Archief van het kapittel van de dom te utrecht 1220-1811

216 inventaris van het archief van het kapittel van de dom te utrecht (722) 1220-1811 (1841), door k. heringa, aangevuld en bewerkt door t.l.h. van de sande 1220 1841 K. Heeringa, aangevuld en bewerkt door T.L.H. van de Sande 216 Domkapittel te Utrecht Het Utrechts Archief Kapittel van de Dom, Aartsdiaken Kapittel van de Dom, Deken Kapittel van de Dom, Koorbisschop Kapittel van de Dom, Leenkamer Kapittel van de Dom, Proosdij Kapittel van de Dom, Proosdij, Leenkamer Kapittel van de Dom, Proosdij van Elst Kapittel van de Dom, Proosdij van West-Friesland Kapittel van de Dom, Scholaster Kapittel van de Dom, Thesaurier Staten van Utrecht Gerecht Achttienhoven Gerecht Amerongen Gerecht Barwoutswaarder Gerecht Beusichem en Wadenoyen Gerecht Breukeleveen Gerecht Bunnik en Vechten c.a. Gerecht Bunschoten en Hoogland Gerecht Cattenbroek Gerecht Diemerbroek en Papecop Gerecht Driebergen Gerecht Eemnes, met Soest en Baarn Gerecht Galekop Gerecht Gein en Langerak Gerecht Gerverscop Gerecht Haastrecht Gerecht Hagestein Gerecht Hardenbroek Gerecht Harmelen en Harmelerwaard Gerecht Hoenkoop Gerecht Houten c.a. Gerecht Jaarsveld Gerecht Kamerik Gerecht Kleine Houtdijk Gerecht Kockengen en Spengen Gerecht Laagraven Gerecht Leusden Gerecht Loenersloot, Oukoop en Ter Aa Gerecht Maarssen Gerecht Maarssenbroek Gerecht Neder- en Overlangbroek Gerecht Nedereind van Jutphaas Gerecht Noord-Polsbroek Gerecht Oostbroek en De Bilt Gerecht Oostveen, Voordorp, Oude Wetering, Maartensdijk en Herverskop Gerecht Oudenrijn en Heikop Gerecht Oud-Wulven Gerecht Rapijnen en IJsselveld Gerecht Schagen en de Engh Gerecht Sterkenburg Gerecht Themaat Gerecht Vlist en Bonrepas Gerecht Westbroek Gerecht Willeskop en Blokland c.a. Gerecht Woudenberg Gerecht Zeist Gerecht Zuid-Polsbroek Cornelis Cornelissen als notaris Cornelis van Brouwershaven als notaris Everhard Drakenborch jr. als notaris Everhard Drakenborch sr. als notaris Everhard van Weede als notaris Franciscus Beyer als notaris Gerardus Rycoldi als notaris Hendrik van der Laen als notaris Jan Vliegher als notaris Matthias van Brouwershaven als notaris Michaël Keyen als notaris Pieter Hasert als notaris Willem van Medemblick als notaris Willem van Riebeec als notaris Ambachtsheerlijkheid Groot Covelswade Stad Utrecht, Gerecht Abstede Stad Utrecht, Gerecht Catharyne, Hooge Weide en Lijnpad Stad Utrecht, Gerecht Kranenhofstede Stad Utrecht, Gerecht Wittevrouwen Stad Utrecht, Stadsheerlijkheid Tolsteeg Waterschap Heikop Kapittel van de Dom te Utrecht Johannes van Goch als notaris, vicaris van de Dom en deken van Amstelland Sander van Bommel als notaris van het domkapittel Heerlijkheid Groningen Heerlijkheid Hagestein Heerlijkheid Nijendijk Titel inventaris inventaris van het archief van het kapittel van de dom te utrecht (722) 1220-1811 (1841), door k. heringa, aangevuld en bewerkt door t.l.h. van de sande Titels nadere toegangen 5004 - index op persoons- en geografische namen in de rekeningen van de officiaal van de aartsdiaken van de dom (gooiland en betuwe) 1405-1609; inv. nrs. 2463, 2464 5007 - chronologische lijst van overluidingen in de dom, vermeld in de fabrieksrekeningen van het domkapittel 1562-1614, met index op persoonsnamen 1562-1751; inv. nrs. 651, 702; 2 delen 5073 - index op persoons- en geografische namen in het liber yrsutus (cartularium) van het domkapittel; inv. nr. 55; 3 delen Beschrijving Inventaris van het archief van het kapittel van de Dom te Utrecht (722) 1220-1811 (1841) Nummer 216 Titel Domkapittel te Utrecht Datering (722) 1220-1811 (1841) Omschrijving Inventaris van het archief van het kapittel van de Dom te Utrecht (722) 1220-1811 (1841) Toegangstitel Inventaris van het archief van het kapittel van de Dom te Utrecht (722) 1220-1811 (1841) Auteur K. Heeringa, aangevuld en bewerkt door T.L.H. van de Sande Datering toegang 1929 / 2003 Openbaarheid Volledig openbaar Rechtstitel Overbrenging van een overheidsarchief 13 Godsdienst, levensbeschouwing en maatschappijvisie Rubrieken Religie en Levensbeschouwing Categorie Algemeen bestuur en Politiek Categorie 1.1.1 Vóór 1795 Rubrieken Inleiding Het kapittel en zijn leden In de laatste vergadering van het domkapittel, gehouden op zondag 17 maart 1811, kwamen twee stukken ter tafel, 1 een schrijven van de intendant-generaal van de financiën en van de publieke schatkist in Holland, van 14 maart, waarbij de corporatie met die dag werd verklaard te zijn ontbonden, en een afschrift van het daaraan ten grondslag liggende besluit van keizer Napoleon, van 27 februari, dat met zeker voorbehoud de goederen van kerkelijke oorsprong met de staatsdomeinen verenigd had. Het vierde artikel van dit besluit schreef voor, dat de bezitters van de genoemde goederen binnen drie maanden de gegevens moesten verstrekken, waaruit te zien was, wat zij er voor hadden betaald en wat het gemiddelde inkomen gedurende de laatste vijf jaren was geweest, zulks met het oog op de verdere liquidatie; de intendant-generaal Gogel had aan zijn verzoek om aan dit voorschrift te voldoen de verzekering toegevoegd, dat hij zijn best zou doen een zoveel mogelijk volledige schadeloosstelling voor de betrokkenen te verkrijgen. Geen woord is nodig geacht om te voorzien in werkzaamheden, waarvan de vervulling aan het genot van de verbeurd verklaarde inkomsten zou zijn verbonden, en te recht, want zulke werkzaamheden waren er niet meer. 1 Dit was het slot van een lange geschiedenis, die tot diep in de middeleeuwen teruggaat en waarvan het begin zich slechts laat gissen. Voor het begrip en gebruik van de achterstaande inventaris is de kennis van de oudste geschiedenis ook niet nodig. Het archief, waarvan het de inventaris is, moet bescheiden bevatten omtrent de wijze waarop men tot het deelgenootschap van de goederen werd toegelaten, voorts omtrent het beheer van hun goederen, eindelijk omtrent de werkzaamheden waartoe de gebruikers of enigen van hun eens zijn verplicht geweest. Eerst wordt hier gehandeld over de deelgenoten. Spaarzaam zijn de gegevens, die ons verplaatsen in de tijd van de Duitse Rijkskerk. Een oorkonde van 15 mei 1196 leert ons, dat het van oudsher gebruik was geweest de keizer tot kanunnik van St. Maarten te Utrecht te kiezen, dat deze dan twee priesters had aangewezen, die de inkomsten van de prebende trokken en daarvoor gebeden opzonden voor de koningin en keizers en voor de rust van het rijk. De veelvuldige afwezigheid van de keizer maakte het onzeker, dat deze plaatsen tijdig werden vervuld, en derhalve droeg keizer Hendrik VI de collatie voor het vervolg aan de domdeken op. 1 Deze halve keizersprebenden werden meer beschouwd als vicarieën 1 en de titularissen stonden geenszins gelijk met de houders van de gewone prebenden. 2 25 Februari 1584 heeft het kapittel met de twee imperiales een akkoord getroffen, volgens welk deze voortaan een zekere pensie zouden genieten; deze is 15 mei 1609 voor een van hen uit gratie verhoogd. De deken heeft in 1592 de toeleg gehad de beide halve prebenden te verenigen, doch is daarin niet geslaagd; men heeft hem echter niet kunnen dwingen de lege plaats te vervullen en zo geschiedde dit eerst in 1613 tijdens de vacature van het decanaat. Vervolgens werd het gebruik van den domproost en van de domscholaster elk een der halve prebende op te dragen, en eindelijk viel 6 september 1723 het besluit, de inkomsten van de imperiale prebenden te incorporeren, wat onmiddellijk met die van de scholaster kon geschieden en met die van de proost drie jaren later plaats greep. Echter droeg het kapittel zorg, dat twee heren uit zijn midden de lege titel bleven voeren. Evenals de keizer had eens de bisschop van Utrecht een prebende gehad, maar in 1118 heeft de toenmalige bisschop Godebald kunnen goedvinden de episcopale prebende eens voor al ter beschikking te stellen van de domdeken. 1 Deze bezat dus twee prebenden, en dit is zo gebleven tot 1691, bij gelegenheid van de verkiezing van een nieuwe deken na de dood van Samuel de Mareez, heer van Maarsbergen. Tot de twaalfde eeuw moeten wij ook teruggaan om de juiste betekenis te verstaan van de naam van dormitorius, die één bezitter van een prebende droeg. Hij wijst op een samenwoning van de kanunniken, waaraan tussen 1200 en 1243 een einde schijnt te zijn gekomen. 1 De titularis had een aantal werkzaamheden te verrichten, waarvan de latere benaming van nuntius capituli een betere aanwijzing geeft. De domdeken beschikte over deze prebenden evenals over de keizersprebenden, en zij had evenals deze veel minder aanzien. De laatste titularis is 15 december 1691 afgekocht 1 ; voortaan waren er natuurlijk nog wel bodediensten te verrichten, maar dit geschiedde niet meer door iemand, die ook maar enigszins een domheer scheen te zijn. Volgens de oudste bronnen voor de geschiedenis van de Dom waren daarin 41 stipendia. De 41e prebende had echter geen vaste bezitter; zij werd verdeeld tussen de drie kanunniken, die als priester, diaken en subdiaken elke week de kerkdienst van het kapittel verrichtten, en heette daarom ook stipendium altaris, anders stipendium domine Emme, naar een onbekende dame Emma, volgens de Ordinarius in een decembermaand overleden, die het fond daarvoor had verstrekt. 1 Van de overblijvende veertig was dus één sedert 1118 zonder titularis, terwijl de dormitorius en de imperiales niet voor vol werden aangezien. Er waren er 37, met wie dit wel het geval was. In de eerste helft van de zeventiende eeuw heeft Hendrik van Dijk, presentiemeester en keizerlijk prebendaat, overleden 1649, van de afzonderlijke prebenden de opeenvolgende bezitters bijeengesteld, waarbij hij waarschijnlijk gebruik gemaakt heeft van de door Wouter Brock verzamelde gegevens. Deze overzichten bevatten enkele onnauwkeurigheden, die met behulp van de resoluties konden worden verbeterd, bovendien verschillende data, die niet meer kunnen worden gecontroleerd, omdat er archiefstukken verloren zijn gegaan, maar toch wel enig vertrouwen verdienen; aan de hand van de resoluties is het tenslotte een meer tijdrovend dan moeilijk werk geweest om de lijst van de bezitters van prebenden van ca. 1400 tot 1811 te voltooien. De vraag, hoe de 37 kanunnikplaatsen werden gegeven, is door de veertiende-eeuwer mr. Hugo Wstinc aldus beantwoord: 'Provisio canonicatuum et prebendarum ecclesie nostre pertinet ad decanum nostrum et capitulum communiter, in quorum provisione forma generalis consilii non consevit observari.' 1 Dit is wel zo te verstaan, dat het kapittel bij het voorkomen van een vacature zich tegenover krachtige aanbevelingen gesteld zag, die het zelden in de wind durfde slaan. Oudtijds, in de dagen van de Rijkskerk, mogen keizer en bisschop zich hebben doen gelden 1 ; ook zijn sedert 1528 de aanbevelingen van de Brusselse regering niet zeldzaam geweest, terwijl er althans van een paar zestiende-eeuwse bisschoppen te bewijzen is, dat zij voor hun blijde inkomst de collatie van één prebende hebben verkregen, wat wellicht op een oude gewoonte heeft berust. Veel talrijker zijn de voorbeelden van collatie door de paus. Oorkonden van 1246 en 1253 verplaatsen ons in de tijd toen het papisme in de Rijkskerk drong, en uit talrijke bescheiden van de veertiende tot de zestiende eeuw blijkt, dat deze richting toen had gezegevierd. Het gebruik was, dat de paus beschikte over de in de oneven maanden opengevallen beneficiën, het kapittel zelf over de andere; dit gebruik is in 1448 officieel vastgelegd in een concordaat tussen paus Nicolaas V en de Germaanse natie. Het kwam nogal eens voor, dat bij overlijden van een kanunnik in een oneven maand zich meer dan één sollicitant met pauselijke brieven van voorschrijving aanmeldde, wat dan tot moeilijkheden aanleiding gaf, waarvan de oplossing dikwijls, schoon niet altijd, te Rome werd gezocht. Ook geschiedde het, dat zich binnen drie maanden na zulk een sterfgeval niemand vertoonde met dergelijke brieven, en dan beschikte het kapittel jure devoluto over de prebende. Even weinig neiging als het kapittel vertoonde om een plaats te vergeven, die een pauselijke maand was opengevallen, had het om een pauselijke aanbeveling te laten gelden in en dusgenaamde ordinaire maande, waartoe in de zestiende eeuw enkele malen pogingen zijn aangewend door personen, die in het bezit waren van brieven van de Hogeschool van Leuven, die op een algemeen privilegie steunden. Wanneer zich geen kandidaat voor een in een oneven maand opengevallen prebende had aangemeld en het kapittel dus jure devoluto de collatie had, schijnen vooral aanzienlijke Stichtse families, aan wie het geval ter ore kwam, zich te hebben doen gelden. Voor de in ordinaire maanden ontstane vacatures was anders de regel, dat het kapittel de persoon toeliet, dien de aan de beurt zijnde kapitulaire kanunnik daartoe voordroeg. Het statuut van 1341 1 , dat de wekelijkse toerbeurten heeft geregeld, zondert weliswaar onder meer de kanonikaten uit, doch de praktijk is anders geweest. Ook is niemand in twijfel geweest, of de turnarius (hebdomadarius) heeft zich voor deze handeling laten betalen. Men zou verkeerd doen, wanneer men veronderstelde, dat de helft van de kanunniken ongeveer door de paus was voorgedragen. Van de bezitters van prebenden in 1579 hadden slechts vier pauselijke brieven gehad, waarbij wij dan nog één geval van jus devolutum mogen tellen; twee waren door de koning of de regentes aanbevolen geweest; de aartsbisschop had een prebende, en vijf behoorden aan door hem aangewezen theologen en juristen, zulks op grond van de nieuwe kerkinrichting; vijf waren door een turnarius voorgedragen; de overige negentien, de grootste helft van de zeven en dertig, hadden hun prebenden gekregen door resignatie of permutatie van de vorige bezitters, zoals het officieel heette, door koop, zoals ieder begreep dat het geval was. 1 In 1577 vergunde de aartsbisschop de incorporatie van vier prebenden, die vrij zouden komen door vrijwillige afstand van de bezitters, bij de domfabriek, d.w.z. de aankoop door het kapittel van zoveel prebenden. Door de troebelen bleef dit steken. De handel in prebenden werd wel belemmerd door de bepaling, dat bij zulk een overgang de vruchten gedurende vier jaren aan de domfabriek moesten komen, 1 maar was desniettemin vrij levendig. De bezitters zagen in hun prebenden een geldbelegging, waarbij de kans om op de beurt een te mogen vergeven tot de profijten kon worden gerekend, een kans die door de nieuwe kerkinrichting, waarop reeds gezinspeeld is, met enige percenten verminderde. Het jaar 1579 is met opzet gekozen, omdat in de wijze van vergeving van de prebenden een verandering gebracht is bij een akkoord tussen de drie Staten van Utrecht. 1 Zij sloten de paus voor het vervolg uit, omdat hij de partij van de Spanjaarden hield. Men kan dit argument laten gelden, maar de in den considerans van het akkoord volgende overwegingen zijn zeer zwak; de opstellers moeten met de geschiedenis slecht bekend zijn geweest. Uit het bovenstaande vloeit overigens voort, dat, hoeveel gewicht men op ander gebied aan de breuk met het pausdom moge toekennen, deze in de behandeling van de prebenden toch inderdaad niet veel wijzigde. Zij bleven bestemd voor de notabele, vooral Stichtse families, die er hun geld in wilden steken. Er moest nu voorzien worden in de gevallen, dat kanunnikenplaatsen niet tijdig waren verkocht en in de oneven maanden kwamen open te vallen. Hier traden de Staten in de plaats van de paus, 1 en wel de drie leden om beurten, wat aan elk kapittel de zogenaamde extraordinaris toer bezorgde. 2 Het regeringsreglement van 1674 gaf de stadhouder de beschikking over de kanonikaten, die in de Statenmaanden zouden komen open te vallen, en bepaalde bovendien, dat geen kanonikaten mochten worden 'gealliëneert, verhandelt ofte geresigneert' zonder zijn toestemming. 1 Bij de eerste collatie, die de stadhouder deed, bedong hij nog, dat hij de beschikking zou hebben over de prebende die eens op de toer van de geconfereerden zou openvallen. Dat een en ander de kanunniken niet aangenaam moet zijn geweest, was duidelijk. Het domkapittel heeft zelfs de moed gehad, toen in 1676 een prebende in een Staten-maand openviel, de aan de beurt zijnde kanunnik te gelasten de collatie te dien, maar het tegen de stadhouder moeten afleggen. De resoluties van 17 november 1676 behelzen het verslag van het pittig onderhoud, dat de afgevaardigden van het kapittel met Willem III hebben gehad: 'Sijn Hogheyt was verwondert de capittelen soo ondanckbaer te sijn, daer het in sijn Hogheuts macht hadde gestaen de capittelen te connen dissolveeren - daerop naderhandt de gemeente seer hadden geïnsteert - welcke macht sijn Hoogheyt nu noch niet en onbrack'. Daarentegen zijn de resoluties van geen waarde voor de kennis van de onderhandelingen, die tot het herstel van het recht van resignatie in 1682 hebben geleid. 1 In de volgende jaren is het enige malen voorgekomen, dat personen, aan wie Z.H. een prebende had geconfereerd, die onmiddellijk resigneerden, zodat de nieuwe koper moest worden toegelaten. Dit was trouwens in vroeger eeuwen ook wel geschied met collaties te Rome. Dat men in 1702 tot de vóór 1674 gevolgde wijze van begeving is teruggekeerd en in 1747 de stadhouderlijke macht ook in dezen hersteld is, spreekt vanzelf. Voor de minderjarigen Willem V handelde eerst zijn moeder, dan de Staten. In 1768 is bij de vijf kapittelen een voorstel ter sprake gekomen om bij Z.H. door onderhandeling te bewerken, dat de collatie van prebenden in hun voege zou worden gewijzigd, dat geen rekening meer werd gehouden met de maanden, doch Z.H. en het kapittel om beurten zouden begeven. Daar de oneven maanden 184 dagen bevatten en de even maanden twee of drie minder, zouden de kansen van het kapittel door deze verandering een weinig verbeterd zijn, maar men vond het verschil toch niet groot genoeg om er veel moeite voor te doen. 1 Zo bleef het bij het oude tot de revolutie. Om zich tegenover de nieuwe orde op de ruimte te houden, spraken de kapittels onderling af om bij overlijden van een kanunnik in een Staten-maand daarvan kennis te geven aan de secretaris van Representanten, met verzoek om het bericht over te brengen ter plaatse waar zulks behoorde. 1 Enige kennis van de geschiedenis van die jaren is voldoende om te begrijpen, dat van 1795 tot 1801 in het geheel geen collaties plaats vonden; eerst in het laatst van 1801 confereerde de turnarius en dan werden op 31 maart 1802 drie reeds lang openstaande plaatsen vervuld door Commissarissen tot de administratie van de financiën van het voormalig gewest Utrecht. In de volgende jaren deed het Departementaal bestuur wat eens de Staten of Z.H. hadden verricht. Resignatie (koop) had nog plaats in 1810. In het voorgaande is geen rekening gehouden met enkele bijzondere gevallen, waarin prebenden is geprocedeerd, vroeger te Rome, later te Utrecht. Hier worden nog terloops melding gemaakt van de uitstoting om politieke redenen, welke ten tijde van bisschop Rudolf van Diepholt enige domheren betrof. Bij resolutie 6 september 1582 zijn vier kanunniken, die het met de Spanjaarden heetten te houden, van de vruchten van hun prebenden beroofd, doch voorlopig is slechts die van Johan van Bruhesen aan een ander gegeven, 1 die van Georgius Wormbs elf jaren eveneens, 2 terwijl de plaatsen van Folcardt Aytta en Valerius van Cuyck pas nu hun dood, in 1596 respectievelijk 1612, vervuld zijn. Bartholomeus Willem Visscher is om zijn patriottisme in 1790 krachtens rechterlijk vonnis ontzet, maar nam in het eind van 1795 weer zitting, terwijl de in 1790 benoemd met stille trom verdween. De prebenden hadden niet dezelfde waarde. In de oudste tijden, waarover de bronnen ons inlichten, waren er dertig volle prebenden geweest; de overige tien heetten halve prebenden en waren bestemd voor de scholaren en de dormitorius. Het meerdere, dat de bezitter van een volle prebende genoot, was het supplementum. Wanneer nu een gesupplementeerde stierf, besliste de domproost, wie daarvoor in aanmerking kwam; vereisten waren emancipatie en éénjarige dienst als subdiaken. Was er geen geschikt persoon of had geen van de scholaren de leeftijd voor emancipatie, dan hield de proost het supplement voorlopig onder zich. 1 Een en ander wijst op een toestand, waarin de normale weg tot het kanonikaat door de domschool en de kerk ging. In de straks te vermelden oorkonde van 1413 wordt de oorzaak van de toen bestaande verwarring gezocht in de inmenging van de paus, die dikwijls een prebende met supplement had gegeven aan iemand, die in het minst niet in de kerk had gediend. Daardoor was het zover gekomen, dat er kanunniken waren, die twintig of meer, zelfs wel vijftig jaren hadden gediend, zonder ooit tot een supplement te kunnen geraken. De regeling, die 19 april 1413 door het kapittel werd getroffen, waaraan de bisschop en de domproost op dezelfde dag hun zegel hebben gehecht en welke de paus in hetzelfde jaar heeft bekrachtigd, 1 was nu deze, dat bij overlijden of vrije resignatie van een kanunnik de proost diens supplement moest geven aan de oudsten in de koorstal, die er nog geen had. Daar de vrije resignatie bij wijze van permutatie uitdrukkelijk uitgezonderd werd, bleef er een ruime weg voor de handel, ook in de supplementen, open, maar men schijnt dan tevreden geweest te zijn met het beuren van de vierjaarlijkse vruchten, als boven gezegd is; in elk geval heeft deze regeling dan vier eeuwen lang stand gehouden. 1 In de vijftiende eeuw is er in de resoluties aantekening van gehouden, dat iemand tot een supplement is toegelaten; eerst later vindt men geschreven, tot wiens supplement iemand is toegelaten, en zo is de volgorde van de bezitters van de supplementen niet zo ver terug na te gaan als die van de prebenden. Na het wegvallen van de prebenden van de deken en de imperiales waren er maar 28 supplementen meer, zo ook na de opheffing van de plaats van de dormitorius maar 9 prebenden zonder supplement. Achttiende-eeuwse stukken spreken van 28 levendige en 9 dode prebenden. In 1674 vonden de heren goed de bezittingen van de Kleine Kamer te verloten. De landerijen werden bijeengevoegd tot groepen, die dezelfde huren opbrachten, waarbij, om de waarde gelijk te doen zijn, aan de trekkers van enkele dier loten de verplichting opgelegd werd iets aan anderen te geven. 8 December 1674 werden 27 door cijfers, en 9 door letters aangewezen loten gevormd, waarbij op 5 februari 1677 nog 2 van de eerste soort kwamen. De deken kreeg twee loten, en toen hij twee andere wilde hebben dan de eerst aangewezene, mocht hij zijn zin hebben; men vindt het akkoord deswege onder de resoluties van 28 juni 1675. Zoals boven gezegd is, heeft men na het overlijden van deze deken in 1691 de tweede oorspronkelijk bisschoppelijke prebende geïncorporeerd; lot nr. 2 hield daarmede op te bestaan. Tussen de 28 en 9 loten moet op den duur, door het verbeteren of verslechteren van de landerijen, een belangrijk verschil bestaan hebben, wat in het weinige, dat omtrent de na 1811 te vorderen schadeloosstellingen bekend is, aan den dag komt. In zeer vroege tijden moet onderscheid gemaakt zijn in de behandeling van adellijke en niet-adellijke kanunniken, 1 maar later valt daarvan niets meer te bespeuren. Wel stonden minderjarigen achter. Ook waren er voordelen verbonden aan het lidmaatschap van het kapittel, dat overigens na vier jaren wachten werd verkregen. Tenslotte moet worden opgemerkt, dat voor vele zaken nadere voorwaarden en termijnen bepaald waren; een minderjarige kon wel een prebende ontvangen, doch geen supplement, men moest in de Roomse tijd als subdiaken althans één keer de epistel bij de mis gelezen hebben, men behoorde een jaar achtereen in de stad te wonen enz.: deze voorschriften kunnen hier niet in den brede worden behandeld. Het onderscheid tussen de kanunniken was trouwens zó al groot genoeg en het vereiste heel wat kennis om uit te maken, welk aandeel ieder van de opbrengst van de goederen moest ontvangen. De kanunniken begrepen het zelf niet aanstonds; de uiteenzettingen van Gerlach van der Donck en Wouter Brock 1 konden hun licht verschaffen en kunnen het de belangstellende nog doen. Toen deze hun aantekeningen makten, was de ministratie toch al minder ingewikkeld dan vroeger, 2 en zij is op den duur nog meer vereenvoudigd. Tegenover de inkomsten uit een prebende stonden enige lasten, nog afgezien van de verplichte handelingen, waarover later. Bij de intrede had de nieuw benoemde kanunnik wijn te schenken, later 25, dan 100 oude schilden te betalen, 1 terwijl hij gedurende twee jaar geen vruchten van de prebende genoot, daar deze zo lang voor de domfabriek waren. Aangezien een jong kanunnik verder in de delingen en uitkeringen niet zoveel profiteerde als een oudere, met name gesupplementeerde, kon het voorkomen, dat iemand in schulden geraakte. Het kapittel had daarom bepaald, dat de inkomsten van de prebende na het overlijden van een kanunnik een of twee jaar lang 1 hem zouden volgen, zodat de nieuw benoemde drie of vier haren had te wachten, de jaren van de fabriek immers begrepen. Als seculier kanunnik mocht een domheer overigens een eigen fortuin of peculium hebben, 1 waarop zijn erfgenamen aanspraak konden maken; op de goederen, welke hij van het kapittel hield, legde dit beslag, tenzij hij een testament had gemaakt, waarvan het origineel of een afschrift in het kapittelarchief behoorde te worden neer gelegd. Daar de executeurs de goederen van de overledene van verschillenden oorsprong behandelden, is het begrijpelijk, dat bij de aflegging van de rekening en verantwoording aan het kapittel een aantal bescheiden in het archief geraakt zijn, die de domheer in zijn hoedanigheid niet betroffen; deze zijn in de inventaris niettemin opgenomen. Een zeer bijzonder deel van zijn nalatenschap kon een claustraal huis zijn, dat moest worden verkocht en alleen door een kanunnik kon worden gekocht; 1 de desbetreffende bescheiden vindt men hierachter niet in de afdeling van de prebenden, doch in die van de kerk en haar omgeving. Niet minder ingewikkeld dan de geschiedenis van de prebenden is die van de goederen, waaruit de inkomsten werden getrokken. Wanneer in de oudste slechts in afschriften bewaarde bronnen voor de Utrechtse geschiedenis sprake is van giften aan de kerk, is het niet aanstonds duidelijk, of het bisdom dan wel de hoofdkerk bedoeld is. Voor de oudste tijden moeten we ons tot gissingen bepalen. Dan hebben we de voorstelling, die het Liber camerae ons geeft, vervolgens de aantekeningen, die Wouter Brock gemaakt heeft uit de in zijn tijd nog aanwezige bescheiden, dan de gegevens van het Rechtsboek van Wstinc, eindelijk de omvangrijke reeks van rekeningen, die ons een administratie doen kennen, welke in de hoofdlijnen in 1341 haar oorsprong zal hebben genomen. Het is één van de grote verdiensten van mr. S. Muller Fz., dat hij de voornaamste hier ter zake doende geschriften, de Rechtsbronnen en het Rechtsboek, in het licht heeft gegeven en bovendien de toestanden vóór 1200 meer uitvoerig heeft geschetst in een artikel 'Een huishouden zonder geld', geplaatst in het Tweemaandelijksch tijdschrift van september 1899. Ik mag hier voor vele bijzonderheden met een verwijzing naar deze werken volstaan. 1 Enige woorden dienen echter gewijd te worden aan de betrekkingen van het kapittel met zijn proost, alsmede aan die met het kapittel van Oudmunster. Vóór 1200 bestuurde de proost door middel van zijn villici enige hoven, vanwaar de voor het huishouden van de kanunniken nodige goederen in natura werden aangevoerd. Toen de gemeenschappelijke huishouding opgebroken werd, bleef de proost met de uitkeringen belast. Twisten zijn niet uitgebleven. Zo zijn er enige stukken bewaard betreffende een geschil tussen het kapittel en de proost Gobert van Perweis, waarin prelaten en provisoren van de Utrechtse kerk in 1263 een uitspraak deden; wij lezen hierin: 'Item de mansis prediis seu possessionibus spectantibus ad administrationem prebendarum capituli seu fratrum ecclesie, dicimus quod idem prepositus dictas possessiones in totum vel in partem non possit dare ad firmam alieni consensu capituli non obtento.' De bemoeiing van het kapittel met het beheer van het proosdijgoed is later verder gegaan en is dan geregeld door een overeenkomst met de proost Sweder Uterloe, welke door bisschop Arend van Hoorn is bemiddeld en waaraan de pauselijke legaat zijn zegel heeft gehecht. Niet alleen de uitspraak van de genoemde bisschop van 1377 is nog in het archief aanwezig, maar we vinden daar mede alle akten bijeen, waarin de opeenvolgende proosten zich tot de nakoming er van hebben verbonden, tot 1574. De hoofdpunten van de regeling waren deze, dat de proost, die tevens aartsdiaken was, uit de leden van het kapittel een socius voor het beheer van de proosdijgoederen, en een officiaal voor de uitoefening van zijn geestelijke rechtspraak moest aanwijzen. Men heeft daarom het recht, de rekeningen van de Proosdijkamer, die geen van alle ouder zijn dan 1377, als andere rekeningen van kapittelgoederen te behandelen. Een andere bepaling van de bisschoppelijke uitspraak was, dat ten slotte ook de inkomsten van het aartsdiakonaat verbonden waren voor de richtige uitkering van de servitiën. Inderdaad leren de rekeningen, dat de socius dikwijls te kort kwam en dat van de inkomsten van de officiaal gebruik moest worden gemaakt. Maar toen enkele jaren na de door hem in 1574 getroffen overeenkomst de hiërarchie en de kerkelijke rechtspraak een einde namen, geraakte de toenmalige proost in moeilijkheden - waartoe ook andere oorzaken kunnen hebben meegewerkt. Hoewel de deswege gevoerde besprekingen niet volkomen bekend zijn, laat zich toch gissen, dat men het onbillijk gevonden heeft de proost deze gevolgen van de omkering te laten dragen, en dus in 1580 een nieuwe overeenkomst tot stand gekomen, 1 volgens welke enige inkomsten van de proost werden toegewezen. De bedoelde goederen zijn met dit jaar uit de rekeningen van de socius verdwenen, worden althans slechts pro memorie vermeld. De bescheiden betreffende de inkomsten van de proost moeten duidelijk afgescheiden blijven van die welke behoren tot het beheer van de Proosdijkamer. Met het kapittel van Oudmunster verbond het domkapittel een eeuwenoude vriendschap, die wel eens luwde, maar steeds weer hersteld werd. 1 Zij uitte zich in gemeenschappelijke kerkdiensten, vergaderingen en maaltijden en werd lange tijd verstevigd door gemeenschappelijk grondbezit. De optekening van de kapittelgoederen in het Liber camerae bevat die van verschillende tienden en rechten in de nabijheid in 944. 2 Hier is geen rekening gehouden met de proosdijgoederen, waartoe toch bezittingen bij Westerloo, visserijen in de Uitermeer en in de Lek behoren, die men ook terugvindt in de Grote Kamer van Oudmunster en ook aan oude aan beide kerke gedane schenking zullen te danken zijn. 3 Later hebben de twee kapittels samen goederen aangekocht, niet alleen landerijen, doch ook de heerlijkheden Hagestein. Wrijving bleef niet geheel uit, zodat in 1578 een scheiding overwogen werd 1 , die omtrent de meeste landerijen in 1653 is voltrokken 2 ; de heerlijkheid bleef nog gemeen bezit tot de verkoop in 1675. Voor de gemeenschappelijke handelingen ambarum ecclesiarum zijn nooit bijzondere registers aangelegd, zodat deze nauwe betrekking in de inventaris niet uitkomt. Reeds vroeg heeft het kapittel dan goederen in eigen beheer gehad, waarvan de opbrengst bestemd was voor de kleding van de kanunniken als anderszins. Sedert 1341 waren de vroeger gescheiden gehouden fondsen verenigd tot de zogenaamde Grote Kamer. 1 Waarom een aantal goederen, die eens aan afzonderlijke leden in beheer gegeven waren ,met gevaar van verduistering, en die tegelijkertijd onder een kameraar zijn gesteld met behoud van de naam Bona divisa, 2 niet meteen bij die van de Grote Kamer gevoegd zijn, is niet duidelijk. Indien er al eens een reden geweest is, waarom de Bona divisa ook Bona nobilium 3 geheten werden, is er toch in latere tijd nauwelijks een verschil in de wijze van verdeling van de opbrengst van deze goederen en van die van de Grote Kamer te ontdekken. 4 Behoudens enkele administratieve uitgaven kwam het inkomen ook zuiver voor de kanunniken. Deze profiteerden voorts, als boven gezegd, van dat van de Proosdijkamer. Dan had de domproost Floris van Jutfaas in 1333 de opbrengst van enige goederen bestemd tot verbetering van de prebenden, en deze Bona cerevisiae 1 hadden een eigen ontvanger, die we geregeld ontmoeten als mede belast met het beheer van de Bona choralium, waarvan de naam duidelijk genoeg is. Dezelfde kreeg op den duur ook te zorgen voor de eerst afzonderlijk gehouden Bona vicariorum absentium, waaromtrent valt op te merken, dat de rekeningen doorgaans alle vicariegoederen vermelden, doch alleen met bedragen van die welke om een of andere reden - vooral permutatie (koop) - voor enige tijd aan het kapittel ten goede moesten komen; de voornaamste post in de uitgaven was een uitkering aan de Kleine Kamer. De meestal weinig betekende overschotten van de beide laatstgenoemde soorten van goederen verdeelden de kanunniken bij tijd en wijle onder elkaar. Zo ging het ook met de Bona succentorum, 1 door de domdeken Ludolf van Veen geschonken voor de verbetering van het kerkgezang. Door de Hervorming werd het kapittel in de onmogelijkheid gebracht de fondsen voor choralen en succentoren volgens de bedoeling van de stichters te besteden; het heeft de choralen gelicentieerd, 1 doch de matrona choralium en de rector choralium betaald, deze nog tot 1622, en ook de beide succentoren, van wie de enige overgeblevene eveneens in 1622 voor het laatst in de rekening voorkomt. De rekening van de Bona cerevisiae met de sedert land daarbij gevoegde goederen is nog een twintigtal jaren afzonderlijk gehouden, vervolgens in 1642 overgedragen aan de Kleine kameraar, die de goederen dan in de rekening over 1643 heeft geplaatst waar zij naar ligging behoorden, tussen de andere van de Kleine Kamer; een uitzondering is hierbij gemaakt voor de immers wisselde inkomsten uit vicarieën; deze zijn naar de rekening van de Fabriek overgebracht. Of de Dom zelf als eigendom van het kapittel mocht worden aangemerkt, is nog een vraag. Bij de opheffing is dit standpunt wel ingenomen, dat overigens in de revolutiejaren door de kapittels verdedigd was om te ontkomen aan de in het algemeen voor kerkgebouwen gemaakt voorschriften. Volgens het Rechtsboek behoorde de benoeming van de procuratoren van de nieuwe fabriek aan de bisschop en aan het kapittel, en inderdaad blijkt nu en dan van aanstellingen van een fabriekmeester door de bisschop, 1 hoewel er steeds door één procurator rekening is gedaan. Inkomsten en uitgaven waren hier zeer afwisselend, de eerste door de zeer ongelijkmatig vloeiende collecten en questen, als ook door de ongeregelde toewijzing van prebendeninkomsten bij overlijden of verkoop aan de fabriek, de laatste, doordat het kapittel zijn gehele huishouding, afgezien van enkele vaste uitgaven, over de fabriek liet lopen. In de zestiende eeuw was er soms een tekort, soms een overschot. De troebele tijden deden verschillende maatregelen in overweging nemen; in 1577 beproefde men het met twee bezoldigde rentmeesters uit de burgerij, doch in 1579 werd de oude toestand hersteld. 1 In 1586 is in beginsel de vereniging van de vijf reeds genoemde kamers: Grote Kamer, Proosdijkamer, Bona divisa, Bona cerevisiae en Fabriek, tot Grote Kamer tot stand gekomen; wel waren er in 1590 nog eens vier kameraars, doch van 1591 af bleef het bij twee. De Kleine Kamer hield men afzonderlijk. Van 1596 af vindt men achter de rekening van de Fabriek een staat van de vijf (sedert 1643 vier) kamers, waarvan het gemeenschappelijke goede slot voor verdeling in aanmerking kwam. Dat deze som slechts gering was, lag aan het stelsel van assignatie, dat reeds lang - sedert ongeveer 1530 - voor restanten was toegepast, maar omstreeks 1580 ook voor een groot deel van de pachten was ingevoerd. Elke kanunnik kreeg recht op een zekere som in het jaar en nu werden zovele pachtsommen bijeengevoegd als nodig was om tot dat bedrag te komen, en daarna werd er geloot. De kanunnik had dus enige zekerheid, maar ook het risico van wanbetaling. 1 Het totale bedrag van deze ministraties kwam achter de uitgaven van de Fabriek te staan en werd op die wijze in de staat van de kamers overgebracht. In het archief vindt men nog vele staten en lootcelen betreffende deze uitkeringen, welke stand gehouden hebben tot kort voor de grote oorlog van 1672, die de financiën van het kapittel voor lange jaren in de war heeft gestuurd. Onder de Kleine Kamer, die afzonderlijk gehouden was, vielen de goederen, die voor memoriediensten waren geschonken. In uitgaaf kwamen de presentiegelden voor hen die in het koor aanwezig waren geweest. Het archief bevat een aantal bescheiden betreffende de deswege gevoerde administratie, die na de Hervorming werd voortgezet, maar nu gegrond op een schijnvertoning, waarmee de presenties heten te zijn verdiend. Toen de genoemde oorlog de Grote Kamer en haar assignaties ontredderde, hebben de kanunniken zich op de Kleine Kamer geworpen en aan elke prebende een aantal goederen toegevoegd, 1 welke eerst nog pro memorie in de rekening vermeld, doch na enkele jaren daaruit weggelaten werden. Alleen kwamen, zoals uit het hierboven medegedeeld voortvloeit, de tot de loten behorende goederen tijdelijk in de rekening voor, wanneer volgens de oude regelen bij overlijden of permutatie de inkomsten van een prebende aan de Fabriek hadden moeten komen. Van 1686 af is er maar één kameraar geweest, hoewel de rekeningen uiteengehouden zijn. Steeds volgt na die van de vier kamers een staat, dan de rekening van de Kleine Kamer, en meermalen een balans van de Grote en Kleine Kamer. In het laatst van de eeuw is men begonnen de baten en tekorten van beide kamers te verenigen en telkens naar omstandigheden te bepalen, hoeveel kon worden geministreerd en op welke rekening een saldo moest worden overgebracht. Ook is van tijd tot tijd wel wat vereenvoudigd, maar tot het einde toe hebben allerlei dwaze overboekingen van de ene op de andere kamer standgehouden. De vicariegoederen vormden nog een afzonderlijk complex, op het beheer waarvan het kapittel het toezicht oefende. Het heeft dan kans gezien een regeling te treffen , waarbij de titularissen maar een gering bedrag aan presentiegelden ontvingen, terwijl de corpora van de fundaties door het kapittel werden geacquireerd. Uit deze geacquireerde vicarieën, waarvan de rekening achter die van de Kleine Kamer gesteld werd, kon dan geregeld een bedrag aan de heren worden geministreerd. De bezitter van een prebende genoot dus zijn presentiegelden uit de Kleine Kamer, de ministratiën uit de Grote of Kleine Kamer en uit de geacquireerde vicarieën, de vruchten van de aan zijn lot verbonden goederen uit de Kleine Kamer, voorts zijn aandeel in de door een nieuwen kanunnik voor zijn admissie te betalen gelden, eveneens in de som waarvoor de annale residentie kon worden afgekocht, en andere emolumenten. Of een pachtgoed tot de ene of de andere kamer of tot een vicarie behoorde, maakte voor de registratie van de pachtbrieven geen verschil. Zo werden ook de tienden van de onderscheiden kamers vanouds tezamen verpacht. Daarom is in deze inventaris van een splitsing van de bescheiden naar de kamers afgezien, behalve wat betreft de rekeningen en de onmiddellijk daarmede in verband te brengen stukken. Zo zijn ook de documenten die op het kerkgebouw betrekking hebben, bijeengesteld en niet geschikt bij de Fabrieksrekeningen, waarvan zij wellicht als bijlagen konden worden beschouwd. Het is van belang het wereldlijk karakter van de kanunniken niet uit oog te verliezen. Zij waren belast met het financieren van een kerk, maar wanneer men op hun eigenlijk karakter let, begrijpt men dat zij even weinig bezwaar hebben gehad om van de zorg voor de Roomse dienst te worden ontheven, 1 als merkbare geestdrift getoond hebben om daarna in het onderhoud van de predikanten bij te dragen. Waarmee niet ontkend wordt, dat zij eens inderdaad geestelijken zijn geweest. Volgens Wstinc, die verhoudingen uit de veertiende eeuw beschreven heeft, behoefde alleen de custos dormitorii geen enkele wijding. Negen van de kanunniken moesten priesters zijn, tien diakens, tien subdiakens en negen acolieten. 1 Blijkbaar verwaarloost de schrijver in deze mededeling de beide priesters, die de halve imperiale prebenden bezaten. In de acolieten mogen we de scholaren zien, voor wie in de achttiende eeuw de houders van dode prebenden in de plaats gekomen zijn. Gerlach van der Donck, die de toestanden van de vijftiende eeuw heeft weergegeven, leert ons, dat men destijds nog evenals in de dagen van Wstinc enige wijding behoefde om tot het kapittel te worden toegelaten, ook enige dienst moest hebben gedaan. 2 De bescheiden uit de zestiende eeuw vestigen de indruk, dat de meerderheid zich inderdaad tot het minimum van het vereiste heeft bepaald. Het enig ernstig verschil tussen een kanunnik en de leek bestond dan in het verbod tot het aangaan van een wettig huwelijk. Dat met dit verbod de neiging tot gezinsvorming niet gebannen is geweest, komt in de archivalia hier en daar wel uit, ook dat er doorgaans maar vrij slap tegen opgetreden is. Toen in 1429 een kanunnik zich verstoutte in de vorm te trouwen, heeft het kapittel zijn prebende aan een ander geconfereerd, doch pas drie jaar later geadmitteerd, nadat de overtreder gestorven was. De doorgaans goed geïnformeerde Wouter Brock geeft interessante bijzonderheden over familiebetrekkingen van kanunniken uit de vijftiende en zestiende eeuw, waaruit men met enige voorzichtigheid gevolgtrekkingen kan maken. Men kan hem nog meer vertrouwen schenken, waar hij tot zijn eigen tijd nadert en mededeelt, dat in 1566 Johannes Beyer als turnarius zijn broeder Willem voordroeg - wat de resoluties bevestigen - 'ad usus Johannis Beyer filii minorennis ejusdem Wilhelmi', wat de resoluties er niet bij zeggen; nadat deze Willem Beyer in 1572 een supplement had verkregen, heeft hij nog in hetzelfde jaar 'geruild', of zoals Brock zegt, Johannes Beyer is toegelaten tot prebende en supplement 'ex permutatione facta cum Wilhelmo Beyer patre suo'. Blijkens de resoluties hebben wel sommige kanunniken geprotesteerd, maar dit gold meer het in de wacht slepen van een supplement, dan de opvolging van een vader door zijn zoon. Aan de vooravond van de Hervorming was men dus reeds met kanunnikenfamilies vertrouwd, en de regeling van 1580, die huwelijken toeliet, doch het zitten in hoerdom verbood, 1 laat zich gemakkelijk verstaan. De rechten (en plichten) van het kapittel tijdens de middeleeuwen blijken volgens de nog bewaarde stukken betrekking te hebben gehad op de verkiezing van de bisschop, de oprichting van collegiën van kanunniken, het verrichten van enkele handelingen bij vacature van de bisschopszetel; dan heeft de corporatie heerlijkheden en goederen verworven en ook voorrechten, die daarmee verband hielden. Zijn aandeel in het wereldlijk bestuur van het Sticht dankte het zowel aan zijn kerkelijke betekenis als aan zijn grondbezit. Vele rechten heeft het domkapittel overigens uitgeoefend met de andere kapittelen. Het archief Het schrijven van de brieven van het kapittel en het voorlezen van de ingekomen stukken aan dit lichaam behoorde oudtijds tot de taak van de scholaster. 1 In de veertiende eeuw wist men dit nog, maar toen reeds werd het briefschrijven voor hem waargenomen door een scriptor ecclesie, elders notarius juratus ecclesie. 2 Het Rechtsboek verwijst, bij de vermelding van het ambt, naar een eed, waarvan het formulier in het betreffende hoofdstuk is uitgevallen. Hier moge deze daarom aangehaald worden, zoals hij voorkomt in de resolutie van 10 oktober 1408 tot toelating van H. de Vyvario; deze zweert: 'quod fideliter et legaliter exercebit officium et quod non revelabit secreta in generali nec in specie, et quod non presentabit literas ad sigillum nisi lecte fuerint in capitulo et signate signis consuetis et quod non dimittet a se literas pactionales nisi recepta et scripta recognitione in forma consueta.' Men moet het ambt dus beschouwen in verband met dat van de conservatores clavium sigillorum ecclesie, welke heren vier in getal waren, de deken meegerekend. Zij moesten de sleutels bewaren, welke de toegang verschaften tot het zegel en hetgeen verder bij het zegel in archa lag. De notaris mocht hun geen stuk ter zegeling aanbieden dan door hem zelf geschreven en op de bekende wijze gewaarmerkt; betreffende de literas perpetuas, de erfpachtbrieven, was bovendien voorgeschreven, dat zij voor de uitgifte moesten zijn geregistreerd; geen pachtbrief mocht uitgegeven worden, tenzij eerst de reversbrief in de gebruikelijke vorm was ingekomen. De signa, welke voor de bezegeling op de akten werden geplaatst, zijn ten dele niet gemakkelijk voor de latere beschouwer te herkennen. Men vindt onder pachtbrieven van 1376 en later geschreven: 'Lubertus decanus' en 'H. Bo. S(cripsi)' of 'H. Bo. Pro c(apitulo)'. In 1386 ontmoet men hier in de plaats van dezen: 'Tydeman Uptende s(cripsi)'. De recognitiones maakte blijkens talrijke voorbeelden de notaris op; hij voorzag ze van zijn naam en bood ze dan de bisschoppelijke officiaal ter bezegeling aan. Uit de handeling blijkt op zichzelf niet of hij ze verrichtte in opdracht van de pachter dan wel van de officiaal, maar uit het opschrift van een recognitie van 1386: 'Scriptum per me Ty. Uptende de mandato domini officialis' moet tot het laatste besloten worden. De pachter kwam dus formeel met de locatie bij de officiaal, die de last tot het opmaken van de recognitie aan de notaris gaf; de pachter zal dan zegelrecht en schrijfloon betaald hebben en de notaris deponeerde de recognitie in het kapittelarchief. In de werkelijkheid zal de notaris alles wel voor de pachter bezorgd hebben. Na afloop van de pacht zijn vele locationes teruggegeven en in het archief gelegd, waar zij naast de recognitiones weinig nut deden. 1 Van de registratie, waarvan in het eedsformulier van 1408 sprake is, zijn nog sporen bewaard. 'R(egistrata)' is een zeer gewone, hoewel niet altijd voorkomende aanduiding op de rugzijde van de charters. In de veertiende eeuw vindt men dikwijls 'R. per W.' of 'R. per H. Bo.', het eerste vroeger dan het tweede, doch vrij land daarnaast. 'H. Bo.' Is zonder twijfel Henricus Boning of Boeningh. Uit de tijd van deze notaris zijn nog twee registers bewaard (nrs. 601 en 2685), doch deze zijn niet bedoeld met de dorsale aantekeningen: 'R. in magno registro, in antiquo libro (cartarum), in registro camere minoris, in registro choralium, in quaterno meo'. Deze boeken bestaan niet meer. Het grote register en het oude boek zijn misschien hetzelfde, want de aangehaalde folia van het laatste tellen meer dan 350; zeker is het nochtans niet. Een tijd lang heeft men geregistreerd op losse bladen die in het register gelegd werden; een stuk van 1354 stond 'in pergameno extravaganti folio primo', documenten van 1355 en 1358 aldaar op fol. 8 en 13. Op een oorkonde van 8 juli 1371 staat: 'R. per H. Bo. in novo registro'; men vindt het stuk in Liber hirsutus op fol. 21, waar Bonings hand niet te miskennen is. 1 Dat stukken van 1383 voorafgaan is geen bezwaar, want op akten van dit jaar vindt men nog 'R. per H. Bo.'. Tussen 1383 en 1386 zal deze dan vervangen zijn door Tydeman Uptende. Boning is ook de schrijver geweest van de dorsale aantekeningen, welke wijzen op de bewaring en indeling van het archief. Hij heeft geweifeld tussen de redacties 'pertinet ad' en 'ponatur inter'. Hij vormde afdelingen van de literae eposcopi, prepositi, sociorum, wees stukken toe 'ad episcopum, prepositum, decanum, scholasticum, chorales'. Mogelijk waren de literae sociorum onderverdeeld; er was een capsa fundationum altarium en een afdeling testamenta sociorum. Afgezien van de stukken van de bisschop, de prelaten en de vicarissen, was het eigenlijke domarchief verdeeld in rubrieken: privilegia, statuat, testamenta, communes literae - waarvan de quitancie een onderafdeling geweest kunnen zijn. Pachtbrieven (temporales) en erfpachtbrieven (perpetuas) heeft hij onderscheiden en voorts toegewezen 'ad maiorem cameram, ad minorem cameram, ad bona divisa, ad officium cerevisie (cerevisiam, avenam), ad fabricam' en hier gelegd op de naam van de parochie waarin het pachtgoed lag; de laden of dozen voor de verschillende parochies zullen in alfabetische orde opgesteld geweest zijn, waarbij de stukken betreffende huizen in de stad inter areas op de A kwamen. Zo waren de bescheiden van de vicarieën toegewezen 'ad altare ..'. Daar de domfabriek maar een gering grondbezit had, leest men: 'ad fabricam, sed ponatur ad cameram minorem inter temporales'. De afdeling inutiles verdient nog de aandacht. Deze stukken hebben wel nut, maar geen dadelijk nut. 1 Zij kunnen zuiver historisch belang hebben, dienen dus propter memoriam. Maar er komt nog iets bij: 'servetur ad memoriam, ut si quandoquiden similis discordia eveniret, bonum esset exemplar, et alias non video ad quod valeat; reservetur pro tempore futuro, ut si similis casus continget, quod haberetur pro informatione, sed pro nunc ponetur inter inutiles'. Niet alleen tot lering hoe men in voorkomende handelingen zich gedragen zal, zijn de stukken van waarde, maar reeds als modellen van taal en stijl: 'servetur propter copiam; potest servari proter formam et aliquas protestationes utiles in ipsa'. Onder de stukken in het domarchief waren blijkens het hierboven medegedeelde verscheidene, welke door de notaris van het kapittel voor de bisschoppelijke officiaal waren opgemaakt. Er waren er meer, tot welker samenstelling hij medegewerkt had; verschillende akten zijn gezegeld door de bisschop en de domfabriek, nadat zij o.a. gewaarmerkt waren: 'auscultatum per me Ty. Uptende' of: 'auscultatum per me Jo. Rest.', 'S(cripsit) Lud. Schulte' of 'Jo. Thiderici' zullen optekeningen van de bisschoppelijke notaris geweest zijn. Jo Best komt een paar malen op stukken van 1397 voor: we mogen hem houden voor de kortstondige opvolger van Tydeman Uptende. Een bijzonder geval biedt de oorkonde van 6 oktober 1386, waarin de bisschop aan de vijf kapittels een belangrijke verklaring geeft; zij is gezegeld, maar bovendien gewaarmerkt 'per me ipsum' en 'Ty. Uptende scripsi', en elk van de kapittels ontving er een exemplaar van. Ook hier leren we, dat de werkzaamheid van de notaris zich verder uitstrekte dan het schrijven voor het domkapittel alleen. 1 Het behoeft ons ook niet te verwonderen, dat de protocollen van de opeenvolgende notarissen hun werkzaamheden niet scherp gescheiden houden. De reeks van de schrijvers, notarissen en secretarissen van het kapittel begint dus, zover bekend, met de persoon, die schuil gaat in de aantekening 'R. per W.' Op een recognitie van 1361 staat: 'Recognitio facta est in presentia domini J. Albi not. Jo. Albus'. Mogelijk is W. dus Wit, maar het blijft onzeker. Nog minder zeker is, wie bedoeld is met 'per Hugonem' op een oorkonde van 1354. 'R. per Jo. Mul' komt op stukken van 1356 een paar malen voor, 'R. per H. Bo.' op vele van 1345 af. Daar de registratie zeker niet altijd in het jaar van de uitvaardiging van de oorkonde plaats gehad heeft, mogen we de data van de geregistreerde oorkonden niet als aanvangs- en eindjaren van de dienst van de notarissen nemen. De opvolging in de veertiende eeuw zal toch wel geweest zijn: W(it), Boning, T. Uptende, Best. Na 1400 hebben we gegevens in de resoluties en in de rekeningen, waarin de jaargelden van de notarissen zijn verantwoord 1 : deze vullen elkaar aan en bewijzen mede, dat de nog aanwezige protocollen geenszins alleen hun werkzaamheid voor het kapittel kunnen betreffen. De lijst ziet er aldus uit: Wilhelmus de Riebeec geen datum H. de Vicario (10 oktober 1408) Henricus van de Laen (12 oktober 1411) Johannes de Galencoep (Rek. 1422, 1424) Wilhelmus Medenblyc (Rek. 1426, 1430, 1435) Wilhelmus Pauli (Rek. 1437 'cum filio suo') Paulus Wilhelmi (rek. 1440-1447) Petrus Hasert, Joannes Vliegher (Rek. 1461) Cornelius de Brouwershaven geen datum Matthias de Brouwershaven (Rek. 1487-1494) Michaël Keyen (24 maart 1495) Johannes van Hoey (Rek. 1508-1509) Gerardus Beyer (16 mei 1509) Johannes van Goch (17 oktober 1518) Willem van Maastricht (Rek. 1526-1533) Sander van Bommel (Rek. 1534-1552) Johannes van Lamzweerde (10 jan. 1547, Rek. 1554-1571) Willem van Lamzweerde (Rek. 1572-1579) Paulus Judoci (Pauwels Joosten 9 oktober 1579) Bruno van Kuyck (maart 1601) Johannes van Weede (14 januari 1611) Mr. Everhard van Weede (5 april 1624) Willem van Weede (1 mei 1665) Aarnout van Drakenborch (3 juli 1682, vanaf 1693 samen met zijn zoon) Mr. Everard Drakenborch (1693 naast zijn vader, 1717 alleen) Mr. Jacob Gobius (3 juli 1747) Pieter Cornelis 't Lam (3 mei 1756) Mr. Johan Lambertus Kien (20 mei 1776) Men vergelijke hetgeen bij de acta capitularia of resolutieboeken van het kapittel aangetekend is. De gegevens omtrent de lotgevallen van het archief zijn spaarzaam. Er bestaat een fragment van een Repertorium literarum jurium et priv(ilegorium) tam Maioris quam generalis ecclesie Trajectensis necnon patrie et episcopi Trajectensis conservatorum in archivis dicte Maioris ecclesie, factum anno Domini 1460 die 19 mensis Marcii per venerabiles dominos magistros Petrum de Gouda et Jacobum Dibbout canonicos Trajectenses. In de archiefkamer bevonden zich dus het domarchief, het lands- of Statenarchief en het bisschoppelijke archief, en men zag het principieel onderscheid in; we kunnen, ook daarom, toejuichen dat de beide laatste archieven door mr. Muller van het domarchief zijn afgescheiden, zo goed als het kon. Natuurlijk heeft men niet in één dag een repertorium van drie archieven kunnen maken, maar het is geenszins onmogelijk, dat de genoemde domheren het bij één dag gelaten hebben. Van de zestien bladzijden, die het fragment telt, zijn maar zeven beschreven. Het mag enige verwondering wekken, dat zij begonnen zijn met de Bona divisa, onderverdeeld: A prima, A secunda, B, C, G, H, I. Voor elke letter zal een doos of lade bestemd geweest zijn, waarbij voor de A twee nodig waren wegens de talrijke aree. We mogen wel aannemen, dat het systeem van Boning gehandhaafd was. Dit wordt ook bevestigd door de in tijdsorde volgende inventaris. Deze is geschreven door de notaris Michaël Keyen omstreeks 1500; bij de stukken in de 21e lade wordt een document van dit jaar vermeld. De materie is beschreven naar de laden. Lade 1-4 bevatten donationes, lade 5 privilegia, laden 6-8 statuta; laden 9-21 zijn bestemd geweest voor de proosdij, lade 22 voor het decanaat, laden 23-43 voor de Grote Kamer. Enige van de laden van de laatste groep hebben locale titels. Bij de inventaris is sedert lang een gedeeltelijk bewaarde kopie ingebonden, waarin tussen de beschrijvingen van de tweede en derde lade een katern ingevoegd is, dat vroeger deel uitgemaakt heeft van een ander register. Het hoofd van dit stuk luidt: 'In prima lada ex quatuor triplicatis ladis, in quibus conservantur litere tres status et quinque ecclesias generaliter concerentes'. Hierop volgt de beschrijving van twee van deze drievoudige laden. Het gevaar, dat stukken na gebruik in de verkeerde lade gelegd worden, is nooit denkbeeldig en kan in de loop van een paar eeuwen tot ernstige gevolgen leiden. In de zestiende eeuw heeft de toestand van hun archief de domheren herhaaldelijk aanstoot gegeven. Er bestaat nog een presentieboekje van een commissie voor het archief, die van 1520 tot 1525 een aantal malen vergaderd heeft, zonder dat duidelijk wordt wat ze uitgevoerd heeft. De secularisatie van het bisdom bracht een afstand van archiefstukken mee, welke op zichzelf reeds de orde moest bedreigen. Dan kunnen we van 1548 af gedurende ongeveer een kwart eeuw sporen vinden van de werkzaamheden van een archiefcommissie, wier samenstelling herhaaldelijk is gewijzigd. In het genoemde jaar zijn de heren M. Groeff van Erkelens en J. Beyer met de secretaris belast met het nazien van de archiefladen, waarvan zij de inhoud in debito ordine moesten leggen; zij zouden een daggeld ontvangen van drie stuiver, terwijl de scholaster Adriaan van Renesse en mr. Lambert ten Duynen hun bijstand belangeloos zouden geven, voor zover zij tijd hadden. De rekening van de domfabriek over 1550 bevat een uitgavenpost van 20 stuiver 'pro quatuor cellis (lees: sellis) seu sedibus ad usum visitantium archivas que necessarie erant'. Deze archiefbezoekers zijn misschien de leden van de commissie geweest. 5 Mei 1553 besloot het kapittel, dat een bovenkamer in het kleine kapittelhuis zou worden ingericht 'ad reponendum ibidem omnia et singula ecclesie registra computationes er alia munimenta quorum usus est ipsis quotidia necessarius, cuius camere et loci camerari decite ecclesie habebunt claves ad recurrendum et ibidem petendum elucidationem negociorum ecclesie'; de fabriekmeester zou de kamer van de nodige lessenaars en tafels voorzien. Ook droeg het kapittel aan J. Beyer, J. van der Vecht en nog iemand, wiens naam opengelaten is, het registreren van alle brieven in het grote en in het kleine archief op; het heet dat dit al eens meer geschied was, maar dat de heren er nog niet veel tijd voor hadden kunnen vinden, weshalve J. van Bruhesen en A. van Galema hun zijn toegevoegd. De naam van J. Beyer wekt de gedachte, dat we hier de oude commissie van 1548 ontmoeten. Deze heeft van haar werkzaamheden enkele aantekeningen achtergelaten in het in 1520 aangelegde presentieboekje; ook moet haar blijkens het schrift een fragmentinventaris van zeven laden worden toegeschreven, beginnende: 'In prima lada signata A 1'. Ook van dit fragment zijn een deel van de bladen onbeschreven; de heren zijn al in de B blijven steken. We kunnen er toch uit zien, dat de pachtbrieven niet waren geordend naar de kamers, waarop ze betrekking hadden. 5 Mei 1564 verbood het kapittel de raadpleging van registers en rekeningen op andere plaatsen dan in het kleine archief of in het kapittelhuis; uitgeleende archivalia moest men binnen 24 uur terugbrengen. Zo zullen van tijd tot tijd nog meer besluiten zijn genomen, die niet altijd opgetekend zijn. Op 14 april is een eerder niet vermelde commissie, welke aan de deken met alle kameraars, de kanunnik Poeleburch, de advocaat en de secretaris betreffende het archief gegeven was, vernieuwd, en 16 juli 1574 is de samenstelling van de deputatie weer gewijzigd; thans bestond zij uit de domheren Wilger van Kuyck en Johannes van den Berch met de advocaat, de secretaris en Wouter Brock. Blijkens het presentieboekje zijn de heren 47 maal bijeen geweest, voor het laatst op 4 oktober. Zij moesten twee uur in de voormiddag en even lang in de namiddag werken en ontvingen op elke zitting een beker wijn. In 1580 vond men het archief in de kerk zelf niet veilig bewaard en besloot men de voornaamste stukken over te brengen naar het huis van mr. Johan van Wee, daarna naar dat van de domscholaster. Een en ander bracht werk mee, waartoe de heren Dirck Muylert, mr. Johan van Wee, Johan van Schade en Willem van Cleeff opdracht ontvingen. Het register, dat verslag doet van hun werkzaamheden, van 27 juli tot 15 augustus van het genoemde jaar, bewijst dat ook de secretaris daaraan deelgenomen heeft. De beschrijving bleef in de letter L bij Leersum steken, vermoedelijk ook de verdere arbeid, omdat men de toestand minder onzeker heeft geacht. De bescheiden in het archief laten ons dan over een lang tijdvak in het onzekere omtrent zijne lotgevallen. In 1614 oordeelde het kapittel maatregelen nodig om de papieren, charters en registers in de secretarie beter tegen vocht te beschermen; reeds waren stukken geheel vergaan. 4 Juli besloot het dus met de metselaar over de reparatie van de secretarie te spreken. Met de verbetering van de beschrijving maakte men ook thans geen haast. Eerst 14 oktober 1633 is een commissie voor de ordening van de archieven ingesteld, bestaande uit de deken Johan van Reede, de domheren mr. Alexander van Lamzweerde, jhr. Derck Mulardt en jhr. Cornelis de Regniere, en de secretaris, 'om de schryften van archieven in ordre te stellen, daarvan memorie ende inventaris te maken, ende alles te doen dat daarvan dependeert'; elk van de heren zou 120 gulden ontvangen. 7 Juli 1634 kon de commissie rapport uitbrengen met overlevering van een inventaris. Dit product is aan het schrift onder de nog aanwezige beschrijvingen te herkennen; er zijn zelfs twee exemplaren van. Men verwondert zich niet over het gemis aan volledigheid; de inventaris vermeldt alleen charters en deze niet alle, want in 't algemeen ontbreken de pachtbrieven. De materie is gesplitst in hoofdstukken, die als titels namen van plaatsen en gewesten hebben. Er bestaat echter nog een inventaris, die niet veel jonger zal zijn en die wel pachtbrieven bevat; hij is vrijwel onleesbaar, doch men kan hem beoordelen naar de twee bestaande fragmenten van een afschrift. Achter de pachtbrieven, welke op de namen van plaatsen 1 en deze in alfabetische orde gelegd zijn, volgen de stukken betreffende renten, vicarieën, proosdij, decanaat, scholasterij, thesaurie; eindelijk statuten, privilegiën. Dan horen we een geruime tijd wederom niets van het archief. 14 Augustus 1668 is besloten een nieuw slot en twee sleutels te laten maken op de kast in de kleine archiefkamer; de twee oudste in de stad aanwezige capitulaire kanunniken zouden de sleutels bewaren. Tijdens de Franse bezetting zijn de 'de papen' in de archiefkamer geweest en hebben er de sloten geforceerd, weshalve een commissie opdracht gekregen heeft om na te gaan wat er ontbrak, en daarvan aantekening te stellen in 'het register'. 1 Wij springen nu over naar het 1757, waarin het kapittel zijn archief heeft laten opknappen, in het bijzonder banden heeft laten vernieuwen. 1 De verdienste hiervan mag men zeker ten dele de toenmalige secretaris 't Lam toeschrijven, maar de man, die zich in de volgende jaren het meest voor het archief heeft geïnteresseerd, is de domheer Gerard Munniks geweest. Hem zijn op 2 mei 1758 de sleutels in handen gegeven, die daartoe de toegang verleenden, en hij heeft daarin ook na zijn resignatie in 1789 vrij mogen rondgaan. 2 Hij was het, die het verzoek van prog. Bondam, sedert 1773 hoogleraar te Utrecht, in 1774 inbracht om tegen recepis stukken uit het archief te lichten; het kapittel stond dit toe, mits Munniks toezicht hield. 1 Was in 1769 reeds in het algemeen aan alle capitulaire kanunniken niet alleen het recht om de notulen in te zien, maar ook het recht om daaruit voor zichzelf afschriften te maken toegekend, toen in 1776 een lid van de Staten van Utrecht nasporingen in het archief wilde doen om de rechten van de provincie tegen die van Gelderland te bewijzen, stond het kapittel ook dit toe, mits in tegenwoordigheid van Munniks. 2 De machtiging ten behoeve van prof. Bondam is nog in 1774 meer algemeen gesteld 1 ; hij mocht stukken lichten, ten einde daarop een register te vormen, en gebruik maken van zulke, die de domheren zouden kunnen te stade komen. Men mag wel aannemen, dat Munniks voeling met Bondam heeft behouden en eveneens met baron van Spaen, die over de inhoud van een aantal archiefladen aantekeningen gemaakt heeft, welke Bondam heeft overgenomen. Deze beschreef zelf de inhoud van de laden 97-114. Mr. P. van Musschenbroek heeft dan van alle laden een inhoudsopgave vervaardigd, waarbij hij zich voor de meeste bepaalde tot de vermelding van het getal van de charters zonder meer, maar soms uitvoeriger te werk ging. Deze opgave is met die van Bondam en Van Spaen en afschriften van oudere, reeds vermelde fragmenten van inventarissen in één band verenigd. De telling van de laden gaat terug op die in de zeventiende-eeuwse beschrijving. Van het afschrift daarvan bestaan nog thans twee katernen, waarin laden 46-47 en 68-96 met 169-176 zijn behandeld, maar Van Musschenbroek heeft nog het eerste katern met de laden 1-21 gekend. In zijn tijd waren de laden 24, 122-144, 149-162, 164-168 en 179-180 leeg, maar of deze ooit gevuld geweest zijn en waarmee, is moeilijk te zeggen. Hoewel we het waarschijnlijk mogen achten, dat door de raadpleging in het laatst van de achttiende eeuw een aantal stukken in verkeerde laden gekomen zullen zijn, is de ordening van het archief niet principieel gewijzigd. Na de opheffing van het kapittel schijnt de archiefkamer jaren lang nauwelijks betreden te zijn tot september 1823, toen mr. J.C. de Jonge, substituut-archivaris van het Rijk, ze bezocht. Hij bracht daarvan een rapport uit, waaraan een vluchtige beschrijving van de inhoud van de door hem geopende 180 archiefladen was toegevoegd, welke volkomen met de laatst vermelde overeenstemt. Was het 'grootste archief' dus geheel ontzien, geheel anders was het gegaan met de stukken in en bij de secretarie. De enkele feiten, die omtrent de lotgevallen van deze stukken zijn te bewijzen, vul ik aan op de wijze, die mij het meest aannemelijk voorkomt. De intendant-generaal Gogel heeft de inspecteur-generaal Temminck instructies gegeven tot het in bezit nemen van de kapittelgoederen en de overbrenging van deze onder de administratie van de rentmeester-generaal van de domeinen in het voormalig departement Utrecht. De genoemde heer Temminck belastte voorlopig met de administratie de domheer G.B. van de Velde van Voorst, die in de liquidatie dus een grote rol moet hebben gespeeld. Er bestaat het proces-verbaal van de overdracht door hem aan de inspecteur van de domeinen te Utrecht van boeken en papieren, behorende tot de lopende administratie, waarin een gering aantal registers en voorts vele pachtbrieven en erfpachtbrieven voorkomen. Een zuiver proces-verbaal is het niet, maar het stuk is op deze wijze voor de praktische behoefte van de dienst van de domeinen ingericht, dat het de pachten, erfpachten en uitgangen stelselmatig opsomt, ook waar geen bewijs voor het recht van het kapittel voorhanden was dan uit de rekeningen zou hebben kunnen zijn geput. Op de verdere bescheiden heeft de inspecteur begrijpelijkerwijs geen prijs gesteld. Behalve dit op 12 november 1812 ondertekende proces-verbaal zijn er nog een paar minuten of afschriften van inventarissen van overgedragen stukken van iets vroegere datum. Op één ervan komen series pacht-, erfpacht- en leenregisters voor, welke ten dele weer op te merken zijn in het proces-verbaal van november, wat aanleiding geeft om te betwijfelen of de oudere overdracht inderdaad wel heeft plaats gehad. Het lijkt dus of een gedeelte van de stukken onder de heer G.B. van den Velde van Voorst gebleven is, omdat hij ze niet kwijt kon worden, of dat ze onbeheerd ergens is de Dom stonden. Later heeft men gemeend, dat de genoemde her een deel van de archieven voor domeinambtenaren heeft weten te verbergen. Wanneer een boze opzet opgekomen is, kan men niet meer nagaan, maar zeker is dat hetgeen tenslotte onder hem was, waarvan de nagenoeg volledige reeks van resoluties het merkwaardigste was, door hem als particulier eigendom is beschouwd en vermaakt aan mr. P. Ras, president van het Hoog Militair Gerechtshof. Deze gaf de collectie in 1851 aan het Rijk ten geschenke. Ofschoon de Commissaris van de Koning, die in deze een bemiddelende rol gespeeld heeft, de stukken te recht als Rijkseigendom beschouwde, heeft hij ter wille van de zaak geadviseerd geen bezwaar te maken tegen de onjuiste vorm, waarin zij met het domarchief zijn verenigd. Bij deze gelegenheid zijn ook enkele bescheiden van de heer Van de Velde van Voorst als particulier meegekomen. Toe dit geschiedde, waren de kapittelarchieven reeds zeven jaar lang verenigd met het Provinciaal archief. Dr. P.J. Vermeulen, die beide verzamelingen beheerde, heeft de bescheiden, voor zover zij geen charters waren, de zogenaamde boekdelen en bundels, geordend en mr. Muller is daarmee voortgegaan. De tot nu geldende inventaris is door deze in de jaren 1891-1895 voltooid, nadat reeds veel voorbereidend werk verricht was; enkele ambtenaren, als jhr. J. Hora Siccama tot de Harkstede en mr. R. Fruin hebben hulp verleend. Later heeft de heer Waller Zeper de series rekeningen nader beschouwd en mej. Van Soest de losse stukken. Aan de ordening van de charters van de Dom blijkt mr. G. Dedel, van 1826 tot 1831 archivaris van de kapittelarchieven, vermoedelijk wegens de grote omvang van deze collectie, niet te zijn begonnen. Wat er van een inventarisering nog over is, schijnt te moeten worden toegeschreven aan de geëmpoyeerden E.L. Glinderman en mr. A.A. van Oldenbarnevelt, genaamd Witte Tullingh, die na Dedel's dood in de archieven zijn blijven werken zonder dat omtrent hun arbeid een verslag is uitgebracht. Zij hebben de oude orde geëerbiedigd en de stukken in enkele summiere woorden, waarbij plaatsnamen, beschreven, een methode waartoe de ordening aanleiding gaf. De zeventiende-eeuwse beschrijving van de laden 1-62, als ook van laden 75 en volgende zou nog min of meer dienst hebben kunnen doen voor de collectie, waarop de laatst bedoelde inventaris van toepassing was. Ook mr. Muller heeft deze oude orde niet verstoord. Een grotere collectie, waarin de stukken in chronologische orde geplaatst zijn, moet veel vroeger gevormd zijn door omwerking van de inhoud van de charterkast. Deze chronologische beschrijving is door of tijdens dr. Vermeulen tot 1459 voortgezet en dan tijdens mr. Muller door F.A.L. ridder van Rappard tot 1582. K. Heeringa, 1929 Addendum In 1993 is de inventaris van Heeringa overgetypt en verwerkt tot een tekstbestand, inclusief alle aanvullingen en wijzigingen, zowel degene die in 1951 door Ph.J.G.G. van Hinsbergen tezamen met de index in druk waren gepubliceerd 1 als degene die daarna in het studiezaalexemplaar waren bijgeschreven. In het kader hiervan zijn destijds diverse inventarisnummers gespecificeerd en opgesplitst in meerdere nummers. Het betrof beschrijvingen die uit meer dan één materiële eenheid bestonden, zoals meerdere delen, pakken, charters, kaarten of een combinatie daarvan binnen één beschrijving. Deze eenheden vereisten door hun afzonderlijke berging een specifieke nummering. De nieuwe subnummers waren deels aangegeven door middel van bijschrijvingen in de oorspronkelijke inventaris, deels in een bij de inventaris behorende lijst van charters. In 2003 zijn al deze subnummers geïntegreerd in de bestaande inventaris. Tegelijkertijd is de tekst van de oude gedrukte inventaris gemoderniseerd en zijn de beschrijvingen van Heeringa waar nodig aangepast aan de hedendaagse archivistische conventies. Voor inventarissen van charters en regesten van oorkonden in het archief van het Domkapittel, zie het archief van het Rijksarchief in de provincie Utrecht 1826-1963, toegankelijk aan de hand van Inventarissen van het archief van het Rijksarchief in de provincie Utrecht 1826-1963, van de verzameling Van Musschenbroek en de verzameling Vermeulen door C. Dekker en J.H.M. Janssen als nr. 60 in de reeks gedrukte inventarissen van het Rijksarchief Utrecht (Utrecht, 1986), inv.nrs. 151-154 en 158-a-158-c. T.L.H. van de Sande, 2003 Inventaris 1. Algemeen 1.1. Resoluties, brieven en akten 1-1 acta capitularia, resoluties van het kapittel, 1402-1799 1402-1799 41 delen, 5 fragmenten van 3 delen en 2 banden Onvolledig. De acta capitularia werden gehouden door de notarissen of secretarissen van het kapittel, die daarbij niet steeds hetzelfde systeem toepasten. De oudste notarissen, van wie optekeningen in het domarchief bewaard zijn, hielden deze akten en andere akten niet scherp uiteen NB 1-1 1402-1419 Dit protocol is afkomstig van notaris Wilhelmus van Riebeec. Het vermeldt op 10 oktober 1408 de beëdiging als notaris van H. de Vivario. Van die dag af is het te beschouwen als particulier protocol van de eerstgenoemde notaris NB 1-2 1408-1410, 1411-1422 (1427) Dit protocol is afkomstig van notaris Henricus van de Laen, die zich hierin eerst in november 1411 notaris capituli noemt. Enkele aantekeningen achter in het deel, met dezelfde hand geschreven, lopen door tot 1427. Volgens de rekeningen van de receptor prebendarum defunctorum ad fabricam decedentium, waarin het salaris van de notaris verantwoord wordt, heeft deze notaris zijn ambt bekleed tot 1422. Het begin en het slot van het deel zijn te beschouwen als particulier protocol NB 1-3 1426-1437 Dit protocol is afkomstig van notaris Wilhelmus Broderi van Medemblick,die nog een ander protocol heeft nagelaten, dat geheel als particulier kan worden beschouwd. Volgens de rekeningen heeft tussen H. van de Laen en deze notaris Johannes van Galencoep gefungeerd NB 1-4 1437-1448 Dit protocol is afkomstig van notaris Wilhelmus Pauli, in de rekening van de receptor prebendarum defunctorum over 1437 vermeld 'cum filio suo', en van diens zoon Paulus Wilhelmi, die in de rekeningen over 1440-1447 voorkomt NB 1-5 1448-1462 Dit protocol is afkomstig van notaris Petrus Hasert, voor wie het ambt soms waargenomen is door Johannes Vliegher, die vanaf 1461 het salaris van de notaris trok. Het slot van dit deel zal daarom particulier protocol zijn NB 1-6 1468-1469, 1469-1470 1 omslag Het betreffen twee fragmenten. Dit protocol is afkomstig van notaris Johannes Vliegher, van wie nog een omslag met minuten van akten bewaard is, dat voor particulier kan worden gehouden NB 1-7 1471-1476 (1478), 1479-1481 1 omslag Het betreffen twee fragmenten. Dit protocol is afkomstig van notaris Cornelis van Brouwerhaven. Het is slordig bijgehouden. Van de hiaten wordt een verklaard door zijn reis naar Rome, gedurende welke Johannes Vliegher het ambt waarnam, 1472-1474 NB 1-8 1472-1474 1 stuk Het betreft een fragment. Dit protocol is afkomstig van de waarnemend notaris Johannes Vliegher. Alleen het eerste blad schijnt te ontbreken NB 1-9 1481-1495 Dit protocol is afkomstig van notaris Mathias van Brouwershaven NB 1-10 1495-1506 Dit protocol is afkomstig van notaris Michaël Keyen, die tot 1508 in het ambt was, maar in het laatst ziek was. In 1498 heeft Gerardus Beyer het ambt waargenomen NB 1-11 1507-1509 1 band Deze band bestaat uit de protocollen van de waarnemend notaris Gerardus Beyer over 1507, en van notaris Johannes van Hoey over 1508-1509 NB 1-12 1509-1518 Dit protocol is van de hand van notaris Willem van Maastricht, en is getrokken uit de minuten van notaris Gerardus Beyer en van hemzelf, waarbij de chronologische orde hier en daar is verbeterd. Enkele akten zijn opgenomen, die in de minuten ontbreken, vermoedelijk omdat zij op, thans verloren, losse blaadjes geschreven waren. Achterin zijn uit de minuten een aantal akten afgeschreven, die te beschouwen zijn als behorende tot het particulier protocol van G. Beyer, tot 1526, ook met oudere stukken, en een paar akten, welke in de minuten niet voorkomen, zelfs een statuut uit 1549 NB 1-13 1525-1529 Bij dit deel, dat een afschift is, zijn enige lappen van resoluties uit het jaar 1526 ingebonden, die in het deel zijn geregistreerd. Hoewel dit deel eerder begint, dan het in de volgende reeks vermelde minuut-register eindigt, komen er geen gelijkluidende resoluties in voor. Een van de lappen draagt de ondertekening van notaris Willem van Maastricht van wiens hand mede twee hierin gelegde losse bladen zijn, waarvan een uitgebreide resoluties van 1526 bevat, de andere resolutie uit het jaar 1528, welke in het deel niet voorkomen NB 1-14 1534-1544 Dit deel breidt de inhoud uit van de minuut-registers, zie de volgende reeks. Echter zijn onder andere de resoluties van de vijf kapittels en, minder stelselmatig, die van de Dom en Oudmunster, niet overgenomen. Sinds september 1543 geschiedt dit wel. Het deel is afkomstig van notaris Sander van Bommel, hoewel ook Angelus de Luwere en Malsen genoemd worden. Tussen de akten van april 1543 zijn uit een andere bron een aantal stukken betreffende de vacerende domproosdij afgeschreven en is tussen fol. 240 en 241 een dossier ingebonden betreffende de pogingen om deze proosdij in te lijven bij het bisdom NB 1-15 1545-1547 Dit deel sluit zich in tijdsorde aan bij de minuut-registers van de volgende reeks, maar boven de afzonderlijke resoluties vindt men opschiften in zwaardere letter, zoals ook in het hier voorafgaande deel waren aangebracht. Het deel is afkomstig van notaris Sander van Bommel, wiens schoonzoon Johannes van Lamzweerde op 10 januari 1547 als notaris van het kapittel is toegelaten. Van Bommel genoot echter nog het salaris tot 1553. Aan het deel hebben verschillende handen gewerkt NB 1-16 1547-1554 1-17 1554-1563 1-18 1563-1567 1-19 1567-1574 De secretaris Johannes van Lamzweerde werd een tijd lang bijgestaan door Willem van Lamzweerde. De handtekening van deze komt hier op 4 oktober 1569 voor, die van de oudste nog op 10 november 1571. Blijkens de rekeningen van de domfabriek fungeerde Johannes van Lamzweerde tot in 1572. Willem van Lamzweerde moet een klerk gehad hebben, die het register bijscheef uit de lappen NB 1-20 1574-1581 Dit deel heet in het hoofd 'prothocollum Guilielmi de Lamzweerde'. Sinds 9 oktober 1579 had hij tot substituut Pauwels Joosten (Paulus Judoci), wellicht vroeger zijn klerk. Deze volgde hem op 10 oktober 1580 op NB 1-21 1581-1587 1-22 1587-1593 1-23 1593-1598 1 band Deze band bestaat uit een vroegere lias, waarmee andere stukken verenigd zijn, terwijl er ook papieren los in liggen NB 1-24 1602-1611 Dit deel is grotendeels eigenhandig geschreven door de secretaris Bruno van Kuyck, die blijkens de index op de resoluties in maart 1601 was aangesteld en op 10 september 1610 is ontslagen. De hand van Johan van Weede, die in december 1610 tot secretaris is gekozen, en in januari 1611 beëdigd, komt reeds veel vroeger in het protocol voor NB 1-25 1611-1615 1-26 1616-1620 1-27 1620-1624 De laatste bladzijden van dit deel zijn geschreven door mr. Everhard van Weede, wiens hand veel overeenkomst vertoont met die van zijn broeder en voorganger NB 1-28 1624-1627 1-29 1627-1632 1-30 1632-1641 1-31 1641-1647 Tot in 1643 heeft secretaris mr. Everbard van Weede zelf het register van resoluties bijgeschreven, naar de korte aantekeningen, waarvan een gedeelte bewaard is (zie hierna). Sindsdien liet hij dit veel door een klerk doen, hoewel hij het soms zelf verrichtte, nog in 1662 NB 1-32 1648-1655 Willem van Weede, op 30 januari 1654 toegelaten als adjunct van zijn oom, heeft vanaf februari 1654 aan het register meegewerkt NB 1-33 1655-1660 1-34 1660-1666 Mr. Everhard van Weede († 1665) scheef in 1663 nog de namen van de presente kanunniken op NB 1-35 1666-1671 1-36 1672-1677 1-37 1677-1683 Op 3 juli 1682 heeft Willem van Weede het secretaris-ambt neergelegd ten behoeve van de schout Aarnout Drakenborch en diens zoon mr. Everhard Drakenborch. Deze schijnen het nodig geacht te hebben uit hun korte resoluties (zie hierna) eerst minuut-resoluties te vormen, die de jongste daarna in het net register overgebracht (zie ook vanaf nr. 2-11) NB 1-38 1683-1688 1-39 1700-1710 Het begin van dit deel is nog van de hand van de secretaris mr. Everard Drakenborch; de rest is door een klerk geschreven. Het is niet zeker of deze reeks voortgezet is, dan wel of de minuut-registers (zie de volgende reeks) voor de volgende vijftig jaren dienst hebben moeten doen als net-registers NB 1-40 1760-1768 1-41 1768-1772 1-42 1772-1776 1-43 1776-1782 1-44 1782-1788 1-45 1788-1794 1-46 1795-1799 2-2 Minuten van acta capitularia, resoluties van het kapittel, 1509-1811 1509-1811 1 band, 21 delen, 3 omslagen Onvolledig. Sommige notarissen of secretarissen van het kapittel hielden minuut-registers bij, waaruit een net-exemplaar, dat dan protocol van het kapittel heette, werd getrokken. Zie de voorgaande reeks NB 2-1 1509-1518 1 band Achter de eigenlijke akten van het kapittel volgen hier die van het generaal kapittel (de Staten van Utrecht), 1511-1516. Hierachter zijn een aantal bescheiden geplaatst, afkomstig van notaris Gerardus Beyer, die ook de voorgaande akten heeft geschreven, ten dele van zijn eigen hand, ten dele door hem van opschriften, kanttekeningen of bijvoegsels voorzien, niet in chronologische orde, 1507 (met retroacta sinds 1465)- 1522. Achterin liggen twee losse blaadjes, bevattende minuten van akten van het kapittal van de hand van notaris Willem van Maastricht. 1518. Een charter dat als omslag voor deze band heeft gediend, is beschreven onder nr. 2854-a NB 2-2 1518-1525 Dit deel, afkomstig van notaris Johannes van Goch, hoewel ook Willem van Maastricht en Malsen een paar malen vermeld worden, bevat mede akten van de vijf kapittels en van de Staten NB 2-3 1531-1532 Dit deel, afkomstig van notaris Willem van Maastricht, bevat ook akten van de vijf kapittels en van de Staten. In het deel liggen drie losse minuten van 1531, waarvan twee behorende bij een voorafgaand deel NB 2-4 1534-1537 Dit deel is afkomstig van notaris Sander van Bommel, die soms vervangen werd door Theodoricus van Malsen van wie een hierin gelegd blad met resoluties van 1533 afkomstig is, mogelijk ook een ander blad met resoluties van het voorjaar van 1534. Op de rand staat in dit deel dikwijls de letter R, waarmede de gedeeltes aangewezen zijn, die in net-register -zie voorgaande reeks, hier aangeduid als 'prothocollum ecclesie', zijn overgebracht. Dit is niet geschied met aantekeningen van voorbijgaande betekenis, over lopende processen b.v., maar ook niet met de resoluties van de vijf kapittels en, minder stelselmatig, met die van de Dom en Oudmunster NB 2-5 1538-1541 Dit deel, afkomstig van notaris Sander van Bommel, behalve wie ook Angelus de Luwere, 26 juni 1538 door het kapittel toegelaten om acta capitularia te schrijven en te ondertekenen, en Theodoricus van Malsen junior aan de samenstelling meegewerkt hebben, draagt hetzelfde karakter als het voorgaande deel NB 2-6 1541-1545 Dit deel, afkomstig van notaris Sander van Bommel, behalve wie ook Theodoricus van Malsen, bode van het kapittel, genoemd wordt, draagt eerst hetzelfde karakter als de voorgaande delen, maar sinds mei 1543 vormen de niet in het protocol van de kerk overgenomen gedeelten de minderheid. Het deel begint met einde van 1541 (1542 stijl van Utrecht) NB 2-7 1537-1580 1 omslag Deze minuten zijn niet allemaal in het protocol overgenomen. De omslag bevat ook extracten uit het protocol, die daarin in deze vorm worden aangetroffen. Het is afkomstig van de familie Van Bommel- Van Lamzweerde NB 2-8 1580-1581 Dit deel is afkomstig van notaris Pauwels Joosten. Op de rand van de bladzijden zijn de gedeelten, die in het protocol van de kerk overgenomen zijn, met de letter R aangeduid. In het deel ligt een losse minuut NB 2-9 1581-1594 1 omslag Deze omslag bevat lappen van resoluties, die afkomstig zijn van de secretaris Pauwels Joosten NB 2-10 1641-1646 1 omslag Deze omslag, de rest van een lias, bevat aantekeningen van gehouden vergaderingen, door andere gemaakt en door mr. Everhard van Weede overgenomen, minuten van akten, en extensiën door de genoemde secretaris gemaakt ten behoeve van de klerk, aan wie hij het bijschrijven van het net-exemplaar - zie de voorgaande reeks - overliet NB 2-11 1687-1701 Dit deel is geschreven door de secretaris mr. E Drakenborch NB 2-12 1701-1717 Dit deel is geschreven door de secretaris mr. E Drakenborch NB 2-13 1717-1728 Dit deel is geschreven door de secretarissen mr. E. Drakenborch en E. Drakenborch NB 2-14 1728-1747 Dit deel is geschreven door mr. E. Drakenborch NB 2-15 1747-1756 Dit deel is geschreven door de secretarissen E. Drakenborch en mr. Jacob Gobius en door klerken NB 2-16 1756-1760 Dit deel is geschreven door de secretaris Pieter Cornelis 't Lam. Deze heeft in 1760 wederom een net-register laten aanleggen. Aangezien dit deel de resoluties van 24 maart 1760 bevat en het volgende, evenals het exemplaar - zie voorgaande reeks - met 17 maart 1760 aanvangt, komen de resoluties van 17 en 24 maart 1760 in drievoud voor. De secretaris heeft in de volgende delen veel door een klerk laten schrijven NB 2-17 1760-1765 2-18 1769-1773 2-19 1773-1775 2-20 1775-1780 Sinds 1776 zijn resoluties geschreven door de secretaris Johan Lambertus Kien, maar ook deze heeft hier en in de volgende delen veel door een klerk laten schrijven NB 2-21 1780-1786 2-22 1786-1793 2-23 1799-1805 2-24 1805-1810 2-25 1810-1811 Hierin ligt een stuk, voor de insertie waarvan enige bladen opengelaten zijn NB 3-3 Punten van behandeling van de vergaderingen van het kapittel, met daarop genomen resoluties in het kort, 1602-1771 1602-1771 7 delen, 1 omslag, 3 pakken en 1 katern Onvolledig. Deze korte resoluties zijn geschreven door de secretarissen van het kapittel of hun klerk, tijdens of kort na de kapittel-vergaderingen NB 3-1 1602-1606 3-2 1612-1621 3-3 1630-1631 1 omslag 3-4 1637-1648 3-5 1675-1678 3-6 1678-1683 3-7 1685-1692 1 pak 3-8 1694-1703 1 pak 3-9 1703-1711 3-10 1711-1719 3-11 1720-1754 1 pak 3-12 1757-1771 1 katern 4 Extracten uit de resoluties van het kapittel betreffende politieke zaken, 1574-1581, opgetekend door professor Bondam, eind 18e eeuw eind 18e eeuw 1 deel 5 Index op de resoluties van het kapittel, 1495-1591, met voorin enige aantekeningen van historische aard 1 deel Deze index is afkomstig van de secretarissen Pauwels Joosten en Johan van Weede. De protocollen, waaruit zij hun aantekeningen hebben gemaakt, zijn nog aanwezig. Alleen zijn in het protocol van Johannes van Goch niet alle in de index vermelde resoluties aangetroffen, maar daar een van deze zich bevindt op een los blaadje, dat in het protocol ligt, is te vermoeden, dat de ontbrekende eveneens op losse blaadjes hebben gestaan NB 6 Index op de resoluties van het kapittel, 1534-1585 1534-1585 1 deel De handen, die deze index schreven, zijn niet die van secretarissen of klerken, die geregeld voorkomen NB 7-7 Indices op de resoluties van het kapittel, 1593-1643, 1637-1657 1593-1643, 1637-1657 2 delen Deze indices, die naar volledigheid streven, zijn afkomstig uit de secretarie van het kapittel NB 7-1 1593-1634 7-2 1637-1657 8 Indices op de resoluties van het kapittel, 1602-1719, met het begin van een alfabetische bladwijzer daarop, 18e eeuw 18e eeuw 1 omslag Deze index beoogt niet volledig te zijn NB 9 Aantekeningen uit de resoluties van het kapittel, 1602-1674 1602-1674 1 omslag 10 Alfabetische index op de resoluties van het kapittel, 1629-1635, 17e eeuw 1629-1635, 17e eeuw 1 deel Zeer onvolledig NB 11 Alfabetische index op de resoluties van het kapittel, 1535-1756, 18e eeuw 1535-1756, 18e eeuw 1 deel Zeer onvolledig NB 12 Register met minuut van de hoofdinhoud van de punten van beschijving voor de vergaderingen van het kapittel (en van die van de kapittels van de Dom en Oudmunster en van de vijf kapittels), 1602-1611 1602-1611 1 katern Het betreft een fragment. Het gedeelte over 6 juni 1603-15 mei 1609 ontbreekt NB 13-13 Punten van beschrijving voor de vergadering van het kapittel, 1595-1810 1595-1810 9 omslagen Onvolledig NB 13-1 1595-1599, 1606, 1638 13-2 1656-1662 13-3 1665-1671 13-4 1760-1765 13-5 1765-1772 13-6 1773-1780 13-7 1781-1788 13-8 1789-1797 13-9 1798-1810 14 Relaas van Dirk van de Hoeven, kapittel-bode (dormitorius), van zijn verrichtingen tot het beleggen van het kapittel, tijdens de vacature van het decanaat en op last van de oudste kanunnik als vice-domdeken, 1613 1613 1 stuk 15-15 Brieven aan het kapittel, ca. 1350-1811 ca. 1350-1811 3 pakken, 11 omslagen en 21 charters Zeer onvolledig. Bij de oudere brieven, tot het midden van de 16e eeuw, bevinden zich ook minuten van uitgaande brieven. Verder is een gedeelte van de brieven gericht aan de deken, een domheer, een kameraar of de secretaris, maar waarschijnlijk aan het kapittel overlegd, een ander gedeelte aan de kapittels van de Dom en Oudmunster, handelde over gemeenschappelijke aangelegenheden NB 15-1-a 1405-1496 1 pak 15-1-b 1496-1508 1 pak 15-2-a 1509-1521 15-2-b 1521-1538 15-3 1538-1539 15-4 1539-1585 1 pak 15-5 1573-1578 15-6 1592, 1603-1606 15-7 1618-1637 15-8 1634-1669, 1713 15-9 1680-1716 15-10 1705, 1708, 1737 15-11 1756-1766, 1771, 1783, 1800, 1802 15-12 1807-1811 15-13 ca. 1350 15-14 1345-1354 juli 6 15-15 1379 okt. 23 15-16 ca. 1380 15-17 ca. 1380 15-18 1379-1400 15-19 ca. 1410 15-20 ca. 1410 15-21 ca. 1412 mrt. 21 15-22 1419 mei 19 15-23 1424 aug. 25 15-24 ca. 1425 15-25 1438 jan. 21-29 15-26 1456 april 13 15-27 1495 juli 28 15-28 1495 juli 28 15-29 1495 juli 28 15-30 1496 juli 10 15-31 1496 juli 11 15-32 1496 juli 12 15-33 1502 april 24 16-16 Minuten van uitgaande brieven van het kapittel, 1566-1771 1566-1771 7 omslagen en 2 charters Hierbij ook minuten van brieven van Dom en Oudmunster als heren van Hagenstein, in de eerste lias ook van de Staten van Utrecht NB 16-1 1570-1571 16-2 1576-1578 16-3 1580-ca. 1600 16-4 1602-1647 16-5-a 1651-1679 16-5-b 1679-1744 16-6 1747-1771 16-7 1566 sept. 2 16-8 1567 april 20 17 Brievenboek van de secretaris van het kapittel mr. E. Drakenborch, 1705-1708, 1711 1705-1708, 1711 1 omslag 18-18 Verzoekschriften aan het kapittel, 1603-1641, 1653-1670, ca. 1674 1603-1641, 1653-1670, ca. 1674 5 pakken en 1 stuk De pakken betreffen liassen die zijn losgeraakt en uiteengevallen. Aangezien bijna alle stukken zonder dagtekening zijn, is het herstel van de orde onmogelijk NB 18-1 1603-1615 18-2 1616-1622 18-3 1622-1636 18-4 1636-1641 18-5 ca. 1653-1670, met 2 kaartjes van percelen te Meersbergen 18-6 ca. 1674 1 stuk 19 Verscheyden minuten van resolutiën in capittels-saken met diversche copiën van allerhande oude stucken, stukken van verschillende aard, betrekking hebbende op de zaken van het kapittel, 1561-1565, met enige afschriften van oudere stukken, denkelijk in deze jaren aan de vergadering van het kapittel overlegd 1 pak Het opschrift is van de secretaris Johannes van Weede NB 20 Minuten van procuraties voor het transporteren van vaste goederen, erfpachtbrieven, admissies tot prebenden, octrooien en andere akten van het kapittel, 1615-1645 1615-1645 1 pak 21 Procuraties door het kapittel verleend, 1732-1792 1732-1792 1 omslag 1.2. Secretarie en archief Zie ook de inleiding. NB 22 Nota van schrijflonen ten laste van het kapittel van notaris Johannes Vliegher, 1478 1478 1 stuk 23 Rekenboek van de secretarissen van het kapittel G. Beyer en M. Keyen wegens het hun competerende aan schrijflonen van het kapittel en van de Staten, 1482-1510 1482-1510 1 deel 24 Jaarcedullen ten laste van het kapittel van de secretaris J. van Lamzweerde wegens schrijflonen, 1559, 1562 1559, 1562 1 omslag Deze cedullen zijn bijlagen tot de rekeningen van de domfabriek NB 25 Rekenboek van de secretaris van het kapittel Pauwels Joosten wegens brieven, geschreven voor de vijf kapittels, de kapittels van de Dom en Oudmunster, en het domkapittel, 1581-1588 1581-1588 1 deel 26 Cedullen van de schrijflonen en verschotten van de secretaris van het kapittel, met specificaties van zijn klerk(en), 1584-1592, met fragmenten van oudere specificaties, 15e eeuw 1584-1592, met fragmenten van oudere specificaties, 15e eeuw 1 omslag 27 Lijst van schrijflonen ten laste van het domkapittel van de secretaris Bruno van Cuyck, 1601-1602 1601-1602 1 stuk 28 Register van hetgeen door de secretaris Johan van Weede aan zijn dienaar Hendrik van Dijck in betaling gegeven is in afkorting van zijn loon, 1611-1615 1611-1615 1 stuk 29 Aantekenboek van de secretaris van het kapittel wegens, ook door andere kapittels verschuldigde, schrijflonen, 1624-1625 1624-1625 1 deel 30 Lijsten van aan de secretaris verschuldigde schrijflonen, 1682-1684 1682-1684 1 omslag 31 Aantekeningen van schrijfbehoeften, door de secretaris van het domkapittel geleverd, 1577 1577 1 stuk 32 Aantekenboekjes van een klerk over het kopen van zegels en schrijfbehoeften voor de griffie van de Dom, 1644-1648, 1651-1655 1644-1648, 1651-1655 1 omslag 33 Cedula Ottonis, nota van verschillende pretenties van de schout (?) van het kapittel, 1488 1488 1 stuk 34 Manuale van rantsoenen, de cameraar, secretaris en de schouten van de capittele van de Dom compenterende, register van de aan deze ambtenaren geconsigneerde rantsoenen, met hun kwitanties, 1611-1612 1611-1612 1 deel 35 Inventaris van de charters betreffende de Bona divisa in het archief van de Dom, 1460 1460 1 stuk 36 Inventaris van de charters in de laden van de archieven, geschreven door notaris Michaël Keyen, ca. 1500, met afschrift ca. 1500, met afschrift 1 band 37 Inventaris van de zeven eerste charterladen van het domarchief, 1e helft 16e eeuw 1 omslag Het betreft een fragment NB 38 Presentieboek van een commissie, in 1520 benoemd voor het ordenen en registreren van de charters van het kapittel, 1520-1525, ook gebruikt door een latere commissie, 1548-1550, met aantekeningen over het uitlenen van archiefstukken, 1548-1549 1stuk 39 Inventaris van oorkonden betreffende de temporaliteit van het Sticht gevonden in het archief van het kapittel en afgegeven aan de rentmeester Cornelis Anthoenisz. van Scoenhoven (ten behoeve van de keizer), ca. 1530. Ongeveer gelijktijdig afschrift ca. 1530. Ongeveer gelijktijdig afschrift 1 stuk 40 Presentatieboekje van gecommitteerden van het kapittel tot het onderzoeken van het archief, 1574 1574 1 stuk 41 Inventaris van de charters, processtukken en kaarten, afkomstig uit het domarchief en gevonden onder de weduwe van mr. Gisb. van Baern (advocaat van het kapittel), 1578 1578 1 stuk 42 Inventaris van archiefstukken, door Corn. van Nijenrode overgeleverd, en geborgen in de Kleine archieven, 1579 1579 1 stuk 43 Aantekeningen over de vergaderingen van een commissie, aan wie opgedragen was het verplaatsen van de archieven van de Dom, met inventaris van de verplaatste stukken, 1580 1580 1 stuk 44 Inventaris van de charters betreffende het Sticht, aanwezig in de archiefkast, midden 17e eeuw, met afschrift, 17e eeuw 17e eeuw 1 omslag 45-45 Inventaris van de charters, midden 17e eeuw, met gedeeltelijk afschrift van de laden 46-96, 169-176 1 deel en 1 omslag Compleet, maar nagenoeg onleesbaar NB 45-1 Inventaris 1 deel 45-2 Afschrift 46 Index op de inhoud van de archiefkasten in de secretarie, 2e helft 18e eeuw 2e helft 18e eeuw 1 deel 47 Lijsten van archiefstukken en fragmenten van inventarissen, 18e eeuw 18e eeuw 1 omslag 48 Fragmenten van indices, 18e eeuw 18e eeuw 1 omslag -- Inventaris van brieven en andere stukken, in pakken liggende op de Boven-secretarie, geordend en beschreven door mr. P. van Musschenbroek, ca. 1800 ca. 1800 Vervallen. Opgenomen in de verzameling van Petrus van Musschenbroek als nr. 73, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand van Inventarissen van het archief van het Rijksarchief in de provincie Utrecht 1826-1963, van de verzameling Van Musschenbroek en de verzameling Vermeulen door C. Dekker en J.H.M. Janssen als nr. 60 in de reeks gedrukte inventarissen van het Rijksarchief Utrecht (Utrecht, 1986) NB -- Inventaris van de charters vervaardigd door mr. P. van Musschenbroek, ca. 1800, met een afschrift, begin 19e eeuw ca. 1800, met een afschrift, begin 19e eeuw Vervallen. Opgenomen in de verzameling van Petrus van Musschenbroek als nr. 72 en in het archief van het Rijksarchief in de provincie Utrecht als nr. 151, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand van Inventarissen van het archief van het Rijksarchief in de provincie Utrecht 1826-1963, van de verzameling Van Musschenbroek en de verzameling Vermeulen door C. Dekker en J.H.M. Janssen als nr. 60 in de reeks gedrukte inventarissen van het Rijksarchief Utrecht (Utrecht, 1986) NB 51-51 Reçuboek van het domarchief, 1519-1601, 1757-1794 1519-1601, 1757-1794 1 deel en 4 katerns 51-1 1519 51-2 1535 51-3 1562 51-4 1562 51-5 1757 1 deel 52 Ontvangstbewijzen wegens uitgeleende archiefstukken, 1616, 1676, met verzoek van de regering van Steenwijk om de afschriften van archiefstukken. 1623 1 omslag 52-a Liber donationum, cartularium over 722-1333 met met name keizerlijke giftbrieven, met twee Utrechtse kronieken. Afschrift, midden 15e eeuw midden 15e eeuw 1 deel Het cartularium wordt ook wel aangeduid als het 'Liber Donationum imperialium IV' of het 'Leidse cartularium'. Voor de overlevering van het Liber donationum: S. Muller Fz., Het oudste cartularium van het Sticht Utrecht (Werken van het Historisch Genootschap 3e serie, nr. 3) (Den Haag 1892). De beide kronieken betreffen: de Bella campestria inter episcopus Trajectenes et comites Hollandie (fo. 72r e.v.) en de Quedam narracio de Groninghe, de Trenthe, de Covordia et de diversis aliis sub diversis episcopis Traiectensibus (fo. 75r e.v.). Deze kronieken zijn uitgegeven door resp. S. Muller Fzn. in de Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap XI blz. 497 e.v. en door H. van Rij, Een verhaal over Groningen, Drente, Coevorden etc. (Hilversum 1989) NB 53 Cartularium van het kapittel over 1260-1363, 2e helft 14e eeuw 2e helft 14e eeuw 1 stuk Het betreft mogelijk een fragment NB 54 Cartularium van het kapittel over 1343-1455, begin 16e eeuw begin 16e eeuw 1 stuk 55-55 Liber yrsutus, cartularium van het kapittel over 828-1512, 14e-16e eeuw 14e-16e eeuw 2 delen Het tweede deel bestaat uit later samengebonden losse stukken. Achterin dit deel zijn 48 folia gebonden, waarvan een gedeelte onbeschreven, welke vroeger voor in het eerste deel geplakt waren. Ze bevatten voor het merendeel stukken uit de 16e eeuw NB 55-1 fo 1-203 55-2 fo 204-322 en fo 1-48 56-56 Libri rubri, register met afschriften van allerlei charters, aantekeningen en stukken van verschillende aard betreffende het kapittel over 1309-1570, 15e-16e eeuw 15e-16e eeuw 2 delen Fol. 52-66 van het eerste deel en fol. 85-105 van het tweede deel zijn van ander papier, maar hebben ze een soortgelijke inhoud als de rest. In beide delen, vooral in het eerste, vindt men vele stukken over de proosdij van West-Friesland NB 56-1 Deel 1 (fo 1-210) 56-2 Deel 2 (fo 1-117) 57-57 Registers met afschriften van oorkonden in het archief betreffende de landerijen en tienden in IJsselstein, Montfoort, Linschoten, Bodegraven, Over- en Nederlangbroek, Maurik, Hillegersberg, Hoge Weide, Mijdrecht, Oostveen, Dalfsen en Westerloo, begin 16e eeuw begin 16e eeuw 1 deel en 1 pak Het register betreffende Westerloo is beschadigd NB 57-1 IJsselstein, 1261-1561 1261-1561 57-2 Montfoort, 1291-1473; Linschoten, 1360-1478; Bodegraven, 1363-1449; Langbroek, 1365-1546; Maurik, 1369, 1392; Hillergersberg, 1406; Hoge Weide, 1365-1445; Mijdrecht, 1299-1415; Oostveen, Dalfsen, 1231-1490; Westerloo, 1247-1384 1 pak 58 Lijsten van belangrijke stukken, opgenomen in het Liber hirsutus en in het Liber ruber van het kapittel, midden 17e eeuw midden 17e eeuw 1 omslag 59 Inventaris van archiefstukken, vroeger onder de secretaris berustende, welke worden overgedragen aan de rentmeester van het voormalig kapittel van de Dom, 1812 1812 1 stuk 60 Proces-verbaal van de overdracht van de charters van het voormalig kapittel door de rentmeester van dit kapittel aan de inspecteur van de domeinen, 1812 1812 1 deel 61 Proces-verbaal van de overdracht van de registers, geplaatst in de secretarie, door de rentmeester van het voormalig kapittel aan de ontvanger van de domeinen, 1812. Twee afschriften, met Hollandse minuut 1812. Twee afschriften, met Hollandse minuut 1 omslag 2. De leden van het kapittel, hun benoeming en hun rechten 62-62 Lijsten van de capitulaire, gesupplementeerde en gewone leden van het kapittel, 1534-1578, 1619-1631 1534-1578, 1619-1631 1 omslag en 41 charters 62 1619-1631 62-2 1534 okt. 1 62-3 1535 okt. 1 62-4 1536 okt. 1 62-5 1537 okt. 1 62-6 1538 okt. 1 62-7 1539 okt. 1 62-8 1540 okt. 1 62-9 1541 okt. 1 62-10 1542 okt. 1 62-11 1543 okt. 1 62-12 1544 okt. 1 62-13 1545 okt. 1 62-14 1546 okt. 1 62-15 1547 okt. 1 62-16 1548 okt. 1 62-17 1549 okt. 1 62-18 1550 okt. 1 62-19 1551 okt. 1 62-20 1552 okt. 1 62-21 1553 okt. 1 62-22 1554 okt. 1 62-23 1555 okt. 1 62-24 1556 okt. 1 62-25 1558 okt. 1 62-26 1559 okt. 1 62-27 1560 okt. 1 62-28 1561 okt. 1 62-29 1563 okt. 1 62-30 1564 okt. 1 62-31 1565 okt. 1 62-32 1566 okt. 1 62-33 1567 okt. 1 62-34 1568 okt. 1 62-35 1569 okt. 1 62-36 1570 okt. 1 62-37 1571 okt. 1 62-38 1572 okt. 1 62-39 1573 okt. 1 62-40 1574 okt. 1 62-41 1575 okt. 1 62-42 1577 okt. 1 62-43 1578 okt. 1 63 Chronologische lijst van de kanunniken, die overleden of tot het kanonikaat of het supplement toegelaten zijn, 1535-1570 1535-1570 1 deel 64 Gedrukte lijsten van de leden van het kapittel, 1789-1795, 1797, 1799-1801, 1806, 1808, 1810. Deels in tweevoud 1789-1795, 1797, 1799-1801, 1806, 1808, 1810. Deels in tweevoud 1 omslag 65 Register met formulieren van de eden, af te leggen door de bisschop, de leden en de bedienden van het kapittel, 15e eeuw 15e eeuw 1 deel Pracht-exemplaar met gekleurde initialen NB 66 Eedsformulieren van de leden, vicarissen en ambtenaren van het kapittel, 17e-18e eeuw 17e-18e eeuw 1 omslag 67 Liber camerea (officieel exemplaar), 14e eeuw 14e eeuw 1 deel Vóórin het boek, dat vanouds de naam Liber camerea heeft gedragen, waarvan de Ordinarius de kern is, zijn een aantal bladen gebonden, waarop akten geschreven zijn door de notarissen van het kapittel H. van de Laen 1413-1419, Jo. de Galencoep 1426, Michael Keyen 1495-1504, Mathias (van Brouwershaven) en Jo. de Goch 1522. Twee eedsformulieren voor de schout van het kapittel zijn niet gewaarmerkt noch gedateerd. Twee indices op het Rechtsboek van Wstinc gaan onmiddelijk aan het Liber camerea vooraf. Onmiddelijk daarop volgt het genoemde Rechtsboek, dat ook wel met de naam Kamerboek is aangeduid, op de rand waarvan een besluit van het kapittel van 1495 is aangetekend, achtereenvolgens gevolgd door de statuten van de provincie Keulen 1266-1322 en die van de synode van Utrecht, 1293, 1310, 1318, 1209, stukken betreffende de provicoren van de Utrechtse kapittels 1253-1258, een statuut over de broederschap van de kapittels van de Dom en Oudmunster 1294 en synodaal-statuten van 1345-1346. Aan het slot hebben andere handen een statuut voor de dormitorius van 1390, en voor de studenten van 1408 ingeschreven. Het laatste is gewaarmerkt door notaris Wilhelmus de Riebeec NB 68 Traktaat over de rechten en gewoonten van het kapittel, door H. Wstinc. (Afschrift van het laatst van de 19e eeuw, aan het kapittel vermaakt door de proost van Leiden Nic. de Lavennis, 1517) 1 deel Op de schutbladen voorin staan enige aantekeningen van 1500 tot 1505. Achterin zijn de stichtingsakte van de proosdij van Leiden 1366 en die van het St. Margaretenhof te Utrecht 1367 geregistreerd NB 69 Traktaat over de rechten en gewoonten van het kapittel, door H. Wstinc. Afschrift, 17e eeuw 17e eeuw 1 deel Zie over dit afschrift Verslagen en Mededelingen van de Vereeniging tot uitgave van de bronnen van het Oud Vaderlandse Recht, dl. III vanaf p. 328 NB -- Traktaat over de rechten en gewoonten van het kapittel. Afschrift, gedeeltelijk door mr. P. Bondam vervaardigd, gedeeltelijk door zijn klerk, en door mr. Bondam gecollationeerd Vervallen. Opgenomen in de verzameling van Petrus van Musschenbroek als nrs. 75-76, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand van Inventarissen van het archief van het Rijksarchief in de provincie Utrecht 1826-1963, van de verzameling Van Musschenbroek en de verzameling Vermeulen door C. Dekker en J.H.M. Janssen als nr. 60 in de reeks gedrukte inventarissen van het Rijksarchief Utrecht (Utrecht, 1986) NB 71 Index op Wstinc's traktaat over de rechten en gewoonten van het kapittel, 15e eeuw 15e eeuw 1 deel Het handschrift waarop deze index betrekking heeft (misschien het origineel), is niet meer voorhanden NB 72 Korte inhoudsopgave van de titels van Wstinc's traktaat over de rechten en gewoonten van het kapittel, 17e eeuw 17e eeuw 1 stuk 73 Talmud, opstel over de rechten van de leden van het kapittel, voornamelijk betreffende de uitdelingen, 2e helft van de 15e eeuw, met vervolg, waarbij talrijke aantekeningen uit de statuten en andere bescheiden van het kapittel door vicaris Wouter Brock. Afschriften, 16e eeuw 16e eeuw 1 omslag 74 (Talmud), Consuetudines, observationes, divisiones et qualitates prebendarum canonicorum traiectensium, 1575 1575 1 deel Dit deel is afkomstig van vicaris Wouter Brock NB 75-75 Bullen van paus Innocentius IV, waarbij aan het kapittel vergund wordt niemand als kanunnik op te nemen, tenzij in de van hem of van zijn legaten verkregen brieven van deze vergunning volledig melding gemaakt wordt, 1246, 1253. Met bul waarbij de abt van Grimberg wordt gemachtigd het kapittel in het bezit van dit voorrecht te handhaven, 1253 3 charters 75-1 1246 mei 25 75-2 1253 dec. 18 75-3 1253 dec. 18 76 Statuut tot invoering van een stelsel van toerbeurten voor de vervulling van de ter begeving van het kapittel staande beneficies, met uitzondering van het bisdom, de domproosdij, het domdecanaat, de proosdij van West-Friesland en de kanonikale prebenden, 1341 mei 26 1341 mei 26 1 charter 77 Brief van Johannes Grawart, thesaurier van Oudmunster, met anseren door de paus gemachtigd, waarbij het kapittel met excommunicatie wordt bedreigd, omdat het een door de paus benoemd kanunnik niet tot het genot van zijn prebende heeft toegelaten, 1351 aug. 23, met een akte waarbij de brief wordt ingetrokken, 1351 sept. 26 2 charters (getransfigeerd) 78-78 Akten van toelating van kanunniken op pauselijke voorspraak, 1366-1550 1366-1550 10 charters Zie ook nr. 179 NB 78-1 1366 nov. 30 78-2 1471 okt. 14 78-3 1481 nov. 17 78-4 1481 nov. 17 78-5 1482 mrt. 14 78-6 1483 sept. 25 78-7 1483 nov. 28/29 78-8 1506 aug. 25 78-9 (1506) 78-10 1550 jan. 8 79-79 Afschriften van pauselijke provisies en expectanties, en sententies van pauselijke auditoren, betreffende de vergeving van beneficies, grotendeels prebenden in domkapittel, 1418-1570 1418-1570 1 pak en 1 charter 79 1418-1570 79-2 1561 80 Brief van Julianus, kardinaal-diaken van St. Angelus, 1431 1431 1 charter Tegen de Hussieten, zie Hanck V 1112, Reg. 3174 fol. 3 NB 81 Pauselijke bul betreffende prebenden, ca. 1440 ca. 1440 1 charter Het betreft een fragment NB 82 Bul van paus Nicolaas V met het concordaat met de Germaanse natie, waarbij de vervulling van de in oneven maanden openvallende beneficies aan de paus wordt gereserveerd, 1448 mrt. 19 1448 mrt. 19 1 charter 83 Register met afschrift van verschillende pauselijke bullen betreffende de toepassing van de concordaten van de concilies en pausen met de 'natio Alemanniae' over de pausen reservatie-rechten en het verlenen van kerkelijke beneficies (1432-1474), 15e eeuw 15e eeuw 1 deel Het betreft een fragment. Dit register, waarin twee memories bevattende praktische wenken voor het behandelen van rechtszaken en processen zijn ingelast, heeft behoord aan vicaris Wouter Brock NB 84 Afschriften van keizerlijke akten, 1196, 1528, en pauselijke bullen, 1448, 1472, 1522, betreffende de rechten en privileges van het kapittel, bepaald met betrekking tot de collatie van beneficies, met extracten uit de resoluties van het kapittel betreffende dergelijke collatiën, getekend door de secretaris Lamzweerde, over 1483-1563 1 band 85-85 Akten van toelating van kanunniken tot prebenden, verklaring omtrent volbrachte residentie, en akten van goedkeuring van de verruiling van prebenden, 1333-1545 1333-1545 8 charters 85-1 1333 mei 2 85-2 1351 aug. 16 85-3 1353 aug. 29 85-4 1365 aug. 2 85-5 1365 aug. 10 85-6 1365 aug. 10 85-7 1416 aug. 16 85-8 1545 april 24 86-86 Overeenkomst tussen Wilhelmus Buzer, Kanunnik van de Dom, en Johannes Egidius, cureit van Geersdijk, tot ruiling van hun prebenden, met twee ontwerpen, 1402 1402 1 omslag en 1 charter De overeenkomst blijkt niet doorgegaan te zijn NB 86 1402 86-2 1402 dec. 16 87-87 Akten waarbij personen worden gemachtigd tot het aanvaarden van het kanonikaat en het afleggen van de vereiste eden tot de administratie of tot ruiling van prebenden, 1470-1528 1470-1528 10 charters 87-1 1470 jan. 3 87-2 1483 dec. 1 87-3 1504 mrt. 20 87-4 1513 juli 27 87-5 1513 sept. 19 87-6 1513 nov. 15 87-7 1515 juni 2 87-8 1520 aug. 16 87-9 1527 febr. 4 87-10 1528 sept. 15 88 Verklaring door de kanunnik Petrus Milet, dat hij de kosten van het door hem met het kapittel ingestelde hoger beroep in een proces over zijn prebende geheel op zich neemt, 1459 sept. 29 1459 sept. 29 1 charter Zie ook nr. 4130 NB 89 Akte waarbij Jan van Renesse, Aernt van Renesse, Jan van Renesse van Wulven en Bartholomeus van Nijenvelt beloven het kapittel schadeloos te zullen houden wegens de begiftiging, op verzoek van de bisschop en op hun verzoek, van hun neef Jan van Renesse Fredericksz, met een kanonikale prebende, 1465 mei 18 1465 mei 18 1 charter 90 Statuten, adviezen en formulieren betreffende de collatie van prebenden in het domkapittel en de bij de admissie af te leggen eden, en memories omtrent de aan de prebenden verbonden voordelen, 1487-1763 1487-1763 1 omslag 91 Concepten van een herziening van het statuut van het kapittel over de vergeving van de prebenden door de turnarius, 1500 1500 1 omslag 92 Afschriften van statuten van het kapittel betreffende de collatie van prebenden en de resedentie van de kanunniken, 1500-1577 1500-1577 1 omslag 93-93 Minuten van akten waarbij het kapittel prebenden vergeeft, met brieven van aanbeveling en andere aan het kapittel in verband met de collatie overgelegde stukken, ten dele in afschrift, 1515-1809 1515-1809 1 pak en 2 charters 93 1515-1809 De stukken van 1526-1533 zijn aaneengehecht NB 93-2 ca. 1500 93-3 ca. 1520 94 Statuut betreffende de collatie van prebenden door het kapittel, 1500 okt. 27, met ampliatie, en 1522 febr. 28 1500 okt. 27, met ampliatie, en 1522 febr. 28 2 charters (getransfigeerd) 95 Akte waarbij de elect Hendrik een aantal met geweld afgedwongen benoemingen vernietigt, in het bijzonder die van Judocus Jacobi van Mijnen en Wolterus van Ysendoern tot kanunniken in de Dom, 1528 okt. 16 1528 okt. 16 1 charter 96 Akte waarbij Willem, vrijheer van Rennenborch, wiens zoon Jasper op voorspraak van de elect Hendrik met een kanonikaat was begiftigd, het kapittel waarborgt tegen de gevolgen, die dit zou kunnen hebben, in het bijzonder van de zijde van Jacob van Mijnden of Wolter van Ysendoern, 1528 okt. 19 1528 okt. 19 1 charter 97 Akte waarbij Gerrijt Mulert, raad van de keizer, wiens zoon Rodolf op voorspraak van de keizer met een kanunniksprebende is begiftigd, belooft het kapittel deswege schadeloos te zullen houden, 1532 aug. 5 1532 aug. 5 1 charter 98 Akte waarbij het kapittel, op voorspraak van Wilhelmus, heer van Rennenberch, Thomas van Nijekercken, deken van St. Jan, en anderen, Jasper van Rennenberch, proost van Karpen, Kanunnik te Luik en kanunnik van de Dom te Utrecht met uitzicht op de eerste vacante prebende, begiftigd met de door de dood van Martinus van Leuwenberch opengevallen prebende, 1534 juli 31 1534 juli 31 1 charter 99-99 Akten van voordracht van verschillende personen tot kanunniksprebenden door de bisschop of aartsbisschop van Utrecht, en van hun toelating, 1528-1572 1528-1572 6 charters 99-1 1528 aug. 31 99-2 1548 aug. 27 99-3 1548 aug. 27 99-4 1556 sept. 12 99-5 1569 april 23 99-6 1572 aug. 28 100 Akte waarbij de aartsbisschop aan het kapittel toestaat de vier prebenden met supplement die eerst zullen openvallen door de vrijwillige afstand van de bezitters, in te lijven bij de domfabriek, 1577 nov. 8 1577 nov. 8 1 charter 101 Procuratie, door Johannes Collemborch van Boxtel, door de faculteit van de Wetenschappen te Leuven tot een beneficie in het domkapittel te Utrecht voorgedragen, gegeven tot het in ontvangst nemen van deze beneficie, 1533 nov. 9 1533 nov. 9 1 charter 102-102 Proces-verbaal van de handelingen van het kapittel betreffende de toelating van Franciscus de Campo a Zon (Sonnius) tot een prebende, op voordracht van de faculteit van de Wetenschappen te Leuven krachtens pauselijke privilege, welk privilege het kapittel verklaart niet te erkennen, voor zover de ordinaire (even) maanden aangaat, met afschrift van een resolutie van het kapittel, 1544 1544 1 stuk en 1 charter 102 1544 102-2 1544 okt. 24 103-103 Stukken betreffende de voordracht van Theodericus Thibault, van Haarlem, tot een prebende door de deken van de faculteit van de wetenschappen te Leuven krachtens pauselijk privilege, 1553-1555 1553-1555 1 stuk en 3 charters 103 1555 103-2 1553 okt. 19 103-3 1554 jan. 26 103-4 1554 febr. 12 104 Register van de admissies aan personen tot het kanonikaat of het supplement, 1601-1611 1601-1611 1 deel 105 Minuten van akten van admissies tot prebenden en vicarieën van het kapittel, met enkele andere vergunningen en autorisatiën van het kapittel, 1604-1610 1604-1610 1 omslag 106-106 Verzoekschriften aan de Staten en de Gedeputeerde Staten van Utrecht van gebenificeerden met prebenden of vicarieën, om aggreatie, met kantbeschikkingen, 1584-1739 1584-1739 1 omslag en 4 pakken Voor 1584 betreft het alleen de beschikking op een verzoekschrift. Het volgende verzoekschrift is van 1593 NB 106-1 1584-1597 1 omslag 106-2 1600-1650 106-3-a 1651-1673 106-3-b 1674-1699 106-4 1702-1739 107-107 Procuraties tot het resigneren van prebenden en vicarieën, tot het verzoeken van aggreatie of tot het transporteren van prebenden, 1611-1739 1611-1739 2 pakken Zie ook nrs. 112-1-112-2 NB 107-1 1611-1640 107-2 1634-1739 108 Beloften van benoemde kanunniken van het kapittel, dat zij bij evictie van hun prebenden de genoten vruchten zullen teruggeven, 1630-1651 1630-1651 1 omslag 109 R.T.G.S., De canonicis Ultrajectinis epistolae II, 1645 1645 1 stuk 110 Betoog, dat een goed christen geen voordeel mag trekken van de Utrechtse kanonikale prebenden, ca. 1650 ca. 1650 1 deel 111 Correspondentie en getuigenverhoor betreffende de maatregelen, door het kapittel genomen naar aanleiding van de predikaties van de Utrechtse predikanten tegen de bezitters van kanonikale prebenden, 1657-1658, met enige extracten uit de vroedschapsresoluties en afschrift van correspondentie van de Staten met het Hof betreffende dezelfde zaak van 1645-1647 1 omslag Zie ook nr. 3223 NB 112-112 Vidimussen door het Hof van Utrecht van akten van bekrachtiging van 1682 door de prins van Oranje van de tussen hem en de vijf kapittels gesloten overeenkomst betreffende de admissie tot en en de resignatie van de prebenden, beneficies en vicarieën, 1682 1682 2 charters Zie ook nrs. 107-1-107-2. Eén vidimus is vermoedelijk van het kapittel van St. Marie NB 112-1 1682 mei 18 112-2 1682 okt. 26 113 Adviezen van verschillende rechtsgeleerden over de vraag, of iemand, die vroeger keurmedig of wastijnzig is geweest, kanunnik van een kathedrale of collegiale kerk worden kan, ca. 1461 ca. 1461 1 omslag De vraag is in 1461 gesteld ten opzichte van Conradus van Coesvelt NB 114 Register met afschriften van verklaringen betreffende de echte geboorte van nieuwe kanunniken van de Dom, 1509-1529 1509-1529 1 stuk Zie ook nrs. 4312-4312-2 NB 115 Verklaring door de regering van Brugge ten behoeve van het domkapittel te Utrecht, dat Gabriel, zoon van Anthonis Lengles en Jaquemyne Chevalier, aldaar geboren is op 9 december 1524, 1542 juni 13 1542 juni 13 1 charter 116 Gerechtsbrief van Brussel, waarbij Engelbertus van de Vorst, heer van Loonbeke, verklaart dat zijn oudste zoon Johannes, kanunnik van de Dom te Utrecht, op 5 januari 1532 geboren is, 1549 dec. 18 1549 dec. 18 1 charter 117 Verklaring door Judith van Stautenbergh, weduwe van Gerhardt Ledebaur, vrouw van Schweder Schele, dat haar zoon Adolff Caspar Ledebaur in (15)86 geboren is en alzo de leeftijd heeft voor een prebende in de Dom, hoewel hij klein en onaanzienlijk van persoon is, als gelijkende op zijn vader en ook omdat hij als kind door een heks betoverd is, 1605 aug. 5 1605 aug. 5 1 charter 118-118 Statuut betreffende de tekening van de supplementen, met de bekrachtiging door de bisschop en de domproost (in dubbel), en bul van paus Johannes XXIII met de bevestiging van het statuut, 1413 1413 7 charters (waarvan 6 getransfigeerd) 118-1 1413 april 19, 1413 april 19 en 1413 april 19 ( 3 charters getransfigeerd) 118-2 1413 april 19, 1413 april 19 en 1413 april 19 ( 3 charters getransfigeerd) 118-3 1413 aug. 23 119 Statuut tot nadere regeling van de toekenning van de supplementen, 1571 juni 11 1571 juni 11 1 charter 120-120 Akten waarbij de domproost kanunniken begiftigt met opengevallen supplementen, 1492-1594 1492-1594 25 charters 120-1 1492 juni 24 120-2 1493 juni 19 120-3 1497 nov. 3 120-4 1498 okt. 9 120-5 1499 sept. 16 120-6 1500 okt. 27 120-7 1503 juni 14 120-8 1504 mrt. 22 120-9 1505 jan. 6 120-10 1505 okt. 28 120-11 1508 dec. 22 120-12 1512 nov. 27 120-13 1513 sept. 30 120-14 1519 april 18 120-15 1519 april 18 120-16 1523 aug. 12 120-17 1526 febr. 15 120-18 1535 mei 31 120-19 1535 juli 5 120-20 1536 april 18 120-21 1538 jan. 16 120-22 1552 april 26 120-23 1575 okt. 11 120-24 1584 sept. 9 120-25 1594 mei 2 121 Minuten van akten van admissie tot een supplement, 1504-1594 1504-1594 1 omslag 122 Uitspraak door de pauselijke auditor over de kosten van een proces tussen Otto Amelii en Georgius van Pala, kanunniken van de Dom, over het supplement van eerstgenoemde, 1418 mei 2 1418 mei 2 1 charter 123 Statuut bepalende dat emolumenten onder de capitulaire kanunniken in verhouding van hun prebenden zullen worden verdeeld, 1522 febr. 28 1522 febr. 28 1 charter 124 Lijst van capitulaire kanunniken, ca. 1620, met ontwerp-verzoekschrift door de kanunnik Dirk Bouwens om toelating tot de capitularia, 18e eeuw 1 omslag 125 Statuut van de vijf kapittels van Utrecht met dat geen kanunnik tot de capitulaire rechten zal worden toegelaten dan na respectievelijk het gebruikelijke aantal jaren gewacht te hebben, 1671 dec. 26 1671 dec. 26 1 charter 126 Statuut betreffende de uitdelingen van wijn door nieuw benoemde kanunniken, 1327 mrt. 24 1327 mrt. 24 1 charter 127 Statuut betreffende de bij de eerste receptie te betalen wijngelden, 1530 april 29 1530 april 29 1 charter Tevens met betrekking tot de aflossing van schulden, zie ook nrs. 2140-1-2140-2 NB 128 Statuut betreffende de betaling van de wijngelden, 1557, met stukken betreffende de uitdeling van wijn op Witte Donderdag en anders, ook van suiker, en betreffende een maandelijkse maaltijd, 1574-1774 1 omslag 129 Statuut, bepalende dat aan een kanunnik gedurende hoogstens vijf jaren verlof tot afwezigheid kan worden gegeven en dat uit de opbrengst van zijn prebende alsdan 10 pond zal worden uitgekeerd aan de dienstdoende kanunniken, 1266 sept. 9 1266 sept. 9 1 charter 130 Statuut, bepalende dat de kanunniken, die ter wille van hun studies naar Parijs of elders wensen te gaan, onder enige beperkingen de inkomsten van hun prebenden zullen blijven genieten, dat zij, die bij hun aanneming geen wijn geschonken hebben, aan latere dergelijke schenkingen geen deel zullen hebben, en dat uit de goederen, voor de kerkfabriek en de kerkversiering bestemd, niets meer aan een kanunnik zal gegeven worden, 1303 juni 21 1303 juni 21 1 charter 131 Statuut voor de tijd van 12 jaren, bepalende dat de verplichting van afwezige kanunniken om in het tweede jaar van hun afwezigheid een feestmaal te geven, zal zijn afgeschaft, dat het verlof tot afwezigheid (pastonum) slechts aan zes kanunniken tegelijk zal kunnen worden verleend en dat deze voor elk van de beide verlofjaren tien pond zwarten zullen betalen, te besteden tot de aankoop van kerkelijke gewaden en sieraden, 1323 febr. 25 1323 febr. 25 1 charter 132 Statuut betreffende de verplichte aanwezigheid en het verlof tot afwezigheid van de kanunniken, 1324 mei 4 1324 mei 4 1 charter 133 Statuut betreffende de eerste en tweede residentie van de kanunniken, 1329 febr. 28 1329 febr. 28 1 charter 134 Statuut waarbij de bevoegdheid van het kapittel tot het maken of verschaffen van statuten wordt bevestigd en waarbij, wegens de ontoereikendheid van de prebenden aan de kanunniken, ook aan de dekens toegestaan wordt om drie maanden van het jaar afwezig te zijn in plaats van de vanouds gebruikelijke zes weken, 1341 febr. 28 1341 febr. 28 1 charter 135-135 Brief van bisschop Jan van Arkel, waarbij zijn statuut betreffende de verplichte residentie van de geestelijke verklaard wordt niet van toepassing te zijn op de kanunniken en geestelijke van de Dom, en een ander statuut betreffende de inmenging in de bisschoppelijke rechtspraak niet van waarde te zijn binnen de grenzen van Westfrisia, waar het kapittel door middel van zijn proost zal blijven doen wat het gewoon was te doen, 1343, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1347 1343, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1347 2 charters 135-1 1343 mei 24 135-2 1347 nov. 25 136 Statuut betreffende de rechten en verplichtingen van krachtens pauselijk privilege afwezige kanunniken, 1343 dec. 23 1343 dec. 23 1 charter 137-137 Brieven van bisschop Jan van Arkel, waarbij het onlangs gemaakte statuut, volgens hetwelk de inkomsten en rechten van allen die in de kerk waardigheden of ambten bezitten en met of zonder pauselijke of andere machtiging het grootste gedeelte van het jaar afwezig zijn, door het kapittel zullen worden beheerd, verklaard wordt niet van toepassing te zijn op de proost, de deken en 19 met name vermelde capitulaire kanunniken, 1346 1346 2 charters 137-1 1346 mei 21 137-2 1346 mei 21 138 Statuut betreffende capitulaire kanunniken die het grootste deel van het jaar aanwezig en verder voor studie afwezig zijn geweest, 1408 april 4 1408 april 4 1 charter 139 Bul van paus Martinus V, waarbij deze kapittel verzoekt aan mr. Henricus Raescop, abbreviator litterarum in de pauselijke curie, de vruchten van zijn prebende toe te kennen, alsof hij zijn eerste residentie had volbracht, 1424 febr. 10 1424 febr. 10 1 charter 140-140 Stukken betreffende een proces en de arbitrale uitspraak daarin gedaan tussen het kapittel en Gherardus van Randen, proost van Oldenzaal, vicaris-generaal van het bisdom, over de vruchten van zijn prebende gedurende zijn afwezigheid, 1451-1454 1451-1454 5 charters Zie ook nr. 4118-4 NB 140-1 1451 febr. 1 140-2 1454 sept. 23 140-3 1454 okt. 1 140-4 1454 okt. 4 140-5 1454 okt. 4 141 Statuten betreffende de verplichte residentie van de kanunniken en de redenen tot afwezigheid, met aantekeningen van afwezige kanunniken, ca. 1500-ca. 1630 ca. 1500-ca. 1630 1 omslag 142 Akte waarbij Theodericus van Zweten wordt geëmancipeerd en verlof krijgt tot afwezigheid wegens studie, 1415 juli 26 1415 juli 26 1 charter 143-143 Verklaringen omtrent de studie van kanunniken en één vicaris, afgelegd door rectoren van universiteiten of door faculteiten te Keulen, Pavia en Leuven, 1473-1572 1473-1572 7 charters 143-1 1473 nov. 29 143-2 1492 juli 17 143-3 1505 juli 7 143-4 1524 april 19 143-5 1531 dec. 23 143-6 1552 sept. 6 143-7 1572 juni 20 144 Kennisgeving door het kapittel van de metropolitane kerk te Keulen, dat allen die door de aartsbisschop tot de lagere of hogere geestelijke rangen willen toegelaten worden, zich aan een examen moeten onderwerpen, 1488 okt. 4 1488 okt. 4 1 charter 145 Statuut, bepalende onder welke voorwaarden een kanunnik die uit vrees, wegens lichaamsgebrek of ter wille van een proces afwezig is, de inkomsten van zijn prebende kan blijven genieten, 1342 okt. 30 1342 okt. 30 1 charter 146-146 Notariële akten, waarin namens Tielmannus Johannis, deken van St. Pieter en kanunnik van de Dom, wordt uiteengezet, hoe Johannes van Enthenicht, bloedverwant en raad van de bisschop, de pander van de bisschop en de schout in de Tolsteeg hem hebben willen gevangen nemen en beroven, zodat hij bevreesd is om in de stad te komen, en waarin het kapittel de vrees ongegrond verklaart, 1366 1366 2 charters 146-1 1366 okt. 18 146-2 1366 dec. 3 147 Notariële akte waarbij Arnoldus Wale, kanunnik, verklaart niet in de stad Utrecht te durven verblijven, omdat zijn bloedverwant er ter dood veroordeeld is, 1414 dec. 17 1414 dec. 17 1 charter 148 Notariële akte waarbij domdeken Herman van Lockhorst, ook prebendaat van St. Salvador, St. Jan en St. Marie, verklaart sinds 17 maart niet in de stad Utrecht te hebben durven blijven en nog niet te durven blijven, 1415 juni 2 1415 juni 2 1 charter 149 Akte waarbij de kanunnik Bernardus Proys het kapittel vrijstelt wegens de begeving van Ghysbertus van Lochorst, en na diens dood van mr. Hermannus Droem, met de vruchten van zijn prebende, gedurende zijn afwezigheid uit vrees, 1455 dec. 5 1455 dec. 5 1 charter 150-150 Statuut betreffende de kanunniken, die wegens verbanning of uit vrees afwezig zijn, in het bijzonder ten behoeve van Johannes Waldoriau, met soortgelijk statuut in het bijzonder ten behoeve van de deken Jacob van Appeltern en Gerardus Beyer, 1525 1525 3 charters 150-1 1525 mrt. 23 150-2 1525 mrt. 25 150-3 1525 mrt. 23 151-151 Akte waarbij Libertus van Houthem, kanunnik van de Dom, die uit vrees de stad Utrecht verlaten heeft verzoekt niettemin als aanwezige te worden behandeld, 1527, met getuigenverhoor, verklaring door de elect Hendrik, dat de commissie van onderzoek naar de doodslag aan de kanunnik Beernt Uten Enge begaan, bevonden heeft dat Liebrecht van Houthem daaraan geen schuld heeft gehad, en afschrift van de verklaring door die commissie, 1528. En procuratie van de familie van Houthem in een proces tegen Jan Waldoriaux, die Liebrecht had belasterd, 1536 1 omslag en 3 charters 151 1527-1528 151-2 1527 april 9 151-3 1528 sept. 18 151-4 1536 sept. 6 152 Mandament van keizer Karel aan de eerste deurwaarder van de Grote Raad om de pachters van de goederen van het kapittel te bevelen geen betaling aan het kapittel te doen voordat François Sonck, kanunnik van de Dom, gehoord is, op de vruchten van wiens prebende als van een afwezigen beslag gelegd was, hoewel hij alleen uit vrees de stad Utrecht verlaten had, 1527 okt. 30 1527 okt. 30 1 charter 153 Statuut tot onderlinge bescherming van de leden van het kapittel, ook van Petrus Hasert, notaris van het kapittel, 1452 1452 1 charter 154 Akte waarbij de kanunnik Willem Paedze zich verbindt het kapittel niet lastig te zullen vallen wegens zijn nu opgeheven schorsing, 1467 mrt. 5 1467 mrt. 5 1 charter 155 Stukken betreffende een proces door deken Adolph van Campen en vijf kanunniken van Utrecht, gevoerd in hoger beroep tegen het Hof van Holland voor de Grote Raad te Mechelen, 1474 aug. 11 en 1474 aug. 18 1474 aug. 11 en 1474 aug. 18 2 charters (getransfigeerd) Het onderwerp van het proces is niet duidelijk. De vijf kanunniken komen voor in de resoluties van het kapittel, de deken niet NB 156 Afschriften van statuten betreffende de jaren van gratie, 1247, 1257. Met afschriften van desbetreffende stukken, 1624-18e eeuw 1 omslag 157 Statuut waarbij het kapittel de oude gewoonte bevestigt, volgens welke na het overlijden van een kanunnik de vruchten van zijn prebende gedurende één jaar, het zogenaamde jaar van gratie, de overledene toevallen en die van de beide volgende jaren aan de kerkfabriek komen, 1247 juli 27 1247 juli 27 1 charter 158 Statuut tot invoering van twee jaren van gratie, 1257 mrt. 31 1257 mrt. 31 1 charter 159 Statuut bepalende dat, overeenkomstig de gewoonte, een nieuw benoemd kanunnik gedurende drie jaren niets ontvangen zal van de inkomsten van zijn prebende, 1312 april 14 1312 april 14 1 charter 160 Statuut bepalende dat de vruchten van een prebende wederom volgens oud gebruik gedurende twee jaren, en niet volgens de ingeslopen gewoonte gedurende één jaar, na de dood van de bezitter aan de kerk zullen toevallen, 1343 mrt. 14 1343 mrt. 14 1 charter 161-161 Brieven van Heinric van Raelt waarbij hij het kapittel de vruchten van het jaar van gratie kwijtscheldt, die hem mochten toekomen wegens de dood van zijn oom, de kanunnik Willem van Raelt, 1358, 1359 1358, 1359 2 charters Zie ook nrs. 169-169-2 NB 161-1 1358 jan. 31 161-2 1359 febr. 14 162 Statuut bepalende dat de vruchten van een prebende, behalve de keizersprebenden en die van de dormitorius, wederom gedurende twee jaren, en niet volgens de ingeslopen gewoonte gedurende één jaar, na de dood van de bezitter aan de fabriek zullen toevallen, 1475 mrt. 7 1475 mrt. 7 1 charter 163 Statuut waarbij nieuw benoemde kanunniken gedurende drie jaren en gewezen scholieren gedurende twee jaren buiten het kapittel gesloten blijven en waarbij de sparingia wordt gehandhaafd, 1258 sept. 17 1258 sept. 17 1 charter 164 Bul van paus Urbanus VI bepalende, op verzoek van de bisschop, dat voortaan kanunniken van de Dom die een waardigheid in een of andere collegiale kerk verwerven, zitting en stem in het kapittel zullen behouden, 1386 juli 3 1386 juli 3 1 charter 165 Akte waarbij bisschop Floris, ofschoon hij vroeger op zijn verzoek van de paus een voorschrift heeft ontvangen dat de prelaten van Utrecht aan alle vergaderingen van het domkapittel mochten deelnemen, thans beter ingelicht zijnde, dit statuut intrekt, met toestemming van de proosten van St. Pieter en St. Jan, die beloofd hebben, in deze nooit van de pauselijke brieven gebruik te zullen maken, 1388 aug. 19 1388 aug. 19 1 charter 166 Notariële akte waarbij Bartoldus Spierinc, die gedurende een jaar de vruchten van de prebenden van overleden kanunniken voor het kapittel heeft ontvangen, maar deze niet verantwoord heeft en niet in staat is het verschuldigde aan te zuiveren, van zijn stem in het kapittel en zijn prebenden afziet, terwijl het kapittel hem voor minstens 4 jaren buiten de stad verbant, 1330 dec. 14 1330 dec. 14 1 charter 167-167 Notariële akte waarbij Johannes Brune, daartoe gemachtigd door de proost met deken en kapittel van de Dom, zich op de paus beroept tegen de aanspraken, door Nycholaus a Castro, deken van Antwerpen, op grond van een bepaling van paus Clemens VI ten gunste van de hertog van Brabant, gemaakt op de vruchten van de vroeger door hem bezeten prebende in het kapittel van Utrecht, met de akte van machtiging, 1343 1343 2 charters 167-1 1343 dec. 30 167-2 1343 dec. 31 168 Notariële akte dat de gemachtigde van de kanunnik Lazarinus de Flisco de verschuldigde uitkeringen heeft ontvangen, maar zich verbonden heeft binnen een half jaar het bewijs te zullen leveren dat deze als afwezige de vruchten van zijn prebende mag trekken, 1345 okt. 27 1345 okt. 27 1 charter 169-169 Stukken betreffende het proces over de prebende met supplement, opengevallen door de dood van Wilhelmus van Raelt, 1350-1356 1350-1356 1 rol en 1 stuk 169 1350-1356 169-2 1350-1356 1 rol 170 Stukken betreffende de sequestratie van de prebende van de kanunnik Giselbertus van Renen, geëxcommuniceerd, 1358 jan. 11, 1358 febr. 26 1358 jan. 11, 1358 febr. 26 2 charters (getransfigeerd) 171 Notariële akte betreffende de scheidsrechtelijke beslissing in een geschil over de vruchten van het kanonikaat, de prebende en het supplement van Ghiselbertus van Zille, 1366 juni 6 1366 juni 6 1 charter 172 Akte waarbij de kanunnik Johannes van Mijnden, met toestemming van het kapittel, Henricus Rover in het bezit stelt van de vruchten van zijn prebende, ter voldoening van een schuld van 200 gulden aan zijn vader heer Wolterus van Mijnden, 1419 aug. 31 1419 aug. 31 1 charter 173 Akte waarbij Jacob Tymansz. en drie anderen zich verbinden het kapittel en zijn leden schadeloos te houden van de gevolgen, welke het door Otto van Tyel wegens zijn prebenden ingestelde beroep zal kunnen hebben, 1449 mrt. 20 1449 mrt. 20 1 charter 174 Schuldbekentenis door Willem Tengnagel, kanunnik van de Dom, van 600 Rijnse guldens aan zijn broeder of de houder van de brief, 1450 jan. 20 1450 jan. 20 1 charter 175-175 Akte waarbij Willem Tengnagel, kanunnik van de Dom, zich tegenover het kapittel verbindt tot afdoening van de lasten, die op zijn prebende rustten, toen Ott die Jong ten behoeve van hem daarvan afstand deed, 1451, met nadere akte, opgemaakt omdat de vorige door de notaris niet gesteld was, 1452 2 charters 175-1 1451 juli 21 175-2 1452 febr. 4 176 Akte waarbij Willem Tengnagel, gewezen kanunnik van de Dom, die een profijtelijker beneficie heeft aanvaard, verklaart niets meer van het kapittel te hebben te vorderen en ook niemand iets te willen nahouden wegens zijn schorsing, 1458 1458 1 charter 177 Akte waarbij Rodolphus Proys, kanunnik van de Dom, het kapittel kwijtschelding geeft van alle inkomsten van zijn prebende tot St. Remigius en Bavo laatstleden en belooft niemand daarom lastig te zullen vallen, 1472 mei 11 1472 mei 11 1 charter 178 Eis in een proces gevoerd voor de bisschop door Abr. de Lewenberch tegen Joh. Hoens over het bezit van een kanonikaat in de Dom, hem in ruil overgedragen door de bezitter Herman de Vos, ca. 1473 ca. 1473 1 stuk 179 Uitspraak door de bisschop van Eugubio in een proces over een vacant kanonikaat, dat aan Johannes Schonroyd wordt toegewezen, 1502 jan. 11 1502 jan. 11 1 charter Zie ook nrs. 78-1-78-10 NB 180-180 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Albert Pighius, proost van St. Jan, over de vruchten van zijn prebende, 1540 1540 3 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 180-1 1540 mrt. 19 en 1540 april 15 2 charters, getransfigeerd 180-2 1540 mrt. 19 181 Verzoekschrift door Franciscus Sonius aan de landvoogdes met zijn verzoek om te bewerken dat hem door het kapittel de vruchten van zijn prebende worden uitgekeerd, waarvan het genot gedurende zijn reis op 's konings last naar Rome was verzekerd, met apostille van maart 1559, met aangehechte stukken over deze zaak, 1558-1560, en het afschrift van een procuratie van F. Zonius inzake een studiebeurs, 1551 1 omslag 182 Stukken betreffende de eis van de kanunnik Valerius van Cuyck, in 1581 ingedaagd door de stad Utrecht, maar residerende te Venetië, om zijn prebende te mogen ontvangen, 1581-1595 1581-1595 1 omslag 183 Stukken betreffende het aan de arbitrage van het kapittel onderworpen geschil tussen de kanunniken George van Thienen en Willem van Gent, over de preferentie van hun aanspraak op de capitulaire rechten, 1611-1612 1611-1612 1 omslag 184 Stukken betreffende geschillen over de verdeling van de vruchten van het jaar 1628, tussen het kapittel en jhr. Maximiliaen van Baexen met Johan Duyck, die als pleni capitulares, en jhr. Willem van Merode, die als medius capitularis had willen delen, 1628-ca. 1630 1628-ca. 1630 1 omslag 185 Eis ingediend bij het gerecht van de stad Utrecht door de regenten van het weeshuis binnen Utrecht tegen het kapittel, om gehandhaafd te worden in het hun door jhr. Johan Manert, kanunnik van de Dom, afgestane recht om op zijn toerbeurt een opengevallen prebende te vervullen, 1630. Met afschrift en een aantekening over de competentie van het gerecht 1630. Met afschrift en een aantekening over de competentie van het gerecht 1 omslag 186 Stukken betreffende een proces voor het Hof van Utrecht door Cornelis van Sypesteyn, kanunnik van de Dom, tegen het kapittel, over de benoeming van kameraars, 1641 1641 1 omslag 187-187 Stukken betreffende het proces gevoerd voor het Hof van Utrecht door Jac. van Asch van Wijck, deken van St. Pieter, die door cessie het recht verkregen heeft om op de toer van de Ridderschap de eerste in een Staten-maand vaceerde prebende in één van de kapittels te begeven, tegen de turnarius van het kapittel Aernt van Westrhenen en het kapittel, over het recht tot begeving van een prebende in het kapittel, vacerende door het overlijden van Joh. Duyck, heer van Oudkarspel, 1645 1645 1 pak en 1 charter 187 1645 187-2 1645 okt. 10 188 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door G, Manardt tegen het kapittel tot restitutie van de gelden van afkoop van zijn annale residentie, aangezien hij niet in het kapittel geadmitteerd is, 1658-1659 1658-1659 1 omslag De annale residentie was op 2 maart 1629 afkoopbaar gesteld met 150 gulden NB 189 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door E. van Loon, weduwe van J. de Marez, tegen het kapittel over de vraag of een schuldvordering uit land op de Grote en Kleine Koppel, toekomende aan J. de Marez als bezitter van het 4e lot, moet worden ingevorderd van het kapittel of van de insolventen pachter van dit land, 1719-1721 1719-1721 1 pak 190 Akte waarbij Jan Bouwens, kanunnik van de Dom, voor een schuld van 2000 gulden tegen 4½ percent zijn prebende tot onderpand stelt, 1787 dec. 25 1787 dec. 25 1 charter Gecancelleerd NB 191 Akte waarbij dezelfde voor een schuld van 5000 gulden tegen 4½ procent zijn prebende tot onderpand stelt, 1788 dec. 16 1788 dec. 16 1 charter Gecancelleerd NB 192 Akte van de gerechtelijke verkoop aan Johannes Sebastiaan van Namen, ten behoeve van zijn minderjarigen zoon Petrus Johannes van Naamen, van de kanonikale prebende van mr. Bartholomeus Willem Visser, tot dekking van de schulden van deze, 1790 sept. 11 1790 sept. 11 1 charter 193 Stukken betreffende de keizerprebenden in de Dom, 1196-1592 1196-1592 1 omslag 194 Getuigenverhoor van enige vicarissen en canonici honorarii van de Dom over de vraag of de vicarii imperiales voor kanunniken of voor vicarissen moeten worden gehouden, 1562 1562 1 stuk 195-195 Overeenkomsten van Peter van Aelst en Anthonis van de Eem, vicarissen van de Dom, met het kapittel, tot de afstand van de vruchten van hun halve (keizers)prebenden tegen 180 gulden per jaar, 1584 1584 2 charters 195-1 1584 mrt. 6 195-2 1584 mrt. 6 196 Notariële akte betreffende het antwoord van het kapittel op verschillende brieven over het ambt van de dormitorius, 1365 mei 4 1365 mei 4 1 charter 3. Beheer van de prebenden De stukken in deze afdeling zijn voor het grootste deel testamenten. Een belangrijk aantal ervan bevat bepalingen omtrent de memorie van de overledenen, en deze documenten zouden dus kunnen worden beschouwd als eigendomsbewijzen van de renten, die in de kleine kamer worden verantwoord, maar zij behelzen meteen andere beschikkingen. Bovendien zijn de meeste testamenten in zeer algemene termen gesteld. Zij wijzen de executeurs aan en verwijzen voor het overige naar een cedel of naar cedelen, die soms wel, maar meestal niet bewaard zijn. De executeurs hadden onder meer de opdracht voor de memorie van de overledenen te zorgen. In de regel bevatten de testamenten dus geen omschrijving van de nagelaten goederen. Waar dit wel het geval is en de stukken voor het kapittel eigendomsbewijzen van landerijen geworden zijn, vindt men ze in de afdelingen van de erfpacht- en pachtgoederen. Slechts zelden kan men ook opmaken, waaruit de renten werden gevonden. In het eerste charter in deze rubriek is sprake van een rente uit goederen te Bunschoten, in het charter in nr. 203 van renten uit goederen te Stoutenberg. In deze rubriek zijn ook stukken opgenomen, die betrekking hebben op de inkomsten van kanunniken uit de anderen hoofde dan uit hun prebenden, omdat de afscheiding van dergelijke stukken moeilijk zou zijn door te voeren. Men mag de aanwezigheid van zulke bescheiden in het domarchief beschouwen als een aanwijzing, dat zij door de handen van executeurs van de testamenten zijn begaan. De administratie van de prebenden kon alleen worden gevoerd door personen die een eed aan het kapittel hadden afgelegd. Zie de resoluties van het kapittel van 24 november 1623 en van 2 oktober 1758. 