811 Gemeentelijke archief- en fotodienst te Utrecht 1650 1988 A. Pietersma 811 Gemeentelijke archief- en fotodienst te Utrecht Het Utrechts Archief Omschrijving Inventaris van het archief van de Gemeentelijke Archief- en Fotodienst te Utrecht (ca. 1650) 1802-1986 (1988) Auteur A. Pietersma Datering toegang 1990 Openbaarheid Volledig openbaar 1.8.2.9 Onderwijs, wetenschap en cultuur Rubrieken 1. Inleiding 1.1. Geschiedenis van het archief 1.1.1. De oudste archiefbewaarplaatsen van de stad Utrecht De eerste ons bekende archiefbewaarplaats van de stad Utrecht was gevestigd in de Catharijnepoort. Hier werden de stedelijke charters bewaard in "der stat kiste" of "sraets kiste". Ook de rechtsboeken hadden er een plaats gevonden, terwijl tevens enkele particulieren veiligheidshalve hun waardevolle papieren in het poortgebouw hadden ondergebracht. Omdat de aanwas voortging, werd de kist op den duur vervangen door een kast, waarvan wij in ieder geval weten dat deze in 1510 in de Buurkerk was opgesteld. Het lijkt dus onwaarschijnlijk dat de afbraak van de Catharijnepoort ten behoeve van de bouw van het kasteel Vredenburg na de overdracht van de temporaliteit aan Karel V, een verhuizing van de stukken ten gevolge heeft gehad. 1 1 Muller, "Geschiedenis", VIII en "Bijvoegselen", 101-104 Voetnoot Pas in 1440 werd met de aanstelling van een vaste klerk voor de stad een "scrijfstede" ingericht, waar ook het "secretariearchief" werd bewaard. Merkwaardig is dat deze "kanselarij" was gevestigd in Hasenberch, het domicilie van de "concurrerende" schepenen. Uiteraard bewaarden dezen hun archief hier ook. Terwijl het archief van de raad voor een belangrijk deel de eeuwen heeft getrotseerd, is het laatstgenoemde archief over de periode tot 1500 grotendeels verloren gegaan. Dit geldt in nog sterkere mate voor het derde onderdeel van het middeleeuwse archief van de stad Utrecht, het archief van de oudermannen van de gilden. Ooit werden hun archivalia deels bewaard in de "ouderman kiste" in de sacristie van de Buurkerk, deels in een gedeelte van het Schoonhuis, het nabijgelegen oude stadhuis. Nadat de gilden in 1528 van hun politieke rechten waren beroofd, zijn hun archivalia vrijwel geheel verloren gegaan. In 1546 verruilde de raad het oude Schoonhuis voor het huis Lichtenberg, gelegen naast het schepenenhuis. De collectie charters en het secretariearchief berustten daarna beide in het stadhuis, zij het in afzonderlijke ruimten. Er werd besloten tot de inrichting van een echte archievenkamer. Deze werd later genoemd de "overkluysde camer boven de schoutscamer in Groot-Lichtenberg". 1 1 Muller, "Het oude Utrechtsche stadhuis"; Ross, "Het eerste stadhuis van Utrecht" Voetnoot Een spannende periode brak voor het archief aan toen de hertog van Alva de stedelijke charters opeiste als uitvloeisel van een vonnis gewezen tegen de Staten en de Stad Utrecht wegens nalatigheid in de bestrijding van de ketterij. Na een eindeloze juridische touwtrekkerij werden de stukken in 1572 onder bedreiging met geweld inderdaad naar het Spaanse kasteel Vredenburg overgebracht. In 1575 keerden de stukken terug. 1 1 Van Iterson, "De stedelijke privileges" Voetnoot 1.1.2. De ontwikkeling van de stedelijke administratie Gedurende de periode van de republiek liet de raad zich zoals vrijwel overal elders weinig gelegen liggen aan een goed archiefbeheer. Een lichtpuntje was de oprichting in 1639 van een raadscommissie bestaande uit drie vroedschapsleden, onder wie dr. C. Booth, later bibliothecaris van de stedelijke bibliotheek en burgemeester van de stad, ter assistentie van de secretaris bij het op orde brengen van het archief. Dit heeft onder meer geleid tot de ordening van de registerkamer, het herstel van de oude stadskopijboeken en het afschrijven van enkele rechtsboeken. Daarnaast werd in 1654 een "archiefcommissie" ingesteld op initiatief en onder leiding van dr. Booth om het beheer van de charters te verbeteren. De commissie reviseerde de inventaris van de charters en schijnt een nieuwe charterkast te hebben laten vervaardigen. Ook bewerkstelligde zij dat de oudste charters van de stad werden gekalligrafeerd door de bekende tekenaar Johan van Attevelt om vervolgens door het Hof van Utrecht te worden gevidimeerd. Na de dood van Booth in 1678 raakte de archiefzorg weer op een dood spoor. In 1713 moesten de stukken naar andere ruimten worden overgebracht, omdat het stadhuis ter beschikking was gesteld voor de onderhandelingen in het kader van de vrede van Utrecht. Deze klap kwam het archief in lange tijd niet te boven. De gehele 18e eeuw hoort men voortdurend jammerklachten over de "confuse" toestand van de archieven. In de 17e eeuw was er overigens een aantal nieuwe stedelijke archieven bijgekomen: de archieven van de respectievelijk in 1623 en 1655 opgerichte Momboirkamer en Financiekamer werden ten stadhuize bewaard, het archief van de Aalmoezenierskamer (1628) bevond zich in het St. Brigittenklooster en dat van de Ambachtskamer (1619) sinds 1674 in het St. Agnietenklooster. Uiteraard werd tenslotte ook het schepenenarchief ten stadhuize bewaard. 1.1.3. De aanstelling van de eerste archivaris Op grond van het bovenstaande was het dan ook geen wonder dat de eerste echte archivaris van de stad bij zijn aantreden een chaotische toestand aantrof. Op 17 oktober 1803 werd mr. Petrus van Musschenbroek een half jaar na zijn benoeming op 13 april 1803 tot departementaal archivaris-honorair ook aangesteld tot onbezoldigd stadsarchivaris. 1 1 Zie voor zijn instructie: SA III inv.nr. 1 sub 31 oktober 1803. Voetnoot Aanleiding voor deze benoeming was de aanstelling in 1802 van mr. Hendrik van Wijn tot archivarius van de Bataafse Republiek. Zijn verzoek aan het Departementaal Bestuur van Utrecht om informatie over de archieven alhier bracht enige ontsteltenis teweeg. Een eigen archivaris bleek geboden. De toen 39-jarige Van Musschenbroek had colleges in de rechten gevolgd bij o.a. de bekende oudheidminnaar prof. P. Bondam. Geheel in de geleerde traditie van die tijd legde Van Musschenbroek evenals zijn leermeester tijdens zijn leven een uitgebreide verzameling gedenkstukken aan, bestaande uit originele archiefstukken en afschriften, voornamelijk betrekking hebbende op de geschiedenis van de provincie Utrecht. Van 1789-1796 was hij griffier van het Hof van Utrecht geweest en sinds 1803 schepen van Utrecht. Later werd hij lid van de rechtbank van eerste aanleg. Het ambt van provinciaal archivaris heeft hij tot ca. 1810 uitgeoefend, het einde van zijn stedelijk archivariaat kwam rond 1819. Een inventaris van de charters uit de nalatenschap van Bondam en een in 1800 door secretaris W. Peiffers Scheidius opgestelde "Staat en inventaris van alle archiven, protocollen en verdere stukken, berustende ter secretarye der stad Utrecht" 1 zullen enkele van de weinige hulpmiddelen zijn geweest die hem ter beschikking stonden. Bondam had in 1778 van het stadsbestuur toestemming gekregen om onderzoek in het archief te verrichten in verband met een oratie ter gelegenheid van de viering van het tweede eeuwfeest van de Unie van Utrecht. Hij was sinds 1773 hoogleraar in Utrecht en bezocht vele archieven. Dat hij daarbij niet alleen afschriften maakte bleek bij de auctie van zijn nalatenschap in 1800. Deze omvatte onder meer duizenden stedelijke charters, voornamelijk van geestelijke instellingen. Van Musschenbroek kocht deze stukken aan, maar zijn latere functie belette hem niet het overgrote deel in eigendom te houden. Daarnaast valt aan te nemen dat Van Musschenbroek ook tijdens zijn functie als stadsarchivaris de gewoonte van Bondam volgde. Alleen al om die reden kan de werkzaamheid van Van Musschenbroek voor het archief niet bepaald zegenrijk worden genoemd, ondanks het feit dat hij een inventaris van de inhoud van vijf charterladen vervaardigde en deze aan Van Wijn opstuurde. 1 Muller, "Geschiedenis", XL vermeldt dat dit exemplaar rond 1890 door het Algemeen Rijksarchief aan de GAU is geschonken. Het stuk is nu onvindbaar. Voetnoot Na zijn dood in 1823 werden bij de auctie van zijn collectie in 1826 de meeste stukken gekocht door de Engelse verzamelaar Sir Thomas Phillips. Deze collectie bestond o.a. uit 10.000 charters-waarvan ca. 5000 afkomstig van Bondam-en vele andere stukken. De latere burgemeester jhr. mr. H.M.A.J. van Asch van Wijck had bij het provinciaal bestuur gepleit voor een financiële bijdrage om althans een deel van de stukken nog voor stad en provincie te behouden. De aangeboden som van ƒ600 bleek echter tijdens de veiling ontoereikend. De stad Utrecht liet zich evenmin iets aan haar verleden gelegen liggen. Volgens burgemeester J. van Doelen had de stad al voldoende archieven en hij was dan ook niet bereid om de stadskas voor dit doel aan te spreken. 1 1 Janssen, "Petrus van Musschenbroek" Voetnoot 1.1.4. Het archief op zolder Na 1825 deed zich een aantal met elkaar samenhangende ontwikkelingen voor die positief uitwerkten op de staat en de status van het stadsarchief. In de eerste plaats verplichtte het K.B. van 23 december 1826 nr. 186 in verband met de wens tot "opheldering" van de Nederlandse geschiedenis, tot de registratie en de inventarisatie van de archieven, en wel onder verantwoordelijkheid van de gouverneur. In 1827 ondernam de gouverneur van de provincie Utrecht actie en vroeg burgemeester en wethouders van Utrecht gedetailleerde informatie over de staat van de binnen de gemeente aanwezige archieven. Burgemeester en wethouders richtten zich vervolgens tot de regenten van de verenigde gods- en gasthuizen, de regenten van het gereformeerd burgerweeshuis, de archivaris van de voormalige vijf kapittelen, de kerkvoogden van de hervormde gemeente en de bisschop van Utrecht. De kwaliteit van de ingezonden antwoorden verschilde nogal, ook de stad had de gouverneur weinig te bieden. Het is vermakelijk om te constateren dat in 1827 een charter van bisschop Godebald uit 1127 als het oudste aanwezige stuk werd beschouwd. Pas later in de eeuw ontdekte men in een baliemand het stadscharter van 1122. De hele correspondentie vestigde echter wel de aandacht op de deplorabele toegankelijkheid van de archieven. 1 1 Inv.nr. 323. Voetnoot Daarnaast aanvaardde de eerder genoemde jhr.mr. H.M.A.J. van Asch van Wijck, een kenner en liefhebber van het verleden van zijn stad, in 1827 het burgemeesterschap. Onder zijn bewind kwam een grootscheepse verbouwing van het stadhuis tot stand, waardoor de archivalia weliswaar tijdelijk in een gemeentelijk lokaal gelegen Achter de Dom moesten worden geplaatst 1 , maar vervolgens de basis kon worden gelegd voor de huidige gemeentelijke archiefdienst. Het archief kreeg namelijk in 1828 de beschikking over twee ruime zalen en een studiezaaltje op de tweede verdieping van het stadhuis. De oudheden werden geborgen in een aansluitende ruimte. De "stedelijke verzamelingen" konden aan den volke getoond worden. Tekenend was ook dat er een jaarlijkse post op de begroting werd opgenomen ten behoeve van het archief. Aldus kon gestalte worden gegeven aan het principe van de openbaarheid van de archieven zoals aanbevolen in de beschikking van de minister van binnenlandse zaken van 4 augustus 1829 nr. 137. 1 Van Asch van Wijck, "Stedelijk archief". Voetnoot Archivarissen werden hierbij gemachtigd "alle bij hun bekende en vertrouwde personen die in het algemeen belang geschiedkundige nasporingen wenschen te doen" toegang te verlenen tot de onder hun beheer staande archieven. Een archivaris had de stad Utrecht echter nog niet en derhalve benoemden burgemeester en wethouders, nadat de raad haar goedkeuring had gehecht aan de instelling van zo'n functie, W.A. Boers tot "geemployeerde bij het stedelijk archief" op een traktement van ƒ200. 