335 inventaris van het archief van het huis rijnestein te cothen 1361-1949, door e.p. de booy, bewerkt door j.n. van der meulen 1361 1949 E.P. de Booy, bewerkt door J.N. van der Meulen 335 Huis Rhijnestein te Cothen Het Utrechts Archief Titel inventaris inventaris van het archief van het huis rijnestein te cothen 1361-1949, door e.p. de booy, bewerkt door j.n. van der meulen Titels nadere toegangen Geen nadere toegangen Rubriek 2.9 Huizen en Heerlijkheden Nummer 335 Titel Huis Rhijnestein te Cothen Datering 1361-1949 Omschrijving Inventaris van het archief van het huis Rhijnestein te Cothen Auteur E.P. de Booy, bewerkt door J.N. van der Meulen Datering toegang 2002 Openbaarheid Volledig openbaar Rechtstitel Schenking (van een niet overheidsarchief) 02 Personen, families en bevolking Rubrieken 2.9 Huizen en Heerlijkheden Rubrieken 1. Inleiding 1.1. Geschiedenis Het huis Rhijnestein ligt in het centrum van Cothen, aan de noordzijde van de Kromme Rijn. De oudste vermelding van het kasteel dateert uit 1361, het jaar waarin Margriet van Arkel, vrouwe van de Eem, ermee beleend werd. Rhijnestein had geen eigen gerecht, maar lag in het gerecht van Cothen. Rhijnestein was een leen van de heren van Wijk (bij Duurstede). In de dertiende eeuw was deze heerlijkheid in handen gekomen van de familie Van Zuilen, die zich behalve heren van Wijk ook heren Abcoude mochten noemen. In de veertiende eeuw kwamen daar nog de kleinere leenhoven van Woudenberg en van Zuilenburg bij. Zo ontstond een grote leenkamer, die van 1408-1459 behoorde aan Jacob van Gaasbeek. Margriet (of Margaretha) van Arkel werd met Rhijnestein beleend door Gijsbert heer van Abcoude na overdracht door Gijsbert van Bloemenweerd. De grootvader van deze Van Bloemenweerd, ridder Steven van Wijk, kwam al in oorkonden van 1248 tot 1268 voor als bezitter van Rhijnestein; het is echter niet bekend of er toen al een woontoren stond. In 1449 verkocht Jacob van Gaasbeek het huis Abcoude met toebehoren, waaronder het leengoed Rhijnestein, aan de bisschop van Utrecht. Jacob van Gaasbeek behield nog het vruchtgebruik maar na zijn overlijden in 1459 kon de bisschop het nieuwe eigendom daadwerkelijk gaan beheren. Voor zijn nieuw verworven Gaasbeekse lenen liet de bisschop een aantal aparte registers aanleggen. Dit onderscheid tussen de Gaasbeekse en de andere Stichtse lenen is tot 1795 terug te vinden in de administratie van het Utrechtse leenhof. De bisschop droeg in 1528 het wereldlijk gezag over aan keizer Karel V, die daardoor ook in de bisschoppelijke rechten als leenheer trad. Hij werd daarin opgevolgd door zijn zoon Filips II. Toen de Staten van Utrecht in 1581 de soevereiniteit aan zich trokken, kwam ook de leenkamer van de landsheer aan de Staten. In 1798 werd het leenstelsel in Nederland afgeschaft. De laatste persoon die door de Staten van Utrecht met Rhijnestein werd beleend, was Gerard Weenink. Zijn weduwe verkocht het kasteel in 1827 aan Isabella Antonia Lucretia van Westrenen, weduwe van Jan Frederik van Beeck Calkoen. De nieuwe eigenares bewoonde het huis Stenisweerd, even ten oosten van Cothen. In 1846 vererfde Rhijnestein op haar jongste zoon Willem Jabes van Beeck Calkoen. Diens zoon Willem Aarnoud was de eerste Van Beeck Calkoen die het kasteel met zijn gezin ging bewonen. Voor dat doel werd de middeleeuwse woontoren in 1873/74 hersteld en uitgebreid met een woonvleugel. Het interieur