197 Testament van Wulfgerus, kanunnik van de Dom, 1294 febr. 20 1294 febr. 20 1 charter 198 Testament van Stephanus, domdeken, 1295 juli 16 1295 juli 16 1 charter 198-a Kwitantie van Adriaen Joesten, rentmeester vanwege de executeuren van het testament van Elisabeth van Culemborch, gravinne van Hoechstraeten en van Culemborch, 1561 1561 1 stuk 199 Testament van Wilhelmus Clewardi, domdeken, waarin hij gelden bestemt voor acht scholaren boven het gewone getal, 1309 okt. 12 1309 okt. 12 1 charter 200 Testament van Symon Zebars, kanunnik van de Dom, 1316 mei 31 1316 mei 31 1 charter 201-201 Testament van Theodericus Cruve, kanunnik van de Dom, 1318, met eigendomsbewijzen van landerijen, een rente en een obligatie ten behoeve van hem, 1307-1314 1307-1314 5 charters 201-1 1307 juli 26 201-2 1309 aug. 13 201-3 1310 febr. 18 201-4 1314 april 14 201-5 1316 juni 13 202 Testament van Petrus van Zirixee, domscholaster, 1316 juni 13 1316 juni 13 1 charter 203 Testament van bisschop Frederik van Sierck, 1322 juli 25 1322 juli 25 1 charter 204 Vidimus van een akte van 1313 waarbij Johan van Woudenberch, ridder, aan Philips van Armelo, proost van Oudmunster, en diens broeder Arnt, kanunnik van de Dom, zijn goed in Kattenbroek afstaat als boedelgave voor de erfenis van hun moeder, 1322 juli 19 1322 juli 19 1 charter 205 Testament van Walterus van Zulen, kanunnik van de Dom, waarin hij gelden bestemt voor presenties, 1328 mei 27 1328 mei 27 1 charter 206 Testament van Egidius Bake, deken van Deventer, 1331 april 19 1331 april 19 1 charter 207-207 Testamenten van Ludolphus van Winkelhusen, kanunnik van de Dom, 1352, 1355, met nadere volmachten voor de executeurs, 1356 5 charters 207-1 1352 sept. 6 207-2 1355 nov. 21 207-3 1355 dec. 29 207-4 1356 jan. 31 207-5 1356 mei 6 208 Testament van Johannes Moliart, proost van Arnhem, 1356 mei 19 1356 mei 19 1 charter 209 Testament van Wescelus Wigeri van Boechout, kanunnik van de Dom, 1356 mei 26 1356 mei 26 1 charter 210 Akte waarbij Dyderic van Jutfaes, kanunnik van de Dom, de tijnsweer van een stuk land te Cothen verkrijgt en in erfpacht uitgeeft aan G. van Bloemenweerde, 1359 april 7 1359 april 7 1 charter 211-211 Stukken betreffende de verkoop van het claustraal huis van Johannes van Steyn, 1378, 1383, met de eigendomsbewijzen van deze, 1357, 1360 5 charters 211-1 1357 mrt. 24 211-2 1357 mrt. 24 211-3 1360 mei 7 211-4 1378 febr. 8 211-5 1383 juni 29 212 Testament van Nycolaas Stuye, proost van St. Odiliënberg, 1360 febr. 18 1360 febr. 18 1 charter 213 Eigendomsbewijzen van 3 morgen 3½ hond land te Nijendijk, ten behoeve van domdeken Henric van de Weyde, 1361 mei 11 1361 mei 11 1 charter 214 Testament van Heynricus, kanunnik van de Dom, 1365. Afschrift, 1365 aug. 28 1365 aug. 28 1 charter 215 Vidimus door Ghisebrecht, cureit te Woudenberg, van een schepenbrief van 1346 van Woudenberg, waarbij Zweder Uterlo, kanunnik, dan proost van de Dom († 1378) twee hoeven land in Voscuulrebroec in erfpacht geeft, 1355 jan. 25 1 charter 216 Eigendomsbewijs voor Zweder Uterlo van een half morgen land te Cothen, 1365 juni 11 1365 juni 11 1 charter 217 Verklaring door de bisschoppelijke officiaal, dat de executeurs van het testament van Conrad van Harderwijc, priester, aan Zweder Uterlo, proost en aartsdiaken van de Dom, kwijting gegeven hebben voor 50 Franse schilden, 1369 mei 4 1369 mei 4 1 charter 218-218 Akte waarbij de domproost Zweder Uterlo een halve hoeve land te Manderen, die hij gekocht heeft aan zijn zoon Henric schenkt voor de duur van diens leven, 1364, met akte waarbij hij dezelfde hoeve schenkt aan zijn kok Giels Willemsz., 1374 1364, met akte waarbij hij dezelfde hoeve schenkt aan zijn kok Giels Willemsz., 1374 2 charters 218-1 1364 febr. 4 218-2 1374 juni 18 219 Akte van overdracht van een rente van 15 oude Franse schilden uit de tienden te Groetenvelt en eis aan Arend van Diest, bisschop van Capitolia, 1377 mei 12 1377 mei 12 1 charter Het is niet zeker dat Arend van Diest domheer is geweest NB 220-220 Testamenten van Everardus Foeck, kanunnik van de Dom, later ook deken van Oudmunster, 1397, 1414, 1417 1397, 1414, 1417 3 charters 220-1 1397 febr. 8 220-2 1414 mei 22 220-3 1417 juni 8 221-221 Testamenten van Johannes van Tuul, kanunnik van de Dom, waarin hij gelden bestemt voor de domfabriek, 1397, 1402 1397, 1402 2 charters 221-1 1397 aug. 28 221-2 1402 aug. 28 222 Testament van N.N, ca. 1400 ca. 1400 1 charter 223 Rekeningen over het beheer van de prebende van Peter van de Praest, kanunnik van de Dom, door Andreas Veer en door de lakenkoper Henric van Renen, 1401/1402, 1405/1406 1401/1402, 1405/1406 1 omslag 224-224 Testament van Johannes Witte, kanunnik van de Dom, met cedel, codicil, kwitanties en andere stukken, afkomstig van de executeurs, 1403-1414 1403-1414 9 charters Zie ook nrs. 1263-1263-3 NB 224-1 1403 nov. 17 224-2 1403 nov. 18 224-3 1408 jan. 28 224-4 1410 jan. 9 224-5 1411 nov. 10 224-6 (1414) april 15 224-7 1414 april 26 224-8 1414 mei 22 224-9 1414 juli 6 224-a Scheidsrechtelijke uitspraak in de geschillen tussen de kanunniken Petrus van de Praest en Henricus van de Cule, 1405 aug. 2 1405 aug. 2 1 charter 225-225 Testament van mr. Arnoldus Pot, deken van St. Pieter, met cedel en rekening van de executeurs en inventaris, 1408-(1413) 1408-(1413) 1 band en 2 charters 225 (1413) 225-2 1408 febr. 16 225-3 1412 juni 29 225-a Akte van collatie van de proosdij van de H. Geestkerk te Roermond voor de kanunnik Johannes Teoderici, 1409 mrt. 9 1409 mrt. 9 1 charter 226-226 Testamenten van Gerardus Foec, kanunnik van de Dom, 1412, 1414 1412, 1414 3 charters 226-1 1412 mei 17 226-2 1414 febr. 14 226-3 1414 mrt. 8 227-227 Testament van Henricus van Velde, kanunnik van de Dom, in tweevoud, 1412, met rekening van de executeurs en inventaris, (1413) 1412, met rekening van de executeurs en inventaris, (1413) 1 band en 2 charters 227 (1413) 227-2 1412 mei 23 227-3 1412 mei 23 228 Testament van Wilhelmus Buser, kanunnik van de Dom, 1413 febr. 22 1413 febr. 22 1 charter 229-229 Testament van Helias van Noerde, kanunnik van de Dom, 1413, met cedel en rekening van de executeurs en inventaris, (1414) 1413, met cedel en rekening van de executeurs en inventaris, (1414) 1 band en 2 charters 229 (1414) 229-2 1413 mei 26 229-3 1413 mei 26 230-230 Akte van goedkeuring van de handelingen van de executeurs van het testament van Johannes Scout, kanunnik van de Dom, met een stuk betreffende een proces tegen hem gevoerd voor de bisschoppelijke officiaal, en een betrekkelijke procuratie, 1414-1415 1414-1415 3 charters 230-1 1414 dec. 30 230-2 1414 dec. 30 230-3 1415 mrt. 27 231-231 Testament van Herbernus van Oy, kanunnik van de Dom, 1416, met een kwitantie van één van de erfgenamen, 1425 1416, met een kwitantie van één van de erfgenamen, 1425 2 charters 231-1 1416 april 25 231-2 1425 okt. 9 232 Testament van Robertus van Wysse, proost van Elst, 1416 dec. 13 1416 dec. 13 1 charter 233 Testament van Georgius van Pala, kanunnik van de Dom, 1417 juli 2 1417 juli 2 1 charter 234 Testament van Arnoldus Wale, kanunnik van de Dom, 1418 april 5 1418 april 5 1 charter 235 Testament van Johannes Egidii, deken van St. Pieter te Middelburg, 1419 april 20 1419 april 20 1 charter 236-236 Testamenten van Wisso van Ziericxzee, kanunnik van de Dom, 1421, 1422 1421, 1422 2 charters 236-1 1421 juli 29 236-2 1422 mrt. 14 237 Testament van Johannes van Ghinckel, kanunnik van de Dom, 1422 mrt. 4 1422 mrt. 4 1 charter 238 Testament van Gerardus Weert, proost van Arnhem, 1422 nov. 21 1422 nov. 21 1 charter 239-239 Testamenten van Wilhelmus van Renen, proost van Emmerik, waarbij hij onder andere aan Johannes Hondertmarck en Petrus de Molendino ieder de helft van zijn claustraal huis toewijst, 1422, 1424 1422, 1424 2 charters 239-1 1422 juli 30 239-2 1424 aug. 25 240 Testament van mr. Arnoldus van Tricht, domthesaurier, 1424 juni 15 1424 juni 15 1 charter 241 Testament van Hacko van Outhuesden, kanunnik van de Dom, 1425 april 3 1425 april 3 1 charter 241-a Akte van collatie van de proosdij van de H.Geestkerk te Roermond voor de kanunnik Henricus Rover de Wynsen, 1434 juni 28 1434 juni 28 1 charter 242-242 Testament van Henricus van Ryswiick, kanunnik van de Dom, 1435, met de uitspraak door de domproost en andere scheidsrechters tussen het kapittel met mr. Henrick Raescop en de executeurs, en Jan van Ryswiick, in tweevoud, 1449 1435, met de uitspraak door de domproost en andere scheidsrechters tussen het kapittel met mr. Henrick Raescop en de executeurs, en Jan van Ryswiick, in tweevoud, 1449 3 charters 242-1 1435 febr. 17 242-2 1449 okt. 13 242-3 1449 okt. 13 243-243 Testament van Andreas van Scoerle, kanunnik van de Dom, met cedel, 1435 1435 1 stuk en 1 charter 243 1435 243-2 1435 mrt. 2 244 Bewijs door de vice-gardiaan van het convent van de minderbroeders te Utrecht afgegeven wegens twee door de domdeken geleende en terugbezorgde boeken, 1430 nov. 12 1430 nov. 12 1 charter Waarschijnlijk afkomstig van de executeurs van domdeken Herman van Lockhorst († 1438) NB 245 Kwijting aan Aernt de Waal, ten behoeve van de domdeken verleend, voor 8 Beierse guldens vanwege een koralen paternoster en een grote steen, ca. 1400 ca. 1400 1 charter Waarschijnlijk afkomstig van de executeurs van domdeken Herman Lockhorst NB 246 Obligatie van 88 Franse schilden, door domdeken Herman van Lockhorst gegeven aan Henric van Brienen, 1403 mrt. 18, met aantekeningen over de aflossing vanaf 1435 1403 mrt. 18, met aantekeningen over de aflossing vanaf 1435 1 charter 247 Testament van mr. Theodericus van Aemsterdam, kanunnik van de Dom, 1439 aug. 6 1439 aug. 6 1 charter 248 Testament van Jacobus Wit, kanunnik van de Dom, 1440 aug 1 1440 aug 1 1 charter 249 Testament van Gerlacus Buck van Esch, kanunnik van de Dom, 1440 sept. 2 (?) 1440 sept. 2 (?) 1 charter 250-250 Testament van Raso Doggart, proost van Oldenzaal, met twee aangehechte cedelen, 1442 1442 1 omslag en 1 charter 250 1442 250-2 1442 nov. 24 251 Vidimus door de bisschoppelijke officiaal van een testament van 1444 van Petrus van Mera, proost van Emmerik, 1444 dec. 17 1444 dec. 17 1 charter 252-252 Akte waarbij het kapittel Johannes van Baerlandia, vicaris in de kerk van St. Salvator, machtigt tot afwikkeling van alle zaken, welke mogen voortspruiten uit de aanspraken van de schuldeisers en erfgenamen van wijlen de kanunnik Johannes Colentier op diens claustraal huis en verdere nagelaten goederen, 1450, met akte waarbij Jacob heer van Gaesbeek, executeur van het testament van Jan Colentier, proost van Elst, zich verbindt het kapittel schadeloos te houden van alle aanspraak wegens diens bezette goederen, 1451 2 charters 252-1 1450 febr. 6 252-2 1451 jan. 7 253-253 Testament van mr. Bernardus Uten Enge, kanunnik van de Dom, met cedel en akte van volmacht in een proces tegen de executeurs, 1452 1452 3 charters 253-1 1452 jan. 18 253-2 1452 mrt. 13 253-3 1452 mei 3 254-254 Cedel behorende bij het testament van Johannes Uten Elsweert, kanunnik van de Dom, met aantekeningen behorende tot de afrekening van de executeurs, 1454, en een akte waarbij Ghort Ghert die Hanen dochter, zuster en erfgename van Jan uten Elsweert, het kapittel kwiteert van alle aanspraken die zij als executeur testamentair van haar broer zou hebben, 1463 1454, en een akte waarbij Ghort Ghert die Hanen dochter, zuster en erfgename van Jan uten Elsweert, het kapittel kwiteert van alle aanspraken die zij als executeur testamentair van haar broer zou hebben, 1463 1 omslag en 1 charter 254 1454 254-2 1463 jan. 5 255 Akte waarbij Theodericus Borchgreve en andere burgers van Arnhem mr. Rutgerus van Dijck, kanunnik van St. Lambertus te Luik, en Wilhelmus Paedze, secretaris van de kardinaal-diaken van St. Eustachius, tot hun procuratoren benoemen om 180 Arnhemse guldens en 4 kromstaarten gerechtelijk in te vorderen van Johannes Saltkoren, burger van Bazel, 1433 sept. 8 1433 sept. 8 1 charter 256-256 Kwitantie van het kapittel voor mr. Wilhelmus Paedze, van 100 oude Franse schilden, waarmede een rente van 16 pond uit zijn claustraal huis is afgelost, 1456, met obligatie van 16 Franse schilden voor dezelfde, 1466 1456, met obligatie van 16 Franse schilden voor dezelfde, 1466 2 charters 256-1 1456 sept. 9 256-2 1466 mrt. 7 257 Brieven van de secretaris van de abt van Egmond aan mr. Wilhelmus Paedze, en van laatstgenoemde aan de abt, 1459 1459 1 omslag 258 Kwitantie van het kapittel voor mr. Jacob Dibbout, kanunnik van de Dom († 1472), van 35 Rijnse gulden voor de memorie van zijn zuster Katherine, die in de kerk begraven ligt, 1459 febr. 22 1459 febr. 22 1 charter 259 Cedel behorende bij het testament van een ongenoemde (kanunnik), waarin aan Jacob Dibbout een legaat wordt toegewezen, ca. 1465 ca. 1465 1 stuk 260 Minuut van het testament van Suederus van Weteringe, kanunnik van de Dom, 1459 1459 1 stuk 261 Testament van Ghisbertus Heerman, kanunnik van de Dom, 1462 1462 1 charter 262 Testament van Petrus van Gouda, kanunnik van de Dom, 1466 april 13 1466 april 13 1 charter 263-263 Kwitanties voor het kapittel wegens wijn en allerhande waren, geleverd aan wijlen Henrick van Jutfaes, kanunnik van de Dom († 1457), 1467 1467 2 charters 263-1 1467 april 5 263-2 1467 april 11 264-264 Testament van Gerlacus van Donck, kanunnik van de Dom († 1503), 1467, met cedel, 1502, een eigendomsbewijs voor deze van een claustraal huis met oudere akte van overdracht, 1471-1472, en een obligatie betreffende roggepacht uit een hofstede te Aerle, 1486 1 omslag en 4 charters 264 1502 264-2 1467 sept. 4 264-3 1471 juni 7 264-4 1472 mrt. 15 264-5 1486 april 1 265 Minuut van het testament van Hermannus Vos, kanunnik van de Dom, 1467 1467 1 stuk 266 Testament van mr. Johannes Brant, kanunnik van de Dom, 1468 mei 29 1468 mei 29 1 charter 267-267 Testamenten van Johannes Gruter, kanunnik van de Dom, 1468, 1499, met akte betreffende een obligatie ten behoeve van de weduwe van Gijsbert de Gruter, broeder van Johannes, 1468 3 charters 267-1 1468 juni 28 267-2 1468 nov. 3 267-3 1499 sept. 9 268-268 Stukken betreffende een proces tussen de executeurs van het testament van Gerardus van Randen, proost van Oldenzaal en Elst, en het kapittel, waarbij akten van de rector van het Floris-huis te Deventer en de prior van het klooster te Sibculo, die het executeurschap afwijzen, 1474, met overeenkomsten tussen de partijen, 1482 1474, met overeenkomsten tussen de partijen, 1482 8 charters 268-1 1474 jan. 26 268-2 1474 febr. 9 268-3 1474 mrt. 5 268-4 1474 sept. 20 268-5 ca. 1474 268-6 1482 febr. 7 268-7 1482 juni 22 268-8 1482 febr. 7 269-269 Testament van Ernetus van Steenre, kanunnik van de Dom, met een door zijn executeurs tijdens zijn ziekte opgemaakte akte en een fragment van hun rekening, 1476 1476 1 stuk en 2 charters 269 1476 269-2 1476 febr. 3 269-3 1476 febr. 4 270 Testament van Henricus Jacobi Maddert van de Graft, kanunnik van de Dom, 1478 nov. 24 1478 nov. 24 1 charter 271 Akte waarbij de executeur van het testament van mr. Johannes Militis, proost van Arnhem, gevolmachtigden benoemt voor de verkoop van diens claustraal huis, 1480 april 28 1480 april 28 1 charter 272 Testament van Theodoricus Uterweer, deken van Oudmunster en proost van Leiden, 1483 sept. 7 1483 sept. 7 1 charter 273-273 Testamenten van Anthonius Pott, kanunnik van de Dom, 1490, 1500, met afschrift van het testament van Ghysbertus de Foramine de Venrode, kanunnik van Oudmunster, waarin Anthonius Pott onder andere tot executeur benoemd was, 1490 1 stuk en 2 charters 273 1490 273-2 1490 aug. 26 273-3 1500 okt. 24 274-274 Verklaring door het kapittel, dat aan de executeurs of erfgenamen van wijlen zijn medebroeder Jacobus van Eten vanwege zijn prebende nog 139 gulden, 9 stuivers, 7 witjes en 1 duit toekomen, 1492, met uitspraak door zegslieden, 1492, en bewijs van betaling, 1501 1492, met uitspraak door zegslieden, 1492, en bewijs van betaling, 1501 1 stuk en 2 charters 274 1492 274-2 1492 jan. 30 274-3 1501 april 23 275 Testament van Rodolphus Proys, kanunnik van de Dom, 1492 juni 9 1492 juni 9 1 charter 276 Testament van Herbernus van Mijnden, kanunnik van de Dom, 1493 juni 1 1493 juni 1 1 charter 277-277 Testamenten en minuut-testament van Jacobus Johannes IJsbrandi, kanunnik van de Dom, 1493, 1504, met familiepapieren, 1407-1426, 1471 1493, 1504, met familiepapieren, 1407-1426, 1471 1 omslag en 6 charters 277 1471, 1504 277-2 1407 juli 24 277-3 1409 aug. 5 277-4 1426 febr. 19 277-5 1426 febr. 19 277-6 1493 okt. 2 277-7 1504 nov. 26 278-278 Testament van Johannes van Drakenborch, kanunnik van de Dom, 1495, 1497 1495, 1497 2 charters 278-1 1495 mei 15 278-2 1497 aug. 9 279-279 Testamenten en minuut-testament van Arnoldus van Tsgravenzande, kanunnik van de Dom, 1495 1495 1 stuk en 1 charter 279 1495 279-2 1495 nov. 10 280 Testament van Theodericus van Drakenborch, kanunnik van de Dom, 1497 mei 20 1497 mei 20 1 charter 281-281 Testament en minuut-testament van Petrus Bueren van Arnhem, prebendatus imperialis van de Dom, 1499 1499 1 stuk en 2 charters 281 1499 281-2 (1499) 281-3 1499 april 17 282-282 Testament, minuten van testamenten en cedel van Johannes Foyt, kanunnik van de Dom, 1500, met schuldbekentenis ten behoeve van hem, 1473 1500, met schuldbekentenis ten behoeve van hem, 1473 1 omslag en 2 charters 282 1500 282-2 1473 nov. 7 282-3 1500 juli 10 283-283 Eigendomsbewijs voor mr. Nyclaes van Lavennis, proost van Leiden, van een erfpacht uit een hofstede aan de zuidzijde van het Oudkerkhof, afkomstig van zijn executeurs, 1503, met oudere akten van overdracht, 1460, 1468, en rentebrieven voor Van Lavennis ten laste van het kapittel, 1510-1513 7 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 283-1 1460 jan. 29 283-2 1468 mrt. 3 en 1503 nov. 9 (getransfigeerd) 283-3 1510 nov. 4 283-4 1511 febr. 21 283-5 1511 juli 11 283-6 1513 dec. 5 284-284 Testamenten van Johannes van Renesse, domscholaster, met inventaris van zijn nalatenschap, 1504 1504 1 stuk en 2 charters 284 1504 284-2 1504 mrt. 13 284-3 1504 mrt. 19 285 Testament van Wynand van Doirnick, kanunnik van de Dom, 1506 aug. 17 1506 aug. 17 1 charter 286 Testament van Stephanus Petri van Haerlem, kanunnik van de Dom, 1508 mrt. 27 1508 mrt. 27 1 charter 287-287 Rekening van de executeurs van domdeken Ludolph van Veen († 1508), 1487, met inventaris en aantekeningen van het gehouden erfhuis, 1509 1 omslag en 1 charter 287 1509 287-2 1487 okt. 15 288 Testament van domdeken Ludolf van Veen, 1508. Afschrift 1508. Afschrift 1 stuk 288-a Stuk betreffende de verkoop van het kantoor van wijlen mr. Hermannus Tulman aan mr. Adrianus Ram, ná 1508 ná 1508 1 stuk 289 Verklaring door het kapittel van Oudmunster ten behoeve van de executeurs van Ludolf van Veen, domdeken en kanunnik van Oudmunster, dat de met deze getroffen overeenkomst, betreffende de slooping van het door hem bewoonde huis ten behoeve van de vergroting van het kerkhof, is nageleefd, 1509 okt. 26 1509 okt. 26 1 charter 290-290 Testament van Johannes Tussenbroek, kanunnik van de Dom, 1509, met een aantekenboek van ontvangsten en uitgaven, door Jan Janssen van Tussenbroek te Rome en elders gehouden, 1479-1486, en een inventaris van de nalatenschap, 1510 1 pak en 1 charter Zie ook nrs. 4114, 4140 en 4151 NB 290 1479-1486, 1510 290-2 1509 juni 7 291 Akte waarbij de procureur-generaal in Germanië van het minderbroederklooster te Parijs de kanunnik van de Dom te Utrecht Asrianus Ram († 1518) deelgenoot maakt van de goede werken in de kerk van het convent gevestigde St. Franciscus en St. Anthonius-broederschap, 1489 mrt. 30. Gedrukt 1489 mrt. 30. Gedrukt 1 charter 291-a Verklaring door ontvangst door de vicarissen van de Dom uit handen van de executeur-testamentair van de kanunnik Adriaan Ram van 38 Carolusguldens voor op diens sterfdag te verrichten gebeden, 1552 aug. 3 1552 aug. 3 1 charter 292-292 Testamenten van Arnoldus Boeckelair, kanunnik van de Dom, 1512, 1521, met rentebrieven voor dezelfde ten laste van het kapittel van Dordrecht en het domkapittel, 1514, 1516, akten betreffende de dotatie van een officie in de Buurkerk, 1514, een kwitantie voor de executeur, 1532, 1540, en een brief aan A. Bueckelaer over een rente, 1498 1 omslag en 9 charters (waarvan 4 getransfigeerd) 292 1498, 1532, 1540 292-2 1512 aug. 3 292-3 1514 april 15 en 1514 april 24 2 charters, getransfigeerd 292-4 1514 juni 20 en 1514 juni 20 2 charters, getransfigeerd 292-5 1514 juni 23 292-6 1516 okt. 28 292-7 1521 okt. 30 292-8 1521 okt. 30 293-293 Testamenten van Fredericus de Koninck, kanunnik van de Dom, 1521, 1532, 1534 1521, 1532, 1534 1 stuk en 2 charters 293 1534. Afschrift 293-2 1521 nov. 7 293-3 1532 jan. 16 294-294 Testament van Abraham van Leuwenberch, kanunnik van de Dom, waarbij hij het altaar en de kapel van de Drie Koningen begiftigt, ook de Gemene vicarissen en de Domfabriek, in tweevoud, 1523 1523 2 charters 294-1 1523 juli 13 294-2 1523 juli 13 295 Cedel, behorende bij het testament van Gerardus Zoudenbalch, kanunnik van de Dom, 1524, met stukken betreffende de vereffening van de boedel voor de executeurs, 1525 1 omslag 296 Testament van Johannes van Solms, kanunnik van de Dom, 1527 febr. 9 1527 febr. 9 1 charter 297 Afschrift van het testament van Gerardus Hucker, kanunnik van de Dom, 1527 1527 1 stuk 298 Afschrift van het testament van Willem van Enckevoirt, bisschop van Utrecht, 1534 1534 1 stuk 299 Testament van Henricus Huysselmann, domscholaster, 1535 mrt. 23 1535 mrt. 23 1 charter 300 Overeenkomst van de kanunnik van de Dom Dirck Taets van Lockhorst c.s, met de mombers van Jacob, zoon van Gijsbert Taets van Lockhorst, over uitkeringen volgens vonnis van het Hof van Utrecht en het hierbij gevoegde testament van 1523 van Cornelis, weduwe van Aernt Taets, 1539 1 stuk 301 Minuut van een kwitantie voor de executeur van het testament van Henricus Ben, kanunnik van de Dom, 1542 1542 1 stuk 302 Afschrift van de testamenten van Anthonius Taets van Ameronghen, kanunnik van de Dom, 1542, 1554 1542, 1554 1 stuk 303 Inventaris van de nalatenschap van Albert Pigge, domthesaurier, 1543 1543 1 stuk 304 Ontwerp en afschrift van het testament van Cornelius van Hoern, kanunnik van de Dom, 1544 1544 1 omslag 305 Afschrift van het testament van Johannes van Wterwyck, kanunnik van de Dom, 1545 1545 1 stuk 306 Afschriften van de testamenten van Henricus Godefridi, kanunnik van de Dom, 1547, 1557 1547, 1557 1 omslag 307 Afschrift van het testament van Michael van Helmont, kanunnik van de Dom, 1548 1548 1 stuk 308-308 Akte van condemnatie door het Hof van Utrecht van Dionys Uyten Eng tot bewaring van de kanunnik Amelis Uyten Eng, met rekening van Joh. van Damme over de inkomsten en uitgaven van de kanunnik Amelis Uten Eng, 1548 1548 1 stuk en 1 charter Volgens vicaris Wouter Brock is deze domheer in 1550 van zijn subdiakonaat ontheven en is hij gehuwd. In de rekening is sprake van zijn opsluiting NB 308 1548 308-2 1548 juli 13 309 Rekening van de executeurs van Gerardus Ricoldi (Gerrit Ryckensz., † 1552), prebendatus imperialis 1 stuk 310 Particuliere brief aan Jan Reael, kanunnik van de Dom, († 1551) 1 stuk 311 Minuut-testament van Jodocus van Praet van Moerkercken, domthesaurier, 1554 jan. 31 1554 jan. 31 1 charter 312 Rekeningen van het beheer van de goederen van de kanunnik Lambert ten Dunen († 1552) door Dirck van Malsen, 1552-1558, met inventaris van de inhoud van een koffer met goederen, behorende aan J. Hoetfilter, bisschop van Lubeck en kanunnik van de Dom, in het stadhuis gevonden, 1552, met twee brieven aan L. ten Dunen, 1532 1 omslag 313-313 Afschrift van de cedel bij het testament van Gabriel de Lengles, kanunnik van de Dom, 1554, met akte van décharge voor de executeurs, 1558, met octrooi van het Hof van Utrecht voor de genoemde om bij testament over zijn in Utrecht gelegen goederen te mogen beschikken, 1553 1 omslag en 1 charter 313 1554-1558 313-2 1553 april 27 314 Rekening van de executeurs van Marcus van Weze, proost van Elst en Culemborg, 1555 1555 1 deel 315 Afschrift van het testament van Rodolphus Campingius, kanunnik van de Dom, 1559 1559 1 stuk 315-a Brief van Viglias de Zuichem D'ayta aan zijn neef Bucho de Montzima te Parijs, 1560 1560 1 stuk 316-316 Akte van willige condemnatie door het Hof van Utrecht van Johan van Renesse, heer van Wulven en Wilp, tot aanvaarding van de boedel van wijlen zijn neef Adriaan van Renesse, domdeken, die hem tot universeel erfgenaam had gemaakt, met executoriaal, 1560, onderwerp-testament van Adrianus van Renesse van Wulven, kanunnik van de Dom, 1533, en akte waarbij Gertrudis van Zuylen, weduwe van Johannes van Renesse, heer van Wilp, benoemt tot executeur van hare testamentaire bepalingen, nedergelegd in een met haar eigen hand geschreven, door de domscholaster Adrianus van Renesse bezegelde cedel, 1543 1 stuk en 3 charters 316 1533 316-2 1543 okt. 2 316-3 1560 jan. 18 316-4 1560 mrt. 20 317 Stukken betreffende een proces voor het Hof van Utrecht tussen het kapittel en Johan van Renesse, heer tot Wilp, als erfgenaam van Adriaan van Renesse, domdeken, 1563 febr. 8, 1566 dec. 16, 1583 april 1 1563 febr. 8, 1566 dec. 16, 1583 april 1 3 charters (getransfigeerd) 318 Akte waarbij Georgius Strijt, priester (in 1548 kanunnik van de Dom, † 1565), gemachtigden benoemt om voor hem kerkelijke beneficies te ontvangen, 1534 april 1 1534 april 1 1 charter 319 Akte van de institutie van Georgius Strijt in het bezit van de parochiale kerk van Haussy in het diocees van kamerijk, 1538 mrt. 8 1538 mrt. 8 1 charter 320 Akte waarbij Wilhelmus van Lockhorst, kanunnik van St. Marie, aan Georgius Strijt, sacellanus, belooft de helft van de vruchten van de scholasterij te zullen uitkeren, 1539 nov. 13 1539 nov. 13 1 charter 321 Akte waarbij bisschop George van Egmond zijn aalmoezenier Georgius Strijt vergunt zijn testament te maken, 1547 juli 17 1547 juli 17 1 charter 322 Mandaat van bisschop George van Egmond tot institutie van Georgius Strijt in de parochiale kerk te Oestende in Zuid-Beveland, 1548 juli 29 1548 juli 29 1 charter 322-a Akte waarbij Georgius Strijt gemachtigden benoemd om bij de verwisseling van zijn vicarie op het H. Kruisaltaar te Hulst tegen de parochiale kerk van Moerbeke, de vicarie te stellen in handen van de collator, 1548 nov. 22 1548 nov. 22 1 charter 323-323 Akten waarbij de pauselijke nuntius aan Georgius Strijt vergunt voor zichzelf en zijn huisgenoten een geestelijke als biechtvader aan te nemen en waarbij aan dezelfden toegestaan wordt het brevier volgens de Romeinse manier (secundum usum Romarrusse) te lezen, 1549 1549 1 charter en 1 stuk 323 1549 323-2 1549 sept. 24 324 Kwitantie door het kapittel gegeven aan zijn medekanunnik mr. George (Strijt) wegens een som van 3500 Carolusgulden, door George van Egmond, bisschop van Utrecht, geschonken, waarvoor het kapittel jaarlijks 140 gulden betalen zal voor presentiegelden bij een door de bisschop ter ere van het H. Sacrament gestichte mis, 1552 april 1 1552 april 1 1 charter 325 Akte waarbij Franciscus Athensis, meester in de kunsten aan de universiteit te Leuven, mr. Georgius Strijt machtigt om voor hem kerkelijke beneficies te ontvangen, 1557 aug. 31 1557 aug. 31 1 charter 326 Akte waarbij Johannes Strijt mr. Georgius Strijt machtigt om voor hem kerkelijke beneficies te ontvangen, 1559 nov. 1 1559 nov. 1 1 charter 327 Akte waarbij de koning aan Joris Strijt, domheer te Utrecht, toestaat bij testament over zijn goederen, zowel leengoederen als eigen goederen, geërfd als verkregen en nog te verkrijgen, te beschikken, 1560 dec. 18 1560 dec. 18 1 charter 328-328 Stukken betreffende de verruiling van de kerkelijke beneficies tussen Georgius Strijt, kanunnik van de Dom, Georgius Strijt Jr. en Johannes Strijt, 1560-1563, met mandaat van de gemachtigde van de pauselijke nuntius aan de bisschop van Luik, diens vicaris en officiaal, om Georgius Strijt (Jr). in het bezit te stellen van een vicarie in de kerk van Thorn, 1556, en akte waarbij Georgius Strijt (Jr)., geestelijke van het diocees Luik, gemachtigden benoemt om voor hem kerkelijke beneficies te ontvangen, 1565 1 omslag en 6 charters De kanunnik stond in 1560 een vicarie te Voorschoten af aan Johannes Strijt tegen één te Hulst, die hij in 1563 aan Georgius Strijt Jr. overdeed tegen een vicarie in de St. Nicolaaskerk te Utrecht. In 1561 stond hij een vicarie op hetzelfde altaar te Voorschoten af aan Georgius Strijt Jr. tegen één in de St. Nicolaaskerk te Utrecht, maar in 1563 kwam een ruiling in tegengestelde zin tot stand NB 328 1561, 2e helft 16e eeuw 328-2 1556 juni 18 328-3 1560 febr. 8 328-4 1561 sept. 20 328-5 1563 dec. 3 328-6 1563 dec. 3 328-7 1565 mei 19 329 Akte waarbij Joris Strijt, kanunnik van de Dom en rector van de vicarie op het altaar van St. Nicolaas in de kerk te Gorinchem, Jan Frericxse, burger van Utrecht, machtigt om zijn achterstallige pachten te innen, 1564 sept. 2 1564 sept. 2 1 charter 330 Register van ontvangsten en uitgaven van Georgius Strijt, kanunnik van de Dom, 1547-1565 1547-1565 1 deel Zie ook het archief van de Bisschoppen van Utrecht nr. 550, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand van Catalogus van het archief der bisschoppen van Utrecht door S. Muller Fz (Utrecht, 1906) NB 331 Brieven aan de kanunnik Joris Strijt, 1562, 1564, en een brief van Johannes van Bruhesen aan de secretaris mr. Johannes Lamswert over de uitvaart van G. Strijt, 1565 1 omslag 332 Testament van Adrianus van Ysenderen, kanunnik van de Dom, 1564 april 14 1564 april 14 1 charter 333 Stukken betreffende het proces gevoerd voor Paulus van de Berg als commissaris uit het Hof van Utrecht, door de executeurs-testamentair van de kanunnik Maurits de Grouff tegen diens erfgenamen, tot het opheffen van de stoornis in het door eisers uitgeoefende bezit van de nalatenschap, 1565, met enige stukken over de geschillen tussen de pretense erfgenamen over hun rechten 1 omslag 334-334 Testament van Rudolphus Muylert, kanunnik van de Dom, 1568, met aantekeningen over het beheer van zijn prebende, 1541-1544 1568, met aantekeningen over het beheer van zijn prebende, 1541-1544 1 deel en 1 charter 334 1541-1544 334-2 1568 juni 15 335-335 Testament van Egbertus Luessinck, kanunnik van de Dom, in tweevoud, 1569, met register betreffende het beheer van Cornelis ten Bosch als executeur, 1570-1575, kwitanties voor de executeurs, waarvan één door de domdeken, een burgemeester van Utrecht, de huismeesters en gemene broeders van het St. Elisabethsgasthuis te Utrecht wegens fl. 480 voor een beurs in het St. Willibrordshuis en één door het domkapittel wegens fl. 2180.- voor wekelijkse uitdelingen aan de armen, met de akte van goedkeuring door de aartsbisschop, en een akte waarbij het kapittel aan de executeurs 30 morgen 100 roeden land achter het Lijnpad ten onderpand stelt, 1574-1575 1 deel en 6 charters (waarvan 3 getransfigeerd) 335 1570-1575 335-2 1569 april 15 335-3 1569 april 15 335-4 1575 jan. 8, 1575 febr. 10 en 1575 aug. 22 ( 3 charters getransfigeerd) 335-5 1575 aug. 22 336 Gerechtsbrief van Utrecht, waarbij Herman van de Vecht zijn broeders Johan van de Vecht, domdeken († 1572), en Coenraet van de Vecht, met Engelbert van Bruhesen, kanunnik van de Dom, machtigt om uit zijn naam met de hertog van Alva te onderhandelen en overeen te komen, 1569 dec. 24 1569 dec. 24 1 charter 337 Afschrift van de cedel behorende bij het testament van domdeken Johannes van de Vecht, 1570, in het kapittel overgelegd in 1572, met een schrijven door de broeders van de overledene aan het kapittel over onbetaalde reiskosten 1 omslag 338 Procuratie door de kanunnik Dominicus van de Vorst aan Johan de Rode gegeven om voor hem in rechten op te treden, te ontvangen en uitgaven te doen, 1570 1570 1 stuk 339 Uitreksel uit het testament van de domproost Cornelius van Myerop, ca. 1570 ca. 1570 1 stuk 340 Vertaling van het testament van Maximiliaen van Walscapple, proost van Leiden, 1579, met aantekening betreffende het sterfhuis, 1584 1579, met aantekening betreffende het sterfhuis, 1584 1 omslag 341-341 Aantekeningen over de vorderingen van het sterfhuis van Georgius van Renesse, kanunnik van de Dom († 1580), op verschillende kamers, met stukken betreffende een met de nalatenschap samenhangend proces, 1581 1581 1 omslag en 2 charters (getransfigeerd) 341 1581 341-2 1580 dec. 15 en 1581 mrt. 3 2 charters getransfigeerd 342 Extract van een resolutie van het kapittel betreffende de verkoop van het huis van Gerardus Beyer, kanunnik van de Dom, 1581 1581 1 stuk 343 Akte van creatie tot notaris van Enghelbertus van Bruhesen (in 1562 kanunnik van de Dom, † 1582) door Jannes van Bruhesen, apostolisch protonotarius en comes palatinus, kanunnik van de Dom, 1560 juni 20 1560 juni 20 1 charter 344 Verklaring door de scholaster van de universiteit te Orleans, dat Enghelbertus van Bruhesen is gepromoveerd tot licentiaat in het kanonieke recht, 1561 okt. 23 1561 okt. 23 1 charter 345 Akte waarbij Judocus Vorstius, kanunnik van de Dom met prebende en supplement, en Engelbertus van Bruhesen, rector van het St. Anthoniusaltaar in de kapel van de clerici te Leuven, gemachtigden benoemen om hun beneficies te verruilen, 1562 jan. 2 1562 jan. 2 1 charter 346 Verklaring door Jodocus Vorstius, voorheen kanunnik van de Dom, dat ter gelegenheid van de verruiling van zijn prebende tegen die van Engelbertus Bruhesen, verzuimd is in de akte te vermelden, dat zij de goedkeuring van het kapittel daartoe hadden verzocht, 1562 aug. 20 1562 aug. 20 1 charter 347 Procuratie door Jan van Zelbach, vicaris van de Dom, aan zijn neef Engelbert van Bruhesen gegeven, om alle gelden en renten in te manen en te ontvangen, die Frans Bogne te Breda hem schuldig is, 1556 juni 27 1556 juni 27 1 charter 348 Kwitanties voor Engelbert van Bruhesen, particulier, 1571-1577 1571-1577 1 omslag 349 Akte waarbij de aartbisschop het kapittel verzoekt Engelbertus van Bruhesen toe te laten in het bezit van de thesaurie, welke deze verkregen had door ruiling met Johannes van Bruhesen tegen de vicarie van het H. Kruis in de St. Pieterskerk te Leiden, 1573 sept. 30 1573 sept. 30 1 charter 350 Stuk betreffende een proces voor de Geheime Raad tussen Johannes Axelius en Engelbertus van Bruhesen, kanunnik van de Dom, over de thesaurie, 1575 okt. 8 1575 okt. 8 1 charter 351 Akte door de regering van Antwerpen, waarbij Engelbert van Bruhesen wordt vrijgesteld van de wijnaccijns, 1576, met twee brieven aan hem gericht door Johannes van Bruhesen en door Gaspar Schetz, 1576, 1580 1576, 1580 1 omslag 352 Ontwerp-resolutie van het kapittel, om de beslissing over de vraag of de lasten van de domthesaurie van het jaar 1582 moeten worden gedragen door de executeurs van Engelbert van Bruhesen, dan wel door de domfabriek, op te dragen aan mr. Paulus van de Burch, (1583) (1583) 1 stuk 353 Akte waarbij de aartsbisschop van Utrecht Johannes Henrici voor zijn commissaris Johannes van Bruhesen, kanunnik van de Dom (in 1582, † 1600) oproept om te horen verklaren, dat hij de vicarie op het altaar van St. Catharina in de kerk te Wageningen, wegens het gemis van de vereiste leeftijd, niet kan bezitten, 1562 nov. 16 1562 nov. 16 1 charter 354 Akte waarbij het convent van Oostbroek Johan van Bruhesen, Engelbert van Bruhesen, kanunniken van de Dom, en mr. Balthazar van Blijenborch, doctor in de medicijnen, machtigt om aan de hertogin van Parma de benoeming van Peter van Wijck, geprofessijt in het convent, tot abt te verzoeken, 1567 mei 7 1567 mei 7 1 charter 355 Voorstel door de domthesaurier van Bruhesen aan het kapittel gedaan tot fundatie van predicaties in de octaaf van het H. Sacrament en gedurende de Advent, ca. 1570 ca. 1570 1 stuk 356 Mandaat door de aartsbisschop tot institutie van Johannes van Bruhesen in de vicarie van het H. Kruis in de St. Pieterskerk te Leiden, die deze verkregen had door ruiling met Engelbertus van Bruhesen tegen de domthesaurier, 1573 sept. 30 1573 sept. 30 1 charter 357 Inventaris van de nalatenschap van Adriaen van Schayck, dormitorius in de Dom, 1583, met fragment van de rekening van de executeurs, 1586 1 omslag 358 Rekening van de executeurs van het testament van Johannes van Wee, kanunnik van de Dom, 1586, met minuut van een akte waarbij aan de kanunnik Johannes van Wee een stuk land bij Wijk, behorende aan een vicarie aldaar, wordt verpacht, 1574 1 omslag Het betreft een fragment NB 359 Koopakte van het claustrale huis van wijlen Aert van Groenevelt ten behoeve van Thomas van Mahieu, kanunnik van de Dom, met verklaring dat de koop inderdaad niet is doorgegaan, 1591 1591 1 stuk 360 Afschrift van het testament van Henrick van de Vecht, kanunnik van de Dom, 1592, met een verzoekschrift door Baltazar van de Vecht, broeder van de kanunnik, aan het kapittel om de betaling van een rente, 1599 1 omslag 361 Commissie door het kapittel aan drie van zijn leden gegeven om te onderhandelen met de erfgenamen van Dirck van Wyttenhorst, proost van Deventer en Elst, 1595 1595 1 stuk 362 Stukken betreffende de aan arbiters onderworpen geschillen tussen de crediteuren van de kanunnik Gerrit van Axel over de deugdelijkheid en de rang van hun vorderingen, 1599-1603 1599-1603 1 pak 363 Stuk betreffende een proces van Joriaen van Geldermalsen tegen de domheer Otto van Treslong († 1600) cum sociis, over de opsluiting van Jan Lambertsz, 1582. Afschrift 1582. Afschrift 1 stuk 364 Overeenkomst tussen mr. Johan van Schade en de executeurs van het testament van jhr. Johan van Wassenaer van Duvenvoorde, domdeken en domscholaster († 1600), over de aanvaarding van de scholasterij, met nadere aantekening, 1600. Afschrift 1600. Afschrift 1 stuk 365-365 Stukken afkomstig van Johan van Duvenvoorde, domscholaster en domdeken, 1543-1599 1543-1599 15 delen, 14 pakken, 11 omslagen en 1 stuk Een beschadigd concept van een brief, door het kapittel gericht aan de 'Welgeboren Gen. fürst und heere' (prins Maurits), leert, dat het door de kanunnik Willem van Cleeff vernomen had, dat onder de goederen, die wijlen de domdeken te (Amers-)foort had laten liggen, wel papieren konden zijn, waaraan voor de kerk veel gelegen was. Het had daarom N.N. en N.N. benoemd om als commissarissen met Z.G. te overleggen en het verlof te verkrijgen de papieren te mogen doorzien en, voor zover ze de kerk betroffen, tot zich te nemen. Het stuk is niet gedateerd en aangezien de resoluties uit de tijd van Duvenvoordes overlijden ontbreken, kan men slechts gissen dat de brief op zijn archief betrekking heeft. Strikt genomen heeft het kapittel er geen aanspraak op kunnen maken, aangezien het alleen zijdelings iets anders dan het particulier inkomen van de domdeken betreft. Of de nummering, die op vele liassen aangetroffen wordt, van de aangeduide commissarissen afkomstig is, dan wel van oudere herkomst is, is niet uit te maken. Vermoedelijk zijn een aantal bescheiden, die elders in het domarchief zijn ondergebracht, uit de ontbrekende nummers van dat van Duvenvoorde gekomen. Volgens de resoluties van het kapittel van 16 oktober 1615 zijn zijn papieren, die uit het sterfhuis naar de woning van Dirck van Zuylen gekomen waren, destijds naar de secretarie overgebracht NB 365-1 Stukken betreffende de familie Duvenvoorde en de bezittingen van Johan van Duvenvoorde in Holland, 1543-1598 1543-1598 1 omslag Zie ook nr. 4356 NB 365-2 (XXI). Rekening van het beheer van enige landerijen, de domdeken en zijn broeder en zuster gezamenlijk behorende, 1595-1596 1595-1596 1 stuk 365-3 (XXXVIII). Verkoop- en huurcondities van landen en goederen in Holland, ten dele behorende aan de scholasterijen van de Dom en Oudmunster, 1596-1597 1596-1597 1 omslag De stukken zijn gefolieerd. Er ontbreken een aantal stukken, terwijl onder de gefolieerde zich ook brieven van de gelastigde van de domdeken bevinden NB 365-4 (XLI). Brieven van de domscholaster of domdeken, met minuten van uitgaande stukken en enkele bijlagen, 1580-1597 1580-1597 1 pak Hierbij enige stukken betreffende een proces tegen zijn broeder Arent, die hem, toen hij in 1574 door bootgezellen op de Hollandse wateren gevangen genomen was, had laten gaan zonder losgeld te eisen, 1575 NB 365-5 (II). Rekening van de verkoop van hout uit het bos te Doorn, ca. 1581, met een staat van kannen wijn, voor de domheren gehaald, 1581-1583 1581-1583 1 omslag 365-6 (III). Condities van de verkoop van hout uit het bos te Doorn, waartoe de domscholaster op 26 mei 1581 onder andere is gecommitteerd, met bijlagen, 1581-1583 1581-1583 1 pak Aan de lias zijn een paar stukken betreffende leges van huren uit de Kleine Kamer opgenomen NB 365-7 (VIII). Journalen van ontvangsten en uitgaven wegens 'bouwerie' en allerhande zaken, 1583-1585, met stukken, ook brieven van Duvenvoorde, betreffende restanten van verschillende kamers en hun verdeling, 1580-1590 1 pak 365-8 (XV). Manualen van de restanten van het domdecanaat en de scholasterij tot 1587 incluis ( 2 delen in 1 pak) De delen waren oorspronkelijk geliasseerd. Het ene deel is te beschouwen als net exemplaar, maar komt niet geheel met andere overeen. In een aantal posten is sprake van 'mijn' lot, blijkbaar van de domdeken. Elders komt in de eerste persoon Johan van Enspick voor, die voor 'mijn heer' de administratie doet. In het nette exemplaar ontbreekt een geheel hoofdstuk over accidentalia binnen Utrecht vallende, verder aan het slot de rekening van uitgaven voor de heer tot april 1588 NB 365-9 Rekeningen van Dirck van de Hoeven, Willem Hermansz. van Otterspoor, Johan Claesz., secretaris van Hagestein, en Adriaen Jansz., schout van de Dom, van ontvangsten en uitgaven voor de domdeken tot 1595, met bijlagen 1 pak Van Dirck van de Hoeven is een staat van restanten van decenaat en scholasterij tot 1585 incluis. Verder rekent hij van presenties en vervallen van de prebenda dormitorii 1588/89-1594/95. Willem van Otterspoor rekent wegens ontvangsten uit de Kleine en Grote Kamers, assignaties op decanaat en prebende, rantsoenen van tienden, van nieuwe huren, Statenpenningen van rekeningen en beschrijvingen, leges, ook wegens uitgaven. Op 11 april 1593 heeft Johan van Duvenvoorde de rekening gequiteerd en deze met de bijlagen behouden. Aan de lias volgen nog bescheiden over het jaar 1593/94 waartussen een rekening wegens inkomsten van de scholasterij 1576/77 gehecht is. Johan Claesz. verantwoordt restanten over 1574-1585 en pachten die de deken te lote gevallen zijn over 1586 en 1587. Aan de lias zijn brieven, tussen de heer en hem gewisseld, over 1587-1588 opgenomen. Adriaen Jansz. rekent wegens restanten over 1580-1585 en kapoenen over 1578-1586 NB 365-10 (XXIV). Afrekeningen met Adriaen Jansz., schout van de Dom, wegens restanten sinds 1574, assignaties en inkomsten uit scholasterij tot 1589 incluis 1 pak 365-11 (XXXVI), manualen en extracten van manualen van de pachtgoederen van de Kleine Kamer te Bergambacht, aan de Vlist, te Haastrecht, Papekop, Hoenkoop en Polsbroek, 1570-1575 1570-1575 1 omslag 365-12 Staat van ontvangsten uit de Kleine Kamer, met de kameraar verrekend, 1580 1580 1 omslag 365-13 Staat van restanten, 1563-1585 1563-1585 1 deel 365-14 Stukken betreffende het beheer van de goederen en inkomsten van de deken door Wouter Hendrixsz. van Beest, ca. 1592 (pak) ca. 1592 (pak) 365-15 Stukken betreffende het beheer van de goederen en inkomsten van de deken door Wouter Hendrixsz. van Beest, ca. 1592 (pak) ca. 1592 (pak) 365-16 (IX). Manuaal van oude restanten, ca. 1592 ca. 1592 1 deel 365-17 (XII. Manuaal van de oude restanten, van pachten en uitgaven, 1592 1592 1 deel 365-18 (XIII). Manuaal van de pachten en van uitgaven, 1593 1593 1 deel 365-19 (XIV). Manuaal van de pachten en van uitgaven, 1594 1594 1 deel 365-20 (XVIII). Manuaal van het inkomen van de landen te Cleywaarts gelegen, 1595 1595 1 deel 365-21 (XIX). Manuaal van het inkomen van de landen te Cleywaarts gelegen, 1597 1597 1 deel 365-22 (XX). Manuaal van het inkomen van de landen buiten de Weerd gelegen, 1597 1597 1 deel 365-23 (XXIII). Sommier manuaal van het inkomen van de manualen van Utrecht, de Weerd, de Cley, Wijk en Holland, 1597 1597 1 deel 365-24 (XI). Quoyr van de incommen van de jaeren 89, 90, 91, 92, 93, 94, 95 en 96. Staten van ontvangsten uit verschillende hoofde, die in de onderscheidene manualen overgebracht zijn 1 pak 365-25 (V?). Manuaal van inkomsten van het decanaat, 1596 1596 1 deel 365-26 (VI?). Manuaal van inkomsten van het decanaat, 1597 1597 1 deel 365-27 (VII). Manuaal van inkomsten van het decanaat. (Utrecht 1598) 1 pak 365-28 (XXVIII). Staten van inkomsten en uitgaven, 1593-1596 1593-1596 1 pak 365-28-a (XXVII). Staten van inkomsten en uitgaven, 1593-1598 1593-1598 1 omslag 365-29 (XXII). Staat van hetgeen te betalen en te ontvangen is, opgemaakt juli 1597, met aantekening van betalingen en ontvangsten tot het voorjaar van 1598 1 deel 365-30 Staat van hetgeen te betalen en te ontvangen is, opgemaakt mei 1598 opgemaakt mei 1598 1 deel 365-31 (XLV). Verkoop- en huurcedullen, 1589-1598, waaraan gehecht rekeningen van pachtgoederen te Kralingen, 1588-1590 1 omslag 365-32 (IV). Lootcedullen die aan Johan van Duvenvoorde over de jaren 1561-1597 ten deel gevallen zijn 1 pak 365-33 1531-1597 1 pak Van de eerste hebben enige stukken losgelaten. Aan de derde lias is een concept-rekening wegens presenties en vervallen van de prebenda dormitorii over 1597/98 opgenomen NB 365-34 (XXIX). 1597-1598 1 omslag Van de eerste hebben enige stukken losgelaten. Aan de derde lias is een concept-rekening wegens presenties en vervallen van de prebenda dormitorii over 1597/98 opgenomen NB 365-35 (XXXVII). 1597-1598 1 omslag Van de eerste hebben enige stukken losgelaten. Aan de derde lias is een concept-rekening wegens presenties en vervallen van de prebenda dormitorii over 1597/98 opgenomen NB 365-36 (XXXV). Kwitantieboek, 1596-1599 1596-1599 1 deel 365-37 (XXXI). Maandstaten van ontvangsten en uitgaven, 1594-1599 1594-1599 1 pak 365-38 (XXX). Keukenboek, 1597 1597 1 deel 365-39 Stukken betreffende huishoudelijke uitgaven, 1581-1599 1581-1599 1 omslag 365-40 Staten van gehaalde wijn, 1581-1582, 1587-1589 1581-1582, 1587-1589 1 omslag 366 Inventaris van de bibliotheek, het huisraad en de stal van een ongenoemde, ca. 1600 ca. 1600 1 stuk Het betreft wellicht een kanunnik, mogelijk Johan van Duvenvoorde NB 367 Rekening van de jaren van gratie van de domthesaurier Frederik van Renesse, 1603-1604 1603-1604 1 stuk Zie ook nr. 2051 NB 368 Rekeningen van het beheer van de prebende en van de alimentatie van de kanunnik Anton van Aemstel van Mijnden, 1605/06-1611/12 1605/06-1611/12 1 pak 369 Stukken betreffende de rangschikking van de pretensies van de crediteuren van de op zijn verzoek onder de curatele van het kapittel gestelde kanunnik Anton van Aemstel van Mijnden, en het accoord met deze crediteuren gesloten, 1599-1605, met stukken betreffende een proces over de preferentie van de pretensies van Ev. Anth. van Rhenen van 1610/11 1 pak 370 Stukken betreffende een proces over de nalatenschap van domdeken Johan van de Berch, 1609 1609 1 omslag 371 Afschrift van de procuratie, door Alexander van Lamsweerde, kanunnik van de Dom, aan Dirck Vuysting, goudsmid te Utrecht, gegeven tot het ontvangen van de vruchten van zijn prebende, 1611 1611 1 stuk 372 Stukken betreffende een vordering van jkvr. Catharina van Renesse, weduwe van jhr. Werner van Lennep, op de boedel van jhr. Joriaen van Renesse, kanunnik van de Dom, 1615 1615 1 omslag 373 Afschrift van het testament van Vincent van de Houve, domheer, en Johanna Hackforts, echtelieden, 1619, met stukken betreffende een proces of processen, gevoerd tegen de executeurs van de boedel, 1632-1633 1 omslag 374 Overeenkomst tussen de gemachtigden van het kapittel en de executeurs van het testament van mr. Willem van Cleeff, kanunnik van de Dom, over de aanzuivering van de tekorten in de rekeningen van deze van de bisschopsprebende en van de Grote Kamer over de jaren 1600 en 1601, 1622, met afschrift 1622, met afschrift 1 omslag 375 Staat van hetgeen het kapittel te vorderen heeft van de erfgenamen van Johannes van Grovesteyn, kanunnik van de Dom, (1624) (1624) 1 stuk 376-376 Manualen van het beheer van de goederen, behorende aan verschillende prebenden, door de secretaris van het kapittel, 1625, 1629-1640, 1642-1645 1625, 1629-1640, 1642-1645 2 pakken 376-1 1625-1635 376-2 1636-1645 377 Rekeningen van het beheer van de prebende van de kanunnik Dominicus van Couverden, 1641-1652, met andere bescheiden betreffende de verantwoording door zijn weduwe afgelegd, tot 1658 1 omslag 378 Staat van hetgeen de erfgenamen van de kanunnik jhr. Jacob Godin van het kapittel te vorderen hebben, 1659 1659 1 stuk 379 Stukken betreffende de nalatenschap van de kanunnik Aernout van Westreenen, en betreffende de inkomsten van een vicarie in de St. Joriskerk te Amersfoort, waarvan hij het (mede)patronaatschap bezeten had, 1619, 1667-1682, met stukken betreffende de begeving van de vicarie en de bezwaring van het vicariegoed, 1624-1666, een verklaring door de rentmeester (der Nassause domeinen) te IJsselstein wegens de afstand door de overleden domheer Van Westreenen aan Zijne Hoogheid gedaan van een perceel langs bij de Pijnenburger grift, 1683 1 omslag 380 Rekening van de schout Arnout Drakenborch over het beheer van de prebende van de kanunnik Everard Bosch over de jaren, 1674-1677, met specificaties 1674-1677, met specificaties 1 omslag 381 Stukken betreffende de begeving van kanunniken met loten in de goederen van het kapittel, (1675)-ca. 1750 (1675)-ca. 1750 1 omslag 382 Stukken betreffende de bezwaring van de prebende en de jaren van gratie van mr. Johan van Luchtenbergh, kanunnik van de Dom, 1694, 1705 1694, 1705 1 omslag 383 Afschriften van het testament van Aernold Muykens, kanunnik van de Dom, en vrouwe Adriana Muykens, echtelieden, 1700, en van een testament van dezelfde echtelieden, 1682 1 omslag In het testament van 1682 wordt Muykens nog niet als kanunnik aangeduid NB 384 Rekeningen van de secretaris van het kapittel over de restanten en jaren van gratie van de prebende van domdeken J. van Weede, 1726, 1727 1726, 1727 1 omslag 385 Rekening van de secretaris van het kapittel over het beheer van de prebende van de kanunnik W.C. van de Muelen tot Bleyenburg, 1727-1728, met de notariële procuratie van de domheer Van de Muelen op de secretaris van 1727 1 stuk 386 Speculatieve aantekeningen over de voordelen, verbonden aan het bezit van een kanonikaat in elk van de vijf kapittels, met lijst van de kanunniken, vervaardigd in 1710 vervaardigd in 1710 1 deel Afkomstig van kanunnik mr. G. van Voorst, hoofdschout van Amersfoort NB 387 Aantekeningen betreffende de rechten en emolumenten van de leden van het kapittel, ca. 1735 ca. 1735 1 omslag Afkomstig van kanunnik mr. G. van Voorst, hoofdschout van Amersfoort NB 388 Aantekeningen betreffende de jaarlijkse opbrengst van de prebende van J.F. Mamuchet van Houderinge, 1735-1766 1735-1766 1 omslag 389 Manuaal van het inkomen en de lasten van het lot nr. 7 in het domkapittel, bezeten door kanunnik G. van de Burgh, 1758-1763 1758-1763 1 deel 390-391 Rekening van het beheer van een hofstede aan de Amerongerdijk, behorende tot het lot nr. 29, afgelegd volgens overeenkomst met de leden van het kapittel, houders van de loten nrs. 3, 7, 9 en 10, die gerechtigd zijn tot het ontvangen van kapoenen uit deze hofstede, met acquitten, 1765-1793 1765-1793 1 deel en 1 omslag 390 Rekening 391 Acquitten 1 deel 4. De kerk en de immuniteit 4.1. De dienst in de kerk Zie ook nr. 67 en de daarop gebaseerde uitgaven L'ordinaire de S. Martin d' Utrecht door Paul Séjourné (Utrecht, 1919-1921) (Ordinarius St. Martini Trajectensis) en Het Rechtsboek van den Dom door mr. S. Muller Fz (Rechtsboek van de Dom van Utrecht door mr. Hugo Wstinc). Zie in laatstgenoemde publicatie in het bijzonder vanaf p. 267. NB 392-392 Voorschriften, door de bisschop gegeven tot oplossing van moeilijkheden in de toepassing van excommunicatie en interdict, 1326, met nadere verklaring, 1339 1326, met nadere verklaring, 1339 2 charters 392-1 1326 mei 10 392-2 1339 febr. 17 393 Statuut regelende de ministratiën en kerkdiensten, ca. 1400 ca. 1400 1 charter 394 Iste est modus communis celebrandi, formulier van het rituaal voor het opdragen van missen, eind 15e eeuw eind 15e eeuw 1 stuk 395 Concept van het statuut De presentiis dominorum, goedgekeurd in de vergadering van het kapittel van, 18 juni 1549 18 juni 1549 1 stuk 396-396 Statuut regelende de dienst in het koor en de uitdeling van de presentiegelden, 1549, met afschrift dat opgehangen is geweest in de sacristij 1549, met afschrift dat opgehangen is geweest in de sacristij 2 charters 396-1 1549 juli 18 396-2 1549 397 Necrologium van het kapittel van 1386/87, eind 14e eeuw, met bijvoegsels, begin 15e eeuw 1 deel Aan het slot onvolledig NB 398 Necrologium van het kapittel. Afschrift op perkament, 15e eeuw 15e eeuw 1 deel Onvolledig NB 399 Necrologium van het kapittel. Afschrift, vervaardigd door verschillende handen, begin 16e eeuw begin 16e eeuw 1 deel Aan het begin onvolledig NB 400 Necrologium van het kapittel. Afschrift, vervaardigd voor de vicarissen-celebranten, begin 16e eeuw, met latere historische aantekeningen door vicaris Wouter Brock 1 deel 401 Stukken betreffende de jaarlijkse uitdeling van 5 lood zilver onder de kanunniken en de vicarissen van de Dom door het kapittel van St. Jan, volgens de beschikking van Ghiselbertus Wstinc, kanunnik van de Dom, 1377 dec. 1 en 1377 dec. 2 1377 dec. 1 en 1377 dec. 2 2 charters (getransfigeerd) 402 Fundatiebrief van een maandelijkse mis voor het H. Sacrament door bisschop George van Egmond, 1548, met akte van aanvaarding van de stichting door het kapittel, 1552, en een verzoekschrift door het kapittel aan de Staten van Utrecht om de weesmeesters van Utrecht te verbieden verder te procederen over de uitbetaling van een pensie, op grond dat de mis, sinds het verbod van de oude religie, niet meer gehouden was ca. 1600, minuten 1 omslag Zie ook nr. 324 en Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht: bijdragen (Utrecht, 1927) dl. XXVI vanaf p. 97 NB 4.2. Het kerkgebouw. De middelen Zie ook De questierders van den aflaat in de Noordelijke Nederlanden door Albert Eekhof, proefschrift (Den Haag, 1909) en de publicatie door Tenhaeff van de rekeningen van de domfabriek in 'Bronnen tot de bouwgeschiedenis van den Dom te Utrecht', 2e deel, opgenomen in Rijks Geschiedkundige Publicatiën dl. 88, 129 en 155. NB 403 Akte waarbij bisschop Hendrik van Vianden aan het kapittel vergunt de door brand vernielde gebouwen her op te richten, 1253 mei 26 1253 mei 26 1 charter 404 Eigendomsbewijs van een gedeelte van de grond van het bisschoppelijk consistorie, afgestaan voor de bouw van de Domtoren, 1320 juli 26 1320 juli 26 1 charter 405 Cartularium van de domkerk over 1265-1473, 15e eeuw, met twee bijschrijvingen, 1531, met (ingebonden) stukken betreffende de domfabriek en vicariegoederen over 1451-1516 1 deel 406 Akte waarbij de kardinaal-bisschop Willem van Enckevoirt de kanunnik Theodoricus Taets voor twee jaren aanstelt tot provisor van de domfabriek, welk ambt hij zal uitoefenen met de door het kapittel te benoemen provisor, 1533 febr. 27 1533 febr. 27 1 charter 407 Verklaring door Loiff Reyersz., 'voirtyts dienre van de eerbare heren', dat hij voor zijn arbeid ten behoeve van de kerk niets meer te vorderen heeft, 1485 mrt. 15 1485 mrt. 15 1 charter 408 Commissie door het kapittel gegeven aan Johannes van Kampen (de Campis) en Arnold van Elborch, boden van de domfabriek, tot het in ontvangst nemen van hetgeen bij testament aan de Dom vermaakt is, waarvan zij rekening en verantwoording moeten doen, 1553 april 3 1553 april 3 1 charter 408-a Notarieel afschrift van twee brieven, van bisschop Frederik van Sierck van 1318 en van bisschop Gwijde van Avesnes van 1307, aan de geestelijkheid van het diocees, om het bijbrengen van gelden voor de dombouw te bevorderen, 1322 april 7 1 charter 409-409 Bisschoppelijke akten tot aanbeveling van het werk van de questierders ten behoeve van de dombouw, 1327-1463 1327-1463 13 charters 409-1 1327 okt. 12 409-2 1327 dec. 2 409-3 1339 nov. 26 409-4 1340 mrt. 26 409-5 1344 mei 3 409-6 1358 mrt. 25 409-7 1364 nov. 22 409-8 1371 okt. 12 409-9 1371 okt. 12 409-10 1379 okt. 23 409-11 1394 (?) mrt. 20 Het betreft een fragment NB 409-12 1422 juli 1 409-13 1463 mei 10 410 Machtiging door de kardinaal-legaat Pileus van St. Praxedis aan het kapittel verleend tot het houden van inzamelingen van geld ten behoeve van de domfabriek, 1380 juni 5 1380 juni 5 1 charter 411 Aanschrijving van bisschop Arnold van Horn aan de geestelijkheid van Oostfriesland, om de door hem aangestelde procurator Theodoricus van Hoesden te ontvangen en zijn werk van de domfabriek te willen bevorderen, 1371(?) 1371(?) 1 charter 412 Aanschrijving van de provisoren van de domfabriek aan de geestelijkheid van het diocees, tot aanbeveling van Geraerdus, zoon van Geraerdus, van de Lo of zijn gemachtigden, die inzamelingen houden voor de fabriek, 1381 mrt. 15 1381 mrt. 15 1 charter 413-413 Aanschrijving van de provisoren van de domfabriek aan de geestelijkheid van het diocees, tot aanbeveling van Johannes van Veen of zijn gemachtigden, die inzamelingen houden voor de fabriek, 1388 mrt. 15. In tweevoud 1388 mrt. 15. In tweevoud 2 charters 413-1 1388 mrt. 15 413-2 1388 mrt. 15 414 Akte van provisoren van de domfabriek tot aanbeveling van het werk van de questierdes ten behoeve van de bouw van de Dom, 1555 april 2 1555 april 2 1 charter 415-415 Aflaatbrieven van de pausen Clemens IV, Nicolaas IV, Bonifacius VIII, Bonifacius IX en Eugenius IV ten behoeve van de Dom, 1265-1432 1265-1432 5 charters 415-1 1265 mei 2 415-2 1291 aug. 23 415-3 1296 april 9 415-4 1391 sept. 28 415-5 1432 okt. 3 416 Aflaatbrief van bisschop Gerard van Munster voor allen die de Dom te Utrecht door weldaden zullen steunen, 1267 juli 5 1267 juli 5 1 charter 417-417 Aflaatbrief van enige aartsbisschoppen en bisschoppen voor allen die zullen bijdragen tot de herstelling en verfraaiing van de Dom te Utrecht, 1288, met vidimus door de proost, de deken en het kapittel van de Dom, 1289 1288, met vidimus door de proost, de deken en het kapittel van de Dom, 1289 2 charters 417-1 1288 417-2 1289 nov. 10 418-418 Aflaatbrief van bisschoppen van Utrecht voor allen die de dombouw zullen steunen ca, 1370-1518 1370-1518 3 charters 418-1 ca. 1370. Afschrift 418-2 1418 aug. 13 418-3 1518 mrt. 31 419 Voorschriften voor de vertoning van de relieken in de Dom, met lijst van de verleende aflaten, 15e-16e eeuw 15e-16e eeuw 1 omslag 420-420 Akte waarbij bisschop Jan van Arkel de goederen, van schipbreuken afkomstig en waarvan de eigendom niet vaststaat, en de in het algemeen voor vrome doeleinden geschonken gaven bestemt voor de domfabriek, en de geestelijkheid aanspoort de milddadigheid van de leken daarvoor te bevorderen, 1364, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1422, en dergelijke akten van bisschop Floris, 1379, van bisschop Frederik, 1398, de bekrachtiging van deze door paus Bonifacius IX, 1399 en dergelijke akten van latere bisschoppen, 1425-1531 10 charters 420-1 1364 nov. 22 420-2 1379 okt. 23 420-3 1398 sept. 25 420-4 1399 sept. 5 420-5 1422 juli 1 420-6 1425 aug. 6 420-7 1435 mei 5 420-8 1438 juni 15 420-9 ca. 1455 420-10 1531 jan. 5 421-421 Aanschrijvingen van het kapittel aan de geestelijkheid van het diocees, op grond van de bul van paus Bonifacius IX, waarbij het privilege van bisschop Frederik voor de domfabriek bevestigd was, om bekend te maken, dat iedereen, die in strijd met dit privilege zich goederen heeft toegeigend, deze binnen een bepaalde tijd aan de fabriekmeesters moet afgeven, 1400, 1446 1400, 1446 2 charters 421-1 1400 mei 13 421-2 1446 okt. 3 422-422 Akte waarbij bisschop Floris de procuratoren van de domfabriek het privilege geeft de brieven van de questierders te onderzoeken, hen aan te stellen, te straffen en af te zetten, en aan de onderhorige geestelijkheid verbiedt hen te ontvangen, tenzij ze van brieven zijn voorzien, 1382, met dergelijke akte van bisschop Frederik, 1393, vidimus door de bisschoppelijke officiaal van de eerste, 1422, en dergelijke akten van latere bisschoppen, 1425-1438 8 charters 422-1 1382 mrt. 31 422-2 1393 okt. 12 422-3 1422 juli 1 422-4 1425 aug. 5 422-5 1425 aug. 15 422-6 1435 mei 5 422-7 1438 juni 15 422-8 1438 juni 15 423-423 Bul van paus Eugenius IV waarbij hij het voorrecht, door bisschop Frederik aan de domfabriek geschonken betreffende het examineren van de questierders, bevestigt, 1440, met afschrift 1440, met afschrift 1 stuk en 1 charter 423 1440 423-2 1440 april 13 424-424 Bul van paus Sixtus IV waarbij hij de door paus Eugenius IV en door de hertogen van Bourgondië aan de domfabriek geschonken voorrechten bevestigt, 1480 1480 2 charters 424-1 1480 juli 19 424-2 1480 juli 19 425 Voordracht aan de pauselijke curie tot vernieuwing van de door Eugenius IV en Sixtus IV aan de domfabriek van Utrecht geschonken voorrechten, 1497 juni 8 1497 juni 8 1 charter (op papier) 426-426 Bul van paus Adrianus VI waarbij hij de statuten van de domfabriek bevestigt en haar bevoegdheid tot het onderzoek naar en het straffen van valse questierdes, 1522, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1523 1522, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1523 2 charters 426-1 1522 sept. 5 426-2 1523 juli 17 427 Akte waarbij de kardinaal-bisschop Willem van Enckevoirt het voorrecht van de procuratoren van de domfabriek om de brieven van de questierders te onderzoeken, hen aan te stellen en af te zetten, bevestigt, 1531 jan. 5 1531 jan. 5 1 charter 428 Bul van paus Bonifacius IX waarbij hij de questierders van de domfabriek vergunt ook tijdens een interdict de mis te mogen bedienen, 1395 dec. 19 1395 dec. 19 1 charter 429-429 Akte waarbij de fabriekmeesters van de Dom aan de kerkmeesters van Ingen voor tien jaren de opbrengst van de St. Maartensbede, die men noemt reportationes Martini in die kerk, afstaan voor 1 Arnoldus gulden jaarlijks, 1456, met dergelijke akten voor de kerkmeesters te Delft, Arkel, Lekkerkerk en Oudewater, 1486 5 charters De eerste akte is in 1500 als formulier gebruikt NB 429-1 1456 okt. 2 429-2 1460 mei 13 429-3 1473 febr. 24 429-4 1477 mei 8 429-5 1486 april 23 430 Aanschrijving van het kapittel aan de geestelijkheid van het diocees, op grond van bullen van de pausen Bonifacius IX en Eugenius IV, om bekend te maken, dat iedereen die gelden van de reportationes St. Martini of van legaten voor de Dom onder zich heeft gehouden, deze aan de provisoren van de domfabriek moet afdragen, en dat geen questierders mogen worden toegelaten, die zich niet behoorlijk kunnen legitimeren, ca. 1440. Afschrift ca. 1440. Afschrift 1 stuk Het betreft een fragment NB 431 Akte van excommunicatie door de bisschoppelijke officiaal van de in een (verloren) aangehecht cedel genoemde personen, die de reportationes St. Martini niet hebben verantwoord, 1463 mei 9 1463 mei 9 1 charter 432 Akte van de bisschoppelijke officiaal betreffende reportationes St. Martini, 1475 april 24 1475 april 24 1 charter De akte is gestoken geweest door een andere akte NB 433 Mandaat van de bisschoppelijke officiaal aan allen in het diocees om binnen een gestelden termijn de reportationes St. Martini te betalen, 1484 okt. 2 1484 okt. 2 1 charter 434 Akte waarbij de bisschoppelijke officiaal de in een (verloren) cedel genoemde cureiten, vice-cureiten en fabriekmeesters voor zich daagt, die de reportationes St. Martini niet tijdig aan de provisoren van de domfabriek hebben overgezonden, 1535 april 26 1535 april 26 1 charter 435 Aflaatbrief van kardinaal Raimundus, titulo St. Marie nove Gurcensis, ten behoeve van de broederschap van St. Martinus en de domfabriek, 1504 juli 31 1504 juli 31 1 charter 436 Akte waarbij de prior van het St. Leodegariusklooster te Cognac, daartoe door de paus gemachtigd, aan het domkapittel veroorlooft, uit zijn klooster het derde gedeelte van een arm van St. Martinus te nemen om dat als reliek in de Dom te plaatsen, 1519 okt. 25 1519 okt. 25 1 charter 436-a Schenking door het kapittel van de Allerheiligenkerk te Wittenberg aan het kapittel van de Utrechtse kerk van relikwieën van St. Bonifacius en St. Willibrord, 1520 1520 1 charter 437-437 Akten van aanbesteding, aanneming en borgstelling, brieven en andere stukken betreffende een werk voor de aflaat van St. Martinus in de Dom, 1517, 1519-1520 1517, 1519-1520 1 omslag en 6 charters 437 1517, 1519-1520 437-2 1519 sept. 19 437-3 1519 sept. 19 437-4 1519 sept. 19 437-5 1519 sept. 19 437-6 1520 jan. 18 437-7 1520 jan. 18 438 Kladrekeningen van de koster aan de poenitentiarius van de Dom over de oblationes St. Martini, 1564, 1567, 1569 1564, 1567, 1569 1 omslag 439 Afschriften van bullen, octrooien en brieven van placet met machtiging om met de reliekkassen van de Dom rond te gaan, 1425-1543 1425-1543 1 omslag 440 Register van de verpachting door fabriekmeesters van de questen van de Dom, 1449-1517 1449-1517 1 deel Voorin is een lijst van de verpachtingen van de questen opgenomen NB 441-441 Aanschrijvingen van de bisschop tot aanbeveling van de quest van de kerk te Meerssen, 1373-1548 1373-1548 8 charters 441-1 1373 mrt. 31 441-2 1374 mrt. 31 441-3 1376 april 4 441-4 1382 april 2 441-5 1386 april 10 441-6 1387 mrt. 30 441-7 1388 mrt. 23 441-8 1548 febr. 14 442-442 Aanschrijvingen van de bisschop tot aanbeveling van de quest van het St. Corneliusklooster bij Aken, 1373-1422 1373-1422 6 charters 442-1 1373 april 1 442-2 1378 mrt. 31 442-3 1379 mrt. 31 442-4 1381 febr. 24 442-5 1387 mrt. 28 442-6 1422 febr. 24 443 Aanschrijving van Ghiselbertus van Renen, proost van West-Friesland, aan de geestelijkheid in zijn proosdij, tot aanbeveling van de quest van St. Cornelius, 1381 juli 12 1381 juli 12 1 charter 444-444 Aanschrijvingen van de bisschop tot aanbeveling van de quest van het St. Hubertusklooster in de Ardennen, 1373-1397 1373-1397 6 charters 444-1 1373 april 8 444-2 1386 mrt. 4 444-3 1387 febr. 17 444-4 1388 febr. 9 444-5 1397 mrt. 4 444-6 1397 [mrt. 4] 445 Kwitantie van de provisor van de Keulense domfabriek aan de provisoren van de domfabriek te Utrecht, voor 32 Rijnse gulden uit de quest van St. Hubertus in de Utrechtse diocese over het jaar 1415, 1416 mrt. 1 1416 mrt. 1 1 charter 446 Kwitantie wegens gelden, afkomstig van de quest van St. Hubertus, 1486 mei 10 1486 mei 10 1 charter 447 Akte waarbij de abt en het convent van St. Hubertus in de Ardennen voor 9 jaren hun quest verhuren aan het domkapittel van Utrecht, 1444 okt. 7 1444 okt. 7 1 charter 448-448 Akte waarbij de abt en het convent van St. Hubertus in de Ardennen voor 6 jaren hun quest verhuren aan het domkapittel van Utrecht, voor 36 Rijnse gulden per jaar, 1455, met kwitantiën voor dit bedrag, 1456, 1458, 1460 1456, 1458, 1460 5 charters 448-1 1455 febr. 7 448-2 1456 dec. 6 448-3 1458 mrt. 16 448-4 1458 okt. 25 448-5 1460 nov. 6 449 Akte waarbij de abt en het convent van St. Hubertus in de Ardennen aan het domkapittel het privilege geven de aan de broederschap van St. Hubertus verbonden insignes uit te reiken, 1461 juni 1 1461 juni 1 1 charter 450 Bewijs door abt en convent van St. Hubertus in de Ardennen, aan hun procuratoren meegegeven, betreffende de door hen te vertonen relieken van St. Hubertus, 1461 juni 13 1461 juni 13 1 charter 451-451 Akte waarbij de abt en het convent van St. Hubertus in de Ardennen voor 25 jaren hun quest verhuren aan het domkapittel van Utrecht, voor 50 Rijnse gulden per jaar, 1461, met kwitanties voor dit bedrag, 1486, 1488, 1490, 1502, 1503, 1507, 1508, 1510, 1512 1486, 1488, 1490, 1502, 1503, 1507, 1508, 1510, 1512 12 charters 451-1 1461 nov. 2 451-2 1486 dec. 12 451-3 1488 nov. 19 451-4 1490 nov. 29 451-5 1502 mei 10 451-6 1503 febr. 13 451-7 1503 dec. 13 451-8 1507 mei 23 451-9 1508 mrt. 4 451-10 1510 mrt. 25 451-11 1512 febr. 14 451-12 1512 dec. 10 452 Brief van de abt van St. Hubertus in de Ardennen aan mr. Adrianus van Trajectum over de quest, met brief van laatstgenoemde aan mr. Johannes Deil, kanunnik van St. Marie, met een verzoek hem aan te bevelen bij de heer van Montfoort, 1490 1490 1 omslag Het jaartal 1490 is onzeker, vermoedelijk dateren beide stukken uit 1512 NB 453-453 Akte waarbij het kapittel de quest van St. Hubertus voor 13 jaren verpacht aan Hubert Wynandtsz. van Batenborch, in tweevoud, 1491, waarvan één de veranderde pachtbrief van 1484 betreft 1491, waarvan één de veranderde pachtbrief van 1484 betreft 2 charters 453-1 1484 jan. 20 453-2 1491 febr. 9 454 Brief van Adrianus van Trajectum uit Brussel over de quest van St. Hubertus, met brieven van dezelfde aan de abt van St. Hubertus en aan Hermannus Tulman, kanunnik van de Dom, een afschrift van een brief van het kapittel aan dezelfde en een brief aan dezelfde van Jo. Ferret, koster te Luik, 1510 1510 1 omslag 455 Procuratie door het kapittel verleend aan mr. Johannes Dedeil en Gherardus Beyer, kanunniken van St. Marie, om met het St. Hubertusklooster te onderhandelen over de quest, 1512 nov. 24 1512 nov. 24 1 charter 456 Verklaring door het convent van St. Hubertus dat het geschil met het kapittel over de quest in het Sticht is bijgelegd, 1512 dec. 20 1512 dec. 20 1 charter 457 Akte waarbij het convent van St. Hubertus het kapittel machtigt aan hen, die vele weldaden aan het klooster bewijzen, daarvan de insigniën uit te reiken, 1513 [jan. 3] 1513 [jan. 3] 1 charter 458-458 Aanschrijvingen van de bisschop tot aanbeveling van de quest van de kerk van St. Maria en de Twaalf Apostelen, 1374-1397 1374-1397 7 charters 458-1 1374 april 8 458-2 1379 mrt. 23 458-3 1379 nov. 24 458-4 1382 458-5 1387 april 1 458-6 1388 mrt. 24 458-7 1397 mrt. 31 459-459 Aanschrijvingen van de bisschop tot aanbeveling van de quest van de kerk van Theobald, 1378-1411 1378-1411 4 charters 459-1 1378 mrt. 1 459-2 1382 febr. 16 459-3 1387 april 1 459-4 1411 460 Aanschrijving van de bisschop tot aanbeveling van de quest van de kerkelijke gestichten te Aken en in Henengouwen van de orde van het H. Graf, voor de oorlog tegen de Saracenen, 1379 febr. 22 1379 febr. 22 1 charter 461-461 Aanschrijvingen van de bisschop tot aanbeveling van de quest van het Heilige Sacrament te Amerfoort, 1379 1379 2 charters 461-1 1379 aug. 31 461-2 1379 nov. 11 462 Vidimus door de bisschoppelijke officiaal, op verzoek van de questierder Johannes Wraet gegeven, van een pauselijk mandaat van 1398 ten behoeve van de quest van St. Anthonius, 1412 febr. 26 1412 febr. 26 1 charter 463 Aanschrijving van de bisschop waarbij hij het verlof tot de quest van St. Anthonius intrekt, 1420 nov. 29 1420 nov. 29 1 charter 464 Eis (in possessorio et in petitorio) van de fabriekmeesters van de Dom tegen de questierders van het St. Anthoniusklooster in het diocees van Vienne tot betaling van een uitkering over de jaren 1420, 1421, overgeleverd aan W., kardinaal van St. Marcus, als rechter, (1422) (1422) 1 stuk 465 Overeenkomst van Johannes Gastonis met het kapittel en de fabriekmeester, over de quest van St. Anthonius, waarvoor hij 200 in plaats van 213 franken per jaar betalen zal, 1450 okt. 15, met een goedkeuring van de overeenkomst door abt en het convent van St. Anthonius te Vienne, 1452 juli 19 2 charters (getransfigeerd) 466 Akte waarbij enige broeders door de vertegenwoordiger van de prior van het klooster van St. Anthonius te Vienne en de preceptor van St. Anthonius bij Belle worden gemachtigd om questierders voor het klooster van St. Anthonius te Vienne in het sticht van Utrecht rond te gaan, 1492 sept. 1 1492 sept. 1 1 charter 467-467 Akte waarbij het kapittel de quest van St. Anthonius voor 10 jaren opdraagt aan Helyas van Noerde, kanunnik van St. Marie, met akte waarbij deze de opdracht aanvaardt, 1493 1493 2 charters De laatste akte is een ontwerp, waarvoor een dergelijke akte van 1483 gebruikt is, terwijl ze weer veranderd is in een akte van Leo Danckonis, geldende voor 2 jaar NB 467-1 1483 febr. 6 467-2 1493 jan. 28 468 Verklaring door Leo Danckonis, van het klooster te Belle (Baliolum) in Vlaanderen, dat hij de quest van St. Anthonius getrouw zal waarnemen volgens de hem gegeven brieven, 1500 sept. 4 1500 sept. 4 1 charter 469-469 Akte waarbij het kapittel aan Anthonius Hugonis de quest van St. Anthonius voor 10 jaren opdraagt, op voorwaarde van een jaarlijkse betaling van 213 franken in 3 termijnen, met akte waarbij Anthonius Hugonis de quest op zich neemt, 1504 1504 2 charters 469-1 1504 jan 4 469-2 1504 jan 4 470 Akte waarbij de abt van het St. Anthoniusklooster te Vienne en de ontvanger van dit klooster in Vlaanderen de voorwaarden aannemen, waarop het kapittel de quest in het bisdom heeft toegestaan, 1517 aug. 7 1517 aug. 7 1 charter 471 Register met afschriften van contracten van de fabriekmeesters van de Dom met de vertegenwoordigers van het klooster van St. Anthonie ten Belle over de quest van St. Anthonius, 1518-1552 1518-1552 1 omslag 472 Mandaat van Gherardus Beyer, proost van West-Friesland, aan de hem ondergeschikte geestelijkheid, om de questierders van St. Anthonius toe te laten, 1534 mei 30 1534 mei 30 1 charter 473 Stukken betreffende de verhouding van het kapittel tegenover de questen van het St. Anthonius-hospitaal te Vienne en van het huis van St. Anthonius te Belle in Vlaanderen, 1546-1552 1546-1552 1 omslag 474 Formulier van opneming in de broederschap van St. Anthonius te Vienne, 1555 1555 1 charter 475 Bul van paus Calixtus III, hernieuwende de bul van Nicolaas V, van 1453, waarbij een kruistocht tegen de Turken gepredikt, een aflaat voor de kruisvaarders vastgesteld en gelden voor de tocht aangewezen waren, 1455 mei 15. Afschrift 1 charter (op papier) 476 Afschrift van een transsumpt van pauselijke bullen, waarin aflaat verleend wordt aan allen die gaven schenken aan de broeders van de H. Drievuldigheid tot loskoping van gevangenen, 1458 juni 27 1458 juni 27 1 charter 477 Vidimus door de officiaal van de bisschop van Terwaan van een bul van 1458 van paus Pius II ten gunste van de broeders van H. Drievuldigheid, 1459 juni 30 1459 juni 30 1 charter 477-a Transsumpt van de bisschoppelijke officiaal-generaal van Utrecht van een brief van paus Innocentius VIII van 1486 ten behoeve van de orde van de H. Drievuldigheid tot loskoping van gevangenen, 1487 okt. 3 1487 okt. 3 1 charter 478 Stukken betreffende de onderhandelingen van het kapittel met de broeders van de orde van de H. Drievuldigheid tot loskoping van gevangenen en over het in pacht geven van de inzamelingen van de orde aan het kapittel, 1490-1494 1490-1494 1 omslag 479 Transsumpt door het kapittel gegeven van een bul van paus Innocentius VIII van 1485, waarbij aan de broeders van de H. Drievuldigheid tot vrijkoping van gevangenen verschillende voorrechten worden verleend, 1494 mrt. 6 1494 mrt. 6 1 charter 480 Akte waarbij broeder Robertus, major minister van de orde van de H. Drievuldigheid tot vrijkoping van gevangenen, gemachtigden benoemt om met het kapittel te onderhandelen over de quest, 1494 april 1 1494 april 1 1 charter 481 Overeenkomst tussen het kapittel en de gemachtigden van de broeders van de H. Drievuldigheid, waarbij het kapittel hun quest in pacht neemt voor 50 Rijnse gulden per jaar, welke overeenkomst alle drie jaren kan worden opgezegd, 1494 mei 17 1494 mei 17 1 charter 482 Aflaatbrief van bisschop Frederik van Baden voor allen die gaven schenken aan de questierders van de orde van de H. Drievuldigheid, 1497 jan. 20 1497 jan. 20 1 charter De datering is onzeker, mogelijk betreft het 19 februari 1498 NB 483 Stukken betreffende het verhandelen door of vanwege het kapittel van aflaten ten behoeve van het klooster Nieuwlicht bij Hoorn, 1486-1487, van het college van St. Franciscus voor arme studenten te Parijs, 1489, en van de broederschap van St. Maarten tot voltooïng van de Dom, 1492 1 omslag 483-a Transsumpt van de officiaal van Parijs, als gemachtigde van deken en kapittel aldaar bij sedisvacantie van de bisschopszetel, van een brief van paus Alexander VI van 1493 inzake aflaat, 1494 (?) 1494 (?) 1 charter 484 Kladrekeningen van de ontvangsten en uitgaven van de subcommissarissen tot het verkopen in het bisdom Utrecht van de pauselijke aflaten voor de kruistocht tegen de Turken, bij het ledigen van de aflaatkisten in de verschillende kerken en de verkoop van de confessionalia afgelegd, met gedrukte bul en gedrukte mandaten, waarvan één als concept gebruikt is, en enige stukken betreffende de aanstelling van de subcommissarissen, 1488 1488 1 omslag 485 Akte van admissie door het kapittel van dr. Christianus Boemhouwer als commissaris, en van dr. Goeswinus Petri Bije, vicaris van de Dom, als subcomissaris voor de pauselijke aflaten voor degenen die ten strijde trekken tegen de ongelovigen, 1510 febr. 17 1510 febr. 17 1 charter 486 Akte waarbij het kapittel de quest van St. Quirinus voor 17 jaren verpacht aan Heinrich van Blochoven, 1491 febr. 9 1491 febr. 9 1 charter 487 Akte waarbij de kardinaal-bisschop Willem van Enckevoirt de parochiegeestelijke van het diocees Utrecht machtigt om aflaat te verlenen aan de vereerders van de relieken van St. Quirinus, 1533 april 6 1533 april 6 1 charter 488 Akte van de getuigenverklaringen voor de bisschoppelijke officiaal omtrent de questen ten behoeve van de domfabriek, 1490 juni 30 1490 juni 30 1 charter 489 Vidimus door de deken van St. Jan te 's-Hertogenbosch van een akte van 1514 waarbij de bisschop van Luik Franciscus de Senis in zijn bisdom toelaat en aanbeveelt als questierder van het klooster van de H. Geest in Saksen, met akte van goedkeuring door zijn kapittel, 1514 nov. 29 1514 nov. 29 1 charter 490 Mandaten van bisschop Frederik van Baden en van bisschop Filips van Bourgondië aan de geestelijkheid ten behoeve van de quest van de H. Geest in Saksen, 1515, 1522. Afschriften 1515, 1522. Afschriften 1 omslag 491 Vidimus door de aartsbisschoppelijke officiaal van Keulen van bullen van 1516 van paus Leo X met instructies voor Johannes Augelus Arcimboldus, commissaris voor de fabriek van de St. Pieterskerk te Rome, 1516 sept. 6 1516 sept. 6 1 charter 492-492 Akten waarbij Johannes Angelus Arcimboldus, commissaris voor de fabriek van de St. Pieterskerk te Rome, het domkapittel benoemt tot subcommissaris voor het Sticht en het land van Gelre, 1517, 1520 1517, 1520 2 charters 492-1 1517 mrt. 26 492-2 1520 juni 23 493 Procesverbaal van de opening van de kassen voor de gelden ten behoeve van de St. Pieterskerk te Rome door de fabriekmeesters van de Dom, 1517 juli 10 1517 juli 10 1 charter 494 Rekening van de pauselijke commissaris Joh. Angelus Arcimboldus aan het kapittel over zijn ontvangsten wegens aflaten, verleend voor de bouw van de St. Pieterskerk te Rome, in tweevoud, 1519, met gedrukte commissies van de paus voor Arcimboldus als pauselijk commissaris en een brief van de onderpastoor te Harderwijk 1 omslag 495 Aantekenboek van notaris Dirc van Malsen over de verkoop van confessionalia en over het ledigen van de aflaatkisten in verschillende plaatsen van Gelderland ten behoeve van de bouw van de St. Pieterskerk te Rome, 1517, 1518 1517, 1518 1 omslag 496-496 Akten waarbij Filips van Bourgondië, bisschop van Utrecht, de geestelijkheid aanspoort de rectoren van de parochiale kerk te Medemblik behulpzaam te zijn bij hun inzamelingen voor hun noodlijdende kerk, met akte van de Rooms-koning Karel, waarbij de kerkmeesters van de St. Maartenskerk te Medemblik vergund wordt giften in te zamelen voor de herbouw van de kerk, die in de oorlog met de Geldersen en Friezen verbrand was, en akte van het gerecht en de kerkmeesters van Medemblik, waarbij Alexander Clerck wordt gemachtigd als commissaris voor de inzameling, 1520-1521 1520-1521 4 charters 496-1 1520 febr. 7 496-2 1520 juni 15 496-3 1521 febr. 7 496-4 1521 mei 29 497-497 Akten waarbij Filips, hertog van Bourgondië, aan de questierders van het kapittel van de Dom verlof geeft om in Holland, Zeeland en Friesland rond te gaan met de kassen en relieken van St. Ewout, van St. Hubert, van St. Maarten, van O.L.V, met de Twaalf Apostelen, het H. Sacrament van Meersen, St. Cornelius, St. Anthonius, St. Martijn, St. Ewout, St. Hubrecht en St. Quirijn, 1462 1462 4 charters 497-1 1462 okt. 23 497-2 1462 okt. 23 497-3 1462 okt. 23 497-4 1462 okt. 23 498-498 Akten waarbij Karel, hertog van Bourgondië, aan de questierders van het kapittel van de Dom verlof geeft om in Holland, Zeeland en Friesland rond te gaan met de kassen van relieken van St. Quirijn en andere heiligen, van O.L.V, met Twaalf Apostelen, het H. Sacrament van Meersen, St. Cornelis, St. Anthonis, St. Martijn, St. Ewout, St. Hubrecht en St. Quirijn, van St. Maarten en andere heiligen, 1469 1469 3 charters 498-1 1469 sept. 15 498-2 1469 sept. 15 498-3 1469 sept. 15 499-499 Akte waarbij Maximiliaan, Rooms-koning, en Filips, aartshertog van Oostenrijk, aan de questierders van het kapittel van de Dom verlof geven om in Holland, Zeeland en Friesland rond te gaan met de kassen en relieken van O.L.V, met de Twaalf Apostelen, H. Sacrament van Meersen, St. Cornelis, en St. Anthonis, St. Martijn, St. Ewout, St. Hubrecht en St. Querijn, 1490, met een dergelijke akte van keizer Maximiliaan, met last tot publicatie, 1510 3 charters 499-1 1490 juli 6 499-2 1510 sept. 15 499-3 1510 dec. 16 500-500 Akte waarbij Karel, prins van Spanje, aan de questierders van het kapittel van de Dom verlof geeft om in Holland, Zeeland en Friesland rond te gaan met de kassen en relieken van O.L.V, met de Twaalf Apostelen, het H. Sacrament van Meersen, St. Cornelis, St. Anthonis, St. Martijn, St. Ewout, St. Hubrecht en St. Querijn, 1515, 1516, met de doorgestoken lastbrieven van het Hof van Holland tot afkondiging, met drie authentieke afschriften van de tweede akte 7 charters (waarvan 4 getransfigeerd) 500-1 1515 juni 15 en 1515 juni 15 2 charters, getransfigeerd 500-2 1515 febr. 16 500-3 1515 febr. 16 500-4 1515 febr. 16 en 1515 febr. 21 2 charters, getransfigeerd 500-5 1515 febr. 16 501 Mandaat van het Hof van Holland aan de eerste deurwaarder tot bekendmaking van de toelating van de questierders van de Dom in Holland, Zeeland en Friesland, 1518 april 12 1518 april 12 1 charter 502 Akte waarbij keizer Karel V gelast de questierders van de Dom gedurende twee jaren rustig te laten werken in Holland, Zeeland en Friesland, 1529 juni 14 1529 juni 14 1 charter 503 Voorschriften van de bisschop tegen lieden die inzamelingen houden onder valse voorgifte dat zij daarmede belast zijn ten behoeve van de herbouw van de Dom, ca. 1350 ca. 1350 1 charter Het betreft een fragment NB 504-504 Notariële akte waarin het kapittel, op de klachten van provisoren van de domfabriek over een aantal kanunniken, die met de steun van Zweder van Culemborg, zich noemende bisschop van Utrecht, de opbrengst van een collecte voor de fabriek onder zich hielden, op grond van de akten van bisschop Frederik en paus Bonifacius IX deze daagt om de ingehouden gelden over te geven, onder bedreiging met excommunicatie, in tweevoud, 1427 mei 30 1427 mei 30 2 charters 504-1 1427 mei 30 504-2 1427 mei 30 505 Bul van paus Eugenius IV, waarbij de abten van Middelburg en Egmond en de deken van St. Martinus te Emmerik opgedragen wordt maatregelen te nemen tegen Ghysbertus van Lockhorst en Ghysbertus van Rietvelt, kanunniken van de Dom, die gelden uit de collecte voor de domfabriek tot zich hebben genomen, 1434 juli 7 1434 juli 7 1 charter 506-506 Akte waarbij het algemeen concilie te Bazel aan de dekens van St. Severinus te Keulen, van Naaldwijk en van de kapel van St. Maria te 's-Gravenhage opdraagt maatregelen te nemen tegen de personen, die de opbrengst van de collecte voor de domfabriek tot zich trekken, in drievoud, 1434 1434 3 charters 506-1 1434 aug. 20 506-2 1434 aug. 20 506-3 1434 aug. 20 507 Akte waarbij Gheerlacus Buck van Esse, deken van St. Severinus te Keulen, aan Ghysbertus van Lockhorst en tien anderen beveelt de door hen onderschepte voor de bouw van de Dom bestemde gelden aan de fabriekmeesters af te dragen, 1434 sept. 28 1434 sept. 28 1 charter 508 Verklaring door notaris Johannes van Kempen, dat hij een stuk betreffende Ghysbertus van Lockhorst, Ghysbertus van Rietvelt en anderen heeft vervalst, 1434 nov. 22 1434 nov. 22 1 charter 509-509 Akte waarbij het algemeen concilie te Bazel aan de dekens van St. Severinus te Keulen, van Naaldwijk en van de kapel van St. Marie te 's-Gravenhage kennis geeft van de cassatie van twee vervalste stukken, waarmede men de uitvoering van de hun gegeven opdracht heeft trachten te bemoeilijken, in tweevoud, 1434 1434 2 charters 509-1 1434 dec. 10 509-2 1434 dec. 10 510 Mandaat van het kapittel aan de geestelijkheid van het diocees, om Johannes van Noirtwyck, cureit te Ouderschie en vicaris van de Dom, op straffe van excommunicatie te vermanen tot teruggave van de gelden, die hij aan de questierders van de domfabriek onthouden heeft, 1487 juni 28 1487 juni 28 1 charter 511 Statuut van bisschop Frederik van Baden tegen de priesters die de voor de domfabriek bestemde gelden niet afgeven aan de questierders, 1497 febr. 7 (?) 1497 febr. 7 (?) 1 charter 512 Mandaat van het kapittel aan de geestelijkheid van het diocees, om zorg te dragen dat de voor de kerk bestemde inkomsten, die door sommige personen worden ingehouden, aan de fabriekmeesters worden uitbetaald, 1508 sept. 25 1508 sept. 25 1 charter 513 Mandaat van de bisschoppelijke officiaal en de officiaal van de aartsdiaken van de Dom, rechters in het proces tussen het kapittel en de baljuw van Axel, die de questen van de domfabriek had belet, aan deze tot betaling van de kosten, 1513 juni 8 1513 juni 8 1 charter 514-514 Procuraties door de provisor en deken van Schieland en de pastoor van de kerk te Schiedam verleend in hun processen tegen de fabriekmeesters van de Dom, over de quest voor de berg Sinaï, met lastgeving van het kapittel tot inhechtenisneming van valse questierders, 1511 1511 3 charters 514-1 1511 sept. 15 514-2 1511 sept. 15 514-3 1511 sept. 18 515 Brief van Theodoricus Petri, kanunnik van het kapittel te 's-Gravenhage aan Nicolaus de Lavennis, proost van Leiden en kanunnik van de Dom, over een questierder wiens commissie onvoldoende was gebleken, 1516 1516 1 stuk 4.3. Het kerkgebouw. de oprichting en de inrichting G.G. Calkoen stelde op grond van uitgebreide archiefstudies verschillende geschriften over de Dom samen. Deze studies zijn opgenomen in de verzameling losse aanwinsten van het (voormalig) gemeentearchief Utrecht en in de verzameling handschriften van het (voormalig) Rijksarchief in Utrecht, beide bewaard in Het Utrechts Archief. De studies zijn door S. Muller Fz. gebruikt voor zijn publicatie De Dom van Utrecht (Utrecht, 1906). NB 516 Overeenkomst van het kapittel met de nieuwe fabriekmeester Godinus van Dormael, 1356 mrt. 10 1356 mrt. 10 1 charter 517 Stukken betreffende de geschillen tussen het kapittel en de regering van de stad Utrecht over de onkosten, die de Hervorming heeft meegebracht, 1580-1587 1580-1587 1 omslag Zie ook nr. 3264 NB 518 Bestekken van verschillende reparaties aan de kerk, 17e-18e eeuw 17e-18e eeuw 1 omslag 519 Rekeningen, declaraties en andere stukken betreffende het herstel van de kerk na de storm van 1674, 1676-1682 1676-1682 1 omslag 520 Plattegrond van het dak van een gedeelte van het domkoor en van het kruis, met project om deze aan elkaar te verbinden, ca. 1717 ca. 1717 1 blad 521 Plattegrond van het dak van het domkoor, getekend door A. van Oostveen, 1717 1717 1 blad 522 Plattegrond van het dak van het kruis van de Dom, ca. 1717 ca. 1717 1 blad 523-523 Register van de grafbrieven van het kapittel, 1633-1829 1633-1829 2 delen 523-1 1633 523-2 1768-1829 524 Akten van verkoop van enige grafsteden in de kerk, 1636-1809, met extracten uit de resoluties van het kapittel over de verkoop van grafsteden door het kapittel, 1593-1748 1 omslag 525 Akte van de verkoop door het kapittel aan Daniel Dablin, maarschalk van het Overkwartier van Utrecht, van een plaats in het Zuiderpark van de kerk voor de som van f 275, met vergunning aldaar een grafstede te mogen laten metselen, 1634 okt. 6 1634 okt. 6 1 charter 526 Akte van de overdracht door het kapittel aan mr. Wouter Hendrik van Nellestein, gewezen kanunnik van de Dom, van een grafstede en begraafkelder in de Dom, 1759 febr. 12 1759 febr. 12 1 charter 527 Reglement op het graven van grafsteden in de kerk, in drievoud, 1644 1644 1 omslag 528 Stukken betreffende het gelijkleggen van de vloer van de kerk en het daartoe oproepen van de eigenaars van grafsteden, 1724, 1758 1724, 1758 1 omslag 529-529 Stukken betreffende reparaties aan de glazen van de kerk, 18e eeuw 18e eeuw 1 omslag en 1 blad 529 1580-1764 529-2 18e eeuw 1 blad 530 Aantekeningen over de kosten van het verlichten en schoonmaken van de kronen in de kerk in 1615-1618, met reparatie van deze kosten van 30 juni 1620 1 omslag 531 Rationes sedilium chori exhibite et collecte per architectonum ecclesie, rekening van de architect wegens de zitplaatsen in het koor, 1562-1563 1562-1563 1 stuk De rekening is opgenomen in het derde hoofdstuk van de uitgaven van de fabriekmeester over 1568 NB 532 Lijst van de banken en stoelen in de buurkerk, eind 18e eeuw eind 18e eeuw 1 deel 533 Kwitantie van Anthonius van Elen, cantor van St. Servatius te Maastricht, voor 534 Rijnse gulden, wegens het maken van het orgel van de kerk, 1434 april 24 1434 april 24 1 charter (op papier) 534 Stukken betreffende reparaties van het orgel van de kerk, 17e-18e eeuw 17e-18e eeuw 1 omslag 535 Stukken betreffende een diefstal van lood, afkomstig van het dak van de kerk, 1634 1634 1 omslag 536 Lijsten van voorwerpen van tin en van glas, behorende aan het kapittel, ca. 1750 ca. 1750 1 omslag 4.4. De Domtoren 537 Stukken betreffende het vervangen van de balustrade op de tweede omgang van de toren door een hek en het afbreken van de balustrade op de bovenste omgang, ca. 1700 ca. 1700 1 omslag 538 Bestekken van de herstelling van de lantaren van de toren, de vermetseling van het gewelf en het doen van verschillende herstellingen aan de bekapping, 1748 1748 1 omslag 539-539 Stukken betreffende de reparaties aan de bovenste omgang en het dak van de toren, 1793-1796 1793-1796 1 omslag en 10 bladen 539 1793-1796 539-2 tekening 1 blad 539-3 tekening 1 blad 539-4 tekening 1 blad 539-5 tekening 1 blad 539-6 tekening 1 blad 539-7 tekening 1 blad 539-8 tekening 1 blad 539-9 tekening 1 blad 539-10 tekening 1 blad 539-11 tekening 1 blad 540 Kwitantie van Peter Boyen en Steven Butendijc voor de werkmeester van de domfabriek voor 656 Rijnse guldens voor een hoirclock, wegende 6255 pond, 1455 juni 1 1455 juni 1 1 charter 541 Voorwaarden van aanbesteding van het vermaken van het uurwerk op de domtoren aan David Campenssen, 1513, minuut 1513, minuut 1 stuk 542 Nota's van kosten betreffende een proces van het kapittel tegen de erfgenamen van de klokgieter Gerijt van Wouwe. 1532, 1534, met een brief van Clare, vrouw van Gheert van Wou, klokgieter, 1500, een brief van dezelfde aan haar broeder Thomas, zonder datum, en twee brieven van Gerijt van Wouwe aan het kapittel over de betaling van een pretentie wegens geleverde klokken van 1509 1 omslag 543 Stukken betreffende de verbetering van het uurwerk en het aanbrengen van vier uurwijzers op de toren met subsidie van de stad Utrecht, 1612-1618 1612-1618 1 omslag 544 Rekening van de domdeken over het maken van een nieuw uur- en speelwerk in de domtoren, afschrift, 1619, met acquitten 1619, met acquitten 1 omslag De rekening betreft een fragment NB 545 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht tegen het kapittel door Frederik Moll, uurwerkmaker te Vianen, wiens werk niet voldoende was geacht, 1626 1626 1 omslag 546 Stukken over het aanbrengen van enige nieuwe klokken en van een speelwerk op de toren door F. Hemony en J. Spraeckel op kosten van het kapittel en de stad, 1664-1670 1664-1670 1 omslag 547 Specificaties en nota's wegens het herstellen van het uurwerk op de toren door B. Hofsmit, 1698 1698 1 omslag 548-548 Stukken betreffende het herstellen en vergulden van de wijzers en wijzerborden op de domtoren en de onderhandelingen met de stad Utrecht over een daartoe te verlenen subsidie, 1711-1713 1711-1713 1 omslag en 2 bladen 548 1711-1713 548-2 tekeningen 1 blad 548-3 tekeningen 1 blad 549 Opstand van het middelste gedeelte van de domtoren met wijzerplaat, ca. 1713 ca. 1713 1 blad 550 Opstand en plattegrond van de tweede omloop van de domtoren, met plan van besteigering, 18e eeuw 18e eeuw 1 blad 551 Opstand van een gedeelte van de nissen van de domtoren, eind 18e eeuw eind 18e eeuw 1 blad 4.5. De immuniteit 552 Stukken betreffende de overeenkomst met de stad Utrecht over het onderhoud van de panden van het vrijthof, in verband met het in gebruik nemen van het kapittelhuis voor de Illustre school, 1634, met nadere resolutie van de vroedschap van Utrecht, 1701 1 omslag 553 Extract-resolutie van de regering van de stad Utrecht met dat het stovenhuisje op het Academieplein, dat door grove achteloosheid van de stovenzetters in brand geraakt is, op hun kosten moet worden hersteld, 1725 1725 1 stuk 554 Overeenkomst tussen het kapittel en de beheerders van de boedel van Johan de Waal junior, koper van het huis aan de zuidwestzijde van de domtoren, over het gebruik van een gang en getimmerte of keukentje, 1736 1736 1 stuk 555 Tekening van een geprofileerd venster van de lantaren van de Dom, 18e eeuw 18e eeuw 1 blad 556 Akte waarbij proost, deken en kapittel van de Dom de overeenkomst goedkeuren, die met Anselmus en diens vrouw Ana is getroffen over een stuk land ten noorden van de St. Michielskapel en over een lamp op het altaar van O.L.V. in het westen van de kerk, 1241 (?) 1241 (?) 