kind. Op Koninginnedag 1969 werd mevrouw De Ranitz vanwege haar verdiensten benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau. In 1981 zijn door burgemeester De Ranitz archivalia aan de Gemeentelijke Archiefdienst van Utrecht in bewaring gegeven. Na zijn overlijden in 1983 volgde een aanvulling. De totale omvang bedraagt 5,0 m. Opvallend zijn de door De Ranitz gedurende zijn ambtsperiode aangelegde albums met foto's, brieven, krantenknipsels enz. In deze albums komen stukken voor die zowel op zijn persoonlijk leven als op zijn burgemeesterschap betrekking hebben. Vandaar dat men in de albums regelmatig brieven van leden van de koninklijke familie aantreft. De connectie met Soestdijk is ontstaan door de goede relatie tussen koningin Juliana en mevrouw De Ranitz, die van 1934-1940 hofdame van toen prinses Juliana is geweest. A.B.R. du Croo de Vries, juli 1995 1.1. Addendum In 2005 zijn drie pakken aan de archivalia van De Ranitz toegevoegd, die werden aangetroffen in de archieven van het gemeentebestuur van Utrecht van 1813-1969 (inv.nrs. 57-a-57-b en 58-a). De totale omvang bedraagt nu 5,1 m. J.N. van der Meulen, november 2005 1.2. Literatuur Graafhuis, A. De Utrechtse heren zeventien; zeventien Utrechtse burgemeesters en hun stad, 1813-1980. Utrecht, 1984. Vos de Wael, N.X.M.M. Portret van een periode: De Ranitz als burgemeester, 1948-1970. Utrecht, [1986]. 2. Inventaris Ingekomen stukken bij en minuten van uitgaande stukken van De Ranitz 1947-1967 7 pakken Alfabetisch op achternaam geordend. NB 1 1947-1948 (A-M) 2 1947-1948 (N-Z) 3 1949-1957 (A-M) 4 1949-1957 (N-Z) 5 1954-1960 6 1961-1964 7 1965-1967 Bureau-agenda's, waarin zakelijke en persoonlijke afspraken geschreven zijn 1949-1969 21 delen 8 1949 9 1950 10 1951 11 1952 12 1953 13 1954 14 1955 15 1956 16 1957 17 1958 18 1959 19 1960 20 1961 21 1962 22 1963 23 1964 24 1965 25 1966 26 1967 27 1968 28 1969 Albums met foto's, brieven, krantenknipsels enz., ontvangen en verzameld door De Ranitz gedurende zijn ambtsperiode 1949-1970 26 banden 29 1949 mrt-1949 okt 24 30 1949 okt 25-1951 okt 6 31 1951 nov-1953 dec 30 32 1954 jan-1956 mrt 13 33 1956 mrt 21-1957 jun 34 1957 aug 3-1958 aug 21 35 1958 aug 28-1959 apr 25 36 1959 apr 30-1960 mrt 30 37 1960 mrt 25-1961 apr 18 38 1961 apr 22-1962 jan 30 39 1962 feb-1963 apr 40 Het zilveren huwelijksfeest van koningin Juliana en prins Bernhard 1962 41 1963 mei-1964 jan 18 42 1964 jan 23-1964 aug 28 43 1964 aug 29-1965 feb 26 44 1965 mrt-1965 sep 14 45 1965 sep 13-1966 mei 46 1966 mei-1967 jan 4 47 1967 jan 11-1967 mei 17 48 1967 apr-1967 dec 49 1968 jan-1968 sep 11 50 1968 sep 10-1968 dec 30 51 1968 dec 16-1969 jul 11 52 1969 aug 12-1969 dec 30 53 1970 jan-1970 apr 54 Afscheid als burgemeester in april 1970 55 Verslag van de commissie van advies inzake de opleiding van tandartsen, waarvan De Ranitz voorzitter was, aan de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 1946. Afdruk 1 stuk 56 Lijst van officiële bezigheden van De Ranitz als burgemeester 1948-1967 1 stuk 57 Album met foto's van een door het burgemeestersechtpaar bijgewoond feest, georganiseerd door "Kindervreugd mei 1945" 1949 1 deel Stukken ontvangen en opgemaakt door De Ranitz als lid van het College van Regenten van de Stichting Slot Zuylen (1948) 1951-1970, z.j. 2 pakken 57 a (1948) 1951-1959, z.j. 57 b 1964-1970 58 Stukken betreffende de buitenlandse onderscheidingen, de verleende verloven en het ontslag van De Ranitz 1953-1970 1 pak 58 a Stukken betreffende de vereniging De Ridderschap van Utrecht, ontvangen door De Ranitz als lid van deze vereniging 1954-1970 1 pak 59 Ontvangstbewijs van bruiklenen van het Centraal Museum voor het Kabinet van de Burgemeester 1958 1 stuk 60 Handtekeningenregister van de receptie ter gelegenheid van het 12 1/2 -jarig ambtsjubileum van De Ranitz 1961 1 deel 61 Stukken betreffende besprekingen tussen het college van B. en W. en de Kamer van Koophandel en Fabrieken over de bevordering van de ontwikkeling van het bedrijfsleven in Utrecht 1963 1 omslag 62 Rapporten betreffende Utrecht als vergader- en congresstad 1963-1964. Met bijlagen, 1965, z.j. 1 pak 63 Krantenknipsels naar aanleiding van het 12 1/2 -jarig bestaan van de Stichting Nederlandse Federatie voor Vrouwelijke Vrijwillige Hulpverlening, waarbij De Ranitz een toespraak hield 1964 1 omslag 64 Stukken betreffende de bemoeienissen van De Ranitz met de Nederlandse Himalaya-expeditie 1964 1 pak 65 Stukken betreffende de door De Ranitz georganiseerde geldinzameling voor Anton Geesink bij het behalen van de Olympische gouden medaille in 1964 1964-1965 1 omslag 66 Rapport over het verenigingsleven in Utrecht, in het bijzonder in de wijk Kanaleneiland, door drs. A.J. van 't Veer 1965 1 stuk 67 Het verkeersplan voor de stad Utrecht door prof. Karlheinz Schaechterle, met aantekeningen van De Ranitz 1965. Met bijlagen 1 pak 68 "Basisplan voor de binnenstad van Utrecht", tweede rapport van een verkeersplan van Ir. J.A. Kuiper met vijf kaarten 1965. Met bijlage 1 band 69 Tekst van een interview met De Ranitz, gepubliceerd in het maandblad "Sozavox" van en voor het personeel van het ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid 1966 1 stuk 70 Tekst van een interview met mevrouw A.M. de Ranitz-de Brauw, gepubliceerd in Het Centrum 1969. Met bijlagen 1 omslag 71 Kranteknipsels naar aanleiding van het afscheid van De Ranitz als burgemeester 1970 1 pak 72 Album met foto's ter gelegenheid van het afscheid van De Ranitz als hoofd van de gemeentelijke politie [1970] 1 deel 73 Tekst van de toespraak van wethouder J. de Nooij tijdens de buitengewone vergadering van de gemeenteraad met De Ranitz voor het laatst als voorzitter [1970] 1 stuk ?? ?? ?? ??