van de toren werd gewijzigd en de vensters werden vergroot. In 1887 is ten behoeve van de symmetrie aan de noordzijde van de woonvleugel een tweede toren gebouwd. Het kasteelterrein was en is bereikbaar via een poortgebouw, dat evenals de woontoren in de veertiende eeuw gebouwd is. De tuin, grenzend aan de Kromme Rijn, werd rond 1900 in geometrische stijl aangelegd. Na het overlijden van Willem Aarnoud van Beeck Calkoen in 1925 werd het huis eigendom van zijn oudste zoon, Wilhelmus Frederik van Beeck Calkoen (1880-1960), die sinds 1907 burgemeester van Cothen en Neerlangbroek was. Het huis Rhijnestein is nog steeds in het bezit van de familie. 1.2. Archief en inventarisatie In 1965 is het archief van het huis Rhijnestein, dat tot dan toe op het kasteel was bewaard, geïnventariseerd door mevrouw E.P. de Booy. In 1982 werden de charters uit het archief in bewaring gegeven bij het (voormalige) Rijksarchief Utrecht; de overige stukken bleven achter op het kasteel. In 2001 werd het gehele archief, op enkele stukken na (de oude nrs. 3 en 31), in eigendom overgedragen aan Het Utrechts Archief. Dat gaf aanleiding om de inventaris uit 1965 te herzien. Een vernummering was noodzakelijk, onder meer door het specificeren van de charters. Bij de inventaris is een concordantie gevoegd. Stukken die in de oude inventaris beschreven waren in de rubriek "Stukken buiten verband van het archief" zijn toegevoegd aan andere bij Het Utrechts Archief aanwezige archieven: de oude nummers 29 (niet beschreven in de oude inventaris) en 30 aan het archief van de familie Van Beeck Calkoen en aanverwante families (toegang 1136) en de oude nummers 32-34 aan het archief van het huis Stenisweerd (toegang 29-38). De omvang van het archief bedraagt nu 0,75 m. In de inventaris is de huidige spelling van de naam van het huis aangehouden. De schrijfwijze was oorspronkelijk Rijnestein of Rijnesteyn; in de twintigste eeuw is door de familie Van Beeck Calkoen de letter 'h' toegevoegd. 1.3. Literatuur Beeck Calkoen, A.J. van, 'Huis Rijnestein, bij Cothen', Kronijk van het Historisch Genootschap te Utrecht (1859) (zie inv.nr. 1) Hermans, Taco, 'Rhijnestein', in: B. Olde Meierink (red.), Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht (Utrecht 1995) 376-380. Hofman, J.H., 'Rijnestein in de tweede helft der 14de eeuw', De Katholieke Gids (1897) (zie inv.nr. 4) Hofman, J.H., Het kasteel Rijnestein (1904) (zie inv.nr. 6) Kort, J.C., Repertorium op de lenen van Gaasbeek (Historische reeks Kromme-Rijngebied 6) (Houten/Hilversum 2001) 2. Inventaris 2.1. Geschiedenis en plaatsbeschrijving 1 'Huis Rijnestein, bij Cothen' door A.J. van Beeck Calkoen, [1859]. Overdruk uit de Kronijk van het Historisch Genootschap te Utrecht, 1859. In tweevoud. Met manuscript, dat aan het eind afwijkt van het gedrukte artikel 1 omslag 2 Brieven, krantenknipsels en andere stukken betreffende het huis Rhijnestein en de gemeente Cothen 1881, 1905-1907, z.j. 1 omslag 3 Foto's van het exterieur van het huis Rhijnestein 1894, z.j. 1 omslag 4 'Rijnestein in de tweede helft der 14de eeuw' door J.H. Hofman. Overdruk uit De Katholieke Gids 1897 1 katern 5 Brieven van J.H. Hofman, auteur van Het kasteel Rijnestein, aan W.A. van Beeck Calkoen te Cothen 1897, 1903-1905 1 omslag 6 Het kasteel Rijnestein door J.H. Hofman. Gedrukt. Met manuscript (zonder de bijlagen) en met enkele aanvullingen 1904 1 omslag 2.2. Goederen