1 charter 557 Akte waarbij bisschop Jan van Diest Henricus van Mierlaer, kanunnik van de Dom, machtigt om de belemmeringen op de weg van de Dom naar het Bisschopshof tussen de claustrale huizen van Ghiselbertus van Zulen en Johannes van Zande, kanunniken van Oudsmunster, die aan de bisschop en de Dom behoort, te doen opruimen, 1333 febr. 23 1333 febr. 23 1 charter 558 Uitspraak door bisschop Jan van Diest, als scheidsrechter tussen Henricus van Myerlaer, kanunnik van de Dom, en Ghiselbertus van Zulen, kanunnik van Oudmunster, over een poort op de Bisschopsweg, 1336 juli 27 1336 juli 27 1 charter 559-559 Akten waarbij de domproost, met toestemming van het kapittel, een hofstede aan de oostzijde van de Dom verenigt met de door Robertus van Rasinchem bewoonde, op voorwaarde dat hij en zijn opvolgers het consistoriehuis zullen herbouwen, maar dat wanneer Robertus of zijn opvolgers daarvoor een andere plaats en huis zullen hebben aangewezen, deze de beschikking zullen krijgen over het terrein van het consistoriehuis, 1340 1340 2 charters 559-1 1340 jan. 25 559-2 1340 jan. 25 560 Kwijting door de regering van de stad Utrecht aan het domkapittel verleend voor 150 gulden voor het graven van de nieuwe gracht in de Oudelle en het maken van bruggen, met belofte van gehele of gedeeltelijke terugbetaling, wanneer het werk niet op tijd of niet geheel zal zijn afgemaakt, 1391 juni 9 1391 juni 9 1 charter 561 Overeenkomst tussen het kapittel en de regering van de stad Utrecht over enige huizen, riolen en watergangen, uitkomende in de gracht, die gaan zal naar de Plompetoren, 1391 juli 18 1391 juli 18 1 charter 562 Rekening wegens het maken van de gracht voor de St. Pieterskerk en het aanleggen van een straat aldaar, (1412) (1412) 1 stuk 563 Akte waarbij de regering van de stad Utrecht erkent aan de heren van Oudmunster een strook land te hebben afgestaan, gelegen naast de hofstede op de Dam in hun immuniteit, dat zij bij ruiling van het domkapittel hadden verkregen, en te hebben goedgevonden dat dit erf en die strook grond zullen blijven behoren tot de immuniteit van Oudmunster, 1399, met akte waarbij het domkapittel met dat van Oudmunster overeenkomt dat met de verkregen hofstede het kerkhof zal worden vergroot. Afschriften 1 stuk 564 Akte waarbij Henric Houberch, koorbisschop, belooft dat de doorgang van het huis, waarin domdeken Herman van Lochorst gewoond heeft, naar de domtrans, desverlangd of wanneer hij het huis verlaat of verkoopt, buiten kosten van het kapittel te zullen doen afbreken, 1404 dec. 6 1404 dec. 6 1 charter 565 Akte waarbij het kapittel van Oudmunster erkent dat het geen recht heeft op de doorgang van zijn hofstede op de Dam naar de domtrans, 1413 sept. 5 1413 sept. 5 1 charter 566 Akte waarbij Peter van de Praest, kanunnik van de Dom, erkent dat het kapittel hem alleen tot herroepen heeft toegestaan een doorgang te maken naar de domtrans, en belooft deze op zijn kosten weer te zullen dichtmaken als hij het door hem bewoonde huis ontruimt, 1413 sept. 5 1413 sept. 5 1 charter 567 Akte waarbij het kapittel van Oudmunster erkent dat zijn medekanunnik mr. Anthonius Huges alleen uit gratie, en niet uit recht, van het domkapittel de toestemming verkregen heeft om een raam met een deur te maken in de muur tussen de domtrans en zijn hoeve, 1529 febr. 23 1529 febr. 23 1 charter 568 Minuut van een akte waarbij het kapittel aan Ivo Deckers c.s. vergunt een hoekje van een erf op het Bisschopshof te betimmeren en te gebruiken, en belooft dit hoekje tegen andere kapittels of personen te zullen verdedigen, 1581 1581 1 stuk 569-569 Mandaat van bisschop Rudolf tegen Johannes Theoderici, die begonnen was een huis te bouwen zonder de immuniteit van de Dom en in het bijzonder het huis van Johannes Colentier te ontzien, met akte van de regering van de stad Utrecht betreffende de schikking, die zij bewerkt heeft tussen het kapittel en Johan Diresz. Opten Oerdt ten opzichte van de door deze begonnen timmering onder de Borch aan de gracht bij de Visbrug, 1445 1445 2 charters Achter op het eerste charter staat 'Onder die Zoutmarct' NB 569-1 1445 juni 12 569-2 1445 aug. 28 570 Memorie van het kapittel van Oudmunster aan de drie kapittels met klachten over de schade, door het water van de daken van de Dom aan hun gebouwen toegebracht, net een memorie daartegen van het domkapittel, ca. 1520 ca. 1520 1 omslag 571 Verzoek door het vroedschap aan het kapittel, dat het de gescheurde lijklakens afstaat aan de Ambachtskamer; de buitengewone verlichting van de kerk zelf betaalt, het dak en de vloer van het pand hersteld en de regeling op het luiden van de klokken verandert, 1655, met het bericht van het kapittel en bijbehorende stukken, 1658-1659 1 omslag 572 Minuut-memorie van het kapittel aan burgemeesters en vroedschap met het verzoek om het onderhoud van de straat op het Domkerkhof en in de Trans te brengen ten laste van de aangrenzende huizen, midden 17e eeuw midden 17e eeuw 1 stuk 573-573 Verzoekschrift door het domkapittel aan de vroedschap om verlof om de muur voor het kleine kapittelhuis uit te leggen en de poort te verplaatsen, met tekening en goedkeurende apostille, 1701 1701 1 stuk en 1 blad 573 1701 573-2 tekening 574 Verklaring door de buren in de Donkere gaard over de verplichting van het kapittel tot bijdrage in de kosten van aanleg van een nieuwe brandtrap, 1487 aug. 24 1487 aug. 24 1 charter 575 Rekening van Johan de Wael, kanunnik van de Dom, van de timmering van de Borchbrug te Utrecht, 1406 1406 1 stuk 576 Stukken betreffende het onderhoud van de St. Maartensbrug door het kapittel van de Dom, 1627, 1701 1627, 1701 1 omslag 577 Stukken betreffende het verzoek van de stad Utrecht, dat het kapittel mee betaalt in het herstel van de Maartensbrug, dat het gordijnen aanbrengt voor de vensters van de kerk en dat het de vloer van de eerste omgang en de balustrade van de bovenste omgang van de toren herstelt, 1689, met retroacta, 1619, 1621 1689, met retroacta, 1619, 1621 1 omslag 578 Verzoekschrift door Jan Frericxss en Jan Rijcken aan het kapittel om te zorgen dat zij ontslagen worden uit de gevangenis op Haasenberch, waarheen zij door de schout van Utrecht gebracht zijn wegens een gevecht voor het huis van de proost Galama, met schending van de jurisdictie en de immuniteit van het kapittel, met kantbeschikking, de minuut en een aantekening, (1577) (1577) 1 omslag 579 Minuut van een verzoekschrift door het kapittel aan de regering van de stad Utrecht over een geschil met de kerkmeesters van de Buurkerk over het recht van de lakens, die gelegd worden op de lijken van hen die in de immuniteit van de Dom overlijden, ca. 1590, met stukken betreffende de invordering van het uit deze hoofde, krachtens een overeenkomst van 8 mei 1592 aan de Dom toekomende, recht, 1757, 1758, 1763 1 omslag 580 Stukken betreffende een proces voor het gerecht van Utrecht gevoerd door het kapittel tegen mr. E. van Harskamp, tot uitkering van ¼ van het lijklaken van zijn vrouw Ida Theodora Dorville, uit de immuniteit van de Dom begraven in de Buurkerk, 1756-1761 1756-1761 1 pak 581-581 Stukken betreffende de gevangenneming, op de wens van de regering van de stad Utrecht en op last van de bisschop, van de kanunniken Wilhelmus, Ghiselbertus en Gerardus van Zijl, gebroeders, 1369-1375 1369-1375 28 charters De reden van de gevangenneming wordt niet duidelijk genoemd. Het kapittel heeft geprotesteerd tegen de schending van de immuniteit NB 581-1 1369 febr. 26 581-2 1369 febr. 28 581-3 1369 mei 11 581-4 1369 mei 11 581-5 1369 mei 29 581-6 1369 mei 30 581-7 1369 mei 30 581-8 1369 mei 30 581-9 1369 juni 4 581-10 1369 juni 4 581-11 1369 juni 5 581-12 1369 juni 15 581-13 1369 juli 7 581-14 1372 aug. 5 581-15 1372 sept. 22 581-16 1373 okt. 8 581-17 1373 okt. 31 581-18 1373 nov. 5 581-19 1373 nov. 15 581-20 1373 nov. 17 581-21 1373 nov. 23 581-22 1374 jan. 4 581-23 1374 mrt. 6 581-24 1374 mrt. 6 581-25 1374 mrt. 8 581-26 1375 febr. 2 581-27 1375 april 16 581-28 1375 juni 27 4.6. Claustrale huizen Zie ook nrs. 211, 252, 256, 264, 342 en 618 en Over claustraliteit: bijdrage tot de geschiedenis van den grondeigendom in de Middeleeuwsche steden door S. Muller Fz. (Amsterdam, 1890). NB 582-582 Registers van akten van verkoop van claustrale huizen van het kapittel en van plechten daarop, 1413-1538, 1523-1669 1413-1538, 1523-1669 1 band, 1 deel en 1 omslag 582-1 1413-1535 1 band Deze band bevat koopcondities, waaronder de verkoopakten zijn geschreven. Enkele losse stukken zijn er ingelegd, zonder er ooit in gehecht te zijn geweest. De stukken hebben zeker berust onder notaris Michael Keuen, die de band wellicht gevormd heeft. Later heeft men bij de verschillende akten de namen van de bezitters van de claustrale huizen in 1576 aangetekend NB 582-2 1523-1633 1 deel De inhoud van dit deel is van dezelfde aard als die van de hiervoor genoemde band, echter het bevat ook akten van overdracht van claustrale huizen in 1581 en daarna NB 582-3 1634-1669 1 omslag 583 Lijst van de overdrachten en van plechten op claustrale huizen, 1523-1647, met minuten van koopcondities en andere stukken betreffende claustrale huizen, 1533-1647 1 omslag 584 Minuten van overdrachten en van plechten op claustrale huizen, 1587-1598 1587-1598 1 omslag 585-585 Akte waarbij Suederus van Vorne verklaart, dat de wijnkelder, die het kapittel hem voor zijn leven geschonken heeft, na zijn dood aan het kapittel zal terugkeren, zonder dat iemand iets vorderen mag wegens de daaraan aangebrachte verbeteringen, 1315, met akten betreffende het gebruik van de kelder en een kleedkamer door latere bezitters (van een claustraal huis bewesten de Dom), 1347-1354 6 charters 585-1 1315 okt. 20 585-2 1347 juli 30 585-3 1351 dec. 7 585-4 1351 dec. 10 585-5 1354 jan. 9 585-6 1354 okt. 31 586 Akte waarbij domdeken Henricus erkent dat hij een bijzondere machtiging van het kapittel heeft gekregen tot de vereniging van de achterkamer van een claustraal huis met het door hem gekochte (bewesten de Dom), waartoe ze oorspronkelijk niet behoorde, 1339 febr. 1 1339 febr. 1 1 charter 587 Akte waarbij het kapittel een claustraal huis (onder de Vier Steenen huizen, bewesten de Dom) toewijst aan mr. Hugo Braem, 1330 aug. 20 1330 aug. 20 1 charter 588 Akte waarbij Jacobus van Benthem, proost van West-Friesland, de verkoop van twee stenen huizen (bewesten de Dom) aan Henricus van Myrlaer goedkeurt, 1330 dec. 18 1330 dec. 18 1 charter 589 Akte waarbij de uitvoerders van het testament van mr. Symon de Hoghe, kanunnik van de Dom, machtiging verlenen tot de verkoop van diens nagelaten goederen, onder andere van zijn claustraal huis (benoorden de Dom) en de twee daarachter gelegen huizen aan het Oudkerkhof, 1351 mei 12 1351 mei 12 1 charter 590 Akte waarbij Johannes Moliart, proost van Arnhem, zijn claustraal huis eerst vermaakt aan zijn broeder Michaël en dan aan het kapittel, 1356 mei 21 1356 mei 21 1 charter 591 Akte waarbij Johan van Amerongen ten behoeve van het kapittel afziet van zijn recht op het claustraal huis (achter het domkoor), vroeger bewoond door de domproost Gijsbrecht van Brederode, 1476 jan. 23 1476 jan. 23 1 charter 592-592 Akte waarbij Dirck van Drakenborch de voorwaarden aanneemt, waarop het kapittel hem voor zijn leven het vroeger door mr. Gheryt ther Herenhave bewoonde huis (beoosten de Domsteeg) geeft, 1512, met oudere koopakte van dit huis, 1507 1512, met oudere koopakte van dit huis, 1507 2 charters 592-1 1507 mrt. 15 592-2 1512 dec. 17 593 Statuut van het kapittel tegen het kopen van claustrale huizen door leken, 1552 juli 7 1552 juli 7 1 charter 594-594 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen de procureur-generaal (als opvolger van de kanunnik Cornelis van Nijenrode) over het recht van het kapittel op het door Nijenrode gekochte claustrale huis in de Roode poort, 1568-1572 1568-1572 1 pak en 1 charter 594 1568-1572 594-2 1569 sept. 19 595 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door Lois de Carlier tegen Godefroy van Waude, kanunnik van St. Jan, als naambezitter van het huis de Roode poort in de immuniteit van de Dom, tot het medewerken bij het transport van de beterschap van dit huis aan Gijsbert van Hertevelt, 1613-1616 1613-1616 1 omslag 596 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het gerecht van Utrecht door het kapittel tegen jhr. J.G. Schuermans tot het voldoen aan de voorwaarden waarop hij het claustrale huis de Loodze heeft gekocht, 1652 1652 1 omslag 5. Beheer van de goederen en uitkeringen aan de kanunniken Zie ook inleiding. NB 5.1. Beheer van de goederen in het algemeen 597 Statuut met de bepaling dat geen kanunniken vruchten van kerkgoederen zullen ontvangen, als zij daartoe niet door het kapittel zijn aangewezen, 1295 juli 11 1295 juli 11 1 charter 598 Lijst van de goederen van de Kleine Kamer, ca. 1320 ca. 1320 1 deel 599 Statuut bepalende dat de inkomsten van de vroeger verdeelde goederen voortaan door één door het kapittel te benoemen kanunnik zullen worden ontvangen en tussen de kanunniken, de vicarissen van het Rijk en de custos dormitorii in verhouding tot hun prebenden worden verdeeld, 1341 mrt. 2 1341 mrt. 2 1 charter 600 Statuut op de verkoop van tienden en de verpachting van landerijen, 1364 april 13 1364 april 13 1 charter 601 Lijst van de goederen van de verschillende kamers, ca. 1365 ca. 1365 1 deel Bij de meeste goederen is aangetekend wie ze gepacht hebben, voor hoe lang en met ingang van welk jaar. Hieruit blijkt dat de lijst in 1364-1366 is vervaardigd. Van de hand van de schrijver zijn aantekeningen op de rugzijde van vele charters uit dezelfde tijd, waar men kan lezen 'R(egistratum) per H. Bo.' Op folio 52 van dit deel is sprake van 'litere registrate per Henricum Bonine in archivo nostro'. Een aantekening over een koop in 1310 is later bijgeschreven en verder zijn er een aantal bijvoegsels van de jaren 1483-1521 NB 602 Accoord van het kapittel met de kanunnik Frans Zonck over geschillen betreffende land in Themaat, door Arnt Bokelair aan de Kleine Kamer vermaakt, over zijn residentieplicht en andere zaken, 1533 1533 1 stuk 603 Akte van aanstelling door het kapittel van Anthonis Jansz. van Scalcwijck tot ontvanger van de renten en pachten van het kapittel in het land van IJsselstein, in de Achtersloot, IJsseldijk, Benschop en Polsbroek, 1530 nov. 9 1530 nov. 9 1 charter 604 Stukken betreffende de opgave aan de Commissarissen van de troebelen in Utrecht van de pretensies van het kapittel ten laste van diverse personen, 1572 1572 1 omslag Specificatie: - Graaf van Culenborch wegens pachtgoederen en de gerechten van Culenborch en Buesichem - Willem van Zuylen van Nyevelt wegens achterstallen van het rent-meesterschap van Bergambacht, waarvoor een hoeve land onder Darthuizen verpand is - Adriaen de Wael van Vronesteyn wegens een leengoed in het gerecht van Wijck, 1572 NB 605 Register van erfpacht en pachtgoederen van de verschillende kamers, met aantekeningen door W. Brock, (1578) (1578) 1 band In de band zijn rekeningen gehecht van de Grote en de Kleine Kamer, 1571, van de Bona divisa, 1575, van de Bona cerevisiae en van de Fabriek, 1572 NB 606 Instructies en ontwerp-instructies voor de kameraar, ca. 1575-1804, met resoluties van het kapittel en verzoekschriften en aantekeningen betreffende het ambt 1 omslag 607 Akte waarbij Willem Eerstenssen de Viana het ontvangerschap van de pachten, tienden en renten van het kapittel in Vianen, Lexmond, Ameide, Hagestein, Golberdingen, Tul en 't Waal, Vreeswijk en Honswijk op zich neemt, met akte van borgstelling, 1579 1579 1 omslag 608 Minuut van de overeenkomst tussen het kapittel en de gewezen ontvanger of rentmeester Jan van Harn, 1584 1584 1 stuk 609-609 Acquitten behorende bij de rekening van Adriaen Jansz., schout van het kapittel, als beheerder van de smalle tienden van het kapittel, wegens door hem op last van het kapittel uitbetaalde los en lijfrenten en pensiën, 1588 1588 1 pak en 2 charters 609 1588 609-2 1530 dec. 24 609-3 1589 juli 10 610-610 Stukken betreffende de verandering van het beheer van de goederen van het kapittel, 1581-1588 1581-1588 1 pak Zie ook de inleiding en Rechtsbronnen van den Dom van Utrecht door S. Muller Fz (Den Haag, 1903) vanaf p. 163. De stukken zijn vermoedelijk grotendeels afkomstig van de op 28 augustus 1581 benoemde commissie NB 610-1 Lijst van de posten, die men voortaan onbetaald zal laten, (1581), met afschrift (1581), met afschrift 610-2 Ontwerpen van rapporten, ten dele afkomstig van de domscholaster Van Duvenvoorde, lid van de commissie- en becijferingen, ca. 1582-1584 ca. 1582-1584 610-3 Staat van de goederen en lasten van alle kamers, ca. 1583-1584 ca. 1583-1584 Aan het slot onvolledig NB 610-4 Staat van de goederen en lasten van de verschillende kamers In dit deel is een kladrekening van de Bona vicariorum absentium van 1579 gehecht en voor dit onderdeel gebruikt. Het register is tot ca. 1596 gebezigd en bevat allerlei kanttekeningen omtrent de herkomst van de goederen. Er liggen enkele losse aantekeningen in, terwijl een afschrift van een overdracht van land te Vreeswijk in 1523 is doorgestoken NB 610-5 Rapport van de commissie, (1585) (1585) 610-6 Ontwerp van een divisie van de goederen van het kapittel in 30 delen, ca. 1588 ca. 1588 610-7 Condities, waarop het kapittel nieuwe kameraars zal kiezen, (1588), met staat van de goederen van het kapittel (1588), met staat van de goederen van het kapittel 611 Aantekeningen, ramingen, becijferingen, specificaties, ontwerpen van rekeningen en divisies betreffende de verschillende kamers, die onder één beheer worden geplaatst, ca. 1581-ca. 1600 ca. 1581-ca. 1600 1 pak Achterin is een zeer beschadigd rapport opgenomen met betrekking tot hetgeen J. van Duvenvoorde in deze heeft verricht, met het voorstel om hem het gebruik van het slot Hagestein te gunnen NB 612 Staten van het bedrag van de erfpachten van de Grote Kamer, met de Proosdijkamer, Bona divisa en Fabriek, en van de assignatie daarvan tot betaling van de lasten van de kamer, 1591, met kwitantieboekje voor het afgeven van de assignaties door de kapittelbode aan leden of andere crediteuren van het kapittel 4 delen in 1 omslag 613 Registrum bonorum seu terrarum Majoris ecclesie Trajectensis unacum limitibus colonisque et ijsdem annexis, lijst van de goederen en lasten van de verschillende kamers, tevens van de Proosdijkamer en de Vicarii absentes, 1593 1593 1 deel Bij de percelen is uit oudere registers aangehaald, hoe zij daar zijn omschreven en wie de pachters zijn geweest sinds 1538 (tot 1595), met zeer spaarzame aantekeningen over vroegere tijden. Verder wordt bij elk perceel vermeld hoeveel het oudschildgeld bedraagt, en bij elke kamer wat de vaste uitgaven zijn. Een inliggend los blad heeft betrekking op de minuut van hetgeen omtrent een perceel proosdijland te Amerongen is geregistreerd NB 614 Stuk betreffende een proces van Gerrit Joostensz. tegen Hilleken Tielmans om betaling voor zekere diensten, welke zij beweert door mr. Dirck Tielmans niet als bijzonder persoon (echter als fabriekmeester) gevorderd te zijn, zodat hij zijn salaris zal hebben te eisen van het kapittel, 1594 1594 1 stuk 615-615 Manualen van de goederen, behorende onder de Grote Kamer (en daarmede verenigde kamers), 1620, 1642, met aantekeningen omtrent de nieuwe verhuringen 1620, 1642, met aantekeningen omtrent de nieuwe verhuringen 2 delen Het eerste deel, bijgehouden tot ca. 1640, is aan het begin en aan het einde niet geheel volledig. Het tweede is bijgehouden tot ca. 1690 NB 615-1 1620 615-2 1642 616 Manuaal van de goederen, behorende onder de Kleine Kamer, 1643, met aantekeningen omtrent de nieuwe verhuringen 1 deel Het deel is bijgehouden tot ca. 1690 NB 617 Stukken betreffende een proces voor het Hof van Utrecht gevoerd door Lud. de With tegen het kapittel tot betaling van kosten en salaris, door hem verdiend als procureur van het kapittel in verschillende processen, 1686, met verschillende rekeningen van de eiser 1686, met verschillende rekeningen van de eiser 1 pak 618 Kwitanties voor de secretaris van het kapittel wegens de veertigste penning, bij de overdracht van claustrale huizen, als anders, 1613-1615 1613-1615 1 omslag 619 Verkoopcondities van landerijen en huizen van het kapittel, 1636-1791 1636-1791 1 omslag Zeer onvolledig NB 620 Minuten van koopcelen, 1645-1669 1645-1669 1 omslag Niet alle betreffende verkopingen geschiedden door of ten behoeve van het kapittel. De stukken zijn vermoedelijk afkomstig van secretaris mr. Everhard van Weede en zijn opvolger Willem van Weede NB 621-621 Verkoopcondities van koren-, gras-en houtgewas, behorende aan het kapittel, 1686-1755, 1804 1686-1755, 1804 6 banden en 1 stuk 621-1 1686-1689, 1691-1694, 1696-1698, 1700 621-2 1701-1715, 1717-1718 621-3 1722-1730 621-4 1731-1740 621-5 1741-1750 621-6 1751-1755 621-7 1804 1 stuk 622 Stukken betreffende de verkoop van korengewas van onverhuurde landen van het kapittel, 1735-1738, 1747, 1762, 1766, 1767, 1805 1735-1738, 1747, 1762, 1766, 1767, 1805 1 omslag 623-623 Memories van aan de domeinen van Utrecht geabandoneerde landen tot 1755, volgens resolutie van Gedeputeerde Staten van, 8 april 1746 8 april 1746 1 omslag en 1 charter 623 1746-1755 623-2 1749 febr. 14 5.2. Grote Kamer (tot 1595) 624 Uittreksel, door W. Brock, uit het manuaal van Hugo Pollart, kameraar van de Grote Kamer van 1320, en uit de rekening van de ontvangsten van de Kleine Kamer van 1323, 16e eeuw 16e eeuw 1 stuk 625-625 Manualen van de ontvangsten en uitgaven van de Grote Kamer, 1421-1585 1421-1585 8 omslagen 625-1-a 1421-1423, 1428, 1432-1437, 1440-1441 Aan het manuaal van 1437 is een rekening over 1436 gehecht NB 625-1-b 1442, 1444, 1448-1453, 1455 625-1-c 1458-1460, 1463-1468 625-2-a 1469-1476 Aan het manuaal van 1475 zijn rekeningen over 1474 en 1475 gehecht NB 625-2-b 1480-1487, 1498 625-2-c 1490-1493, 1508-1509, 1517 625-3-a 1556-1560, 1571 Aan de verbonden manualen van 1556-1559 is een rekening over 1552 gehecht NB 625-3-b 1572, 1575, 1576, 1582, 1584, 1585 626-626 Rekeningen van de ontvangsten en uitgaven van de Grote Kamer, 1394-1595 1394-1595 10 banden en 6 pakken Onvolledig en deels in meer exemplaren. Diverse rekeningen dragen de opschriften 'pro capitulo' of 'pro decano' of 'pro camerario' of de eigennaam van de kameraar. Op die van 1485 en 1491 in het laatste pak staan de namen van de kameraars van de opvolgende jaren die dus prijs zullen gesteld hebben op een exemplaar van de rekening van de onmiddelijke voorganger. De eerste acht vermelde banden zijn voor het kapittel bestemd geweest, hoewel enige rekeningen hierin anders gemerkt zijn. Vier rekeningen zijn gehecht aan de manualen (zie nr. 625-1-a-625-3-b), één aan de eerste band van de rekeningen van de Proosdijkamer (zie nr. 696 -1), één aan een register van erfpacht- en pachtgoederen (zie nr. 605) en vijf aan een rekening van oude restanten (zie nr. 668-). Zie voor de rekening over 1566 nr. 4370. NB Aanwezig zijn 307 rekeningen van: - Heinricus van Velde, 1394, 1400 - Gheraerdus Droem, 1396 (3) - Wisso van Zirxzee, 1401, 1412 - Johannes Wael, 1403, 1419, 1428 (2), 1429, 1433 (3), 1436 (2) - Johannes van Mijnden, 1406, 1411 - Wilhelmus van Ramersdorp, 1413, 1414 - Johannes van Ghinckel, 1417, 1421 - Arnoldus Wael, 1423, 1426, 1427 - Johannes Colentier, 1430 (2), 1431 (2), 1432 (3), 1437-1440 (2), 1441-1442, 1443 (2), 1444 - Hermannus Voss, 1434, 1435 (2) - Johannes uten Elsweert, 1445-1447 - Jacobus Dibbout, 1448, 1450-1452 - Wilhelmus Paedze, 1449, 1467 (2), 1468 (3) - Petrus van Gouda, 1453, 1454 (2), 1455, 1463 (2), 1464 (3) - Everardus Zoudenbalch, 1457, 1461 - Henricus Rover van Wynsen, 1459 (2), 1460 (2) - Ernestus van Styenre, 1462 (2) - Johannes van Drakenborch, 1465 (3), 1466 (4), 1469 (3), 1472 (2), 1473 (3), 1474 (4), 1479-1480 (3), 1481 (2), 1482 (3), 1486 (3), 1487 (2), 1490, 1491 (3) - Gheerlacus van de Donck, 1470 (3), 1471 (4), 1483 (2), 1484-1485 (3), 1492 (3), 1493 (2), 1498-1499 (2) - Jacobus Johannes Ysbrandi, 1475 (3), 1476 - Johannes die Gruter, 1477, 1478 (2) 626-1 1394, 1396, 1401, 1406, 1411-1414, 1417, 1426-1447, 1451-1454, 1457, 1459-1460 626-2 1460-1499 626-3 1500-1533 626-4 1534-1549 626-5 1550-1559 626-6 1560-1669 626-7 1570-1581 626-8 1588-1595 626-9 1396 (klad), 1400, 1403, 1419, 1421, 1423, 1428, 1430-1433, 1435, 1437-1440, 1443, 1448-1450, 1454, 1455, 1459, 1462 1 pak 626-10 1463-1470, 1482-1485, 1491-1493, 1497-1499 626-11 1471-1474, 1478-1481, 1486-1487, 1489, 1504-1506, 1508-1509, 1511, 1513, 1515, 1517-1518 626-12 1525-1537 626-13-a 1538-1544 626-13-b 1555-1577 626-14 1579-1581, 1588, 1591, 1593-1595 626-15 1432, 1433, 1464, 1465, 1466, 1468-1471, 1474, 1479, 1480, 1482, 1484-1486, 1489, 1491, 1492, 1556, 1565, 1577 627 Acquitten behorende bij de rekening van de Grote Kamer over 1581 1 pak 628 Opgave van hetgeen door de kameraar van de Grote Kamer Frederic de Koninck ontvangen en uitgegeven is voor de Grote Kamer over 1526, 1527, voor de Proosdijkamer over 1527, terwijl hij zich uit vrees buiten de stad heeft bevonden 1 stuk De Koninck was in 1527 groot kameraar, maar niet socius noch officiaal NB 629 Rekening van uitgaven, van Steven van Haeften, groot kameraar, van de goederen in IJsselstein, 1584-1588 1584-1588 1 deel 630 Stukken betreffende de afhoring van de rekeningen van Steven van Haeften, groot kameraar, 1584-1587, 1590 1584-1587, 1590 1 omslag 631 Staten van de Grote Kamer, 1590, 1593 1590, 1593 1 omslag De staten van 1590 betreffen uitgaven NB 5.3. Kleine Kamer (tot 1685) Zie ook nr. 624. NB 632-632 Manualen van de ontvangsten en uitgaven van de Kleine Kamer, 1413-1650 1413-1650 6 pakken Onvolledig NB 632-1-a 1413-1443 632-1-b 1448-1460 632-2-a 1462-1465 632-2-b 1466-1478 De manualen van 1463 en 1464 zijn aaneengehecht, eveneens als die van 1477 en 1478, waaraan ook rekeningen over 1476-1478 zijn gehecht NB 632-3-a 1484-1491 632-3-b 1517-1615 Het manuaal van 1580 is ook gebruikt voor het jaar 1581 NB 633-633 Rekeningen van de ontvangsten en uigaven van de Kleine Kamer, 1389-1685 1389-1685 27 banden en 5 pakken Onvolledig, maar deels in meer exemplaren. Vele rekeningen dragen het opschrift 'pro fecano'. Drie rekeningen zijn gehecht aan de manualen (zie nrs. 632-1-632-3-b), één aan een register van erfpacht en pachtgoederen (zie nr. 605) en twee aan een rekening van oude restanten (zie nr. 668-6) Aanwezig zijn 386 rekeningen, onder welke enige fragmenten, van: - Gheraerdus Droem, 1389 - Henricus van Velde, namens Wilhelmus Buzer, 1395 - Wisso van Zircxzee, 1399, 1403, 1404 - Tydemannus Uptende, 1401 (3), 1402 (2) - Henricus van Velde, 1405 - Johannes Theodorici, 1407 - Johannes Colentier, 1408 - Arnoldus Wael, 1409, 1410, 1429 - Petrus (van de Praest), 1411 - Johannes van Ghinckel 1412, 1413 - Johannes van Wael, 1416(2), 1417, 1430(2), 1431, 1432 - Johannes uten Elsweert, 1418, 1419, 1434, 1435 (2) 1436, 1437 (2) - Wilhelmus van Raemsdorp, 1420 (2), 1423 - Gherardus Godhelp, namens Johannes uten Elsweert, 1426 (2) - Gherardus Godhelp, namens Arnoldus Wael, 1427 (2) - Gherardus Godhelp, namens het kapittel, 1428 - Jacobus Dibbout, 1438 (2), 1440, 1441 (3) 1445, 1446 (2), 1449 (2), 1456 (2) 1462, 1463 (3), 1464 (2) - Petrus van Gouda, 1439 (2) - Hermannus Scholl, 1442-1444 - Hermannes Vos, 1447 - Wilhelmus Paedze, 1448 - Swederus van Weteringe, 1450-1452 (2), 1453 - Everardus Zoudenbalch, 1454, 1455, 1458, 1459 - Johannes van Drakenborch 1457, 1460(2), 1461(3) - Egidius de Curchellis, 1465-1467 (2), 1468, 1469 (2) - Otto van Tyela, 1470, 1471 - Johannes Foyt, 1472 (2), 1473, 1474 (2) - Johannes Gruter, 1475, 1476 (3) - Jacobus Johannis Ysbrandi, 1477 (2), 1478 (2), 1479, 1484, 1485 (2), 1486 (3), 1487 (2) - Anthonius Pott, 1480-1482, 1483 (2), 1490, 1491 (2), 1492, 1493 - Gerclaus van de Donck, 1488 (2), 1489 (2) - Egidius Gobbert, 1494, 1495 - Nicolaus de Lavennis, 1496-1500, 1501 (2) - Adrianus Ram, 1502-1503 (2), 1504 (3), 1505 (2) - Gerardus Zoudenbalch, 1506-1509 - Bernardus van Haerlem, 1510 (2), 1511 (3), 1512 (2), 1513-1515 - Thidericus van Drakenborch, 1516, 1517 - Albertus van Lewenberch, 1518-1519 (2) - Amelius van Zulen van Nievelt, 1520, 1521 - Marcus van Weeze, 1522, 1523, 1542, 1543 (2) - Gerardus Hocker, 1524, 1525 (2) - Johannes van Drolshagen, 1526, 1527 (3), 1528-1529 (2) - Franciscus Sonck, 1530-1532 (2) - Henricus Zoudenbalch, 1533-1535 (2) - Lambertus then Duynen, 1536-1538 (2), 1539, 1540, 1541 (2) - Adrianus van Renesse, 1544, 1545, 1546 (2), 1547, 1548 - Johannes Beyer, 1549, 1550 (2), 1551 - Mauritus Grouff van Erkelens, 1552-1556, 1557 (3), 1558-1560 (2) - Cornelius van Nyenroede, 1561-1564 - Adrianus van Ysenderen, 1565 - Johannes van Bruhesen, 1566 (3), 1567-1568 (2), 1569 (3), 1570 (2), 1571, 1572 - Johannes van de Berch, 1573, 1574 (2), 1576-1577 (2) - Engelbertus van Bruhesen, 1578-1579 (3) - Johannes van Duvenviorde, 1580 (2) - Johannes van de Berch, 1582, 1583 (2) - Johannes van Schade, 1584, 1585 (2) - Otto van Bloys van Treslong, 1588, 1589, 1596 (2) - Wilhelmus van Cleeff, 1590(2) - Johannes van Renesse van de Aa, 1591 (2), 1592 - Gerardus van Reede, 1593 (3), 1594 (2) - Simon van Poelenburch van Schiedam, 1595 (2) - Johannes van Grovesteyn, 1597, 1598 (2), 1599 (2), 1602-1604 - Ghisbertus van Suylen 1600, 1601 - Guilhelmus van Sypesteyn, 1605, 1613 - Guilhelmus van Cleeff, 1606-1608 - Harmannus van Darll. 1609-1612 - Cornelius van Regnier, 1614-1616 - Gisbertus van Hartevelt, 1617, 1618 (2) - Theodoricus Mulardt, 1619 - Arnoldus van Deuverden, 1620-1623 - Arnoldus van Westreenen, 1624 (2), 1625 - Adolphus van Rutenberch, 1626-1637 - Henrick van Nellesteyn, 1638-1642 - Jacob Godin, 1643-1646 - Jo. Quentijn van de Noot, 1647-1650 - Cornelius van Duverden, 1651-1652 - Dirck van Steenberch, 1653, 1654 - Antonius de Goyer, 1655, 1656, 1657 (2), 1658 - Henrick van Weede, 1659, 1660, 1661 (2), 1662-1664 - Nicolaes d'Bij, 1665, 1666 - Pieter Rosa, 1668-1673 - Johannes de Molijn, 1674-1677, 1683-1685 - Johannes Simonides a Nijs, 1678-1682 633-1 1389, 1395, 1399, 1401-1405, 1407-1410 Van de jaren 1401 en 1402 zijn hier ook kladrekeningen aanwezig. Van de rekening over 1405 is het laatste gedeelte van de rekening van de uitgaven verloren. De rekening over 1407 is gebruikt als kladrekening voor het jaar 1408 NB 633-2 1411-1413, 1416-1418, 1420 Van het jaar 1416 zijn twee ongelijke exemplaren aanwezig. De rekening over 1420 is slechts een fragmentarische kladrekening NB 633-3 1420, 1423, 1426-1430 Over 1427 zijn twee rekeningen aanwezig NB 633-4 1430-1432, 1434-1440 633-5 1441-1450 Over 1441 zijn drie rekeningen aanwezig, waarvan twee niet geheel volledig. Aan die over 1443 ontbreekt de laatste bladzijde, aan die over 1444 een gedeelte van de rekening van de uitgaven NB 633-6 1450-1459 633-7 1460-1470 633-8 1471-1479 In de rekening over 1477 is een verbeterd reces gestoken NB 633-9 1481-1489 633-10 1490-1499 633-11 1500-1509 633-12 1510-1517 633-13 1518-1529 633-14 1530-1544 633-15 1545-1554 633-16 1555-1566 633-17 1567-1574, 1576-1579 633-18 1580, 1582-1585, 1588, 1589 633-19 1590-1599 De rekening over 1598 is aan het slot onvolledig. De rekening over 1599 is in klad NB 633-20 1600-1612 633-21 1613-1625 633-22 1626-1637 633-23 1638-1654 In de rekening over 1642 is die van de Bona cerevisiae enz. gehecht NB 633-24 1655-1666 633-25 1668-1685 Tussen de rekeningen over 1673 (met liquidatie) en 1674 is de rekening gehecht van de kapittelschout wegens de restanten van de Kleine Kamer over de jaren 1668-1673 NB 633-26 1401, 1426, 1435, 1437, 1438 633-27-a 1408-1469 633-27-b 1472-1525 De rekeningen over 1428 en 1456 bevatten behalve de ontvangsten een gedeelte van de uitgaven, die over 1510 alleen een gedeelte van de uitgaven. Die over 1518 en 1519 zijn onvolledig. De laatste is een klad naar een oude rekening over 1516 NB 633-28 1439, 1461, 1463-1467, 1476, 1486, 1488, 1489, 1491, 1501-1505 Deze rekeningen zijn aaneengehecht, maar zonder band. De rekeningen over 1439 en 1476 zijn onvolledig NB 633-29 1527-1537 Deze rekeningen zijn allen 'pro decano' NB 633-30-a 1538-1558 633-30-b 1559-1570 633-31-a 1574-1591 633-31-b 1593-1661 633-32 1461, 1463, 1486, 1527, 1557, 1565, 1566, 1569, 1579, 1593 Van de rekeningen over 1557 en 1593 is het begin beschadigd NB 634-634 Acquitten behorende bij de rekeningen van de Kleine Kamer, 1598-1667 1598-1667 12 pakken en 1 omslag Onvolledig NB 634-1 1598, 1599, 1626, 1646 1 omslag 634-2-a 1600, 1602, 1604, 1607 634-2-b 1613, 1614, 1616, 1617 634-3-a 1618-1621, 1623 634-3-b 1624-1625, 1627 634-4-a 1628-1631 634-4-b 1632-1636 634-5-a 1638-1642 634-5-b 1644-1648 634-6-a 1649-1652 634-6-b 1653-1656 634-7-a 1657-1660 634-7-b 1661-1667 635 Aantekenboek van de kanunnik Jacobus Johannis Ysbrandi als kameraar van de Kleine Kamer, 1484-1487 1484-1487 1 deel 636 Aantekeningen betreffende ontvangsten en uitgaven van de Kleine Kamer, 1567-1681 1567-1681 1 omslag Hierbij is een stuk betreffende de verzegeling van koffers ten huize van de gewezen kameraar Bloys van Treslong van 1598 opgenomen NB 637 Rekening van Arnout Drakenborch, schout van het kapittel, van de restanten van de Kleine Kamer over de jaren, 1678-1782 1678-1782 1 deel 5.4. Bona divisa (tot 1595) 638-638 Manualen van de ontvangsten en uitgaven betreffende de Bona divisa, 1442-1585 1442-1585 3 banden Onvolledig NB 638-1 1442, 1444, 1447, 1448, 1450-1452, 1454, 1455 638-2 1457, 1462-1464, 1467, 1468, 1480, 1481, 1499-1501 Hierin is een exemplaar van de rekening over 1479 gehecht NB 638-3 1534, 1563, 1577, 1584, 1585 Het manuaal over 1534 is niet gebruikt. Het is op naam van Fredericus de Coninck, die ontvanger was in 1533 maar niet is gecontinueerd NB 639-639 Rekeningen van de ontvangsten en uitgaven betreffende de Bona divisa, 1393-1595 1393-1595 9 banden en 2 pakken Onvolledig, maar deels in meervoud. Diverse rekeningen dragen het opschrift 'pro capitulo', enkele 'pro decano' of 'pro camerario'. Eén rekening is gehecht aan de manualen (zie nrs. 638-1-638-3), één aan een register van erfpachten pachtgoederen (zie nr. 605), en vier aan een rekening van oude restanten (zie nr. 668-6). De rekening over 1577 is niet van de kameraar, maar aan deze afgelegd door een ander Aanwezig zijn 256 rekeningen, waarvan enkele onvolledig, van: - Arnoldus Wael, 1393, 1408, 1411 - Johannes Scout, 1395 (2) - Gerardus Droem, 1396,1401 - Johannes van Tuul, 1397 - Walterus van Delf, 1399 - Johannes Wael, 1400, 1402, 1440 - Wilhelmus van Ramersdorp, 1403 (2), 1406, 1418 - Tidemannus Upentende, 1404, 1405 - Johannes van Mijnden, 1409 - Johannes van Ghinkel, 1410 - Petrus van de Praest, 1413 - Andreas van Scoerl, 1414, 1415 - Otto Amilii, 1410 - Hermannus Vos, 1423, 1433, 1436- 1437 (2) - Johannes Firmiin, namens Hermannus Vos, 1426 - Johannes Firmiin, 1427, 1428 - Henricus Rover van Winsen, 1430, 1434, 1435 (2), 1441 (3), 1454- 1457, 1462- 1464 (2) - Johannes uten Elsweert, 1438, 1439 (2) - Petrus van Gouda, 1442, 1443 (2), 1444, 1448 - Conrardus van Coesvelt, 1445, 1446 (2) - Wilhelmus Paedze, 1447 (2) - Johannes van Drakenborch, 1450, 1451- 1452 (2), 1458- 1459 (2) - Henricus de Reno,1453 - Otto van Tyela, 1460, 1461 (2) - Johannes Gruter, 1465, 1466 (3), 1469 (2), 1472 (2), 1473- 1474 (2), 1486, 1487, 1490, 1491 - Gerlacus van de Donck, 1467 (3), 1468 (2) - Herbernus van Mijn(d)en, 1470- 1471 (2) - Johannes Foyt, 1475, 1476, 1479 (3) - Johannes van Reness, 1477, 1478 - Jacobus Johannis Ysbrandi, 1480- 1481 (2) - Gerardus ther Herenhave, 1482- 1485 - Nicolaus de Lavennis, 1488, 1489 - Egidius Gobbert, 1492, 1493, 1502, 1503- 1504 (2), 1505 - Gerardus Zoudenbalch, 1494- 1496, 1497(2) - Adrianus Ram, 1498, 1501 (2) - Arnoldus Bokelaer, 1506 (2), 1507 (3), 1508 (3), 1512, 1513, 1514 (2), 1515 - Theodericus van Drakenborch, 1510 (2), 1511 (2), 1512, 1513, 1514 (2), 1515 - Albertus van Leeuwenberch, 1516 (2), 1517 - Fredericus de Coninck, 1519, 1520- 1531 (2), 1532, 1533 (2) - Marcus van Weeze, 1520, 1521 - Theodericus Taets, 1522 (2), 1523 - Henricus Ben, 1524 (2), 1525 - Adrianus van Reness, 7 - Franciscus Sonck, 1528- 1529 (2) - Lambertus ten Duynen, 1534 (2) - Henricus Godefridi, 1535 (2), 1536, 1537- 1538 (2), 1542 (2), 1543, 1544 (2), 1545- 1547, 1548 (2) - Bernardus van Haerlem, 1539 - Johannes van Uuterwyck, 1540 (3), 1541 (2) - Albertus Vorstius, 1549- 1550 (2), 1551, 1552 (2) - Jacobus van Poelenborch, 1553, 1554 (2), 1555- 1557, 1559, 1560 (2) - Adrianus van Ysenderen, 1561 (2), 1562, 1563 (2), 1564 (3) - Theodericus van Wytenhorst, 1565- 1567 - Valerius van Cuyck, 1570, 1572 - Maximilianus van Waelscapple, 1573- 1575 (2), 1576 (3) - Johannes van Duvenvoirde, 1577 (2), 1578 - Johannes van Harn, 1577 - Johannes van Schade, 1579, 1588 (3) - Wilhelmus van Cleeff, 1589 - Johannes van de Berch, 1591 (2), 1592 - Johannes van Grovesteyn, 1593- 1594 (2), 1595 639-1 1393-1397, 1399-1406, 1408-1411, 1413-1415, 1418, 1420, 1423, 1426-1428, 1430, 1433-1443, 1445-1447 639-2 1450, 1451, 1453-1479 639-3 1480-1499 639-4 1500-1517, 1519-1525, 1527-1531, 1533 Het eerste gedeelte van de band heeft sterk onder vocht geleden. Over 1522 zijn twee rekeningen aanwezig, één 'pro capitulo', terwijl uit het titelblad van het tweede exemplaar de plaats gesneden is, waar de bestemming gestaan heeft. De rekeningen van 1531 en later eindigen met de rekening wegens de in 1530 en 1531 verkochte lijfrenten. Achteraan is een rekening wegens de in 1532 verkochte lijfrenten en andere 'overlopen penningen' opgenomen NB 639-5 1534-1550 639-6 1551-1557, 1559-1567 639-7 1570, 1572-1579, 1588, 1589, 1591-1595 639-8 1395, 1435-1437, 1439, 1441, 1444, 1446-1448, 1461-1464, 1466-1468, 1479, 1498-1501 In deze band zijn rekeningen van de Bona choralium et cerevisiae over 1458, 1459 gehecht NB 639-9-a 1403-1550 639-9-b 1552-1594 639-10 1528-1535 Deze band is bestemd geweest 'pro decano'. Na de rekening over 1529 volgt een register van ontvangsten en uitgaven wegens de in 1530 en 1531 verkochte lijfrenten NB 639-11 1441, 1452, 1485, 1459, 1466, 1467, 1540, 1564, 1576, 1577, 1588 640 Acquitten behorende bij de rekeningen van de Bona divisa, 1533-1535, 1562, 1578, met kwitantieboek van de lijfrenten over 1586 1 pak De acquitten bij de rekening over 1533 zijn geliasseerd NB 641 Aantekeningen over goederen behorende tot de Bona divisa en het beheer er van, 1503-1504 1503-1504 1 stuk 642 Afschriften van de ontvangstbewijzen, door de leden van het kapittel afgegeven voor de voorlopige uitkering van gelden door de kameraar van de Bona divisa krachtens besluit van 7 september 1573 1 stuk 643 Lijsten van betalingen, welke maandelijks moeten gedaan worden door de kameraar van de Bona succentorum, ca. 1595 ca. 1595 1 omslag 5.5. Bona cerevisiae, choralium, succentorium, vicariorum absentium (tot 1595) 644 Manualen van de ontvangsten en uitgaven betreffende de Bona cerevisiae en de Bona choralium, 1437, 1440, 1442, 1463, 1469, 1472-1474 1437, 1440, 1442, 1463, 1469, 1472-1474 1 pak De manualen over 1469, 1372-1474 zijn met de rekeningen over 1468, 1469, 1471-1474 tot een band verenigd NB 645-645 Rekeningen van de ontvangsten en uitgaven betreffende de Bona cerevisiae en de Bona choralium, 1397-1482 1397-1482 2 banden en 2 pakken Onvolledig, maar deels in meervoud. Voor 1417 stonden deze goederen onder afzonderlijke ontvangers. Ook in de verenigde rekeningen zijn de goederen gescheiden gehouden. Zes rekeningen zijn gehecht aan de manualen (zie nr. 644) en twee aan de rekeningen van de Bona divisa (zie nr. 639-8). De rekeningen in dit pak zijn aaneengehecht. Ook zijn hieraan gehecht rekeningen over 1494-1497, bestemd voor de magister choralium, die ook rekeningen van de Bona vicariorum absentium bevatten. Aan de rekening over 1439 ontbreekt het eerste blad Aanwezig zijn 110 rekeningen, van: - Johannes Scout, 1397 (Choralium) - Henricus van Velde, 1399-1402(Choralium). - Johannes Wael, 1399 (Cerevisiae), 1401 (Cerevisiae), 1419, 1420, 1424 (2), 1428(2), 1430, 1437 - Gerardus Droem, 1400 (Cerevisiae) - Petrus van de Praest, 1404 (Choralium) - Johannes Theodorici, 1405-1406 (Choralium), 1411-1412(Choralium), 1422 - Wilhelmus van Ramersdorp, namens Gerardus Foeck, 1408 (Choralium), 1416 (Choralium), 1417 - Gijsbertus Heerman, 1413 (Choralium), 1416 (Cerevisiae), 1423 - Andreas van Scoerl, 1418 (2) - Johannes uten Elsweert, 1426, 1440 (2), 1444 - Gerardus Godhelp, namens Johannes Theodorici, 1427 - Gerardus Godhelp, namens Johannes Colentier, 1429 - Wilhelmus van Medemblic, namens Johannes Theodorici, 1431, 1432 (2) - Heinricus van Rijswijc, 1434 - Bernardus uten Enghe, 1435, 1441 (2) - Heinricus Rover van Winsen, 1436, 1412-1443 (2) - Hermannus Scoll, 1438-1439 (2), 1448 - Hermannus Voss, 1445, 1446, 1450, 1451 (2), 1452, 1453 (2), 1454, 1456 (2) - Henricus a Reno, 1447 - Swederus van Weteringe, 1449 - Otto van Tyela, 1458-1459 (2), 1461 (2) - Ernestus van Steenre, 1460 (2) - Gerlacus van de Donck, 1462, 1463 (2), 1475 (2), 1476 (3) - Everardus Zoudenbalch, 1465 - Coenrardus van Coesvelt, 1466, 1467, 1468 (2) - Jacobus Johannis Ysbrandi, 1469 (2), 1472 (2), 1473-1474 (3) - Johannes Foyt, 1470, 14712 (3) - Henricus Maddert, 1477, 1478 - Johannes Gruter, 1479, 1480, 1482 (2) - Johannes van Reness, 1481(2) 645-1 1397, 1399-1401, 1402, 1404-1406, 1408, 1411-1413 1416-1420, 1422-1424, 1426-1432, 1434-1447, 1449 Over 1438 zijn twee rekeningen aanwezig NB 645-2 1450-1554, 1456, 1458-1463, 1465-1482 645-3 1418, 1424, 1428, 1432, 1447, 1460, 1471, 1473, 1476, 1481, 1482 645-4 1439-1443, 1448, 1451, 1453, 1456, 1461, 1463, 1474-1476 646 Manuaal van de ontvangsten en uitgaven betreffende de Bona (Fructus) vicariorum absentium, 1464 1464 1 deel Manualen over de jaren 1442 en 1458 zijn gebonden bij de rekeningen (zie nr. 647-1) NB 647-647 Rekeningen van de ontvangsten en uitgaven betreffende de Bona (Fructus) vicariorum absentium, 1403-1482 1403-1482 1 deel en 1 pak Onvolledig, maar deels in meervoud. Aanwezig zijn 65 rekeningen van: - Walterus van Renen, 1403 - Andreas van Scoerl, 1404, 1417 - Johannes Wael, 1413 - Johannes Colentier, 1416 - Gysbertus Heerman, 1418, 1423 - Bernardus uten Enghe, 1420 - Johannes Wael, 1424, 1432 - Jacobus Firminiin, namens Wilhelmus van Ramersdorp, 1426 - Johannes uten Elsweert, 1434 (2), 1435, 1437 - Petrus van Gouda, 1439 - Swederus vn van de Weteringe, 1445-1447, 1449 - Ernestus van Steenre, 1453 - Jacobus Dibbout, 1455, 1458 (2), 1459 - Otto van Tyela, 1461 (2) - Gerlacus van de Donck, 1462, 1475 (2), 1476 (3) - Aelbertus Adriani, 1463 - Conrardus van Coesvelt, 1466, 1467 (3), 1468 (2) - Jacobus Johannis Ysbrandi, 1469 (4), 1472 (2), 1473-1474 (3) - Johannes Foyt, 1470, 1471 (3) - Henricus Maddert, 1477, 1478 - Johannes Gruter, 1479, 1480, 1482 (2) - Johannes van Reness, 1481(2) NB 647-1 1403, 1404, 1413, 1416-1418, ca. 1420, 1423, 1424, 1426, 1432, 1434, ca. 1435, 1437, 1439, 1442-1447, 1449, 1453, 1455, 1458-1463, 1465-1482 De rekeningen zijn niet zuiver in tijdsorde gebonden. Over 1458 en 1461 zijn twee exemplaren aanwezig. Voor de rekening over 1423 is een lijst gebonden van restanten van de Bona vicariorum absentium en de Bona choralium, over 1418-1422, voor de rekening over 1442 het manuaal van dat jaar, en achter de beide rekeningen over 1458 het manuaal van dat jaar NB 647-2 1434, 1467-1474, 1476, 1480 Aaneengehecht zijn rekeningen over 1467-1469, 1471-1473 en 1476, waarbij die over 1469 dubbel, verder tekeningen over 1469-1471. Over 1467 komt hier buiten de genoemde nog een rekening voor NB 648 Manualen van de ontvangsten en uitgaven betreffende de Bona cerevisiae, de Bona choralium en de Bona vicariorum absentium, 1497-1505, 1535, 1561, 1562, 1579 1497-1505, 1535, 1561, 1562, 1579 1 pak De manualen over 1498 en 1501 zijn met rekeningen over 1497-1500 verenigd tot een band, die vooral aan het slot erg beschadigd is. De manualen over 1502-1505 zijn tot een band verenigd met rekeningen over 1502-1504. Ook deze band is gehavend, zodat van de rekening over 1504 slechts een fragment over is. Het manuaal over 1505 is bijna volledig NB 649-649 Rekeningen van de ontvangsten en uitgaven betreffende de Bona cerevisiae, de Bona choralium en de Bona vicariorum absentium, 1483-1595 1483-1595 6 banden en 2 pakken Onvolledig, maar deels in meervoud. De rekeningen over 1519 en later zijn mede rekeningen van de Bona succentoriarum. Over de drie voorafgaande jaren is van deze goederen rekening gedaan door de fabriekmeester (zie nrs. 651-1-651-16). Zeven rekeningen zijn gehecht aan de manualen (zie nr. 648), vier aan de rekeningen van een voorgaande serie (zie nr. 645-4), één aan een register van erfpacht en pachtgoederen (zie nr. 605) en twee aan een rekening van oude restanten (zie nr. 668-6) Aanwezig zijn 172 rekeningen, van: - Nicolaus de Lavennis, 1483-1485, 1490-1493 - Anthonius Pott, 1486, 1487 - Egidius Gobbert, 1488, 1489 - Adrianus Ram, 1494 (3), 1495-1496 (2), 1497 (3) - Gerardus Zoudenbalch, 1498-1500 (2), 1501 (3) - Arnoldus Bokelaer, 1502 (3), 1503-1504 (2), 1505 - Bernardus van Haerlem, 1506, 1507 (2), 1508 (2), 1509 (2) - Johannes van Zolms, 1510 (2), 1511, 1512, 1513 (2), 1514, 1515 (2) - Amelius van Zulen van Nievelt, 1516, 1517 - Marcus van Weeze, 1518, 1519 - Fredericus de Coninck, 1520 (3), 1521 (2) - Gerardus Hucker, 1522, 1523 - Johannes van Uuterwijk, 1524-1526, 1527-1531 (2) - Henricus Godefridi, 1532, 1533-1534 (3) - Johannes Anthonii, 1535-1536 (2) - Johannes Waldoriau, 1537-1538 (2), 1539 - Anthonius van Amerongen, 1540, 1541 (2), 1549-1553 - Amelius uten Eng, 1542 (2), 1543-1544 - Albertus Vorstius, 1545, 1546 (2), 1547-1548 - Cornelius van Nyenrode, 1554-1555 (2), 1556, 1557 (2) - Johannes van Bruhesen, 1558-1562 (2) - Georgius Strijt, 1561, 1562 (2) - Jacobus van Poelenburch, 1563-1564 (2) - Engelbertus van Bruhesen, 1565, 1566, 1567-1568 (2), 1569-1570, 1571 (2), 1572 - Johannes van Schade, 1573-1575 (2), 1576, 1588 (3) - Gerardus Ram, 1577 - Gerardus Beyer, 1578, 1579 (3) - Johannes van harn, 1578 (2) - Wilhelmus van Cleeff, 1589 - Otto van Bloys van Treslong, 1590 (2) - Johannes van de Berch, 1591-1592 (2) - Johannes van Grovensteyn, 1593 (3), 1594, 1595 (2) 649-1 1483-1499 649-2 1500-1516 649-3 1517-1533 649-4 1534-1544 649-5 1545-1562 649-6 1563-1571 649-7 1573-1576, 1578, 1579, 1588-1585 649-8-a 1501, 1507, 1509, 1513, 1515, 1520, 1521, 1527-1538, 1541, 1542 649-8-b 1546, 1554, 1555, 1557-1560, 1562, 1564, 1567, 1568, 1571, 1573-1575, 1577, 1579, 1588, 1590-1593, 1595 De rekeningen over 1527-1533 vormen een band 'pro decano', die sterk door vocht geleden heeft. De rekeningen over 1535 en 1573 zijn bijna onleesbaar, die over 1558 en 1568 beschadigd NB 649-9 1494, 1501, 1502, 1520, 1533, 1534, 1578, 1579, 1588, 1593 De rekening over 1494 is een klad, dat tot opschrift heeft 'computatio seu potius manuale', die over 1501 is een bijna onleesbaar fragment. Van de rekening over 1502 is maar één blad overgebleven. Over 1578 zijn een klad en een net exemplaar aanwezig van een rekening, die slechts een gedeelte van de administratie omvat, afgelegd door dezelfde persoon, die een deel van het beheer van de Bona divisa over 1577 had gevoerd (zie nrs. 639-1-639-11) NB 650 Acquitten, behorende bij de rekening van de Bona choralium, 1579 1579 1 omslag 5.6. Fabriek (tot 1595) 650-650 Manualen van de ontvangsten en uitgaven van de Fabriek, 1424-1585 1424-1585 2 banden Onvolledig NB 650-a-1 1424, 1467, 1483, 1485, 1492, 1500, 1506, 1507 (fragment), 1513, 1514 650-a-2 1544, 1545, 1548, 1556, 1561-1563, 1582-1585 Het dienstjaar begon vanouds met 1 maart. Na het manuaal over 1583/4 volgt hier een manuaal over de maanden 1 maart-1 oktober 1584, waarna het dienstjaar geregeld, evenals in de andere kamers, vanaf 1 oktober loopt NB 651-651 Rekeningen van de ontvangsten en uitgaven van de Fabriek, 1395-1595 1395-1595 12 banden en 7 pakken Onvolledig, maar deels in meer exemplaren. Vele rekeningen hebben het opschrift 'pro capitulo' of 'pro ecclesia'. Enkele hebben 'pro camerario' of 'pro decano'. Eén rekening is gehecht aan een register van erfpacht, en pachtgoederen (zie nr. 605), twee zijn gehecht aan een rekening van oude restanten (zie nr. 668-6). Een andere rekening over 1406 bevindt zich in de Bibliothèque Royale te Brussel Aanwezig zijn 214 rekeningen, onder welke enige fragmenten, van: - N.N. 1395, 1400, 1436, 1443 - Johannes van Tuul, 1396 - Henricus van Velde, namens Johannes Schout, 1401 - Arnoldus Wael, 1403 - Wilhelmus Van Raemsdorp, 1404 - Andraes van Scoerl, 1413 - Henricus van Wynssen, 1442, 1461 (2), 1463 - Johannes Colentier, 1445 - Hermannus Scholl, 1450 - Everardus Zoudenbalch, 1460, 1464, 1466 (2), 1479 (2), 1491, 1495 - Johannes van Drakenborch, 1462 (2), 1467 (2), 1475, 1480, 1481 (2), 1483, 1493 - Ernestus van Steenre, 1465, 1469 - Theodericus Uuterweer, 1468, 1472 (2), 1474 (2), 1476 - Everardus Gryffnclae, 1471 (2) - Gerlacus van de Donck, 1482 (2) - Johannes van Reness, 1482 (2) - Johannes Foyt, 1484 (2), 1486 (2), 1490, 1494. - Jacobus Johannis Ysbrandi, 1485 (2), 1487 - Antonius Pott, 1488, 1497, 1500 - Gerardus ther Herenhave, 1492, 1502 - Nicolaus de Lavennis, 1496 - Bernardus Mummen, 1498 - Adrianus Ram, 1501, 1503 (2), 1504 (2), 1514 (2) - Gerardus Zoudenbalch, 1505, 1511 (2), 1513 (2) - Johannes Krijsen, 1506, 1507, 1508 (3) - Theodericus van Drakenborch, 1509, 1512 (3), 1515, 1517, 1519 (2) - Bernardus van Haerlem, 1510, 1516, 1521 (2), 1532 (2), 1537, 1538 (2) - Johannes van Zolms, 1518, 1520 - Amelius van Zulen van nievelt, 1522, 1525 (2) - Albertus van Leuwenberch, 1523 - Joannes Reael, 1524 - Henricus Zoudenbalch, 1526 - Marcus van Weeze, 127 (2), 1544, 1545 - Theodericus Taets, 1528 (2), 1530-1531 (2), 1533 (20, 1535 (2), 1539, 1541 (2) - Johannes van Uuterwijck, 1529 (2) - Henricus Ben, 1534 (3), 1536 (2) - Johannes Waldriaux, 1540 (3) - Lambertus then Duynen, 1542 (2) - Johannes van de Vorst Loenbeke, 1543 - Anthonius van Amerongen, 1548, 1549, 1551, 1554, 1555 (2) - Mauritius Grouff van Erkelens, 1550 (2), 1552 - Johannes van de Vecht, 1556 (2), 1559 (3) - Johannes van Bruhesen, 1557 (3), 1558 (2), 1560 (2), 1573 - Georgius Strijt, 1561 (3), 152, 1563 (3) - Maximilianus, van Waelscapple, 1566 - Egbertus Luessink, 1567 (3), 1568 (2) - Johannes van Wee, 1569, 1580 (2), 1581 - Engelbertus van Bruhesen, 1570-1571 (2) - Theodericus Mulert, 1572 (3) - Johannes van Schade, 1574-1575 (2), 1576, 1577 (2), 1588 (2) - Ausonius van Galama, 1578, 1579 - Otto van Bloys van Treslong, 1582 (2), 1583, 1590 - Theodericus Tielmannus, 1584 (het hoofd heeft Otto van Bloys), 1585 - Wilhelmus van Cleeff, 1589 - Johannes van de Berch, 1591 (2), 1592 - Johannes van Grovesteyn, 1593-1595 (2) 651-1 1395 (fragment kladrekening), 1396, 1400, 1401, 1403,1404, 1407 (fragment), 1413, 1436 (fragment), 1443, 1445, 1450 Aan de rekeningen over 1400 en 1413 ontbreekt het begin. Achter die over 1396 bevindt zich een onvolledige rekening van ontvangsten en uitgaven wegens een aflaat NB 651-2 1460-1470 651-3 1471-1477, 1479 651-4 1480-1489 651-5 1490-1499 651-6 1500-1511 651-7 1512-1520 In de rekeningen over 1517-1519 zijn de inkomsten van de succentoriën over 1516-1518 opgenomen NB 651-8 1521-1532 651-9 1533-1545 651-10 1548-1552, 1554-1560 651-11 1561-1563, 1566-1575 651-12 1576-1585, 1588-1595 De rekening over 1585 is de eerste die met 1 oktober (Remigii) begint. Vergelijk de noot bij nr. 650 NB 651-13-a 1442, 1461, 1466 (fragmenten), 1467, 1471-1473, 1474 (fragmenten), 1477 1 pak 651-13-b 1479, 1481, 1482, 1484-1486, 1504 (fragment), 1508, 1511 1 pak Aan de rekening over 1485 ontbreekt het begin NB 651-14-a 1513, 1514, 1519, 1521, 1525, 1527-1536 1 pak 651-14-b 1538, 1540-1542 1 pak 651-15-a 1549-1570 1 pak 651-15-b 1571-1595 1 pak 651-16 1508 (fragment), 1513, 1534, 1540, 1557, 1559-1561, 1563, 1567 1 pak 652 Acquitten, behorende bij de rekeningen, van de Fabriek, 1456, ca. 1430, 1547, 1559, 1562, 1571, 1582-1585 1456, ca. 1430, 1547, 1559, 1562, 1571, 1582-1585 1 omslag Zie ook nr, 24 NB 653 Verslag over de opneming van de rekening van de Fabriek, 1550 1550 1 stuk 654 Kladaantekeningen van ontvangsten en uitgaven van de fabriekmeester, ca. 1470-1585 ca. 1470-1585 1 omslag 655 Cedula refectionis dominorum in Dominica Letare Jerusalem, lijst van uitgaven voor een maaltijd, over 1499-1503 over 1499-1503 1 stuk Voor de maaltijd op Zondag Laetare ontvingen de kanunniken zeker reeds in 1443 een bedrag van de fabriekmeester NB 656 Manualen of jaarcelen van de loodsmeester, 1559, 1562 (in tweevoud), 1563 1559, 1562 (in tweevoud), 1563 1 omslag 657 Rekening van het klokluiden ten laste van de fabriekmeester, over 1565-1566 over 1565-1566 1 omslag 658 Statuut dat voortaan de choraalmeester en de fabriekmeester één persoon zullen zijn en dat de overschotten van de rekeningen van de Bona succentorum en van de Fructus vicariorum zullen strekken tot vermindering van het tekort van de Fabriek, 1574 1574 1 stuk In het najaar van 1577 is de vereniging weer opgeheven NB 659-659 Rekeningen van de receptor prebendarum defunctorum (ad fabricam decedentium), 1402-1492 1402-1492 2 banden en 1 pak Onvolledig, maar deels in tweevoud. Aanwezig zijn 36 rekeningen van: - Walteres van Delf, 1402 - Wilhelmus van Raemsdorp, 1404, 1411 - Johannes Wael, 1406 (2), 1422 - Tidemannus Uptende, 1407 (2) - Otto Amilii, 1418 - Bernardus Uten Enghe, 1419 - Johannes Colentier, 1421, 1435, 1439, 1441, 1443, 1445, 1447 - Johannes Theodorici, 1424, 1430 - Arnoldus Wael, 1426 - Johannes uten Elsweert, namens Johannes Wael, 1437 - Johannes uten Elsweert, 1440 - Henricus Rover van Wynsen, 1442, 1461 - Petrus van Gouda, 1444, 1446 - Jacobus Johannis Ysbrandi, 1487 (2) - Anthonius Pott, 1488 - Gerlacus van de Donck, 1489 (2) - Johannes Foyt, 1490 - Everardus Zoudenbalch, 1491 (2) - Herardus ther Herenhoeve, 1492 NB 659-1 1402, 1404, 1407, 1411, 1418, 1419, 1421, 1422, 1424, 1426, 1439 De rekeningen zijn niet in tijdsorde gebonden. Die over 1406 en 1407 komen tweemaal voor NB 659-2 1430, 1435, 1437, 1440-1447, 1461, 1487-1492 De laatste rekeningen dragen het opschrift 'pro capitulo'. Over 1492 komt ook een rekening 'pro decano' voor NB 659-3 1487, 1489, 1491 1 pak 660 Rekenboek van de receptor prebendarem defunctorum, 1488 1488 1 deel 660-a Akte waarbij de fabriekmeesters de St. Maartensbede voor tien jaar in pacht geven aan de fabriekmeesters van Brouwershaven, 1500 mei 24 1500 mei 24 1 charter 5.7. Invordering van de restanten van de rekeningen. Divisies van de restanten, tot 1595 In de vijftiende-eeuwse rekeningen van de verschillende kameraars gaat aan de computacio een hoofdstuk vooraf van de ontvangsten over het jaar van hun voorganger. Oudere restanten werden ingewonnen door een receptor antiquarum restanciarum, Dit veranderde door het besluit van het kapittel van 25 april 1532, volgens welke de restantmeester Adriaen van Renesse de restanten slechts zou innen tot 1528 incluis. Die van volgende jaren verdeelden de kanunniken onder elkaar, en wel, zoals uit de stukken blijkt, bij loting. Niettemin zijn er nog oude restanten door de kapittelschout ingevorderd. Restanten van de Proosdijkamer worden in de vijftiende eeuw zelden vermeld en het is niet duidelijk wat er mede geschiedde. Die van de andere kamers kwamen volgens daarvoor geldende regelen aan de kanunniken. Dit geschiedde sinds 1580 ook met de restanten van de Proosdijkamer. NB 661 Lijsten van restanten van de rekeningen van verschillende kamers, 1384-1406 1384-1406 1 band De band is in later tijd gevormd. Aan de inhoud ontbreekt iets aan het begin en aan het einde. De lijsten zijn in het Latijn gesteld en betreffen de Grote en Kleine Kamers, de Bona divisa en de Bona cervisiae et choralium NB 662 Lijsten van oude restanten van de Grote en Kleine Kamers, 1395-1414 1395-1414 1 omslag Het betreffen twee fragmenten. De lijsten zijn in het Nederlands gesteld NB 663 Lijsten van oude restanten van de rekeningen van verschillende kamers, 1415-1423 1415-1423 1 band De band is in later tijd gevormd. De lijsten zijn in het Latijn gesteld en betreffen dezelfde kamers als die in nr. 661 NB 664 Lijsten van restanten van de rekeningen van de Bona vicariorum absentium, 1434, 1436, 1437, 1447-1450, 1477-1480 1434, 1436, 1437, 1447-1450, 1477-1480 1 deel De band is in later tijd gevormd. Het formaat van de lijsten is hetzelfde als die van nr. 661 NB 665-665 Manualen van oude restanten van de rekeningen van verschillende kamers, 1418-1533 1418-1533 6 delen en 1 stuk Niet geheel volledig, naar grotendeels in meervoud. De manualen betreffen dezelfde kamers als de lijsten in nrs. 661 en 663, maar ook de Fructus vicariorum absentium en de Fabriek. Andere manualen zijn aan de rekeningen gehecht (zie nrs. 668-1 en 668-4) NB 665-1 1418-1430, 1432-1478 Voor het jaar 1431 zijn enige bladen opengelaten NB 665-2 1432-1586 665-3 1487-1525 665-4 1526-1534 Achter in dit deel ligt het manuaal over 1535 NB 665-5 1481-1483 1 stuk Het betreft een fragment NB 665-6 1487-1525 665-7 1487-1533 666 Manuaal van de restanten van de Kleine Kamer, 1476-1478 1476-1478 1 deel 667 Rekeningen van de restanten van de rekeningen van de Grote (en Kleine) kamer, 1412, 1431, 1464 1412, 1431, 1464 1 omslag De rekening over 1412 betreft beide kamers en is gedaan door Henricus van Velde en na diens dood door Johannes Colentier, die geen van beiden in 1412 kameraar waren geweest. De rekeningen over 1431 en 1462 betreffen alleen de Grote Kamer en zijn door de kameraars van deze jaren afgelegd NB 668-668 Rekeningen van de receptor antiquarum restantiarum van de verschillende kamers, 1442-1529 1442-1529 2 pakken en 4 banden Onvolledig, maar deels in meervoud. Aanwezig zijn 110 rekeningen van: - Jacobus Dibbout, 1442, 1448, 1454, 12455, 1457, 1458, 1459 (2), 1460, 1461 (2), 1462, 1463 (2), 1464, 1465 (2), 1466 (3), 1467 (2), 1468 (4) - Egidius de Curchellis, 1469 - Jacobus Johannis Ydbrandi, 1470( 2), 1471 (3), 1480/3, 1484 (2) - Gerlacus van de Donck, 1472-1474 (2), 1479 (2) - Johannes Foyt, 1475-1477, 1478 (2) - Anthonius Pott, 1485-1497 (2) - Anthonius Pott (†) en Adrianus Ram, 1498 - Egidius Gobbert, 1499-1504, 1505 (2), 1506-1507 - Adrianus Ram, 1508-1512, 1513 (2), 1514 (3) - Fredericus de Coninck, 1515, 1516 - Gerardus Hucker, 1519-1520 (2) - Bernardus van Haerlem, 1521, 1522 (2) - Theodericus Taets, 1523, 1524 - Johannes Waldoriau, 1527 - Adrianus van Renesse, 1528 (1e en 2e rekening) - Henricus Zoudenbalch, 1529 Bovendien van Adrianus van Renesse, van de restanten van de Proosdijkamer 1528 (2), van de restanten van deze en andere kamers, 1528 (2), met slotrekening NB 668-1 1442, 1448, 1452, 1454, 1455, 1457-1489 De rekening over 1468 komt tweemaal voor. Die over 1483 geldt mede voor de drie voorafgegane jaren, waarover niets ontvangen is. Het manuaal is aan de rekening gehecht NB 668-2 1490-1516, 1519-1524, 1527-1529 Tussen de rekeningen over 1524 en 1527 is een tweede exemplaar van de rekening over 1505 ingevoegd. Na die over 1529 volgen drie rekeningen van restanten van de Proosdijkamer (en andere kamers) over 1526-1528, gedaan in 1534, 1535 en later, vermoedelijk in 1536 NB 668-3 1459, 1461, 1463, 1465-1468, 1470-1474, 1478, 1479, 1484, 1514, 1519, 1520, 1522 Achter de rekeningen over 1522 volgen twee rekeningen van restanten van de Proosdijkamer en andere kamers 1526-1528 NB 668-4 1485-1497 De rekeningen over 1489 komt tweemaal voor. Aan de rekeningen zijn de manualen gehecht over 1486-1498 NB 668-5 1466, 1468, 1471, 1514 668-6 1513 De band bevat rekeningen van de Bona divisa over 1472, 1507, 1508, 1510, van de Grote Kamer over 1471, 1473, 1475, 1508, 1509, van de Kleine Kamer over 1504, 1511, van de Bona cervisiae, choralium et vicariorum, absentium over 1508, 1510 en van de Fabriek over 1503, 1512. De band behoorde aan de receptor antiquarum restantiarum 'pro sua informatione' NB 669-669 Rekeningen van de schout Willem Lobe wegens de invordering van oude restanten, 1536-1547 1536-1547 1 band en 2 stukken 669-1 1536-1541 (Grote Kamer) 669-2 1539-1543 (Grote en Kleine Kamer) 1 band Hierbij is gebonden de rekening van dezelfde wegens de restanten van de Proosdijkamer, 1542-1544 NB 669-3 1539-1547 (Grote Kamer) 670 Lootceel van de restanten van de Grote Kamer over, 1532 1532 1 stuk Het betreft een fragment NB 671 Lootceel van de restanten van de Grote en Kleine Kamers over 1533, 1534, en van de Kleine Kamer over, 1536-1539 1536-1539 1 omslag Het betreffen fragmenten NB 672 Rekening van de restanten van de Grote Kamer over, 1565 1565 1 stuk De Grote kameraar van het jaar 1565 heeft zijn prebende geresigneerd. Uit de resoluties blijkt niet hoe over het verdere beheer van de kamer is beschikt, maar uit de aanwezige rekening is op te maken, dat drie personen hebben geministreerd en dat bij de divisie sommige personen te veel, andere te weinig ontvangen hebben. De rekening dient om de fouten te herstellen. Zij moet opgemaakt zijn na 19 september 1571 en waarschijnlijk vóór april 1572 NB 673 Lijsten van de restanten van alle kamers, over 1565-1576 over 1565-1576 1 omslag In de ene lijst zijn de restanten naar tijdsorde en naar de kamers, in de andere naar de plaatsen waar de pachten geïnd moeten worden, gesteld. Ook anders wijken ze af. Volgens de resoluties van het kapittel van 28 en 30 oktober 1579 hebben Wouter Brock en Paulus Joostensz. gratuïteiten ontvangen voor het bijeenbrengen van oude restanten NB 674 Register van de divisies van de restanten van de Grote Kamer, 1561-1574 1561-1574 1 stuk Dit stuk heeft vroeger deel uitgemaakt van een lias NB 675 Divisieceel van restanten van pachten in IJsselstein over de jaren, 1556-ca. 1578 1556-ca. 1578 1 omslag 676 Lootcelen van restanten van de Grote Kamer over, 1561-1579 1561-1579 1 omslag Vroeger een lias NB 677 Lijst van restanten van de Grote Kamer over, 1580 1580 1 stuk 678 Divisies van restanten van de Grote Kamer over, 1580-1585, met lootcelen daarvan 1580-1585, met lootcelen daarvan 1 omslag 679 Lijst van de restanten van de Grote Kamer over, 1586-1589, met lootceel daarvan 1586-1589, met lootceel daarvan 1 omslag 680 Lijsten van restanten van de Kleine Kamer over 1573 en later, opgemaakt 1577-1579 (door Wouter Brock), en over 1586-1588 1 omslag 681 Lootcelen van de restanten van de Kleine Kamer over 1565-1574, 1575-1576 1575-1576 1 omslag 682 Ontwerp van een divisie bij loting van de restanten van de Kleine Kamer, 1578 1578 1 stuk 683 Lijst van de restanten van de Grote Kamer over 1561-1576 en van de Kleine Kamer over 1567-1575, welke bij loting aan de Fabriek ten deel zijn gevallen, ca. 1577 1 stuk 684 Lijsten van de restanten van de rekeningen van de Bona divisia over 1560-1580, met stukken betreffende de rekeningen van deze goederen over dezelfde jaren 1 omslag 685 Lijst van de restanten van de rekeningen van de Bona cerevisiae, choralium, succentorum et vicariorum absentium over 1560-1579, met lootceel daarvan 1 omslag 686 Ontwerpen van verdeling van de restanten van alle kamers over, 1560-1585 1560-1585 1 deel 687 Divisie bij loting van de restanten van de Grote Kamer, Kleine Kamer en Proosdijkamer, welke eertijds aan de Fabriek ten deel gevallen waren over, 1572-1585 1572-1585 1 stuk Vroeger een lias NB 688 Manuaal van de restanten van verschillende kamers over 1586-1589, 1591 1591 1 deel Vóór in dit deel een betreffende memorie aan het kapittel, een resolutie van 5 februari 1591, genomen naar aanleiding van een voostel van de domdeken (wellicht de genoemde memorie) is hier ingeschreven, terwijl verschillende bescheiden in het deel zijn opgetekend of gehecht NB 689 Aantekeningen betreffende restanten van de rekeningen van verschillende kamers, 1580-1585 1580-1585 1 omslag 690 Lijsten van restanten van pachten en tienden van de Grote en van de Kleine Kamer, welke aan de Fabriek moeten toevallen, 1570-1585 1570-1585 1 omslag 691 Lijsten van restanten van de Proosdijkamer over 1572-1580, met ontwerpen van divisies, lootcelen en verdere bescheiden 1 pak Enkele restanten zijn ouder dan 1572. Deze bescheiden zijn geheel of ten deel afkomstig van Otto van Bloys van Treslong, die de administratie van deze restanten heeft gehad. Een lias lootcelen in dit pak betreft ook pachten en tienden van de jaren 1581-1583 NB 692 Lijst van restanten van de Proosdijkamer over 1580-1585, met ontwerpen van divisies en lootcelen 1 pak Een gedeelte van de stukken in dit pak is aaneengehecht. Van deze betreffen twee de divisie van de oude restanten (tot 1580) NB 693 Register van stukken betreffende een geschil van de domdeken en enige kanunniken van de Dom met het kapittel over de verdeling van enige oude restanten, geadministreerd door de kanunniken Willem van Cleef en Otto van Treslong, 1587-1590, met retroacta 1587-1590, met retroacta 1 deel Aangezien Van Cleeff en Treslong de verantwoording van de door hen beheerde oude, aan de Fabriek ten deel gevallen restanten te laat inleverden, waren de restanten volgens gewoonte vervallen aan de kanunniken, onder gehoudenheid van de rendanten om het tekort aan de Fabriek te vergoeden. De meerderheid van het kapittel besloot echter hun verantwoording alsnog aan te nemen, waartegen de deken en enige kanunniken in verzet kwamen NB 694 Kladrekening van restanten van de Proosdijkamer, Grote Kamer, Bona divisia, Bona cerevisiae en Fabriek, 1593-1595 1593-1595 1 deel 5.8. Proosdijkamer (tot 1595) 695-695 Manualen van de ontvangsten en uitgaven van de socius van de domproost, 1427-1583 1427-1583 2 pakken 695-1 1427, 1478-1481, 1483, 1494-1500 695-2 1506, 1549, 1556-1583 696-696 Rekeningen van de ontvangsten en uitgaven van de socius van de domproost, 1393-1595 1393-1595 8 banden, 1 deel en 3 pakken Onvolledig, maar deels in tweevoud. Enige van de oudste rekeningen zijn uitdrukkelijk bestemd geweest voor de proost, diverse uit de zestiende eeuw voor het kapittel, andere voor de deken of de socius. In de rekeningen over 1424, 1459, 1460, 1462, 1464-1466 zijn die van de prebende van de proost opgenomen. Sommige rekeningen zijn door de proost opgenomen en ondertekend. Aanwezig zijn 117 rekeningen van: - Henricus van Velde, 1393 - Johannes Wael, 1405, 1410, 1424 - Arnoldus Wael, 1430 - Jacobus Dibbout, 1447 - Hermannus Scoll (wijlen), 1457 - N.N., 1459 - Everardus Zoudenbalch, 1460, 1462, 1464-1466, 1469 (2), 1473 - Otto Tyela, 1474 (2), 1475, 1476 - Johannes Foyt, 1477-1483, 1484 (2) - Gerardus ter Herenhave, 1492, 1493 - Nicolaus de Lavennis, 1494-1498, 1499-1500 (2), 1501, 1502, 1503 (2), 1504, 1505 - Arnoldus Bokelaer, 1506, 1507 (2) - Egidius Gobbert, 1509-1516 - Henricus Zoudenbalch, 1518, 1519, 1521, 1522, 1523 (2), 1524-1527, 1528 (2), 1530 - Johannes Waldoriau, 1542 (2) - Marcus van Weze, 1543, 1544 (2) - Amelius uten Enge, 1545 - Henricus Godefridi, 1548, 1549 (2), 1550 - Johannes Beyer, 1553, 1556, 1560, 1561, 1562 (2) - Johannes van Wee, 1563, 1564, 1572 (2), 1573-1575 - Valerius van Cuyck, 1576, 1577 - Otto Bloys van Treslong, 1578 (2), 1579, 1580, 1581 (2) - Thidericus Mulert, 1582-1583 (2), 1590 - Johannes van de Berch, 1584, 1585, 1591, 1592 - Johannes van Schade, 1588 (2) - Wilhelmus van Cleff, 1589 - Johannes van Grovesteyn, 1593, 1594 (2), 1595 NB 696-1 1393, 1405, 1410, 1424 Na de rekening over 1393 volgt die van de Grote Kamer over 1396 NB 696-2 1430, 1447, 1457, (fragment), 1459 (fragment), 1460, 1462, 1464-1466, 1469, 1473 1 pak Het slot van de rekening over 1447 handelt over de afrekening in 1451 met de officiaal van de aartsdiaken, 'ut patet hiec in cedula manu mea propria scripta'. Het fragment van 1457 bevat weinig meer dan de restanten van 1456, dat van 1459 is grotendeels onleesbaar NB 696-3 1474-1484 696-4 1492-1507 696-5 1509-1512, 1514-1516, 1518, 1519 De volgorde in de band is niet juist. De rekening over 1509 is los NB 696-6 1521-1528 696-7 1530 1 deel 696-8 1542-1545, 1548-1550 696-9 1553, 1556, 1560-1564, 1572 1 pak 696-10 1573-1578 696-11 1579-1585, 1588-1595 1 pak 696-12 1469, 1474, (fragment), 1484, 1499, 1500, 1503, 1507, 1523, 1528, 1542, 1544, 1549, 1562, 1572, 1578, 1581-1583, 1588, 1594 1 pak 697 Acquit behorende bij de rekening van de socius over, 1535 1535 1 stuk 698 Acquitten behorende bij de rekening van de socius over, 1582-1585 1582-1585 1 pak 699 Memoriaalboek van de socius van zijn uitgaven, 1578-1681 1578-1681 1 deel 700 Rekening van Arnoldus Wael van de restanten van de goederen van de proosdij, 1427-1431 1427-1431 1 stuk 5.9. Verenigde kamers en fabriek 701-701 Manualen van de ontvangsten en uitgaven van de verenigde kamers, 1595, 1634-1636, 1637, 1638, 1707, 1718-1733, 1735-1810 1595, 1634-1636, 1637, 1638, 1707, 1718-1733, 1735-1810 132 delen Het manuaal van 1595 is nog tot in 1617 gebruikt. De manualen over 1771-1797, 1800-1804 en 1806 zijn in tweevoud, dat van 1637 betreft een fragment NB 701-1 1595 701-2 1634 701-3 1635 701-4 1636 701-5 1637 701-6 1638 701-7 1707 701-8 1718 701-9 1719 701-10 1720 701-11 1721 701-12 1722 701-13 1723 701-14 1724 701-15 1725 701-16 1726 701-17 1727 701-18 1728 701-19 1729 701-20 1730 701-21 1731 701-22 1732 701-23 1733 701-24 1735 701-25 1736 701-26 1737 701-27 1738 701-28 1739 701-29 1740 701-30 1741 701-31 1742 701-32 1743 701-33 1744 701-34 1745 701-35 1746 701-36 1747 701-37 1748 701-38 1749 701-39 1750 701-40 1751 701-41 1752 701-42 1753 701-43 1754 701-44 1755 701-45 1756 701-46 1757 701-47 1758 701-48 1759 701-49 1760 701-50 1761 701-51 1762 701-52 1763 701-53 1764 701-54 1765 701-55 1766 701-56 1767 701-57 1768 701-58 1769 701-59 1770 701-60 1771 701-61 1772 701-62 1773 701-63 1774 701-64 1775 701-65 1776 701-66 1777 701-67 1778 701-68 1779 701-69 1780 701-70 1781 701-71 1782 701-72 1783 701-73 1784 701-74 1785 701-75 1786 701-76 1787 701-77 1788 701-78 1789 701-79 1790 701-80 1791 701-81 1792 701-82 1793 701-83 1794 701-84 1795 701-85 1796 701-86 1797 701-87 1798 701-88 1799 701-89 1800 701-90 1801 701-91 1802 701-92 1803 701-93 1804 701-94 1805 701-95 1806 701-96 1807 701-97 1808 701-98 1809 701-99 1810 701-100 1771 (dubbel) 701-101 1772 (dubbel) 701-102 1773 (dubbel) 701-103 1774 (dubbel) 701-104 1755 (dubbel) 701-105 1776 (dubbel) 701-106 1777 (dubbel) 701-107 1778 (dubbel) 701-108 1779 (dubbel) 701-109 1780 (dubbel) 701-110 1781 (dubbel) 701-111 1782 (dubbel) 701-112 1783 (dubbel) 701-113 1784 (dubbel) 701-114 1785 (dubbel) 701-115 1786 (dubbel) 701-116 1787 (dubbel) 701-117 1788 (dubbel) 701-118 1789 (dubbel) 701-119 1790 (dubbel) 701-120 1791 (dubbel) 701-121 1792 (dubbel) 701-122 1793 (dubbel) 701-123 1794 (dubbel) 701-124 1795 (dubbel) 701-125 1796 (dubbel) 701-126 1797 (dubbel) 701-127 1800 (dubbel) 701-128 1801 (dubbel) 701-129 1802 (dubbel) 701-130 1803 (dubbel) 701-131 1804 (dubbel) 701-132 1806 (dubbel) 702-702 Rekeningen van de ontvangsten en uitgaven van de verenigde kamers, 1596-1598, 1600-1666, 1668-1798, 1800-1807, 1809, 1810 1596-1598, 1600-1666, 1668-1798, 1800-1807, 1809, 1810 44 banden, 62 delen en 2 pakken De rekeningen over 1596, 1597, 1601, 1634-1636, 1686-1704, 1720-1751, 1771-1774 zijn in tweevoud. De gewone volgorde in de banden is Grote Kamer, Proosdijkamer, Bona divisia, Bona cerevisiae met Bona choralium, Bona succentorum en Bona vicariorum absentium, Fabriek. Hierachter volgt sinds 1686 de Kleine Kamer en dan vanaf 1701 de rekening van de Geacquireerde vicarieën, Gemene vicarissen en Vicarissen in Novo opere. De rekening van de ongelden wordt vanaf 1701 vooropgesteld. Voor de rekeningen van de Kleine Kamer vóór 1686 zie nr. 633, voor die van de Geacquireerde vicarieën c.a. vóór 1701 zie nrs. 3077, 3079 en voor die van de ongelden vóór 1701 zie nr. 2117. NB Aanwezig zijn de rekeningen van: - Johannes van de Berch, 1596-1598, (1596, 1597 dubbel) - Willem van Cleeff, 1600, 1601, (1601 fragment van dubbel) - Johannes van Kuyck, 1602-1613 - Bernard van Renesse, 1614-1617 - Johannes van Reede, 1618,1619 - Dirk Mulardt, 1620, 1621, 1630, 1631 - Willem van Sypesteyn, 1622, 1623 - Arnold van Duverden, 1624, 1625. - Cornelis de Reyniers, 1626-1629 - Christiaan de Cupre, 1632, 1633 - Boudewijn ter Steghe, 1634-1638, (1634 fragment, 1635, 1636 dubbel) - Cornelis van Sypesteyn, 1639, 1640 - Ansem Boll, 1641, 1642 - Hendrik van Nellsteyn, 1643-1650 - Gasper Studler van Zurick, 1651-1654 - Diderick van Steenbergen, 1655-1662 - Peter Rosa, 1663-1666 - Nicolaes d'Bij, 1668-1677 - Johan de Meulen (du Moulin), 1678-1685 - Marten Meerman, 1686-1704 (dubbel) - Gerbrand de Beer, 1705-1711 - Everard de Beer, 1712-1719 - Gerard van Voorst, 1720-1722 - Diderick van Romond, 1723-1734 (dubbel). - Johan Lambertus van Romond, 1735-1751 (dubbel) - Jacob Smit, 1752-1770 - Godard van Schuler, 1771-1777 (1771-1774 dubbel) - Ferdinand van Wttewael, heer vasn Stoetwegen, 1778-1798, 1800-1801 - Johan Lambertus Kien, (waarnemend kameraar) 1802 - Gerard Bartholomeus van de Velde van Voorst, 1803-1807, 1809, 1810 702-1 1595-1598 1 band Na de rekening over 1596 volgt die van de restanten over 1593-1595 NB 702-2 1600-1601 1 band 702-3 1602-1607 1 band 702-4 1608-1613 1 band 702-5 1614-1619 1 band Na de rekening over 1617 volgt die van de verkoop van een huis, door jhr. Justus van Rijsenborch gekocht, waarvan de penningen gebruikt zijn voor de betaling van een uurwerk op de domtoren NB 702-6 1620-1625 1 band 702-7 1626-1631 1 band 702-8 1632-1637 1 band 702-9 1638-1642 1 band 702-10 1643-1650 1 band 702-11 1651-1658 1 band 702-13 1659-1666 1 band 702-15 1668-1677 1 band Na de rekening over 1677 volgen rekeningen van restanten over 1668-1671, 1672-1676, van de verkoop van Hagestein en de Grote en Kleine koppel, en van genegotieerde kapitalen voor de betaling van de ongelden, van de reparatie van de Dom en van de huizingen van het kapittel op het platteland NB 702-16 1678-1685 1 band Achterin is de liquidatie met de kameraar opgenomen NB 702-17 1686-1692 1 band 702-18 1693-1700 1 band 702-19 1701-1704 1 band 702-20 1705-1719 (Grote Kamer) 1 band Voorin zijn twee rekeningen van restanten tot 1704 incluis opgenomen, na de rekening over 1711 volgt die van restanten tot 1704 en 1711 incluis NB 702-21 1705-1719 (Kleine Kamer) 1 band 702-22 1705-1719 (Geacquireerde vicarieën c.a) 1 band Na de rekening over 1711 volgt er één van restanten NB 702-23 1705-1719 1 band 702-24 1720-1722 1 band De volgorde in deze band is ongelden 1720-1722, Grote Kamer 1720-1722, restanten tot 1719 incluis, Kleine Kamer 1720-1722, Geacquireerde vicarieën c.a. 1720-1722 en restanten van de Geacquireerde vicarieën NB 702-25 1723-1728 1 band De orde in deze band is overeenkomstig die in nr. 702-24. Alleen zijn de restant-rekeningen van de vijf kamers en van de Geacquireerde vicarieën tot 1722 incluis hier geplaatst vóór de groepen van de rekeningen van de Grote Kamer en de Gacquireerde vicarieën NB 702-26 1729-1734 1 band De orde in deze band is overeenkomstig die in nr. 702-24. Na de rekening over 1734 volgt de liquidatie met de boedel van de kameraar NB 702-27 1735-1738 1 band De orde in deze band is zoals in het hoofd van dit nummer is aangegeven. Na de rekening over 1735 volgt die van de restanten van de Geacquireerde vicarieën tot 1734 incluis NB 702-28 1739-1742 1 band De orde in deze band is zoals in het hoofd van dit nummer is aangegeven NB 702-29 1743-1746 1 band 702-30 1747-1751 1 band Na de rekening over 1748 volgt die van de restanten tot 1734 incluis NB 702-31 1752 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-32 1753 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-33 1754 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-34 1755 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-35 1756 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-36 1757 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-37 1758 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-38 1759 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-39 1760 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-40 1761 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-41 1762 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-42 1763 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-43 1764 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-44 1765 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-45 1766 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-46 1767 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-47 1768 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-48 1769 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-49 1770 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-50 1771 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-51 1772 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-52 1773 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-53 1774 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-54 1775 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-55 1776 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-56 1777 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-57 1778 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-58 1779 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-59 1780 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-60 1781 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-61 1782 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-62 1783 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-63 1784 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-64 1785 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-65 1786 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-66 1787 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-67 1788 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-68 1789 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-69 1790 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-70 1791 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-71 1792 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-72 1793 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-73 1794 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-74 1795 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-75 1796 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-76 1797 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-77 1798 1 deel De rekening van de ongelden over 1793 ontbreekt. Bij die over 1756 bevindt zich de rekening van de restanten tot 1751 incluis NB 702-78 1800 1 deel 702-79 1801 1 deel 702-80 1802 1 deel 702-81 1803 1 deel 702-82 1804 1 deel 702-83 1805 1 deel 702-84 1806 1 deel 702-85 1807 1 deel 702-86 1809 1 deel 702-87 1810 1 deel 702-88 1810 1 deel De rekening over 1810 loopt slechts tot 26 februari 1811 en bestaat uit twee delen, aangezien die van de ongelden afzonderlijk gebonden is NB 702-89-a 1596-1601 1 pak 702-89-b 1634-1636 1 pak 702-90 1686-1704 (Grote Kamer) 1 band 702-91 1686-1704 (Kleine Kamer) 1 band 702-92 1701-1704 (Geacquireerde vicarieën) 1 band 702-93 1701-1704 (Ongelden) 1 band 702-94 1720-1734 (Grote Kamer) 1 band Deze band bevat ook rekeningen van restanten tot 1712 en tot 1722 incluis NB 702-95 1720-1734 (Kleine Kamer) 1 band 702-96 1720-1734 (Geacquireerde vicarieën) 1 band Deze band bevat ook rekeningen van restanten tot 1719 en tot 1722 incluis NB 702-97 1720-1734 (Ongelden) 1 band 702-98 1735-1744 (Grote Kamer) 1 band 702-99 1735-1744 (Kleine Kamer) 1 band 702-100 1735-1744 (Geacquireerde vicarieën) 1 band 702-101 1735-1744 (Ongelden) 1 band 702-102 1745-1751 (Grote Kamer) 1 band Na de rekening over 1748 volgt die van de restanten tot 1734 incluis NB 702-103 1745-1751 (Kleine Kamer) 1 band 702-104 1745-1751 (Geacquireerde vicarieën) 1 band 702-105 1745-1751 (Ongelden) 1 band 702-106 1771 1 deel 702-107 1772 1 deel 702-108 1773 1 deel 702-109 1774 1 deel Dit deel is beschadigd NB 703-703 Borderellen van de rekeningen van de verschillende kamers, 1690-1751, 1778-1786 1690-1751, 1778-1786 7 banden en 1 stuk Onvolledig en deels in tweevoud NB 703-1 1681 1 stuk 703-2 1690, 1691, 1693-1704 703-3 1700-1725 703-4 1726-1746 703-5 1720-1722 703-6 1723-1734 703-7 1735-1751 703-8 1778-1786 704-704 Acquitten, behorende bij de verenigde rekeningen, (1506) 1589-1810 (1506) 1589-1810 51 pakken en 193 charters (waarvan enkele getransfigeerd) Onvolledig. De acquitten van een dienstjaar zijn doorgaans geliasseerd. Diverse liassen zijn tot een pak verenigd. De lias van 1596 is gebroken. Van de acquitten van 1599, 1721, 1723, 1725 zijn omslagen gevormd. De in kleine hoeveelheid aanwezige van 1677, 1678, 1680, 1694 zijn tot één omslag verenigd. De acquitten van het jaar 1810 zijn niet geliasseerd. Zie ook nrs. 2118-1-2118-17-l NB 704-1-a 1589, 1593 704-1-b 1596-1597 704-1-c 1599-1600 704-1-d 1557-1596, z.j. 8 charters 704-2-a 1601 704-2-b 1602 704-2-c 1603 704-2-d 1586-1599 4 charters, waarvan enkele getransfigeerd 704-3-a 1604-1605 704-3-b 1607 704-3-c 1573-1601 8 charters, waarvan enkele getransfigeerd 704-4-a 1608-1609 704-4-b 1610 704-4-c 1506-1606, z.j. 25 charters, waarvan enkele getransfigeerd 704-5-a 1611-1612 704-5-b 1613 704-5-c 1548-1595 5 charters 704-6-a 1614 704-6-b 1615-1616 704-6-c 1571 okt. 10 704-7-a 1617-1618 704-7-b 1619 704-7-c 1580-1607 2 charters 704-8-a 1620-1621 704-8-b 1622 704-8-c 1525-1595 6 charters 704-9-a 1623 704-9-b 1624 704-9-c 1537-1621 28 charters, waarvan enkele getransfigeerd 704-10-a 1625 704-10-b 1626 704-10-c 1570-1621 11 charters, waarvan enkele getransfigeerd 704-11-a 1627 704-11-b 1628 704-11-c 1562-1626 28 charters, waarvan enkele getransfigeerd 704-12-a 1629 704-12-b 1630 704-12-c 1570 2 charters 704-13-a 1631 704-13-b 1632 704-13-c 1626 mrt. 9 704-14-a 1633-1634 704-14-b 1635 704-14-c 1621 april 11 704-15-a 1636 704-15-b 1637 704-15-c 1545-1635, z.j. 19 charters, waarvan enkele getransfigeerd 704-16-a 1638 704-16-b 1639 704-16-c 1625-1627 2 charters 704-17-a 1640 704-17-b 1641 704-18-a 1642 704-18-b 1643 704-18-c 1642 nov. 17 704-19-a 1644 704-19-b 1645 704-20-a 1646 704-20-b 1647 704-20-c 1648 704-20-d 1642-1647 15 charters, waarvan enkele getransfigeerd 704-21-a 1649 704-21-b 1650 704-21-c 1652 704-22-a 1653 704-22-b 1654 704-22-c 1652 2 charters 704-23-a 1657 704-23-b 1658 704-24-a 1659 704-24-b 1661 704-24-c 1663 704-24-d 1664 5 charters 704-25-a 1664 704-25-b 1675, 1677-1678, 1680, 1694, 1708 704-25-c 1709 704-26-a 1710 704-26-b 1711 704-26-c 1713-1714 704-26-d 1702-1705 3 charters 704-27-a 1715-1716 704-27-b 1717-1718 704-27-c 1692-1707 3 charters 704-28-a 1719 704-28-b 1720-1723 704-28-c 1724-1726 704-28-d 1702-1716 3 charters 704-29-a 1728-1729 704-29-b 1730-1731 704-29-c 1688-1702 4 charters 704-30-a 1732-1733 704-30-b 1734-1735 704-31-a 1736-1737 704-31-b 1738-1739 704-31-c 1698 mrt 10 704-32-a 1740 704-32-b 1741-1742 704-33-a 1743-1744 704-33-b 1745-1746 704-33-c 1702 febr. 28 704-34-a 1747 704-34-b 1748-1749 704-34-c 1722-1736 3 charters 704-35-a 1750-1751 704-35-b 1752-1753 704-36-a 1754-1755 704-36-b 1756-1757 704-37-a 1758 704-37-b 1759-1760 704-37-c 1748 jan 15 704-38-a 1761-1762 704-38-b 1763-1764 704-39-a 1765-1766 704-39-b 1767-1768 704-40-a 1769-1770 704-40-b 1771-1772 704-41-a 1773-1774 704-41-b 1775-1776 704-42-a 1777 704-42-b 1778-1779 704-43-a 1780-1781 704-43-b 1782 704-44-a 1783-1784 704-44-b 1785-1786 704-45-a 1787-1788 704-45-b 1789 704-46-a 1790 704-46-b 1791-1792 704-47-a 1793-1794 704-47-b 1795-1796 704-48-a 1797-1798 704-48-b 1799-1800 704-49-a 1801-1802 704-49-b 1803-1804 704-50-a 1805-1806 704-50-b 1807, 1809 704-51 1810 705 Rekening wegens de uitkering van een partij rogge door het kapittel aan de stad Utrecht ten behoeve van de armen, 1597 1597 1 stuk Met de onkosten van deze uitdeling is de rekening van de Fabriek over 1596 bezwaard. Het stuk vertoont geen sporen van liassering, wel een marginale beschikking van dezelfde hand als die in de geliasseerde acquitten NB 706 Jaarceel van de loodsmeester, 1601 1601 1 stuk 707 Gequiteerde declaratiën van gerechtskosten ten laste van het kapittel, betaald door de fabriekmeester De Beer, 1710-1711 1710-1711 1 omslag Deze stukken hebben eens deel uitgemaakt van de lias van acquitten bij de rekening van de kameraar NB 708-708 Staten van de Grote en Kleine Kamers, 1601-1641, 1643-1676, 1681-1750 1601-1641, 1643-1676, 1681-1750 8 banden en 2 pakken Deze staten zijn in de eerste maanden van het dienstjaar opgemaakt. De geassigneerde pachten komen er niet in voor, wel zeer beknopt de tienden, erfpachten en uitgangen met de vaste uitgaven. Ook de gebonden staten (tot 1745) waren ooit geliasseerd NB 708-1 1601-1628 1 pak 708-2 1621-1641 1 pak 708-3 1643-1660 708-4 1661-1676 708-5 1682-1700 708-6 1701-1710 708-7 1711-1720 708-8 1721-1730 708-9 1731-1740 708-10 1741-1750 709 Staat van de Grote en Kleine Kamers, 1706 1706 1 stuk 710 Staten van het inkomen en de lasten van de kapittels, 1764-1780 1764-1780 1 pak 711-711 Kasboeken van de kameraar, 1720, 1722, 1723, 1798-1812 1720, 1722, 1723, 1798-1812 6 delen 711-1 1720 711-2 1722 711-3 1722 (restanten) 711-4 1723 711-5 1798-1803 711-6 1804-1812 In dit deel zijn enkele kwitanties opgenomen NB 712 Kasstaten van het kapittel, 1775-1777 1775-1777 1 omslag 713-713 Registrum ordinationum ecclesie Trajectensis, register van ordonnanties geslagen op de fabriekmeester (kameraar), 1601-1633, 1642-1754 1601-1633, 1642-1754 9 delen 713-1 1601-1606 713-2 1607-1611 713-3 1611-1620 713-4 1620-1633 713-5 1642-1656 713-6 1656-1671 713-7 1671-1704 713-8 1705-1736 713-9 1736-1754 714 Maandstaten van ontvangsten en uitgaven van de Grote Kamer, 1595-1596, en van de Grote en Kleine Kamers, 1683-1686 1 omslag 715-715 Maandstaten van ontvangsten en uitgaven van de kameraar, 1778-1810 1778-1810 5 omslagen 715-1-a 1778-1784 715-1-b 1785-1790 715-2 1790-1800 715-3-a 1800-1805 715-3-b 1806-1810 716 Rekening door de kapittelschout Arnout Drakenborch van de restanten van alle kamers tot 1677 1 deel 717 Memorie in plaats van rekening wegens de restanten van de kameraar Du Moulin (1678-1685), ingediend door de erfgenamen van de kapittelschout Arnout Drakenborch, 1694, met aantekeningen betreffende de administratie van de kameraar over 1680-1692 1 omslag 718 Liquidaties tussen de kameraar en de secretaris van het kapittel, met kwitanties door de kameraar aan de secretaris gegeven, 1700-1721, 1791, 1802 1700-1721, 1791, 1802 1 omslag 719 Rekening van de kameraar Everard de Beer van de restanten van alle kamers tot 1711 1 deel 720 Rapport over de rekeningen van de Grote en Kleine Kamers over 1715, (1718) (1718) 1 stuk 721 Manualen van de restanten van de Grote en Kleine Kamers met de geacquireerde vicarieën, door Gerard van Voorst (tot 1719), Diderick van Romond (tot 1722) en Johan Lambertus van Romond (tot 1734), 1693-1734 1693-1734 1 omslag 722 Liquidaties tussen de opvolgende kameraars van het kapittel, 1721-1725 1721-1725 1 omslag 723 Stukken behorende tot de administratie van de kameraar Godard van Schuler, 1776 1776 1 omslag 724 Aantekeningen van kameraars betreffende de staat van hun kas en de koers van munten, 1597-1805, z.j. 1597-1805, z.j. 1 omslag 725 Aantekenboekje van uitgaven van de kameraar, 1804-1812 1804-1812 1 deel 5.10. Uitdelingen uit de Proosdijkamer Zie ook nrs. 73 en 74. NB 726 Statuut bepalende dat de socius van de proost, indien de proosdijgoederen niet toereikende zijn om de prebenden te betalen, de officiaal van de aartsdiaken moet verzoeken het ontbrekende uit de opbrengst van de jurisdictie aan te vullen, 1488. Afschrift uit de 16e eeuw 1488. Afschrift uit de 16e eeuw 1 stuk 727 Kwitantie door de officiaal aan het kapittel gegeven wegens gedefalqueerde gelden van de sparing van 1531, die hij belast geweest was uit te voeren, 1533 1 stuk 728 Manualen van de socius van de proost over zijn uitkeringen aan de leden van het kapittel, 1474-1483 1474-1483 1 pak Otto de Tyela was socius in 1474/75-1476/77, daarna was Joh. Foyt het NB 729 Registrum pistoris, aantekeningen van socius Joh. Foyt over zijn rekening-courant met de bakker van het kapittel wegens zijn ontvangsten van graan en zijn uitdelingen aan de kanunniken, 1476-1484 1476-1484 1 deel De omslag van het deel is een processtuk van 1454 NB 730 Kwitantieboek van de socius van de proost over de uitdelingen aan de leden van het kapittel, onder meer wegens servitium, denarii mensurnales en sparingia, 1542-1543 1542-1543 1 deel 731 Akte van aanstelling door het kapittel en de domproost van twee stedelijke gezworen vinders van het graan tot taxateurs van het graan, 1554, met afschrift van de instructie van de stedelijke vinders en een nota van de proost aan het kapittel over de wijze van benoeming van de waardijns, 1562 1 omslag 732 Aantekeningen over de taxatie van het graan, 1571-ca. 1600 1571-ca. 1600 1 omslag 733-733 Taxatio bladorum, wekelijkse opgaven van de marktprijs van de tarwe, rogge en haver te Utrecht, opgemaakt ten behoeve van de uitdelingen aan de kanunniken, 1495/96-1643/34, 1695/96 1495/96-1643/34, 1695/96 6 delen en 1 omslag Onvolledig NB 733-1 1495/96-1507/08 733-2 1534/35-1565/66 733-3 1566/67-1588/89 733-4 1589/90-1599/1600 733-5 1600/01-1622/23 733-6 1623/24-1638/39 733-7 1637/38, 1639/40, 1640/41, 1642/43, 1643/44, 1695/96 734 Taxationes bladorum, opgaven van graanprijzen en berekeningen van hetgeen op grond van deze door de proost aan de kanunniken moet worden uitgekeerd, 1399-1587 1399-1587 1 band Deze band is afkomstig van compurator W. Brock. Voorin zijn aantekeningen over de toepassing van statuten en over de orde in het kapittel opgenomen. Tussen de taxaties treft men veel herleidingen van munten en velerlei andere aantekeningen aan. De oudere taxaties zijn zeer onvolledig. Vanaf 1534 zijn alle taxaties aanwezig, behalve die van 1560 en 1580. De taxaties van 1561-1563 en 1587 liggen los in de band. De computator heeft de taxaties nodig gehad voor de berekeningen in nrs. 737-1-737-4. Zie ook nr. 3068 NB 735 Staten van betalingen aan canonci honoris wegens provisio en servitium, 1553-1561 1553-1561 1 omslag De staten bevatten dat wat aan kanunniken-priesters en anderen toekomt. Aangezien op de rand soms het woord sparinga voorkomt, behoren deze stukken tot de administratie van de Proosdijkamer. De socius heeft in zijn rekening gesteld wat aan iedere kanunnik toekwam, zonder met afwezigheid of andere omstandigheden rekening te houden. Deze staten, aan het slot waarvan een door één of meer canondi honoris getekend ontvangstbewijs is te vinden, geven een aanwijzing van hetgeen er in werkelijkheid met de denarii mensurnales gebeurde NB 736 Staten van de ministratie van brood en wijn op Witte Donderdag aan de kanunniken, vicarissen en suppoosten van het kapittel door de kameraar van de Proosdijkamer en de fabriekmeester, 1587, 1634, 1646, met gequiteerde staten, 1634-1639, 1735 1587, 1634, 1646, met gequiteerde staten, 1634-1639, 1735 1 omslag 5.11. Verdeling van de sloten van rekeningen en van de sparingen van de Proosdijkamer. Uitkeringen aan de leden van het kapittel De sloten van de rekeningen van de verschillende kamers werden naar ingewikkelde regels tussen de kanunniken verdeeld. Op dezelfde wijze werden in de vijftiende en zestiende eeuw de bedragen, die de proost aan de kanunniken die afwezig geweest waren zou hebben moeten uitkeren indien zij aanwezig waren geweest, onder de capitulairen verdeeld. Volgens Brock had de eerste dergelijke sparingia prepositurae in 1402 plaats gehad en had daarvoor de proost de aan de afwezigen verschuldigde uitkeringen voor zich kunnen houden. Sinds de overeenkomst, in 1580 met de toenmalige proost gesloten, kwamen de inkomsten van de Proosdijkamer op dezelfde wijze als die van de prebendale kamers aan de kanunniken. Vanaf dit jaar werden ook de inkomsten van de Grote Kamer en de eerlang daarmede verenigde kamers ten dele onder de kanunniken verloot, zooals sinds bijna vijftig jaren reeds met de restanten gebeurde. Zie ook de inleiding. NB 737-737 Registrum ecclesie Trajectensis in quo continentur divisiones computationum et sparingiarum ab anno 1436, register van de divisies van de sloten van rekeningen en van de uitkeringen door de socius van de proost, 1436-1569 1436-1569 3 banden en 1 omslag 737-1 1436-1510 De eerste katerns zijn zo gevormd, dat de buitenste bladen bijeen horen. Dit geldt voor de jaren 1436-1450, 1451-1459, 1460-1462 en 1463-1464. De volgende aantekeningen zijn vrijwel chronologisch geordend, waarbij sommige jaren dubbel voorkomen, het jaar 1508 ontbreekt en het jaar 1506 het laatste is. Tevens zijn ingenaaid 'Exivit et intravit', 1480, 1488 en 1493. Op de band staat ook 'Pertinet ad ecclesiam Trajectensem et debet manere in camera secretariatus' NB 737-2 1501, 1503, 1515, 1519-1533 In deze band is de tijdsorde niet goed bewaard. Tussen de divisies van 1525 is een lijst geplaatst van de namen van overleden kanunniken en van degenen die hun prebende en hun supplement hebben gekregen, 1525-1531, 1517-1521 NB 737-3 1533-1565 737-4 1566-1569 1 omslag 738 Divisies van sloten van de Grote Kamer, 1551, 1571, 1579-1581 1551, 1571, 1579-1581 1 omslag 739 Register van de divisies, 1561-1582, met oudere divisies vanaf 1438, drie afschriften van de Talmud (de regeling van de divisies), lijsten van kameraars 1384-1600, en verschillende aantekeningen, die bij de berekeningen gediend hebben 1 band Deze band is afkomstig van computator W. Brock. De orde van de inhoud is dat op de afschriften van de Talmud en de kameraarslijsten de gegevens volgen betreffende de sparingia en uitkeringen van de Proosdij, de Grote Kamer, de Bona divisia en de Bona cerevisiae. Voor de verschillende afdelingen zijn oudere divisies bemachtigd, die als voorbeelden en bewijzen hebben gediend, terwijl Brock hier en daar wat bijgeschreven, en ook losse stukken in de band gelegd heeft. Deze afdelingen lopen tot 1570 of 1571. Tussen de bescheiden over de Bona cerevisiae zijn ander stukken geplaatst, ook enkele betreffende de Kleine Kamer. Daarop volgen stukken over de prebende van de domdeken, over vinalia, leges en tiendverkopingen. Het laatste gedeelte bevat stukken van dezelfde aard als de voorafgaande, maar nu in hoofdzaak chronologisch geordend over de jaren 1573-1584 NB 740 Aantekeningen over de ministratie van de Grote Kamer, 1565 1565 1 omslag 741 Ministratieboek van de Grote Kamer, 1573 1573 1 deel Dit register is gehouden door Engelbert van Bruhesen voor zijn broeder de kameraar. Hierin zijn de divisies aangetekend en hetgeen elke kanunnik daarvan toekwam NB 742 Stukken betreffende ministratiën van de Grote Kamers, 1580-1583 1580-1583 1 omslag 743 Ministratieboek van de Kleine Kamer, 1580-1582 1580-1582 1 deel 744 Voorslag, door een ongenoemde, tot verandering van het beheer van de goederen van het kapittel, bepaaldelijk tot het innen van de restanten door uitmaners ten behoeve van de receptor antiquarum restantiarum, ca. 1577 ca. 1577 1 stuk 745 Register van de divisies bij loting van restanten, sinds 1580 ook van pachten en tienden, van de Grote Kamer, de Kleine Kamer en de Proosdijkamer, 1561-1585 1561-1585 1 band Het eerste stuk van deze band heeft deel uitgemaakt van een lias. Tussen de gedeelten betreffende de Grote en de Kleine Kamer is een divisie van de pachten van de Bona cerevisiae over 1581 gehecht. De restnaten die bij loting aan de Fabriek ten deel gevallen zijn, zijn dikwijls met een kruisje gemerkt NB 746 Lootcelen van restanten, pachten en tienden van de Kleine Kamer over, 1561-1583 1561-1583 1 omslag 747 Staten en aantekeningen betreffende divisies in de Kleine Kamer, 1580-1619 1580-1619 1 omslag 748 Divisies en lootcelen van restanten en pachten van de Kleine Kamer over, 1580-1586 1580-1586 1 pak 749-749 Lootcelen van de pachten en rantsoenen van tienden van de Grote Kamer, 1581-1666, 1670 1581-1666, 1670 2 banden, 4 omslagen en 1 stuk 749-1-a 1581-1607 749-1-b 1607-1620 749-2-a 1621-1630 749-2-b 1631-1641 749-3 1642-1652 1 band 749-4 1653-1666 1 band 749-5 1670 1 stuk 750 Lootcelen van de tienden van de Kleine Kamer, 1581-1641 1581-1641 1 pak Onvolledig NB 751 Lootceel van enige restanten van de Kleine Kamer over 1579, van de Bona divisia over 1577 en 1578, van de Bona cerevisiae over 1578, 1579, en die vroeger de Fabriek ten deel gevallen waren, met lootcelen van pachten en tienden van de Kleine Kamer over 1581-1590 1 pak Het betreft een lias, afkomstig van de kameraar Otto van Bloys van Treslong NB 752 Divisie van de pachten van de Bona cerevisiae over, 1585 1585 1 stuk 753 Lootcelen van restanten van de Kleine Kamer over 1587, 1588, en van pachten van deze kamer over 1589 1 omslag Vóór in de lootceel over 1589 zijn een aantal resoluties van het kapittel afgeschreven betreffende de wijze waarop de divisies behoren te worden gedaan NB 754-754 Lootcelen van de pachten en rantsoenen van tienden van de Kleine Kamer, 1589-1669 1589-1669 2 banden en 5 omslagen 754-1-a 1589-1604 754-1-b 1604-1615 754-2-a 1616-1626 754-2-b 1627-1641 754-3 1642-1652 754-4 1653-1666 754-5 1667-1669 755 Staten en berekeningen die gediend hebben bij de verdeling van het saldo van verschillende kamers over, 1589 1589 1 pak 756 Lootceel van de pachten van de Kleine Kamer over 1590, met manuaal van het inkomen van de Fabriek voor de reparatie van de kerk, 1591, en ontwerp-lootceel van de pachten van de Grote Kamer, (1590) (1590) 1 pak 757-757 Staten van de divisies van de leges van admissie, van de wijngelden en van de afkoopsommen van de annale residentie onder de leden van het kapittel, 1593-1750 1593-1750 3 pakken Het betreft 3 liassen, waarvan de eerste is losgeraakt en aan het begin onvolledig is NB 757-1 1593-1691 757-2 1691-1746 757-3 1747-1750 758 Staten van de assignaties uit de Grote en Kleine Kamers aan de leden van het kapittel, 1596-1612 1596-1612 1 omslag 759 Divisies, ontwerpen van divisies en fragmenten van lootcelen van restanten en kleine posten. 1624-1658, met specificaties, kwitanties, financiële aantekeningen en afrekeningen met verschillende personen, afkomstig van Everard van Weede, procureur-generaal bij het Hof en secretaris van het kapittel. 1622-1651 1 pak 760 Gequiteerde staten van de ministratie van de leges van admisie, wijngelden en afkoopsommen van de annale residentie onder de leden van het kapitel, 1629-1648, 1687-1705 1629-1648, 1687-1705 1 pak Hierbij de divisie van 6500 gulden, gekomen van het drostambt van Hagestein 1680, en van 2000 gulden, gekomen van het secretaris-ambt van het kapittel 1682 NB 761 Ministratieboeken van de restanten van de rekeningen, 1630 1630 1 stuk 762-762 Ministratieboeken van de Grote Kamer, 1634, 1635 1634, 1635 2 delen 762-1 1634 762-2 1635 763 Lijst van de uitloting in 1674 en 1675 van de goederen van de Kleine Kamer, met een tot ca. 1770 bijgewerkte lijst en stukken betreffende de loten, 1693-1782 1 omslag 764 Rapport betreffende de restanten van de rekeningen van de kameraar Meerman over de jaren 1686-1699, met de divisie van de restanten over 1694-1696 1 omslag 765 Gequiteerde staten van de ministraties, gedaan uit de sloten van de rekeningen van de Grote en Kleine Kamers, 1695, 1696, 1702, 1703, 1779, 1781-1787, 1791, 1793-1796, 1798, 1800 1695, 1696, 1702, 1703, 1779, 1781-1787, 1791, 1793-1796, 1798, 1800 1 omslag 766 Aantekeningen over het bedrag van de som, die jaarlijks uit de Grote en Kleine Kamers geministreerd zou kunnen worden, 1701, 1702, 1705, 1706, 1709-1712, 1714-1716, 1718-1720, 1723-1742 1701, 1702, 1705, 1706, 1709-1712, 1714-1716, 1718-1720, 1723-1742 1 omslag 767 Gequiteerde divisie van de restanten van verschillende rekeningen over 1694-1696, gedaan volgens resolutie van 18 december 1702 1 stuk 5.12. Presentiegelden 768 Statuut betreffende het presentiegeld voor het bijwonen van de metten, waarvoor een jaarlijks bedrag van 90 pond wordt vastgesteld, voor de helft te ontvangen uit 34 morgen land bij Weythusen in het gerecht van Otto van Buren, voor de andere helft uit de eerst te verwerven goederen, in de eerste plaats uit 300 pond door de executeurs van het testament van Theodericus Cruve bijgedragen, 1319 okt. 22 1319 okt. 22 1 charter 769 Statuut betreffende de uitdeling van 16½ oude Franse schilden jaarlijks door Wilhelmus van Renen, proost van Hoern en Johannes van Arckel, 1405 sept. 28 1405 sept. 28 1 charter 770 Staten van de maandelijks te verdelen presentiegelden. 1432, ca. 1450, met lijst van de maandelijkse verdeling in 1519, om welke lijst een fragment van de staat van de te verdelen gelden is geslagen 1 omslag Deze staten zijn anders ingericht dan die in de rekeningen van de Kleine Kamer. In deze staan de memories gespecificeerd, voor het laatst in 1519. In de rekening over 1520 wordt verwezen naar rekeningen en registers van de presenties, zo ook nog in 1535. Daarna wordt verwezen naar de cedula dominorum, vulgariter die bordtdragher, zo ook nog in de hervormde tijd. Over het verdienen van de presenties zie ook de resoluties van 28 september 1576, oktober 1599, 3 november 1606, 1 december1634, 7 oktober 1650, 3 maart 1651, 16 juni 1656, 14 mei 1770 en 6 maart 1786. Presentiegelden werden behalve voor de kerkelijke diensten ook betaald voor het bijwonen van de kapittelvergaderingen. Van ouds onderscheidde men capitula collegii nostri en capitula specialia per juramentum cum denario. Presentiegelden uit de laatste hoofde komen in de rekeningen van de Kleine Kamer nog over 1588 voor. Die voor de capitula generalia vormen in de rekeningen een andere post met de presentiegelden in het algemeen. Vermoedelijk zijn die voor de capitula specialia na 1588 daarbij gevoegd. Sinds 1624 werden de presenten geregeld in het protocol geschreven, men vindt dan ook bijeenkomsten cum duplici denario (bijvoorbeeld op 30 december 1631 en op 5 januari 1632) NB 771-771 Scedulae presentiarum, lijsten van de jaarlijkse verdeling van de presentiegelden tussen de leden van het kapittel, 1456-1795 1456-1795 1 band, 1 deel en 2 omslagen Onvolledig NB 771-1 1456, 1471, 1478, 1479 1 band 771-2 1598, 1599, 1626 771-3 1707-1750 1 deel 771-4 1786, 1787, 1792, 1795 Deze lijsten zijn gequiteerd NB 772 Eivit et ontravit, aantekeningen van de magister presentiarum over de residentie in elk jaar, van de verschillende leden van het kapittel, 1487, 1508-1513, 1531-1544 1487, 1508-1513, 1531-1544 1 omslag 773 Aantekeningen betreffende te verdienen en verdiende presentiegelden, en afschriften van desbetreffende statuten, 1503-1637 1503-1637 1 omslag 774 Lijst van de presentiegelden, op de memories en feesten van het gehele jaar te verdienen, ca. 1550 ca. 1550 1 deel Achterin aantekeningen en versjes van verschillende aard, in het Nederlands en het Spaans NB 775 Lijst van de presentiegelden, op de memories en feesten van het gehele jaar te verdienen, ca. 1570 ca. 1570 1 deel 776 Lijst van de dagelijks verschuldigde presentiegelden, van de processies en grote feesten, opgemaakt door kanunnik Cornelis van Campen, ca. 1572 ca. 1572 1 stuk 777 Lijst van de in de Dom gestichte memories en van de daarvoor verschuldigde presentiegelden, opgemaakt door kanunnik Cornelis van Campen, 1572 1572 1 deel 778 Aantekenboekje van J. Beyer met opgave van de elke dag te verdienen presenties, en reductietabellen van de munten, ca. 1572 ca. 1572 1 deel 779-779 De plumbo dominorum, presentieboek, rekeningen van de ministrator presentiarum wegens de door hem gedane uitdelingen van presentiegelden aan de kanunniken uit de van de kameraar (van de Kleine Kamer) ontvangen gelden, 1457, 1676-1786, 1788-1811 1457, 1676-1786, 1788-1811 14 delen 779-1 1457 779-1-a 1676-1690 Voorin zijn statuten over het verdienen van de presenties,1634-1651, opgenomen NB 779-2 1690-1705 779-3 1705-1721 Voorin zijn statuten over het verdienen van de presenties, 1634-1701, opgenomen NB 779-4 1721-1731 779-5 1731-1742 779-6 1742-1754 779-7 1754-1761 779-8 1762-1766 779-9 1766-1776 779-10 1776-1786 779-11 1788-1794 779-12 1794-1803 779-13 1803-1811 5.13. Heerlijkheden van het kapittel 5.13.1. Groningen Zie ook Bijdragen voor Vaderlandse Geschiedenis en Oudheidkunde, verzameld en uitgegeven door P.J.Blok 4e reeks, dl. 7 (Den Haag, 1909) vanaf p. 119. NB 780 Akte waarbij Henricus van Swelwert, knaap, zich verbindt het verdrag met het kapittel over de rechtspraak in de stad Groningen te zullen nakomen, 1352 april 4 1352 april 4 1 charter 781-781 Akte waarbij Johan, heer van Coevorden, en anderen de heerlijkheid van Groningen en Selwerd met Wolde en Go in pacht nemen van het kapittel, met andere verklaring, 1371 1371 2 charters 781-1 1371 juli 8 781-2 1371 juli 10 782 Transsumpt door de bisschoppelijke officiaal van een akte van 1392 waarbij de pauselijke auditor, rechter in het geschil over het gerecht te Groningen en Selwerd, aan partijen verbiedt iets ten nadele van de andere te doen, 1392 mei 25 1392 mei 25 1 charter 783-783 Akte waarbij het kapittel het derde gedeelte van de heerlijkheid te Groningen en Selwerd met Wolde en Go in lijfpacht geeft, gecancelleerd, met verklaring door de regering van Groningen dienaangaande, 1392 1392 2 charters 783-1 1392 sept. 20 783-2 1392 okt. 27 784 Akte waarbij bisschop Frederik van Blankenheim aan het kapittel belooft niemand met het gerecht of de goederen van Groningen te zullen belenen, noch het kapittel of de stad Groningen, die ze in pacht heeft, daarover lastig te zullen vallen, 1393 okt. 16 1393 okt. 16 1 charter 785-785 Overeenkomst tussen bisschop Frederik van Blankenheim en het kapittel, waarbij de eerste alle rechten in en buiten de stad Groningen verkrijgt, welke het stadsbestuur van het kapittel in pacht heeft, en alle verdere inkomsten van het kapittel in en bij Groningen, en het laatste de novale tienden te Leusden en Soest, welke de St. Paulusabdij in erfpacht heeft, met een rente van 14 oude schilden uit de goederen van Ruigeweide, Langeweide en Kortenhoeven, met akte waarbij de bisschop belooft de door het kapittel met de stad Groningen bezegelde pachtovereenkomst te zullen eerbiedigen, 1400 1400 3 charters 785-1 1400 sept. 5 785-2 1400 sept. 7 785-3 1400 sept. 30 5.13.2. Nijendijk Het gerecht van Nijendijk is 1322 verworven met de goederen aldaar. Zie nrs. 1759-1-1759-17. NB 786-786 Akten van aanstelling door het kapittel van schouten in de Nijendijk, 1484-1489 1484-1489 3 charters 786-1 1484 juni 3 786-2 1487 786-3 1489 nov. 4 787 Akten van borgstelling voor Hugo Ruysch als schout van de Nijendijk, 1648, 1650 1648, 1650 1 omslag 788 Stukken betreffende de aanstelling door de domdeken van J.H. van de Sluys als schout van de Nijendijk, 1781 1781 1 omslag 789 Minuut-akte van de aanstelling door de domdeken van Jacob Christiaan de Graaf tot schout en secretaris van de Nijendijk of Dwarsdijk, met akte van borgstelling voor de vergadering van 's land gelden, 1784 1784 1 omslag 5.13.3. Hagestein Zie ook De jure Gladii Tractatus et de toparchies qui exercent in Dioecesi Ultrajectina door Antonio Matthaeo (Leiden, 1689), hfd. 12. NB 790 Akte van belening door gravin Jacoba van Beieren van haar oom hertog Jan van Beieren, elect van Luik, met de heerlijkheden Arkel, Leede, Hagestein en Schonerwoerd, 1417 juli 18 1417 juli 18 1 charter 791 Kwitantie van 3400 pond Vlaams, door Johan, graaf van Egmond, stadhouder van Holland, aan de kapittels van de Dom en Oudmunster gegeven wegens de koop van de heerlijkheid Hagestein, 1510 aug. 28 1510 aug. 28 1 charter 792 Akte van overdracht door bisschop Frederik van Baden aan de kapittels van de Dom en Oudmunster van het land van Hagestein, 1510 aug. 16 1510 aug. 16 1 charter 793 Register bevattende afschriften van stukken betreffende Hagestein, en van commissies van drosten en andere stukken over het bestuur, stukken over de vrijdom van contributies, transporten van landen aan het domkapittel, decisiën van het kapittel als heer van Hagestein, erfpachtbrieven over 1333-1594 1 deel De stukken zijn afgeschreven naar orginelen, die zich nog in het domarchief bevinden of zich daarin hebben bevonden vóór de overdracht van de heerlijkheid in 1675. Bij het deel is later een afschrift gebonden van de keur, door Otto van Arkel in 1382 aan het gemene land van Hagestein gegeven NB 793-a 'Eninge' tussen Gijsbert uten Goye, burggraaf te Utrecht, en heer Jan van Huecklem over de berechting van hun onderzaten. Afschrift, eind 16e eeuw, 1332 1332 1 stuk Het betreft onder meer Hagestein NB 794 Akte waarbij het Hof van Holland de procureur van de kapittels, van de Dom en Oudmunster acht dagen uitstel geeft om te antwoorden op de eis van de procureur-generaal wegens het recht van de keizer op de heerlijkheid Hagestein, 1522 nov. 18 1522 nov. 18 1 charter 795 Stuk betreffende een proces voor Johannes van Diepholt, kanunnik van St. Jan, tussen de kapittels van de Dom en Oudmunster en johan van Brederode, priester, over de teruggave van gelden, wegens de ambten van drossaard te Hagestein en schout te Vreeswijk en andere zaken, aan genoemden Johannes, 1514 juni 2 1514 juni 2 1 charter 796 Testament van Johannes, natuurlijke zoon Reynerus, heer van Brederode, priester te Tienhoven, waarbij hij zijn zuster Elisabeth van de Molen tot erfgenaam benoemt, 1517 sept. 15 1517 sept. 15 1 charter 797 Akte waarbij Gelys die Roever, burger van Utrecht, de commissie tot het drosambt van Hagestein aanneemt, die de kapittels van de Dom en Oudmunster hem gegeven hebben, 1522 mrt. 1 1522 mrt. 1 1 charter 798-798 Akten waarbij Elisabeth van de Molen de kapittels van de Dom en Oudmunster kwijting verleent van het kapitaal, dat eertijds aan bisschop David, mede onder het zegel van de vijf kapittels, was geleend op het drosambt van Hagestein en het schoutambt op de Vaart, en toestemt dat de desbetreffende stukken worden overgegeven, 1525, met de hier bedoelde retroacta sinds 1459, en akte waarbij de heren van Brederode afzien van hun rechten op het drosambt van Hagestein en het schoutambt op de Vaart, 1525 1525 1 stuk en 11 charters Zie ook nr. 3418. De heer van Brederode had het schoutambt in 1459 opgedragen aan Adam Claesz. voor diens leven, en in 1465 beide ambten aan zijn natuurlijke zoon Walraven. Deze blijkt later rente van 55 gulden uit goederen in Hagestein te hebben genoten, waarvoor de ambten verbonden waren. Van deze rente ging een van 20 gulden over op zijn natuurlijke zoon Dirk en dan op Elizabeth van de Molen NB 798 z.j. 798-2 1459 febr. 22 798-3 1465 okt. 31 798-4 1484 april 12 798-5 1484 mei 3 798-6 1484 aug. 21 798-7 1484 aug. 21 798-8 1519 okt. 29 798-9 1519 okt. 29 798-10 1522 jan. 8 798-11 1525 okt. 8 798-12 1525 okt. 8 799 Register van stukken betreffende het drostambt te Hagestein en het schoutambt op de Vaart, 1459-1525 1459-1525 1 deel Achterin is een afschrift opgenomen van een statuut van het kapittel betreffende de verplichtingen van de thesaurier van 1524 en de belofte daarop van de procurator van thesaurier van 1525 NB 800-800 Akte waarbij het Hof van Utrecht aan de kapittels van de Dom en Oudmunster opdraagt het drostambt te Hagestein waar te nemen of te doen waarnemen, 1530, met commissie daartoe door de kapittels gegeven aan Bartholomeus van Eck, 1530, renvers van deze, 1534, en akte waarbij het Hof van Utrecht op verzoek van de kapittels toestaat dat de spui op de Vaart door de drost van Hagestein gebruikt wordt voor de bewaring van delinquiten, authentiek afschrift, 1530 4 charters 800-1 1530 april 3 800-2 1530 mei 28 800-3 1530 mei 28 800-4 1534 mrt. 17 801 Appointement van de stadhouder van Utrecht en enige raden in een geschil tussen de rentmeester van de keizers en de kapittels van de Dom en Oudmunster, waarbij het schoutambt aan de Vaart aan de keizer wordt toegekend, die 150 gulden daarvoor aan de kapittels betalen zal, met akte van ratificatie door keizer Karel V, 1532 aug 26 en 1533 okt. 16 1532 aug 26 en 1533 okt. 16 2 charters (getransfigeerd) 802-802 Stukken betreffende het voorgevallene naar aanleiding van het verzoek van de kapittels van de Dom en Oudmunster aan de koning om een nieuwe commissie tot het uitoefenen van de hoge heerlijkheid van Hagestein, 1530, 1560 1530, 1560 1 omslag en 1 charter 802 1560 802-2 1530 mei 28 803 Condities van de verkoop van de heerlijkheid Hagestein met verschillende landerijen door de kapittels van de Dom en Oudmunster. Concepten, 2e helft 16e eeuw 2e helft 16e eeuw 1 omslag De resoluties van 20 november 1578 en van 7 augustus en 15 september 1579 betreffen een voornemen tot verkoop van de heerlijkheid NB 804 Akte van de Staten van Utrecht waarbij zij aan de kapittels van de Dom en Oudmunster de heerlijkheid Hagestein schenken voor 15 jaren, waarna nieuwe commissie moet worden verzocht, 1599 dec. 6 1599 dec. 6 1 charter 805 Stukken betreffende dat wat behoort bij een hoge heerlijkheid van Hagestein, opgemaakt ter gelegenheid van de verkoop van de heerlijkheid door de kapittels van de Dom en Oudmunster aan de graaf van Waldeck-Pyrmont, 1675, met afschriften van de opdracht van de heerlijkheid aan de twee kapittels door bisschop Frederik van Baden en zijn opvolgers, 1510-1560 1 omslag 806 Minuten van stukken uitgegaan van en stukken ontvangen door de kapittels van de Dom en Oudmunster als heren van Hagestein, ca. 1540-1674 ca. 1540-1674 1 omslag 807-807 Brieven van de Gedeputeerde Staten van Utrecht aan de kapittels van de Dom en Oudmunster als heren van Hagestein met verzoek om publicatie van plakkaten te Hagestein, 1593-1675 1593-1675 1 band, 4 pakken en 1 omslag Onvolledig NB 807-1 1593-1610, 1615, 1634 1 omslag 807-2 1619-1645 1 band 807-3 1646-1654 807-4 1654-1665 807-5 1665-1672 807-6 1674-1675 808 Afschriften van publicaties, geschied te Vianen, 1562 1562 1 omslag 809 Missiven van onder meer gequalificeerde personen, colleges en steden aan de heren van Hagestein of ook aan die van de Dom, 1646-1674 1646-1674 1 pak 810 Brieven van verschillende personen aan de kapittels van de Dom en Oudmunster als heren van Hagestein, 1622-1628 1622-1628 1 pak Deze brieven handelen vooral over dijkzaken, met name over de Diefdijk NB 811 Akte waarbij de kapittels van de Dom en Oudmunster enige van hun onderzaten in de heerlijkheid Hagestein oproepen om uit hen een gerecht te vormen en andere zaken te regelen, 1514 aug. 24 1514 aug. 24 1 charter 812-812 Stukken betreffende een proces voor de bisschoppelijke officiaal, van de kapittels van de Dom en Oudmunster tegen schout en schepenen van Hagestein, die tegen de wil van het kapittel, vanwege de heer van Brederode, rechtspraak uitoefenen en over van hun goederen beschikken, 1513-1514 1513-1514 1 omslag en 2 charters 812 1514 812-2 1513 nov. 5 812-3 1514 febr. 7 813-813 Verklaringen door en voor het gerecht van Hagestein afgelegd betreffende de rechtsgewoonten aldaar, 1551 juni 16 1551 juni 16 2 charters 813-1 Verklaringen door en voor het gerecht van Hagestein afgelegd betreffende de rechtsgewoonten aldaar, 1551 juni 16 1551 juni 16 1 charter 813-2 Verklaringen door en voor het gerecht van Hagestein afgelegd betreffende de rechtsgewoonten aldaar, 1551 juni 16 1551 juni 16 1 charter 814 Commissie door de kapittels van de Dom en Oudmunster verleend aan Johan Taets van Ameronghen als drost, schout en dijkgraaf van Hagestein, 1559 sept. 26 1559 sept. 26 1 charter 815 Commissie door de kapittels van de Dom en Oudmunster verleend aan Folcardt van Montzima als drost, schout en dijkgraaf van Hagestein, voor 4 jaar, 1579 sept. 22 1579 sept. 22 1 charter 816 Instructies voor de drossaard van Hagestein, gegeven door de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1583-1627, 1669 1583-1627, 1669 1 omslag 817 Specificaties van Willem van Noert en Marcelis Keldermans wegens het maken van bestekken voor de opbouw van het slot te Hagestein op last van de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1546 1546 1 omslag 818 Getuigenverhoor op verzoek van de drost van Hagestein over de moedwil, gepleegd door enige landsknechten van het garnizoen van Vianen, 1567 1567 1 omslag 819 Stukken betreffende een geschil met de schout op de Vaart wegens het onderhoud van enkele gevangene burgers uit Culemborg, 1591-1593 1591-1593 1 omslag 820 Rekening van onkosten, gevallen op het vangen en de executie van drie vagebonden te Hagestein, 1597 1597 1 omslag 821 Verzoekschrift door Jan Hermans en andere crediteuren van het land van Hagestein aan de kapittels van de Dom en Oudmunster, als heren van Hagestein, tot het doen uitbetalen door de tegenwoordige drost van Hagestein van aan hen verschuldigde geldsommen, waarvoor bij overeenkomst met de voorgaande drost achterstallige hoefgelden verbonden zijn, 1581 1581 1 omslag 822 Stukken betreffende geschillen, behandeld voor de kapittels van de Dom en Oudmunster als heren van Hagestein, tussen Joost Schroyesteyn, afgetreden drost van Hagestein, en het gerecht aldaar, 1603-1605, en betreffende een proces voor het Hof van Utrecht, over hetgeen de genoemde nog verschuldigd is wegens zijn beheer van de gemenelands penningen, met een accoord wegens proceskosten, 1621 1 omslag 823 Stukken betreffende het criminele proces, gevoerd voor de drost van Hagestein tegen Dirck Pauwelsz. Kuycken wegens poging tot moord op Thonis Leendertsz, 1647 1647 1 omslag 824 Nominaties van onder meer schepenen en heemraden door de drost, ingeleverd bij de kapittels van de Dom en Oudmunster als heren van Hagestein, 1668, 1674 1668, 1674 1 omslag 825 Akte waarbij Johan, graaf van Egmond, stadhouder van Holland, op verzoek van Wolter van Baexen, de schamele arme jongen Peter Krabont begiftigt met de kosterij te Hagestein, (1496) (1496) 1 stuk 826 Verklaring door schout en schepenen van Hagestein, dat iedereen tevreden is over Herman Janssen als koster, en dat Meerten Janssen, door de kapittels van de Dom en Oudmunster met de kosterij begiftigd, aan niemand welgevallig en ook ongeschikt is, 1512 april 26 1512 april 26 1 stuk 827 Verzoekschrift door het gerecht van Hagestein aan de kapittels van de Dom en Oudmunster, om een einde te maken aan de toestand, die ontstaat is door de aanstelling van twee secretarissen, om het ambt van secretaris als vanouds verbonden te houden aan dat van koster en om Roeloff Hanricxz. daarmee te belasten, 1577 1577 1 stuk 828 Commissie van Jan Claesz. tot koster en secretaris van Hagestein, gegeven door de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1567 sept. 20 1567 sept. 20 1 charter 829 Stukken betreffende klachten over de secretaris van Hagestein Jan Claesz, 1587 1587 1 omslag 830 Concept-instructies voor de secretaris van Hagestein, 1599, 1626 (?), met afschrift van een resolutie betreffende de secretaris, 1668 1 omslag 831 Concept-aanstelling door de kapittels van de Dom en Oudmunster van Aert te Draeckenborch als secretaris van de heerlijkheid Hagestein, en van Abraham Cuyl als ontvanger van de tienden in Lexmond en Achthoven, 1648 1648 1 stuk 832 Stukken betreffende het geschil tussen de Gedeputeerde Staten van Utrecht en de secretaris van Hagestein over het plakkaatgeld (impost van de processen), waarvan volgens deze geen publicatie te Hagestein was geschied, 1606 1606 1 omslag 833 Stukken betreffende het geschil van het gerecht van Hagestein met de gadermeester van het enkele huisgeld aldaar over zijn rekening en verantwoording, 1678-1691 1678-1691 1 omslag 834-834 Manualen van de ongelden van Hagestein, 1651, 1652 1651, 1652 2 delen 834-1 1651 834-2 1652 835 Concept-ordonnanties van de kapittels van de Dom en Oudmunster op het schutten van beesten, en instructie voor de schutter te Hagestein, 1599 (?), 1620 1599 (?), 1620 1 omslag 836 Bewijsstukken dat die van Hagestein niet vrij zijn van de tollen te Rhenen en te Wijk bij Duurstede, 1571, met afschriften van stukken, 1422-1571 1571, met afschriften van stukken, 1422-1571 1 omslag 837 Verklaringen voor de gerechten van Dordrecht en Gorinchem betreffende de vrijheid van die van Hagestein van de tollen te Utrecht en op de Vaart, 1572 1572 1 omslag 838 Concept-ordonnantie op de jacht in de heerlijkheid Hagestein, 1589, met afschrift van een dergelijke ordonnantie voor de heerlijkheden Vianen en Ameide van 1584 1 omslag 839 Stukken betreffende het proces, voor het Hof van Utrecht gevoerd door Adr. van Camonts, heer van Vuyren, tegen de drost van Hagestein en de kapittels van de Dom en Oudmunster tot erkenning van zijn jachtgerecht, 1634 1634 1 omslag 840 Concept-plakkaat op de jacht in de heerlijkheid Hagestein, 1648, met bewijs van de publicatie van het plakkaat te Hagestein, en enige oudere plakkaten, die mogelijk voor de opstelling gebruikt zijn, 1608-1644 1 omslag 841 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof door de kapittels van de Dom en Oudmunster tegen Cornelis van Rosant c.s., tot herstel in het bezit van het aan de kapittels als heren van Hagestein toekomende naastingsrecht en vergoeding van de schade, 1614-1615, met aantekeningen betreffende de uitoefening van het naasingsrecht, en akten waarbij de uitoefening ervan wordt aangeboden of afgeslagen, ook van 1546, 1623-1666 1 omslag 842 Stukken betreffende de verkoop van een molen te Hagestein, die de kapitellen van de Dom en Oudmunster ten allen tijde tegen taxatie aan zich zullen mogen nemen, 1559. Afschrift 1559. Afschrift 1 stuk 843 Akte van belening door Henric, heer van Vianen, van zijn neef Jan van Vianen met de heerlijkheid Jaarsveld, met de bevestiging door graaf Willem van Holland, 1413. Afschrift 1413. Afschrift 1 stuk 844 Opgave van de leengoederen gelegen in de heerlijkheid Hagestein, ca. 1600 ca. 1600 1 stuk 845 Akte waarbij 2 morgen land met een boomgaard en nog een akker in 't Waal van de kapittels van de dom en Oudmunster in pacht worden genomen voor 10 jaar, op voorwaarde dat de pachter zekere dijk zal onderhouden en het veer zal bedienen, zondere verdere pacht, 1542 mrt. 28 1542 mrt. 28 1 charter 846 Gerechtsbrief van Tull en 't Waal, waarbij Anthonis Lambertsen zich tegenover de kapittels van de Dom en Oudmunster verbindt tot het maken van een veerweg, aansluitende en voor 12 jaren 2 morgen land met een boomgaard en nog een akker in 't Waal in pacht neemt, 1546 juli 21 1546 juli 21 1 charter 847 Stukken betreffende het beroep en het ontslag van predikanten te Hagestein, 1640-1644 1640-1644 1 omslag 848 Lijst van de kerkegoederen van Hagestein, met verschillende stukken betreffende het beheer daarvan, 1591-1724 1591-1724 1 omslag 849-849 Kerkrekeningen van Hagestein, 1561/62-1674 1561/62-1674 1 band en 2 omslagen Onvolledig en deels in tweevoud NB 849-1 1561/2, 1583/4, 1594-1597 (dubbel), 1597/8, 1598/9, 1601-1605 849-2 1625-1647 1 band 849-3 1625-1626, 1629-1630, 1638-1639, 1640-1641, 1644-1645, 1667-1674 850-850 Acquitten, behorende bij de rekeningen van de kerkegoederen van Hagestein. 1589-1663 behorende bij de rekeningen van de kerkegoederen van Hagestein. 