1 De provincie stelde tezelfdertijd een archivaris aan in de persoon van P.J. Vermeulen. 1 Inv.nr. 323. Voetnoot Als man van de ambtelijke praktijk sinds 1814 deed Boers weliswaar serieuze pogingen om de papiermassa zijn wil op te leggen, maar hij had onvoldoende scholing om tot een behoorlijk inventarisator te kunnen uitgroeien. Alleen al vanwege het feit dat-zoals later bleek-nog lang niet alle in het stadhuis aanwezige charters en andere stukken waren bijeengebracht, waren alle inventarisatiepogingen gedurende deze periode tot mislukken gedoemd. Boers was onder verantwoordelijkheid van de gemeente-secretaris belast met het beheer over het archief, archivaris was hij niet. Geen wonder dat hij allengs meer secretariewerkzaamheden opgedragen kreeg. Wel stelde hij zich 's avonds ter beschikking van de bezoekers van het archief. Een van hen was de bekende uitgever en oudheidkenner Nicolaas van der Monde. Dat het met de openbaarheid van het archief nog pover was gesteld, bleek uit het feit dat Van der Monde op straffe van uitsluiting van archiefbezoek een reeds geplaatst artikel uit een van de afleveringen van zijn tijdschrift moest laten verwijderen. Hierin werd een van stadswege geplaatste erepoort ter gelegenheid van het bezoek van koning Willem II aan Utrecht in 1841 door de bekende Utrechtse architect Kramm belachelijk gemaakt, nadat deze eerder door de zoon van de burgemeester in hetzelfde tijdschrift uitbundig was geprezen. 1 1 Muller, "Geschiedenis", LXI Voetnoot Ook het aftreden van burgemeester Van Asch van Wijck in 1839 was niet bevorderlijk voor de ontwikkeling van het Utrechtse archief. Het waren jaren waarin de gemeentelijke jaarverslagen over het archief-samen met de begraafplaats in één en dezelfde rubriek ondergebracht -niet veel meer te melden hadden dan dat het in een goede en geregelde staat verkeerde. Dat men desalniettemin grote waarde aan de verzamelingen hechtte, bleek in 1856 uit een weigering van de raad aan jhr.mr. A.M.C. van Asch van Wijck-zoon van de vroegere burgemeester -om ten behoeve van een bronnenuitgave van stedelijke charters het originele materiaal mee te nemen en thuis te raadplegen. 1 1 Inv.nr. 323. Voetnoot Hoewel Boers pas in 1863 formeel werd ontheven van zijn taak als geëmployeerde voor het archief, werd mr. J.W.L. Raven een jaar eerder al benoemd tot commies-archivaris. In 1869 kreeg hij overigens de titel archivaris, waarmee uitdrukking werd gegeven aan het toegenomen belang en de toegenomen zelfstandigheid van de functie. In deze periode kwam de nadruk te liggen op het juridisch-financieel genot van het archief voor het gemeentebestuur. Bij zijn instructie werd Raven gedwongen in de rol van rechtskundig ambtenaar en vervaardigde hij vele op archiefonderzoek gebaseerde rapporten die de gemeente Utrecht ondersteunden bij rechtsgeschillen met derden. In die hoedanigheid fungeerde hij tevens als ambtelijk secretaris van de in 1860 ingestelde rechtskundige commissie. Het was duidelijk dat het archiefbeheer hieronder leed en daarom werd mr. J.A. Hofkes in 1868 aangesteld voor de inventarisatie. Drie jaar later vertrok hij echter als gemeentearchivaris naar Kampen. Hij was een van de velen die hun carrière in het archiefwezen aan het Utrechtse archief begonnen. 1 1 Anderen waren bijvoorbeeld Th. Morren, J.G.C. Joosting, J.C.van Overvoorde, jhr. Th. F. van Riemsdijk, J. Acquoy. en H.C. Hazewinkel. Voetnoot Ondertussen raakte Raven ziek en kon hij alleen thuis nog maar enkele werkzaamheden verrichten. De raad zag de wenselijkheid in om te komen tot een goede regeling betreffende het archief en wethouder jhr.mr. J.L.B. de Muralt werd gevraagd een preadvies in te dienen. Hij stelde in 1872 onder meer voor om mr. W.A. van den Wall Bake, die reeds eerder voor de commissie voor rechtskundig onderzoek archiefwerkzaamheden had verricht, met de inventarisatie van archieven te belasten "hoewel hij de ligchamelyke vlugheid mist welke een archivaris behoort te bezitten om met gemak en spoed de ladders en trappen van een archief te kunnen beklimmen". Daarnaast zouden nog drie andere personen aan het archief moeten worden toegevoegd. Dat de registers van geïnventariseerde stukken maandelijks in de vergadering van burgemeester en wethouders ter tafel zouden worden gebracht om de vorderingen te kunnen beoordelen, geeft aan hoe ernstig de wethouder de zaak opvatte. 1 Het college nam het advies over en Van den Wall Bake kon aan de slag. In 1872 en 1873 werden nog enkele andere ambtenaren-zij het op tijdelijke basis-aangesteld. Inmiddels hadden mr. J.L.A. Nepveu en C. Pijnacker Hordijk te kennen gegeven graag in aanmerking te willen komen voor de opvolging van de vertrokken Hofkes. Hun rekesten alsmede de door Raven vanaf zijn ziekbed opgestelde concept-instructie voor de assistent werden voor kennisgeving aangenomen. 2 1 Inv.nr. 323. 2 Verder werd S. Muller Fz. toen aanbevolen door het raadslid prof.mr. J.A. Fruin. Zie SA V inv.nr. 94x sub 24 december 1872. Voetnoot 1.1.5. De benoeming van mr. S. Muller Fz Na de kennisgeving van het overlijden van Raven in 1873 richtte het raadslid prof.mr. J.A. Fruin zich mede namens een aantal collega's tot de raad. Hij schilderde de wantoestand van de Utrechtse archieven in sombere kleuren en maakte een vergelijking met vele andere gemeenten, waar wel uitmuntend ingerichte archiefdiensten bestonden. Hij wenste een hooggekwalificeerde opvolger van Raven die zich geheel aan het archief zou kunnen wijden, waardoor de bemoeienis van de gemeente-secretaris zou kunnen worden gereduceerd. De raad zou de benoeming moeten verrichten en wel nadat er een nieuwe archiefverordening zou zijn vastgesteld. De raad besloot tot het instellen van een commissie ter zake, waarin ook Fruin zitting nam, en gaf op 9 en 16 oktober 1873 goedkeuring aan de door de commissie ontworpen archiefverordening met instructies voor de archivaris en het personeel. Deze verordening ademde een voor die tijd bijzonder moderne geest, waarbij o.a. de Rotterdamse archiefsituatie als voorbeeld was genomen. De scheiding tussen het oud-archief onder beheer van de gemeentearchivaris en het nieuw-archief onder beheer van de gemeentesecretaris werd gelegd bij 1814. Het gemeentearchief werd een tak van dienst en de gemeentearchivaris werd benoemd door de gemeenteraad. Dit laatste werd pas in 1918 bij de nieuwe Archiefwet voorgeschreven. Daarnaast werd een afzonderlijke rechtskundige ambtenaar in de formatie opgenomen. 1 1 Inv.nr. 323. Voetnoot Aan het engagement van het gemeentebestuur met de gemeentelijke verzamelingen werd verder nog gestalte gegeven door de instelling van een "commissie tot bijstand van burgemeester en wethouders in hun toezicht op het oud-archief der gemeente". De commissie bestaande uit vijf raadsleden onder voorzitterschap van wethouder jhr.mr. J.L.B. de Muralt werd op 30 januari 1874 geïnstalleerd, nadat de raad op 18 december 1873 uit twee kandidaten de toen 25-jarige mr. S. Muller Fz. (zoon van de bekende Amsterdamse boekhandelaar en -kenner Frederik Muller) had benoemd. Op nummer twee op de voordracht van burgemeester en wethouders stond dr. W.J.B. van Eijck. Op hem waren vijf stemmen uitgebracht. 1 1 S.A. V inv.nr. 67x sub 18 december 1873. Voetnoot De toekomst zou uitwijzen dat dit een gouden greep was geweest. In een tijd waarin Nederland nog geen archiefopleiding kende en evenmin communis opinio bestond over de vraag wat een archief was, laat staan hoe dit te ontsluiten, ontwikkelde Muller zich op basis van lucide theorieën en methoden tot een buitengewoon produktief inventarisator en allround beheerder van een zich voor de wereld openstellend archief. Hij wordt terecht beschouwd als de toonaangevende archivaris van zijn tijd. De archiefcommissie benoemde Muller tevens tot haar secretaris. De gemeentearchivaris rapporteerde iedere drie maanden aan zijn commissie en stelde in overleg met deze de voor burgemeester en wethouders bestemde jaarverslagen op. In 1913 werd de archiefcommissie in feite opgeheven door de samenvoeging met de rechtskundige commissie. Muller betreurde dit, omdat hij vreesde dat er hierdoor in de toekomst wel eens onvoldoende draagvlak binnen de raad voor de belangen van het archief zou kunnen ontstaan. Daarna onderhield hij zelf het formele contact met het gemeentebestuur en diende hij ook zelf de jaarverslagen in. 1.1.6. De eerste stappen van Muller Muller begon op 2 februari 1874 met zijn werkzaamheden en gaf in deze zijns inziens "voorbeeldloze warboel" prioriteit aan de samenstelling van een voorlopige inventaris van het gehele archief. Tegelijkertijd begon hij een zoekactie door de gemeentelijke lokaliteiten die een spectaculaire oogst opleverde. Omdat hij wist dat men van hem concrete resultaten verwachtte en hem snel duidelijk werd dat die voor wat de archieven betreft niet op korte termijn te realiseren waren, hield hij zich gedurende de periode 1874-1877 bezig met de overige verzamelingen (topografische atlas, historische atlas, bibliotheek en museum). Hij bakende de profielen van de collecties onderling en met de archieven af en publiceerde in 1878 de eerste delen van de fameuze serie catalogi van de gemeenteverzamelingen: de catalogi van de topografische atlas (een deel stad en een deel provincie), de historische atlas en het museum van oudheden. Pas daarna zette hij zich aan wat zijn levenswerk zou worden: de inventarisatie van de stedelijke archieven. Muller had een fijn gevoel voor public relations en het is dan ook kenmerkend voor hem dat hij voorrang gaf aan de inventarisatie van het nieuw-archief 1814-1880. Voor een historisch geschoold archivaris was dat in die tijd een opzienbarende houding, die hem bij gemeentebestuur en het ambtelijk apparaat uiteraard veel krediet opleverde. 1.1.7. De verhuizing naar de Drift Na de afsluiting van de inventarisatie in 1878 werd het nieuw-archief overgebracht naar een aan de oude archiefzalen grenzend bovenlokaal, dat bij de nieuwe aanbouw van het stadhuis hiervoor was bestemd. De inventaris werd zelfs gedrukt, hoewel niet in de handel gebracht. Conform de nieuwe archiefverordening werd het beheer vervolgens overgedragen aan de gemeentesecretaris. Het semi-statisch archief was voor die tijd riant gehuisvest. Naast het genoemde archiefdepot bevonden zich nog twee kleinere lokaliteiten, namelijk een ruimte voor de bibliotheek voor de stedelijke administratie (door Muller afgescheiden van de archiefbibliotheek) en een "studiezaal" voor de bezoekers van het nieuw-archief. De plannen voor een nieuw archiefgebouw waren niet doorgegaan. In 1864 en 1867 waren voor dit doel al twee naast het stadhuis gelegen huizen aangekocht. De archiefcommissie bracht echter in 1875 een ongunstig advies uit over de twee ontwerpen. 1 Dank zij de inzet van burgemeester mr. W.R. Boer kon in 1881 echter een huurovereenkomst met het rijk worden getekend voor het pand Drift 27. Het feit dat Muller in 1879 tevens was benoemd tot "landsarchivaris (later: rijksarchivaris) in de provincie Utrecht" 2 , zal daaraan niet vreemd geweest zijn. 1 Graafhuis, "Verhuizing naar de Drift" 2 Gedurende die periode werd het beheer over de provinciale archieven successievelijk door het rijk overgenomen. Na het overlijden van de provinciale archivaris Vermeulen was ook Utrecht aan de beurt. Muller werd daar dus de eerste rijksarchivaris, waarmee de oude personele unie onder Van Musschenbroek werd hersteld. Voetnoot Het pand Drift 27-eerder onderdeel van het in 1808 door koning Lodewijk Napoleon ingerichte paleis en sinds 1834 in gebruik als Kabinet van Landbouwwerktuigen-huisvestte sinds 1856 het provinciaal archief. Dit onderkomen werd echter door het rijk-de nieuwe beheerder van het provinciaal archief-beneden de maat geacht en gedurende de jaren 1880-1883 vond een grondige verbouwing plaats. 