en rechten 2.2.1. Huis Rhijnestein met toebehoren 2.2.1.1. Algemeen Akten waarbij de bisschop van Utrecht Rhijnestein onder zijn bescherming neemt, 1449 (vidimus van een akte uit 1448), 1467. Met afschriften van de laatste akte, 1613, 1675 2 charters, 1 omslag Zie reg.nrs. 5 en 8 NB 7 1449 7 Oude Orde 8 1467 7 Oude Orde 9 1613, 1675 1 omslag 7 Oude Orde 2.2.1.2. Verwerving 10 Akte van belening van vrouwe Margriet van Arkel met het huis Rhijnestein door Gijsbrecht heer van Abcoude 1361 1 charter Zie reg.nr. 1 NB Akten van belening met het huis Rhijnestein door Jacob heer van Gaasbeek 1416, 1436, 1440 3 charters Zie reg.nrs. 2-4 NB 11 1416 9 Oude Orde 12 1436 9 Oude Orde 13 1440 9 Oude Orde 14 Akte van belening van Johanna van Niewaal met het huis Rhijnestein door de bisschop van Utrecht 1516. Afschrift, 1558 1 stuk Zie reg.nr. 10 NB Akten van belening met het huis Rhijnestein door de Staten van Utrecht 1592-1775 11 charters 15 1592 11 Oude Orde 16 1601 april 2 11 Oude Orde 17 1601 mei 16 11 Oude Orde 18 1647 11 Oude Orde 19 1680 11 Oude Orde 20 1719 11 Oude Orde 21 1734 11 Oude Orde 22 1736 11 Oude Orde 23 1746 11 Oude Orde 24 1764 11 Oude Orde 25 1775 11 Oude Orde 26 Lijst van leenakten van Rhijnestein, 1678. Met afschrift van een vidimus uit 1449 en drie leenakten uit 1361, 1416 en 1440, 1660 1 omslag 27 Akte waarbij de kerkmeesters te Cothen twee stoelen in de kerk in een vaste onverbrekelijke erfpacht geven aan de eigenaren van het huis Rhijnestein 1759 1 stuk 28 Koopakten van Rhijnestein, met bijlagen 1762-1827, z.j. 1 pak 2.2.1.3. Hypotheken en lijftochten Akten van lijftocht uit goederen van Rhijnestein voor Sybilla van Diemondt 1461, en voor Sybilla de Meaux van Rijnestein, 1470 2 charters Zie reg.nrs. 7 en 9 NB 29 1461 12 Oude Orde 30 1470 12 Oude Orde Hypotheekakten op Rhijnestein 1719, 1722, geroyeerd 1737 3 charters 31 1719 13 Oude Orde 32 1722 jan. 24 13 Oude Orde 33 1722 jan. 29 13 Oude Orde 2.2.1.4. Beheer 34 Huurakten van Rhijnestein, 1609-1634, en van goederen behorende tot Rhijnestein, 1775 1 omslag 35 Stukken betreffende het visrecht van de heer van Rhijnestein in de Kromme Rijn tussen de Zandbrug en de Ameronger Wetering 1623-1949, z.j. 1 pak 36 Stukken betreffende vrijdom van quotisatie voor de heren van Rhijnestein 1645, 1647, 1649 1 omslag 37 Stukken betreffende een geschil tussen de kerkmeesters van Cothen en de heer van Rhijnestein over aanleg en onderhoud van een brug over de Rijn 1679-1680, 1684, 1742 1 omslag 38 Stukken betreffende de verzorging van de zwanen van de heer van Rhijnestein 1685, 1687, 1689 1 omslag 39 Stukken betreffende het verlenen van vergunning tot het zetten van bijenkorven 1685, 1689 1 omslag 40 Kwitanties voor de heren van Rhijnestein 1732-1737, 1891, 1905 1 omslag 41 Stukken betreffende de onteigening van percelen ten behoeve van de verruimingen van de Kromme Rijn onder Cothen 1867-1868 1 omslag 2.2.2. Andere rechten en goederen in Cothen 42 Akten van belening van Thonis Dirkss. en diens zoon Cornelis Thoniss. de Roy met een huis en hofstede te Cothen aan de brink door de rentmeester van de domeinen 's Lands van Utrecht 1577, 1620 2 charters (getransfigeerd) Akten van belening van Johan Taets van Amerongen, Thomas Taets van Amerongen, Herman van Doeyenburch, Diederik Johan Albrecht de Ridder van Groenestein en latere heren en vrouwen van Rhijnestein met 7 morgen land aan de Cotherweg, strekkende