558 Aartsbisdom Utrecht, instituten voor de priesteropleiding 1818 1975 D.J. Wijmer 558 Aartsbisdom Utrecht, instituten voor de priesteropleiding Het Utrechts Archief Toegangstitel Inventarissen van de archieven van de instituten voor de priesteropleiding in het aartsbisdom Utrecht Auteur D.J. Wijmer Datering toegang 1994 Openbaarheid Beperking van openbaarheid van 50 jaar voor de inv. nrs. 4, 35-37, 96-104, 117, 135-139, 165-166, 168-171, 220, 222, 396-402. Beperking voor 75 jaar voor de inv. nrs. 213-217, 447-458, 470-493. Raadpleging van niet-openbare archiefbescheiden slechts mogelijk na schriftelijke toestemming van de bruikleengever Rechtstitel Opneming in beheer van een particulier, niet in eigendom verkregen Religie en Levensbeschouwing Categorie 2.8.2.7 Rooms-Katholiek: Overige Rubrieken 1. Inleiding 1.1. De priesteropleiding in de Noordelijke Nederlanden tot 1853 Kerkrechtelijke voorschriften voor een deugdelijke vorming en opleiding van priesters dateren eerst uit de periode der Contra-Reformatie in de tweede helft van de zestiende eeuw. Tot die tijd kwamen de meeste kandidaten voor het priesterschap naar het wijdingsexamen met weinig meer in hun bagage dan datgene wat ze op de stedelijke Latijnse scholen en eventueel via het werken onder een ervaren priester hadden geleerd. De meesten van hen wisten van geloofs-en zedenleer, liturgie en kerkelijke praktijk daarom weinig meer als hun medeleerlingen van de stadsschool, en dat was niet veel. De klachten over het intellectuele (en zedelijke) peil van de clerus waren dan ook legio 1 . Onder druk hiervan en van het succes van de hervormingsbeweging werd in de eerste helft van de zestiende eeuw de behoefte aan een geordende en systematische priesteropleiding steeds meer gevoeld. Enige pogingen in de richting van een seminarieopleiding waren in deze periode reeds met goed gevolg gerealiseerd. Het Concilie van Trente (1545-1563) had als één van haar doelstellingen het uitbannen van het lage niveau der clerus en de mede als gevolg daarvan in de kerkelijke praktijk binnengeslopen misstanden. De vergadering onderschreef het belang in dit verband van een goede opleiding van de clerus en besloot daarom de nieuw ontwikkelde opleidingsvormen in de kerkorde op te nemen. Een decreet van 1563 schreef de oprichting voor in elke bisschopsstad van een instelling voor de opleiding van de diocesane geestelijkheid. Als grondslag voor het decreet diende een ontwerpschets van de Engelse kanunnik Reginald Pole. Deze introduceerde voor de door hem uitgedachte diocesane opleidingsvorm de term 'seminarium', in plaats van het tot dan voor opleidingen veelal gebruikte 'collegium' 1 . Het decreet beoogde voor elk diocees een instituut in de vorm van een internaat, waar kandidaat-priesters van jongs af aan in afzondering van de buitenwereld hun opvoeding en opleiding zouden genieten, hoewel het volgen van de gymnasiale vooropleiding aan een seminarie niet dwingend werd voorgeschreven. Het decreet ging hierbij uit van één ongedeelde opleiding; de later toegepaste splitsing in afdelingen onder de namen klein-seminarie (gymnasiale vooropleiding) en groot-seminarie (theologicum) strookte dus niet met dit decreet en was daarom kerkrechtelijk niet zuiver op de graat, tot paus Pius IX deze constructie in 1849 alsnog goedkeurde 1 . Voor de Noordelijke Nederlanden kwamen de initiatieven van het Concilie te laat. De opstand tegen het Spaanse gezag bracht in dit gebied de calvinisten aan het bewind, die hun kerk tot publieke kerk maakten. Vanaf 1572 werd de uitoefening van de katholieke eredienst in alle bij de opstand aangesloten gewesten verboden; de katholieken moesten ondergronds. Na de dood van aartsbisschop Schenk van Toutenburg in 1580 verdween de bisschoppelijke hiërarchie tot 1853, dus voor bijna drie eeuwen, van het toneel; De Republiek der Verenigde Nederlanden werd in Vaticaanse ogen een missiegebied. Deze periode staat bekend als die der Hollandse Zending. De katholieken in het gebied der Zending stonden tot in de vroege achttiende eeuw onder leiding van pauselijke vertegenwoordigers met uitgebreide gedelegeerde bevoegdheden, de apostolisch vicarissen, en vervolgens (vanaf 1727) onder die van als vice-superior aangewezen nuntii. De eerste apostolisch vicarissen, met name Sasbout Vosmeer (1592-1614) en Philippus Rovenius (1614-1651), kregen ondanks de voor de katholieken precaire situatie weer een zekere organisatie van de grond. Het zendingsgebied werd verdeeld in aartspriesterschappen onder leiding van aartspriesters. Hun bevoegdheden lagen ten tijde van de apostolisch vicarissen uitsluitend op het administratief-intermediaire vlak. Pas na de vervanging van de apostolisch vicarissen door vice-superiors in het begin van de achttiende eeuw werd hun takenpakket en daarmee hun invloed uitgebreid. Onder de aartspriesters fungeerden op locaal niveau seculiere en reguliere geestelijken vanuit hun standplaatsen of staties, die zo het door het wegvallen van de oude parochies ontstane vacuüm trachtten op te vullen. Een priesteropleiding in de geest van Trente kwam in de Noordelijke Nederlanden echter niet van de grond. Een aanzet daartoe was er echter wel. Al in 1568 benoemden de aartsbisschop van Utrecht en de vijf kapittels in die stad een aantal 'gecommitteerden tot het seminarie'. Hun poging tot inrichting van een 'seminarium sacrosancti Concilii Tridentini' in de gebouwen van de Hieronymusbroeders te Utrecht leed echter schipbreuk 1 . Voor de gymnasiale opleiding (humaniora) was en bleef men afhankelijk van particuliere priesters of de katholieke Latijnse scholen in de Generaliteitslanden (Gemert, Grave). Voor de hogere theologische opleiding was men aangewezen op in het buitenland gelokaliseerde, maar grotendeels wel onder Nederlandse leiding staande instituten. Een kleine tijdelijke uitzondering hierop vormde een opleiding die de Haarlemse kanunnik Albertus Eggius in 1592 begon in Amsterdam (kort daarna verplaatst naar Haarlem). Hieraan kwam echter een einde toen Eggius begin zestiende eeuw de leiding kreeg over het Collegium Alticollense te Keulen, een priesteropleiding die in 1602 door apostolisch vicaris Sasbout Vosmeer in het leven was geroepen ten behoeve van studenten uit de Noord-Nederlandse gewesten buiten Holland. Nadat een legaat van Eggius een verbouwing mogelijk had gemaakt bood deze opleiding plaats aan ca. veertig studenten. In 1673 verplaatste apostolisch vicaris Van Neercassel de opleiding naar Huissen, waar de gemeenschap echter niet tot bloei kwam. In 1683 werd het instituut, met behoud van de naam 'Alticollense' gevestigd te Leuven, te beschouwen als het wetenschappelijk centrum van de Generaliteitslanden. Hier bevond zich al sinds 1617 het voor de priesterstudenten uit Holland en Zeeland bestemde college 'Pulcheria', beheerd door het Haarlems kapittel (met Cornelius Jansenius als eerste president!). Beide opleidingen, met de hieraan verbonden studiebeurzen, bleven hier bestaan tot ze in 1797 met de universiteit van Leuven werden gesloten 1 . Behalve aan dit instituut studeerden vanaf het midden van de zeventiende eeuw kandidaat priesters uit het zendingsgebied aan het in 1627 gestichte Collegium Urbanum te Rome, een creatie van de Congregatio de Propaganda Fide. Tenslotte waren er het seminarie te Emmerik en het in 1662 te Dowaai gestichte Onze Lieve Vrouwecollege; hier afgestudeerde priesters bemanden met name de parochies in Gelre en Kleef 2 . Hoewel de situatie voor de katholieken binnen de Zending gedurende de achttiende eeuw geleidelijk verbeterde en men steeds meer vrijheden kreeg, dateren de eerste 'binnenlandse' theologica pas uit de periode na de inval der Fransen en de vestiging van de Bataafse Republiek in 1795. In 1797 werden onder druk van Franse maatregelen in de Zuidelijke Nederlanden de opleidingen van Antwerpen en Roermond verplaatst naar respectievelijk Breda en Nijmegen. In 1798 startten twee hoogleraren van de (gesloten) universiteit van Leuven een opleiding in 's-Hertogenbosch, die een jaar later werd verplaatst naar St. Michielsgestel. Het aartspriesterschap Holland en Zeeland begon in april 1799 een opleiding te Warmond. De overige aartspriesterschappen waren afzonderlijk niet in staat een theologicum van de grond te krijgen. Zij huurden derhalve gezamenlijk het kasteel van 's-Heerenberg, waar in oktober 1799 een opleiding van start ging voor priesters in spe uit de aartspriesterschappen Friesland, Groningen, Salland-Drenthe, Twente, Gelderland en Utrecht 1 . Dit instituut werd, met name door onderlinge naijver, in 1842 weer gesloten; de theologanten uit het gehele missiegebied waren nu op het groot-seminarie te Warmond aangewezen. In 1853 werd middels de bul 'Ex qua die' de bisschoppelijke hiërarchie hersteld. De nieuwgevormde Nederlandse kerkprovincie telde vijf bisdommen: het aartsbisdom Utrecht en de suffraganen Haarlem, Roermond, Breda en Den Bosch. Het aartsbisdom ontbeerde op dat moment als enige een eigen diocesane priesteropleiding. Indachtig het conciliebesluit van 1573 zorgde aartsbisschop Zwijsen dat dit van korte duur was. Met de opening van het groot-seminarie te Rijsenburg in 1857 voldeden alle Nederlandse bisdommen aan de 'Trente-norm' wat betreft het bezit van een diocesaan theologicum. De oprichting van klein-seminaries in het gebied van de Zending volgde eerst nadat bij wet van 1815 vrijheid van onderwijs werd gegeven aan een ieder die zich daartoe geschikt achtte. Het initiatief voor de oprichting van deze kostscholen lag bij religieuze orden of bij particulieren. Als eerste startte in 1817 voor het aartspriesterschap Holland en Zeeland het klein-seminarie Hageveld bij Driehuis-Velsen. Ten behoeve van de overige aartspriesterschappen werd in 1820 door de aartspriester van Utrecht, Gerrit van Nooy, de in 1818 door de jezuïeten begonnen Latijnse school te Culemborg officieel als klein-seminarie aangewezen 1 . In 1825 werden op last van koning Willem I alle klein-seminaries gesloten. Kandidaat-priesters dienden, voor ze op een groot-seminarie werden toegelaten, voortaan weer de gewone Latijnse school te doorlopen, en aansluitend twee jaar wijsbegeerte, kerkgeschiedenis en kerkrecht te volgen op het door de koning nieuw opgerichte Collegium Philosophicum te Leuven. Deze studie te Leuven werd reeds in 1829 weer facultatief gesteld. Kort daarop konden aan aantal klein-seminaries worden heropend, waaronder Hageveld in 1831 1 . Culemborg moest wachten tot 1841. Dit seminarie werd na 1853 door aartsbisschop Zwijsen als aartsbisdommelijk klein-seminarie beschouwd (pas in 1906, na de overname van het instituut door de seculiere geestelijkheid, werd het in ware zin 'diocesaan'). 1.2. Het klein seminarie te Culemborg, vanaf 1935 te Apeldoorn 1.2.1. Historisch overzicht Het initiatief voor de oprichting van een Latijnse school te Culemborg ging uit van de jezuïet P.H. Dehasque s.j. (1784-1856), voormalig geestelijk vader van het groot-seminarie te Namen en sinds 1816 pastoor van de statie te Culemborg. Hij zag mogelijkheden een dergelijke opleiding te starten in de gebouwen van de voormalige plaatselijke klopjesschool, een in de zeventiende eeuw door de jezuïet pater Van Weel s.j. gesticht pensionaat voor meisjes. Hij kreeg bij dit streven de volledige medewerking van de pastoor van Maarssen en aartspriester van Utrecht, Gerrit van Nooy, alsmede van de vice-superior van de Hollandse Zending, Ciamberlani. Het terrein en de gebouwen, gelegen in de Papenhoek, werden tussen 1818 en 1823 in gedeelten aangekocht. In oktober 1818 kon de opleiding van start gaan voor 17 interne en 10 externe leerlingen. Leiding en docentenkorps bestonden uit een president, een vice-rector en twee professoren. Het externaat moest op last van de regering nog datzelfde jaar weer worden afgeschaft. In 1820 wees De Nooy het jezuïetencollege officieel aan als klein-seminarie van de aartspriesterschappen buiten Holland en Zeeland. Het aantal leerlingen was inmiddels gestegen tot boven de 100. In 1825 werd de opleiding te Culemborg, evenals de overige klein-seminaries, bij KB van koning Willem I gesloten. Blijkbaar werd niet op een (spoedige) heropening gerekend, want kort na de sluiting werden de gebouwen verhuurd en ingericht als Franse kostschool. Desondanks kon na de in september 1840 van koning Willem II verkregen toestemming het seminarie op 19 april 1841 worden heropend. Men begon dat jaar met twee klassen; in 1845 waren alle zes klassen weer compleet, met in totaal 150 leerlingen. Daarenboven werd het internaat nu ook bevolkt door een groep filosofie-studenten, die na de sluiting van het groot-seminarie te 's-Heerenberg in 1842 in Culemborg werden ondergebracht. In 1924 zou de filosofie-studie als onderdeel van het groot-seminarie in Rijsenburg worden ondergebracht. In 1854 werd in het instituut, in afwachting van de opening van een diocesaan groot-seminarie, tijdelijk een cursus theologie ingericht. In 1857 verhuisden deze theologie-studenten naar Rijsenburg 1 . Het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 bracht de wens met zich mee tot eigen diocesane priesteropleidingen. In het aartsbisdom Utrecht werd wat betreft een theologicum aan deze wens voldaan met de opening van het groot-seminarie te Rijsenburg in 1857. Wat betreft de vooropleiding maakte aartsbisschop Joannes Zwijsen gebruik van de bestaande instelling der jezuïeten, en beschouwde deze voortaan als aartsbisdommelijk klein-seminarie. Het hiertoe gesloten contract, op 7 december 1856 door Pius IX van pauselijke goedkeuring voorzien, stipuleerde dat de aartsbisschop de opleiding, zoals ze was, zou erkennen 'tamquam sectio seminarii nostrae Archidiocesis ita ut Seminarium sit sub Nostro patrocinio, protectione et subiectione', dus als afdeling van het Aartsbischoppelijk Seminarie onder bescherming van en onderhorig aan de aartsbisschop 1 . De terminologie duidt er op dat klein-seminarie en groot-seminarie, ondanks de opsplitsing in afzonderlijke vestigingen, wel als onderdelen van één diocesane priesteropleiding, het Aartsbischoppelijk Seminarie, werden beschouwd. Vandaar de betiteling van het klein-seminarie te Culemborg als 1e afdeling van het Aartsbisschoppelijk Seminarie 1 . Van een eigen aartsbisdommelijk klein-seminarie was in 1856 echter nog geen sprake; het instituut bleef contractueel eigendom van de jezuïeten en bleef door hen geleid en bestuurd. Een volledige 'diocesanisering' zou pas in 1906 worden gerealiseerd, door de volledige overname van de opleiding door de seculiere geestelijkheid. Dit lukte vooral dankzij de inzet van aartsbisschop Henricus van de Wetering. Belangrijkste motivatie voor de overname was de wens om de opleiding van de diocesane clerus volledig in eigen handen te hebben en de eigen geestelijkheid binnen de sfeer van het eigen diocees te vormen. Op deze manier hoopte men de onderlinge band van de clerus te versterken. Daarnaast speelde een rol dat de jezuïeten met regelmaat leerlingen van buiten het bisdom opnamen, en vooral ook het feit dat nogal wat seminaristen in de orde intraden en vervolgens vanwege de wereldwijde belangen van de orde vaak voor het bisdom verloren gingen. Tenslotte was er enige kritiek op het onderwijs, met name dat in de moderne talen en natuurwetenschappen. Na meerdere jaren van onderhandelingen kreeg de overname in 1905 in Rome haar beslag en met ingang van het cursusjaar 1906/1907 begon het klein-seminarie onder seculier vaandel aan een nieuwe periode. In het voorjaar van 1906 werd het complex getaxeerd. Uiteindelijk betaalde het aartsbisdom ruim ?300.000,-. De jezuïeten kregen daarnaast als compensatie de in 1907 opgerichte Aloysiusparochie in de stad Utrecht onder hun hoede. Bovendien werd aan hen de leiding van de retraites toevertrouwd 1 . Het klein-seminarie te Culemborg stond nu als 1e afdeling van het Aartsbisschoppelijk Seminarie onder volledige supervisie van de aartsbisschop. Hij werd hierin bijgestaan door een viertal provisoren of deputati (twee 'pro temporalibus' en twee 'pro spiritualibus'), die deze taak overigens ook vervulden voor de 2e afdeling ofwel het groot-seminarie. De aartsbisschop benoemde en ontsloeg de president en docenten van het seminarie. De leiding van het seminarie was jaarlijks rekening en verantwoording aan de aartsbisschop verschuldigd. Aan het hoofd van het seminarie stond een praeses/president. Voor de bestiering van de dagelijkse gang van zaken werd hij bijgestaan door een prefect. In latere tijd werden de financiële zaken behartigd door een econoom. Van het niet-onderwijzend personeel mogen niet onvermeld blijven de Zusters van het Genootschap der Goddelijke Voorzienigheid, die vanaf de vroege twintiger jaren de huishouding verzorgden 1 . De jezuïeten hadden op het terrein van onderwijs en opvoeding vanouds een grote naam. Hoewel er zoals vermeld wel enige kritiek was op hun onderwijs ten tijde van de overname in 1906, werden zowel het door de jezuïeten gehanteerde leerplan als de strenge dagorde vrijwel volledig overgenomen. Het klein-seminarie was een internaat, waar kandidaat-priesters een gymnasiale vooropleiding doorliepen als voorbereiding op hun latere theologische studie en het daarop volgende priesterschap. Deze specifieke doelstelling maakte dat de opleiding aan het klein-seminarie twee kanten had: enerzijds een theoretische kant, de school, en anderszijds een meer praktische kant, de opvoeding en geestelijke vorming. Dit onderscheid werd in de nadagen van het instituut nog versterkt, toen in 1953 het onderwijs grotendeels werd ondergebracht in een van rijkswege erkend gymnasium. De internaatsvorm verzekerde, dat niet alleen het onderwijs, maar ook de gehele opvoeding in het teken stond van de toekomstige uitoefening van het ambt. Tot de Tweede Wereldoorlog werden de leerlingen vrijwel geheel van de buitenwereld afgeschermd. Zelfs het contact met de familie was zeer beperkt. Uitgangspunt was dat het klein-seminarie de functie van het gezin overnam. Pas na de Tweede Wereldoorlog zou worden gebroken met dit systeem van de oude kloosterschool. Voor het volgen van de opleiding diende kostgeld en schoolgeld betaald te worden. Voor extra voorzieningen als onderwijs in bepaalde vakken maar ook voor 'versterkende middelen' als melk moest apart worden betaald 1 . Alles bij elkaar waren de kosten aan de hoge kant, wat een oorzaak was voor het feit dat het gros der leerlingen afkomstig was uit de midden-en hogere klassen van de maatschappij. Uit legaten, fundaties en schenkingen werden wel enige