1 Er bleek voldoende ruimte voor een onderhuurder. In de zomer van 1883 vond de verhuizing naar de Drift plaats van de gemeentelijke verzamelingen, met uitzondering van het museum. 1 Zie Evers, "Koning Lodewijk's Paleis" Voetnoot 1.1.8. Mullers inventarisatiewerkzaamheden Ondertussen vorderde de inventarisatie gestaag. In 1884 verscheen de inventaris van het archiefgedeelte 1795-1813, in 1890 dat van de periode 1577-1795 en in 1893 dat van het middeleeuwse stadsarchief. Aan de inventarisatie lag een opzet ten grondslag die gebaseerd was op het door Muller tijdens een korte studie aan de Ecole des Chartes in Parijs voorafgaande aan zijn benoeming in Utrecht geleerde "respect des fonds" en op het aanvullende structuurbeginsel, zoals dat o.a. als eerste door de provinciaal archivaris Vermeulen was verwoord. 1 Ieder archief moet als een afzonderlijke eenheid worden beschouwd en als zodanig worden ontsloten, en wel volgens de structuur die daaraan door de archiefvormer is gegeven. Muller was weliswaar niet de auctor van deze begrippen, maar wel degene die ze op effectieve manier wist uit te werken en-wat nog belangrijker was-wist te verbreiden onder de collega-archivarissen. In 1879 vertrouwde Muller deze principes voor het eerst aan het papier toe op het moment dat menig collega de chronologische methode toepaste op stukken afkomstig uit verschillende archieven. 2 Zijn vooraanstaande positie in de in 1891 opgerichte Vereniging van Archivarissen in Nederland kwam hem hierbij goed van pas. Samen met mr. R. Fruin, rijksarchivaris in Zeeland, en mr. J.A. Feith, rijksarchivaris in Groningen, publiceerde hij in 1898 na een uitvoerige discussie binnen de vereniging de Handleiding voor het ordenen en beschrijven van archieven, tot op de dag van vandaag de basis van de archivistiek in Nederland en vele andere landen. 1 P.J. Vermeulen, Verslag aangaande de archieven der provincie en der voormalige vijf kapittelen te Utrecht ... ('s Gravenhage, 19142). 2 Jaarverslag, 1879. Later deed hij dat ook nog in het Nederlands Archievenblad 1893/1894, 9 e.v. Voetnoot Na een lang intermezzo volgden tussen 1911 en 1917 de inventarissen van de bij de gemeente "bewaarde" archieven, respectievelijk betreffende de archieven in eigendom behorende aan de stad en de archieven die aan de stad in bewaring waren gegeven. Het eerste deel verscheen nog onder de naam van Muller, terwijl de chartermeesters mr. W.C Schuylenburg en mr. J.G.C. Joosting hieraan aanzienlijke bijdragen hadden geleverd. Het tweede deel verscheen onder hun naam. Tussentijds zag in 1914 nog het supplement op de stadsarchieven met een index op de vier delen het licht en in 1918 werd de indrukwekkende reeks afgesloten met een index op de bewaarde archieven. Aan het einde van zijn ambtsperiode kon Muller het genoegen smaken dat zijn taak was volbracht. Vrijwel alle volgens de toen levende ideeën voor blijvende bewaring in aanmerking komende archieven waren tijdens zijn 44-jarig archivariaat geacquireerd en toegankelijk gemaakt. Zijn voornaamste wapenfeit vormde in dit verband de aankoop in 1890 door de stad Utrecht van de Utrechtse stukken afkomstig van de eerder genoemde Sir Thomas Phillips. De stad werd er ƒ750 armer van, maar kon zich daarna wel eigenaar noemen van de langgezochte charters van de begijnhuizen. Een jaar eerder was voor ƒ325 al een aantal andere stukken aangekocht. Muller had lucht gekregen van het voornemen van de erven Phillips om de collectie onder de hamer te brengen, spoedde zich in 1886 persoonlijk naar Cheltenham en wist het rijk-in casu de voortvarende jhr. mr. Victor de Stuers als hoofd van de afdeling kunsten en wetenschappen van het departement van binnenlandse zaken-voor een aankoop te interesseren. Men werd het eens over een bedrag van ƒ24.000. De collectie werd vervolgens naar herkomst doorverkocht. 1 1 Muller, "De aankoop der Hollandsche handschriften" Voetnoot 1.1.9. De overige activiteiten van Muller Muller had naast zijn preoccupatie met de inventarisatie ook oog voor de andere aspecten van archiefbeheer. Zo achtte hij na het gereedkomen van de Regesten van de stad Utrecht waarin een alfabetische lijst van zegelaars was opgenomen, de tijd rijp voor het laten maken van afgietsels van de kwetsbare zegels. Eerst werden er naspeuringen verricht naar een procédé dat in het buitenland met succes gebruikt zou zijn. Tenslotte gaf hij een Utrechtse ambachtsman opdracht om afgietsels in gips te vervaardigen en deze vervolgens te behandelen met schellak. Dit laatste maakte het reinigen mogelijk. De afgietsels werden ook ter verkoop aan het publiek aangeboden. Opvallend was ook de aandacht die Muller besteedde aan de materiële verzorging van de archivalia. Enkele voorbeelden. Toen schimmel in de charterdozen werd geconstateerd, liet hij er gaten in stansen. Hij liet op maat gemaakte charterzakjes vervaardigen. Nadat hem was opgevallen dat de inkt bij sommige stukken was verbleekt, liet hij een chemisch onderzoek naar verschillende inktsoorten verrichten. Dit leidde in 1899 tot een circulaire van de gemeentesecretaris om geen andere inktsoorten te gebruiken dan bijgaand werden opgesomd. Hij paste het door Duitse chemici ontwikkelde conserveringsmiddel zapon toe. Tenslotte liet hij het depot door de Nederlandsche Stofbestrijdingsmaatschappij reinigen. Daarnaast vergat hij ook de externe functie van zijn archief niet. Hij probeerde op alle mogelijke manieren aandacht voor en bezoekers naar zijn verzameling te trekken. Al in 1880 vatte hij het plan op om een tijdschrift voor de gemeenteverzamelingen te starten. Het was een van de weinige mislukte initiatieven van Muller. Alleen de eerste aflevering is verschenen: De Utrechtsche archieven. I. Schildersvereenigingen te Utrecht. Bescheiden uit het gemeente-archief. Al in 1896 organiseerde hij tentoonstellingen van de atlas in het gebouw Hoogeland, en wel over de geschiedenis van de Hogeschool en die van de Dom. Ook toonde hij zich een fervent voorstander van een zo ruimhartig mogelijke openbaarheid van de archieven. Dit bleek o.a. in 1905, toen Muller met succes de gemeente adviseerde iemand toestemming te geven in het archief naspeuringen te doen in verband met een voorgenomen rechtsgeding tegen de gemeente. De archiefambtenaren mochten in dit geval overigens geen verdere hulp bij het onderzoek verlenen. 1.1.10. Het personeel rond de eeuwwisseling Bij zijn komst trof Muller de volgende medewerkers aan: mr. W.A. van den Wall Bake als rechtskundig ambtenaar, de klerken mr. W.H. baron Taets van Amerongen, G. Serton en J. Broers en een niet met name genoemde binder. Toen Muller tot rijksarchivaris werd benoemd, kregen Serton en Broers een vaste aanstelling. Na de verhuizing naar de Drift werd Taets van Amerongen aangesteld als beheerder van het nieuw-archief. De formatie werd toen als volgt vastgesteld: een archivaris, een rechtskundig ambtenaar, een assistent (Serton), een klerk (Broers) en een binder. In 1890 verviel de functie van assistent, toen A.A. Gayman-de opvolger van Serton-als afdelingshoofd werd aangesteld bij het nieuw-archief. In 1894 ging de binder met pensioen. Dit werk werd door de klerk overgenomen en deels 's avonds uitgevoerd. Daarnaast kreeg de rechtskundig ambtenaar enige administratieve ondersteuning van het secretariepersoneel. Kleine klusjes konden aan de conciërge van het rijksarchief worden opgedragen. Toch bleef de administratieve hulp achter bij het werktempo van Muller. Daarom werd in 1902 toestemming verleend om een dagschrijver aan te stellen. In deze functie begonnen in 1906 en 1908 respectievelijk G. van Klaveren en G. Brinkhuis. Zij zouden zich ontwikkelen tot bekwame archiefambtenaren en het archief pas in 1953 respectievelijk 1956 verlaten. Bij de herziening van de archiefverordening in 1903 werd de rang van rechtskundig ambtenaar veranderd in commies-chartermeester en die van assistent in adjunct-commies. Daarnaast bleef een klerk in de formatie opgenomen. 1.1.11. Het afscheid van Muller Muller mocht tot zijn 70e verjaardag doorwerken, maar toen was het-ogenschijnlijk nauwelijks tot zijn genoegen-welletjes. Per 1 januari 1919 gaf hij de fakkel over aan zijn opvolger mr. W.C. Schuylenburg, die in 1899 was aangesteld als rechtskundig ambtenaar. Zijn rijksarchivariaat wist hij nog te rekken tot 1 januari 1921. In 1920 was hieraan door Provinciale Staten ook de bij de nieuwe archiefwet van 1918 voorgeschreven provinciale inspectie der archieven verbonden. Geheel ongewoon waren fungerende archivarissen op leeftijd geenszins. Zijn Nijmeegse ambtgenoot Van Schevichaven stierf in 1918 op 91-jarige leeftijd in het harnas. 1 1 Renting "Gemeentearchieven" 5 Voetnoot 1.1.12. De bibliotheek In 1581 sommeerde de vroedschap de gesupprimeerde geestelijke instellingen om hun boekwerken naar het stadhuis over te brengen. Zo werd de kiem gelegd voor de stedelijke bibliotheek. Van 1584 tot 1819 was deze gevestigd in de Janskerk. Langzamerhand ontwikkelde de instelling zich tot een academische bibliotheek ten behoeve van professoren en studenten aan de universiteit. Na 1815 werd de bibliotheek door de stad formeel overgedragen aan de inmiddels door het rijk overgenomen universiteit. Er is in 1584 wel het een en ander op het stadhuis achtergebleven en deze collectie is later aangevuld met werken geschonken aan het stadsbestuur of aangeschaft ten dienste van de administratie. Na 1815 kreeg deze collectie meer aandacht. Met name onder het burgemeesterschap van Van Asch van Wijck kon W.A. Boers met hulp van Van der Monde een groot aantal nieuwe aanwinsten boeken. In 1829 stelde Boers de eerste "catalogus" samen, die in 1853 werd vervangen door een gedrukte catalogus met 622 nrs. van de hand van jhr.mr. W. Six. Raven vervaardigde later een nieuwe catalogus, waarvan Muller besloot deze niet in druk uit te geven, omdat hij de bibliotheek aan een grondige reorganisatie wilde onderwerpen. Het is met name aan Muller te danken geweest dat de huidige bibliotheek een zo goed als volledige collectie gedrukte Traiectensia bevat. Hij schuwde zelfs niet de verwerving van tegenwoordig zeldzame of soms unieke brochures en folders, waarvoor destijds de meeste vakbroeders hun neus ophaalden. Hij maakte in de eerste plaats een indeling in twee categorieën: de algemene bibliotheek en de bibliotheek betreffende de stad Utrecht, waarvan de eerste weer was onderverdeeld in een bibliotheek voor de archivaris en een bibliotheek voor het bestuur. Deze laatste bleef bij de verhuizing naar de Drift achter op het stadhuis. In de tweede plaats stelde hij een eigen rubriekenstelsel samen. Helaas raakte de bibliotheek ernstig "vervuild" door de opname van vele "losse" archivalia, gevolg van Mullers strakke archivistische opvattingen. Hij hield ook in de praktijk vast aan de laatdunkende kwalificatie van het begrip familiearchief in de Handleiding: "een conglomeraat van papieren en stukken ... meermalen op de meest zonderlinge wijze bijeengekomen". Het verband tussen deze stukken mocht zonder bezwaar verbroken worden, hoogstens kon op de ambtelijke stukken het structuurbeginsel worden losgelaten. Voor Muller bleven eigenlijk alleen archieven uit de publieke sfeer interessant. Door deze omstandigheid zou het ontsluiten van dit bestand allengs tot grote moeilijkheden leiden. Bovendien leidde de onevenwichtige en heterogene samenstelling van het bestand er toe dat het al te gemakkelijk met archivalia werd aangevuld. Het betrof hier stukken waarmee een inventarisator archivistisch geen raad wist, waarvan toevoeging aan reeds aanwezige archieven te lastig werd gevonden of toevoeging aan later geacquireerde archieven werd vergeten. In 1881, dus nog voor het verschijnen van de eerste archiefinventaris, deed Muller zijn catalogus van de bibliotheek van de stad Utrecht het licht zien. Hierop verscheen in 1906 een supplement. Het aanbrengen van een flexibele nummering gericht op de opname van aanvullingen was niet het sterkste punt van Muller. Zowel bij de bibliotheek als bij de Topografisch-Historische Atlas leidde dit tot een tijdrovende en gebruikersonvriendelijke omnummering. In 1981 werd het ook bij Openbare Bibliotheken gebruikelijke SISO-classificatiesysteem ingevoerd, waardoor tevens een einde kon worden gemaakt aan de onzalige plaatsing volgens de indelingssystematiek. Een en ander werd pas mogelijk na de uitbreiding van de formatie met een bibliothecaris. De eerste gediplomeerde bibliothecaris werd aangesteld in 1971. Belangrijkste verliezen van de bibliotheek waren de afstand in 1935 van de "bibliotheek" betreffende de provincie Utrecht aan het Rijksarchief in de provincie Utrecht en de overdracht van een deel van de hand-bibliotheek aan de eerste directrice van het verzelfstandigde Centraal Museum in 1940. 