van de Hoofdwetering tot aan de Rijn, door de Staten van Utrecht 1617-1775 10 charters 43 1617 18 Oude Orde 44 1620 18 Oude Orde 45 1659 18 Oude Orde 46 1671 18 Oude Orde 47 1719 18 Oude Orde 48 1734 18 Oude Orde 49 1736 18 Oude Orde 50 1746 18 Oude Orde 51 1764 18 Oude Orde 52 1775 18 Oude Orde 53 Stukken betreffende de verkoop van het land genaamd De Wijngaard, erfpachtgoed van het domkapittel te Utrecht, door Johan van Hattum aan Willem van Hattem 1600, z.j. 1 omslag Akten van uitgifte in erfpacht aan heren en vrouwen van Rhijnestein van 31/2 morgen land bij Rhijnestein, vanouds genaamd De Wijngaard 1640-1775 10 charters 54 1640 15 Oude Orde 55 1649 15 Oude Orde 56 1680 15 Oude Orde 57 1719 15 Oude Orde 58 1731 15 Oude Orde 59 1733 15 Oude Orde 60 1736 15 Oude Orde 61 1746 15 Oude Orde 62 1764 15 Oude Orde 63 1775 15 Oude Orde Akten van belening van heren en vrouwen van Rhijnestein met tienden en goederen te Cothen door de domproost te Utrecht 1681-1775 8 charters 64 1681 28 Oude Orde 65 1719 28 Oude Orde 66 1732 28 Oude Orde 67 1734 28 Oude Orde 68 1736 28 Oude Orde 69 1746 28 Oude Orde 70 1764 28 Oude Orde 71 1775 28 Oude Orde Akten van uitgifte in erfpacht aan heren en vrouwen van Rhijnestein van 11 hond land, geheten Den Spijk, behorend aan het Barbara- en Laurensgasthuis te Utrecht 1735-1775 5 charters 72 1735 16 Oude Orde 73 1736 16 Oude Orde 74 1746 16 Oude Orde 75 1766 16 Oude Orde 76 1775 16 Oude Orde 3. Bijlagen 3.1. Leenheren en -vrouwen van Rhijnestein De gegevens tot en met 1647 zijn mede ontleend aan het Repertorium op de lenen van Gaasbeek (p. 80-81), die van de periode erna aan stukken uit de inventaris. NB Margaretha van Arkel, vrouwe van de Eem 1361 Ernst Taats 1393 Daam Taats, zoon van Ernst 1406 en 1407 Herman van Steenre 1416 Frederik van Steenre, zoon van Herman 1436 Daniel van Niewaal 1440 en 1459 Balthasar van Niewaal, zoon van Daniel 1473 en 1497 Joost Noest voor Johanna, dochter van Johan van Niewaal van Rijnestein en kleindochter van Balthasar 1516, 1518, 1525 en 1529 Jerefaas van Hattem voor Johanna van Niewaal van Rijnestein, zijn vrouw 1537 Jan van Hattem, zoon van Jerefaas van Hattem en Johanna van Niewaal 1567 Jan Botter van Snellenberg 1579 Jan van Hattem 1582 Johan van Oostrum voor Maria van Oostrum, weduwe van Jan van Hattem de jonge, zijn zuster 1592 Johan van Hattem van Rijnestein de jonge 1601 Cornelis de Ridder van Groenestein 1601 Daniel de Ridder van Groenestein 1647 Diederik Jan Albert de Ridder van Groenestein 1680 Johan Barthold van Hövel van Andelst (verheffing met de ledige hand van zijn weduwe Maria Isabella Antonia de Ridder van Groenestein) 1719 Gerard van Neck 1734 IJsbrand Georgesz. Bruyn 1736 Sybilla Helena Severijn, weduwe van IJsbrand Georgesz. Bruyn 1746 Arend Lelieveld 1764 Gerard Weenink 1775 3.2. Regesten 1 Gijsbert heer van Abcoude beleent Margriet van Arkel, vrouwe van de Eem, met het huis en hofstede Rhijnestein, na opdracht van Gijsbrecht van Bloemenweerde, waarbij hij vastlegt op wie Rhijnestein na Margriets dood zal vererven. <br/>Origineel: inv.nr. 10. Met het licht beschadigde zegel van de oorkonder in groene was. <br/>Afschrift: inv.nr. 26 (1660). <br/>Druk: J.H. Hofman, Het kasteel Rijnestein (1904) 39; zie ook: De Nederlandse Leeuw (1954) 174. 