1589-1663 2 pakken en 5 charters (waarvan 3 getransfigeerd) Onvolledig. Aanwezig zijn losse acquitten van 1589-1592, 1594, 1599, 1615-1624, 1637-1639, 1660-1661, 1663, verder liassen van 1594-1596, 1625-1626, 1629-1630, 1636-1637, 1642-1650 NB 850-1 1589-1628 850-2 1637-1663 850-3 1567 dec. 1, 1567 dec. 5 en 1583 sept. 20 3 charters getransfigeerd 850-4 1585 april 26 850-5 1593 aug. 10 851 Rekening over de schulden van de kerk van Hagestein, 1581-1588 1581-1588 1 stuk 852 Rentebrief ten laste van de kerkmeesters van Hagestein, afgelost, 1579 sept. 4 1579 sept. 4 1 charter Gecancelleerd NB 5.14. Tienden van het kapittel 5.14.1. Algemeen 853-853 Registrum venditionum decimarum, condities van de verkopingen van de tienden, 1409-1810 1409-1810 197 delen en 2 omslagen Onvolledig. Zie voor de jaren 1402-1408 nr. 1-1 NB 853-1 1409-1460 853-2 1464, 1486-1488, 1498, 1504 1 omslag 853-3 1535-1545 853-4 1547, 1555-1562 853-5 1578-1586 853-6 1587-1588 853-7 1589-1590 853-8 1591-1598 853-9 1599-1601 853-10 1602-1603 853-11 1604-1607 853-12 1608 853-13 1609 853-14 1610 853-15 1611 853-16 1612 853-17 1613 853-18 1614 853-19 1615 853-20 1617 853-21 1618 853-22 1619 853-23 1620 853-24 1621 853-25 1622 853-26 1623 853-27 1624 853-28 1625 853-29 1626 853-30 1627 853-31 1628 853-32 1629 853-33 1630 853-34 1631 853-35 1632 853-36 1633 853-37 1634 853-38 1635 853-39 1636 853-40 1641 853-41 1642 853-42 1643 853-43 1644 853-44 1645 853-45 1646 853-46 1647 853-47 1648 853-48 1649 853-49 1650 853-50 1655 853-51 1656 853-52 1657 853-53 1658 853-54 1659 853-55 1660 853-56 1661 853-57 1662 853-58 1663 853-59 1664 853-60 1665 853-61 1666 853-62 1667 853-63 1668 853-64 1669 853-65 1670 853-66 1671 853-67 1672 853-68 1674 853-69 1675 853-70 1676 853-71 1677 853-72 1678 853-73 1679 853-74 1681 853-75 1682 853-76 1683 853-77 1684 853-78 1686 853-79 1687 853-80 1688 853-81 1689 853-82 1690 853-83 1691 853-84 1694 853-85 1695 853-86 1697 853-87 1698 853-88 1699 853-89 1700 853-90 1701 853-91 1702 853-92 1703 853-93 1704 853-94 1705 853-95 1706 853-96 1707 853-97 1708 853-98 1709 853-99 1710 853-100 1711 853-101 1712 853-102 1713 853-103 1714 853-104 1715 853-105 1716 853-106 1717 853-107 1718 853-108 1719 853-109 1720 853-110 1721 853-111 1722 853-112 1723 853-113 1724 853-114 1725 853-115 1726 853-116 1727 853-117 1728 853-118 1729 853-119 1730 853-120 1731 853-121 1732 853-122 1733 853-123 1734 853-124 1735 853-125 1736 853-126 1737 853-127 1738 853-128 1739 853-129 1740 853-130 1741 853-131 1742 853-132 1743 853-133 1744 853-134 1745 853-135 1746 853-136 1747 853-137 1748 853-138 1749 853-139 1750 853-140 1751 853-141 1752 853-142 1753 853-143 1754 853-144 1755 853-145 1756 853-146 1757 853-147 1758 853-148 1759 853-149 1760 853-150 1761 853-151 1762 853-152 1763 853-153 1764 853-154 1765 853-155 1766 853-156 1767 853-157 1768 853-158 1769 853-159 1770 853-160 1771 853-161 1772 853-162 1773 853-163 1774 853-164 1775 853-165 1776 853-166 1777 853-167 1778 853-168 1779 853-169 1780 853-170 1781 853-171 1782 853-172 1783 853-173 1784 853-174 1785 853-175 1786 853-176 1787 853-177 1788 853-178 1789 853-179 1790 853-180 1791 853-181 1792 853-182 1793 853-183 1794 853-184 1795 853-185 1796 853-186 1797 853-187 1798 853-188 1799 853-189 1800 853-190 1801 853-191 1802 853-192 1803 853-193 1804 853-194 1805 853-195 1806 853-196 1807 853-197 1808 853-198 1809 853-199 1810 1 omslag 854 Verkoopcondities van tienden, behorende aan het kapittel en aan de kapittels van de Dom en Oudmunster gezamenlijk, 1500, 1567, 1578, 1580, 1581, 1583-1586, 1589, 1591, 1593, 1595, 1598, 1626-1630, 1635-1638, 1695, 1702, 1748 1500, 1567, 1578, 1580, 1581, 1583-1586, 1589, 1591, 1593, 1595, 1598, 1626-1630, 1635-1638, 1695, 1702, 1748 1 pak 855 Staat van de grove tienden, behorende aan de Kleine Kamer, de Proosdijkamer en de Grote Kamer, met de namen van de kopers en de opbrengst, 1582 1582 1 stuk 856 Extracten van verkoopcondities van de tienden van het kapittel, 1702-1707 1702-1707 1 pak Hierin zijn de verkoopcondities van de tienden (zie nrs. 853-1-853-199) gesystematiseerd in één volgorde NB 857 Formulieren van de verkoopcondities van de tienden van het kapittel, tevens met Oudmunster, en van de proosdij, te Doorn, Oostveen, Cothen, Langbroek, Vianen, Lexmond, IJsselstein, Tull, 16e eeuw 16e eeuw 1 omslag 858 Verkoopcondities van de tienden van het kapittel te Oostveen, Jutphaas, Zeist, Galecop, Heycop, Karthuizer eng, Kranenhofstede, Grote Koppel en Barneveld, 1626, 1627, 1629, 1636, 1637, 1653 1626, 1627, 1629, 1636, 1637, 1653 1 omslag 859 Verkoopcondities van de tienden van het kapittel te Cothen, Langbroek, Doorn, Darthuizen, Maarn, Maarsbergen, Elst, Allemansweerd, Nijendijk en Hardenbroek, 1635, 1637, 1638, 1659 1635, 1637, 1638, 1659 1 omslag 860 Publicaties van de verkoop van de tienden van het kapittel, met aantekeningen over de opbrengst en de kosten, 1626-1672 1626-1672 1 pak 861 Aantekeningen van publicaties van de verkoop van tienden, van onkosten daarop gevallen, van borgstelling voor de kopers en van restanten van tienden, ca. 1573-1806 ca. 1573-1806 1 pak 862 Aantekeningen van een tiendverkoping te Lexmond, 1677 1677 1 omslag 863 Verzoekschriften door het kapittel aan het Hof van Utrecht om condemnatie van tiendkopers, 1601-1624 1601-1624 1 omslag 864 Mandement van het Hof van Utrecht tot uitvoering van de willige condemnatie van 20 juli 1627 ter zake van verkoop van tienden van de Dom, 1627 nov. 12 1627 nov. 12 1 charter 865 Procuraties tot het erkennen in rechte van de tiendvoorwaarden, 1601-1632 1601-1632 1 pak 866 Verzoekschriften door kopers van tienden of van hun borgen aan het kapittel om vermindering van schuld, 1527-1651 1527-1651 1 omslag 867 Stukken betreffende processen van het kapittel tegen nalatige tiendplichtigen en pachters van tienden, 1551-1775 1551-1775 1 pak 868-868 Tiendboekjes, manualen van de ontvangst van de kooppenningen van de tienden, 1578-1810 1578-1810 92 delen 868-1 1578 868-2 1581 868-3 1591 868-4 1594 868-5 1596 868-6 1597 868-7 1636 868-8 1639 868-9 1711 868-10 1718 868-11 1720 868-12 1721 868-13 1723 868-14 1724 868-15 1725 868-16 1726 868-17 1727 868-18 1728 868-19 1729 868-20 1730 868-21 1731 868-22 1732 868-23 1733 868-24 1734 868-25 1735 868-26 1736 868-27 1738 868-28 1739 868-29 1740 868-30 1741 868-31 1742 868-32 1743 868-33 1744 868-34 1745 868-35 1746 868-36 1747 868-37 1748 868-38 1749 868-39 1750 868-40 1751 868-41 1752 868-42 1753 868-43 1754 868-44 1755 868-45 1756 868-46 1757 868-47 1758 868-48 1759 868-49 1760 868-50 1761 868-51 1762 868-52 1763 868-53 1764 868-54 1765 868-55 1766 868-56 1767 868-57 1768 868-58 1769-1770 868-59 1771 868-60 1773 868-61 1775 868-62 1777 868-63 1778 868-64 1779 868-65 1780 868-66 1781 868-67 1782 868-68 1783 868-69 1784 868-70 1785 868-71 1786 868-72 1787 868-73 1788 868-74 1789 868-75 1790 868-76 1791 868-77 1792 868-78 1793 868-79 1794 868-80 1795 868-81 1796 868-82 1797 868-83 1798 868-84 1799 868-85 1800 868-86 1803 868-87 1805 868-88 1806 868-89 1807 868-90 1808 868-91 1809 868-92 1810 869 Staten van de verkoop van de tienden van het kapittel, 1579-1596 1579-1596 1 pak 870-870 Staten van de opbrengst van de tienden van het kapittel, 1713-1750, 1751-1772 1713-1750, 1751-1772 2 delen 870-1 1713-1750 870-2 1751-1772 871 Lijsten van de opbrengst van de tienden van het kapittel in het Sticht over, 1791-1805 1791-1805 1 omslag 872 Verzoekschrift door eigenaren van tiendplichtige landen aan de Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam van het Bataarfsche volk tegen de afschaffing van de tienden, (1798). Gedrukt (1798). Gedrukt 1 stuk 5.14.2. Tienden in de vrijheid van Utrecht 873-873 Pacht- en erfpachtbrieven van de Pijlsweerdtiend, 1473-1563 1473-1563 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 873-1 1473 mei 10 873-2 1508 mrt. 27 873-3 1508 mrt. 27 873-4 1563 mei 28 874 Verzoekschrift door het kapittel aan het Hof met verzoek om handhaving in de tienden van Pijlsweerd, met appointement van het Hof en eis van het kapittel voor het Hof tegen Corn. Gherytsz. en andere grondeigenaars in de Weerd, 1546 1546 1 stuk 875 Pachtbrief van de tienden van de Karthuizer eng, 1572 juni 13 1572 juni 13 1 charter Het betreft de Grote Kamer NB 5.14.3. Tienden in het Nederkwartier (Oostveen) 876-876 Eigendomsbewijzen van de tienden op het Veen, in leen gehouden van de domproosdij, 1353, met afschrift, 17e eeuw 1353, met afschrift, 17e eeuw 1 stuk en 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 876 1353 (afschrift) 876-2 1353 mei 11 876-3 1353 mei 12 877 Eigendomsbewijzen van de novale tienden op het Veen, grenzende aan de vroeger door het kapittel gekochte tienden, 1355 nov. 10 1355 nov. 10 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 878 Uitspraak door bisschop Floris en de regering van de stad Utrecht in de geschillen tussen het kapittel en Bernt Proys over de tienden op het Veen in St. Jacobs-parochie en over het gerecht en de tienden van Herverscoop, 1386 jan. 18 1386 jan. 18 1 charter Zie ook nrs. 2347-2350 NB 879-879 Uitspraak door de domproost, de domdeken en de proost van Elst, waarbij de tienden in het Domproostengerecht op het Veen worden verklaard vanouds te behoren Aan het domkapittel, terwijl aan Johan Proys van Lichtenberg, die de laatste zeven jaren op een deel ervan aanspraak had gemaakt, elk recht daartoe wordt ontzegd, 1447, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1448, en afschrift, 17e eeuw 1447, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1448, en afschrift, 17e eeuw 1 stuk en 2 charters 879 1447 (afschrift) 879-2 1447 sept. 30 879-3 1448 sept. 25 880 Akte waarbij de bisschoppelijke officiaal aan het gerecht en de buren van Breukelen aanzegt, dat zij zich hebben te onthouden van rechtshandelingen ten opzichte van de tienden van het domkapittel in Oostveen, 1515 mei 21 1515 mei 21 1 charter 881-881 Stukken betreffende het proces, in verschillende instanties gevoerd door de commandeur van het Duitse huis tegen het kapittel over de verplichting tot betaling aan het kapittel van tienden uit 26 morgen land in het Overste blok over St. Maartenswetering te Oostveen, 1516-1526 1516-1526 1 omslag en 3 charters 881 1516-1525 881-2 1517 febr. 3 881-3 1517 juli 31 881-4 1521 dec. 9 882 Stukken betreffende de tiendvrijheid, door het domkapittel verleend aan mr. Cornelis van Vianen na de ontginning van heidevelden van het kapittel onder Oostveen, 1664 1664 1 omslag 883 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door de weduwe Servaes tegen Cornelis Peters en Jan Stijnen, als pachters, en het kapittel, als bezitter van de Schutterstiend onder Oostveen, tot erkennen van de tiendvrijheid van haar hofstede aldaar, 1685-1687 1685-1687 1 omslag 884 Kaart van de percelen land gelegen in de Schutterstiend en Korte akkerstiend, tussen Groenenkanse Dijk en de Nieuwe wetering, onder het gerecht van Oostveen, getekend door G. Praalder, 1792 1792 1 blad Het betreft de Kleine Kamer NB 885-885 Erfpachtbrief van de tiend van 28 morgen 536 roeden land te Oostveen aan de Nieuwe wetering, 1645 1645 1 stuk en 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 885 1645 885-2 1645 aug. 5 5.14.4. Tienden in het kwartier van Montfoort (Nedereind van Jutphaas, Galecop, Lange en Ruige Weide) 886-886 Stukken betreffende de belening van Johan van Rodenburch met de tiend uit de landen tussen de Oudegeinse dijk en Galecop, de verkoop ervan door deze aan het kapittel en de opheffing van het leenverband, met oudere leen- en koopbrieven, 1382-1505 1382-1505 1 stuk en 15 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 886 1505 886-2 1382 aug. 31 886-3 1408 febr. 14 886-4 1422 mei 7 886-5 1422 mei 7 886-6 1436 jan. 27 886-7 1447 okt. 5 886-8 1447 okt. 6 886-9 1447 okt. 6 886-10 1447 okt. 7 886-11 1450 jan. 20 886-12 1489 mei 17 886-13 1505 mrt. 14 886-14 1505 april 17 886-15 1505 april 17 886-16 1505 okt. 31 887 Kaart van de percelen land gelegen in het tiendblok de Rhijn- of Randijk, tussen de Nedereindse weg en de Randijk, onder het gerecht van Jutphaas, getekend door D. van Hattum, 1789 1789 1 blad Het betreft de Kleine Kamer NB 888-888 Eigendomsbewijzen van de tienden van vijf hoeven land te Galecop, 1294, 1320 1294, 1320 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 888-1 1294 mrt. 18 888-2 1294 mrt. 18 888-3 1320 febr. 27 889 Lijfpachtbrief van de smalle tienden te Galecop, 1412 mei 21 1412 mei 21 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 890 Akte waarbij de smalle tienden en henneptienden van de Lange en Ruige Weide van de bisschop en de vijf kapittels in pacht worden genomen, 1503 aug. 21 1503 aug. 21 1 charter Het betreft de Grote Kamer. Zie ook nrs. 785-1-785-3 NB 891 Verkoopcondities van de tienden van de Lange en Ruige Weide, 1732-1739, 1742, 1753, 1754 1732-1739, 1742, 1753, 1754 1 band 5.14.5. Tienden in het Overkwartier (Vreeswijk, Tull en 't Waal en Honswijk, Schalkwijk, Overeind van Jutphaas, Nijendijk, Cothen, Langbroek, Amerongen, Maarsbergen, Maarn, Darthuizen en Doorn, Driebergen en Zeist) De tienden te Gasperde (Hagestein) zijn gevoegd bij die in het Land van Vianen. NB 892 Eigendomsbewijs voor de kapittels van de Dom en Oudmunster van de tienden in de Wiers in het kerspel Vreeswijk, vroeger door de bisschop in leen uitgegeven, 1523 juni 24 1523 juni 24 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 892-a Kaart door M. de Leeuw van de landen in het nederste en overste tiendblok van Vreeswijk, gemeten in 1750, met een opgave van eigenaars, erfnaam en grootte van de landerijen, 1751 1 blad 893-893 Pachtbrieven, met akte van borgstelling voor de pacht, van de tienden te Tull, 't Waal en Honswijk, 1348-1497 1348-1497 7 charters Voor de helft betreft het de Grote Kamer, voor de andere helft Oudmunster NB 893-1 1348 juni 5 893-2 1379 aug. 6 893-3 1385 aug. 1 893-4 1385 sept. 9 893-5 1439 jan. 27 893-6 1439 febr. 1 893-7 1497 mei 15 894 Uitspraak door de bisschoppelijke officiaal, waarbij aan heer Henricus van Vyanen, ridder, wegens wanbetaling zijn recht op de tienden te Tull wordt ontzegd, 1392 juli 31 1392 juli 31 1 charter 895 Akte waarbij Henric, heer van Vianen, belooft te zullen berusten in de uitspraak van de bisschop aangaande zijn geschillen met het domkapittel, 1397 dec. 11 1397 dec. 11 1 charter 896-896 Pachtbrieven van de Episteltiend te Schalkwijk, 1346-1340 1346-1340 4 charters Voor de helft betreft het de Grote Kamer, voor de andere helft Oudmunster NB 896-1 1346 sept. 20 896-2 1398 juli 8 896-3 1399 april 6 896-4 1409 juli 23 897 Eigendomsbewijs voor de domproost Florentius van de tienden in het Overeind van Jutphaas, ten behoeve van de domproosdij, 1314 aug. 5 1314 aug. 5 1 charter In de rekeningen van de Proosdij-kamer komen deze tienden niet voor NB 898-898 Akten waarbij tienden te Nijendijk in erfpacht worden gegeven, 1342, met akte waarbij de begiftigde afstand doet van zijn leenrecht op deze tienden, 1343 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 898-1 1342 898-2 1342 dec. 6 899-899 Akten ven belening van verschillende personen door het kapittel met tienden te Nijendijk, met koopbrief van de leenweer van de helft van deze tienden, en kwitantie wegens de koop van het tiendrecht van de andere helft, 1372-1496 1372-1496 7 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 899-1 1372 aug. 10 899-2 1372 aug. 11 899-3 1437 okt. 12 899-4 1458 juli 3 899-5 1470 jan. 5 899-6 1484 jan. 26 899-7 1496 jan. 26 900 Erfpachtbrief van tienden te Nijendijk, 1413 dec. 21 1413 dec. 21 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 901-901 Akten betreffende de belening van verschillende personen, sinds 1510 van het kapittel of diens vertegenwoordiger, door de heer van Wulven met de tiend van een hoeve land aan de Nieuwen dijk bij Cothen, 1502-1537, met akte van belening van de tegenwoordiger van het kapittel door van de keizers leenhof te Utrecht 1570, en verklaring door de heer van Wulven omtrent een nieuwe belening, 1577 1 stuk en 6 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 901 1577 901-2 1502 nov. 21 901-3 1502 nov. 21 901-4 1508 juli 3 901-5 1510 nov. 3 901-6 1537 juli 28 901-7 1570 aug. 26 902-902 Pachtbrieven van tienden te Nijendijk, 1571 1571 2 charters Het betreft de Grote Kamer NB 902-1 1571 juni 30 902-2 1571 juni 30 903 Akte waarbij de bisschoppelijke officiaal Henricus Taets, Johannes Modde en anderen verbiedt de kapittels van de Dom en St. Jan te hinderen in het genot van hun goederen en tienden te Cothen en Langbroek, 1518 mei 9 1518 mei 9 1 charter 904 Stukken betreffende een proces van het kapittel tegen Bernardus Uten Eng, die een weg te Langbroek had afgesloten, die steeds voor het vervoer van de tienden van het kapittel was gebruikt, 1507 aug. 5 en 1509 aug 17 1507 aug. 5 en 1509 aug 17 2 charters (getransfigeerd) Voor de helft betreft het de Proosdij-kamer, voor de andere helft de Grote Kamer NB 905-905 Eigendomsbewijzen van de tienden te Spijk en in Elstereng, tevoren door verschillende personen in leen gehouden van de bisschop, met oudere leenbrieven, 1423-1499 1423-1499 1 stuk en 3 charters 905 1499 905-2 1423 juli 30 905-3 1466 april 17 905-4 1499 aug. 15 905-a Pachtbrief van de grove en smalle tienden te Elst, 1566 juli 5 1566 juli 5 1 charter 906 Pachtbrief van tienden te Amerongen, 1566 aug. 31 1566 aug. 31 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 907-907 Stukken betreffende het geschil tussen het kapittel en Goessen van Bemmel over de tiendplichtigheid van de Aelmansweerd onder Elst, behorende aan Goessen van Bemmel, met vonnis van de abt van Oostbroek in deze zaak, (1494) 1504-1509 (1494) 1504-1509 1 omslag en 5 charters (waarvan 4 getransfigeerd) 907 (1494) 1504-1509 907-2 1508 okt. 23 en 1509 aug. 13 2 charters getransfigeerd 907-3 1509 sept. 3 en 1509 sept. 19 2 charters getransfigeerd 907-4 1509 908-908 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door Henrick Janss. van Groll c.s. tegen Jacob Wolphertss. c.s. over het betalen van tienden uit de Almansweerd onder Eck, 1588-1601 1588-1601 3 pakken en 3 charters 908-1 1588-1601 908-2 1588-1602 908-3 1588-1603 908-4 1503 aug. 3 908-5 1503 aug. 3 908-6 1601 dec. 29 (in boekvorm) 909 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het domkapittel tegen het kapittel van St. Pieter over de tienden van de Almansweerd onder Eck, 1603-1611 1603-1611 1 pak 910 Pachtbrief van de proosdijtienden te Maarsbergen, 1358 juni 21 1358 juni 21 1 charter 911 Extracten uit de resoluties van het kapittel, betreffende de verkoop van de tienden te Maarsbergen aan de heer van Hoevelaken, onder protest van de heer van Maarsbergen, 1668 1668 1 omslag 912 Stukken betreffende het verlenen van tiendvrijheid aan Everard Lubberts Vlugh voor zijn in cultuur te brengen heetvelden onder Maarn, 1646-1647, met verzoekschrift door Henrick van Reden, tijnsheer van Woudenberg, om een dergelijke vrijheid, ca. 1650 1 omslag 913 Erfpachtbrief van de tiend uit een hofstede te Maarn, behorende onder het derde blok van Manderen, genaamd de Haar, 1703 1703 1 charter Het betreft de Proosdijkamer NB 914-914 Kaarten van hofsteden en landerijen onder Maarn door D. van Groenou. Kopieën door B. de Roy, 1670 1670 2 bladen De kaarten zijn vervaardigd voor jhr. David Godin, de kopieën voor jhr. Carel Godin. Ze zijn gebruikt voor het maken van een kaart in 1751 (zie nrs. 916-1-916-4) NB 914-1 Hofstede Eijckelenborch 914-2 Hofstede Alendall en Birckesteijn 915 Kaart van enige percelen land onder Maarn, ca. 1688 ca. 1688 1 blad 916-916 Kaarten door M. de Leeuw van de tiendblokken onder Maarn, in het algemeen en in gedeelten, het overste en nederste blok van Manderen, de Birck en de Haer, 1751-1752 1751-1752 4 bladen Op een van de kaarten staat aangetekend dat de maker gebruik gemaakt heeft van de kopie van een kaart van 1659, en van een ongedagtekende, zijns inziens, oudere kaart NB 916-1 Overzichtskaart 916-2 Overste (1e) en nederste (2e) tiendblok van Manderen, met een opgave van eigenaars, erfnaam en grootte van de landerijen 916-3 1e Gedeelte van het 3e tiendblok, genaamd De Haer, met een opgave van eigenaars, erfnaam en grootte van de landerijen 916-4 De Birck, met een opgave van eigenaars, erfnaam en grootte van de landerijen 917 Akte waarbij de Dolretienden te Darthuizen worden opgedragen aan de domproosdij, 1385 juni 12 1385 juni 12 1 charter 918 Akte waarbij de domproost Ghisebrecht de Koc verklaart, dat hij met toestemming van het kapittel hout uit het bos van Amerongen heeft verkocht en voor de opbrengst de molen, die te Doorn staat voor het huis van de domproosdij, en de Dolretienden heeft gekocht en dat deze molen en tienden voortaan tot de domproosdij zullen behoren op dezelfde voorwaarden als het bos van Amerongen, 1389 mrt. 8 1389 mrt. 8 1 charter 919 Overeenkomst tussen het kapittel van Johan van Merenborch over de Tuyltiend te Doorn, 1608 1608 1 stuk 920-920 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel en jhr. Dirck van Merenburch tegen Egidus de Ridder van Groenesteyn, tot het betalen van tienden van de hem behorende 5 morgen land onder Doorn, als niet behorende tot de tiendvrije hofstede 'De Clemp', 1641-1662, met 3 kaarten door J. van Diepenem van de percelen land, genaamd de Tuylentiend, gelegen tussen de Darthuizerberg en de Goyerwetering, 1641, en een daarnaar gemaakte kaart door F. van Diepenem, 1669 1 omslag en 4 bladen 920 1641-1662 920-2 Kaarten door J. van Diepenem 1 blad 920-3 Kaarten door J. van Diepenem 1 blad 920-4 Kaarten door J. van Diepenem 1 blad 920-5 Kaart door F. van Diepenem 1 blad 921 Stukken betreffende het proces gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Barent van Oostrum, heer van Broechuysen, over het tiendrecht van het kapittel op 4 morgen land, genaamd Vlaschman en Op de Dell, onder Darthuizen, 1660 1660 1 omslag 922 Stukken betreffende het proces gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Johan Uyttenbogaert, over de tiendplichtigheid van het overste blok van Doornevoort, te Doorn, 1662-1668 1662-1668 1 omslag 923 Koopcondities van tienden in het blok van Tuyl, te Doorn, 1698 1698 1 stuk 924 Overeenkomst tussen het kapittel en Catharina Maria van Oestrum, vrouwe van Moersbergen, over een tiend te Doorn, 1707 1707 1 stuk 925 Stukken betreffende de belening van een vertegenwoordiger van het kapittel door de domproost met de helft van een tiend te Tuil en Darthuizen, 1769 1769 1 omslag 926 Stukken betreffende de schikking in het geschil tussen het kapittel en de heer van Moersbergen over de tiendplichtigheid aan het kapittel van twee hun behorende kampen land onder Doorn, 1785-1786 1785-1786 1 omslag 927 Kaart door M. de Leeuw van de percelen land in de Darthuizer tiend, gelegen onder de gerechten Darthuizen en Leersum, met opgave van de eigenaars, erfnaam en grootte van de landerijen, 1755 1755 1 blad 927-927 Akten van belening met de tiend te Donkelaar in de parochie Leersum, 1738, 1746 1738, 1746 2 charters 927-a 1738 nov. 17 927-b 1746 juni 7 928 Kaart door M. de Leeuw van de percelen land, gelegen in het tiendblok Velperengh onder Doorn, met opgave van de eigenaars, erfnaam en grootte van de landerijen, 1756 1756 1 blad 929-929 Eigendomsbewijzen van de Aelwinkel- of Horsterbloktiend te Driebergen, met oudere akte van overdracht, 1717, 1790-1792 1717, 1790-1792 1 omslag en 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 929 1717, 1790 929-2 1717 nov. 20 929-3 1792 mei 12 930 Bewijs van inhuring van de smalle tienden te Zeist, 1558 1558 1 stuk Het betreft de Bona cerevisiae NB 5.14.6. Tienden in Eemland (Leusden, Soest en Eemnes) 931 Eigendomsbewijs van de novale tienden te Leusden en Soest, door de abdij van St. Paulus tevoren in erfpacht gehouden van de bisschop, voortaan in pacht gehouden van het kapittel, met erfpacht- en pachtbrief, 1399 aug. 6 en 1400 sept. 7 1399 aug. 6 en 1400 sept. 7 2 charters (getransfigeerd) Het betreft de Grote Kamer. Zie ook nrs. 785-1-785-3 NB 932 Uitspraak door scheidsrechters in een geschil tussen het kapittel en het convent van St. Paulus over onbetaalde tiendpacht, 1424 mrt. 31 1424 mrt. 31 1 charter 933-933 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor de pauselijke rechters door het kapittel tegen het convent van St. Paulus over de tienden te Leusden en Soest, 1452-1453 1452-1453 8 charters waaronder 1 rol (waarvan 5 getransfigeerd) 933-1 1452 febr. 9 (1 rol), 1452 juni 6, 1453 mei 28, 1453 juni 15 en 1453 sept. 10 (5 charters getransfigeerd) 933-2 1453 juni 20 933-3 1453 okt. 23 933-4 1453 dec. 1 934 Akte waarbij het convent van St. Paulus de rodetienden te Leusden en Soest van de landen waarvan het de oude tienden bezit, in erfpacht neemt, 1453 nov. 15 1453 nov. 15 1 charter 935 Brief van Gheraert van Schadick aan het kapittel met een verzoek om beloning voor zijn moeite tot beschrijding van de aanspraak van de abt van St. Paulus op de tiend van nieuw ontgonnen land te Leusden en Stoutenberg, 2e helft 16e eeuw 2e helft 16e eeuw 1 stuk 936 Erfpachtbrief van de tiend van het eerste blok van de omloop te Soest, 1808 mrt. 7 1808 mrt. 7 1 charter 937 Stukken betreffende de aankoop door het kapittel van tienden te Eemnes, met opgaven omtrent de opbrengst in 1758 en later, 1780 1780 1 omslag Het betreft de Grote Kamer NB 938-938 Akten van belening door de Staten van Utrecht, van verschillende vertegenwoordigers van het kapittel met 8 blokken tienden te Eemnes, leengoed van de abdij van St. Paulus, 1781, 1790 1781, 1790 2 charters 938-1 1781 dec. 29 938-2 1790 nov. 17 5.14.7. Tienden in Holland (IJsselstein, Jaarsveld, Putten, Scobbende, Hardinxveld, Oosterwijk en Heukelom) 939-939 Pachtbrieven van tienden te IJsselstein, 1261-1469 1261-1469 8 charters (waarvan 2 getransfigeerd) Het betreft de Grote Kamer NB 939-1 1261 febr 939-2 1344 april 30 939-3 1434 juli 6 en 1436 sept. 10 2 charters getransfigeerd 939-4 1453 aug. 9 939-5 1453 aug. 9 939-6 1469 febr. 21 939-7 1469 febr. 21 940 Akten waarbij de rentmeester van de heer van IJsselstein uit naam van deze de tienden van het kapittel in het land van IJsselstein koopt, 1491-1494 1491-1494 1 omslag 941 Minuut van de akte waarbij het kapittel de tienden in de baronie van Ijsselstein aan de erfstadhouder schenkt, 1675 1675 1 stuk 942 Staten van de 8e penning van de tienden, gekomen van het domkapittel te Utrecht, gelegen in de Hoge en Lage Biezen en Achtersloot, gebracht aan de 'recepte' van IJsselstein, 1805-1810 1805-1810 1 omslag De tienden te IJsselstein waren in de genoemde jaren reeds lang niet meer in het bezit van het kapittel en komen in de rekeningen niet meer voor. Het is niet duidelijk hoe deze staten in het domarchief zijn gekomen NB 943-943 Pachtbrieven van tienden te Jaarsveld, 1283-1455 1283-1455 4 charters Het betreft voor de ene helft de Proosdijkamer, voor de andere helft Oudmunster NB 943-1 1283 febr. 15 943-2 1296 febr. 10 943-3 1383 aug. 14 943-4 1455 mrt. 11 944 Kerfcedullen van de tienden te Jaarsveld, 1686-1691 1686-1691 1 omslag 945 Rekeningen van de drost van Jaarsveld over het beheer van de tienden van het kapittels aldaar, 1686-1687, 1690-1691 1686-1687, 1690-1691 1 omslag 946 Stukken betreffende het abandonneren van de tienden van Jaarsveld door het kapittel aan het gerecht aldaar; met bezwaren daartegen van de Staten van Holland, 1748-1756 1748-1756 1 omslag 947-947 Stukken betreffende de bijlegging van een geschil over de tienden in de heerlijkheid Putten, te weten de parochies Strinemonde, Putten, Hekelingen, Spijkenise, Geervliet, Biervliet, Nieuwland, Simonshaven en Poortegaal, tussen Ghy van Vlaenderen, heer van Rikeborgh, met zijn vrouw Batris, en het kapittel, welke tienden aan de eerstegenoemde worden toegewezen onder verband van een pensie van 60 pond Tornoois jaarlijks aan het kapittel, 1324 1324 8 charters Het betreft de Grote Kamer NB 947-1 1324 juli 29 947-2 1324 sept. 15 947-3 1324 sept. 15 947-4 1324 nov. 10 947-5 1324 nov. 10 947-6 1324 nov. 14 947-7 1324 nov. 15 947-8 1324 nov. 15 948-948 Akten betreffende de vernieuwing van de erfpacht van, of de belening met de tienden in Putten, 1357-1507 1357-1507 1 stuk en 12 charters (waarvan 4 getransfigeerd) 948 1485 948-2 1357 juli 6 948-3 1361 juni 8 948-4 1439 okt. 27 948-5 1459 april 6 948-6 1487 febr. 19 en 1487 febr. 25 2 charters getransfigeerd 948-7 1478 mrt. 28 948-8 1485 juli 8 948-9 1485 juli 9 948-10 1485 juli 16 en 1485 juli 18 2 charters getransfigeerd 948-11 1507 aug. 24 949 Akte waarbij het kapittel weigert van de rekenmeesters van Maxiliaan en Filips, aartshertogen van Oostenrijk, betaling van de pacht van de tienden van Putten en Strijen aan te nemen wegens de geringe waarde van het aangeboden geld, 1488 juli 8 1488 juli 8 1 charter 950-950 Pachtbrief van de tienden te Scobbende, 1255, met vidimus door de officiaal van de aartsdiaken van de Dom, 1542 1255, met vidimus door de officiaal van de aartsdiaken van de Dom, 1542 2 charters Het betreft de Grote Kamer NB 950-1 1255 okt. 27 950-2 1542 sept. 20 951 Vidimus door de abt van Egmond van een erfpachtbrief van 1252 van de tienden tussen Merwede en Giessen, 1338 okt. 31 1338 okt. 31 1 charter Het betreft de Grote Kamer NB 952-952 Akte waarbij Henric, heer van Brederode, zijn bode machtigt tot de betaling aan het kapittel van de wegens de tienden op de Merwede verschuldigde pacht, met akte waarbij het kapittel zich met de betaling over twintig jaar van de pacht van tienden tussen Merwede en Giessen door de heer van Brederode voldaan verklaart, 1338 1338 2 charters 952-1 1338 nov. 4 952-2 1338 nov. 9 953 Akte waarbij Johan en Otto van Arkel met het kapittel overeenkomen, hun geschillen over de tienden en andere rechten in Oosterwijk en Heukelom aan scheidsrechters over te Laten, 1269 juli 24 1269 juli 24 1 charter 5.14.8. Tienden in het Land van Vianen (Gasperde of Hagestein, Vianen en Lexmond) 954 Vidimus door de proost van Oudmunster van een uitspraak van 1258 door domdeken Petrus, met Jacobus, kanunnik van St. Salvator, en Ghiselbertus, heer van Ghoye, in kerkelijke geschillen tussen de plebanen en parochianen van Gasperde en de parochianen van Tul, 1298 nov. 5 1298 nov. 5 1 charter 955-955 Stukken betreffende de verheffing van de kapel te Vianen tot parochiekerk, op verzoek van Wilhelmus van Duvenvoerde, heer van Oosterhout, en diens vrouw Heylewiges, vrouwe van Vianen, 1345 1345 2 charters 955-1 1345 febr. 8 955-2 1345 mrt. 20 956 Akte waarbij Reynaldus, heer van Brederode en Vianen, de voorwaarden goedkeurt, waarop het kapittel de parochie Vianen van Hagestein heeft afgezonderd, 1433 juni 21 1433 juni 21 1 charter 957-957 Pachtbrieven van tienden te Gasperde en Goberdingen, 1324-1485 1324-1485 6 charters (waarvan 2 getransfigeerd) Het betreft voor de ene helft de Grote Kamer en voor de andere helft Oudmunster. Het laatste charter betreft ook de gerechten en tienden van nrs. 954-961 NB 957-1 1324 aug. 11 en 1324 okt. 11 ( 2 charters getransfigeerd) 957-2 1334 mrt. 31 957-3 1360 juni 4 957-4 1360 juni 1 957-5 1485 sept. 30 958-958 Akten waarbij Sueder van Vianen en Ghisebrecht, heer van Vianen, beloven het kapittel te zullen helpen in het verkopen van tienden als anderzins, 1321, 1354 1321, 1354 2 charters 958-1 1321 mei 23 958-2 1354 mei 3 959-959 Pachtbrieven van gerecht, tijns en tienden in de parochie Lexmond, 1336-1354 1336-1354 3 charters Het betreft voor de ene helft de Grote Kamer en voor de andere helft Oudmunster NB 959-1 1336 jan. 6 959-2 1346 juni 12 959-3 1354 mei 2 960-960 Pachtbrieven van goederen in de Middelweerd in de parochie Lexmond en van smalle tienden van de Vijfhoeven in dezelfde parochie, 1355 1355 2 charters 960-1 1355 april 3 960-2 1355 mei 18 961-961 Pachtbrieven van het gerecht en de grove tienden te Lexmond, gemeen met Oudmunster, van de grove en smalle tienden van Vijfhoeven, als ook van een vierde deel van de Middelweerd en Jaarsvelderweerd, waarvan een ander vierde aan Oudmunster en de wederhelft aan de heren van Vianen toekomt, 1381 1381 2 charters 961-1 1381 juli 19 961-2 1381 juli 19 962 Pachtbrief van het gerecht en de tienden te Lexmond met de tienden te Tull, Waal en Honswijk, 1392 aug. 24 1392 aug. 24 1 charter 963 Akte waarbij bisschop Frederik van Blankenheim verklaart, dat met de tienden, gerechten en erven, gelegen in het land van Vianen, in de uitspraak, welke hij 1398 had gedaan tussen het kapittel en heer Henric van Vianen. die de goederen verbeurd had wegens wanbetaling door heer Gijsbert en hemzelf door verzuim van verzoek; bedoeld geweest zijn al de goederen, die heer Gijsbert bij een brief van 1381 in pacht had ontvangen, 1400 juli 28 1400 juli 28 1 charter 964-964 Stukken betreffende een proces, te Rome gevoerd tussen de kapittels, van de Dom en Oudmunster en Henricus van Vyanen, ridder, over de tienden in Gasperde, Lexmond en Vianen, 1410-1416 1410-1416 2 delen en 16 charters 964-1 1410-1416 964-2 1410-1416 964-3 1411 juli 964-4 1411 dec. 9 964-5 1413 jan. 13 964-6 1413 jan. 13 964-7 1413 mrt. 31 964-8 1413 mrt. 31 964-9 1413 mrt. 31 964-10 1413 april 14 964-11 1413 april 14 964-12 1413 april 19 964-13 1413 april 19 964-14 1414 april 30 964-15 1415 aug. 25 964-16 1415 nov. 17 964-17 1416 febr. 19 964-18 1416 nov. 17 965 Uitspraak door scheidslieden in het geschil tussen de kapittels van de Dom en Oudmunster en Henricus, heer van Vianen en het Goy, burggraaf van Utrecht, over de tienden in Hagestein, Vianen en Lexmond, met de akten van bekrachtiging door partijen, 1417 jan. 20, 1417 jan. 26 en 1417 jan. 26 1417 jan. 20, 1417 jan. 26 en 1417 jan. 26 3 charters (getransfigeerd) 966 Akte waarbij Henric de basterd van Vyanen zich verzoend verklaart met het kapittel van de Dom, van wie hij vijand geworden was sinds de twist ontstond tussen het kapittel en de heer van Vianen, 1417 jan. 26 1417 jan. 26 1 charter 967-967 Akten waarbij Walraven van Brederode tienden en gerechten van het kapittel te Gasperde, Goberdingen, Lexmond en Jaarsveld, ten dele voor de helft aan het kapittel te Oudmunster behorende, in pacht ontvangt, 1484, 1492, met akte van borgstelling voor de betaling van de tiendpacht, 1494 3 charters Zie ook nr. 95 NB 967-1 1484 juli 20 967-2 1492 juli 25 967-3 1494 jan. 12 968 Mandaat van Hermannus van Uterwijck, deken van St. Lebuinus te Deventer, gedelegeerd pauselijk rechter, aan Hendrik de Wilde en anderen tot teruggave van de wederrechtelijk in bezit genomen tienden van de kapittels van de Dom en Oudmunster te Lexmond, 1502 dec. 13 1502 dec. 13 1 charter 969-969 Akte waarbij aartshertog Filips de personen en goederen van de kapittels van de Dom en Oudmunster in zijn bescherming neemt, 1503, met aantekeningen van de afkondiging te IJsselstein, Golberdingen, Everdingen, Lexmond en Vianen, 1506 1 stuk en 1 charter 969 1506 969-2 1503 aug. 14 970 Akte waarbij Walraven, heer van Brederode en Vianen, gemachtigden benoemt in zijn geschillen met de kapittels van de Dom en Oudmunster over de tienden te Vianen, Lexmond, Hagestein en Goberingen, 1504 juli 21 1504 juli 21 1 charter 971-971 Stukken betreffende processen in verschillende instanties door de kapittels van de Dom en Oudmunster gevoerd tegen het land van Vianen in bezit had gehouden, met een schetskaart van de tiendblokken, 1504-1525 1504-1525 3 delen, 1 pak, 5 charters en 1 blad 971-1 (1413) 1504-1525 1 pak 971-2 1513 971-3 1514 971-4 1517 971-5 1504 juli 23 971-6 1512 aug. 7 971-7 1512 aug. 14 971-8 1522 dec. 10 971-9 1523 dec. 9 971-10 kaart, z.j. 1 blad 972-972 Uitspraak door scheidslieden in het geschil tussen de kapittels van de Dom en Oudmunster en Walraven, heer van Brederode en Vianen, over tienden, tijnzen en rechten te Vianen en Lexmond, waarvan de laatste enige in erfpacht ontvangt, op voorwaarde dat hij de kapittels in het genot van hun overige tienden niet zal hinderen, met akten waarbij enige tienden en rechten in erfpacht worden gegeven en genomen, 1525 1525 3 charters 972-1 1525 juli 24 972-2 1525 juli 24 972-3 1525 juli 24 973 Stukken betreffende een proces voor het gerecht van Hagestein, van Eernest van Merthen tegen de kapittels van de Dom en Oudmunster over een uitweg voor de tienden die de eerste aan de laatsten moet geven, 1533 1533 1 omslag 974-974 Erfpachtbrieven van de tienden in en buiten Vianen met het halve gerecht en de halve tijns te Lexmond, overeenkomstig de in 1525 gemaakte voorwaarden, 1540, 1558 1540, 1558 2 charters 974-1 1540 juli 10 974-2 1558 april 30 975 Akte waarbij Henrick, heer van Brederode, belooft de goederen van de kapittels van de Dom en Oudmunster in zijn heerlijkheden te zullen beschermen, 1558 april 30 1558 april 30 1 charter 976 Stukken betreffende geschillen over tienden te Hagestein, over achterstallige pacht als anders, 1563-ca. 1650 1563-ca. 1650 1 omslag 977 Stukken betrffende het proces, gevoerd voor de kamer van justitie te Vianen door Adriaen Willems en anderen tegen het kapittel, tot het geven van toestemming om in plaats van de uit hun hennepwerven onder de Vijfhoeven aan het kapittel verschuldigde tienden hontgeld te mogen betalen, 1564 1564 1 omslag 978 Getuigenverklaringen betreffende het recht van de kapittels van de Dom en Oudmunster op de tienden in de polder de Kleine Haag bij Vianen, 1566 1566 1 omslag 979-979 Stukken betreffende de opzegging door de kapittels van de Dom en Oudmunster van het contract van 1525, volgens hetwelk Henrick, heer van Brederode tienden en andere inkomsten te Vianen en Lexmond in pacht had gehad, wegens wanbetaling, 1567 1 omslag en 1 charter 979 1567 979-2 1567 april 14 980 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen de procureur-generaal, als successeur van de heer van Brederode, tot vervallenverklaring door de erfpacht van de beesttienden van Vianen met het halve gerecht, de halve tijns en de smalle tienden van Lexmond, (1568) (1568) 1 omslag 981 Rekening van de ontvanger van de tienden onder Vianen en Lexmond, 1572/73 1572/73 1 stuk Het betreft de Grote Kamer NB 982-982 Erfpachtbrieven van de tienden te Vianen met het halve gerecht te Lexmond, overeenkomstig de in 1525 gemaakte voorwaarden, 1588, 1591 2 charters 982-1 1588 april 8 982-2 1591 nov. 8 983 Akte waarbij Walraven, heer van Brederode, erkent de tot nu toe in pacht bezeten tienden, tijnzen en goederen gekocht te hebben, en op zich neemt de belofte, door zijn overgrootvader Walraven aan de kapittels van de Dom en Oudmunster gedaan, na te komen, 1614 mei 23 1614 mei 23 1 charter 984 Akte waarbij Hans Wolphard, heer van Brederode, verklaart zich te zullen houden aan de in 1614 door Walraven, heer van Brederode, aan de kapittels van de Dom en Oudmunster gedane belofte, 1636 mrt. 3 1636 mrt. 3 1 charter 985 Afschriften van erfpachtbrieven van tienden te Vianen met het halve gerecht en de halve tijns te Lexmond, en van desbetreffende akten en aantekeningen, 1540-1641, met afschrift van een akte betreffende de verpachting van de tienden te Lexmond, 1677 1 omslag 986 Overeenkomst tussen de vertegenwoordigers van de graaf van Lippe en van het domkapittel over de tiend van 8 hond haver te Achthoven in het Spinhovense blok, 1694 1694 1 stuk 5.14.9. Tienden in het land van Culemborg 987-987 Stukken betreffende het proces, in verschillende instanties gevoerd door Jasper, heer van Culemborg, en Johannes van Luxemborch, heer van Culemborg, tegen de kapittels van de Dom en Oudmunster, over het tiendrecht te Goberdingen en Everdingen, 1500-1505 1500-1505 1 omslag en 5 charters In het omslag bevinden zich een deel en een stuk Het deel is een register van bewijzen van eigendom van tienden en goederen te Gasperde, Goberdingen, Lexmond, Vianen, van het gerecht van Lexmond en van de collatie van de kerk te Vianen (1324-1484) NB 987 1500, z.j. 987-2 1501 juli 11 987-3 1504 juni 22 987-4 1504 sept. 17 987-5 1505 dec. 19 987-6 1505 mrt. 18 988 Brieven van Jasper, heer van Culenborch, aan het domkapittel en aan de vijf kapittels betreffende zijn geschillen met het eerste over de tienden van Goberdingen en met het kapittel van St. Jan over de tienden 'tussen twee stegen' in de Weerdtienden, 1501-1504, met aantekening over de betaling van de tiendpacht over 1505-1517, een brief aan N. de Lavennis, proost van Leiden, over een tiend kwestie in 1510 en een brief aan de Grote kameraar over de verpachting van de tienden in 1520 1 omslag 989 Mandement van de Grote Raad tegen de vrouwe van Culemborg, die aan de kapittels van de Dom en Oumunster de buitendijkse tienden van Goberdingen had onthouden, 1547. Afschrift 1547. Afschrift 1 stuk 990-990 Stukken betreffende een proces, voor het Hof van Holland gevoerd door de kapittels van de Dom en Oudmunster tegen de heer van Pallandt, opvolger van de vrouwe van Culemborg, over de tienden van Goberdingen, 1552-1562 1552-1562 1 omslag en 6 charters 990 1552-1562 990-2 1559 jan. 13 990-3 1559 jan. 26 990-4 1559 juni 17 990-5 1559 nov. 22 990-6 1560 juli 31 990-7 1562 jan. 13 991 Stukken betreffende geschillen van de kapittels van de Dom en Oudmunster met Floris, graaf van Culemborg, over heffing van hun tiendbezit, 1579-1589 1579-1589 1 omslag 992 Erfpachtbrief van de tiend van 2 morgen land te Goberdingen, behorende aan de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1653 febr. 28 1653 febr. 28 1 charter 5.14.10. Tienden in Gelderland (Heerewaarden, Wadenoyen, Andelst en Herveld, Zeddam en Weel, Brummen, Epe c.a. en Hattem) 993-993 Pachtbrieven van tienden te Heerewaarden, 1393-1571 1393-1571 11 charters Het betreft de Grote Kamer NB 993-1 1393 mrt. 11 993-2 1401 juni 19 993-3 1414 mei 31 993-4 1414 juni 2 993-5 1414 juni 2 993-6 1485 mrt. 24 993-7 1488 febr. 20 993-8 1491 juli 8 993-9 1548 okt. 10 993-10 1559 april 4 993-11 1571 mei 9 994 Akte waarbij Otte van Rossem, bastaard, verklaart dat zijn optreden voor het gerecht van Heerewaarden in 1410 alleen ten doel heeft gehad het recht van het kapittel op de tienden aldaar te bewaren, 1411 april 18 1411 april 18 1 charter 995 Brief van Rutgher van Dieden, te Bommel, aan het kapittel, met de vraag hoe te handelen met de tienden te Heerewaarden, die met het recht worden aangesproken en waarvan de pacht niet het vierde opbrengen zal, aangezien zij dit jaar driemaal onder water gestaan hebben, 1496 1496 1 stuk 996 Kwitantie voor de pastoor te Heerewaarden wegens 2 3/4 gulden betaald voor de brandstichting van de (proosdij)tienden aldaar, 1511 1511 1 stuk 997 Stukken betreffende geschillen over de tienden en de tiendmaaltijden te Heerewaarden, ca. 1600-1722 ca. 1600-1722 1 omslag 998 Uittreksel uit het signaat van schepenen van Deyl, waarbij Johan de Leeuw, schepen van Zaltbommel, zich borg stelt voor de betaling van tiendpacht aan het domkapittel, voor zijn broeder Johan van Bommel, 1660 1660 1 stuk 999 Uitspraak door de Rekenkamer van Gelre en Zutphen, in een geschil met het kapittel en Frederick Hendrick van Randtwijck, heer van Rossum, over de tienden te Heerewaarden, 1662 febr. 1 1662 febr. 1 1 charter 1000 Verkoopcondities van de tienden te Heerewaarden, 1708, 1713-1725, 1758-1788, 1791, 1792 1708, 1713-1725, 1758-1788, 1791, 1792 1 band 1001 Stukken betreffende het proces van het kapittel tegen mr. J. van Cockengen, als borg van J. de Leeuw, over de betaling van de pacht van de landerijen van het kapittel te Wadenoyen en van de tienden te Heerewaarden, 1677 1677 1 omslag 1002 Stukken betreffende de liquidatie van het kapittel met mr. J. van Kockengen, als borg van J. de Leeuw, pachter van de landerijen van het kapittel te Wadenoyen en van de tienden te Heerewaarden, 1680-1685 1680-1685 1 omslag 1003 Stukken betreffende de afrekening tussen het kapittel en de erfgenamen van Johan van Borrevelt, rentmeester van de goederen van het kapittel te Buren en te Wadenoyen, Ophemert en Heerewaarden over het door hem gevoerde beheer, 1727-1749, met retroacta vanaf 1719 1727-1749, met retroacta vanaf 1719 1 omslag 1004 Brieven en andere stukken betreffende het beheer van de tienden van het kapittel onder Heerewaarden en Wadenoyen, 1789-1795 1789-1795 1 omslag 1005 Liquidatie tussen de secretaris van het kapittel en de heer Van Beusichem van Harmelen, over zijn beheer van de goederen van het domkapittel onder Wadenoyen en Buren, 1807-1810 1807-1810 1 omslag 1006 Rekeningen van de administrateurs van de halve tiend onder Heerewaarden, het eiland de Voorn, met de Konijnenheuvel en de bergen, 1783-1785, 1787-1791, 1793-1808 1783-1785, 1787-1791, 1793-1808 1 omslag 1007 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het gerecht van Heerewaarden door het kapittel en de graaf van Randwijck tegen G.J. van Verzendael en C. van Deursen (en het kapittel van Xanten als gevoegde) over het tiendrecht op het eiland de Voorn onder Heerewaarden, 1788-1800 1788-1800 1 pak 1008 Kaart door M. de Jongh van de kop van de Voorn onder Dreumel, als ook van een groot gedeelte van het eiland de Voorn onder Heerewaarden gelegen en van het gewezen fort Nassau of schans de Voorn, getekend voor de heren van de Dom en voor graaf George van Randwijk, heer van Gameren, 1789 1789 1 blad 1009 Kwijting ten behoeve van de domproost van 12 Gelderse guldens, geschonken voor het koor te Wadenoyen, 1395 aug. 5 1395 aug. 5 1 charter 1010-1010 Pachtbrieven van de proosdijtienden met 38 morgen land en 4 hofsteden te Wadenoyen, 1392-1596 11 charters 1010-1 1392 aug. 2 1010-2 1426 mrt. 4 1010-3 1426 mrt. 4 1010-4 1434 mrt. 17 1010-5 1438 febr. 14 1010-6 1496 juli 10 1010-7 1507 mrt. 8 1010-8 1552 april 30 1010-9 1564 sept. 25 1010-10 1581 nov. 20 1010-11 1596 juni 7 1011 Akte waarbij Harman van Puphelich afziet van zijn pacht van goederen en tienden te Wadenoyen, 1437 sept. 9 1437 sept. 9 1 stuk 1011-a Kwitantie van de domproost Philibert Naturelli voor mr. Bartoult van Bueren voor de pacht van de tienden en land te Wadenoyen, 1521 dec. 14 1521 dec. 14 1 charter 1012 Stukken betreffende de beschikking over en de inkomsten van de pastorie te Wadenoyen, 1590, 1657 1590, 1657 1 omslag 1013 Verlenging van het compromis in het geschil van het domkapittel en Gijsbert van de Eijck betreffende de specificatie van het inkomen van de tienden te Wadenoyen en daarop gevallen ongelden, 1660 1660 1 stuk 1014-1014 Rekeningen van de rentmeester van het kapittel over de landpachten en tienden te Wadenoyen, 1702-1726, 1728-1804, 1806 (defect), 1808 1702-1726, 1728-1804, 1806 (defect), 1808 4 banden en 1 omslag 1014-1 1702-1725 1014-2 1728-1750 1014-3 1751-1770 1014-4 1771-1800 1014-5 1801-1804, 1806, 1808 1015-1015 Acquitten behorende bij de rekeningen van de goederen onder Wadenoyen, Ophemert en Heerewaarden, 1709-1809 1709-1809 1 pak en 1 omslag Onvolledig NB 1015-1 1709-1712, 1714-1718, 1721-1725, 1728-1750 1 pak 1015-2 1751-1809 1016-1016 Verkoopcondities van de tienden te Wadenoyen, 1708, 1709, 1711, 1713-1726, 1796-1797 1708, 1709, 1711, 1713-1726, 1796-1797 1 band en 1 omslag 1016-1 1708, 1709, 1711, 1713-1724, 1796 1 band 1016-2 1725, 1726, 1797 1017-1017 Stukken betreffende de institutie van Theodericus van Wadenoy, door de domdeken voorgedragen tot de cure van Herveld, 1359 1359 2 charters 1017-1 1359 febr. 25 1017-2 1359 mei 24 1018-1018 Stukken betreffende een proces voor de bisschoppelijke officiaal, van het kapittel tegen Gherardus van Doernic, ridder, die aanspraak heeft durven maken op 't kapittels tienden te Andelst, en Bertoldus van Doernic, wereldlijk rechter van die parochie, die het kapittel voor zich gedaagd en de tienden aan eerstgenoemden toegewezen had, 1351-1356 1351-1356 4 charters (waarvan 2 getransfigeerd en 1 rol) 1018-1 1350 juli 17 1018-2 1351 nov. 3 en 1355 mei 5 ( 2 charters getransfigeerd) 1018-3 1356 jan. 30 1 rol 1019-1019 Gerechtsbrieven van de Over-Betuwe waarbij Willem Grob zijn recht op kapittelgoederen te Andelst en Herveld overdraagt aan Henrick van Heess en diens erfgenamen, en waarbij zij, ter voldoening van een schuldvordering van Hendrick van Heess, aan Gerrit Peper worden verkocht, 1459 1459 2 charters 1019-1 1459 mrt. 12 1019-2 1459 mei 30 1020-1020 Gerechtsbrieven van de Over-Betuwe waarin Wilhem van Galen, dan mr. Pieter van Eten in het bezit worden gesteld van de goederen van het kapittel te Andelst en Herveld en de laatstgenoemde ze overdraagt aan Jacob van Apelteren, kanunnik van de Dom, 1487, 1490, 1493 1487, 1490, 1493 8 charters Zie ook nrs. 4112-1-4112-3 NB 1020-1 1487 juli 17 1020-2 1487 juli 17 1020-3 1487 juli 20 1020-4 1490 juli 6 1020-5 1490 juli 6 1020-6 1490 juli 20 1020-7 1493 dec. 28 1020-8 z.j. 1021 Akte waarbij Jacob van Apelteren verklaart niets van het kapittel te vorderen te hebben ter zake van de onkosten door hem gemaakt wegens de tienden te Andelst en Herveld, 1494 jan. 24 1494 jan. 24 1 charter 1022-1022 Pachtbrieven van tienden te Andelst en Herveld, met akten van borgstelling, 1336-1573, en aangehecht mandement van het Hof van Utrecht, 1576 22 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 1022-1 1336 juli 6 1022-2 1348 mei 13 1022-3 1366 juli 9 1022-4 1383 apr 30 1022-5 1383 mei 5 1022-6 1392 aug 5 1022-7 1404 febr. 21 1022-8 1416 juni 29 1022-9 1416 juni 29 1022-10 1416 juni 29 1022-11 1416 juni 29 1022-12 1416 juni 29 1022-13 1449 juni 28 1022-14 1488 mrt. 20 1022-15 1492 juli 31 1022-16 1498 juni 17 1022-17 1498 juni 17 1022-18 1545 mrt. 9 1022-19 1557 sept. 7 1022-20 1562 nov. 10 1022-21 1573 juni 19 en 1576 juni 20 ( 2 charters getransfigeerd) 1023 Kwijting door Willem Hoyke aan het kapittel gegeven, mogelijk wegens de tienden te Andelst, 1350 juli 25 1350 juli 25 1 charter 1024 Akte waarbij Hendrick die Ruter en zijn familieleden afstand doen ten behoeve van de domheren te Utrecht van alle pachtrecht, dat zij op de tienden te Andelst en Herveld hadden verkregen van de domheren, die te Arnhem hadden geresideerd, 1454 juli 31 1454 juli 31 1 charter 1025 Stukken betreffende de invordering van de tienden te Andelst en Herveld, ca. 1500-1579 ca. 1500-1579 1 omslag 1026 Stukken betreffende een geschil tussen het kapittel en de buren van Andelst en Herveld over tiendmaaltijden, 1556 1556 1 omslag 1027 Overeenkomst tussen het kapittel en Sweer Wtteweert, schout van Maurik, over schattingen van tienden te Andelst en Herveld, 1612 1612 1 stuk 1028-1028 Kwitanties van de schatmeester in de Over-Betuwe voor het kapittel, wegens de betaling van 4 oude schilden, waarop het gesteld was in het kerspel Andelst, 1493, 1497 1493, 1497 2 charters (op papier) 1028-1 1493 okt. 15 1028-2 1497 okt. 7 1029-1029 Privilege van hertog Karel van Gelder, volgens hetwelk de goederen van het kapittel in de pondschatting zullen volstaan met 4 gouden schilden of 6 gouden Rijnse gulden, te betalen te Andelst en Herveld in de Over-Betuwe, 1506, met afschrift 1506, met afschrift 1 stuk en 1 charter 1029 1506 (afschrift) 1029-2 1506 april 28 1030-1030 Rekeningen van de rentmeester van het kapittel wegens de opbrengst van de tienden onder Andelst en Herveld, 1708-1711, 1713-1803, 1805-1810 1708-1711, 1713-1803, 1805-1810 4 banden en 1 pak 1030-1 1708-1711, 1713-1725 1030-2 1726-1750 1030-3 1751-1770 1030-4 1771-1800 1030-5 1801-1803, 1805-1810 1 pak 1031 Acquitten behorende bij de rekeningen van de tienden onder Andelst en Herveld, 1713-1726, 1751-1800 1713-1726, 1751-1800 1 pak 1032 Staten van de opbrengst van de tienden van het kapittel te Wadenoyen en Heerewaarden, te Herveld en Andelst, en van de proosdijtienden van Elst te Elst, Ressen en Herwen, en van landerijen te Angeren, 1711-1758, 1762-1770 1711-1758, 1762-1770 1 band 1033-1033 Manaal van de tienden, land- en erfpachten onder Buren, Wadenoyen en Heerewaarden, 1805-1811, 1816, 1817 1805-1811, 1816, 1817 2 delen Het eerste deel betreft ook Lekkerkerk, Zaltbommel, Elst, Ressen, Herwen, Andelst en Herveld NB 1033-1 1805-1810, 1816, 1817 1033-2 1811 1034 Verklaring door het gemeentebestuur van het ambt Over-Betuwe over de tienden te Herwen, Elst, Ressen, Herveld en Andelst, van 1758 tot 1798 door het kapittel ontvangen, 1799 1799 1 stuk 1035 Verzoekschrift door pachters van tienden onder Andelst en Herveld aan het kapittel, om ontheffing wegens de hoge waterstand, 1809 1809 1 stuk 1036 Aantekening betreffende de vervanging in 1659 van de uitkering aan de predikant te Herveld van een derde gedeelte van de kapitteltienden door een jaarlijkse betaling van fl. 100, ca. 1810 ca. 1810 1 stuk 1037-1037 Akte waarbij de tienden van Zedem (Zeddam) door proost en convent van Bethlehem in erfpacht worden genomen, 1295, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1330 1330 2 charters Het betreft de Proosdijkamer NB 1037-1 1295 aug. 31 1037-2 1330 mrt. 4 1038 Pachtbrief van de tienden van Zedem, 1403 juni 5 1403 juni 5 1 charter 1039 Minuut van een brief van Johan Militis, proost van Arnhem, en Otto van Tiel, kanunniken van de Dom, vervangende de domproost, aan de hertog van Kleef over de belemmering door zijn ambtenaren van de tiendheffing te Weel, 1475 1475 1 stuk -- Akte van overdracht door mr. Anthonis van Venrade, gemachtigde van de drie Staten van Utrecht, voor de rechter van de hertog van Kleef in de Lymers, aan jhr. Oisewalt, graaf van de Berg, van de schepeltiend te Weel, behorende aan de Domproosdij, 1528 1528 Vervallen. Opgenomen in het archief van de Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd als nr. 282-7, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand Inventaris van het archief van de Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd 1375-1581, door A.S. Stapel als nr. 58 in de reeks gedrukte inventarissen van het Rijksarchief Utrecht (Utrecht, 1986) NB 1041 Stukken betreffende de verkoop van de proosdijtienden te Brummen, 1664 1664 1 omslag 1042 Akte van de verkoop door het kapittel aan Jan Wennemaerszoon met diens vrouw en erfgenamen, van een tiend te Epe in Veluwe, een tiend te Welsen in het Oversticht en enige inkomsten, het domdecanaat toebehorende, te Heerde en Vorchten, met akte waarbij de bisschop deze handeling goedkeurt, 1444 mrt. 9 en 1444 mrt. 20 1444 mrt. 9 en 1444 mrt. 20 2 charters (getransfigeerd) 1043 Akte waarbij de domdeken, aan de aartsdiaken van St. Pieter, Stephanus van Wadenoy voordraagt ter benoeming tot rectoraat van de parochiekerk van Hattem, 1351 mei 1 1351 mei 1 1 charter 1044 Uitspraak door de officiaal van de aartsdiaken van St. Pieter, waarbij Stephanus van Wadenoy als rechtmatig bezitter van de cure van Hattem wordt erkend en Jacobus Vranel, kanunnik van Amersfoort, die zich in het bezit er van had gesteld, tot teruggave van de genoten, vruchten en betaling van de gerechtskosten wordt veroordeeld, 1354 sept. 24 1354 sept. 24 1 charter 5.14.11. Tienden in het Oversticht met Drente en Groningen (Dalfsen, Dalen en Helpman) 1045-1045 Stukken betreffende de processen door het domkapittel, ten dele met het kapittel van St. Lebuinus te Deventer, gevoerd tegen Frederik van (der) Eze, of van Hekeren, heer van Rechteren, over tienden te Dalfsen, voor de bisschoppelijke officiaal van Utrecht, de aartsbisschoppelijke officiaal van Keulen en de deken van St. Martinus te Luik als gedelegeerd pauselijk rechter, 1347-1360 1347-1360 1 deel, 6 rollen en 22 charters (deels getransfigeerd) Het betreft de Grote Kamer. Enkele rollen zijn gebroken NB 1045 1347-1360 1045-2 1347 okt. 3 1 rol 1045-3 1348 jan. 24 1 rol 1045-4 1348 okt. 13 1 rol 1045-5 1348 okt. 4 en 1348 nov. 8 2 charters getransfigeerd 1045-6 1349 jan. 17 (rol) 1045-7 1349 (rol) 1045-8 1350 okt. 15 en 1350 nov. 17 2 charters getransfigeerd 1045-9 1355 mrt. 13 1045-10 1355 mrt 14 1045-11 1355 juni 27 1 rol 1045-12 1355 nov. 13 1045-13 1356 april 1 1045-14 1356 april 1 (rol) 1045-15 1356 juni 1 1 rol 1045-16 1356 sept. 6 1045-17 1356 sept. 27 1045-18 1356 1 rol 1045-19 1357 sept. 13, 1357 sept. 18 en 1357 sept. 27 3 charters getransfigeerd 1045-20 1357 sept. 23 1045-21 1357 okt. 27 1045-22 1357 okt. 27 1045-23 1358 mei 1 1045-24 1359 okt. 24 1045-25 1360 mei 5 1046-1046 Kwitanties voor het domkapittel van dat van St. Lebuinus te Deventer wegens de voor het proces tegen Frederik van Hekeren uitgeschoten gelden en zijn aandeel in de tienden te Dalfsen, 1368-1372 1368-1372 9 charters 1046-1 1368 jan. 16 1046-2 1368 mei 3 1046-3 1369 jan. 16 1046-4 1369 jan. 16 1046-5 1370 mei 4 1046-6 1371 jan. 7 1046-7 1371 mei 3 1046-8 1372 jan. 7 1046-9 1372 mei 3 1047 Memorie van Rodolph van Yttersum in zijn proces, gevoerd voor de officiaal van de bisschop tegen het kapittel en tegen mr. Johan van Yttersum en zijn zoon Wolff over de huur van de tienden van Dalfsen, waarbij hij verzoekt de tegen hem uitgesproken inhibitie te herroepen, ca. 1460 ca. 1460 1 stuk 1048-1048 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor de officiaal van de aartsbisschop van Keulen, in appel van het vonnis van de officiaal van de bisschop van Utrecht, door Rudolph van Yttersum tegen het domkapittel over de tienden van Dalfsen, 1461-1462 1461-1462 1 deel en 1 charter 1048 1461 1048-2 1462 mrt. 20 1049 Register met afschriften van stukken betreffende processen over de tienden van Dalfsen, gevoerd door het kapittel, 2e helft 16e eeuw 2e helft 16e eeuw 1 deel Het betreft processen tegen: - Machteld, weduwe van Ghiselbert ter Spanhet, 1347-1352 - Frederik van de Eze, heer van Rechteren, 1348-1367 - de weduwe van Frederik van Rutenberch, 1461 NB 1050 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het gerecht van Dalfsen door Michiel Hartgerss., pachter van het kapittel, tegen Goest then Water, Tymen Hendrickss. Scroer en anderen over de betaling van de tienden van Dalfsen, behorende aan het kapittel en aan het kapittel van Deventer, 1539-1546 1539-1546 1 deel 1051 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Dyrick ter Beeck, tot het verkrijgen van een interdictie om zich te bemoeien met de tienden van het kapittel te Dalfsen en Emmermersche, die hij beweert gehuurd te hebben, 1629 1629 1 pak 1052 Stukken betreffende de verkoop door het kapittel van zijn tiendrecht te Dalfsen aan Wolf van Haersolte, met een lijst van afgestane archiefstukken met ontvangstbewijs, 1662 1662 1 omslag 1053 Akte waarbij bisschop Jan van Arkel belooft, uit de inkomsten uit zijn voorslagen of novale tienden in Twente, Drente, Salland en langs de Vecht, een betamelijk deel te zullen uitkeren aan het kapittel, volgens de uitspraak door de kanunniken Hugo Wstinc en Zegerus van Gorinchem of één van hen, 1346 juli 10 1346 juli 10 1 charter Het betreft de Grote Kamer NB 1054 Akte waarbij het kapittel zijn goederen te Campen in de parochie en 'legio' van Dalen met het vierde gedeelte van de tienden aldaar en zijn deel van zekere tienden in de 'legio' Wachtmen van dezelfde parochie in erfpacht geeft, 1367 dec. 9. Afschrift 1367 dec. 9. Afschrift 1 charter 1055-1055 Erfpachtbrieven van de Postingetienden te Helpman bij Groningen, 1360-1396 1360-1396 3 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1055-1 1360 juni 4 1055-2 1365 okt. 8 1055-3 1396 sept. 2 1056 Register met afschriften van: Overeenkomst tussen bisschop Frederik van Blankenheim en het domkapittel tot ruil van 's bisschops novale tienden, verpacht aan de St. Paulusabdij, en de pacht uit de goederen in de Lange en Ruige Weide tegen de goederen van de Dom in Groningen, 1400; Confirmatie van deze overeenkomst door aartsbisschop Frederik van Keulen, 1401; Confirmatie van alle van de keizer bezetene goederen van de bisschop door de Rooms-koning Sigismund, 1416, samengesteld, 16e eeuw samengesteld, 16e eeuw 1 deel 5.14.12. Tienden in Brabant en Vlaanderen (Borcht, Westerloo, Axel en Brugge) 1057-1057 Afschrift van een brief van Johannes van Kats, heer van Borcht, aan het kapittel, waarbij hij voorstelt Theodericus Dyesmar aan de bisschop van Doornik voor te dragen ter aanstelling tot rector van Borcht, met afschrift van het schrijven van het kapittel aan voornoemde bisschop, 1339 1339 2 charters 1057-1 1339 mei 23 1057-2 1339 juni 8 1058 Notariële akte waarbij Johannes van Monmorentcy, heer van Brocht, het kapittel verzoekt Karolus Hannegheer aan de bisschop van Doornik voor te dragen ter aanstelling tot rector van Brocht, 1492 sept. 29 1492 sept. 29 1 charter 1059-1059 Erfpachtbrieven van kapittel-goederen te Brocht, 1274, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1380 3 charters Het betreft de Proosdijkamer NB 1059-1 1274 febr. 2 1059-2 1274 febr. 2 1059-3 1380 1060 Stukken betreffende de afstand van het patronaatrecht en de tienden van Westerloo aan de abdij van Tongerloo, welke zich verplicht tot een jaarlijkse uitkering van 2 mark Keuls, 1253. Afschriften, 15e eeuw 1253. Afschriften, 15e eeuw 1 charter Het betreft de Proosdij-kamer NB 1061 Minuut van een brief van het kapittel aan de schepenen van de keure en de gedeel te Gent, in het belang van jonkvrouw Katherine, dochter van Jan die Cuper, vrouw van Lantsloet van Hoern, die gehinderd werd in het genot van de tienden in het kerspel van Axel, die zij in leen had van domdeken Herman van lochorst, 1422 1422 1 stuk 1062 Vidimus door de bisschoppelijke officiaal van een overeenkomst van 1120 waarbij het kapittel van St. Marie te Brugge bevrijd wordt van de onderhorigheid aan het kapittel van St. Maarten te Utrecht, onder voorbehoud van zekere rechten, 1381 april 7 1381 april 7 1 charter 1063 Bul van paus Alexander IV waarbij de dekens van St. Pieter te Leuven en van Mechelen en de scholaster van kamerijk machtigt om recht te doen op de klacht van het domkapittel van Utrecht, dat de kerk van St. Marie te Brugge op eigen gezag een proost had benoemd, 1258 jan. 21 1258 jan. 21 1 charter 1064-1064 Erfpachtbrieven van tienden in de parochie van St. Marie te Brugge, 1252, 1253, met een vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1381, en een afschrift van laatstgenoemde vidimus onder het zegel van de bisschoppelijke officiaal, 1380 1380 4 charters Het betreft de Proosdij-kamer. De brief van 1253 is opgenomen in een vidimus door de abten van St. Paulus te Utrecht en St. Laurentius te Oostbroek van 1255 NB 1064-1 1252 febr. 1 1064-2 1255 sept. 14 1064-3 1380 dec. 12 1064-4 1381 april 17 1065-1065 Stukken betreffende de overdracht door Johannes van Praet van de tienden in de parochie van St. Marie te Brugge en elders, die hij van het kapittel te Utrecht in erfpacht had gehouden, aan het kapittel van St. Marie te Brugge, 1258, met vidimussen door de bisschoppelijke officiaal, 1311, 1381 4 charters Het betreft de Proosdij-kamer NB 1065-1 1258 nov. 7 1065-2 1258 dec. 4 1065-3 1311 dec. 16 1065-4 1381 april 19 1066 Minuten van brieven van het kapittel en de domproost aan het kapittel van St. Marie over achterstallige pensies, 1411 1411 1 omslag Als omslag voor de minuten is een andere minuut gebruikt over andere zaken NB 1067 Memorie vanwege de collegiale kerk van O.L.V. te Brugge aan domdeken Van Weede over het bedrag van de verschuldigde pensie, ca. 1700 ca. 1700 1 stuk 5.15. Lenen en tijnzen van het kapittel Zie ook nrs. 1082-1083 en 1088. NB 1068-1068 Leenregister, 1596-1811 1596-1811 2 delen en 1 omslag Onvolledig. Een leenregister van het kapittel vanaf 1526 volgde eens op het oudste register van de rentebrieven, zie nrs. 2140-1-2140-2. Het is er afgescheurd zodat slechts een drietal akten daar bewaard zijn. De meeste gingen verloren met enige rentebrieven NB 1068-1 1596-1599, 1636-1641, 1662 (fragment) 1 omslag 1068-2 1602-1754, met index 1068-3 1762-1811 1068-a Stukken betreffende overdracht van lenen van het kapittel, 1594, 1709-1774, met taxatie van kosten van een behandeling van leenmannen 1580, en een advies van ongenoemde notarissen over dispositie van lenen, 2e helft 17e eeuw 2e helft 17e eeuw 1 omslag Zie ook nr. 1088 NB 1069-1069 Akten van belening van diverse personen met de Ruigen kamp te Werkhoven, 1526, 1773 1526, 1773 2 charters 1069-1 1526 jan. 23 1069-2 1773 nov. 1 1070-1070 Akten van belening van verschillende personen met de helft van 5 morgen land te Nijendijk in het kerspel Werkhoven, 1694, 1774 1694, 1774 2 charters 1070-1 1694 febr. 11 1070-2 1774 jan. 15 1071-1071 Akten van belening van diverse personen met 10 morgen land te Nijendijk, 1434-1604 1434-1604 1 stuk en 4 charters 1071 1604 1071-2 1434 april 19 1071-3 1470 april 9 1071-4 1471 mrt. 4 1071-5 1557 sept. 20 1072-1072 Akten van belening van diverse personen met 9 morgen 3 hond land te Nijendijk, 1657-1791 1657-1791 3 charters 1072-1 1657 okt. 8 1072-2 1774 mrt. 1 1072-3 1791 aug. 12 1073-1073 Eigendomsbewijs van Steenweerd bij Wijk, 1465, met akte waarbij deze uiterwaard in erfleen uitgegeven wordt aan Jacop Proeys, die ze geschonken had, 1467 2 charters 1073-1 1465 juli 10 1073-2 1467 okt. 31 1074-1074 Akten van belening van verschillende personen met de Steenweerd, 1562-1747 1562-1747 4 charters 1074-1 1562 dec. 14 1074-2 1629 dec. 8 1074-3 1651 juli 24 1074-4 1747 sept. 30 1075-1075 Akten van belening van verschillende personen met de Donkelaarstiend te Leersum, 1636-1771 1636-1771 1 stuk en 1 charter 1075 1636 1075-2 1771 mrt. 1 1076 Verzoekschrift aan het kapittel met verzoek om goedkeuring van een overkomst gemaakt tussen de erfgenamen van Joost Sels, onder andere over een leengoed, genaamd de Donkelaarstiend, onder Leersum, met bijlagen, 1766 1766 1 omslag 1077 Verzoekschrift door J.H. du Tromp aan het kapittel met verzoek om zonder leges te worden beleend met een stukje land bij Wijk bij Duurstede, grenzende aan een waard, die hij van het kapittel te leen houdt, met rapport en minuut-leenakte, 1774 1774 1 omslag 1078 Lijst van tijnzen te Odijk, Houten en naburige plaatsen, ook te Putten en andere, op de Veluwe en elders, 1336 nov. 12-18, met latere aanvullingen 1336 nov. 12-18, met latere aanvullingen 1 charter Het betreft de Grote Kamer NB 1079 Lijst van tijnzen, op de dag van St. Maarten in de Grote Kamer te ontvangen, 1386 1386 1 stuk Het betreft een fragment van een afschrift NB 1080 Lijsten van de tijnzen in het Goy, te betalen op de dag van St. Lebuinus, 1599, 1601, (1622), met een desbetreffende publicatie, 1590 1 omslag Het betreft de Grote Kamer NB 1081-1081 Tijnsbrief van 2 morgen land in het Goy, 1508, met twee aantekeningen betreffende hetzelfde land, 1522, 1526 1 omslag en 1 charter 1081 1522, 1526 1081-2 1508 febr. 14 5.16. Erfpachten van het kapittel 5.16.1. Algemeen 1082-1082 Register van erfpacht-, pacht- en leengoederen van het kapittel, 1412-1464 1412-1464 3 delen De brieven hebben betrekking op verschillende kamers, tevens op de proosdij, het decenaat, de choralen en de vicarieën NB 1082-1 recognitiones de bonis ecclesie nostre hereditarie, register van erfpachten, 1413-1461 1413-1461 1082-2 Registrum de diversis recognitionibus ad vitam, register van lijfpacht- en leenbrieven, 1412-1464 1412-1464 1082-3 Register van tijdpachten, 1413-1462 1413-1462 1083-1083 Register van erfpacht-, pacht- en leenbrieven van het kapittel, ca. 1465-1523 ca. 1465-1523 2 banden Deze banden zijn gevormd door samenvoeging van katerns en losse bladen, die om andere geslagen zijn, waarbij de chronologische orde niet bewaard is. De stukken hebben op verschillende kamers betrekking. Ook zijn enkele financiële bescheiden opgenomen, die zijdelings de hoofdinhoud raken NB 1083-1 ca. 1465-1510, met een tussengevoegd stuk, 1461 1083-2 1510-1523, met oudere stukken, 1296-1509, en een lijst van tijnzen van de Grote Kamer, 1386 1084 Register met korte aantekeningen omtrent de uitgifte in erfpacht of in pacht van goederen en tienden van het kapittel, 1486-1501 1486-1501 1 katern Het betreft een fragment NB 1085-1085 Registrum recognitionum Majoris ecclesie Trajectensis, register van erfpacht- en pachtbrieven van het kapittel, 1524-1564 1524-1564 4 delen In deze delen zijn de stukken ongeveer gelijktijdig, maar niet in zuiver chronologische orde afgeschreven NB 1085-1 1534-1554 (erfpachten) 1085-2 1555-1565 (erfpachten), achterin een afschrift van een akte uit 1582 1085-3 1524-1548 (pachten) 1085-4 1548-1551 (pachten) 1086-1086 Register van erfpachtbrieven van het kapittel, 1601-1811 1601-1811 5 delen, 5 banden en 1 pak De inhoud bestaat uit afschriften van erfpachtbrieven, sinds 1683 tevens uit minuten van notariële recognities van erfpachten. Vanaf 1754 zijn de formulieren gedrukt NB 1086-1 1601-1623 1086-2 1623-1631 1086-3 1631-1669 1086-4 1669-1722 1086-5 1722-1754 1086-6 1754-1766 1086-7 1767-1772 1086-8 1773-1781 1086-9 1781-1792 1086-10 1792-1800 1086-11 1801-1811 Achterin dit pak bevinden zich, door de archivaris Dedel of de agent van het domein verstrekte, afschriften van brieven van 1781, 1782 en 1797, van erfpachten die in 1838-1845 afgelost zijn NB 1087 Minuten en afschriften van erfpachtbrieven en procuraties tot het transporteren van erfpachten, 1597-1639, 1645-1652 1597-1639, 1645-1652 1 pak 1088 Procuraties tot het transporteren van erfpachten, 1607-1643, 1643-1650, 1709, 1716-1720, 1742-1772, 1776, 1790-1805 1607-1643, 1643-1650, 1709, 1716-1720, 1742-1772, 1776, 1790-1805 1 pak Bij de stukken uit de 18e eeuw bevinden zich procuraties tot het verheffen van lenen voor het kapittel en de proosdij NB 1089 Stukken betreffende koop, overdracht, bezwaring van erfpachtgoederen van het kapittel en afkoop van erfpacht, 1415-1809 1415-1809 1 pak 1090-1090 Brieven en minuten van brieven aan erfpachters en stukken betreffende maatregelen en processen tegen nalatige erfpachters, 1529-1805 1529-1805 1 omslag en 1 charter 1090 1529-1805 1090-2 1571 april 28 1091 Aantekeningen van de erfpachten van het kapittel, deels ook van tienden, 1594-18e eeuw 1594-18e eeuw 1 omslag 1092 Verzoekschriften door erfpachters van het kapittel om bij testament of anders over hun goederen te mogen beschikken, 1647-1803 1647-1803 1 omslag 1093 Lijst van de erfpachten van het kapittel, ca. 1810 ca. 1810 1 stuk 1094 Octrooi door het kapittel aan Jan Goyertsz. gegeven om bij testament te beschikken over alle goederen door hem in erfpacht gehouden, 1619 1619 1 charter 1094-a Octrooi door het kapittel aan Jacob Asch van Wijck gegeven om bij testament te beschikken over alle goederen door hem in erfpacht gehouden, 1632 mrt. 1 1632 mrt. 1 1 charter 5.16.2. Erfpachtgoederen en pachten van huizen te Utrecht De onderscheiding tussen erfpachten en renten is niet steeds duidelijk. Zie bij de renten. NB 1095 Pachtbrief van de kamers onder de domtoren, 1440 april 9 1440 april 9 1 charter Het betreft de Fabriek. De fabriekmeesters betaalden voor deze kamers erfpacht aan de kameraar van de Bona divisia NB 1096 Erfpachtbrief van een hofstede aan het Domkerkhof, naast het gruithuis, en naast een claustraal huis, 1401 juni 17 1401 juni 17 1 charter Het betreft de Bona Divisia. De erfpacht ontvangt de weduwe van Aernt Hoet, wiens erfgenamen in de rekening voorkomen. Zie nr. 1097 NB 1097 Akte van de regering van de stad Utrecht, bepalende dat het voorste stuk van het huis van Aernt Hoet, aan de westzijde van de domtoren, dat het kapittel en de stad samen gekocht hebben, zal worden afgebroken en dat de plaats voortaan leeg blijven zal, 1418 juni 23 1418 juni 23 1 charter 1098 Bewijs voor het kapittel van het recht van voorkoop op het hoekhuis aan het Domkerkhof, bij de toren en het Bisschopshof, 1544 mei 17 1544 mei 17 1 charter 1099-1099 Eigendomsbewijzen van een erf aan de Vismarkt, 1292, 1297 1292, 1297 2 charters Het betreft de Bona divisia NB 1099-1 1292 dec. 20 1099-2 1297 sept. 18 1100 Erfpachtbrief van een erf aan de Vismarkt, 1345 sept. 1 1345 sept. 1 1 charter 1101 Vidimus door de bisschoppelijke officiaal van een akte van 1390 waarbij het kapittel aan Dirc Heren een hofstede aan de Vismarkt naast een steeg, die naar het Domplein voert, verkoopt, 1505 febr. 12 1505 febr. 12 1 charter 1102 Kwitantie door Cornelis Jacobsz. van Mabuyge aan het kapittel gegeven voor de koopsom van een huis 'onder de Zoutmarkt', met een door de genoemde ontvangen kwitantie wegens aflossing van een losrente, 1538 1538 1 omslag De koopsom was deels betaald door de secretaris van het kapittel, deels door een kanunnik (kameraar van de Bona divisia). Het huis is in geen van de rekeningen gevonden NB 1103 Vidimus door de bisschoppelijke officiaal van een lijfpachtbrief van 1360 van een huis en erf aan de Borchbrug, 1360 okt. 31 1360 okt. 31 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1104 Eigendomsbewijs van de helft van een huis en een hofstede in de Rodenburgersteeg, 1351 mei 12 1351 mei 12 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1105-1105 Bewijs van uitgifte in erfpacht, en akte van overdracht, van huizen aan de zuidzijde van het Oudkerkhof, 1302, 1330, 1331 1302, 1330, 1331 3 charters Deze charters kunnen betrekking hebben op erven die later aan het kapittel zijn gekomen, >en daarmee zijn overgegaan NB 1105-1 1302 febr. 5 1105-2 1330 jan. 24 1105-3 1331 april 12 1106-1106 Erfpachtbrief van een hofstede aan de zuidzijde van het Oudkerkhof, 1335, met akte waarbij de rente uit de hofstede wordt overgedragen aan het kapittel, 1388 2 charters Het betreft de Bona divisia NB 1106-1 1335 okt. 31 1106-2 1388 febr. 21 1107 Akte waarbij het kapittel aan de Stad Utrecht een hofstede aan het Oudkerkhof afstaat, in ruil tegen een andere aldaar gelegen en 92 pond zwarten, 1338 dec. 20 1338 dec. 20 1 charter 1108-1108 Pachtbrieven van huizen aan het Oudkerkhof, behorende aan de choralen van de Dom, 1358 1358 2 charters 1108-1 1358 okt. 9 1108-2 1358 okt. 9 1109-1109 Eigendomsbewijs van een hofstede aan de zuidzijde, en van twee hofsteden aan de noordzijde van het Oudkerkhof, voor Jan Pot, bontwerker, 1358, met akten waarbij 3 viertel van deze drie hofsteden worden overgedragen aan Embrecht Pellecussen en door deze aan het kapittel ten behoeve van de choralen, 1382, 1383 4 charters 1109-1 1358 juni 14 1109-2 1382 nov. 13 1109-3 1383 april 22 1109-4 1383 mei 16 1110 Akte waarbij het kapittel een huis op het Oudkerkhof achter het oude choraalhuis verkoopt, 1577 mei 2 1577 mei 2 1 charter 1111-1111 Akte waarbij Eerst van Herdenbroeck, schoonzoon en recht verkregen hebbende van Mattheus Pot, aan mr. Willem Paedze, een vierdedeel van twee hofsteden verkoopt, gelegen aan het Oudkerkhof tussen het oude choraalhuis en het Roode schild. 1442, met oudere akten van overdracht van dit vierde deel, en van een daaruit te betalen rente. 1413 3 charters Later trokken de choralen hieruit een rente volgens de bepalingen van mr. Willem Paedze NB 1111-1 1413 jan. 24 1111-2 1413 febr. 24 1111-3 1442 mrt. 28 1112 Eigendomsbewijs van een huis aan het Oudkerkhof, genaamd het Roode schild, 1509 dec. 20, met drie oudere akten van overdracht, 1476 sept. 10, 1478 mrt. 10, 1504 april 16 4 charters (getransfigeerd) Het betreft de Succentoren NB 1113 Eigendomsbewijs van een huis en hofstede aan de zuidzijde van het Oudkerkhof, 1509 dec. 20, met oudere akte van overdracht, 1503 sept. 19 2 charters (getransfigeerd) Het betreft de Succentoren NB 1114 Akte waarbij Aernt van Brienen aan het kapittel het recht van nakoop toekent op de twee huizen aan het Oudkerkhof, vanouds behoord hebbende tot de Rode poort, door hem van het kapittel gekocht, 1598 aug. 14 1598 aug. 14 1 charter 1115 Akte waarbij Clemense, weduwe van Jan Claesz., ten behoeve van Johan Claerbout afstand doet van haar recht op een huis en hofstede aan het Oudkerkhof tot aan de Middelstraat, vroeger behoord hebbende aan Lisebet Ponts, 1410 april 20 1410 april 20 1 charter De akte kan betrekking hebben op een erf dat later aan het kapittel is gekomen NB 1116 Akte waarbij de regering van de stad Utrecht afziet van haar recht op een hofstede in de St. Johan-steeg, 1339 jan. 28 1339 jan. 28 1 charter Het betreft de Bona divisa NB 1117 Vidimus door schouten, schepenen van Utrecht van een akte van 1388 van overdracht van de erfpacht van een huis in de Viesteeg, 1424 juli 18 1424 juli 18 1 charter Het betreft de Bona divisa NB 1118 Erfpachtbrief van een hofstede in St. Johans Oudwijk aan de westzijde, in het gerecht van de proost van St. Jan, 1364 sept. 6 1364 sept. 6 1 charter Het betreft de Bona divisa. Een aantekening op de rugzijde vereenzelvigt deze hofstede met die bij de Plompetoren, in de rekeningen vermeld NB 1119-1119 Erfpachtbrieven van de hofstede van het kapittel op de Dam, 1422-1434, met oudere akten van overdracht van deze hofstede, 1350-1395 10 charters (waarvan 2 getransfigeerd) Zie ook nr. 3045 NB 1119-1 1350 sept. 29 1119-2 1351 febr. 1 1119-3 1351 mrt. 8 1119-4 1379 dec. 1 1119-5 1387 dec. 15 1119-6 1395 jan. 1 1119-7 1422 mei 5 1119-8 1422 mei 5 1119-9 1433 juli 11 en 1434 juni 10 ( 2 charters getransfigeerd) 1120 Vidimus door schepenen van Utrecht, op verzoek van het kapittel gegeven, van een vidimus van 1333 door dezelfde schepenen van een erfpachtbrief van 1329 van een hofstede Achter St. Pieter, 1409 sept. 3 1409 sept. 3 1 charter Zie ook nrs. 3046-3048 en 2867-2868 NB 1121-1121 Lijfpachtbrieven van erven in de Oudelle, 1325 (afschrift uit 1365) en 1365, met erfpachtbrieven van erven in de Oudelle of Keukensteeg (Keukenstraat), 1390-1792, en gerechtsbrieven van Utrecht, waarbij het kapittel aan een erfpacht wordt geëigend wegens wanbetaling, 1407, 1421, en octrooien tot overdracht 1 stuk en 118 charters Het betreft de Bona divisa. In 1325 is de lijfpacht gegeven door drie kanunniken NB 1121 1580 1121-2 1365 jan. 28 1121-3 1365 mei 31 1121-4 1389 juni 4 1121-5 1390 febr. 1 1121-6 1390 dec. 16 1121-7 1403 mrt. 21 1121-8 1403 mrt. 21 1121-9 1404 sept. 20 1121-10 1407 mei 14 1121-11 1407 mei 14 1121-12 1407 juni 15 1121-13 1409 april 2 1121-14 1410 april 4 1121-15 1411 aug. 16 1121-16 1411 aug. 16 1121-17 1413 juni 30 1121-18 1413 sept. 17 1121-19 1413 okt. 23 1121-20 1414 dec. 12 1121-21 1414 dec. 13 1121-22 1416 okt. 10 1121-23 1417 sept. 28 1121-24 1418 april 18 1121-25 1418 sept. 16 1121-26 1418 sept. 16 1121-27 1419 febr. 21 1121-28 1419 mrt. 2 1121-29 1419 mrt. 2 1121-30 1419 mrt. 2 1121-31 1419 mrt. 6 1121-32 1419 mrt. 6 1121-33 1419 mrt. 6 1121-34 1419 mrt. 6 1121-35 1420 jan. 27 1121-36 1420 febr. 27 1121-37 1420 mei 7 1121-38 1420 mei 21 1121-39 1420 mei 21 1121-40 1420 mei 21 1121-41 1420 juni 23 1121-42 1420 okt. 21 1121-43 1421 april 5 1121-44 1421 april 5 1121-45 1421 aug. 27 1121-46 1421 dec. 9 1121-47 1422 febr. 4 1121-48 1422 april 20 1121-49 1422 april 20 1121-50 1422 april 20 1121-51 1422 mei 5 1121-52 1422 dec. 3 1121-53 1424 mrt. 21 1121-54 1424 juli 21 1121-55 1424 aug. 31 1121-56 1424 nov. 18 1121-57 1425 okt. 11 1121-58 1425 okt. 27 1121-59 1434 juli 14 1121-60 1434 aug. 27 1121-61 1460 jan. 20 1121-62 1462 febr. 13 1121-63 1467 febr. 13 1121-64 1468 okt. 10 1121-65 1471 april 20 1121-66 1475 aug. 25 1121-67 1465 dec. 10 1121-68 1490 jan. 29 1121-69 1490 jan. 29 1121-70 1497 nov. 20 1121-71 1504 okt. 11 1121-72 1510 okt. 11 1121-73 1510 okt. 11 1121-74 1510 okt. 11 1121-75 1510 okt. 11 1121-76 1510 nov. 20 1121-77 1511 aug. 16 1121-78 1514 sept. 1 1121-79 1515 aug. 23 1121-80 1532 okt. 2 1121-81 1537 juli 2 1121-82 1546 mei 28 1121-83 1554 dec. 4 1121-84 1555 dec. 20 1121-85 1555 dec. 21 1121-86 1555 dec. 21 1121-87 1556 juli 31 1121-88 1558 mei 14 1121-89 1558 mei 14 1121-90 1559 juni 1 1121-91 1568 1121-92 1569 febr. 9 1121-93 1570 april 14 1121-94 1570 april 14 1121-95 1570 april 14 1121-96 1573 febr. 12 1121-97 1574 1121-98 1574 juni 8 1121-99 1583 april 13 1121-100 1594 sept. 24 1121-101 1615 mei 2 1121-102 1615 mei 2 1121-103 1622 juni 27 1121-104 1723 mei 14 1121-105 1723 mei 14 1121-106 1731 dec. 21 1121-107 1748 okt. 6 1121-108 1753 april 2 1121-109 1755 febr. 14 1121-110 1758 mrt. 13 1121-111 1773 juli 31 1121-112 1773 juli 31 1121-113 1774 juli 4 1121-114 1777 febr. 3 1121-115 1777 febr. 3 1121-116 1780 mei 1 1121-117 1782 april 29 1121-118 1792 dec. 10 1122 Akte van overdracht van een woning in de Keukenstraat, 1748 sept. 27 1748 sept. 27 1 charter Er staat niet in de akte, dat de woning bezwaard is met een erfpacht aan het kapittel NB 1123 Gerechtsbrief van Utrecht waarbij het kapittel geëigend wordt aan een hofstede in de Wolferssteeg, 1445 jan. 19 1445 jan. 19 1 charter Volgens de eed van Jacob Dibbout (toen Kleine kameraar) was de erfpacht niet betaald NB 1124-1124 Eigendomsbewijs van een huis en erf bij de Voldersbrug aan de westzijde van de gracht, met erfpachtbrief, 1567 1567 2 charters In de erfpachtbrief staat dat van de erfpacht de kosterij en de vicarie van St. Willibrord ieder een gedeelte hebben te ontvangen. Elders is daarvan niet gebleken NB 1124-1 1567 april 30 1124-2 1567 april 30 1125-1125 Akten waarbij hofsteden in de wijk Tast (of Tastcunt, bij de St. Geertekerk) in pacht, lijfpacht of eigendom worden gegeven aan Theodericus Cracht, rector van de St. Geertekerk en kanunnik van de Dom, 1260-1298 1260-1298 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1125-1 1260 april 23 1125-2 1263 mrt. 29 1125-3 1292 nov. 11 1125-4 1298 nov. 25 1126 Gerechtsbrief van Utrecht, waarbij Johannes van Venen en zijn vrouw Lysebet hun nalatenschap vermaken aan de domfabriek, 1404 april 8 1404 april 8 1 charter 5.16.3. Erfpachten in de vrijheid van Utrecht 1127 Ligger van de erfhuren van het kapittel onder Wittevrouwen en Abstede, 1706-1771 1706-1771 1 stuk 1128-1128 Register van erfhuurcedullen van landen van het kapittel op het Oudwijkerveld, 1706-1807 1706-1807 2 delen 1128-1 1706-1760 1128-2 1761-1807 1129-1129 Erfpachtbrieven van een boomgaard met huizinge, groot 1 morgen, aan de Singel achter St. Servaas (het erf Goudoever in het gerecht Abstede), 1559-1803 1559-1803 11 charters De brieven van 1559 en 1569 zijn pachtbrieven NB 1129-1 1559 mei 1 1129-2 1569 sept. 21 1129-3 1739 dec. 7 1129-4 1740 jan. 20 1129-5 1740 juli 30 1129-6 1740 juli 30 1129-7 1740 aug. 1 1129-8 1740 aug. 1 1129-9 1777 jan. 27 1129-10 1795 juli 6 1129-11 1803 mei 2 1130-1130 Erfpachtbrieven van gedeelten van de Kolfweide, landerijen buiten de Wittevrouwenpoort, 1617-1739 1617-1739 15 charters Het betreft de Bona divisa NB 1130-1 1617 febr. 13 1130-2 1617 febr. 13 1130-3 1621 febr. 10 1130-4 1621 mei 14 1130-5 1625 okt. 8 1130-6 1626 mrt. 16 1130-7 1637 juni 15 1130-8 1643 jan. 8 1130-9 1652 dec. 23 1130-10 1663 febr. 23 1130-11 1676 nov. 13 1130-12 1732 okt. 23 1130-13 1732 okt. 23 1130-14 1732 okt. 23 1130-15 1739 jan. 12 1131 Stukken betreffende een proces gevoerd door het kapittel tegen Filips van Lamsweerde, als erfgenaam van mr. Henrick van Lamsweerde, tot betaling van een dubbele kanon wegens verzuim van betaling van de erfpacht van het erf Goudoever onder Abstede, 1691-1692 1691-1692 1 omslag 1132 Uitspraak door de bisschoppelijke officiaal in een geschil tussen het kapittel en Hermannus Hoghelant c.s. over twee erven, in vier gedeelten liggende, in de Weerd, ten gunste van het kapittel, 1334 juli 28 1334 juli 28 1 charter Het betreft de Bona divisa NB 1133 Erfpachtbrief van een erf in de Weerd, 1343 okt. 25 1343 okt. 25 1 charter Het betreft de Bona divisa NB 1134 Akte waarbij Herman Pijl zich verbindt tot de levering van 6½ mud haver in het jaar, als rente van de helft van het Kijfland, 1328 jan. 15 1328 jan. 15 1 charter Het betreft de Proosdijkamer NB 1135 Erfpachtbrief van de helft van de proosdijlanden in het gerecht van de domproost bij de Weerd, die Kijfland genoemd worden, 1331 mei 7 1331 mei 7 1 charter 1135-a Erfpachtbrief van 4 hond land in Domproostengerecht, 1759 mei 21 1759 mei 21 1 charter 1136 Akte waarbij 8 morgen land te Benschop worden verbonden voor de richtige betaling door de jonkvrouwen van Jeruzalem van de aan de domproosdij verschuldigde erfpacht van 3 morgen land, mogelijk in de Weerd, 1419 okt. 5 1419 okt. 5 1 charter 1137 Opgave van de rijding van weit en haver, om te ontvangen de erfpachten aan het kapittel verschuldigd door de stad Utrecht, als bezitster van de goederen van de kloosters Jeruzalem en Bethlehem, 1810 1810 1 omslag 1138-1138 Erfpachtbrieven van 1 morgen land tussen de Oude Vecht en de stadssingel van Utrecht, voor de gemene buren van de Weerd, 1356-1625, met afschrift van de brief van 1508 1356-1625, met afschrift van de brief van 1508 1 omslag en 2 charters Het betreft de Proosdijkamer NB 1138 1508 1138-2 1356 mei 20 1138-3 1625 dec. 14 1139 Erfpachtbrief van 1½ morgen land aan het Zwarte Water in Lauwenrecht, 1765 mrt. 4 1765 mrt. 4 1 charter 1140-1140 Erfpachtbrieven van landerijen op Kranenhofstede, 1617-1797 1617-1797 20 charters Het betreft de Proosdijkamer NB 1140-1 1617 sept. 25 1140-2 1620 dec. 15 1140-3 1622 april 13 1140-4 1625 mei 10 1140-5 1626 jan. 14 1140-6 1627 jan. 18 1140-7 1632 dec. 17 1140-8 1638 jan. 25 1140-9 1642 mei 12 1140-10 1643 febr. 3 1140-11 1648 jan. 20 1140-12 1679 dec. 27 1140-13 1679 dec. 27 1140-14 1732 mrt. 13 1140-15 1733 juli 2 1140-16 1736 juli 5 1140-17 1749 febr. 10 1140-18 1775 nov. 27 1140-19 1789 juni 22 1140-20 1797 sept. 4 1141 Stukken betreffende een geschil met de stad Utrecht over erfpachtgoed in de Nieuwe Weerd en de vernieuwing van de pacht, 1752 1752 1 omslag 1142 Plecht gevestigd op een hofstede en landerijen in de Lage Weide, ten dele erfpachtgoed van het kapittel, door Cornelis van Schalkwijk en Cornelia Zeldenrijk, echtelieden, 1772 mei 25 1772 mei 25 1 charter Gecancelleerd NB 1143-1143 Erfpachtbrieven van landerijen buiten St. Catharijnepoort, in het Lijnpad, 1617-1797 1617-1797 12 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1143-1 1617 sept. 25 1143-2 1626 jan. 14 1143-3 1641 febr. 9 1143-4 1649 jan. 6 1143-5 1649 juli 6 1143-6 1670 juni 16 1143-7 1732 mei 3 1143-8 1746 nov. 3 1143-9 1771 febr. 4 1143-10 1775 dec. 4 1143-11 1776 juni 24 1143-12 1797 juni 26 1143-a Erfpachtbrief van de helft van 4 morgen land in de Lage Weide, 1772 mei 11 1772 mei 11 1 charter 5.16.4. Erfpachten in het Nederkwartier (Oostveen, Achttienhoven, Westbroek, Breukelen, Vreeland, Kortenhoef, Nederhorst, Mijdrecht, de Haar, Harmelen en Kamerik) 1144-1144 Erfpachtbrieven van 1 viertel veen of gedeelten ervan in Oostveen, tussen de Bisschopswetering en de Drinscote, 1389-1778 1389-1778 1 stuk en 41 charters Het betreft de Choralen NB 1144 1642 1144-2 1389 dec. 15 1144-3 1389 dec. 15 1144-4 1417 mei 3 1144-5 1421 nov. 24 1144-6 1421 nov. 24 1144-7 1422 juni 13 1144-8 1425 febr. 25 1144-9 1446 juni 13 1144-10 1478 febr. 7 1144-11 1478 febr. 9 1144-12 1479 mei 21 1144-13 1516 mei 22 1144-14 1541 mei 20 1144-15 1543 aug. 20 1144-16 1544 aug. 2 1144-17 1545 mei 10 1144-18 1545 dec. 11 1144-19 1559 mei 8 1144-20 1564 mrt. 18 1144-21 1564 mrt. 18 1144-22 1571 april 6 1144-23 1574 febr. 12 1144-24 1593 mrt. 17 1144-25 1594 nov. 17 1144-26 1603 dec. 29 1144-27 1612 mrt. 19 1144-28 1612 nov. 10 1144-29 1627 april 19 1144-30 1635 febr. 5 1144-31 1637 mei 17 1144-32 1638 juli 2 1144-33 1640 febr. 7 1144-34 1641 1144-35 1641 febr. 12 1144-36 1642 okt. 13 1144-37 1645 dec. 26 1144-38 1645 dec. 26 1144-39 1648 april 25 1144-40 1733 juli 6 1144-41 1734 jan. 21 1144-42 1778 juni 22 1145 Akte waarbij het kapittel aan de erfpachters Gijsbert Lamberts en Mirichgen Gijsbertsdochter te Oostveen vergunt om bij testament te beschikken over de helft van een halve viertel land aan de Maartensdijk, 1620 aug. 11 1620 aug. 11 1 charter Het betreft de Choralen NB 1145-1145 Erfpachtbrieven van 4 roeden veen van de Nieuwe Wetering tot de Drinscote met de helft van 6 roeden, 1502-1632 1502-1632 7 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1145-a 1502 jan. 21 1145-b 1504 dec. 14 1145-c 1511 mrt. 17 1145-d 1533 juli 29 1145-e 1559 mrt. 4 1145-f 1591 nov. 4 1145-g 1632 nov 13 1146-1146 Akte van willige condemnatie door het Hof van Utrecht van Gijsbert Mathiisz., die van het kapittel de erfgrift van enige venen binnen 25 jaren, blijvende de grond van die venen aan het kapittel, 1567, met executoriaal en bijbehorende stukken, 1573 1567, met executoriaal en bijbehorende stukken, 1573 1 omslag en 2 charters (getransfigeerd) Het betreft de Kleine Kamer NB 1146 1573 1146-2 1567 nov. 10 en 1573 juli 11 ( 2 charters getransfigeerd) 1147-1147 Erfpachtbrieven van landerijen te Blauwkapel, 1775, 1805 1775, 1805 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1147-1 1775 mrt. 6 1147-2 1805 febr. 18 1148-1148 Erfpachtbrieven van 4 en van 2 morgen land te Achttienhoven, 1370-1648 1370-1648 20 charters Het betreft de Bona divisa NB 1148-1 1370 mei 7 1148-2 1379 mrt. 8 1148-3 1381 dec. 17 1148-4 1401 juni 19 1148-5 1406 okt. 19 1148-6 1421 mei 16 1148-7 1499 sept. 10 1148-8 1499 sept. 10 1148-9 1518 febr. 1 1148-10 1534 dec. 12 1148-11 1535 april 3 1148-12 1538 febr. 4 1148-13 1554 febr. 13 1148-14 1558 dec. 10 1148-15 1561 mei 16 1148-16 1572 aug. 9 1148-17 1578 1148-18 1610 nov. 29 1148-19 1637 jan. 22 1148-20 1648 juli 7 1149-1149 Eigendomsbewijzen van de helft van een halve hoeve te Achttienhoven, 1491 1491 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1149-1 1491 juli 16 1149-2 1491 aug. 23 1150-1150 Erfpachtbrieven van 4 morgen land te Achttienhoven, 1491-1598 1491-1598 6 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1150-1 1491 juli 19 1150-2 1516 juni 23 1150-3 1516 juni 26 1150-4 1528 dec. 18 1150-5 1548 nov. 22 1150-6 1598 mrt. 8 1151 Eigendomsbewijs van 5 morgen land te Westbroek, 1625 febr. 15 1625 febr. 15 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1152-1152 Erfpachtbrieven van 5 morgen land te Westbroek, 1652-1657 1652-1657 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1152-1 1625 febr. 24 1152-2 1656 okt. 16 1152-3 1656 okt. 24 1153-1153 Erfpachtbrieven van 1 morgen 550 roeden land te Breukelen, 1736-1798 1736-1798 3 charters Kleine Kamer NB 1153-1 1736 juni 9 1153-2 1753 febr. 5 1153-3 1798 april 23 1154 Eigendomsbewijs voor de executeurs van het testament van domdeken Stephanus, van 44 morgen land bij Vreeland, 1297 febr. 19 1297 febr. 19 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1155-1155 Erfpachtbrieven van 44 morgen land bij Vreeland, 1321-1559 1321-1559 1 katern en 12 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1155 1518 1155-2 1321 febr. 7 1155-3 1361 dec. 17 1155-4 1390 1155-5 1410 okt. 20 1155-6 1424 mei 20 1155-7 1424 mei 20 1155-8 1424 mei 22 1155-9 1442 mrt. 8 1155-10 1460 mrt. 15 1155-11 1460 mrt. 15 1155-12 1518 mei 6 1155-13 1559 febr. 2 1156 Akte waarbij 44 morgen land bij Vreeland worden verkocht, behoudende het kapittel zijn recht van erfpacht, 1441 juli 11 1441 juli 11 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1157 Akte waarbij 44 morgen land bij Vreeland in twee partijen worden gesplitst, 1587 okt. 23 1587 okt. 23 1 charter 1158 Erfpachtbrief van 15 morgen land bij Vreeland, 1612 juli 23 1612 juli 23 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1159 Register van stukken betreffende drie processen, gevoerd tussen het domkapittel en de kerkmeesters van Breukelen over de eigendom van 3 morgen land in de polder Opten Nesch bij het slot Vredelant, 1506-1512 1506-1512 1 pak Betreft processen: - voor de officiaal van de bisschop, 1506 - voor de officiaal van de aartsbisschop van Keulen, 1510 - voor de pauselijke commissaris Johan Erwin van Ratingen, 1512, met getekend kaartje NB 1160-1160 Stukken overgelegd door het kapittel en vonnissen in de processen gevoerd door het kapittel tegen de kerkmeesters van Breukelen over de eigendom van 3 morgen land in de polder Opten Nesch bij het slot Vredelant in het gerecht van Nichtevecht, behorende aan het kapittel en in erfpacht bezeten door de heren van Nijenrode, 1506-1515 1506-1515 1 omslag en 1 charter Betreft processen: - voor de officiaal van de bisschop - voor Johan Erwin van Ratingen, pauselijk commissaris - voor Jan van Zyll, deken van Souburg, en Gherijt van Torn, deken van St. Pieter, pauselijke commissarissen NB 1160 1506-1515 1160-2 1512 febr. 26 1161-1161 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor de bisschoppelijke officiaal over 3 morgen land in de polder Opten Nesch, behorende aan het domkapittel, dat in het bezit wordt gestoord door de kerkmeesters van Breukelen en anderen, 1506-1509 1506-1509 1 stuk en 2 charters (getransfigeerd) 1161 1506 1161-2 1506 juli 16 en 1509 febr. 28 ( 2 charters getransfigeerd) 1162-1162 Akte waarbij de abt van Oostbroek, gedlegeerd pauselijk rechter, Johannes van Zyll, deken van Souburg, aanwijst als rechter in het geschil tussen het domkapittel en de kerkmeesters van Breukelen over de eigendom van 3 morgen land te Nigtevecht, met de uitspraak door deze en latere uitspraken van de deken van St. Pieter, 1513-1515 1513-1515 6 charters (waarvan 3 getransfigeerd) 1162-1 1513 dec. 22 1162-2 1514 juli 14 1162-3 1514 dec. 15, 1515 jan. 29 en 1515 febr. 23 ( 3 charters getransfigeerd) 1162-4 1515 mrt. 26 1163-1163 Erfpachtbrieven van een uiterdijkje of weerdje te Kortenhoef (Horstwaard), 1620, 1650 1620, 1650 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1163-1 1620 mei 18 1163-2 1650 mrt. 21 1164-1164 Erfpachtbrieven van 8 morgen land of de helft daarvan, te Nederhorst, 1398-1412 1398-1412 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1164-1 1398 sept. 20 1164-2 1412 juni 4 1164-3 1412 juni 4 1165-1165 Erfpachtbrieven van 2 akkers land te Mijdrecht, 1406-1547 1406-1547 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1165-1 1406 april 5 1165-2 1415 mei 10 1165-3 1547 nov. 26 1166-1166 Erfpachtbrieven van 2½ morgen 1 hond land gelegen bij de Haar, 1618 1618 6 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1166-1 1549 mei 10 1166-2 1558 juli 6 1166-3 1559 april 3 1166-4 1559 april 4 1166-5 1587 nov. 7 1166-6 1618 mei 26 1167-1167 Erfpachtbrieven van landerijen te Harmelen, in het Oudeland van de Breudijk tot de Hogedijk, 1548-1553 1548-1553 5 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1167-1 1548 febr. 3 1167-2 1548 febr. 15 1167-3 1550 juli 3 1167-4 1553 mei 11 1167-5 1553 mei 11 1168-1168 Erfpachtbrieven van 10 morgen 1½ hond land te Kamerik, 1485, 1559 1485, 1559 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1168-1 1485 juni 4 1168-2 1559 okt. 7 1168-a Erfpachtbrief van 4 morgen land in het Gein, 1758 febr. 13 1758 febr. 13 1 charter 5.16.5. Erfpachten in het kwartier van Montfoort (Nedereind van Jutphaas, Heycop, Reyerscop, Linschoten met Cattenbroek en Wulver horst, Heeswijk, Montfoort, Lopik, (Willige) Langerak, Hoenkoop en Papekop) 1169 Erfpachtbrief van 3 morgen land te Jutphaas, 1372 aug. 14 1372 aug. 14 1 charter Het is onduidelijk of dit perceel in het Overeind of in het Nedereind is gelegen NB 1170-1170 Erfpachtbrieven van een hoeve land in het Nedereind van Jutphaas, 1319-1421, met een akte waarbij de kameraar wordt gemachtigd uit de inkomsten 12 pond per jaar aan de kanunniken uit te delen tot viering van enige memories, 1319 8 charters Het betreft de Kleine Kamer. Na 1484 is deze hoeve, die vóór die tijd lang door het convent Vredendaal in erfpacht was gehouden, voor een termijn verpacht NB 1170-1 1319 mrt. 27 1170-2 1319 mrt. 29 1170-3 1319 mrt. 30 1170-4 1352 dec. 9 1170-5 1353 dec. 12 1170-6 1404 sept. 20 1170-7 1407 juli 29 1170-8 1421 aug. 19 1171-1171 Erfpachtbrieven van 1 morgen land, genomen uit 10 morgen, te Heycop, 1744, 1765 1744, 1765 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1171-1 1744 mrt. 9 1171-2 1765 juni 24 1172-1172 Erfpachtbrief van 500 roeden land, genomen uit 9 morgen gelegen in het gerecht van Reyerscop, 1787, met aantekening betreffende de overdracht van het perceel in 1791 1 stuk en 1 charter Het betreft de Bona divisa NB 1172 1791 1172-2 1787 okt. 8 1173 Akte waarbij Cornelis Capel c.u. uit Reyerscop voor een schuld van fl. 400 tegen 3 procent, 500 roeden land met hun huis daarop, in erfpacht bezeten van het kapittel, tot onderpand stellen, 1788 okt. 20 1788 okt. 20 1 charter Gecancelleerd NB 1174 Eigendomsbewijs van 2½ morgen land te Rapijnen in het gerecht van Rusche van Linschoten, ten behoeve van Theodericus Cruve, kanunnik van de Dom, 1304 mei 30 1304 mei 30 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1175 Eigendomsbewijs van 4½ morgen land te Cattenbroek in de parochie Harmelen, 1314 juni 22 1314 juni 22 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1176 Eigendomsbewijs van 3 morgen land in het gerecht van Linschoten, (vóór 1320) (vóór 1320) 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1177 Eigendomsbewijs van 15½ hond land te Wulverhorst, 1476 dec. 23 1476 dec. 23 1 charter Het betreft de Kleine Kamer. In de rekeningen staat dit perceel onder Montfoort, als liggende te Linschoterhaar NB 1178 Akte van afstand van erfpacht van 4½ morgen land te Cattenbroek en 2½ morgen land aan de Ka in de parochie Linschoten in het gerecht van Gerardus van Polanen, ridder, 1365 dec. 6 1365 dec. 6 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1179-1179 Erfpachtbrieven van landerijen te Linschoten, 1342-1478, 1594 1342-1478, 1594 12 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1179-1 1342 mrt. 10 1179-2 1342 mrt. 10 1179-3 1366 mrt. 7 1179-4 1368 jan. 15 1179-5 1378 mrt. 5 1179-6 1385 febr 1179-7 1398 juli 10 1179-8 1400 jan. 14 1179-9 1408 nov. 26 1179-10 1418 april 30 1179-11 1478 febr. 22 1179-12 1594 okt. 7 1180-1180 Akte van overdracht door Ghisebrecht, heer van Abcoude en Garebeek ten behoeve van de domproost van 20 morgen land te Linschoten, 13 morgen te Lopik en 2 viertel te Montfoort, met machtiging van Ghisebrecht aan Willam van de Oerde om het land in zijn naam over te dragen, 1356, een door de officiaal van de bisschop van beide akten, 1380, en afschriften van de akten van 1356, 17e eeuw 1 stuk en 3 charters Het betreft de Proosdijkamer. Deze partijen komen niet in de rekeningen van de proosdijgoederen voor. Het is niet duidelijk of ze in pacht of in erfpacht uitgegeven zijn NB 1180 17e eeuw 1180-2 1356 jan. 30 1180-3 1356 febr. 2 1180-4 1380 juni 1181-1181 Erfpachtbrieven van een hoeve land te Heeswijk, 1421-1617 1421-1617 11 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1181-1 1421 sept. 16 1181-2 1475 nov. 4 1181-3 1524 april 18 1181-4 1545 april 3 1181-5 1558 juni 11 1181-6 1562 dec. 10 1181-7 1563 juli 17 1181-8 1582 juni 15 1181-9 1602 april 1 1181-10 1612 okt. 30 1181-11 1617 juli 11 1182 Eigendomsbewijs van 3 viertel land te Montfoort, 1291 aug. 1291 aug. 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1183-1183 Erfpachtbrieven van 3 viertel land te Montfoort, 1540-1631 1540-1631 5 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1183-1 1540 nov. 10 1183-2 1593 okt. 7 1183-3 1626 mrt. 14 1183-4 1627 nov. 12 1183-5 1631 aug. 19 1184-1184 Eigendomsbewijzen van een halve hoeve land te Lopik, 1303 dec. 5 1303 dec. 5 2 charters 1184-1 Eigendomsbewijzen van een halve hoeve land te Lopik, 1303 dec. 5 1303 dec. 5 1 charter 1184-2 Eigendomsbewijzen van een halve hoeve land te Lopik, 1303 dec. 5 1303 dec. 5 1 charter 1185 Eigendomsbewijs van een halve hoeve land te Lopik, 1306 jan. 22 1306 jan. 22 1 charter 1186 Eigendomsbewijs van 6 morgen land, genaamd Ghelegens lants, te Lopik, 1330 juni 17 1330 juni 17 1 charter 1187-1187 Eigendomsbewijzen van 2 en 1 morgen land, gemeen liggende in 4 morgen, te Lopik, 1342 1342 2 charters 1187-1 1342 dec. 5 1187-2 1342 dec. 5 1188-1188 Eigendomsbewijs van een viertel land, te Lopik, 1361, met een oudere akte van overdracht, 1356 2 charters 1188-1 1356 aug. 28 1188-2 1361 sept. 29 1189-1189 Eigendomsbewijzen van 4 morgen land te Lopik en akten waarbij zij in lijfpacht worden genomen, 1440 1440 5 charters Het betreft de Fabriek NB 1189-1 1440 juli 8 1189-2 1440 juli 8 1189-3 1440 juli 12 1189-4 1440 aug. 5 1189-5 1440 aug. 5 1190-1190 Eigendomsbewijzen van een morgen land, gemeen liggende met 5 morgen de Dom toebehorende, te Lopik, 1469, met oudere akten van overdracht die 5 morgen, 1356 3 charters 1190-1 1356 aug. 14 1190-2 1469 april 19 1190-3 1469 april 11 1191-1191 Erfpachtbrieven van landerijen te Lopik, 1364-1787 1364-1787 41 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1191-1 1364 okt. 5 1191-2 1391 nov. 9 1191-3 1392 aug. 20 1191-4 1394 juli 6 1191-5 1402 mei 20 1191-6 1422 mrt. 9 1191-7 1424 dec. 31 1191-8 1470 juli 1 1191-9 1470 juli 6 1191-10 1520 dec. 10 1191-11 1546 sept. 25 1191-12 1548 nov. 30 1191-13 1558 aug. 11 1191-14 1562 mrt. 6 1191-15 1563 juli 31 1191-16 1579 nov. 21 1191-17 1579 dec. 16 1191-18 1593 juli 20 1191-19 1600 april 21 1191-20 1600 juni 28 1191-21 1602 mei 2 1191-22 1612 juli 22 1191-23 1612 aug. 22 1191-24 1613 mrt. 17 1191-25 1624 sept. 4 1191-26 1629 febr. 25 1191-27 1631 mei 30 1191-28 1639 mrt. 14 1191-29 1648 mrt. 13 1191-30 1649 april 2 1191-31 1663 mei 20 1191-32 1667 febr. 25 1191-33 1667 juni 24 1191-34 1667 juni 24 1191-35 1674 1191-36 1679 mei 5 1191-37 1681 juli 4 1191-38 1763 nov. 28 1191-39 1764 febr. 20 1191-40 1772 mrt. 23 1191-41 1787 nov. 26 1192 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door Dirck van Losecoot tegen het kapittel en Jan Cornelisz. van Dijck, over 10 morgen land te Lopik, zijnde erfpachtgoed van het kapittel, door eerstgenoemde gekocht buiten weten van het kapittel, dat de verkoop had aangenomen, 1604-1613 1604-1613 1 omslag 1193 Eigendomsbewijs van 7 morgen land te (Willige) Langerak, 1402 dec. 29 1402 dec. 29 1 charter Zie ook nr. 1312-1-1312-7 NB 1194 Eigendomsbewijs van een halve hoeve land in de parochie Oudewater in het gerecht van Gerardus van Vliet, ten behoeve van Theodericus Cruve, kanunnik van de Dom, 1301 mei 11 1301 mei 11 1 charter 1195-1195 Eigendomsbewijzen van 4 morgen land in het gerecht van Gerardus van Vliet ten behoeve van Theodericus Cruve, kanunnik van de Dom, 1305, 1306 1305, 1306 2 charters 1195-1 1305 mrt. 17 1195-2 1306 mei 9 1196-1196 Erfpachtbrieven van een hoeve land te Hoenkoop in het gerecht van Gherijt van de Vliet in de parochie Oudewater en van 18 (20) morgen land in het gerecht van de heer van Arkel in de parochie Haastrecht, 1370, 1393 1370, 1393 4 charters 1196-1 1370 okt. 15 1196-2 1370 nov. 29 1196-3 1393 okt. 12 1196-4 1393 nov. 2 1197 Kaart van een gedeelte van het gerecht van Hoenkoop. Tekening zonder naam, ca. 1650 ca. 1650 1 blad Het betreft een fragment NB 1198-1198 Erfpachtbrieven van een viertel land te Papekop, 1333-1338 1333-1338 6 charters 1198-1 1333 juli 26 1198-2 1333 aug. 3 1198-3 1354 nov. 22 1198-4 1355 jan. 22 1198-5 1386 jan. 26 1198-6 1388 nov. 6 5.16.6. Erfpachten in het Overkwartier (Hagestein, Wiers, Schalkwijk, Vuilkoop, Houten en het Goy, Koppel, Maarschalkerweerd, Bunnik en Vechten, Odijk, Nijendijk, Wijk bij Duurstede, Cothen, Langbroek, Rhenen, Leersum, Doorn en Zeist) 1199-1199 Erfpachtbrieven van landerijen te Hagestein, toebehorende aan het domkapittel, 1421-1736 1421-1736 19 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1199-1 1421 dec. 3 1199-2 1503 jan. 19 1199-3 1503 jan. 19 1199-4 1534 mrt. 12 1199-5 1534 juli 18 1199-6 1546 april 2 1199-7 1546 april 5 1199-8 1548 dec. 19 1199-9 1562 febr. 21 1199-10 1562 okt. 2 1199-11 1566 mrt. 8 1199-12 1566 mrt. 30 1199-13 1579 april 23 1199-14 1597 1199-15 1602 okt. 10 1199-16 1603 mei 1199-17 1627 mrt. 12 1199-18 1628 april 28 1199-19 1736 dec. 8 1200-1200 Erfpachtbrieven van landerijen te Hagestein, toebehorende aan de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1555-1664 1555-1664 8 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1200-1 1555 febr. 3 1200-2 1557 april 2 1200-3 1565 juni 16 1200-4 1571 aug. 18 1200-5 1606 mei 19 1200-6 1626 febr. 16 1200-7 1642 april 11 1200-8 1664 nov. 28 1201-1201 Erfpachtbrieven van een viertel land in de Wiers, 1388-1570 1388-1570 6 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1201-1 1388 april 17 1201-2 1564 mrt. 24 1201-3 1564 juli 10 1201-4 1566 febr. 7 1201-5 1566 april 1201-6 1570 juni 10 1202-1202 Eigendomsbewijzen van een hoeve land te Schalkwijk, 1272 1272 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1202-1 1272 febr. 5 1202-2 1272 febr. 5 1202-3 1272 april 1 1203-1203 Eigendomsbewijzen van een halve hoeve land te Schalkwijk voor Anthonius Pott, kanunnik van de Dom, 1495-1496, met oudere akten van overdracht, 1436-1466, en een erfpachtbrief, 1495 9 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1203-1 1436 jan. 16 1203-2 1438 dec. 13 1203-3 1466 mei 7 1203-4 1495 mei 5 1203-5 1495 mei 5 1203-6 1495 mei 14 1203-7 1495 mei 14 1203-8 1495 mei 16 1203-9 1496 april 13 1204 Bewijs van lijftocht uit een hoeve land te Schalkwijk ten behoeve van de vrouw van Symon van Amersvorde, 1349 mei 10 1349 mei 10 1 charter 1205 Kaart door J. van Broeckhuysen van een perceel land met huis, gelegen aan de Schalkwijker wetering tegenover de kerk van Schalkwijk, 1702 1702 1 blad 1206-1206 Erfpachtbrieven van landerijen te Schalkwijk, 1344-1776, met een bewijs van een rente uit een halve viertel land, door een erfpachter gegeven, 1417 1417 41 charters Het betreft de Bona divisa NB 1206-1 1344 sept. 9 1206-2 1367 dec. 13 1206-3 1393 juni 7 1206-4 1407 dec. 31 1206-5 1414 juli 28 1206-6 1417 jan. 15 1206-7 1417 jan. 16 1206-8 1434 mrt. 10 1206-9 1438 nov. 4 1206-10 1490 mei 25 1206-11 1501 febr. 11 1206-12 1501 febr. 11 1206-13 1501 febr. 11 1206-14 1501 febr. 11 1206-15 1502 febr. 16 1206-16 1543 febr. 6 1206-17 1543 febr. 6 1206-18 1543 sept. 13 1206-19 1543 sept. 14 1206-20 1561 juni 4 1206-21 1562 febr. 28 1206-22 1562 febr. 28 1206-23 1565 febr. 10 1206-24 1582 juli 24 1206-25 1591 febr. 17 1206-26 1598 dec. 10 1206-27 1598 dec. 10 1206-28 1604 jan. 23 1206-29 1619 sept. 30 1206-30 1640 mrt. 17 1206-31 1642 1206-32 1654 sept. 26 1206-33 1659 1206-34 1660 1206-35 1660 1206-36 1725 mrt. 12 1206-37 1734 juli 11 1206-38 1735 nov. 5 1206-39 1735 nov. 5 1206-40 1764 sept. 22 1206-41 1776 sept. 2 1207-1207 Erfpachtbrieven van landerijen te Schalkwijk, met akten van afstand van erfpacht, 1361-1662 1361-1662 20 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1207-1 1361 mrt. 6 1207-2 1368 jan. 24 1207-3 1370 juni 27 1207-4 1410 april 30 1207-5 1422 aug. 1 1207-6 1460 aug. 3 1207-7 1460 okt. 31 1207-8 1460 nov. 3 1207-9 1460 nov. 3 1207-10 1493 april 18 1207-11 1540 april 6 1207-12 1550 mei 2 1207-13 1559 okt. 6 1207-14 1579 jan. 7 1207-15 1579 dec. 3 1207-16 1581 1207-17 1595 1207-18 1620 1207-19 1628 1207-20 1662 april 7 1208 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Henrick Willemss. Neutman, over de vraag of de erfpacht van 6 oude schilden uit een halve hoeve land te Schalkwijk moet berekend worden volgens de nominale of de reëele waarde van het oude schild, 1562 1562 1 pak 1209 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Gerrit Cornelisz. de Rues, die zijn erfpachtgoed te Schalkwijk zonder toestemming van het kapittel had verkocht, 1617-1618 1617-1618 1 omslag 1210 Akte waarbij Johannes van Lent de hofstede en landen te Schalkwijk, die hij in erfpacht houdt van het kapittel, tot onderpand stelt voor een schuld van fl. 8000, 1776 sept. 2 1776 sept. 2 1 charter Gecancelleerd. Het betreft de Bona divisa NB 1211-1211 Eigendomsbewijs van 3 morgen land te Vuilkoop, 1485, met oudere akten van overdracht en akte waarbij de verkoper de landen in erfpacht ontvangt, 1465-1484 1465-1484 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1211-1 1465 nov. 27 1211-2 1473 febr. 28 1211-3 1484 1211-4 1485 jan. 5 1212-1212 Erfpachtbrieven van 3 morgen land in Vuilkoop, 1545-1600 1545-1600 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1212-1 1545 april 6 1212-2 1558 juli 4 1212-3 1600 1212-4 1600 mei 19 1213 Octrooi door het kapittel aan Elias van Oudeweert verleend om te beschikken over 3 morgen land in Vuilkoop, door hem in erfpacht gehouden, 1602 april 14 1602 april 14 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1214-1214 Erfpachtbrieven van landerijen te Vuilkoop, 1405-1775 1405-1775 7 charters Het betreft de Bona divisa NB 1214-1 1405 juni 3 1214-2 1414 nov. 3 1214-3 1414 nov. 3 1214-4 1418 okt. 16 1214-5 1425 mei 12 1214-6 1425 mei 12 1214-7 1775 1215 Erfpachtbrief van 25 morgen land te Vuilkoop, 1529, met aantekening betreffende de afdoening van de erfpacht, 1531 april 25 1531 april 25 1 charter Gecancelleerd. Het betreft de Bona divisa. De betreffende landen zijn tevoren en later verpacht geweest NB 1216-1216 Gerechtsbrief van Schonauwen, waarbij een halve hoeve land, die van het kapittel in erfpacht wordt gehouden, met toestemming van het kapittel in lijftocht wordt gegeven, 1606, met retroactum van 1425 1606, met retroactum van 1425 1 stuk en 1 charter Het betreft de Bona divisa NB 1216 1425 1216-2 1606 nov. 25 1217-1217 Uitspraak door scheidsrechters in een geschil tussen het kapittel en Alardus Scade over een door deze in erfpacht gehouden hoeve te Houten, liggende in zeven partijen, met erfpachtbrief, 1396, en akten waarbij verschillende personen hun erfpacht- en andere rechten op een hoeve te Houten aan het kapittel afstaan, 1404 1404 6 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1217-1 1396 april 10 1217-2 1396 dec. 17 1217-3 1404 mrt. 29 1217-4 1404 april 5 1217-5 1404 april 5 1217-6 1404 juni 12 1218-1218 Eigendomsbewijs van 3½ morgen en 9 roeden land in het Goy, 1484, met oudere akten van overdracht, 1472-1480 1472-1480 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1218-1 1472 juni 23 1218-2 1479 febr. 18 1218-3 1480 mrt. 30 1218-4 1484 nov. 28 1219-1219 Eigendomsbewijs van een rente uit 4 morgen 2 hond land te Houten, 1493, met oudere akten van overdracht en erfpachtbrief, 1431-1485 8 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1219-1 1418 mrt. 16 1219-2 1431 sept. 28 1219-3 1480 nov. 24 1219-4 1480 nov. 24 1219-5 1485 mrt. 8 1219-6 1485 mrt. 8 1219-7 1485 mrt. 8 1219-8 1493 sept. 6 1220 Akte van overdracht van 6 morgen land in het Goy, waaruit het kapittel een rente trekt van 6 pond jaarlijks, 1437 juli 13 1437 juli 13 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1221 Akten van overdracht van een derde deel van de helft van 11½ morgen land, gelegen te Houten in 3 percelen, uit een waarvan groot 7½ morgen, het kapittel een rente trekt van 4 pond 10 schellingen jaarlijks, 1501-1546. Afschriften 1501-1546. Afschriften 1 omslag 1222-1222 Erfpachtbrieven van landerijen te Houten en het Goy, 1359-1732 1359-1732 29 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1222-1 1359 okt. 31 1222-2 1479 nov. 19 1222-3 1484 dec. 4 1222-4 1501 jan. 16 1222-5 1501 jan. 16 1222-6 1504 okt. 9 1222-7 1518 nov. 3 1222-8 1518 nov. 4 1222-9 1524 okt. 28 1222-10 1535 mrt. 20 1222-11 1541 nov. 29 1222-12 1545 dec. 19 1222-13 1546 april 10 1222-14 1546 mei 3 1222-15 1554 april 16 1222-16 1555 1222-17 1557 april 24 1222-18 1559 april 14 1222-19 1563 nov. 6 1222-20 1565 dec. 5 1222-21 1567 juni 6 1222-22 1574 juni 22 1222-23 1577 1222-24 1595 juni 10 1222-25 1605 febr. 8 1222-26 1615 aug. 5 1222-27 1615 sept. 12 1222-28 1629 nov. 30 1222-29 1732 febr. 20 1223-1223 Erfpachtbrieven van landerijen op de Koppel, 1670-1744 1670-1744 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1223-1 1670 april 17 1223-2 1741 mei 25 1223-3 1741 okt. 3 1223-4 1744 sept. 24 1224-1224 Erfpachtbrieven van landerijen in Maarschalkerwaard, 1626-1679 1626-1679 6 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1224-1 1626 sept. 6 1224-2 1631 mrt. 20 1224-3 1631 aug. 18 1224-4 1647 mrt. 23 1224-5 1647 mrt. 23 1224-6 1679 april 12 1225 Stukken betreffende een geschil tussen de erfgenamen van Jan van Wijck over het verzuim van erfpacht van 8 morgen land te Maarschalkerwaard, 1647-1657 1647-1657 1 omslag 1226-1226 Erfpachtbrieven van landerijen te Bunnik en Vechten, 1484-1795 1484-1795 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1226-1 1484 sept. 3 1226-2 1748 mrt. 24 1226-3 1795 juni 15 1227-1227 Eigendomsbewijzen van 19½ morgen te Odijk in verschillende percelen, 1505, met oudere leenbrieven en akten van overdracht, 1456-1604 1 omslag en 5 charters Het betreft de Kleine Kamer. Één van de charters is een chirograaf NB 1227 1504-1505 1227-2 1456 april 18 1227-3 1468 mei 7 1227-4 1503 mei 6 1227-5 1505 mrt. 31 1227-6 1505 april 1 1228-1228 Erfpachtbrieven van landerijen te Odijk, 1339-1408 1339-1408 6 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1228-1 1339 nov. 20 1228-2 1342 juni 25 1228-3 1347 juli 25 1228-4 1364 okt. 31 1228-5 1394 nov. 28 1228-6 1408 mei 5 1229-1229 Erfpachtbrieven van landerijen te Nijendijk, 1376, 1545-1758 1376, 1545-1758 13 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1229-1 1376 juni 27 1229-2 1545 febr. 12 1229-3 1550 mei 4 1229-4 1562 juli 23 1229-5 1564 sept. 9 1229-6 1564 sept. 9 1229-7 1565 dec. 7 1229-8 1649 okt. 29 1229-9 1732 juni 19 1229-10 1732 juni 19 1229-11 1738 jan. 20 1229-12 1743 jan. 31 1229-13 1758 sept. 30 1230-1230 Erfpachtbrieven van landerijen te Wijk bij Duurstede, 1346-1737 1346-1737 21 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1230-1 1346 april 20 1230-2 1366 jan. 11 1230-3 1378 jan. 26 1230-4 1387 febr 1230-5 1385 nov. 19 1230-6 1413 april 19 1230-7 1509 jan. 26 1230-8 1509 jan. 26, met een aangehecht stuk 1230-9 1536 juni 9 1230-10 1537 sept. 25 1230-11 1537 okt. 3 1230-12 1539 juni 6 1230-13 1541 mrt. 12 1230-14 1559 juli 11 1230-15 1565 jan. 16 1230-16 1573 juni 1 1230-17 1658 jan. 11 1230-18 1681 mrt. 23 1230-19 1734 juni 5 1230-20 1735 juli 15 1230-21 1737 mrt. 16 1231 Akte van verzoek van erfpacht van 3½ morgen 3 hond land te Wijk bij Duurstede, 1499 juni 14 1499 juni 14 1 charter 1232 Akte van schenking aan het kapittel door Johannes van Westende, vicaris van de Dom, van 3½ morgen land te Cothen, een viertel land aan de Vlist, 2 morgen 4 hond land bij de Haar in de parochie Vleuten en 1 morgen land te Houten, 1342 dec. 19 1342 dec. 19 1 charter 1233 Akte van overdracht van 6 morgen 2 hond land te Cothen aan Johan Bannen, 1356 mrt. 3 1356 mrt. 3 1 charter 1234 Eigendomsbewijs van een hofstede te Cothen, 1381 sept. 12 1381 sept. 12 1 charter 1235-1235 Eigendomsbewijs van 6 morgen land te Cothen, 1384 1384 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1235-1 1384 aug. 21 1235-2 1384 aug. 21 1236-1236 Erfpachtbrieven van landerijen te Cothen, 1364-1736 1364-1736 51 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1236-1 1364 april 27 1236-2 1381 nov. 29 1236-3 1394 febr. 4 1236-4 1402 febr. 7 1236-5 1402 mrt. 10 1236-6 1404 sept. 20 1236-7 1406 mei 29 1236-8 1413 dec. 15 1236-9 1414 jan. 27 1236-10 1414 juli 21 1236-11 1416 juli 24 1236-12 1417 mrt. 17 1236-13 1422 mei 16 1236-14 1422 mei 16 1236-15 1425 nov. 14 1236-16 1454 dec. 29 1236-17 1485 1236-18 1535 sept. 24 1236-19 1535 sept. 26 1236-20 1539 april 1 1236-21 1545 april 8 1236-22 1551 aug. 4 1236-23 1551 okt. 3 1236-24 1558 jan. 14 1236-25 1564 dec. 3 1236-26 1566 mrt. 8 1236-27 1566 mrt. 8 1236-28 1566 aug. 2 1236-29 1570 1236-30 1570 juli 3 1236-31 1574 okt. 14 1236-32 1576 jan. 20 1236-33 1579 nov. 10 1236-34 1580 jan. 20 1236-35 1580 nov. 5 1236-36 1580 dec. 21 1236-37 1581 jan. 7 1236-38 1584 mei 22 1236-39 1588 mrt. 1 1236-40 1589 jan. 7 1236-41 1600 mei 19 1236-42 1620 mei 13 1236-43 1631 1236-44 1640 sept. 16 1236-45 1645 jan. 9 1236-46 1649 febr. 12 1236-47 1659 1236-48 1663 april 23 1236-49 1732 mei 3 1236-50 1734 juni 19 1236-51 1736 juni 26 1237 Octrooi van het kapittel voor Willem Gerritsz. Cleuting om bij testament te mogen beschikken over ongeveer 3 morgen land te Cothen, genaamd de Compostel, erfpachtgoed van het kapittel, 1617 sept. 6 1617 sept. 6 1 charter 1238-1238 Gerechtsbrieven van Cothen waarbij Peter Joosten Verwey geërfd wordt aan 1½ morgen land in de Hoftiend aldaar, en het perceel wederom overdraagt aan Corsie Teunis, weduwe Hendrik Willemsen van Schayck, 1670, 1682 1682 2 charters Het kapittel ontving een erfpacht uit 1½ morgen in de Hoftiend. Uit de akten blijkt niet dat ze hetzelfde perceel betreffen NB 1238-1 1670 juli 31 1238-2 1682 mei 4 1239-1239 Uitspraak door scheidsrechters in het geschil tussen het kapittel en Ghyselbertus van Wallenborch met zijn broeders over 13 morgen land in drie partijen te Nederlangbroek, waarvan de eigendom aan het kapittel en het erfpachtrecht aan de tegenpartij wordt toegewezen, met de akten van uitgifte en aanneming in erfpacht, 1343, en een (doorgestoken) akte van overdracht van erfpacht, 1356 1356 4 charters Het betreft de Bona divisa NB 1239-1 1343 mei 24 1239-2 1343 aug. 7 1239-3 1343 sept. 9 1239-4 1356 sept. 27 1240-1240 Erfpachtbrieven van landerijen te Langbroek, 1360-1785 1360-1785 13 charters Het betreft de Bona Divisa NB 1240-1 1360 dec. 24 1240-2 1393 mrt. 18 1240-3 1414 mrt. 13 1240-4 1545 mrt. 30 1240-5 1545 april 8 1240-6 1554 mei 12 1240-7 1620 mrt. 6 1240-8 1669 juni 14 1240-9 1738 nov. 22 1240-10 1743 april 13 1240-11 1744 mrt. 28 1240-12 1781 febr. 5 1240-13 1785 dec. 12 1241-1241 Erfpachtbrieven van landerijen te Langbroek, 1546-1788 1546-1788 7 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1241-1 1546 mei 29 1241-2 1614 sept. 8 1241-3 1645 juni 17 1241-4 1741 juli 28 1241-5 1766 jan. 1 1241-6 1775 jan. 16 1241-7 1788 april 28 1242 Akte waarbij het kapittel verklaart dat 6 morgen land Neerlangbroek, die van het kapittel in erfpacht worden gehouden, door Henrick van Schayck en Heyltje Hendricks, echtelieden, zijn bezwaard met een hypotheek van fl. 250, rentende fl. 5,10 st., ten behoeve van Laurens Pitt, kanunnik van St. Marie, 1722 juni 20 1722 juni 20 1 charter 1243 Erfpachtbrief van een halve hoeve land, gelegen in het bos van Dirc van Dolre, geheten de Riddermerct, en van 5½ hond land gelegen bij Ter Horst bij Rhenen, 1445 juni 30 1445 juni 30 1 charter Het betreft de Choralen NB 1244-1244 Erfpachtbrieven van huizen te Rhenen, 1395-1422 1395-1422 8 charters Het betreft de Choralen NB 1244-1 1395 jan. 14 1244-2 1395 mei 23 1244-3 1395 juni 1 1244-4 1400 jan. 14 1244-5 1400 juni 8 1244-6 1401 juni 21 1244-7 1417 juni 5 1244-8 1422 juni 23 1245-1245 Erfpachtbrieven van landerijen te Leersum, 1738 1738 2 charters 1245-1 1738 okt. 14 1245-2 1738 okt. 15 1246-1246 Erfpachtbrieven van de hof en van landerijen te Doorn, 1366-1441 1366-1441 4 charters Het betreft de Proosdijkamer NB 1246-1 1366 mrt. 14 1246-2 1366 mrt. 14 1246-3 1380 juni 10 1246-4 1441 febr. 25 1247-1247 Erfpachtbrieven van 3 morgen land te Zeist, 1359-1393 1359-1393 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1247-1 1359 febr. 21 1247-2 1393 juni 30 5.16.7. Erfpachten in Eemland (Stoutenburg) 1248-1248 Erfpachtbrieven van landerijen te Stoutenburg, 1563-1779 1563-1779 8 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1248-1 1563 febr. 5 1248-2 1605 aug. 24 1248-3 1631 juni 27 1248-4 1638 okt. 23 1248-5 1663 febr. 23 1248-6 1732 okt. 6 1248-7 1774 jan. 24 1248-8 1779 april 12 5.16.8. Erfpachten in Rijnland (Leiderdorp en Voorschoten) 1249-1249 Vidimussen door de deken van St. Jan, in een notarieel afschrift van 1356, en door door de bisschoppelijke officiaal van een erfpachtbrief van 1330 van de proosdijgoederen te Leiderdorp, 1345, 1387 2 charters De brief van 1345 is op voorwaarden van een hier in opgenomen brief van 1240 NB 1249-1 1356 aug. 23 1249-2 1387 sept. 19 1250 Verklaring door Henric die Vliegher, priester, dat Dirc van de Bosse voor de domdeken en enige andere heren, bij afwezigheid van de domproost, erkend heeft bereid te zijn deze te doen wat hij schuldig was vanwege 14 morgen land te Leiderdorp te Achthoven, hem en zijn vrouw bij schepenbrief aangekomen, 1383 1383 1 stuk 1251 Erfpachtbrief van 12 roeden land in de parochie Voorschoten, 1359 mrt. 1 1359 mrt. 1 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 5.16.9. Erfpachten in Delfland (Rijswijk, Wateringen en Schipluiden) 1252 Eigendomsbewijs van 4 morgen land op Okkenberg te Rijswijk, 1364 april 5 1364 april 5 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1253 Erfpachtbrief van 4 morgen land te Rijswijk, 1364 april 5 1364 april 5 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1254 Erfpachtbrief van 1 morgen en 29 gaarden land te Wateringen, 1387 mei 29 1387 mei 29 1 charter Het betreft de Fabriek NB 1255-1255 Erfpachtbrieven van 146 morgen land in de parochies Delft en Schipluiden, 1295-1618 1295-1618 5 charters Het betreft de Grote Kamer. De brief van 1295 is een vidimus uit 1349 door de proost van Koningsveld NB 1255-1 1349 april 30 1255-2 1427 dec. 10 1255-3 1510 nov. 24 1255-4 1510 nov. 24 1255-5 1618 juli 16 1256 Notariële akte waarbij het kapittel de berechting van een geschil tussen Andries van Liss en Philips die Bloet, over goederen te Schipluiden, opdraagt aan de officialen van de bisschop en de aartsdiaken van de Dom, 1412 okt. 25 1412 okt. 25 1 charter 1257 Citatie door de officiaal van de aartsdiaken van de Dom, ter verzoeke van het kapittel, van allen die belang mogen hebben bij een geschil over de eigendom van landerijen onder Delft en Schipluiden, 1502 sept. 16 1502 sept. 16 1 charter 1258 Verklaring door Ott van Egmont dat het kapittel hem gemachtigd heeft om alle landen, die zijn ouders in erfpacht hadden ontvangen, te doen meten, de bepaling daarvan te nemen en de vervreemde percelen en de overmaat daarvan te herwinnen, en dat hij dit eerlijk zal nakomen, 1542 sept. 1 1542 sept. 1 1 charter 1259 Stukken betreffende de verpanding door de regering van Delft van het erfpachtgoed van het kapittel te Schipluiden aan jhr. Otto van Egmond, heer van Kenenburg, en de aflossing van de pandsom door het kapittel, 1574-1582 1574-1582 1 omslag 1260 Akte waarbij Jacob van Egmont zich verbindt de goederen, die hij en zijn voorouders van het kapittel in erfpacht hebben gehad, te doen opmeten, die blijkens de opmeting vervreemde landen opnieuw in te winnen en op de vroegere voorwaarden te bezitten, 1587 sept. 28 1587 sept. 28 1 charter 1261 Akte waarbij Jacob van Sevender, heer van Rennenberch, verklaart door het kapittel gemachtigd te zijn, de vanouds door zijn voorvaderen in erfpacht bezeten goederen, gealiëneerd zijn, in te winnen, en de erfpacht ontvangt, 1628 aug. 14 1628 aug. 14 1 charter 1262 Aantekening betreffende de overlevering van stukken behorende tot de verkochte goederen te Schipluiden, 1662 1662 1 stuk 5.16.10. Erfpachten in Schieland (Hillegersberg) 1263-1263 Testament van Walterus Johannis de Delf, kanunnik van de Dom, met nadere bescheiden, waarbij het kapittel de eigendom verkrijgt van 14 morgen erfpachtland te Hillegersberg, 1400-1406 1400-1406 1 omslag en 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1263 1406 1263-2 1400 febr. 25 1263-3 1406 okt. 9 1264-1264 Erfpachtbrieven van 14 morgen land te Hillgersberg, met een bijlage, 1406-1584 1406-1584 1 stuk en 10 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1264 1406 1264-2 1415 april 19 1264-3 1435 aug. 9 1264-4 1470 aug. 6 1264-5 1492 mei 18 1264-6 1535 mei 29 1264-7 1556 jan. 13 1264-8 1556 mrt. 26 1264-9 1565 dec. 5 1264-10 1577 dec. 20 1264-11 1584 jan. 4 5.16.11. Erfpachten in de Krimpenerwaard (Lekkerkerk, Haastrecht, Vlist en Schoonhoven) 1265 Vidimus, naar een oud register, door het kapittel van Oudmunster van een akte van schenking van 1122 door keizer Hendrik V aan de kapittels van de Dom en Oudmunster van het graafschap in de gouw IJssel en Lek, 1637 april 6 1637 april 6 1 charter 1266-1266 Akten waarbij de visserij in de mond van de Lek in erfleen of erfpacht wordt genomen, 1321-1742, met akten van verzoek van erfpacht en procuraties tot verzoek of aanvaarding van erfpacht, 1446-1746 1 omslag en 21 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1266 1665-1746 1266-2 1321 april 12 1266-3 1321 april 12 1266-4 1340 mrt. 11 1266-5 1398 dec. 21 1266-6 1419 aug. 17 1266-7 1424 febr. 4 1266-8 1446 nov. 2 1266-9 1446 nov. 9 1266-10 1478 febr. 17 1266-11 1478 febr. 22 1266-12 1505 april 23 1266-13 1506 mei 29 1266-14 1539 nov. 3 1266-15 1545 mei 20 1266-16 1601 febr. 22 1266-17 1626 mrt. 21 1266-18 1628 mrt. 13 1266-19 1665 aug. 14 1266-20 1648 mrt. 17 1266-21 1741 mei 29 1266-22 1742 jan. 15 1266-23 1742 jan. 15 1266-24 1746 juli 16 1266-25 1746 aug. 6 1267 Uitspraak door de pauselijke auditor in het proces van het domkapittel tegen Engelbertus, graaf van Nassau, heer van Breda en de Lek, diens vrouw Johanna en hun dienaar de bastaard Johannes van de Lek, over de visserij in de mond van de Lek, 1419 mei 26 1419 mei 26 1 charter 1268 Overeenkomst tussen Engelbrecht, graaf van Nassau, heer van de Lek, en Aelbrecht van Naeldwyck, onder meer over de visserij in de Lek, 1429. Afschrift 1429. Afschrift 1 stuk 1269-1269 Brief van de abt van Oostbroek, conservator van de rechten van de vijf kapittels van Utrecht, waarbij de geestelijkheid wordt gelast zekere inwoners van Lekkerkerk te waarschuwen, die inbreuk hebben gemaakt op het recht van het kapittel op de visserij in de Lek, 1495, met een door het gerecht van Schoonhoven opgemaakte getuigenverklaring, 1496 2 charters 1269-1 1495 mei 7 1269-2 1496 nov. 18 1270 Brief van jonkvrouwe Agnies van Nederveen en jonkvrouwe Adriane van Nyenvelt, zusters, geboren uit het geslacht van Naaldwijk, aan mr. Anthonis Pot, Groot kameraar, waarin zij de hulp van het kapittel van de Dom inroepen ter bescherming van hare rechten op de vronen te Lekkerkerk tegen de proceduren van de heren van Oudmunster, 1498 1498 1 stuk 1271-1271 Akte van overdracht aan Frederik van Nyevelt van een rente van 100 Rijnse gulden uit de heerlijkheid Lekkerkerk, Krimpen en Zuidbroek, met de visserij, met akte waarbij Hendrik van Nassau de visserij in de Lek weer geheel van Frederik van Nyevelt aanvaardt, 1505 1505 2 charters 1271-1 1505 febr. 15 1271-2 1505 sept. 6 1272 Afschriften en vertalingen van twee erfpachtbrieven waarbij Willem, prins van Oranje, van het domkapittel de visserij in de mond van de Lek, en Willem, graaf van de Bergh, van de domproost de goederen te Knijfheze bij Emmerik in erfpacht nemen, 1545-1546 1545-1546 1 omslag 1273 Stuk betreffende het proces gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen de procureur-generaal, als opvolger van de prins van Oranje, tot vervallen verklaring door de erfpacht van de visserij in de mond van de Lek, (1568) (1568) 1 stuk 1274 Stukken betreffende het proces gevoerd voor de Geheime Raad door de kapittels van de Dom en Oudmunster tegen de ontvanger van de heerlijkheid van de Lek en andere goederen van de prins van Oranje in Holland over achterstallige erfpacht, 1572-1573 1572-1573 1 omslag 1275 Stukken betreffende de vernieuwing van de erfpacht van de visserij in de Lek ten behoeve van prins Maurits, 1590-1601 1590-1601 1 omslag 1276 Verzoekschrift door W.H. graaf van Nassau la Lecq om afschriften van archiefstukken betreffende de visserij in de Lek, ten behoeve van een proces voor het Hof van Holland, 1747, met aantekeningen over archiefstukken van 1321-1746 1747, met aantekeningen over archiefstukken van 1321-1746 1 omslag 1277 Eigendomsbewijs van 8 morgen land in de parochie Haastrecht, in het gerecht van Johannes van Leda, ridder ten behoeve van Theodericus Cruve, kanunnik van de Dom, 1301 mei 24 1301 mei 24 1 charter 1278 Eigendomsbewijs van 8½ morgen land in de parochie Haastrecht, in het gerecht van Johannes van Leda, ridder, 1301 juni 2 1301 juni 2 1 charter 1279 Eigendomsbewijs van 11 morgen land te Haastrecht, ten behoeve van Dieric de Cruve, kanunnik van de Dom, 1306 jan. 31 1306 jan. 31 1 charter 1280 Eigendomsbewijs van een viertel land in het gerecht van de proost van Oudmunster binnen het gerecht van Haastrecht, 1308 febr. 9 1308 febr. 9 1 charter 1281-1281 Eigendomsbewijzen van 2 viertel land in de parochie Haastrecht in het gerecht van heer Arnoldus van Steyn, ridder, 1311 okt. 7 1311 okt. 7 2 charters 1281-1 Eigendomsbewijzen van 2 viertel land in de parochie Haastrecht in het gerecht van heer Arnoldus van Steyn, ridder, 1311 okt. 7 1311 okt. 7 1 charter 1281-2 Eigendomsbewijzen van 2 viertel land in de parochie Haastrecht in het gerecht van heer Arnoldus van Steyn, ridder, 1311 okt. 7 1311 okt. 7 1 charter 1282 Eigendomsbewijs van 12 morgen land (te Haastrecht), 1312 juli 26 1312 juli 26 1 charter 1283 Eigendomsbewijs van 9 morgen land te Haastrecht, 1316 febr. 7 1316 febr. 7 1 charter 1284 Eigendomsbewijs van 4 morgen land beneden de kerk van Haastrecht, 1316 april 22 1316 april 22 1 charter 1285 Eigendomsbewijs van ongeveer 15 morgen land aan de Vlist, ten behoeve van Ghisebrecht Jacobsz. en Ysbrant Florensz, 1374 nov. 25 1374 nov. 25 1 charter 1286 Eigendomsbewijs van 14 morgen 2 hond land aan de Vlist, genaamd het Leen, 1394 sept. 26 1394 sept. 26 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1287 Eigendomsbewijs van een stuk land, genaamd het Leen, en nog 7 morgen min 1 hond land aan de Vlist, 1394 sept. 28 1394 sept. 28 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1288 Akte waarbij Johan, burggraaf van Montfoort, zich verbindt aan het kapittel de 10 hond Land te Haastrecht, welke zijn vader zich te onrechte had toegeëigend, weer te leveren binnen een jaar of anders goederen in het Sticht te verbinden voor een rente van 4 oude Franse schilden, 1461 mei 21 1461 mei 21 1 charter 1289 Akte waarbij het kapittel aan Emilius Gool, burgemeester van Gouda, 4 morgen land verkoopt, gemener voor in 16 morgen, in de polder Rosendaal, 1668 1668 1 stuk 1290-1290 Erfpachtbrieven van landerijen te Haastrecht, 1310-1414 1310-1414 3 charters 1290-1 1310 juni 13 1290-2 1342 april 12 1290-3 1414 mrt. 14 1291-1291 Akten waarbij landerijen in erfpacht worden genomen van Theodericus Cruve, kanunnik van de Dom, 1311-1320 1311-1320 3 charters 1291-1 1311 april 15 1291-2 1311 april 18 1291-3 1320 dec. 19 1292 Akte waarbij Willem van Beckenvort afstand doet van zijn recht op de landerijen in het land van Haastrecht, die heer Dirc van Arkel en hijzelf van het kapittel gepacht hadden, aan genoemde Dirc, 1342 april 2 1342 april 2 1 charter 1293 Erfpachtbrief van 58 morgen land te Haastrecht, Polsbroek en aan de Vlist, 1389 febr. 26 1389 febr. 26 1 charter 1294-1294 Stukken betreffende geschillen in de familie van de heren van Haastrecht over (erf)pachtgoederen van het kapittel, 1389-1390 1389-1390 3 charters 1294-1 1389 juli 19 1294-2 1390 febr. 28 1294-3 1390 febr. 28 1295-1295 Erfpachtbrieven van 107 of 108 morgen land te Haastrecht, aan de Vlist en te 's Heer-Aartsberg, 1390-1408 1390-1408 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1295-1 1390 mei 13 1295-2 1408 mei 12 1296 Akte waarbij Pouwels van Haestrecht, ridder, afziet van de erfpacht van 58 morgen land in de parochie Haastrecht, en deze met nog 50 morgen in de parochie 's Heer-Aartsberg op nieuw in erfpacht neemt, 1391 juni 24 1391 juni 24 1 charter 1297 Eigendomsbewijs van 6 morgen land aan de westzijde van de Vlist, 1391 dec. 7 1391 dec. 7 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1298 Eigendomsbewijs van 4½ morgen land in het Nedereind van Stolkwijk, 1392 april 6 1392 april 6 1 charter 1299 Erfpachtbrief van 6 morgen land aan de westzijde van de Vlist en 4½ morgen land in het Nedereind vam Stolkwijk, 1393 jan. 31 1393 jan. 31 1 charter 1300 Eigendomsbewijs van 5 morgen land aan de oostzijde van de Vlist, 1395 mrt. 16 1395 mrt. 16 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1301-1301 Erfpachtbrieven voor Johan Gerardijn van landerijen aan de Vlist, 1395 1395 2 charters 1301-1 1395 febr. 3 1301-2 1395 april 3 1302 Akte waarbij Johan Gerardijn, deken te Gorinchem, afstand doet van zijn erfpachtrecht op verschillende landerijen, tezamen 94 morgen 1 hond, in het land van Haastrecht beoosten en bewesten de Vlist, te Ammers, Lekkerland, Zuidbroek en Streefland, ten dele behorende aan de altaren van St. Willbrordus en St. Blasius in de Dom, 1402 mrt. 11 1402 mrt. 11 1 charter 1303 Akte waarbij Willem van Haestrecht afstand doet van zijn recht op een stuk land, genaamd het leen, in de parochie Haastrecht, dat Jan Gerardijn in (erf)pacht heeft gehad, 1403 sept. 30 1403 sept. 30 1 charter 1304-1304 Erfpachtbrief van 129 morgen land te Haastrecht aan de Vlist en te 's Heer-Aartsberg, met bijlage, 1414 1414 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1304-1 1414 juni 25 1304-2 1414 juni 28 1305 Akte waarbij dijkgraaf en heemraden van het land van Haastrecht 15 morgen land, toebehorende aan het kapittel, volgens dijkrecht toewijzen aan de baljuw Floriis van Kijkhoeck, die de door het kapittel verschuldigde som van aan de herstellers van de dijk betaald had, 1426 juli 28 1426 juli 28 1 charter 1306-1306 Akten waarbij Edewaert, basters van Holland, heer van Hoogwoud, en Ghijsbrecht van Loen aan het kapittel beloven, binnen een half jaar na de dood van hun schoonvader en broeder Florens van Kijfhoeck de verplichting, door de deze aangegaan ten opzichte van het land genaamd het Leen, op zich te zullen nemen, 1435 dec. 7 1435 dec. 7 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1306-1 Akten waarbij Edewaert, basters van Holland, heer van Hoogwoud, en Ghijsbrecht van Loen aan het kapittel beloven, binnen een half jaar na de dood van hun schoonvader en broeder Florens van Kijfhoeck de verplichting, door de deze aangegaan ten opzichte van het land genaamd het Leen, op zich te zullen nemen, 1435 dec. 7 1435 dec. 7 1 charter 1306-2 Akten waarbij Edewaert, basters van Holland, heer van Hoogwoud, en Ghijsbrecht van Loen aan het kapittel beloven, binnen een half jaar na de dood van hun schoonvader en broeder Florens van Kijfhoeck de verplichting, door de deze aangegaan ten opzichte van het land genaamd het Leen, op zich te zullen nemen, 1435 dec. 7 1435 dec. 7 1 charter 1307 Akte waarbij Wilhelmus van Taec verklaart omstreeks het jaar 1397 zekere 20 morgen land in de parochie Haastrecht, in Overdey-weer, in erfpacht te hebben gehouden van het kapittel, en dat zijn moeder Gertrudis die te voren had gehad, 1440 dec. 20 1440 dec. 20 1 charter 1308-1308 Erfpachtbrieven van landerijen te Haastrecht, 1435-1695 1435-1695 39 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1308-1 1435 nov. 24 1308-2 1438 mei 24 1308-3 1448 dec. 18 1308-4 1453 dec. 3 1308-5 1460 april 2 1308-6 1465 mrt. 14 1308-7 1474 juli 26 1308-8 1477 febr. 15 1308-9 1484 april 12 1308-10 1484 april 23 1308-11 1484 dec. 10 1308-12 1485 mrt. 19 1308-13 1485 april 13 1308-14 1486 jan. 20 1308-15 1486 mrt. 1308-16 1502 mrt. 17 1308-17 1502 okt. 25 1308-18 1504 april 16 1308-19 1504 mei 6 1308-20 1504 mei 6 1308-21 1514 dec. 12 1308-22 1527 febr. 14 1308-23 1529 febr. 8 1308-24 1529 april 14 1308-25 1535 sept. 1 1308-26 1541 aug. 12 1308-27 1547 jan. 12 1308-28 1547 febr. 16 1308-29 1559 mrt. 7 1308-30 1563 febr. 18 1308-31 1588 juli 19 1308-32 1629 juni 8 1308-33 1633 juni 25 1308-34 1637 aug. 29 1308-35 1654 april 30 1308-36 1664 okt. 4 1308-37 1679 1308-38 1679 nov. 9 1308-39 1695 okt. 18 1309 Eigendomsbewijs van 3 huizen te Schoonhoven, 1402 dec. 29 1402 dec. 29 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1310 Eigendomsbewijs van een huis te Schoonhoven, 1478 dec. 10 1478 dec. 10 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1311 Akte van overdracht van een erfpacht te Schoonhoven, 1421 dec. 4 1421 dec. 4 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1312-1312 Erfpachtbrieven van 3 huizen te Schoonhoven en 7 morgen land te (Willige) Langerak, 1421-1552 1421-1552 7 charters Het betreft de Kleine Kamer.Zie ook nr. 1193 NB 1312-1 1421 okt. 11 1312-2 1427 aug. 9 1312-3 1445 april 9 1312-4 1451 nov. 20 1312-5 1451 nov. 20 1312-6 1487 jan. 20 1312-7 1552 nov. 17 1313 Kaart van een perceel land, gelegen aan de Berickscoer bij Schonouen, ca. 1625 ca. 1625 1 blad De tekening is onduidelijk. Het is zelfs onzeker of niet Schonauwen onder Houten in plaats van Schoonhoven bedoeld is NB 5.16.12. Erfpachten in de baronie van IJsselstein (Polsbroek, Benschop en IJsselstein) 1314 Vidimus door de bisschoppelijke officiaal van een akte van 1315 waarbij Theodericus Cruve, kanunnik van de Dom, 6 morgen land te Polsbroek in erfpacht geeft, 1350 febr. 18 1350 febr. 18 1 charter 1315 Akte waarbij een hoeve land te Polsbroek van de uitvoerders van het testament van Theodericus Cruve, kanunnik van de Dom, in erfpacht wordt genomen, ten behoeve van de choralen, 1331 juni 27 1331 juni 27 1 charter 1316-1316 Erfpachtbrieven van een hoeve land of de helft daarvan te Polsbroek, 1377-1419 1377-1419 6 charters Het betreft de Choralen NB 1316-1 1377 febr. 28 1316-2 1389 febr. 13 1316-3 1389 febr. 13 1316-4 1403 nov. 24 1316-5 1414 juli 12 1316-6 1419 nov. 13 1317-1317 Erfpachtbrieven van 6 morgen land te Polsbroek, 1502-1591, met akte van overdracht van erfpacht, 1531 1531 10 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1317-1 1502 febr. 4 1317-2 1526 juli 15 1317-3 1531 aug. 17 1317-4 1532 febr. 10 1317-5 1533 febr. 8 1317-6 1541 juli 15 1317-7 1558 mei 14 1317-8 1558 juni 1 1317-9 1578 sept. 26 1317-10 1591 april 16 1318-1318 Erfpachtbrieven van landerijen te Benschop, 1369-1780 1369-1780 16 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1318-1 1369 mrt. 20 1318-2 1565 okt. 11 1318-3 1568 mrt. 21 1318-4 1598 febr. 26 1318-5 1615 april 16 1318-6 1631 febr. 15 1318-7 1638 okt. 30 1318-8 1642 sept. 11 1318-9 1667 april 29 1318-10 1667 april 29 1318-11 1680 mrt. 14 1318-12 1724 jan. 10 1318-13 1770 april 20 1318-14 1770 mei 16 1318-15 1773 sept. 6 1318-16 1780 dec. 1 1319-1319 Erfpachtbrieven van landerijen te Benschop, 1408-1739 1408-1739 11 charters Het betreft de Choralen NB 1319-1 1408 jan. 13 1319-2 1412 nov. 26 1319-3 1412 nov. 26 1319-4 1583 dec. 13 1319-5 1599 sept. 16 1319-6 1599 sept. 23 1319-7 1599 nov. 6 1319-8 1605 1319-9 1605 mrt. 18 1319-10 1631 mrt. 17 1319-11 1739 nov. 21 1320-1320 Erfpachtbrieven van landerijen te Benschop, 1583-1800 1583-1800 20 charters Het betreft de Bona divisa NB 