1.1.13. De Topografisch-Historische Atlas Vanaf de 17e eeuw kocht de stedelijke overheid zo nu en dan topografische kaarten aan. Onder het burgemeesterschap van Van Asch van Wijck begon men te spreken van een verzameling van prenten en tekeningen betreffende de stad. Er werden regelmatig aankopen gedaan en zowel W.A. Boers als mr. J.W.L. Raven stelden catalogi samen. Veel kaartmateriaal bleek nog aanwezig bij de Stadstimmerwerf en in de burelen ten stadhuize. Met de gemeentearchitect en de gemeentesecretaris werd een praktische verdeling van het gemeentelijke kaartbezit afgesproken. Dit leidde tot een aanzienlijke toename van de collectie tot ca. 3300 nrs. Vervolgens besloot Muller tot de volgende driedeling: topografie van de stad, topografie van de provincie en historie van de stad. In 1878 werd de reeks catalogi van de gemeentelijke verzamelingen geopend met de publikatie van de drie catalogi van de verschillende atlassen. Nadat de provinciale atlas in 1901 op instigatie van Muller aan het Rijksarchief in de provincie Utrecht was overgedragen, verschenen in 1905 en 1907 gedrukte supplementen op respectievelijk de historische en de topografische atlas. Evenals bij de bibliotheek leidde dit tot een omnummering en een in de loop der tijd volkomen uit de hand lopende registratie van latere aanwinsten. In 1918 werd besloten de atlassen blijvend aan het archief te verbinden en ze niet onder te brengen in het Centraal Museum. Later werd voor de nieuwe aanwinsten van de atlas noodgedwongen een nieuw register geopend, waarin de aanwinsten chronologisch werden ingeschreven. De toegankelijkheid was hierdoor dus minimaal. Daarom werden in 1956, 1965 en 1966 nieuwe systematische catalogi ingevoerd voor respectievelijk de topografische, de historische en de daarvan afgesplitste iconografische atlas. Zij waren inmiddels uitgegroeid tot een van de belangrijkste verzamelingen op dit terrein in ons land. Tot 1964 was het beheer in handen van een van de archiefambtenaren, die deze werkzaamheden als neventaak verrichtte, maar in dat jaar kon de eerste echte conservator worden aangesteld. 1.1.14. Het museum van oudheden Tot de stedelijke verzamelingen behoorde ook de collectie oudheden "behoorende tot het Archief der stad" en ook hierover voerde de archivaris het beheer. Ter gelegenheid van de opening van de voor het publiek bestemde nieuwe museumzalen op de tweede verdieping van het stadhuis in 1838 verscheen de eerste catalogus, waarvan in 1847 een vermeerderde druk werd uitgegeven. Na de komst van Muller onderging het museum een complete metamorfose en werd het in 1875 voor het publiek heropend. In 1878 verscheen de eerste "wetenschappelijke" catalogus van het museum. Het museum profiteerde van het vertrek van het oud-archief naar de Drift, maar de behuizing kon pas echt op niveau worden gebracht na het in gebruik nemen van het gebouw het Hoogeland in 1891. Na verloop van tijd bleek ook dit gebouw te klein en daarom hield Muller zich intensief bezig met plannenmakerij voor een nieuw gebouw, waarin o.a. ook het Aartsbisschoppelijk Museum onderdak zou vinden. Het lukte hem zelfs een gemeenschappelijk beheer onder de naam Centraal Museum tot stand te brengen. In 1916 viel het besluit om het oude Stadsambachtskinderhuis aan de Agnietenstraat voor het nieuwe museum geschikt te maken. Muller was de ziel van de hele operatie en gaf op verzoek van het gemeentebestuur tot de opening van de nieuwe lokatie op 1 augustus 1921 leiding aan de inrichting van het museum. De dagelijkse leiding over het museum lag al sinds 1908 niet meer uitsluitend in handen van de archivaris. Toen werd prof.dr. W. Vogelsang benoemd tot-onbezoldigd-onderdirecteur van het museum. In 1917 nam jkvr.dr. C.H. de Jonge, sedert 1920 als conservator, deze werkzaamheden op zich. Na de pensionering van Schuylenburg werd de personele unie tussen museum en archief verbroken. Het Centraal Museum werd een afzonderlijke tak van dienst met een eigen directie. 1.1.15. Het archief in de luwte Na Muller werd het onvermijdelijk wat stil rond het archief. De heldendaden waren verricht, Utrecht kon bogen op een voortreffelijk ontsloten en georganiseerd stadsarchief. Wat was er nog te doen? Muller onderkende het probleem en gaf zijn wat minder bevlogen opvolger een waslijst van aandachtspunten mee. 1 Wat Muller al enigszins zal hebben gevreesd, Schuylenburg nam de oude stiel van Raven weer op en besteeddde een groot deel van zijn tijd aan het schrijven van de door de gemeente gevraagde rechtskundige rapporten. Dit was overigens ook een van zijn belangrijkste taken, want er werd geen nieuwe rechtskundige ambtenaar aangesteld. Wel stelden gemeente en rijk gezamenlijk een chartermeester aan ten behoeve van de voortzetting van het project Oorkondenboek Sticht Utrecht. Muller bleef de werkzaamheden superviseren tot zijn dood op 5 december 1922. Daarna werd het project organisatorisch op een andere leest geschoeid, waarbij de gemeente zijn bemoeienissen staakte. Er kon toen weer een chartermeester oude stijl worden aangesteld. In deze functie werd in 1929 mr. J.W.C. van Campen benoemd, die Schuylenburg in 1940 zou opvolgen. Omdat het Centraal Museum bij deze gelegenheid werd losgekoppeld van het archief verviel toen wederom de functie van chartermeester. 1 Jaarverslag, 1918 Voetnoot Een actief acquisitiebeleid was na de inspanningen van Muller nauwelijks de moeite waard en het gebrek aan depotruimte zou dit ook niet toegelaten hebben. Pas na de bouw van nieuwe metalen stellingen in 1934, waardoor 840 m1 ruimtewinst werd bereikt, kon het secretarie-archief 1813-1850 worden overgebracht. Ook de werkruimte van de ambtenaren was krap: de bureaus van de beide archivisten stonden in de leeskamer. Het bewaard gebleven bord met het opschrift "Op de werkkamer der archieven mag alleen op fluisterende toon gesproken worden" was dan ook geen overbodige luxe. Uiteraard was er in de jaren '30 weinig perspectief voor het archief. In de oorlogsjaren leden de archieven en verzamelingen geen noemenswaardige schade. In 1939 werden de middeleeuwse archieven in met zink beklede kisten geplaatst en deze kregen een plaats in de kelder. Gedurende de meidagen zijn hieraan andere bestanden toegevoegd. In 1942 is een deel van de in de kisten geborgen archivalia overgebracht naar een kelder onder de Domtoren, een ander deel naar een in de voortuin gebouwde bergplaats. Later zijn veiligheidshalve ook nog archivalia in kasteel Merkenburg bij Heukelom ondergebracht. Reeds in het najaar van 1942 werd ten stadhuize geageerd om de archivaris te vervangen door iemand die de nieuwe orde was toegedaan. Dit heeft geen effect gehad. Daarnaast werd geprobeerd hem nieuwe medewerkers op te dringen, wat Van Campen wist te verhinderen. Een trieste en tijdrovende taak gedurende deze jaren waren de genealogische onderzoekingen zowel ten behoeve van de vervolgde Joodse Nederlanders als van personen die dienst wilden nemen bij de S.S. en andere instellingen en daartoe een arische afstamming moesten kunnen aantonen. 1 1 Unger, "De Nederlandse archieven en de oorlog" Voetnoot 1.1.16. De naoorlogse jaren Pas in de jaren '50 werden de ruimtelijke en personele mogelijkheden wat groter. In 1956 kon de ruimtenood worden verminderd door het in gebruik nemen van twee verdiepingen van een leegstaande winkel aan de Voorstraat. Daarnaast werden in 1967 twee klaslokalen aan de Mgr. van de Weteringstraat betrokken. In datzelfde jaar werd begonnen met de bouw van het nieuwe onderkomen van zowel Rijks- als Gemeentearchief aan de Alexander Numankade. In september 1968 werd het archiefgebouw voor het publiek geopend. 1 In 1975 vond aan de oostkant een uitbreiding plaats ten behoeve van de W.S.W.-medewerkers werkzaam bij de afdeling indicering, de zogenaamde Uithoek. 1 Struick en Spruit, "Het nieuwe gemeentelijke archiefgebouw" Voetnoot In 1954 kreeg de dienst zijn chartermeester terug, in welke functie drs. (later dr.) J.E.A.L. Struick werd aangesteld. Tien jaar later volgde hij Van Campen als gemeentearchivaris op. Hij werd vanaf 1969 terzijde gestaan door een adjunct-archivaris, in welke functie A. Graafhuis werd benoemd. In 1986 werd Graafhuis opgevolgd door drs. I.W.L.A. Caminada, die twee jaar later de leiding zou overnemen van dr. Struick. De formatie kwam in 1954 op vijf personen. In de jaren '60 werd aan de Voorstraat provisorisch een restauratie-atelier ingericht en werd een eerste restaurator, toen nog binder geheten, aangesteld. Rond die tijd werd ook de eerste administratieve hulp, een typiste, in dienst genomen. In 1976 was het personeelsbestand gegroeid tot 25 formatieve en 27 niet-formatieve medewerkers, terwijl in 1986 de stand van respectievelijk 31 en 28 werd bereikt. Deze groei leidde vanzelfsprekend tot de vorming van een aantal gespecialiseerde werkeenheden: verwerving, inventarisatie, indicering, inspectie, informatie, educatie, bibliotheek, interne dienst, administratie, prentenverzamelingen en restauratie. De formele organisatorische indeling in afdelingen speelde in de praktijk een minder belangrijke rol. Tot deze afdelingen kan ook de Fotodienst worden gerekend, zij het dat dit onderdeel een meer zelfstandig karakter heeft. Sinds 1973 werkt zij met een eigen begroting. Op de Drift beschikte de archiefdienst niet over een eigen fotograaf. De accommodatie daarvoor ontbrak ten enen male. Dit veranderde met het in gebruik nemen van het gebouw aan de Alexander Numankade. Hier troffen de twee eerste fotografen een aantal goed geoutilleerde ruimten aan. Door de komst van een cineast kon zelfs enige tijd gesproken worden van de Gemeentelijke Foto- en Filmdienst. De Fotodienst verzorgt het fotowerk van de gemeente Utrecht, de opdrachten van de archiefdienst maken slechts een deel van de werkzaamheden uit. Werd in de etalage van de Voorstraat de aandacht van het publiek al getrokken door regelmatige kleine exposities (van gereproduceerd materiaal), na het betrekken van het nieuwe gebouw werd de tentoonstellingstaak fors uitgebouwd (zie voor een overzicht van de belangrijkste exposities bijlage II). Belangrijke andere nieuwe taken werden het klapperen door vrijwilligers en W.S.W.