1361 juli 10, <i>Des Saterdaghs na Sinte Martinsdach translatio</i> 2 Jacob heer van Gaasbeek, Abcoude, Wijk bij Duurstede, Putten en Strijen beleent Herman van Steenre met huis en hofstede Rhijnestein, na opdracht van Daam Taats, oudste zoon van Ernst Taats. <br/>Origineel: inv.nr. 11. Het zegel van de oorkonder is verloren gegaan. <br/>Afschrift: inv.nr. 26 (1660). <br/>Druk: J.H. Hofman, Het kasteel Rijnestein (1904) 41. 1416 febr. 25, <i>'s Dinsdaches na Sunte Petersdach ad cathedram</i> 3 Jacob heer van Gaasbeek, Abcoude, Putten en Strijen, erfmaarschalk van Henegouwen, beleent Frederik van Steenre met huis en hofstede van Rhijnestein, na het overlijden van zijn vader Herman van Steenre. <br/>Origineel: inv.nr. 12. Het kleinzegel van de oorkonder is verloren gegaan. 1436 juni 6, <i>Op des Heilighen Sacramentsavont in onsen sloete tot Duerstede</i> 4 Jacob heer van Gaasbeek, Abcoude, Putten en Strijen, erfmaarschalk van Henegouwen, beleent Daniel van Niewaal met huis en hofstede van Rhijnestein, na opdracht van Frederik van Steenre. <br/>Origineel: inv.nr. 13. Met fragment van het kleinzegel van oorkonder in rode was. <br/>Afschrift: inv.nr. 26 (1660). 1440 juni 28, <i>In onser poirte van Wijck bij Duersteden op Sinte Peters ende Sinte Pouwels avont Apostelen</i> 5 Rudolf, bisschop van Utrecht, neemt huis en hofstede van Rhijnestein onder zijn hoede en gelast zijn onderzaten in het Sticht en in het bijzonder die van Cothen om geen schade of hinder daaraan toe te brengen. <br/>Vidimus (1449 aug. 5): inv.nr. 7 (regest nr. 6). 1448 sept. 24, <i>Des Dinxdages na Sunte Mauricius' dach</i> 6 Schout en schepenen van de stad Utrecht geven vidimus van een akte d.d. 1448 sept. 24 (regest nr. 5) van Rudolf van Diepholt, bisschop van Utrecht. <br/>Origineel: inv.nr. 7. Met fragment van het stadszegel in rode was. <br/>Afschrift: inv.nr. 26 (1660). 1449 aug. 5, <i>Des Dinxdages na Sinte Peters dach ad vincula</i> 7 Gijsbert van Brederode, proost van de dom te Utrecht en St.-Donaas te Brugge en erfkanselier van Vlaanderen, verklaart dat zijn leenman Daniel van Niewaal van Rijnestein zijn vrouw Sybilla van Diemondt, dochter van Steven Godissant, een lijftocht geeft uit een deel van de Rhijnesteinse goederen. <br/>Origineel: inv.nr. 29. Met beschadigd zegel van oorkonder in rode was. <br/>Druk: J.H. Hofman, Het kasteel Rijnestein (1904) 44. 1461 febr. 12 8 David van Bourgondië, bisschop van Utrecht, neemt Rhijnestein met toebehoren alsook de bezitter met diens zoon onder zijn hoede en gelast de zijnen hun geen hinder of schade toe te brengen. <br/>Origineel: inv.nr. 8. Met beschadigd zegel van oorkonder in rode was. <br/>Afschriften: inv.nr. 9 (1613 en 1675). <br/>Druk: J.H. Hofman, Het kasteel Rijnestein (1904) 47. 1467 juli 5, <i>Op onse slote tot Duerstede</i> 9 Gijsbert van Brederode, domproost te Utrecht en proost van St.-Servaas te Maastricht, verklaart in tegenwoordigheid van zijn leenmannen van leen, dat Gerlof de Meaux van Vorsselaer en zijn vrouw Sybilla van Rijnestein hun dochter Sybilla voor de tijd van haar leven een lijftocht geven van 5 gulden per jaar uit het goed De Zijl te Cothen. <br/>Origineel: inv.nr. 30. Het zegel van de oorkonder is verloren gegaan. 1470 juni 7 10 Frederik, bisschop van Utrecht, beleent jonkvrouw Johanna Johansdochter van Niewaal van Rijnestein met huis en hofstede van Rhijnestein, na het overlijden van haar vader Johan en haar grootvader Balthasar van Niewaal. <br/>Afschrift: inv.nr. 9 (1558). 1516 febr. 22, In unsen slote Duersteden