beurzen verstrekt aan kinderen van minvermogende ouders, doch dit kon de geringe instroom van leerlingen uit de lagere klassen niet verhelpen; veel animo om dit te veranderen was er overigens ook niet 2 . Om tot het klein-seminarie toegelaten te worden moest een toelatingsexamen worden afgelegd in de vakken Nederlandse taal, rekenen, Frans, aardrijkskunde en geschiedenis. De opleiding was verdeeld over zes cursusjaren, die gezegend waren met de eeuwenoude namen Sexta (1e), Quinta (2e), Grammatica (3e), Syntaxis (4e), Poesis (5e) en Rhetorica (6e). Voor de opvoeding, vorming, begeleiding en ontspanning werden de leerlingen tot de Tweede Wereldoorlog ten dele gelijkgeschakeld, wat mogelijk was omdat men in één huis zat. Voor veel onderdelen bestond echter een driedeling in de 'kleine cour' (klas 1 en 2), de 'middencour' (klas 3, 4 en 5, later 3 en 4) en de 'soos' (klas 6, later 5 en 6). De 'ballingschap' (zie onder) maakte door de gescheiden huisvesting van de groepen deze driedeling volledig. De driedeling bleef na de oorlog (ook ruimtelijk) gehandhaafd. De nadruk bij het onderwijs lag zeer sterk op de humaniora, als grondslag voor en voorbereiding op de studie der wijsbegeerte en theologie. Het vakkenpakket vertoonde derhalve grote overeenkomst met dat van het reguliere gymnasium a; de leerstof was streng klassiek en de vakken Latijn en Grieks namen gezamenlijk ongeveer een derde tot de helft van het aantal lesuren en rapportcijfers in beslag. De rest van het lessenpakket werd feitelijk min of meer beschouwd als bijvak en bestond uit de moderne talen, wiskunde, aardrijkskunde, natuur-en scheikunde, voordracht, catechismus, bijbelse geschiedenis en vaderlandse geschiedenis, en als seminarie-exclusiviteit vakken als declamatie, eloquentia en aesthetica. Buiten het normale lesrooster om werd les gegeven in zang, spreekkunst, extra gymnastiek, harmonieleer en muziek 1 . Speciale vermelding verdient het belang dat werd gehecht aan esthetische vorming. Door de eerste seculiere president, Mgr. J.A.S van Schaik, werd met name op gebied van liturgie, muziek en toneel een belangrijke traditie in gang gezet; de als documentatie bij het archief gevoegde toneelbibliotheek is hier een stille getuige van 1 . Het docentencorps bestond tot 1906 vanzelfsprekend uit leden van de jezuïetenorde. Vanaf 1906 werd gerecruteerd uit de seculiere geestelijkheid. Geestelijken met een redelijk studieverleden werden aangesteld als surveillant (toezicht en begeleiding buiten de lessen) en docent in een 'bijvak' (!); na verloop van tijd werden zij klasheer, i.e. leraar klassieke talen op een bepaalde klas. Onderwijsbevoegdheid hadden deze professoren aanvankelijk geen van allen. Desondanks kon vanaf zeker moment met regelmaat een groep worden klaargestoomd voor het staatsexamen gymnasium a, met als voornaamste doel het klein-seminarie te voorzien van bevoegde leraren. De eerste keer was het min of meer een stunt met een groep van 12 zesdeklassers, onder wie de latere kardinaal Alfrink (de '12 apostelen'); later werd het een drie-jaarlijkse, en de laatste jaren vóór de erkenning als gymnasium een jaarlijkse gewoonte 1 . In 1935 werd het oude en veel te klein geworden onderkomen te Culemborg ingeruild voor een door architect J.M. van Hardeveld ontworpen nieuw complex te Apeldoorn 1 . De vreugde was aanvankelijk van korte duur. In 1942 werd het seminariegebouw gevorderd door de Duitse bezetter en omgetoverd in General Von Mülverstedt-Kaserne. Leraren en leerlingen moesten 'in ballingschap'. De eerste en tweede klas werden ondergebracht in Ootmarsum, de derde en vierde klas in het KVJ-huis 'den Oldenhof' te Gorssel en vanaf 1944 in Heino en de vijfde en zesde klas in huize Dordt bij 't Joppe. In het cursusjaar 1945/1946 verhuisden de eerste, tweede, vijfde en zesde klas nogmaals, nu naar Zevenaar. Na de bevrijding werd het complex te Apeldoorn door de Canadese strijdmacht als hoofdkwartier gebruikt. Pas in 1946 konden docenten en leerlingen naar Apeldoorn terugkeren 2 . In de loop van de vijftiger jaren kreeg men opnieuw te kampen met ruimtegebrek. Om dit op te vangen werd in 1958 voor de tijd van tien jaar 'huize Caesarea' te Ughelen gehuurd van de Zusters Franciscanessen 1 . Het decennium na de Tweede Wereldoorlog betekende zowel voor de structuur van de instelling als voor de inhoud en vorm van onderwijs en opvoeding een keerpunt. In de 25 jaar die het klein-seminarie na 1945 nog restten veranderde meer als in alle jaren daarvoor. Na de oorlog groeide de wens om voor de schoolopleiding van het klein-seminarie van rijkswege officieel erkenning te krijgen als gymnasium. Dit ondanks nadelen als het afstand doen van het oude leerplan, het dulden van inspectie en de plicht tot aanstelling van voldoende bevoegde docenten. Bij dit streven speelden zowel financiële als onderwijskundige factoren een rol. Tot de oorlog had het klein-seminarie op basis van de inkomsten uit kost-en schoolgelden, collectes en stichtingen en beurzen met een sluitende exploitatie kunnen draaien. Na de oorlog veranderde dit drastisch, en ontstonden grote tekorten. Erkenning als gymnasium zou de weg openen naar rijkssubsidie en naar men hoopte kunnen bijdragen aan de sanering der financiën. De vanaf 1953 inderdaad ontvangen rijkssubsidie kon de tekorten echter niet wegnemen, ondanks de optimale bezetting van het klein-seminarie in de jaren vijftig 1 . Een ander, en waarschijnlijk belangrijker, motief om erkenning na te streven was gelegen in de wens om een betere aansluiting te garanderen op andere (gymnasiale en universitaire) onderwijsinstellingen; dit gold zowel voor de leerlingen die hun oorspronkelijke roeping verlieten (na de oorlog een aanzienlijke meerderheid) als zij die wel doorgingen en voor wie het innemen van de voorbestemde maatschappelijke positie zonder enige universitaire opleiding vrijwel niet meer mogelijk was. Bij KB van 1 juni 1954 werd de afdeling gymnasium van het Aartsbisschoppelijk Seminarie te Apeldoorn volgens art. 157 van de Hoger Onderwijswet per 1 september 1953 aangewezen als bevoegd om leerlingen een getuigschrift van bekwaamheid tot universitaire studiën te geven. De omschakeling vereiste een bijzondere constructie, waarbij alle jaargangen zowel een gymnasiale als niet-gymnasiale klas hadden. Deels door het aanvankelijke gebrek aan bevoegde docenten, maar vooral ook omdat men niet alle leerlingen wilde weigeren die het gymnasium niet aankonden, door het gymnasium tot absolute voorwaarde voor het priesterschap te maken. Voor deze leerlingen bleef de mogelijkheid bestaan tot het behalen van het 'seminarie-diploma'. Met de toename van het aantal bevoegde leraren werd het aantal gymnasiumklassen overigens geleidelijk uitgebreid. Het gymnasium kreeg om het in rechte te kunnen vertegenwoordigen een bestuur van zeven leden, bestaande uit de vicaris-generaal van het aartsbisdom, de provisoren van het Aartsbisschoppelijk Seminarie en twee door de aartsbisschop aan te wijzen leden. De taak van dit bestuur was overigens in hoofdzaak beperkt tot het indienen van een jaarlijks verslag. De president van het klein-seminarie werd tevens rector van het gymnasium 1 . Voor het beheer en het in stand houden van het gymnasium werd in februari 1956 de Praeses van Schaikstichting opgericht. Dit was in hoge mate een formaliteit, op financiële (subsidie-technische) gronden. Het bestuur werd gevormd door de aartsbisschop (rechtens lid en voorzitter), de provisoren van het Aartsbisschoppelijk Seminarie en eventueel enige door de aartsbisschop aan te wijzen leden. De stichting nam in het voorjaar van 1956 formeel het schoolgedeelte van de seminariegebouwen en een deel van de terreinen van het klein-seminarie in onderhuur. Huurprijs en bijdrage in groot onderhoud werden bepaald door de hoogte van de door de stichting te ontvangen rijksvergoeding. Het internaatgedeelte bleef dus formeel onder beheer van de leiding van het klein-seminarie 1 . De leerlingen kregen na de oorlog dankzij nieuwe pedagogische en psychologische inzichten gelegenheid zich meer buiten het seminarie te begeven, onder andere door concertbezoek, sociaal (vakantie)werk en niet in het minst ook door de grote stimulering van en aandacht voor de verkennerij. Tevens werd de bestaande tegenstelling tussen gezin en seminarie opgeheven en omgezet in de eenheid gezin-seminarie; dit blijkt wel uit de naam van het contactorgaan tussen seminarie en ouders, Van huis tot huis 1 . De leerlingen kregen meer eigen verantwoordelijkheid; zo kregen de beide hoogste klassen (de 'soos') de leiding over de diverse ontspanningsverenigingen 2 . Een andere ingrijpende wijziging in de oude seminariecultuur betekende de inschrijving in de jaren zestig van externe leerlingen, waaronder zelfs een aantal meisjes. Dit was onderdeel van een nauwe samenwerking met het Katholiek Veluws College te Apeldoorn, dat zelf geen eigen gymnasiumafdeling had. De brugklassen van het klein-seminarie en het KVC werden op elkaar aangepast. Leerlingen van het KVC die voor het gymnasium kozen konden op het klein-seminarie terecht. Omgekeerd konden interne leerlingen van het klein-seminarie die het gymnasium niet aankonden de HBS of HAVO op het KVC volgen 1 . In 1968 opende het klein-seminarie te Apeldoorn haar deuren voor een groep interne leerlingen afkomstig van de gesloten opleiding te Wernhoutsburg (bij Breda) 2 . Lang heeft het klein-seminarie in deze vorm niet meer bestaan. Gedurende de jaren zestig daalde het aantal aanmeldingen gestadig. Daarbij kwam nog dat in het in 1955 van het aartsbisdom afgesplitste bisdom Groningen met ingang van 1961 een eigen klein-seminarie was gestart. Even was er sprake van een overschakeling naar een 'open internaat', dat wil zeggen openstelling van het klein-seminarie voor interne leerlingen die op voorhand al geen priester wilden worden. Deze optie werd echter verworpen. In het voorjaar van 1969 werd uiteindelijk het besluit genomen internaat en school geleidelijk te sluiten. Met ingang van het cursusjaar 1969/70 werden geen nieuwe leerlingen meer aangenomen. In samenhang met dit opheffingsbesluit werd aan het KVC het recht op een eigen gymnasiumafdeling toegekend; dit college nam geleidelijk de gymnasiumopleiding over 1 . Aan het einde van het cursusjaar 1972/1973 leverde het klein-seminarie haar laatste leerlingen af. Gebouwen en terreinen werden voor ?8.250.000 verkocht aan de Rijksgebouwendienst, die het bestemde voor de opleiding van de rijkspolitie. Begin 1971 vond de overdracht plaats. Wegens een geplande verbouwing moesten medio 1971 de slaapzalen ontruimd zijn. Medio 1972 betrokken de nieuwe gebruikers een deel van het complex. Tot het einde van de cursus 1972/1973 kon het klein-seminarie nog beschikken over het zusterhuis en personeelshuis; per 1 augustus van dat jaar werd het klein-seminarie uiteindelijk ook door de zusters en docenten verlaten 1 . 1.2.2. Het archief Het in deze inventaris beschreven archief behelst de bescheiden van het klein-seminarie te Culemborg/Apeldoorn vanaf 1906, het moment dat de instelling werd overgenomen door de seculiere geestelijkheid. Het archief zoals de jezuïeten dat vormden gedurende de periode dat zij de instelling leidden, dus van 1818-1906, werd door hen bij hun vertrek meegenomen en berust nu in de archiefbewaarplaats van de Nederlandse provincie der Jezuïeten te Nijmegen 1 . De scheiding tussen de archieven van vóór en na medio 1906 is zeer strikt: doorlopende registers, bijvoorbeeld van inschrijving, beoordeling van leerlingen of van financiële aard zijn niet of nauwelijks aanwezig. Uit de 'oude tijd' zijn derhalve slechts wat losse stukken achtergebleven; een uitzondering vormen de in wat groter getal aanwezige stukken betreffende een religieuze broederschap, de Maria-congregatie 2 . Het archief van het klein-seminarie vanaf 1906 is over het algemeen in goede staat en voor zover kan worden nagegaan ook tamelijk compleet overgeleverd. Dit ondanks de verhuizing van Culemborg naar Apeldoorn in 1935, het gebruik van het seminariegebouw als kazerne gedurende de oorlog (waarbij het archief achter slot en grendel in de kelder werd geborgen), en opnieuw een verhuizing na de sluiting en verkoop van het seminarie. Bij deze laatste verhuizing werd het archief vanuit Apeldoorn overgebracht naar het gebouw van het voormalig philosophicum Dijnselburg te Zeist. Hier werd het opgeslagen in een als archiefruimte ingerichte kelder, tezamen met de archieven van het groot-seminarie te Rijsenburg, het philosophicum Dijnselburg en bescheiden afkomstig van diverse diocesane organen en instellingen. De hierdoor ontstane vermenging heeft bij de inventarisatie voor de nodige problemen gezorgd. Een aantal bescheiden zijn gedurende de inventarisatie uit het archief verwijderd en naar elders overgebracht. Dit betreft met name een aantal stukken van persoonlijke aard afkomstig van professoren, die zijn toegevoegd aan de in het Rijksarchief Utrecht berustende Collectie Rijsenburg: onder meer een aantal bescheiden van praeses J.A.S. van Schaik betreffende zijn muzikale en liturgische activiteiten. Wel in deze inventaris opgenomen zijn bescheiden afkomstig van de in 1956 opgerichte Praeses van Schaikstichting, die het beheer voerde over het gymnasium. Over bewuste vernietiging van stukken uit het archief vóór de huidige inventarisatie is niets bekend. Tijdens de inventarisatie is ca. 12,5 m1 vernietigd. Dit betreft voornamelijk financiële bijlagen vanaf 1941. Van de oorspronkelijke omvang van ca. 32 m1 resteert derhalve 19,5 m1. Het archief is in principe openbaar, met uitzondering van een aantal in het contract van opneming nader omschreven inv. nrs., waarvoor een embargo geldt voor een in het contract eveneens nader omschreven aantal jaren. 1.2.3. Lijst van praeses/presidenten/rectoren J.A.S van Schaik 1906-1926 H.J. Koopmans 1926-1945 A.C. Ramselaar, vanaf 1953 tevens rector gymnasium 1945-1964 A.J. Vermeulen, tevens rector gymnasium 1964-1969 B.J. Niënhaus, tevens rector gymnasium 1969-1973 1.2.4. Lijst van prefecten/conrectoren W.F. Blom 1906-1919 G.C. Oostveen 1919-1929 J.H. Zuidberg 1929-1947 J.E.H. van Renswoude 1948-1959 Th.P.A.I.M. Ruijs 1960-1965 B.J. Niënhaus, prefect en conrector gymnasium 1965-1969 R.J. Bunnik, conrector 1969-1973 F.M. van Schaik, prefect 1969-1973 1.3. Het groot seminarie te Rijsenburg 1.3.1. Historisch overzicht Met de breve Ex qua die van 4 maart 1853 werd door paus Pius IX de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland hersteld. Als enige van de vijf bisdommen die gezamenlijk de nieuwe Nederlandse kerkprovincie vormden bezat het aartsbisdom op dat moment geen eigen groot-seminarie. De voormalige aartspriesterschappen Friesland, Groningen, Salland-Drenthe, Twente, Gelderland en Utrecht hadden in 1799 weliswaar gezamenlijk een theologicum ingericht in het gehuurde kasteel van 's-Heerenberg, maar met name door onderlinge naijver werd dit instituut reeds in 1842 weer gesloten 1 . De theologanten uit de genoemde aartspriesterschappen waren sindsdien op het groot-seminarie te Warmond aangewezen, terwijl het onderricht in de filosofie werd ondergebracht in de gebouwen van het klein-seminarie te Culemborg. Van meet af aan was het de wens van de in 1853 tot aartsbisschop benoemde Joannes Zwijsen om ook voor het aartsbisdom over een eigen diocesane priesteropleiding te beschikken. De motivatie hiervoor lag, behalve natuurlijk in aartsbisdommelijk prestige, vooral ook in de hoop en verwachting dat een eenduidige en gelijkvormige opleiding en een gezamenlijke seminarie-achtergrond van de diocesane geestelijkheid eenheidsbevorderend zou werken in een aanvankelijk door provincialisme en regionale naijver verdeeld aartsbisdom 1 . Met andere woorden: het nieuwe groot-seminarie moest het aartsbisdom een eensgezinde, gelijkgerichte en goed samenwerkende clerus bezorgen. De aartsbisschop zette zijn plannen meteen door. Voor de gymnasiale vooropleiding kon hij gebruik maken van het bestaande jezuïetencollege te Culemborg, dat als aartsbisschoppelijk klein-seminarie werd erkend. Dit instituut bleef echter tot 1906 onder leiding van de jezuïeten, en was daarom tot die tijd niet waarlijk 'diocesaan' 1 . Wat betreft een groot-seminarie werd in eerste instantie een (eventueel tijdelijke) terugkeer naar 's-Heerenberg overwogen; men zag hier echter van af door de ongeschiktheid van het gebouw, dat bovendien slechts in huur kon worden verkregen. Daarna was voor korte tijd een landgoed op de Wageningse Berg in beeld. In 1854 werd Zwijsen door pastoor Kortland van Rijsenburg gewezen op de beschikbaarheid van het landgoed Sparrendaal te Rijsenburg, dat door jhr. F.C.M. van Ryckevorsel voor ?80.000 te koop werd aangeboden. Zwijsen greep deze kans met beide handen aan (een grote rol bij dit besluit speelde de aanwezigheid van de spoorlijn Utrecht-Driebergen/Rijsenburg). Op 14 juli 1854 werd de voorlopige koopakte getekend. Het transport had pas plaats op 22 mei 1857. Het landgoed Sparrendaal bestond uit een groot herenhuis met 35 ha. bos en weiland. Het oorspronkelijke plan was om de opleiding onder te brengen in het bestaande huis en bijgebouw. De geldinzameling ter financiering van de aankoop en de inrichting was echter zo succesvol (opbrengst ca. ?130.000) dat kon worden overgegaan tot nieuwbouw op het aangekochte landgoed. Het ontwerp hiervoor kwam van architect H.J. van de Brink. In 1857 was het hoofdgebouw gereed. Het bood plaats aan 78 studenten, eventueel uit te breiden door inrichting van kamers op de derde verdieping. Het voorhuis was ingericht voor president en professoren, en bevatte tevens receptie-en logeerkamers. De beide vleugels waren bestemd voor de studenten. In het middengedeelte, door twee ronde gangen met de beide vleugels verbonden, bevond zich de kapel, die werd voltooid in 1859. Een bijgebouw tenslotte bevatte onder meer een boerderij, een slachterij en een bakkerij. Op 1 oktober 1857 nam het besturend en onderwijzend personeel haar intrek in het huis, op 7 oktober gevolgd door 47 studenten afkomstig uit Culemborg. Op 8 oktober vond de opening plaats met een pontificale mis onder leiding van de aartsbisschop 1 . Omdat Zwijsen reeds vanaf 1854 de theologanten uit zijn bisdom had 'thuisgehouden' door in Culemborg een theologische opleiding te starten, kon in Rijsenburg met een volledige bezetting van vier jaargangen worden begonnen. Het besluit tot oprichting van een nieuw groot-seminarie had Zwijsen overigens de nodige kritiek opgeleverd. Deze was vooral