- medewerkers van genealogische en andere bronnen, het microverfilmen (deels in eigen beheer) en het geven van paleografische cursussen. Het voornaamste verschil met de vooroorlogse periode is echter de enorme toename van het aantal studiezaalbezoekers. Voor de oorlog werd geen statistiek bijgehouden, maar de lijst van bezoekers wijst uit dat het aantal bezoeken hooguit enkele honderden kan hebben bedragen. In 1966, 1976 en 1986 bedroeg dit aantal respectievelijk 1880, 3300 en 9700. 1 1 De naoorlogse periode wordt uitgebreid beschreven in Struick, Het archief gearchiveerd. Voetnoot 1.2. Verantwoording van de inventarisatie Het eindjaar voor de inventarisatie is gelegd bij 1986, omdat per 1 januari 1987 een rubriekenstelsel volgens een decimale code werd ingevoerd. Tot dan toe werden vrijwel alle stukken in de chronologisch geordende "notulen" (inv.nrs. 11-193) opgenomen. In deze serie "notulen" bevinden zich vóór 1925 tevens de ingekomen en concepten van uitgaande stukken van het Centraal Museum. Het archief is gecompleteerd met bescheiden afkomstig uit de bibliotheek en uit verschillende werkkamers. Dat hierbij aan praktische overwegingen een groter gewicht is toegekend dan aan archivistische, daar wil de bewerker graag voor uitkomen. Een aantal stukken-indices en regesten-is ondergebracht in de verzameling historisch werkmateriaal, voor zover inhoudelijk van belang voor archiefonderzoek. Vernietigd zijn: facturen, opdrachtbonnen, girodagafschriften, bestelbonnen en kredietbewakingsoverzichten alsmede losbladige bezoekersregisters. De stukken jonger dan 25 jaar zijn slechts raadpleegbaar na verkregen schriftelijke toestemming van de gemeente-archivaris. <br/>De omvang van het archief bedraagt 29 m1. oktober 1990, A. Pietersma 1.3. Literatuur Asch van Wijck, jhr. A.M.C. van. "Stedelijk archief der stad Utrecht". Kronijk van het Historisch genootschap 4 (1848) 172-179 Asch van Wijck, jhr. H.M.A.J. van. Vergelijkend verslag aangaande den toestand der stad Utrecht in 1827 en 1839 ... door den aftredenden burgemeester .... (Utrecht, 1839) Bodel Nyenhuis, J.T. "Biografie van Petrus van Musschenbroek" in: Handelingen van de jaarlijkse vergaderingen van de maatschappij van Nederlandsche letterkunde Campen, J.W.C. van. "In memoriam dr. W.C. Schuylenburg". Nederlands Archievenblad 1946/1947 (51) 136-140 Campen, J.W.C. van. "Het archief der stad Utrecht" in: Tentoonstelling Utrechtse Archieven (Utrecht, 1953) Catalogus van de tentoonstelling Samuel Muller, gemeentearchivaris van Utrecht 1874-1918 (Utrecht, 1974) Dekker, C. en Jansen, J.H.M. "Inleiding" in: Inventarissen van het rijksarchief in de provincie Utrecht 1826-1963, van de verzameling Van Musschenbroek en de verzameling Vermeulen (Utrecht, 1986) 5-18 Evers, G.A. "Koning Lodewijk's Paleis te Utrecht". Het Huis, oud en nieuw afl. 8 (1915) Graafhuis, A. "Wat aan de verhuizing van het Utrechtse stadsarchief naar de Drift voorafging". Maandblad Oud-Utrecht 1983, 213-220 Iterson, W. van. "De stedelijke privileges op last van Alva overgebracht naar het kasteel Vredenburg aldaar". Jaarboek Oud-Utrecht, 1965, 43-56 Janssen, J.H.M., "Petrus van Musschenbroek en de Utrechtse archieven". Nederlands Archievenblad 92 (1988) 29-42 Ketelaar, F.C.J., "S. Muller Fz. en het Nederlands Archiefwezen". Nederlands Archievenblad 78 (1974) 198-210 Muller Fz., S. "De aankoop der Hollandsche handschriften van Sir Thomas Phillips te Cheltenham". Bijdragen voor Vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde, 3e reeks, V (1889) 104-122 Muller Fz., S. "Geschiedenis van het archief" in: Catalogus van het archief. Eerste afdeeling 1122-1577 (Utrecht, 1893) V-LXXXVIII Muller, Fz., S. "Het oude Utrechtsche stadhuis", Het huis oud en nieuw... V (1907) 202 e.v. Muller Fz, S. "Bijvoegselen bij de geschiedenis van het archief" in: Catalogus van het archief. Supplement, bijvoegselen en indices (Utrecht, 1914) 101-116 Renting, "R.A.D. "Gemeentearchieven in historisch perspectief". Nederlands Archievenblad 93 (1989) 1-19 Ross, Alice. "Het eerste stadhuis van Utrecht-een belangrijke verbouwing in 1546" in: Jaarboek Oud-Utrecht, 1989, 37-57 Struick, J.E.A.L. en Spruit, K.F.G. "Het nieuwe gemeentelijke archiefgebouw in Utrecht". Nederlands Archievenblad (1968) 247-255 Struick, J.E.A.L. Archief gearchiveerd (Utrecht, 1988) Unger, W.S. "De Nederlandse archieven en de oorlog", Nederlands Archievenblad 1948/1949 (53) 101-134 Wilmer, C.C.S. Museum op zolder (Utrecht, 1988) Woelderink, B. "De geschiedenis van het archiefwezen in Nederland in hoofdlijnen" in: Verslag en bijdragen Rijksarchiefschool 1972-1973/1973-1974 61-90 2. Inventaris 2.1. Archief van de gemeentelijke archief- en fotodienst 2.1.1. Stukken van algemene aard 2.1.1.1. Notulen Notulen van de kleine staf, met agenda's en bijlagen 1969-1980 2 pakken 1 1969-1977 2 1978-1980 Notulen van de staf, met agenda's en bijlagen 1970-1986 3 pakken Oorspronkelijk werden de bijeenkomsten "werkoverleg" genoemd. Later was er sprake van "grote staf", ter onderscheiding van de "kleine staf". Na de opheffing van de kleine staf in 1980 werd de term staf ingevoerd NB 3 1970-1977 4 1978-1982 5 1983-1986 Notulen van de vergadering van archief- en bibliotheekambtenaren, met agenda's en bijlagen 1972-1986 2 pakken 6 1972-1980 7 1981-1986 8 "Interne mededelingen", bekendmakingen van de directie aan het personeel 1976-1986 1 pak 2.1.1.2. Correspondentie 9 Ingekomen stukken van particulieren 1836-1873 1 omslag 10 Ingekomen besluiten van burgemeester en wethouders 1861-1873 1 pak "Notulen", ingekomen en minuten van uitgaande stukken 1874-1986 183 delen - De stukken zijn tot 1940 en van 1951-1973 per jaar doorlopend genummerd. <br/>- Van 1875 sep-1940 zijn agenda's bijgevoegd, van 1941-1952 indices op zaken en op correspondenten. <br/>- Van 1941-1950 zijn de stukken verdeeld in A-en B-correspondentie, elk met een afzonderlijke nummering. De A-correspondentie heeft betrekking op dienstzaken, de B-correspondentie op het verstrekken van wetenschappelijke en genealogische inlichtingen. <br/>- Vanaf 1974 is de indeling Algemeen en Wetenschappelijk/Genealogisch toegepast. Elk van de beide categorieën kent een eigen nummering. Binnen de tweede categorie is op de stukken een G of een W aangebracht NB 11 1874 12 1875 jan-sep 13 1875 sep-dec 14 1876 15 1877 16 1878 17 1879 18 1880 19 1881 20 1882 21 1883 22 1884 23 1885 24 1886 25 1887 26 1888 27 1889 28 1890 29 1891 30 1892 31 1893 32 1894 33 1895 34 1896 35 1897 36 1898 37 1899 38 1900 39 1901 40 1902 41 1903 42 1904 43 1905 44 1906 45 1907 46 1908 47 1909 48 1910 49 1911 50 1912 51 1913 52 1914 53 1915 54 1916 55 1917 56 1918 57 1919 58 1920 59 1921 60 1922 61 1923 62 1924 63 1925 64 1926 65 1927 66 1928 67 1929 68 1930 69 1931 70 1932 71 1933 72 1934 73 1935 74 1936 75 1937 76 1938 77 1939 78 1940 79 1941 80 1942 A 1 -B 300 81 1942 B 301-954 82 1943 A 1-B 215 83 1943 B 215-857 84 1944 A 1-B 249 85 1944 B 250-785 86 1945 87 1946 88 1947 89 1948 90 1949 91 1950 92 1951 93 1952 94 1953 95 1954 96 1955 97 1956 98 1957 99 1958 100 1959 101 1960 102 1961 103 1962 104 1963 105 1964 106 1965 1-346 107 1965 347-701 108 1966 109 1967 1-350 110 1967 351-654 111 1968 1-350 112 1968 351-650 113 1968 651-1002 114 1969 1-399 115 1969 400-750 116 1969 751-1011 117 1970 1-449 118 1970 450-829 119 1970 830-1133 120 1971 1-230 121 1971 231-574 122 1971 575-950 123 1971 951-1376 124 1972 1-400 125 1972 401-700 126 1972 701-1039 127 1972 1040-1409 128 1973 1-359 129 1973 360-700 130 1973 701-999 131 1973 1000-1349 132 1973 1350-1552 133 1974 Alg. 1-305 134 1974 Alg. 306-604 135 1974 Correspondentie tentoonstelling Belle van Zuylen (nr. 241) Met medewerking van de GAU verscheen de Catalogus van de tentoonstelling Belle van Zuylen -Isabella de Charrière 1740-1805 NB 136 1974 Wet./Gen. 1-359 137 1974 Wet./Gen. 360-725 138 1974 Wet./Gen. 726-1081 139 1975 Alg. 1-275 140 1975 Alg. 276-595 141 1975 Wet./Gen. 1-350 142 1975 Wet./Gen. 351-735 143 1975 Wet./Gen. 736-1032 144 1976 Alg. 1-207 145 1976 Alg. 208-407 146 1976 Alg. 408-636 147 1976 Wet./Gen. 1-322 148 1976 Wet./Gen. 323-557 en 590-643 149 1976 Wet./Gen. 558-589 150 1976 Wet./Gen. 644-924 151 1977 Alg. 1-400 152 1977 Alg. 401-818 153 1977 Wet./Gen. 1-465 154 1977 Wet./Gen. 466-813 155 1978 Alg. 1-330 156 1978 Alg. 331-595 157 1978 Wet./Gen. 1-500 158 1978 Wet./Gen. 501-995 159 1979 Alg. 1-300 160 1979 Alg. 301-575 161 1979 Wet./Gen. 1-500 162 1979 Wet./Gen. 501-1061 163 1980 Alg. 1-205 164 1980 Alg. 206-415 165 1980 Wet./Gen. 1-435 166 1980 Wet./Gen. 436-815 167 1980 Wet./Gen. 816-1237 168 1981 Alg. 1-250 169 1981 Alg. 251-466 170 1981 Wet./Gen. 1-475 171 1981 Wet./Gen. 476-900 172 1981 Wet./Gen. 901-1305 173 1982 Alg. 1-230 174 1982 Alg. 231-460 175 1982 Wet./Gen. 1-414 176 1982 Wet./Gen. 415-894 177 1982 Wet./Gen. 895-1344 178 1983 Alg. 1-220 179 1983 Alg. 221-444 180 1983 Wet./Gen. 1-424 181 1983 Wet./Gen. 425-844 182 1983 Wet./Gen. 845-1193 183 1984 Alg. 1-374 184 1984 Wet./Gen. 1-350 185 1984 Wet./Gen. 351-700 186 1984 Wet./Gen. 701-1059 187 1985 Alg. 1-260 188 1985 Alg. 261-465 189 1985 Wet./Gen. 1-275 190 1985 Wet./Gen. 276-610 191 1985 Wet./Gen. 611-936 192 1986 Wet./Gen. 1-435 193 1986 Wet./Gen. 436-848 2.1.1.3. Indices en agenda's op de correspondentie 194 Systematisch repertorium op zaken 1874-1918 1 deel Minuten van het systematisch repertorium op zaken 1874-1918 2 pakken 195 Administratie der verzamelingen 196 Onderzoek en inlichtingen Alfabetische indices op zaken, correspondenten en genealogisch onderzoek 1919-1952 3 delen 197 Zaken 198 Correspondenten 199 Genealogisch onderzoek Alfabetische indices op zaken, correspondenten en genealogisch onderzoek 1953-1964 3 delen 200 Zaken 201 Correspondenten 202 Genealogisch onderzoek Alfabetische indices op zaken, correspondenten en genealogisch onderzoek 1965-1973 4 delen 203 Zaken 204 Correspondenten 205 Genealogisch onderzoek 1965-1971 206 Genealogisch onderzoek 1972-1973 Alfabetische indices op zaken, correspondenten en genealogisch onderzoek 1974-1986 13 delen 207 1974 208 1975 209 1976 210 1977 211 1978 212 1979 213 1980 214 1981 215 1982 216 1983 217 1984 218 1985 219 1986 Agenda's 1963-1988 21 delen 220 1963 221 1964 222 1965 223 1966 224 1967 225 1968 226 1969 227 1970 228 1971 229 1972 230 1973 231 Algemene correspondentie 1974 jan 1 -1975 dec 31 232 Algemene correspondentie 1976 jan 1 -1979 jul 27 233 Algemene correspondentie 1979 jul 30-1984 apr 12 234 Algemene correspondentie 1984 apr 12-1987 dec 21 235 Wetenschappelijke/Genealogische correspondentie 1974 jan 1 -1975 dec 31 236 Wetenschappelijke/Genealogische correspondentie 1976 jan 2 -1979 feb 12 237 Wetenschappelijke/Genealogische correspondentie 1979 feb 12-1981 mei 19 238 Wetenschappelijke/Genealogische correspondentie 1981 mei 20-1983 apr 8 239 Wetenschappelijke/Genealogische correspondentie 1983 apr 8 -1985 okt 21 240 Wetenschappelijke/Genealogische correspondentie 1985 okt 21-1988 aug 29 2.1.1.4. Jaarverslagen -- Jaarverslagen over 1874-1986 - Zie de bibl.nrs. XXXIV D 24 e.v., na 1968 VV582. <br/>- Over de jaren 1941 en 1942 zijn afzonderlijke jaarverslagen verschenen. Daarnaast is er later een jaarverslag over 1941-1945 uitgebracht. <br/>- Verschenen als bijlagen bij het Gemeenteverslag. De verslagen over 1851-1873 zijn opgenomen in het Gemeenteverslag zelf. Vanaf 1968 zijn de verslagen door de dienst uitgegeven NB 241 Concepten en minuten