1320-1 1583 dec. 13 1320-2 1586 nov. 22 1320-3 1591 mrt. 6 1320-4 1597 nov. 18 1320-5 1604 april 2 1320-6 1605 febr. 17 1320-7 1626 mei 23 1320-8 1627 jun 12 1320-9 1630 nov. 27 1320-10 1632 febr. 26 1320-11 1643 jan. 29 1320-12 1645 dec. 2 1320-13 1654 jan. 9 1320-14 1660 1320-15 1739 sept. 7 1320-16 1739 sept. 7 1320-17 1739 nov. 21 1320-18 1800 april 28 1320-19 1800 aug. 8 1320-20 1800 aug. 8 1321 Erfpachtbrief en koopbrief van 2 morgen land te IJsselstein, 1358, 1366, met fragment van een akte van bisschop Frederik van Blankenheim betreffende een geschil over goederen te Vianen, (1400), Afschriften (1400), Afschriften 1 stuk 1322-1322 Erfpachtbrieven van 1½ morgen land of gedeelten daarvan, op de Oudeland te IJsselstein, 1510-1808 1510-1808 18 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1322-1 1510 juli 7 1322-2 1524 jan. 14 1322-3 1551 juli 11 1322-4 1624 aug. 23 1322-5 1637 febr. 6 1322-6 1637 mrt. 6 1322-7 1678 sept. 30 1322-8 1689 okt. 23 1322-9 1695 dec. 5 1322-10 1713 sept. 4 1322-11 1739 mrt. 19 1322-12 1744 juli 23 1322-13 1781 april 30 1322-14 1781 mei 18 1322-15 1781 juli 5 1322-16 1785 dec. 12 1322-17 1786 jan. 26 1322-18 1808 febr. 25 1323 Stukken betreffende vier processen, gevoerd voor het gerecht van IJsselstein door het kapittel tegen verschillende pachters van haar landen in het land van IJsselstein tot voldoening van de pacht, 1561-1562 1561-1562 1 omslag 1324 Stukken betreffende de twisten van het kapittel met de pachters van haar goederen in het land van IJsselstein, het daarover op 11 oktober 1565 gesloten contract en de uitvoering daarvan, 1562-1569 1562-1569 1 omslag 1325 Aantekeningen door Wouter Brock en anderen over de erfpachtgoederen van het kapittel te IJsselstein, 16e eeuw 16e eeuw 1 omslag 1326-1326 Stukken betreffende een overeenkomst tussen de prins van Oranje, voor zijn zoon als heer van IJsselstein, het kapittel en verschillende huisluiden in IJsselstein en Benschop, over zekere landen, welke de laatstgenoemde erkennen in erfpacht te houden, 1565-1566 1565-1566 5 charters (waarvan 3 getransfigeerd) 1326-1 1565 juni 28 1326-2 1565 okt. 11 1326-3 1565 okt. 11, 1565 nov. 25 en 1566 april 11 ( 3 charters getransfigeerd) 1327 Register met afschriften van stukken betreffende de twisten van het kapittel met de pachters van haar goederen in het land van IJsselstein en van het daarover op 11 oktober 1567 gesloten contract, met afschriften van de tengevolge van dit contract gepasseerde erfpachtbrieven, 1565-1569, 1581-1587 1565-1569, 1581-1587 1 deel 1328-1328 Stukken betreffende processen gevoerd voor de Grote Raad van Mechelen door het kapittel tegen de heer van Barlaymont als momber van de graaf van Buren, heer van IJsselstein, en de pachters van het kapittel in het land van IJsselstein, en voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen laatstgenoemden, over de voldoening aan de overeenkomst van, 1565, 1571-1575 1565, 1571-1575 1 omslag en 10 charters 1328 1571-1575 1328-2 1571 jan. 19 1328-3 1571 mrt. 8 1328-4 1571 mei 25 1328-5 1572 juni 16 1328-6 1573 april 24 1328-7 1574 jan. 21 1328-8 1574 jan. 21 1328-9 1574 jan. 21 1328-10 1575 april 29 1328-11 1575 april 29 1329 Stukken betreffende de geschillen tussen het kapittel en de prins van Oranje, als hebbende de garde noble van de graaf van Buren, met enige burgers van IJsselstein en Benschop, over de uitvoering van het accoord van, 1565, 1579-1582 1565, 1579-1582 1 omslag 1330 Rekeningen van Joris Jansz. van Dam, als rentmeester van het kapittel, over de fl. 65 per morgen recognitie en over de achterstallige pachten in het land van IJsselstein, over verschillende termijnen, met de generale rekening, 1582-1584 1582-1584 1 pak Deels dubbel NB 1331 Staten van het achterwezen in de lande van IJsselstein, 1582 1582 2 delen in één pak Eén van deze staten vermeldt betalingen aan de rentmeester Jan van Dam, andere die aan de kameraar Scade NB 1332 Aantekeningen betreffende erfpachten in IJsselstein, getrokken uit de erfpachtregisters over 1601-1755, 18e eeuw 18e eeuw 1 omslag 1333-1333 Erfpachtbrieven van landerijen op het IJsselsveld, 1565-1810 1565-1810 1 stuk en 84 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1333 1618 1333-2 1565 okt. 1 1333-3 1565 okt. 11 1333-4 1565 okt. 11 1333-5 1565 okt. 11 1333-6 1568 mrt. 31 1333-7 1568 mrt. 31 1333-8 1568 aug. 8 1333-9 1569 nov. 10 1333-10 1570 okt. 8 1333-11 1573 febr. 22 1333-12 1573 okt. 18 1333-13 1583 mrt. 11 1333-14 1584 mei 15 1333-15 1584 okt. 21 1333-16 1584 nov. 21 1333-17 1584 nov. 21 1333-18 1586 april 20 1333-19 1586 aug. 23 1333-20 1587 jan. 5 1333-21 1587 april 27 1333-22 1587 april 27 1333-23 1587 aug. 14 1333-24 1591 jan. 18 1333-25 1596 april 2 1333-26 1596 okt. 7 1333-27 1596 okt. 7 1333-28 1598 mrt. 14 1333-29 1599 mei 25 1333-30 1600 mrt. 10 1333-31 1619 jan. 21 1333-32 1627 juni 20 1333-33 1627 juni 20 1333-34 1627 juni 20 1333-35 1636 mrt. 29 1333-36 1637 mrt. 16 1333-37 1639 juli 29 1333-38 1644 nov. 1 1333-39 1647 mei 5 1333-40 1650 febr. 10 1333-41 1653 okt. 17 1333-42 1654 jan. 6 1333-43 1654 jan. 6 1333-44 1654 jan. 6 1333-45 1668 mrt. 24 1333-46 1670 mei 20 1333-47 1670 juli 10 1333-48 1672 mrt. 17 1333-49 1675 juni 10 1333-50 1675 juni 10 1333-51 1675 juni 10 1333-52 1676 febr. 3 1333-53 1681 jan. 10 1333-54 1700 mei 10 1333-55 1700 mei 10 1333-56 1717 april 22 1333-57 1717 april 22 1333-58 1728 aug. 9 1333-59 1728 aug. 9 1333-60 1728 aug. 9 1333-61 1737 dec. 3 1333-62 1737 dec. 3 1333-63 1737 dec. 3 1333-64 1737 dec. 3 1333-65 1737 dec. 3 1333-66 1755 nov. 24 1333-67 1755 nov. 24 1333-68 1755 nov. 24 1333-69 1755 nov. 24 1333-70 1755 nov. 24 1333-71 1774 mrt. 17 1333-72 1797 mei 18 1333-73 1797 mei 18 1333-74 1797 mei 18 1333-75 1797 mei 18 1333-76 1797 mei 18 1333-77 1797 mei 18 1333-78 1797 mei 18 1333-79 1797 mei 18 1333-80 1797 mei 18 1333-81 1797 mei 18 1333-82 1810 mei 1 1333-83 1810 mei 1 1333-84 1810 mei 1 1333-85 1810 mei 1 1334-1334 Erfpachtbrieven van landerijen in de Lage Biezen, 1565-1810 1565-1810 304 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1334-1 16e eeuw 1334-2 16e eeuw 1334-3 1565 okt. 11 1334-4 1565 okt. 11 1334-5 1568 mrt. 31 1334-6 1569 juni 20 1334-7 1569 juni 21 1334-8 1575 1334-9 1581 jan. 20 1334-10 1581 jan. 28 1334-11 1581 jan. 31 1334-12 1583 mrt. 11 1334-13 1583 mrt. 11 1334-14 1583 mrt. 11 1334-15 1583 mrt. 11 1334-16 1584 nov. 21 1334-17 1584 nov. 21 1334-18 1584 nov. 21 1334-19 1584 nov. 21 1334-20 1584 dec. 2 1334-21 1586 april 20 1334-22 1586 april 20 1334-23 1586 april 20 1334-24 1586 april 27 1334-25 1586 nov. 13 1334-26 1587 april 27 1334-27 1587 juni 27 1334-28 1587 okt. 18 1334-29 1588 april 21 1334-30 1588 aug. 3 1334-31 1591 sept. 6 1334-32 1592 mrt. 19 1334-33 1592 mrt. 19 1334-34 1593 mrt. 18 1334-35 1593 juni 21 1334-36 1597 mei 8 1334-37 1597 mei 8 1334-38 1599 jan. 4 1334-39 1599 mrt. 12 1334-40 1600 1334-41 1600 1334-42 1602 jan. 8 1334-43 1602 jan. 8 1334-44 1602 dec. 3 1334-45 1603 mei 9 1334-46 1603 juli 24 1334-47 1603 juli 24 1334-48 1604 juli 2 1334-49 1606 aug. 10 1334-50 1609 juni 6 1334-51 1610 mrt. 20 1334-52 1613 jan. 31 1334-53 1613 nov. 8 1334-54 1613 nov. 8 1334-55 1613 nov. 30 1334-56 1613 nov. 30 1334-57 1613 nov. 30 1334-58 1613 dec. 9 1334-59 1616 sept. 2 1334-60 1616 sept. 2 1334-61 1616 sept. 2 1334-62 1617 juni 2 1334-63 1617 juli 12 1334-64 1618 nov. 11 1334-65 1624 sept. 28 1334-66 1624 sept. 28 1334-67 1625 jan. 10 1334-68 1626 jan. 12 1334-69 1626 nov. 1 1334-70 1626 nov. 1 1334-71 1626 nov. 1 1334-72 1626 nov. 5 1334-73 1627 sept 1334-74 1627 okt. 20 1334-75 1628 jan. 8 1334-76 1629 mei 29 1334-77 1630 jan. 10 1334-78 1630 febr. 25 1334-79 1631 jan. 15 1334-80 1631 juni 19 1334-81 1631 juni 19 1334-82 1631 aug. 11 1334-83 1631 nov. 24 1334-84 1631 nov. 24 1334-85 1632 1334-86 1632 juni 27 1334-87 1632 nov. 21 1334-88 1632 nov. 21 1334-89 1633 april 10 1334-90 1633 juni 24 1334-91 1634 nov. 3 1334-92 1636 mei 31 1334-93 1637 sept. 17 1334-94 1637 sept. 17 1334-95 1637 sept. 17 1334-96 1642 mrt. 13 1334-97 1645 mrt. 28 1334-98 1645 sept. 8 1334-99 1648 mei 23 1334-100 1648 mei 23 1334-101 1650 april 2 1334-102 1650 april 22 1334-103 1652 mei 20 1334-104 1652 mei 20 1334-105 1655 aug. 6 1334-106 1664 jan. 7 1334-107 1666 okt. 7 1334-108 1669 okt. 25 1334-109 1669 dec. 31 1334-110 1670 mrt. 17 1334-111 1670 juli 20 1334-112 1671 mrt. 2 1334-113 1675 mrt. 6 1334-114 1677 mrt. 29 1334-115 1677 mrt. 29 1334-116 1677 mrt. 29 1334-117 1679 1334-118 1681 mei 30 1334-119 1682 1334-120 1683 1334-121 1683 1334-122 1683 aug. 2 1334-123 1683 aug. 2 1334-124 1684 april 14 1334-125 1687 juni 1 1334-126 1687 juni 1 1334-127 1687 juni 1 1334-128 1688 juli 27 1334-129 1690 nov. 21 1334-130 1691 nov. 11 1334-131 1691 nov. 11 1334-132 1692 sept. 29 1334-133 1697 april 5 1334-134 1698 juli 27 1334-135 1700 mei 10 1334-136 1700 mei 10 1334-137 1700 juli 1334-138 1700 juli 1 1334-139 1700 juli 1 1334-140 1700 juli 1 1334-141 1701 mrt. 23 1334-142 1704 mrt. 4 1334-143 1705 mrt. 23 1334-144 1705 okt. 14 1334-145 1705 okt. 14 1334-146 1706 mrt. 27 1334-147 1706 okt. 6 1334-148 1711 jan.1 1334-149 1711 jan.13 1334-150 1711 jan.13 1334-151 1711 jan.29 1334-152 1711 mrt. 26 1334-153 1715 mrt. 21 1334-154 1717 april 22 1334-155 1717 april 22 1334-156 1719 juni 20 1334-157 1719 sept. 17 1334-158 1721 jan. 1 1334-159 1722 april 8 1334-160 1722 april 8 1334-161 1722 april 8 1334-162 1723 nov. 9 1334-163 1725 okt. 26 1334-164 1725 okt. 26 1334-165 1727 juni 7 1334-166 1727 nov. 1 1334-167 1727 nov. 1 1334-168 1727 nov. 1 1334-169 1728 sept. 27 1334-170 1728 sept. 27 1334-171 1730 mrt. 27 1334-172 1730 mrt. 27 1334-173 1730 sept. 11 1334-174 1731 jan. 9 1334-175 1731 jan. 9 1334-176 1732 aug. 2 1334-177 1733 april 16 1334-178 1733 april 23 1334-179 1733 okt. 15 1334-180 1734 dec. 16 1334-181 1735 febr. 3 1334-182 1735 nov. 17 1334-183 1737 dec. 3 1334-184 1737 dec. 3 1334-185 1739 mrt. 12 1334-186 1740 febr. 17 1334-187 1740 mei 28 1334-188 1740 dec. 30 1334-189 1741 april 20 1334-190 1741 april 20 1334-191 1741 april 20 1334-192 1741 juli 13 1334-193 1741 dec. 6 1334-194 1741 dec. 6 1334-195 1743 febr. 7 1334-196 1744 juli 23 1334-197 1744 juli 29 1334-198 1745 jan. 7 1334-199 1746 aug. 9 1334-200 1746 aug. 9 1334-201 1747 nov. 2 1334-202 1747 dec. 30 1334-203 1749 mrt. 15 1334-204 1750 okt. 12 1334-205 1750 okt. 12 1334-206 1753 mrt. 19 1334-207 1755 mrt. 10 1334-208 1755 mrt. 10 1334-209 1755 mrt. 10 1334-210 1755 sept. 1 1334-211 1762 jan. 26 1334-212 1762 febr. 16 1334-213 1762 nov. 1 1334-214 1766 okt. 18 1334-215 1766 okt. 18 1334-216 1766 okt. 18 1334-217 1767 okt. 12 1334-218 1767 okt. 12 1334-219 1767 okt. 29 1334-220 1767 okt. 29 1334-221 1768 jan. 25 1334-222 1768 jan. 25 1334-223 1768 jan. 25 1334-224 1768 mrt. 17 1334-225 1768 mrt. 17 1334-226 1768 mrt. 17 1334-227 1771 jan. 21 1334-228 1771 jan. 21 1334-229 1771 jan. 21 1334-230 1771 juni 20 1334-231 1771 juni 20 1334-232 1771 juni 20 1334-233 1771 juni 20 1334-234 1773 nov. 25 1334-235 1780 okt. 26 1334-236 1780 okt. 26 1334-237 1780 okt. 26 1334-238 1780 okt. 26 1334-239 1784 juni 28 1334-240 1784 juni 28 1334-241 1784 juni 28 1334-242 1784 juni 28 1334-243 1784 okt. 7 1334-244 1784 okt. 7 1334-245 1784 okt. 7 1334-246 1784 okt. 9 1334-247 1785 jan. 31 1334-248 1785 mrt. 18 1334-249 1787 okt. 29 1334-250 1787 okt. 29 1334-251 1787 okt. 29 1334-252 1788 jan. 17 1334-253 1788 jan. 17 1334-254 1788 jan. 17 1334-255 1789 sept. 3 1334-256 1789 sept. 3 1334-257 1791 febr. 21 1334-258 1791 april 7 1334-259 1791 juli 14 1334-260 1791 juli 14 1334-261 1791 juli 14 1334-262 1793 jan. 17 1334-263 1793 jan. 17 1334-264 1793 jan. 17 1334-265 1793 jan. 17 1334-266 1793 febr. 20 1334-267 1793 febr. 23 1334-268 1793 febr. 23 1334-269 1793 febr. 23 1334-270 1793 nov. 11 1334-271 1793 nov. 22 1334-272 1793 nov. 25 1334-273 1794 jan. 9 1334-274 1794 mrt. 13 1334-275 1794 mrt. 13 1334-276 1794 april 10 1334-277 1794 april 10 1334-278 1795 juli 9 1334-279 1795 juli 14 1334-280 1795 juli 16 1334-281 1795 sept. 24 1334-282 1798 dec. 10 1334-283 1798 dec. 10 1334-284 1798 dec. 10 1334-285 1799 jan. 24 1334-286 1799 jan. 24 1334-287 1799 jan. 24 1334-288 1799 jan. 28 1334-289 1799 febr. 14 1334-290 1800 juni 23 1334-291 1800 juli 12 1334-292 1802 febr. 25 1334-293 1802 febr. 25 1334-294 1802 febr. 25 1334-295 1802 mrt. 27 1334-296 1802 mrt. 27 1334-297 1802 juni 19 1334-298 1803 mrt. 24 1334-299 1810 mrt. 15 1334-300 1810 mrt. 15 1334-301 1810 nov. 12 1334-302 1810 dec. 20 1334-303 1810 dec. 20 1334-304 1810 dec. 20 1335-1335 Erfpachtbrieven van landerijen in de Achtersloot (Broek en Langeland), 1565-1809 1565-1809 246 charters 1335-1 1565 okt. 11 1335-2 1565 okt. 11 1335-3 1568 1335-4 1568 mrt. 31 1335-5 1577 mrt. 10 1335-246 1577 mrt. 10 1335-6 1577 mrt. 15 1335-7 1583 mrt. 11 1335-8 1583 mrt. 11 1335-9 1583 mrt. 11 1335-10 1584 nov. 21 1335-11 1584 nov. 21 1335-12 1584 nov. 21 1335-13 1586 april 20 1335-14 1586 april 20 1335-15 1586 april 20 1335-16 1586 april 23 1335-17 1586 dec. 31 1335-18 1587 mrt. 23 1335-19 1587 mrt. 24 1335-20 1587 mei 29 1335-21 1587 okt. 18 1335-22 1587 okt. 18 1335-23 1588 april 21 1335-24 1590 jan. 26 1335-25 1592 aug. 4 1335-26 1594 1335-27 1596 febr. 13 1335-28 1596 febr. 13 1335-29 1596 nov. 1 1335-30 1596 nov. 1 1335-31 1597 mrt. 10 1335-32 1597 mei 8 1335-33 1598 1335-34 1598 mrt. 10 1335-35 1598 mrt. 10 1335-36 1600 jan. 24 1335-37 1603 mrt. 1 1335-38 1608 mei 23 1335-39 1609 juni 1 1335-40 1611 mei 12 1335-41 1614 mrt. 14 1335-42 1614 mei 9 1335-43 1614 mei 9 1335-44 1615 nov. 21 1335-45 1617 1335-46 1618 nov. 11 1335-47 1618 nov. 11 1335-48 1622 sept. 4 1335-49 1623 jan. 2 1335-50 1624 sept. 28 1335-51 1626 jan. 24 1335-52 1626 febr. 8 1335-53 1626 nov. 5 1335-54 1627 juni 25 1335-55 1627 juli 4 1335-56 1628 1335-57 1628 1335-58 1628 okt. 6 1335-59 1629 juni 13 1335-60 1629 juni 13 1335-61 1629 juni 28 1335-62 1629 juli 28 1335-63 1631 jan. 10 1335-64 1631 jan. 10 1335-65 1631 jan. 10 1335-66 1631 mei 2 1335-67 1631 nov. 24 1335-68 1631 nov. 24 1335-69 1633 mrt. 4 1335-70 1635 juni 26 1335-71 1636 dec. 26 1335-72 1638 nov. 25 1335-73 1639 nov. 1 1335-74 1642 mei 2 1335-75 1642 nov. 2 1335-76 1643 okt. 26 1335-77 1651 mei 7 1335-78 1652 febr. 16 1335-79 1652 mei 3 1335-80 1652 nov. 3 1335-81 1652 dec. 1 1335-82 1652 dec. 1 1335-83 1656 dec. 28 1335-84 1658 1335-85 1658 1335-86 1658 juli 19 1335-87 1658 juli 19 1335-88 1661 juni 1 1335-89 1662 mei 28 1335-90 1662 dec. 7 1335-91 1662 dec. 7 1335-92 1664 okt. 11 1335-93 1664 dec. 10 1335-94 1666 juli 5 1335-95 1667 jan. 19 1335-96 1667 nov. 8 1335-97 1669 jan. 25 1335-98 1669 febr. 13 1335-99 1669 dec. 16 1335-100 1670 1335-101 1670 mrt. 25 1335-102 1671 dec. 13 1335-103 1683 okt. 31 1335-104 1694 febr. 22 1335-105 1694 febr. 22 1335-106 1694 febr. 22 1335-107 1694 febr. 22 1335-108 1695 jan. 8 1335-109 1695 mrt. 26 1335-110 1695 mrt. 26 1335-111 1695 mrt. 26 1335-112 1695 mrt. 26 1335-113 1695 nov. 19 1335-114 1696 jan. 10 1335-115 1696 febr. 13 1335-116 1697 juni 3 1335-117 1701 aug. 6 1335-118 1704 april 18 1335-119 1706 april 12 1335-120 1706 juli 27 1335-121 1706 juli 27 1335-122 1709 dec. 22 1335-123 1711 sept. 1 1335-124 1712 aug. 5 1335-125 1718 mei 2 1335-126 1722 april 8 1335-127 1725 juni 5 1335-128 1725 juni 5 1335-129 1725 juni 5 1335-130 1725 juni 5 1335-131 1725 juni 5 1335-132 1727 juni 7 1335-133 1727 juni 7 1335-134 1727 juni 7 1335-135 1728 sept. 27 1335-136 1728 sept. 27 1335-137 1728 sept. 27 1335-138 1728 sept. 27 1335-139 1728 sept. 27 1335-140 1730 april 30 1335-141 1730 april 30 1335-142 1730 april 30 1335-143 1730 april 30 1335-144 1730 april 30 1335-145 1733 juli 6 1335-146 1734 nov. 29 1335-147 1735 juli 14 1335-148 1735 juli 15 1335-149 1736 mei 1 1335-150 1736 mei 1 1335-151 1736 mei 1 1335-152 1736 mei 1 1335-153 1741 dec. 14 1335-154 1741 dec. 14 1335-155 1742 mrt. 1 1335-156 1742 mrt. 1 1335-157 1742 mrt. 1 1335-158 1744 april 30 1335-159 1744 juli 23 1335-160 1746 febr. 9 1335-161 1746 febr. 9 1335-162 1746 aug. 9 1335-163 1746 aug. 9 1335-164 1746 aug. 9 1335-165 1746 aug. 9 1335-166 1746 aug. 9 1335-167 1747 dec. 30 1335-168 1753 mrt. 19 1335-169 1764 okt. 1 1335-170 1764 okt. 1 1335-171 1764 okt. 1 1335-172 1764 okt. 1 1335-173 1764 okt. 1 1335-174 1766 sept. 18 1335-175 1766 sept. 18 1335-176 1766 sept. 18 1335-177 1766 sept. 18 1335-178 1767 aug. 17 1335-179 1768 jan. 25 1335-180 1768 jan. 25 1335-181 1768 jan. 25 1335-182 1768 jan. 25 1335-183 1768 mrt. 3 1335-184 1768 mrt. 17 1335-185 1768 mrt. 17 1335-186 1768 mrt. 17 1335-187 1769 mrt. 6 1335-188 1769 mrt. 6 1335-189 1769 dec. 23 1335-190 1769 dec. 23 1335-191 1771 jan. 21 1335-192 1773 mrt. 8 1335-193 1773 juli 15 1335-194 1773 juli 15 1335-195 1777 juni 23 1335-196 1778 febr. 5 1335-197 1779 jan. 7 1335-198 1779 jan. 7 1335-199 1779 jan. 7 1335-200 1780 mrt. 13 1335-201 1780 juni 3 1335-202 1780 juni 19 1335-203 1780 juni 19 1335-204 1780 aug. 3 1335-205 1780 aug. 3 1335-206 1784 april 9 1335-207 1784 april 9 1335-208 1784 april 9 1335-209 1784 april 9 1335-210 1784 april 9 1335-211 1784 juni 21 1335-212 1784 juli 22 1335-213 1785 jan. 31 1335-214 1785 jan. 31 1335-215 1785 jan. 31 1335-216 1785 mrt. 18 1335-217 1785 mrt. 18 1335-218 1785 mrt. 18 1335-219 1786 febr. 20 1335-220 1786 april 20 1335-221 1786 mei 18 1335-222 1790 okt. 11 1335-223 1790 nov. 4 1335-224 1791 april 16 1335-225 1791 april 16 1335-226 1791 april 16 1335-227 1792 febr. 13 1335-228 1792 mrt. 29 1335-229 1793 jan. 17 1335-230 1795 juli 9 1335-231 1798 dec. 10 1335-232 1798 dec. 10 1335-233 1799 jan. 24 1335-234 1799 jan. 24 1335-235 1799 jan. 24 1335-236 1799 april 24 1335-237 1800 nov. 27 1335-238 1800 nov. 27 1335-239 1800 nov. 27 1335-240 1803 nov. 17 1335-241 1806 aug. 7 1335-242 1807 juni 18 1335-243 1809 mrt. 16 1335-244 1809 mrt. 16 1335-245 1809 mrt. 16 1336 Octrooi door het kapittel aan Cornelis Cornelisz. van Weerden verleend om bij het testament te beschikken over zekere landen in de Achtersloot, die hij in erfpacht heeft, 1647 sept. 24 1647 sept. 24 1 charter 1337-1337 Erfpachtbrieven van landerijen in de Hoge Biezen, 1586-1805 1586-1805 31 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1337-1 ca. 1600 1337-2 1586 april 20 1337-3 1592 mrt. 6 1337-4 1592 mrt. 6 1337-5 1594 febr. 1 1337-6 1605 okt. 14 1337-7 1610 okt. 20 1337-8 1616 aug. 10 1337-9 1622 sept. 26 1337-10 1622 sept. 26 1337-11 1625 nov. 24 1337-12 1627 april 20 1337-13 1635 mrt. 5 1337-14 1637 okt. 25 1337-15 1637 okt. 25 1337-16 1656 febr. 7 1337-17 1704 mrt. 4 1337-18 1747 nov. 2 1337-19 1767 febr. 9 1337-20 1767 febr. 9 1337-21 1767 febr. 19 1337-22 1767 febr. 19 1337-23 1779 april 26 1337-24 1779 april 26 1337-25 1779 nov. 25 1337-26 1779 nov. 25 1337-27 1789 dec. 10 1337-28 1789 dec. 10 1337-29 1805 juni 1 1337-30 1805 juni 10 1337-31 1805 juni 21 1338-1338 Erfpachtbrieven van landerijen in de Hoge Biezen, bij ruiling tegen landerijen in de Lage Biezen, 1806 aug. 7 1806 aug. 7 2 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1338-1 Erfpachtbrieven van landerijen in de Hoge Biezen, bij ruiling tegen landerijen in de Lage Biezen, 1806 aug. 7 1806 aug. 7 1 charter 1338-2 Erfpachtbrieven van landerijen in de Hoge Biezen, bij ruiling tegen landerijen in de Lage Biezen, 1806 aug. 7 1806 aug. 7 1 charter 1339 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Jan Hermansz. van Nes over de betaling van de erfpacht van 2 morgen land in het Langeland onder IJsselstein, 1747 1747 1 omslag 1340 Gerechtsbrief van IJsselstein, waarbij Marcelis van Bemmel voor de voldoening van een schuld aan Jacobus Jubert 6 morgen land als onderpand stelt, die hij van het kapittel in erfpacht heeft ontvangen, 1769 mrt. 30 1769 mrt. 30 1 charter 1341 Stukken betreffende het geschil tussen het kapittel en Paulus de Man over de verplichting tot betaling van de 50e penning van de koopsom van 6 morgen land te IJsselstein, waaruit aan het kapittel een erfpacht toekomt, 1755-1765 1755-1765 1 omslag 5.16.13. Erfpachten in de Alblasserwaard (Lekkerland en Ammers) 1342 Eigendomsbewijs van de helft van 14 gaarden land in het Overeind van Oud-Lekkerland, 1391 mrt. 19 1391 mrt. 19 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1343 Eigendomsbewijs van 7 gaarden of 8 morgen land te Oud-Lekkerland, 1395 febr. 15 1395 febr. 15 1 charter 1344 Erfpachtbrief van 9 morgen 2 hond land te Oud-Lekkerland en 3 morgen land te Ammers(tol), 1393 jan. 31 1393 jan. 31 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1345 Erfpachtbrief van 8 morgen land te Oud-Lekkerland, 1395 april 3 1395 april 3 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1346-1346 Erfpachtbrieven van 8 morgen land genaamd de Monitye (Monikye), of de helft daarvan, te Ammers, 1431-1746 1431-1746 16 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1346-1 1431 jan. 13 1346-2 1479 juni 7 1346-3 1509 febr. 15 1346-4 1509 febr. 15 1346-5 1557 mei 29 1346-6 1567 okt. 24 1346-7 1568 aug. 16 1346-8 1568 aug. 18 1346-9 1568 aug. 19 1346-10 1593 mrt. 4 1346-11 1611 juli 23 1346-12 1621 1346-13 1633 juli 1 1346-14 1633 juli 1 1346-15 1633 juli 1 1346-16 1746 nov. 14 1347-1347 Akten waarbij Jan Ghoessen Brienincx ten behoeve van het kapittel afstand doet van zijn erfpachtrecht op 8 morgen land te Ammers en van de beterschap daarvan, 1482 1482 2 charters 1347-1 1482 sept. 18 1347-2 1482 okt. 25 5.16.14. Erfpachten in het graafschap Buren (Beusichem, Zoelmond, Asch en Tricht) 1348 Eigendomsbewijs van 38 morgen land te Beusichem, waarvan 11 morgen gelegen zijn te Weithuserbroek, 1296 okt. 8 1296 okt. 8 1 charter Het betreft de Grote Kamer NB 1349-1349 Eigendomsbewijs van 72 morgen land met 2 hofsteden te Asch in de heerlijkheid Buren, met bijlagen, 1339 1339 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1349-1 1339 1349-2 1339 april 1 1349-3 1339 april 29 1350 Eigendomsbewijs van 4 morgen min 2 hond land te Asch, 1367 jan. 21 1367 jan. 21 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1351-1351 Erfpachtbrieven van landerijen te Asch, Zoelmond en Beusichem, 1340-1785 1340-1785 15 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1351-1 1340 febr. 17 1351-2 1349 aug. 9 1351-3 1390 mrt. 11 1351-4 1398 juli 20 1351-5 1420 mei 25 1351-6 1756 mei 17 1351-7 1764 juni 25 1351-8 1767 juli 7 1351-9 1767 sept. 7 1351-10 1767 sept. 17 1351-11 1773 juli 5 1351-12 1773 juli 5 1351-13 1777 nov. 3 1351-14 1785 febr. 21 1351-15 1785 febr. 21 1352 Akte waarbij Alard, heer van Buren, afstand doet van het recht van erfpacht, dat zijn vader en hij verkregen hadden op 72 morgen en 2 hofsteden in de maalschap van Asch, 1343 april 20 1343 april 20 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1353 Akte waarbij Gherardt, heer van Culemborg, zijn geschil met het kapittel over landen en achterstallige renten onderwerpt aan de uitspraak door domdeken Johan Proys, 1464 mrt. 5 1464 mrt. 5 1 charter Het betreft de Grote Kamer NB 1354-1354 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor het Hof van Gelre tussen het kapittel en heer Gerit van Culemborg over door de heren van Culemborg aan de Grote Kamer van het kapittel, de choralen en de vicarie van St. Barbara verschuldigde achterstallige pachten, 1474-1475, met een algemene oproep door de officiaal van het bisschoppelijk hof naar aanleiding van een brief van Jaspar van Culemborg aan de Stadsmagistraat van Utrecht, 1503, en aantekeningen over de niet-uitvoering van de uitspraak voor het Hof, ca. 1506 1 omslag en 4 charters (waarvan 3 aaneengehecht) Het betreft de Grote Kamer NB 1354 1474-1475, ca. 1506 1354-2 1474 dec. 20,ca. 1475 en ca. 1475 ( 3 charters aaneengehecht) 1354-3 1503 okt. 27 1355 Akte waarbij de abt van Oostbroek, krachtens een bul van paus Johannes XXIII uit 1410, conservator van de rechten van de kapitellen, Anthonius van Lalaing en diens echtgenote Elizabeth, vrouwe van Culenborch, vermaant tot betaling aan het kapittel van de over zes jaren verschuldigde renten uit de goederen ter Weide te Beusichem, 1512 mrt. 13, met afschrift van de bul 1512 mrt. 13, met afschrift van de bul 1 stuk en 1 charter (aaneengehecht) 1356-1356 Erfpachtbrieven van 11 morgen land te Waardhuizerbroek, 1517, 1598 1517, 1598 2 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1356-1 1517 sept. 12 1356-2 1598 nov. 30 1357 Memorie van het kapittel aan de graaf van Hoogstraten als heer van Culemborg met klachten over wanbetaling sinds 1529 van een erfpachtscanon over 38 morgen land in Waardhuizerbroek, met bijlagen, ca. 1540 ca. 1540 1 stuk 1358 Mandament van de Grote Raad tegen de weduwe van de graaf van Hoogstraten, vrouwe van Culemborg, die nalatig was in de betaling van de erfpacht van 38 morgen land, door het kapittel in 1296 gekocht van Hubrecht van Boesichem, welke erfpacht in 1516 nog door wijlen Anthonius van Lalaing, heer van Montigny, aangenomen was, en betaald tot 1529, toen hij stadhouder van Utrecht geworden was van het kapittel gevorderd had te bewijzen dat het dit land bezat, met de relatie van de deurwaarder, 1550 jan. 30 en 1550 jan. 30 1550 jan. 30 en 1550 jan. 30 2 charters (getransfigeerd) 1359 Akte waarbij Frans Veltkamp en Anna Mazyk, echtelieden, voor een schuld van 426 gulden als onderpand stellen 3 morgen land te Zoelmond, die zij in erfpacht houden van het kapittel, 1781 jan. 11 1781 jan. 11 1 charter 1360-1360 Erfpachtbrieven van 12 of 11 morgen land te Tricht, 1384, 1483, 1767 1384, 1483, 1767 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1360-1 1384 okt. 4 1360-2 1392 mrt. 13 1360-3 1483 1360-4 1767 sept. 7 1361 Overeenkomst van het kapittel met Jan Veen, Maes Aertsz. en Aernt Woutersz. betreffende de herwinning van 5 morgen vervreemd land te Tricht, in tweevoud, 1550 1550 1 omslag 5.16.15. Erfpachten in de Tielerwaard (Wadenoyen) 1362-1362 Erfpachtbrieven van 4 hond land te Wadenoyen, 1733 1733 2 charters Het betreft de Proosdijkamer NB 1362-1 1733 okt. 12 1362-2 1733 nov. 6 1363 Overeenkomst van het kapittel met een erfpachter te Wadenoyen wegens gepleegd verzuim, 1627 1627 1 stuk 5.16.16. Erfpachten in de Neder-Betuwe (Zoelen, Echteld en Lienden) 1364-1364 Eigendomsbewijs van 22 morgen land te Zoelen, 1310, met vidimus door de bisschoppelijke offciaal, 1335 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1364-1 1310 dec. 22 1364-2 1335 april 3 1365 Notariële akte over de beslissing van de bisschoppelijke officiaal in een proces tussen het kapittel en jonkvrouw Methildis, weduwe van Gherardus van Maelderic, over de eigendom van 22 morgen land te Zoelen, 1365 febr. 11 1365 febr. 11 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1366 Eigendomsbewijs van 5 morgen land, de Smeetz-camp (Smids-kamp), te Zoelen, 1529 juni 16 1529 juni 16 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1367-1367 Erfpachtbrieven van landerijen te Zoelen, 1335-1535, met akten van overdracht of verzoek van erfpacht, 1490-1535, en een aantekening over verhuring in 1521 1490-1535, en een aantekening over verhuring in 1521 1 stuk en 10 charters 1367 1521 1367-2 1335 aug. 5 1367-3 1369 juni 26 1367-4 1387 mei 9 1367-5 1490 april 6 1367-6 1491 febr. 10 1367-7 1500 1367-8 1500 nov. 11 1367-9 1529 juli 4 1367-10 1535 okt. 29 1367-11 1535 okt. 31 1368 Eigendomsbewijs van 10 morgen tijnsbaar en 18 morgen vrij land te Echteld, 1312 dec. 6 1312 dec. 6 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1369-1369 Erfpachtbrieven van 10 en 18 morgen land (of 22 morgen) te Echteld, 1351-1735, met een akte van afstand en een verzoek tot overdracht van erfpacht, 1384, 1474 15 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1369-1 1351 juli 7 1369-2 1351 juli 20 1369-3 1384 juni 9 1369-4 1392 aug. 25 1369-5 1474 juni 18 1369-6 1490 okt. 3 1369-7 1545 dec. 21 1369-8 1569 mei 3 1369-9 1569 mei 4 1369-10 1576 april 28 1369-11 1625 nov. 23 1369-12 1634 juni 14 1369-13 1644 okt. 24 1369-14 1732 juni 7 1369-15 1735 okt. 22 1370 Stukken betreffende de klacht van het kapittel aan de landdag met verzoek om hulp tot ontzetting van Evert van Steenhuys van zijn erfpachtrecht aan 28 morgen land te Echteld, met de overeenkomst over deze zaak tussen het kapittel en Jasper Wye, heer van Echteld, 1531-1538 1531-1538 1 omslag 1371 Eigendomsbewijs van 9 morgen land min een hond, gelegen op Aalsterveld in de parochie Lienden, 1300 nov. 18 1300 nov. 18 1 charter Het betreft de Grote Kamer NB 1372-1372 Erfpachtbrieven van 10 morgen land op Aalsterveld, 1378-1509 1378-1509 8 charters Het betreft de Grote Kamer. Het charter van 1378 is een afschrift NB 1372-1 1378 febr. 26 1372-2 1382 nov. 29 1372-3 1423 sept. 1 1372-4 1425 dec. 6 1372-5 1438 febr. 27 1372-6 1474 mei 20 1372-7 1509 sept. 20 1372-8 1509 sept. 20 1373 Gerechtsbrief van de Neder-Betuwe, waarbij de goederen van Ffye van Aelst worden verkocht wegens haar schuld aan het kapittel, 1485 mei 17 1485 mei 17 1 charter 1374-1374 Gerechtsbrief van de Neder-Betuwe, waarbij Sophia van Aelst wordt veroordeeld tot de betaling van de achterstallige pacht wegens 9 morgen land, 1486, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1498 2 charters 1374-1 1486 juli 16 1374-2 1498 juni 1 5.16.17. Erfpachten in de Over-Betuwe (Andelst en Herveld) 1375 Akte waarbij Theodericus van Westende, kanunnik van St. Marie te Utrecht, afstand doet van zijn recht op het land van Alardus van Jamerlo, knaap, door deze verbonden tot zekerheid van een rente van 9 pond zwarten, 1309 juni 9 1309 juni 9 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1376 Akte waarbij het kapittel de gronden, die het vroeger gekocht had van Alardus van Jamerlo, gelegen in de parochies Andelst en Herveld, verkoopt aan de weduwe van Marsilius van Oesterhout, 1330 mrt. 5. Afschrift 1330 mrt. 5. Afschrift 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1377 Erfpachtbrief van 5 morgen land te Wolferen, 1393 april 2 1393 april 2 1 charter Het betreft de Bona divisa NB 5.16.18. Erfpachten in de Veluwe (Scherpenzeel, Epe en Brummen) 1378 Akte waarbij de domproost Henric van Myerlaer, met toestemming van het kapittel, een tijns uit het goed Podelpoel te IJzendoorn afstaat aan heer Didderic van Lienden, ridder, in ruil tegen renten uit goederen te Manderen, Scherpenzeel en elders, 1357 juli 21 1357 juli 21 1 charter 1379 Beschrijvingen van het proosdijland te Scherpenzeel getrokken uit het 14e eeuws register van de proosdijgoederen, 17e eeuw 17e eeuw 1 omslag Zie voor het register nr. 2282 NB 1380-1380 Erfpachtbrieven van goederen te Tongeren in de parochie Epe, 1281, 1317 1281, 1317 2 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1380-1 1281 mrt. 21 1380-2 1317 april 30 1381 Commissie door de domproost Johannes Slacheck verleend aan Andries van Vinea, kanunnik van St. Marie, en Jan van Culemburch, schout van Utrecht, om op de langdag te Nijmegen de belangen voor te staan van de proosdijgoederen te Brummen, Knijfheze, Zedem, Gendringen, Netterden, Angeren, Andelst, Aalst, Herveld en Wadenoyen, 1538 juni 5 1538 juni 5 1 charter 1381-a Stukken betreffende de opheffing van het beslag op de uitgang uit de goederen ten Braeck in het kerspel Brummen, 1545 mei 31 1545 mei 31 1 charter (met een aangehecht stuk) 1382 Aantekeningen door Wouter Brock en anderen betreffende de goederen (van de proosdij) te Brummen, met een brief van G. Koester aan de secretaris van het kapittel over dit onderwerp, 1576-1606 1576-1606 1 omslag 1383 Register met aantekeningen, mogelijk door de rentmeester van de goederen in de Veluwe, over de restanten, die verschillende schuldenaars te Brummen en Zutphen over 1579-1581 nog schuldig zijn aan de domproost Anthony van Bossu, (1582) (1582) 1 stuk 1384 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het adellijk gerecht te Brummen door het kapittel tegen jhr. Willem Vinck en Arnold van Mersch over een erfelijke rente uit het Culenborchs-goed aldaar, 1600-1601 1600-1601 1 omslag 1385 Rekeningen van de rentmeester van de goederen in de Veluwe, 1600, 1659, met acquit van 1661 1600, 1659, met acquit van 1661 1 omslag 1386 Brieven aan Wynen, rentmeester van de Dom, te Arnhem, 17e eeuw 17e eeuw 1 omslag 5.16.19. Erfpachten in het graafschap Berg (Knijfheze c.a) 1387 Akte waarbij Cornelius Myropius, deken van Oudmunster, pauselijk legaat, de hulp van de wereldlijke arm inroept tegen Oswaldus, graaf van de Berg, die de bezittingen van de domproosdij te Knijfheze en Zedem aan zich had getrokken, 1542 jan. 16 1542 jan. 16 1 charter 1388-1388 Erfpachtbrieven van de proosdijgoederen te Knijfheze bij Emmerik, in het kerspel van Zedem, te Gendringen, Netterden en Weel, tussen de Rijn en de Oude IJssel, 1546-1737 1546-1737 5 charters Zie ook nr. 1272 NB 1388-1 1546 sept. 10 1388-2 1628 april 23 1388-3 1633 jan. 28 1388-4 1639 mei 10 1388-5 1737 mei 13 1389 Stukken betreffende geschillen van het domkapittel met graven van de Berg over de betaling van achterstallige erfpacht van de hof te Knijfheze en de goederen van de domproosdij bij Emmerik, ca. 1470, 1544, 1546, 1578, 1591, 1595-1605, 1628, 1639 ca. 1470, 1544, 1546, 1578, 1591, 1595-1605, 1628, 1639 1 omslag 5.16.20. Erfpachten in Kleef, Brabant en Vlaanderen (Brienen, Borcht, Westerloo en Sisele) Zie voor Syzele en de O.L. Vrouwe kerk te Brugge Syzele en het St. Maartenskapittel te Utrecht, Saczis Erudiri door J. Noterdaeme, p. 180-188. NB 1390-1390 Minuten van kwitanties van de socius van de proost wegens de ontvangst van de erfpachtgelden van goederen en tienden te Brienen (van het klooster te Bedbur), Knijfheze, (van de graaf van Berg), Westerloo c.a. (van de heer van Merode en de abdij van Tongerloo) en Sisele (van het kapittel van St. Marie te Brugge), 1460, 1502-1504, 1517, 1519 1460, 1502-1504, 1517, 1519 1 omslag en 1 charter De omslag betreft een lias, die vermoedelijk als formulierboek is gebruikt NB 1390 1460-1519 1390-2 1504 dec. 13 1391 Stukken betreffende het proces van het kapittel tegen het stift Bedbur over de betaling door het stift van een erfpacht van fl. 31 uit zijn goederen te Brienen, 1750-1752, met enige als bewijs overgelegde stukken, 1637-1680 1 omslag 1392 Vidimus door de bisschoppelijke officiaal van een erfpachtbrief van 1274 van goederen te Borcht, tevens vidimus van brieven van 1240-1291 betreffende goederen te Quakebeke en Westerloo, 1386 febr. 22 1386 febr. 22 1 charter 1393-1393 Akten waarbij de goederen te Westerloo en Oelne in erfpacht worden genomen van de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1240-1384 1240-1384 19 charters Zie ook nr. 1392. Het betreft oorkonden d.d.: - 1240, vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1356 - 1247, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1380 - 1253, met vidimussen door de bisschoppelijke officiaal, 1356, 1381 - 1291, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1380 - 1307, met vidimussen door de bisschoppelijke officiaal, 1356, 1383, en een notarieel afschrift, 1378 - 1317, met vidimussen door de bisschoppelijke officiaal, 1350, 1356 - 1383, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1384 - 1384, met vidimus door de bisschoppelijke offciaal, 1384 NB 1393-1 1247 juni 21 1393-2 1253 sept. 30 1393-3 1290 mrt. 4 1393-4 1307 aug. 19 1393-5 1317 nov. 18 1393-6 1350 mei 21 1393-7 1356 aug. 1393-8 1356 aug. 1393-9 1356 aug. 1393-10 1356 aug. 1393-11 1378 mei 31 1393-12 1380 juni 10 1393-13 1380 juni 10 1393-14 1381 mrt. 19 1393-15 1383 juni 22 1393-16 1383 juli 7 1393-17 1384 mrt. 4 1393-18 1384 mei 5 1393-19 1384 mei 5 1394-1394 Akte waarbij Arnoldus, heer van Wesemale, zich verbindt tot betaling van 102 mark Keulse penningen wegens achterstallige pacht en gemaakte onkosten, 1269, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1356 1356 2 charters 1394-1 1269 aug. 6 1394-2 1356 aug. 1395-1395 Akten waarbij de goederen te Quakebeke en Berchem en alle goederen, van de rivier de Nethe af in de richting van Diest in erfpacht worden genomen van de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1280, met afschrift uit de 14e eeuw, tevens van desbetreffende akten over 1291-1367 en vidimussen door de bisschoppelijke officiaal, 1356, 1383 4 charters Zie ook nr. 1392 NB 1395-1 1280 juli 8 1395-2 14e eeuw 1395-3 1356 aug. 1395-4 1383 juli 10 1396 Akte waarbij Gerardus van Winsemale, heer van Bergen op Zoom, zich bereid verklaart het verschuldigde aan het domkapittel te voldoen, 1290 febr. 26 1290 febr. 26 1 charter 1397 Akte waarbij aan Wilhelmus, heer van Wesemael, het genot van de goederen te Westerloo wegens wanbetaling wordt ontzegd, 1367 mei 6 1367 mei 6 1 charter 1398 Kwitantie van de domproost voor de abt van Tongerloo wegens pacht over 1413 van proosdijgoed te Westerloo, 1415 april 12 1415 april 12 1 charter Het betreft een verschreven kwitantie NB 1398-a Kwitanties van de domproost voor de abt van Tongerloo wegens erfpacht over 1415 en 1416 van proosdijgeld in Westerloo, en voor Johan van Wesenmael, maarschalk van Brabant, wegens erfpacht over 1415 en 1416 van proosdijgoed in Oelne en Westerloo, 1417. Concepten, behorende tot de eerste portie van de vicarie op het altaar van de H. Simon en Judas in de Domkerk. Zie ook nrs. 2912-1-2912-4 behorende tot de eerste portie van de vicarie op het altaar van de H. Simon en Judas in de Domkerk. Zie ook nrs. 2912-1-2912-4 1 stuk Geschreven aan de achterzijde van een fragmentpachtbrief voor Johan van Damasse en Jacob Knippinc van 20 morgen land in Neder-Bijleveld, NB 1399-1399 Ontzegbrieven door Johan van Bouchout, Olivier bastaard van Wesemael, Johan Coopman met Henrick van Doorne, en jonkheer Johan, heer van Wesemale, aan het kapittel gezonden wegens het aan laatstgenoemde gedane onrecht, 1420 1420 4 charters 1399-1 1420 sept. 1 1399-2 1420 sept. 1 1399-3 1420 sept. 2 1399-4 1420 sept. 1 1400 Register houdende afschrift van stukken betreffende de verlening in erfpacht door de kapittels van de Dom en Oudmunster van de goederen te Westerloo c.a. aan heren van Wesemael en van Merode, 1307-1417 1307-1417 1 stuk 1401 Akte waarbij Johan, heer van Merode, zich en zijn erfgenamen verbindt tot tijdige vernieuwing van de erfpachtbrieven van Westerloo, Oelne, Quakebeke, Hersel en Berchem, die hij houdt van de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1446 okt. 10 1446 okt. 10 1 charter 1402 Brief van Filips, aartshertog van Oostenrijk, aan bisschop Frederik van Utrecht, waarin hij deze verzoekt te bewerken dat de kapittels van de Dom en Oudmunster zekere bepalingen goedkeuren van het testament van de heer van Merode, volgens de begeerte van diens weduwe Margaretha van Melun, 1498 1498 1 stuk 1403 Akte waarbij de kapittels van de Dom en Oudmunster een lijftocht van fl. 800 uit de goederen van Westerloo schenken aan Margriet van Meluyn, wier zoon Johan, heer van Merode, de goederen in pacht heeft, 1515 juli 7 1515 juli 7 1 charter 1404 Register van stukken betreffende de verlening in erfpacht van de goederen van Westerloo, Oelne, Quakebeke en dergelijke door de kapittels van de Dom en Oudmunster aan Johanna van Merode, echtgenote van Rycalt van Merode, heer van Frents, die daarover na de dood van Johan, heer van Medrode, in geschil was met Henrick van Merode, heer van Peterssem, 1550, met drie stukken betreffende dit geschil, 1561 1561 1 omslag 1405-1405 Erfpachtbrieven van de goederen van Westerloo, Oelne, Quakebeke, Herselt en Berchem, 1550, 1570, 1589, 1609, met akten van borgstelling voor de erfpacht, 1615 1 stuk en 6 charters 1405 1589 1405-2 1550 juni 16 1405-3 1570mrt. 15 1405-4 1594 mrt. 21 1405-5 1609 juli 4 1405-6 1609 juli 4 1405-7 1615 nov. 20 1406 Akte waarbij Rijcalt en Johanna van Merode beloven de kapittels van de Dom en Oudmunster schadeloos te zullen houden van de heer van Peterssen, wegens de hun verleende erfpacht, 1550 juni 18 1550 juni 18 1 charter 1407 Obligatie, door Rijcalt en Johanna van Merode aan de kapittels van de Dom en Oudmunster gegeven, van 1000 gulden, voor de investituur met de genoemde goederen, met belofte tot het leveren van een beschrijving van deze, 1550 juni 19 1550 juni 19 1 charter 1408 Kwitantie door de domproost van Joanna van Merode, van 8 3/4 mark zilver, elke mark gerekend voor 8 Keurvorsten gulden, wegens pacht van de goederen van Westerloo c.a., 1560 dec. 7 1560 dec. 7 1 charter Het betreft een ongezegeld formulier, waarop aan de achterzijde de berekening van de verdeling van het bedrag tussen de domproost, de Kleine Kamer van de Dom en het kapittel van Oudmunster voorkomt NB 1409 Akte waarbij Philips van Merode, heer van Montfoort, aggreatie geeft van de hypotheek op enige goederen onder het burggraafschap van Montfoort, als pand voor de betaling van een losrente, door zijn vader aan de kapittels van de Dom en Oudmunster verschuldigd wegens de koop van de heerlijkheden Westerloo c.a., met bijlage, 1618 dec. 5 1618 dec. 5 1 charter 1410 Resolutie van het domkapittel, waarbij het mr. Johan Trudonis machtigt om met de abdij van Tongerloo overeen te komen over de afkoop van een erfpacht uit de tienden te Westerloo en Olne, 1621. Afschrift 1621. Afschrift 1 stuk 1411 Lijst van stukken in lade 81 van de archiefkast betreffende erfpachtgoederen te Westerloo over, 1217-1618 1217-1618 1 stuk 1412 Afschriften van erfpachtbrieven en correspondentie met erfpachters van goederen te Westerloo, 1485-ca. 1610 1485-ca. 1610 1 omslag 5.17. Pachten van het kapittel 5.17.1. Algemeen 1413-1413 Protocollum novarum locationum, huurboeken van het kapittel, bevattende extracten uit pachtbrieven, die steeds uitvoeriger worden, 1411-1462, 1479-1528, 1573-1614, 1616-1631, 1634-1811 1411-1462, 1479-1528, 1573-1614, 1616-1631, 1634-1811 19 delen en 19 banden Vanaf 1696 zijn de huurcedullen gedrukt en tot banden verenigd NB 1413-1 1411-1462 1413-2 1479-1528 1413-3 1553-1578 1413-4 1578 1413-5 1578-1583 1413-6 1583-1591 1413-7 1592-1601 1413-8 1601-1608 1413-9 1608-1614 1413-10 1616-1624 1413-11 1623-1627 1413-12 1628-1631 1413-13 1634-1639 1413-14 1639-1646 1413-15 1646-1651 1413-16 1652-1659 1413-17 1659-1668 1413-18 1668-1682 1413-19 1683-1695 1413-20 1696-1703 1413-21 1703-1710 1413-22 1711-1720 1413-23 1721-1730 1413-24 1730-1738 1413-25 1738-1747 1413-26 1747-1750 1413-27 1750-1754 1413-28 1754-1671 1413-29 1762-1766 1413-30 1767-1772 1413-31 1773-1776 1413-32 1777-1781 1413-33 1781-1786 1413-34 1786-1791 1413-35 1792-1796 1413-36 1797-1800 1413-37 1801-1805 1413-38 1805-1811 1414 Registrum diversarum recognitionum locationum Majoris camerae ecclesiae Trajectensis, register van pachten van de Grote Kamer, 1552-1579 1552-1579 1 deel In dit deel zijn een aantal akten volledig, maar niet in chronologische orde, afgeschreven. Ze betreffen meestal goederen buiten het Sticht, met één uitzondering wordt van deze huren geen melding gemaakt in nrs. 1413-1-1413-38 NB 1415-1415 Registrum recognitionum litterarum locationum Majoris ecclesie Trajectensis Minoris camere, register van pachten van de Kleine Kamer, (1506) 1553-1571 (1506) 1553-1571 2 delen 1415-1 1553-1563, met enige oudere tussengevoegde akten vanaf 1506 1415-2 1561-1571 1416 Lijsten van de pachten van de Kleine Kamer, die uit de huur zijn, 1531, ca. 1568 1531, ca. 1568 1 omslag 1417 Registrum litterarum recognitionum locationum Bonarum divisorum Majoris ecclesie Trajectensis, register van pachten, behorende tot de Bona divisa, 1555-1570 1555-1570 1 deel 1418 Registrum divisarum recognitionum Bonarum cerevisie, choralium etc, majoris ecclesie Trajectensis, register van pachten, behorende tot de Bona cerevisiae, choralium, succentorum et vicariorum absentium, 1554-1561 1554-1561 1 deel 1419-1419 Register van pachtbrieven en andere stukken betreffende de proosdijgoederen, 1331-1601 1331-1601 1 deel en 1 stuk 1419-1 1331-1601 1 band 1419-2 1479. Afschrift 1 stuk 1420 Register met aantekeningen over de verhuring van goederen van de proosdij, gedurende de vacature van de proosdij gedaan door de socius van de proost op behagen van het kapittel, 1545 1545 1 stuk 1421 Register van pachtbrieven van proosdijgoederen, 1559-1572 1559-1572 1 deel 1422 Afschriften van pachtbrieven van proosdijgoederen en stukken betreffende het beheer van de socius, 1577-1581 1577-1581 1 omslag 1423 Staat van de nieuw te maken huren en van de af te leggen rekeningen, 1586, met staat van de nieuwe huren, 1592 1 stuk 1424 Register van verhuringen van landen van het kapittel, 1480-1520 1480-1520 1 deel 1425-1425 Concepten, minuten en afschriften van huurcelen, 1457-1805 1457-1805 3 pakken Van de afschriften zijn sommige in processen gebruikt. Zie ook nrs. 1437-1-1437-2 NB 1425-1 1457-1733 1425-2 1733-1740 1425-3 1740-1805 1426 Akten van willige condemnatie op de huurcelen, 1609-1613 1609-1613 1 omslag 1427 Publicaties van verhuringen, 1628-1674 1628-1674 1 omslag 1428-1428 Staten van de leges van de nieuwe huren, met bijlagen, 1613-1669 1613-1669 2 pakken Onvolledig. De leges werden aan de secretaris van het kapittel betaald, maar kwamen grotendeels ten goede aan de schouten NB 1428-1 1613-1642 1428-2 1643-1669 1428-a Kwitantieboek wegens de ontvangst van de leges van de nieuwe huren door de kameraar, 1749-1757 1749-1757 1 deel 1429 Rekeningen van de ontvangsten van de rantsoenen van de nieuwe huren van landerijen van de verschillende kamers, 1520, 1524, 1529, 1530, 1588 1520, 1524, 1529, 1530, 1588 1 omslag De rekeningen zijn of voor het kapittel bestemd of voor de deken. Van het jaar 1529 zijn beide exemplaren aanwezig NB 1430-1430 Staten van de rantsoenen van de nieuwe huren en van de vijftigste penning van verlei van erfpachten, 1631-1750 1631-1750 3 banden De rantsoenen werden onder de domheren verdeeld, waarvan meestal achter de staat van elk jaar aantekening is gedaan. De receptor was steeds de Kleine kameraar NB 1430-1 1631-1650 1430-2 1651-1702 1430-3 1703-1750 1431 Voorlopige staten van de rantsoenen van de nieuwe huren over, 1674-1678 1674-1678 1 omslag In de staat in de oudste vorm zijn ook die rantsoenen vermeld, die overgebracht zijn naar de lootcelen. De jongste vorm komt overeen met de staat in de hiervoor vermelde band NB 1432 Gequiteerde divisies van de rantsoenen van ¼ jaar pacht van de nieuw gemaakte huren en de quinquagesima van de verkochte erfpachten, 1692-1700, 1752-1777 1692-1700, 1752-1777 1 pak 1433-1433 Kapoencelen, staten van te ontvangen kapoenen en van de divisies onder de domheren, 1533-1666, 1810, 1811 1533-1666, 1810, 1811 4 banden, 1 pak en 3 omslagen Onvolledig met betrekking tot 1533-1666 NB 1433-1 1533-1541 1433-2 1542-1561 1433-3 1574, 1578, 1581 1 omslag 1433-4 1579-1587 1433-5 1590-1620 1 pak 1433-6 1621-1641 1 omslag 1433-7 1642-1666 1433-8 1810, 1811 1 omslag 1434-1434 Aantekeningen over nieuwe huren, ontvangsten gelden, verleende kortingen en verbouwing van hofsteden, met ontwerp van huurcondities, 1524-1811 1524-1811 1 pak en 2 bladen 1434 1524-1811 1434-2 Doorsnede van een hofstede, z.j. z.j. 1434-3 Plattegrond van een hofstede, z.j. z.j. 1435 Verzoekschrift door het kapittel aan de Gedeputeerde Staten van Utrecht om zijn landen en tienden in Gelderland met een som van fl. 2000 te mogen bezwaren, met gunstige beschikking, 1588. Afschrift, 1591 1588. Afschrift, 1591 1 stuk 1436 Aantekeningen over ongelden, die aan de pachten moeten worden gekort, verzoekschriften om ontheffing en stukken betreffende moeilijkheden bij de heffing ondervonden, plaatselijke en polderlasten plaatselijke en polderlasten 1 omslag Het betreft provinciale, NB 1437-1437 Stukken betreffende geschillen met pachters over achterstallige pacht als anderzins, 1497-1800 1497-1800 2 pakken Hierbij afschriften van huurcontracten die in processen gebruikt zijn. Zie ook nrs. 1425-1-1425-3 NB 1437-1 1497-1647 1437-2 c. 1650-1800 1438 Aantekeningen, brieven en kwitanties met betrekking tot geassigneerde pachten, 1585-1804 1585-1804 1 omslag 1439 Kaart van een perceel land met boerenwoning, begin 17e eeuw begin 17e eeuw 1 blad 5.17.2. Pachten te Utrecht Zie onder de rubriek Erfpachten en pachten van huizen te Utrecht (5.16.2) NB 5.17.3. Pachten in de Vrijheid van Utrecht 1439-1439 Pachtbrieven van de Codden-Camp of heer Ludolfskamp, zijnde een hofstede met 10 morgen land, naast Ludolfsweg, 1340-1565 1340-1565 6 charters Het betreft de Bona divisa. In de 16e eeuw was de weg strekkende tot de Nieuwe Grift. De grootte wordt ook wel aangeduid als12 morgen 1 hond. In dat geval is een stuk land meegerekend, dat in de Kleine Kamer behoorde en vroeger afzonderlijk verpacht is geweest. Het gehele perceel wordt ook wel Goudoever genoemd NB 1439-a 1340 juni 10 1439-b 1355 febr. 21 1439-c 1364 dec. 7 1439-d 1375 juli 24 1439-e 1535 juli 10 1439-f 1565 jan. 29 1440-1440 Pachtbrieven van 4½ of 5 morgen land, genaamd de Kolfweide, op Oudwijkerveld, buiten de Wittevrouwenpoort, strekkende uit de stadssingel met een akker over de Steenstraat (Biltstraat), 1392-1570 1392-1570 6 charters Het betreft de Bona divisa NB 1440-1 1359 okt. 6 1440-2 1392 dec. 30 1440-3 1414 mrt. 8 1440-4 1416 febr. 4 1440-5 1562 mei 12 1440-6 1570 juni 29 1441-1441 Pachtbrieven van een hofstede achter St. Servaas, of wel een boomgaard met huis aan de stadssingel, geheten Goudoever, ten zuiden waarvan de Nicolaasweg ligt, 1413, 1529 1413, 1529 2 charters Het betreft de Bona divisa NB 1441-1 1413 jan. 7 1441-2 1529 mrt. 20 1442 Citatie door de bisschoppelijke officiaal, van de abdis en het convent van Oudwijk, die de St. Nicolaasweg, die de pachters van het kapittel steeds gebruikt hadden, wederrechtelijk hebben afgesloten, 1501 juli 7 1501 juli 7 1 charter 1443 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het gerecht van Utrecht door het kapittel tegen Jan Cornelisz. Stultingh tot het betalen van pacht en kapoenen voor de huur van verschillende percelen land op het Oudwijkerveld en aan de Steenstraat, behorende aan het kapittel, 1625-1631 1625-1631 1 omslag 1444 Akten van verkoop door het kapittel van landerijen in Abstede (Goudoever), 1659, 1661 1659, 1661 1 omslag 1445 Vidimus door de bisschoppelijke officiaal van een pachtbrief van 1330 voor Vrederic van de Hove en zijn vrouw Jonkvrouw Bertrada, van de waard waarop zij wonen, met het goed Over de Vecht, vroeger van heer Lambrecht Vreese, en van de tienden van Amedike, 1340 april 10 1340 april 10 1 charter Het betreft de Proosdijkamer NB 1446-1446 Pachtbrieven van het goed te Nieuwen Weerd, 1340-1612 1340-1612 8 charters Het betreft de Proosdijkamer NB 1446-1 1340 okt. 26 1446-2 1399 febr. 10 1446-3 1408 jan. 11 1446-4 1458 juli 21 1446-5 1495 okt. 29 1446-6 1545 aug. 3 1446-7 1563 okt. 13 1446-8 1612 1447 Pachtbrief van het goed Kijfland en de tienden van 14 morgen land behorende bij de hofstede Ten Hove, 1385 mrt. 18 1385 mrt. 18 1 charter Het betreft de Proosdijkamer NB 1448-1448 Pachtbrieven van de goederen Ten Hove en Kijfland, 1508-1551 1508-1551 7 charters Het betreft de Proosdijkamer. Zie ook nr. 1139 NB 1448-1 1508 mei 20 1448-2 1519 aug. 11 1448-3 ca. 1545 1448-4 1545 febr. 10 1448-5 1550 dec. 12 1448-6 1551 dec. 11 1448-7 1551 dec. 11 1449 Pachtbrief van een half morgen land aan de stadssingel naast Plompetoren, 1422 okt. 1 1422 okt. 1 1 charter Het betreft de Proosdijkamer NB 1450 Specificatie door landmeter E. van Buytendijck van de kosten van de splitsing van een stuk land op Kranenhofstede in drie partijen, 1620 1620 1 stuk 1451 Akte van de verkoop door het kapittel van 2 hond land op Kranenhofstede, 1659 1659 1 stuk 1452 Eigendomsbewijs van 4½ morgen land, onverdeeld liggende in 9 morgen land in het gerecht van de bisschop aan de Lage Weide, 1341 febr. 11 1341 febr. 11 1 charter Het betreft de Kleine Kamer. Zie ook nr. 1454-2 NB 1453-1453 Eigendomsbewijzen van het vijftiende viertel op de Weide, 1448, met oudere akten van overdracht, 1432-1445, en een latere brief van de stadsregering van Utrecht, 1456 5 charters (waarvan 4 getransfigeerd) Dit viertel behoorde in 1456 aan de vicarie van St. Catharina. De charters moeten eigenlijk voor of na nr. 2835 in de inventaris geplaatst worden. Zie ook nr. 2857 NB 1453-1 1432 okt. 20, 1445 april 19, 1448 dec. 11 en 1456 juni 9 ( 4 charters getransfigeerd) 1453-2 1448 dec. 11 1454-1454 Pachtbrieven van 4½ morgen of 4 morgen land op de Weide (aan de Koudehorn in St. Catharijne), in Hillekenskamp, 1347-1414, 1549-1571 1347-1414, 1549-1571 7 charters Het betreft de Kleine Kamer. Dit perceel staat in de rekeningen onder Oudenrijn. Onder dit nummer zijn bij vergissing twee percelen bijeengevoegd, namelijk het onder nr. 1452 beschreven perceel in Hillekenscamp aan de Lage Weide en een ander perceel aan de Hoge Weide NB 1454-1 1347 juli 24 1454-2 1365 febr 1454-3 1406 sept. 23 1454-4 1414 mei 13 1454-5 1549 sept. 12 1454-6 1562 febr. 7 1454-7 1571 juni 4 1455-1455 Eigendomsbewijzen van het goed Enge, buiten de Catharijne poort, tussen de stadsmuren van Utrecht en Papendorp, 1260 1260 2 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1455-1 1260 sept. 19 1455-2 1260 sept. 19 1456 Akte waarbij Arnoldus Bitter belooft de twee hoeven land in Overrijn in de parochie van St. Geerte, die hij van het kapittel in lijfpacht heeft, te zullen verbeteren, 1297 okt. 3 1297 okt. 3 1 charter Het betreft de Bona divisa NB 1456-1456 Pachtbrieven van 11½ morgen land met een hofstede, gelegen naast het goed Enge, 1346, 1367 1346, 1367 2 charters Het betreft de Grote Kamer. De brief van 1346 is een vidimus van een akte van 9 augustus 1329 NB 1456-a 1346 aug. 9 1456-b 1367 nov. 23 1457-1457 Pachtbrieven van het goed Enge, 1337-1458 1337-1458 3 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1457-1 1337 juni 21 1457-2 1346 jan. 24 1457-3 1458 sept. 30 1458-1458 Pachtbrieven van 30 morgen 100 roeden land in Overrijn, 1341-1586 1341-1586 7 charters Het betreft de Bona divisa NB 1458-1 1341 nov. 15 1458-2 1376 dec. 23 1458-3 1550 dec. 4 1458-4 1560 jan. 26 1458-5 1569 mei 2 1458-6 1570 1458-7 1586 jan. 18 1459-1459 Pachtbrieven van een hofstede en 2 of 3½ morgen land, gelegen Over Rijn in de parochie van St. Geerte (achter aan 't Lijnpad, 1376-1585 1376-1585 8 charters Het betreft de Kleine Kamer. In de rekeningen staat de hofstede met het land vermeld onder Galecop NB 1459-1 1376 dec. 23 1459-2 1543 okt. 10 1459-3 1547 april 16 1459-4 1552 1459-5 1562 aug. 14 1459-6 1562 nov. 11 1459-7 1571 juli 4 1459-8 1585 mrt. 2 1460-1460 Pachtbrieven van landerijen in het Lijnpad, 1484-1582 1484-1582 7 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1460-1 1484 jan. 20 1460-2 1504 jan. 8 1460-3 1563 april 1 1460-4 1570 dec. 12 1460-5 1571 1460-6 1571 aug. 10 1460-7 1582 april 27 1461 Koopakte en akte van overdracht van de Bollaertsakker met een boomgaard, samen 2 morgen land, in het Lijnpad aan de Kerweg, 1487 april 10 en 1487 april 25 1487 april 10 en 1487 april 25 2 charters (getransfigeerd) Het betreft de Kleine Kamer NB 1462 Eigendomsbewijs van één hond land buiten de Catharijnepoort aan de zuizijde van de Steenweg, 1501 dec. 20, met oudere overdrachten, 1375 mei 19, 1461 juli 1 1501 dec. 20, met oudere overdrachten, 1375 mei 19, 1461 juli 1 3 charters (getransfigeerd) In het nr. 1463 is sprake van één hond 'ende es een steghe oft uuytwech' NB 1463 Opmetingen van landerijen in de Eng (Lijnpad), behorende aan het kapittel, 1523, 1542 1523, 1542 1 omslag 1464-1464 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht over 2 morgen land en een hofstede in het Lijnpad, door de huurder als zijn eigendom verkocht, 1541 1541 2 charters 1464-1 1541 juli 30 1464-2 1541dec. 5 (in boekvorm) 1465 Verklaring door Aelbert Scatterszoon, dat hij geen recht heeft op het hoofd, dat hij gemaakt heeft buiten St. Catharijnepoort te Utrecht naast zijn hofstede op Henric die Witten weg, 1455 juni 23 1455 juni 23 1 charter 1466 Akte waarbij Jan van Haeften zich verbindt tot opruimimg, wanneer het kapittel zulks verlangt, van een staketsel, dat hij gezet heeft tot bescherming van zijn doornheg langs de weg van het kapittel, buiten Catharijnepoort, 1565 1565 1 stuk 1467 Stukken betreffende de verkoop door het kapittel aan de stad Utrecht en aan particulieren van landerijen aan de westzijde van de stad, 1660-1665, met overeenkomst betreffende de verwijdering van een sloot, 1665 1 omslag 1468 Stukken betreffende de afgraving van aarde van 7 morgen land in het Lijnpad, 1680-1688 1680-1688 1 omslag 1469-1469 Kaart door J. van de Bercke van twee percelen land gelegen aan het Lijnpad tussen de Tolsteeg- en de Catharijnepoort, 1594, met een kopie door B. Lobe, 1643 1594, met een kopie door B. Lobe, 1643 2 bladen 1469-1 Kaart door J. van de Bercke, 1594 1594 1469-2 Kopie door B. Lobe, 1643 1643 1470-1470 Kaarten door D. van Molsbeek van twee percelen land en een hofstede gelegen tussen het Marie-bolwerk en het Lijnpad, 1660 1660 2 bladen 1470-1 Kaarten door D. van Molsbeek van twee percelen land en een hofstede gelegen tussen het Marie-bolwerk en het Lijnpad, 1660 1660 1 blad 1470-2 Kaarten door D. van Molsbeek van twee percelen land en een hofstede gelegen tussen het Marie-bolwerk en het Lijnpad, 1660 1660 1 blad 1471 Kaart van twee percelen land gelegen tussen de Bleekersgracht en de Tiendweg onder het Lijnpad, ca. 1660 ca. 1660 1 blad 1472 Kaart door B. de Roy van een perceel land gelegen tegenover Lubbenes aan de Bleekersgracht, afgegraven door Van Noordt, 1694 1694 1 blad 1473 Kaart van een perceel land gelegen tegenover Lubbenes, (1694) (1694) 1 blad 5.17.4. Pachten in het Nederkwartier (Oostveen, Achttienhoven, Westbroek, Maarssen en Maarssenbroek, Breukelen en Breukelerveen, Kortenhoef of Ankeveen, Nederhorst, Abcoude, Themaat, Harmelen en Kamerik) 1474 Testament van de domproost Florentius, waarbij hij aan de door hem in de Dom gestichte vicarie 11 morgen land in het Goy in het kerspel Houten, waarvan 8 morgen minus 1 hond te Loerik en 3 morgen 1 hond te Oostrum gelegen zijn, schenkt, met de door hem gekochte goederen te Doorn, verder aan de domproosdij de Ossenwaard met andere goederen te Cothen, en aan de kanunniken voor hun prebenden goederen in Maarschalkerwaard, het Veen en Zeist, van welke goederen in het kapittel zelf het beheer hebben zal, 1333 april 29 1333 april 29 1 charter Het betreft de Bona cerevisiae. Zie ook nr. 2793 NB 1475 Eigendomsbewijs van twee halve hoeven op het Veen in het gerecht van de domproost, 1349 nov. 11 1349 nov. 11 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1476 Eigendomsbewijs van een halve viertel land en veen, gelegen in Oostveen, strekkende van de Bisschopswetering tot de Drinschote, 1406 nov. 1 1406 nov. 1 1 charter Het betreft de Choralen NB 1477-1477 Eigendomsbewijs van 4 roeden en de helft van 6 roeden veen in Oostveen, strekkende van de Nieuwe wetering tot de Drinschote, 1500, met oudere akten van overdracht, 1484, 1487 1484, 1487 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1477-1 1484 juni 11 1477-2 1487 mrt. 16 1477-3 1500 nov. 26 1478-1478 Eigendomsbewijs van de beterschap en erfpacht van een hofstede met 11 morgen land, gelegen bij de kapel in Oosteveen, 1501, met oudere akte van overdracht, 1490 1501, met oudere akte van overdracht, 1490 1 stuk en 1 charter Het betreft de Bona cerevisiae NB 1478 1490 1478-2 1501 dec. 14 1479-1479 Stukken betreffende een rente van 3 Rijnse gulden jaarlijks, gevestigd op een derde deel van het Stalingerveen, dat in 1501 aan het kapittel is gekomen, 1499 1499 1 stuk en 2 charters (getransfigeerd) Het betreft de Kleine Kamer NB 1479 1499 1479-2 1481 mrt. 11 en 1499 okt. 26 2 charters getransfigeerd 1480-1480 Eigendomsbewijzen van een derde deel van het Stalingerveen, 1503, 1509, met oudere akten van overdracht van dit derde deel van 2 viertel en 6 roeden, van de Oude Wetering tot de Drinschote, 1490-1503 1490-1503 1 stuk en 18 charters (waarvan 11 getransfigeerd) Het betreft de Succentoren NB 1480 1467 1480-2 1467 juni 25 1480-3 1467 juni 25 1480-4 1467 juni 25, 1476 jan. 21 en 1478 febr. 28 ( 3 charters getransfigeerd) 1480-5 1490 sept. 22 1480-6 1492 juni 12, 1499 april 27 en 1499 juni 15 ( 3 charters getransfigeerd) 1480-7 1492 juni 12, 1499 mei 4 en 1499 juni 15 ( 3 charters getransfigeerd) 1480-8 1499 mei 2 1480-9 1501 sept. 16 1480-10 1503 mei 15 1480-11 1503 mei 27 en 1509 jan. 31 ( 2 charters getransfigeerd) 1480-12 1503 juli 24 1481 Eigendomsbewijs van een zesde deel van 3 viertel land en veen, van de Nieuwe Wetering tot de Drinschote, 1522 jan. 22 1522 jan. 22 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1482-1482 Verklaringen van het kapittel, dat twee derde delen van het Stalingerveen in Oostveen vanouds zijn eigendom geweest zijn en dat het de helft van een derde deel onlangs gekocht heeft, waarvan de andere helft behoort aan de Wendelmoet, Pouwels Buysen weduwe, zodat deze dus een zesde van het geheel bezit, 1520, 1522 1520, 1522 2 charters Het betreft de Kleine Kamer en de Succentoren NB 1482-1 1520 dec. 4 1482-2 1522 febr. 3 1483-1483 Eigendomsbewijs van 9 roeden land en veen, strekkende van de Achterwetering tot de Drinscote, 1505, met oudere akten van overdracht en erfpachtbrieven, 1504-1505 1504-1505 7 charters (waarvan 5 getransfigeerd) Het betreft de Kleine Kamer NB 1483-1 1504 mei 8 1483-2 1504 mei 9, 1504 juni 8 en 1504 juli 8 ( 3 charters getransfigeerd) 1483-3 1504 mei 9 en 1505 mrt. 6 ( 2 charters getransfigeerd) 1483-4 1505 mei 3 1484-1484 Eigendomsbewijzen van een viertel veen in Oostveen, van de Nieuwe Wetering tot de Hollandse Ray, 1550, met oudere akten van overdracht van een halve viertel veen of een deel ervan, strekkende van de Nieuwe Wetering tot de Drinscote, erfpachtbrief en plecht, 1483, 1507-1512 1483, 1507-1512 6 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1484-1 1483 april 14 1484-2 1507 jan. 7 1484-3 1512 mrt. 17 1484-4 1512 mrt. 17 1484-5 1520 nov. 27 1484-6 1520 dec. 4 1485 Eigendomsbewijs van een viertel land in Oostveen, strekkende van de Hoofdwetering tot de Oude Wetering, 1521 juni 4 1521 juni 4 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1486 Procuratie van Johan van Lamzweerde tot de overdracht voor het gerecht van Oostveen van 9 morgen land aan de Achterwetering, 1577 1577 1 stuk 1487 Procuratie voor Steven Lobe, schout van de Dom, tot de overdracht voor het gerecht van Oostveen van de helft van een halve viertel land, veld en veen, gelegen aan St. Maartensdijk, strekkende van de Nieuwe Wetering tot de Hollandse Rading, 1581 jan. 23 1581 jan. 23 1 charter 1488 Akte waarbij een lange smalle akker, genaamd de Halve hoeve, door het kapittel wordt verkocht aan Gerbrand de Beer, 1646 1646 1 stuk 1489 Kaart door B. Lobe van enige percelen land gelegen tussen het Zwarte Water en de Blauwkapelse weg en tussen deze en de weg naar Groenekan, 1641 1641 1 blad 1490 Kaarten van enige percelen land gelegen tussen de Nieuwe Wetering en Maartensdijk, ca. 1650 ca. 1650 1 blad 1491 Kaart door H. Ruysch van een hofstede met enige percelen land, gelegen tussen de Gageldijk en de Gelderdijk, oftewel de Ruigenhoekse dijk, 1678 1678 1 blad Het betreft de Kleine Kamer NB 1492 Kaart door H. Ruysch van een perceel land gelegen tussen de Hoofddijkse wetering en de Blauwkapelse weg, 1678 1678 1 blad Het betreft de Kleine Kamer NB 1493 Kaart door H. Ruysch van een perceel land gelegen tussen de Hoofddijkse wetering en het Zwarte Water, 1678 1678 1 blad Het betreft de Kleine Kamer NB 1494 Kaart door H. Ruysch van een perceel land gelegen tussen het Zwarte Water en de Gageldijk, 1678 1678 1 blad Het betreft de Kleine Kamer NB 1495 Kaart door H. Ruysch van een perceel land gelegen tussen de Hoofddijkse wetering en het Zwarte Water, 1678 1678 1 blad 1496 Kaart door H. Ruysch van een perceel land gelegen tussen het Zwarte Water en de Gageldijk, 1678 1678 1 blad 1497 Kaart door H. Ruysch van een perceel land gelegen tussen de Gageldijk en de Gelderdijk, 1678 1678 1 blad 1498 Kaart door H. Ruysch van een perceel land gelegen tussen de Gageldijk en de Gelderdijk, 1678 1678 1 blad 1499 Kaart door H. Ruysch van een hofstede met enige percelen land, gelegen tussen de Nieuwe wetering en de Hollandse Rading, 1678 1678 1 blad 1500-1500 Akte waarbij de domproost Florens van Jutfaes 11 morgen land met een hofstede, gelegen op het Veen, voor 80 jaren in pacht geeft, ingaande 1338, 1336, met akte waarbij deze voor 73 jaren in pacht worden genomen van het kapittel, 1343 1343 2 charters Het betreft de Bona cerevisiae NB 1500-1 1336 nov. 22 1500-2 1343 nov. 22 1501-1501 Pachtbrieven van landerijen op het Veen, 1347-1574 1347-1574 21 charters Het betreft de Bona cerevisiae NB 1501-1 1347 aug. 4 1501-2 1347 aug. 4 1501-3 1347 aug. 5 1501-4 1374 dec. 19 1501-5 1413 jan. 4 1501-6 1414 jan. 26 1501-7 1418 mei 21 1501-8 1422 april 22 1501-9 1469 juli 31 1501-10 1502 febr. 13 1501-11 1554 aug. 16 1501-12 1554 okt. 16 1501-13 1559 mei 1 1501-14 1560 jan. 25 1501-15 1564 jan. 22 1501-16 1565 febr. 14 1501-17 1568 juni 30 1501-18 1568 juni 30 1501-19 1571 nov. 15 1501-20 1574 jan. 17 1501-21 1577 mrt. 12 1502-1502 Pachtbrieven van landerijen op het Veen, 1349-1632 1349-1632 1 omslag en 32 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1502 1562, 1623 1502-2 1349 nov. 25 1502-3 1357 april 29 1502-4 1357 april 29 1502-5 1357 april 29 1502-6 1398 dec. 15 1502-7 1416 mrt. 13 1502-8 1422 nov. 29 1502-9 1423 sept. 20 1502-10 1505 mei 16 1502-11 1519 juni 12 1502-12 1539 aug. 10 1502-13 1542 jan. 3 1502-14 1543 1502-15 1546 april 20 1502-16 1551 1502-17 1553 aug. 26 1502-18 1563 mei 28 1502-19 1563 juni 19 1502-20 1563 juli 3 1502-21 1563 juli 31 1502-22 1564 nov. 20 1502-23 1564 nov. 24 1502-24 1565 jan. 20 1502-25 1566 febr. 25 1502-26 1571 mrt. 18 1502-27 1571 april 20 1502-28 1571 nov. 30 1502-29 1571 dec. 4 1502-30 1573 nov. 27 1502-31 1575 dec. 19 1502-32 1583 jan. 19 1502-33 1584 mrt. 23 1503 Lijfpachtbrief van een viertel veen in Oostveen, 1334 febr. 16 1334 febr. 16 1 charter Het betreft de Choralen NB 1504 Akte waarbij Alaerd van de Wale, ridder, belooft aan het kapittel de kosten te zullen terugbetalen, die het gemaakt heeft of te maken zal ter zake van een hoeve land in het gerecht van de proost van St. Jan, aan de Smalendijk in de Achttienhoven, waarover zijn zoon Johan van de Velde de zeven aangesproken heeft, 1369 okt. 27 1369 okt. 27 1 charter Het betreft de Choralen NB 1505-1505 Pachtbrieven van een halve hoeve land te Achttienhoven, 1373-1449 1373-1449 3 charters Het betreft de Choralen NB 1505-1 1373 sept. 2 1505-2 1416 aug. 2 1505-3 1449 mrt. 16 1506-1506 Akten van belening door de heer van Pijlsweerd van het kapittel met 8 morgen land te Achttienhoven, 1492-1706 1492-1706 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1506-1 1492 mrt. 5 1506-2 1585 mrt. 17 1506-3 1597 aug. 2 1506-4 1681 febr. 2, met dorsale aantekeningen van leenverheffing, 1682, 1706 1507 Akte van opneming van verzuim van verhef van 8 morgen land te Achttienhoven, door het kapittel gehouden van de heer van Pijlsweerd en wederom in pacht gegeven, 1583 1583 1 stuk 1508-1508 Pachtbrieven van 8 morgen land te Achttienhoven op Schulpen, 1541-1569 1541-1569 5 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1508-1 1541 febr. 10 1508-2 1549 mrt. 26 1508-3 1550 jan. 20 1508-4 1560 mei 20 1508-5 1569 nov. 9 1509 Overeenkomst van het kapittel met Jeronimus de Wilhem en Wessel Smits, die 2 hond land kopen van 8 morgen, liggende op Schulpen te Achttienhoven, 1658 1658 1 stuk Het betreft de Kleine Kamer NB 1510-1510 Eigendomsbewijs van een viertel land te Westbroek, ten behoeve van twee succentoren, 1515, met oudere akten van overdracht en pachtbrief, 1485-1501 5 charters 1510-1 1485 april 13 1510-2 1492 okt. 23 1510-3 1498 juni 13 1510-4 1501 febr. 9 1510-5 1515 mrt. 19 1511-1511 Pachtbrieven van een viertel land of veen te Westbroek, van de Groene weg achter Zuilen tot aan de Drinscote, 1502-1572 1502-1572 9 charters Het betreft de Succentoren NB 1511-1 1502 1511-2 1519 sept. 16 1511-3 1529 april 19 1511-4 1543 april 18 1511-5 1546 april 5 1511-6 1549 sept. 14 1511-7 1556 aug. 13 1511-8 1570 sept. 26 1511-9 1572 mrt. 12 1512 Eigendomsbewijs van een akker land te Maarssen bij de Gouden hoeve, genaamd Piersakker, 1331 febr. 21 en 1331 febr. 21 1331 febr. 21 en 1331 febr. 21 2 charters (getransfigeerd) Het betreft de Kleine Kamer NB 1513 Eigendomsbewijs van 4 morgen land, gemeen liggende in 9 morgen, te Maarssenbroek, 1399 sept. 28 1399 sept. 28 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1514 Eigendomsbewijs van 4 morgen land te Maarssenbroek, 1491 juni 20 1491 juni 20 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1515-1515 Pachtbrieven van 7 morgen land of een hoeve land, genaamd de Kleine Striip, te Maarssen, 1364-1422 1364-1422 3 charters Het betreft de Fabriek NB 1515-1 1364 dec. 5 1515-2 1403 mrt. 21 1515-3 1422 febr. 22 1516-1516 Pachtbrieven van landerijen te Maarssen en Maarssenbroek, 1408-1573 1408-1573 15 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1516-1 1408 nov. 26 1516-2 1419 dec. 12 1516-3 1529 mrt. 1 1516-4 1548 mrt. 28 1516-5 1550 dec. 19 1516-6 1558 dec. 29 1516-7 1559 mei 4 1516-8 1562 jan. 24 1516-9 1562 juli 11 1516-10 1563 dec. 24 1516-11 1564 mei 13 1516-12 1569 aug. 31 1516-13 1573 1516-14 1573 1516-15 1573 aug. 10 1517 Aantekeningen over verkocht hout, gras en groen te Maarssen en Maarssenbroek, 1735, 1736 1735, 1736 1 omslag 1518-1518 Eigendomsbewijs van een hoeve en 11 hond land te Breukelen-St. Pieters, 1509, met oudere akten van overdracht en pachtbrieven, tevens van 2 morgen land te Breukelerveen, 1486-1509 1486-1509 8 charters Het betreft de Succentoren NB 1518-1 1486 april 6 1518-2 1489 okt. 8 1518-3 1493 april 19 1518-4 1495 nov. 5 1518-5 1496 mei 2 1518-6 1498 juni 13 1518-7 1501 febr. 9 1518-8 1509 febr. 15 1519-1519 Akte waarbij een halve hoeve land te Breukelerveen van domdeken mr. Ludolf van de Veen in pacht wordt genomen, 1503, met oudere pachtbrief, 1490 2 charters Het betreft de Succentoren NB 1519-1 1490 mrt. 20 1519-2 1503 mrt. 15 1520 Eigendomsbewijs van 1 morgen land te Breukelerveen, voor Henric Roeck, 1496 juli 5 1496 juli 5 1 charter 1521-1521 Pachtbrieven van 2 morgen land te Breukelen, 1354-1413 1354-1413 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1521-1 1354 aug. 9 1521-2 1366 febr. 7 1521-3 1413 nov. 11 1522-1522 Pachtbrieven van een hoeve land en 11 of 10½ hond land te Breukelen en 2 morgen land te Breukelerveen, 1543-1577 1543-1577 7 charters Het betreft de Succentoren NB 1522-1 1543 april 20 1522-2 1554 nov. 1 1522-3 1556 febr. 12 1522-4 1563 jan. 15 1522-5 1569 juli 17 1522-6 1569 juli 17 1522-7 1577 febr. 23 1523-1523 Pachtbrieven van een halve hoeve land te Breukelerveen, 1554-1592 1554-1592 3 charters Het betreft de Succentoren NB 1523-1 1554 aug. 6 1523-2 1561 dec. 23 1523-3 1592 1524 Overeenkomst van de geërfden in Breukelerveen tot erfscheiding, 1552 dec. 1 1552 dec. 1 1 charter 1525 Stukken betreffende een overeenkomst tussen het kapittel en Johan Frederiksz. of diens kinderen over het graven van veen te Breukelerveen, 1571-1581 1571-1581 1 omslag 1526 Kaart door J. Berck van een perceel land gelegen tussen de Zogdijk en de Loedijk onder Breukelerveen, 1568 1568 1 blad 1526-1526 Eigendomsbewijs van 4 morgen land te Ankeveen, gemeen liggende met nog één morgen, 1505, met oudere akte van overdracht, 1504 1504 2 charters Het betreft de Kleine Kamer. In de rekeningen staat dit perceel onder Nederhorst NB 1526-a 1504 april 18 1526-b 1505 aug. 9 1527-1527 Pachtbrieven van 4 morgen land, liggende in een weer van 5 morgen, te Kortenhoef, ofwel Nederhorst in het gerecht van Kortenhoef, 1546-1563 1546-1563 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1527-1 1546 mei 9 1527-2 1552 sept. 20 1527-3 1563 nov. 26 1528-1528 Pachtbrieven van 8 morgen land te Nederhorst, van de Vecht tot de Broekwetering bij de Hinderdam, 1551-1571 1551-1571 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1528-1 1551 april 19 1528-2 1565 juni 12 1528-3 1571 juli 12 1529 Kaart door A. van Vianen van enige percelen land gelegen tussen de Vecht en de Broekwetering bij de Hinderdam onder Nederhorst de Berg, 1652 1652 1 blad 1530 Stukken betreffende een proces voor het Hof van Utrecht, van het kapittel tegen nalatige pachters van de goederen te Nederhorst, 1573 sept. 15 en 1573 dec. 12 1573 sept. 15 en 1573 dec. 12 2 charters (getransfigeerd) 1531 Overeenkomst tussen het kapittel en Cornelis Jansz. Buys tot scheiding van een stuk land te Overmeer, 1655, met afschrift, 1656 1655, met afschrift, 1656 1 omslag In de rekeningen staat dit perceel onder Nederhorst NB 1532-1532 Kwitantie voor het kapittel wegens de koop landerijen van Abcoude, met stukken betreffende de koop, 1501-1502, en oudere akten van overdracht, 1357-1500 1 omslag en 9 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1532 1501-1502 1532-2 1357 febr. 5 1532-3 1449 juni 21 1532-4 1498 dec. 20 1532-5 1499 juni 22 1532-6 1500 juni 12 1532-7 1500 juni 12 1532-8 1501 juli 7 1532-9 1501 juli 27 1533-1533 Rentebrief van 16 Rijnse gulden jaarlijks een zate land te Abcoude, geheten Roetert Prys-saet, 1487, met kwitantie voor mr. Adriaen Ram wegens de koopsom van deze rente, z.j. z.j. 1 stuk en 1 charter 1533 z.j. 1533-2 1487 mei 21 1534-1534 Schepenbrief van Abcoude-St. Pieters, waarbij mr. Jacob Jan Ysbrantszoon, kanunnik van de Dom, aan het kapittel 3 percelen land vermaakt, 1504, met oudere akten van overdracht en processtukken betreffende deze landerijen, 1405-1471 7 charters 1534-1 1405 april 24 1534-2 1405 aug. 18 1534-3 1440 aug. 15 1534-4 1441 aug. 14 1534-5 1471 jan. 23 1534-6 1471 mrt. 14 1534-7 1504 april 27 1535 Akte waarbij Laurentius Campeggius, kardinaal-legaat, aan het kapittel zijn goedkeuring verleent tot vervreemding van 32 morgen land en een stenen kamer te Abcoude, die het in 1501 had gekocht en waaruit de Kleine Kamer jaarlijks 60 Filipsgulden ontving, om met de koopsom een rente te kunnen aflossen en enige vervreemde goederen terug te winnen, 1531 mrt. 17 1531 mrt. 17 1 charter 1536 Kaart door J. van Broeckhuysen van een hofstede met de daarbij behorende landerijen, gelegen tussen het Gein en de Hollandse grens onder Abcoude-Aasdom, 1722 1722 1 blad 1537-1537 Pachtbrieven van 4 morgen 4½ hond land te Abcoude, 1543-1571 1543-1571 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1537-1 1543 april 26 1537-2 1553 jan. 12 1537-3 1571 mrt. 1 1537-4 1571 mrt. 1 1538 Aantekeningen betreffende de verkoop door het kapittel van landeijen met woning te Abcoude, 1790 1790 1 omslag 1539-1539 Eigendomsbewijzen van 11 morgen land op Themaat in het kerspel van Vleuten, 1414 1414 3 charters Het betreft de Choralen NB 1539-1 1414 nov. 11 1539-2 1414 nov. 16 1539-3 1414 nov. 17 1540-1540 Pachtbrieven van 11 morgen land op Themaat, 1414-1561 1414-1561 4 charters Het betreft de Choralen NB 1540-1 1414 dec. 10 1540-2 1425 juni 16 1540-3 1541 aug. 12 1540-4 1561 april 29 1541-1541 Pachtbrieven van de helft van 11 morgen land op Themaat, waarvan de wederhelft behoort aan het convent van de Daal, 1557, 1564 1557, 1564 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1541-1 1557 febr. 13 1541-2 1564 sept. 20 1542-1542 Pachtbrieven van 9 morgen (6 en 4 morgen) land, van de Rijn tot Reyerscopperwetering, te Harmelen, 1352-1572 1352-1572 9 charters Het betreft de Bona divisa NB 1542-1 1352 jan. 1 1542-2 1365 nov. 29 1542-3 1367 dec. 10 1542-4 1472 mrt. 8 1542-5 1552 april 15 1542-6 1560 1542-7 1560 febr. 1 1542-8 1562 mei 14 1542-9 1572 mei 23 1543-1543 Pachtbrieven van 9 morgen land, van de Bruedijk tot Gerverscopperdijk, te Harmelen, 1412-1568 1412-1568 5 charters Het betreft de Choralen NB 1543-1 1412 1543-2 1538 jan. 10 1543-3 1555 juli 28 1543-4 1563 nov. 10 1543-5 1568 aug. 3 1544 Akte van overdracht van de bruikweer van land aan de Breudijk, 1457 april 6 1457 april 6 1 charter Het betreft de Choralen NB 1545-1545 Eigendomsbewijzen van 7 morgen land op Bijleveld, 1508-1509, met oudere akten van overdracht, 1460, 1477 1460, 1477 1 stuk en 5 charters (waarvan 2 getransfigeerd) Het betreft de Succentoren NB 1545 1508 1545-2 1460 juni 23 1545-3 1460 juli 2 1545-4 1477 mrt. 29 1545-5 1508 aug. 10 en 1509 jan. 31 ( 2 charters getransfigeerd) 1546-1546 Pachtbrieven van 7 morgen land, van de Harmelse dijk tot Reyerscopper wetering, op Bijleveld, 1562, 1568, z.j. 1562, 1568, z.j. 3 charters Het betreft de Succentoren NB 1546-1 z.j. Het betreft een fragment NB 1546-2 1562 mrt. 9 1546-3 1568 okt. 24 1547-1547 Eigendomsbewijzen van 9 morgen land bezuiden de Leidse Vaart te Harmelen, met bijlage, 1740 1740 1 stuk en 1 charter Het betreft de Bona divisa NB 1547 1740 1547-2 1740 nov. 26 1548 Kaart van enige percelen gelegen tussen de Gerverscopperdijk en de Loysloot onder Harmelen, ca. 1680 ca. 1680 1 blad 1549 Kaart door B. de Roy van twee percelen land gelegen in Harmelerwaard aan de Leidse Rijn en de Zandwetering, 1695 1695 1 blad Volgens aantekening op de kaart de percelen in twee gedeelten gescheiden, en wel ten behoeve van de vicarissen in Oudmunster en Lambert Cornelisz. van de Bergh. Het is niet duidelijk of deze percelen of één ervan aan de Dom gekomen zijn NB 1550 Akte waarbij Theodericus van Zeyst, zoon van Aleydis, afziet van zijn afspraken op 28 morgen land in de parochie Kamerik, gelegen tussen de Teckopper landscheiding en de Breudijk, welk land Theodericus van Zeist, zoon van Andreas, in pacht had ontvangen, 1344 febr. 28 1344 febr. 28 1 charter 1551 Eigendomsbewijs voor Jan uten Elsweert, kanunnik van de Dom, van 4 morgen land in de Houdijk, 1441, met oudere akte van overdracht van 1423. Afschrift 1441, met oudere akte van overdracht van 1423. Afschrift 1 stuk 1552 Kwitantie voor het kapittel wegens de koop van 4 morgen land gelegen aan de Houdijk bij de Putkup, 1441 mei 10 1441 mei 10 1 charter Het betreft de Bona divisa NB 1553-1553 Eigendomsbewijzen voor verschillende opeenvolgende personen, ten laatste voor Gheerloff van de Donck, kanunnik van de Dom, van 10 morgen 1½ honds te Kamerik, 1461-1485 1461-1485 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1553-1 1461 febr. 21 1553-2 1485 mei 15 1553-3 1485 juni 4 1553-4 1485 juni 4 1554-1554 Eigendomsbewijs van 2½ morgen land in de Houdijk, gemeen liggende met 32 morgen land van het kapittel, 1503, met oudere akten van overdracht, 1484, en afschriften van akten van overdracht 1423 1 omslag en 3 charters 1554 1423 1554-2 1484 juli 3 1554-3 1484 juli 3 1554-4 1503 okt. 21 1555-1555 Pachtbrieven van landerijen aan de Houdijk te Kamerik, 1380-1563 1380-1563 3 charters Het betreft de Bona divisa NB 1555-1 1380 sept. 7 1555-2 1551 okt. 20 1555-3 1563 nov. 10 5.17.5. Pachten in het kwartier van Montfoort (Nedereind van Jutphaas, Galecop, Heycop, Oudenrijn, Reyerscop, Linschoten met Cattenbroek en Vlooswijk, Snelrewaard, Willeskop, Lopik, Hoenkoop, Papekop en Lange en Ruige Weide) 1556 Akte waarbij het kapittel de kanunnik Ghiselbertus Koc, die 11 morgen land te Jutphaas, aan de Meerndijk, heeft geschonken, machtigt daarover vrij te beschikken in het belang van de eredienst, 1377 nov. 3 1377 nov. 3 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1557-1557 Eigendomsbewijs van 4 morgen land te Jutphaas, 1406, met oudere akten van overdracht, 1398, 1400 1398, 1400 3 charters Het betreft de Kleine Kamer. In de rekeningen tot 1472 staat dit perceel onder IJsselstein. Zie ook nrs. 1755-1-1755-2 NB 1557-1 1398 april 30 1557-2 1400 juni 7 1557-3 1406 nov. 18 1558-1558 Eigendomsbewijs van 3 morgen land te Jutphaas, 1488, met oudere akten van overdracht, 1432-1460 4 charters 1558-1 1432 1558-2 1457 mei 31 1558-3 1460 mei 3 1558-4 1488 dec. 10 1559 Kaart door B. Lobe van enige percelen land gelegen aan de Meerndijk en de Jutphase dijk, 1643 1643 1 blad De naam van de pachter, die op de kaart voorkomt, stemt niet overeen met die in de rekening van de Kleine Kamer, die evenwel land aan de Meerndijk vermeldt onder het hoofd Jutphaas, dit laatste ten onrechte, daar de bedoelde percelen liggen in Roseweide in de gemeente Veldhuizen. Ze hebben later deel uitgemaakt van lot F, dienen in de 18e eeuw ook in Rosweide te liggen en staan in de bij de liquidatie opgemaakte staat onder Veldhuizen NB 1560-1560 Pachtbrieven van 6 morgen land in het Nedereind van Jutphaas, 1351-1580 1351-1580 9 charters Het betreft de Bona divisa NB 1560-1 1351 mrt. 3 1560-2 1351 febr. 4 1560-3 1407 mei 28 1560-4 1422 febr. 21 1560-5 1549 jan. 15 1560-6 1554 mei 1 1560-7 1566 juli 18 1560-8 1571 febr. 8 1560-9 1580 nov. 17 1561-1561 Pachtbrieven van landerijen in het Nedereind van Jutphaas, 1406-1570 1406-1570 10 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1561-1 1406 jan. 23 1561-2 1422 juni 14 1561-3 1551 april 19 1561-4 1553 dec. 20 1561-5 1554 febr. 26 1561-6 1557 mrt. 6 1561-7 1561 april 25 1561-8 1563 dec. 10 1561-9 1570 juli 7 1561-10 1570 aug. 31 1562-1562 Pachtbrieven van 5½ of 6 morgen land te Galecop, 1422-1570 1422-1570 6 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1562-1 1422 jan. 24 1562-2 1519 febr. 21 1562-3 1538 nov. 4 1562-4 1551 nov. 8 1562-5 1559 febr. 2 1562-6 1570 sept. 4 1563-1563 Eigendomsbewijzen van 10 morgen land te Heycop, 1411, 1412 1411, 1412 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1563-1 1411 nov. 9 1563-2 1412 febr. 8 1564-1564 Eigendomsbewijs van een halve hoeve land te Heycop, 1509, met oudere akten van overdracht en koopakte, 1507-1508 1507-1508 5 charters (waarvan 2 getransfigeerd) Het betreft de Succentoren NB 1564-1 1507 jan. 26 1564-2 1508 febr. 21 en 1509 jan. 31 ( 2 charters getransfigeerd) 1564-3 1508 febr. 26 1564-4 1508 juni 16 1565-1565 Pachtbrieven van 10 morgen land te Heycop, 1421-1579 1421-1579 5 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1565-1 1421 mrt. 2 1565-2 1500 mei 31 1565-3 1540 sept. 20 1565-4 1570 dec. 3 1565-5 1579 mrt. 18 1566-1566 Pachtbrieven van een halve hoeve land te Heycop, 1529-1584 1529-1584 7 charters Het betreft de Succentoren NB 1566-1 1529 april 19 1566-2 1537 dec. 12 1566-3 1547 nov. 5 1566-4 1557 jan. 15 1566-5 1558 febr. 2 1566-6 1567 april 19 1566-7 1584 mrt. 14 1567 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door de voogden van het onmondige kind van Dirck Thonisz. van Braeckel over het pachtrecht van 8 morgen land te Heycop, 1626 1626 1 omslag 1568-1568 Eigendomsbewijs van een halve hoeve land te Oudenrijn tussen de Ouden Rijnse dijk en de Heycopper wetering, 1504, met oudere akten van overdracht en koopakte, 1471-1493 6 charters 1568-1 1471 aug. 31 1568-2 1471 sept. 30 1568-3 1471 okt. 5 1568-4 1489 nov. 21 1568-5 1493 nov. 18 1568-6 1504 sept. 20 1569-1569 Pachtbrieven van 8 morgen land te Oudenrijn, 1551-1571 1551-1571 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1569-1 1551 okt. 8 1569-2 1562 jan. 3 1569-3 1571 febr. 8 1570 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het hof van Utrecht door het kapittel tegen Gerrit Thonisz. Spruyt, tot betaling van boete wegens het maaien zonder voorkennis van het kapittel van gras op de door hem gebruikte 8 morgen land van het kapittel aan de Oudenrijn, 1651-1652 1651-1652 1 pak 1571 Akte waarbij 2 morgen land te Reyerscop, in het gerecht van de heer van Montfoort, van Johan van Absteden, kanunnik van de Dom, in lijfpacht worden genomen, 1376 dec. 28 1376 dec. 28 1 charter 1572-1572 Pachtbrieven van 9½ en van 10 morgen land, gelegen tussen de Reyerscopper dijk en de Achthovense wetering, 1411-1571 1411-1571 8 charters Het betreft de Bona divisa NB 1572-1 1411 mei 29 1572-2 1541mei 6 1572-3 1543 mei 19 1572-4 1551 sept. 26 1572-5 1551 nov. 6 1572-6 1561 nov. 15 1572-7 1562 okt. 7 1572-8 1571 jan. 20 1573-1573 Pachtbrieven van 2 morgen land, gemeen liggende met 10 morgen, te Reyerscop, 1414-1554 1414-1554 3 charters Het betreft de Kleine Kamer. In de rekeningen staat dit perceel onder Montfoort NB 1573-1 1414 april 23 1573-2 1543 april 2 1573-3 1554 jan. 25 1574 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Geerlof Jacopsz. tot aanwijzing, ontruiming en betaling van huur voor 2 morgen land in Reyerscop, door hem en zijn voorzaten gebruikt, 1565-1571, met een stuk betreffende een proces over deze kwestie tegen de weduwe van Geerlof Jacopsz. in 1596 1 omslag 1575-1575 Eigendomsbewijzen van 10 morgen land in het gerecht van de heren van Oudmunster te Linschoten en 16 morgen land in dat van de heer van Montfoort, 1339 1339 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1575-1 1339 juli 21 1575-2 1339 juli 22 1576 Kopie door J. van de Berch van een kaart van 1595 door J. van de Berch en S. Rinkel van enige percelen land gelegen tussen de Cattenbroeker watering en de Rapijnsen weg, 1596 1596 1 blad 1577 Kaart door D. Hugens de Hoy van een perceel land gelegen tussen de IJssel en de Linschoter landscheiding onder Linschoten, 1619 1619 blad 1578 Kaart door J. van Diepenem van een perceel land gelegen tussen de Cattenbroeker dijk en de Haanwijker kade, 1630 1630 1 blad 1579 Kaart door J. van Diepenem van een perceel land gelegen tussen de Lange Linschoten en de Polaanse wetering, 1630 1630 1 blad 1580 Kopie door B. Lobe van een kaart door J. van Diepenem van twee percelen land gelegen tussen de Cattenbroeker en de Haanwijker dijk tussen de Lange Linschoten en de Polaanse wetering, 1642 1642 1 blad 1581 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het gerecht van Cattenbroek door Adriaen Jansz., schout van het kapittel q.q., tegen Judith Stevenss., weduwe van Jan Dirkss. Obijn, over het recht van het kapittel op de uiterwaarden, liggende buiten de IJsseldijk, als aanwassen van het achter de dijk liggende land, 1590-1591 1590-1591 1 omslag 1582 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Geertgen Cornelis Cornelis Fredrixsz. weduwe, over 4 morgen land in de Amerfoortse hofstede te Rapijnen, door de gedaagde in huur van het kapittel, maar volgens haar van de heer van Poelgeest, bezeten, 1594-1595 1594-1595 1 omslag 1583 Uitspraak door het Hof van Utrecht in een proces van het kapittel tegen Geertruyt Huygensdochter, weduwe van Cornelis Cornelisz. te Linschoten, en jhr. Gerrit van Poelgeest, heer van Hoochmade, over de eigendom van 4 morgen land te Rapijnen, waarvan de heer van Hoochmade, eigenaar en Geertruyt Huygensdochter huurster beweerden te zijn, bij welke uitspraak het eigendomsrecht van het kapittel wordt erkend, 1603 april 16 1603 april 16 1 charter (in boekvorm) 1584 Uitspraak voor het Hof van Utrecht, waarbij de grootte van het door jhr. Gerrit van Poelgeest aan het kapittel terug te geven land bepaald wordt op 3 morgen 5 hond 53 roeden en die van de te restitueren huur op 460 gulden 12 penningen 2 mijten, met executoriaal, 1607 juli 31 en 1607 aug. 7 1607 juli 31 en 1607 aug. 7 2 charters (getransfigeerd) 1585-1585 Pachtbrieven van landerijen te Linschoten, 1344-1565 1344-1565 29 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1585-1 1344 febr. 21 1585-2 1349 dec. 9 1585-3 1354 dec. 21 1585-4 1360 febr. 15 1585-5 1360 juli 11 1585-6 1361 mrt. 12 1585-7 1365 juli 12 1585-8 1376 april 9 1585-9 1376 febr. 8 1585-10 1377 jan. 1585-11 1387 nov. 22 1585-12 1393 mrt. 15 1585-13 1404 sept. 20 1585-14 1409 juni 1 1585-15 1410 febr. 23 1585-16 1413 mei 19 1585-17 1423 juni 12 1585-18 1424 jan. 28 1585-19 1424 febr. 21 1585-20 1548 juni 16 1585-21 1549 1585-22 1551 april 19 1585-23 1554 aug. 24 1585-24 1558 nov. 1 1585-25 1559 mei 1 1585-26 1559 mei 2 1585-27 1561 april 30 1585-28 1563 dec. 17 1585-29 1565 juni 30 1586-1586 Pachtbrieven van 7½ morgen land te Vlooswijk bij Woerden, 1543-1564 1543-1564 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1586-1 1543 juni 26 1586-2 1553 sept. 16 1586-3 1564 dec. 14 1587 Eigendomsbewijs van 3½ morgen land in de parochie Oudewater, 1306 dec. 5 1306 dec. 5 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1588-1588 Eigendomsbewijzen van 8 morgen 18½ roede land te Snelrewaard, 1400 1400 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1588-1 1400 jan. 7 1588-2 1400 jan. 9 1589 Eigendomsbewijs van 4 morgen land te Snelrewaard, 1403 mei 4 1403 mei 4 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1590 Akte waarbij Wouter Koyfus zijn goed te Snelrewaard aan het kapittel overdraagt, 1421 dec. 1 1421 dec. 1 1 charter 1591-1591 Stukken betreffende de scheiding en deling van landerijen te Snelrewaard, tevoren door het kapittel gemeenschappelijk met anderen bezeten, 1627 1627 1 omslag en 3 bladen 1591 1627 1591-2 1627 1 blad 1591-3 1627 1 blad 1591-4 1627 1 blad 1592 Stukken betreffende het graven van een scheisloot langs het land van het kapittel te Snelrewaard, 1679-1680 1679-1680 1 omslag 1593-1593 Pachtbrieven van landerijen te Snelrewaard, 1438-1558 1438-1558 9 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1593-1 1438 mei 24 1593-2 1499 dec. 18 1593-3 1501 febr. 18 1593-4 1533 mrt. 15 1593-5 1538 mrt. 16 1593-6 1538 mrt. 16 1593-7 1551 april 24 1593-8 1558 mrt. 12 1593-9 1558 mrt. 12 1594 Eigendomsbewijs van een viertel land de opstand, te Willeskop, in de parochie Montfoort in het gerecht van Suederus te Montforde, knaap, ten behoeve van Theodericus Cruve, kanunnik van de Dom, 1302 dec. 14 1302 dec. 14 1 charter 1595-1595 Pachtbrieven van landerijen te Willeskop, 1340-1544 1340-1544 13 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1595-1 1340 juni 30 1595-2 1365 juli 12 1595-3 1401 okt. 11 1595-4 1401 okt. 11 1595-5 1423 mei 14 1595-6 1473 okt. 1 1595-7 1495 april 8 1595-8 1520 mrt. 1595-9 1532 mei 31 1595-10 1544 okt. 20 1595-11 1546 febr. 19 1595-12 1556 aug. 22 1595-13 1561 aug. 16 1596 Stukken betreffende processen, gevoerd voor het gerecht van Willeskop en in appèl voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Anthonis Hermansz. van die Poll, tot ontzetting uit de huur van 5 morgen land in Willeskop wegens geschil over de prijs en het niet passeren van een renversaalbrief, ca. 1560 ca. 1560 1 omslag 1597 Ontwerp van een akte waarbij het kapittel een viertel land te Willeskop verkoopt, 1590 1590 1 stuk 1598 Kaart door C. van Berck van twee percelen land in huur gebruikt van de Dom, gelegen tussen de Hollandse IJssel en de Polsbroeker kade onder Willeskop, 1563 1563 1 blad 1599-1599 Pachtbrieven van landerijen te Lopik, 1520-1571 1520-1571 6 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1599-1 1520 1599-2 1546 mei 29 1599-3 1553 april 24 1599-4 1555 mrt. 6 1599-5 1565 juli 4 1599-6 1571 nov. 26 1600-1600 Pachtbrieven van 15 morgen land te Hoenkoop, 1542-1571 1542-1571 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1600-1 1542 aug. 22 1600-2 1569 nov. 22 1600-3 1571 mrt. 23 1601 Eigendomsbewijs van een halve hoeve land te Papekop in het gerecht van de heer van de Steyn, 1324 april 4 1324 april 4 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1602 Akte waarbij de domdeken, uit naam van Betto, aartsdiaken van Kamerijk, en twee kanunniken, uit hun eigen naam en uit die van een vierde deelgenoot in de Bona divisa, aan Henricus Dapper, van Oudewater, en diens zoon Albertus 32 morgen land te Papekop en 8 morgen land te Diemerbroek, welke landen aan de Bona divisa of aan één van de deelgenoten in het bijzonder behoren, in lijfpacht geven, 1294 febr. 19 1294 febr. 19 1 charter 1603-1603 Akten waarbij 2½ hoeve land te Papekop en Diemerbroek in pacht worden genomen van vier kanunniken van de Dom, voor zoolang deze hun prebenden zullen bezitten, 1333, 1340 1333, 1340 2 charters Het betreft de Bona divisa NB 1603-1 1333 mrt. 4 1603-2 1340 mei 29 1604-1604 Pachtbrieven van landerijen te Papekop, 1340-1568, met een akte betreffende een uitstel van de betaling van de pachtsom, 1353 13 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1604-1 1340 febr. 16 1604-2 1353 nov. 27 1604-3 1356 febr. 6 1604-4 1367 aug. 8 1604-5 1376 sept. 27 1604-6 1407 juni 23 1604-7 1409 april 6 1604-8 1438 mei 3 1604-9 1438 mei 3 1604-10 1542 aug. 22 1604-11 1559 mei 1 1604-12 1559 mei 2 1604-13 1568 mrt. 25 1605-1605 Pachtbrieven van landerijen te Papekop, 1345-1578 1345-1578 21 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1605-1 1345 jan. 7 1605-2 1356 febr. 6 1605-3 1356 aug. 24 1605-4 1356 aug. 24 1605-5 1364 jan. 18 1605-6 1364 okt. 29 1605-7 1378 dec. 11 1605-8 1392 sept. 30 1605-9 1438 mei 3 1605-10 1438 mei 31 1605-11 1528 1605-12 1528 febr. 10 1605-13 1542 aug. 22 1605-14 1542 aug. 22 1605-15 1550 juni 11 1605-16 1559 nov. 30 1605-17 1559 dec. 1 1605-18 1560 sept. 3 1605-19 1568 sept. 10 1605-20 1569 sept. 1 1605-21 1578 sept. 8 1606 Schepenbrief van Oudewater, waarbij Wouter die Leeve 24 morgen land, die hij van het kapittel in pacht heeft gehad, opgeeft, omdat hij in de betaling van de pacht achterstallig is gebleven, en nog 3 morgen land, omdat de jaren van de pacht verstreken zijn, 1356 febr. 4 1356 febr. 4 1 charter Het betreft de Grote Kamer NB 1607-1607 Pachtbrieven van landerijen te Papekop, 1417-1584 1417-1584 15 charters Het betreft de Bona divisa NB 1607-1 1417 april 21 1607-2 1417 april 21 1607-3 1542 juni 1 1607-4 1542 aug. 22 1607-5 1542 aug. 22 1607-6 1542 aug. 22 1607-7 1549 mrt. 18 1607-8 1559 mei 1 1607-9 1559 aug.1 1607-10 1560 febr. 16 1607-11 1560 febr. 16 1607-12 1567 mrt. 15 1607-13 1568 mrt. 10 1607-14 1569 aug. 18 1607-15 1584 sept. 8 1608 Getuigenverklaringen omtrent betaalde rantsoen-penningen en anders van de landerijen te Papekop, door het gerecht van Oudewater afgenomen op verzoek van de schout van het kapittel, 1542 nov. 15 1542 nov. 15 1 charter 1609-1609 Bestek van een te maken achterhuis te Papekop, 1729, met minuten en tekening 1729, met minuten en tekening 1 omslag en 1 blad 1609 1729 1609-2 1729 1 blad 1610 Manualen van de goederen op de Lange en Ruige Weide en op de Hoeven, 1484-1516 1484-1516 1 band Deze band is in moderne tijd gevormd. Er zijn behalve de manualen nog andere stukken in gehecht of los gelegd, zoals aantekeningen over divisies NB 1611 Memorie betreffende verschillende klachten over de pachters van de goederen van het kapittel in de Lange en Ruige Weide, (1413) (1413) 1 stuk Hierbij is een stuk gelegd waarop aantekeningen uit de jaren 1307, 1362 en 1394 zijn aangebracht, mogelijk afkomstig uit een register NB 1612 Rekeningen van het beheer namens de vijf kapittels over de goederen op de Lange en Ruige Weide en de Hoeven, 1481-1500, 1510, 1521, 1528-1531, 1535, 1538, 1539, 1542 1481-1500, 1510, 1521, 1528-1531, 1535, 1538, 1539, 1542 1 band Bij verschillende rekeningen zijn aantekeningen over divisies opgenomen NB 1613 Rekening van het beheer van de goederen op de Lange en Ruige Weide en de Hoeven, 1539 1539 1 stuk 1614 Pachtbrieven en andere stukken betreffende de goederen op de Lange en Ruige Weide, 1602-1793 1602-1793 1 omslag 1615 Lijst van de aan het kapittel verschuldigde kapoenen, met opgave van de grootte van de landerijen en tienden in Pijlsweerd, met aantekeningen door de kameraar van de Kleine Kamer over de verdeling van de inkomsten uit de goederen op de Ruige Weide, (1465) (1465) 1 stuk 1616-1616 Divisies van de goederen op de Lange en Ruige Weide tussen de zes gemachtigden, waarachter de verdeling van het aan de Dom toekomende gedeelte onder de leden van het kapittel, 1492-1494, 1499, 1500-1507, 1509-1512, 1516, 1602-1772 1492-1494, 1499, 1500-1507, 1509-1512, 1516, 1602-1772 1 omslag en 3 banden De bisschop, later het domeinkantoor, geeft een vaste som per jaar, die in de rekening van de Grote Kamer voorkomt. Bovendien hebben de vijf kapittels en de abdij van St. Paulus nog eigendommen, onder andere de helft van henneptienden, die ze samen verpachten en daarvan ze de opbrengst delen. De divisies betreffen beide soorten van inkomsten NB 1616-1 1492-1516 1616-2 1602-1700 1616-3 1701-1750 1616-4 1751-1772 1617 Gequiteerde divisies van de goederen van de Lange en Ruige Weide, 1686-1704, 1752-1788, 1806 1686-1704, 1752-1788, 1806 1 pak 5.17.6. Pachten in het Overkwartier (Hagestein, Vreeswijk, Honswijk, Tull en 't Waal, Schalkwijk, Vuikoop, Houten en het Goy, Oud-Wulven en Wayen, Overeind van Jutphaas, Westraven, Koppel, Maarschalkerwaard, Bunnik en Vechten, Odijk, Werkhoven, Nijendijk, Wijk bij Duurstede, Cothen, Langbroek, Amerongen, Rhenen, Leersum, Darthuizen, Doorn, Sterkenburg, Driebergen, Zeist, De Bilt) 1618 Akte waarbij Johan Taets van Amerongen aanneemt de huren, pachten en tienden van het domkapittel, van goederen gelegen in Hagestein, Vianen, Lexmond, Ameide, Culemborg en omliggende plaatsen, ook Honswijk, Schalkwijk, Tull en 't Waal, in het algemeen alle renten, die Sander van Bommel, eertijds drost van Hagestein, placht te ontvangen, met uitzondering van erfpachten, te ontvangen volgens een register, dat hem jaarlijks, ondertekend door de secretaris van het kapittel, zal worden verstrekt, en in vier termijnen te storten in handen van de kameraars, 1562 jan. 25 1562 jan. 25 1 charter 1619 Willige condemnatie door het Hof van Utrecht van Gabriël Evertsz., te Lexmond, tot nakoming van de voorwaarden waarop hij de huren, pachten en tienden van de kapittels van de Dom en Oudmunster te Hagestein en aangrenzende plaatsen zal innen, zooals Johan Taets van Amerongen voor hem heeft gedaan, 1563 dec. 7 1563 dec. 7 1 charter 1620 Overeenkomst tussen het kapittel en Jan Taitz van Amerongen, gewezen ontvanger van de goederen over de Lek, over zijn Achterwezen, 1564 1564 1 stuk 1621 Eigendomsbewijs van 4 morgen land te Gasperde in het gerecht van Niënsteyn, geheten Boffit, ten behoeve van jonkvrouw Machteld, dochter van wijlen Jacob Brune, burger van Utrecht, 1320 dec. 9 1320 dec. 9 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1622-1622 Verklaring voor schepenen van Hagestein door getuigen afgelegd op verzoek van Frederick Jacobssen van Dolre, die vanwege de kapittels van de Dom en Oudmunster een opwas in de Lek had bepoot om daardoor het bezit te verkrijgen, 1518, met nadere verklaringen betreffende dezelfde zaak, 1520-1521 1 omslag en 1 charter 1622 1520-1521 1622-2 1518 juni 20 1623 Akte waarbij Johan van Zulen van Blasimborch ten behoeve van de kapittels van de Dom en Oudmunster afziet van een zekere rijswaard in de Lek, 1523 febr. 11 1523 febr. 11 1 charter 1624 Eigendomsbewijs voor de kapittels van de Dom en Oudmunster, van 8 morgen land te Hagestein, in de Biezen, tussen de Autenase weg en de Biesweg, 1524 aug. 9 1524 aug. 9 1 charter 1625-1625 Uitspraak door Anthoenis van Lalaing, graaf van Hoogstraten, heer van Culemborg, en zijn vrouw Elizabeth, in een geschil tussen Ernst van Meerthen, schout te Culemborg, en de kapittels van de Dom en Oudmunster, over de grens tussen hun aandelen in een waard in de Lek aan de zijde aan de kapittels verleend, 1537 1537 1 stuk en 1 charter 1625 1537 1625-2 1537 mei 14 1626 Eigendomsbewijs, voor de kapittels van de Dom en Oudmunster, van 5 morgen 1½ hond 175 roede uiterwaard-lands te Hagestein, 1552 mrt. 15 1552 mrt. 15 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1627-1627 Eigendomsbewijs, voor de kapittels van de Dom en Oudmunster, van de beterschap van 6 morgen land gelegen in het Roth te Hagestein, 1557, met een oudere koopbrief en verdere bewijzen, 1557 1557 1 stuk en 3 charters Het betreft de Kleine Kamer. In de rekeningen heeft dit perceel te zijn 5½ morgen 43½ roede binnen- en buitendijks NB 1627 1557 1627-2 1557 febr. 18 1627-3 1557 febr. 18 1627-4 1557 april 3 1628-1628 Eigendomsbewijs, voor de kapittels van de Dom en Oudmunster, van de beterschap van 11½ morgen land te Hagestein, in de Ham, tussen de Autenase dijk en de Lek, 1559, met oudere erfpacht- en rentebrieven, akte van overdracht en koopbrief, 1551-1559 1551-1559 1 stuk en 5 charters (waarvan 2 getransfigeerd) Het betreft de Kleine Kamer NB 1628 1559 1628-2 1551 juli 17 en 1552 jan. 17 2 charters, getransfigeerd 1628-3 1557 juli 17 1628-4 1559 mei 27 Het betreft een fragment NB 1628-5 1559 juni 22 1629-1629 Eigendomsbewijzen, voor de kapittels van de Dom en Oudmunster, van 7 morgen land en de beterschap daarvan te Hagestein, in de Eng, 1559, met oudere akte van overdracht, koopakte en pachtbrieven met kwitantie, 1555-1559 1555-1559 1 omslag en 5 charters (waarvan 4 getransfigeerd) Het betreft de Kleine Kamer NB 1629 1558-1559 1629-2 1555 okt. 26 en 1555 nov. 23 2 charters, getransfigeerd 1629-3 1556 nov. 25 en 1559 jan. 12 2 charters, getransfigeerd 1629-4 1558 juni 23 1630-1630 Eigendomsbewijs, voor de kapittels van de Dom en Oudmunster, van de beterschap van 10 morgen land te Hagestein, in de Eng, met 5 hond land, genaamd Paddenhofstee, in het Roth, met bijlagen, 1559, met oudere pachtbrief en kwitantie wegens de tweede en laatste termijn van de koopsom, 1560 1 omslag en 3 charters (getransfigeerd) Het betreft de Kleine Kamer NB 1630 1558-1559 1630-2 1559 aug. 2, 1559 aug. 3 en 1559 aug. 3 3 charters, getransfigeerd 1631-1631 Eigendomsbewijzen, voor de kapittels van de Dom en Oudmunster, van de beterschap van 12 morgen land te Hagestein, in de Jufvrouwen-haag, met oudere koopbrief en kwitantie, 1559 1559 1 omslag en 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1631 1559 1631-2 1559 aug. 26 1631-3 1559 aug. 26 1632-1632 Eigendomsbewijs, voor de kapittels van de Dom en Oudmunster, van de beterschap van 10½ morgen land te Hagestein, in de Biezen, met oudere akte van overdracht, 1559 1559 1 stuk en 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1632 1559 1632-2 1559 sept. 11 1633-1633 Eigendomsbewijs, voor de kapittels van de Dom en Oudmunster, van een boomgaard, groot ½ morgen, aan de singel van de stad Hagestein, met oudere koopbrieven, 1559 1559 1 omslag en 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1633 1559 1633-2 1559 juli 17 1634-1634 Eigendomsbewijzen van een derde deel van 5 morgen land te Hagestein, in de Juffrouw-haag, 1561, met een afschrift van een oudere koopbrief van 1560 1 stuk en 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1634 1560 (afschrift) 1634-2 1561 mei 10 1634-3 1561 mei 10 1635-1635 Eigendomsbewijzen van 3½ morgen land te Hagestein in een uiterwaard, 1562, met oudere akte van willige condemnatie, 1530 2 stukken en 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1635 1562 1635-2 1562 nov. 21, met een aangehecht stuk, 1562 1635-3 1562 nov. 21 1636 Eigendomsbewijs, voor de kapittels van de Dom en Oudmunster, van een huis en timmering, staande op hun grond in het Roth, te Hagestein, naast Paddenhofstee, strekkende van Nieuwenveense weg tot de Lek, 1566 nov. 8 1566 nov. 8 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1637 Eigendomsbewijs, voor de kapittels van de Dom en Oudmunster, van de beterschap van 1½ morgen land met de opstand, te Hagestein in de Biezen, met voorbehoud van de erfpacht voor de verkoper, 1568 nov. 22 1568 nov. 22 1 charter Het betreft de Kleine Kamer. In de rekeningen heet dit perceel te zijn 2 morgen 2 hond NB 1638 Aantekeningen betreffende de toewijzing van land te Hagestein aan het domkapittel en opmetingen van uiterwaarden aldaar, 1579-1596 1579-1596 1 omslag 1639 Eigendomsbewijs van 1 morgen land te Hagestein, in de Juffrouwen-haag, voor de kapittels van de Dom en Oudmunster, die reeds eigenaars zijn van 3 morgen, waarmee het morgen gemeen ligt, 1592 febr. 14 1592 febr. 14 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1640 Eigendomsbewijzen voor de kapittels van de Dom en Oudmunster van een boomgaard te Hagestein, tussen de Groenesingel en de singel van het huis Hagestein, 1593 juli 16 en 1594 sept. 26 1593 juli 16 en 1594 sept. 26 2 charters (getransfigeerd) Het betreft de Kleine Kamer NB 1641 Akte van de afkoop van een erfpacht, rustende op 6 morgen land te Hagestein, genaamd de Bollen en de Cingelen, waar het huis Hagestein op staat, door de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1624 dec. 2 1624 dec. 2 1 charter 1642-1642 Overeenkomst tussen het kapittel en Frederick van Baexen, heer van Harmelen, tot ruil van 6 morgen land te Haarlermerwaard of Bijleveld, strekkende van de Rijn tot de Reyercopper wetering, tegen 5 morgen land te Hagestein in de Eng, genaamd de Vogelzang, waarbij de genoemde heer fl. 800 toegeven zal, 1631, met akte van overdracht van de 5 morgen in 1633, en andere bijlagen, 1628-1631 1 omslag en 2 charters 1642 1628-1631 1642-2 1631 juli 4 1642-3 1633 juni 9 1643 Akte van benoeming van arbiters in een geschil tussen de kapittels van de Dom en Oudmunster en de familie Tucker over de grenzen van en ieders recht op een uiterwaard in het gerecht van Hagestein, 1635, met retroacta van 1540-1562 1635, met retroacta van 1540-1562 1 omslag 1644-1644 Eigendomsbewijs van een vierde van een boomgaard te Hagestein, genaamd Ramhoftede, met bijlagen, 1636 1636 1 omslag en 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1644 1636 1644-2 1636 dec. 21 1645-1645 Eigendomsbewijs, voor de kapittels van de Dom en Oudmunster, van ongeveer 5 hond land te Hagestein in de Biezen, 1638, met oudere akten van overdracht, 1630-1637 1 stuk en 2 charters 1645 1637 1645-2 1630 mrt. 20 1645-3 1638 april 4 1646 Overeenkomst tussen de kapittels van de Dom en Oudmunster tot scheiding van tot dan toe gemeenschappelijke gebruikte goederen te Hagestein en elders, 1653 mei 21 1653 mei 21 1 charter Het betreft de Kleine Kamer. Gemeen blijven de heerlijke rechten en verschillende percelen land te Hagestein. Verder krijgt Oudmunster de tienden te Hagestein, Vianen en Golberdingen, een erfpacht te Golberdingen, de Galgenweerd, Bollenweerd, een hoeve in de Haag, 5½ morgen in het Roth, 2 morgen met een derde van 5 morgen en 1 morgen in de Juffrouwen-haag en een boomgaardje, te Hagestein. Daarnaast ook 25, 40 en 12 morgen land te Maarschalkerwaard met het directum dominium van 3 morgen erfpachtland aldaar, de tienden en het gerecht aldaar en 20 morgen land te Covelswade. Daartegen krijgt de Dom de tienden te Lexmond en Achthoven, Jaarsveld, Honswijk, Tull en 't Waal, Vreeswijk en Schalkwijk, de halve Middelweerd, de Rijnsweerd, Regelingweerd en een rijsweerdje, 8 morgen in de Ham met de Ramhofstede, 7, 2 en 9 morgen in de Eng, 10½, 6 , 2 en 2½ morgen land in de Biezen, 12 morgen in de Juffrouwenhaag en tenslotte 10 morgen 230 roede, 44 en 8 morgen land in de Kleine Koppel met de tienden en de jurisdictie aldaar. In de akte wordt naar kaarten verwezen, zie hiervoor verderop in deze rubriek NB 1647 Eigendomsbewijs van 2½ morgen land in de Nes te Hagestein, 1752 1752 1 stuk 1648 Kaartboek door Claes Florissen van landerijen, gelegen onder Hagestein, behorende aan de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1583 1583 1 deel 1648-1648 Klad-schetsen (3) van percelen landerijen te Hagestein, 1606 1606 3 bladen 1648-a Klad-schetsen, 1606 1606 1 blad 1648-b Klad-schetsen, 1606 1606 1 blad 1648-c Klad-schetsen, 1606 1606 1 blad 1649 Kaart door N. Cock van een waard, gelegen onder Hagestein, 1630 1630 1 blad 1650 Kaart door J. van Diepenem van een waard, gelegen onder Hagestein, 1636 1636 1 blad 1651 Kaart van enige percelen land, gelegen in Gouwenesse onder Hagestein 1 blad Het betreft een fragment NB 1652 Kaart door B. Lobe van de Middelweerd, gelegen onder Hagestein, 1643 1643 1 blad 1653 Kaart door B. Lobe van een waard, gelegen onder Hagestein, 1645 1645 1 blad 1654 Kaart door W. Lobe van een waard, gelegen onder Hagestein, 1653 1653 1 blad 1655 Kaart door W. Lobe van enige percelen land, gelegen aan de Lek onder Hagestein, 1653 1653 1 blad 1656 Kaart door W. Lobe van de Bollenwaard gelegen onder Hagestein, 1653 1653 1 blad 1657 Kaart door W. Lobe van Galgwaard, gelegen onder Hagestein, 1653 1653 1 blad 1658 Kaart door W. Lobe van de Middelweerd en Rijnsweerd gelegen onder Hagestein 1 blad 1659 Kaart door W. Lobe van een bruikweer, gelegen onder Hagestein, 1653 1653 1 blad 1660 Kaart door A. Worp van de wei- en rijsweerden, gelegen onder Hagestein aan de Honswijkse zijde, 1732 1732 1 blad 1661-1661 Vidimus door de gardiaan van de minderbroeders te Utrecht van een pachtbrief van 1259 van een hoeve te Gasperde met de stalen in de IJssel en de Lek en andere goederen te Everdingen en in de nabijheid, 1310, met een zelfde pachtbrief, 1332 1310, met een zelfde pachtbrief, 1332 2 charters Het betreft de Proosdijkamer NB 1661-1 1310 aug. 19 1661-2 1332 april 14 1662 Akte waarbij de kanunniken Ghiselbertus van Walenborch en Everardus Foec verklaren, dat zij wegens de goederen te Gasperde en Everdingen betaling hebben ontvangen van de heer van Arkel, de eerste als ontvanger van de domproost Henricus van Mierlaer over 1361, de tweede als ontvanger van de domproost Swederus Uterloe over 1363-1373, 1385 sept. 4 1385 sept. 4 1 charter 1663-1663 Pachtbrieven van een hoeve land op de Hoge Waard (Gasperderwaard) te Hagestein, 1520-1564 1520-1564 5 charters Het betreft de Proosdijkamer NB 1663-1 1520 mrt. 20 1663-2 1531 jan. 11 1663-3 1552 jan. 20 1663-4 1552 jan. 20 1663-5 1564 mrt. 23 1664-1664 Pachtbrieven van landerijen te Hagestein, toebehorende aan het domkapittel, 1543-1563 1543-1563 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1664-1 1543 april 11 1664-2 1543 april 11 1664-3 1563 okt. 5 1665 Pachtbrieven van 6 morgen land te Hagestein, toebehorende aan het domkapittel, 1558 mei 30 1558 mei 30 1 charter Het betreft de Grote Kamer NB 1666-1666 Pachtbrieven van landerijen te Hagestein, toebehorende aan de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1532-1568 1532-1568 13 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1666-1 1532 mrt. 20 1666-2 1539 1666-3 1539 april 16 1666-4 1561 mei 9 1666-5 1562 febr. 26 1666-6 1562 mrt. 9 1666-7 1562 mrt. 9 1666-8 1562 mei 12 1666-9 1564 juli 20 1666-10 1566 mrt. 1 1666-11 1566 april 26 1666-12 1566 mei 2 1666-13 1568 1667 Overeenkomst tussen de kapittels van de Dom en Oudmunster en de gebruikers van de Middelweerd alias Regelingweerd over het rijshout aldaar, 1562 1562 1 stuk 1668-1668 Pachtbrieven van landerijen te Hagestein, toebehorende aan de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1556-1569 1556-1569 11 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1668-1 1556 febr. 29 1668-2 1557 dec. 4 1668-3 1560 1668-4 1561 mrt. 28 1668-5 1562 mrt. 12 1668-6 1564 april 11 1668-7 1564 april 21 1668-8 1565 1668-9 1565 april 13 1668-10 1569 mei 17 1668-11 1569 sept. 30 1669 Huurcontracten van landerijen onder Hagestein, behorende aan de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1566-1596, 1627 1566-1596, 1627 1 omslag 1670 Rekeningen van het beheer van 5 morgen gerst door de kapittels van de Dom en Oudmunster in huur genomen tot betaling van de achterstallige pacht van Jan die Keyser, 1575, van de reparatie van de Schoordijk te Hagestein, 1571-1557, en van reparatie van het huis van Ariaen Cornelis Rammichen aan de dijk te Hagestein, 1568-1575 1 omslag 1671 Pachtcondities van de visserij in de Lek te Hagestein, 1600, minuut 1600, minuut 1 stuk Het betreft de Proosdijkamer NB 1672 Aantekeningen over pachtgoederen van het kapittel te Hagestein en in de Lek tussen Hagestein en 't Waal, 1561-1605 1561-1605 1 omslag 1673 Akte van de verkoop door het kapittel, van het gras en groen van landerijen te Hagestein, 1716 1716 1 stuk 1674 Volmacht door de kapittels van de Dom en Oudmunster gegeven aan Johan Wachtelaer, procureur bij het Hof van Utrecht, om van hunwege voor het gerecht van Hagestein op te treden, 1583 mei 24 1583 mei 24 1 charter 1675 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door jhr. David Godin, drost van Hagestein, tegen jhr. Dominicus van Couverden met de kameraars en de secretaris van het kapittel van de Dom, over een vordering ten laste van pachtpenningen van goederen te Hagestein, 1634 1634 1 omslag 1676 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Gerrit Goes tot het betalen van huur van verschillende percelen land te Hagestein, 1749 1749 1 omslag 1677 Eigendomsbewijs van een viertel bouwland in de Wiers in de parochie Vreeswijk, 1359 april 10 1359 april 10 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1678-1678 Eigendomsbewijzen van de Piexhoeve te Vreeswijk, 1368, 1377 1368, 1377 3 charters 1678-1 1368 okt. 4 1678-2 1368 okt. 5 1678-3 1377 april 11 1679 Eigendomsbewijs van een vierde van 10 morgen land te Vreeswijk, 1523 okt. 1 1523 okt. 1 1 charter 1680 Akte waarbij een viertel land in de Wiers van domdeken Henricus de Weida in pacht wordt genomen, 1366 okt. 10 1366 okt. 10 1 charter 1681 Akte waarbij het kapittel de toonder machtigt tot inning van de verschenen en de toekomende pacht van de Piecshoeve te Vreeswijk, 1386 sept. 6 1386 sept. 6 1 charter 1682-1682 Pachtbrieven van de Piecshoeve of de helft daarvan, 1407-1571 1407-1571 6 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1682-1 1407 okt. 15 1682-2 1423 febr. 5 1682-3 1539 juni 24 1682-4 1549 nov. 29 1682-5 1560 jan. 25 1682-6 1571 febr. 28 1683 Restantrekening van Herman van de Vecht als gecommitteerde tot de ontvangst van landpachten en tienden te Honswijk, Tull en 't Waal, Golberdingen en Hagestein, over, 1568-1571 1568-1571 1 stuk 1684 Eigendomsbewijs van 11 morgen land te Tull, 1366 juli 9 1366 juli 9 1 charter 1685-1685 Eigendomsbewijs van 6 morgen land te Schalkwijk, ten behoeve van de twee succentoriën gesticht door domdeken mr. Ludolf van de Veen, 1509, met oudere akten van overdracht en pachtbrief, 1437-1507 1437-1507 1 stuk en 10 charters Het betreft de Succentoren NB 1685 1496 1685-2 1437 april 9 1685-3 1438 juli 15 1685-4 1438 juli 18 1685-5 1450 mrt. 27 1685-6 1478 mei 17 1685-7 1507 sept. 10 1685-8 1507 okt. 7 1685-9 1507 okt. 7 1685-10 1507 okt. 14 1685-11 1509 dec. 22 1686-1686 Pachtbrieven van 6 morgen land te Schalkwijk, 1549-1587 1549-1587 3 charters Het betreft de Succentoren NB 1686-1 549 april 26 1686-2 1559 febr. 2 1686-3 1587 mei 20 1687-1687 Pachtbrieven van een halve hoeve land te Schalkwijk, 1558-1570 1558-1570 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1687-1 1558 mei 2 1687-2 1564 sept. 8 1687-3 1570 dec. 31 1688-1688 Eigendomsbewijs van het utile dominium van een halve hoeve te Schalkwijk, te voren in erfpacht gehouden, met bijlage, 1643 1643 1 stuk en 1 charter 1688 1643 1688-2 1643 dec. 21 1689 Bestek van de verbouwing van een huizing te Schalkwijk, 18e eeuw 18e eeuw 1 stuk 1690-1690 Pachtbrieven van landerijen te Vuilkoop, 1502-1571 1502-1571 13 charters Het betreft de Bona divisa NB 1690-1 1502 mrt. 5 1690-2 1510 jan. 20 1690-3 1531 febr. 18 1690-4 1547 nov. 20 1690-5 1550 juli 10 1690-6 1550 aug. 6 1690-7 1557 juni 4 1690-8 1559 april 3 1690-9 1560 juni 6 1690-10 1561 jan. 24 1690-11 1565 mrt. 16 1690-12 1571 juni 23 1690-13 1571 mrt. 2 1691 Eigendomsbewijs van 18 morgen land te Houten, 1294 mei 26 1294 mei 26 1 charter 1692 Eigendomsbewijs van 1½ morgen land over Oosterlake in het gerecht Utengoye in de parochie Houten, ten behoeve van G. Puthaec, die ze later aan het kapittel heeft vermaakt, 1295 juni 15 1295 juni 15 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1693 Kwitantie van 43 pond 10 sch. zwarten wegens de koop van een stuk land in de parochie Houten, 1327 nov. 21 1327 nov. 21 1 charter 1694-1694 Eigendomsbewijs van 20 morgen land in de parochie Houten in het gerecht Goy, in drie partijen, met bijlage, 1332 1332 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1694-1 1331 dec. 21 1694-2 1332 jan. 2 1695 Akte waarbij 12 morgen land gelegen op Loen in de parochie Houten in erfpacht wordt genomen van de uitvoerders van het testament van de domthesaurier Ghiselbertus van Jutfaes, 1348 april 20 1348 april 20 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1696 Eigendomsbewijs van 4 morgen land te Houten, 1398 okt. 8 1398 okt. 8 1 charter 1697-1697 Eigendomsbewijs van 3 morgen land, geheten Wickenburg, in het Goy, 1491, met oudere akte van overdracht en bijbehorende kwitanties, 1440, 1447 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1697-1 1440 1697-2 1447 april 6 1697-3 1491 mei 27 1698 Akte waarbij het kapittel 3 morgen land bij Wickenburg, verkoopt aan Lubbert van Westrenen, vice-deken van St. Pieter, 1646. Afschrift 1646. Afschrift 1 stuk Het betreft de Kleine Kamer NB 1699 Kaart door M. van Oort van enige percelen land, genaamd de Back, gelegen onder Houten, 1592 1592 1 blad 1700 Kaart van enige percelen land gelegen tussen de Oosterlaak en de Vliegersloot in het Goy onder Houten, 1626 1626 1 blad 1701 Kaart door B. Lobe van enige percelen land gelegen tussen de Geersloot en de Loerikse weg onder Houten, 1646 1646 1 blad 1702-1702 Pachtbrieven van landerijen te Houten en het Goy, 1347-1571 1347-1571 30 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1702-1 1347 jan. 20 1702-2 1348 jan. 7 1702-3 1360 febr. 1 1702-4 1360 mrt. 7 1702-5 1361 nov. 17 1702-6 1390 dec. 16 1702-7 1405 april 14 1702-8 1412 juni 4 1702-9 1422 dec. 3 1702-10 1423 mrt. 11 1702-11 1423 april 24 1702-12 1424 april 15 1702-13 1488 jan. 18 1702-14 1546 nov. 10 1702-15 1548 mei 5 1702-16 1551 april 21 1702-17 1551 dec. 15 1702-18 1553 juli 1 1702-19 1556 aug. 20 1702-20 1557 dec. 10 1702-21 1560 febr. 28 1702-22 1562 dec. 23 1702-23 1563 mrt. 10 1702-24 1564 juli 1 1702-25 1565 jan. 20 1702-26 1569 mei 14 1702-27 1569 dec. 16 1702-28 1571 mei 21 1702-29 1571 dec. 21 1702-30 1571 dec. 21 1703-1703 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Frederik Claesz., tevens voor zijn vrouw, en andere erfgenamen van Wouter Lutghenz., die 5 morgen land te Loerik van het kapittel in pacht haad gehhad, waarvan het kapittel nu nader bewijs van de erfgenamen wil hebben, 1559 1559 6 charters 1703-1 1559 mrt. 17 1703-2 1559 april 10, met een aangehecht stuk 1703-3 1559 april 24 1703-4 1559 juli 3 1703-5 1560 mrt. 26 1703-6 1560 april 6 1704 Opgave van kosten met bijlagen, betreffende een proces, gevoerd voor het gerecht van Houten door het kapittel tegen Jan die Ruesch c.s. over 5 morgen land aldaar, 1562 1562 1 omslag 1705 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen jhr. Johan van Renesse tot Wilp, als erfgenaam van domdeken Adriaan van Renesse, tot betaling van huur tot ontruiming van 5 morgen land te Loeik onder Houten, ca. 1563 ca. 1563 1 omslag 1706 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Joh. van Linden, schout en gadermeester van Houten en het Goy, over het recht op de roerende goederen van B. van Oosterom, gevonden op het door hem van het kapittel gebruikte land, terwijl deze goederen door het kapittel waren gearresteerd voor pacht en door de schout waren verkocht wegens achterstallige ongelden, 1718-1719 1718-1719 1 omslag 1707 Stukken betreffende het bouwen van een achterhuis bij een hofstede van het kapittel, te Houten, 1658-1660 1658-1660 1 omslag 1708-1708 Pachtbrieven van 15 of 18 morgenlands te (Oud-)Wulven, voor twee derde behorende aan de vicarie van het H. Kruis, 1359-1573 1359-1573 7 charters Het betreft de Kleine Kamer. In de jongste rekeningen en pachtbrieven blijkt dit land te Wiltenburg te liggen. Zie ook nrs. 2843-1-2843-3 NB 1708-1 1359 aug. 12 1708-2 1384 juli 24 1708-3 1398 dec. 30 1708-4 1408 juli 7 1708-5 1556 okt. 10 1708-6 1566 april 17 1708-7 1573 1709-1709 Pachtbrieven van 4 morgen land te Oud-Wulven en Wayen, 1361-1558 1361-1558 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1709-1 1361 juli 31 1709-2 1423 april 22 1709-3 1558 mrt. 1 1710-1710 Rekening door mr. J. van Kuyck over de verkoop van het huis en de 18 morgen land van het kapittel te Oudwulven, 1607-1611, met acquitten en stukken betreffende de in verband met de estimatie gerezen geschillen, tot 1614 1 omslag en 6 charters (waarvan 4 getransfigeerd) 1710 1607-1614 1710-2 1558 april 8 (1609) 1710-3 1559 juni 23 (1609) en 1565 mei 18 2 charters, getransfigeerd 1710-4 1567 (1607) en 1594 april 25 2 charters, getransfigeerd 1710-5 1604 mei 1 (1609) 1711 Eigendomsbewijs van 4 morgen land in het Overeind van Jutphaas, 1405 nov. 3 1405 nov. 3 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1712 Kopie door B. Lobe van een kaart van 1616 door E. van Buytendijck van enige percelen land gelegen tussen de Houtense wetering en de Overeindse weg in het Overeind van Jutphaas, 1642 1642 1 blad 1713-1713 Pachtbrieven van landerijen in het Overeind van Juphaas, 1356-1574 1356-1574 13 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1713-1 1356 sept. 18 1713-2 1356 sept. 18 1713-3 1407 febr. 3 1713-4 1416 aug. 20 1713-5 1425 mrt. 2 1713-6 1547 juli 16 1713-7 1553 juli 6 1713-8 1553 juli 6 1713-9 1563 mrt. 13 1713-10 1563 nov. 5 1713-11 1564 mei 6 1713-12 1574 1713-13 1574 mei 15 1714-1714 Pachtbrieven van 24 c.q, morgen land in het Overeind van Jutphaas, 1391-1577 1391-1577 5 charters Het betreft de Bona cerevisiae NB 1714-1 1391 okt. 28 1714-2 1539 jan. 10 1714-3 1559 febr. 1 1714-4 1560 1714-5 1577 febr. 28 1715 Verklaring door Gherijt van de Rijn en Hubrecht van Jutfaes, dat de schout van Jutphaas geweigerd heeft het recht te doen wegens een halve hoeve land, zolang de bisschop zelf geen recht doet, 1405 nov. 24 1405 nov. 24 1 charter 1716 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel, de curateurs van F. baron van Does en de executeur van Adr. van Wyngaerden, als eigenaars van landen in Heemstede en het Overeind van Jutphaas, tegen Cl. van Royen c.s. tot interdictie van het gebruik van een voetpad over deze landen, 1756 1756 1 omslag 1717-1717 Eigendomsbewijzen van 2 morgen land op Westraven, gemeen liggende met land van het kapittel van St. Marie, 1461 1461 2 charters 1717-1 1461 juli 23 1717-2 1461 sept. 17 1718-1718 Pachtbrieven van 2 morgen land op Westraven, gemeen liggende met 2 morgen land van de Wittevrouwen, zich uitstrekkende van de Rijndijk tot de Dwelestwetering, 1562, 1572 1562, 1572 2 charters 1718-1 1562 jan. 23 1718-2 1572 aug. 10 1719 Verklaring door de coadjutor en gemachtigde van het Duitse huis te Utrecht, dat in de afkoop van 3 gulden erfpacht uit 18 morgen land, genaamd de Waycamp, te ontvangen door de vicaris van het St. Dionysius- en St. Bartholomeusaltaar in de Dom, begrepen is 1 oortje jaarlijkse tijns aan de landcommandeur uit 2 andere morgen land, behorende aan het kapittel, strekkende van de Rijndijk tot de Dwelestwetering, 1568 mei 12 1568 mei 12 1 charter 1720-1720 Stukken betreffende de verkoop en de overdracht aan het kapittel van 92 morgen op de Koppel, met gerecht en tienden, door Ghisebrecht, heer van Abcoude, 1363-1364, met drie oudere pachtbrieven, 1360 1360 10 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1720-1 1360 april 15 1720-2 1360 april 15 1720-3 1360 april 15 1720-4 1363 febr. 27 1720-5 1363 febr. 27 1720-6 1363 mrt. 2 1720-7 1363 mrt. 3 1720-8 1363 mrt. 10 1720-9 1363 mrt. 10 1720-10 1364 okt. 19 1721-1721 Eigendomsbewijs voor de kapittels van de Dom en Oudmunster van 4 morgen land op de Kleine Koppel, met oudere akte van overdracht, 1383 1383 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1721-1 1383 febr. 4 1721-2 1383 mei 15 1722 Akte waarbij het kapittel machtiging geeft tot overdracht van een hoeve land op de Grote Koppel, 1534 juni 2 1534 juni 2 1 charter De verkoop schijnt niet te zijn doorgegaan NB 1723-1723 Pachtbrieven van landerijen op de Koppel, tevens in de Meren, in Waayen en in Covelwade, 1364-1423 1364-1423 11 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1723-1 1364 mei 9 1723-2 1364 mei 9 1723-3 1364 mei 9 1723-4 1382 1723-5 1382 febr. 9 1723-6 1382 febr. 9 1723-7 1382 febr. 9 1723-8 1398 sept. 20 1723-9 1406 april 5 1723-10 1409 febr. 22 1723-11 1423 