afkomstig van buiten het aartsbisdom. Tot de voornaamste critici behoorde het groot-seminarie te Warmond; niet verwonderlijk, want sinds 1854 was dit seminarie een belangrijk deel van zijn recruteringsgebied kwijt. De kritiek en de twijfel betroffen niet zozeer de bouw op zich, alswel de mogelijkheid om het groot-seminarie van goede leerkrachten te voorzien. Deze twijfel bleek niet terecht. In de loop der jaren zou Rijsenburg zich een goede wetenschappelijke naam verwerven 1 . Het groot-seminarie te Rijsenburg stond als 2e afdeling van het Aartsbischoppelijk Seminarie onder supervisie van de aartsbisschop. Deze werd hierin bijgestaan door vier provisoren, twee 'pro temporalibus' en twee 'pro spiritualibus'. De aartsbisschop benoemde de president en docenten. De leiding van het groot-seminarie was jaarlijks rekening en verantwoording aan de aartsbisschop verschuldigd. De directe leiding van het groot-seminarie berustte bij de praeses/president. Hij werd bijgestaan door een directeur, die was belast met de directe zorg voor de studenten en de huiselijke orde. Voor het beheer der financiën was in later tijd een econoom verantwoordelijk. Het huishouden werd tot 1938 verzorgd door lekenpersoneel. Van 1938-1946 werd dit overgenomen door uit Hitler-Duitsland verdreven zusters van de Beierse Congregatie der Arme Schulschwestern von U.L.V., met het moederhuis in München 1 . Zij werden opgevolgd door zusters van de congregatie van St. Jozef uit Amersfoort. Het groot-seminarie was een internaat. De instelling haalde haar inkomsten in eerste instantie uit de bijdragen van de studenten, bestaande uit kost-en schoolgeld. Daarnaast kon men, onder meer ten behoeve van minvermogende studenten, beschikken over inkomsten uit beurzen, legaten en stichtingen, bijdragen van subsidiërende instanties (gemeenten), de opbrengst van een jaarlijkse collecte in de parochies en gelden uit auteursrechten (o.a De Bron van Christelijke Geest, een creatie van G.C. Hartmann en de latere kardinaal B.J. Alfrink). Het doel en de bestaansreden van het groot-seminarie te Rijsenburg was om de seminaristen van het aartsbisdom voor te bereiden op hun priesterwijding en hun latere taak als seculier priester van het aartsbisdom en vanaf 1955 tevens van het bisdom Groningen. Een primaire plaats in die voorbereiding had uiteraard de geestelijke en zedelijke vorming van de priesters in spe. Centraal in het seminarieleven stond derhalve de dagelijkse viering van de liturgie. De studenten ontvingen gedurende de studie geleidelijk de achtereenvolgende lagere en hogere wijdingen. Dit bood hen alle gelegenheid de diverse rangen en diensten aan het altaar te doorlopen en zo langzaam toe te groeien naar hun latere voornaamste taak, de altaardienst. Behalve in de liturgie deed de student zijn geestelijke en zedelijke vorming op in meer individuele oefeningen als de meditatie, de biecht, het rozenkransgebed en de lezing van de H. Schrift. De begeleiding die de studenten bij hun vorming ontvingen viel uiteen in een algemeen en een meer persoonlijk deel. Tot de algemene begeleiding behoorden enerzijds de veertiendaagse conferenties en wekelijkse asceselessen door de president van het seminarie, en anderzijds de retraites en recollecties onder leiding van de paters jezuïeten. In de conferenties werden de algemene beginselen van het geestelijk leven uiteengezet, toegespitst op de concrete levensomstandigheden van de seculiere priester. De asceselessen boden een systematische uiteenzetting over de verschillende stadia van het geestelijk leven, over de morele deugden en over de moeilijkheden en gevaren van het priesterleven. In november vond de algemene retraite plaats. Daarnaast was er vóór de verschillende wijdingen nog een aparte retraite voorgeschreven. Aan het eind van het eerste jaar ontving de student de eerste twee lagere wijdingen, na het tweede jaar de laatste twee lagere wijdingen, na het derde jaar werd hij gewijd tot subdiaken, in november van het laatste jaar tot diaken en aan het eind van zijn studie volgde uiteindelijk de priesterwijding. De meer persoonlijke geestelijke begeleiding berustte vooral bij de professoren. Elke student koos zich een vaste biechtvader, die tevens zijn geestelijk leidsman was. De professoren hadden zo ook mede een aandeel in de beoordeling over de geschiktheid van de student voor het priesterschap. De uiteindelijke beslissing dienaangaande was echter vooral een zaak van de president, in nauwe samenspraak met de directeur. Behalve in de geestelijke en zedelijke vorming voorzag het groot-seminarie uiteraard ook in de noodzakelijke theologische opleiding van de aanstaande priesters. Het vakkenpakket hiervan omvatte dogmatiek, moraal, exegese van het Oude en Nieuwe Testament, kerkelijk recht, kerkgeschiedenis en geschiedenis van de liturgie, 'gewijde welsprekendheid' (= praktische oefening in het preken) en catechetiek 1 . In 1924 werd het onderricht in de filosofie losgekoppeld van het klein-seminarie en toegevoegd aan het groot-seminarie 1 . Philosophicum en groot-seminarie vormden voortaan gezamenlijk de 2e afdeling van het Aartsbischoppelijk Seminarie. Tussen 1938 (brand) en 1942 was er een tijdelijke opsplitsing, waarbij het eerste cursusjaar in Apeldoorn werd gegeven. In 1952 verhuisde de filosofie-cursus naar een eigen onderkomen op het landgoed Dijnselburg, maar bleef wel onderdeel van het groot-seminarie. De studenten werden aan het eind van hun filosofie-opleiding door toediening van de tonsura (kruinschering) al opgenomen in de geestelijke stand. Op het groot-seminarie waren zij verplicht het door de aartsbisschop voorgeschreven clericale kostuum te dragen, met inbegrip van toog en sjerp. Tot na de Tweede Wereldoorlog golden wat betreft bezoek van vrienden en zelfs van familie sterke beperkingen 1 . Toch kan het groot-seminarie niet worden aangemerkt als een in zichzelf gekeerde gemeenschap. Het seminarie was wel een 'besloten tuin', maar zeker geen 'ivoren toren'. Zowel professoren als studenten richtten hun blik naar buiten. Als voorbeelden hiervoor kunnen dienen de grote Rijsenburgse redactionele inbreng in het tijdschrift Nederlandse Katholieke Stemmen, de uitgave door het seminarie van het zondagsmissaal De Bron van Christelijke Geest, en de grote belangstelling voor de missie, onder meer tot uiting komend in de bloeiende missievereniging St. Franciscus Xaverius (een niet onaanzienlijk aantal studenten van Rijsenburg kwam in de missie terecht) 2 . In juli 1938 werd, kort na een verbouwing en uitbreiding, een groot gedeelte van het seminarie, met name het voorhuis en de rechtervleugel, door brand verwoest. De schade was niet enkel zuiver materieel; ook veel wetenschappelijk werk van de professoren ging verloren. Mogelijk is ook een deel van het archief tijdens deze brand verloren gegaan 1 . Gedurende de meidagen van 1940 deed het seminarie dienst als lazaret voor het deel van het Nederlandse leger dat vocht op de Grebbeberg. In 1942 werd het gebouw in gebruik genomen door de Duitse troepen. Het deed achtereenvolgens dienst als tehuis voor officieren en, na tijdelijke leegstand, als lazaret. De studenten werden gedurende deze periode elders ondergebracht. De filosofen verhuisden naar Slagharen, de theologanten naar kasteel Laag Keppel. Na dolle dinsdag in september 1944 kwamen de studenten niet meer terug van vakantie. De president en enkele professoren vestigden zich al voor de Duitse capitulatie weer in enkele bijgebouwen. Hierdoor kon worden voorkomen dat het bevrijdingsleger de gebouwen in gebruik nam, waardoor men de opleoding na de bevrijding al spoedig weer kon opstarten 1 . Medio jaren zestig gingen de bisschoppen en de leiders van de kloosterorden, onder druk van het teruglopende aantal roepingen, over tot een drastische wijziging in de organisatie van de priesteropleiding. In de meer dan 50 instellingen voor theologische en praktische scholing werd flink het mes gezet. Per 1 september 1967 werden de groot-seminaries opgeheven en vervangen door enkele Katholieke Theologische Hogescholen en Instituten 1 . Hierbij werd een scheiding aangebracht tussen de wetenschappelijke theologische (en filosofische) opleiding en de pastorale vorming. Onder de naam Katholieke Theologische Hogeschool Utrecht verzorgden de stichtingen Rijsenburg en Dijnselburg in federatief verband met de ordes der Franciscanen, der Oblaten van de Onbevlekte Ontvangenis en der Passionisten de strikt wetenschappelijke opleiding in de gebouwen van het voormalig philosophicum Dijnselburg. Per september 1969 kon de KTHU tevens beschikken over ruimtes van de Theologische Faculteit van de Rijksuniversiteit Utrecht. Een aantal docenten van het voormalig groot-seminarie Rijsenburg en philosophicum Dijnselburg bleef in dienst van genoemde stichtingen les geven aan de KTHU. De godsdienstig-zedelijke en pastorale vorming voor studenten uit de bisdommen Utrecht en Groningen werd ondergebracht in het Instituut Priesteropleiding Utrecht-Groningen, gevestigd in de gebouwen van het voormalig philosophicum Dijnselburg. De studenten ontvingen hier een meer praktisch gerichte cursus, gericht op preken, het voeren van persoonlijke gesprekken, het geven van godsdienstlessen en het geven van groepsleiding 1 . De gebouwen te Rijsenburg werden nog tot juli 1969 door studenten als woonhuis gebruikt. Daarna stonden ze tijdelijk leeg, tot het werden gekraakt door studenten van de sociale academie De Horst. In het voorjaar van 1971 kocht de gemeente Driebergen-Rijsenburg het complex voor ?2.800.000 1 . 1.3.2. Het archief Na de sluiting van het groot-seminarie te Rijsenburg werd het archief overgebracht naar het gebouw van het voormalig philosophicum Dijnselburg te Zeist, en daar opgeslagen in een als archiefruimte ingerichte kelder tezamen met de archieven van het klein-seminarie te Culemborg/Apeldoorn, het genoemde philosophicum en van enkele andere diocesane organen en instellingen. Een deel van het archief was verpakt in dozen; van deze bestanden werd een summiere inventaris aangetroffen 1 . Het overige deel lag nogal verspreid en was deels vermengd geraakt met de overige genoemde archieven. Over de lotgevallen van het archief vóór de overbrenging naar Zeist en de compleetheid ervan is weinig met zekerheid te zeggen. Wel kan worden vermoed dat het één en ander verloren is gegaan. Vergelijking met de inhoud van het archief van het klein-seminarie wijst er op dat met name wat betreft de financiële administratie en de schriftelijke neerslag van de inning van kost-en schoolgelden het nodige ontbreekt. Mogelijke oorzaken hiervan zijn de brand van 1938 (waarbij in ieder geval veel aantekeningen van docenten verloren gingen), het onderbrengen van archief en bibliotheek bij boeren in de omgeving van Bunnik en Werkhoven tijdens de bezetting, en het (wan)beheer van het gebouw te Rijsenburg kort na de sluiting. Een aantal bescheiden uit het archief is onder beheer gebleven van de Stichting Dijnselburg en derhalve niet in de inventaris opgenomen. Het betreft hier stukken met sterk privacy-gevoelige informatie over leerlingen, waaronder de liber praesidis vanaf 1932/33 en de zogeheten relationes (uitgebreide zeer persoonlijke verslagen omtrent aanleg, karakter etc.). Wel in de inventaris opgenomen zijn een aantal in het archief aangetroffen bescheiden van persoonlijke aard afkomstig van de presidenten A.C.M. Schaepman, G.C. Hartmann en H.J.H.M. Fortmann. Over bewuste vernietiging vóór de huidige inventarisatie is niets bekend. Tijdens de inventarisatie werd ca. 4 m1 vernietigd. Dit betreft voornamelijk financiële bijlagen vanaf 1942. Van de oorspronkelijke 10,5 m1 die het archief telde resteert dus 6,5 m1. Het archief is in principe openbaar, met uitzondering van een aantal in het contract van opneming nader omschreven inv. nrs., waarvoor een embargo geldt voor een in het contract eveneens nader omschreven aantal jaren. 1.3.3. Lijst van presidenten A.I. Schaepman 1857-1860 F.P. van de Burgt 1860-1896 I. van Os 1896-1903 A.C.M. Schaepman 1903-1931 J. de Jong 1931-1936 G.C. Hartmann 1936-1957 J.A. Geerdinck 1958-1962 H.J.H.M. Fortmann 1962-1967 1.3.4. Lijst van directeuren J.W. van Leuffen 1857-1861 J. Menting 1861-1871 B. van der Werf 1871-1880 Th.J. Kortland 1880-1903 J.A.M. Rijnbout 1903-1907 C. Hartman 1907-1920 H. Frank 1920-1935 J.A.M. Prein 1935-1957 A.H. Eijsink 1958-1967 1.4. Het Philosophicum Dijnselburg te Zeist 1.4.1. Historisch overzicht De opleiding tot het priesterschap omvatte in aansluiting op de gymnasiale vooropleiding op het klein-seminarie en vooraf aan de theologiestudie op het groot-seminarie nog een cursus filosofie. Deze cursus is binnen het gebied van het aartsbisdom in het verleden afwisselend verbonden geweest aan het klein-seminarie en het groot-seminarie. Tot 1842 werd de cursus filosofie voor de studenten uit de aartspriesterschappen buiten Holland en Zeeland gegeven in de gebouwen van het groot-seminarie te 's-Heerenberg. Na de sluiting van dit instituut werd hij overgeplaatst naar en toegevoegd aan het klein-seminarie te Culemborg. In 1924 werd hij onderdeel van het groot-seminarie te Rijsenburg; gezamenlijk vormden philosophicum en theologicum voortaan de 2e afdeling van het Aartsbisschoppelijk Seminarie. Bij de overgang werd de cursus uitgebreid van één naar twee jaar 1 . Kort na de Tweede Wereldoorlog werd vanwege ruimteproblemen te Rijsenburg en een gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden aldaar besloten tot inrichting van een afzonderlijk philosophicum. Met het oog hierop kocht het aartsbisdom in 1947 het landgoed Dijnselburg te Huis ter Heide onder Zeist. De overdracht hiervan aan het philosophicum vond eerst plaats op 22 november 1952. Overigens betrof het toen slechts een klein deel van het oorspronkelijk aangekochte landgoed. Van de ca. 100 ha. werd ca. 70 ha. vrijwel meteen verkocht aan de gemeente Zeist. Om als philosophicum dienst te kunnen doen moest het bestaande gebouw aanzienlijk worden verbouwd en uitgebreid. Vanwege de ongunstige tijdsomstandigheden, met hoge bouwkosten en gebrek aan bouwmateriaal, moest de uitvoering van deze bouwplannen evenwel nog enige jaren worden uitgesteld. Pas op 14 november 1950 kreeg H.J.H.M. Fortmann, professor in de dogmatiek te Rijsenburg en beoogd president, opdracht van kardinaal de Jong om de vestiging van een philosophicum te Dijnselburg voor te bereiden. Het ontwerp voor de verbouw en nieuwbouw kwam van architect A. Vosman jr. uit Schalkhaar, in samenwerking met J. Starmans, bouwinspecteur van het aartsbisdom. Het nieuwe complex was berekend op huisvesting van 100 studenten, 6 docenten en een aantal zusters voor de huishouding, afkomstig van de congregatie van St. Jozef uit Amersfoort 1 . Op 19 november 1951 werd de eerste steen gelegd. Op 29 september 1952 vond de officiële opening en inwijding plaats door coadjutor Mgr. Alfrink, uit naam van kardinaal de Jong 1 . Het philosophicum was, evenals het klein-seminarie en groot-seminarie, een internaat. Elke student kreeg een gemeubileerde kamer ter beschikking. De hoogte van het verschuldigde kost-en studiegeld werd door het bestuur vastgesteld in overleg met de ouders 1 . De opleiding omvatte de vakken logica, geschiedenis van de wijsbegeerte, sociologie, wijsgerige sociologie, psychologie, critica, apologetica, metaphysica, hebreeuws, economie en biologie 2 . Gedurende de cursus droegen de studenten burgerkleding. Aan het eind ervan volgde door toediening van de tonsuur (kruinschering) opname in de geestelijke stand. Met de reorganisatie van de priesteropleiding en de daaruit voortvloeiende opheffing van de groot-seminaries per 1 september 1967 hield ook het philosophicum op te bestaan, dat ondanks de afzonderlijke vestiging een afdeling van het groot-seminarie gebleven was 1 . Het filosofie-onderwijs ging deel uitmaken van de nieuwe theologische opleiding der KTHU, waarin de stichting Dijnselburg één der deelhebbers was, en die aanvankelijk geheel en later gedeeltelijk was ondergebracht op Dijnselburg. Een aantal docenten van het voormalige philoso-phicum bleef les geven aan de KTHU. Vanaf 1967 was tevens het Instituut Priesteropleiding Utrecht-Groningen (het 'praktische deel der opleiding) te Dijnselburg gehuisvest 2 . 1.4.2. Het archief Het archief van het philosophicum werd na sluiting van de instelling opgeslagen in een als archiefruimte ingerichte kelder in het eigen gebouw, tezamen met de hierheen overgebrachte archieven van het klein-seminarie te Culemborg/Apeldoorn en het groot-seminarie te Rijsenburg, alsmede de archieven van enige diocesane organen en instellingen. Het archief lijkt tamelijk compleet overgeleverd, hoewel er hier en daar kleine hiaten zijn aan te wijzen. Over bewuste vernietiging vóór de inventarisatie is niets bekend. Tijdens de inventarisatie werd ca. 3,5 m1 vernietigd; het betreft voornamelijk financiële bijlagen. Van de oorspronkelijke omvang van bijna 5 m1 resteert nu 1,2 m1. Het archief is openbaar, met uitzondering van een aantal in het contract van opneming nader omschreven inv. nrs., waarvoor een embargo geldt van een in vermeld contract eveneens nader omschreven aantal jaren. 1.4.3. Lijst van presidenten H.J.H.M. Fortmann 1952-1962 J.B.W.M. Möller 1962-1967 1.5. Literatuur Aartsbisschoppelijk Klein Seminarie Culemborg/Apeldoorn, 1906-1956. Apeldoorn 1956. Abbink, G.A.M. De huidige Priesteropleiding van Utrecht en Groningen, [Zeist], 1968. Abbink, G.A.M. Honderd jaar Rijsenburg, 1857-1957. Analecta voor het aartsbisdom Utrecht, officiële uitgave van het aartsbisdom Utrecht. Utrecht, 1928-. Archief van het aartsbisdom Utrecht, 1853-1967 (1970). Rijksarchief Utrecht, toegankelijk via plaatsingslijst. Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht. 75 dln. Utrecht, 1875-1958. Archief voor de geschiedenis van de katholieke kerk in Nederland., Utrecht/Antwerpen, 1959-. Aukes, W.F. Kardinaal de Jong. Utrecht/Antwerpen 1956. Barten s.j., J. Archief van het seminarie Culemborg 1818-1906 (inventaris met inleiding), [Nijmegen], 1967. Barten s.j., J. 'Een geheim broedersnovicaat te Culemborg'. AGKN, 13 (1971) 73-76. Brom, G. Alfons Ariëns. 2 dln. Amsterdam 1941. Brom, G. Cornelis Broere en de katholieke emancipatie. Utrecht/Antwerpen 1955. Brom, G. Schaepman. Haarlem 1936. Dellepoort, J.J. De priesterroepingen in Nederland. 1955 Glopper-Zuiderland, C.C. de en Graaff, L.P.W. de. Inventaris van de Collectie Rijsenburg, verzameling archivalia en documentalia toebehorend aan het aartsbisdom Utrecht. Rijksarchief in Utrecht, inventarissenreeks nr. 17. Utrecht 1983. 