van de jaarverslagen over 1866 1868-1873 1 omslag 2.1.2. Stukken betreffende bijzondere onderwerpen 2.1.2.1. Reglementering 242 Reglementen voor de dienst, alsmede instructies voor de gemeentearchivaris en het overige personeel 1829-1935 1 pak 2.1.2.2. Gebouwen 243 Bouwtekeningen van het archiefgebouw aan de Alexander Numankade 1962-1968 1 pak Stukken betreffende de bouw en inrichting van en de verhuizing naar het archiefgebouw aan de Alexander Numankade 1967-1968 2 pakken Cartoon in het Utrechts Nieuwsblad 4 februari 1967. Bibl.nr. L 80 II J NB 244 Stukken betreffende de bouw en inrichting van en de verhuizing naar het archiefgebouw aan de Alexander Numankade 1 pak 245 Stukken betreffende de bouw en inrichting van en de verhuizing naar het archiefgebouw aan de Alexander Numankade 1 pak 2.1.2.3. Financiële administratie 246 Kasboek van ontvangsten en uitgaven over 1835-1846. Afschrift 1 omslag Bijlagen bij de jaarrekeningen 1865-1873 7 pakken en 2 omslagen 247 1865 248 1866, met lijst 249 1867 250 1868 251 1869 252 1870 253 1871 met lijst 1 omslag 254 1872 met lijst 255 1873 met lijst 1 omslag Manualen van uitgaven 1919-1960, 1969-1986 30 delen en 18 pakken 256 1919 257 1920-1921 258 1922 259 1923 260 1924 261 1925 262 1926 263 1927 264 1928 265 1929 266 1930 267 1931 268 1932 269 1933 270 1934 271 1935 272 1936 273 1937 274 1938 275 1939 276 1940 277 1941-1942 278 1943-1944 279 1945-1946 280 1947-1948 281 1949-1950 282 1951-1952 283 1953-1954 284 1955-1956 285 1957-1960 286 1969 1 pak 287 1970 1 pak 288 1971 1 pak 289 1972 1 pak 290 1973 1 pak 291 1974 1 pak 292 1975 1 pak 293 1976 1 pak 294 1977 1 pak 295 1978 1 pak 296 1979 1 pak 297 1980 1 pak 298 1981 1 pak 299 1982 1 pak 300 1983 1 pak 301 1984 1 pak 302 1985 1 pak 303 1986 1 pak Kas- en giroboeken 1947-1987 15 delen 304 1947-1964 aug 305 1964 aug-1968 306 1969-1970 apr 307 1970-1971 308 1972-1973 309 1974 310 1975 311 1976-1977 nov 312 1977 nov-1978 aug 313 1978 aug-1980 mrt 314 1980 mrt-1981 aug 315 1981 aug-1983 feb 316 1983 feb-1984 jul 317 1984 jul-1985 318 1986-1987 aug 319 Kasboek van kleine uitgaven 1961-1964 1 deel 2.1.2.4. Personeel Zie voor foto's van personeelsleden inv.nrs. 326 t/m 327-c. NB 320 Stukken betreffende de vervulling van vacatures [1870] 1 omslag 320-a Stukken van R. Fruin als initiatiefnemer om aan S. Muller Fz. een nationale onderscheidng toe te kennen naar aanleiding van zijn 40-jarige jubileum als rijks- en gemeentearchivaris en directeur 1913-1914 1 omslag 321 Stukken betreffende de viering van het 25-jarig ambtsjubileum van dr. J.E.A.L. Struick 1979 1 omslag Zie ook inv.nr. 327-b NB 322 Album samengesteld door het personeel bij het afscheid van adjunct-archivaris A. Graafhuis 1985 1 band 322-a Stukken van J.W.C. van Campen betreffende onder meer W.C. Schuylenburg en H.W.M.J. Kits 1927-1979 1 omslag 2.1.2.5. Geschiedenis van de dienst 323 Besluiten van burgemeester en wethouders betreffende de dienst, 1803, 1827-1873. Afschriften. Met aantekeningen betreffende deze besluiten, [1875] 1 pak 324 Aantekeningen uit de thesauriers- en kameraarsrekeningen van de 17e eeuw betreffende de stedelijke verzamelingen [1875] 1 omslag 325 Geschiedenis van het archief der stad Utrecht door S. Muller Fz. Gedrukt 1893 1 deel Overdruk van de inleiding tot de inventaris van het middeleeuwse stadsarchief NB Albums met foto's, kranteknipsels en overige documentatie 1967-1980 2 banden 326 1967-1974 327 1974-1980 Foto's van personeelsleden en van diverse gebeurtenissen en festiviteiten, zoals de verhuizing naar de Alexander Numankade, openingen van tentoonstellingen en de viering van het 25-jarig ambtsjubileum van gemeentearchivaris J.E.A.L. Struick 1968-1985 3 pakken De foto's zijn afkomstig uit de Historische en de Iconografische Atlas van de Collectie Beeldmateriaal en voorzien van de bijbehorende beschrijvingen uit de catalogus NB 327-a 1968-1973 327-b 1975-1979 327-c 1980-1985 2.1.2.6. Beheer van archieven en verzamelingen 2.1.2.6.1. Algemeen 328 Akte van overeenkomst tussen de Gemeenteraad en uitgever J.L. Beijers over het drukken van de serie catalogi van de gemeenteverzamelingen, 1877, met wijziging, 1878. Afschrift 1 stuk 329 Lijsten van aanwezige archieven, bibliotheekwerken en objecten 1 omslag 2.1.2.6.2. Archieven 2.1.2.6.2.1. Inventarisatie vóór 1874 Inventarissen, regestenlijsten en plaatsingslijsten. Net-exemplaren, afschriften en concepten 330 Charters van de stad Utrecht 1 deel - Eind 17e eeuws afschrift, met latere aanvullingen, van de eerste redactie van een inventaris, opgemaakt 1599-1603. Deze inventaris gaat waarschijnlijk terug op een exemplaar dat is opgesteld door de 15e eeuwse stadsklerk Tijlman Momfelen van Usselaer. <br/>- Officieel exemplaar met het stadswapen NB 331 Charters "berustende op de overkluysde camer boven de schouts camer" 1 deel - Afkomstig uit de collectie Cheltenham. <br/>- Afschrift uit de 18e eeuw van inv. nr. 330 NB 332 Charters van de stad Utrecht 1 deel - Schenking door mr. J.A. Grothe, afkomstig uit de collectie Booth. <br/>- Afschrift van vóór 1646 van de tweede redactie, opgemaakt na 1613, met aantekeningen van na 1652 van de hand van dr. C. Booth NB 333 Charters van de stad Utrecht 1 deel Afschrift vervaardigd tussen 1646 en 1651 van de tweede redactie, voortgezet met een andere hand NB 334 Charters van de stad Utrecht 1 deel - Afschrift uit de tweede helft van de 18e eeuw van een afschrift, vervaardigd tussen 1658-1682, van inv. nr. 333. <br/>- Dit exemplaar is in bezit geweest van Bondam en van Van Musschenbroek. <br/>- Een ander afschrift bevindt zich onder inv.nr. 185 in de verzameling mr. C. Berger NB 335 Charters van de stad Utrecht, samengesteld door P. van Musschenbroek 1 deel - Schenking door het Algemeen Rijksarchief in Den Haag. <br/>- Minuut van een deel van de inventaris die Van Musschenbroek opzond aan H. van Wijn, archivarius des rijks NB 336 "Boekdelen en bundels" 1577-1795, systematisch ingedeeld 1 deel Charters van de stad Utrecht, chronologisch ingedeeld 2 delen en 1 omslag 337 Lijst 1122-1716 338 Verbeterde lijst, 1122- 1589, samengesteld door W.A. Boers 339 Bijlagen 1 omslag 340 Charters van de stad Utrecht, 1122-1716, chronologisch ingedeeld 1 deel - Afschrift van inv. nr. 338, in 1839 opgesteld door W.A. Boers voor burgemeester jhr. H.M.A.J. van Asch van Wijck. <br/>- Schenking door jhr. A.G.E. van Asch van Wijck te Zeist, 1915 NB 341 Stukken behorende tot het stadsarchief. Klad-exemplaar 1 omslag Vervangen door inv.nr. 344 NB Archief van de stad Utrecht, alfabetisch ingedeeld, alsmede concept, samengesteld door W.A. Boers 2 delen 342 Concept 343 Inventaris 344 Archief van de stad Utrecht, alfabetisch ingedeeld, samengesteld door W.A. Boers en vervolgd door J.A. Hofkes 1 deel 345 Archief van de stad Utrecht: stukken in portefeuille, samengesteld door W.A. Boers. Fragment van een afschrift 1 deel Losse stukken, samengesteld door W.A. van den Wall Bake en G. Serton 3 pakken 346 Numerieke lijst 347 Numerieke lijst onder vermelding van de rubrieksnamen 348 Systematische lijst 349 Archief van de stad Utrecht volgens de kamerindeling in het Stadhuis, samengesteld door G. Serton, met bijlagen 1 omslag 350 Charters, samengesteld door J.W.L. Raven en J.A. Hofkes. Aantekeningen en concepten 1 pak 351 Charters, samengesteld door J.W.L. Raven. Fragment 1 pak 352 Archief van de stad Utrecht, systematisch ingedeeld, samengesteld door J.W.L. Raven. Aantekeningen. Met uittreksels uit literatuur betreffende chronologie.1 pak 353 Middeleeuws archief van de stad Utrecht, systematisch ingedeeld, met latere aantekeningen en lijst van kameraarsrekeningen 1 deel 354 Charters van de stad Utrecht, 1122-1808, chronologisch ingedeeld. Concept 1 deel 355 Regesten van registers in het middeleeuwse stadsarchief. Concepten en minuten 1 pak 356 Charters van de stad Utrecht, 1122-1613, chronologisch ingedeeld 1 pak Afschriften van beschrijvingen uit andere inventarissen NB 357 Charters van de stad Utrecht, 1122-1612 chronologisch ingedeeld 1 pak 358 Archief van schout en schepenen 1 deel 359 Archief van de finantiekamer, met alfabetische indices, in 1818 samengesteld door J. de Groot. Minuten en net-exemplaren 1 pak 360 Stukken aanwezig in de "financiekamer" en de "commissiekamer", samengesteld door W.A. Boers 1 omslag Rekeningen, aanwezig in de blauwe kamer van het stadhuis, samengesteld door W.A. Boers, met index 2 delen 361 Rekeningen 362 Rekeningen zonder vermelding van de verblijfplaats 363 Regesten van registers berustende in de "bewaarde" archieven 1 omslag 364 Charters berustende in de "bewaarde" archieven 1 deel 365 Charters berustende in het archief van de Oud Bisschoppelijke Clerezie en afkomstig van kloosters in de stad Utrecht 1 katern Archieven van de regenten van de Verenigde Gods- en Gasthuizen 2 delen 366 "Boekdelen en bundels", samengesteld door G. Serton; charters, vervaardigd door G.W. Beeger 367 "Deelen en stukken" 368 Archieven van stichtingen en verenigingen opgenomen in het archief van de stad Utrecht 1 deel 369 Archieven van particuliere en enkele gemeentelijke archieven, later overgebracht naar de archiefdienst 1 pak 370 Stukken behorende tot de verzameling D'Yvoy-Booth, alsmede lijst van charters 1 omslag Het grootste deel van deze verzameling berust nu in het Rijksarchief in de provincie Utrecht NB 371 Archieven van het Regulieren-klooster, het St.Elizabeths-gasthuis en de Bank van Lening 1 deel 372 Retroacta van de Burgerlijke Stand van de gemeente Utrecht, geschreven exemplaar, alsmede gedrukt exemplaar, samengesteld door G. Serton en exemplaren met bijschrijvingen 1 pak 373 Archief van de kerkeraad van de hervormde gemeente 1 katern 374 Archief van mr. C. Berger 1 deel 375 Archief van het Gereformeerd Burgerweeshuis 1 deel 376 Archief van het gerecht Pijlsweerd, in 1899 door de familie Engelen van Pijlsweerd in bewaring gegeven 1 katern 377 Archief van het gerecht van de Bemuurde Weerd 1 omslag 2.1.2.6.2.2. Inventarisatie 1874-1918 Inventarissen van de stads- en bewaarde archieven. Gedrukt. Samengesteld door S. Muller Fz., met medewerking van W.C. Schuylenburg, J.G.C. Joosting, C.L. de Leur en G. van Klaveren Pz 20 delen 378 Stadsarchief 1122-1577 379 Stadsarchief 1122-1577, met geschreven aanvullingen 380 Stadsarchief 1577-1795 381 Stadsarchief 1577-1795, met geschreven aanvullingen 382 Stadsarchief 1795-1813 382-a Stadsarchief 1795-1813, met geschreven aanvullingen 383 Supplement en indices 383-a Supplement en indices, met geschreven aanvullingen 384. Stadsarchief 1814-1880 384 Stadsarchief 1814-1880 385 Supplement en indices, met geschreven aanvullingen 386 Supplement en indices, met geschreven kladaanvullingen 387 Bewaarde archieven I 388 Bewaarde archieven I, onderdeel A 389 Bewaarde archieven I, met geschreven aanvullingen 390 Bewaarde archieven II 391 Bewaarde archieven II, onderdeel A + B 392 Bewaarde archieven II, onderdeel C + D 393 Bewaarde archieven II, met geschreven aanvullingen 394 Indices op de bewaarde archieven 395 Regesten van het stadsarchief 1122-1528 395-a Lijsten van de huiseigenaars in de verschillende wijken voor 1813, nadere toegang op eige-naars en bewoners van huizen in de stad Utrecht, opgenomen in de archieven van de stad Utrecht over 1577-1795 en 1795-1813 ca. 1900 1 blad Het betreft een op linnen opgeplakt overzicht, dat ten dienste van de medewerkers in het depot was opgehangen. NB 2.1.2.6.2.3. Inventarisatie na 1918 Zie voor inventarissen die in de studiezalen in gebruik zijn, inv.nr. 705. NB 396 Vervallen inventarissen 1929-1988 (1990), z.j. 46 delen en katernen 