mei 15 1724-1724 Pachtbrieven van landerijen op de Grote Koppel, 1418-1569 1418-1569 9 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1724-1 1418 juli 16 1724-2 1420 mrt. 22 1724-3 1421 okt. 20 1724-4 1539 jan. 10 1724-5 1549 febr. 4 1724-6 1559 febr. 2 1724-7 1560 juli 20 1724-8 1569 juli 20 1724-9 1569 nov. 30 1725-1725 Pachtbrieven van landerijen op de Kleine Koppel, 1418-1568 1418-1568 9 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1725-1 1418 mei 4 1725-2 1419 april 30 1725-3 1423 jan. 13 1725-4 1424 febr. 24 1725-5 1497 nov. 6 1725-6 1547 okt. 14 1725-7 1564 febr. 11 1725-8 1565 juli 26 1725-9 1568 jan. 28 1726-1726 Pachtbrieven van landerijen op de (Kleine) Koppel, behorende aan de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1387-1558 1387-1558 9 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1726-1 1387 mrt. 21 1726-2 1388 juli 25 1726-3 1388 okt. 13 1726-4 1404 sept. 20 1726-5 1422 jan. 17 1726-6 1546 dec. 10 1726-7 1548 jan. 14 1726-8 1553 nov. 19 1726-9 1558 febr. 2 1727 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Dirck Ghijsbertsz. tot vervallenverklaring door de huur van 57 morgen land op de Grote Koppel, 1562 1562 1 omslag 1728 Stukken ingeleverd aan het kapittel door Cornelis Jeliss. Stultingh tot bewijs van zijn recht op een huis en getimmer, staande op land aan de Koppel door hem van het kapittel gehuurd, (1620) (1620) 1 omslag 1729 Overeenkomst tussen de kapittels van de Dom en Oudmunster, als eigenaars van de landen op de Kleine Koppel, en de geërfden van Laagraven over de uitwatering van de landen aan de Kleine Koppel door Laagraven in de Rijn, 1461 juli 26 1461 juli 26 1 charter 1730 Akte waarbij Walich van Loenen zich verbindt tot het gedurende 15 jaar bedienen en onderhouden van de door hem gebouwde watermolen op Laagraven, 1465 mrt. 3 1465 mrt. 3 1 charter 1731 Bestek van een achterhuis, kamer en zomerhuis op de Koppel, ca. 1680 ca. 1680 1 stuk 1732-1732 Eigendomsbewijzen van de onverdeelde helft van de bisschoppelijke goederen in de parochie van St. Nicolaas, genaamd Maarschalkerwaard, 1330-1331 1330-1331 2 charters Het betreft de Kleine Kamer. De andere helft behoorde aan het kapittel van Oudmunster NB 1732-1 1330 nov. 10 1732-2 1331 april 15 1733-1733 Pachtbrieven van landerijen in Maarschalkerwaard, 1334-1569 1334-1569 17 charters Het betreft de Kleine Kamer. De oudste brieven spreken van de helft van twee of van twee en een halve hoeve die van de Dom wordt gepacht, de latere van twee of twee en een halve hoeve die van de Dom en Oudmunster wordt gepacht NB 1733-1 1334 sept. 13 1733-2 1334 sept. 13 1733-3 1336 nov. 27 1733-4 1336 nov. 27 1733-5 1336 nov. 27 1733-6 1354 mei 31 1733-7 1389 febr. 13 1733-8 1405 sept. 12 1733-9 1422 juni 24 1733-10 1425 febr. 14 1733-11 1539 okt. 20 1733-12 1541 jan. 17 1733-13 1550 nov. 12 1733-14 1561 dec. 20 1733-15 1562 april 10 1733-16 1566 mrt. 15 1733-17 1569 nov. 4 1734 Stukken betreffende overeenkomsten met gebruikers van de Hofstede de Kuil in Maarschalkerwaard, toebehorende aan de kapittels van de Dom en Oudmunster, 1599-1602 1599-1602 1 omslag 1735 Akte waarbij de kapittels van de Dom en Oudmunster een huis en boomgaard op hun grond in Maarschalkerwaard verkopen, 1455 1455 1 charter 1736 Memorie van de nodige reparaties aan de huizinge op de Cuyll, 1605 1605 1 stuk 1737 Kopie door B. Lobbe van een kaart van 1626 door H. Verstralen van een perceel land genaamd de Kuyll, gelegen aan de Kromme Rijn onder Vechten, 1643 1643 1 blad 1738 Eigendomsbewijs van de helft van 20 morgen 4 hond land, waarvan 9 morgen te Bunnik en 11 morgen 4 hond te Vechtenerbroek, 1402 mei 30 1402 mei 30 1 charter Het betreft de Kleine Kamer. In de rekeningen staat dit perceel onder Wiltenburg NB 1739-1739 Eigendomsbewijs van halve hoeve land te Vechtenerbroek, 1484, met oudere akten van overdracht, 1460, 1468 1468 4 charters 1739-1 1460 nov. 28 1739-2 1468 april 5 1739-3 1468 aug. 3 1739-4 1484 aug. 27 1740-1740 Pachtbrieven van landerijen te Bunnik, 1346-1562 1346-1562 6 charters Het betreft de Bona divisa NB 1740-1 1346 nov. 25 1740-2 1364 jan. 12 1740-3 1364 mei 11 1740-4 1377 nov. 23 1740-5 1561 juni 9 1740-6 1562 1741-1741 Pachtbrieven van landerijen te Bunnik (Wiltenburg), 1407-1569 1407-1569 5 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1741-1 1407 sept. 3 1741-2 1443 febr. 26 1741-3 1543 mrt. 13 1741-4 1553 jan. 10 1741-5 1569 mrt. 5 1742 Verklaring door de schout en drie heemraden van Bunnik, op verzoek van het domkapittel gegeven, betreffende de zomerschouw in 1532 van de watering lopende langs Oud-Wulven tot in de Nieuwe Minne, 1533 mei 31 1533 mei 31 1 charter 1743 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen het regulierenklooster te Utrecht tot betaling van huur van land op Wiltenburg, gemeen liggende met land van het kapittel, 1563, met stukken betreffende processen, gevoerd door het kapittel en het klooster tegen Jan die Rues over de huur van deze landen, 1562-1563, en een brief van het convent, waarbij dit kapittel ontstaat uit de huur van de helft van het land, zijnde dit nu in pacht gegeven aan Johan die Rues, 1566 1 omslag 1744 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Adriaen Cornelisz. van Reewijck over diens weigering om 16 morgen land te Bunnik na het verstrijken van de huurtijd te verlaten, onder bewering dat hem korting van huurpenningen toekomt wegens verhoging van de ongelden, 1643-1646 1643-1646 1 omslag 1745-1745 Eigendomsbewijzen van 5½ morgen land te Odijk, 1400 1400 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1745-1 1400 nov. 28 1745-2 1400 dec. 13 1746 Kaart door W. de Roy van vijf percelen land, vermoedelijk gelegen aan de Herenweg en de Dweerweg onder Odijk, 1700 1700 1 blad 1747 Kaart door I. van Broeckhuysen van enige percelen land, gelegen onder Odijk, 1722 1722 1 blad 1748 Kaart door I. van Broeckhuysen van een perceel land, gelegen onder Odijk, 1722 1722 1 blad 1749 Kaart door I. van Broeckhuysen van enige percelen land, gelegen aan de Vlowijker wetering onder Odijk, 1722 1722 1 blad 1750-1750 Pachtbrieven van landerijen te Odijk, 1354-1571 1354-1571 9 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1750-1 1354 mrt. 28 1750-2 1407 nov. 5 1750-3 1423 sept. 27 1750-4 1500 1750-5 1502 sept. 10 1750-6 1549 jan. 11 1750-7 1559 febr. 2 1750-8 1561 1750-9 1571 dec. 19 1751 Uitspraak door de bisschoppelijke officiaal, waardoor het kapittel gehandhaafd wordt in de eigendom van de Moraalse hoeve te Werkhoven, 1333 sept. 25 1333 sept. 25 1 charter 1752-1752 Akten waarbij de Moraalse hoeve door vier kanunniken van de Dom in pacht wordt gegeven en van hen in pacht wordt ontvangen, 1335 1335 2 charters 1752-1 1335 jan. 20 1752-2 1335 jan. 20 1753-1753 Pachtbrieven van de Moraalse hoeve (Molenaarshoeve), 1398-1564 1398-1564 4 charters Het betreft de Bona divisa NB 1753-1 1398 dec. 10 1753-2 1423 juni 23 1753-3 1509 jan. 31 1753-4 1564 febr. 20 1754-1754 Pachtbrieven van landerijen te Werkhoven, 1354-1359 1354-1359 3 charters 1754-1 1354 juli 12 1754-2 1359 okt. 19 1754-3 1359 okt. 19 1755-1755 Eigendomsbewijs van 2 hoeven land te Werkhoven en 4 morgen land te Jutphaas, met bijbehorende kwitantie, 1406 1406 2 charters Volgens aantekeningen op de keerzijde zijn de hoeven verkregen door ruiling tegen landerijen in Zoelen. De helft kwam toe aan de vicarie van St. Bartholomeus en St. Andreas NB 1755-1 1406 nov. 29 1755-2 1406 dec. 6 1756-1756 Pachtbrieven van twee hoeven te Werkhoven, voor de helft behorende in de Kleine Kamer, voor de helft aan de vicarie van St. Bartholomeus en St. Andreas, 1422-1570 1422-1570 4 charters 1756-1 1422 juli 17 1756-2 1551 okt. 8 1756-3 1561 okt. 28 1756-4 1570 okt. 22 1757 Kaart door J. van de Berch van enige percelen land gelegen tussen de Oude Rijn en het Kerkpad onder Werkhoven, 1601 1601 1 blad 1758 Stukken van processen, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel en het Weeshuis te Utrecht tegen de abdis van St. Servaas en anderen over een uitweg ten behoeve van landerijen te Werkhoven, 1619 1619 1 omslag 1759-1759 Stukken betreffende de overgang van de goederen te Nijendijk, vroeger door Johannes van Dorninck, ridder, en zijn vrouw Jutta van de bisschop in leen gehouden, met aflossing van de leenweer, in eigendom aan het kapittel, 1322, met een vidimus en een afschrift uit 1320 van oudere leenbrieven van 1312 en stukken betreffende de aflossing van een lijftocht en een rente, 1326-1333 17 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1759-1 1312 aug. 3 1759-2 1312 aug. 25 1759-3 1314 juni 6 1759-4 1314 aug. 2 1759-5 1314 aug. 2 1759-6 1320 jan. 28 1759-7 1322 mei 19 1759-8 1322 juni 8 1759-9 1322 juni 10 1759-10 1322 juni 10 1759-11 1322 juni 25 1759-12 1322 juni 25 1759-13 1322 juni 26 1759-14 1326 jan. 21 1759-15 1326 jan. 22 1759-16 1326 jan. 23 1759-17 1333 juli 15 1760 Akte van overdracht voor domproost en leenmannen, van een hoeve land gelegen binnen de goederen te Nijendijk, door Johannes van Doernik, ridder, en zijn vrouw Jutta, aan het kapittel, 1322 juni 26 1322 juni 26 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1761 Akte van overdracht voor leenmannen van het kapittel en van het Sticht van 7 morgen land te Nijendijk aan het kapittel door Borre van Heemstede, die ze vroeger in leen gehouden had, 1386 nov. 5 1386 nov. 5 1 charter 1762-1762 Akten betreffende de ruiling van 14 morgen land te Nijendijk tegen 9 morgen land aldaar, afgestaan door Arend de Witte van Werenstein Willemsz, 1407, 1411 1407, 1411 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1762-1 1407 april 11 1762-2 1411 juni 7 1763-1763 Akten waarbij Dirck Doys de leenweer van 14 morgen land bij Werenstein met dit huis aan het kapittel verkoopt, ze in erfpacht neemt en tenslotte de erfpachtrechten overdraagt, 1487-1497, met oudere leenbrieven en overeenkomsten betreffende het huis en de goederen, 1440-1481 16 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1763-1 1440 febr.15 1763-2 1449 mei 20 1763-3 1449 dec. 20 1763-4 1451 dec. 12 1763-5 1481 mei 10 1763-6 1481 mei 10 1763-7 1487 juli 10 1763-8 1487 juli 10 1763-9 1487 sept. 13 1763-10 1489 jan. 16 1763-11 1489 jan. 16 1763-12 1489 jan. 16 1763-13 1494 febr. 7 1763-14 1494 febr. 7 1763-15 1494 febr. 12 1763-16 1497 april 22 1764 Attestatie omtrent het eigendomsrecht van het kapittel op een weg te Nijendijk, 1602 1602 1 stuk 1765 Koopakte van 2 morgen land te Nijendijk, met kwitantie van de veertigste penning en andere bijlagen, 1659 1659 1 omslag 1766 Koopakte van de helft van 4 morgen land te Nijendijk, 1660, met afschrift 1660, met afschrift 1 omslag 1767 Akte waarbij Bernt Freys van Dolre 35 morgen land te Werenstein in het gerecht van Dwarsdijk en nog 50 morgen aldaar aan het kapittel in erfpacht geeft, 1525 juni 8 1525 juni 8 1 charter 1768-1768 Pachtbrieven van landerijen te Nijendijk, 1324-1422, 1521-1576 1324-1422, 1521-1576 38 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1768-1 1324 juni 19 1768-2 1333 april 4 1768-3 1340 febr. 24 1768-4 1344 mrt. 24 1768-5 1347 aug. 30 1768-6 1360 mrt. 7 1768-7 1371 dec. 2 1768-8 1381 febr. 23 1768-9 1389 okt. 13 1768-10 1397 april 9 1768-11 1398 dec. 10 1768-12 1401 april 6 1768-13 1402 juli 12 1768-14 1402 okt. 24 1768-15 1402 nov. 17 1768-16 1406 febr. 15 1768-17 1407 nov. 5 1768-18 1409 april 22 1768-19 1418 febr. 5 1768-20 1418 febr. 21 1768-21 1422 juni 30 1768-22 1521 mei 12 1768-23 1550 sept.14 1768-24 1551 dec. 14 1768-25 1552 febr. 19 1768-26 1557 mrt. 7 1768-27 1559 mei 2 1768-28 1562 dec. 20 1768-29 1563 juli 27 1768-30 1563 nov. 27 1768-31 1567 april 26 1768-32 1569 juni 7 1768-33 1569 juli 31 1768-34 1571 mrt. 8 1768-35 1573 1768-36 1576 jan. 16 1768-37 1663 jan. 30 1768-38 1665 juni 30 1769 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door J. Sael, rentmeester van het St. Catharijneklooster te Utrecht, tegen het kapittel c.s. tot separatie van het land aan de Dwarsdijk, gebruikt door Cornelis Gerritsz, 1610 1610 1 omslag 1770 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Jacobus van Noort en Mechteld van Merkerhoeff, echtelieden, over achterstallige pacht van landerijen aan de Dwarsdijk, 1737-1738 1737-1738 1 omslag 1771 Eigendomsbewijs van een hofstede en 10 ½ morgen land te Nieuwland in het gerecht van Wijk, 1302 nov. 19 1302 nov. 19 1 charter 1772 Eigendomsbewijs voor Dideric Cruve, kanunnik van de Dom, van 5 morgen 32 hond land te Wijk, 1304 febr. 22 1304 febr. 22 1 charter 1773 Eigendomsbewijs van een half morgen land te Vogelpoel, 1342 mei 15 1342 mei 15 1 charter 1774 Eigendomsbewijs van twee stukken land te Wijk, samen ruim 13½ hond groot, 1355 juli 31 1355 juli 31 1 charter 1775 Eigendomsbewijs van 7½ hond land te Vogeldpoel, 1366 dec. 26 1366 dec. 26 1 charter 1776 Eigendomsbewijs van 4 morgen 3 hond land te Wijk, 1503 okt. 26, met vier oudere akten van overdracht, 1485 febr. 10, 1486 juli 26, 1493 jan. 31 en 1493 april 9 1485 febr. 10, 1486 juli 26, 1493 jan. 31 en 1493 april 9 5 charters (getransfigeerd) 1777-1777 Eigendomsbewijzen van 9 morgen land en van 4 hond land daarin gelegen, in het Wijkerbroek, 1646-1647 1646-1647 1 omslag en 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1777 1646-1647 1777-2 1646 mrt. 30 1777-3 1647 dec. 17 1778 Eigendomsbewijs van 4 percelen land in het gerecht van Wijk, 1651 mei 7 1651 mei 7 1 charter 1779 Akte van overdracht van 60 roede land in de Wijckerweerd aan Balthasar Vosch, 1652 dec. 10 1652 dec. 10 1 charter 1780-1780 Eigendomsbewijzen van 4 morgen land in het Wijkerbroek, 1661 1661 1 stuk en 1 charter 1780 1661 1780-2 1661 febr. 20 1781-1781 Akten waarbij het kapittel van St. Jan Baptist te Wijk bij Duurstede aan het domkapittel een streepje weiland in erfpacht geeft, groot omtrent 2 morgen, gelegen in het Wijkerbroek, genaamd de Velinxcamp, 1685-1773 1685-1773 3 charters 1781-1 1685 juni 24 1781-2 1690 aug. 1 1781-3 1773 aug. 11 1782 Kaart door M. de Leeuw van enige percelen land, gelegen tussen de Wijckerslooterweg en de Molenvliet onder Wijk bij Duurstede, 1741 1741 1 blad 1783-1783 Pachtbrieven van landerijen te Wijk bij Duurstede, 1395-1571 1395-1571 10 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1783-1 1395 nov. 1 1783-2 1412 april april 11 1783-3 1484 okt. 15 1783-4 1549 1783-5 1554 sept. 20 1783-6 1559 jan. 2 1783-7 1564 jan. 11 1783-8 1564 febr. 19 1783-9 1571 mrt. 14 1783-10 1571 juni 16 1784-1784 Akten waarbij 4½ morgen land te Wijk in pacht worden genomen van mr. Claes van Lavennis, kanunnik van de Dom, daarna van het kapittel, 1512-1568 1512-1568 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1784-1 1512 mrt. 19 1784-2 1553 mrt. 6 1784-3 1563 nov. 13 1784-4 1568 dec. 20 1785-1785 Eigendomsbewijzen van de Heilige waard te Cothen, 1361 1361 2 charters Zie ook nrs. 2083-2083-9 NB 1785-1 1361 nov. 18 1785-2 1361 dec. 2 1786 Eigendomsbewijs van 7 morgen 1 hond land in de Brede Weide, mogelijk te Jutphaas, en een stuk land te Cothen, 1368 juli 7 1368 juli 7 1 charter 1787 Eigendomsbewijs van 3 morgen land te Cothen op de Camp, 1376 febr. 25 1376 febr. 25 1 charter 1788-1788 Eigendomsbewijs van 9 hond land te Cothen, met bijlage, 1378 1378 2 charters 1788-1 1378 juni 28 1788-2 1378 juni 29 1789 Eigendomsbewijs van 5 morgen land te Cothen, 1387 sept. 5 1387 sept. 5 1 charter 1790-1790 Akten waarbij 13 morgen land te Cothen door de domproost Ghijsbrecht die Koc in leen worden uitgegeven aan verschillende personen, dan aan hem opgedragen en door hem aan het kapittel geschonken, 1385, 1390, 1391 1385, 1390, 1391 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1790-1 1385 mei 30 1790-2 1390 mei 31 1790-3 1391 febr. 28 1790-4 1391 mrt. 21 1791-1791 Eigendomsbewijzen van 13 morgen land in het Overrijnsveld te Cothen, 1406 1406 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1791-1 1406 febr. 27 1791-2 1406 febr. 27 1792 Eigendomsbewijs van 4½ morgen land te Cothen, 1497 mrt. 22 1497 mrt. 22 1 charter 1793-1793 Eigendomsbewijzen van 7 morgen land te Cothen, 1499 1499 2 charters 1793-1 1499 dec. 7 1793-2 1500 dec. 18 1794 Eigendomsbewijs van 7 morgen land te Cothen, 1505 1505 1 charter 1795 Akte van overdracht voor het gerecht van Cothen aan Heyman van Zyl c.s. van 4 morgen weilands, gelegen naast land van het kapittel, 1754 mei 8 1754 mei 8 1 charter 1796 Eigendomsbewijs van 4 morgen land te Cothen, 1768 mrt. 21 1768 mrt. 21 1 charter 1797 Eigendomsbewijs van 4 morgen weilands te Cothen, 1768, met retroacta vanaf 1753 1768, met retroacta vanaf 1753 1 omslag 1798 Aantekeningen over de overdracht van land te Cothen, 1801 1801 1 omslag 1799 Kaart door Cornelis van Berck van enige percelen land gelegen tussen de kapel aan de Dwarsdijk en de Rijnsloot te Cothen, 1562 1562 1 blad 1800 Kaart van enige percelen land bij het dorp Cothen, ca. 1560 ca. 1560 1 blad 1801-1801 Kaarten door Jan Rutgersen van de Berch en Daniël Schillincx van een hofstede en enige percelen land in de bocht van de Kromme Rijn bewesten Cothen, toebehorende aan de domproosdij, 1596, ca. 1600 1596, ca. 1600 2 bladen 1801-1 Kaarten door Jan Rutgersen van de Berch en Daniël Schillincx, ca. 1600 ca. 1600 1 blad 1801-2 Kaarten door Jan Rutgersen van de Berch en Daniël Schillincx, ca. 1600 ca. 1600 1 blad 1802 Kaart van een hofstede en enige percelen land in de bocht van de Kromme Rijn bewesten Cothen, toebehorende aan de domproosdij, ca. 1640 ca. 1640 1 blad 1803 Kaart door Marcelis van Oost van twee percelen land te Cothen, behorende aan het St. Barbaragasthuis, aan drie zijden begrensd door landerijen van de Dom, 1611 1611 1 blad 1804 Kaart door Bernard de Roy van enige tevoren onverdeeld bezeten landerijen te Cothen, met aanwijzing van de scheiding tussen de erfgenamen van Elisabeth Overmeer en het kapittel, 1700 1700 1 blad 1805 Verklaring door de elect Jan van Nassau, dat de domdeken en Hermannus Witte, knaap, hun geschillen over goederen te Cothen, die deze van het kapittel in pacht houdt, hebben bijgelegd, 1270 mrt. 29 1270 mrt. 29 1 charter 1806 Akte waarbij 4 morgen 4 hond land te Cothen in eigendom worden overgedragen aan Theodericus Cruve, kanunnik van de Dom, en wederom van hem in erfpacht ontvangen, 1302 mei 30 1302 mei 30 1 charter Later werd dit perceel door het domkapittel in pacht uitgegeven NB 1807-1807 Pachtbrieven van landerijen te Cothen, 1353-1571 1353-1571 27 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1807-1 1353 april 5 1807-2 1353 april 5 1807-3 1364 febr. 10 1807-4 1364 nov. 5 1807-5 1364 dec. 5 1807-6 1367 dec. 10 1807-7 1378 febr. 21 1807-8 1398 dec. 7 1807-9 1406 dec. 20 1807-10 1407 dec. 22 1807-11 1409 sept. 18 1807-12 1418 febr. 5 1807-13 1422 juli 25 1807-14 1423 febr. 13 1807-15 1423 mrt. 2 1807-16 1501 nov. 20 1807-17 1501 nov. 20 1807-18 1548 jan. 20 1807-19 1552 febr. 10 1807-20 1555 mrt. 6 1807-21 1558 nov. 1 1807-22 1558 nov. 1 1807-23 1561 okt. 28 1807-24 1562 april 10 1807-25 1565 mei 15 1807-26 1570 april 11 1807-27 1571 april 28 1808-1808 Pachtbrieven van landerijen te Cothen, 1422-1570 1422-1570 7 charters Het betreft de Bona divisa NB 1808-1 1422 jan. 28 1808-2 1546 mei 29 1808-3 1551 sept. 20 1808-4 1552 aug. 17 1808-5 1563 mrt. 27 1808-6 1564 febr. 27 1808-7 1570 okt. 8 1809 Pachtbrief van 7 morgen land te Cothen, 1557 mrt. 16 1557 mrt. 16 1 charter Het betreft de Kleine Kamer en de Bona divisa NB 1810 Pachtbrief van 13 morgen land te Cothen en 4 morgen land te Nederlangbroek aan de Stamerweg, 1422 nov. 6 1422 nov. 6 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1811 Akte waarbij Johannes Albus afstand doet van een hoeve land te Cothen, die hij in pacht, en van een andere hoeve aldaar, die hij in leen gehouden had van de domproost, 1331 mrt. 20 1331 mrt. 20 1 charter 1812-1812 Pachtbrieven van landerijen te Cothen, 1384-1572 1384-1572 7 charters Het betreft de Proosdijkamer NB 1812-1 1384 mrt. 24 1812-2 1386 sept. 21 1812-3 14-- febr. 3 1812-4 1564 mei 13 1812-5 1552 mei 10 1812-6 1552 mei 10 1812-7 1552 mei 10 1812-8 1572 mrt. 20 1813 Akte waarbij de domproost mr. Willem Paedze, kanunnik van de Dom, machtigt tot de invordering van de achterstallige pacht van een hofstede te Cothen, 1444 april 25 1444 april 25 1 charter 1814 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen de weduwe van Huybert Geerloffsz. over achterstallige pacht van de hofstede de Harthals te Cothen, 1630 1630 1 omslag 1815 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Willem Adriaensz. over het recht op gebouwen, staande op de hem verhuurde landen van het kapittel te Cothen, 1631-1640 1631-1640 1 pak 1816 Stukken betreffende het proces, gevoerd in revisie van sententie van het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Willem Adriaensz. over het recht op de gebouwen, staande op de landen van het kapittel te Cothen, 1638 1638 1 omslag 1817 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Teunis van Ingen over achterstallige pacht van een hofstede te Cothen, 1751-1753, met pachtbrief van 1714 1751-1753, met pachtbrief van 1714 1 omslag 1818 Akte waarbij Sweder, heer van Abcoude, Jan van Broechusen machtigt tot de overdracht aan de domproosdij van de eigendom van 4 morgen land uit een halve hoeve te Langbroek, 1340 febr. 4 1340 febr. 4 1 charter 1819-1819 Eigendomsbewijzen van 4 morgen land en nog 1 morgen daarmede gemeen liggende, te Nederlangbroek in de Dertig hoeven, 1447 1447 4 charters 1819-1 1447 april 23 1819-2 1447 mei 2 1819-3 1447 mei 8 1819-4 1447 mei 8 1820 Eigendomsbewijs van een halve hoeve land te Nederlangbroek in de Veertig hoeven, 1363 aug. 23 1363 aug. 23 1 charter 1821 Kwijting door Otte van Heukelem en Aernt van Heukelem gegeven van 200 mottoenen, die de domproost hun toegewezen had om een twist neer te leggen over twee hoeven land, mogelijk te Langbroek, die heer Johan van Broechusen, ridder, in pacht had gehad en waarop Otte als erfgenaam vanwege zijn vrouw recht meende te hebben, tevens over een hoeve, die Ottes vader en daarna hijzelf van het kapittel in pacht hadden gehad, 1371 okt. 16 1371 okt. 16 1 charter 1822 Eigendomsbewijs van een akker land te Nederlangbroek in de Dertig hoeven, 1381 sept. 12 1381 sept. 12 1 charter 1823-1823 Akten van overdracht aan het kapittel van de eigendom en het erfpachtrecht van de helft van 4 morgen land aan de Wijkerweg, waarvan de wederhelft aan Ghisebrecht van Herdenbroec behoort, 1367-1383 1367-1383 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1823-1 1367 aug. 2 1823-2 1367 nov. 24 1823-3 1369 mrt. 29 1823-4 1383 juni 28 1824-1824 Eigendomsbewijzen van 7 hond land te Nederlangbroek, afgescheiden van het leengoed ten Zijl onder Cothen, waarvan ze afgescheiden zijn door de Cotherweg, 1387-1388 1387-1388 2 charters 1824-1 1387 febr. 23 1824-2 1388 sept. 11 1825 Eigendomsbewijs van 1/8 van 7 hond land te Nederlangbroek in de Dertig hoeven, 1389 april 22 1389 april 22 1 charter 1826-1826 Eigendomsbewijs van 6 morgen land te Nederlangbroek in de Dertig hoeven, 1397, met oudere akten van overdracht, 1396 1396 4 charters 1826-1 1396 april 22 1826-2 1396 april 22 1826-3 1396 juli 8 1826-4 1397 febr. 13 1827-1827 Eigendommsbewijs van 3 morgen land te Nederlangbroek in de Vijfentwintig hoeven, 1400, met oudere akte van overdracht, 1366 1400, met oudere akte van overdracht, 1366 2 charters 1827-1 1366 mei 19 1827-2 1400 jan. 26 1828-1828 Eigendomsbewijs van een hoeve land te Nederlangbroek in de Veertig hoeven, 1405, met oudere akten van overdracht, 1403 1405, met oudere akten van overdracht, 1403 3 charters 1828-1 1403 juli 12 1828-2 1403 juli 26 1828-3 1405 okt. 24 1829 Eigendomsbewijs van een akker land te Nederlangbroek in de Vijfentwintig hoeven, 1407 febr. 6 1407 febr. 6 1 charter 1830 Eigendomsbewijs van de Stamerweg van de Broekerwetering tot de Hoofdwetering, 1409 juli 30 1409 juli 30 1 charter 1831-1831 Eigendomsbewijs van een halve hoeve land te Nederlangbroek, met een kwijting, door Jan van Baemel Stevensz. gegeven aan zijn broeder Gherydt en diens vrouw jonkvrouw Alijt wegens het versterf van zijn oom Gielys van Baec, te Nederlangbroek, ca. 1410 ca. 1410 2 charters Het eigendomsbewijs betreft een fragment NB 1831-1 ca. 1410 1831-2 ca. 1410 1832-1832 Eigendomsbewijzen van een vierde deel van een stuk land, genaamd de Grote kamp, te Nederlangbroek, 1438, met een oudere akte van overdracht, 1422 1438, met een oudere akte van overdracht, 1422 3 charters 1832-1 1422 okt. 5 1832-2 1438 juli 20 1832-3 1438 juli 20 1833-1833 Eigendomsbewijzen van de hofstede te Doemen stein een van de Doemesteinse akker te Nederlangbroek in de Dertig hoeven, 1445, met oudere erfpacht- en leenbrieven, 1381-1444 1 stuk en 6 charters 1833 1445 1833-2 1381 jan. 7 1833-3 1396 juli 7 1833-4 1445 aug. 27 1833-5 1445 aug. 27 1833-6 1445 sept. 6 1833-7 1445 sept. 10 1834-1834 Eigendomsbewijs van een morgen land te Nederlangbroek in de Dertig hoeven, 1451, met oudere akte van overdracht, 1416 1451, met oudere akte van overdracht, 1416 2 charters 1834-1 1416 jan. 11 1834-2 1451 juni 17 1835 Eigendomsbewijs van 8 morgen land te Nederlangbroek in de Dertig hoeven, 1456 juni 28 1456 juni 28 1 charter 1836 Eigendomsbewijs van een halve hoeve land te Nederlangbroek, 1464 mei 19 1464 mei 19 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1837 Eigendomsbewijs van ¼ van 4 morgen land te Nederlangbroek, 1477 mei 10 1477 mei 10 1 charter Het betreft de Fabriek NB 1838-1838 Eigendomsbewijzen van een halve hoeve land te Nederlangbroek in de Veertig hoeven, 1499, met afschrift en oudere akten van overdracht, 1411-1486 1 stuk en 7 charters 1838 1499. Afschrift, 17e eeuw 1838-2 1411 nov. 13 1838-3 1468 nov. 27 1838-4 1475 febr. 4 1838-5 1484 nov. 29 1838-6 1486 febr. 1 1838-7 1499 mei 4 1838-8 1499 mei 6 1839-1839 Stukken betreffende de verwisseling van 14 morgen land te Nederlangbroek tegen een gelijk aantal morgen aldaar tussen het kapittel en jhr. Willem Borre van Amerongen, heer van Sandenburg, 1609-1611 1609-1611 1 omslag en 4 charters 1839 1609-1610 1839-2 1611 april 9 1839-3 1611 april 9 1839-4 1611 april 9 1839-5 1611 april 9 1840 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor commissarissen van het Hof van Utrecht over de verdeling van een stuk land te Nederlangbroek, gemeen tussen Jan Jansz. van Broechuysen, het domkapittel en anderen, 1620-1621 1620-1621 1 omslag 1841 Akte waarbij jhr. Willem Borre van Amerongen, heer van Sandenburg, 4 morgen land te Nederlangbroek van het kapittel koopt, 1623 1623 1 stuk 1842 Kaart door H. Verstralen van enige percelen land gelegen tussen de Cother- en de Wijkerweg onder Nederlangbroek, 1630 1630 1 blad 1843 Kaart door D. van Groenou van enige percelen land gelegen tussen de Goyer wetering en de Hoofdwetering onder Nederlangbroek, 1669 1669 1 blad 1844 Kaart door J. van Berck van enige percelen land gelegen tussen de Ameronger en de Goyer wetering onder Overlangbroek, 1581 1581 1 blad 1845 Kaart door H. van Cooten van een hofstede met bijbehorende percelen land, gelegen tussen de Goyer en de Ameronger wetering onder Overlangbroek, 1772 1772 1 blad 1846-1846 Pachtbrieven van landerijen te Nederlangbroek, 1337-1577 1337-1577 24 charters Het betreft de Bona divisa NB 1846-1 1337 mei 27 1846-2 1343 sept. 20 1846-3 1347 1846-4 1364 dec. 16 1846-5 1365 nov. 8 1846-6 1374 febr. 28 1846-7 1375 juli 26 1846-8 1377 sept. 3 1846-9 1377 sept. 5 1846-10 1397 nov. 16 1846-11 1406 dec. 14 1846-12 1409 okt. 12 1846-13 1416 juni 23 1846-14 1505 mei 16 1846-15 1516 juli 21 1846-16 1549 mrt. 20 1846-17 1558 okt. 1 1846-18 1559 febr. 5 1846-19 1560 jan. 25 1846-20 1565 jan. 4 1846-21 1567 juli 12 1846-22 1568 nov. 20 1846-23 1570 mei 4 1846-24 1577 april 3 1847-1847 Pachtbrieven van landerijen te Overlangbroek, 1337-1580 1337-1580 40 charters Het betreft de Bona divisa NB 1847-1 1337 sept. 18 1847-2 1337 nov. 4 1847-3 1342 dec. 1 1847-4 1346 juli 7 1847-5 1347 aug. 5 1847-6 1347 aug. 31 1847-7 1348 aug. 14 1847-8 1348 nov. 16 1847-9 1355 mei 5 1847-10 1366 sept. 4 1847-11 1367 nov. 6 1847-12 1367 dec. 23 1847-13 1376 april 26 1847-14 1387 juli 21 1847-15 1398 juni 10 1847-16 1407 sept. 18 1847-17 1409 febr. 6 1847-18 1409 mrt. 1 1847-19 1418 juli 21 1847-20 1422 sept. 17 1847-21 1423 mrt. 11 1847-22 1424 febr. 19 1847-23 1524 nov. 25 1847-24 1537 dec. 14 1847-25 1544 juli 31 1847-26 1545 febr. 11 1847-27 1551 nov. 21 1847-28 1553 dec. 19 1847-29 1554 mrt. 5 1847-30 1554 juli 20 1847-31 1555 jan. 26 1847-32 1557 april 30 1847-33 1562 juni 11 1847-34 1565 okt. 20 1847-35 1566 juni 27 1847-36 1568 jan. 31 1847-37 1570 dec. 11 1847-38 1571 dec. 15 1847-39 1574 mrt. 1 1847-40 1580 dec. 2 1848-1848 Pachtbrieven van landerijen te Langbroek, 1344-1572 1344-1572 45 charters Het betreft de Bona divisa. Bijna al deze percelen liggen in Nederlangbroek. Soms zijn landerijen van de Kleine Kamer en van de Bona divisa samen verpacht NB 1848-1 1344 juli 10 1848-2 1364 dec. 16 1848-3 1366 febr. 28 1848-4 1400 jan. 15 1848-5 1402 mrt. 14 1848-6 1406 mrt. 26 1848-7 1406 juli 10 1848-8 1409 dec. 1 1848-9 1416 febr. 4 1848-10 1416 mrt. 21 1848-11 1417 jan. 15 1848-12 1417 jan. 30 1848-13 1418 juli 4 1848-14 1422 juli 25 1848-15 1422 aug. 9 1848-16 1423 juni 25 1848-17 1500 dec. 5 1848-18 1501 nov. 22 1848-19 1536 okt. 14 1848-20 1541 febr. 24 1848-21 1542 juni 12 1848-22 1545 aug. 1 1848-23 1546 juni 20 1848-24 1549 mrt. 20 1848-25 1549 aug. 31 1848-26 1550 nov. 12 1848-27 1551 april 17 1848-28 1551 april 20 1848-29 1552 aug. 17 1848-30 1553 sept. 10 1848-31 1553 sept. 12 1848-32 1555 aug. 13 1848-33 1557 mei 8 1848-34 1561 dec. 20 1848-35 1563 mrt. 13 1848-36 1563 mrt. 30 1848-37 1564 1848-38 1564 jan. 1 1848-39 1564 dec. 20 1848-40 1565 juli 10 1848-41 1565 aug. 3 1848-42 1569 dec. 8 1848-43 1570 dec. 20 1848-44 1572 febr. 22 1848-45 1572 febr. 22 1849 Gerechtsbrief van Nederlangbroek, waarbij Ghysbert Ghysbertsz. van Schayck zijn vaste goederen als onderpand stelt voor de verschenen pachten, 1565 sept. 13 1565 sept. 13 1 charter 1850 Kwitanties door Gielis van Cronenburch, huishofmeester van de bisschop, aan verschillende personen te Nederlangbroek en Overlangbroek uitgereikt, wegens bedragen die in mindering zullen komen van hen aan het domkapittel verschuldigde pachten, 1528-1529 1528-1529 1 omslag 1851 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Jan Aertsz. c.s. over de pacht van landerijen te Nederlangbroek, 1563 1563 1 omslag 1852 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Claes de Ridder over de pacht van een hoeve te Nederlangbroek, 1572 1572 1 omslag 1853 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Willem Bor van Amerongen, over de eigendom van een halve hoeve land te Nederlangbroek, door het kapittel verworven in 1499, 1601 1601 1 omslag 1854 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen de executeur van mr. Jac. van de Berch tot betaling van de achterstallige huur van Jan Lambertsz. voor het gebruik van 12 morgen land Nederlangbroek, die hij bij de overneming van de huur van het land had op zich genomen, 1602 1602 1 omslag 1855 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Daniel van de Berch over het vernielen van een brug over de Langbroeker wetering, die de dijk toegang geeft tot het land van het kapittel te Langbroek, 1613-1619 1613-1619 1 pak 1856 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen het convent van St. Servaas en Gerard van Rumpst, over de verplichting tot verschaffing van een uitweg over hun landen bij de Langbroeker wetering, 1619-1622 1619-1622 1 omslag 1857 Stukken betreffende het prroces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Teunis van Soest, over achterstallige pacht van 3 morgen land te Overlangbroek, 1762-1764 1762-1764 1 omslag 1858 Verklaring door bisschop Jan van Arkel dat hij vanwege de erfenis van 4 morgen land van de Ameronger meent en 8 morgen land van het Ameronger veen geen recht heeft in het Ameronger bos, 1357 febr. 24 1357 febr. 24 1 charter 1859 Akte waarbij Steven van Zulen, knaap, aan de domproost en de heer van Abcoude belooft dat hij alleen met hun toestemming en die van de gemalen zal hakken in het bos van Amerongen, 1359 febr. 17 1359 febr. 17 1 charter 1860-1860 Eigendomsbewijs voor het kapittel van verschillende goederen in het kerspel van Amerongen, door de domproost Zweder Uterloe gekocht, 1368, met oudere akten van overdracht en koopbrief, 1360-1368 7 charters 1860-1 1360 april 19 1860-2 1366 mei 20 1860-3 1366 mei 20 1860-4 1366 mei 23 1860-5 1368 mrt. 17 1860-6 1368 mrt. 18 1860-7 1368 okt. 19 1861-1861 Eigendomsbewijzen voor de domproosdij van landerijen te Amerongen in het proosdijbos, 1383-1384 1383-1384 9 charters 1861-1 1383 aug. 5 1861-2 1383 aug. 5 1861-3 1383 nov. 15 1861-4 1383 nov. 15 1861-5 1383 nov. 15 1861-6 1384 jan. 19 1861-7 1384 jan. 20 1861-8 1384 jan. 25 1861-9 1384 jan. 25 1862 Brief van Wolter van Zulen aan de domproost over het bos te Amerongen, ca. 1400 ca. 1400 1 stuk 1863 Overeenkomst tussen het kapittel en Frederik van Nassau, heer van Zuilenstein, waardoor deze de eigendom verkrijgt van 7 tot 8 morgen land, gelegen achter Zuilenstein, 1653 1653 1 stuk 1864 Eigendomsbewijzen voor het kapittel van percelen land in de Koornwaard te Amerongen, 1758 1758 1 omslag 1865 Eigendomsbewijs voor het kapittel van 200 roeden land te Amerongen, 1758 jan. 30 1758 jan. 30 1 charter 1866 Stukken betreffende de verkoop aan de heer van Amerongen van enige strookjes land in de heerlijkheid door het kapittel en de bezitter van de vicarie van de Tienduizend Martelaren in de Dom, 1663-1664 1663-1664 1 omslag 1867 Akte waarbij de domproost zeven hoeven land met toebehoren, behalve de waarschap in bos en gemeente, gelegen in het gerecht van Amerongen op de Hoeven, vanouds dienende tot de prebenden van de kanunniken van de Dom, in lijfpacht geeft aan Steven van Zulen en drie anderen, 1342 mrt. 14 1342 mrt. 14 1 charter 1868-1868 Pachtbrieven van 8 of 7½ hond land te Amerongen, 1365-1378 1365-1378 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1868-1 1365 febr. 7 1868-2 1377 nov. 24 1868-3 1378 1869-1869 Pachtbrieven van landerijen te Amerongen, 1490, 1545-1591 1490, 1545-1591 21 charters Het betreft de Proosdijkamer. Een partij van 11, later 10 morgen, in de rekeningen vanouds gesteld onder Amerongen, in de Galgenwaard of Remberderwaard wordt in een pachtbrief van 1580 gebracht tot het kerspel van Maurik NB 1869-1 1490 nov. 10 1869-2 1545 febr. 10 1869-3 1546 1869-4 1546 1869-5 1546 1869-6 1551 juli 4 1869-7 1552 1869-8 1552 mei 9 1869-9 1552 juli 1 1869-10 1560 febr. 26 1869-11 1561 okt. 31 1869-12 1562 jan. 9 1869-13 1562 jan. 10 1869-14 1564 mei 20 1869-15 1565 nov. 10 1869-16 1571 okt. 20 1869-17 1571 dec. 15 1869-18 1578 jan. 9 1869-19 1578 jan. 9 1869-20 1580 1869-21 1591 april 9 1870-1870 Kaart door J. van Berck van enige percelen land gelegen onder Amerongen en Elst, 1582, met een kopie door B. de Roy, 1694, en één door G. Praalder, 1789 3 bladen De kaart door G. Praalder is gemaakt naar een kopie door B. de Roy uit 1695 NB 1870-1 Kaart door J. van Berck, 1582 1582 1870-2 Kaart door B. de Roy, 1694 1694 1870-3 Kaart door G. Praalder, 1789 1789 1871 Kaart door M. van Oort van twee percelen land gelegen onder Amerongen, 1593 1593 1 blad 1872 Kaart door J. van de Berch van enige percelen land gelegen in de Allemanswaard onder Amerongen en Elst, 1597 1597 1 blad 1873 Verklaring door de elect Jan van Nassau dat Theodericus Wene en zijn broeder Pelegrinus beloofd hebben de wadden te zullen herstellen, welke mochten ontstaan in de dijk, die behoort bij de zes hoeven land, die zij van het kapittel in pacht houden, 1277 mei 23 1277 mei 23 1 charter 1874 Pachtbrief van de waarschap van het kapittel in de Riddermark te Rhenen, 1364 dec. 10 1364 dec. 10 1 charter Het betreft de Choralen NB 1875 Kaart door J. van Berch van enige percelen land gelegen tussen de Marsdijk en de Broeker wetering in de Mars bij Rhenen, 1565 1565 1 blad 1876 Eigendomsbewijs van een hofstede en enige akkers land te Leersum, 1379 dec. 5 1379 dec. 5 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1877-1877 Pachtbrieven van landerijen te Leersum, 1413-1571 1413-1571 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1877-1 1413 nov. 9 1877-2 1416 april 27 1877-3 1563 juli 18 1877-4 1591 dec. 1 1878 Stukken betreffende de doorbraak van een weg onder Leersum, waardoor onder andere pachters van het kapittel schade geleden hebben, 1740 1740 1 omslag 1879-1879 Pachtbrieven van 4 morgen land te Darthuizen, 1407-1581 1407-1581 7 charters Het betreft de Choralen NB 1879-1 1407 april 30 1879-2 1409 jan. 26 1879-3 1418 aug. 2 1879-4 1520 mrt. 27 1879-5 1551 okt. 15 1879-6 1570 dec. 1 1879-7 1581 april 1 1880 Kaarten door W. de Roy van enige percelen land gelegen aan de Utrechtse weg bij Darthuizen onder Leersum, 1699 1699 1 blad 1881 Kaart door W. de Roy van enige percelen land gelegen tussen de Goyer wetering en de Wijkse weg bij Darthuizen onder Leersum, 1699 1699 1 blad 1882 Akte waarbij mr. Johan Wttenbogaert ten behoeve van het kapittel afstand doet van zijn recht op zeven streepjes land te Doorn, 1685 1685 1 stuk 1883-1883 Pachtbrieven van de hof en van landerijen te Doorn, 1426-1580 1426-1580 14 charters Het betreft de Proosdijkamer NB 1883-1 1426 sept. 7 1883-2 1545 febr. 10 1883-3 1545 febr. 10 1883-4 1545 febr. 10 1883-5 1545 febr. 10 1883-6 1550 dec. 6 1883-7 1551 1883-8 1552 febr. 20 1883-9 1556 jan. 23 1883-10 1561 okt. 31 1883-11 1562 nov. 21 1883-12 1569 okt. 1 1883-13 1577 juli 29 1883-14 1580 dec. 12 1884-1884 Pachtbrieven van de wind- en rosmolen te Doorn, 1551, 1566 1551, 1566 2 charters Het betreft de Proosdijkamer NB 1884-1 1551 sept. 12 1884-2 1566 mrt. 9 1885 Aantekening betreffende de afkoop door het kapittel van de levering aan de kerk te Doorn van zes schepel rogge uit 7 morgen land aldaar, 1643 1643 1 stuk 1886 Akte van vrijwaring voor 15 morgen 1½ morgen hond land te Sterkenburg, ten behoeve van het kapittel, 1352 jan. 19 1352 jan. 19 1 charter 1887 Vidimus door de bisschoppelijke officiaal van een akte van 1331 waarbij Adelise, dochter van Willem van Verten, ridder, een hoeve land te Sterkenburg verpacht, 1353 april 13 1353 april 13 1 charter 1888 Akte waarbij een hoeve land te Sterkenburg van de domdeken in pacht wordt genomen, 1366 aug. 1 1366 aug. 1 1 charter 1889 Eigendomsbewijs van de helft van 10 morgen land te Sterkenburg, 1433 aug. 17 1433 aug. 17 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1890-1890 Pachtbrieven van landerijen te Sterkenburg, 1538-1564 1538-1564 5 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1890-1 1538 april 8 1890-2 1544 april 20 1890-3 1555 mrt. 8 1890-4 1556 mrt. 10 1890-5 1564 aug. 11 1891-1891 Akten waarbij 8 morgen land te Driebergen in pacht worden ontvangen, 1309-1572 1309-1572 6 charters Het betreft de Kleine Kamer. In de rekeningen blijkt dit perceel te liggen onder Werkhoven, later onder Zeist NB 1891-1 1309 jan. 18 1891-2 1361 febr. 21 1891-3 1401 juni 19 1891-4 1425 mrt. 2 1891-5 1564 mei 20 1891-6 1572 febr. 6 1892 Kopie door W. de Roy van een kaart van 1697 door B. de Roy van de percelen land gelegen in het Horsterblok, genaamd de Alewinkelstiend, onder Driebergen, 1717 1717 1 blad 1893 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen enige personen te Zeist over de eigendom van landerijen aldaar, 1541 1541 1 omslag Het betreft de Bona cerevisiae. Hierbij een afschrift van een pachtbrief van 1395 NB 1894-1894 Pachtbrieven van landerijen te Zeist, 1395-1581 1395-1581 1 stuk en 7 charters Het betreft de Bona cerevisiae NB 1894 1540 1894-2 1395 mei 15 1894-3 1563 april 22 1894-4 1563 mrt. 13 1894-5 1563 aug. 26 1894-6 1564 okt. 27 1894-7 1569 1894-8 1581 april 10 1895 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht tussen het kapittel en de abt van Oostbroek, intervenierende voor andere personen, die 10 morgen land en 2 hofsteden te Zeist gebruikt hadden, maar zonder toestemming van het kapittel ze hadden verhuurd en vervreemd, 1541-1554 1541-1554 1 omslag 1896 Brief van notaris Otto Vijfhuijsen waarin hij verzoekt 2 morgen land te Zeist van het kapittel te mogen kopen, 1638 1638 1 stuk 1897 Eigendomsbewijs van de tijnsweer van 7 akkers land in De Bilt, tussen de Brandweg en de Loodijk, 1424 aug. 7 1424 aug. 7 1 charter Het betreft de Proosdijkamer. Het perceel is niet in de rekeningen van de socius aangetroffen. Het is niet duidelijk of het in pacht dan wel in erfpacht uitgegeven is NB 5.17.7. Pachten in Eemland (Zelderd, Slaag, Stoutenburg en Woudenberg) 1898 Eigendomsbewijs van een viertel land te Zelderd, 1371 april 2 1371 april 2 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1899-1899 Pachtbrieven van een viertel land of 6 dammaten te Zelderd, 1387, 1565 1387, 1565 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1899-1 1387 febr. 2 1899-2 1565 jan. 23 1900-1900 Kaarten door P. Ruisch en C. van Noort, getekend op last van de Gedeputeerde Staten van Utrecht, van het land geheten Groot Hamelenberch en van enige andere percelen land gelegen in de Slaag, 1639 1639 3 bladen Deze landerijen komen voor in de rekeningen van de Kleine Kamer over 1640 en later onder Zelderd. Volgens de hierna genoemde transporten liggen zij tussen de Eem en de Slaagse weg. Het land is momenteel gelegen in de gemeente Hogeland NB 1900-1 De Slaeg over de Eem 1900-2 De Slaeg over de Eem 1900-3 Groot Harmelenberch, liggende tegenover de mellem aan de Eem 1901 Akte van overdracht voor het gerecht van Soest, aan het kapittel van de Dom, van het goed Groot Hamelenberg, groot 5 morgen 405 roede, te Soest, vroeger behoord hebbende aan het convent van Mariënburg, 1642 nov. 23 1642 nov. 23 1 charter 1902 Akte van overdracht voor het gerecht van Soest, aan het kapittel van de Dom, van 16 morgen 76 roede 9 voet land in de Slaag onder het gerecht van Soest, vroeger behoord hebbende aan het convent van Mariënburg, 1642 nov. 23 1642 nov. 23 1 charter 1903 Eigendomsbewijs van 8 dammaten land in de polder van Duist, en van 6 dammaten land in de buurschap van Zevenhuizen, beide partijen in het gerecht van Duist, Zevenhuizen en de Haar, 1671 jan. 16 1671 jan. 16 1 charter 1904 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen de erfgenamen van Meeus Willemsz., wegens achterstallige pacht van landerijen in de Slaag, 1750-1752 1750-1752 1 omslag Het betreft de Kleine Kamer NB 1905-1905 Stukken betreffende de eigendom van het goed Engbroek, waarop de bisschop en heer Jan van Woudenberg aanspraak hadden gemaakt en dat door scheidsrechters aan de laatste wordt toegewezen, als behorende tot het goed Ter Horst, 1321 1321 4 charters 1905-1 (1321) 1905-2 (1321) 1905-3 (1321) 1905-4 1321 aug. 5 1906 Akte waarbij bisschop Jan van Arkel de hof Ter Horst met het bos Engbroek in de parochie Leusden met bijbehorende landen en het weiderecht op de gemene weiden tussen Stoutenburg en Amersfoort, welk hof met toebehoren zijn voorganger Fredericus eens gekocht en aan de domkerk geschonken had, in pacht neemt, 1345 dec. 27 1345 dec. 27 1 charter 1907-1907 Akte waarbij de bisschop aan Philips van Groenevelt, proost van Elst, verlof geeft om het bos Engbroek eenmaal tot zijn voordeel te hakken, met akte waarbij de laatste aan het kapittel belooft, onder andere niet te zullen hakken binnen de buitenste gracht van de hofstede bij Engbroek, genaamd Ter Horst, 1357 sept. 18 1357 sept. 18 2 charters 1907-1 Akte waarbij de bisschop aan Philips van Groenevelt, proost van Elst, verlof geeft om het bos Engbroek eenmaal tot zijn voordeel te hakken, met akte waarbij de laatste aan het kapittel belooft, onder andere niet te zullen hakken binnen de buitenste gracht van de hofstede bij Engbroek, genaamd Ter Horst, 1357 sept. 18 1357 sept. 18 1 charter 1907-2 Akte waarbij de bisschop aan Philips van Groenevelt, proost van Elst, verlof geeft om het bos Engbroek eenmaal tot zijn voordeel te hakken, met akte waarbij de laatste aan het kapittel belooft, onder andere niet te zullen hakken binnen de buitenste gracht van de hofstede bij Engbroek, genaamd Ter Horst, 1357 sept. 18 1357 sept. 18 1 charter 1908 Akte waarbij de door de paus benoemde scheidsrechters Elyas van Woudenberch en zijn medeplichtigen, die zich vanaf 1378 de goederen te Engbroek en Ter Horst hadden toegeëigend, veroordelen deze aan het kapittel terug te geven, op straffe van excommunicatie, 1383 sept. 3, met akte betreffende de bekendmaking hiervan op de synode, 1383 sept. 3 1383 sept. 3 2 charters (getransfigeerd) 1909-1909 Akte waarbij Elyaes van Woudenberch zich verbindt het kapittel niet meer te hinderen in het bezit van de goederen Ter Horst en Engbroek, met akte waarbij bisschop Floris als scheidsrechter de goederen Ter Horst en Engbroek aan het kapittel toewijst, 1384 1384 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1909-1 1384 jan. 28 1909-2 1384 mei 4 1910 Overeenkomst tussen de regering van de stad Amersfoort en het kapittel over de meent van Amersfoort, waarvan het kapittel twee stukken land, bij de stadsgracht en bij Stoutenburg meent, ontvangt, 1398 febr. 27 1398 febr. 27 1 charter 1911-1911 Pachtbrieven van de goederen Ter Horst en Engbroek, 1395-1571 1395-1571 6 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1911-1 1395 juli 2 1911-2 1425 jan. 24 1911-3 1489 febr. 27 1911-4 1525 jan. 26 1911-5 1563 okt. 23 1911-6 1571 mei 6 1912 Overeenkomst tussen het kapittel en de pachter van het goed Ter Horst over de door deze geplante wilgen, waarvan elke partij de helft zal ontvangen, 1402 mrt. 10 1402 mrt. 10 1 charter 1913 Verklaring door de landmeer Cornelis Henricksen van Gheyn omtrent de grootte van het goed Ter Horst, 1566 1566 1 stuk 1914-1914 Eigendomsbewijzen van het goed Egdam met toebehoren, 1486-1488, met oudere leenbrieven en plechten, 1355-1464 1355-1464 15 charters (waarvan 2 getransfigeerd) Het betreft de Kleine Kamer NB 1914-1 1355 mrt. 24 1914-2 1403 mei 13 1914-3 1410 sept. 21 1914-4 1419 juli 27 1914-5 1445 nov. 3 1914-6 1451 mei 14 1914-7 1464 febr.9 1914-8 1464 juli 21 1914-9 1464 juli 21 1914-10 1464 juli 21 1914-11 1486 sept. 16 1914-12 1486 sept. 16 en 1488 mrt. 13 ( 2 charters getransfigeerd) 1914-13 1486 okt. 9 1914-14 1486 okt. 9 1915-1915 Pachtbrieven van het goed Egdam, 1550, 1559 1550, 1559 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1915-1 1550 aug. 20 1915-2 1559 febr. 2 1916 Gerechtsbrief van Stoutenburg, dienende tot bewijs dat de goederen van het kapittel Egdam en Ter Horst met enige kleine stukken vrij van tijns en tiend zijn, 1565 aug. 25 1565 aug. 25 1 charter 1917 Stukken van een proces tussen het kapittel en de stad Amersfoort c.s. over een kamp land en een oude weg aan de oostzijde van het goed Egdam, 1567-1568. Afschrift 1567-1568. Afschrift 1 stuk 1918-1918 Pachtbrieven van landerijen te Stoutenburg in het gerecht Leusden, 1562-1572 1562-1572 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1918-1 1562 sept. 18 1918-2 1564 mrt. 22 1918-3 1572 jan. 4 1919-1919 Stukken betreffende processen over het erf Toeslach onder Woudenberg, 1582-1633 1582-1633 4 omslagen 1919-1 proces gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen de weduwe van Gerrit Willemsz. van Woudenberch tot ontruiming van het erf, door haar man van het kapittel gehuurd, 1582-1584 1582-1584 1919-2 proces gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Henrick Matheusz. van Woudenberch tot ontruiming van het erf, 1617 1617 1919-3 proces gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen Cornelis Henricksz. van Langelaar tot ontruiming van het erf, door hem van het kapittel gehuurd, 1628-1629 1628-1629 1919-4 afpaling van het erf, 1632-1633 1632-1633 1920-1920 Kaarten door E. Buitendijk en door W. Schillincx van enige percelen land, gelegen tussen de Groep en de Lunterse beek onder Woudenberg, 1628 1628 2 bladen In geen kamer van de Dom komen landerijen onder Woudenberg voor, buiten de Moorsen, die naar het noorden gelegen zijn. Mogelijk zijn de afgetekende percelen, die volgens aantekening op de laatstgenoemde kaart ten tijde van de vervaardiging aan de Dom behoorden, in de rekeningen onder Amerongen gesteld. Toch zijn ze niet herkend. De eerstgenoemde kaart is vervaardigd op verzoek van Cornelis Henricksz. Langelaar en de voogden van zijn onmondige kinderen NB 1920-1 Kaarten door E. Buitendijk en door W. Schillincx, 1628 1628 1 blad 1920-2 Kaarten door E. Buitendijk en door W. Schillincx, 1628 1628 1 blad 5.17.8. Pachten in Gooiland (Uitermeer) 1921-1921 Pachtbrieven van (de helft van) de visserij te Uitermeer, 1406, 1564 1406, 1564 4 charters Het betreft de Proosdijkamer NB 1921-1 1406 mei 25 1921-2 1564 mrt. 10 1921-3 1564 mrt. 10 1921-4 1564 mrt. 10 1922 Verzoekschrift door de domproost en het kapittel van Oudmunster aan de stadhouder van Holland, met een verzoek om verbod aan de rentmeester van Kennemerland, om de pachters van een in de Uitermeer aangewassen eiland te gijzelen tot betaling van pacht, 1518, met afschriften van brieven van het Hof en van het kapittel aan de rentmeester over deze zaak van 1505 1 omslag 1923-1923 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor het Hof van Holland door de kapittels van de Dom en Oudmunster tegen Corn. Buyck, burgemeester van Amsterdam c.s. als ingelanden van de Uitermeer, over het recht op enige landerijen, aangewassen aan de noordoostzijde van de Uitermeer, waarvan de visserij en de zwaandrift vanouds aan genoemde proost en kapittel behoren, 1549-1556, met een stuk betreffende een deswege voor de Grote Raad te Mechelen gevoerd proces 1557, en een accoord tussen partijen, 1559 1 pak en 6 charters (waarvan 4 getransfigeerd) 1923 1549-1559 1923-2 1549 mei 13, met aangehecht stuk 1923-3 1554 april 16 en 1554 april 16 ( 2 charters getransfigeerd) 1923-4 1554 juni 30 en 1554 sept. 20 ( 2 charters getransfigeerd) 1923-5 1556 febr. 27 1924 Pachtbrieven van de visserij te Uitermeer, toebehorende aan de domproost en het kapittel van Oudmunster, 1551-1604, met enige in 1625 genomen afschriften van kwitanties wegens pacht van de visserij in 1622, 1623 1 omslag 1925 Kaart van de Uitermeer met zijn afwatering, 1564 1564 1 blad 1926 Kaart van de Uitermeer door Bruno van Kuyck, bijgewerkt in 1607 bijgewerkt in 1607 1 blad 1927-1927 Stukken betreffende de geschillen en de processen gevoerd voor het Hof en de Hoge Raad van Holland door de kapittels van de Dom en Oudmunster tegen de stad Naarden over de eigendom van de Uitermeer, het recht op de visserij aldaar en een plan tot bedijking daarvan, 1606-1623, met afschriften van oudere stukken en verkoopcondities van het meer van 1623 1 pak en 1 charter 1927 1606-1623 1927-2 1607 juli 28 5.17.9. Pachten in het Land van Woerden (Woerden, Barwoutswaarder en Bodegraven) 1928-1928 Eigendomsbewijs van 4 morgen land te Geestdorp in het gerechtsgebied van de poorterij van Woerden, 1472, met oudere akten van overdracht, koop en pachtbrief, 1454-1472 1454-1472 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1928-1 1454 febr. 12 1928-2 1460 jan. 14 1928-3 1472 jan. 15 1928-4 1472 mei 14 1929 Verzoekschrift door het kapittel aan de Staten om octrooi tot de verkoop van landerijen op de Putkuip bij Woerden en te Barwoutswaarder, 1594, minuut 1594, minuut 1 stuk 1930 Stukken ten bewijze van het recht van doorvaart uit de Rijn door zekere naar het land van het kapittel aan de weg van Harmelen naar Woerden, tussen de Breudijker en de Gerverscopper uitweg, 1723, met de condities van de verkoop van dit land, 1724, minuut 1 omslag 1931 Akte waarbij Pieter Radermaker en Cornelis Blom zich verbinden het kapittel schadeloos te houden van de akte van cautie aan het waterschap van Woerden gegeven ter zake van de ontgronding van 4 morgen land te Geestdorp, 1738 1738 1 stuk 1932 Uitspraak door Jacob van de Binhorst, baljuw in het land van Woerden, als scheidsrechter tussen het kapittel en Claes Heyme in een geschil over land te Barwoutswaarden, dat aan het kapittel wordt toegewezen, 1343 juni 20 1343 juni 20 1 charter 1933 Uitspraak door Ernst van de Horst, ridder, in een geschil met Willem de Smit van Woerden en diens kinderen en erfgenamen over het land van het kapittel te Barwoutswaarder, en akte waarbij de genoemde personen de uitspraak erkennen, 1348 juli 14 en 1348 juli 14 1348 juli 14 en 1348 juli 14 2 charters (getransfigeerd) 1934-1934 Akte van schout en buren van Barwoutswaarder, waarbij de kinderen van Peter Ludolfszoon van hun aanspraak op 23½ morgen land afzien ten behoeve van het kapittel, met bevestigende verklaring door de parochiepriester van Waarder, 1357 1357 2 charters 1934-1 1357 juni 4 1934-2 1357 juni 4 1935-1935 Pachtbrieven van 23½ (25, 23) morgen land te Barwoutswaarder, 1351-1583 1351-1583 10 charters Het betreft de Choralen NB 1935-1 1351 mei 7 1935-2 1382 dec. 10 1935-3 1391 juni 11 1935-4 1395 nov. 20 1935-5 1401 juni 19 1935-6 1413 april 20 1935-7 1499 febr. 8 1935-8 1549 juli 10 1935-9 1559 jan. 7 1935-10 1583 okt. 10 1936 Akte van bekrachtiging door het kapittel van het vorige jaar door zijn gedeputeerden met de gemachtigden van Kromwijk, Bulwijk, Barwoutswaarder, Benekes en het Oosteinde van Woerden gesloten accoord over het plaatsen van een watermolen op het land van het kapittel te Barwoutswaarder, 1595 aug. 22 1595 aug. 22 1 charter 1937 Verkoopcondities van elzenbomen, toebehorende aan het kapittel, te Barwoutswaarder, 1727 1727 1 stuk 1938 Kaart door J. van Diepenem van enige percelen land in Barwoutswaarder, in huur gebruikt van het kapittel, 1633 1633 1 blad 1939-1939 Pachtbrieven van 32 morgen land of de helft daarvan, te Bodegraven, 1341-1565 1341-1565 9 charters Het betreft de Bona divisa NB 1939-1 1341 1939-2 1357 mrt. 7 1939-3 1363 juli 12 1939-4 1367 mei 7 1939-5 1371 dec. 17 1939-6 1414 dec. 18 1939-7 1449 mrt. 23 1939-8 1554 juni 30 1939-9 1565 jan. 20 5.17.10. Pachten in de Krimpenerwaard (Haastrecht, Vlist, Ammerstol, Bergambacht) 1940-1940 Eigendomsbewijzen van 18 morgen land te Haastrecht, 1306 1306 2 charters 1940-1 1306 juli 16 1940-2 1306 juli 30 1941-1941 Akten waarbij landerijen te Haastrecht in pacht worden genomen van Sueder van Voirne, kanunnik van de Dom, executeur van het testament van Theodericus Cruve, 1319, 1325 1319, 1325 2 charters 1941-1 1319 febr. 22 1941-2 1325 febr. 3 1942-1942 Pachtbrieven van landerijen te Haastrecht, 1306, 1434-1566 1306, 1434-1566 19 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1942-1 1306 juli 30 1942-2 1434 nov. 13 1942-3 1495 april 8 1942-4 1495 april 8 1942-5 1500 febr. 8 1942-6 1521 jan. 30 1942-7 1523 mrt. 15 1942-20 1529 jan. 11 1942-8 1542 okt. 24 1942-9 1542 okt. 24 1942-10 1542 okt. 24 1942-11 1548 mrt. 13 1942-12 1548 april 23 1942-13 1549 mrt. 12 1942-21 1558 nov. 25 1942-14 1558 nov. 26 1942-15 1559 dec. 2 1942-16 1564 mrt. 29 1942-17 1564 mei 28 1942-18 1564 mei 28 1942-19 1566 dec. 7 1943 Uitspraak door Peter van de Steen, proost van Oudmunster, in een geschil over 129 morgen land tussen Lek en IJssel, tussen het kapittel en de achterstalligen pachter Johannes van Renesse en van Everinge, 1424 sept. 13 en 15 1424 sept. 13 en 15 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1944-1944 Pachtbrieven van 129 morgen land te Haastrecht, aan de Vlist en te 's Heer-Aartsberg, 1472-1515 1472-1515 1 stuk en 5 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1944 1507 1944-2 1472 mei 13 1944-3 1504 juni 28 1944-4 1507 febr. 10 1944-5 1507 febr. 10 1944-6 1515 mei 4 1945 Akte waarbij Aelbert Snellert afstand doet van zijn pacht van goederen te 's Heer-Aartsberg, Haastrecht en aan de Vlist, 1486 juni 7 1486 juni 7 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1946 Uitspraak door het Hof van Holland in appèl, in een proces tussen het kapittel en de schoonzoon van Henrijck de Backer, over de pacht van 7 morgen land beneden Haastrecht, 1501 okt. 22, met de relatie van de deurwaarder, 1501 nov. 22 1501 nov. 22 2 charters (getransfigeerd) 1947 Verklaring door Aelbrecht Maertensz., van Gouda, omtrent de pacht van het land van het kapittel naast het zijne, groot 2 viertel, te Haastrecht, en over de grootte van het morgengeld, 1502 febr. 26 1502 febr. 26 1 charter 1948 Citatie door de bisschoppelijke officiaal van .... in een proces over goederen te Haastrecht, 1502 april 1 1502 april 1 1 charter 1949-1949 Pachtbrieven van landerijen aan de Vlist, 1409-1569 1409-1569 34 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1949-1 1409 okt. 2 1949-2 1529 mrt. 17 1949-3 1529 mrt. 17 1949-4 1529 mrt. 17 1949-5 1529 mrt. 17 1949-6 1537 sept. 4 1949-7 1542 mei 4 1949-8 1542 mei 4 1949-9 1542 mei 4 1949-10 1542 mei 4 1949-11 1542 mei 4 1949-12 1542 mei 4 1949-13 1542 mei 4 1949-14 1542 okt. 24 1949-15 1548 april 10 1949-16 1548 april 10 1949-17 1548 okt. 31 1949-18 1549 mrt. 12 1949-19 1549 mrt. 23 1949-20 1549 mrt. 23 1949-21 1550 jan. 20 1949-22 1558 nov. 19 1949-23 1558 nov. 19 1949-24 1559 febr. 8 1949-25 1559 mrt.1 1949-26 1559 mrt. 1 1949-27 1563 april 6 1949-28 1564 mrt. 24 1949-29 1564 april 21 1949-30 1565 april 25 1949-31 1566 jan. 2 1949-32 1566 nov. 14 1949-33 1568 mei 20 1949-34 1569 mrt. 11 1950 Akte waarbij Zwaentgen, Aerst Hobbesz.' weduwe, zich verbindt, de timmering op de door haar gepachte halve hoeve aan de Vlist op te ruimen, tenzij zij deze opnieuw pacht, 1544 aug. 19 1544 aug. 19 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1951 Eigendomsbewijzen van 10 hond land te Ammers(tol), gemeen liggend met 8 hond die strekken in het gerecht van de heer van Arkel (Bergambacht), 1391 mrt. 21 1391 mrt. 21 1 charter Het betreft de Kleine Kamer. In de rekeningen komen deze 18 hond voor als 3 morgen, waarop het tolhuis gestaan heeft NB 1952-1952 Pachtbrief van een huis en 2½ morgen land te Ammers(tol), 1500, met akte waarbij de pachter zijn erfpacht overdraagt, 1522 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1952-1 1500 dec. 5 1952-2 1522 jan. 2 1953 Eigendomsbewijs van een hoeve land, een halve hoeve genaamd Ghodevaerts halve hoeve, en een viertel land in een halve hoeve genaamd Coudenhove, te 's Heer-Aartsberg, 1390 febr. 17 1390 febr. 17 1 charter 1954 Eigendomsbewijs van 8 hond land te Bergambacht, gemeen liggende met 10 hond, die strekken in de vrijheid van (Klein) Ammers (Ammerstol), 1391 mrt. 23 1391 mrt. 23 1 charter 1955-1955 Eigendomsbewijs van 10 honds land, gelegen in de Hoefkamp te Bergambacht, 1487, met oudere akten van overdracht, 1442, 1443 1487, met oudere akten van overdracht, 1442, 1443 3 charters 1955-1 1442 okt. 1955-2 1443 sept. 7 1955-3 1487 okt. 15 1956 Akte waarbij Herman Claesz. en zijn broeder Ariaen beleven, het kapittel te zullen vrijwaren van alle dijklasten wegens een viertel land te Ammerstol in Bergambacht, dat zij aan het kapittel verkocht hebben, 1540 mei 21 1540 mei 21 1 charter 1957-1957 Akten waarbij Edewaert, basterd van Holland, heer van Hoogwoud, en Ghijsbert van Loen aan het kapittel beloven, na de dood van hun schoonvader en broeder Florens van Kijfhoeck voldoende borg te zullen stellen voor de pacht van de landen van het kapittel te 's Heer-Aartsberg en aan de Vlist, 1435 aug. 31 1435 aug. 31 2 charters 1957-1 Akten waarbij Edewaert, basterd van Holland, heer van Hoogwoud, en Ghijsbert van Loen aan het kapittel beloven, na de dood van hun schoonvader en broeder Florens van Kijfhoeck voldoende borg te zullen stellen voor de pacht van de landen van het kapittel te 's Heer-Aartsberg en aan de Vlist, 1435 aug. 31 1435 aug. 31 1 charter 1957-2 Akten waarbij Edewaert, basterd van Holland, heer van Hoogwoud, en Ghijsbert van Loen aan het kapittel beloven, na de dood van hun schoonvader en broeder Florens van Kijfhoeck voldoende borg te zullen stellen voor de pacht van de landen van het kapittel te 's Heer-Aartsberg en aan de Vlist, 1435 aug. 31 1435 aug. 31 1 charter 1958-1958 Pachtbrieven van landerijen te Bergambacht, 1529-1567 1529-1567 13 charters (waarvan 4 getransfigeerd) Het betreft de Kleine Kamer NB 1958-1 1529 juli 8 1958-2 1533 dec. 4 1958-3 1542 1958-4 1547 dec. 22, 1547 dec. 16, 1547 dec. 28 en 1547 dec. 28 ( 4 charters getransfigeerd) 1958-5 1558 nov. 16 1958-6 1558 dec. 3 1958-7 1559 jan. 28 1958-8 1563 nov. 4 1958-9 1564 mei 10 1958-10 1567 dec. 2 1959-1959 Stukken betreffende processen, gevoerd voor het Hof van Holland en de Grote Raad te Mechelen door het kapittel tegen mr. Adriaen Adriaensz. c.s., later tegen zijn erfgenamen, tot ontruiming van verschillende percelen land te Bergambacht, aan de Vlist en te Haastrecht, in het bijzonder van het Hoppeland te Bergambacht, 1539-1952 1539-1952 1 pak en 27 charters (waarvan 18 getransfigeerd) 1959 1539-1552 1959-2 1539 april 21 1959-3 1540 jan. 20, 1540 febr. 15, 1540 mrt. 11, 1540 nov. 23, 1541 dec. 13, 1542 juni 30, 1542 nov. 23, 1543 juli en 1544 juli 23 9 charters, getransfigeerd 1959-4 1540 mei 14 1959-5 1540 juni 13 1959-6 1540 juli 20 en 1540 nov. 13 2 charters, getransfigeerd 1959-7 1542 juli 12 en 1542 aug. 17 2 charters, getransfigeerd 1959-8 1542 aug. 17 1959-9 1545 mei 15, met aangehecht stuk 1959-10 1546 juli 10, met aangehecht stuk 1959-11 1546 sept. 10, 1546 okt. 6 en 1546 nov. 4 3 charters, getransfigeerd 1959-12 1549 mrt. 10 1959-13 1549 mrt. 29 1959-14 1551 mei 16 1959-15 1552 sept. 27 en 1552 okt. 20 2 charters, getransfigeerd 1960 Verklaring door het kapittel omtrent de bevindingen van zijn afgevaardigde te Bergambacht ten opzichte van de ongeoorloofde handelingen van de pachter Dirck Jansz, 1548 april 14 1548 april 14 1 charter 1961 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het gerecht van Bergambacht doorhet kapittel tegen Dierick Jansz. Backer, over het recht op Godevaerts halve hoeve en de bijbehorende 3 morgen land aldaar, door de gedaagde gehuurd, maar vanaf 1548 onrechtmatig bezeten, ca. 1548-1558, met afschriften van pachtbrieven en andere retroacta vanaf 1497 1 pak 1962-1962 Stukken betreffende processen, gevoerd voor het Hof van Holland en de Grote Raad te Mechelen door het kapittel tegen Dirck Jansz. Backer en tegen zijn erfgenamen, over landerijen te Bergambacht, 1548-1567 1548-1567 1 pak en 14 charters (waarvan 4 getransfigeerd) 1962 1548-1563 1962-2 1549 jan. 28, met aangehecht stuk 1962-3 1549 nov. 22 1962-4 1550 mrt. 1 1962-5 1556 sept. 23 1962-6 1548 dec. 8 1962-7 1551 april 1 1962-8 1551 okt. 5 1962-9 1554 aug. 30 1962-10 1559 juli 14 1962-11 1562 juli 29 en 1562 juli 29 2 charters, getransfigeerd 1962-12 1563 sept. 11 en 1563 sept. 11 2 charters, getransfigeerd 1962-13 1567 febr. 5, met aangehecht stuk 1963 Mandement van het Hof van Holland, op verzoek van Jan Thin, rentmeester van het domkapittel, te Schoonhoven, verleend tegen Dirck Woutersz. te Bergambacht, wegens achterstallige huur, met relatie van de deurwaarder, 1558 dec. 17 1558 dec. 17 1 charter (met aangehecht stuk) 1964 Procuratie door het kapittel verleend aan Jan Thin om voor alle rechters de ontruiming te verkrijgen van twee huisjes, buiten weten en toestemming van het kapittel gezet op het land van het kapittel genaamd Godevaerts halve hoeve te Bergambacht, 1559 mrt. 31 1559 mrt. 31 1 charter 1965 Verklaring door Willem van Zuylen van Nyvelt voor gezworenen van Bergambacht afgelegd op verzoek van Jan Thin als rentmeester van het domkapittel, dat hij geen recht heeft op de Godevaertshoeve, waar twee huisjes op staan, 1561. Afschrift 1561. Afschrift 1 stuk 1966 Akte van aanstelling van Willem Thin tot ontvanger en rentmeester van de goederen van het kapittel in Bergambacht, aan de Vlist, in Haastrecht, het baljuwschap van Bloys, het land van Montfoort, bij Oudewater, te Woerden, Waarder, Hoenkoop, Papekop en daaromtrent, 1549 mei 2 1549 mei 2 1 charter 1967-1967 Akten waarbij Jan Thin de voorwaarden van zijn aanstelling tot rentmeester van de goederen van het kapittel in Bergambacht, Haastrecht, aan de Vlist, in Hoenkoop, Papekop, bij Oudewater en daaromtrent aanneemt, 1558-1566. 15 1558-1566. 15 2 charters 1967-1 1558 dec. 28 1967-2 1566 okt. 15 1968 Blaffaard van de domheren landpachten in Bergambacht, de Vlist, Haastrecht, Hoenkoop en Papekop, 1566-1567 1566-1567 1 deel 1969 Manuaal voor Jan Thin, rentmeester van de goederen in Bergambacht enzovoort, 1567 1567 1 stuk 1970 Brieven van de rentmeester van de goederen in Bergambacht enzovoort aan het kapittel en van het kapittel aan hem, met bescheiden betreffende zijn administratie, 1532-1752 1532-1752 1 omslag 1971 Rekening van de rentmeester van de goederen van het kapittel in de buurt van Schoonhoven over de opbrengst van de oliemolen, het griendhout en andere goederen aldaar, 1576-1578 1576-1578 1 stuk 1972 Rekeningen van de rentmeester van de goederen van het kapittel in de buurt van Schoonhoven, behorende aan de Kleine Kamer, 1580, 1581, 1596, 1599, 1626, 1663, 1675 1580, 1581, 1596, 1599, 1626, 1663, 1675 1 omslag 1973 Bijlagen tot de rekening van de rentmeester van de goederen in de buurt van Schoonhoven, 1598-1600, 1613 1598-1600, 1613 1 omslag 1974 Rekening van de rentmeester van de goederen van het kapittel in de buurt van Schoonhoven over de rantsoenen van verkochte landerijen, 1596 1596 1 stuk 1975 Huurcondities van landerijen te Bergambacht, 1567, 1578, 1624 1567, 1578, 1624 1 omslag 1976 Huurcedullen van landerijen te Haastrecht en aan de Vlist, 1699-1749 1699-1749 1 band 5.17.11. Pachten in de baronie van IJsselstein (De Vlist, (Zuid-)Polsbroek, Benschop en IJsselstein) 1977 Eigendomsbewijs van 24 morgen land in de Vlist in de parochie Polsbroek, 1310 sept. 14 1310 sept. 14 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1978 Eigendomsbewijs van 4 morgen land te Polsbroek, 1351 aug. 1 1351 aug. 1 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1979-1979 Pachtbrieven van landerijen te Polsbroek, 1324-1559 1324-1559 6 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1979-1 1324 mrt. 31 1979-2 1383 febr. 21 1979-3 1383 febr. 21 1979-4 1407 okt. 15 1979-5 1535 febr. 12 1979-6 1559 mrt. 15 1980-1980 Pachtbrieven van twee halve hoeven land te Polsbroek, 1556-1586 1556-1586 7 charters Het betreft de Choralen NB 1980-1 1556 aug. 2 1980-2 1557 mei 3 1980-3 1557 okt. 3 1980-4 1560 mrt. 16 1980-5 1568 jan. 20 1980-6 1586 febr. 11 1980-7 1586 febr. 11 1981 Mandement van het Hof van Holland, op een klacht van het kapittel over belemmering van het vervoer van hooi uit twee halve hoeven land te Polsbroek naar Schoonhoven, aan de eerste deurwaarder, om te mane dat het land gehooid wordt, met verzoek om assistentie aan het gerecht van Schoonhoven, 1555 aug. 11 1555 aug. 11 1 charter 1982 Extracten uit het register van het gerecht van Polsbroek op de zuidzijde, betreffende een proces tussen het kapittel en de heer van Aremberg over de vruchten van een stuk land, 1556 1556 1 stuk 1983 Akte van willige condemnatie door het Hof van Utrecht van Cornelis Claesz. te Polsbroek, Cornelis Aelbertsz. te Lopik en Dirck Claesz. te Hoenkoop, tot betaling aan het kapittel van 524 gulden 16 stuiver 1 blank, wegens achterstallige pachten, 1556 mrt. 20 1556 mrt. 20 1 charter 1984-1984 Eigendomsbewijs van 17 hond land te Benschop, met oudere pachtbrief, 1362 1362 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1984-1 1362 mrt. 12 1984-2 1362 april 4 1985-1985 Pachtbrieven van een halve hoeve land te Benschop, 1348 1348 2 charters Het betreft de Bona divisa NB 1985-1 1334 1985-2 1348 febr. 29 1986-1986 Pachtbrieven van landerijen te Benschop, 1364-1500 1364-1500 4 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1986-1 1364 nov. 5 1986-2 1376 sept. 27 1986-3 1424 mei 11 1986-4 1500 jan. 28 1987 Eigendomsbewijs van 4½ morgen land te Eiteren, ten behoeve van Wilhelmus Bordeys, vicaris van de Dom, 1287 juni 24 1287 juni 24 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 1988-1988 Eigendomsbewijzen van 11 morgen land te Eiteren, 1292, 1295 1292, 1295 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1988-1 1292 dec. 14 1988-2 1295 april 27 1989 Eigendomsbewijs van 2 morgen land aan de noordzijde van de IJssel, die in erfpacht worden gehouden, 1366 sep 20 1366 sep 20 1 charter Het betreft de Grote Kamer NB 1990-1990 Eigendomsbewijs van 1½ morgen land in het Oudeland te IJsselstein, 1485, met twee oudere akten van overdracht, 1451, 1461 1461 3 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 1990-1 1451 okt. 4 en 1461 mei 18 2 charters, getransfigeerd 1990-2 1485 juli 21 1991-1991 Akte waarbij Arnoldus van Amestelle, ridder, voor de duur van twee levens tien hoeven en alle andere bij Achtersloot gelegen goederen, met tienden, gerecht en mannen in pacht neemt, 1275, met nadere akte van zijn zoon Gyselbertus, 1291, en vidimussen van beide akten door de abt van St. Paulus en de bisschoppelijke officiaal, 1322 4 charters 1991-1 1275 febr 1991-2 1291 mei 12 1991-3 1322 juli 17 1991-4 1322 juli 17 1992-1992 Pachtbrieven van landerijen in het gerecht van het kapittel in de Achtersloot en in de Lage Biezen, 1344-1377 1344-1377 43 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1992-1 1344 febr. 21 1992-2 1344 febr. 21 1992-3 1344 febr. 21 1992-4 1344 febr. 21 1992-5 1344 febr. 21 1992-6 1344 febr. 21 1992-7 1345 febr. 21 1992-8 1345 febr. 21 1992-9 1345 febr. 21 1992-10 1345 febr. 21 1992-11 1345 febr. 21 1992-12 1346 aug. 23 1992-13 1346 nov. 25 1992-14 1348 jan. 7 1992-15 1352 april 17 1992-16 1357 okt. 5 1992-17 1363 juli 25 1992-18 1363 juli 25 1992-19 1363 juli 25 1992-20 1363 juli 25 1992-21 1363 juli 25 1992-22 1363 juli 25 1992-23 1363 juli 25 1992-24 1363 juli 25 1992-25 1363 juli 25 1992-26 1363 juli 25 1992-27 1363 juli 25 1992-28 1363 juli 25 1992-29 1363 juli 25 1992-30 1363 juli 25 1992-31 1363 sept. 21 1992-32 1364 dec. 16 1992-33 1365 aug. 8 1992-34 1367 juli 21 1992-35 1367 juli 21 1992-36 1367 juli 24 1992-37 1367 juli 24 1992-38 1367 aug. 4 1992-39 1367 okt. 22 1992-40 1367 okt. 27 1992-41 1367 nov. 13 1992-42 1369 sept. 25 1992-43 1377 juli 3 1993-1993 Pachtbrieven van landerijen IJsselstein in de Hoge Biezen, 1347-1533 1347-1533 15 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 1993-1 1347 nov. 21 1993-2 1347 nov. 21 1993-3 1354 okt. 11 1993-4 1357 nov. 21 1993-5 1364 dec. 7 1993-6 1386 febr. 2 1993-7 1386 febr. 2 1993-8 1386 febr. 2 1993-9 1434 aug. 3 1993-10 1434 aug. 3 1993-11 1434 aug. 3 1993-12 1434 aug. 3 1993-13 1533 mrt. 11 1993-14 1533 mrt. 11 1993-15 1533 mrt. 11 1994 Akte van de bisschoppelijke officiaal, waarbij Nicholaus van Colonia erkent aan het kapittel achterstallige pacht van land in de Achtersloot verschuldigd te zijn, 1354 mei 15 1354 mei 15 1 charter Het betreft de Grote Kamer NB 1995 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor de raad van Utrecht en voor de arbiters, door het kapittel tegen Adriaen Bouwensz. over de eigendom van 8 morgen land in de Hoge Biezen en 8 morgen land op het IJsselveld, door de gedaagde bezeten, 1554, 1563, 1566 1554, 1563, 1566 1 pak 1996 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het gerecht van IJsselstein door het kapittel tegen Jan Dircksz. Cock tot ontruiming van 9 morgen land in de Hoge Biezen, door hem zonder huurcontract gebruikt, 1561 1561 1 omslag 1997-1997 Pachtbrieven van landerijen op het IJsselveld, 1356-1469 1356-1469 8 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1997-1 1356 aug. 20 1997-2 1368 febr. 16 1997-3 1376 jan. 23 1997-4 1376 febr. 16 1997-5 1410 mrt. 11 1997-6 1421 mrt. 12 1997-7 1421 mrt. 12 1997-8 1473 mei 29 1998-1998 Pachtbrieven van landerijen in de Achtersloot en in de Lage Biezen in het gerecht van IJsselstein, 1405-1474, 1506 1405-1474, 1506 54 charters Het betreft de Grote Kamer NB 1998-1 1405 dec. 19 1998-2 1405 dec. 22 1998-3 1434 juli 27 1998-4 1434 aug. 3 1998-5 1434 aug. 3 1998-6 1434 aug. 3 1998-7 1434 aug. 3 1998-8 1434 aug. 3 1998-9 1434 aug. 3 1998-10 1434 aug. 3 1998-11 1434 aug. 3 1998-12 1434 aug. 3 1998-13 1434 aug. 3 1998-14 1434 aug. 3 1998-15 1434 aug. 3 1998-16 1434 aug. 3 1998-17 1445 febr. 23 1998-18 1445 febr. 23 1998-19 1445 febr. 23 1998-20 1445 febr. 23 1998-21 1445 febr. 23 1998-22 1445 febr. 23 1998-23 1445 febr. 23 1998-24 1445 febr. 23 1998-25 1472 febr. 21 1998-26 1473 mei 29 1998-27 1473 mei 29 1998-28 1473 mei 29 1998-29 1474 juni 29 1998-30 1506 1998-31 1506 nov. 30 1998-32 1506 nov. 30 1998-33 1506 nov. 30 1998-34 1506 nov. 30 1998-35 1506 nov. 30 1998-36 1506 nov. 30 1998-37 1506 nov. 30 1998-38 1506 nov. 30 1998-39 1506 nov. 30 1998-40 1506 nov. 30 1998-41 1506 nov. 30 1998-42 1506 nov. 30 1998-43 1506 nov. 30 1998-44 1506 nov. 30 1998-45 1506 nov. 30 1998-46 1506 nov. 30 1998-47 1506 nov. 30 1998-48 1506 nov. 30 1998-49 1506 nov. 30 1998-50 1506 nov. 30 1998-51 1506 nov. 30 1998-52 1506 nov. 30 1998-53 1506 nov. 30 1998-54 1506 nov. 30 1999 Registrum concordie IJsbrandi de antiquis restanciis in patria de IJselsteyn ab anno 55 usque ad annum 69 inclusive cum diversis pactionariis nostris, register van betalingen door achterstallige pachters van het kapittel in het land van IJsselstein volgens aangegaan accoord en van het nog door hen verschuldigde, 1472 1472 1 stuk 2000 Stuk betreffende een proces gevoerd voor de officiaal van de aartsdiaken van Oudmunster tussen het kapittel en zijn pachters in het land van IJsselstein, 1520 1520 1 charter 2001 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het gerecht van IJsselstein in appèl voor het leenhof van IJsselstein door het kapittel tegen de burgemeesters van Benschop over het recht op 7 morgen land genaamd de Geer, in de Achtersloot, door de buren van Benschop in erfpacht bezeten, 1550, 1552-1560 1550, 1552-1560 1 pak 2002 Rekening van de schout van het kapittel over zijn uitgaven voor het proces in appèl, gevoerd voor het leenhof van IJsselstein tegen het gerecht van Benschop over 7 morgen land genaamde de Geer, 1551 1551 1 stuk 2003 Uitspraak door stadhouder en leenmannen van IJsselstein, in appèl van een uitspraak door het gerecht van IJsselstein, in een proces tussen het kapittel en die van Benschop over 7 morgen land, genaamde de Geer, in de Achtersloot in 't Langeland, 1560 sept. 10 1560 sept. 10 1 charter (in boekvorm) Het betreft de Grote Kamer NB 2004 Pachtbrief van 7 morgen land, genaamde de Geer, 1562 juli 5 1562 juli 5 1 charter Het betreft de Grote Kamer NB 2005 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het gerecht van IJsselstein door het kapittel tegen Jan Dircksz. Cock tot ontruiming van 9 morgen land in de Hoge Biezen, door hem zonder huurcontract gebruikt, 1561 1561 1 omslag 2006 Pachtbrief van 3½ morgen land op het IJsselsveld, 1593 1593 1 charter Het betreft de Grote Kamer NB 5.17.12. Pachten in de Alblasserwaard (Streefkerk en Ammers-Graveland) 2007-2007 Pachtbrieven van landerijen te Strevelant, 1410-1420 1410-1420 4 charters Het betreft de Kleine Kamer. In de rekeningen staan deze percelen onder Haastrecht NB 2007-1 1410 april 6 2007-2 1413 juni 14 2007-3 1416 dec. 27 2007-4 1420 okt. 1 2008 Eigendomsbewijs van halve hoeve of 8 morgen land te Ammers-Graveland, 1389 jan. 16 1389 jan. 16 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 2009-2009 Pachtbrieven van 8 morgen land te Ammers-Graveland, 1389, 1419 1389, 1419 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 2009-1 1389 jan. 16 2009-2 1419 dec. 1 5.17.13. Pachten in het Land van Altena (Babiloniënbroek) 2010-2010 Eigendomsbewijzen van de Bugghelemse hoeve, groot 20 morgen 4 hond, in het Nedereind van het Broec in het land van Altena, 1396 1396 2 charters 2010-1 1396 jan. 8 2010-2 1396 febr. 4 5.17.14. Pachten in de Vijf Herenlanden (Hei- en Boeicop) Het is niet zeker of het kapittel uit deze landen pacht of erfpacht ontvangen heeft. NB 2011-2011 Eigendomsbewijs voor Willem van Broechuysen en van Weerdenborch, kanunnik van de Dom, van 10 morgen land te Heicop, 1476, met akte, volgens welke deze 10 morgen, door hem verkocht, kunnen gelost worden voor 200 Rijnse gulden, 1478 2 charters 2011-1 1476 mrt. 30 2011-2 1478 juni 20 2012 Akte waarbij Willem van Broickhusen en van Weerdenborch 40 morgen land, grenzende aan de hiervoor genoemde 10 morgen, aan het kapittel vermaakt, op voorwaarde dat dit zijn testamentaire bepalingen uitvoert, 1478 juli 10 1478 juli 10 1 charter 2013 Registers van stukken betreffende 40 morgen land in Sevenhoven onder Heicop, door de kanunnik Willem van Weerdenburch aan het kapittel vermaakt, 1462-1465, 1484-1488 1462-1465, 1484-1488 1 omslag 2014 Uitspraak door de officiaal van de aartsdiaken van Oudmunster in het proces tussen het domkapittel en Walraven, heer van Brederode, over 40 morgen land in het land van Vianen, tussen landen genaamd die Sevenhoeven, door Willem van Weerdenburch, kanunnik van de Dom, bij testament aan het kapittel vermaakt voor de memorie van wijlen de domproost Gijsbrecht van Brederode, 1517 jan. 13 1517 jan. 13 1 charter 2015 Citatie door de officiaal van de aartsdiaken van Oudmunster, van Walraven, heer van Brederode, benevens schout en schepenen van Vianen, voor de deken te Gouda, om zich te verantwoorden over het voeren van een proces over kerkelijke goederen, waartoe zij niet bevoegd waren, 1518 juni 28 1518 juni 28 1 charter 2016 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor de officiaal van de aartsdiaken van Oudmunster, door het kapittel tegen de schout en gerecht van Heicop, over de bevoegdheid van het gerecht tot het wijzen van vonnis over de eigendom van land onder Heicop, tussen partijen in geschil, 1521 1521 1 omslag 2017 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor de kamer van de heer van Brederode, als heer van Vianen, in appèl van het gerecht van Heicop, door Willem van Weerdenburch, aan het kapittel vermaakt, 1519-1521 1519-1521 1 omslag 2018-2018 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Holland, in reformatie van een sententie van het gerecht van Heicop, door het kapittel tegen Dirck van Haeften, over de eigendom van het Sevenhoeven onder Heicop, 1519-1540 1519-1540 1 pak en 8 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 2018 1519-1540 2018-2 1520 jan. 17 2018-3 1520 mrt. 19, met aangehecht stuk 2018-4 1520 april 20 2018-5 1532 mrt. 18 en 1533 febr. 26 2 charters, getransfigeerd 2018-6 1533 jan. 21, met 2 aangehechte stukken 2018-7 1533 febr. 3 2018-8 1540 mrt. 23 2019 Registers van stukken betreffende drie processen, gevoerd door het gerecht van Heicop tegen het domkapittel, in appèl van de inhibitie van de officiaal van de aartsdiaken van Oudmunster in het proces, hangende voor het gerecht van Heicop tussen het domkapittel en Dirck van Haeften, 1521-1525 1521-1525 1 pak De processen werden gevoerd voor: - de officiaal van de bisschop, 1521 - de pauselijken commissaris Bern. van Haegen, kanunnik van de Dom te Keulen, 1523 - de gedelegeerden rechter Joh. Cotman, deken van St. Walburg te Meschede, 1525 NB 2020-2020 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor Johannes Cotman, deken van St. Walburg te Meschede, gedelegeerd pauselijk rechter, in appel van schout en schepenen van Heicop, tussen het kapittel en Theodericus van Haeften, over landerijen in het gerecht, 1525, 1527 1525, 1527 2 charters 2020-1 1525 mrt. 11 2020-2 1527 febr. 20 5.17.15. Pachten in het land van Culemborg (Everdingen en Culemborg) 2021 Pachtbrief van 11 morgen land te Hagestein (Everdingen), 1551 1551 1 charter Het betreft de Proosdijkamer NB 2022-2022 Eigendomsbewijzen van een halve hoeve land te Lanxmeer, 1312, 1314, met vidimus van de oudste akte van de bisschoppelijke officiaal, en een afschrift, 1330 4 charters Het betreft de Choralen NB 2022-1 1312 mei 25 2022-2 1314 mei 28 2022-3 1330 juli 9 2022-4 1330 juli 9 2023 Akte waarbij een hoeve land te Lanxmeer in pacht wordt genomen van de domscholaster, 1334 mei 24 1334 mei 24 1 charter Zie ook nr. 2025 NB 2024 Uitspraak door scheidsrechters in een geschil over de eigendom van een hoeve land te Lanxmeer, welke aan het kapittel wordt toegewezen, terwijl Hubertus Scenke van Bozinchem ze zal mogen pachten, als de jaren van de tegenwoordige pachters zullen zijn afgelopen, 1341 okt. 29 1341 okt. 29 1 charter Zie ook nr. 2025 NB 2025 Vidimussen door de bisschoppelijke officiaal van de een akte van 1334 waarbij een hoeve land te Lanxmeer in pacht wordt genomen van de domscholaster en van een uitspraak van 1341 van scheidsrechters in een geschil over de eigendom van een hoeve land te Lanxmeer, die aan het kapittel wordt toegewezen, terwijl Hubertus Scenke van Bozinchem ze zal mogen pachten, als de jaren van de tegenwoordige pachters zullen zijn afgelopen, 1367 mei 14 1367 mei 14 1 charter Het betreffen de charters onder nrs. 2024-2025 NB 5.17.16. Pachten in het graafschap Buren (Beusichem, Zoelmond, Asch en Tricht) 2026 Koopbrief van 9 morgen land te Weithusen in de heerlijkheid Buren, 1305 april 5 1305 april 5 1 charter 2027 Koopbrief van een hofstede van 4 akkers, in het geheel 5½ morgen 1½ hond land, bij Weide in de parochie Beusichem, 1318 mei 13 1318 mei 13 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 2028-2028 Koopbrief van een hofstede met 6 akkers, in het geheel 8 morgen 2 hond land, bij Weide in de parochie Beusichem, 1318, met oudere koopbrief en nader eigendomsbewijs, 1318 1318 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 2028-1 1318 april 6 2028-2 1318 juni 23 2028-3 1318 juni 23 2029-2029 Eigendomsbewijs van 30 morgen land en 4 morgen tijnsbaar land te Weide in de parochie Beusichem, met bijlagen, 1319 1319 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 2029-1 1319 mei 28 2029-2 1319 mei 28 2029-3 1319 mei 31 2030 Eigendomsbewijs van een stuk land, genaamd de Lange Geer, groot 7 morgen, en van een stuk land, genaamd de Gewere, groot 3½ morgen, te Beusichem, voor Ernetus van Eeuwijc, vicaris van de Dom, 1320 april 18 1320 april 18 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 2031-2031 Eigendomsbewijs van het land, geheten het Hoefijser, en nog 4 morgen en 10 hond land, te Asch, 1346, met oudere akte van overdracht, 1333 1346, met oudere akte van overdracht, 1333 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 2031-1 1333 juni 29 2031-2 1346 april 27 2032 Eigendomsbewijs van ruim 21 morgen, land in de parochie Beusichem, 1343 april 23 1343 april 23 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 2033 Eigendomsbewijs van 3 morgen land, genaamd te Sammel, te Asch, 1552 april 16 1552 april 16 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 2034 Akte waarbij het kapittel 4 morgen land, genaamd de Beyerse Weert, verkoopt aan Anthonis Melissen van Delwynen, met bijlage betreffende de overneming van het onderhoud van een stuk dijk door de koper, 1612 1612 1 omslag 2035-2035 Kaart door C. van Berck van enige percelen land gelegen tussen de Voorkoper wetering en de Hennisdijk, in de Otterputten, bij Beusichem, 1563. ( 1563. ( 1 kaart in) 2 bladen 2035-1 Linkse gedeelte 2035-2 Rechtse gedeelte 2036 Kaart door J. van Diepenem van twee percelen land gelegen tussen de Aelsdijk en de Meense wetering te Asch in het land van Buren, 1631 1631 1 blad 2037-2037 Pachtbrieven van landerijen te Beusichem, Zoelmond en Asch, 1339-1572 1339-1572 66 charters 2037-1 1339 nov. 20 2037-2 1339 nov. 20 2037-3 1342 okt. 4 2037-4 1343 aug. 25 2037-5 1346 okt. 16 2037-6 1357 febr. 11 2037-7 1357 febr. 11 2037-8 1357 febr. 11 2037-9 1358 sept. 15 2037-10 1365 okt. 3 2037-11 1367 nov. 6 2037-12 1374 febr. 16 2037-13 1386 april 5 2037-14 1390 febr. 19 2037-15 1391 okt. 28 2037-16 1392 dec. 7 2037-17 1398 dec. 10 2037-18 1407 sept. 9 2037-19 1407 sept. 9 2037-20 1410 dec. 29 2037-21 1419 okt. 1 2037-22 1419 nov. 12 2037-23 1424 mrt. 21 2037-24 1426 jan. 7 2037-25 1437 mei 2 2037-26 1470 mei 20 2037-27 1509 mrt. 1 2037-28 1520 mrt. 1 2037-29 1520 april 20 2037-30 1522 mrt. 27 2037-31 1537 juli 3 2037-32 1537 juli 6 2037-33 1537 sept. 12 2037-34 1537 sept. 12 2037-35 1537 sept. 12 2037-36 1546 aug. 21 2037-37 1546 sept. 2 2037-38 1547 okt. 15 2037-39 1547 okt. 26 2037-40 1547 nov. 18 2037-41 1548 jan. 12 2037-42 1548 april 10 2037-43 1548 mei 28 2037-44 1549 kan. 18 2037-45 1551 april 4 2037-46 1555 nov. 28 2037-47 1556 febr. 14 2037-48 1556 dec. 4 2037-49 1556 dec. 20 2037-50 1556 dec. 20 2037-51 1556 dec. 20 2037-52 1557 febr. 5 2037-53 1557 aug. 20 2037-54 1559 april 18 2037-55 1560 juni 20 2037-56 1561 mrt. 7 2037-57 1561 okt. 9 2037-58 1565 juli 7 2037-59 1565 dec. 21 2037-60 1567 aug. 30 2037-61 1567 nov. 28 2037-62 1567 dec. 22 2037-63 1568 mrt. 12 2037-64 1571 april 1 2037-65 1571 okt. 10 2037-66 1572 mrt. 7 2038 Akte waarbij Willem Zuermont afziet van zijn recht van pacht op landerijen te Beusichem, 1426 jan. 6 1426 jan. 6 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 2039-2039 Pachtbrief van de landerijen, tot nu toe gebruikt (in erfpacht) door de heer van Buren, met akte waarbij de houder, Herberen van de Steghe, zich verbindt de pachtbrief desvereist aan het kapittel terug te geven, 1436 1436 2 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 2039-1 1436 jan. 13 2039-2 1436 febr. 1 2040 Akte waarbij Allaert Koell, priester, erkent een stuk land bij Buren, genaamd Janscamp, in lijftocht te hebben ontvangen, 1494 okt. 10 1494 okt. 10 1 charter 2041 Akte waarbij Marcus van Weeze, kanunnik van de Dom en proost van Culemborg, de goederen van de Kleine Kamer te Beusichem, Asch en Tricht voor 12 jaren in pacht neemt, 1524 april 12 1524 april 12 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 2042 Verklaring door het kapittel overgelegd in ee proces voor het gerecht van Buren tegen Marcus van Weeze, die na afloop van de jaren van zijn pacht nog aanspraak op land van het kapittel gemaakt had, 1535 1535 1 stuk 2043 Uitspraak door G. Beyer en drie andere kanunniken in de geschillen over het kapittel en Marcus van Weeze, proost van Culemborg, over de huur van landen en tienden van het kapittel te Beusichem, Asch, Tricht, Andelst en Herveld, 1536, met akte van compromis, en register met aantekeningen door M. van Weeze over deze gemaakte huren 1 omslag 2044 Stukken betreffende het geschil, onderworpen aan de arbitrale uitspraak door Floris Thin en Lybert Meerhouts, tussen het kapittel en zijn pachters in de gerechten van Beusichem en Zoelmond over het toestaan van korting op de pacht wegens overstroming van hun landen in 1565, 1568 1568 1 omslag 2045 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het gerecht van Buren door Steven Heynricxz. tegen het kapittel tot het herstel in het bezit van het door eiser van het kapittel gehuurde land te Asch, 1568, met akte van renunciatie van het proces van, 1568 1568 1 omslag 2046 Notariële akte waarbij de huur van de hofstede en landerijen, genaamd het Hanennest, bij Buren, wordt overgedragen, 1664 1664 1 stuk 2047 Verzoekschriften door Roelof Voskuijl, pachter van de hofstede bij Hanennest bij Buren, aan het kapittel, om op zijn achterstallige pacht toe te rekenen een som van fl. 500, door zijn voorganger Laurens Voskuyl aan de rentmeester Borrevelt geschonken, met bijbehorende processtukken, 1724-1726 1724-1726 1 omslag 2048 Verzoekschrift door T. van Soest, weduwe C. Vink, aan het kapittel om vermindering van pachtpenningen van 16 morgen land onder Buren, met correspondentie daarover met de rentmeester van de Burense goederen J. van IJseldijck, 1728-1729 1728-1729 1 omslag 2049 Akte waarbij Henric van Rijswyck, schout van Buren, zich verbindt nooit meer kerkelijke personen of goederen te betrekken voor een wereldlijke, 1464 april 8 1464 april 8 1 charter 2050 Akte van de rechters van Beusichem en Zoelmond, waarbij Jan Kessel afziet van zijn vorderingen op de goederen van de kapittels van de Dom en St. Jan, 1495 dec. 21 1495 dec. 21 1 charter 2051 Stukken betreffende geschillen en processen met pachters in het graafschap Buren, ca. 1500-1582 ca. 1500-1582 1 omslag 2052 Gerechtsbrief van Buren, waarbij het goed van het kapittel te Asch wegens een schulvordering wordt verkocht, 1512 okt. 11, met akte waarbij de brief en het daarbij verkregen recht aan het kapittel worden overgedragen, 1515 dec. 31 2 charters (getransfigeerd) 2053 Stukken betreffende de verkoop door het kapittel van landerijen in het land van Buren, 1581, 1582, 1748 1581, 1582, 1748 1 omslag 2054 Akte waarbij 5 morgen land te Tricht tegen een stuk land van dezelfde grootte aldaar worden verruild, 1384 mei 4 1384 mei 4 1 charter Het betreft de Kleine Kamer NB 2055-2055 Pachtbrieven van 11 morgen land te Tricht, 1487-1569 1487-1569 3 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 2055-1 1487 jan. 25 2055-2 1559 mrt. 31 2055-3 1569 febr. 12 2056 Akte waarbij Johan van Tyell Gosensz. de ingelaste commissie tot ontvanger en beheerder van de goederen van de Kleine Kamer in de landen van Gelre en van Buren, te weten in Beusichem, Zoelmond, Asch, Echteld, Ravenswaay en Zoelen, voor tien jaren aanneemt, 1460 april 3 1460 april 3 1 charter 2057 Uitspraak door de officiaal van de bisschop in het proces tussen het kapittel en Johan van Tyell, die van zijn ontvangerschap in Buren en Culemborg wordt ontheven en veroordeeld tot betaling van de achterstallige gelden en kapoenen, 1466 mrt. 1 1466 mrt. 1 1 charter 2058-2058 Uitspraak door scheidsrechters in het geschil tussen het kapittel en Jan van Tyell Gosensz., hofmeester te Culemborg, die afstand doet van de door hem beheerde kapittelgoederen, 1469, met verklaring door Jan van Tyell, dat hij overeenkomstig de uitspraak is voldaan, 1472 1472 2 charters 2058-1 1469 juni 13 2058-2 1472 mrt. 10 2059-2059 Akte waarbij het kapittel Aernt Koell, pastoor te Buren, Alert Koell, priester, gebroeders, en Otto van Elsweert, schout van de Dom, machtigt tot de administratie van zijn goederen in het land van Buren en de Neder-Betuwe, 14[78], 1490 14[78], 1490 2 charters 2059-1 14[78] 2059-2 1490 dec. 26 2060-2060 Akten waarbij Louff van Honselaer, dan Jacob van Ewyck, de ingelaste commissies tot rentmeester van de goederen van het kapittel in de heerlijkheid Buren aannemen, 1538-1548 1538-1548 3 charters 2060-1 1538 sept. 18 2060-2 1541 nov. 9 2060-3 1548 mrt. 13 2061 Commissie voor mr. Johan van Muyden als rentmeester van de goederen van het kapittel in de heerlijkheid Buren, 1619 1619 1 stuk 2062 Stukken, ingekomen van de rentmeester van de kapittelgoederen in het graafschap Buren, en bescheiden betreffende zijn administratie, 1692-1796 1692-1796 1 omslag Hierbij bevindt zich de minuut van de commissiebrief van een rentmeester van c. 1600 met twee afschriften en het bestek van de reparatie van de hofstede het Hanennest, 1683 NB 2063 Instructies voor rentmeesters in het graafschap Buren, 1664-1787 1664-1787 1 omslag 2064 Pachtcondities van landereijen te Buren, 1696, 1703, 1759, 1787, 1794 1696, 1703, 1759, 1787, 1794 1 omslag 2065 Stukken betreffende de verdeling van de pachtsommen, ontvangen te Buren en Bergambacht, onder de geassigneerden, ca. 1607 ca. 1607 1 omslag 2066 Memories van de met Petri 1631 aflopende huren van landerijen van het kapittel onder Bergambacht en onder Buren, 1631 1631 1 deel 2067-2067 Rekeningen van de rentmeester van het kapittel over de landpachten en kapoenen in het graafschap Buren, 1580-1808 1580-1808 5 banden en 1 omslag 2067-1 1580, 1586, 1598, 1626, 1664 1 omslag 2067-2 1716-1724 Hierin is de rekening over 1725 gelegen NB 2067-3 1727-1750 2067-4 1751-1770 2067-5 1771-1800 2067-6 1801-1808 2068 Kwitanties en andere bescheiden behorende tot de administratie van de rentmeester in het graafschap Buren, 1590-1687, 1725 1590-1687, 1725 1 omslag 2069-2069 Acquitten bij de rekeningen van de landerijen in het graafschap Buren, 1672-1809 1672-1809 3 pakken 2069-1 1672-1674 2069-2 1727-1750 2069-3 1751-1809 5.17.17. Pachten in de Tielerwaard (Wadenoyen) 2070 Akte waarbij Johan die Koc, ridder, afziet van elke aanspraak op het goed te Wadenoyen, dat aan de domproosdij behoort, 1332 juni 16 1332 juni 16 1 charter 2071 Aantekening over de proosdijgoederen te Wadenoyen, ca. 1350 ca. 1350 1 stuk 2072-2072 Pachtbrief van het proosdijgoed te Wadenoyen en Hemert, geheten het Froelant, 1344, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1380 2 charters 2072-1 1344 sept. 13 2072-2 1380 juni 10 2073 Pachtcondities van landerijen te Wadenoyen en Ophemert, 1796 1796 1 stuk 2074 Aantekeningen over de pachtgoederen te Wadenoyen, ca. 1712-1797 ca. 1712-1797 1 omslag 5.17.18. Pachten in de Neder-Betuwe (Ravenswaay, Maurik en Lienden) 2075 Gerechtsbrief van de Neder-Betuwe, waarbij alle bezittingen van het domkapittel aldaar voor een schuld van 8 oude schilden door de pander worden verkocht, 1404 febr. 29 1404 febr. 29 1 charter Volgens een aantekening op de keerzijde betreft het goederen te Zoelen NB 2076 Akte waarbij Willam Willamsz. erkent geen recht te hebben op de goederen van het kapittel in de Neder-Betuwe, die hij aleen had doen panden om zijn eigen recht te beschermen, en belooft zijn zoon Pauwels, aan wie hij ze verkocht heeft, ze te doen afstaan, zodra hij uit de handen van die van de stad Utrecht verlost zijn, 1405 febr. 3 1405 febr. 3 1 charter Mogelijk betreft de datering 3 februari 1460 NB 2077 Akte waarbij Henryc van Meerten het beslag opheft, dat hij met de ambtman van Neder-Betuwe op de goederen van het kapittel had gelegd, 1410 jan. 21 1410 jan. 21 1 charter 2079 Akte waarbij Gerit van Wijck Ottensen verklaart door het kapittel te zijn voldaan en geen vordering meer te hebben op de goederen van het kapittel in de Neder-Betuwe, 1463 mrt. 12 1463 mrt. 12 1 charter 2080-2080 Gerechtsbrief van Kesteren, waarbij aan Janna, weduwe van Jacob Filipsz., haar eis toegewezen wordt tegen het St. Jansklooster te Utrecht, de kapittels van de Dom en St. Pieter, wegens het feit dat de overheid van de stad Utrecht tarwe van een door haar gehuurden zolder heeft doen halen, waardoor zij een schade geleden heeft van 400 gulden, met gerechtsbrieven van de Neder-Betuwe, waarbij Johanna voornoemd de goederen van het domkapittel te Ravenswaay verkoopt aan Philips Jacobsz., en deze in de goederen wordt gezet, 1487 1487 3 charters 2080-1 1487 mei 14 2080-2 1487 nov. 29 2080-3 1487 dec. 12 2081-2081 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor Johannes Listige, deken van de St. Victorskerk te Dulmen en kanunnik van St. Marie, in deze door de bisschop van Utrecht tot rechter aangewezen, tussen Gerardus van Eck, Pieter Bott benevens de ambtman van de Neder-Betuwe met zijn assessoren, en de kapittels van de Dom en Oudmunster, van wie goederen in beslag waren genomen, 1491-1492 1491-1492 5 charters 2081-1 1491 okt. 5 2081-2 1491 okt. 12 2081-3 1491 okt. 14 2081-4 1492 mrt. 23 2081-5 1492 mrt. 23 2082 Akte waarbij het kapittel Marcus van Weze, kanunnik van de Dom, en twee anderen personen machtigt tot het beheer van enige goederen te Zoelen, Kesteren, Echteld, Ommeren en IJzendoorn, en tot het ontvangen van de pachten daarvan, 1523 febr. 9 1523 febr. 9 1 charter 2083-2083 Testament van domdeken Henricus de Weyda, waarbij hij aan het kapittel verschillende landerijen vermaakt, bezwaard met uitkeringen, namelijk 21 morgen 2 hond 35 roede land in drie partijen in de maalschap van Ravenswaay, de helft van 24½ morgen 80 roede land te Zoelenerbroek en Zandwijk in twee partijen, waarvan de wederhelft aan de vicarie van St. Bartholomeus behoort, 15 morgen 1½ hond land te Sterkenburg, 12 morgen land te Cothen in de Heilige weerd en 1 viertel land in de Wiers in de parochie Vreeswik, 1370, met oudere overdrachten en vidimussen van de overdracht van het land te Ravenswaay, tevens een oudere pachtbrief daarvan met een afschrift, 1342-1364 1 stuk en 8 charters Het betreft de Kleine Kamer NB 2083 1364 2083-2 1342 juni 10 2083-3 1342 juni 10 2083-4 1342 juni 10 2083-5 1344 nov. 21 2083-6 1344 nov. 21 2083-7 1348 dec. 1 2083-8 1364 febr. 14 2083-9 1370 okt. 24 2084 Lijfpachtbrief van 21½ morgen land te Ravenswaay, 1406 dec. 14 1406 dec. 14 1 charter 2085 Obligatie voor de rest van de koopprijs van zekere landen te Ravenswaay, door Aernt van Buren van het kapittel gekocht, 1494, minuut 1494, minuut 1 stuk 2086 Koopbrief en akte van overdracht van 27 tot 28 morgen land op de Brede Slag, 1369 mrt. 13. Notarieel afschrift 1369 mrt. 13. Notarieel afschrift 1 charter 2087 Akte waarbij het kapittel de helft van 27 morgen of 28 morgen land, onverdeeld liggende in de parochie Maurik op de Brede Slag, aan de koorbisschop Stephanus van Everdingen overlaat om er in het belang van de eredienst over te beschikken, terwijl domdeken Henricus de Weyda belooft de andere helft aan het kapittel te doen overdragen, 1369 mrt. 22 1369 mrt. 22 1 charter 2088-2088 Stukken betreffende de bijlegging van een geschil tussen het kapittel en Wesselus van Everdingen, burger van Utrecht, die het vrije gebruik behoudt van 14 morgen land te Zoelen op Clemoet, 1387 1387 2 charters 2088-1 1387 nov. 5 2088-2 1387 nov. 21 2089 Verklaring door de burgemeesters van Utrecht als bewaarders van het Heilige Geesthuis aldaar, dat de overdracht door het domkapittel aan Wessel van Everdinghen van de helft van 27 of 28 morgen land te Maurik op de Brede Slag met hun instemming is geschied, 1390 sept. 8 1390 sept. 8 1 charter 2090-2090 Pachtbrieven van 10 morgen land te Lienden, 1539-1569 1539-1569 3 charters 2090-1 1539 aug. 15 2090-2 1562 2090-3 1569 mei 16 5.17.19. Pachten in de Over-Betuwe (Angeren, Angeroyen, 't Loo en Gent) 2091 Vidimus door de kapittels van Oud-Munster, St. Pieter, St. Jan en St. Marie van een lijst van goederen en renten te Angeren, opgenomen in een register in het domarchief, 1452 juni 19 1452 juni 19 1 charter 2092 Vidimus door de domproost en het kapittel van een register van de tinzen en goederen van de proosdij te Angeren, 1554 mei 7 1554 mei 7 1 charter (op papier) 2093 Vidimus door de regering van de stad Utrecht van een register van de goederen en tijnzen van de proosdij te Angeren, 1555 mrt. 4 1555 mrt. 4 1 charter 2094-2094 Pachtbrieven van het hofgoed te Angeren, 1331-1573 1331-1573 1 omslag en 12 charters 2094 1382, 1573 2094-2 1331 juli 30 2094-3 1382 mrt. 31 2094-4 1434 mrt. 3 2094-5 1438 juni 23 2094-6 1403 april 28 2094-7 1498 april 4 2094-8 1552 mrt. 24 2094-9 1556 mei 10 2094-10 1559 mei 10 2094-11 1565 juli 31 2094-12 1569 febr. 2 2094-13 1569 febr. 25 2095 Akte waarbij Bruen Henricsz. van Ghent de domproost belooft dat hij geen aanspraak zal maken op enige pacht uit het goed te Angeren, 1358 juli 19 1358 juli 19 1 charter 2096 Register van de landerijen van de domproosdij te Angeren en van de tijns aldaar, 14e eeuw, met lijsten van de tijnsgoederen van de proosdij te Valburg, 1544, van de landerijen van de proosdij te Angeren en te Gent, ca. 1625, en van de landerijen van de proosdij te Brummen, 1545 1 deel Achterin zijn diverse aantekeningen door vicaris Wouter Brock opgenomen. Om het deel zijn een akte van presentatie door Hertog Filips van Bourgondië aan de aartsdiaken van de Dom en één door Wilhelmus F. Johannis Brechorst tot de cure van de parochiekerk van de begijnen te Zierikzee van 1456 geslagen, alsmede een transportbrief voor het gerecht van Utrecht, 1487 NB 2096-a Erfpachtbrief groot 84 rijnsguldens jaarlijks van landerijen onder Angeren en Elst, voor Derick van de Lawick, ten laste van Reynalt van Homoit, heer van Doorwerth, en zijn vrouw Fye van Bylant, 1452 april 29, met drie akten betreffende in de plaatstreding van andere hoofdlijke medeschuldenaars, 1456 mei 12, 1459 juli 3, 1490 april 19 4 charters (getransfigeerd) Blijkens dorsale notitie zijn ze afkomstig uit het archief van het domkapittel NB 2097 Stukken betreffende een geschil met de pachter van de proosdijgoederen te Angeren en Angeroyen, 1573 1573 1 omslag 2098 Minuut-akte van aanstelling door het kapittel, van Jacob Kanis als rechter, hof- en tijnsmeester van de (proosdij) goederen te Angeren en Anroyen, ca. 1620 ca. 1620 1 stuk 2099 Gerechtsbrief van de Over-Betuwe waarbij de kapittelgoederen in de parochie Andelst voor een schuld van 500 Rijnse gulden aan Wolter van Hiller worden verkocht, 1472 sept. 20 1472 sept. 20 1 charter 2100 Minuten van stukken, door het kapittel gericht aan en ontvangen van de rentmeester van de kapittel-goederen in de Over-Betuwe, met bijlagen, 1585-1804 1585-1804 1 omslag 2101 Stukken betreffende het beheer door verschillende rentmeesters van kapittel-goederen in de Over-Betuwe, 1684, 1713, 1716-1719, 1721 1684, 1713, 1716-1719, 1721 1 omslag 2102 Instructies voor rentmeesters in de Over-Betuwe, 1708-1787 1708-1787 1 omslag 2103 Borgtochten van verschillende personen voor het beheer van de rentmeesters van de kapittel-goederen in de Over-Betuwe, 1721-1787 1721-1787 1 omslag 2104-2104 Rekeningen door de rentmeester van de kapittel-goederen te Angeren en Anroyen, 't Loo en Gent, 1592-1790 1592-1790 4 banden en 1 pak Het betreft de Proosdijkamer NB 2104-1 1592/93, 1598/99, 1659, 1661, 1683 1 pak 2104-2 1708-1711, 1713-1718, 1721-1725 2104-3 1726-1750 2104-4 1751-1770 2104-5 1771-1790 2105-2105 Acquitten bij de rekeningen van de goederen te Angeren, Anroyen en Gent, 1596-1789 1596-1789 3 omslagen 2105-1 1596, 1659-1662, 1707-1716, 1754-1757 2105-2 1726-1750 2105-3 1751-1789 2106 Pachtcondities van landerijen van het kapittel te Angeren, Loo en Gent, 1701, 1764, 1785 1701, 1764, 1785 1 omslag 5.17.20. Pachten in het graafschap Berg (Knijfheze c.a.) 2107-2107 Pachtbrieven van de hof te Knijfheze of in het algemeen van het proosdijgoed tussen de Rijn en de Oude IJssel in Zeddam, Weel, Gendringen, Netterden, 1340-1411 1340-1411 7 charters Het betreft de Proosdijkamer NB 2107-1 1340 nov. 2 2107-2 1385 okt. 4 2107-3 1385 okt. 4 2107-4 1385 okt. 5 2107-5 1395 okt. 4 2107-6 1395 okt. 4 2107-7 1411 febr. 22 5.18. Financiën van het kapittel 5.18.1. Betaling van subsidies en belastingen Zie ook de stukken in de rubriek Bestuur van het Sticht (8.9). NB 2108 Akte waarbij bisschop Frederik van Blankenheim erkent dat het kapittel hem 1000 lichte guldens heeft geschonken voor de bouw van zijn hof te Utrecht, en dat dit geheel onverplicht is gebeurd, 1418 okt. 10 1418 okt. 10 1 charter 2109-2109 Akte waarbij het kapittel aan bisschop Rudolf, tot hulp van de timmering van zijn hof, 1000 Rijnse gulden bewilligt uit de inkomsten van de Fabriek, gecancelleerd, 1450, met verklaring door de bisschop dat deze schenking uit gratie is geschied, en twee kwitanties, 1450-1452 1450-1452 4 charters 2109-1 1450 jan. 20 2109-2 1450 jan. 20 2109-3 1450 mrt.1 2109-4 1452 dec. 22 2110 Kwijting door Henricus van Velde, pauselijk ontvanger, aan het kapittel verleend wegens de annaten van de prebende van Johannes van Montfoort, aartsdiaken van de Dom, en Philippus Barilis, pauselijk cubicularis, kanunnik van de Dom, 1400 nov. 10. Afschrift 1400 nov. 10. Afschrift 1 charter 2111 Akte waarbij bisschop Frederik van Blankenheim erkent van elk van de vijf kapittels 20 Rijnse gulden ontvangen te hebben als deel van 200 gulden, waarop het Sticht te Konstanz gesteld was, en belooft, dat het domkapittel, eveneens de andere kapittels, dit geld zal mogen aftrekken van de eerste heffing door de paus of de Roomse koning, 1417 mei 20 1417 mei 20 1 charter 2112 Stukken betreffende de belasting van de goederen van het kapittel in Holland, 1547 1547 1 omslag 2113 Specificatie van 2000 Carolusgulden, door de bode van het kapittel D. van Malsen gestort bij de rentmeester van de domeinen voor een bede van de keizer, 1552 1552 1 stuk 2114 Aantekeningen, stukken en afschriften van stukken betreffende de heffing en inning van ongelden van de landen van het kapittel, tevens ontheffing, 1583-1806 1583-1806 1 omslag 2115 Manuaal van het oudschildgeld, ca. 1546, met aantekeningen van de namen van pachters, ca. 1588, en van de bedragen van het dubbel oudschildgeld 1 deel 2116 Rekening van de schoutkapittel wegens in 1667 en 1669 opgenomen gelden en de daarmede betaalde ongelden, door de bruikers van de landen van het kapittel over 1656 en 1657 verschuldigd, als ook wegens de van de bruikers over deze jaren ingevorderde bedragen, met bijlagen en een rekening van de schout wegens een in 1677 gesloten lening en de daaruit betaalde extraordinaris lasten en ongelden 1 omslag 2117 Rekeningen van de ongelden van de landen van het kapittel, 1656-1700 1656-1700 1 band In de rekeningen zijn sinds het eind van de 15e eeuw defalcaties wegens Lekdijksgeld en dergelijke opgenomen en vanaf 1526 ook betalingen aan de ontvangers van de keizer en de bisschop, maar niet in die van alle jaren. In vele pachtbrieven wordt een bepaling over de verplichting van de huurder tot de betaling van lasten aangetroffen. De posten van betaald oudschildgeld, die zeer spaarzaam in de rekeningen voorkomen, zijn op te vatten als betalingen aan de pander als de bruikers te kort geschoten waren. De sommen die het kapittel voor zijn tienden betaalde, staan vanaf eind 16e eeuw tot 1674 incluis in de rekening van de Fabriek, als laatste van de met die van de Grote Kamer verenigde rekeningen. In 1657 hebben de Staten van Utrecht wijzigingen gebracht in de heffing van de ongelden (zie Groot Placaatboek door Johan vande Water (Utrecht, 1729) dl. II p. 550) en in 1674 een nieuw reglement ingevoerd waarin de bruikers niet voorkomen, men hield zich dus aan de eigenaars. Achterstallige van de bruikers ingekomen bedragen vindt men nog in de rekening van de kapittelschout (zie nr. 2116) en in de drie oudste rekeningen van deze band. Het rapport dat een op 14 oktober 1667 door het kapittel benoemde commissie zou moeten uitbrengen over de wijze waarop de ongelden voortaan het best betaald zouden kunnen worden, is niet gevonden. NB Op 26 oktober 1674 is de Grote Kamer gemachtigd om geld te lichten tot betaling van de ongelden, wat mogelijk samenhangt met het pas op 27 november 1674 door de Staten formeel genomen besluit, dat de ingezetenen die vóór januari de achterstallige oudschild- en schellinggelden tot 1669 incluis betaalden, kwijtschelding zouden genieten van de ongelden over 1670. Een nader besluit, van 12 april 1675 (zie Groot Placaatboek dl. II, p. 502), schonk aan degenen, die achterstallig oudschildgeld tot 1671 incluis en het huisgeld tot 1674 incluis betaalden, kwijtschelding van oudschildgeld- en schellinggeld over 1672-1674. Ook dit in besluit is alleen sprake van eigenaars. De eerste rekeningen van de ongelden zijn door Johannes Simonides a Nijs, tevens Klein kameraar, die ze kweet, behalve met de bovengenoemde bijdragen van bruikers, met de hem door de Grote kameraar verschafte sommen (zie de verantwoording van deze in nr. 702-15). De rekeningen door J.S. a Nijs lopen tot 1677, tot 1680 en tot 1681 incluis. Het slot van zijn derde rekening is overgebracht in die van de Kleine Kamer, maar daarna is het te vin-den in die van de Grote Kamer (Fabriek), van 1685 af, hetgeen samenhangt met het beheer van de ongelden door de Grote kameraar. De vierde rekening in de band door Johan du Molin loopt tot 1685 incluis. De volgende door Marten Meerman zijn jaarrekeningen, behalve die over 1687-1688, die zijn samengevat. Zie voor de rekeningen van de ongelden na 1700 nrs. 702-92-702-109. 2118-2118 Acquitten bij de rekeningen van de ongelden, 1670-1809 1670-1809 118 pakken en 2 stukken Niet volledig. De acquitten zijn doorgaans geliasseerd, maar van enkele jaren zijn ze verloren gegaan of is dit bijna het geval. De jaartallen van de aanslagbiljetten wijken, vooral in de eerste tijd, dikwijls van die van de rekening af. NB Oorspronkelijk betroffen het 17 chronologisch geordende pakken, aangeduid met subnummers 1-17, Later zijn met het oog op de omvang de betreffende pakken door middel van een alfabetische onderverdeling (-a, -b enzovoort) nader onderverdeeld in 49 portefeuilles. In 2003 is besloten, gelet op de materiële aard van de acquitten, om de alfabetische onderverdeling te herzien en de stukken per jaar in te delen. De relaties tussen de oorspronkelijke numerieke subnummering (1-17) en de bijbehorende dateringen zijn gehandhaafd. Aan de ordening van de acquitten in nrs. 2118-1-a-2118--1-g lag wisselend het jaar van heffing en het jaar van kwijting ten grondslag. Er is besloten om deze stukken te herordenen op basis van het (laatste) jaar van kwijting. De ordening van de acquitten vanaf nr. 2118-1-h volgt de rekeningen. Tot en met nr. 2118-12-e ligt het jaar van heffing ten grondslag, vanaf 2118-12-f het jaar van kwijting, vervolgens vanaf 2118-14-a het jaar van heffing. 