'Herderlijk schrijven [van kardinaal B.J. Alfrink] over het nieuw te bouwen Philosophicum'. Analecta, 25 (1952) 41-45. Heyden, L.J. van der. 'De opheffing der Hollandsche colleges te Leuven en hunne studiebeurzen', AAU, 39 (1913) 198-227. Hoeck S.J., F. van. 'Het seminarie te 's-Heerenberg', AAU, 49 (1924) 1-15. Hofman, J.H. 'Het seminarie van O.L. Vrouw te Douai'. AAU, 26 (1900) 60-69. Honderdvijftig Jaar Klein Seminarie Aartsbisdom Utrecht, 1818-1968. [Apeldoorn 1968] 'Honderdjarig bestaan Seminarie Rijsenburg, toespraak van de aartsbisschop'. Analecta, 30 (1957) 95-98. Jacobs S.J., H. en Begheyn S.J., P.J. 'De Noord-Nederlandse studenten aan het pauselijk Collegium Germanicum te Rome van 1552-1627. AGKN, 15 (1973) 75-149. Jong, O.J. de. Nederlandse kerkgeschiedenis. Nijkerk 1985. Kleyntjens S.J., J. 'Stichting van het gymnasium der jesuiten te Emmerik, 1592', AAU, 67 (1948) 134-137. Kok O.F.M., J.A. de. Geschiedenis van de kerkelijke instellingen in Nederland, dl. I. Rijksarchiefschool, 's-Gravenhage, 1970. Koopmans, H.J. 'Een kort overzicht van de geschiedenis van het seminarie te Culemborg'. Analecta, 8 (1935) 155-157. Leeuwenberg, H.L.Ph. Geschiedenis van de kerkelijke instellingen in Nederland sinds de reformatie. Rijksarchiefschool, 's-Gravenhage, 1989. Leeuwenberg, H.L.Ph. en Geloven, A.M.A. van. Inventaris van de archieven van de aartspriesters van de Hollandse Zending, 1727-1853 (1867). Rijksarchief in Utrecht, inventarissenreeks nr. 16. Utrecht 1982. Loos, J. van der. 'De opleiding der geestelijkheid in de Noord-Nederlandsche missie sinds het Concilie van Trente'. Haarlemsche Bijdragen, 60 (1941). Loos, J. van der. 'Een seminarium voor de beide kerkdistricten: Holland, Zeeland en West-Friesland en Utrecht', AAU, 44 (1919) 305-313. Miedema, L. 'Pogingen, van katholieke en protestantsche zijde aangewend tot oprichting van een seminarie te Utrecht'. AAU 26 (1900) 451-453. 'Openingsrede van kardinaal B.J. Alfrink.'. Analecta, 25 (1952) 121-127. Persijn, J. Dr. Schaepman. 3 dln. Utrecht 1912-1916. Polman O.F.M., P. Katholiek Nederland in de achttiende eeuw. 3 dln. Hilversum 1968. Post, R.R. Scholen en onderwijs in Nederland gedurende de middeleeuwen. 1954. Regulae seminarii (II sectionis) archidioecesis Ultrajectensis. Tilburg 1858. Rogier, L.J. Geschiedenis van het katholicisme in Noord-Nederland in de zestiende en zeventiende eeuw, 3.dln, Amsterdam 1946. Hierin met name dl. II, hfdst. XIII 6, 738-746. Rogier, L.J. Katholieke herleving, geschiedenis van katholiek Nederland sinds 1853. 1956. Rogier L.J. en Rooy, N. de. In vrijheid herboren. Katholiek Nederland 1853-1953. 's-Gravenhage 1953. Smeets, R.G.R. 'Aartspriester Gerrit van Nooy', AAU, 39 (1913) 1-165. Smeets, R.G.R. 'Het seminarie 's-Heerenberg'. AAU, 47 (1922) 1-126. Sträter S.J., F. 'Eenige gegevens omtrent het seminarie te Culemborg 1818 tot 1825', AAU, 38 (1912) 1-16. Weytens, F.H.C. Inventaris van het archief van het huis Sparrendaal te Driebergen. Rijksarchief Utrecht 1964. 2. Inventaris 2.1. Inventaris van het archief van het klein seminarie te Culemborg, vanaf 1935 te Apeldoorn (1828) 1906-1973 (1975) 2.1.1. Stukken van algemene aard 2.1.1.1. Notulen 1 Notulen van vergaderingen van praeses en professoren, 1907-1913. Met voorin lesrooster, 1906 1 deel 2 Notulen van vergaderingen over de tucht onder de leerlingen, 1907-1931, en van vergaderingen van professoren, 1928-1944 1 deel 3 Aantekeningen van lerarenvergaderingen 1946-1951 1 katern 4 Notulen van lerarenvergaderingen, 1952-1971, rapportenvergaderingen, 1964-1969 en huishoudelijke vergaderingen, 1965-1969. Met bijlagen 1 pak 2.1.1.2. Correspondentie 5 Correspondentie met diverse personen en instanties 1889-1949, z.j. 1 omslag 6 Brief van paus Pius IX aan de leerlingen van Culemborg. Gedrukt. In tweevoud 1860 1 omslag Correspondentie met voornamelijk aartsbisdommelijke functionarissen en organen 1931-1970 2 pakken Uiterlijke vorm 7 1931-1949 1931-1949 8 1950-1970 1950-1970 9 Uitnodigingen voor wijdingen en te vieren eerste missen van studenten van het groot-seminarie te Rijsenburg, met in dorso minuten van felicitatiebrieven van de praeses 1957-1963 1 omslag 2.1.1.3. Verslaggeving 10 Stukken betreffende de aan Rome te zenden relatio triennalis 1928, 1931 1 omslag 11 Register voor de statistiek van het aartsbisschoppelijk klein-seminarie (1e afdeling) te Apeldoorn over 1955-1964, opgemaakt in opdracht van het episcopaat ten behoeve van het Katholiek Sociaal-Kerkelijk Instituut (KASKI) te 's-Gravenhage. Met kladversie 1 omslag 2.1.2. Stukken betreffende bijzondere onderwerpen 2.1.2.1. Organisatie 2.1.2.1.1. Overname, samenwerking en opheffing 12 Brieven van aartsbisschop Mgr. H. van de Wetering betreffende de overname van het klein-seminarie van de jezuïeten door de seculiere geestelijkheid 1906 1 omslag 13 Stukken betreffende de discussie in de Bisschoppelijke Commissie voor de R.-K. Priestergymnasia over de omzetting van klein-seminaries in gymnasia 1950-1960 1 pak 14 Stukken betreffende de openstelling van het klein-seminarie voor externe leerlingen en de samenwerking met het Katholiek Veluws College te Apeldoorn 1964-1969 1 omslag Stukken betreffende de discussies over de vorm, de concentratie, het bestaansrecht en de opheffing van seminaries 1960-1970 2 pakken Uiterlijke vorm 15 1960-1968 1960-1968 16 1967-1970 1967-1970 2.1.2.1.2. Statuten en reglementen 17 Statuta pro moderatoribus seminarii Culemburgensis. Gedrukt [1906] 1 stuk 18 Statuten van het Seminarie van het Aartsbisdom Utrecht. In tweevoud [1953] 1 omslag 19 Reglement voor het gymnasium [1953] 1 stuk 2.1.2.1.3. Geschiedenis, jubilea en andere feestelijkheden 20 Stukken betreffende de geschiedenis van het klein-seminarie over 1818-1825, 1906-1968 1 pak 21 Aantekeningen over de periode 1818-1819 ten behoeve van de samenstelling van een memoriale, verzameld ca. 1906-1908 1 omslag 22 Uittreksel uit het register van besluiten van Burgemeester en Wethouders van Culemborg d.d. 21 december 1908, waarin aan professoren en studenten dankbaarheid wordt betoond voor de geboden diensten tijdens de brand in het klein-seminarie dat jaar. Met geleidebrief 1908 1 omslag 23 Stukken betreffende de bezettingstijd 1941-1945, 1952 1 omslag Zie ook inv. nrs. 370-372 NB 24 Verslag van de bevrijding van Apeldoorn 1944-1945 1 katern 25 Stukken betreffende het honderdjarig jubileum [gerekend vanaf de oprichting van het klein-seminarie door de jezuïeten] 1918-1920 1 pak Met kasboek, voortgezet als kasboek wegens de bouw van het zusterhuis, 1924-1925. Zie ook inv. nr. 45 NB 26 Stukken betreffende het vijfentwintigjarig, veertigjarig en vijftigjarig jubileum van het [aartsbisschoppelijk] klein-seminarie 1931, 1948, 1956 1 omslag 27 Stukken betreffende presidents-, priester-en andere feesten 1886-1970 1 pak 28 Stukken betreffende een bezoek van kardinaal Mgr. W.M. van Rossum 1913 1 omslag 29 Stukken betreffende het gouden priesterfeest van aartsbisschop Mgr. H. van de Wetering 1924 1 pak 30 Stukken betreffende het afscheid van Culemborg en het openingsfeest van het gebouw te Apeldoorn 1935 1 omslag 2.1.2.2. Eigendommen Zie ook inv. nrs. 73-75. NB 2.1.2.2.1. Algemeen 31 Stukken betreffende de brandverzekering 1906, 1928, 1973-1975, z.j. 1 omslag 32 Stukken betreffende een onderzoek naar de noodzaak van nieuwe voorzieningen 1957, z.j. 1 omslag 2.1.2.2.2. Onroerende goederen 2.1.2.2.2.1. Algemeen 33 Taxatierapport van onroerende goederen [1906] 1 stuk 2.1.2.2.2.2. Verwerving en vervreemding 34 Stukken betreffende de verhuur van land door het kroondomein, kantoor Culemborg, aan het klein-seminarie, 1881, 1911. Met bijlagen, 1899, 1910 1 omslag 35 Akte van koop door het klein-seminarie te Culemborg van 54 are bouwland in 'de Hond' onder Culemborg, 1909. Met retroacta, 1828, 1838, 1874, en bijlagen, 1855, 1866, 1874 1 omslag 36 Akten van aankoop en verhuur van onroerend goed te Culemborg door de St. Willibrordusstichting, 1887, 1891, 1894, 1898. Met bijlagen, 1887, 1906-1907 1 omslag De St. Willibrordusstichting vertegenwoordigde de Nederlandse provincie der jezuïeten voor de burgerlijke autoriteiten in onderwijskundige zaken en beheerde de studiehuizen van de orde NB 37 Stukken betreffende de aankoop van het buitengoed 's-Herenhof te Culemborg 1918 1 omslag 38 Correspondentie betreffende de verkoop van de seminariegoederen te Culemborg 1931-1936 1 pak 39 Akte van verhuur door G.O.F. ridder Huyssen van Kattendijke aan het klein-seminarie te Apeldoorn van Huize Dorth, met eiland. Met bijlage 1942 1 omslag 40 Stukken betreffende de huur en het gebruik van het huis Caesarea te Ughelen 1957-1963 1 omslag Zie ook inv. nr. 414 NB 2.1.2.2.2.3. Bouw, verbouw en onderhoud 41 Stukken betreffende de bouw en verhuur van een boerderij boven de Lekdijk 1907-1908 1 omslag 42 Vergunningen afgegeven door diverse overheidsinstanties voor de aanleg, bouw en het onderhoud van onroerend goed, alsmede een vergunning afgegeven door het seminarie aan de gemeente Culemborg tot overbrugging van de Oostergracht. Met bijlagen 1920-1935 1 omslag Zie ook inv. nr. 56. Betreft: - vaste ophaalbrug over de Oostergracht, 1911. - slachtplaats met rokerij, 1911. - loopplank over de Redichemse Wetering, 1913. - plaatsen van een staketsel langs de dijksberm op Redichem, 1915. - plaatsen van een schuitenhuis in de Oostergracht, 1920. - betonnen brug over de Redichemse Wetering, 1928. - rooien van een boom en het verplaatsen van lantaarns daarvoor, 1928. - plaatsen van zes elektromotoren, 1932. - bouw van een varkensstal, 1935. - overbrugging Oosterdracht, 1920-1928 NB 43 Bouwtekening van het slachthuis 1911 1 stuk 44 Machtiging verleend door de aartsbisschop van Utrecht tot verhoging van de lopende begroting in verband met de aanleg van een fruittuin 1913 1 stuk 45 Stukken betreffende de bouw van een zusterhuis en de verbouw van de keuken, bijkeuken en boerderij 1924-1925 1 omslag Zie ook inv. nr. 25 NB Stukken betreffende de bouw van het nieuwe seminariegebouw te Apeldoorn 1922, 1929-1936 2 delen, 5 pakken, 9 omslagen en 1 stuk Uiterlijke vorm 46 Werkzaamheden van de 'Commissie van Negen' 1931 jan-aug. 1 pak 47 Werkzaamheden van de 'Commissie van Drie' 1931 aug-1932 okt. 48 Aankoop van en problemen rond het terrein 1929-1933 49 Correspondentie, met bijlagen [werkzaamheden bouwcommissie?] 1931-1935 1 pak 50 Programma's van eisen 1931 51 Ontwerptekeningen van architect Van Hardeveld. Met opmerkingen en wijzigingen en een memorie van toelichting 1931, z.j. 1 pak 52 Brieven van architecten 1931 53 Brieven van aanbeveling van diverse instituten ten faveure van het architectenbureau Cuypers 1930-1931 54 Ontwerptekeningen van architect J.A. Wiegerinck. Met geleidebrief aan de aartsbisschop en een memorie van toelichting 1931 55 Inventaris van de onroerende goederen van het klein-seminarie te Culemborg, opgemaakt door de praeses, met taxaties, 1906, 1934, en enige correspondentie, 1936 1906-1936 56 Bestek en voorwaarden, 1932. In tweevoud, met één 'gecorrigeerd exemplaar Koopmans'. Met concept, z.j., stukken betreffende de bouwvergunning, 1932 en een reglement van de Bond van Nederlandsche Architecten, 1922 1922-1932 1 pak 57 Bouwtekeningen 1932 1 pak 58 Contracten met aannemers 1932 59 Akten van volmacht verleend door de aartsbisschop aan de bouwcommissie 1932 60 Aflaat verleend door aartsbisschop de Jong naar aanleiding van de eerste steenlegging in 1933. Afschrift 1933 1 stuk 61 Tabellarisch kasboek van uitgaven wegens de bouw 1932-1936 1 deel 62 Aantekeningen van president H.J. Koopmans betreffende de bouw over 1930-1935 1930-1935 1 deel 63 Bouwtekeningen van het klein-seminarie, na inzage teruggezonden door de Ortskommandatur Apeldoorn. Met geleidebrief 1941 1 omslag 64 Plattegrondschetsen z.j. 1 omslag 65 Correspondentie betreffende de (ver)bouw en inrichting van het klein-seminarie 1928-1966 1 omslag 66 Bouwtekeningen wegens de aanpassing van de sanitaire installatie z.j. 1 omslag 67 Onderhands contract met de gasfabriek te Culemborg betreffende de levering van gas, met bijlagen 1904 1 omslag 68 Rapport van de apotheker Ausems te Culemborg betreffende de kwaliteit van het drinkwater 1908 1 stuk 69 Bestek en voorwaarden en bouwtekeningen betreffende de aanleg van een koudwaterleiding 1910 1 omslag 70 Stukken betreffende de aanleg van een elektrische licht-en krachtinstallatie en de levering van elek-triciteit 1919-1920, 1934, 1940 1 pak 71 Stukken betreffende de aanleg van centrale verwarming en een keukeninstallatie 1926-1929 1 omslag 72 Stukken betreffende de prijs van het waterabonnement voor de panden in de Grote Kerkstraat te Culemborg 1928-1929, 1935, 1947 1 omslag Stukken betreffende (vergoeding van) de oorlogsschade en de verhuiskosten tijdens de oorlog 1910-1956 3 pakken Uiterlijke vorm 73 Molestverzekering, 1941-1955, herstelwerkzaamheden Zevenaar, 1945-1956, klokken, 1943-1953, huurzaken, 1942-1952, schaderapporten, 1945-1953, bedrijfsschade roerende goederen, 1942-1953, (de)blokkering rekening Rotterdamsche Bank en Nederlandsche Bank, 1946-1948, terreinschade en agrarische schade, 1946-1955, immateriële schade, 1941-1952 1941-1956 74 Rekeningen 1946-1953 75 Assuranties, 1910-1946, z.j., overige, 1942-1953 1910-1953 2.1.2.2.2.4. Exploitatie Zie ook inv. nr. 41. NB 76 Onderhandse akte van verhuur door Mgr. J.A.S. van Schaik, president van het klein-seminarie te Culemborg aan Johannes Huigen, landbouwer te Culemborg, van een perceel weiland onder Culemborg geheten 'de Heuvel' 1918 1 stuk 77 Akten van verhuur door het aartsbisdom Utrecht aan A. en M. van den Boomgaard, landbouwers te Culemborg, van een huis en bakhuis met boomgaard en dijkhelling te Culemborg 1929, 1934 1 omslag 78 Onderhandse akte waarbij het aartsbisdom Utrecht aan A. van Sijl te Culemborg een levenslang pensioen en vrije woning schenkt, in ruil voor het beheer en de administratie van goederen te Culemborg behorend aan het aartsbisdom en het klein-seminarie 1935 1 stuk 79 Stukken betreffende de exploitatie van de boerderij 1926, z.j. 1 omslag 80 Stukken betreffende een klacht van het kerkbestuur der Israëlitische gemeente tegen de overlast van het slachthuis 1907 1 omslag 2.1.2.2.3. Roerende goederen 81 Inventaris van de inrichting, meubilering en andere toebehoren van het theater. Met aantekeningen 1902 1 katern 82 Inventarislijsten met taxaties der overgenomen roerende goederen in de seminariegebouwen, de werkplaats, de bakkerij en de boerderij, inclusief levende have, [1906]. Met brieven over de taxaties 1906 1 omslag 83 Inventaris van de eigendommen van de kapel en de congregatiekapel 1916 1 katern 84 Inventaris van de inrichting en de leermiddelen, opgemaakt in verband met de aanvraag van rijkssubsidie, 1966. Met enige correspondentie deswegen 1966-1968 1 pak Inventaris van de roerende goederen aanwezig in het complex Aartsbisschoppelijk Klein-Seminarie Apeldoorn, welke in eigendom overgaan naar de staat der Nederlanden. Ongetekend. Met ontwerptekeningen van architect Van Hardeveld en een klad-inventaris 1970 3 pakken Uiterlijke vorm 85 Studentenvleugel, toren. (klad) 86 Voorhuis, bloemenkas, boerderij/hertenkamp, gymzaal, personeelshuis, buitenklassenvleugel. (klad) 87 Definitieve inventaris, tekeningen, codetabellen 88 Stukken betreffende de aanschaf van nieuwe studiebanken 1912-1914 1 pak 89 Stukken betreffende de inrichting van het zusterhuis 1924-1926 1 omslag 90 Stukken betreffende het onderhoud van de piano's 1935, 1950-1953 1 omslag 91 Stukken betreffende de oorlogsschade aan seminarie-en kloosterbibliotheken 1951 1 omslag 92 Stukken betreffende het kunstbezit van het klein-seminarie 1970-1973 1 omslag 2.1.2.2.4. Beleggingen en hypotheken 93 Stukken betreffende de effecten-administratie 1934-1940 1 omslag Inventarissen van effecten, met aantekeningen van (ver)koop, vervaldagen en uitloting 1938-1974 2 delen, 1 pak en 1 kaartregister Uiterlijke vorm 94 Opgemaakt 1938. Met aantekeningen over 1907-1944. In 1945 vervangen door nieuw register (zie inv. nr 95) 1907-1945 95 Opgemaakt 1945. Met aantekeningen over 1931-1948. Vervangen per 28 mei 1948 1931-1948 96 1946-1963 1946-1963 1 kaartregister 97 1964-1974. Alfabetisch op fondsnaam 1964-1974 1 pak Registers van aantekeningen van de praeses betreffende het beheer van de tot de fondsen en fundaties behorende effecten 1936-1945 2 delen en 1 katern Uiterlijke vorm 98 1936-1945. Met achterin lijst van bursalen, 1940-1945. In 1944/45 vervangen door nieuw register en deels daarin overgeboekt (zie inv. nr. 99) 1936-1945 99 1944-1945 1944-1945 100 Register van aantekeningen betreffende de verzilvering van coupons, de uitloting van stukken etc. Klad 1938-1945 1 katern 101 Nota's wegens verkochte effecten 1922, 1925 1 omslag 102 Stukken betreffende het beheer van fondsgelden 1916, 1935-1967 1 pak 103 Stukken betreffende de administratie van de waardepapieren op naam van de 'beurs studiefonds seminarie' 1946-1950 1 omslag 2.1.2.2.5. Legaten, fundaties, fondsen en schenkingen Zie ook inv. nrs. 98-100, 102-103, 139, 219, 224, 228-229. NB 104 Correspondentie betreffende schenkingen 1910-1953 1 omslag 105 Stukken betreffende de aanvraag aan en de verlening door de aartsbisschop van Utrecht van machtiging tot het aanvaarden van fundaties en schenkingen 1907-1951 1 pak 106 Kasboek van fundaties, studiebeurzen, lijfrenten en schenkingen 1927-1940 1 deel 107 Fundatieregister, met aantekeningen over 1906-1968 1 deel 108 Uittreksel uit het fundatieregister, aantekeningen betreffende kapitaalomvang, doel en aanwending, verplichtingen, vervaldata en belegging van gelden uit fundaties, schenkingen, beurzen etc. Met verwijzingen naar de inventarissen van effecten en het intentieboek (zie inv. nrs. 94 e.v. en inv. nr. 110) 1948-ca. 1962 1 pak 109 Lijsten van beurzen en fundaties, 1927-1928, herzien 1934 1 omslag 110 Intentieboek, register van te lezen en gelezen fundatiemissen 1946-1960 1 deel 111 Stukken betreffende de legatering d.a. 1912 van ?1000 door C. van Amstel te Hagestein, 1922, 1928, 1941 1 omslag 112 Stukken betreffende het testament van Harmannus Geling, priester te Veendam 1926-1927 1 omslag 113 Codicil d.a. 1926 van Mgr. J.A.S. van Schaik, waarbij hij aan het klein-seminarie te Culemborg zijn bibliotheek nalaat, minus alle (geschriften over) muziek, alsmede zijn altaargewaden en -geraden. Afschrift, 1927. Met bijlagen, 1927, z.j. 1 omslag 114 Stukken betreffende de legatering d.a. 1931 door T.L.J. Peek van ?25.000 aan de