2.1.2.6.2.4. Overige 397 Lijsten van afgietsels van zegels, samengesteld door mr. S. Muller Fz. Gedrukt, waarvan enkele met aantekeningen 1 pak 398 Lijsten van zegels in volgorde van inventarisnummer aanwezig in de "bewaarde archieven".1 pak 398-a Lijst van zegels van Utrechtsche stichtingen en corporatiën, die bekend zijn en waarvan afgietsels aanwezig zijn in het gemeentearchief. Gedrukt ca. 1907 1 katern 399 "Gids voor de Utrechtse stedelijke archieven en verzamelingen", archievenoverzicht. Gedrukt 1968 1 katern 400 Stukken betreffende de opzet en de uitgave van de provinciale archievenoverzichten onder auspiciën van de vereniging van Archivarissen in Nederland 1976-1983 1 pak 401 Instructie voor het indiceren van de archieven van de notarissen in de stad Utrecht ten behoeve van de bewerker 1980 1 deel 401-a Chronologische lijst van de stedelijke bestekken van 1952-1984 1 pak Het betreft een vervolg op de nadere toegang over 1861-1951 in de studiezaal. NB 2.1.2.6.3. Bibliotheek 2.1.2.6.3.1. Ontsluiting 402 Alfabetische catalogus van de bibliotheek 1 katern 403 Catalogus van de bibliotheek ingedeeld naar formaat, alsmede afschrift van een deel van de categorie octavo en van de index, samengesteld door W.A. Boers 1 pak Systematische catalogus van de bibliotheek , samengesteld door jhr. W. Six. Gedrukt. Alsmede exemplaren met aanvullingen 1853 3 delen 404 Systematische catalogus 405 Systematische catalogus, met geschreven aanvullingen en index door Hooft Graafland en jhr. W. Six alsmede aantekeningen van G.W. Beeger 406 Systematische catalogus, met vrijwel gelijkluidende geschreven aanvullingen 407 Systematische catalogus van de bibliotheek, samengesteld door J.W.L. Raven. Concept 1 pak Systematische catalogi van de bibliotheek van de stad Utrecht, samengesteld door S. Muller Fz. Gedrukt 11 delen 408 Uitgave 1881 (nrs. 1-4000) 409 Uitgave 1881; met geschreven aanvullingen ('x'-nummers) en voorzien van de nieuwe supplementnummering in rood 410 Supplement 1906 Uitgave van de geschreven aanvullingen in inv.nr 409., voorzien van een nieuwe nummering (S 1-3278) NB 411 Uitgave 1906 onder vermelding van de oude 'x' nummers in de uitgave van 1881 412 Uitgave 1881 met de tweede nieuwe doorlopende nummering 1881/1906 (nrs. 1-7125) in rood 413 Uitgave 1881 met de tweede nieuwe doorlopende nummering 1881/1906 (nrs. 1-7125) in rood 414 Uitgave 1881 met de tweede nieuwe doorlopende nummering 1881/1906 (nrs. 1-7125) in rood 415 Supplement 1906 met de tweede nieuwe doorlopende nummering 1881/1906 (nrs. 1-7125) in rood 416 Supplement 1906 met de tweede nieuwe doorlopende nummering 1881/1906 (nrs. 1-7125) in rood Supplement 1906 met de tweede nieuwe nummering in rood en aanvullingen van na 1906. Deze aanvullingen hebben zowel het oude supplementnummer met 'x' als het nieuwe nummer met 'x' in rood 2 delen Later is deze catalogus afgesloten, op fiche overgenomen voor zowel een systematische catalogus volgens hetzelfde systeem als een alfabetische catalogus en als zodanig bijgehouden tot 1981. Toen werden de oude fichecatalogi afgesloten en voortgezet in de vorm van enkele nieuwe catalogi volgens het SISO-systeem. NB 417 Supplement 1906 met de tweede nieuwe nummering in rood en aanvullingen van na 1906. Deze aanvullingen hebben zowel het oude supplementnummer met 'x' als het nieuwe nummer met 'x' in rood 1 deel 418 Supplement 1906 met de tweede nieuwe nummering in rood en aanvullingen van na 1906. Deze aanvullingen hebben zowel het oude supplementnummer met 'x' als het nieuwe nummer met 'x' in rood 1 deel 419 Systematische catalogus van de algemene bibliotheek met de oudste nummering, onder vermelding van de werken die in 1940 zijn overgedragen aan het Centraal Museum 1 deel 420 Systematische catalogus van de algemene bibliotheek met een nieuwe nummering, bijgehouden tot 1948 1 deel Voortgezet als fichecatalogus. In 1981 afgesloten en voortgezet als onderdeel van de nieuwe SISO-catalogi NB 421 Index op de namen van de auteurs voorkomende in de catalogus en de supplement-catalogus van de bibliotheek van de stad Utrecht 1 pak 422 Indices op enkele historische tijdschriften, waarvan enkele in concept 1 pak De stadsbibliotheek in het depot op de begane grond van het archiefgebouw aan de Drift, 1968. Foto P. van Eck van der Sluis. Topogr.-Hist. Atlas, Ns 2.12 NB 423 Minuut van de index op de gedrukte plakkaten van de stad Utrecht tot ca. 1813, onder vermelding van de collecties waarin ze aanwezig zijn 1 pak 424 Minuut van de index op de gedrukte plakkaten van de provincie Utrecht tot ca. 1813, onder vermelding van de collecties waarin ze aanwezig zijn 1 pak 2.1.2.6.3.2. Aanwinsten en verliezen Aanwinstenlijsten 1957-1986 6 pakken en 1 omslag 425 Bibliotheek van de stad Utrecht 1957- 1970 426 Algemene bibliotheek 1957-1970 1 omslag 427 Bibliotheek van de stad Utrecht 1970- 1981 mrt 428 Algemene bibliotheek 1970-1981 jul 429 1981 mrt-1983 430 1984-1985 431 1986 Registers van vervolgwerken 1916-1971 5 delen 432 1916-1926 433 1925-1934 434 1935-1948 435 1949-1959 436 1960-1971 437 Staten van ontvangen afleveringen van vervolgwerken 1957-1965 1 katern "Stamboeken", registers van aanwinsten met vermelding van de acquisitiegegevens 1970- 1981 3 delen Per 1 maart 1981 werd overgegaan op een losbladig systeem NB 438 1970 sep-1975 jun 439 1975 jun-1980 aug 440 1980 aug-1981 feb 441 Lijst van bibliotheekwerken in 1940 overgedragen aan het Centraal Museum 1 omslag 2.1.2.6.3.3. Overige 442 Verslagen van studenten aan een bibliotheekopleiding betreffende hun stage aan de bibliotheek van de Gemeentelijke Archiefdienst, alsmede stukken betreffende de stagebegeleiding [1970]-1980 1 pak 2.1.2.6.4. Topografisch-Historische Atlas 2.1.2.6.4.1. Ontsluiting Catalogi van de topografische atlas 4 omslagen 443 18e eeuw 1 stuk 444 1838, samengesteld door W.A. Boers 445 1839, samengesteld door W.A. Boers 446 Afschrift van inv.nr. 445 447 Z.j., samengesteld door J.W.L. Raven Catalogi van de verzameling Van Doelen, tekeningen betreffende de provincie Utrecht 1 katern, 2 omslagen, 3 pakken 448 18e eeuw 1 katern 449 Samengesteld door W.A. Boers 450 Afschrift van inv.nr. 449 1 omslag 451 Afschrift van inv.nr. 449, ongenummerd 452 Provincie zonder de stad Utrecht, samengesteld door J.W.L. Raven 453 Buiten de provincie Utrecht, samengesteld door J.W.L. Raven en S. Muller Fz 1 omslag Systematische catalogi van de topografische atlas, samengesteld door S. Muller Fz. Gedrukt 6 delen In 1956 vervangen door een nieuw losbladig systeem NB 454 Uitgave 1878, met indices op afbeeldingen en vervaardigers 455 Uitgave 1878; met geschreven aanvullingen voorzien van 'x'-nummers en nieuwe supplementnummers in rood 456 Uitgave 1878; voorzien van latere nieuwe nummers in rood 457 Uitgave 1878; voorzien van latere nieuwe nummers in rood en de huidige nummers 458 Supplement 1907, met index op afbeeldingen 459 Supplement 1907; met geschreven aanvullingen voorzien van latere nieuwe nummers in rood en de huidige nummers Systematische catalogi van de historische atlas, samengesteld door S. Muller Fz. Gedrukt 6 delen In 1965/1966 vervangen door een nieuw losbladig systeem NB 460 Uitgave 1878, met indices op afbeeldingen en vervaardigers 461 Uitgave 1878; met geschreven aanvullingen voorzien van 'x'-nummers en nieuwe supplement-nummers in rood 462 Uitgave 1878; voorzien van latere nieuwe nummers in rood 463 Supplement 1905, met index op afbeeldingen 464 Supplement 1905, onderdeel historie-prenten; met geschreven aanvullingen voorzien van latere nieuwe nummers in rood en de huidige nummers 465 Supplement 1905, onderdeel portretten; met geschreven aanvullingen voorzien van latere nieuwe nummers in rood en de huidige nummers 466 Catalogus van de topografische atlas van de provincie Utrecht, samengesteld door S. Muller Fz. Gedrukt 1878 1 deel Deze atlas is in 1901 overgedragen aan het Rijksarchief in de provincie Utrecht NB 467 Lijst van verzamelingen aanwezig in de Topografisch-Historische Atlas 1 deel 468 Lijst van negatieven in depot gegeven aan de Universiteitsbibliotheek, 1913-1931, met geleidebrief, 1913 1 omslag Lijst van dia's en negatieven van beeldmateriaal, archivalia en bibliotheekwerken. In duplo z.j. 2 delen 469 Lijst 470 Duplicaat 2.1.2.6.4.2. Overige 471 Stukken betreffende prijsvragen voor architectonische tekeningen [1850] 1 omslag 2.1.2.6.5. Museum Catalogi van het museum van oudheden. Gedrukt 7 katernen 472 1e druk 1837 473 1e druk [1840] 474 2e vermeerderde druk 1847 475 3e vrijwel identieke druk, na 1847 476 3e vrijwel identieke druk 1853 477 3e vrijwel identieke druk [1860] 478 3e vrijwel identieke druk [1870] Catalogus van het museum van oudheden, samengesteld door S. Muller Fz. Gedrukt 5 delen 479 1e druk 1878 480 2e veel vermeerderde druk 1904 481 2e veel vermeerderde druk, met bijgeschreven verzekerde bedragen per catalogusnummer 481-a 2e veel vermeerderde druk, met geschreven aanvullingen 481-b 2e veel vermeerderde druk, met geschreven aanvullingen Catalogus van het historisch museum der stad Utrecht, met indices op personen, plaatsen, zaken en vervaardigers. Gedrukt 1928 2 delen 482 (1-1761) 483 (1762-4142) 484 Stukken betreffende de financiering van de opgravingen van Romeinse oudheden in de provincie Utrecht 1824-1829 1 omslag 485 Authentiek uittreksel uit het testament van dr. Engbertus Oudenhoff, opgemaakt 1863, waarbij hij een van de stad Utrecht ten geschenke ontvangen zilveren inktkoker legateert aan het archief, 1864 1 stuk 486 Catalogus van de collectie oudheden afkomstig uit Vechten, aan de stad gelegateerd door jhr. H.W. Bosch van Drakestein van Oud-Amelisweerd, samengesteld door W. Pleyte en Th. M. Roest. Gedrukt 1884 1 katern Ook verschenen als bijlage bij het jaarverslag over 1884 NB 487 Geïllustreerde Gids door het Stedelijk Museum van Oudheden te Utrecht, samengesteld door S. Muller Fz. Gedrukt 1892 1 deel 2.1.2.7. Dienstverlening aan de onderzoekers Register van uitlening uit het archief en de verzamelingen 1836-1872 1 deel en 1 omslag 488 1836-1853 1 deel 489 1867-1872, alsmede enkele losse stukken "Logboeken", registers van ter raadpleging aangevraagde archivalia en bibliotheekwerken 1973-1987 14 delen 490 1973 apr 3 -1975 mei 26 491 1975 mei 27-1976 dec 16 492 1976 dec 16-1978 mrt 21 493 1978 mrt 22-1979 jun 5 494 1979 jun 6 -1980 nov 28 495 1980 dec 1 -1981 nov 17 496 1981 nov 17-1982 sep 22 497 1982 sep 22-1983 aug 23 498 1983 aug 23-1984 apr 19 499 1984 apr 24-1985 feb 28 500 1985 mrt 1 -1985 okt 23 501 1985 okt 24-1986 mei 12 502 1986 mei 13-1986 nov 26 503 1986 nov 27-1987 apr 29 504 Register van aanvragen voor raadpleging elders van archivalia e.d. berustende in de Gemeentelijke Archiefdienst 1956-1968 1 deel 505 Register van aanvragen voor raadpleging in de Gemeentelijke Archiefdienst van elders berustende archivalia e.d. 1951-1970 1 deel 506 Ingekomen brieven houdende verzoek om raadpleging in de Gemeentelijke Archiefdienst van elders berustende archivalia e.d. en omgekeerd 1951-1967 1 pak 507 Gefingeerde oorkonde bij de uitreiking van de getuigschriften aangeboden aan de deelnemers aan de cursus Nederlandse paleografie, met bijlagen 1972 1 omslag 508 Formulieren voor onder meer uittreksels uit registers ten behoeve van het publiek, alsmede enkele ingevulde exemplaren 20e eeuw 1 omslag 509 Brief van de gemeentearchivaris aan de wethouder betreffende problemen bij het verrichten van betaalde archiefwerkzaamheden voor derden door een van de archiefambtenaren. Minuut 1944 1 stuk 510 Prospectus voor (potentiële) bezoekers van de studiezalen. In duplo z.j. 1 omslag 2.1.2.8. Dienstverlening aan het gemeentebestuur - Rapporten van de gemeentearchivaris, de rechtskundig ambtenaar en de rechtskundige commissie aan het gemeentebestuur betreffende historisch-juridische aangelegenheden [1850-1965]. Aantekeningen, concepten, minuten en afschriften In 2009 opgenomen in een afzonderlijke verzameling rechtskundige rapporten in het archief van de Gemeentelijke Archief- en Fotodienst te Utrecht. Zie hiervoor Inventaris van de verzameling rechtskundige rap-porten in het archief van de Gemeentelijke Archief- en Fotodienst te Utrecht, 1850-1965 (toegangsnr. 