2118-1-a 1670, 1674, 1675 2118-1-b 1676 2118-1-c 1677-1678 2118-1-d 1679-1681 2118-1-e 1682-1684 2118-1-f 1685-1686 2118-1-g 1687-1689 2118-1-h 1686-1688 2118-2-a 1689-1690 2118-2-b 1691 (3e rekening van Marten Meerman) 2118-2-c 1692 (4e rekening van Marten Meerman) 2118-2-d 1693 (5e rekening van Marten Meerman) 2118-2-e 1694 (6e rekening van Marten Meerman) 2118-2-f 1695 (7e rekening van Marten Meerman) 2118-3-a 1696 (8e rekening van Marten Meerman) 2118-3-b 1697 (9e rekening van Marten Meerman) 2118-3-c 1698 (10e rekening van Marten Meerman) 2118-3-d 1699 (11e rekening van Marten Meerman) 2118-3-e 1700 (12e rekening van Marten Meerman) 2118-3-f 1701 (13e rekening van Marten Meerman) 2118-3-g 1701 2118-3-h 1702 (16e rekening van Marten Meerman) 2118-3-i 1703 2118-4-a 1704 2118-4-b 1705 2118-4-c 1706 2118-4-d 1707 (3e rekening van Gerbrand de Beer) 2118-5-a 1708 (4e rekening van Gerbrand de Beer) 2118-5-b 1709 (5e rekening van Gerbrand de Beer) 2118-5-c 1710 (6e rekening van Gerbrand de Beer) 2118-5-d 1711 2118-5-e 1712 (1e rekening van Everard De Beer) 2118-5-f 1713 2118-6-a 1714 2118-6-b 1715 2118-6-c 1716 2118-6-d 1718 2118-7-a 1719 2118-7-b 1720 2118-7-c 1721 (2e rekening van Gerard van Voorst) 2118-7-d 1722 (3 rekening van Gerard van Voorst) 2118-7-e 1723 (1e rekening van Diderick van Romond) 2118-7-f 1724 (2e rekening van Diderick van Romond) 2118-8-a 1725 2118-8-b 1726 2118-8-c 1727 2118-8-d 1729 2118-8-e 1730 2118-8-f 1731 2118-9-a 1732 2118-9-b 1733 2118-9-c 1734 2118-9-d 1738 2118-9-e 1740 1 stuk 2118-10-a 1741 2118-10-b 1742 2118-10-c 1743 2118-10-d 1744 2118-10-e 1745 2118-10-f 1746 2118-11-a 1747 2118-11-b 1748 2118-11-c 1749 2118-11-d 1750 2118-11-e 1751 1 stuk 2118-11-f 1753 2118-11-g 1754-1755 2118-11-h 1755-1756 2118-12-a 1757 2118-12-b 1758 2118-12-c 1759 2118-12-d 1760 2118-12-e 1761 2118-12-f 1764 (heffing over 1759-1764) 2118-12-g 1765 (heffing over 1763-1764) 2118-13-a 1766 (heffing over 1764-1765) 2118-13-b 1767 (heffing over 1765-1766) 2118-13-c 1768 (heffing over 1766-1767) 2118-13-d 1769 (heffing over 1767-1768) 2118-13-e 1770 (heffing over 1768-1770) 2118-13-f 1771 (heffing over 1769-1771) 2118-13-g 1772 (heffing over 1771-1772) 2118-13-h 1773 (heffing over 1772) 2118-14-a 1773 (kwijting over 1774) 2118-14-b 1774 (kwijting over 1774-1775) 2118-14-c 1775 (kwijting over 1776) 2118-14-d 1776 (kwijting over 1777) 2118-14-e 1777 (kwijting over 1778) 2118-14-f 1778 (kwijting over 1779) 2118-14-g 1779 (kwijting over 1780) 2118-14-h 1780 (kwijting over 1781) 2118-15-a 1781 (kwijting over 1782) 2118-15-b 1782 (kwijting over 1783) 2118-15-c 1783 (kwijting over 1784) 2118-15-d 1784 (kwijting over 1785) 2118-15-e 1785 (kwijting over 1786) 2118-15-f 1786 (kwijting over 1787) 2118-15-g 1787 (kwijting over 1788) 2118-15-h 1788 (kwijting over 1789) 2118-15-i 1789 (kwijting over 1790) 2118-16-a 1790 (kwijting over 1791) 2118-16-b 1791 (kwijting over 1792) 2118-16-c 1792 (kwijting over 1793) 2118-16-d 1793 (kwijting over 1794) 2118-16-e 1794 (kwijting over 1795) 2118-16-f 1795 (kwijting over 1796) 2118-16-g 1796 (kwijting over 1797) 2118-16-h 1797 (kwijting over 1798) 2118-17-a 1798 (kwijting over 1799) 2118-17-b 1799 (kwijting over 1800) 2118-17-c 1800 (kwijting over 1801) 2118-17-d 1801 (kwijting over 1802) 2118-17-e 1802 (kwijting over 1803) 2118-17-f 1803 (kwijting over 1804) 2118-17-g 1804 (kwijting over 1805) 2118-17-h 1805 (kwijting over 1806) 2118-17-i 1806 (kwijting over 1807) 2118-17-j 1807 (kwijting over 1808) 2118-17-k 1808 (kwijting over 1809) 2118-17-l 1809 (kwijting over 1810) 2119 Staten van ongelden en andere kosten ten laste van de Proosdijkamer, 1721-1735 1721-1735 1 omslag 2120 Briefjes met een kennisgeving van de opmeting van de landerijen van het kapittel en van hun nummers in het kohier van de verponding, 1810-1811 1810-1811 1 omslag 2121 Kwitanties van de betaling van de verponding van de landerijen van het kapittel, 1806-1809, 1811 1806-1809, 1811 1 pak De ontvanger van de verponding gaf kwitanties af wegens gedane fournissementen bij anticipatie op de verponding, die bij de verrekening en finale afdoening als contant geld zouden worden aangenomen. De kameraar was echter niet met alle aanslagen op tijd. Dientengevolge bracht hij ongelden in uitgaaf die nog niet betaald waren, blijkens de aanwezige kwitanties van lateren datum dat de afhoring van de rekening. Verschillende kwitanties zijn niet terug te vinden in de rekeningen, noch over 1810, noch over 1811 NB 2122 Stukken betreffende het arrest door de predikanten in de Bommeler- en Tielerwaarden gelegd op de tienden van het kapittel te Wadenoyen wegens wanbetaling van hun congrue portie door de pachter van de tienden, 1691 1691 1 omslag 2123 Stukken betreffende de taxatie en de betaling van de 20e penning tot redemptie van de collaterale sucessie van de goederen van het kapittel in de Bommeler- en Tielerwaarden volgens besluit van de Staten van het kwartier van Nijmegen van 2 maart 1701, 1702-1703 1702-1703 1 omslag 2124 Stukken betreffende de taxatie van de tienden van het kapittel te Wadenoyen tot betaling van de 20e penning tot redemptie van de non-alienatie en de collaterale sucessie volgens resolutie van Gedeputeerde Staten van Gelderland van 31 mei 1740, 1740- 1743 1740- 1743 1 omslag 2125 Missiven, resoluties, taxaties en opgaven van opbrengst en lasten betreffende de betaling van de 20e penning of redemptie van de impost van de goederen van het kapittel in de Over-Betuwe aan de Staten van kwartier van Nijmegen, 1766-1784, met retroacta vanaf 1702 1766-1784, met retroacta vanaf 1702 1 pak 5.18.2. Schulden en renten van schulden van en andere betalingen door het kapittel Lijfrenten komen alleen voor in de rekeningen van de Bona divisa, in twee afdelingen, namelijk die in 1530 en anders verkocht zijn, en die verkocht zijn ten tijde van de eerste troebelen. Het hoofd van de tweede afdeling wordt in de rekening over 1602, bij vergissing, weggelaten, en de houdster van de laatste lijfrente is in 1628 overleden. Losrenten van 1536 en later komen in de rekeningen van de Grote Kamer en van de Bona divisa. In het register van de losrenten komen aantekeningen voor over assignaties, die aan vicarissen gegeven zijn om renten in de plaats van vicarie-goederen, die verkocht zijn om daarmede renten, door het kapittel verschuldigd, te lossen. Het gevolg van deze en dergelijke manipulaties is geweest, dat omstreeks 1675 op de renten bijna uitsluitend vicarieën, fondsen en beurzen recht hadden. In de rekening van 1681 komt dan voor eerst een nieuwe categorie voor. Er blijkt land verkocht te zijn van een lot uit de Kleine Kamer en de houder van het lot wordt schadeloos gesteld met een rente. Dit gebeurt steeds meer. De te betalen renten staan in de rekeningen van de Bona divisa, de ontvangen koopsommen onder de extraordinaris ontvangsten van de Fabriek, zonder dat deze kapittels bij de balans aan het eind van de rekening van de vier kamers nog eens apart worden vermeld, zodat ze onder de gewone inkomsten zijn verdwenen. De renten van de vicarieën staan in de rekeningen daarvan in ontvangst, in de Bona divisa, in een drietal verzamelposten, onder de uitgaven, maar sinds de kanunniken de goede sloten van beide rekeningen desverkiezende verdeelden, was dit een noodeloos ingewikkelde methode. Vanaf 1676 gebruikt men de vorm van de obligatie in de plaats van die van de rentebrief. NB 2126-2126 Kwitanties aan het kapittel gegeven wegens de aflossing van renten, 1323-1502 1323-1502 16 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 2126-1 1323 juni 23 2126-2 1362 okt. 27 2126-3 1362 nov. 8 2126-4 1362 dec. 20 2126-5 1362 dec. 20 2126-6 1363 jan. 14 2126-7 1363 juni 25 2126-8 1364 2126-9 1364 jan. 13 2126-10 1364 febr. 23 2126-11 1365 febr. 21 2126-12 1365 febr. 27 2126-13 1409 aug. 16 2126-14 1416 april 8 en 1417 mrt. 13 ( 2 charters getransfigeerd) 2126-15 1502 febr. 1 2127-2127 Rentebrieven en obligaties ten laste van het kapittel, tevens overdrachten daarvan, afgelost, 1363-1748 1363-1748 1 omslag en 96 charters (waarvan 11 getransfigeerd) 2127 1363, 1702 2127-2 1363 mrt. 9 2127-3 1383 febr. 17 2127-4 1470 febr. 18 2127-5 1472 dec. 14 2127-6 1505 okt. 28 2127-7 1505 okt. 28 2127-8 1505 okt. 28 2127-9 1512 mrt. 1 2127-10 1512 mrt. 1 2127-11 1512 mrt. 1 2127-12 1512 mrt. 1 2127-13 1518 jan. 24 2127-14 1525 juni 8 2127-15 1526 febr. 28 2127-16 1528 juni 1 2127-17 1528 juni 1 2127-18 1531 mrt. 1 2127-19 1531 mrt. 17 2127-20 1532 sept. 16 2127-21 1534 mei 26 2127-22 1536 dec. 11 en 1546 mei 25 2 charters, getransfigeerd 2127-23 1537 febr. 22 2127-24 1537 febr. 25 en 1544 juli 24 2 charters, getransfigeerd 2127-25 1537 febr. 26 2127-26 1537 mrt. 17 2127-27 1537 dec. 28 2127-28 1540 juni 23 2127-29 1540 juli 1, 1543 juli 1 en 1549 juli 24 3 charters, getransfigeerd 2127-30 1540 juli 12 en 1547 aug. 1 2 charters, getransfigeerd 2127-31 1540 okt. 1 en 1545 jan. 1 2 charters, getransfigeerd 2127-32 1541 juli 1 2127-33 1542 mei 2 2127-34 1543 aug. 23 2127-35 1545 febr. 13 2127-36 1545 dec. 13 2127-37 1560 nov. 30 2127-38 1578 jan. 10 2127-39 1586 mei 13 2127-40 1586 dec. 2 2127-41 1592 sept. 1 2127-42 1595 juni 4 2127-43 1595 juni 4 2127-44 1609 2127-45 1609 jan. 30 2127-46 1611 juni 19 2127-47 1619 dec. 21 2127-48 c. 1620 2127-49 1623 febr. 5 2127-50 1623 febr. 27 2127-51 1634 jan. 27 2127-52 1635 dec. 7 2127-53 1646 juli 30 2127-54 1653 nov. 20 2127-55 1656 juli 19 2127-56 1658 mrt. 28 2127-57 1661 febr. 20 2127-58 1669 april 2 2127-59 1672 febr. 13 2127-60 1677 juli 10 2127-61 1677 aug. 2 2127-62 1677 aug. 15 2127-63 1679 febr. 24 2127-64 1680 aug. 9 2127-65 1680 aug. 9 2127-66 1683 juli 2 2127-67 1683 juli 2 2127-68 1685 april 17 2127-69 1687 april 18 2127-70 1687 april 18 2127-71 1687 april 18 2127-72 1692 juni 27 2127-73 1693 okt. 16 2127-74 1695 dec. 17 2127-75 1696 febr. 17 2127-76 1698 febr. 28 2127-77 1698 mei 9 2127-78 1698 nov. 14 2127-79 1698 nov. 14 2127-80 1702 jan. 14 2127-81 1702 jan. 26 2127-82 1702 jan. 26 2127-83 1702 jan. 27 2127-84 1716 juni 8 2127-85 1728 febr. 18 2127-86 1748 jan. 15 2127-87 1748 jan. 15 2127-88 1748 jan. 15 2127-89 1748 jan. 15 2127-90 1748 jan. 15 2128 Kwitanties door Gerrit Uut van de Leen aan het kapittel gegeven wegens de hem toekomende rente uit het choraalhuis en de daaraan grenzende zeven kameren op het Oudkerkhof, 1400, 1402 1400, 1402 1 omslag 2129 Rekening van Johannes Colentier, kanunnik van de Dom, wegens de van de kameraar van de stad Utrecht ontvangen gelden, besteed tot het aankopen van het land te Langbroek en Schalkwijk, als anders, 1407 1407 1 stuk 2130 Akte waarbij Otte van Meerten, Claes van Merten Ottenzoon en Peter van Merten bastaard erkennen door domdeken Herman van Lochorst en het kapittel te zijn voldaan, 1436 jan. 31 1436 jan. 31 1 charter 2131-2131 Kwitanties door Geyls Yeren en echtgenote aan proost, deken en kapittel van de Dom gegeven wegens de eerste en de derde termijn van een schuld van 100 oude schilden, te weten 50 Rijnse guldens, 1451, 1452 1451, 1452 2 charters 2131-1 1451 sept. 18 2131-2 1452 mrt. 18 2132 Kwitantie door Wilhelmus Paedze gegeven wegens de onkosten te Rome gemaakt in een proces tussen het kapittel, de abdij van St. Paulus en mr. Gerardus van Randen, 1459 febr. 25 1459 febr. 25 1 charter 2133 Kwitantie door de abt van St. Paulus gegeven wegens de achterstallige jaarlijkse tijns uit de goederen in Galecop, 1461 1461 1 stuk 2134 Register, met een concepten van brieven, waarbij het kapittel transigeert met verschillende leden van de familie Van Redinchoven, over een schuldbrief, door enige kanunniken van het kapittel getekend toen zij ten tijde van bisschop Zweder van Culemborg te Arnhem waren, en over een pretentie, hun aangekomen van hun oom Lusken, proost van Elst, en waarbij het kapittel de tienden van Andelst en Hervelt verpandt aan Sander van Weese van de Lawyck, op voorwaarde dat hij die van Redinchoven zal tevredenstellen, 1458-1461 1458-1461 1 stuk 2135 Lijsten van geld en kostbaarheden, door het kapittel van de stad Utrecht geleend tot betaling van oorlogskosten, 1483-1484 1483-1484 1 omslag 2136 Kwitantie door Herman van Zijl, voor 12½ gulden curent als halfjaarlijkse pensie, volgens overeenkomst wegens de poting en timmering aangebracht op de hofstede en 11 morgen land bij de kapel op het Oostveen, 1502 1502 1 stuk Het betreft de Bona cerevisiae NB 2137 Akte waarbij Aert Ram, burger van Utrecht, aan het kapittel het recht toekent tot aflossing van een rente, die hij verkregen heeft uit de goederen van het kapittel op de Grote Koppel, groot omtrent 57 morgen land, 1505 okt. 28 1505 okt. 28 1 charter 2138 Verklaring door het gerecht van Lexmond, tevens namens de gemeente van Achthoven, dat het van de kapittels van de Dom en Oudmunster 1000 Rijnse gulden heeft ontvangen voor een nieuwe molen te Achthoven, en belooft die te zullen onderhouden, 1509 mei 8 1509 mei 8 1 charter 2139 Kwitantie door Herman Aertsz., wegens 12 Filipsgulden die hem betaald zijn boven zijn rekening van timmerwerk op het goed Ter Horst, om daarmee een koe en zeug te kopen tot onderhoud van zijn kinderen, 1517 1517 1 stuk 2140-2140 Register van lijf- en losrentebrieven en obligaties ten laste van het kapittel, 1530-1748 1530-1748 2 delen 2140-1 1530-1596 Dit deel bevat lijfrentebrieven van 1530-1532, 1566-1574 en 1583 (voor Wouter Brock) en verder losrentebrieven van 1536 en later. De volgorde is chronologisch, behalve dat tussen de akten van 1586 enige van 1583-1593 en 1553 (een akte betreffende de te Leuven door Lambert ten Duynen gestichte beurs) zijn ingeschoven. Achterin staan een tweetal leenakten van het kapittel, van 1526 en 1537, en een fragment van een derde. Er is blijkbaar een stuk van het register verloren gegaan, dat voor dergelijke leenakten bestemd was. Hierop wijzen ook de titelbladen met bepalingen over het leenrecht, die aan de akten voorafgaan en de aantekening onder de laatste losrentebrief, dat er verder op tussen de lenen en tijnzen nog een dergelijke brief te vinden is NB 2140-2 1601-1748 Dit deel bevat losrentebrieven tot 1671 en verder obligaties van 1676 en later NB 2141 Lijst van losrentebrieven, door het kapittel verkocht in 1536, 1537 1537 1 stuk 2142 Minuten van losrentebrieven ten laste van het kapittel, 1584-1596, 1780 1584-1596, 1780 1 omslag 2142-a Akte van borgstelling door Henrichgen Oth Uytenbogaertsdr voor de betaling van een losrente door het domkapittel ten behoeve van Mechtelt Anthonisdochter, 1584 juli 16 1584 juli 16 1 charter 2143 Rekening van de secretaris en de schout van het kapittel wegens het beheer van verschillende geldsommen, voornamelijk door aflossing van staten-renten verkregen, op last van het kapittel besteed onder andere tot betaling van het subsidie aan de keizer en reparaties aan het slot te Hagestein, in tweevoud, 1550 1550 1 omslag Volgens het reces moest één exemplaar van de rekening gelaten worden 'beneden in de cleyn archiven' NB 2144 Gerechtsbrief van Hagestein, waarbij Heynrick Jacobsz. van Schayck 7 morgen land aldaar aan Anthonis Hermansz. overdraagt en ze weer in erfpacht ontvangt, met het recht tot lossing, 1556 1556 1 charter Blijkens aantekening op de rugzijde is de brief later in handen gekomen van de heren van de Dom, die de rente afgelost hebben NB 2145 Gerechtsbrief van Hagestein waarbij Henrick Jacobsz. van Schayck de beterschap van 7 morgen land aldaar, bezwaard met 425 gulden losrenten, aan Peter Jansz. overdraagt en waarbij deze dit land in pacht geeft aan de eerstgenoemde, 1558 febr. 3 1558 febr. 3 1 charter De brief is gecancelleerd. Zie ook nr. 2144 NB 2146-2146 Akten van verkoop en overdracht van de helft van een viertel land in Oostveen aan Huych de Roey c.s. door Jacob Petersz. die Leech c.s., die ze dan in erfpacht nemen, 1568 1568 2 charters Aan de keerzijde van de charters staat dat het kapittel in 1569 gebruik gemaakt heeft van zijn recht van verkoop, en dat deze rente afgelost is door de receptor benerum divisorum NB 2146-1 1568 mrt. 24 2146-2 1568 mrt. 24 2147-2147 Stukken betreffende het proces, voor het gerecht van de stad Utrecht gevoerd door het kapittel tegen Wouter van Gaesbeeck, als borg van Adriaen van Solms c.s., tot restitutie van fl. 384, aan deze uitbetaald wegens een lijfrente, door het kapittel verschuldigd aan hun broeder Lodewijk van Solms, 1566-1570 1566-1570 1 omslag en 4 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 2147 1567-1570 2147-2 1566 dec. 23 2147-3 1568 mrt. 17 2147-4 1570 april 29 en 1570 okt. 11 ( 2 charters getransfigeerd) 2148 Rekening door W. van Lamzweerde wegens de verkoop van versmolten kerkzilver en de aflossing van renten uit de opbrengst daarvan, met acquiten, 1578. Afschriften 1578. Afschriften 1 pak Het betreft diverse geliasseerde charters. Op 17 februari 1578 besloot het kapittel kerkzilver te verkopen om uit de opbrengst enige crediteuren te voldoen en hoofdsommen van renten af te lossen. Dit is uitgevoerd in de periode februari-april. Daarna eisten de Staten-Generaal een deel van het zilver en goud, waarop de vijf kapittels besloten van de opbrengst één derde te houden en de rest in de munt te brengen en gesmolten naar Antwerpen te zenden. Dit is in mei gebeurd NB 2149 Stukken betreffende de vestiging van hypotheken op landerijen van het kapittel, 1581-ca. 1590 1581-ca. 1590 1 omslag 2150 Akte waarbij het kapittel belooft Lambert Henricxs, pachter van 5 morgen land buiten de Wittevrouwenpoort, schadeloos te zullen houden van de door hem gestelde borgtocht voor de door Anthonis van Haaften aan het kapittel geleende som van 400 Carolusgulden, 1589 dec. 12 1589 dec. 12 1 charter 2151 Stukken betreffende processen over renten ten laste van het kapittel, en overdracht van rentebrieven, met voorlopige kwitanties, 1577-1751 1577-1751 1 omslag 2152 Stukken betreffende het verstrekken van opgave van de obligaties en renten ten laste van het kapittel, op bevel van de Staten-Generaal, 1674 1674 1 omslag 2153 Obligatie ten laste van het kapittel, afgelost, 1677 1677 1 stuk 2154 Stukken betreffende de consignatie van fl. 10.000, tot aflossing van een obligatie van het kapittel aan wijlen jhr. H.H. Rosenkrans, totdat de afgeloste obligatie door de curator Simon de Ras zal uitgeleverd zijn, 1686-1688 1686-1688 1 omslag 2155 Kwitantie wegens aflossing van een gedeelte van een obligatie, met bijlagen, 1688 1688 1 omslag 2156 Rekening door G. de Beer en de secretaris E. Drakenborch, als gemachtigden van het kapittel wegens de aflossing uit de opbrengst van een leninig van de aan M, meerman verschuldigde kapitalen, met kladrekening en de voorlopige recepissen van de lening, 1701-1702 1701-1702 1 omslag 2157 Memorie van afgeloste en opgenomen kapitalen ten laste van het kapittel over, 1735-1751 1735-1751 1 stuk 5.18.3. Obligaties en renten ten behoeve van het kapittel 2158 Verklaring door de bisschoppelijke officiaal dat een zekere Johannes iets bekend heeft omtrent een som van 37 pond Hollands, 1280 1280 1 charter 2159-2159 Artikelen van een bezwaarschrift van het domkapittel tegen dat van St. Salvator wegens renten die vanaf 1315 niet betaald waren, als anderszins, in tweevoud, ca. 1325 ca. 1325 2 charters 2159-1 ca. 1325 2159-2 ca. 1325 2160 Schuldbekentenis van bisschop Jan van Diest aan het kapittel, wegens 120 pond, door hem geleend voor het herstel van dijken, 1322 nov. 17 1322 nov. 17 1 charter 2161 Akte waarbij Johan van Homoet, ridder, belooft het verschuldigde te zullen betalen, 1355 juni 5 1355 juni 5 1 charter 2162 Verklaring door de bisschoppelijke officiaal dat Jacobus Coc, geestelijke, erkend heeft aan het kapittel 42 pond 7 schellingen en 4 penningen Stichtse munt schuldig te zijn, als rest van een door hem geleende som van 108 pond, en beloofd heeft dit bedrag in termijnen te zullen betalen, 1357 1357 1 charter 2163 Obligatie van 16 mark ten behoeve van Hermannus Witte, priester te Diepenem, 1384 juni 23, met akte van de overdracht van de obligatie door deze aan de domfabriek, 1391 okt. 28 2 charters (getransfigeerd) 2164 Akte waarbij Otte, heer van Arkel, zijn vordering van 417 oude Franse schilden uit het huis dat Ludolf van Middelwijk bezeten heeft in de immuniteit van de Dom en Oudmunster overdraagt ter betaling van tiendpacht, 1393 juli 28 1393 juli 28 1 charter 2165 Akte waarbij Johannes Wolteri, burger van Groningen, een schuldvordering ten laste van de erfgenamen van Rodulphus Polman aan het kapittel schenkt ten behoeve van de domfabriek, 1397 mei 3 1397 mei 3 1 charter 2166 Obligatie van Johan van Rynesse van Everinghen van 162 oude schilden wegens verschenen pacht, 1414 mei 24 1414 mei 24 1 charter 2167 Akte waarbij de stad Utrecht zich verbindt geen aanspraak te zullen maken op de 800 Rijnse gulden, die de heer van Egmond, wegens zijn gevangenschap, in de Dom had nedergelegd, voordat Gheryt de Keyser en zijn borgen aan het kapittel 400 Hollandse schilden en 400 Arnhemse gulden zullen hebben betaald, 1420 juni 14 1420 juni 14 1 charter 2168 Overeenkomst tussen het kapittel en het convent van St. Paulus betreffende een door het laatste verschuldigde pensie van 50 pond, 1424 mrt. 13 1424 mrt. 13 1 charter 2169 Obligatie van Otto van Rossem, bastaard, van 34 oude Franse schilden, 1425 juni 23 1425 juni 23 1 charter 2170 Obligatie van Dirck Knijff Jansz., Koen Jacobsz. en Jan Jacobsz., van 22 Franse schilden 15 witte stuivers, aan mr. Jacob Ysbrantsz., Kleine kameraar, 1478 aug. 11 1478 aug. 11 1 charter 2171 Akte waarbij Johan, burggraaf van Montfoirt, en anderen beloven het kapittel schadeloos te zullen houden wegens de betalingen, die het hun gedaan heeft ten behoeve van wijlen de domproost Gijsbrecht van Brederode, ter zake van diens huis aan het Janskerkhof, 1479 febr. 17 1479 febr. 17 1 charter 2172 Obligatie van Koin Jacobsz. en anderen, van 29 Franse schilden 22½ stuivers, voor Geerloff van de Donck, kanunnik en restantmeester, 1481 mrt. 1 1481 mrt. 1 1 charter 2173-2173 Obligaties van de magnistraat van Utrecht van 20 en 30 mark zilver, 1483 1483 2 charters 2173-1 1483 juli 24 2173-2 1483 juli 31 2174 Obligatie van vier burgers van Utrecht van 1000 Rijnse gulden, 1483 sept. 3 1483 sept. 3 1 charter 2175 Obligatie van de magistraat van Utrecht van 1000 Rijnse gulden voor Jan Fax of de houder van de brief, 1483 okt. 3 1483 okt. 3 1 charter 2176 Akte waarbij Johannes Foyt, socius van de proostdiaken van de Dom, verklaart geen misbruik te zullen maken van de hem gegeven kwitantie wegens zijn administratie over de jaren 1481, 1482, aangezien de gelden door hem niet afgegeven zijn, 1483 nov. 22 1483 nov. 22 1 charter 2177 Obligatie door de bisschop en zijn dingwaarders opgemaakt, van 252 Rijnse gulden ten laste van de erfgenamen van Dierick de Cruve en ten behoeve van het kapittel, 1487 mrt. 12 1487 mrt. 12 1 charter 2178 Kwitantie door Real Reali, koopman te Lucques, voor 913½ Andries gulden, hem betaald wegens de levering van 101½ el fluweel, 1488 1488 1 stuk 2179 Bewijs van ontvangst van 2000 pond van 40 groten, door de ontvanger-generaal van de keizer gegeven, voor de koop door het kapittel van een rente van 125 pond, losbaar de penning 16, uit de domeinen in Utrecht, 1554 aug. 11 1554 aug. 11 1 charter 2180 Verzoekschrift door het kapittel aan de koning om assistentie door een pander bij het innen van zijn renten, met afwijzende beschikking, ca. 1560 ca. 1560 1 stuk 2181 Stukken betreffende de invordering van renten aan het kapittel behorende, 1590-1730 1590-1730 1 omslag 2182 Stukken betreffende een proces voor het Hof van Utrecht, van de kapittels van de Dom en Oudmunster tegen Ferdinand van Merode, burggraaf van Montfoort, over een plecht van fl. 25.000, 1648 1648 1 omslag 2183 Transporten van obligaties ten laste van de provincie Utrecht, aan het kapittel behorende, 1722-1779, met lijsten van obligaties, aan het kapittel of aan verschillende loten behorende 1 pak 2184 Lijst obligaties, behorende aan het kapittel en zijn vicarieën, 1760 1760 1 deel 2185 Procuratie door het kapittel verleend aan de rentmeester Jan Kol tot de verkoop van een aantal obligaties ten laste van de provincie Utrecht, 1780 1780 1 stuk 2186-2186 Akten waarbij ten voordele van het kapittel renten worden bevestigd op claustrale huizen, of waarbij de betaling van de renten door opvolgende eigenaars wordt opgenomen, 1330-1518 1330-1518 27 charters 2186-1 1330 aug. 23 2186-2 1409 april 4 2186-3 1416 april 14 2186-4 1423 aug. 6 2186-5 1427 mrt. 25 2186-6 1435 dec. 24 2186-7 1436 sept. 6 2186-8 1437 febr. 10 2186-9 1443 april 30 2186-10 1445 dec. 9 2186-11 1446 aug. 29 2186-12 1447 mei 5 2186-13 1449 mrt. 7 2186-14 1449 nov. 2 2186-15 1464 okt. 1 2186-16 1465 mei 31 2186-17 1465 juni 15 2186-18 1465 aug. 23 2186-19 1467 juni 3 2186-20 1467 juni 12 2186-21 1468 mei 11 2186-22 1468 juni 8 2186-23 1469 jan. 14 2186-24 1469 mei 5 2186-25 1469 sept. 9 2186-26 1470 dec. 22 2186-27 1518 nov. 19 2187 Akte waarbij Wilhelmus Buser, kanunnik van de Dom, aan het kapittel duizend gulden vermaakt uit zijn claustraal huis en de opbrengst van zijn jaren van gratie, 1411 okt. 17 1411 okt. 17 1 charter 2188 Akte waarbij het kapittel aan Jacob Dibbout, executeur-testamentair van mr. Dirck van Amsterdam, kanunnik van de Dom, kwijting geeft voor 60 oude Franse schilden, waarmee een op het thans door mr. Willem Paedze bewoonde claustraal huis lastende rente is afgelost, en bepaalt dat deze rente van 3 Franse schilden voortaan door de Fabriek aan de Kleine Kamer zal worden betaald, 1440 juni 16 1440 juni 16 1 charter 2188-a Transport van vier obligaties ten laste van Holland en West-Friesland en ten behoeve van het kapittel, 1791. Afschrift 1791. Afschrift 1 stuk 2189-2189 Brief waarbij bisschop Otto III van Holland B., gezegd Boetsnavel, en J., zoon van Johannes, burgers van Utrecht, verzoeken de aan de kanunniken van St. Maarten en St. Jan verschuldigde pensie uit de gruit en de tol tot zich mogen nemen, 1248, met eigendomsbewijs van een rente van 12¼ lood zilver uit een van de hofsteden, gelegen waar vroeger het gruithuis gestaan heeft, 1414 1414 2 charters Het betreft de Grote Kamer NB 2189-1 1248 sept. 5 2189-2 1414 aug. 28 2190 Eigendomsbewijs van een rente van 9 pond 5 schilden zwarten uit de goederen van de Fabriek, voor de Kleine kameraar, 1340 okt. 11 1340 okt. 11 1 charter 2191 Overeenkomst tussen de regering van de stad Utrecht en het kapittel over de memorie van bisschop Willem, waarvoor de eerste zich verbindt jaarlijks 4 pond te betalen, 1350 april 30 1350 april 30 1 charter 2192 Vidimus door schepenen van Utrecht van een schepenbrief van Utrecht van 1401 waarbij Jacob van Groenewoude een rente van 22½ Gelderse gulden aan de kerkmeesters van de Buurkerk toewijst, om daaruit jaarlijks uitkeringen te doen, onder andere van 1 pond aan St. Maarten, 1411 okt. 6 1411 okt. 6 1 charter 2193 Akte van overdracht van een rente uit een huis in de Nieuwstraat te Utrecht, 1423 nov. 20 1423 nov. 20 1 charter 2194 Akte waarbij de vicarissen van het altaar van St. Martinus en St. Elisabeth in de kapel van bisschop Rudolf van Diepholt zich verbinden tot de jaarlijkse betaling aan de Kleine kameraar van 10 schilden uit de vicarie-goederen te Woudenberg, 1464 okt. 16 1464 okt. 16 1 charter 2195 Rentebrief van 33 pond 6 schilden 6 penningen groten Vlaams jaarlijks, door de magistraat van Utrecht gegeven, voor Jan Coman Jansz. poorter van Antwerpen, of de houder, 1484 april 29 1484 april 29 1 charter (Gecancelleerd) 2196 Testament van Cornelius de Wael, archilatomus, waarbij hij 100 gulden aan de domfabriek vermaakt, 1505 febr. 14 1505 febr. 14 1 charter 2197 Rentebrief ten laste van Sander van Bommel, secretaris van het kapittel, van 9 Carolusgulden, losbaar met 150 gulden, 1558 okt. 9 1558 okt. 9 1 charter 2198 Obligatie van 300 gulden, rentende 12 gulden jaarlijks, gevestigd op een huis en hofstede in het Domproostengerecht genaamd Kranenhofstede, 1702 dec. 12 1702 dec. 12 1 charter 2199 Eigendomsbewijs van een rente van 5 pond Stichtse penningen jaarlijks uit de tijns van de heer van Arkel te Diemen, 1267 april 5 1267 april 5 1 charter De tot zoen van een wanbedrijf gedane schenking was bestemd voor twee waslichten. Een aantekening op de rugzijde luidt in dit kader 'pro theusaurorio'. In de rekeningen van de Grote Kamer komen ontvangsten voor uit de census te Diemen met uitgaven aan de thesaurier NB 2200-2200 Eigendomsbewijzen van een rente van 4 pond Stichts, later 40 groten Torn., uit de goederen te Trechterveen, 1300, 1303, 1344 1300, 1303, 1344 4 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 2200-1 1300 juni 23 en 1303 mei 7 2 charters, getransfigeerd 2200-2 1343 dec. 29 2200-3 1343 dec. 29 2201-2201 Akte waarbij een hofstede aan de lijnmarkt te Utrecht tot pand gesteld wordt voor een rente uit een halve hofstede te Gieltjesdorp, 1302, met akte waarbij enige kanunniken toestemmen in de afstand van deze halve hofstede, 1303 2 charters 2201-1 1302 mei 9 2201-2 1303 april 6 2202 Akte van borgstelling door twee schepenen en twee poorters te Haastrecht voor een door Jacob Ghenen aan het kapittel verschuldigde rente, 1316 april 14 1316 april 14 1 charter 2203 Eigendomsbewijs van een rente uit landerijen te Katendrecht ten behoeve van de domfabriek, 1321 mrt. 1 1321 mrt. 1 1 charter 2204 Verklaring door de provisoren van het H. Geesthuis te Utrecht, dat jonkvrouw Glori, weduwe van Henric van Everdinghen, aan dit huis een hoeve te Houten heeft vermaakt, bezwaard met onder nadere een rente van 1 pond aan het domkapittel, 1330 juli 13 1330 juli 13 1 charter 2205 Akte waarbij de Kalenderbroeders te Utrecht een verklaring geven betreffende een stuk land of een rente in het gerecht van Wijk in het Middelbroek, ca. 1400 ca. 1400 1 charter 2206 Akte waarbij Aernd van Everdinghen zich verbindt tot de uitkering van een rente van 1½ lood zilver uit een onverdeeld stuk land te Caenbroec in het kerspel Schalkwijk, 1389 nov. 12 1389 nov. 12 1 charter 2207 Kwijting door Pouwels van Haestrecht, ridder, heer van Loen, verleend voor de koopsom van 40 en 60 oude schilden erfelijke renten, door hem in 1389 en 1390 aan het kapittel verkocht, 1390 nov. 10 1390 nov. 10 1 charter 2208 Eigendomsbeijs van een rente van 2 pond Hollands uit land in Zuidbroek, 1409 nov. 6 1409 nov. 6 1 charter 2209 Rentebrief van 35 Rijnse gulden jaarlijks uit de goederen van de Staten van Utrecht in het Nederkwartier, losbaar met 455 gulden, 1484 mei 22 1484 mei 22 1 charter 2210 Gerechtsbrief van de Neder-Betuwe, waarbij het kapittel geëigend wordt aan 3 morgen land te (IJzendoorn), waaruit het een rente van 1 nobel jaarlijks moest ontvangen, 1485 juni 12 1485 juni 12 1 charter 2211 Losrentebrief, gevestigd op 8 morgen land in de Biezen te Hagestein, 1603 april 2, met akte van overdracht, 1607 mei 20 1607 mei 20 2 charters (getransfigeerd) Het is niet duidelijk niet dat deze plecht aan de Dom is gekomen NB 2212 Rentebrief van 255 Carolusgulden jaarlijks uit 8 dammaten land in de polder Duist en een huis met toebehoren te Zevenhuizen in het gerecht Duist, de Haar en Zevenhuizen, 1661 okt. 24 1661 okt. 24 1 charter 2213 Resolutie van de Staten van Holland betreffende een in 1672 ten behoeve van de kapittels van de Dom en Oudmunster en van de abdij van St. Paulus vervallen rente, waarvan de betaling wegens de verovering van Utrecht door de Franse onmogelijk was geweest, 1674. Afschrift 1674. Afschrift 1 stuk 5.19. Liquidatie Zie ook nrs. 59-61. NB 2214-2214 Minuten en afschriften van brieven van de rentmeester van de domeinen van het voormalig kapittel van de Dom, 1824-1818 1824-1818 3 delen en 1 omslag 2214-1 1814-1817 1 omslag 2214-2 1816-1818 Hierin liggen losse minuten. Ingehecht zijn onder andere het besluit tot opheffing van de kapittels van 27 februari 1811 en de desbetreffende aanschrijving van 14 maart 1811 NB 2214-3 1816-1817. Kopieboek 2214-4 1817-1818. Kopieboek 2215-2215 Brieven, ingekomen bij de rentmeester van de domeinen van het voormalig kapittel van de Dom, 1811-1818 1811-1818 2 pakken 2215-1 1811-1812 Voor in dit pak liggen stukken die door G.B. van de Velde van Voorst als rentmeester of als particulier ontvangen zijn, 1808-1810, en een brief van 1752 over een erfeniskwestie NB 2215-2 1814-1818 Achter in dit pak ligt een brief van 1823 aan de gewezen rentmeester. Een gedeelte van deze stukken is bijeengehouden als een dossier 'stukken betrekkelijk de overgave van het kapittel van de Dom aan de Staat', 1814-1817 NB 2216 Verzoekschrift door de leden van het gewezen domkapittel aan de intendant-generaal van de Finantiën, met een betoog dat zij na de opheffing van het kapittel niet verplicht zijn de kosten te betalen van de herbouw in 1809 van een door overstroming vernielde hoeve in het land van Buren, 1812, met afschrift van het advies door de professoren De Rhoer en Arntzenius over deze zaak en correspondentie met de intendant-generaal in 1813 1 omslag 2216-a Rapport door de inspecteur-generaal van de domeinen over de inbezitname van goederen van de opgeheven kapittels, 1812. Concept 1812. Concept 1 stuk 2217 Stukken over de schadevergoeding, aan de leden van het voormalige domkapittel te verlenen, 1811-1817, met het concept van een Koninklijke Besluit tot het herstel van de vijf kapittels, (1814) 1 omslag 2218 Stukken betreffende de afrekening met verschillende leden van de opgeheven vijf kapittels over de hun verleende schadeloosstellingen, 1812, 1816-1820, 1841 1812, 1816-1820, 1841 1 omslag De meeste, mogelijk alle stukken, zijn afkomstig van A. van Dam, rentmeester van de domeinen NB 2219-2219 Stukken aantekeningen betreffende het beheer van de goederen van het kapittel door de rentmeester G.B. van de Velde van Voorst, 1811-1817 1811-1817 2 pakken 2219-1 1811-1817 Voor in dit pak liggen aantekeningen over restanten van de rekeningen over 1805 en later NB 2219-2 1811-1816 2220 Stukken betreffende het beheer van de secretaris van het kapittel en van mr. G.B. van de Velde van Voorst over de inkomsten van de bezitters van verschillende prebenden in het kapittel, 1781-1811 1781-1811 1 pak Deze bescheiden kunnen gediend hebben bij de bepaling van de grootte van de schadeloosstellingen NB 2221 Liquidatie tussen de kameraar en de secretaris van het kapittel, 1816, met bijlage 1816, met bijlage 1 omslag 2222 Inventarissen van de bezittingen en lasten van het voormalig kapittel van de Dom, opgemaakt door de inspecteur-generaal van de domeinen met de rentmeester en de secretaris van het kapittel, 1811 1811 1 band Voor in de band is een proces-verbaal gehecht, dat door de drie genoemde personen op 22 december 1811 is ondertekend. De inventarissen zelf dragen slechts twee handtekeningen, hoewel de secretaris ook in de titel vermeld wordt. De eerste inventaris is van bouwhoeven en gebouwen, de tweede van losse landerijen en visserijen, de derde van bossen en houtgewassen, de vierde van erfpachten, tijnzen, renten en recognities, de vijfde van tienden, de zesde van effecten, obligaties en alle anderen verbanden en schulden, de zevende van schulden, uitgangen en lasten (behalve verponding en administratiekosten), de achtste van ambtenaren. Hierop volgt nog een recapitulatie op de straten van de goederen en inkomsten. De staten betreffende ook de bezittingen van de proosdij, thesaurie en scholasterij NB 2223 Inventaris van de beschrijvingen in het grootboek en andere effecten van het voormalige kapittel van de Dom, overgedragen aan de inspecteur-generaal van de domeinen, met ontwerp, 1812 1812 1 omslag 2224 Inventaris van de meubelen, overgedragen aan de inspecteur-generaal van de domeinen, (1813) (1813) 1 stuk 2225 Staten van onder meer de erfpachten en tijnzen van het voormalige kapittel van de Dom en van de lasten, waarmee de goederen bezwaard zijn, 1812 1812 1 omslag 2225-a Staten van de geldelijke voordelen, verbonden aan onderscheidene heerlijkheden, in de provincie Utrecht, toebehoord hebbend aan het voormalig kapittel van de Dom, 1816 1816 1 omslag 2226 Opgaven van de verkoping van domeingoederen, afkomstig van het kapittel van de Dom, in 1819 en 1820 in 1819 en 1820 1 omslag 2227 Staat van de afkoop van verschillende uitgangen en tijnzen van het voormalige kapittel, 1816, 1817 1816, 1817 1 stuk 2228 Manuaal voor de ontvangst van de huren, lenen, uitgangen, tijnzen en tienden, van het voormalige kapittel van de Dom, 1811, gebruikt tot 1816, met inliggende bescheiden 1811, gebruikt tot 1816, met inliggende bescheiden 1 omslag 2229 Memorie van de ontvangst van de huren van hofsteden en landerijen van het voormalige kapittel van de Dom, 1811, met restantlijst over 1810 1811, met restantlijst over 1810 1 omslag Niet volledig NB 2230 Aantekeningboekje van de kosten van de verpachting van tienden of landerijen, en van houtverkoopingen 1 deel Sommige verpachtingen zijn geschied in vereniging met de ontvanger van de domeinen, in welk geval een deel van de uitgaven 'raakt 't Rijk' NB 2231 Heffingregister, generale staat van de inkomsten van de domeienen van het rentambt van de Dom, 1815 1815 1 deel De inhoud is verdeeld in tijdpachten, huizen, bossen, uitgangen, interessen, erfpachten en tienden NB 2232 Memories van onkosten van de gecontinueerde pachten van het kapittel in 1816, 1817 1817 1 omslag 2233 Rekeningen van de rantsoenen en onkosten, gevallen op de verpachtingen en verkopingen vanwege het rentambt van de Dom, 1815-1817 1815-1817 1 omslag De rekeningen zijn afgehoord door de domeinraad NB 2234 Condities van verpachting van landerijen van het voormalige kapittel van de Dom, 1816-1817 1816-1817 1 omslag 2235 Verkoopcondities van tienden van het voormalige kapittel van de Dom, 1811 1811 1 stuk 2236-2236 Tiendboekjes, 1814-1817 1814-1817 4 delen 2236-1 1814 2236-2 1815 2236-3 1816 2236-4 1817 2237 Manuaal van de tienden te Elst, Herwen, Wadenoyen, Fort St. Andries, Zaltbommel, Bergambacht en Lekkerkerk, 1817 1817 1 deel Zie ook nrs. 1033-1-1033-2 NB 2238 Aantekeningboekje van de verkoop van houtgewas op de landerijen van het voormalige kapittel van de Dom, 1815-1817 1815-1817 1 deel 2239 Restantlijst van inkomsten van het opgeheven kapittel van de Dom, 1811 1811 1 deel 2240 Begroting van onkosten voor het afwezen domkapittel over, 1816 1816 1 stuk 2241 Stukken betreffende de begroting van de jaarlijkse onderhoudskosten van de Dom, 1816 1816 1 omslag 2241-a Condities van aanbesteding door de rentmeester van de domeinen van het gewezen kapittel, van het omzinken van een perceel land te Overlangbroek, 1816 1816 1 omslag 2242-2242 Kasboeken van de rentmeester van de domeinen van het gewezen kapittel, 1814-1818 1814-1818 3 delen 2242-1 1814-1816, tevens tot 1818 voor ontvangsten wegens verkochte goederen 2242-2 1816-1817 2242-3 1817-1818 Voorin staan ontvangsten uit erfpachten NB 2243-2243 Rekeningen van de rentmeester van de domeinen van het voormalige domkapittel, 1811, 1814-1816 1811, 1814-1816 4 delen 2243-1 1811 2243-2 1814, met inliggend supplement, restant-lijst en stukken betreffende de afhoring 2243-3 1815 2243-4 1816 2244-2244 Kladrekeningen van de rentmeester van de domeienen van het voormalige domkapittel, 1811, 1814 1811, 1814 2 pakken 2244-1 1811 2244-2 1814, met suppletoire rekening 2245 Bijlagen tot de rekeningen van de rentmeester van de domeinen van het voormalige domkapittel, 1811-1812, 1814-1817 1811-1812, 1814-1817 1 pak 2246 Obligaties ten laste van het domkapittel, afgelost, 1812 1812 1 omslag 2247 Nota van stukken, door de archivaris van de gewezen kapittelgoederen afgegeven aan de ontvanger van de domeienen, 1819 1819 1 stuk 6. Prelatuurschappen, Vicarieën en Officies 6.1. Algemeen 2248 Statuut door bisschop Jan van Arkel, met toestemming en op verzoek van de vijf kapittels, gegeven, houdende dat deze de inkomsten en rechten van allen, die in hun kerken waardigheden of ambten bezitten en met of zonder pauselijke of andere machtiging het grootste gedeelte van het jaar afwezig zijn, voor hen zullen beheren, 1345 sept. 28 1345 sept. 28 1 charter Elk van de vijf kapittels heeft een exemplaar ontvangen NB 2249 Repertorium de Collationibus beneficiorum ecclesie Trajectensis, overzicht van de prebenden, prelatuurschappen, vicarieën, beneficies en offciën, waarvan de collatie aan het kapittel, de proost, de deken, de scholasten, de thesaurier, de oudste kanunniken, de magister choralium, de proost van Leiden, de proost van elst toekomt, met bijzonderheden omtrent de verschillende genoemde waardigheden, ook die van de proost van St. Odiliënberg, ca. 1600 ca. 1600 1 stuk 2250 Stukken betreffende voorschriften van de (Gedeputeerde) Staten van Utrecht omtrent de prelatuurschappen in de Dom, 1604-1765, met aanschrijvingen van de door de stadhouder (de gouvernante) benoemde surintendenten van de geestelijke goederen, 1749-1755 1 omslag 6.2. Betrekkingen tussen het kapittel en de Proosdij In de 14e eeuw werd de domproost nog door het kapittel gekozen, zie Het Rechtsboek van den Dom door mr. S. Muller Fz (rechtsboek van de Dom van Utrecht door mr. Hugo Wstinc p. 12) in de tweede helft van de 15e en in de 16e eeuw werd de waardigheid, waarmee de aartsdiakonaat verbonden was, door de paus vergeven. De wereldlijke macht verleende haar placet, maar het kapittel had geen invloed op de benoeming en maakte er geen aanspraak op. Daarna kwam de begeving aan de Staten van Utrecht (zie Satisfactie van 1577, artikel 8, instructie voor de heer van Villers, 1584, artikel 14, instructie van de graaf van Nieuwenaar, 1585, artikel 16, instructie voor prins Maurits, 1590, artikel 18) en in 1674 aan de stadhouder (zie Groot Placaatboek door Johan vande Water (Utrecht, 1729) dl. I p. 171). Oudtijds trok het kapittel tijdens de vacature van de proosdij verschillende inkomsten. Ook benoemde de proost uit zijn midden een socius voor het beheer van de proosdijgoederen en een officiaal voor de uitoefening van de archidiakonale rechtspraak. NB 2251-2251 Stukken betreffende de geschillen tussen het kapittel en de domproost Gobertus van Perweis over goederen en rechten, diedeze gezegd werd te hebben verduisterd, 1264-1265 1264-1265 3 charters 2251-1 1264 febr. 15 2251-2 1264 dec. 24 2251-3 1265 febr. 23 2252-2252 Akte waarbij de leden van het kapittel, tijdens de vacature in de domproosdij door de dood van Florencius van Jutfaes, aan vier van hun, namelijk Hubertus van Bosinchem, mr. Symon van de Hoghe, Fredericus van Doesborch en Henricus van Weyda, opdragen enige moeilijkheden te beslissen, die ten opzichte van de verplichtingen van de proost zijn gerezen, en zich persoonlijk verbinden tot nakoming van de beslissing door ieder, die tot proost zal worden gekozen, en uitspraak door deze personen, 1337 1337 3 charters 2252-1 1337 april 5 2252-2 1337 april 5 2252-3 1337 april 29 2253 Akte waarbij de domproost Henricus van Mierlaer uitleg geeft aan het kapittel over de twijfelachtige punten, namelijk het uitkeren van de supplementen, het lezen van het evangelie door de proost, de sparingia en de uitdelingen aan afwezige kanunniken, 1339 jan. 11 1339 jan. 11 1 charter 2253-2253 Akten van admissie en installatie van Guydo de Augyaco, proost van Emmerik, tot aartsdiaken van de Utrechtse kerk, 1357 1357 2 charters 2253-a 1357 mei 19 2253-b 1357 mei 19 2254 Uitspraak door bisschop Arnold van Horn in de geschillen tussen de domproost Sweder Uterloe en het kapittel over het verbonden zijn van de goederen van de proosdij en het aartsdiakonaat voor de richtige uitkering van de servitiën, als anders, 1377 nov. 6, met de bekrachtiging er van door de pauselijke legaat Pileus van St. Praxedis, 1380 juni 5, en een verklaring door de domproost Ghiselbertus Koc, dat hij en zijn opvolgers de uitspraak zullen nakomen, 1381 juli 26 1381 juli 26 3 charters (getransfigeerd) 2255 Akte van inventarisatie in het bisschoppelijk paleis te Luik van de inhoud van een koffertje, behorende aan wijlen Swederus Uterloe, domproost van Utrecht, overleden in het klooster van de wilhelmieten buiten de muren van Luik, 1378 april 21 1378 april 21 1 charter 2256 Akte waarbij bisschop Arnold van Horn de verkiezing van Ghiselbertus Coc tot domproost bevestigt, 1378 mei 11 1378 mei 11 1 charter 2257-2257 Akten waarbij de opeenvolgende domproosten verklaren, dat zij de overeenkomst, door wijlen bisschop Arnold van Horn tot stand gebracht tussen de domproost Swederus Uterloe en zijn kapittel, betreffende de verplichte uitdelingen, hebben bezworen en dat zij voor het beheer van de proosdijgoederen een socius, voor de oefening van de geestelijke rechtspraak een officiaal uit het kapittel zullen benoemen, met akten van de beëdiging van enige van hun, 1391-1574 1391-1574 1 omslag en 19 charters 2257 1573-1574 2257-2 1391 mei 29 2257-3 1404 nov. 17 2257-4 1414 nov. 8 2257-5 1426 juni 4 2257-6 1433 april 20 2257-7 1436 dec. 15 2257-8 1437 nov. 29 2257-9 1474 aug. 13 2257-10 1474 aug. 13 2257-11 1500 febr. 18 2257-12 1500 april 21 2257-13 1501 sept. 3 2257-14 1529 aug. 20 2257-15 1530 juni 1 2257-16 1545 febr. 13 2257-17 1574 2257-18 1574 jan. 19 2257-19 1574 mrt. 4 2257-20 1574 april 24 2258-2258 Bul van paus Julius II, volgens welke voor de benoeming tot proost-diaken van een van de negen Utrechtse kapittelkerken wettige geboorte en bezit van een prebende in het domkapittel vereist zal zijn, met mandaat tot handhaving van de inhoud van de bul, verleend aan de abt van St. Paulus te Utrecht, de proost van St. Andreas te Keulen en de deken van St. Pieter te Leuven, een authentieke kopie en een simpele kopie hiervan en een nadere bekendmaking door de abt van St. Paulus, 1506-1507 1506-1507 1 omslag en 3 charters 2258 1506 2258-2 1506 april 21 2258-3 1506 april 21 2258-4 1507 juni 8 2259-2259 Akten van verbintenis van deken en kapittel tot handhaving van hun rechten tegen de domproost Johannes Slacheck, 1531 1531 1 stuk en 2 charters Het charter is in het Latijn en voorzien van een zegel, het stuk draagt de handtekening van de kanunniken. De inhoud van beide is niet gelijk, hoewel zij van dezelfde datum zijn. Het stuk heeft een kanttekening door 1536, het is toen onder de acta van het kapittel geregistreerd. Het tweede charter is later bijgevoegd NB 2259 1531 2259-2 1531 2259-3 1531 juni 30 2260 Akte van protest van het kapittel tegen de gevolgen die zouden kunnen voortspruiten, in zijn zaak tegen de domproost in revisie, uit het feit dat wegens de ongesteldheid van de griffier van het Hof van Utrecht de vereiste afschriften slechts traag worden verschaft, 1536 juli 7 1536 juli 7 1 charter 2261-2261 Stukken betreffende de processen van het kapittel tegen de proost Johannes Slacheck over diens recht om de proosdijgoederen en het aartsdiakonaat zelf, dan wel door zijn socius en zijn officiaal te beheren, 1533-1541 1533-1541 7 pakken, 3 omslagen en 14 charters (waarvan 3 getransfigeerd en 1 in boekvorm) 2261-1 Proces voor het Hof van Utrecht over de sequestratie van de goederen, 1531 1 pak 2261-2-a Proces voor het Hof in conventie en in reconventie over de handhaving van beide partijen in haar bezit, 1531-1534 1531-1534 1 pak 2261-2-b Proces voor het Hof in conventie en in reconventie over de handhaving van beide partijen in haar bezit, 1531-1534 1531-1534 1 pak 2261-2-c Proces voor het Hof in conventie en in reconventie over de handhaving van beide partijen in haar bezit, 1531 aug. 5 1531 aug. 5 1 charter 2261-2-d Proces voor het Hof in conventie en in reconventie over de handhaving van beide partijen in haar bezit, 1531 nov. 20 1531 nov. 20 1 charter 2261-2-e Proces voor het Hof in conventie en in reconventie over de handhaving van beide partijen in haar bezit, 1533 april 15 1533 april 15 1 charter 2261-2-f Proces voor het Hof in conventie en in reconventie over de handhaving van beide partijen in haar bezit, 1533 dec. 22, 1536 okt. 30 en 153.. nov. 3 1533 dec. 22, 1536 okt. 30 en 153.. nov. 3 3 charters, getransfigeerd 2261-3-a Proces voor het Hof tot opeising van de vervreemde en verpande goederen van de Proosdij, 1534-1536 1534-1536 1 pak 2261-3-b Proces voor het Hof tot opeising van de vervreemde en verpande goederen van de Proosdij, 1535 dec. 3 1535 dec. 3 1 charter 2261-4 Proces voor het Hof over de door de proost verschuldigde administratie, 1533 1533 1 pak 2261-5 Aanvraag van een rekest civiel door de proost van het Hof, z.j. z.j. 1 omslag 2261-6 Uitvoering van de vonnissen in het proces tussen het kapittel en de proost gewezen, 1533-1536 1533-1536 1 omslag 2261-7-a Behandeling van de zaak voor commissarissen van de keizer, 1531-1541 1531-1541 1 pak De zaak is in 1531 behandeld door de commissarissen N. Everardi de Middelburgo, Phillippus Nigri, Jeronimus van de dorpe en de aartsdiaken van Atrecht. In 1537 is voor de klachten van die van Deventer over de proost, en tegelijk voor de klachten van het kapittel, gecommittreerd Hermes van Wingen. In 1538 is de zaak opgedragen aan de bisschop van Utrecht, de president van de Geheime Raad, de proost van Mechelen, de kanselier van het Gulden Vlies en de deken van St. Goedele te Brussel NB 2261-7-b Behandeling van de zaak voor commissarissen van de keizer, 1531 juni 30 1531 juni 30 1 charter De zaak is in 1531 behandeld door de commissarissen N. Everardi de Middelburgo, Phillippus Nigri, Jeronimus van de dorpe en de aartsdiaken van Atrecht. In 1537 is voor de klachten van die van Deventer over de proost, en tegelijk voor de klachten van het kapittel, gecommittreerd Hermes van Wingen. In 1538 is de zaak opgedragen aan de bisschop van Utrecht, de president van de Geheime Raad, de proost van Mechelen, de kanselier van het Gulden Vlies en de deken van St. Goedele te Brussel NB 2261-7-c Behandeling van de zaak voor commissarissen van de keizer, 1531 juli 3 1531 juli 3 1 charter De zaak is in 1531 behandeld door de commissarissen N. Everardi de Middelburgo, Phillippus Nigri, Jeronimus van de dorpe en de aartsdiaken van Atrecht. In 1537 is voor de klachten van die van Deventer over de proost, en tegelijk voor de klachten van het kapittel, gecommittreerd Hermes van Wingen. In 1538 is de zaak opgedragen aan de bisschop van Utrecht, de president van de Geheime Raad, de proost van Mechelen, de kanselier van het Gulden Vlies en de deken van St. Goedele te Brussel NB 2261-7-d Behandeling van de zaak voor commissarissen van de keizer, 1538 sept. 8 1538 sept. 8 1 charter De zaak is in 1531 behandeld door de commissarissen N. Everardi de Middelburgo, Phillippus Nigri, Jeronimus van de dorpe en de aartsdiaken van Atrecht. In 1537 is voor de klachten van die van Deventer over de proost, en tegelijk voor de klachten van het kapittel, gecommittreerd Hermes van Wingen. In 1538 is de zaak opgedragen aan de bisschop van Utrecht, de president van de Geheime Raad, de proost van Mechelen, de kanselier van het Gulden Vlies en de deken van St. Goedele te Brussel NB 2261-7-e Behandeling van de zaak voor commissarissen van de keizer, 1538 okt. 23 1538 okt. 23 1 charter De zaak is in 1531 behandeld door de commissarissen N. Everardi de Middelburgo, Phillippus Nigri, Jeronimus van de dorpe en de aartsdiaken van Atrecht. In 1537 is voor de klachten van die van Deventer over de proost, en tegelijk voor de klachten van het kapittel, gecommittreerd Hermes van Wingen. In 1538 is de zaak opgedragen aan de bisschop van Utrecht, de president van de Geheime Raad, de proost van Mechelen, de kanselier van het Gulden Vlies en de deken van St. Goedele te Brussel NB 2261-7-f Behandeling van de zaak voor commissarissen van de keizer, 1538 dec. 11 1538 dec. 11 1 charter De zaak is in 1531 behandeld door de commissarissen N. Everardi de Middelburgo, Phillippus Nigri, Jeronimus van de dorpe en de aartsdiaken van Atrecht. In 1537 is voor de klachten van die van Deventer over de proost, en tegelijk voor de klachten van het kapittel, gecommittreerd Hermes van Wingen. In 1538 is de zaak opgedragen aan de bisschop van Utrecht, de president van de Geheime Raad, de proost van Mechelen, de kanselier van het Gulden Vlies en de deken van St. Goedele te Brussel NB 2261-7-g Behandeling van de zaak voor commissarissen van de keizer, 1541 juni 30 1541 juni 30 1 charter De zaak is in 1531 behandeld door de commissarissen N. Everardi de Middelburgo, Phillippus Nigri, Jeronimus van de dorpe en de aartsdiaken van Atrecht. In 1537 is voor de klachten van die van Deventer over de proost, en tegelijk voor de klachten van het kapittel, gecommittreerd Hermes van Wingen. In 1538 is de zaak opgedragen aan de bisschop van Utrecht, de president van de Geheime Raad, de proost van Mechelen, de kanselier van het Gulden Vlies en de deken van St. Goedele te Brussel NB 2261-8 Afrekening tussen partijen na het vonnis van het Hof, 1537-1538 1537-1538 1 omslag 2261-9 Onderscheidene over de zaak gevoerde procedures, z.j. z.j. 1 pak 2261-10 1533 dec. 22, definitieve sententie, met losse stukken, (charter in boekvorm) 2262 Rekening van de domthesaurier Albert Pighe over een reis op last van het kapittel naar Brussel, Aken en Keulen, 1532 1532 1 stuk 2263 Extracten uit de protocollen van de notarissen van het kapittel en uit de acta van het kapittel betreffende de domproosdij, haar rechten en verplichtingen, 1400-1539, met latere bijvoegsels 1400-1539, met latere bijvoegsels 1 deel Dit deel is waarschijnlijk te beschouwen als behorende tot de stukken van het proces in nrs. 2261-1-2261-10 NB 2264 Advies van zes rechtsgeleerden in het genoemde proces tussen het kapittel en de proost over de wederzijdse rechten, 1540 1540 1 deel 2265 Register van stukken betreffende het genoemde proces voor keizerlijke commissarissen gevoerd tussen het kapittel en de proost, 1538-1540 1538-1540 1 deel 2266 Register van het voorgevallene naar aanleiding van het interlocutoir vonnis, bevelende nader bewijs van de eis van de domproost Johannes Slacheck, dat het kapittel de inkomsten van het aartsdiakonaat, hangende het geding over de rechten van de proosdij, ter zijner beschikking zal laten, 1539-1540 1539-1540 1 deel 2267 Verzoekschriften door het kapittel aan de paus om de uitspraak door de bisschop van Utrecht in zijn proces tegen de domproost te bevestigen, 1542 1542 1 omslag 2268 Bul van paus Paulus III waarbij de uitspraak door de bisschop van Utrecht in het proces tussen het kapittel en de proost Johannes Sacheck wordt bevestigd, 1542 okt. 20 1542 okt. 20 1 charter 2269 Stukken betreffende de liquidatie tussen het kapittel en de familie Vrijen, als erfgenaam van de domproost Slacheck, over diens nalatenschap, 1545 1545 1 omslag 2270 Register van afschriften van vonnissen en andere stukken betreffende de processen gevoerd voor het Hof van Utrecht en keizerlijke commissarissen door het kapittel tegen de proost Johannes Slacheck, over diens recht om de proosdijgoederen en het aartsdiakonaat zelf, dan wel door zijn socius en zijn officiaal te beheren, 1533-1542, tevens van stukken betreffende de benoeming van Cornelis van Mierop tot proost 1545, en betreffende het coadjutorschap van A. de Hennin de Bossu, 1556-1563 1 pak Niet volledig NB 2271 Register van de stukken betreffende de incorporatie van de domproosdij bij het bisdom Utrecht en de protesten van het kapittel daartegen, 1540-1544 1540-1544 1 deel Niet volledig NB 2272 Stukken betreffende het verzet van het kapittel tegen de door keizer Karel V voorgenomen incorperatie van de domproosdij bij het bisdom en de zending van de domdeken met de kanunnik Franciscus Sonck naar de keizer om tegen dit voornemen te protesteren, 1540-1544, met een stuk betreffende de benoeming van Cornelis van Mierop tot proost, (1545) 1 omslag Een dossier betreffende ditzelfde onderwerp is gehecht tussen de acta van het kapittel van 21 en 22 januari 1544 (zie nr. 1-14) NB 2273-2273 Akte waarbij de pauselijke nuntius Johannes, bisschop van Tropea, de incorporatie van de proosdij in het aartsdiakonaat van de Dom bij de bisschoppelijke tafel van de Utrechtse kerk herroept, met akten betreffende de teruggave en cassatie van de akten van incorporatie, 1544 1544 4 charters 2273-1 1544 jan. 6 2273-2 1544 nov. 25 2273-3 1544 nov. 25 2273-4 1544 dec. 23 2274 Artikelen die door de domproosten-aartsdiakens zijn onderhouden en voortaan zullen worden onderhouden, opgesteld door de deken en het kapittel, met akte van bezwering door de proost-aartdiaken, 1545 jan. 17 en 1545 juli 10 1545 jan. 17 en 1545 juli 10 2 charters, waarvan 1 in boekvorm (getransfigeerd) 2275-2275 Akten waarbij de domproost-aartsdiaken aan het kapittel Johannes van Wee voordraagt ter aanstelling tot zijn socius, 1570, 1571 1570, 1571 2 charters 2275-1 1570 april 23 2275-2 1571 mei 11 2276 Stukken betreffende de moeilijkheden tussen het kapittel en de domproost A. de Hennin a Boussu over de vruchten van de proosdij, 1580 1580 1 omslag 2277 Akkoord tussen de domproost Anthonis van Boussu en het kapittel over het genot van de proosdijgoederen, 1580 sept. 14 1580 sept. 14 1 charter 2278 Stukken betreffende de moeilijkheden tussen het kapittel en de domproost A. de Hennin a Boussu over het akkoord van 1580, 1581-1603 1581-1603 1 omslag 2279 Certificatie van het overlijden van Anthoine de Hainain dict Boussu, 1603 dec. 12 1603 dec. 12 1 charter 2280-2280 Akten waarbij verschillende domproosten beloven het akkoord van 1580 te zullen nakomen, met verklaringen ten behoeve van minderjarige proosten door hun vaders afgelegd 1 omslag en 6 charters Anthonis van Boussu is op 26 augustus 1603 (oude stijl) overleden. Hij stond toen sinds geruime tijd onder curatele van het kapittel, op welks naam de leenbrieven gesteld zijn, nog tot 29 september 1603. Op 10 januari 1604 besloot het kapittel een verzoekschrift aan de Staten te presenteren om de domproosdij enige jaren lang niet te confereren, maar ten behoeve van de kerk te laten, om daaruit de penningen te betalen, die de Staten en het kapittel nog van de proosdij te vorderen hadden en tevens het huis te Doorn te herstellen. De dispositie over de proosdij kwam als punt 10 op de eerste beschrijvingsbrief van de Staten, maar de opinies bleken erg uiteen te lopen toen het in maart in behandeling kwam. Wel wilde men iemand nomineren, maar eerst het inkomen nader vernemen. Het kapittel had op 23 januari de erfenis van de proost gerepudieerd, het inde de jaren van gratie niet als erfgenaam, maar ad opus jus habentium, en belastte iemand uit zijn midden met het beheer van de schulden van de proost Op 30 januari benoemde het mr. Johannes van Kuyck tot officiaal en stadhouder van de lenen en tijnzen van de proosdij. Op 27 augustus 1604 gaf het zijn secretaris last om alle gewenste inlichtingen te geven aan Simon Claesz. van Blanckendael, door de Staten gecommitteerd tot het beheer van de proosdijgoederen. Blijkens het leenregister fungeerde J. van Kuyck over de periode 1604-1616 en daarna Adriaan Ploos over de periode 1616-1618, krachtens aanstelling van het kapittel. In het domarchief berust in nr. 2295 een afschrift van de 13e rekening van Simon Claesz. van Blanckendael van de domproosdij over het jaar 1617 aan de Staten. De rendant bracht het slot in zijn 26e rekening van de gebeneficeerde goederen. Een extract uit zijn 14e of laatste rekening komt voor in de Handschriftencollectie van het Rijksarchief in Utrecht onder nr. 269. In 1618 einigde de vacature. Hugo van Zuylen van Nijvelt is 19 augustus 1618 door de Staten genomineerd, daarna door prins Maurits geëligeerd krachtens de instructie op het gouvernement van de lande van Utrecht en op 5 oktober toegelaten. Hij stierf op 16 mei 1630 Er moest nu rekening gehouden worden met de resolutie van de Staten van 5 september 1622 (zie Groot Placaatboek door Johan vande Water (Utrecht, 1729) dl. I 220), volgens welke de prelatuurschappen bij vacature 6 jaar lang aan het land moesten blijven. Ook is blijkens het leenregister in 1630-1636 de kanunnik Arent van Duverden als stadhouder van de lenen werkzaam geweest. Niettemin is reeds in 1633 aan de vervulling van de proosdij gedacht, zie de resoluties van de Staten van 8 mei, 28 juni, 11 juli, 7 augustus, en 31 oktober 1633. De geëligeerden nomineerden jhr. Frederik Henrick van Reede en de edelen jhr. Reynier van Goltstein. De prins koos de eerste, maar adviseerde tevens de goedkeuring van een tussen de twee candidaten getroffen overeenkomst, volgens welke Goltsteyn, die het huis Doorn enige jaren te voren in huur ontvangen had, dit zou kopen De stad maakte bezwaar, ook het kapittel, men verneemt dan weer van de aanstaande vervulling van de proosdij uit de resoluties van de Staten van 4 februari, 16 februari, 5 december en 25 november 1636. De nieuw-benoemde had op de laatstgenoemde datum de overeenkomst te erkennen, tussen de heer van Nederhorst en zijn moeder aangegaan betreffende het huis Doorn en enige landen aldaar. Uit nr. 269 in voornoemde Handschriftencollectie blijkt, dat de vrouwe van Lier, moeder van de heer van Alkemade, de domproosdij gekocht had van jhr. Godart van Reede, heer van Nederhorst, voor fl. 21596,-, en dat de proosdij fl. 1200 per jaar opgebracht. Zij had tevens de imperiale prebende gekocht voor fl. 3200,-, waarin haar zoon op 4 december 1635 is toegelaten, één dag vóór de toelating tot de preposituur. De inkomsten zullen ook over 1636 door het land genoten zijn, terwijl in het leenregister vóór november 1636 de nieuwe proost niet uitgeeft. Na Cornelis van Lockhorst, heer van Alkemade (25 november 1636-17 Juni 1639) volgt weer een vacature. Volgens de resolutie van 5 september 1622 zou deze zes jaren hebben moeten duren, maar zij werd langer Op 1 november 1639 hebben de Staten de goederen van de proosdij en van de thesaurie van de Dom bezwaard met een lening van fl. 30.000,-. In september 1649 spraken zij over een nominatie. De weduwe van de ontvanger van de gebeneficeerde goederen had van de proosdij niet kunnen rekenen, omdat de Staten geen beslissing genomen hadden omtrent de jaren van gratie. De stad Utrecht wilde alleen aan de nominatie van een proost meedoen, wanneer vaststond dat de provincie van de vacatures na het overlijden van de beide laatste proosten over 12 jaren geprofiteerd had. Dit werd aangenomen, ook dat de proosdij ruim 300 gulden jaarlijks aan het kantoor van de gebeneficeerde goederen betalen zou, terwijl het grootste deel van het in 1630 opgenomen geld ten laste van de thesaurie bleef, zie de resoluties van de Saten van 27 en 28 september en 2 en 4 oktober 1649. Elk van de drie leden nomineerde een persoon De prins eligeerde de candidaat van het eerste lid. Cajus Laurentius, graaf van Brockdorff, is op 17 oktober 1649 (oude stijl) toegelaten. De procureur van zijn vader had een brief van Z.H. van 17 oktober (nieuwe stijl) overgelegd. Na overleg is een wijziging in het renversaal aangebracht, waarbij partijen aan gedane en nog te doene verkopingen gedacht kunnen hebben. De jaarlijkse uitkering aan het kantoor van de gebeneficeerde goederen liet te wensen over, zie de resoluties van de Gedeputeerde Staten van 18 februari 1663 en 29 september 1664. Op deze datum bepaalden Gedeputeerde Staten, dat de 12 jaren van carentie in 1649 geëxpireerd waren en dat Brockdorff de inkomsten van de proosdij had te ontvangen van 1650 af. De weduwe van de ontvanger Martens kreeg last het inkomen van de proosdij in te vorderen en te verrekenen over 1637, 1640, de helft van 1641-1644 en 1645-1649, terwijl de andere helft van de jaren 1641 en 1642 moest komen aan de erfgenamen van de domproost Lockhorst voor de jaren van gratie, en de helft van 1643 en 1644 aan de weduwe Martens. Frederick Wilhelm van Diest, geheim raad en envoyé van de keurvorst van Brandenburg, op 10 mei 1686 door Z.H. aangesteld tot domproost, vroeg de aggreatie van de Staten, die hem verleend is op 8 juli 1686. In de resoluties van het kapittel van 26 juli 1686 wordt hij genoemd als 'door hope' bekomen hebbende de domproosdij Hij is op 16 januari 1701 toegelaten, nadat de graaf van Brockdorff had geresigneerd, met dipensatie van het statuut volgens welk de domproost een capitulair kanunnik moest zijn, als bezitter van de imperale prebende (wat ook al aan Brockdorff was toegestaan). Hij stierf op 3 februari 1726. Daarna kocht Pieter Roeters op 19 november 1726 de proosdij publiek van de Staten. Uit nr. 281 in de Handschriftencollectie blijkt, dat hij fl. 45.360 heeft betaald en wat hij daarvoor verkreeg. Op 4 december is hij toegelaten. Hij stierf in oktober 1755. Jhr. Daniël d' Ablaing, vrijheer van Giessenburg, is op grond van een akte van H.K.H. van 21 oktober 1755 toegelaten op 27 oktober daaropvolgend. Hij resigneerde in 1767 ten behoeve van Pieter de Smeth, die op 25 mei 1767 is toegelaten. Er hadden besprekingen plaats met de vader van de minderjarige proost, waarbij het geval van Brockdorff als precedent diende. Het bestuurswerk zou komen aan de officiaal en stadhouder van de lenen, die door het kapittel toegelaten werd. Op 15 september 1809 zond het kapittel van het overlijden van mr. Pieter de Smeth (van Alphen) op 7 september bericht aan de landdrost, ingevolge zijn aanschrijving van 17 september 1808. Een akte in het leenregister van 2 februari 1810 staat op naam van domdeken en kapittel vanwege de vacature van de domproosdij, de volgende beginnen 'Compareerde ter griffie van de lenen...' 2280 1580, 1681 2280-2 1636 nov. 25 2280-3 1649 okt. 16 2280-4 ca. 1650 2280-5 1702 jan. 2280-6 1726 dec. 4 2280-7 1756 febr. 20 (in boekvorm) 2281 Inventaris van de registers en stukken behorende aan de domproosdij, ca. 1545 ca. 1545 1 stuk Het opschrift luidt Registra et instrumenta, spectantia ad reverendissimum dominum prepositum Trajectensem post devastationem domus preposti Culemborgensis in eadem domo reperta et partim pedibus conculcata per me recuperata. Achterop staat Inventarium ... repertorum in domo Weess, spectantium domino preposito Trajectensi, m. de Weeze, proost van Culemborg, verwierf in 1536 een claustraal huis en was gemachtigde prepositura vacante 1543-1546. Het jongste jaartal in de inventaris is (15)27 NB 6.3. Goederen van de proosdij In de tweede helft van de veertiende eeuw heeft de proost zich moeten verbinden om het beheer over de proosdijgoederen te doen voeren door de socius, die een capitulair kanunnik moest zijn. Dit moest reeds vroeger gebruik geweest zijn, maar nu het vastgelegd was en door opeenvolgende proosten bekrachtigd werd, strekte de macht van het kapittel zich meer en meer over de proosdijgoederen uit, ondanks de pogingen, die de proost Johan Slacheck heeft aangewend om zijn gezag te doen gelden (zie de stukken in rubriek 6.2). Een akkoord, in 1580 met de domproost getroffen, liet aan het kapittel de beschikking over de meeste goederen van de Proosdijkamer, terwijl een klein gedeelte tot de prebende van de proost zou behoren. Zie voor de goederen van de Proosdijkamer hiervoor onder rubriek 5, met name 5.8 en 5.14. NB 2282 Registrum de diversis bonis et rebus, spectantibus ad preposituram ecclesie Majoris Trajectensis, cartularium van de domproosdij over 829-1385, ca. 1375 ca. 1375 1 deel -- Inhoudsopgave door P. van Musschenbroek van het cartularium van de domproosdij over 829-1385 1 deel Vervallen. Opgenomen in de verzameling van Petrus van Musschenbroek als nr. 77, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand van Inventarissen van het archief van het Rijksarchief in de provincie Utrecht 1826-1963, van de verzameling Van Musschenbroek en de verzameling Vermeulen door C. Dekker en J.H.M. Janssen als nr. 60 in de reeks gedrukte inventarissen van het Rijksarchief Utrecht (Utrecht, 1986) NB 2284 Cartularium van de domproosdij over 828-1518, ca. 1510 ca. 1510 1 band De band schijnt twee cartularia te bevatten, waarvan het eerste een afschrift is van het cartularium in nr. 2282. Achterin liggen enige losse, later samengebonden stukken NB 2285 Cartularium van de domproosdij over 1265-1383, ca. 1510 ca. 1510 1 omslag Het betreft een gedeeltelijk afschrift van het cartularium in nr. 2282 NB 2286 Akte waarbij het kapittel de domproost Henricus van Myerlaer machtigt tot de wederopbouw van het kasteel te Doorn, dat zijn voorganger Florencius van Jutfaes gesloopt had, 1347 1347 1 charter 2287-2287 Akte waarbij de domproost Henricus van Mierlaer, met toestemming van de bisschop en het kapittel, tot onderhoud van het door hem uit zijn eigen middelen gebouwde huis te Doorn (alwaar samen met omliggende dorpen de meeste proosdijgoederen gelegen zijn) enige goederen en renten aldaar en te Amerongen bestemt, 1356. In tweevoud, met een afschrift 1356. In tweevoud, met een afschrift 1 stuk en 2 charters 2287 1356 2287-2 1356 april 12 2287-3 1356 april 12 2288 Akte waarbij Jacop van Mirlaer, heer van Milendonc, en Johan van Mirlar, ridders, gebroeders, verklaren geen aanspraak te hebben op de landen en renten, die hun oom de domproost Heinric in het land van Utrecht gekocht en bij testament vermaakt heeft, 1363 juni 26 1363 juni 26 1 charter 2289 Akte waarbij Frederic Borre van Amerongen het huis en de hofstede te Doorn in bewaring neemt van Aernt die Wael, oudste kanunnik van de Dom, 1431 mrt. 6 1431 mrt. 6 1 charter 2290 Gerechtsbrief van Doorn over de op verzoek van de kastelein aldaar afgenomen getuigen verklaringen omtrent levering van graan in 1535 uit Schalkwijk of Honswijk op het kasteel te Doorn, 1537 april 26 1537 april 26 1 charter 2291 Rekeningen van reparaties aan onder meer het huis te Doorn, behorende aan de domproost, 1511-1513 1511-1513 1 omslag 2291-a Rekeningen van reparaties aan de wind- en de rosmolen te Doorn, met een afschrift, 1601-1602 1601-1602 1 omslag 2292 Minuut van een verzoekschrift door de domproost Anthoenis van Bossu aan het Hof van Utrecht om gehandhaafd te worden in zijn recht op een uitkering door de Buurkerk van Utrecht, 1575 1575 1 stuk 2293 Register van de goederen van de prebende van de domproost en van de thesaurie, ca. 1603 ca. 1603 1 stuk Zie ook nr. 2464-1-2464-112 NB 2294 Manuaal van de goederen van de prebende van de domproost, 1600, 1601 1600, 1601 1 omslag 2295 Rekeningen over het beheer van de prebende van de domproost, 1587-1590, 1598/99-1600/01, 1602/03, 1603/04, 1604/05, 1617, 1804-1809 1587-1590, 1598/99-1600/01, 1602/03, 1603/04, 1604/05, 1617, 1804-1809 1 omslag De rekening van 1587 is in drievoud. De jaren 1598/99-1600/01 en 1603/4 zijn geliasseerd bij de rekeningen van het aartsdiakonaat. De rekening over 1617 is afgelegd aan de Staten. Bij de rekeningen over 1804-1809 bevindt zich een liquidatie tussen de secretaris van het kapittel en de officiaal. Zie ook nrs. 2464-1-2464-112 NB 2296 Stukken betreffende de geschillen tussen de domproost C.L. van Brockdorff en het kantoor van de gebeneficeerde goederen over de vorderingen van dit kantoor op de proosdijgoederen, 1643-1664 1643-1664 1 omslag Het stuk uit 1643 betreft een afschrift NB 2297 Ontwerp van een afrekening tussen de ontvanger van de gebenificeerde goederen en de domproost over, 1665-1670 1665-1670 1 stuk 2298 Stukken betreffende de openbare verkoop van de domproosdij door de Staten, met memories omtrent hetgeen daartoe behoort, (1726), en de gedrukte koop-condities, waarop enige latere aantekeningen 1 omslag 2298-a Memorie omtrent een schuld uit 1639 ten gunste van Carel Martens, ontvanger van de gebenificieerde goederen, en ten laste van de domproosdij, met een bijbehorende rekening, ca. 1720 ca. 1720 1 omslag 2299 Staat van het inkomen van de Proosdijkamer, met berekening van het aandeel van de domproost, 1786, en een liquidatie tussen de oficiaal, tevens stadhouder van de lenen van de proosdij, en de secretaris van het kapittel, wegens de administratie van de proosdij, 1789 1 omslag 2300 Stukken betreffende geschillen tussen proosten en pachters te Doorn over achterstallige pacht, huurcondities van landerijen aldaar en aantekening door verhuurde proosdijlanden, ca. 1580-1781 ca. 1580-1781 1 omslag 2301 Stukken betreffende de verkoop van het huis te Doorn in 1635 en de verheffing er van als leen van het graafschap Buren, 1641-1702 1641-1702 1 omslag Het huis Doorn, dat voor reeds vóór 1633 door de kanunnik jhr. van Goltstein bewoond werd, is in 1635 diens eigendom geworden, krachtens een overeenkomst met de vader van de geëligeerden domproost, met toestemming van de Staten als collatoren van de proosdij en van de stadhouder, ook van het kapittel, voor zover nodig. Het kapittel bepaalde uitdrukkelijk, dat het huis met de daarbij verkochte landen voor eventuele actiën verbonden bleven, zie resoluties van het domkapittel van 7 september en 25 november 1635. Later is nog een stukje land verkocht, zie de voornoemde resoluties van 2 september 1639. De Staten hadden op 19 augustus 1618 de ambachtsheerlijkheid Doorn gegeven aan jhr. Adolph de Wael, heer van Moersbergen 'mits daertoe obtinerende het adveu van de heren van de Dom'. Deze weigerden, zie voornoemde resoluties van 7 en 14 juni 1619, 5 november 1627 en 20 juni, 23 september en 3 en 21 oktober 1633, 14 maart 1634 en 12 januari 1635 NB 2302 Punten van een overeenkomst tussen de gemachtigde van de heer Hans Schach en de gemachtigde van de heer Fr. van Diest over de verkoop van het huis te Doorn c.a. tevens de proosdij en het aartsdiakonaat van de Dom, 1686, met staten van de inkomsten van de proosdij, ca. 1636-1686 ca. 1636-1686 1 omslag Hans graaff von Schack was de schoonvader van C.L. graaf van Brockdorff NB 2303 Stukken betreffende de verkoop van 32 morgen proosdijland te Doorn, 1779 1779 1 omslag 2304 Overeenkomst tussen de domproost en de heer van het huis te Doorn over de eigendom van de bomen langs de Domproostenweg, met bijbehorende aantekening, 1790 1790 1 omslag 2304-a Akte van ontvangst in leen door Bernardus Uten Eng, domkanunnik van Utrecht, van Herbernus van Jutfaes, kanunnik van St. Jan te Utrecht, van gespecificeerd opgegeven gelden en voorwerpen (lantaarns en drinkbekers), te gebruiken door Zweder van Culemborg, domproost van Utrecht, 1425, met dorsale kwitantie en verdere betalingsregeling door magister Bernardus aan Ludekin van Jutfaes, 1439 1 stuk 6.4. Heerlijkheden van de proosdij 6.4.1. Algemeen De schoutambten van Doorn, Leersum, Cothen, Overlangbroek en Nederlangbroek komen in de rekeningen van de socius vanaf het einde van de 15e eeuw voor, dat van Amerongen voor de helft vanaf 1499, dat van Oostveen vanaf 1520. Volgens het contract van 1580 behoorden de schoutambten tot de prebende van de domproost, zodat ze in de rekeningen van de Proosdijkamer ca. 1600 nog pro memorie, later niet meer voorkomen. Het halve schoutambt van Amerongen werd in erfpacht uitgegeven, onder andere blijkens de rekening van de domproostenprebende over 1617. In 1631 ging de erfpacht over op prins Frederik Hendrik (zie het leenregister en de resoluties van het kapittel van mei), maar het ontbreken van de rekeningen van de prebende maakt het moeilijk om na te gaan of de erfpacht in stand is gebleven. NB 2305 Aanschrijvingen van de domproost aan de gerechten, procuraties tot aanstelling van schepenen en andere stukken betreffende de heerlijkheden van de proosdij in het algemeen, 1538-ca. 1782 1538-ca. 1782 1 omslag Het stuk uit 1538 betreft een uittreksel NB 2306 Opgaven door Willem van de Bergh, notaris te 's-Gravenhage, aan mr. I.L. Kien, secretaris van het domkapittel, gedaan van de verzoekschriften en memories, welke ten behoeve van de eigenaars van ambachtsheerlijkheden in de voormalige gewesten van Utrecht en Holland aan de Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam zijn ingediend, met specificatie van kosten, 1798, 1799 1798, 1799 1 omslag 2307 Certificatie van een notaris te Utrecht betreffende de tienden en heerlijkheden, behorende aan het domkapittel of domproosdij, 1799. Afschrift zonder ondertekening 1799. Afschrift zonder ondertekening 1 stuk 2308 Verzoekschriften door eigenaars van ambachtsheerlijkheden in het departement Utrecht aan het Departementaal bestuur en aan het Staatsbewind, met een verzoek om handhaving in hun rechten, 1802/03. Afschriften 1802/03. Afschriften 1 omslag 2309 Akte van protest door F.W. van Diest tegen een resolutie van het domkapittel van 1702, houdende dat de afstand van de domproosdij door de graaf van Brockdorff was geschied op voorwaarde dat de officianten zouden zijn gecontinueerd, met extract-resolutie van het kapittel, waarin deze akte is geïnsereerd, 1705 1 omslag 2310 Stukken betreffende het voorstel van de domproost F.W. van Diest, om de heerlijkheid Doorn met toebehoren als erfelijk eigendom te mogen verwerven, 1715 1715 1 omslag 2311 Nominatie van schepenen van de gerechten, behorende aan de domproosdij, 1651-1680 1651-1680 1 omslag 6.4.2. Amerongen 2312-2312 Akte waarbij Ghiselbertus van Abcoude, knaap, belooft de domproosdij in het rustig bezit te zullen laten van drie vierden van het gerecht en de inkomsten te Amerongen, 1289, met een vidimus door de bisschop van Utrecht, 1337, en afschriften van de akte en de vidimus, 16e eeuw 1 omslag en 2 charters 2312 16e eeuw 2312-2 1289 juni 10 2312-3 1337 sept. 1 2313 Minuut van het protest van de domproost jhr. Hugo van Zuylen van Nijvelt tegen de afhooring van de kerkekeningen van Amerongen door jhr. Johan van Renesse van de Aa als pretense mede-ambachtsheer, 1622 1622 1 stuk 6.4.3. Doorn, Nederlangbroek, Overlangbroek en Cothen 2314 Minuten van commissies, borgtochten, missieven en andere stukken betreffende de bedieningen van schout, secretaris, kerkmeester, koster, voorlezer, schoolmeester, bode en doodgraver te Doorn, 1590-1798 1590-1798 1 omslag 2315 Akte waarbij Mor Henricksz. van Schevichoven de ingelaste commissie tot schout van Doorn aanneemt, 1526 nov. 6 1526 nov. 6 1 charter 2316 Nominaties van schepenen van Doorn, 1642-1645, 1768, 1771-1777, 1779-1795 1642-1645, 1768, 1771-1777, 1779-1795 1 omslag 2316-a Akte waarin de domproost Johan Swaving, schout van Oostveen, in bezit stelt van de gerechtsbank aldaar, 1724. Afschrift 1724. Afschrift 1 stuk 2317 Akte van aanstelling door de domproost van Frederick Breda tot schout van Doorn en Nederlangbroek, 1743 okt. 25 1743 okt. 25 1 charter 2318 Afschriften van akten van aanstelling, en aantekeningen van de emolumenten, van schouten van Doorn en Nederlangbroek, 1743-1765 1743-1765 1 omslag 2319-2319 Akten en minuut-akten van aanstelling van secretarissen van Doorn en Overlangbroek, 1767-1792 1767-1792 1 omslag en 1 charter 2319 1767-1792 2319-2 1782 april 3 2320 Nominaties van kerkmeesters van Doorn, 1768, 1771-1777, 1779-1795 1768, 1771-1777, 1779-1795 1 omslag 2321 Stukken betreffende de beroeping van predikanten te Doorn, 1652-1680 1652-1680 1 omslag 2321-a Akte van verhuur door de domproost aan Gijsbert Adriaenszoon te Sterkenburg van een korenwindmolen c.a. in het gerecht van Doorn, 1671 1671 1 stuk 2322-2322 Akten waarbij de nieuw benoemde schouten van Overlangbroek en Nederlangbroek de verzekering geven dat de door het kapittel aan hun aanstellingen gehechte goedkeuringen nooit tot nadeel van de ministraties van de socius zullen strekken, 1542 1542 2 charters 2322-1 1542 nov. 15 2322-2 1542 nov. 17 2323 Akte, minuut en afschriften van akten, van aanstelling of borgstelling, missiven en andere stukken betreffende de bedieningen van schout en secretaris van Overlangbroek, 1713-1790 1713-1790 1 omslag 2324 Nominaties van schepenen van Overlangbroek, 1643, 1652, 1768, 1771-1777, 1779-1795 1643, 1652, 1768, 1771-1777, 1779-1795 1 omslag 2325 Nominaties van kerkmeesters van Overlangbroek, 1768, 1771-1777, 1779-1795 1768, 1771-1777, 1779-1795 1 omslag 2326 Akte waarbij Reyer Roloffz. van Wyckersloot voor 26 jaren het schoutambt van Nederlangbroek aanneemt, 1526 nov. 6 1526 nov. 6 1 charter 2327-2327 Akte, minuten en afschriften van akten van aanstelling en andere stukken betreffende de bedieningen van schout, kerkmeester, koster, schoolmeester, bode en doodgraver te Nederlangbroek, 1633-1796 1633-1796 1 omslag en 1 charter 2327 1633-1796 2327-2 1782 jan. 31 2328 Akte van aanstelling door de domproost van Johannes Drothman tot secretaris van het gerecht van Nederlangbroek, 1722 mrt. 26 1722 mrt. 26 1 charter 2329 Minuut van de akte van bevestiging door het kapittel van de aanstelling door de domproost van Jacob van Coeverden tot schout van Cothen en Nederlangbroek, 1581 1581 1 stuk 2330 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor commissarissen van het Hof van Utrecht, door het kapittel tegen Jacob van Coeverden, schout vanwege de domproost van Nederlangbroek, Overlangbroek en Cothen, over het innen van de zettingen van de Staten, zonder daarvan rekening te doen aan de geërfden, als anderzins, 1597-1600 1597-1600 1 pak 2331-2331 Akte, minuten en afschriften van akten en andere stukken betreffende de bediening van secretaris van Cothen en Nederlangbroek, 1722-ca.1770 1722-ca.1770 1 omslag en 1 charter 2331 1722-ca. 1770 2331-2 1762 aug. 2332 Afschrift van de electies van schepenen van Nederlangbroek, 1749, 1752, 1754, 1755, en van kerkmeesters, 1755, met nominaties van schepenen aldaar, 1768, 1771-1777, 1779-1795 1 omslag 2333 Nominaties van kerkmeesters van Nederlangbroek, 1768, 1771-1777, 1779-1795 1768, 1771-1777, 1779-1795 1 omslag 2334 Stukken betreffende de beroeping van een predikant te Nederlangbroek, 1640 1640 1 omslag 2335 Stukken betreffende processen, in verband met de afscheiding van de heerlijkheid Hardenbroek van de heerlijkheid Nederlangbroek gevoerd, 1629, 1657, 1660 1629, 1657, 1660 1 omslag In 1599 was Hardenbroek van Nederlangbroek afgescheiden, namelijk 350 morgen land tussen het gerecht van Sterkenburg en de Stamerweg. Het gerecht en de dagelijkse heerlijkheid waren als lenen van de domproosdij gegeven aan jhr. Joachim van Hardenbroek en opvolgende bezitters van het huis Hardenbroek NB 2336 Minuut-akte waarbij de stadhouder van de lenen van de domproosdij, daartoe gemachtigd door het kapittel, een deel van het gerecht van Nederlangbroek, groot 203 of 204 morgen, in erfpacht geeft aan jhr. Willem Bor van Amerongen, heer van Sandenburg, 1631 1631 1 stuk 2337 Akte waarbij de domproost het schoutambt van Cothen voor 20 jaren in pacht geeft, 1526 nov. 6 1526 nov. 6 1 charter 2338 Akte en minuten van akten, van aanstelling of borgstelling, en andere stukken betreffende de bedieningen van schout, bode en doodgraver te Cothen, 1597-1804 1597-1804 1 omslag 2339 Aantekeningen betreffende electies van schepenen van Cothen, 1655, 1694, met nominaties van schepenen aldaar, 1768, 1771-1777, 1779-1795 1 omslag 2340 Nominaties van kerkmeesters van Cothen, 1768, 1771-1777, 1779-1795 1768, 1771-1777, 1779-1795 1 omslag 2341 Stukken betreffende een geschil tussen het kapittel en de kerkmeesters van Cothen over het omhakken van een boom op het kerkhof aldaar, 1646-1647 1646-1647 1 omslag 2342 Aantekening over de beroeping van een predikant te Cothen, 1641 1641 1 stuk 6.4.4. Galecop en Domproostengerecht 2343 Afschriften van akten van aanstelling of borgstelling betreffende de bedieningen van schout en secretaris van Galecop, 1667-1754 1667-1754 1 omslag 2344-2344 Minuten en afschriften van akten, van aanstelling of borgstelling, en andere stukken betreffende de bedieningen van schout en secretaris van Galecop en Domproostengerecht, 1760-1805 1760-1805 1 omslag en 1 charter 2344 1760-1805 2344-2 1792 okt. 2345 Nominaties van schepenen van Galecop, 1768, 1771-1777, 1779-1795 1768, 1771-1777, 1779-1795 1 omslag 2346 Ontwerpen van akten van schout en buren van het Domproostengerecht, betreffende de overdracht van een hofstede aan de Singel tussen de Weerdpoort en de Wittevrouwenpoort, 1619 1619 1 omslag 6.4.5. Oostveen 2347-2347 Akten van belening door de bisschoppen Frederik van Sierck en Jan van Diest van Arnoud Proys met het goed Herbertscoop, met gerecht en tienden, gelegen in het Veen tussen de gerechten van Dideric Over de Vecht en de domproost, 1321, 1324, 1330, met akte van erkenning van de belening, 1332 1321, 1324, 1330, met akte van erkenning van de belening, 1332 4 charters 2347-1 1321 sept. 23 2347-2 1324 mei 2 2347-3 1330 sept. 28 2347-4 1332 juni 27 2348 Akte van belening door bisschop Jan van Arkel, van Beernt Proeys met het gerecht van Herbertscoop, met tijns en tienden, die zijn vader Aernt in leen had gehouden, 1357 juni 1 1357 juni 1 1 charter 2349 Akte van bisschop Floris, waarbij Beernt Proys aan zijn vrouw 24 goede oude schilden uit het goed Herberscoop met toebehoren, dat hij van Sticht in leen houdt, in lijftocht geeft, 1382 okt. 3 1382 okt. 3 1 charter 2350-2350 Akte waarbij bisschop Floris de verkoop door Bernardus Proys aan het kapittel van de Dom van het gerecht met tienden en tijns van Herverscop, zich uitstrekkende van de Hoefdyc tot de Bisscopsweteringe, tussen het gerecht van wijlen Theodericus Over de Vecht en dat van de domproost, goedkeurt, met kwitantie door Beernt Proeys voor het kapittel, van de koopprijs, groot 650 schilden, 1386 1386 2 charters 2350-1 1386 jan. 19 2350-2 1386 jan. 19 2351-2351 Akte van belening door bissschop Frederik, van Bernd Proys met het gerecht en toebehoren van Herverscoop, dat zich uitstrekt tot de Drynscote, 1402, met akte waarbij de bisschop in vetband met de verkoop van het gerecht en toebehoren aan het kapittel, ze daaraan toewijst, 1404 1404 2 charters 2351-1 1402 jan. 8 2351-2 1404 april 22 2352 Akte waarbij door het kapittel aan Arnoldus Proys, wegens wanbetaling van het verschuldigde, het gerecht op het Veen, dat hij van het kapittel of de domproost had gehouden, wordt ontzegd, 1336 nov. 20 1336 nov. 20 1 charter 2353 Akte waarbij de domproost zijn gerecht op het Veen met bijbehorende tijns en 6 viertel veen, gelegen tussen het goed Over de Vecht en Achttienhoven, voor 80 jaren in pacht geeft aan jan Proys van lichtenberg, van wie de voorvaderen het van de domproosdij plachten te houden, 1438 mei 31 1438 mei 31 1 charter 2354 Vidimus door de regering van de stad Leiden van een akte van 1449 waarbij de domproost zijn gerecht op het Veen en toebehoren over 69 jaren in pacht geeft aan jonkvrouw Haze, dochter van Jan Proys van Lichtenberg, gehuwd met Hubert van Pallaes, 1452 april 26 1452 april 26 1 charter 2355-2355 Akte waarbij Adriaen van Pallaes Florensz. het gerecht op het Veen met toebehoren in pacht neemt voor zoveel jaren als nog ontbreken aan de 69 jaren, waarvoor jonkvrouw Haze, dochter van Jan Proys van Lichtenberg, ze in pacht ontvangen had, 1498, met afschrift, 16e eeuw 1498, met afschrift, 16e eeuw 1 stuk en 1 charter 2355 16e eeuw 2355-2 1498 jan. 5 2356-2356 Akten, minuten en afschriften van akten, van aanstelling of borgstelling, en andere stukken betreffende de bedieningen van schout, secretaris, kerkmeester, koster, voorlezer, schoolmeester, bode en doodgraver in Oostveen, 1578-1794 1578-1794 1 pak en 6 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 2356 1578-1794 2356-2 1589 aug. 18 en 1591 april 16 2 charters, getransfigeerd 2356-3 1595 mei 9 2356-4 1735 nov. 30 2356-5 1780 jan. 20 2357 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor Gedeputeerde Staten en het Hof, door de domproost tegen F. Wttengh, schout van Oostveen, over het recht van aanstelling door de proost van de schout, en over de bevoegdheid van het gerecht tot het vaststellen van de zettingen zonder medewerking van de ambachtsheren en de geërfden, 1650-1652 1650-1652 1 omslag 2358 Nominaties van schepenen van Oostveen, 1649, 1651, 1678, 1681, 1685, 1687, 1689, 1694, 1771-1777, 1779-1790, 1795, met een commissie tot de electie, 1642 1 omslag De nominaties van 1771-1795 zijn aaneengehecht, met electies van 1768-1770 NB 2359 Stukken betreffende de weigering van Jacob Gijsbertsz. om de eed te doen en zitting te nemen als schepen van Oostveen, met verzoekschriften door de domproost aan het Hof om hem daartoe te noodzaken, 1623 1623 1 omslag 2360 Stukken betreffende de samenstelling van het gerecht van Oostveen, 1651 1651 1 omslag 2361 Aanschrijvingen van de Staten aan het gerecht van Oostveen en verzoekschriften door het gerecht aan de Staten betreffende de zettingen van belastingen, 1627-1759 1627-1759 1 omslag 2362 Minuut van verzoekschrift door schout en schepenen van Oostveen aan het Hof van Utrecht, met het verzoek tot verbod van een aangekondigde verkoping van koeien te Blauwkapel buiten hen om, 1662 1662 1 stuk 2363 Stukken betreffende de vordering door Cornelis Cornelisz. Eyckelboer en Dirck Worm, te Maartensdijk, tegen het gerecht van Oostveen ingesteld tot betaling van een groter bedrag voor de in 1674 uitgeruste legerwagen, 1685-1686 1685-1686 1 omslag 2364 Overeenkomst tusschem de domproost en de schout van Oostveen over de oprichting aldaar van een molen, 1546 nov. 6 1546 nov. 6 1 charter 2365 Nominaties van kerkmeesters van Oostveen, 1771-1777, 1779-1790, 1795 1771-1777, 1779-1790, 1795 1 omslag 2366 Stukken betreffende de beroeping van predikanten in de drie kerken in Oostveen aan het Voordorp, te Blauwkapel en te Maartensdijk, 1640-1764 1640-1764 1 pak 6.5. Lenen en tijnzen van de proosdij 2367 Verzameling van leencostumen, ten behoeve van de rechtspraak in het leenhof van de domproost uit verschillende bronnen, voornamelijk uit de registers van de St. Paulusabdij en uit mr. J. Vrannckell's Notata super usibus feudorum bijeengebracht, 1e helft 16e eeuw 1e helft 16e eeuw 1 deel Vergelijk Verslagen en Mededelingen van de Vereeniging tot uitgave van bronnen voor het Oude Vaderlandse Recht, dl. I vanaf p. 229 NB 2367-a Akte waarbij Lodewijk, bisschop van Munster, Rabodo van Heze uit de ministerialiteit ontslaat in wissel voor Everhardus van de Stene, 1339 april 7 1339 april 7 1 charter Afgeschreven in nrs. 2282 (fo 39) en 2284 (fo 45), onder het opschrift 'concambium pum Monasteriensem et prepositum nostrum' NB 2368-2368 Leen- en tijnsregister van de proosdij, 1403-1811. Deels afschrift 1403-1811. Deels afschrift 16 banden 2368-1 1403-1436, 1438-1474 Voorin is een lijst van vazallen en lenen in 1391 opgenomen, waarin leenakten van 1366 en later vermeld zijn NB 2368-2 1438-1474, 1477-1490, 1500-1515 De akten van 1477-1515 zijn niet chronologisch geordend NB 2368-3 1500-1526. Afschrift 2368-4 1566-1574 2368-5 1601-1628 2368-6 1628-1642 2368-7 1643-1662 2368-8 1662-1682 2368-9 1682-1702 2368-10 1703-1722 2368-11 1722-1744 2368-12 1745-1755 2368-13 1756-1766 2368-14 1768-1779 2368-15 1780-1788 2368-16 1789-1811 2369 Lijst van de lenen van de proosdij met aanwijzing van de bezitters, 1391 vg. Afschrift, 18e eeuw 1391 vg. Afschrift, 18e eeuw 1 omslag Het betreft een afschrift naar nrs. 2368-1-2368-16 NB 2370 Lijst van de lenen van de proosdij, met aanwijzing van de bezitters, 1621, en latere aantekeningen, ca. 1752 1621, en latere aantekeningen, ca. 1752 1 deel 2371 Lijsten van de lenen van de proosdij, met aanwijzing van de bezitters, ca. 1672, ca. 1685, met een lijst van de lenen en heergewaden, 18e eeuw 1 omslag 2372 Aantekeningen, getrokken uit het leen- en tijnsregister van de proosdij, 17e-18e eeuw 17e-18e eeuw 1 omslag 2373 Minuten en afschriften van leen- en tijnsbrieven en van plechten en lenen en tijnzen, 1511-1778 1511-1778 1 pak 2374 Procuraties om te verschijnen voor stadhouder en leenmannen van de proosdij of van het kapittel, 1577-1790 1577-1790 1 pak Zie ook nr. 1088 NB 2375 Aantekeningen ten behoeve van de leengriffier of zijn klerk gemaakt over heffing van lenen, met aan hen gerichte brieven en minuten van akten van aanstelling van stadhouders van de lenen, 1575-1777 1575-1777 1 omslag 2376 Rekening van Marcus van Weeze als gemachtigde van het kapittel, gedurende de vacature van de proosdij, over de ontvangsten van de lenen en de rantsoenen van de pachten van de proosdij, 1543-1546. In tweevoud 1543-1546. In tweevoud 1 omslag De exemplaren zijn bestemd voor de deken en voor het kapittel. Het slot is onder de capitulairen verdeeld NB 2377 Acquitten van de betaling van de veertigste penning wegens de overdracht van leengoederen van de proosdij, 1613-1674 1613-1674 1 omslag 2378 Aantekeningen over de ontvangst van de leges van de lenen en tijnzen van de proosdij door de gemachtigde van het kapittel volgens resolutie van 21 mei 1677, 1677-1678, met aantekeningen van de ontvangst van leges van nieuwe huren, 1679-1686 1 deel 2379 Stukken betreffende het proces, voor het leenhof van de proosdij gevoerd door Johan Prijs van Parijs van Zuydoert tegen de executeurs van Agniese van Leeuwenberch en Frederik de Wael van Vronesteyn, over het recht op tienden, door Agniese van Leeuwenberch in leen gehouden van de proosdij, 1578-1580 1578-1580 1 pak 2380-2380 Akten waarbij verschillende personen worden beleend met goederen in de gerechten binnen de vrijheid van Utrecht, namelijk Blijenburg, Hogelande, Lauwerecht en Nieuwe Weerd, 1289, 1546-1768 1289, 1546-1768 9 charters 2380-1 1289 febr. 21 2380-2 1546 jan. 1 2380-3 1546 febr. 18 2380-4 1552 mrt. 23 2380-5 1600 sept. 30 2380-6 1638 mrt. 30 2380-7 1638 juli 22 2380-8 1740 okt. 24 2380-9 1768 april 9 2381-2381 Akten waarbij verschillende personen worden beleend met goederen in Oostveen, 1743-1789 1743-1789 6 charters 2381-1 1743 nov. 25 2381-2 1756 april 24 2381-3 1774 mrt. 1 2381-4 1774 mrt. 1 2381-5 1780 febr. 1 2381-6 1789 dec. 1 2382 Vonnis door het leenhof van de domproost in een proces over de halve tiend te Papendorp, 1511 nov. 11 1511 nov. 11 1 charter 2383 Akte waarbij de domproost aan Willem Feyt Willemsz. vergunt de tienden van Papendorp te maken tot een lijftocht van zijn vrouw Bertha van Wijngaerden, 1568 juni 8 1568 juni 8 1 charter 2383-2383 Akte van belening van Johan Kelfkens met 3 morgen land te Vleuten, 1784, met betreffend verzoekschrift tot splitsing van 1783 1 stuk en 1 charter 2383-a 1783 2383-b 1784 juli 1 2384-2384 Akten van belening van verschillende personen met een halve hoeve land te Jaarsveld, 1551-1768 1551-1768 4 charters 2384-1 1551 sept. 25 2384-2 1579 dec. 30 2384-3 1721 sept. 13 2384-4 1768 aug. 1 2385 Akte van belening van Johan van Ryn van Jutfaes met de tienden van tien hoeven in het Overeind van Jutphaas, 1555 juni 1 1555 juni 1 1 charter 2386-2386 Akten van belening van Alaerd en Johan, bastaardzonen van heer Alaerd van Buren en Gheertruut van de Krans Florensdochter, ieder met een hoeve land te Werkhoven, met akten waarbij de twee hoeven worden bestemd tot lijftocht van hun moeder en deze nog 4 morgen land aan Willem van Boechout in erfpacht ontvangt, mits zij geen huwelijk aangaat, noch kinderen wint dan bij de heer van Buren, 1400 1400 4 charters (gecancelleerd) 2386-1 1400 mei 20 2386-2 1400 mei 20 2386-3 1400 mei 20 2386-4 1400 juni 7 2387-2387 Akten van belening van verschillende personen met goederen te Cothen, 1390-1802 1390-1802 1 stuk en 23 charters 2387 1722 2387-2 1390 april 20 2387-3 1581 sept. 23 2387-4 1597 mrt. 19 2387-5 1625 juli 9 2387-6 1646 sept. 7 2387-7 1704 mrt. 18 2387-8 1710 dec. 29 2387-9 1712 mrt. 19 2387-10 1715 sept. 19 2387-11 1717 dec. 14 2387-12 1739 dec. 7 2387-13 1755 april 7 2387-14 1764 juni 6 2387-15 1765 dec. 10 2387-16 1771 mrt. 1 2387-17 1773 febr. 20 2387-18 1776 mrt. 12 2387-19 1776 mrt. 12 2387-20 1776 mrt. 12 2387-21 1784 jan. 20 2387-22 1784 juli 3 2387-23 1786 april 20 2387-24 1802 april 12 2388-2388 Akten van belening van verschillende personen met goederen te Wijk, met een akte betreffende de verbintenis van een leengoed voor een lijftocht, 1504-1627 1504-1627 9 charters 2388-1 1504 jan. 19 2388-2 1532 2388-3 1546 febr. 18 2388-4 1551 okt. 31 2388-5 1558 nov. 18 2388-6 1627 mei 5 2388-7 1628 sept. 4 2388-8 1694 aug. 8 2388-9 1778 juni 22 2389-2389 Akten van belening van verschillende personen met 5½ morgen land te Wijk en Langbroek, 1693-1776 1693-1776 5 charters 2389-1 1693 okt. 26 2389-2 1704 mrt. 18 2389-3 1710 dec. 29 2389-4 1765 dec. 10 2389-5 1776 mrt. 12 2390-2390 Akten van belening van verschillende personen met goederen te Nederlangbroek, 1559-1791 1559-1791 5 charters 2390-1 1559 jan. 28 2390-2 1562 april 29 2390-3 1780 sept. 16 2390-4 1786 jan. 28 2390-5 1791 mrt. 1 2391-2391 Akten van belening van verschillende personen met goederen te Doorn, Driebergen en Darthuizen (Leersum), 1380-1775 1380-1775 20 charters 2391-1 1380. Afschrift 2391-2 1440 nov. 4 2391-3 1443 juli 31 2391-4 1532 jan. 18 2391-5 1544 juli 19 2391-6 1549 nov. 21 2391-7 1556 mrt. 10 2391-8 1565 mrt. 17 2391-9 1567 febr. 8 2391-10 1588 febr. 24 2391-11 1600 mei 7 2391-12 1615 dec. 20 2391-13 1618 febr. 7 2391-14 1653 okt. 8 2391-15 1698 nov. 25 2391-16 1750 mei 4 2391-17 1754 april 20 2391-18 1768 okt. 13 2391-19 1770 mei 1 2391-20 1775 dec. 22 2392 Akte waarbij Sweder van Boechout, knaap, en zijn vrouw verschillende cotlanden en waarschappen te Amerongen, lenen van de domproosdij aan de domproost Sweder Uterloe verkopen en overdragen, 1370 mrt. 29 1370 mrt. 29 1 charter 2393-2393 Akten van belening door de domproost van heren van Natewisch met gedeelten van een hoeve te Amerongen, 1725, 1737, deels afschriften, met aantekeningen, 1756 1 omslag en 3 charters 2393 1725. Afschriften, 1772 2393-2 1737 aug. 24, met aantekening, 1756 2393-3 1737 aug. 24, met aantekening, 1756 2393-4 1737 aug. 24, met aantekening, 1756 2394 Gerechtsbrief van Amerongen, waarbij de domproost het goed Berkesteyn c.a. van de leenroerigheid aan de proosdij ontslaat, met toestemming van het kapittel, 1621 dec. 26 1621 dec. 26 1 charter 2394-a Akte van belening van Mr. Nicolaas van Overmeer met 3 morgen 434 roeden te Honswijk, 1786 nov. 1 1786 nov. 1 1 charter 2395-2395 Stukken betreffende de overdracht aan de domproosdij, in ruil tegen de deels verduisterde leengoederen in Brabant (Westerloo enz.), van het gerecht van Renswoude, in huis te Emminchuysen, de tijnzen van 914 morgen land te Woudenberg, en 40 morgen land te Renswoude, door Johan van Reede, heer van Renswoude, die een en ander in leen weder ontvangen zal, 1638, 1642, met akten van belening van verschillende personen met gedeelten van deze goederen, 1645-1772 1 omslag en 6 charters De ruil had plaats bij overeenkomst van 7 september 1637 (oude stijl) en werd door het kapittel goedgekeurd op 17 juni 1639, de sterfdag van de proost NB 2395 1638-1642 2395-2 1642 juli 7 2395-3 1645 jan. 29 2395-4 1772 mei 1 2395-5 1772 mei 1 2395-6 1772 mei 1 2395-7 1772 mei 1 2396-2396 Akte waarbij de bisschop de verkoop bevestigt door Everardus van Stoutenbergh, ridder, aan de domproost van de tienden te De Haar, die hij van de bisschop in erfleen hield, 1311, met akten van belening van verschillende personen met de Haarse tiend te Bunschoten, 1504, 1638 1504, 1638 3 charters 2396-1 1311 sept. 22 2396-2 1504 dec. 5 2396-3 1638 sept. 12 2397-2397 Eigendomsbewijzen voor de domproosdij van 30 morgen leenland in en bij Este, erfelijk verbonden aan de heerlijkheid Mierlaer, 1339 1339 2 charters 2397-1 1339 aug. 30 2397-2 1339 sept. 16 2398-2398 Akte van overdracht aan de domproost van de tienden te Elden met toebehoren door Willam, heer van de Bergh en Bylant, met zijn vrouw Sophye, ten behoeve van heer Otto van Bylant, met desbetreffende verklaring door laatstgenoemde, 1357 1357 2 charters 2398-1 1357 mrt. 5 2398-2 1357 mrt. 15 2399 Aantekeningen, getrokken uit de leenregisters, betreffende de tienden te Barneveld en Ede, <DT >1602-1749 1 omslag 2399-2399 Akten van belening van verschillende personen met goederen te Leiderdorp, 1517-1780 1517-1780 1 stuk en 10 charters 2399-a-1 1517 2399-a-10 1772 juli 4 2399-a-11 1780 april 3 2399-a-2 1534 mei 28 2399-a-3 1611 mei 15 2399-a-4 1611 mei 15 2399-a-5 1698 juni 3 2399-a-6 1755 okt. 13 2399-a-7 1760 mei 10 2399-a-8 1764 juni 5 2399-a-9 1772 juli 4 2400 Uitreksel uit het leenregister van de proosdij betreffende beleningen met lenen onder Leiderdorp, 1602-1717 1602-1717 1 deel 2401 Stukken betreffende het verzoek door K. en W. Schelvisvanger aan het kapittel om twee hun toekomende lenen van de proosdij in Maasland te mogen splitsen, 1764 1764 1 omslag 2402 Lijst van de leenmannen en leengoederen van de proosdij in Brabant, 15e eeuw 15e eeuw 1 deel 2403 Denombrementen van lenen van de proosdij in het land van Westerloo, 1594. Afschrift, 17e eeuw 1594. Afschrift, 17e eeuw 1 deel 2404 Minuten van akten van aanstelling van stadhouders van de lenen van de domproosdij in Brabant, 1620-1626 1620-1626 1 omslag 2405 Stukken betreffende de invordering van verduisterde tijnzen, 1749 1749 1 omslag 2406-2406 Akten van overdracht, plechten en tijnsbrieven van goederen te Cothen, 1370-1782 1370-1782 29 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 2406-1 1370 april 11 2406-2 1388 juli 26 2406-3 1389 mei 30 2406-4 1404 juni 19 2406-5 1416 juni 30 2406-6 1416 okt. 5 2406-7 1475 nov. 13 2406-8 1501 mrt. 26 2406-9 1541 nov. 9 2406-10 1547 sept. 3 2406-11 1547 okt. 15 2406-12 1552 okt. 22 2406-13 1560 mrt. 23 2406-14 1560 april 6 en 1598 nov. 15 2 charters, getransfigeerd 2406-15 1568 juni 1 2406-16 1568 juni 1 2406-17 1573 mei 12 2406-18 1595 mei 10 2406-19 1597 mrt. 8 2406-20 1626 okt. 14 2406-21 1629 nov. 27 2406-22 1710 juni 21 2406-23 1723 febr. 9 2406-24 1755 april 7 2406-25 1769 juni 22 2406-26 1772 juli 18 2406-27 1775 sept. 4 2406-28 1782 juli 6 2407 Lijst van hetgeen de domproost jaarlijks op de laatste zondag in mei te Cothen en elders heeft ontvangen van melten en backen, ca. 1350 ca. 1350 1 charter (in rolvorm) 2408 Staten van te betalen en van ontvangen tijnzen te Cothen, ca. 1630, 1672, 1677, 1681, 1687, 1690, 1706 ,met aantekeningen van betalingen over 1772-1720 en een desbetreffend verzoekschrift aan het kapittel, ca. 1650 1 omslag 2409 Akte van overdracht voor het tijnshof van de domproost van een stuk land te Wijk, 1531 jan. 24 1531 jan. 24 1 charter 2410 Staten van betalen en van ontvangen tijnzen te Doorn en Leersum, 1601, 1632, ca. 1650, 1660, 1668, 1677, 1686, 1693-1695, 1704, 1706, met aantekeningen van betalingen over 1668-1621 1 omslag 2411-2411 Akten van overdracht en tijnsbrieven van goederen te Doorn, 1538-1629 1538-1629 9 charters 2411-1 1538 nov. 22 2411-2 1553 april 28 2411-3 1557 juni 26 2411-4 1561 mei 31 2411-5 1564 dec. 22 2411-6 1566 juli 15 2411-7 1567 juli 29 2411-8 1624 mei 4 2411-9 1629 nov. 14 2412 Rol van de op St. Maartendag te Amerongen en elders te ontvangen tijnzen, ca. 1350 ca. 1350 1 charter 2413 Registers en lijst van ontvangen tijnzen te Amerongen, Doorn (met Leersum) en Cothen, 1498, 1499, 1506, 1552, 1578, 1602, 1612, met restantlijst over 1599 1498, 1499, 1506, 1552, 1578, 1602, 1612, met restantlijst over 1599 1 omslag Over 1499 betreft het tevens een staat van uitgaven NB 2414 Staten van te betalen en van ontvangen tijnzen te Amerongen, 1601, ca. 1644, 1687, met aantekeningen van betalingen tot 1720 1 omslag De staat van ca. 1644 is van het huis Natewisch NB 2415 Register van ontvangen tijnzen te Amerongen, tevens van het huis Natewisch, het Goy (van het kapittel) en Cothen, 1661 1661 1 deel 2416 Aantekeningen van overdrachten van tijnsgoederen te Amerongen, Cothen en Doorn, getrokken uit de leenregisters, 1601-1604 1601-1604 1 omslag 2417-2417 Akten van overdracht en tijnsbrieven van goederen te Amerongen, 1366-1736 1366-1736 18 charters 2417-1 1366 febr. 23 2417-2 1368 okt. 11 2417-3 1390 jan. 16 2417-4 1390 jan. 16 2417-5 1449 mei 13 2417-6 1524 mei 7 2417-7 1533 juni 18 2417-8 1538 aug. 27 2417-9 1542 juni 22 2417-10 1542 juni 23 2417-11 1547 2417-12 1562 mei 23 2417-13 1563 juli 8 2417-14 1598 mrt. 25 2417-15 1602 mei 8 2417-16 1625 mei 31 2417-17 1631 mrt. 31 2417-18 1736 jan. 18 2418-2418 Eigendomsbewijs voor het kapittel van de tijnzen van Natewisch, 1643, met oudere akten van overdracht en een kwijting wegens betaalde leges, 1602, 1608, 1643 1 stuk en 3 charters (waarvan 2 getransfigeerd) Deze tijnzen worden vanaf 1644 verantwoord in de rekeningen van de Proosdijkamer NB 2418 1608 2418-2 1602 juli 3 en 1608 juni 11 ( 2 charters getransfigeerd) 2418-3 1643 mei 20 2419 Register van tijnsbrieven van het huis Natewisch, 1644-1744 1644-1744 1 deel Voorin is een lijst van de goederen opgenomen. Zie ook Catalogus van de rechterlijke archieven door S. Muller Fz (Utrecht, 1892) nr. 2040 NB 2420 Akte waarbij Wijnant van Aernhem afstand doet van zijn pachtrecht op het tijnsgoed te Angeren, 1460 nov. 8 1460 nov. 8 1 charter 2421 Register van de erfgrondtijnzen onder Valburg in het ambt van Over-Betuwe, behorende aan de domproosdij, 1487 en later. Afschrift, 16e eeuw 1487 en later. Afschrift, 16e eeuw 1 deel De bedoelde tijnzen behoorden onder hof te Angeren. Gegevens betreffende de tijnzen vindt men onder de bescheiden over de hofgoederen in het algemeen bij de pachtgoederen. In dit deel zijn door W. Brock aantekeningen opgenomen over tijnzen behorende onder de hof te Knijfheze. De band bevat een uitspraak door een pauselijk auditor in een proces over een vicarie te Alkmaar uit 1477 NB 2422 Procuratie door het kapittel gegeven tot de overdracht van de tijnzen onder Loo of Angerloo aan Th. J. Bakker, ontvanger van de verpondingen, 1792, met aantekeningen betreffende die tijnzen 1 omslag 6.6. Het aartsdiakonaat van de proost 6.6.1. Algemeen 2423 Akte waarbij Hugo, abt van het premonstratenser klooster te Middelburg, erkent het recht tot aanstelling en afzetting van kanunniken in de curen, die aan het klooster behoren, heeft ontvangen van de aartsdiaken van de Dom Ghiselbertus Koc, 1388 mei 5 1388 mei 5 1 charter 2424 Rekening over de ontvangst wegens uitkeringen van de geestelijken aan de aartsdiaken van de Dom ter gelegenheid van zijn blijde inkomst, 1475 1475 1 stuk Het betreft een fragment dat alleen betrekking heeft op Walcheren NB 2425 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor de commissaris van de paus door de domproost-aartsdiaken tegen de gebeneficeerde geestelijken in Holland over hun verplichtingen tot de betaling aan de aartsdiaken van een cartitativum subsidium of jocundus adventus, 1506 1506 1 omslag 2426 Akte waarbij Philibertus Naterelli, aartsdiaken van de Dom, mr. Adrianus Ram, zijn officiaal, en mr, michaël Keyen, zijn notaris, machtigt om te onderhandelen en overeen te komen tot beëindiging van de twist met de geestelijkheid en sommige klossters in Holland, die hem een blijde inkomst hebben geweigerd en van hun onderzaten geld nemen om tegen hun aartsdiaken te procederen, 1507 febr. 16 1507 febr. 16 1 charter 2426-2426 Stukken betreffende de collatie van de parochiekerk van Leersum, 1312, 1345 1312, 1345 2 charters 2426-a 1312 april 8 2426-b 1345 nov. 16 6.6.2. Collatie van beneficies 2427 Minuut van een brief van de domproost-aartsdiaken Gijsbrecht van Brederode aan de hertog van Kleef over de collatie van de kerk van Weel, 1466 (?) 1466 (?) 1 stuk 2428 Uitspraak door dr. Johannes van Wemelinghe, deken van St. Goedele te Brussel, in een proces tussen Philibertus Naturelli, pauselijk protonotarius en domproost van Utrecht, en Franciscus van Meluyn, voorheen protonotarius, dan bisschop van Terwaan, over de commenda perpetua van de proosdij van St. Marie te Brugge, 1518. Afschrift 1518. Afschrift 1 stuk 2429 Lijsten van beneficies, staande ter collatie van de domproost-aartsdiaken, met stukken betreffende enige beneficies, ca. 1400, 1547, 1591-1753 ca. 1400, 1547, 1591-1753 1 omslag 6.6.3. Jurisdictie van de aartsdiaken en zijn offciaal Processtukken bleven in de archieven van de notarissen. Zie de rubriek Processen (notariële archieven, waarin het kapittel geen partij is, gevoerd voor de aartsdiaken van de Dom (10.5). NB 2430 Arbitale uitspraak door Syfridus, aartsbisschop van Keulen ter beëindiging van de geschillen tussen de bisschop van Utrecht en de proost-aartsdiaken van de Dom over de grenzen van hun wederzijdse compententie, 1294 febr. 27 1294 febr. 27 1 charter 2431 Overeenkomsten tussen de bisschop en de domproost-aartsdiaken over de uitoefening van de aartsdiakonale jurisdictie, 1324-1377. Afschriften 1324-1377. Afschriften 1 omslag 2432 Register bevattende afschriften van de overeenkomsten tussen de bisschop en de domproost-aartsdiaken over de kerkelijke jurisdictie, 1376, 1396, en van de constituties van het concilie van Konstanz van 1418, 15e eeuw 1 band 2433 Brief van het Hof van Holland aan de domproost-aartsdiaken Gijsbrecht van Brederode, met het verzoek zijn maatregelen tegen die van Leiden ter zake van de geestelijke jurisdictie op te schorten, en in overleg te treden, ca. 1460 ca. 1460 1 stuk 2434 Concept van een memorie, namens de domproost Symon van de Sluys gericht aan het domkapittel, met klachten over inbreuken, door de bisschop gemaakt op de jurisdictie van de aartsdiaken van de Dom, 1496-1499 1496-1499 1 stuk 2435 Register, met afschriften van overeenkomsten van 1321-1417 tussen de bisschop en de aartsdiaken van de Dom over hun wederzijdse bevoegdheden, einde van de 15e eeuw einde van de 15e eeuw 1 deel 2436 Register van akten betreffende de aartsdiakonale jurisdictie van de domproost, 1e helft van de 16e eeuw 1e helft van de 16e eeuw 1 deel 2437 Brieven van het Hof van Holland en van de landvoogdes Margareta van Parma aan de domproost-aartsdiaken Cornelis van Mierop, 1562-1563 1562-1563 1 omslag 2438-2438 Commissie voor mr. Arnoldus Pott, van St. Pieter en kanunnik van de Dom, als officiaal van de domproost-aartsdiaken, die de (in 1391) door hem verzworen overeenkomst betreffende de verplichte uitkeringen en diensten van de socius en de officiaal bevestigt, 1394, met afschrift, ca. 1600 1394, met afschrift, ca. 1600 1 stuk en 1 charter 2438 ca. 1600 2438-2 1394 mei 2 2439 Brieven van de domproost-aartsdiaken Gijsbbrecht van Brederode aan zijn officiaal W. Paedze over instituties, vóór 1474 vóór 1474 1 omslag 2440 Commissie voor Gerardus ther Herenhave, deken van Rees, als officiaal van de domproost-aartsdiaken, 1484 mei 19 1484 mei 19 1 charter 2441 Brieven aan de officiaal Gherardus ther Herenhave, 1500, 1502 1500, 1502 1 omslag 2442 Brieven aan de officiaal mr. Adrianus Ram, 1504, 1512, 1513, 1515 1504, 1512, 1513, 1515 1 omslag 2443 Brief aan de officiaal Johannes a Zolmis, 1524 1524 1 stuk 2444 Commissie voor de kanunnik Lambertus then Duynen als officiaal van de aartsdiaken van de Dom, 1542 mei 3 1542 mei 3 1 charter 2445 Brieven aan de officiaal Lambertus ten Duynen, 1541, 1550 1541, 1550 1 omslag 2446 Commissie voor de kanunnik dr. Franciscus Sonck als officiaal van de aartsdiaken van de Dom, 1543 april 6 1543 april 6 1 charter 2447-2447 Akten waarbij de domproostaartsdiaken aan het kapittel Johannes van Bruhesen voordraagt ter aanstelling tot zijn officiaal, 1570, 1571 1570, 1571 2 charters 2447-1 1570 april 23 2447-2 1571 mei 11 2448-2448 Akten waarbij de domproost-aartsdiaken aan het kapittel Engelbertus van Bruhesen voordraagt ter aanstelling tot zijn officiaal, 1572, 1576 1572, 1576 2 charters 2448-1 1562 juni 4 2448-2 1576 april 16 2449 Instructie voor L. ten Duynen als officiaal van de aartsdiaken, 1547, met akte van overeenkomst tussen de kanunniken, 1580, en extracten van resoluties van het kapittel betreffende het officialaat, 1649, 1755 1649, 1755 1 omslag 2450 Verzoekschrift door domkapittel aan het Hof van Utrecht, wegens de overlast die de deken in de Betuwe in de uitoefening van de aartsdiakonale jurisdictie ondervindt van mr. Henrick Sluyter, beneficiaat te Arnhem, op grond van een commissie hem gegeven door Willem van Oss, cureit te Elst, handelde in deze voor mr. Jan Goch, vicaris van de bisschop van Utrecht, ca. 1530. Afschrift ca. 1530. Afschrift 1 stuk 2451 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door de procureur-generaal tegen de officiaal van de domprrost-aartsdiaken over de vraag of geschillen over het bezit van beneficies ter berechting staan alleen van het Hof of van beide partijen, 1561 1561 1 stuk De officiaal was destijds Johannes van Bruhesen, en het stuk is vermoedelijk uit zijn papieren afkomstig NB 2452 Lijst van zaken, behandeld door de procureur-fiscaal van de aartsdiaken van de Dom 1555-1561, met aantekeningen en toevoegingen van Johannes van Bruhesen (offciaal vanaf 1561), met ingekomen stukken en minuten van deze als officiaal en particulier, 1560-1588 1560-1588 1 omslag 2453 Minuten van vonissen in verschillende zaken, geschreven met de hand van Johannes van Bruhesen, officiaal van de aartsdiaken, 1562/63 1562/63 1 omslag 2454 Verzoekschrift door de domproost-aartsdiaken aan het Hof van Holland om hulp tegen de provisor van Schieland, die weigert met de deken van Schieland terecht te zitten, en hem in de kerk van Schiedam heeft mishandeld, ca. 1563, minuut, afkomstig uit de papieren van Johannes van Bruhesen, met brief van de landvoogdes aan de domproost-aartsdiaken over deze zaak, 1563 1563 1 omslag 2455 Concept-overeenkomsten tussen de bisschop van Middelburg en de officiaal van de aartsdiaken van de Dom over de uitoefening van de geestelijke jurisdictie, overgegeven aan commissarissen van de hertogin van Parma, met klachten daarover van de aartsdiaken en afschrift van de bevestiging door de hertogin, 1562-1565 1562-1565 1 omslag Dit dossier is afkomstig van Johannes van Bruhesen, destijds officiaal NB 2456 Memories door de domproost-aartsdiaken en door het domkapittel aan de Geheime Raad tot handhaving, van de eerste in zijn bezit van de jurisdictie over Kennemerland en Amstelland, en van het kapittel in dat van de pensie als vergoeding voor het verlies van de proosdij van West-Friesland, waarin zij zijn geturbeerd door de bisschop van Haarlem, met contra-memorie van laatstgenoemde, 1571 1571 1 omslag 6.6.4. Inkomsten van het aartsdiakonaat 2457 Vidimus door de officiaal van de aartsdiaken van de Dom van drie brieven van 1366, 1367, 1368, waarbij hertog Albrecht, bisschop Jan en de domproost-aartsdiaken toestemming verlenen tot de verheffing van de parochiekerk van Dordrecht tot een kapittelkerk, en van een brief van 1368, waarbij het kapittel ter zake een rente schuldig te zijn van 2 mark 2 lood zilver, 1368. Afschrift, 16e eeuw 1 stuk 2458 Obligatie ten behoeve van de domproost-aartsdiaken van 2 ons zilver per jaar wegens de medewerking, bij de verheffing van de St. Janskerk te Nieuw-Duiveland tot een kapittelkerk verleend, 1500 juli 30 1500 juli 30 1 charter 2459 Akte van confirmatie door de aartsdiaken van de incorporatie van de St. Agathakerk te Beverwijk in de commanderij van St. Jan te Haarlem, 1504 mei 22 1504 mei 22 1 charter 2460 Stukken betreffende de goedkeuring van de verheffing van de parochiekerk van Capelle op Zuid- Beveland tot een kapittelkerk, 1503-1505 1503-1505 1 omslag Voor zijn medewerking ontving de aartsdiaken een rente NB 2461 Akte waarbij de commandeur van St. Jan te Haarlem zich verbindt tot de betaling van een rente van 3 lood zilver aan de domproost-aartsdiaken, wegens de incorporatie bij zijn klooster van de kerken te Heemskerk en Hazerswoude, 1528 dec. 29 1528 dec. 29 1 charter 2462 Akte waarbij het convent van de Drie Koningen te Zierikzee zich verbindt tot de betaling van een rente van 1 keurvorsten-gulden aan de domproost-aartsdiaken, wegens de incorporatie van de vicarie van de H. Drie Koningen in de kapel van het convent, 1547 mei 16 1547 mei 16 1 charter 2463-2463 Manualen van de officiaal van de aartsdiaken, 1440-1592 1440-1592 23 banden Niet volledig. De manualen zijn van Wilhelmus Paedze, 1440 (waaraan gehecht manualen van G. ter Herenhove 1497-1499) en 1445, van Swederus van Weteringe, 1452, van G. ter Herenhove, 1500, 1501 (transfix), drie banden van Adrianus Ram, 1502-1510, (met beschadigd slot), 1511-1513 en 1514-1517 en van Stephanus van Haeften, 31 december 1591-Cantate 1592. De meeste manualen lopen van Cantate tot Cantate NB 2463-1 1440-1441 2463-2 1445-1446 2463-3 1452-1453 2463-4 1497-1498 2463-5 1498-1499 2463-6 1499-1500 2463-7 1501-1502 2463-8 1501-1502 2463-9 1502-1503 2463-10 1503-1504 2463-11 1504-1505 2463-12 1505-1506 2463-13 1506-1508 2463-14 1508-1509 2463-15 1509-1510 2463-16 1510-1511 2463-17 1511-1513 2463-18 1513-1514 2463-19 1514-1515 2463-20 1515-1516 2463-21 1516-1517 2463-22 1517-1518 2463-23 1591-1592 2464-2464 Rekeningen van de officiaal van de aartsdiaken, 1405-1808 1405-1808 112 banden De meeste rekeningen lopen van Cantate (vierde zondag na Pasen) tot Cantate. De rekening van Arnoldus Wael begint dinsdag, die van Wisso van Zirixee woensdag na Cantate, die van 1474-1482 en misschien 1483 met Remigii. Sommige zijn zwaar beschadigd. In de oorspronkelijke lias van 1562-1642 bevonden zich nog rekeningen van de prebende van de proost, van Johan van de Berch, 1598, 1599, en Willem van Cleeff, 1600, en verder de rekening van de reparatie van de windmolen en rosmolen te Doorn, in tweevoud, 1602. In de oorspronkelijke lias 1603-1620 bevonden zich nog een register van de goederen van de domproost, ca. 1603, en een rekening van de prebende van de proost, van Johannes van Kuyck, over 1603/04. Aanwezig zijn 169 rekeningen van: - Arnoldus Wael, 1405 - Wisso van Zirixee, 1409 (fragment) en 1419 (2) - N.N., 1473 - Theodoricus Uterweer, 1474, 1475 - Everardus Zoudenbalch, 1477-1479, 1481, 1482 - Hugo van Hove, 1483 - Gerardus ter Herenhove, 1484-1498, 1499-1500 (2), 1501, 1502 (2) - Adrianus Ram, 1503 (2) en 1504-1517 - Johannes van Zolms, 1518-1523, 1525 - Petrus van Gouda, 1528 - Gerardus van Zuggerode, 1529 (2) - Gerardus Beyer, 1529, 1530 - N.N., 1531 - Johannes van Gogh, 1532, 1533 - Lambertus ten Duynen, 1534-1536, 1542, 1544-1545 (deze officiaal was door de keizer benoemd tijdens de sedisvacantie. Het kapittel had Sonck benoemd in 1544, maar deze werd afgezet en pas in januari hersteld) en 1546-1551 - Johannes Waldoriaux, 1537 - Adrianus van Renesse, 1538, 1539 - Godefridus Boelen, 1540, 1541 - Godefridus Boelen, namens Franciscus Sonck, 1543 - Franciscus Sonck, 1545 - Anthonius van Aemstel van Mynden, 1552-1555 - Johannes van de Vecht, 1556-1560 - Johannes van Bruhesen, 1561, 1562 (2) en 1563-1571 - Engelbertus van Bruhesen, 1572-1576 (2), 1577-1579, 1580 (2) - Theodoricus Thielmanni, 1581, 1582 - Stephanus van Haeften, 159 NB 2464-1 1405-1406 2464-2 1409-1410 Niet volledig NB 2464-3 1419-1420 2464-4 1473-1474 2464-5 1474-1475 2464-6 1475-1476 2464-7 1477-1478 2464-8 1478-1479 2464-9 1479-1480 2464-10 1481-1482 2464-11 1482-1483 2464-12 1483-1484 2464-13 1484-1485 2464-14 1485-1486 2464-15 1486-1487 Niet volledig NB 2464-16 1487-1488 2464-17 1488-1489 2464-18 1489-1490 2464-19 1490-1491 2464-20 1491-1492 2464-21 1492-1493 2464-22 1493-1494 2464-23 1494-1495 2464-24 1495-1496 2464-25 1496-1497 2464-26 1497-1498 2464-27 1498-1499 2464-28 1499-1500 2464-29 1500-1501 2464-30 1501-1502 2464-31 1502-1503 2464-32 1503-1504 2464-33 1504-1505 2464-34 1505-1506 2464-35 1506-1507 2464-36 1507-1508 2464-37 1508-1509 2464-38 1509-1510 2464-39 1510-1511 2464-40 1511-1512 2464-41 1512-1513 2464-42 1513-1514 2464-43 1514-1515 2464-44 1515-1516 2464-45 1516-1517 2464-46 1517-1518 2464-47 1518-1519 2464-48 1519-1520 2464-49 1520-1521 2464-50 1521-1522 2464-51 1522-1523 2464-52 1523-1524 2464-53 1525-1526 2464-54 1528 Cantate-dec. 31 2464-55 1529 jan 1-juli 31 2464-56 1529 aug. 1-1530 Cantate 2464-57 1530-1531 2464-58 1531-1532 2464-59 1532-1533 2464-60 1533-1534 2464-61 1534-1535 2464-62 1535-1536 2464-63 1536-1537 2464-64 1537-1538 2464-65 1538-1539 2464-66 1539-1540 2464-67 1540-1541 2464-68 1541-1542 2464-69 1542-1543 2464-70 1543-1544 2464-71 1544 april 7-Cantate 2464-72 1544 Cantate-1545 jan. 5 2464-73 1545 jan. 7-Cantate 2464-74 1546-1547 2464-75 1547-1548 2464-76 1548-1549 2464-77 1549-1550 2464-78 1550-1551 2464-79 1551-1552 2464-80 1552-1553 2464-81 1553-1554 2464-82 1554-1555 2464-83 1555-1556 2464-84 1556-1557 2464-85 1557-1558 2464-86 1558-1559 2464-87 1559-1560 2464-88 1560-1561 2464-89 1561-1562 2464-90 1562-1563 2464-91 1563-1564 2464-92 1564-1565 2464-93 1565-1566 2464-94 1566-1567 2464-95 1567-1568 2464-96 1568-1569 2464-97 1569-1570 2464-98 1570-1571 2464-99 1571-1572 2464-100 1572-1573 2464-101 1573-1574 2464-102 1574-1575 2464-103 1575-1576 2464-104 1576-1577 2464-105 1577-1578 2464-106 1578-1579 2464-107 1579-1580 2464-108 1580-1581 2464-109 1581-1582 2464-110 1582-1583 2464-111 1591 dec. 31-1592 Cantate, 1592-1593, 1593-1594, 1594-1595, 1595-1596, 1600-1601, 1601-1602, 1602-1603, 1603-1604, 1604-1605, 1605-1606, 1606-16007, 1607-1608, 1608-1609, 1609-1610, 1610-1611, 1611-1612, 1613-1614, 1614-1615, 1615-1616, 1616-1618, 1618-1620 2464-112 1681-1682, 1682-1685, 1685-1687, 1688-1690, 1690-1692, 1705-1706, 1767-1771, 1795-1796, 1796-1797, 1797-1798, 1799-1808 2464-a< -1-2464-a-15. VB>Minuten en dubbelen van de rekeningen van de aartsdiaken, 1419-1777 1419-1777 14 banden en 1 pak 2464-2464 Minuten en dubbelen van de rekeningen van de aartsdiaken, 1419-1777 1419-1777 14 banden, 1 pak 2464-a-1 1419-1420 2464-a-10 1573-1574 2464-a-11 1574-1575 2464-a-12 1575-1576 2464-a-13 1576-1577 2464-a-14 1577-1578 2464-a-15 1580-1581, 1591 dec. 31-1592 Cantate, 1592-1593 (dubbel), 1593-1594 (dubbel), 1600-1601, 1603-1604, 1605-1606, 1606-1607, 1607-1608, 1608-1609, 1609-1610, 1610-1611, 1614-1615, 1767-1771 (dubbel) 2464-a-2 1499-1500 2464-a-3 1500-1501 2464-a-4 1502-1503 2464-a-5 1503-1504 2464-a-6 1529 jan. 1-juli 31 2464-a-7 1545 jan. 7-Cantate 2464-a-8 1562-1563 2464-a-9 1572-1573 2465 Bijlagen tot rekeningen van Johannes van Bruhesen als offciaal van de aartsdiaken, 1561-1565, en van Engelbert van Bruhesen als officiaal, 1573 1573 1 omslag Hierbij enige stukken betreffende gelden, die wel door de handen van de officiaal gegaan, maar niet in de rekeningen verantwoord zijn NB 2466 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het gerecht van de stad Utrecht en het Hof, tussen de executeurs-testamentair van de kanunnik Engelbert van Bruhesen en de domproost Anthonis van Bossu, over het afleggen van rekening en verantwoording van het officialaat, afschriften, 1587, onder meer van het contract tussen de proost en het kapittel over het beheer van de proosdijgoederen van 1580 1 omslag 2467 Bijlage tot de rekening van de officiaal mr. Adriaen Ploos, 1618 1618 1 stuk 2468 Rekening van jordanus Nicolai, kanunnik van St. Pieter te Middelburg, wegens de aartsdiakonale jurisdictie in Holland, Zeeland en de Vier ambachten, tevens de instructies aldaar, 1482 1482 1 stuk Het betreft een fragment. De rekening van de uitgaven en het reces ontbreken. Onder de ontvangsten komen, naast Goylandia en Batua, ook Schieland en Amstelland niet voor NB 2469 Rekening van de deken van Goylandia, 1498/99 1498/99 1 stuk Het betreft een fragment van een ontwerp NB 2470 Registers van ontvangsten van mr. Gerardus Witt wegens de provosorie (mogelijk het decanaat) van Rijnland, 1504/05, 1507/08 1504/05, 1507/08 1 omslag In de rekeningen van de officiaal draagt de deken van Rijnland een andere naam NB 2471 Rekeningen van Cornelis Rute Willemsz. als deken van Schouwen, 1565/66, 1566/67 1565/66, 1566/67 1 omslag 6.7. Het decanaat De dekens werden door het kapittel gekozen, maar sinds 1528 moesten zij de souverein aangenaam zijn. NB 2472 Uitspraak door Johannes van Rijnesse en van Rijnauwen, ridder, en andere scheidsrechters, in het geschil tussen Herman van Lochorst, domdeken, en Aelfaer van Lichtenberch, proost van Oudmunster, over het verlenen van benficiën, 1399 aug. 25 1399 aug. 25 1 charter 2473-2473 Stukken betreffende het proces, door domdeken Hermannus van Lochorst voor de pauselijke rechter gevoerd, om recht te verkrijgen tegen de burgers van Utrecht, de bisschop en de kapittels, die hem hadden verbannen, 1419-1420 1419-1420 2 charters 2473-1 1419 sept. 14 2473-2 1420 2474 Notariële akte waarbij domdeken Johannes Proys zijn claustraal huis en zijn kleinoden verbindt voor 400 gouden schilden, waarvoor zekere tienden van het decanaat in Gelre, in het bijzonder in de Veluwe gelegen, waarvan de inning steeds moeilijkheden had opgeleverd, zijn verkocht, welk geld ten voordele van het decanaat behoort te worden belegd, 1447 april 19 1447 april 19 1 charter 2475 Rentebrief van 10 oude schilden jaarlijks uit het claustraal huis van de domproost Gijsbrecht van Brederode ten behoeve van het decanaat, 1449 mrt. 1 1449 mrt. 1 1 charter 2476 Akte waarbij domdeken Johan Proys 200 oude schilden, verkregen door de verkoop van een tiend te Epe, behorende aan het decanaat, belegt in een rente van 10 schilden jaarlijks uit het claustraal huis van Willem van Broechusen van Weerdenborch, 1469 juli 3 1469 juli 3 1 charter 2477 Verklaring door bisschop Rudolf dat hij weliswaar Johannes Proys wegens zijn enorm misdrijf als domdeken heeft moeten afzetten, maar dat deze overigens volgens de statuten zal worden behandeld, 1449 juli 28 1449 juli 28 1 charter 2478 Akte waarbij bisschop Rodulphus verklaart het kapittel te zullen vrijwaren tegen schade of geweld, welke zouden mogen volgen uit de verkiezing van mr. Willem van Heze tot domdeken, 1449 aug. 1 1449 aug. 1 1 charter 2479 Voorwaarden en concept-voorwaarden, waarop het kapittel besluit Willem van Heze te verkiezen tot domdeken in de plaats van de afgezetten Johan Proeys, 1449, met een aangehecht stuk betreffende de verkiezing tot domdeken van Jacob van Appeltern, 1508 1 omslag 2480 Akte waarbij domdeken Johannes Proys het kapittel vrijstelt van alles wat er in verband met zijn afzetting door de bisschop en de verkiezing tot deken van wilhelmus van Hees is voorgevallen, en een aantal daarna genomen beschikkingen goedkeurt, 1455 okt. 25 1455 okt. 25 1 charter 2481-2481 Uitspraak door Gijsbrecht van Brederode, elect en ruwaard van Utrecht, in het geschil tussen het kapittel en mr. Willem van Heze over het domdecanaat, met akte van goedkeuring door Willem van Hees en kwitantie door deze voor 40 Franse schilden, 1456 1456 3 charters 2481-1 1456 febr. 8 2481-2 1456 mei 22 2481-3 1456 nov. 22 2482 Stukken betreffende verkiezingen van domdekens, de afstand van de waardigheid, de voorwaarden van de bediening en de daaraan verbonden voorrechten en inkomsten, meerendeels afschriften, 1471-1803, met een ordonnantie van 1551 voor het collegium Willibrordi, waarin de domdeken gezag uitoefende (afschrift naar een afschrift van 1664), een minuut van een protest van de domdeken en andere regenten van het St. Elisabethsweeshuis tegen de plannen van de regering van de stad Utrecht om aan dit gebouw een andere bestemming te geven, (1600), en een akte van aanstelling tot rentmeester van het geesthuis door de bevelhebbers van deze fundatie, onder andere de domdeken, 1785 1 omslag 2483 Executoriaalbrieven tegen Jacob van Appeltern, die in drie instanties door gedelegeerde rechters van de paus uit het decanaat van de Dom van Utrecht was ontzet ten voordele van Willem van Enckevoert, maar zijn plaats niet had ontruimd, en tegen wie tenslotte de hulp van de wereldrijke arm wordt ingeroepen, 1517, 1519 1517, 1519 1 omslag 2484-2484 Voorwaarden, door de vice-deken en het kapittel opgesteld, die de te verkiezen deken zal hebben aan te nemen en te bezweren, met akte waarbij Amelius van Zuylen van Nyevelt deze voorwaarden aanneemt en bezweert, 1526 1526 2 charters 2484-1 1526 juni 11 2484-2 1526 juni 11 2485-2485 Bul van paus Clemens VII waarbij hij de aartsbisschop van Palermo, de bisschop van Caserta en de bisschoppelijke officiaal van Utrecht opdraagt Frederik Schenk van Toutenburg, kanunnik van de Dom, in het bezit te stellen van het domdecanaat, dat hij hem geschonken heeft, met mandaat van de bisschop van Caserta aan de elect en het domkapittel, 1528 1528 2 charters 2485-1 1528 aug. 2 2485-2 1528 sept 2486 Akte waarbij keizer Karel V aan Frederik Schenk van Toutenburg, proost van St. Pieter te Utrecht, toestaat het decanaat van de Dom bezitten, 1538 mrt. 12 1538 mrt. 12 1 charter 2487 Akte van de verkiezing tot domdeken van Adrianus van Renesse, door keizer Karel V genomineerd, 1549 april 27 1549 april 27 1 charter 2488 Akte waarbij koning Filips II Johannes van de Vecht aan het kapittel voordraagt voor de verkiezing tot deken, 1559 dec. 20 1559 dec. 20 1 charter 2489-2489 Akte waarbij Herman van Darll, gekozen domdeken, verklaart zich te zullen houden aan de artikelen, door het kapittel voor de te kiezen deken vastgesteld, 1614, met dezelfde verklaring door Johan van Reede, 1620 1620 2 charters 2489-1 1614 mrt. 14 2489-2 1620 juni 21 2490 Vidimus van de stichtingsbrief van 1307 van het Heilige Geesthuis te Utrecht, gegeven door het gerecht van de stad, 1308 jan. 21 1308 jan. 21 1 charter De domdeken en de twee burgemeesters waren volgens de stichtingsbrief superintendenten van het huis NB 2491-2491 Rekeningen van de onder-procurator van het H. Geesthuis te Utrecht, 1417-1578 1417-1578 3 pakken Niet volledig NB 2491-1 1417-1536 2491-2-a 1537-1550 2491-2-b 1551-1578 2492 Rekeningen van de rentmeester van het Collegium Willibrordi te Utrecht, 1563/64, 1564/65, 1580/81-1588/89 1563/64, 1564/65, 1580/81-1588/89 1 pak De domdeken, de domscholaster, de schout van de stad en de twee burgemeesters namen deze rekeningen op NB 2493 Akte waarbij de vice-domdeken en de burgemeesters van Utrecht, als bezorgers van het H. Geesthuis van deze stad, 6 morgen land te Vleuten in erfpacht geven, 1449 juni 23 1449 juni 23 1 charter 2494 Akte waarbij 2 morgen land te Reyerscop door de bewaarders van het H. Geesthuis te Utrecht in erfpacht worden gegeven aan Jan Govertssen van Royen, 1563 jan. 11 1563 jan. 11 1 charter 6.8. De thesaurie De thesaurie stond ter begeving van de bisschop, mits aan een kanunnik, zie Rechtsboek p. 15. Er zijn in de 15e en 16e eeuw voorbeelden van resignatie (verkoop). Toen Engelbert van Bruhesen, die de thesaurie door ruil verkregen had, in oktober 1582 overleed, besloot het kapittel ze de volgende dag te incorporeren, op grond dat het op 8 november 1577 van de aartsbisschop het recht bekomen had tot incorporatie van vier prebenden tot onderhoud van de kerk. Dit ook omdat de lasten van de thesaurie eindigden, nu het zilverwerk gebroken was en geen olie noch was nodig was, terwijl een op 21 augustus 1581 door de kapittels van de Dom, St. Pieter en St. Marie gemaakt statuut aan het kapittel het recht tot collatie gaf. Nochtans dong Dirck van Wittenhorst naar de thesaurie, ook Coenraet Strick, die ze zich liet confereren door Zijne Excellentie. Het kapittel liet hem niet toe. Toen het de incorporatie niet door de Staten had kunnen doen goedkeuren, verlootte het op 20 februari 1583 de thesaurie onder de capitulairen. De gelukkige was Johan Beyer, die op 22 februari werd toegelaten. Volgen Brock genoot Strick nochtans de vruchten, totdat deze ze in 1585 afstond aan Frederik van Renmesse van Wilp, die in 1591 ook de aanspraken van Beyer overnam. Hij stierf op 24 augustus 1603, waarna het kapittel F. van Leefdaell benoemde, maar de Staten sequestreerden de thesaurie tot 1618. Adriaan Ploos op 19 augustus 1618 door de Staten benoemd en op 25 augustus toegelaten, kreeg op 19 juli 1636 van het kapittel verlof om de thesaurie te behouden, ofschoon hij zijn prebende verlaten had. In de 18e eeuw werd het verband van de domthesarie met het kapittel zeer los, maar niet verbroken. Vanaf 1735 was de titularis geen kanunnik meer. In 1762 hebben de Staten, toen een herhaalde veiling geen succes gehad had, de ontvanger van de annaten van Z.H, met de administatie belast. Voor het geval dat het kapittel hiertegen bezwaar mocht maken, zou deze zijn zoon als thesaurier kunnen doen NB 2495 Notariële akte waarbij Philippus van Zeryc als domthesaurier wordt toegelaten in afwachting van de beslissing over de reservatie van de paus, 1347 sept. 9 1347 sept. 9 1 charter 2496 Stukken betreffende de provisie door de paus van Herman Tulman met de thesaurie van de Dom en zin geschil daarover met Johannes Ridder, 1475, 1477 1475, 1477 1 omslag 2497-2497 Bullen van paus Pius IV met een goedkeuring van de verruilling van hun waardigheden door Carolus Perenot, proost van St. Jan, en Bucho van Montzima, domthesaurier, met akten van goedkeuring van de provisie door koning Filips II van Carolus Perenot met de domthesaurie, nadere akte van het Hof van Utrecht en mandaat van de aartsbisschoppelijke officiaal tot de institutie, 1561-1562 1561-1562 4 charters 2497-1 1561 mei 30 2497-2 1561 juni 17 2497-3 1562 juli 12, met een aaneengehecht stuk 2497-4 1562 aug. 1 2498 Akte waarbij Johannes van Bruhesen de domthesaurie aanvaardt, niet alleen als gemachtigde van Carel Perenot, maar ook voor zichzelf, totdat zijn lastgever de een zal hebben afgelegd, waarna hijzelf van zijn verplichtingen ontslagen zal zijn en deze akte gecasseerd zal worden, 1563 mrt. 19 1563 mrt. 19 1 charter 2499 Stukken betreffende de poging van het kapittel om de thesaurier te incorporeren, en de begeving er van na de dood van Engelbert van Bruhesen, 1582-1584 1582-1584 1 omslag 2500 Volmacht van de vijf kapittels op de kanunnik van de Dom Johan van Wee, ter bijwoning van de ruiling van de prebende in de Dom door Conradus Strick, die zich onder meer zal moeten verbinden tot teruggave van de uit domthesaurie ontvangen gelden, met een afschrift van de akte van borgstelling voor deze teruggave, 1585 1585 1 omslag 2501 Stukken betreffende de bemiddeling van de Gedeputeerde Staten van Utrecht in het geschil tussen het kapittel en jhr. Frederik van Renesse over de domthesaurie, met een verzoekschrift door deze aan het kapittel tot het opnemen van geld, 1592 1592 1 omslag 2502 Condities van de verkoop door de Staten van Utrecht van de domthesaurie, 1734. Afschriften 1734. Afschriften 1 omslag 2503 Afrekening tussen de thesaurier en de klokluider van de Dom, 1455. Notarieel afschrift, ca. 1470 1455. Notarieel afschrift, ca. 1470 1 stuk 2504 Statuut met instructies voor de thesaurier en de onder hem gestelde sacristen en torenwachter, 1524 dec. 19 1524 dec. 19 1 charter Zie ook nr. 799 NB 2505 Inventarissen van de kleinodiën en ornamenten, die bewaard worden in de sacristie of thesaurie van de Dom, 1498/99, 1504 (in tweevoud), ca. 1530, 1543, 1571 (in viervoud) 1498/99, 1504 (in tweevoud), ca. 1530, 1543, 1571 (in viervoud) 1 pak De thesaurier was verplicht jaarlijks een inventaris op te maken NB 2506 Rekeningen van de kanunnik Johannes Colentier, over het maken van nieuwe misgewaden, 1406, 1407/08 1406, 1407/08 1 omslag Voor 1406 betreffen het 2 exemplaren waarvan één uitvoeriger dan het andere NB 2507 Rekening van het beheer van de capsa van St. Agnes, 1407/08, met lijst van de in 1409 door de volgende beheerder ontvangen beeldjes 1 stuk 2508 Memorie door Tyman Ysbrantz. over het door hem aangenomen werk van het maken van een zilveren kas voor het relikwie van St. Pontianus en het door hem daarvoor ontvangen zilver, 1460 (?), met enige aantekeningen over het wegen van de zilveren kas van St. Pontianus, vervaardigd door Abel de goudsmid 1 omslag 2509 Contract van het domkapittel met de goudsmid Abell van de Vechte over het maken van een zilveren hoofd van St. Adriaan, 1504. Cyrograaf 1504. Cyrograaf 1 stuk 2510 Akte van protest van de domdeken tegen de domthesaurier, die verzuimd had de lichten in het koor aangestoken te houden, 1532 dec. 7 1532 dec. 7 1 charter 2511-2511 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door de thesaurier Aelbert Pigghe ten het kapittel, over het door het kapittel gelegd beslag op de vruchten van zijn prebende wegens het niet leveren van de voldoende hoeveelheid was en olie als thesaurier, omdat de goederen van de thesaurie in Gelderland door de Staten verpand zijn, 1534-1539 1534-1539 1 pak en 2 charters 2511 1534-1539 2511-2 1535 mrt. 19 2511-3 1539 april 29 2512 Akte waarbij de domproost Swederus Uterloe de kerk begiftigt met een verguld zilveren hostiekast, drie zilveren schalen voor de voetwassching van de kanunniken en andere geestelijken van de kerk bij de avondmaalsviering, en 14 mark zilver om daarvan de bijbehorende zilveren kannen te doen vervaardigen, alles onder voorbehoud van vruchtgebruik, 1375 sept. 19 1375 sept. 19 1 charter 2513 Overeenkomst van mr. Beernt Uten Enghe, kanunnik van de Dom, met de werkmeesters van de kerk, over de voltooiing van het Sacramentshuis met dertien beelden door mr. Henrik van Boutsvert, en het maken van vijf tralies van ijzer voor dit werk door Willem Koernken, 1442 1442 1 stuk 2514 Reglement voor de sacristen, in het bijzonder betreffende de leverantie van waskaarsen en toortsen door de kaarsenmaker op de verschillende feestdagen 1 stuk 2515 Rekening van de kaarsenmaker, mogelijk voor de thesaurier, ca. 1460 ca. 1460 1 stuk Het betreft een fragment NB 2516 Verzoekschrift door de kaarsenmaker Willem Boemert aan het kapittel, wegens de trage betaling door de thesaurier, (1530) (1530) 1 stuk 2517 Opgave van geleverde was, 1571, met rekening van heer Nicolaes wegens zijn uitgaven aan de kaarsemaker, 1571-1572 1571-1572 1 omslag 2518 Memories door het kapittel en door de thesaurier Frederik van Renesse van Wulven ingeleverd aan de arbiters in hun geschil over de verplichting van de thesaurier tot het doen van verschillende uitkeringen aan het kapittel, 1591-1592, met retroacta en afschriften betreffende dit geschil van 1581-1583 1 omslag 2519 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel tegen de thesaurier J.H. Gravia over de uitkering van verschillende geldsommen, door de thesaurie jaarlijks aan het kapittel verschuldigd, 1744-1760 1744-1760 1 pak 2520 Memories van de vicarieën en beneficies, staande ter collatie van de domthesaurier, en van de inkomsten van de thesaurie, ca. 1650-ca. 1733 ca. 1650-ca. 1733 1 omslag 2521 Akte waarbij de domthesaurier Johannes van Bruhesen, collator van de cura pastoralis in de St. Maartenskerk te Zaltbommel, de vereniging door Quirinus Johannes van Bommel, kanunnik dier kerk van zijn prebende met de cure goedkeurt, 1568 april 1 1568 april 1 1 charter 2522 Verzoekschrift door de domthesaurier aan het kapittel, met staten en pachtcondities betreffende de tienden te Zaltbommel, 1545-1569 1545-1569 1 omslag 2523 Pachtbrief van tienden in de Bommelerwaard, 1477 aug. 16 1477 aug. 16 1 charter 2524-2524 Erfpachtbrieven van de tienden te Zaltbommel, 1516, 1550 1516, 1550 1 stuk en 1 charter 2524 1550. Afschrift 2524-2 1516 juni 10 2525 Eigendomsbewijs van een rente van 3 Franse schilden uit een huis in de immuniteit voor de koster van de sacristie of gerfkamer, geschonken door Everardus Zoudenbalch, 1477 dec. 6 1477 dec. 6 1 charter De Kleine kameraar betaalde deze rente aan de thesaurier NB 2526 Eigendomsbewijs voor Gheryt Beyer, kanunnik van de Dom, van een rente van 27 botdragers uit een huis in de Mariastraat, 1521 okt. 8, met oudere bewijzen, 1440 sept. 3, 1485 jan. 18 1521 okt. 8, met oudere bewijzen, 1440 sept. 3, 1485 jan. 18 3 charters (getransfigeerd) Blijkens een aantekening op de rugzijde kwam de rente later toe aan de thesaurier NB 2527 Akte waarbij het domkapittel de met het kapittel van St. Maarten te Zaltbommel gesloten overeenkomt over het recht van presentatie in deze collegiale kerk bevestigt, 1463 okt. 22 1463 okt. 22 1 charter 2528 Mandaat van het domkapittel aan het kapittel van St. Maarten te Zaltbommel, om zich niet te verzetten tegen de inbezitneming van de parochiale kerk aldaar door Johannes ex Insulis, aan wie ze gegeven was door de domthesaurier Albertus Pigghius, proost van St. Jan, aan wie de collatie toekomt, 1543 okt. 6 1543 okt. 6 1 charter 2529 Pachtbrief van een tiend in het Lijnpad buiten St. Catharijnepoort, 1549 nov. 23 1549 nov. 23 1 charter 2530 Aantekeningen betreffende de verpachting van een tiend in het Lijnpad, 1563-1734 1563-1734 1 omslag 2531-2531 Eigendomsbewijs van 8 morgen land te Cothen, 1500, met oudere akten van overdracht en pachtbrief, 1445-1477 1445-1477 7 charters Dit land is door Evert Soudenbalch aan de domthesaurie geschonken NB 2531-1 1445 mei 9 2531-2 1449 aug. 27 2531-3 1474 juni 17 2531-4 1477 mrt. 8 2531-5 1477 mrt. 9 2531-6 1477 mrt. 9 2531-7 1500 dec. 17 2532-2532 Pachtbrieven van een halve hoeve land te Cothen, 1555-1577 1555-1577 4 charters 2532-1 1555 juli 20 2532-2 1555 juli 22 2532-3 1576 okt. 25 2532-4 1577 2533-2533 Eigendomsbewijs van 5 hond land te Nederlangbroek, 1500, met oudere akte van overdracht, 1473 1500, met oudere akte van overdracht, 1473 2 charters Dit land is door Evert Soudenbalch aan de domthesaurie geschonken NB 2533-1 1473 dec. 13 2533-2 1500 dec. 17 2534 Eigendomsbewijs van 3 morgen land te Kortrijk, 1392 juni 5 1392 juni 5 1 charter 2535 Erfpachtbrief van 3 morgen land te Kortrijk, 1392 sept 1392 sept 1 charter 2536 Eigendomsbewijs van 3½ morgen land bij het klooster Ten Daal, 1500 dec. 24 1500 dec. 24 1 charter Dit land is door Evert Soudenbalch aan de domthesaurie geschonken NB 2537-2537 Pachtbrieven van 4 morgen land bij het klooster Ten Daal, te Zuilen, 1564, 1574 1564, 1574 2 charters 2537-1 1564 mei 20 2537-2 1574 2538-2538 Eigendomsbewijs van 3 morgen land in Oostveen, 1500, met oudere akten van overdracht, 1430-1491 1430-1491 12 charters Dit land is door Evert Zoudenbalch aan de domthesaurie geschonken NB 2538-1 1430 jan. 10 2538-2 1432 sept. 24 2538-3 1438 mrt. 16 2538-4 1455 jan. 11 2538-5 1456 mrt. 24 2538-6 1460 dec. 20 2538-7 1460 dec. 20 2538-8 1473 dec. 10 2538-9 1473 dec. 10 2538-10 1491 nov. 4 2538-11 1491 nov. 4 2538-12 1500 dec. 24 2539-2539 Erfpachtbrieven van 3 morgen land in Oostveen, 1517, 1555-1731 1517, 1555-1731 1 stuk en 3 charters 2539 1517. Afschrift 2539-2 1555 juli 8 2539-3 1600 mrt. 10 2539-4 1731 mei 15 2540-2540 Pachtbrieven van een halve hoeve land te Schalkwijk, 1543-1577 1543-1577 1 stuk en 3 charters 2540 1576 2540-2 1543 dec. 22 2540-3 1564 juni 26 2540-4 1577 aug. 20 2541 Rekeningen van Johannes van Bruhesen over de thesaurie van het kapittel, behorende aan Karel Perrenot, 1554/55. 