rooms-katholieke seminaria in Nederland, 1937 1 omslag 115 Stukken betreffende de nalatenschap van E. Meijer 1936-1937, z.j. 1 omslag 116 Stukken betreffende het legaat van F.A. Maes 1948-1949 1 omslag 117 Stukken betreffende het legaat van mej. P(ietje) van Haaften ca. 1963-1971 1 omslag 118 Stukken betreffende de fundatie H. Nederend 1909-1970, z.j. 1 omslag 119 Stukken betreffende het seminariefonds 1913-1933 1 pak 120 Stukken betreffende een schenking door Mgr. Th.S. Roes, bedoeld als fonds voor een nieuw te bouwen seminarie 1909-1925 1 omslag 121 Stukken betreffende het fonds Van Beek, in oorsprong bedoeld als waarborgfonds voor de student Willem van Beek 1928-1961 1 pak 122 Uittreksel uit het reglement van het Fonds voor de Studerende Jeugd in het aartsbisdom Utrecht. Gedrukt z.j. 1 stuk 123 Stukken betreffende de studiebeurs pastoor J. Beekman 1899, 1935 1 omslag 124 Kasboek van het beurzenfonds, betreffende studiebeurzen onder beheer van de praeses, 1907-1927. Met achterin een register van uit deze beurzen gesubsidieerde studenten, 1906-1925 1 deel Betreft de fondsen Beekman, Rensink-Blanken, Joerissen, Drenth, Olminghof, Blom, Hilhorst en de Belgische staatsbeurzen NB 125 Kasboek van studiebeurzen onder beheer van het aartsbisdom Utrecht, 1911-1927. Met bijlagen, 1924, 1927, 1931, 1941, z.j. 1 omslag Betreft de fondsen De Ligt en het 'Zeven beurzenfonds' NB 126 Kasboek van de studiefondsen Kummeling, 1914-1920 en Andries Flapper, 1923-1926. Met afschriften van de overeenkomsten, 1917, 1923 1 deel 127 Stukken betreffende de studiebeurs pastoor Hilhorst 1926, 1933 1 omslag 128 Stukken betreffende een schenking door pastoor J.J.S. Scheepers, bedoeld als beurs voor minvermogende studenten 1927, 1934 1 omslag 129 Stukken betreffende de studiebeurs R.J.B. Flipse 1934, 1942 1 omslag 130 Stukken betreffende een proces van een priesterleraar van het seminarie Rolduc betreffende te betalen schenkingsrechten 1956-1957 1 omslag 131 Stukken betreffende een schenking van ?500 door G.J. Reinders, pastoor te Meppel 1907, z.j. 1 omslag 132 Stukken betreffende een schenking door J.H.G. Jansen te Harlingen aan het aartsbisdom Utrecht van zekere goederen, onder voorwaarde dat de revenuen ten goede komen aan het klein-seminarie te Culemborg 1911, 1915-1916, 1923 1 omslag J.H.G. Jansen was aartsbisschop van Utrecht van 1930-1936 NB 133 Onderhandse akte van schenking door M. Glaudemans, pastoor te Arnhem, van een obligatie groot ?1000 1913 1 stuk 134 Stukken betreffende een schenking van twee pandbrieven, elk groot ?1000, door M.J.H. Wolters, pastoor te Ommen 1915, 1920, 1947 1 omslag 135 Stukken betreffende een schenking door de gezusters Drenth 1920-1926 1 omslag 136 Onderhandse akte van schenking door J. Zuidberg, prefect van het klein-seminarie, van een bedrag voor de aankoop van een godslamp 1932 1 stuk 137 Stukken betreffende een schenking door J.H.M. Hagen, pastoor te Vaassen 1934, 1938 1 omslag 138 Stukken betreffende een (vervallen) schenking van A.C. Dames, pastoor van Rossum 1930, 1934, z.j. 1 omslag 2.1.2.3. Verwerving van inkomsten 2.1.2.3.1. Bijdragen 139 Kasboek van ontvangen giften als bijdrage in het kostgeld der studenten, later gebruikt voor ondersteuning van hulpbehoevende studenten 1917-1926 1 katern 140 Lijst van ontvangen giften voor 'de' ontsmetting z.j. 1 stuk 2.1.2.3.2. Overheidssubsidies 141 Stukken betreffende verlening van subsidies door gemeentebesturen 1949, 1953-1958, 1961 1 pak Alfabetisch op plaatsnaam NB Correspondentie van de besturen van het klein-seminarie, het gymnasium en de Praeses van Schaikstichting met het ministerie 1948, 1952-1973 2 pakken Uiterlijke vorm 142 1948, 1952-1958 1948-1958 143 1956-1973 1956-1973 Stukken betreffende de aanvraag en verlening van rijkssubsidie voor het gymnasium over 1956-1973 11 pakken Uiterlijke vorm 144 1956-1957 1956-1957 145 1958-1959 1958-1959 146 1960-1961 1960-1961 147 1962 1962 148 1963 1963 149 1964 1964 150 1965 1965 151 1966 1966 152 1967 1967 153 1968 1968 154 1969-1973 1969-1973 155 Stukken betreffende de aanvraag en verlening van rijksstudietoelagen 1963-1972 1 pak 156 Stukken betreffende problemen met een student inzake de verrekening der renteloze voorschotten 1964-1971 1 omslag 157 Kwitanties van studenten wegens via het klein-seminarie ontvangen renteloze voorschotten uit de rijksstudietoelagen 1967-1970 1 omslag Alfabetisch op naam NB 2.1.2.3.3. School-en kostgelden Registers van inkomsten van kostgelden en andere bijdragen. Met indices 1906-1927 1 deel en 8 katernen Uiterlijke vorm Ingedeeld per klas. Indices in de vorm van nummerlijsten, waarbij elke leerling een nummer is gegeven, dat ook in de verdere administratie wordt gebruikt NB 158 1906-1909/10 4e kwartaal 1906-1909 1 deel 159 1910/11 1e-1911/12 4e 1910-1911 160 1912/13 1e-1914/15 1e 1912-1914 161 1914/15 2e-1916/17 1e 1914-1916 162 1916/17 2e-1917/18 4e 1916-1917 163 1919/20 1e-1921/22 1e 1919-1921 164 1921/22 4e-1924/25 1e 1921-1924 165 1824/25 2e-1925/26 4e 1824-1925 166 1926/27 1e 1926 Debiteurenboeken van kostgelden en andere bijdragen 1906-1949 37 delen Uiterlijke vorm Ingedeeld onder hoofden van leerlingen. Vanaf inv. nr. 176 identieke gegevens in anderssoortig register NB 167 1906-1908 1906-1908 168 1908-1910 1908-1910 169 1910-1912 1910-1912 170 1912-1914 1912-1914 171 1914-1916 1914-1916 172 1916-1917 1916-1917 173 1917-1919 1917-1919 174 1919-1921 1919-1921 175 1921-1923 1921-1923 176 1920-1921 1920-1921 177 1921-1922 1921-1922 178 1922-1923 1922-1923 179 1923-1924 1923-1924 180 1924-1925 1924-1925 181 1925-1926 1925-1926 182 1926-1927 1926-1927 183 1927-1928 1927-1928 184 1928-1929 1928-1929 185 1929-1930 1929-1930 186 1930-1931 1930-1931 187 1931-1932 1931-1932 188 1932-1933 1932-1933 189 1933-1934 1933-1934 190 1934-1935 1934-1935 191 1935-1936 1935-1936 192 1936-1937 1936-1937 193 1937-1938 1937-1938 194 1938-1939 1938-1939 195 1939-1940 1939-1940 196 1940-1941 1940-1941 197 1941-1942 1941-1942 198 1942-1943 1942-1943 199 1943-1944 1943-1944 200 1945-1946 1945-1946 Voorin: 'schooljaar 1944/1945 = geworden 1945/1946' NB 201 1946-1947 1946-1947 202 1947-1948 1947-1948 203 1948-1949 1948-1949 Tabellarische registers van inkomsten van kostgelden en andere bijdragen 1920-1949 5 delen Uiterlijke vorm 204 1920-1923 1920-1923 205 [1926-1932] 1926-1932 206 1932-1937 1932-1937 207 1937-1941 1937-1941 208 1941-1949 1941-1949 Debiteurenboeken, tabellarisch, van kostgelden en andere bijdragen ('rekening studenten') 1948-1957 4 delen Uiterlijke vorm Ingedeeld onder hoofden van leerlingen NB 209 1948-1949 1948-1949 210 1949-1951 1949-1951 211 1951-1954 1951-1954 212 1954-1957 1954-1957 Leerlingenkaarten, register van aantekeningen wegens kostgelden en andere bijdragen, afgesloten 1957-1972 4 pakken Uiterlijke vorm Afsluiting bij vertrek student NB 213 1957-1961 aug 1957-1961 214 1961 sep-1966 sep 1961-1966 215 1966 sep-1968 aug 1966-1968 216 1968 aug-1972 jul 1968-1972 217 Register van saldilijsten van openstaande rekeningen van studenten 1952-1957 1 deel 218 Stukken betreffende aanvragen door ouders en pastoors van reductie op het kostgeld (subsidie) met kladlijsten van ontvangers 1925-1935 1 pak 219 Notitie betreffende een schenking door J. Elfrink te Zevenaar van ?4000, bedoeld als studiegeld voor zijn zoon, met akte van machtiging van de aartsbisschop betreffende de aanvaarding 1927 1 stuk 220 Stukken betreffende de incasso van kostgelden 1916, 1923, 1959-1966, z.j. 1 pak 2.1.2.4. Financiën 2.1.2.4.1. Algemeen 221 Correspondentie van de econoom 1961, 1964-1972 1 pak Alfabetisch op naam van afzender/geadresseerde NB 222 Verordening van de gemeente Culemborg tot heffing en invordering van een hoofdelijke omslag. Gedrukt 1902 1 stuk 223 Kennisgeving van de gemeente Culemborg betreffende de meting van grond in verband met de grondbelasting 1925 1 stuk 224 Opgaven van de president van schenkingen, opgemaakt wegens hierover verschuldigde belastingen. Afschriften 1935 1 omslag 225 Lijst van op 1 januari 1906 aan diverse personen gegeven nieuwjaarsbijdragen 1 stuk 2.1.2.4.2. Jaarstukken Jaarrekeningen over 1906-1949 2 pakken Uiterlijke vorm 226 1906-1931 1906-1931 227 1931-1949 1931-1949 Accountantsrapporten over 1949-1973 2 pakken Uiterlijke vorm 228 1949-1960 1949-1960 229 1960-1973 1960-1973 Bevat ook de financiële jaargegevens van de beheerde fondsen en stichtingen en vanaf 1955 tevens van de Praeses van Schaikstichting (1955-1966) en het door deze stichting beheerde gymnasium (1956-1966) NB 230 Begrotingen voor 1907-1938 1 pak 231 Accountantsrapporten voor het gymnasium over 1967-1970, 1972-1975 1 omslag Zie ook inv. nrs. 228-229 NB 2.1.2.4.3. Boekhouding 232 Rekeningschema's voor het grootboek z.j. 1 omslag Grootboek 1907-1931 19 delen Uiterlijke vorm betreft de hoofden versterkende middelen (II), muzieklessen (III), seminariewinkel (IV), boekwinkel (V), bakkerij (VI), boerderij (VII), slagerij (VIII) en diversen NB 233 1907-1910 (II-VI) 1907-1910 234 1907-1913 (VII-VIII) 1907-1913 235 1910-1913 (II-VI) 1910-1913 236 1913-1917 (VII-VIII) 1913-1917 237 1913-1916 (II-VI) 1913-1916 238 1916-1919 (II-VI) 1916-1919 239 1917-1919 (VII-VIII) 1917-1919 240 1919-1920 1919-1920 241 1920-1921 1920-1921 242 1921-1922 1921-1922 243 1922-1923 1922-1923 244 1923-1924 1923-1924 245 1924-1925 1924-1925 246 1925-1926 1925-1926 247 1926-1927 1926-1927 248 1927-1928 1927-1928 249 1928-1929 1928-1929 250 1929-1930 1929-1930 251 1930-1931 1930-1931 Grootboek 1907-1950 41 delen Uiterlijke vorm Betreft de hoofden leerlingen (1), salarissen (2), levensmiddelen (3), vuur, licht en water (4), bibliotheek en leermiddelen (5), lasten (6), kapel (7), onderhoud (8), en diversen (9) NB 252 1907-1909 1907-1909 253 1909-1910 1909-1910 254 1910-1911 1910-1911 255 1911-1912 1911-1912 256 1912-1913 1912-1913 257 1913-1914 1913-1914 258 1914-1915 1914-1915 259 1915-1917 1915-1917 260 1916-1917 1916-1917 261 1917-1918 1917-1918 262 1918-1919 1918-1919 263 1919-1920 1919-1920 264 1920-1921 1920-1921 265 1921-1922 1921-1922 266 1922-1923 1922-1923 267 1923-1924 1923-1924 268 1924-1925 1924-1925 269 1925-1926 1925-1926 270 1926-1927 1926-1927 271 1927-1928 1927-1928 272 1928-1929 1928-1929 273 1929-1930 1929-1930 274 1930-1931 1930-1931 275 1931-1932 1931-1932 276 1932-1933 1932-1933 277 1933-1934 1933-1934 278 1934-1935 1934-1935 279 1935-1936 1935-1936 280 1936-1937 1936-1937 281 1937-1938 1937-1938 282 1938-1939 1938-1939 283 1939-1940 1939-1940 284 1940-1941 1940-1941 285 1941-1942 1941-1942 286 1942-1943 1942-1943 287 1943-1944 1943-1944 288 1945-1946 1945-1946 289 1946-1947 1946-1947 290 1947-1948 1947-1948 291 1948-1949 1948-1949 292 1949-1950 1949-1950 Grootboekkaarten 1957-1974 15 pakken Uiterlijke vorm 293 1957-1958 1957-1958 294 1958-1959 1958-1959 295 1959-1960 1959-1960 296 1960-1961 1960-1961 297 1961-1962 1961-1962 298 1962-1963 1962-1963 299 1963-1964 1963-1964 300 1964-1965 1964-1965 301 1965-1966 1965-1966 302 1966-1967 1966-1967 303 1967-1968 1967-1968 304 1968-1969 1968-1969 305 1969-1970 1969-1970 306 1970-1971 1970-1971 307 1971-1974 1971-1974 Kasboek 1906-1920 12 delen Uiterlijke vorm 308 1906 sep-1909 jan 1906-1909 309 1909 jan-1910 jul 1909-1910 310 1910 jul-1911 sep 1910-1911 311 1911 sep-1912 sep 1911-1912 312 1912 sep-1913 sep 1912-1913 313 1913 sep-1914 sep 1913-1914 314 1914 sep-1915 aug 1914-1915 315 1915 sep-1916 sep 1915-1916 316 1916 sep-1917 aug 1916-1917 317 1917 sep-1918 aug 1917-1918 318 1918 sep-1919 aug 1918-1919 319 1919 sep-1920 aug 1919-1920 Kasboek 1910-1919. Kladexemplaren 12 delen Uiterlijke vorm 320 1910 mrt-1911 mrt 1910-1911 321 1911 mrt-1912 jan 1911-1912 322 1912 jan-1912 sep 1912 323 1912 sep-1913 jun 1912-1913 324 1913 jul-1914 mrt 1913-1914 325 1914 mrt-dec 1914 326 1915 jan-nov 1915 327 1915 nov-1916 jul 1915-1916 328 1916 aug-1917 mei 1916-1917 329 1917 mei-1918 jan 1917-1918 330 1918 jan-dec 1918 331 1918 dec-1919 okt 1918-1919 Tabellarisch kasboek 1920-1934 9 delen Uiterlijke vorm Serie 'I' NB 332 1920 sep-1921 mrt 1920-1921 333 1921 mrt-sep 1921 334 1921 sep-1922 aug 1921-1922 335 1922 sep-1923 sep 1922-1923 336 1923 sep-1924 aug 1923-1924 337 1924 sep-1926 sep 1924-1926 338 1926 sep-1929 dec 1926-1929 339 1930-1933 sep 1930-1933 340 1933 sep-1934 aug 1933-1934 Tabellarisch kasboek. Kladexemplaren 1919-1925 7 delen Uiterlijke vorm Serie 'II' NB 341 1919 okt-1920 okt 1919-1920 342 1920 okt-1921 mei 1920-1921 343 1921 mei-1921 okt 1921 344 1921 okt-1922 dec 1921-1922 345 1922 dec-1925 mei 1922-1925 346 1923 dec-1925 mrt 1923-1925 347 1925 mrt-dec 1925 Kasboek 1934-1949 3 delen Uiterlijke vorm 348 1934 sep-1939 jun 1934-1939 349 1939 jun-1945 dec 1939-1945 350 1946-1949 mrt 1946-1949 Per maart 1949 overgang naar tabellarisch kas-en giroboek, zie inv. nrs. 351-358 NB Tabellarisch kas-en giroboek 1949-1958 8 delen Uiterlijke vorm 351 1949 mrt-1949 nov 1949 352 1949 dec-1950 aug 1949-1950 353 1950 sep-1951 mei 1950-1951 354 1951 mei-1953 mrt 1951-1953 355 1953 mrt-1954 dec 1953-1954 356 1954 dec-1956 aug 1954-1956 357 1956 sep-1957 aug 1956-1957 358 1957 sep-1958 aug 1957-1958 Kas-en giroboek 1958-1970 3 delen Uiterlijke vorm 359 1958 sep-1961 aug 1958-1961 360 1961 sep-1966 jul 1961-1966 361 1966 aug-1970 jul 1966-1970 362 Kas-, bank-en giroboek 1956-1965 1 deel 363 Doorschrijfkasboek aug 1971-apr 1972 1 deel Giroboek 1920-1927, 1940-1949, z.j. 4 delen Uiterlijke vorm 364 1920-1927 1920-1927 365 z.j. 366 1934 mrt-1941 mrt 1934-1941 367 1941 mrt-1949 mrt 1941-1949 Per maart 1949 overgang naar tabellarisch kas-en giroboek en tabellarisch bankboek, zie inv. nrs. 351-358 en 368 NB 368 Tabellarisch bankboek 1949-1957 1 deel 369 Tabellarisch kasboek 'onkosten-specificatie van overige kosten' (kolom 7) 1950-1957 1 deel 370 Kasboek 'Ootmarsum', 1942-1945. Met grootboek, 1944-1945 1 deel 371 Kasboek 'Heino' 1944-1945 1 katern 372 Kasboek 'Zevenaar' 1945-1946 1 deel Kasboek van de huishouding 1958-1972 2 delen Uiterlijke vorm 373 1958-1965 1958-1965 374 1966-1972 1966-1972 375 Kasboek van de boerderij 1911-1915 1 deel Kasboek 'diversen' 1968-1970 2 delen Uiterlijke vorm 376 1968 aug-1968 nov 1968 377 1968 nov-1970 1968-1970 Crediteurenboeken 1906-1920, z.j. 7 delen Uiterlijke vorm 378 1906-1910 1906-1910 379 1907-1910 1907-1910 380 1907-1910 1907-1910 381 1910-1918 1910-1918 382 1910-1918 1910-1918 383 1919-1920 1919-1920 384 z.j. Tabellarisch kasboek van het gymnasium 1956-1962 3 delen Uiterlijke vorm 385 1956-1958 1956-1958 386 1959-1961 1959-1961 387 1962 1962 388 Rekeningschema voor het grootboek van het gymnasium, z.j. 1 stuk Grootboekkaarten van het gymnasium 1963-1971 3 pakken Uiterlijke vorm 389 1963-1964 1963-1964 390 1965-1968 1965-1968 391 1969-1971 1969-1971 2.1.2.5. Personeel 2.1.2.5.1. Algemeen 392 Lijsten van praeses, prefecten en professoren over 1818-1825, 1841-1906, en lijst van niet-onderwijzend personeel, z.j. 1 omslag 393 Formulieren voor de anti-modernisteneed, getekend door professoren 1911-1926 1 omslag 393 a Stukken betreffende het overlijden van voormalig praeses Henricus Johannes Koopmans 1946 1 omslag 394 Reglement voor de leraren van het gymnasium 1953 1 stuk 2.1.2.5.2. Aanstelling en ontslag 395 Stukken betreffende de aanstelling in de huishouding van met name Zusters van het Genootschap der Goddelijke Voorzienigheid 1922-1969, z.j. 1 omslag Personeelsdossiers van leraren en niet-onderwijzend personeel aan het gymnasium [1953-1972] 4 pakken Uiterlijke vorm Alfabetisch op naam NB 396 A-E 397 F-L 398 M-S 399 T-Z Personeelsdossiers van het gymnasium, opgemaakt door Weeber's administratiebureau [1953-1973] 3 pakken Uiterlijke vorm Alfabetisch op naam NB 400 A-G 401 H-L 402 M-Z 403 Nota betreffende de benoeming van seminarieleraren tot pastoor 1957 1 stuk 404 Memorandum betreffende de voorziening in leraren voor het schooljaar 1958-1959 [1958] 1 stuk 405 Stukken betreffende het afvloeien van het huishoudelijk personeel 1969-1973, z.j. 1 omslag 406 Akten van eervol ontslag voor onderwijzend personeel van het gymnasium 1971 1 omslag afgegeven door Praeses van Schaikstichting NB 2.1.2.5.3. Salarissen, pensioenen en verzekeringen 407 Correspondentie met Weebers' administratiebureau voor het onderwijs 1963-1971 1 omslag 408 Stukken betreffende salarissen z.j. 1 omslag 409 Brief van pianoleraar A.J.J.M. Olijslager over zijn beschikbaarheid en honorering 1907 1 stuk Loonstaten en verzamelloonstaten over 1942-1963, 1967-1972 4 pakken Uiterlijke vorm 410 1942-1955 1942-1955 411 1956-1959 1956-1959 412 1960-1963 1960-1963 413 1967-1972 1967-1972 414 Stukken betreffende de Vereniging van Onderling Hulpbetoon bij ziekte der president, prefect en professoren 1909, 1915-1931 1 omslag 415 Stukken betreffende de verzekering in het kader van de ongevallenwet 1908-1971 1 pak 416 Polis voor de ziekte-en ongevallenverzekering voor het inwonend dienstpersoneel, met bijlage 1932 1 omslag 417 Stukken betreffende diverse verzekeringen 1949-1967 1 pak Loonstaten en verzamelloonstaten van het personeel van het gymnasium 1956-1973 5 pakken Uiterlijke vorm 418 1956-1957 1956-1957 419 1958-1960 1958-1960 420 1960-1963 1960-1963 421 1965-1967 1965-1967 422 1968-1973 1968-1973 2.1.2.6. Inrichting van het internaatsleven en het onderwijs 2.1.2.6.1. Algemeen 423 Correspondentie met het RK Centraal Bureau voor Opvoeding en Onderwijs betreffende het wetsontwerp Regeling van het Algemeen Vormend Middelbaar en Voorbereidend Hoger Onderwijs, 1924, en betreffende het ontvangen van subsidie door seculiere geestelijken voor een lerarenstudie, 1956 1 omslag 424 Stukken betreffende lichamelijke opvoeding [1913], 1917-1928, z.j. 1 omslag 425 Brief van de aartsbisschop van Utrecht over de overbrenging van het onderwijs in de filosofie naar het groot-seminarie 1924 1 stuk 2.1.2.6.2. Reglementen en voorschriften 426 Bepalingen en richtlijnen ten aanzien van het overgaan en de examinering 1931-1952, z.j. 1 omslag 427 Stukken betreffende de samenstelling van rapporten 1933, z.j. 1 omslag 428 'Dagordes' en huishoudelijke regels 1907, 1928-1963, z.j. 1 pak 2.1.2.6.3. Leerplannen en lesroosters 429 Leerplannen en studieprogramma's, met bijlagen 1905-1953, z.j. 1 pak 430 Lesroosters en prognoses 1910-1970, z.j. 1 omslag 2.1.2.6.4. Lesmiddelen 431 Teksten voor het examen Frans. Gedrukt z.j. 1 omslag 432 Circulaire betreffende de uitspraak van het Latijn. Gedrukt [1930] 1 stuk 433 Boekenlijsten voor de klassen 'Poesis' (5e) en 'Rhetorica' (6e) 1970-1971 1 omslag 2.1.2.7. Leerlingen 2.1.2.7.1. Algemeen