4001). NB Systematisch repertorium op de rechtskundige rapporten, alsmede vervallen exemplaar [1850-1965] 2 delen 605 Repertorium 606 Vervallen repertorium 607 Chronologische en numerieke lijst van de rechtskundige rapporten 1874-1963 1 omslag 608 Ingekomen brieven van het gemeentebestuur ten geleide van stukken waarover rechtskundige rapporten moeten worden opgesteld 1861-1878, 1919-1925 1 pak 2.1.2.9. Tentoonstellingen Stukken betreffende de opzet en de organisatie van tentoonstellingen door, mede door en met medewerking van de GAU 1963-1985 5 omslagen en 17 pakken Zie ook inv.nr. 135 NB 609 Van Romein tot Hoog-Catharijn 1969 610 Confrontatie (bevrijdingsherdenking) 1970 611 Utrecht en zijn bisschoppen 1971 1 omslag 612 Burger in Utrecht (1122-1972) 1972 613 Archieven van de Doopsgezinden, Lutheranen en Remonstranten 1973 1 omslag 613-a Utrecht en Oranje 1973 614 Samuel Muller, gemeentearchivaris van Utrecht (1874-1918), 1974 1 omslag 614-a De Dom in puin 1974 615 Van Gasthuisbed tot verzorgingsflat. De ontwikkeling van de huisvesting van bejaarden in de stad Utrecht 1975 615-a Van Gasthuisbed tot verzorgingsflat. De ontwikkeling van de huisvesting van bejaarden in de stad Utrecht 1975 616 Oudegracht in de bocht 1975 616-a Recht en slecht 1976 616-b Recht en slecht 1976 617 Vredenburg gekraakt. Beleg en afbraak van een dwangburcht (1576-1577) 1977 618 Werken in Utrecht, toen nu en straks 1978 1 omslag 618-a Utrecht als muziekcentrum 1979 618-b Unie van Utrecht 1979 618-c Unie van Utrecht 1979 619 De stad ten baat. Zorg voor en beheer van archieven 1979 1 omslag 620 Binnenste buiten. De geschiedenis van het academisch onderwijs in de inwendige geneeskunde te Utrecht 1979 620-a Utrecht herdenkt koningin Wilhelmina 1980 621 Overige tentoonstellingen 1963-1985 Specificatie: - 40 jaar ‘Oud-Utrecht’, 1963 - Scherven brengen gelukt, 1971 - Collectie Taets van Amerongen, 1973 - Tivoli, 1982 - Bezet en Bevrijd, 1985 2.1.2.10. Bezoekersregistratie Registers van bezoekers van archief en verzamelingen 1836-1890 4 delen 622 1836-1867 623 1868-1876 624 1875-1886 625 1886-1890 Registers van (nieuwe) bezoekers van de studiezalen voor archiefonderzoek 1908-1974 5 delen Een bezoeker werd per jaar éénmaal geregistreerd NB 626 1908 aug -1943 627 1944 -1955 628 1956 -1961 629 1962 -1968 mei 29 630 1968 sep 9-1974 dec 12 Registers van bezoeken aan de studiezalen voor archiefonderzoek 1962-1980, 1983 16 delen Een bezoeker werd bij ieder bezoek geregisteerd NB 631 1962 -1963 632 1964 -1965 sep 7 633 1965 sep 8-1967 apr 4 634 1967 apr 5-1968 feb 2 635 1968 feb 2-1968 jun 4 636 1968 sep 17- 1969 637 1970 638 1971 639 1972 640 1973 641 1974 642 1975 -1976 nov 3 643 1976 nov 4 -1978 sep 2 644 1978 sep 4 -1980 jan 14 645 1980 jan 14-1980 jun 25 646 1983 jan 3 -1983 mei 14 647 Staten van de aantallen bezoeken aan de studiezalen voor archiefonderzoek per dag 1960-1974 1 deel Registers van bezoekers van de studiezaal van de Topografisch-Historische Atlas 1968-1987 2 delen 648 1968 sep-1980 jul 649 1980 jul-1987 jul Registers van bezoekers van tentoonstellingen 1973-1988 2 delen 650 1973 sep 13-1978 jun 11 651 1978 jun 11-1988 nov 5 652 Toegangskaarten voor betalende en niet-betalende bezoekers van het museum [1875] 1 omslag 653 Maandstaten van ontvangen toegangsgelden en aantallen kosteloze bezoekers van het museum 1892-1911 1 pak 2.1.2.11. Oprichting van het Centraal Museum 654 Stukken betreffende de oprichting, de huisvesting en de inrichting van een nieuw centraal museum 1909-1921 1 pak 2.2. Archief van de rechtskundige commissie - De commissie werd ingesteld bij raadsbesluit van 11 mei 1860. De gemeente-archivaris fungeerde als secretaris. De commissie werd opgeheven in 1913. Toen werd een nieuwe rechtskundige commissie ingesteld met een breder takenpakket. <br/>- De rechtskundige rapporten bevinden zich in de inv.nrs. 511-604. NB Notulen, waaronder klad-exemplaren, minuten en afschriften 1860-1913 4 pakken 655 1860 mei 11-1869 nov 6 656 1869 nov 15-1882 mrt 2 657 1882 mrt 24-1892 feb 6 658 1892 mrt 10-1913 okt 4 659 Ingekomen stukken (1858)1860-1894 1 pak 660 Stukken ingekomen bij de voorzitter van de rechtskundige commissie 1861-1888 1 omslag Niet alle stukken zijn in de vergadering van de commissie behandeld. Daarom zijn deze stukken niet samengevoegd met inv.nr.659 NB 2.3. Archief van de commissie tot bijstand van het college van burgemeester en wethouders in het toezicht op het oud-archief De commissie werd in 1873 door de raad ingesteld. De gemeentearchivaris fungeerde als secretaris. De commissie werd opgeheven in 1913. De rechtskundige commissie nieuwe stijl nam de taken over. NB Minuten van de notulen, met als bijlagen minuten van de kwartaalverslagen van de archivaris en van de jaarverslagen alsmede ingekomen stukken 1874-1913 40 delen De (jaar)verslagen zijn verzonden aan het college van burgemeester en wethouders en berusten in het archief van het gemeentebestuur na 1813 NB 661 1874 662 1875 663 1876 664 1877 665 1878 666 1879 667 1880 668 1881 669 1882 670 1883 671 1884 672 1885 673 1886 674 1887 675 1888 676 1889 677 1890 678 1891 679 1892 680 1893 681 1894 682 1895 683 1896 684 1897 685 1898 686 1899 687 1900 688 1901 689 1902 690 1903 691 1904 692 1905 693 1906 694 1907 695 1908 696 1909 697 1910 698 1911 699 1912 700 1913 2.4. Archief van de medezeggenschapscommissie Notulen, met als bijlagen ingekomen en minuten en afschriften van uitgaande stukken 1974-1986 3 pakken 701 1974-1978 702 1979-1981 aug 703 1981 sep-1986 2.5. Aanhangsel 704 Dienststempels, penningen, exemplaren van in onbruik geraakte etiketten, zegeldoosjes, charterdozen, oorspronkelijk verpakkings- materiaal e.d. x dozen 705 Dienstexemplaren van inventarissen in gebruik in de studiezalen. In duplo x dozen 706 Dienstexemplaren van catalogi en andere publikaties (mede) uitgegeven door de Gemeentelijke Archiefdienst en opgenomen in de bibliotheek. In duplox dozen 707 Indices en andere nadere toegangen op archivalia. Minuten en afschriften van exemplaren aanwezig in de studiezalen. x dozen 708 Dienstexemplaren van de indices op de "notulen", correspondentie.x dozen 709 Dienstexemplaren van jaarverslagen. x dozen 3. Bijlagen 3.1. De instructie voor de eerste archivaris van de stad Utrecht 1803 Instructie voor den tijdelijken Archivarius, der Stad Utrecht. NB 3.1.1. Art. 1 De Archivarius der Stad Utrecht zal ingang hebben tot alle de Archiven der Stad als mede tot de Manuscripten in de Stads Bibliotheek te vinden, ten welken einde hem de Secretarissen der Stad, en de custos Bibliothecae bevorderlijk zullen zijn. 3.1.2. Art. 2 Hij zal, des nodig oordeelende, ter Secretarye de Registers der Resolutien, en de Resolutien zelven der Stad mogen naslaan en gebruiken, uitgenomen alleen de Secreete Notulen. 3.1.3. Art. 3 Hij zal niet vermogen eenige Stukken, Registers of Papieren naar zijn huis medeteneemen dan met goedvinden van den tijdelijken President, en voorkennis van den Eersten Secretaris, en in dat geval alleen tegen een behoorlijk Renversaal. 3.1.4. Art. 4 De Archivarius zal trachten een behoorlijk Register te maaken van de Archiven zelven, en die in zodanige orde schikken, dat zij des te dienstiger zijn voor de Stad. 3.1.5. Art. 5 Hij zal de nodige Correspondentie houden met den tijdelijken Archivarius der Bataafsche Republiek, en met zodanige persoonen, als in de verdere Departementen en Gemeente-Bestuuren, met de zorg der Archiven belast mogen zijn of belast worden. 3.1.6. Art. 6 Hij zal verplicht zijn de vergadering van het Gemeente-Bestuur te dienen van Bericht, Consideratien en Advis, omtrent zodanige pointen, als dezen aangaande door dezelve ten dien einde in zijne handen gesteld mogten worden. 3.1.7. Art. 7 Hij zal de belangen der Stad in deze betrekking ten ernstigsten bevorderen en derzelver nadeel keeren, zo veel in hem is. <br/>Ook zal hij oprechtiglijk geheim houden, en aan niemant wie hij zij bekend maaken, het gene hij, in den loop zijner onderzoekingen ontdekken of verneemen mogt, waarvan de openbaarmaaking tot ondienst der Stad of des Gemeente-Bestuurs zijn zoude. 3.1.8. Art. 8 Hij zal de noodzaaklijke verschotten van Correspondentie, als ook voor papier, pennen en verdere onvermijdlijke behoeften tot waarneeming van zijnen post behoorende, mits daartoe geauctoriseerd zijnde door den tijdelijken President van het Gemeente-Bestuur, mogen specificeeren en in Rekening brengen. 3.1.9. Art. 9 Het Gemeente-Bestuur behoudt aan zich voor het recht van deze Instructie ten allen tijde zodanig te amplieeren of te altereeren, als hetzelve zal oordeelen te behooren. Aldus geärresteerd ter vergadering van het Gemeente-Bestuur der Stad Utrecht op Maandag den 31. October 1803. In kennisse van mij, P. de Roock (SA III, inv.nr. 1 sub 31 oktober 1803) 3.2. Lijst van tentoonstellingen (mede) georganiseerd door de Gemeentelijke Archief- en Fotodienst waarvan catalogi zijn verschenen Van Romein tot Hoog Catharijn 1969 Onze voorouders bij nader inzien (samen met de Nederlandse Genealogische Vereniging) 1971 Utrecht en zijn bisschoppen. Het geestelijk en wereldlijk gezag van de bisschoppen van Utrecht tot 1528 en hun verhouding tot de stad Utrecht (met het Rijksarchief in de provincie Utrecht) 1971 Burger in Utrecht 1122-1972 (met het Centraal Museum) 1972 Archieven der Doopsgezinden, Lutheranen en Remonstranten 1973 Wandelingen van Jan David Zocher in Utrecht 1829-1861 1973 Samuel Muller, gemeentearchivaris van Utrecht 1874-1918 1974 Stads- en dorpsgezichten door Dirk Verrijk 1734-1786 1974 De Dom in puin. Herman Saftleven tekent de stormschade in de stad Utrecht 1974 Van gasthuisbed tot verzorgingsflat. De ontwikkeling van de huisvesting van bejaarden in de stad Utrecht 1975 Oudegracht in de bocht 1975 Recht en slecht, een registratie van misdaad en straf in de stad Utrecht 1550-1575 1976 Johan Wagenaar 1862-1941 (met het Haags Gemeentemuseum) 1976 Vredenburg gekraakt. Beleg en afbraak van een dwangburcht 1576-1577 1977 Jacobus, Pieter Jan en Paul van Liender en de stad Utrecht. Topografische tekenenaars uit de 18e eeuw 1978 Utrecht als muziekcentrum (met het Instituut voor Muziekgeschiedenis van de Rijksuniversiteit Utrecht) 1979 De stad ten baat. Zorg voor en beheer van archieven en verzamelingen van de Gemeentelijke Archiefdienst Utrecht geïllustreerd aan de hand van aanwinsten van de laatste 10 jaar 1979 Binnenste buiten. De geschiedenis van het academisch onderwijs in de inwendige geneeskunde te Utrecht (met de kliniek voor inwendige geneeskunde van de Rijksuniversiteit Utrecht) 1979 Buitens binnen Utrecht; buitenplaatsen in de gemeente Utrecht in beeld gebracht 1981 Leven en werk van een 175-jarige. Archivalia, tekeningen, affiches en foto's van het Genootschap Kunstliefde 1982 Utrecht ommuurd. de verdedigingswerken van de stad Utrecht van de middeleeuwen tot heden 1983 Bezet en bevrijd. De stad Utrecht in de jaren 1940-1945 1985 Een kerk van papier. De geschiedenis van de voormalige Mariakerk te Utrecht 1985