Klassefoto's, groepsfoto's en andere foto's betreffende leerlingen 1907-1970 2 dozen en 1 pak Uiterlijke vorm 434 pak 435 doos 436 pak 437 Brieven van G.P.J. Plijnaar, gymnastiekleraar en houder van een inrichting voor heilgymnastiek en massage, over heilgymnastische behandelingen van de leerlingen 1908 1 omslag 438 Stukken betreffende de opvoeding en geestelijke vorming 1929-1970 1 pak 439 Stukken betreffende behandelingen door artsen en tandartsen 1911, 1925-1927, 1930, 1935 1 omslag 2.1.2.7.2. Werving, inschrijving en uitschrijving 440 Brief van W. Snickers over de omstandigheden op het seminarie, vermoedelijk geschreven wegens de samenstelling van een prospectus 1907 1 omslag 441 Prospectussen, folders en circulaires, met concepten 1958, 1960, z.j. 1 omslag 442 Stukken betreffende het Werk der Diocesane Roepingen (Opus Pontificum Vocationum) 1949, z.j. 1 omslag 443 Stukken betreffende late roepingen 1955-1966 1 omslag 444 Geboortebewijzen, afgegeven 1887-1908, 1956-1968 1 pak 445 Doop-en vormbewijzen ca. 1951-1967 1 pak Alfabetisch op naam NB 446 Catalogus alumnorum seminarii minoris archidioeceseis Ultrajectensis ab anno 1906, register van persoonlijke en loopbaangegevens van leerlingen 1906-1962 1 deel Samengesteld in 1931 uit de libri praesidis van 1906-1931 (zie inv. nrs. 466-473) en sindsdien bijgehouden NB Alfabetisch register van leerlingenkaarten, houdende gegevens betreffende inschrijving en uitschrijving, eind jaren '40-1972 11 pakken en 1 omslag Uiterlijke vorm Alfabetisch op naam NB 447 Sacerdotes 448 A 1 omslag 449 B 450 C-F 451 G-H 452 I-K 453 L-O 454 P-R 455 S-U 456 V-Z 457 Vertrokken naar philosophicum Dijnselburg, A-Z 458 Vertrokken naar philosophicum of elders 459 Stukken betreffende de verlening van vrijstelling voor de militaire dienst 1922, 1929, 1951-1961 1 pak 460 Stukken betreffende de overgang van leerlingen van het opgeheven gymnasium te Wernhoutsburg naar Apeldoorn 1967 1 omslag 461 Stukken betreffende enige nieuw aangemelde leerlingen 1968-1969 1 omslag 2.1.2.7.3. Vorderingen en gedrag 462 Formulieren van rapporten [19e eeuw] 1 omslag 463 Staat van rapportcijfers, cursusjaar 1861-1862 1 stuk 464 Staat van gelezen boeken uit de seminariebibliotheek in de periode okt-dec 1906 1 stuk 465 Catalogus Alumnorum Archidiocesis, register van namen en woonplaatsen der leerlingen, met beoordelingen voor 'piëtas, disciplina en litterae', alsmede aantekeningen van vertrek, genoten beurzen en subsidies etc 1883-1929 1 pak De jaren 1919-1920 ontbreken NB Libri Praesidis, registers van rapportcijfers der leerlingen, met aantekening van aankomst en vertrek. Met alfabetische naamindices 1906-1952 8 delen Uiterlijke vorm -Ontbreekt 1910-1914. -Chronologisch op datum van inschrijving NB 466 1906 1906 467 1907-1910 1907-1910 468 1914-1917 1914-1917 469 1917-1920 1917-1920 470 1920-1923 1920-1923 471 1923-1925 (1926) 1923-1926 472 1925-1928 1925-1928 473 1928-1952 1928-1952 Libri Praesidis, 'I', betreft 'philosophie, rhetoristen die naar Rijsenburg of kloosterorde zijn overgegaan' 1929-1953 2 pakken Uiterlijke vorm Chronologisch op datum van uitschrijving NB 474 1929-1941 1929-1941 475 1941-1953 1941-1953 Libri Praesidis, 'II', betreft leerlingen die naar huis of een ander college zijn gegaan 1929-1952 2 pakken Uiterlijke vorm Chronologisch op datum van uitschrijving NB 476 1929-1944 1929-1944 477 1945-1952 1945-1952 Libri Praesidis, 'III', betreft leerlingen die 'op een of andere klas zijn gedropen' 1929-1952 2 pakken Uiterlijke vorm Chronologisch op datum van uitschrijving NB 478 1929-1948 1929-1948 479 1949-1952 1949-1952 Register van rapportkaarten [1952-1971] 11 pakken Uiterlijke vorm Alfabetisch op naam NB 480 A-B 481 C-D 482 E-G 483 H-J 484 K-L 485 M-N 486 O-R 487 S 488 T-U 489 W-Z 490 A-Z Uitgewerkte proefwerkopgaven van leerlingen der zesde klas van het gymnasium, cursus 1972-1973 2 pakken Uiterlijke vorm 491 Talen 492 Exacte vakken 493 Uitgewerkte eindexamenopgaven van gymnasiumleerlingen der cursus 1972-1973 1 pak 494 Stukken betreffende problemen rond de leerlingen Klene, Wiegerink en Van Rooijen 1907-1909, z.j. 1 omslag 495 Teksten van toespraken in het Latijn van leerlingen ter gelegenheid van verschillende gelegenheden 1933-1964, z.j. 1 omslag 496 Stukken betreffende prijsuitreikingen 1932, 1934, 1939, 1953 1 omslag 2.1.2.7.4. Verenigingen, schoolkranten en ontspanning 497 Stukken betreffende de vereniging Het Kruisverbond ter bevordering van matigheid en bestrijding van drankmisbruik 1899-1907, z.j. 1 omslag 498 Reglement van de filosofen-zangvereniging Caecilia inter nos. In tweevoud, waarvan één exemplaar gedrukt [1906] 1 omslag Stukken betreffende de verkennersbeweging 1946-1965 1 deel, 1 pak en 5 omslagen Uiterlijke vorm 499 St. Maartenstroep 1946-1948, 1959-1963 500 St. Willibrordtroep 1946-1955 501 St. Willibrordtroep 1 deel 502 Dr. Ariënstroep 1960-1965 503 Panters 1965 504 Sperwers 1948-1950 505 Verslagen van kampen en trektochten 1950, 1954, 1961-1962 1 pak 506 Annalen van de Henricus-fanfare, 1928-1938, voortgezet als 'logboek' van het seminarieorkest St. Cecilia, 1947-1949 1 deel De Stormlamp, contactorgaan van het klein-seminarie 1946-1968 5 pakken Uiterlijke vorm 507 1946-1956 1946-1956 508 1956-1959 1956-1959 509 1958-1962 1958-1962 510 1962-1965 1962-1965 511 1965-1968 1965-1968 512 De Hangende Stormlamp, contactorgaan voor de middenklassen van het klein-seminarie 1945-1949 1 pak 513 Register van gegevens betreffende de redactiesamenstelling, de uitgaven van en de bijdragen aan de Stormlamp en Hangende Stormlamp 1945-1954 1 deel Clou, contactorgaan van het gymnasium 1967-1972 2 pakken Uiterlijke vorm 514 1967-1969 1967-1969 515 1969-1972 1969-1972 516 Stukken betreffende de verschillende contactorganen 1946-1969, z.j. 1 pak 517 Stukken betreffende toneel(voorstellingen) 1874-1972 1 pak 518 Dagboeken van de klas 'Rhetorica' (6e) 1916-1941, 1943-1947 1 pak 519 'Commissieboeken' van de klas 'Rhetorica' (6e) 1927-1954 1 pak 520 Stukken betreffende optredens van diverse variété-artiesten en van het a-capella-koor Bel Canto 1906-1912, 1921-1924, z.j. 1 omslag 521 Stukken betreffende de 'soos' en de schepenaten 1949-1968 1 omslag 522 Notulen van het soosbestuur 1951-1952 1 katern 523 Stukken betreffende schout en schepenen [van de soos] 1950-1970 1 omslag 524 Kasboek betreffende de exploitatie van de 'soos' 1963-1971 1 deel 525 Register van aantekeningen betreffende de exploitatie van de bar in de 'soos' 1965-1966 1 deel 2.1.2.7.5. Ouders 526 Stukken betreffende het contact met ouders 1936, 1946-1971, z.j. 1 omslag 527 Van huis tot huis, contactorgaan tussen klein-seminarie en ouders 1962-1972 1 pak 2.1.2.8. Inrichting van het godsdienstig leven 2.1.2.8.1. Algemeen Stukken betreffende de wijding van draagaltaren en torenklokken, alsmede de inzegening van de zusterskapel en grote kapel 1912, 1935 1 omslag en 1 stuk Uiterlijke vorm 528 1912, 1935 1912-1935 529 1935 1935 1 stuk 530 Stukken betreffende de viering van kerkelijke feestdagen en de liturgie 1912-1965 1 pak 2.1.2.8.2. Zielzorg Libri Manualium, registers van gelezen en contant betaalde missen 1906-1945 6 delen Uiterlijke vorm 531 1906-1910 1906-1910 532 1910-1913 1910-1913 533 1913-1918 1913-1918 534 1918-1922 1918-1922 535 1922-1926 1922-1926 536 1927-1945, met aantekeningen betreffende funda-tiemissen 1927-1945 537 Bepaling betreffende het biechthoren 1928 1 stuk 538 Stukken betreffende lerarenretraites 1956-1968 1 omslag 2.1.2.8.3. Devoties 539 Relieken, met verklaringen van echtheid en bijlage 1853, 1904-1906, 1920 1 omslag 540 Akte van oprichting van de kruiswegstaties in de zusters-kapel en de grote kapel, met bijlage 1928 1 omslag 541 Stukken betreffende processies en andere religieuze activiteiten z.j. 1 omslag 2.1.2.8.4. Congregaties 542 Notulen van de Grote Maria-congregatie. Met voorin het reglement der congregatie en aantekeningen betreffende de ontstaansgeschiedenis 1846-1907 1 deel 543 Kasboek van de Grote Maria-congregatie, 1843-1861. Met achterin inventaris van goederen behorende aan de kapel der congregatie .j 1 deel 544 Akte van opneming van J. Hofman in de Grote Maria-congregatie 1854 1 stuk 545 Kasboek van de Grote Maria-congregatie 1906-1922 1 deel 546 Aantekeningen betreffende onder meer de bestuursverkiezing en aanneming van leden van de congregaties z.j. 1 omslag 547 Kasboek van de Kleine Maria-congregatie, 1856-1942. Met achterin inventaris, 1892, inventaris van de gemeenschappelijke goederen van de Grote-en Kleine Congregatie, 1892, en inventarissen 1892-1899. Met financiële bijlagen, 1935-1942 1 pak 548 Inventarissen van de bezittingen van de Kleine Maria-congregatie 1900-1912 1 deel 549 Reglementen en voorschriften van de Maria-congregaties. Concepten z.j. 1 omslag 550 Akte van benoeming door de aartsbisschop van Utrecht van de president van het klein-seminarie tot rector der [.] Maria-congregatie 1928 1 stuk 2.1.2.9. Externe contacten 551 Stukken betreffende diverse missiegezelschappen 1910, z.j. 1 omslag 552 Stukken betreffende de Geldersche Katholiekendag 1921-1925 1 omslag 553 Stukken betreffende het Internationaal Eucharistisch Congres te Amsterdam van 22-27 juli 1924 1924 1 omslag 554 Stukken betreffende het Provinciaal Concilie gehouden van 22-23 sep 1924 1 omslag 555 Stukken betreffende contactdagen van de seminarie-clerus 1947-1967 1 omslag 2.1.2.10. Documentatie Foto's 3 pakken Uiterlijke vorm 556 Foto's 1 pak 557 Foto's 1 pak 558 Foto's 1 pak 559 Cliché's van B.J. Niënhaus 1 omslag 560 Foto-plakboek betreffende de 'Krengentijd' 1932 1 katern Toneelbibliotheek 4 dozen Uiterlijke vorm 561 Toneelbibliotheek 1 doos 562 Toneelbibliotheek 1 doos 563 Toneelbibliotheek 1 doos 564 Toneelbibliotheek 1 doos 2.1.3. Stukken afkomstig van de praeses van Schaikstichting 565 Akte van oprichting. Afschrift 1956 1 stuk 566 Besluitenlijsten van bestuursvergaderingen 1953-1973 1 omslag 567 Akten van verkoop door de Praeses van Schaikstichting aan I.P.C. Johannesma en F.P.M. Kools van respectievelijk de panden Scarlattilaan 1 en 3 te Apeldoorn, 1969. Kopieën. Met bijlagen 1968-1969 1 omslag 568 Accountantsrapporten over 1967-1970, 1972-1975 1 omslag Zie ook inv. nrs. 228-229 NB 569 Decimaal stelsel voor het grootboek z.j. 1 omslag 570 Grootboek 1956 1 deel Grootboekkaarten 1963-1970 2 pakken Uiterlijke vorm 571 1963-1967 1963-1967 572 1968-1970 1968-1970 573 Kasboek 1956-1962 1 deel 2.2. Inventaris van het archief van het groot seminarie te Rijsenburg (1848) 1857-1967 (1975) 2.2.1. Stukken van algemene aard 2.2.1.1. Correspondentie 574 Correspondentie met diverse personen en instellingen 1905-1967 1 omslag 575 Ingekomen brieven van Joannes Zwijsen, aartsbisschop van Utrecht 1858-1867 1 omslag 576 Correspondentie met de gemeenten Driebergen en Rijsenburg [1876], 1878, 1896, [1905], 1922-1928, 1941, 1946, 1952-1954, z.j. 1 omslag 577 Pauselijke exhortatie 'ad clerum catholicum'. Gedrukt. In tweevoud 1908 1 omslag 578 Correspondentie met het ministerie van Onderwijs, (Kunsten) en Wetenschappen 1923, 1937-1950, 1960-1968 1 omslag 579 Correspondentie met het Pius Convict te Nijmegen 1953-1962 1 omslag 580 Correspondentie met de Vereniging voor seminarie-en kloosterbibliothecarissen, met bijlagen 1950-1960 1 pak 2.2.1.2. Verslaggeving 581 Statistische gegevens voor opgaven aan diverse instellingen, met correspondentie deswegen 1958-1967 1 omslag 2.2.2. Stukken betreffende bijzondere onderwerpen 2.2.2.1. Organisatie 2.2.2.1.1. Algemeen 582 Stukken betreffende interne kwesties, voornamelijk van organisatorische en beleidsmatige aard 1950-1966 1 pak 583 Stukken betreffende overheidsmaatregelen ten tijde van de Tweede Wereldoorlog 1939-1944 1 omslag 2.2.2.1.2. Reglementen 584 Regulae pro moderatoribus seminarii (II sectionis) archidioecesis Ultrajectensis, ordinatae adque prescriptae ab illustrissimo ac reverendissimo domino Joanne Zwijsen, archiepiscopo Ultrajectensi, etc., etc. Gedrukt. In tweevoud 1859 1 omslag 2.2.2.1.3. Archiefzorg 585 Inventaris van het archief over de periode tot ca. 1963 1 deel 2.2.2.1.4. Geschiedenis, jubilea en andere feestelijkheden 586 Register van aantekeningen van geschiedkundige aard betreffende het aartsbisdom Utrecht over de jaren 1559-1858. Met losse aantekeningen, 1857-1867 1 deel 587 'Memoriale', register van aantekeningen van geschiedkundige aard betreffende het groot-seminarie over de jaren 1857-1903 1 deel 588 Stukken betreffende de geschiedenis van het groot-seminarie 1907, 1930, 1936, 1945, 1953, z.j. 1 omslag 589 Stukken betreffende 'de periode van ballingschap' 1942-1951 1 pak Deels alfabetisch geordend op onderwerp/afzender NB 590 Stukken betreffende de schenking van een orgel door oud-leerlingen ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig jubileum 1881-1883 1 omslag 591 Stukken betreffende het vijftigjarig jubileum 1907 1 omslag 592 Stukken betreffende het honderdjarig jubileum 1957 1 pak 593 Programma's en menu's ter gelegenheid van diverse feestelijkheden, 1886-1908, 1929. Met tekening van dr. Andreas Jansen door Otto Mengelberg, 1916 1 omslag 594 Stukken betreffende een bezoek in 1913 van kardinaal W.M. van Rossum 1912-1913 1 omslag 595 Register van handtekeningen en korte notities van gasten 1913-1931 1 deel 2.2.2.2. Eigendommen 2.2.2.2.1. Algemeen 596 Stukken betreffende de brandverzekering 1856-1975, z.j. 1 pak 597 Stukken betreffende de inbraakverzekering 1933, 1943 1 omslag 598 Stukken betreffende de inkwartiering van Nederlandse militairen, 1940, en de vrijgeving van de seminariegebouwen door de militaire autoriteiten na afloop van de Duitse bezetting, 1945, z.j. 1 omslag 599 Stukken betreffende de vergoeding der geleden oorlogsschade 1941-1955 1 pak 2.2.2.2.2. Onroerende goederen 2.2.2.2.2.1. Algemeen 600 Uittreksels uit de kadastrale legger 1859-1920 1 omslag 2.2.2.2.2.2. Verwerving en vervreemding Zie ook inv. nr. 644. NB 601 Stukken betreffende de aankoop van de hofstede Sparrendaal c.a., gelegen aan de straatweg Utrecht-Arnhem in de gemeente Driebergen 1848-1857, 1958, 1967 1 omslag 602 Akte van verkoop door de N.V. Jurgens Waalsteenfabrieken, voorheen Frans van de Loo sr. N.V., aan het groot-seminarie van weiland en beek de Schuttewaard te Dieren en Angerlo, 1937. Met retroacta, 1904, 1911, 1916, 1921, en bijlage, 1922 1 omslag 603 Akte van ruil tussen het groot-seminarie en de parochie St. Petrus Banden te Rijsenburg van enige stukken grond in de gemeenten Driebergen en Rijsenburg, 1917. Met machtiging van de aartsbisschop van Utrecht, 1912 1 omslag 604 Stukken betreffende de verkoop door het groot-seminarie van grond aan de bovenzijde van de Arnhemsche Bovenweg, en het plaatsen van een afrastering aldaar 1928-1930, 1952-1956 1 omslag 605 Akte van verkoop door F. de Bruijn te Driebergen-Rijsenburg aan het groot-seminarie van een woonhuis met tuin aan de Diederichslaan te Driebergen-Rijsenburg, 1942. Met retroactum, 1900, en bijlagen, 1939, 1942 1 omslag 606 Stukken betreffende de verkoop door het groot-seminarie aan de gemeente Driebergen-Rijsenburg van een strook grond langs de hoofdstraat te Driebergen 1955-1959 1 omslag 607 Akte van verkoop door het groot-seminarie aan de PUEM van een perceel grond aan de Arnhemsche Bovenweg te Driebergen-Rijsenburg, 1957. Concept. Met bijlagen 1957 1 omslag 608 Stukken betreffende de verkoop van het seminariecomplex 1961-1967 1 omslag 609 Stukken betreffende de verkoop van een strook grond te Dieren 1970 1 omslag 2.2.2.2.2.3. Bouw, verbouw en onderhoud 610 Stukken betreffende de bouw van het groot-seminarie en de kapel 1856-1858 1 pak 611 Stukken betreffende de aanvraag aan en verlening door Burgemeester en Wethouders van Driebergen van een machtiging tot het aanleggen van een kerkhof 1860 1 omslag 612 Verzoek van Burgemeester en Wethouders van Driebergen tot vergunning voor het aanleggen van een ijzeren rasterwerk op seminariegrond 1881 1 stuk 613 Vergunning afgegeven door de Commissaris der Koningin tot verharding van de uitweg naar de Rijksstraatweg 1909 1 stuk 614 Stukken betreffende de inschrijving op de bouw van een tuinmanswoning 1911 1 omslag 615 Stukken betreffende de bouw en installatie van een nieuwe bibliotheekruimte 1914-1918, 1922-1925 1 pak 616 Stukken betreffende de bouw van een boerderij bij het groot-seminarie 1928 1 omslag 617 Stukken betreffende verbouwingswerkzaamheden, waaronder de aanleg van centrale verwarming, koud-en warmwatervoorziening en de vernieuwing en inrichting van leszalen voor filosofie 1921-1924 1 pak Zie ook inv. nr. 637 NB 618 Stukken betreffende de uitbreiding van een woning aan de Tuinbaan 1926 1 omslag 619 Stukken betreffende uitbreiding van het groot-seminarie 1926-1929 1 pak 620 Bestek en voorwaarden voor de verbouw van een perceel ten behoeve van het groot-seminarie, 1936. In drievoud. Met bijlagen 1936-1938, z.j. 1 omslag 621 Stukken betreffende verbouw en uitbreiding van het groot-seminarie 1938 1 omslag Vóór de brand van juli 1938 NB 622 Stukken betreffende de herbouw van het groot-seminarie 1938-1941 1 pak Ná brand van juli 1938 NB 623 Stukken betreffende de verbouw en restauratie van de noordvleugel van het groot-seminarie 1958-1959 1 omslag 624 Stukken betreffende een eventuele verbouw dan wel nieuwbouw van de kapel 1954-1959 1 omslag 625 Tekeningen van de kapel z.j. 1 omslag Verband met verbouw onduidelijk NB 626 Stukken betreffende het onderhoud, kappen en de verkoop van bomen en eventuele herbebossing 1865, 1915, 1919, 1923-1924, 1948-1951 1 omslag 627 Stukken betreffende het herstel van de duiker onder de Rijksstraatweg 1892 1 omslag 628 Stukken betreffende de telefoonaansluiting 1902, 1925, 1932-1949 1 pak 629 Rapporten van het onderzoek naar de kwaliteit van het drinkwater 1904-1905, 1910-1911, 1928 1 omslag 630 Stukken betreffende de levering van elektriciteit 1905-1939, 1954-1958 1 omslag 631 Stukken betreffende de riolering en de sloot 1905, 1909, 1920-1956 1 pak 632 Stukken betreffende diverse werkzaamheden aan gebouwen en inrichting 1912-1932, 1964 1 omslag 633 Stukken betreffende restauratie van de gebrandschilderde ramen 1917-1918 1 omslag 634 Rekeningen wegens de aanschaf van vloeren 1923 1 omslag 635 Stukken betreffende de lift 1938-1939, 1952, 1957 1 omslag 636 Stukken betreffende de aanleg van een bliksembeveiligingsinstallatie 1954 1 omslag 637 Stukken betreffende de aanleg van een centrale verwarmingsinstallatie 1954-1955 1 omslag Zie ook inv. nr. 617 NB 638 Stukken betreffende de plaatsing van stenen en kruisen op het kerkhof 1960 1 omslag 2.2.2.2.2.4. Exploitatie 639 Akten van verhuur van de buitenplaats Sparrendaal te Driebergen aan M. van Vollenhoven, 1884, en aan M.L.J. van de Poll wed. M. van Vollenhoven, 1886 1 omslag 640 Stukken betreffende de exploitatie van de hofstede 'Zorg en Hoop' onder Zwammerdam, afkomstig uit een schenking van de weduwe van S.P. Lipman d.a. 1875, 1877-1944 1 pak Zie ook inv. nr. 714 NB 641 Stukken betreffende de exploitatie van het bezit in de Schuttewaard 1937-1950, 1962-1964 1 omslag 642 Stukken betreffende de eigen bakkerij 1935-1951 1 omslag 643 Stukken betreffende de exploitatie van de boerderij, 1957-1968, z.j., en van de bosgrond, 1957 1 omslag 644 Stukken betreffende de bestemming van het huis Sparrendaal te Driebergen 1946-1960 1 pak 645 Stukken betreffende een verzoek van Burgemeester en Wethouders van Driebergen om water uit de sloot van het groot-seminarie te mogen gebruiken voor een sproeiwagen, en om een weg in de berm te mogen aanleggen te dien einde 1886 1 omslag 646 Stukken betreffende de verlening aan de gemeente Zeist van het recht tot het aanleggen en onderhouden van gasleidingen op het terrein van het groot-seminarie 1912, 1947 1 omslag 647 Mededeling van Rijkswaterstaat omtrent metingen op het terrein van het groot-seminarie in verband met de aanleg van Rijksweg no. 12A 1938 1 stuk 2.2.2.2.3. Roerende goederen 648 Correspondentie, voornamelijk betreffende de aanschaf en het onderhoud van roerende goederen 1961-1964 1 pak 649 Stukken betreffende de onthulling van het Schaepman-monument op het seminarieterrein, en de verlichting en het onderhoud ervan 1908-1909, 1935-1939, 1948 1 omslag 650 Machtigingen van de aartsbisschop om een godslamp af te staan aan de H. Henricusparochie te Amersfoort en een monstrans aan de parochie te Loo 1908 1 omslag 651 Stukken betreffende de torenklok 1938-1954 1 omslag 652 Stukken betreffende de nieuwbouw van het orgel in de kapel 1931 1 omslag 653 Inventarissen van roerende goederen. Met stukken betreffende de oorlogsschade te Rijsenburg, Slagharen en Keppel ca. 1938-1968 1 pak 654 Stukken betreffende de restitutie van zekere goederen aan het hotel Huis ter Duin te Noordwijk 1945-1948 1 omslag 655 Stukken betreffende de levering van een elektrodenketel 1939-1941 1 omslag 656 Stukken betreffende de ontwikkeling door het groot-seminarie van een 'inrichting voor het electrisch verwarmen, in het bijzonder koken, met een ketel, voorzien van een stoomontwikkelaar met electroden', de aanvraag van octrooi daarop en de afwikkeling daarvan 1939-1958, z.j. 1 pak 657 Stukken betreffende een conflict tussen het groot-seminarie en de firma Gebr. Stork & Co. Apparatenfabriek N.V. te Amsterdam, omtrent het onrechtmatig gebruik door de firma van de door het groot-seminarie ontwikkelde en geoctrooieerde stoomontwikkelaar 1948-1961 1 pak 658 Stukken betreffende het in de handel brengen door de firma Bakker, Van der Vorm & Co. N.V. te Schiedam van de door het groot-seminarie ontwikkelde stoomontwikkelaar 1941, 1950-1953 1 omslag 659 Stukken betreffende wederzijdse bruikleen van kunstvoorwerpen tussen het groot-seminarie en het Aartsbisschoppelijk Museum 1948, 1964, 1967 1 omslag 2.2.2.2.4. Beleggingen en hypotheken 660 Effecten toebehorend aan diverse fondsen 19e-20e eeuw 1 pak Inventarissen van effecten, voornamelijk verbonden aan de diverse fondsen, met aantekeningen van aan-en verkoop, vervaldagen, uitloting etc. over 1913-1975 3 delen, 3 pakken en 1 lias Uiterlijke vorm De inv. nrs. 665-667 betreffen mede het philosophicum Dijnselburg te Zeist NB 661 1913-1928. Afzonderlijk beheerd door de president 1913-1928 662 ca. 1925-1933 1925-1933 1 lias 663 1934 1934 664 1935-1956 1935-1956 665 1959-1966 1959-1966 1 pak 666 ca. 1959-1969 1959-1969 1 pak 667 1963-1975 1963-1975 1 pak 668 Register van ingezonden coupons, 1916-1931. Met achterin een opstel [tekst van een preek?] De jubilaeo ad 1900 1 deel Stukken betreffende aan derden verstrekte hypothecaire leningen 1921-1965 13 omslagen en 3 stukken Uiterlijke vorm 669 Algemeen 1941-1957 670 Boeren te Wilnis en Abcoude, onder hypotheekstelling van hun boerderijen 1921-1944 671 M. Spierings te Den Bosch, voor een som groot ?12.000 [1940], 1940-1945 672 Mevr. P. Smulders-Van Son te Vught voor twee sommen groot ?4000 en ?7000, onder hypotheekstelling van een huis met tuin te Vught 1952, 1964. Met bijlagen, 1932-1964 673 J. Wingender te Den Bosch, voor een som groot ?6000, onder hypotheekstelling van een winkel-woonhuis met ondergrond te Den Bosch, 1952. Met bijlagen, 1942, 1950-1953 1942-1953 674 Mevr. van Aken van de Loo te Den Bosch voor een som groot ?4700, onder hypotheekstelling van een huis met tuin te Den Bosch 1953. Met bijlagen, 1954 675 Hr. en mevr. Chr. G.N. van Bussel-Lathouwers te Den Bosch voor een som groot ?20.000, onder hypotheekstelling van een huis met erf te Arnhem 1953. Met bijlagen, 1953-1964 676 J.L. Lutzen te Vught voor een som groot ?4500, onder hypotheekstelling van een huis met schuur, erf en tuin te Vught 1957. Met bijlagen, 1957 677 M.A.M. Lamoen te Den Bosch voor een som groot ?14.700, onder hypotheekstelling van een huis met tuin te Den Bosch, 1964. Met bijlagen 1958, 1964-1965 678 Kerkbestuur van H. Johannes de Doper te Mij-drecht voor ?11.000 1936-1944 679 Kerkbestuur van St. Jozef te Zwolle voor een som groot ?500 1949 680 Kerkbestuur van St. Henricus te Amersfoort voor een som groot ?10.000. Kopie 1949 1 stuk 681 Kerkbestuur van St. Martinus te Giesbeek voor een som groot ?25.000. Kopie 1943 1 stuk 682 Gemeente Budel voor twee sommen groot ?4800 en ?9360 1946. Met bijlagen, 1946-1948 683 Gemeente Deil voor een som groot ?20.000 1946 684 Diverse gemeenten 1946 1 stuk 685 Kennisgeving van de inschrijving door het groot-seminarie van ?75.000 in het grootboek der Nationale Schuld 1946 2.2.2.2.5. Legaten, fundaties, fondsen en schenkingen Zie ook inv. nrs. 660-667. NB 686 Stukken betreffende het stichtingskarakter der fondsen bij de seminaries en de rechten en verplichtingen verbonden aan die van het groot-seminarie 1944, z.j. 1 omslag 687 Register van omschrijvingen en inkomsten en uitgaven van diverse fondsen, fundaties etc. Met voorin lijst der fondsen 1858-1931 1 deel 688 Register van omschrijvingen en inkomsten en uitgaven van diverse fondsen, fundaties etc. Met voorin lijst van fondsen 1886-1931 1 deel Betreft Bootz, Kortland, Reygers, Bosch, Blokhoff, Delden, Gebbink, ongenoemde NB Tabellarische registers van inkomsten uit de fondsen 1931-1936 2 delen Uiterlijke vorm 689 1931-1934 1931-1934 690 1934-1936 1934-1936 Tabellarische registers van uitgaven uit de fondsen 1931-1936 2 delen Uiterlijke vorm 691 1931-1934 1931-1934 692 1934-1936 1934-1936 693 Register van inkomsten en uitgaven uit de fondsen 1937-1956 1 deel 694 Stukken betreffende de legatering door prof. J.H. Wensing van zijn boeken aan de seminariebibliotheek 1879-1880 1 omslag 695 Uittreksel uit het testament d.a. 1900 van I.A. van Os, kanunnik van het metropolitaan kapittel en president van het groot-seminarie, betreffende een legaat van ?2000. Geregistreerd 1904. Met bijlage, in duplo, z.j. 1 omslag 696 Testament van W. Jaspers, emeritus pastoor van Breukelen, waarin hij een som van ?12000 legateert 1904 1 stuk 697 Stukken betreffende een legatering van ?5000 door mevr. Schräder-Damen te Den Haag 1929 1 omslag 698 Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van pastoor Hooyman van Duistervoorde 1915, 1922, 1939-1940 1 omslag 699 Stukken betreffende een schenking van ?2000 uit de nalatenschap van pastoor Egbertus Geerdink 1916-1917 1 omslag 700 Stukken betreffende een legaat van ?1000 door mej. J.J. van Moorselaar te Nijkerk 1924-1925 1 omslag 701 Uittreksel uit het testament d.a. 1933 van Henricus Theodorus van Harten, pastoor te Hamersveld. Kopie, 1963 1 stuk 702 Stukken betreffende een legaat van ?9000 door dr. P.H.M. de Jong 1933, 1947 1 omslag 703 Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van mej. Maria Witteveen te St. Nicolaasga 1935-1936, z.j. 1 omslag Betreft een niet-aanvaarde schenking NB 704 Stukken betreffende een legaat van T.L.J. Peek te Elten 1937 1 omslag 705 Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van J.N.A. Rijnboutt 1937, 1942-1944 1 omslag 706 Uittreksel uit het testament van W.H. de Grijs, deken en pastoor te IJsselstein, betreffende de legatering van zijn (te verkopen) bibliotheek. Met bijlage 1945 1 omslag 707 Verklaring van notaris J. Scholtens betreffende de schenking bij testament door pastoor A.W. Overvelde van zijn boeken aan Rijsenburg 1945 1 stuk 708 Stukken betreffende de nalatenschap van de wed. van Gend-Vos 1945-1962 1 omslag 709 Stukken betreffende een schenking uit de nalatenschap van deken Th.J.M. Knuvelder 1946, 1954 1 omslag 710 Stukken betreffende een schenking uit de nalatenschap van prof. J.A.M. Prein 1948-1959 1 omslag 711 Testament van dr. A.W. Hoegen, rector van het moederhuis der Zusters van OLV te Amersfoort, waarin hij het groot-seminarie als erfgenaam benoemt, 1952. Afschrift. Met bijlagen 1952, 1972-1973 1 omslag 712 Stukken betreffende de nalatenschap van mej. P. van Haaften 1971 1 omslag 713 Stukken betreffende misfundaties 1920, 1922, z.j. 1 omslag 714 Stukken betreffende de fundatie Lipman 1872-1930 1 omslag Zie ook inv. nr. 640 NB 715 Kasboek van de fundatie van Mgr. J. Zwijsen ten behoeve van heilige diensten, 1877-1930. Met achterin de administratie van het fonds ten bate van een jaargetijde voor J. Zwijsen, 1912-1931 1 deel 716 Brief van H.J. van Lanschot over een fundatie op initiatief van zijn echtgenote van ?1000 1878 1 stuk 717 Kasboek van de fundatie Fusveld 1914-1931 1 deel 718 Stukken betreffende de instelling van een seminariefonds en een seminariepenning, ter opheffing van de tekorten van het klein-seminarie te Culemborg en het groot-seminarie te Rijsenburg 1913 1 omslag 719 Stukken betreffende het 'reservefonds' [1937], 1940-1949 1 omslag 720 Rekening-courant van de beurzengelden, verschuldigd door de beurzenadministratie aan de directie van het groot-seminarie voor aanvulling der kostgelden van bursalen 1900-1939/40 1 deel 721 Alfabetische registers van namen van bursalen met aanvangsjaar der beurzen en gegevens omtrent aanvraag, toekenning, looptijd en betaling der beurgelden, van de betreffende beurzen en van bevoorrechte plaatsen en personen 1901-1911 1 deel 722 Kasboek van de beurzenkas 1904-1931 1 deel 723 Akte van schenking door R.J.W.C. de Nerée van Babberich en Camphuysen te Babberich van een som groot ?7000 tot stichting van een studiebeurs 1875 1 stuk 724 Brief van kapelaan L.J. de Wit van Hoogland over een schenking van effecten ter ondersteuning van een theologant door zijn broer, pastoor van Gaanderen 1919 1 stuk 725 Stukken betreffende de Mechelse studiebeurzen 1928-1961 1 pak 726 Stukken betreffende de aanvraag en verlening van machtiging door de aartsbisschop van Utrecht tot het aanvaarden van schenkingen 1898-1924 1 omslag 727 Onderhandse akte waarbij aartsbisschop J. Zwijsen erkent een bedrag van ?10000 op lijfrente ontvangen te hebben uit handen van J. Willemsen 1857 1 stuk 728 Brief van J. Baale betreffende de schenking van een zilveren monstrans 1857 1 stuk 729 Brief van W. Reygers over een jaarlijkse schenking van ?100 ten behoeve van de aanschaf van een kruiswegstatie 1886 1 stuk 730 Memorandum betreffende een schenking van effecten door G.J.C. Overwijn, emeritus pastoor van Azewijn 1923 1 stuk 731 Stukken betreffende een schenking van ?1000 door pastoor J.H.M. Hagen van Vaassen 1924, 1937 1 omslag 732 Stukken betreffende een schenking door F.A. Paping, pastoor van Bedum 1928 1 omslag 733 Stukken betreffende een schenking door pastoor J.J. Scheepers van Ootmarsum 1928, 1934 1 omslag 734 Stukken betreffende een schenking door R.E.R. Smeets 1928-1929 1 omslag 735 Stukken betreffende een gift van ?5000 door de Stichting Spenda 1965-1966 1 omslag 2.2.2.3. Verwerving van inkomsten 2.2.2.3.1. Bijdragen 736 Register van 'bijdragen voor onze studenten', alsmede van inkomsten en uitgaven uit de verzamelde gelden 1917-1918 1 deel 737 Brief van president Schaepman aan de N.V. Algemene Confectiehandel van C. en A. met een verzoek om financiële steun. Minuut 1929 1 stuk 2.2.2.3.2. Overheidssubsidies 738 Alfabetisch kaartregister voor de administratie van beurzen en renteloze voorschotten van het rijk, met aantekeningen betreffende de terugbetaling, 1958-1975. Met grootboekkaarten, 1958-1960, 1962 1 pak 739 Stukken betreffende bijdragen van subsidiërende instanties 1960-1968 1 pak 2.2.2.3.3. School-en kostgelden 740 Akte waarbij leden van de familie Oostveen verklaren dat zij indien nodig in het onderhoud van de student J.W. Oostveen zullen voorzien. Afschrift 1922 1 stuk 741 Correspondentie betreffende de aanvraag en verlening van reductie op kost-en schoolgelden (subsidie) 1926, 1931-1957 1 pak Alfabetisch op naam van begunstigden NB 742 Kostgeldenregisters 1857-1864, 1959-1961 1 pak 743 Leerlingenkaarten, registers van aantekeningen van kost-en studiegelden voor Rijsenburg en Dijnselburg. Met lijsten van leerlingen 1961-1969 1 pak 744 Stukken betreffende de hoogte en de betaling van kostgelden 1960-1965 1 omslag 2.2.2.4. Financiën 2.2.2.4.1. Algemeen 745 Correspondentie van de econoom 1935, 1960, 1965-1967, 1969-1973 1 pak Grotendeels alfabetisch op afzender/onderwerp NB 746 Stukken betreffende de grondbelasting 1857-1950 1 omslag 747 Stukken betreffende de belasting van de dode hand 1929, 1934-1939 1 omslag 748 Stukken betreffende de financiële situatie der seminaries 1958-1959 1 omslag 749 Stukken betreffende de gelden van de Arme Schulschwestern von U.L.V. uit München 1947-1954 1 omslag 750 Stukken betreffende de aankoop van 'Sperrmarken' voor een waarde van ?19.000 en de overdracht ervan als schenking aan de Arme Schulschwestern von U.L.V. uit München 1953-1955 1 omslag 2.2.2.4.2. Jaarstukken 751 Register van inkomsten en uitgaven, met balansen, afgehoord door onder meer de aartsbisschop 1857-1956 1 deel 752 Registers van inkomsten en uitgaven over 1933-1949 1 pak Accountantsrapporten over 1948-1969, 1975 2 pakken Uiterlijke vorm 753 1948-1954 1948-1954 754 1955-1969, 1975 1955-1975 Ontbreken 1963/64 en 1964/65 NB 755 Accountantsrapporten van de bedrijfsboekhouding over 1946-1962 1 pak 756 Begroting van de 'gewone dienst' voor 1949-1950 1 stuk 2.2.2.4.3. Boekhouding 757 Rekeningschema's voor het grootboek z.j. 1 omslag Grootboekkaarten 1963-1970 7 pakken Uiterlijke vorm 758 1963-1964 1963-1964 759 1964-1965 1964-1965 760 1965-1966 1965-1966 761 1966-1967 1966-1967 762 1967-1968 1967-1968 763 1968-1969 1968-1969 764 1969-1970 1969-1970 765 Register van saldilijsten van diverse administraties der presidentskas, 1920-1952. [betreft fondsen, 1920-1952; huishouding, 1936-1948] 1 deel Tabellarische registers van inkomsten 1921-1959 4 delen Uiterlijke vorm 766 1921 aug-1934 mei 1921-1934 767 1934 mei-1939 nov 1934-1939 768 1939 sep-1954 mei 1939-1954 769 1954 jun-1959 okt 1954-1959 Tabellarische registers van uitgaven 1930-1959 7 delen Uiterlijke vorm 770 1930 jul-1934 mei 1930-1934 771 1934 mei-1936 aug 1934-1936 772 1936 sep-1940 jul 1936-1940 773 1940 jul-1948 apr 1940-1948 774 1948 apr-1950 mei 1948-1950 775 1949 mei-1955 jul 1949-1955 776 1955 jul-1959 okt 1955-1959 Kasboek 1959-1968 5 delen Uiterlijke vorm 777 1959 okt-1960 dec 1959-1960 778 1960 dec-1962 jun 1960-1962 779 1962 jun-1964 jun 1962-1964 780 1964 jun-1966 mei 1964-1966 781 1966 jun-1968 apr 1966-1968 782 Huishoudkasboek 'Slagharen', mei 1944-apr 1945. Met winst-en verliesrekening over 1944-1945 1 omslag 783 Crediteurenboek 1953-1958 1 deel 784 Kasboek van de op Rijsenburg verzorgde uitgave van een boek over moraaltheologie van dr. De Jong 1907-1914 1 deel 2.2.2.5. Personeel 2.2.2.5.1. Algemeen 785 Portrettekeningen en portretfoto's van professoren van het groot-seminarie 1850-1960 1 doos 786 Brief aan de nieuwe tuinman betreffende diens loon en woning. Minuut [1912] 1 stuk 787 Stukken betreffende de Katholieke Bond van Overheidspersoneel 1949-1952 1 omslag 2.2.2.5.2. Aanstelling en ontslag 788 Akten van benoeming en ontslag 1903, 1924-1959. Met bijlagen, 1903 1 omslag Betreft ook funkties van seminariemedewerkers buiten deze instelling NB 789 Stukken betreffende de aanstelling van de Arme Schulschwestern von U.L.F. uit München 1937-1947, 1953 1 omslag 790 Stukken betreffende het ontslag van W. de Jong, baas van de boerderij, en de ontruiming van zijn dienstwoning 1947-1948 1 omslag 791 Stukken betreffende de vervulling van enige vacatures [in de huishouding] 1960 1 omslag 2.2.2.5.3. Salarissen 792 Register voor de loonadministratie 1952-1954 1 deel 793 Stukken betreffende de loonbelasting 1953-1968 1 pak 794 Stukken betreffende salarissen 1928, 1962-1966 1 omslag 795 Salarisgegevens der professoren van Rijsenburg en Dijnselburg 1967 1 pak 2.2.2.5.4. Afzonderlijke personen 796 In memoriam voor H.J.A.M Schaepman door diverse personen, Katholieke Illustratie, 37 (1903) no. 11 1 stuk 797 Vergunningen afgegeven door de gemeenten Arnhem en Driebergen voor het begraven van J.W.S. van Egeren, I.A. van Os en A.W. de Jong op de bijzondere [seminarie]begraafplaats 1900, 1904, 1906 1 omslag 798 Stukken betreffende het vijfentwintigjarig en veertigjarig priesterschap van president A.C.M. Schaepman 1906, 1921 1 omslag 799 Teksten van toespraken op het gebied van de moraal-filosofie, door [De Jong?; Hegge?] 1932-1936 1 pak 800 Condoleance-register wegens het overlijden van J.A.M. Prein 1957 1 deel 2.2.2.6. Inrichting van het onderwijs 2.2.2.6.1. Algemeen 801 Stukken betreffende het overbrengen van het onderwijs in de filosofie van het klein-seminarie te Culemborg naar het groot-seminarie te Rijsenburg, en de uitbreiding ervan tot een tweejarige cursus 1915, 1923-1927 1 omslag 802 Stukken betreffende de discussie over de inhoud van het onderwijs aan de groot-seminaries 1964-1966, z.j. 1 omslag 2.2.2.6.2. Wetgeving en reglementen 803 Stukken betreffende het wetsontwerp Hoger Onderwijs 1874-1876, z.j. 1 omslag 804 'Dagordes' en voorschriften 1934, 1937, 1946, 1961-1966, z.j. 1 omslag 2.2.2.6.3. Leerplannen en lesroosters 805 Stukken betreffende het studieprogramma 1962-1966 1 omslag 806 Stukken betreffende het kapelaans-examen 1963, 1965 1 omslag 2.2.2.7. Leerlingen 2.2.2.7.1. Algemeen 807 Klassefoto's. Met hiaten 1894-1961 1 pak 808 Groepsfoto's 1876, 1896, 1909, 1928-1933, 1936, 1946, z.j. 1 pak 809 Stukken betreffende de op Rijsenburg verblijvende studenten van sociale academie De Horst 1966 1 omslag 2.2.2.7.2. Inschrijving en uitschrijving 810 Register van persoonlijke en loopbaangegevens van studenten 1854-1903 1 deel 811 Lijsten van de aantallen jaarlijks ingeschreven studenten over 1926-1948 en gespecificeerde leerlingenlijsten over 1935-1966 1 omslag 812 Geboorte-en doopbewijzen 1924-1937, z.j. 1 omslag 813 Geneeskundige verklaringen 1938-1944 1 omslag 814 Akten van vrijstelling voor de militaire dienst 1938, 1940 1 omslag 2.2.2.7.3. Vorderingen en gedrag 815 'Registrum morum et talentorum alumnorum seminarii archiepiscopalis Ultrajectensis in Rijsenburg', register van niet-cijfermatige beoordelingen van studenten 1854-1901 1 deel 816 'Registrum audii et locorum alumnorum seminarii archiepiscopalis Ultrajectensis in Rijsenburg', register van cijfermatige beoordelingen van studenten 1854-1903 1 deel 817 'Liber praesidis', register van rapportcijfers van leerlingen ingeschreven 1900-1929 1900-1932 1 deel 818 'Liber memorialis', register van cijfermatige beoordelingen van leerlingen 1909-1924 1 deel 819 Register van door leerlingen behaalde resultaten tijdens de cursus 'filosofie' van professor P. de Jong 1936-1944 1 deel 820 Verklaringen van leerlingen dat ze hun 'titulus patrimonii' niet zullen vervreemden 1906, 1914, 1920, 1926 1 omslag 821 Getuigschriften voor enkele studenten 1941 1 omslag 822 Lijst van studenten met vrijstelling voor het kapelaans-examen 1964 1 stuk 823 Brief van zangleraar J.J.H. Vrancken over het gedrag van de studenten tijdens de les 1960 1 stuk 2.2.2.7.4. Wijdingen 824 Stukken betreffende wijdingen 1897-1932, 1948, 1954-1966, z.j. 1 pak 2.2.2.7.5. Verenigingen 825 Statuten van de vereniging Ter oeffening in de gewijde welsprekendheid, opgericht onder de theologanten van Rijsenburg [1858] 1 stuk 826 Statuten van de missievereniging St. Franciscus Xaverius. Met bijlage 1918 1 omslag 827 Stukken betreffende Vindicamus, federatie van studenten aan de Nederlandse rooms-katholieke theologica en philosophica 1961-1962 1 omslag 2.2.2.7.6. Ouders 828 Circulaire aan ouders en voogden van toegelaten studenten betreffende doel en regels van het groot-seminarie z.j. 1 stuk 2.2.2.8. Inrichting van het godsdienstig leven 2.2.2.8.1. Zielzorg 829 'Liber exercitiorum spiritualium archidiocesis Ultrajectensis. Indicat nomina cleri et annos, quibus singuli (vel alibi accepta licentia et exhibitio facti secessus testimonio: quorum recensio incipit ab anno '86) e clero exercitiis spiritualibus vacarunt in seminario Rijsenburgensis', register van geestelijken, absent bij de priesterretraites te Rijsenburg 1858-1902 1 deel 830 Stukken betreffende priester-en studentenretraites te Rijsenburg 1896-1902, 1911-1935, 1958-1968, z.j. 1 omslag 2.2.2.8.2. Liturgie 831 Akten van machtiging door de aartsbisschop van Utrecht tot uitbreiding van de eredienst 1904 1 stuk 832 Kalendarium perpetuum, met aantekeningen van later datum. Gedrukt 1914 1 katern 833 Stukken betreffende pericopen 1938-1958 1 pak 834 Teksten voor de oliewijding en diakenwijding z.j. 1 omslag 835 Missae propriae Archidiocesis Ultrajectensis. Drukproef? z.j. 1 stuk 836 'Canon missae ad usum episcoporum ac praelatorum solemniter vel private celebrantium cui accedunt formulae variae e pontificali romano depromptae', Rome. Gedrukt 1940 1 deel 837 Epistolae et evangelia. Gedrukt 1 deel 838 Ordo Sabbati Sancti. Gedrukt 1952 1 deel 839 Drukproeven voor De Bron van Christelijke Geest, tijdschrift voor bekendmaking van wijzigingen in de liturgie in de verschillende bisdommen, verzorgd op Rijsenburg 1953-1954 1 omslag 840 Stukken betreffende wijzigingen in de liturgische vieringen op het groot-seminarie 1963, z.j. 1 omslag 2.2.2.8.3. Devoties 841 Akte van schenking van relieken van Carolus Borromeus 1857 1 stuk 842 Akte van instelling van het veertigurengebed 1858 1 stuk 843 Akte van getuigenverklaring van de oprichting van een kruiswegstatie in de sacristie der kapel 1865 1 stuk 844 Akten van oprichting van kruiswegstaties 1905, 1909 1 omslag 845 Brief van [A. van de Meyden] betreffende een eventuele aanpassing van morgen-en avondgebed 1952 1 stuk 2.2.2.8.4. Broederschappen 846 Stukken betreffende de vereniging Apostolaat des Gebeds en de broederschappen De Levende Rozenkrans en het Heilig Hart van Jezus 1868-1897 1 omslag 2.2.2.9. Externe contacten 847 Tekst van een toespraak tot de Paus bij gelegenheid van een audiëntie [?], z.j. 1 stuk Frans NB 848 Stukken betreffende het honderdvijftigjarig bestaan van het groot-seminarie te Warmond 1949 1 omslag 849 Stukken betreffende het Instituut voor Europese Priesterhulp 1964, 1969 1 pak 2.2.2.10. Documentatie Foto's en andere afbeeldingen 3 pakken Uiterlijke vorm 850 gebouwen z.j. 851 personen z.j. 852 diversen 1948, z.j. 853 Album met foto's en artikelen betreffende de brand in de nacht van 29-30 juli 1938 1 deel 854 Foto van de herdenkingstentoonstelling '150 jaar Rijsenburg' 1960 1 stuk 855 Verslag van een reis door Zwitserland, door dr. Theo van Hout. Met foto 1938 1 omslag Gezonden aan prof. dr. W. Mulder NB 856 'Nederland huldigt zijn kardinaal. Ter herinnering aan de kardinaalsverheffing van Johannes kardinaal de Jong', Utrecht 1946 1 katern 857 'Honderd jaar religieuze kunst in Nederland, 1853-1953' 1953 1 deel 2.2.2.11. Stukken waarvan het verband met het archief niet is gebleken 858 Onderhandse akte van schenking door Arnoldus Pijnenborgh en echtgenote aan de rooms-katholieke kerk te Hilvarenbeek van zekere goederen, 1853. Met akte van goedkeuring door de aartsbisschop, 1855 1 stuk 859 Bestek en voorwaarden voor de te bouwen kerk en toren voor de Willibrordusparochie te Herveld, z.j. Met geleidebrief van architect G. te Riele aan G.W. van Heukelom 1871 1 omslag 860 Opstellen over kloosters en het kloosterleven, [door . Broekbergen?] z.j. 1 omslag 2.2.3. Stukken van persoonlijke aard afkomstig van enige presidenten 2.2.3.1. Stukken afkomstig Van A.C.M. Schaepman 861 Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van A.I. Schaepman 1882, 1902, z.j. 1 omslag 862 Akte van scheiding der nalatenschappen van K.A.P. Schaepman en diens zoon C.M. Schaepman. Met uittreksel 1885 1 stuk 863 Kwitantie afgegeven door Mgr. de Waal, rector van de Campo Santo te Rome, wegens ontvangst van gelden voor de begrafenis van H.J.A.M. Schaepman en het eeuwige eigendom van het graf 1903 1 stuk 864 Verklaring van de Congregatio de Propaganda Fide inzake de benoeming van A.C.M. Schaepman tot kanunnik 1904 1 stuk 865 Teksten van vijf lijdensmeditaties gehouden in de St. Martinuskerk te Utrecht in 1885, en van een paaspreekje. Met geleidebrief van Schaepman aan een deken, 1905 866 Stukken betreffende de benoeming tot geheim kamerheer 1907 1 omslag 867 Akte van benoeming tot kanunnik theologaal van het metropolitaan kapittel 1913 1 stuk 868 Akte van benoeming tot proost van het metropolitaan kapittel 1919 1 stuk 869 Akte van benoeming tot protonotarius apostolicus ad instar participantium, 1925. Met bijlagen, 1905, 1923 1 omslag 870 Stukken betreffende de Liturgische Vereniging 1913-1917, z.j. 1 omslag 871 Canon Missae ad usum episcoporum ac praelatorum, Ratisbonae 1922. Aangeboden door de Zusters van Liefde te Rijsenburg bij de benoeming tot protonotarius apostolicus 1925 1 deel 872 Formulier voor de eed van trouw aan de Paus z.j. 1 stuk 873 Verklaring van G.C. Hartman betreffende de ontvangst van ordetekenen afkomstig van A.C.M. Schaepman 1932 1 stuk 874 Tekst van een artikel door A.C.M. Schaepman naar aanleiding van het [.] priesterjubileum van Mgr. H. van de Wetering. Concept z.j. 1 stuk 875 Diversen 1877-1923, z.j. 1 omslag 2.2.3.2. Stukken afkomstig Van G.C. Hartmann 876 Alfabetische klapper op liturgische onderwerpen, aangelegd vanaf ca. 1909 1 deel voorin: C. Hartmann NB 877 Correspondentie en aantekeningen afkomstig van directeur G.C. Hartman 1914-1917, 1953, z.j. 1 omslag 878 Ingekomen verzoeken bij G.C. Hartmann tot canonieke oprichting van parochiale afdelingen van het Apostolaat des Gebeds 1930-1955 1 omslag G.C. Hartmann was diocesaan directeur van het Apostolaat NB 879 Epistolae et evangelia, aangeboden aan G.C. Hartmann in 1948 1 deel 2.2.3.3. Stukken Afkomstig Van H.J.H.M. Fortmann 880 Teksten van preken en recollecties 1938-1965 1 pak 881 Stukken betreffende lezingen, cursussen en voordrachten 1938-1967 1 pak 882 Gepubliceerde brochures, artikelen en adventsconferenties. Met inhoudsopgave 1935-1967 1 pak 883 Stukken betreffende in boekvorm uitgegeven radiocauserieën 1959-1965 1 pak Stukken betreffende gemaakte reizen 1938-1964 2 pakken Uiterlijke vorm 884 1938-1956 1938-1956 885 1956-1964 1956-1964 886 Bul wegens de benoeming tot erelid van Veritas 1946 1 stuk 887 Adviezen, rapporten en op-en aanmerkingen voor diverse personen en instanties, waaronder de kardinalen De Jong en Alfrink, hulpbisschop Hendriksen en de nuntius. Met inhoudsopgave 1945-1968 1 pak 888 Stukken betreffende de aanstelling, vanuit de Radboudstichting, tot bijzonder hoogleraar in de rooms-katholieke dogmatische theologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht, alsmede de inaugurele rede 1948-1951 1 omslag 889 Correspondentie met de Radboudstichting betreffende bijzondere hoogleraren 1947-1967 1 omslag 890 Stukken betreffende een studium generale in Utrecht en Delft 1947-1963 1 omslag 891 Stukken betreffende cursussen aan de Rijksuniversiteit Utrecht 1936-1967 1 pak 892 Stukken betreffende de Voortgezette Pastorale Cursus te Utrecht en Warmond 1965-1966 1 pak Stukken betreffende het Instituut tot Voorlichting in de Zielzorg, vanaf 1967 Diocesaan Pastoraal Centrum 1947-1967 3 pakken Uiterlijke vorm Opgericht in 1939, als pastorale commissie van reguliere en seculiere priesters NB 893 Agenda's, (uittreksels uit) notulen en besluitenlijsten 1946-1967 894 Bijlagen bij de vergaderstukken 1947-1967 895 Parochieraden, 1961-1964, preekexperiment te Amersfoort, 1961-1962, pastoriegesprekken, 1963-1965, priesterraden, [1966], huwelijksonderricht, 1958-1959, z.j. 1958-1966 Stukken betreffende de sectie Liturgie van het IVZ 1955-1965 2 pakken Uiterlijke vorm 896 Agenda's en notulen 1955-1965 897 Bijlagen bij vergaderstukken en diversen 1955-1965 Notulen van het dagelijks bestuur van de Liturgische Federatie, 1958-1961. Incompleet. Met bijlagen 1955-1963 2 omslagen Uiterlijke vorm 898 Notulen 899 Bijlagen 900 Stukken betreffende het functioneren als bischoppelijk censor van het weekblad De Bazuin 1959-1964 1 pak 901 Stukken betreffende de Nieuwe Katechismus 1967, z.j. 1 omslag Stukken betreffende Vaticanum II 1961-1966 2 pakken Uiterlijke vorm 902 Desiderata, 1959, en beschouwingen en kommentaren op concept-decreten en schema's, 1961-1966 1959-1966 903 Versies van vertalingen van de constitutie De Sacra Liturgia, met reacties op deze vertalingen 1963-1964 904 Stukken betreffende het Pastoraal Concilie 1966-1968 1 pak 905 Aantekeningen betreffende De articulis fidei et ecclesiae sacramentis z.j. 1 omslag 906 Stukken betreffende de 'Vrouwe van Alle Volkeren' 1955-1965 1 pak 907 Diversen 1947-1967, z.j. 1 pak 2.3. Inventaris van het archief van het Philosophicum Dijnselburg te Zeist (1931) 1952-1967 (1975) 2.3.1. Stukken van algemene aard 908 Correspondentie met diverse personen en instellingen 1950-1965 1 pak 909 Stukken betreffende statistiek over 1952-1965 1 omslag 2.3.2. Stukken betreffende bijzondere onderwerpen 2.3.2.1. Organisatie 2.3.2.1.1. Oprichting en opheffing 910 Reglementen van andere Nederlandse philosophica 1938, 1942, z.j. 1 omslag 911 Stukken betreffende voorstellen voor de opzet van een afzonderlijk philosophicum 1950, z.j. 1 omslag 912 Stukken betreffende de eerste steenlegging en de opening van het philosophicum 1951-1952 1 omslag 913 Stukken betreffende de concentratie van priesteropleidingen 1965-1966 1 pak 914 Verslag van een bijeenkomst in 1968 van vertegenwoordigers uit de dekenaten van de bisdommen Utrecht en Groningen, gewijd aan de reorganisatie van de priesteropleiding. Kopie 1 stuk 2.3.2.1.2. Geschiedenis, jubilea en andere feestelijkheden 915 Aantekeningen betreffende de geschiedenis van het philosophicum over 1950-1954 1 stuk 916 Programma's van presidents-en priesterfeesten, afscheidsavonden en uitvoeringen 1952-1961 1 omslag 2.3.2.2. Eigendommen 2.3.2.2.1. Algemeen 917 Stukken betreffende de brandverzekering 1952, 1971-1975 1 omslag 918 Stukken betreffende diverse verzekeringen 1953-1955, z.j. 1 omslag 2.3.2.2.2. Onroerende goederen 2.3.2.2.2.1. Algemeen 919 Stukken betreffende heffingen van het bosschap 1955-1956, 1962, 1965 1 omslag 920 Uittreksel uit de kadastrale legger 1970 1 stuk 2.3.2.2.2.2. Verwerving en vervreemding 921 Stukken betreffende een poging van de KLM het landgoed Dijnselburg aan de Amersfoortseweg onder Huis ter Heide bij Zeist te kopen, en de financiële afwikkeling daarvan 1946-1949 1 omslag 922 Stukken betreffende een poging van de Nederlandse Optische Instrumentenfabriek een terrein aan de Panweg te Zeist te kopen 1947-1948 1 omslag 923 Stukken betreffende de aankoop door het aartsbisdom Utrecht van het landgoed Dijnselburg, en de verkoop van een deel der percelen aan de gemeente Zeist 1947-1949 1 omslag 924 Akte van verkoop door het aartsbisdom Utrecht aan het philosophicum van het landgoed Dijnselburg. Met bijlagen 1952 1 omslag 925 Stukken betreffende de verkoop van enige grond van het landgoed aan de gemeente Zeist wegens de aanleg van een weg 1958-1965 1 omslag 2.3.2.2.2.3. Bouw, verbouw en onderhoud 926 (Bouw)tekeningen en plattegronden van Dijnselburg 1931, 1945-1946, 1965, z.j. 1 pak 927 Begroting voor de bouw van een philosophicum te Zeist, [1951]. In tweevoud. Met bijlagen 1951 1 omslag 928 Vergunningen voor het aartsbisdom Utrecht tot verbouw van de hoofd-en bijgebouwen op het landgoed Dijnselburg. Met bijlagen 1951-1952 1 omslag 929 Stukken betreffende de bouw van woningen, garages en een zwembad op het landgoed Dijnselburg, en de aanleg van een waterleidingbuis 1962-1965 1 omslag 930 Stukken betreffende het beheer van het landgoed Dijnselburg, met name inzake herbebossing en herbeplanting in verband met oorlogsschade, en het onderhoud van het bosbezit 1947-1962 1 pak 931 Stukken betreffende de levering van elektriciteit 1952-1961 1 omslag 2.3.2.2.3. Roerende goederen 932 Stukken betreffende de inrichting van de kapel, 1952-1954, z.j. Met bouwtekening van het kapelaltaar van een zusterhuis te Maartensdijk, 1939 1 omslag 933 Stukken betreffende de aanschaf van een orgel 1951-1952 1 omslag 934 Stukken betreffende de aanschaf van liturgische gebruiksvoorwerpen 1952-1954 1 omslag 935 Stukken betreffende de aanschaf van wandtapijten voor de kapel 1952-1954, 1959 1 omslag 936 Ontwerptekeningen voor altaartapijten z.j. 1 omslag 2.3.2.2.4. Beleggingen Zie ook het archief van het groot-seminarie te Rijsenburg, inv. nrs. 665-667. NB 937 Inventaris van effecten, met aantekeningen 1954-1974 1 omslag Alfabetisch op fondsnaam NB 2.3.2.2.5. Legaten, fondsen en schenkingen 938 Testament van M. Broekhoven, waarin hij het philosophicum als enig erfgenaam aanwijst. Met bijlagen 1958 1 omslag 939 Akte van schenking door mevr. T.C. Wolters, wed. J.F. van Seumeren te Utrecht aan het philosophicum van enige dividendbewijzen 1963 1 stuk 940 Stukken betreffende het 'Pastoor B.Th. Gerritsen studiefonds' 1960, 1962 1 omslag 2.3.2.3. Verwerving van inkomsten 2.3.2.3.1. Bijdragen 941 Circulaire van de aartsbisschop van Utrecht met het verzoek om financiële steun voor de bouw van een philosophicum [1952] 1 stuk 2.3.2.3.2. School-en kostgelden Zie ook het archief van het groot-seminarie te Rijsenburg, inv. nr. 743. NB 942 Register van aan leerlingen verstrekte reducties op de school-en kostgelden (subsidies) 1952-1955 1 katern 943 Correspondentie betreffende het kostgeld voor studenten van het philosophicum 1952-1962 1 pak 944 Jaaroverzichten van kostgelden 1958-1963 1 omslag 2.3.2.4. Financiën 2.3.2.4.1. Algemeen Correspondentie van de econoom 1952-1961 2 pakken Uiterlijke vorm Alfabetisch op afzender/onderwerp NB 945 A-O 946 P-Z 2.3.2.4.2. Jaarstukken 947 Balansgegevens 1952-1957 1 omslag 948 Accountantsrapporten over 1955-1963, 1967-1969, 1975 1 pak 2.3.2.4.3. Boekhouding Grootboekkaarten 1952-1974 13 pakken Uiterlijke vorm 949 1952-1956 1952-1956 950 1959-1961 1959-1961 951 1961-1963 1961-1963 952 1962-1965 1962-1965 953 1966 1966 954 1967 jan-aug 1967 955 1967-1968 1967-1968 956 1968-1969 1968-1969 957 1969-1970 1969-1970 958 1970-1971 1970-1971 959 1972 1972 960 1973 1973 961 1974 1974 962 Memoriaal 1952-1964 1 deel Kasboek 1962-1968 2 delen Uiterlijke vorm 963 1962 mei-1965 1962-1965 964 1966-1968 apr 1966-1968 Doorschrijfkasboek 1968-1975 2 delen Uiterlijke vorm 965 1968-1971 1968-1971 966 1971-1975 1971-1975 967 Kasboek van de boerderij en andere inkomsten en uitgaven 1961-1964 1 katern 968 Kasboek van de huishouding 1961-1967 1 deel 969 Kasboek 'diversen' 1965-1967 1 deel 2.3.2.5. Personeel 970 Correspondentie betreffende de vervulling van vacatures 1952-1957 1 omslag 971 Stukken betreffende de Zusters van St. Jozef uit Amersfoort, werkzaam in de huishouding 1946-1962 1 omslag 972 Stukken betreffende de ziekte-en invaliditeitsverzekering 1955-1962 1 omslag Betreft ook leerlingen NB 973 Stukken betreffende het pensioenfonds 1952-1957, z.j. 1 omslag 2.3.2.6. Inrichting van het internaatsleven en het onderwijs 974 Jaarprogramma's, studieprogramma's, lesroosters en dagordes 1952-1961, z.j. 1 omslag 2.3.2.7. Leerlingen 975 Lijsten van ingeschreven studenten, aantekeningen over vertrek en priesterwijding en samengevatte gegevens inzake inschrijving, vertrek, aantallen ingeschreven leerlingen etc 1952-1967 1 omslag 976 Stukken betreffende de opname in de geestelijke stand (kruinschering), 1954, 1964, 1966. Met geneeskundige verklaringen, 1962-1964, 1967, uittreksels uit het geboorteregister, 1942-1963 en akten van vrijstelling van de miliaire dienst, 1960-1963 1 pak 977 Uitnodigingen en programma's voor ouderdagen en andere gelegenheden, en andere aan ouders gerichte circulaires 1953-1963, z.j. 1 omslag 2.3.2.8. Inrichting van het godsdienstig leven 978 Akten van wijding van een kelk en een draagaltaar, met bijlagen 1950, 1952 1 omslag 979 Stukken betreffende op Dijnselburg gehouden priesterretraites 1953-1961, z.j. 1 omslag 980 Lijsten van te vieren missen z.j. 1 omslag 2.3.2.9. Externe contacten 981 Stukken betreffende de Praeses van Schaikstichting 1956-1968 1 omslag 2.3.2.10. Documentatie 982 Foto's 983 Dagboek van H.J.M. Nouwen van een [studie?]reis naar de Verenigde Staten 1966 1 stuk