1562/63-1565/66, met enige aantekeningen over uitgaven, door Bruhesen, als beheerder van de thesaurie in 1567-1572 1 omslag Van het eerste jaar zijn alleen de inkomsten aanwezig NB 6.9. De scholasterij De scholasterij werd vanouds verkregen als de thesaurie. De resolutie van de Staten van 5 september 1622 (zie Groot Placaatboek door Johan vande Water (Utrecht, 1729) dl. I p. 220) had ten gevolge, dat de waardigheid jaren lang niet vervuld werd, maar dat de inkomsten aan het gewest kwamen. Reeds in de 17e eeuw waren de scholasters niet steeds meer kanunniken. Toch werden zij, nadat ze de scholasterij hadden, nog formeel door het kapittel geadmitteerd. Zie ook nr. 364. NB 2542 Minuut van de procuratie door domdeken Johan van Reede, heer van Renswoude, aan de schout van het kapittel en de dormitorius gegeven, om aan het kapittel de admissie van zijn zoon Frederick van Reede tot de scholasterij te verzoeken, 1645 1645 1 stuk 2543 Getuigenverhoor voor de officiaal van de bisschop op verzoek van de domscholaster Johan van Renesse over de rechten en plichten van de scholasterij, 1488 1488 1 stuk 2544 Register van de personen, die de wijdingen als subdiaken, diaken en priester begeren en daartoe door de domscholaster gexamineerd zijn, 1505-1518 1505-1518 1 deel Gepubliceerd door G. Brom in Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht: bijdragen (Utrecht, 1927) dl. XXIII vanaf p. 386 en dl. XXIV p. 1-40 NB 2544-2544 Verklaringen van ontvangst van de tonsuur voor geestelijken, 1491(?), 1503 1491(?), 1503 2 charters 2544-a 1491 (?) 2544-b 1503 2545-2545 Akte waarbij de bisschoppelijke officiaal verklaart, dat Johannes van Renesse, scholaster van de Dom, bij monde van zijn procurator Wilhelmus Heesten heeft geprotesteerd tegen het feit, dat bisschop David van Bourgondië hem het recht tot het examineren van de geestelijken heeft ontnomen, dat hij voor geen 2000 gulden wilde missen, 1493, met ongedagtekend verzoekschrift door Johannes van Renesse aan de vijf kapittels om herstel in zijn recht 1 stuk, 1 charter 2545 1493 2545-2 1493 jan. 9 2546 Mandament van het kapittel aan zijn bode om mr. Cornelis Lauwerman te citeren, die zonder verlof van de domscholaster onderwijs geeft, 1559 1559 1 stuk 2547-2547 Dagvaarding door de officiaal van de aartsbisschop van Utrecht, op verzoek van de domscholaster, van Johannes Bueckelaer en andere, wegens het geven van onderwijs zonder daartoe gerechtigd te zijn, 1575, met extract uit het Liber camerae betreffende het recht van de scholaster, z.j. z.j. 2 charters 2547-1 z.j. 2547-2 1575 juni 30 2548 Besluit van het kapittel over de verplichtingen van de scholaster en de rector betreffende het beheer van de domschool, 1468, minuut 1468, minuut 1 stuk 2549 Statuut, betreffende de stichting van het choraalhuis, 1342 sept. 3 1342 sept. 3 1 charter Zie ook nrs. 1110-1111-3 NB 2550 Aantekeningen over de werkzaamheden van de choralen, 1514-17e eeuw 1514-17e eeuw 1 omslag 2551-2551 Statuut betreffende het door Wilhelmus van Renen, proost van Emmerik en domscholaster, ingestelde ambt van succentor, in tweevoud, 1415 1415 2 charters 2551-1 1415 mrt. 16 2551-2 1415 mrt. 16 2552-2552 Verzoekschrift door het kapittel aan de keizer om goedkeuring van de pauselijke bul, waarbij de kerk van St. Pancras te Sassenheim bij het kapittel wordt ingelijfd tot onderhoud van een vierde succentor en vier choralen, 1521, met een fragment van een afschrift van de pauselijke bul, verzoekschriften door Jan Claeszoen om het ambt van succentor, en van de succentor Jan Cornelisz. om een vrijwoning en om een tabberd, z.j., en een register van renten en goederen van de kerk van Sassenheim 1 omslag en 1 charter 2552 1521, z.j. 2552-2 1444 2553 Stukken betreffende een proces over een vicarie te Schiedam, staande ter collatie van de domscholaster, 16e eeuw 16e eeuw 1 omslag Het betreffen fragmenten NB 2554 Memories van de goederen behorende tot de scholasterij van de Dom, ca. 1600-ca. 1750, met stukken betreffende de aflossing van de kapitalen door het kapittel ten behoeve van de scholasterij, 1663, 1723 1663, 1723 1 omslag 2555 Rekeningen van de goederen en inkomsten van de scholasterij, 1516/17, 1803, 1808-1812 1516/17, 1803, 1808-1812 1 omslag Zie ook nr. 365-8 NB 2556 Stukken betreffende het proces van de executeurs van de scholaster Johannes van Renesse tegen Johannes Coenraedsz. over de betaling van 50 Rijnse guldens als pacht voor land in Oudegein, 1504 1504 1 omslag 2557 Pachtbrief van 6 morgen land te Odijk, 1553 dec. 12 1553 dec. 12 1 charter 2558 Stukken betreffende de uitgifte ter bebouwing ten halve van landerijen te Odijk, 1573-1579 1573-1579 1 omslag 2559 Verkoopcondities van omtrent 20 morgen land bij Rijsbrugge te Odijk, met bijlage, 1646 1646 1 omslag 2560 Pachtbrief van een hoeve en 7 hond land te Bunnik, 1575 mrt. 3 1575 mrt. 3 1 charter 2561 Verkoopcondities van 11 morgen land te Bunnik, 1777, minuut 1777, minuut 1 stuk 2562 Akte waarbij de tienden te Wulverbroek worden geïncorporeerd bij de scholasterij, 1337 aug. 30 1337 aug. 30 1 charter 2563 Pachtbrief van de Papentienden te Bergambacht en Schoonhoven, 1334 april 3 1334 april 3 1 charter 2564 Brief van Jacob Gerbrantz aan de domscholaster Johan van Renesse waarin hij verzoekt om een onderhoud te Dordrecht aangaande een oorlogsschatting over landen van het Domkapittel, vermoedelijk gelegen in het zuiden van Holland, 1491 1491 1 stuk 2565 Brieven van de rentmeester van de goederen van het kapittel te Schoonhoven aan de domscholaster Adriaen van Renesse, 1547-1548 1547-1548 1 omslag 2566 Pachtbrief van de tienden te Lekkerkerk, 1335 mei 24 1335 mei 24 1 charter 2567 Register van stukken betreffende een proces, gevoerd voor de abt van St. Paulus door het domkapittel en Willem van Rienen, scholaster van de Dom en proost van Emmerik, tegen heer Engelbert van Nassau over het bezit van de tienden te Lekkerkerk en de visserij in de mond van de Lek, 1417 1417 1 deel Voorin bevindt zich een getuigenverhoor van een proces over de parochiekerk van Bridorp, 1423 NB 2568 Pachtcondities van de korentienden te Lekkerkerk, behorende aan de scholasters van de Dom en Oudmunster, 1493, 1506, met twee lijsten van de pachters van 1499 en specificatie van de procureur van de scholasters ter zake van zijn pretensies in hun proces voor het Hof van Holland tegen de buren van Lekkerkerk 1 omslag 2569 Stukken betreffende de verpachting, van de tienden te Bergambacht en Lekkerkerk, 1583-1588, 1748, 1798, 1799, 1810 1583-1588, 1748, 1798, 1799, 1810 1 omslag 6.10. Het chorepiscopaat Volgens het Rechtsboek op p. 15 werd de koorbisschop door de bisschop benoemd. De resoluties bevestigen dit, hoewel pauselijke provisie ook voorkwam. Het Rechtsboek zegt verder, dat alleen kanunniken met prebenden in aanmerking kwamen, maar de laatste bekende koorbisschop was alleen canonicus honoris. Stukken betreffende inkomsten uit andere hoofde dan de aan het ambt verbonden geestelijke jurisdictie over acht of negen parochies zijn niet bekend. In verband daarmede is het met die jurisdictie te niet gegaan. NB 2570 Akte waarbij het kapittel Petrus van Mera als koorbisschop aanneemt, 1414 1414 1 stuk Het betreft een ontwerp op één blad met een ontwerp van het testament van de kanunnik Herbaren van Oy uit 1414 NB 2571 Brief van bisschop Frederik van Baden, waarbij hij het kapittel verzoekt zijn neef Christoferus, markgraaf van Baden, te begiftigen met het opengevallen chorepiscopaat, 1498 sept. 27 1498 sept. 27 1 charter 2572 Mandament van de koorbisschop aan de onderzaten van zijn jurisdictie (als aartsdiaken), met een inscherping van de besluiten van het concilie van Trente, 1568 1568 1 stuk Het betreft een vertaling NB 2573-2573 Rekenboeken van de ontvangsten van de officiaal van de koorbisschop, 1472-1475, 1504-1518 1472-1475, 1504-1518 2 delen 2573-1 1472-1475 2573-2 1504-1518 6.11. De proosdij van Elst Bisschop Otto II wordt gezegd aan de graaf van Gelre zijn jurisdictie en eigendom in Elst en Odiliënberg te hebben afgestaan. Toch bleef de bisschop de waardigheid van proost van Elst vergeven, tenzij pauselijke provisie plaats had. In de zestiende eeuw was resignatie (koop) bijna regel. In de zeventiende eeuw benoemde het kapittel en waren achtereenvolgens drie baronnen van Gent proosten van Elst, het laatst de bekende, in de Dom door een grafmonument vereeuwigde, admiraal. Na deze is er nog één titularis in het genot van de goederen geweest. In 1703 besloot het kapittel het inkomen daarvan aan zich te trekken en het slot van de rekening over te brengen in die van de geacquireerde vicarieën. Echter vermat de ridderschap van de Over-Betuwe zich, de proosdij te begeven. In verband met de door dit geschil veroorzaakte onkosten is op 2 november 1705 besloten het inkomen van de proosdij te stellen in de rekeningen van de Kleine Kamer (na de resolutie van 7 december), men treft het daar geregeld aan. In 1766 wordt de naam Elst weggelaten en in 1767 stelt de rekening 'domproosdijgoederen', maar met verwijzing naar de resolutie van 2 november 1705. Bijzonderheden over de proosdij kan men niet vinden in het bij de resoluties van 22 oktober 1703 ingelaste rapport. Een later rapport is op 11 oktober 1762 ingebracht. Latere proosten hadden alleen de emolumenten van de lenen. Van ouds was de secretaris van het kapittel leengriffier en werden de leenregisters in de secretarie van de Dom bewaard. In 1747 is de proosdij niet meer vergeven. De leenakten na die tijd staan op naam van de domdeken als collator van de proosdij. NB 2574 Lijst van de proosten van Elst over, 1139-1601 1139-1601 1 stuk 2575 Verklaringen door personen, begiftigd met de proosdij van Elst of met een prebende imperiaal, dat die collatie alleen titulair is en geen recht op de inkomsten daarvan, 1723-1757 1723-1757 1 omslag 2576 Aantekeningen door de secretaris van het kapittel betreffende de proosdij van Elst, 1592 1592 1 omslag 2577 Stukken betreffende de bezwaring van de goederen van de proosdij van Elst, 1662-1693 1662-1693 1 omslag 2578-2578 Register van de lenen van de proosdij van Elst, 1467-1798 1467-1798 4 delen 2578-1 1467-1521 2578-2 1467-1558 2578-3 1548-1776 2578-4 1787-1798 2579 Repertorium op het leenregister van de proosdij van Elst, 1548-1769 1548-1769 1 omslag 2580-2580 Akten van belening door de proost van Elst van verschillende personen met goederen te Eck, 1641-1776 1641-1776 4 charters 2580-1 1641 mei 13 2580-2 1653 mrt. 30 2580-3 1769 mei 1 2580-4 1776 mei 1 2581 Akte van belening door de proost van Elst, 1544 (afschrift), met procuraties tot verheffing van lenen, 1667-1797 1667-1797 1 omslag 2582 Aantekeningen uit de leenregisters over beleningen door de proost van Elst over, 1467-1769, 17e en 18e eeuw 1467-1769, 17e en 18e eeuw 1 omslag 2583 Rekeningen van de stadhouder van de lenen van de proosdij van Elst, 1598-1639 1598-1639 1 omslag 2584 Aantekeningen, missiven en andere stukken, betreffende de tienden van de proosdij van Elst in de Over-Betuwe, ca. 1590-1799 ca. 1590-1799 1 omslag 2585 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Gelderland door het kapittel tegen de ambtman en de ridderschap van de Over-Betuwe, over het recht op de collatie van de proosdij van Elst en de daaraan behorende tienden, 1704 1704 1 omslag 2586 Stukken betreffende het verzoek, door het kapittel ingediend bij de Staten van Gelderland, tot het intrekken van het mandement van revisie, door hen op verzoek van de ambtman en de ridderschap van de Over-Betuwe, over het recht op de collatie van de proosdij van Elst en de daaraan behorende tienden, 1705 1705 1 omslag 2587-2587 Rekeningen van de rentmeester van de proosdijtienden onder Elst, Ressen en Herwen, 1716-1810 1716-1810 5 banden 2587-1 1716-1719, 1721-1725 2587-2 1726-1750 2587-3 1751-1770 2587-4 1771-1800 2587-5 1801-1803, 1805-1808, 1810 2588-2588 Acquitten bij de rekeningen van de proosdijtienden onder Elst, Ressen en Herwen, 1726-1809 1726-1809 3 omslagen 2588-1 1726-1740 2588-2 1751-1779 2588-3 1780-1809 2589 Verzoekschrift door pachters van tienden onder Elst en Ressen aan het kapittel, om ontheffing wegens de hoge waterstand, 1809 1809 1 stuk 6.12. De proosdij van Leiden De stichtingakte van 1366 vindt men in nr. 68. Overigens komen in het archief geen losse stukken of registers betreffende deze proosdij voor. De mededeling van het Rechtsboek dat de bisschop ze vergaf, wordt door de resoluties van het kapittel bevestigd, maar ze is ook wel eens door de paus geschonken en soms geresigneerd (verkocht). Op 7 februari 1583 heeft het kapittel de voorwaarden vastgesteld, waarop de proosdijen van Elst en Leiden en de scholasterij zouden worden vergeven, en dan de proosdij van Leiden verloot. Volgens Brock hebben de Staten hun approbatie gegeven, maar op de door hem genoemde datum blijkt er niets van in het register. Brock vermeldt nog een paar titularissen zonder data van benoeming. Het is de vraag of er nog inkomsten over waren, De regeerders van Leiden beweerden dat de tienden geïncorporeerd waren ten behoeve van de predikanten van de stad. Zie ook de resolutie van de Dom van 11 juni 1585. NB 6.13. De proosdij van West-Friesland 6.13.1. Betrekkingen tussen het kapittel en de proosdij Deze proosdij stond ter begeving van het kapittel, die ze schonk voor zolang het goedvond. Ze werd niet beschouwd als een beneficium, maar als een officium, zie Rechtsboek p 16. De bul van paus Pius IV van 12 maart 1560 stelde de grenzen van het nieuwe bisdom Haarlem vast, maar de invoering van het nieuwe kerkordening, die ook aan de bevoegdheid van het domkapittel in West-Friesland een einde zou maken, stootte op moeilijkheden. De bul van 11 maart 1565 stond aan het kapittel een jaarlijks inkomen uit de vruchten van de Haarlemse bisschoppelijke tafel toe bij wijze van schadeloosstelling voor de pensie, welke tot die tijd uit de jurisdictie in West-Friesland was genoten. Niettemin vermeldt de rekening van de Grote Kamer over 1566 dat de bedoelde jurisdictie wederom ter bediening gegeven was voor een derde van de opbrengst, en komen inkomsten uit deze hoofde nog in die over 1570 voor. Pro memoria worden ze nog genoemd in de rekeningen over 1571-1588, 1590. NB 2590 Akte waarbij Jacobus van Benthem, kanunnik van de Dom, verklaart het ambt van proost en aartsdiaken van West-Friesland van het kapittel te hebben ontvangen en uit de daaraan verbonden inkomsten een rente van 8 pond oude Stichtse penningen schuldig te zijn, 1324 april 30 1324 april 30 1 charter 2591-2591 Stukken betreffende het proces over de proosdij van West-Friesland, waarmee de paus Ghiselbertus van Renen begiftigd had, die het kapittel niet had willen toelaten, vermits deze proosdij geen blijvend ambt was, 1351 1351 1 stuk en 2 charters 2591 1351 2591-2 1351 okt. 31 2591-3 1351 nov. 12 2592 Akte waarin Ghiselbetus van Renen, proost van West-Friesland, de bevoegdheid van het kapittel in de zaken van West-Friesland betwist, 1356 okt. 15 1356 okt. 15 1 charter 2593-2593 Stukken betreffende de geschillen over de proosdij van West-Friesland, door de uitgeweken aanhangers van de postulaat Walraven van Meurs aan Ghijsbert van Rietvelt, door het kapittel te Utrecht aan Johannes Colentier, dan aan mr. Fortiger van Piacenza, die door hertog Filips van Bourgondië was aanbevolen, na het bedanken van deze aan Theodericus van Wassenaer, geschonken, 1435-1447 1435-1447 1 deel en 3 charters 2593 1435-1447 2593-2 1435 juni 25 2593-3 1435 aug. 4 2593-4 1438 sept. 8 2594 Transsumpt door de bisschoppelijke officiaal gegeven van het door paus Eugenius IV aan Theodericues van Wassenaer, proost van St. Jan, gegeven verlof om te testeren, en van diens testament, van 1457, waarin de geldelijke gevolgen van zijn proces tegen Gijsbert van Rietvelt over de proosdij van West-Friesland worden vermeld, 1465 mrt. 16 1465 mrt. 16 1 charter 2595 Akte waarbij Philippus van Wassenaer, door het kapittel voor 6 jaren tot proost van West-Friesland aangesteld. de voorwaarden opnoemt, tot welker nakoming in zijn administratie hij zich verbindt, 1450 juni 30 1450 juni 30 1 charter 2596-2596 Akte waarbij Petrus Milet, ter vervanging van Philippus van Wassenaer aangesteld tot proost van West-Friesland, zich verbindt tot betaling van 25 florenen aan het kapittel, indien zijn voorganger deze pensie over het jaar 1459 niet vóór St. Maarten zal hebben voldaan, met akte van borgsstelling door Petrus van Gouda c.s. voor de richtige betaling van zekere bedragen, waartoe P, milet zicht bij de aanvaarding van de proosdij heeft verbonden, 1459 1459 2 charters 2596-1 1459 sept. 29 2596-2 1459 okt. 2 2597-2597 Stukken betreffende processen, gevoerd voor een pauselijke commissaris en voor de Grote Raad te Mechelen door het kapittel met Everard Zoudenbalch tegen Antonius Hanneron, door bisschop David van Bourgondië met de proosdij van West-Friesland begiftigd, 1470-1474 1470-1474 1 omslag en 14 charters 2597 1470-1474 2597-2 1470 okt. 22 2597-3 1470 dec. 13 2597-4 1473 juni 25 2597-5 1473 juni 25 2597-6 1473 juni 25 2597-7 1474 mei 23 2597-8 1474 juli 20 2597-9 1474 aug. 12 2597-10 1474 aug. 12 2597-11 1474 dec. 18 2597-12 1474 dec. 20 2597-13 1474 dec. 23 2597-14 1475 febr. 10 2597-15 1475 febr. 25 2598-2598 Bullen van paus Sixtus IV met een bevestiging van het kapittel in het bezit van de proosdij van West-Friesland en afschaffing van het verlenen daarvan bij pauselijke provisies en van paus Innocentius VIII met dezelfde bevestiging en afschaffing, ondanks het bij de Curie nog hangende proces tussen Everard Zoudenbalch en Antonius Hanneron, 1480, 1485. Met een afschrift, 1485 1480, 1485. Met een afschrift, 1485 1 stuk en 3 charters 2598 1485. Afschrift 2598-2 1480 mei 4 2598-3 1480 mei 4 2598-4 1485 aug. 30 2599 Uittreksel uit het Liber camerae over de proosdij West-Friesland, gegeven door de bisschoppelijke officiaal, 1509 juli 13 1509 juli 13 1 charter 2600 Akte waarbij de elect Hendrik zijn officiaal Franciscus Zonck, kanunnik van de Dom, benoemt tot proost van West-Friesland, 1528 febr. 15 1528 febr. 15 1 charter 2601 Bul van paus Pius IV waarbij hij aan het kapittel een jaarlijks inkomen van 300 dukaten uit de vruchten van de bisschoppelijke tafel van Haarlem toekent, uit hoofde dat de proosdij West-Friesland met ongeveer 60 parochiale kerken is overgegaan van het kapittel naar de Haarlemse kerk, 1561 mrt. 11 1561 mrt. 11 1 charter 2602 Minuut van een verzoekschrift door het kapittel en de proost van West-Friesland aan de Grote Raad te Mechelen om gehanhaafd te worden in hun rechten tegen Andries, pastoor van Oudorp, die zich verstout heeft de kerken van West-Friesland te visiteren op last van de bisschop van Haarlem, ca. 1570 ca. 1570 1 stuk 2603 Brieven aan het kapittel en de proost van West-Friesland, 1481-1558 1481-1558 1 omslag Hierbij drie ongedagtekende brieven aan het kapittel over West-Friese zaken, één aan de fiscaal en twee aan de deken van West-Friesland gerichte brieven NB 6.13.2. Werkzaamheden van de proost. Het decanaat van West-Friesland 2604 Akten waarbij Theodericus van Wassenaer en zijn neef en opvolger Philippus van Wassenaer de privileges van de hun als proosten van West-Friesland onderhorige geestelijkheid bevestigen, 1448 nov. 15 en 1451 juni 17 1448 nov. 15 en 1451 juni 17 2 charters (getransfigeerd) 2605 Privileges door de proost van West-Friesland aan de geestelijken van West-Friesland verleend, 1406-1462, Afschrift, eind 15e eeuw 1406-1462, Afschrift, eind 15e eeuw 1 stuk 2606 Akte van aanstelling door het kapittel van Bartholomeus van Stryen, cureit van Bodegraven, tot deken en officiaal van West-Friesland, 1356 dec. 15 1356 dec. 15 1 charter 2607 Register met een afschrift van de klachten door verschillende geestelijken in West-Friesland aan het kapittel overgegeven over de deken Frederick Janss. en diens verdediging, met minuten van brieven vanwege het kapittel in verband met het geschil geschreven aan priesters te Medemblik, 1466 1466 1 omslag 2608 Brief van de regering van Enkhuizen aan het kapittel, met het verzoek om de brenger, heer Jan, het decanaat van West-Friesland te doen bedienen in de plaats van de tegenwoordigen en zijn substituut, die haar niet aangenaam zijn, 1494 1494 1 stuk 2609 Akte van citatie door het kapittel en de proost van West-Friesland van Henricus Johannis, deken van West-Friesland, om rekening en verantwoording te doen van zijn beheer over de jaren 1493 en 1494, 1495 dec. 17 1495 dec. 17 1 charter 2610 Akte van anstelling door het kapittel en de proost van West-Friesland van Arnold van Bouckhorst, cureit van de parochiale kerk van Ryerkerck, voor 7 jaren tot deken en officiaal van West-Friesland, 1513 juni 11 1513 juni 11 1 charter 2611 Minuten van de aanstelling van Arnold van Buchorst, cureit van Ryerkerck, tot deken van West-Friesland, en andere stukken betreffende deze zaak, 1520, met stukken betreffende klachten tegen hem over de uitoefening van zijn ambt, 1516, 1521 1 omslag 2612-2612 Akte waarbij Arnoldus van Buchorst, cureit van Ryerkerck, voor 7 jaren de waardigheid van deken van West-Friesland aanneemt, waartoe het kapittel en de proost hem hebben benoemd, 1520, met vergelijkbare akten van Johan Waldriau, 1523, en Gerbrandus Scagius, 1537, 1545, 1551 5 charters 2612-1 1520 aug. 13 2612-2 1523 okt. 28 2612-3 1537 sept. 1 2612-4 1545 nov. 19 2612-5 1551 juli 3 2613 Procesverbaal van het getuigenverhoor voor commissarissen van het kapittel over de overtredingen door Gerbrand Scagen, deken van West-Friesland, in zijn beheer gepleegd, 1544 1544 1 deel 2614 Akte waarbij Johannes Zijbrandi de voorwaarden aanvaardt, waarop het kapittel en de proost van West-Friesland hem de geestelijke jurisdictie in West-Friesland voor 7 jaren hebben opgedragen, 1553 juli 31 1553 juli 31 1 charter 2615 Procuratie door het kapittel gegeven aan zijn schout in een proces tegen de erfgenamen van Gerit Ramp over een som van 140 gulden, die hij schuldig is van de administratie van de justitie in West-Friesland, 1554 mrt. 19 1554 mrt. 19 1 charter 2616 Akte van aanstelling, door het kapittel en de proost van West-Friesland gegeven aan Johannes Grave, pastoor te Does, tot deken en officiaal van West-Friesland, 1555 1555 1 charter 2617 Stukken betreffende het proces, voor het kapittel gevoerd door de fiscaal van West-Friesland tegen Jan Graeff, gewezen deken van West-Friesland, wegens het aannemen van geld voor de rechtspraak en het vervalsen van een vonnis, 1558 1558 1 omslag Hierbij afschriften van de voorwaarden waarop Johannes Zybrandi alias Graeff in 1553 en 1555 de geestelijke jurisdictie in West-Friesland op zich genomen heeft NB 2618 Procesverbaal van het getuigenverhoor voor commissarissen van het kapittel in het proces van de fiscaal van West-Friesland tegen Sybrand, zoon van Jan Graeff, deken van West-Friesland, wegens het vervalsen van een vonnis, 1558-1559 1558-1559 1 omslag 2619-2619 Akten waarbij Rodolphus Straetman de voorwaarden aanvaardt, waarop het geestelijke jurisdictie in West-Friesland eerst voor 6 jaren, vervolgens voor één jaar hebben opgedragen, 1557-1565 1557-1565 4 charters 2619-1 1557 sept. 27 2619-2 1563 mei 7 2619-3 1564 okt. 8 2619-4 1565 okt. 9 2620-2620 Akten waarbij Johannes Gruwernis (Gruelius), pastoor van Wijdenes, de voorwaarden aanvaardt, waarop het kapittel en de proost van West-Friesland hem telkens voor 6 jaren de geestelijke jurisdictie in West-Friesland hebben opgedragen, 1566, 1569 1566, 1569 2 charters 2620-1 1566 sept. 5 2620-2 1569 sept. 5 2621 Taxe ecclesiarum in dolutione institutionum, lijst van de kerken van West-Friesland, met bijvoeging van de door de pastoors bij hun benoeming aan de deken van West-Friesland te betalen institutiegelden, ca. 1500 ca. 1500 1 stuk 2622-2622 Stukken betreffende de institutie van geestelijken in West-Friesland, 1487-1552 1487-1552 9 charters 2622-1 1487 aug. 25 2622-2 1494 aug. 27 2622-3 1495 aug. 30 2622-4 1503 nov. 7 2622-5 1506 mei 6 2622-6 1515 okt. 3 2622-7 1537 2622-8 1550 dec. 11 2622-9 1552 dec. 9 2623 Formulierboek voor de degradatie van een priester, begin van de 16e eeuw begin van de 16e eeuw 1 stuk Achterin is een afschrift van een vonnis tegen Joh. Winter, vice-cureit van Hoorn, wegens Lutherij opgenomen NB 2624 Stukken betreffende de verplichting van de gebeneficieerde geestelijken van West-Friesland tot betaling van een precarie bij de aanstelling van een nieuwe proost van West-Friesland, 1500-1531 1500-1531 1 omslag 2625-2625 Akte waarbij het kapittel en de proost van West-Friesland de deken Arnoldus van Buchorst machtigen tot de ontvangst van de door de geestelijkheid van West-Friesland verschuldigde precarie, met akte waarbij zij de cureiten van Ertswoude, Scherwoude, Abbenkerck en Midtwoude, die nalatig zijn in de betaling, met de ban bedreigen, 1521 1521 2 charters 2625-1 1521 juni 15 2625-2 1521 juni 22 2626-2626 Stukken betreffende de geschillen van het kapittel met enige kloosters in West-Friesland over de visitatie, 1514-1515 1514-1515 3 charters 2626-1 1514 juni 14 2626-2 1514 juni 17 2626-3 1515 juni 15 2627-2627 Akte waarbij het kapittel en de proost van West-Friesland domdeken Johannes van de Vecht en de kanunnik Cornelis van Nijenrode belasten met de visitatie van kerken, kloosters en andere heilige plaatsen in West-Friesland, met akte waarbij deze commissarissen alle geestelijke beneficianten en officianten oproepen om in het St. Ceceliaklooster te Hoorn te verschijnen met hun aanstellingen, 1562 1562 2 charters 2627-1 1562 febr. 13 2627-2 1562 febr. 17 2628 Akte van commissie door het kapittel van de kanunniken Johannes van Wede en Johannes van de Berch tot de visitatie van de proosdij West-Friesland, 1571 juni 16 1571 juni 16 1 charter 2629 Mandaat van de deken van West-Friesland aan de hem ondergeschikte geestelijkheid om de inzamelingen ten behoeve van hen die door de ongelovigen gevangen gehouden worden, te bevorderen, 1520 mei 5 1520 mei 5 1 charter 2630 Statuut van het kapittel en de proost van West-Friesland betreffende het werken op zekere heiligendagen, 1524 nov. 29 1524 nov. 29 1 charter 2631 Akte waarbij de regering van Grotebroek zich verplicht tot wederopbouwing van de afgebrande pastorie, 1556 febr. 4 1556 febr. 4 1 charter 2632 Fundatiebrief van de vicarie van O.L.V. in de parochiekerk van Oudendorp door Theodricus, pastoor aldaar, 1463. Afschrift 1463. Afschrift 1 stuk 6.13.3. Geschillen met wereldlijke en geestelijke personen over de rechtspraak 2633-2633 Stukken betreffende geschillen van het kapittel met de regering van Hoorn naar aan leiding van de dagvaarding van poorters en een buitenpoorter van Hoorn naar Utrecht, in zake eigendom van land of achterstallige pacht, 1484 1484 1 stuk en 3 charters 2633 1484 2633-2 1484 sept. 28 2633-3 1484 okt. 11 2633-4 1484 okt. 11 2634-2634 Stukken betreffende een geschil van het kapittel met de proost van West-Friesland en de regering van Hoorn, die Petrus Wibrandi uit de kerk gehaald hadden, waarin hij na een doodslag gevrucht was, 1487-1488 1487-1488 1 stuk en 2 charters (getransfigeerd) 2634 1487 2634-2 1488 aug. 21 en 1488 aug. 29 2 charters, getransfigeerd 2635 Mandaat van het kapittel en de proost van West-Friesland aan de geestelijkheid om aan Theodericus Wilhelmi en de regering van Hoorn, onder bedreiging met excommunicatie, te verbieden zich te bemoeien met een geschil over een erfenis, waarin zij vonnis hebben gewezen, 1488 jan. 21 1488 jan. 21 1 charter 2636-2636 Banvonnis van de baljuw van de Nyenburch en leenmannen van Holland te Oudorp tegen Cornelijs Jacobsz. en Willem Mathijsz, met monitie van het kapittel en de proost van West-Friesland aan de baljuw en zijn assessoren om hun vonnis te vernietigen, 1498 1498 2 charters 2636-1 1498 april 8 2636-2 1498 mei 28 2637 Nonitie van het kapittel en de proost van West-Friesland aan schout en schepenen van Hoorn, om de goederen terug te geven, die zij onthouden aan het St. Catharinaklooster aldaar, 1498 mei 7 1498 mei 7 1 charter 2638 Mandaat van het kapittel en de proost van West-Friesland aan het gerecht van St. Pancrad, om Yvo, cureit aldaar, in het rustig bezit van zijn goederen te laten, 1502 april 27 1502 april 27 1 charter 2639 Akte van citatie door het Hof van Holland van Jan Wiggersz., gemachtigde van de kerkmeesters van Oosterblokker, in hun proces tegen Jan Pietersz., priester, over zekere landen, 1502 aug. 4 1502 aug. 4 1 charter 2640-2640 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor het Hof van Holland over de nalatenschap van Thomas van Medemblick, waarmee zich ook het kapittel en de proost van West-Friesland, tevens de officialen van de bisschop en de aartsdiaken van de Dom hebben ingelaten, 1515-1517 1515-1517 1 omslag en 3 charters 2640 1517 2640-2 1515 juni 11 2640-3 1516 juli 21 2640-4 1517 mrt. 21 2641-2641 Stukken betreffende het proces, gevoerd door de magistraat van Hoorn tegen Arent Jansz. Sonck uit de immuniteit heeft gehaald, 1518-1519 1518-1519 1 omslag en 1 charter 2641 1518-1519 2641-2 1519 juli 24 2641-a Proces-verbaal van het getuigen verhoor, op last van het kapittel en de proost van West-Friesland afgenomen in het geschil tussen de deken van West-Friesland en de ambetenaren van keizer Karel V over de omvang en de inrichting van de geestelijke rechtspraak in West-Friesland, 1523 1523 1 deel 2642 Overeenkomst tussen het kapittel met de deken van West-Friesland en de wereldlijke besturen van dat gewest over de geestelijke jurisdictie, door bemiddeling van Joost Sasbout, door de stadhouder van Holland en Utrecht daartoe aangewezen, 1534 dec. 2 1534 dec. 2 1 charter 2643 Statuut, door het kapittel en de proost van West-Friesland uitgevaardigd, in overleg met de stadhouder van de koning in Holland, waarbij de fabriekmeesters en de beheerders van goederen van kerkelijke broederschappen in West-Friesland verplicht worden eens in het jaar rekening te doen aan de pastoor en de schout van hun gemeenten, 1559 jan. 7 1559 jan. 7 1 charter 2644 Verzoekschriften door de kerkmeesters van Westwoude en Oosterblokker en van de dekens van het O.L.V. gilde te Westwoude en het St. Pancras-gilde te Oosterblokker aan het hof van Holland tegen mr. Roeloff Straetmans, deken van West-Friesland, die hun rekeningen wil afhoren, met mandamenten van interdictie van het hof, 1560 1560 1 omslag 2645 stukken betreffende het proces, gvoerd voor de bisschoppelijke officiaal als gedelegeerden rechter van het kapittel, met een verzoek om verlof tot verkoop van land te Oosterblokker en Westerblokker, 1565 1565 1 stuk 2646 Advies van de deken van West-Friesland op een verzoekschrift door de memoriemeesters van Hoorn aan het kapittel, met een verzoek om verlof tot verkoop van land te Oosterblokker en Westerblokker, 1565 1565 1 stuk 6.13.4. Processen, gevoerd voor het kapittel en de proost 2647 Stukken betreffende een proces van het convent van Vallis St. Petri buiten Hoorn tegen Theodericus Frederici, van Amsterdam, over enige bij het klooster gelegen weiden, 1488 mrt. 22 1488 mrt. 22 1 charter 2648-2648 Stukken betreffende een proces van Nanno Zyfridsz., pastoor van Winkel, tegen de pastoor van Schagen en anderen over het betalen van dearii cathedratici of synodales aan de deken van West-Friesland in elk schrikkeljaar, 1488-1493 1488-1493 1 omslag en 3 charters 2648 1488-1493 2648-2 1491 okt. 29 2648-3 1491 nov. 16 2648-4 1493 mrt. 27 2649-2649 Stukken betreffende een proces van Adrianus van Riewijck en Geertrudis Nicolai, echtelieden, tegen Thomas Nicolai, over de geldigheid van hun huwelijk, 1491 1491 1 stuk en 4 charters 2649 1491 2649-2 1491 mei 14 2649-3 1491 juni 9 2649-4 1491 juni 21 2649-5 1491 aug. 23 2650-2650 Stukken betreffende een proces van enige parochianen van Medemblik tegen Wolfardus van Medemblick, in hoger beroep van een vonnis van de deken over zekere hun toekomende landerijen, 1493-1496 1493-1496 8 charters 2650-1 1493 aug. 1 2650-2 1495 april 11 2650-3 1495 mei 4 2650-4 1495 okt. 15 2650-5 1495 okt. 26 2650-6 1495 okt. 29 2650-7 1496 mrt. 28 2650-8 1496 mei 16 2651-2651 Stukken betreffende een proces van de pastoor en de parochianen en de fabriekmeesters van Broek (op Langendijk) over een stuk land, genaamd de Plomp, 1493-1499 1493-1499 1 omslag en 2 charters 2651 1493-1499 2651-2 1497 april 18 2651-3 1498 mrt. 7 2652-2652 Stukken betreffende een prices van Albertus Pauli, koster te Wijdenes, tegen Reynerus Johannis, over zeker huis, 1496 1496 4 charters 2652-1 1496 juni 18 2652-2 1496 sept. 26 2652-3 1496 nov. 8 2652-4 1496 nov. 19 2653-2653 Stukken betreffende een proces van de gerechtigden in de boedel van Johannes Henrici, in zijn leven monnik in de St. Paulusabdij te Utrecht, 1501-1503 1501-1503 3 charters 2653-1 1501 juli 9 2653-2 1503 mrt. 20 2653-3 1503 nov. 24 2654-2654 Stukken betreffende een proces van Martinus Meinerdi tegen de fabriekmeesters van Enkhuizen over zeker testament, met stukken over de betaling van de advocaten van partijen, 1501-1504 1501-1504 7 charters (waarvan 3 getransfigeerd) 2654-1 1501 sept. 28, 1501 sept. 28 en 1501 okt. 2 3 charters, getransfigeerd 2654-2 1501 okt. 13 2654-3 1503 2654-4 1503 sept. 22 2654-5 1504 jan. 11 2655-2655 Stukken betreffende een proces tussen Ludolphus Theoderici Oesterblocker en Anna Broderi over de ontbinding van hun huwelijk, 1502 1502 1 stuk en 2 charters 2655 1502 2655-2 1502 april 8 2655-3 1502 mei 2 2656 Stukken betreffende een proces van Henricus Zoudenbalch, kanunnik van St. Pieter te Utrecht, tegen Willem van Asperen, over het bezit van de kerk van Bovenkarspel, hun respectievelijk aangekomen door collatie van de thesaurier en de turnarius van het domkapittel, 1505 1505 1 deel 2657-2657 stukken betreffende een proces van Cornelius cornelii, priester, tegen mr, martinus, erfgenaam van Jacobus Johannis, over belediging, 1507-1508 1507-1508 1 omslag en 1 charter 2657 1508 2657-2 1507 juni 21 2658-2658 Stukken betreffende een proces van het gerecht en de kerkmeesters van Spanbroek en de bestuurders van het O.L.V. gilde te Wissenende tegen Matthijs Pietersz., pastoor van Spanbroek, over het slechte beheer vande parochiekerk en de kapel, met afschrift van het testament van de pastoor, 1511-1514 1511-1514 1 omslag en 2 charters 2658 1511-1514 2658-2 1511 juli 7 2658-3 1512 juli 26 2659-2659 Stukken betreffende een proces van Thomas Gerardi, kapellaan van de heer van Schagen, tegen de deken van West-Friesland, over een geldzaak, in verband waarmee hij geschorst was, 1513 1513 2 charters 2659-1 1513 nov. 11 2659-2 1513 dec. 16 2660-2660 Stukken betreffende een proces van Cornelia Martensdr. van Wadewey tegen Wouter Woutersz. van Hoochwoude over een geheim huwelijk in 1534 voor de deken, 1535-1536 1535-1536 1 omslag en 1 charter 2660 1535-1536 2660-2 1536 aug. 30 2661 Stukken betreffende een proces van Nanne Pietersdr. tegen Nanno Claesz. van Zwaech over het onderhoud van haar kind, 1535 1535 1 omslag 2662 Stukken betreffende een proces van Griet Adriaensdr. tegen Gerbrand Pietersz. te Oudendorp over het onderhoud van haar kind, 1536-1539 1536-1539 1 omslag 2663 Stukken betreffende een proces van Cornelius, kapelaan te Schagen, tegen mr, martinus ex Alto, wegens laster, 1557 1557 1 omslag 2664 Stukken betreffende een proces van de fiscaal van West-Friesland tegen Pieter Pietersz. van Glabbeeck, pasoor van Hoochcarspel, wegens concubinaat, 1560-1568 1560-1568 1 omslag 2665-2665 Stukken betreffende een proces van Agata Wybrandi tegen Petrus Martini van Scellinchout, wegens ontering, 1563 1563 2 charters 2665-1 1563 april 23 2665-2 1563 april 29 2666-2666 Stukken betreffende een proces van Claes Jansz. over de nietigheid van het appèl van Duver Jansz. van een vonnis van de deken van West-Friesland, met een akte waarbij Dieuwer Jansdr., te Hem, een procureur stelt in het proces tegen Claes Mathijsz, 1565 1565 1 stuk en 1 charter 2666 1565 2666-2 1565 febr. 28 2667 Stukken betreffende een proces van de getijdemeesters van Medemblik tegen Wigger Alartsz., dijkgraaf van Medemblik, over de uitkering van fl. 47 als slot van rekening van de vroegeren getijdemeester Thomas Jacobsz, 1570 1570 1 omslag 2668-2668 Losse processtukken, 1414-1567 1414-1567 45 charters Hiervan zijn 27 akten van citatie door en 8 aantekeningen van beroep op het kapittel NB 2668-1 1414 mei 9 2668-2 1491 nov. 21 2668-3 1496 juni 18 2668-4 1499 okt. 23 2668-5 1499 dec. 12 2668-6 1500 april 16 2668-7 1501 febr. 20 2668-8 1501 okt. 20 2668-9 1502 sept. 25 2668-10 1502 dec. 20 2668-11 1503 mei 20 2668-12 1503 juli 21 2668-13 1503 sept. 2 2668-14 1509 juli 20 2668-15 1510 juli 20 2668-16 1510 dec. 10 2668-17 1512 april 7 2668-18 1512 april 12 2668-19 1512 aug. 12 2668-20 1512 aug. 28 2668-21 1513 april 5 2668-22 1513 aug. 26 2668-23 1513 dec. 9 2668-24 1513 dec. 21 2668-25 1514 mrt. 31 2668-26 1514 aug. 19 2668-27 1516 sept 2668-28 1517 april 27 2668-29 1518 2668-30 1518 april 1 2668-31 1518 aug. 28 2668-32 1524 febr. 26 2668-33 1524 mrt. 24 2668-34 1525 jan. 5 2668-35 1530 okt. 28 2668-36 1543 sept. 6 2668-37 1552 juni 1 2668-38 1552 sept. 24 2668-39 1552 sept. 24 2668-40 1557 jan. 16 2668-41 1558 mei 12 2668-42 1563 april 2 2668-43 1564 aug. 7 2668-44 1566 mei 24 2668-45 1567 dec. 9 6.13.5. Processen, gevoerd voor de deken van West-Friesland 2669 Losse stukken betreffende processen, gevoerd voor de deken van West-Friesland, 1486-1569 1486-1569 1 omslag 6.14. De vicarieën 6.14.1. Algemeen Zie ook nrs. 65, 66, 105-107-2, 112, 143-1-143-7, 401 en 405. NB 2670 Akte waarbij de domproost Theodericus de prebenden van vier beambten van keuken en kelder ter beschikking van het kapittel stelt, om daarmede vier vicarissen te begiftigen, 1243 sept. 9 1243 sept. 9 1 charter 2671 Akte waarbij Johannes de Jupilia, kanunnik te Luik, vroeger domscholaster te Utrecht, de collatie van een door hem bij het graf van bisschop Hendrik gestichte vicarie schenkt aan de domdeken, 1280 okt. 1 1280 okt. 1 1 charter 2672 Gerechtsbrief van de Betuwe, waarbij Wilhelmus van Risewich, ridder, met toestemming van zijn vrouw en zonen, drie hoeven in zijn land genaamd Bredemate schenkt aan de vicarie bij het graf van bisschop Hendrik, 1282 juni 1282 juni 1 charter 2673 Brief van bisschop Jan van Arkel aan het kapittel over de ruiling van prebenden door drie geestelijken, onder andere Johannes van Tule, vicaris van de Dom, wiens vicarie zal komen aan Alardus van Cattenbroec of van Bosinchem, kanunnik te Amersfoort, 1352 dec. 15. Afschrift, 1353 1352 dec. 15. Afschrift, 1353 1 charter 2674 Minuut van een notariële akte waarbij Theodericus Spierinc, kanunnik van de Dom, Pieter van Mera, Johan Uten Elsweert, Johan van Streman en Ghijsbert van Tula machtigt om zijn rechten op een vicarie in de Dom voor de door de paus te benoemen rechters te verdedigen, 1409 okt. 2 1409 okt. 2 1 charter 2675 Aantekeningen over de uitgaven, te Rome gedaan ter verkrijging van bullen betreffende de vicarieën in de Dom, als anders, met minuut van een verzoekschrift aan de paus, (1482) (1482) 1 omslag Zie ook de resoluties van het kapittel van 19 juli en 5 oktober 1482 NB 2676-2676 Bul van paus Sixtus IV, waardoor het kapittel de beschikking krijgt over die vicarieën, die in de pauselijke maanden openvallen en waarvan de inkomsten niet boven 3 mark zilvers belopen, met een afschrift, 1481, en een nadere bul van paus Adriaan VI, waarbij het collatie recht van het kapittel wordt uitgebreid tot de vicarieën, waarvan inkomsten niet boven 4 mark zilvers gaan, 1522 1 stuk en 2 charters 2676 1481. Afschrift 2676-2 1481 febr. 10 2676-3 1522 sept. 5 2677-2677 Roosters van de turnarii vicariarum (minorum beneficiorum), 1583-1624, 1711-1810 1583-1624, 1711-1810 3 delen 2677-1 1583-1624 2677-2 1711-1766 2677-3 1767-1810 2678 Inventaris van de bezittingen (ornamenten en landerijen), behorende aan de vicarieën in de Dom, ca. 1480, 1599 ca. 1480, 1599 1 omslag 2679 Registrum vicariarum et bonorum carundem ecclesiae Trajectensis, lijsten van de vicarieën in de Dom, met opgave van haar goederen, eind van de 15e eeuw, met latere aantekeningen en achterin enige fundatiebrieven van vicarieën (Martinus en Elizabeth, Jacobus en Johannes) en huurbrieven van landerijen en huizen (Vic, margaretae) 1 deel 2680 Lijsten van vicarissen en vicarieën in de Dom, met aantekeningen over de collatie van de vicarieën en de afwezigheid van de vicarissen, 1556-(1745) 1556-(1745) 1 omslag 2681 Memories van de goederen van de vicarieën en omtrent de studie's en de leeftijd van de vicarissen, 1626-1637 1626-1637 1 pak 2682 Lijst van de vicarieën in de Dom, haar goederen en bezitters, 1636 1636 1 stuk 2683 Lijst van de vicarieën in de Dom, met haar bezitters, 1656 1656 1 deel 2684-2684 Chronologische lijst van de opvolgende bezitters van de vicarieën, 1496-1642, opgemaakt in 1656, met afschrift 1496-1642, opgemaakt in 1656, met afschrift 2 delen Niet volledig NB 2684-1 1496-1642 2684-2 1496-1642. Afschrift 2685 Cartularium van de bona choralium en van de goederen van de vicarieën, einde van de 15e eeuw, met een fragment van een cartularium, waarin, met een hand van het begin van de 15e eeuw, geschreven zijn oorkonden over de vicarie van O.L.V., en, met een hand van het begin van de 16e eeuw, oorkonden over de vicarie van de Tienduizend Martelaren, verder een Registrum omnium bonorum vicariorum in ecclesia Trajectensi, einde van de 15e eeuw, en een register getiteld Bona apectantia ad altaria et bona choralium ecclesie Trajectensis, einde van de 14e eeuw einde van de 14e eeuw 1 band Het laatstgenoemde register is van dezelfde hand als nr. 601 en komt, wat de bona choralium bereft, daarmee overeen. Alleen is aan 't slot iets bijgevoegd, behalve nog de 'Bona assignata in fundacionibus altarium' NB 2686 Registrum litterarum recognitionum vicariorum, register van pachtbrieven van vicariegoederen, 1578-1644 1578-1644 1 deel 2687 Huurcedullen van landerijen, behorende aan verschillende vicarieën in de Dom, 1578-1644 1578-1644 1 omslag 2688 Stukken betreffende de gelden, welke de onderscheidene vicarissen hebben bij te dragen tot subsidie van de predikanten, 1674-1680 1674-1680 1 omslag De Staten van Utrecht stonden op 23 april 1656 aan de stad Utrecht een subsidie toe van fl. 6000 per jaar voor haar predikanten en scholen, en belasten daarmede de vijf kapittels. Het domkapittel hief van de vicarissen 3½ procent van hun inkomen, om aan een gedeelte van het geld te komen NB 2689 Stukken betreffende de in 1674 aan de stadhouder toegestane collatie van vicarieën, het herstel van het collatierecht van het kapittel met de vrijheid van resignatie van prebenden en vicarieën in 1682, het subsidie tot goedmaking van de onkosten van dit herstel in 1687 van de vicarissen gevorderd, en een verzoek van deze, in 1717 gedaan, tot afschaffing van deze belasting 1 omslag 6.14.2. Vicarieën op het altaar van St. Andreas en St. Pontiaan 6.14.2.1. 1e portie (St. Andreas, in 1682 geacquireerd) 2690 Brief van Johannes Hugonis aan het kapittel over de benoeming van gemachtigden tot de verruiling van zijn vicarie, 1489 1489 1 stuk 2691 Lijst van de inkomsten van de vicarie, ca. 1300 ca. 1300 1 charter 2692 Lijsten van de inkomsten van de vicarie, ca. 1400 ca. 1400 1 omslag 2693 Uitspraak in een geschil over een hoeve te Poelwijk in het kerspel Goudriaan, welke verklaard wordt eertijds door Johannes van Westende, toen oudste kanunnik, aan een vicarie in het Nieuwe Werk te zijn geschonken en thans in erfpacht te worden gehouden, 1335 mrt. 21. Afschrift, 14e eeuw 1335 mrt. 21. Afschrift, 14e eeuw 1 charter 2694-2694 Pachtbrief van een hoeve land te Poelwijk, 1326, met erfpachtbrieven, 1335-1589 9 charters 2694-1 1326 aug. 12 2694-2 1335 mrt. 21 2694-3 1361 nov. 6 2694-4 1425 febr. 13 2694-5 1472 nov. 27 2694-6 1473 aug. 14 2694-7 1559 febr. 4 2694-8 1589 mrt. 21 2694-9 1589 mei 10 2695-2695 Lijfpacht- of erfpachtbrieven van een viertel land te Polsbroek, met bijlage, 1347-1360 1347-1360 3 charters 2695-1 1347 mrt. 2 2695-2 1347 juli 13 2695-3 1360 aug. 2 2696-2696 Erfpachtbrieven van 3 viertel land te Haastrecht (in de polder Honaert), 1355-1522 1355-1522 6 charters 2696-1 1355 mrt. 5 2696-2 1355 mrt. 5 2696-3 1459 nov. 27 2696-4 1500 2696-5 1518 febr. 11 2696-6 1522 febr. 26 2697 Notariële akte waarbij krachtens de laatste wil van vicaris Petrus Matthias aan het kapittel de jaarlijkse renten worden geschonken, die de overledene placht te ontvangen van de abdij van St. Paulus uit goederen in Papendorp, om daaruit memories en feesten te bekostigen, onder andere ten behoeve van de altaren van St. Andreas en van St. Blasius en St. Agnes, 1358 juli 30 1358 juli 30 1 charter Zie ook de stukken onder rubriek 6.14.3.1 (vicarie op het altaar van St. Barbara) NB 2698-2698 Verklaring door Peter Uten Goy, dat hij van Dirck de Griemer de eigendom van de Borchhoeve te Ottoland heeft ontvangen ten behoeve van een vicarie in de Dom, z.j., met een verklaring door dijkgraaf en hoogheemraden van de Alblasserwaard, dat rechter en heemraden van Ottoland hebben getuigd, dat Dirc de Griemer de Borchhoeve met toebehoren volgens dijkrecht zicht heeft toegeëigend, met minuut of afschrift hiervan, 1413 1413 1 omslag, 1 charter 2698 1413 2698-2 1413 nov. 10 2699 Akte van de dijkgraaf van de Alblasserwaard, waarbij de Borchhoeve te Ottoland, behorende aan het altaar van St. Andreas en St. Pontiaan, wordt vrijgesteld van dijklasten, 1458 dec. 14 1458 dec. 14 1 charter 2700-2700 Lijfpachtbrieven van de Borchhoeve te Ottoland, 1419-1457, met erfpachtbrieven, vanaf 1562 van twee halve hoeven, 1425-1749 1 stuk en 21 charters 2700 1562 2700-2 1419 nov. 24 2700-3 1425 febr. 13 2700-4 1433 mrt. 32 2700-5 1457 mei 20 2700-6 1458 dec. 14 2700-7 1464 okt. 15 2700-8 1470 mrt. 22 2700-9 1470 aug. 20 2700-10 16e eeuw 2700-11 1525 april 18 2700-12 1566 mei 31 2700-13 1604 juli 30 2700-14 1623 jan. 13 2700-15 1623 mrt. 13 2700-16 1624 dec. 14 2700-17 1625 dec. 5 2700-18 1656 mrt. 7 2700-19 1732 mrt. 18 2700-20 1743 febr. 25 2700-21 1743 april 20 2700-22 1749 okt. 8 2701 Schuldbekentenis van Steffanus Gerardi, van 9 gouden nobels uit een hoeve land te Ottoland, 1455 mrt. 24 1455 mrt. 24 1 charter 2702 Stukken betreffende moeilijkheden met erfpachters te Ottoland, 1591-1617 1591-1617 1 omslag 2703-2703 Pachtbrief van een halve hoeve land te Willeskop, 1562, met afschriften van oudere pachtbrieven, ca. 1500-1560 1 omslag en 1 charter 2703 ca. 1500-1560 2703-2 1562 mei 9 6.14.2.2. 2e portie (St. Pontiaan, 1692 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) Zie ook de rubriek Vicarie van St. Simon en St. Judas, 1e portie (6.14.25). NB 2704 Lijst van de renten en goederen, toekomende aan Claes van Dunen, vicaris bij het altaar van St. Andreas en St. Pontiaan, waarvan in lange jaren niets is ontvangen, ca. 1400 ca. 1400 1 stuk 2705 Erfpachtbrief van een halve hoeve land te Papenkop in het kersel Oudewater, 1397 april 17 1397 april 17 1 charter 2706 Pachtbrief van landerijen in Bijleveld, 1445 febr. 16 1445 febr. 16 1 charter 6.14.3. Vicarieën op het altaar van St. Barbara en St. Margareta 6.14.3.1. 1e portie (St. Barbara, 1697 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) 2707 Akte waarbij domdeken Staphanus van Ase benoemt tot vicaris bij het altaar van St. Barbara, 1353 febr. 5 1353 febr. 5 1 charter Vergelijk Rechtsboek p. 33. Later werd deze vicarie geconfereerd door de turnarius NB 2708 Akte waarbij Johannes Gruter, als turnarius, Wilhelmus van St. Barbara en St. Margareta, 1475 aug. 1 1475 aug. 1 1 charter 2709 Akte van admissie door het kapittel, van Wouter Brock als vicaris bij het altaar van St. Barbara, waartoe hij was voorgedragen door de hebdomadarius Otto van Malsen (extract-resolutie), 1565 1565 1 stuk 2710-2710 Stukken betreffende een rente van 25 pond jaarlijks uit goederen in Papendorp, door de abdij van St. Paulus verkocht aan Hugo Wstinc, kanunnik van de Dom, door deze geschonken aan vicarissen Reynerus Modde en Peter Matthias', daarna door Reynerus Modde aan de door Peter Matthias' gestichte vicarie van St. Barbara, 1348-1355, met vidimussen door de bisschoppelijke officiaal, 1383, 1385, en een door één van de akten gestoken uitspraak door scheidsrechters in een proces over een rente van 50 pond, 1424 9 charters (waarvan 3 getransfigeerd) 2710-1 1348 aug. 11 2710-2 1348 aug. 24 2710-3 1348 aug. 24, 1348 sept. 1 en 1424 mrt. 31 3 charters, getransfigeerd 2710-4 1349 sept. 6 2710-5 1355 jan. 8 2710-6 1383 nov. 14 2710-7 1385 sept. 4 2711-2711 Akten waarbij een halve hoeve land, genaamd Boyershoeve, te Kockengen, aan Petrus Matthias', vicaris van de Dom, wordt overgedragen en van hem in erfpacht genomen, 1350 1350 4 charters 2711-1 1350 mrt. 23 2711-2 1350 mrt. 23 2711-3 1350 mei 10 2711-4 1350 mei 10 2712 Register van stukken betreffende twee renten uit de goederen te Papensorp, in 1348 door de St. Paulusabdij verkocht aan H. Wstinc en Abr. Visser, en later aan het kapittel gekomen, waarvan de betaling vanaf jaren gestaakt en in 1424 volgens compromis opnieuw geregeld werd, ca. 1500 ca. 1500 1 stuk 2713 Eigendomsbewijs van een rente van één pond uit een huis en hofstede in de Regenboog, 1356 okt. 23 1356 okt. 23 1 charter 2714 Uitspraak door de bisschoppelijke officiaal, waarbij het convent van de Cellebroeders wordt veroordeeld, over 13 jaren aan het kapittel één stadpond per jaar te betalen, verschuldigd aan de vicarie van St. Barbara uit een huis in de Regenboog, 1475 juli 25 1475 juli 25 1 charter 2715 Lijst van de inkomsten van de vicarie, ca. 1530 ca. 1530 1 stuk 2716 Eigendomsbewijs van 5 morgen land te Avezaat, 1362 aug. 1 1362 aug. 1 1 charter Zie ook nrs. 2739-1-2739-3 NB 2717-2717 Erfpachtbrief van 5 morgen land in het Nieuwe lint (Nieuweling) te Avezaat, 1414, met pachtbrieven, 1534-1571 1534-1571 1 stuk en 6 charters (chirograaf) 2717 1534 2717-2 1414 okt. 2 2717-3 1539 mei 20 2717-4 1554 mrt. 3 2717-5 1554 mrt. 7 2717-6 1557 juni 19 2717-7 1571 mei 25 2718-2718 Stukken betreffende processen tegen pachters van 5 morgen land te Avezaat, door het kapittel gevoerd voor de ambtman van Tiel, 1554, 1570, 1627 1554, 1570, 1627 1 omslag en 2 charters 2718 1627 2718-2 1554 jan. 30 2718-3 1570 febr. 1 2719-2719 Pachtbrieven van 7 of 4 morgen land (het Smalle vierdel) in de Hoge Biezen te IJsselstein, 1394, 1557 1394, 1557 2 charters 2719-1 1394 april 30 2719-2 1557 febr. 21 2720 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het gerecht van IJsselstein door het kapittel en Thomas Persoels, als curator van de vicaris bij het St. Barbara-altaar, tegen Jan Aertsz. de Heelt c.s., over het eigendom van 7 morgen land in de Hoge Biezen, behorend aan deze vicarie, 1554-1555 1554-1555 1 omslag 2721 Stukken betreffende het proces gevoerd voor het gerecht van IJsselstein door Gerrit Beyer, vicaris bij het St. Barbara-altaar in de Dom, tegen Jan Dirckse Cock en Steven Adriaensz., tot ontruiming van 3 morgen land in de Hoge Biezen, behorend aan deze vicarie, 1561 1561 1 omslag Zie ook nr. 2005 NB 2722 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het gerecht van Buiten Tolsteeg door Wouter Brock, vicaris bij het St. Barbara-altaar in de Dom, tegen Steven Adriaensz. tot betaling van erfpacht voor het gebruik van 2 morgen land in de Hoge Biezen, 1572-1575, met retroacta vanaf 1509 1572-1575, met retroacta vanaf 1509 1 pak 2723 Aantekeningen over processen, door Wouter Brock, vicaris bij het St. Barbara-altaar, gevoerd wegens pacht van 4 morgen land in de Hoge Biezen, 1581, 1598 1581, 1598 1 omslag 2724 Brief van Anthonis van Lalaing, heer van Montigny en Culemborg, waarbij hij, in antwoord op een schrijven van het kapittel over twee renten, van 8 oude schilden en van 1 oud schild, voor de eerste verwijst naar zijn zwager Van Pallant, maar zijn verplichting tot betaling van 1 oud schild aan de vicarie op het altaar van St. Barbara erkent, 1512 1512 1 stuk 6.14.3.2. 2e portie (St. Margareta, 1666 geacquireerd) 2725 Testament van Wilhelmus Bordoys, vicaris van de Dom, waarbij hij gelden bestemt voor zijn memorie en voor een tweede vicarie op het altaar van St. Barbara, 1320 nov. 29 1320 nov. 29 1 charter Volgens dit testament zou de collatie de deken toebehoren. Wstinc, zie Rechtsboek p. 34, noemt een altaar domini Wilhelmi Capellaen, waarvan de collatie aan het kapittel stond. Later bezat deze ze zeker, en dan op grond van een stichting in 1364 door G. van Westrenen Junior. De stichtingsbrief staat in het cartularium in nr. 2685 (folio 203 verso) ten onrechte bij de stukken over de vicarie op het altaar van St. Margareta in capella Guidonis NB 2726 Akte waarbij ten behoeve van het kapittel afstand wordt gedaan van de leenweer van landerijen in het Goy, 1364 mrt. 31 1364 mrt. 31 1 charter Een dorsale aantekening brengt de akte tot de vicarie van St. Barbara NB 2727 Rentebrief van 5 pond zwarten per jaar uit een claustraal huis in de immuniteit van St. Pieter, voor de executeurs van het testament van Wilhelmus Cappellaen, 1334 juni 15 1334 juni 15 1 charter 6.14.4. Vicarieën op het altaar van St. Bartholomeus en St. Andreas 6.14.4.1. 1e portie (St. Bartholomeus, 1757 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) 2728-2728 Akte waarbij Theodericus van Outshoorn, ridder, als uitvoerder van de laatste wil van zijn broer de elect Jacob, het altaar van St. Maria en St. Bartholomeus, waarbij deze begraven is, begiftigt met 11 morgen land te Jutfaas en regels stelt voor het beheer van de vicarie, met de bevestiging van de beschikking door het kapittel, 1327 1327 2 charters 2728-1 1327 mrt. 24 2728-2 1327 mrt. 26 2729 Stukken betreffende een proces tussen vicaris Egidius Oghe en het kapittel over de vicarie op het altaar van St. Bartholomeus en St. Andreas, 1475. Afschriften door notaris J. Vliegher 1 stuk 2730 Akte van admissie van Franciscus Caspari tot de vicarie, 1605. Afschriften 1605. Afschriften 1 omslag 2731 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door de kanunnik Wernart van Lennip tegen de kanunnik Cornelis van Sypesteyn over het recht tot collatie van de vicarie van St. Bartholomeus en St. Andreas, in de tour van eerstgenoemde opengevallen, 1644 1644 1 omslag 2732 Volmacht voor Everard Vlaar, makelaar te Utrecht, tot het in ontvangst nemen van de vicarie, gefundeerd op het altaar van St. Andreas en St. Bartholomeus, voor Ph.J. van Soesdijk, minderjarige, 1732 1732 1 stuk 2733-2733 Eigendomsbewijzen van een akker land te Nederlangbroek, aan de Stamerweg, ten behoeve van de dochters van Adaem Stevensz., 1340, dan van Gherit van Benemael en zijn vrouw jonkvrouw Alijt, 1395-1396 4 charters De vicarie van St. Bartholomeus en St. Andreas, 1e portie, bezat hier later een akker land NB 2733-1 1340 okt. 31 2733-2 1395 nov. 17 2733-3 1395 dec. 3 2733-4 1396 mei 28 2734 Insinuatie aan de pachter van een morgen land, genaamd de Stamerweg, tot ontruiming, 1640 1640 1 stuk 2735 Eigendomsbewijs van 10 morgen 85 roede land in het gerecht van Zandwijk, 1356 sept. 21 1356 sept. 21 1 charter Blijkens het testament van domdeken Henricus de Weida van 1370, behoorde de helft van dit land aan de door bisschop Jacob van Oudshoorn gestichte vicarie van St. Bartholomeus NB 2736-2736 Eigendomsbewijzen van 14 morgen 3 hond land te Zoelen, 1355-1357, met oudere akte van overdracht, 1347 1355-1357, met oudere akte van overdracht, 1347 4 charters Blijkens het testament van domdeken Henricus de Weida van 1370, behoorde de helft van dit land aan de door bisschop Jacob van Oudshoorn gestichte vicarie van St. Bartholomeus NB 2736-1 1347 dec. 5 2736-2 1355 mei 20 2736-3 1357 mrt. 29 2736-4 1357 mrt. 29 2737-2737 Erfpachtbrieven van 14 morgen 3 hond land te Zoelen, 1357 1357 4 charters Van de pachtsom kwam de helft toe aan de vicarie van St. Bartholomeus NB 2737-1 1357 mrt. 29 2737-2 1357 mrt. 29 2737-3 1357 juni 23 2737-4 1357 juni 23 2738-2738 Akten betreffende het verzuim van de betaling van de pachtsom en de overdracht van de erfpacht van 14 morgen 3 hond land te Zoelen, 1358 1358 2 charters 2738-1 1358 febr. 13 2738-2 1358 febr. 13 2739-2739 Akten waarbij Gherit van de Weghe en zijn vrouw Berteline hun rechten op landerijen te Zoelen, Zandwijk en Avezaat afstaan aan het kapittel, 1397-1398 1397-1398 3 charters Het land te Avezaat behoorde aan de vicarie van St. Barbara. De landerijen te Zoelen (en Zandwijk) zijn verruild tegen landerijen te Werkhoven. Vergelijk nrs. nrs. 1755-1-1755-2 NB 2739-1 1397 dec. 20 2739-2 1398 mrt. 6 2739-3 1398 mrt. 9 2740-2740 Pachtbrieven van een hoeve land te Werkhoven, 1501, 1540 1501, 1540 2 charters Latere pachtbrieven betreffen twee hoeven, waarvan de halve opbrengst aan de vicarie komt. Vergelijk nrs. 1756-1-1756-4 NB 2740-1 1501 febr. 2 2740-2 1540 sept. 26 2741-2741 Akte van eigendomsoverdracht van 1½ morgen land op Oosterlaak in het gerecht Goy aan Claes Engbrechtzoon, 1432, met koopbrief en overdrachtsbrief van dit land, ten behoeve van het altaar van St. Bartholomeus in de kapel van St. Stephanus, de zielpriesters en priesters in het Nieuwe Werk, 1438 3 charters 2741-1 1432 nov. 6 2741-2 1438 febr. 25 2741-3 1438 febr. 25 6.14.4.2. 2e portie (St. Andreas, 1692 in de rekening vande geacquireerde vicarieën) Volgens Wstinc, zie Rechtsboek p. 33, en lateren kwam de collatie van deze vicarie oorspronkelijk toe aan de thesaurier. Zij is echter dikwijls geconfereerd door de turnarius. NB 2742 Akte waarbij het kapittel, met toestemming van de possesseur van de vicarie, gefundeerd op het altaar van St. Bartholomeus en St. Andreas, 2½ morgen land te Lopik verkoopt aan Jacob Willemsz. Lam, 1625 1625 1 stuk 2743 Stukken betreffende de begeving van de vicarie in 1658 1 omslag 6.14.5. Vicarie op het altaar van St. Blasius (1730 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) Het altaar wordt soms genoemd van St. Blasius en St. Christoforus, nog zeldzamer van St. Blasius en St. Agnes of alleen St. Agnes. NB 2744-2744 Stukken uit een proces in appèl over het bezit van de vicarie, welke aan Adam van Zuilen wordt toegewezen, 1465 1465 2 rollen 2744-1 1465 mrt. 1 2744-2 1465 mrt. 1 2745 Akte waarbij de domthesaurier Ghiselbertus aan het altaar van St. Christoforus en St. Blasius, dat vroeger door de priester Theodericus Grawaert met een huis en erf te Utrecht in de Regenboog, een viertel land in het kerspel Gein en enige renten begiftigd was een geweer land in het kerspel Beusichem met een door de Kleine kameraar uit de opbrengst van 4 morgen land te Lopik te betalen rente schenkt, 1346 mei 10 1346 mei 10 1 charter 2746 Eigendomsbewijs van ongeveer 15 morgen land te Zuidbroek, 1395 mrt. 26 1395 mrt. 26 1 charter Volgens een dorsale aantekening behoorde de ene helft van dit land aan het kapittel en de andere aan de vicarie van St. Blasius NB 2747-2747 Pachtbrieven van 7 en 8 morgen land te Zuidbroek, 1394 1394 2 charters Zie ook nr. 1302 NB 2747-1 1394 april 27 2747-2 1394 april 27 2748 Erfpachtbrief van een hofstede Achter St. Pieter te Utrecht, 1394 mei 2 1394 mei 2 1 charter 2749 Eigendomsbewijs van 4 morgen land te Nederlangbroek in de Veertig hoeven, 1412 jan. 5 1412 jan. 5 1 charter 2750 Akte waarbij het kapittel 4 morgen land te Nederlangbroek verkoopt aan Willem Bor van Amerongen, heer van Sandenbrug, 1628 1628 1 stuk 2751 Akte van scheiding van 3 morgen land te Beusichem, vorefer in gemeen bezit van het kapittel, het altaar van St. Blasius en Louff van Culenborch Gerritsz., schout van Culemborg, 1564 mrt. 24 1564 mrt. 24 1 charter 2752-2752 Akte waarbij losrenten, gevestigd op zekere landen te Hagestein, worden geschonken aan de vicaris bij het altaar van St. Blasius (Assuerus van Nellesteyn) en die bij het H. Kruisaltaar (1e portie, Gerard van Nellesteyn), met afschrift, 1661 1661 1 stuk en 1 charter 2752 1661 2752-2 1661 dec. 5 2753 Obligatie van 1000 gulden ten laste van het andere deel vande generale middelen van het land van Utrecht, voor de vicarie op het altaar van St. Blasius, 1718 1718 1 stuk 6.14.6. Vicarieën op het altaar van St. Dionysius en St. Bartholomeus 6.14.6.1. 1e portie (St. Dionysius, 1697 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) 2754 Procuratie, door Hermannus Verdach, rector vande vicarie op het altaar van St. Dionusius en St. Bartholomeus in de Dom, verleend aan Johannes van Drolshagen, kanunnik van de Dom, tot de afstand van de vicarie aan Cornelis van Bemmel, 1532 juni 13 1532 juni 13 1 charter 2755 Pachtbrief van 8 morgen land in het kerspel Montfoort, 1376 febr. 21 1376 febr. 21 1 charter 2756-2756 Erfpachtbrieven van een halve hoeve land te Montfoort, 1406, 1409 1406, 1409 2 charters 2756-1 1406 mei 13 2756-2 1409 nov. 13 2757 Erfpachtbrief van 6 morgen land en een boomgaard op Kort Heeswijk, 1484 mei 31 1484 mei 31 1 charter 2758-2758 Pachtbrief van 8 morgen land te Willeskop, 1515, met erfpachtbrieven van dit land, 1550-1780 1 stuk en 11 charters 2758 1550 2758-2 1515 mrt. 20 2758-3 1550 nov. 20 2758-4 1571 sept. 19 2758-5 1581 2758-6 1625 dec. 2 2758-7 1653 april 25 2758-8 1662 nov. 4 2758-9 1680 juni 28 2758-10 1732 juni 7 2758-11 1742 juli 25 2758-12 1780 okt. 23 2759 Eigendomsbewijs van 9 morgen land, genaamd de Waycamp, buiten de Tolsteeg, 1544 mei 24 1544 mei 24 1 charter 2760-2760 Erfpachtbrieven van de helft van 18 morgen land, genaamd de Waycamp, buiten de Tolsteeg, met afschrift, 1544-1559 1544-1559 1 stuk en 2 charters 2760 1544 (afschrift) 2760-2 1544 mei 23 2760-3 1559 6.14.6.2. 2e portie (St. Bartholomeus, 1673 geacquireerd) 2761 Minuut van de akte van admissie van Granco Johannis als vicaris, 1583 1583 1 stuk 2762 Akte waarbij het kapittel de geschillen tussen de vicarissen van de altaren van St. Bartholomeus en St. Dionusius en van St. Petrus en St. Paulus, die de goederen van de vicarieën tot dan toe gemeen hadden (de laatste ontving 2/3, de eerste 1/3 van de inkomsten) door verdeling van die goederen beeindigd, waardoor aan de eerste vicarie de bovenste helft van een hoeve te Schalkwijk, een akker in het Goy, genaamd Wanacker, groot ongeveer 5 hond, en aan de tweede de onderste helft van de genoemde hoeve, een hoeve in het Goy en nog 8 hond land aldaar worden tegewezen, 1354 mrt. 3 1354 mrt. 3 1 charter Zie ook nr. 2901 NB 2762-2762 Pachtbrieven van een hoeve land in het Goy, 1544-1571 1544-1571 3 charters 2762-a 1544 aug. 2 2762-b 1560 april 20 2762-c 1571 6.14.7. Vicarieën op het altaar van de Elfduizend Maagden 6.14.7.1. 1e portie (1692 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) 2763 Stukken betreffende de eis, ingesteld voor commisarissen van het Hof van Utrecht door Johan Manhardt, kanunnik van de Dom, als turnarius, tegen Frederik Utenbogaert, tot het afstaan van de eerste portie op het altaar van de Elfduizend Maagden, door zijn stervende broeder niet wettig op hem geresigneerd, 1625-1628 1625-1628 1 omslag 2764 Stukken betreffende de eis, ingesteld bij het Hof van Utrecht door Lambert Utenbogaert tegen Everhard van Weede, secretaris van het kapittel, tot het geven van inzage van het resolutieboek van het kapittel, met betrekking tot de resignatie van een vicarie in de Dom door de eisers zoon, 1626-1627 1626-1627 1 omslag 2765-2765 Pachtbrieven van 13 of 12 morgen land te Cothen, 1344, 1433 1344, 1433 2 charters 2765-1 1344 jan. 24 2765-2 1433 okt. 9 2766-2766 Erfpachtbrief van 14 morgen land, geheten de Steenberch, op Oosterlaak in het Goy, 1415, met pachtbrief van dit land, 1432 1415, met pachtbrief van dit land, 1432 2 charters 2766-1 1415 juli 26 2766-2 1432 mrt. 16 2767-2767 Erfpachtbrieven van 4 morgen land te Haastrecht, in de polder Coelvaert, 1460-1511 1460-1511 5 charters 2767-1 1460 aug. 20 2767-2 1461 sept. 3 2767-3 1461 nov. 16 2767-4 1508 sept. 22 2767-5 1511 nov. 7 2768 Stuk betreffende een proces, voor het Hof van Holland gevoerd door Gerrit Aertsz. tegen Geerit Heynricsz. Backer, die hem beschuldigd had, namens het domkapittel, van de verkoop van een viertel land te Haastrecht, dat hij van de Dom in erfpacht had, buiten voorweten van het kapittel, 1521. Afschrift 1521. Afschrift 1 stuk 2769 Verzoekschrift door Wilhelmus Nucius van Oudewater, bezitter van een vicarie op het altaar van de Elfduizend Maagden, aan het kapittel, om in het genot te worden gesteld van een officie, door wijlen mr. Joris Strijt gefundeerd, te voren geconfereerd aan de andere vicaris bij het genoemde altaar, (1598) (1598) 1 stuk 2770 Stukken betreffende het beheer van de vicarie, bezeten door Maximilianus van Schade, 1627-1628 1627-1628 1 omslag 6.14.7.2. 2e portie (1668 geacquireerd) 2771 Eigendomsbewijs van 4 morgen land te Polsbroek, 1461 okt. 26 1461 okt. 26 1 charter 2772 Bewijs van de lichting door gecommitteerden van het kapittel, van een rentebrief van 600 gulden, behorende aan de tweede portie van de vicarie van de Elfduizend Maagden, 1663 1663 1 stuk 6.14.8. Vicarieën op het altaar van St. Fabianus 6.14.8.1. 1e portie (1734 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) 2773-2773 Bullen van paus Gregorius XIII, waarbij hij de aartsbisschop van Utrecht, en wanneer deze in gebreke blijft, de bisschop van Haarlem, en zijn officiaal, opdraagt, Reinerus Henrici Opstreet in het bezit te stellen van de vicarie op het altaar van St. Fabianus in de Dom, waarvan Johannes Schay vrijwillig afstand heeft gedaan, 1572 1572 2 charters 2773-1 1572 sept. 4 2773-2 1572 sept. 4 2774 Aantekening door Wouter Brock over de begeving van de vicarie in 1598, ook over andere zaken 1 stuk 2775 Opgaven van de inkomsten vande vicarie, 1626, 1636 1626, 1636 1 omslag 2776 Pachtbrief van 8 morgen land te Heycop, 1570 1570 1 charter 6.14.8.2. 2e portie (1703 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) 2777 Verklaring door bisschop Jan van Diest, dat Petrus Ouderidder alias Grawart, burger van Utrecht, verschillende goederen aan het kapittel geschonken heeft voor de stichting van een altaar bij het graf van zijn zoon Walterus van Zulen, kanunnik van de Dom, namelijk de helft van 6 morgen land in Harmelerwaard, de helft van 8 morgen land in Bijleveld, tevens drie percelen land te Odijk, 1328 sept. 11 1328 sept. 11 1 charter 2778 Akte waarbij Henricus van Mierlaer, kanunnik van de Dom, aan de uitvoerders van de laatste wil van Walterus van Zulen een rente van 8 pond zwarten uit zijn claustraal huis en erf Onder die vier Steenhuse verkoopt, 1332 juli 21 1332 juli 21 1 charter 2779 Procuratie, door Ausonius Vermey gegeven aan mr. Johannes Wesselijck en mr. Cornelius Sael, tot de overdracht van de vicarie, 1597 1597 1 stuk 2780 Stukken betreffende een proces van het kapittel tegen Jacob van Leeuwen over het beheer van de vicarie, 1617 1617 1 omslag 2781-2781 Pachtbrieven van 4 morgen land in Bijleveld, 1414, 1423 1414, 1423 2 charters 2781-1 1414 april 12 2781-2 1423 april 25 2782 Pachtbrief van 8 morgen land te Odijk, 1541 febr. 11 1541 febr. 11 1 charter 2783-2783 Erfpachtbrief van 2 morgen 265 roede land te Odijk, 1784, 1796 1784, 1796 2 charters 2783-1 1784 mei 17 2783-2 1796 dec. 12 2784 Pachtbrief van 1 morgen in Bijleveld, 1503 febr. 11 1503 febr. 11 1 charter 6.14.9. Vicarieën op het altaar van St. Jacobus en St. Johannes 6.14.9.1. 2 porties (de eerste 1692, de tweede 1696 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) 2785-2785 Akte waarbij bisschop David twee vicarieën ter ere van St. Jacobus en St. Johannes sticht op het altaar van St. Nicolaas in de Dom, en ze begiftigt met twee stukken land, genaamd Moershorst, in het gerecht van Woudenberg in het kerspel van Amerongen, met afschrift, 1484 1484 1 stuk en 1 charter De vicarissen genoten later de vruchten van één stuk of samen de helft van beide NB 2785 1484 2785-2 1484 mei 24 2786-2786 Eigendomsbewijzen van bisschop David van het goed Moershorst, 1472, met oudere akten van overdracht, en kwitanties, 1358-1452 1 omslag en 22 charters 2786 1472 2786-2 1358 juni 1 2786-3 1362 aug. 18 2786-4 1365 jan. 18 2786-5 1385 juli 17 2786-6 1392 dec. 5 2786-7 1396 nov. 23 2786-8 1413 okt. 27 2786-9 1414 febr. 27 2786-10 1417 aug. 12 2786-11 1417 aug. 12 2786-12 1424 sept. 21 2786-13 1449 juni 9 2786-14 1452 aug. 24 2786-15 1452 aug. 24 2786-16 1472 okt. 21 2786-17 1472 okt. 21 2786-18 1472 nov. 5 2786-19 1472 nov. 6 2786-20 1472 nov. 6 2786-21 1472 nov. 6 2786-22 1472 nov. 6 2786-23 1472 nov. 12 2787 Extracten van resoluties van het kapittel tot admissie van verschillende personen tot de vicarieën van bisschop David (verschillend genoemd), 1508-1647 1508-1647 1 omslag 2788 Stukken betreffende geschillen over de vruchten van de vicarieën, 1575, 1592, 1686 1575, 1592, 1686 1 omslag 2789-2789 Pachtbrieven van de bouwing, genaamd de Grote Moerst, 1535-1570 1535-1570 3 charters 2789-1 1535 jan. 20 2789-2 1562 okt. 20 2789-3 1570 juni 16 2790-2790 Pachtbrieven van de bouwing, genaamd de Middel-Moerst, 1535-1562 1535-1562 3 charters 2790-1 1535 jan. 20 2790-2 1553 jan. 28 2790-3 1562 sept. 25 6.14.10. Vicarieën op het altaar van St. Johannes de Doper Ter onderscheiding van een gelijknamig altaar wordt dikwijls bij de naam gevoegd 'Udonis' of 'bij de sacristij'. NB 6.14.10.1. 1e portie (1667 geacquireerd) De collatie van deze vicarie behoorde aan de deken, zie Rechtsboek p. 34. NB 2791 Eigendomsbewijs voor 'haren Wden outaer, dat ghesticht is in 't Nije werck', van 6 morgen land te Gasperde in het gerecht van Henric van de Lecke, 1327 juni 4 1327 juni 4 1 charter 6.14.10.2. 2e portie (1667 geacquireerd) 2792 Stukken betreffende de overdracht van de vicarie aan Willem Swaenen en de betwisting daarvan door Bartholomeus ten Berge, 1625-1627 1625-1627 1 omslag 2793 Eigendomsbewijs van een goed te Doorn, door de domproost Florens geschonken aan het door hem gestichte altaar (van St. Martinus), 1333 nov. 28 1333 nov. 28 1 charter Vergelijk nr. 1474 NB 2794-2794 Pachtbrieven van percelen land te Doorn, 1550-1572, met erfpachtbrieven van enkele percelen, 1646, 1731 6 charters 2794-1 1550 aug. 28 2794-2 1565 juli 21 2794-3 1565 juli 21 2794-4 1573 febr. 27 2794-5 1646 jan. 16 2794-6 1731 april 26 2795 Erfpachtbrief van 5 morgen land in het Goy, 1517 dec. 16 1517 dec. 16 1 charter 2796-2796 Erfpachtbrieven van 11 morgen land in het Goy, 1463-1793 1463-1793 6 charters 2796-1 1463 nov. 2796-2 1546 juli 20 2796-3 1585 nov. 6 2796-4 1629 2796-5 1777 febr. 10 2796-6 1793 juni 24 2797 Pachtbrief van percelen land te Houten, 1572 dec. 19 1572 dec. 19 1 charter 6.14.11. Vicarieën op het altaar van St. Johannes de Doper (en St. Johannes de Evangelist) Ter onderscheiding van een ander altaar van St. Johannes de Doper wordt dikwijls bij de naam gevoegd 'Arkel' of 'bij het graf van (Frederik van) Blankenheim'. De vicarie wordt ook wel genoemd naar St. Johannnes de Evangelist alleen. NB 6.14.11.1. 1e portie (1566 geacquireerd) Uit de resoluties van het kapittel van 8 maart 1566 blijkt, dat de domfabriek haar uitgaven niet kon bestrijden, dat de kanunniken beseften uit hun prebenden het tekort te zullen moeten aanvullen en daarom eenstemmig besloten hebben de vicarie van Th. Persoels, die blijkbaar op sterven lag, bij de fabriek te incorporeren. Zie verder de resoluties van 10 en 31 mei. De aartsbisschop keurde de incorporatie goed, maar om gewapend te zijn, wanneer iemand zich met een pauselijke provisie mocht komen aanmelden, is besloten wel een nieuwe titularis aan te stellen, die echter slechts fl. 30 zou trekken (van de kameraar van de Bona cerevisiae etcetera) en daarvan nog fl. 9 betalen aan de presentiemeester. De inkomsten van deze portie komen dan over de jaren 1566-1641 voor in de rekeningen van de Bona vicariorum absentium. evenals de genoemde jaarlijkse uitkering. De verdere lotgevallen van deze goederen zijn niet duidelijk. NB 2798 Stukken betreffende het geschil tussen de domdeken en Joh. Waldoriaux, als hebdomadarius, over het recht tot de collatie van de vicarie van St. Johannes de Doper en St. Johannes de Evangelist, 1533 1533 1 omslag 2799-2799 Volmacht, door het kapittel verleend aan de kanunniken Thidericus van Boncamp en Maxmilianus van Waelscapple, om bij de aartsbisschop de vereeniging van de vicarie met de domfabriek te verzoeken, met de gunstige beschikking van deze, met de akte van incorporatie, 1566 1566 1 stuk en 1 charter 2799 1566 2799-2 1566 2800 Aantekeningen betreffende de bezittingen van de vicarie, 16e eeuw 16e eeuw 1 omslag 2801 Eigendomsbewijs van het goed de Oelt onder Soest ten behoeve van het door bisschop Jan van Arkel gestichte altaar, 1350 mrt. 5 1350 mrt. 5 1 charter 2802 Erfpachtbrief van het goed de Oelt, 1408 juli 5 1408 juli 5 1 charter 2803 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door Th. Persoels, vicaris van St. Johannes de Doper en St. Johannes de Evangelist, en het kapittel tegen Bertha Stael, weduwe van Goessen Dircx, over de erfpacht van het goed de Oelt te Soest en Baarn, behorende aan deze vicarie, 1552-1553, met retroacta, 1536-1543, en stukken betreffende de voortzetting van dit proces tegen haar zoon Aert Goessensz. 1556-1558 1 pak 2804-2804 Erfpachtbrieven van een erfje aan de soesterdijk, 1577, 1590 1577, 1590 2 charters 2804-1 1577 2804-2 1590 mrt. 28 2805-2805 Pachtbrieven van een viertel en een akker, of 9 dammaten land, te Zeldrecht, 1416, 1565 1416, 1565 2 charters 2805-1 1416 april 11 2805-2 1565 jan. 23 2806-2806 Eigendomsbewijzen van 17½ morgen land te Werkhoven, 1368, 1375 1368, 1375 2 charters 2806-1 1358 nov. 9 2806-2 1375 jan. 4 2807-2807 Pachtbrieven van twee halve hoeven land te Werkhoven, 1565 1565 2 charters 2807-1 1565 sept. 1 2807-2 1565 sept. 1 2808-2808 Minuut van de akte waarbij Reinier van Aeswijn, heer van Braeckel, 10 morgen land te Werkhoven van het kapittel in pandschap neemt, 1588, met vidimus van de akte, 1601 1 stuk en 1 charter 2808 1588 2808-2 1601 mrt. 2 6.14.11.2. 2e portie (St. Martinus en St. Andreas, 1689 geacquireerd) De vicarie is in 1424 gesticht door Willem van Renen, kanunnik en scholaster van de Dom, 'in altari seu super altare sanctorum Hohannis Baptiste et Evangeliste in dicta ecclesia Trajectensi per bone memorie domunum Johannem de Arkell, episcopum Trajectensem, fundato et dotato, sutuato in parte meridionali circa chorum ejusdem ecclesie'. De collatie zou later behoren aan de scholaster en de Kleine kameraar. Een afschrift van de stichtingsbrief komt voor in het cartularium in nr. 2685, met nog een aantal bescheiden betreffende de vicarie, waarvan de originelen niet meer aanwezig zijn, wat wellicht samenhangt met de aantekening bij een van de stukken, dat het oorspronkelijke destijds bij de vicaris berustte. NB 2809-2809 Akten van de collatie door de scholaster en de Kleine kameraar, en van de presentatie en admissie van Bertoldus Hugonis tot de vicarie van St. Andreas bij het altaar van St. Johannes de Doper voor het graf van Frederik van Blankenheim, 1466 1466 2 charters 2809-1 1466 sept. 2 2809-2 1466 sept. 2 2810 Notariële akte waarbij het kapittel verklaart, dat de collatie en presentatie van de vicarie van St. Andreas en St. Martinus behoort aan de scholaster en de Kleine kameraar, 1498 mei 31 1498 mei 31 1 charter 2811 Pachtbrief van een huis en erf op de Zijl bij Amersfoort, 1548 1548 1 charter In de rekening heet de hier genoemde pachter Luesdens Clein Riet met toebehoren gepacht te hebben NB 2812-2812 Stukken betreffende de verkoop en de overdracht van de goederen bij Snorrenhoef, genaamd die Riet, aan Johan Botter van Snellenberch, 1572-1592 1572-1592 1 omslag en 1 charter 2812 1572-1592 2812-2 1589 juli 18 2813 Staat van het inkomen van de vicarie, 1623 1623 1 stuk 2814 Akte waarbij een losrente, gevestigd op 4 hond land in de Biezen te Hagestein, wordt geschonken aan de vicarie van St. Martinus en St. Andreas in de Dom, 1663 febr. 17 1663 febr. 17 1 charter 6.14.12. Vicarieën op het altaar van St. Johannes de Evangelist De collatie van de vicarieën kwam vanouds aan de domproost toe. Vanaf het in 1580 met deze gemaakte akkoord oefende het kapittel ze uit, men zag in de eerste de 'vicaria nuncupata carnificis et pincerne' of 'prebenda cellarii', in 1243 verbonden aan de vicarie 'ad altare sancte Marie, quod est in superiori parte ecclesie versus occidentem', in de andere de vicarie 'in capella Sancti Laurencii in Domo', waarmee in 1243 de prebende van de magister coquine, of het officium pistoris, verbonden was, zie Rechtsboek p. 20 (resoluties van het kapittel van 8 januari 1564). De verbinding wordt echter ook wel andersom gemaakt. NB 6.14.12.1. 1e portie Van 1595 tot 1641 kwamen de inkomsten van deze portie aan het kapittel, in de rekening van de vicarii absentes. Verder zijn de lotgevallen niet duidelijk. NB 2815 Akte waarbij de domproost Johannes Slacheck het kapittel verzoekt, Hillebrand Slacheck in het bezit te stellen van de vicarie, opengevallen door de dood van Adrianus Buer, 1537 sept. 25 1537 sept. 25 1 charter 2816 Akte waarbij Steven Pigghe ter griffie van het Hof van Utrecht afziet van het proces tegen Cornelis van de Eem, vicaris te Utrecht, over een vicarie op het altaar van St. Johannes de Evangelist in de Dom, 1563 dec. 31 1563 dec. 31 1 charter 2817-2817 Pachtbrieven van percelen land te Loerik (Houten), 1563, 1570, met gedeeltelijk afschrift, ca. 1650 1 stuk en 2 charters 2817 - afschrift 2817-2 1563 juli 18 2817-3 1570 dec. 10 6.14.12.2. 2e portie (1664 geacquireerd) 2818-2818 Erfpachtbrieven van die Brede viertel in het gerecht van de proost van St. Jan (Achtienhoven), 1414-1441 1414-1441 3 charters 2818-1 1414 juli 27 2818-2 1422 dec. 1 2818-3 1441 juli 6 2819 Rentebrief van 40 gulden jaarlijks uit een huis in de Nieuwstraat op de hoek van de Groene steeg tevens twee kamers in de steeg, te Utrecht, voor de vicaris van de 2e portie van het altaar van St. Johannes de Evangelist, 1662 1662 1 stuk 6.14.13. Vicarieën op het altaar van St. Catharina Beide vicarieën stonden ter collatie van de deken en de kanunniken-priesters. Ter onderscheiding worden zij genoemd 'in capella Arckel' of 'Pollart'. NB 6.14.13.1. 1e portie (1697 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) 2820 Besluit van het kapittel betreffende de collatie van de vicarie, door Hugo Pollart gesticht tussen de oostelijken ingang van de kerk en de kapel van wijlen bisschop Gwijde, 1323 dec. 9 1323 dec. 9 1 charter 2821 Akte waarbij domdeken Abraham Brynck, van Harderwijk, begifigt met de vicarie van St. Catharina in de kapel van wijlen bisschop Jan van Arkel, opengevallen door het overlijden van Baltazar van Butendick, 1528 nov. 20 1528 nov. 20 1 charter 2822 Mandaat van de kardinaal-bisschop Willem van Enckevoirt aan het kapittel, om Henricus Cutert in het bezit te stellen van de vicarie van St. Catharina in de kapel van bisschop Jan van Arkel, welke deze verkregen had tegen afstand van de vicarie van St. Nicolaas in de parochiale kerk van Lopik, 1531 mrt. 31 1531 mrt. 31 1 charter 2823 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor 4 arbiters door de domdeken tegen het domkapittel, over het recht tot collatie van de vicarie van St. Catharina in de kapel van Arkel, 1656-1657 1656-1657 1 pak 2824-2824 Eigendomsbewijzen van landerijen te Oosterwijk en Kedichem ten behoeve van Hughe Pollard, kanunnik van de Dom, 1321, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1355 3 charters 2824-1 1321 aug. 9 2824-2 1321 okt. 11 2824-3 1355 sept. 17 2825 Eigendomsbewijs van 12 morgen land te Diemerbroek, ten behoeve van Hughe Pollard, 1328 juni 10 1328 juni 10 1 charter 2826-2826 Testament van Hugho Pollard, onder andere ten voordele van de reeds gestichte vicarie in de Dom, 1329. In tweevoud 1329. In tweevoud 2 charters 2826-1 1329 juli 20 2826-2 1329 juli 20 2827-2827 Eigendomsbewijzen van de helft van 3 viertel land bij Oudewater, 1347 1347 2 charters 2827-1 1347 juli 13 2827-2 1347 juli 18 2828 Eigendomsbewijs van 3 morgen land, liggende in 12 morgen, te Zuidbroek, 1409 nov. 5, met oudere akte van overdracht, 1366 febr. 16 2 charters (getransfigeerd) Op de keerzijde van het oudste charter staat 'Sancte Catherine'. Het is echter niet zeker dat deze vicarie daar land bezat NB 2829-2829 Pachtbrieven van 3 viertel land te Diemerbroek, 1329-1565 1329-1565 7 charters 2829-1 1329 jan. 18 2829-2 1350 aug. 16 2829-3 1364 mrt. 19 2829-4 1366 mrt. 31 2829-5 1371 april 1 2829-6 1383 nov. 27 2829-7 1565 juni 20 2830 Pachtbrief van een stuk land te Lopik, 1370 febr. 21 1370 febr. 21 1 charter 6.14.13.2. 2e portie (1683 geacquireerd) 2831 Akte waarbij Hugo Pollart, van Dordrecht, kanunnik van de Dom, een tweede vicarie sticht bij het vroeger door hem opgerichte altaar en ze begiftigt met een halve hoeve land bij Oudewater, 4 morgen land in het Goy en 3½ morgen land in het kerspel Ammekerke in de Tiesselijnswaard, 1333. Notarieel afschrift, 1351 juni 11 1333. Notarieel afschrift, 1351 juni 11 1 charter 2832 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het kapittel door Goswin van Vollenhove tegen Gijselbert van Amerongen over het recht tot de tweede portie van de vicarie van St. Catharina of Pollarts vicarie, waartoe zij respectievelijk door de turarius van het kapittel en door de deken waren gepresenteerd, 1563-1564 1563-1564 1 omslag 2833-2833 Pachtbrieven van 6 morgen land in het kerspel Beusichem, 1354 1354 2 charters 2833-1 1354 febr. 1 2833-2 1354 aug. 9 2834 Eigendomsbewijs van een rente van 10 pond per jaar uit een halve weer land te Langerak, 1388 jan. 21 1388 jan. 21 1 charter 2835 Eigendomsbewijs van 2 viertel land op de Stadsweide, 1448 dec. 11, met oudere overdrachten van 1432 okt. 32, 1443 juli en 1445 mrt. 10, en een latere brief van de stadsregering van Utrecht, 1456 juni 9 5 charters (getransfigeerd) 2836-2836 Akte waarbij het kapittel de kanunniken Willem Paedze en mr. Sweer van de Weteringhe machtigt om voor de weigraaf en heemraden van de Hoge en Lage Weide buiten St. Catharijnepoort aan de kanunnik Johan Uten Elsweert zijn lijftocht te verzekeren aan 2 viertel land, met de akte van lijftocht, 1448 1448 2 charters 2836-1 1448 dec. 11 2836-2 1448 dec. 11 2837-2837 Pachtbrieven van 8 morgen land op de Hoge Weide bij de Steenoven, 1565, 1572 1565, 1572 2 charters 2837-1 1565 jan. 22 2837-2 1572 febr. 7 6.14.14. Vicarie op het altaar van St. Catharina (en St. Apollonia) in de kapel van Coulster (1682 geacquireerd) 2838 Akte waarbij Willem van de Couster, domproost, een vicarie sticht in de grafkapel, die hij heeft doen maken onder het orgel in de Dom, en het kapittel begiftigt met landerijen te 's Gravenzande en Monster, 1396 mei 25 1396 mei 25 1 charter 2839 Akte waarbij Rotardus, kanunnik te Gorinchem en vicaris bij het altaar van St. Catharina in de Dom, gemachtigden benoemt tot het doen van afstand van deze vicarie, 1496 okt. 25 1496 okt. 25 1 charter 6.14.15. Vicarieën op het altaar van het H. Kruis 6.14.15.1. 1e portie (1733 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) 2840 Akte waarbij Lambertus Freso, ridder, schepen van Utrecht, en Johannes de Fine, kanunnik van de Dom, een rente van 20 pond Utrechtse penningen schenken aan een vicarie in het Nieuwe werk, 1295 sept. 16 1295 sept. 16 1 charter 2841 Akte waarbij Johannes van de Haer, kanunnik van de Dom, met wettige reden afwezig, gemachtigden benoemt in zijn geschil met het kapittel over de vicarie van het H. Kruis, waarvan de collatie aan hem toekomt, 1514 sept. 4 1514 sept. 4 1 charter 2842 Stuk betreffende een proces, gevoerd voor arbiters door het kapittel tegen mr. Arent van Westrenen c.s. over de vruchten van de vicarie, 1649 1649 1 stuk 2843-2843 Stukken, waarbij het kapittel, ten behoeve van het middelste altaar in het Nieuwe werk, de eigendom verkrijgt van 15 morgen land te Wulven, 1304-1309 1304-1309 3 charters Van de opbrengst van dit land kwam het grootste gedeelte aan de eerste portie van de vicarie van het H. Kruis, het kleinste later aan de Kleine Kamer NB 2843-1 1304 febr. 16 2843-2 1304 febr. 16 2843-3 1309 mrt. 12 2844 Erfpachtbrief van 40 morgen land te Werkhoven, 1497 april 22 1497 april 22 1 charter Deze brief betreft beide porties NB 2845-2845 Erfpachtbrief van 20 morgen land te Werkhoven op Atteveld, 1540-1748, z.j. 1540-1748, z.j. 1 stuk en 11 charters 2845 z.j. 2845-2 1540 april 20 2845-3 1559 okt. 13 2845-4 1560 febr. 5 2845-5 1563 okt. 18 2845-6 1563 okt. 23 2845-7 1575 april 5 2845-8 1625 april 30 2845-9 1650 jan. 29 2845-10 1740 febr. 1 2845-11 1740 april 20 2845-12 1748 juni 17 2846 Eigendomsbewijs van 2½ morgen land te Hagestein in de Nes, 1753 mrt. 27 1753 mrt. 27 1 charter 6.14.15.2. 2e portie (1677 geacquireerd) 2847-2847 Erfpachtbrieven van 20 morgen land te Werkhoven, op Atteveld, 1540-1748 1540-1748 6 charters Vergelijk de 1e portie NB 2847-1 1540 april 20 2847-2 1575 aug. 27 2847-3 1625 april 3 2847-4 1650 jan. 29 2847-5 1740 april 23 2847-6 1748 juni 17 6.14.16. Vicarie op het altaar van St. Margareta (1692 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) 2848-2848 Akte waarbij graaf Willem van Henegouwen een rente van 100 pond vermaakt aan de vijf kapittels voor de memorie van zijn oom bisschop Gwijde en 20 pond in het jaar bestemt voor een vicarie in diens grafkapel, waarvoor hij voorlopig de tienden te Nieuwkoop verbindt, 1325, met twee ontwerpen op één blad perkament met het jaartal 1318, en twee afschriften op papier, 16e eeuw, tevens van twee stukken de betaling van de rente in 1409, 1410 1 omslag en 2 charters 2848 16e eeuw 2848-2 1318 mei 29 2848-3 1325 okt. 17 2849-2849 Akte waarbij hertog Willem van Beieren de voor de memorie van bisschop Gwijde verschuldigde rente van 100 schilden voor de helft vestigt op het rentmeesterschap van Noord-Holland, voor de andere helft op de tol te Schoonhoven, 1409, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1411 1409, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1411 2 charters 2849-1 1409 mei 4 2849-2 1411 juni 26 2850-2850 Akte waarbij hertog Willem van Beieren erkent ter zake van de memorie van bisschop Gwijde 300 schilden schuldig te zijn, en de rentmeester in Zeeland gelast deze uit de eerste bede aldaar aan de Dom te betalen, met afschrift van deze akte, 1409 1409 1 stuk en 1 charter Hierbij eveneens een afschrift uit 1409 van de akte in nr. 2849-1 NB 2850 1409 2850-2 1409 mei 4 2851 Brief van hertog Willem van Beieren aan de rentmeester Bewesten Schelde, met de last om uit de opbrengst van de eerstvolgende bede aan de Dom te betalen, wat deze te vorderen heeft (wegens de memorie van bisschop Gwijde), 1410 1410 1 stuk 2852 Procuratie, door de vijf kapittels, tevens door het domkapittel vanwege de vicaris van het altaar in de grafkapel van bisschop Gwijde, verleend aan mr. Geryt van de Toirn, deken van St. Pieter, en mr. Johan Deel, kanunnik van St. Marie, om met karel, prins van Spanje, te onderhandelen over de restanten van de memorie van bisschop Gwijde, 1515 juni 18 1515 juni 18 1 charter 2853 Akte waarbij de domproost Florencius aan Egidius Scakel de bediening oppdraagt van het altaar van bisschop Gwijde, 1322 okt. 31 1322 okt. 31 1 charter 2854 Minuut-akte van de voorstelling en toelating van Jacobus van Rosensteyn tot vicaris in de kapel van bisschop Gwijde, 1421 1421 1 stuk 2854-a Akte waarbij de kardinaal-legaat Raimundus aan Gerardus Beyer, subdiaken en vicaris van St. Margareta, voor vijf jaar vrijstelling verleent om de diaken- en priesterwijdingen te verwerven, 1502 jan. 2 1502 jan. 2 1 charter Zie de notabene bij nr. 2-1 NB 2855-2855 Eigendomsbewijzen van een huis en erf in de Oudelle in het gerecht van Oudmunster, 1351-1357 1351-1357 5 charters 2855-1 1351 mrt. 27 2855-2 1353 febr. 26 2855-3 1355 febr. 25 2855-4 1355 mrt. 5 2855-5 1357 juni 22 2856 Erfpachtbrief van een huis en erf in de Oudelle, 1438. Afschrift 1438. Afschrift 1 stuk 6.14.17. Vicarie op het altaar van St. Maria Magdalena in de kapel van Frederik van Zyrik (1713 in de rekening van de Geacquireerde vicarieën) De collatie van deze vicarie kwam de domdeken toe. NB 2857 Akte waarbij het kapittel de vicarie, waarvoor de inkomsten niet toereikend waren, opnieuw opricht en de begiftiging van deze door Johannes Uten Elsweert met drie akkers in de Stadsweide en een rente uit zijn claustraal huis goedkeurt, 1445 febr. 26 1445 febr. 26 1 charter 2858-2858 Eigendomsbewijzen van 2 viertel en van 1 viertel land in de Stadsweide, 1445, met oudere akten van overdracht en een latere akte van de stadsregering van Utrecht, 1432-1456 12 charters (waarvan 9 getransfigeerd) 2858-1 1432 okt. 20, 1434 nov. 9, 1404 dec. 16, 1445 mrt. 2 en 1456 juni 9 5 charters, getransfigeerd 2858-2 1432 okt. 20, 1444 dec. 16, 1445 febr. 25 en 1456 juni 9 4 charters, getransfigeerd 2858-3 1444 dec. 18 2858-4 1445 mrt. 10 2858-5 1445 april 19 2859-2859 Akte waarbij 3 viertel land in de Weide, behorend aan de vicarie, en nog 1 viertel land, behorend aan het kapittel, door de regering van de stad Utrecht in erfpacht worden genomen, met de akte van goedkeuring door de bisschop (doorgestoken) en notarieel afschrift van beide akten, 1467 1467 3 charters (waarvan 2 getransfigeerd) Het afschrift is op verzoek van de vicaris gemaakt. De beide oorspronkelijke akten behoren vermoedelijk in het kapittelarchief bij nr. 1142 NB 2859-1 1467 mrt. 6 en 1467 mrt. 6 2 charters, getransfigeerd 2859-2 1467 aug. 7 2860 Akte waarbij Henricus van Magelsoen, deken van St. Marie te Rees, gemachtigden benoemt om voor het kapittel de ruiling van de hem toebehorende vicarie van St. Maria Magdalena tot stand te brengen, 1505 juni 22 1505 juni 22 1 charter 2861 Minuut van de akte waarbij de domdeken aan Adriaen van Schayck de vruchten van de vicarie waarborgt, 1583 1583 1 stuk 6.14.18. Vicarie op het altaar van St. Maria Magdalena, gesticht door Sweder Uterlo (1669 geacquireerd) De collatie van deze vicarie behoorde aan de domdeken en de twee oudste kanunniken. NB 2862-2862 Akte waarbij bisschop Jan van Arkel Sweder Uterlo, kanunnik van de Dom, beleent met de helft van de tienden van de Amersfoortse eng, met akte waarbij de bisschop de helft van de tienden van de Amersfoortse eng, die de domproosten sinds onheuglijke tijden in leen hebben gehouden, aan Sweder Uterlo afstaat in ruil tegen 15 morgen bij het kasteel Hagestein, ten behoeve van een te stichten vicarie bij het door de bisschop gestichte altaar in de Dom, 1347, met afschrift van de laatste akte 1347, met afschrift van de laatste akte 1 stuk en 2 charters 2862 1347 2862-2 1347 jan. 11 2862-3 1347 aug. 10 2863 Akte waarbij de domproost Sweder Uterlo het door hem gestichte altaar begiftigd met de door hem van de stad Utrecht gekochte landerijen in de Weerd, met het Kleine broek te Soest over de Eem naast de Slaag, en met de tienden van de Amersfoortse eng, en regels stelt voor het beheer van de vicarie, verder inkomsten uit landerijen te Amerongen, Ginkel, Cothen, Manderen, Nederlangbroek, Tull en de Nieuwe Vaart bestemt voor armen die niet bedelen, 1368 juni 12 1368 juni 12 1 charter Zie ook nrs. 3084-1-3084-3 NB 2864 Register van stukken betreffende deze vicarie over 1347-1452, 15e eeuw 15e eeuw 1 omslag 2865-2865 Erfpachtbrieven van 8 dagmaten land te Soest over de Eem, geheten het Kleine broek, 1382, met desbetreffende akte, 1389 1382, met desbetreffende akte, 1389 3 charters 2865-1 1382 juli 18 2865-2 1382 juli 18 2865-3 1389 sept. 8 2866 Verkoopcondities van het gewas van de halve Berger- of Vernhesertiend onder Amersfoort, 1692-1698, met een brief onder andere betreffende de verkoop van de tiend in 1699, 1773 1 omslag 2867-2867 Eigendomsbewijzen van huizen en erven in de Regenboog achter St. Pieter, 1370, 1374, 1376, met oudere akten van overdracht, 1332, 1351, 1352, 1356 10 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 2867-1 1332 febr. 20 2867-2 1332 mrt. 18 2867-3 1351 aug. 20 2867-4 1352 dec. 28 2867-5 1356 april 19 2867-6 1356 april 19 2867-7 1370 okt. 15 en 1376 mei 4 2 charters, getransfigeerd 2867-8 1374 dec. 17 2867-9 1374 dec. 20 2868-2868 Erfpachtbrieven van hofsteden in de Regenboog achter St. Pieter, 1421-1512 1421-1512 5 charters 2868-1 1421 jan. 25 2868-2 1430 febr. 16 2868-3 1502 juni 8 2868-4 1502 juni 8 2868-5 1512 okt. 19 2869 Gerechtbrief van St. Pieter te Utrecht, waarbij een huis en erf Achter St. Pieter, grenzend aan het huis en erf, behorend aan het door de domproost Sweder Uterlo gestichte altaar, aan de vicaris van dit altaar wordt verpacht, 1374 april 16 1374 april 16 1 charter 2870 Stuk betreffende de verkoop van een altaarkelk, 1580, met een schrijven van Gielis Block over de begiftiging van zijn zoon met de vicarie, eind 16e eeuw eind 16e eeuw 1 omslag 6.14.19. Vicarieën op het altaar van St. Martinus en St. Elisabeth 6.14.19.1. 2 porties (de eerste 1668, de tweede 1673 geacquireerd) Van deze vicarieën behoorde de collatie aan de drie oudste kanunniken. NB 2871-2871 Akte van de stichting van de vicarieën door bisschop Rudolf, 1455, met afschrift, 15e eeuw 1455, met afschrift, 15e eeuw 1 stuk en 1 charter 2871 15e eeuw 2871-2 1455 mrt. 16 2872 Stukken betreffende de collatie van de vicarieën in de 16e eeuw, met advies van rechtsgeleerden betreffende de collatie door het gehele kapittel, 1667 1667 1 omslag 2873 Akte waarbij bisschop Rudolf, ten behoeve van de door hem gestichte vicarie in zijn kapel en voor zijn sepulture, een schuld van 300 Rijnse gulden vestigt op zijn claustraal huis (de Rode Poort), 1455 mrt. 16 1455 mrt. 16 1 charter 2874 Uitspraak door bisschop David in een geschil tussen het kapittel en heer Reynolt van Brederode, heer van Vianen, over het huis aan het Domkerkhof, door bisschop Rudolf bestemd tot zijn memorie, kapel en sepulture, 1469 jan. 13 1469 jan. 13 1 charter 2875 Commissie, door het kapittel verleend aan de kanunnik mr. Jacob Dibbout tot de ontvang van de tijnsgoederen te Woudenberg, door wijlen bisschop Rudolf van Diepholt bestemd voor twee vicarieën in de Dom, 1459 juni 18 1459 juni 18 1 charter Elk van de vicarissen kreeg de helft van de opbrengst van de tijns NB 2876 Brief van de regering van Amersfoort aan het kapittel, waarin zij verzoekt de bezitter van de vicarie van bisschop Rudolf te gelasten alle rechtsvervolging te staken tegen haar burger Jan Craen, omdat deze betaald heeft en men geen burger van Amersfoort om wereldlijke zaken voor de geestelijk rechter mag dagen, 1486 1486 1 stuk 2877 Akte van de verkoop van de tijns te Woudenberg aan Johan van Rheede, heer van Renswoude, 1630 1630 1 stuk Zie nrs. 2395-2395-7 en 2875 NB 2878 Verzoekschrift door mr. Cornelis Booth, oudste burgemeester van Utrecht, aan het gerecht van deze stad, om gehandhaafd te worden in zijn recht van collatie, 1658, met aantekening over de beschikking 1658, met aantekening over de beschikking 1 omslag 2879 Aantekeningen betreffende de rentebrieven, behorend aan de vicarie, 1662, 1681 1662, 1681 1 omslag 6.14.20. Vicarieën op het altaar van St. Nicolaas 6.14.20.1. 1e portie (1685 geacquireerd) 2880-2880 Verklaring door het kapittel betreffende de stichting door wijlen de kanunnik Stephanus van Vorne van een vicarie bij zijn graf in het Nieuwe werk, de begiftiging daarvan en de collatie, 1337, met afschrift, 1394, met aantekening door W. Brock onder andere over de collatie van deze vicarie in 1433 1 omslag en 1 charter De collatie behoorde aan de deken en het kapittel, zie Rechtsboek p. 34 NB 2880 1394, met aantekening, 1433 1433 2880-2 1337 jan. 9 2881-2881 Stukken betreffende een proces over de provisie door de pauselijke nuntius Johannes Angelus Arcimboldus van Johannes Walter met de vicarie van St. Nicolaus, 1520-1521 1520-1521 1 omslag en 2 charters 2881 1520-1521 2881-2 1520 dec. 2 2881-3 1520 dec. 18 2882-2882 Pachtbrieven van landerijen te Lexmond, 1411-1571 1411-1571 15 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 2882-1 1411 april 7 2882-2 1414 mei 2 2882-3 1460 dec. 4 2882-4 1530 febr. 26 2882-5 1539 2882-6 1539 aug. 20 2882-7 1539 aug. 20 2882-8 1539 aug. 20 2882-9 1549 aug. 31 2882-10 1549 aug. 31 2882-11 1549 aug. 31 en 1550 2 charters, getransfigeerd 2882-12 1550 2882-13 1552 sept. 30 2882-14 1571 febr. 20 2883-2883 Erfpachtbrieven van landerijen te Lexmond, 1535-1754 1535-1754 10 charters 2883-1 1535 aug. 5 2883-2 1562 april 20 2883-3 1566 mei 20 2883-4 1566 juni 25 2883-5 1600 2883-6 1629 2883-7 1662 april 30 2883-8 1739 okt6. 26 2883-9 1742 aug. 3 2883-10 1754 okt. 7 2884 Eigendomsbewijs van 1 morgen land te Lexmond, op Achthoven, liggend in een weer van 9 morgen, behorend aan het kapittel, 1715 juni 10 1715 juni 10 1 charter 6.14.20.2. 2e portie (1692 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) 2885 Akte van de bisschoppelijke officiaal, waarbij Jutta, weduwe van Ghiselbertus Gunter, een rente van 25 pond bestemt voor een te stichten vicarie, met akte waarbij het kapittel bepaalt, dat de vicaris voorlopig dienst zal doen bij het altaar van St. Nicolaus, 1352 mrt. 3, 1352 mrt. 3 1352 mrt. 3, 1352 mrt. 3 2 charters (getransfigeerd) 2886 Overeenkomst tussen Johan van Staden en Justus Bom tot overdracht van de vicarie, 1683 1683 1 stuk 2887-2887 Koopbrief en akte van eigendomsoverdracht van 4 morgen land te Jutphaas, waarin een altaar te Utrecht 1 morgen heeft, voor Claes van de Velde Gherytsz, 1407 1407 2 charters 2887-1 1407 nov. 16 2887-2 1407 nov. 16 2888 Aantekeningen over de verkoop van 2 morgen land te Jutphaas, 1604 1604 1 omslag 6.14.21. Vicarie op het altaar van St. Paulus (1664 geacquireerd) 2889-2889 Pachtbrieven van landerijen te Werkhoven, 1409-1561 1409-1561 3 charters 2889-1 1409 febr. 5 2889-2 1414 febr. 24 2889-3 1561 sept. 26 2890 Stuk betreffende een proces, gevoerd voor een commissaris van het Hof van Utrecht tussen de fabriekmeester van de Dom met Aert Goertsz. te Werkhoven tegen de erfgenamen van mr. Johan van Lamzweerde, vicaris van de Dom, over de vruchten van de vicarie, 1573 1573 1 stuk 6.14.22. Vicarieën op het altaar van St. Petrus 6.14.22.1. 1e portie (1694 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) De collatie van deze vicarie behoorde de domdeken. Daar dit volgens Wstinc, zie Rechtsboek p. 33, het geval was met het altaar van Jacobus van Lichtenberch, is de identificatie van de altaren van St. Petrus en 'Lichtenberg' in een lijst van ca. 1500 aannemelijk. NB 2891 Extract-resolutie van het kapittel betreffende de collatie van de vicarie, 1623 1623 1 stuk 2892-2892 Erfpachtbrieven van een hoeve van 20 morgen land te Haastrecht, 1399-1471, met desbetreffende aantekening, 1444 1399-1471, met desbetreffende aantekening, 1444 1 stuk en 4 charters 2892 1444 2892-2 1399 juni 28 2892-3 1412 nov. 19 2892-4 1444 jan. 23 2892-5 1471 april 20 2893 Getuigenverklaring betreffende achtereenvolgende gebruikers van 20 morgen land te Haastrecht, behorend aan de vicarie, 1440 dec. 17 1440 dec. 17 1 charter 6.14.22.2. 2e portie (St. Petrus en St. Christophorus) De collatie van deze vicarie behoorde aan de domthesaurier. In verband hiermee is zij niet door het kapittel geacquireerd. NB 2894-2894 Akten waarbij Bucho van Montzima, kanunnik en thesaurier van de Dom, Rintzius Ritsardi aan het kapittel voordraagt tot de vicarie op het altaar van St. Petrus, 1506 1506 2 charters 2894-1 1506 mei 16 2894-2 1506 mei 16 2895 Akte waarbij ds. Willem van Vloten notaris Huibert van Vloten machtigt tot het ontvangen van de inkomsten van de vicarie, 1783 1783 1 stuk 2896 Minuten van pachtbrieven van 2 percelen land te Voorschoten, 1430-1561 1430-1561 1 omslag 2897 Stukken betreffende een proces tegen de nalatige betaler van de pacht van 16 morgen land te Voorschoten, behorend aan de vicarie, 1446 sept. 30 en 1446 sept. 30 1446 sept. 30 en 1446 sept. 30 2 charters (getransfigeerd) 2898 Pachtbrief van 7 morgen land te Voorschoten, liggend in twee percelen, 1562 1562 1 charter 2899 Afschrift van de akte van verpachting van 7 morgen land te Voorschoten door Balthasar Vosch, vicaris, 1621, met een stuk betreffende een proces tussen het kapittel en Balthasar Vosch over de vruchten van de vicarie, 1634, waarbij een afschrift van een eedsformulier en statuut, een afschrift van de akte waarbij percelen land te Voorschoten worden verkocht, 1642, en een stuk betreffende de obligatie, die Balthasar Vosch in de plaats daarvan had gekregen, 1663 1 omslag 2900-2900 Pachtbrieven van 1½ morgen land te Maarssen, op de Gouden hoeve, 1559, 1569 1559, 1569 2 charters 2900-1 1559 aug. 5 2900-2 1569 6.14.22.3. 3e portie (St. Christophorus en Tienduizend Martelaren, 1713 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) Betreffende deze vicarie zijn geen afzonderlijke stukken bewaard gebleven. Zij is gesticht door G. van Walenborch. NB 6.14.23. Vicarieën op het altaar van St. Petrus en St. Paulus 6.14.23.1. 1e portie (1673 geacquireerd) 2901 Akte waarbij landerijen te Schalkwijk en in het gerecht Uten Goye van Johan van Westende, kanunnik van de Dom, in lijfpacht worden genomen, 1314 okt. 9 1314 okt. 9 1 charter Zie ook nr. 2762 NB 2902 Stukken betreffende de verkoop van de vicarie onder de capitulaire kanunniken, 1646, met een aantekening betreffende een aan de vicarie behorende plecht, 1681 1681 1 omslag 2903-2903 Pachtbrieven van een hoeve land te Schalkwijk, 1554, 1570 1554, 1570 2 charters 2903-1 1554 mrt. 6 2903-2 1570 febr. 20 2904 Eigendomsbewijs van een huis, staande op een hoeve vicarie-lands te Schalkwijk, 1696 mrt. 18 1696 mrt. 18 1 charter 6.14.23.2. 2e portie (1672 Geacquireerd) De vicarie wordt meermalen genoemd 'altera Pauli'. NB 2905-2905 Erfpachtbrieven van 12 morgen land te Willeskop, 1436-1627 1436-1627 5 charters 2905-1 1436 mrt. 24 2905-2 1540 nov. 10 2905-3 1593 okt. 7 2905-4 1626 mrt. 14 2905-5 1627 6.14.24. Vicarie op het altaar van St. Sebastianus (1693 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) De vicarie was gesticht door de kanunnik Sweder van Voirn. Volgens Wstinc, zie Rechtsboek p. 34, behoorde de collatie aan deken en kapittel. Later kwam zij de turnarius toe. NB 2906-2906 Akten van de admissie van Nicolaas Ghysberti, rector scolarium, en van de presentatie tot de vicarie door de turnarius van Gerardus Jacobi van Vollenhoe, 1503, met stukken betreffende het proces, gevoerd voor het kapittel door deze personen, 1504 1504 1 omslag en 2 charters 2906 1504 2906-2 1503 jan. 28 2906-3 1503 febr. 7 2907 Kwitantie voor de executeur van de nalatenscap van vicaris Jan Zelbach, 1561 1561 1 stuk 2908-2908 Erfpachtbrieven van een halve hoeve land te Schalkwijk, 1344-1534 1344-1534 5 charters 2908-1 1344 juli 31 2908-2 1486 nov 2908-3 1490 sept. 27 2908-4 1490 sept. 27 2908-5 1534 nov. 9 2909-2909 Erfpachtbrieven van 6½ morgen land te Lexmond, op Lakeveld, 1489-1548, met een door het gerecht van Lexmond afgegeven verklaring door overlijden van een erfpachter, 1524 1 stuk, 6 charters 2909 1524 2909-2 1489 jan. 15 2909-3 1489 jan. 15 2909-4 1503 okt. 22 2909-5 1524 april 4 2909-6 1544 mrt. 11 2909-7 1548 mrt. 2 6.14.25. Vicarieën op het altaar van St. Simon en St. Judas 6.14.25.1. 1e portie (1644 geacquireerd) 2910-2910 Akten waarbij het kapittel, ten behoeve van een altaar in het Nieuwe werk, de eigendom verkrijgt van 15 morgen land in Bijleveld en deze weder in erfpacht uitgeeft, 1295, 1296 1295, 1296 2 charters 2910-1 1295 okt. 9 2910-2 1296 dec. 21 2911-2911 Eigendomsbewijs, voor het kapittel en de kanunnik Jan van Westende, van 30 morgen land in Bijleveld, ten behoeve van de geestelijken in het Nieuwe werk, 1299, met vidimus door de officiaal van de aartsdiaken van de Dom, 1461 2 charters Van deze 30 morgen zijn 20 aan de 1e portie van de vicarie van St. Simon en St. Judas, 10 aan de 2e portie van de vicarie van St. Andreas en St. Ponciarus gekomen NB 2911-1 1299 mrt. 27 2911-2 1461 okt. 16 2912-2912 Pachtbrieven van landerijen in Bijleveld, te Harmelen, 1464-1582 1464-1582 4 charters 2912-1 1464 sept. 15 2912-2 1569 2912-3 1569 2912-4 1582 okt. 11 2913-2913 Erfpachttbrieven van ½ morgen land, genomen van 20 morgen, te Harmelen, 1742-1793 1742-1793 5 charters 2913-1 1742 febr. 20 2913-2 1742 febr. 22 2913-3 1778 mrt. 2 2913-4 1787 nov. 19 2913-5 1793 dec. 2 2914 Minuut van een verzoekschrift door het kapittel aan het Hof van Utrecht, verzoekende arrest op de goederen van een pachter te Harmelerwaard, die in gebreke is, 1685 1685 1 stuk 2915 Verzoekschrift door vicaris Jan Doesborch aan het kapittel om bijstand wegens zijn zware lasten, ca. 1600 ca. 1600 1 stuk 2916 Stukken betreffende de koop van de vicarie door het kapittel, 1667 1667 1 omslag 2917 Akte waarbij Gheret van de Vliet, knaap, de gift door zijn vader aan het kapittel gedaan van een viertel land te Hoenkoop in zijn gerecht bevestigt, waarmee een rente van 8 pond afgelost is, en belooft de overblijvende 12 pond jaarlijks zo spoedig mogelijk af te lossen, 1346 april 27 1346 april 27 1 charter 2918 Eigendomsbewijs van een viertel land in de parochie van Oudewater, in de heerlijkheid van Gherardus van Vliet, 1359 april 26 1359 april 26 1 charter 2919-2919 Erfpachtbrieven van twee hoeven land te Hoenkoop, 1405, 1434 1405, 1434 4 charters 2919-1 1405 okt. 23 2919-2 1405 okt. 23 2919-3 1405 okt. 23 2919-4 1434 aug. 23 2920-2920 Pachtbrieven van landerijen te Hoenkoop, 1535, 1565, met akte waarbij de pachter zijn goederen verbindt voor de betaling van de pacht, 1565 3 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 2920-1 1535 febr. 17 2920-2 1565 aug. 9 en 1565 aug. 11 2 charters, getransfigeerd 2921-2921 Erfpachtbrieven van 7 morgen land, genaamd de Hoge en Lage Nesse, in het kerspel van Linschoten in het gerecht van Oudmunster, 1397-1607 1397-1607 6 charters 2921-1 1393 mrt. 21 2921-2 1403 sept. 4 2921-3 1408 juli 5 2921-4 1421 nov. 29 2921-5 1564 nov. 4 2921-6 1607 okt. 9 6.14.26. Vicarieën op het altaar van St. Stephanus en St. Willibrord 6.14.26.1. 1e portie (St. Stephanus, 1747 in de rekening van de geacquireerde vicarieën) 2922 Stukken betreffende een geschil tussen het kapittel en mr. Johan Baexcamp over de vruchten van de vicarie van het eerste jaar na de resignatie, 1641-1643 1641-1643 1 omslag 2923 Aantekening door notaris Mich. Keyen van een besluit door het kapittel, inhoudend dat de vicarie jaarlijks van de Kleine kameraar voor ieder mark zilver 4 oude schilden en 4 Cortse plakken zal ontvangen, 1501 1501 1 stuk 2924-2924 Erfpachtbrieven van een hoeve land te Nederlangbroek, 1287-1811 1287-1811 15 charters 2924-1 1287 april 28 2924-2 1397 mrt. 12 2924-3 1397 mrt. 25 2924-4 1397 mrt. 25 2924-5 1492 dec. 10 2924-6 1516 aug. 26 2924-7 1547 juli 23 2924-8 1571 febr. 23 2924-9 1578 2924-10 1578 febr. 24 2924-11 1583 okt. 15 2924-12 1623 sept. 1 2924-13 1647 mrt. 22 2924-14 1665 2924-15 1811 febr. 25 2925 Erfpachtbrief van 4 morgen land te Nederlangbroek, 1367 juli 14 1367 juli 14 1 charter 2926 Eigendomsbewijzen van 4 morgen land te Kamerik, 1357 mrt. 16 en 1357 mrt. 1357 mrt. 16 en 1357 mrt. 2 charters (getransfigeerd) 2927 Akte waarbij 2 morgen land te Kamerik, waaruit aan de vicarie van St. Stephanus een uitgang wordt betaald, met toestemming van het kapittel worden verkocht, 1627 1627 1 stuk 2928-2928 Erfpachtbrieven van 2 morgen land te Kamerik, op Schuilenburg, 1538-1742, met een attestatie betreffende de opvolging in de erfpacht, 1662 1 stuk en 14 charters 2928 1662 2928-2 1538 nov. 22 2928-3 1550 nov. 27 2928-4 1552 juli 14 2928-5 1552 juli 30 2928-6 1552 aug. 14 2928-7 1556 okt. 14 2928-8 1632 okt. 1 2928-9 1632 okt. 1 2928-10 1640 2928-11 1662 mei 13 2928-12 1666 juni 11 2928-13 1735 mrt. 26 2928-14 174- dec. 17 2928-15 1742 mrt. 3 2929 Notariële akten betreffende het testament van Walterus Scaert, vicaris van de Dom, waarbij hij verschillende instellingen begifigt, onder andere een rente vermaakt aan de vicarie van St. Stephanus, 1369 mei 25 1369 mei 25 1 charter 2930 Akte waarbij het kapittel van Oudmunster een hofstede en huis op Boelkens-camp achter de Oudelle in zijn gerecht in erfpacht geeft aan Willem van de Broick, vicaris bij het altaar van St. Steven in de Dom, 1514 april 5 1514 april 5 1 charter 2931 Overeenkomst van het kapittel en de vader van de vicaris van St. Stevensaltaar met Frederick van Schonevelt en zijn huisvrouw over het onderhoud van een huis in de Winsesteeg, 1594 1594 1 stuk 2932 Specificatie van de nodige onkosten tot behoud van het huis in de Herestraat, behorende aan de vicarie, 1663 1663 1 stuk 6.14.26.2. 2e portie (St. Willibrord) De collatie van deze vicarie behoorde aan de domthesaurier. In verband hiermede is zij niet door het kapittel geacquireerd. NB 2933 Akte waarbij Johannes van Drakenborch verklaart alleen gerechtigd te zijn tot de collatie van de vicarie op het altaar van St. Willibrord, waarvoor hij Bertoldus van Angeren voordraagt, onder protest tegen ieder die beweert het recht van collatie te hebben, 1496 1496 1 stuk 2934 Staat van de leges van admissie tot de vicarie, 1786 1786 1 stuk 2935 Afschrift van erfpachtbrieven van landerijen, behorende aan de vicarie, over 1394-1490, begin van de 16e eeuw begin van de 16e eeuw 1 stuk 2936-2936 Eigendomsbewijzen van 5 morgen 2 hond land te Maarssen, 1371-1372 1371-1372 2 charters 2936-1 1371 aug. 15 2936-2 1372 mrt. 17 2937 Erfpachtbrief van 5 morgen 1 hond land te Maarssen, op de Gouden Hoeve, 1373 jan. 15 1373 jan. 15 1 charter 2938-2938 Erfpachtbrieven van 3 morgen land te Maarssen, 1485-1590 1485-1590 5 charters 2938-1 1485 juni 9 2938-2 1551 aug. 20 2938-3 1564 nov. 24 2938-4 1565 febr. 6 2938-5 1590 okt. 17 2939 Eigendomsbewijs van drie stukken land te Streefland, waarvan twee bijeen liggen, samen groot 21 morgen, 1393 dec. 4 1393 dec. 4 1 charter 2940 Erfpachtbrief van drie stukken land te Streefland, 1394 jan. 1 1394 jan. 1 1 charter 2941-2941 Erfpachtbrief van 5 morgen land te Bergambacht, 1394, 1531, 1560 1394, 1531, 1560 3 charters 2941-1 1394 mei 1 2941-2 1531 juni 14 2941-3 1560 juni 28 2942 Pachtbrief van 7 morgen land te Bergambacht, 1479 okt. 9 1479 okt. 9 1 charter 2943 Stukken betreffende een proces van de accijnsmeesters van de stad Utrecht tegen het kapittel met de thesaurier en de bezitter van St. Willibrordaltaar in de Dom over een uitgang uit een huis aan het Oudkerkhof, genaamd de Hollandse tuin, waaraan de eerstgenoemde niet het karakter van erfpacht willen toekennen, 1563-1567 1563-1567 1 omslag 6.14.27. Vicarie op het altaar van St. Thomas (1775 in de rekening van de Geacquireerde vicarieën) Een lijst van de vicarieën van ca. 1500 noemt als stichter van de vicarie Mauricius. Wstinc, zie Rechtsboek p. 34, kent een altare domini Mauricii. NB 2944 Eigendomsbewijs van de helft van een viertel bouwland te Loosdrecht, voor Mauricius, kanunnik van de Dom, 1298 mei 4 1298 mei 4 1 charter 2945 Akte waarbij het kapittel aan de kanunnik Mauricius, die enige goederen te Loosdrecht heeft geschonken, de vruchten van deze voor zijn leven afstaat en hem vergunt bij testament er over te beschikken tot oprichting van een altaar als anderszins, 1300 nov. 3 1300 nov. 3 1 charter 2946 Minuut of afschrift van de procuratie, door vicaris Petrus Winandi gegeven tot het doen van afstand van de vicarie, 1600 1600 1 stuk 2947-2947 Eigendomsbewijs van een rente uit een claustraal huis, 1474. In tweevoud 1474. In tweevoud 2 charters 2947-1 1474 aug. 10 2947-2 1474 aug. 10 6.14.28. Vicarie op het altaar van de Tienduizend Martelaren (1666 geacquireerd) 2948 Testament van Fredericus van Doesborch, kanunnik van de Dom, waarbij hij de vicarie van de Tienduizend Martelaren sticht en de choralen begunstigt, 1366. Notarieel afschrift, 1366 sept. 3 1366. Notarieel afschrift, 1366 sept. 3 1 charter 2949 Verzoekschrift door domdeken Johannes Proys om Nicolaus van Amsterdam toe te laten tot de vicarie van de Tienduizend Martelaren, waarvan de collatie hem als turnarius toekomt, 1476 febr. 14 1476 febr. 14 1 charter 2950 Lijst van de goederen, behorende tot de vicarie, 1410 1410 1 stuk 2951 Eigendomsbewijs van een halve hoeve land te Amerongen en twee stukken land op de Eng aldaar ten behoeve van het door wijlen de domkanunnik Vrederic van Doesborch gestichte altaar, 1367 nov. 15 1367 nov. 15 1 charter Zie ook nr. 1866 NB 2952-2952 Eigendomsbewijzen van twee kampen land te Zeist, groot 6 of 6½ morgen, 1368, 1398 1368, 1398 3 charters 2952-1 1368 mei 27 2952-2 1398 jan. 4 2952-3 1398 jan. 4 2953 Erfpachtbrief van twee kampen land te Zeist, 1368 juni 6 1368 juni 6 1 charter 2954 Pachtbrief van 7 morgen land te Zeist, 1562 febr. 28 1562 febr. 28 1 charter 2955-2955 Akten waarbij het kapittel de derde kamer op het Oudkerkhof achter het oude choraalhuis verkoopt aan zijn medekanunnik Gerit Beyer, op voorwaarde dat hij ze in zijn testament of bij zijn leven ten goede zal doen komen aan een vicarie in de Dom, 1534, met aantekening, dat de kamer in 1537. is geschonken aan de vicarie van de Tienduizend Martelaren, in tweevoud 2 charters 2955-1 1534 mei 22 2955-2 1534 mei 22 2956 Rentebrief van 25 gulden per jaar ten laste van het kapittel, voor de bezitter van de vicarie, 1646 dec. 16 1646 dec. 16 1 charter 2957-2957 Akten waarbij ten behoeve van de vicarie een plecht van 500 gulden wordt gevestigd op zekere landen te Hagestein, deels reeds bezwaard met een plecht van 1000 gulden ten behoeve van Elizabeth van de Kemp, met de akte van 1658 betreffende deze plecht, waardoor een akte van overdracht gestoken is, op welke staat aangetekend, dat ze vanwege het kapittel is afgelost, 1663 4 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 2957-1 1658 jan. 28 en 1663 nov. 3 2 charters, getransfigeerd en twee aangehechte stukken 2957-2 1663 sept. 15 2957-3 1663 sept. 16 6.14.29. Vicarie op het altaaar van Onze Lieve Vrouw De lijst van de vicarieën van ca. 1500 zegt van dit altaar 'quod caputulum disponit'. In de rekeningen van de absente vicarissen komt 1449 nog een titularis van deze vicarie voor, in 1455 niet meer. De inkomsten van de vicarie staan tot 1641 in de genoemde rekeningen onder de ontvangsten; de verdere lotgevallen zijn onduidelijk. Zij heet terecht de 'prima incorporata'. NB 2958 Testament van Wilhelmus Conradi, vicaris van de Dom, waarin bij de vroeger aan de Dom gedane gift van 9 morgen land in de parochie Cothen bevestigt, 1373 mrt. 16 1373 mrt. 16 1 charter 2959-2959 Pachtbrieven van 4 of 6 morgen land te Cothen, 1428-1569 1428-1569 3 charters 2959-1 1428 dec. 30 2959-2 1539 mrt. 21 2959-3 1569 2960-2960 Eigendomsbewijzen van een halve hoeve land te Manderen, 1392 1392 2 charters 2960-1 1392 dec. 12 2960-2 1392 dec. 12 2961-2961 Pachtbrieven van 11 morgen (en 60 roeden) land te Manderen, 1562, 1569 1562, 1569 3 charters 2961-1 1562 okt. 10 2961-2 1569 2961-3 1569 6.14.30. Vicarie op het altaar van Onze Lieve Vrouw in het westelijk deel van de kerk (1694 in de rekening van de Geacquireerde vicarieën De vicarie wordt meermalen aangeduid met de bij voeging 'prope altare St. Pauli' of 'in antiqua ecclesia', ook wel 'in Cantu'. NB 2962 Minuut van de akte van admissie van Gotfridus Ment als vicaris, 1422 1422 1 stuk 2963 Verzoekschrift door Anthonis Goes aan de Gedeputeerde staten van Utrecht, om aggreatie van de door hem gedane koop van de vicarie, met gunstige beschikking, 1691 1691 1 stuk 2964-2964 Eigendomsbewijs van 7 morgen land te Odijk en van twee percelen land te Tamen, 1422, met de minuut van deze akte en oudere akten van overdracht en erfpachtsbrief, 1400-1419 1400-1419 1 stuk en 9 charters (waarvan 4 getransfigeerd) 2964 1422 2964-2 1400 okt. 31 en 1419 april 13 2 charters, getransfigeerd 2964-3 1404 sept. 22 en 1408 mrt. 12 2 charters, getransfigeerd 2964-4 1415 juni 28 2964-5 1416 juli 7 2964-6 1417 aug. 12 2964-7 1419 mei 17 2964-8 1422 febr. 23 2965 Eigendomsbewijs van een rente van 2 nobels uit twee percelen land te Tamen, 1424 juli 19 1424 juli 19 charter 2966 Stukken betreffende twee processen, gevoerd voor het gerecht van Mijdrecht door het kapittel, als superintendent van de goederen van de vicarie op het O.L.V. altaar, tegen Henrick van Loenen c.s. en Jan Claesz. c.s. tot vervallen verklaring door de huur van land te Tamen, behorende aan deze vicarie dat zij in strijd met de overeenkomst hebben vergraven, 1626 1626 1 omslag 2967 Akte waarbij Lambertus Vlieger, kanunnik van St. Marie, de voorwaarden aanneemt, waarop het kapittel hem de inkomsten afstaat, die zijn oom Henricus bestemd had voor een mis ter ere van O.L.V, 1400 dec. 18 1400 dec. 18 1 charter Een aantekening op de rugzijde brengt de akte in betrekking tot 'Domina nostra in Cantu' NB 2968 Stukken betreffende ontvangsten uit pacht te Odijk en rentebrieven, 1652-1670 1652-1670 1 omslag 6.14.31. De vicarieën in het Nieuwe werk In de rekening van de procurator van de goederen van de twaalf vicarissen in het Nieuwe werk staan als rechtbebbenden tot de opbrengst de vicarissen van de zes altaren van St. Dionysius en St. Bartholomeus, St. Andreas en St. Pontiaan, H. Kruis, St. Petrus en St. Paulus, St. Simon en St. Judas, Elfduizend Maagden. In 1692, toen van de 12 vicarieën slechts twee nog niet waren geacquireerd door het kapittel, is met de bezitters deze twee een overeenkomst aangegaan, volgens welke zij voortaan 5 gulden per jaar zouden ontvangen in de plaats van het vroeger genotene. De goederen werden vanaf behandeld als kapittelgoederen en de genoemde uitkeringen hielden op nadat ook de laatste vicarieën waren geacquireerd. Zie verder bij de genoemde vicarieën afzonderlijk. NB 2969 Statuut omtrent het bedienen van de zes altaren in het Nieuwe werk, gesticht door Johannes Westende, 1303 juni 21 1303 juni 21 1 charter 2970 Akte waarbij de twaalf vicarissen in het Nieuwe werk een aantal bepalingen maken tot aanvulling van die van de stichter Johannes van Westende, 1352 febr. 1 1352 febr. 1 1 charter 2971 Akte waarbij de gezellen in het Nieuwe werk Jacob Aelbertsz., hun kameraar en medegezel, machtigen om de inkomsten van het Nieuwe werk te onvangen, mits daarvan rekening doende, 1476 juli 27 1476 juli 27 1 charter 2972 Rekening van de procurator van de goederen van de twaalf vicarissen in het Nieuwe werk, 1487-1494 1487-1494 1 stuk 2973 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het kapittel door de vicarissen in het Nieuwe werk tegen Gijsbert Vlistius, hun kameraar en medegezel, wegens wanbeheer, 1552-1555 1552-1555 1 omslag 2974 Akte waarbij de vicarissen in het Nieuwe werk een opsomming geven van de goederen, die hun gemeen zijn, 1352 febr. 1 1352 febr. 1 1 charter 2975 Eigendomsbewijs van landerijen te Cothen en Vlist, 1324 febr. 24 1324 febr. 24 1 charter 2976-2976 Eigendomsbewijs van twee akkers land te Maarsssen, genaamd de Gulden hoeve, 1324 1324 5 charters 2976-1 1324 april 17 2976-2 1324 april 17 2976-3 1324 april 17 2976-4 1324 april 23 2976-5 1324 juli 28 2977-2977 Erfpachtbrieven van twee akkers land te Maarssen, op de Gulden hoeve, 1420-1590 1420-1590 13 charters 2977-1 1420 april 10 2977-2 1420 april 10 2977-3 1420 april 10 2977-4 1451 febr. 19 2977-5 1451 febr. 25 2977-6 1504 sept. 20 2977-7 1536 2977-8 1537 mrt. 6 2977-9 1561 mrt. 10 2977-10 1562 juni 28 2977-11 1566 juli 13 2977-12 1582 jan. 20 2977-13 1590 okt. 14 2978 Eigendomsbewijs van een viertel land op Ripikerwaard in het Gein en van een rente van 1 pond per jaar daaruit, 1344 aug. 22 en 1354 1344 aug. 22 en 1354 2 charters (getransfigeerd) 2979-2979 Pachtbrief van 2 morgen land te Montfoort of Willeskop, 1407, met erfpachtbrieven van deze 2 morgen, 1450-1654 13 charters 2979-1 1407 okt.27 2979-2 1450 mrt. 10 2979-3 1470 juli 21 2979-4 1507 dec. 12 2979-5 1510 okt. 23 2979-6 1545 sept. 4 2979-7 1546 jan. 10 2979-8 1550 okt. 13 2979-9 1589 febr. 27 2979-10 1625 dec. 20 2979-11 1639 2979-12 1654 jan. 23 2979-13 1654 febr. 28 2980-2980 Erfpachtbrieven van landerijen te Haastrecht, 1308, 1408, 1654-1741 1308, 1408, 1654-1741 1 omslag en 31 charters De stukken van 1308 betreffen onder meer een vidimus door de domdeken van 1406 en een afschrift hiervan NB 2980 1406, z.j. 2980-2 1308 mei 7 2980-3 1308 mei 7 2980-4 1308 mei 7 2980-5 1406 mrt. 22 2980-6 1408 juni 8 2980-7 1454 jan. 24 2980-8 1460 aug. 20 2980-9 1460 aug. 20 2980-10 1460 okt. 8 2980-11 1461 aug. 20 2980-12 1464 april 16 2980-13 1476 juni 15 2980-14 1476 juli 8 2980-15 1483 okt. 12 2980-16 1483 okt. 12 2980-17 1483 okt. 12 2980-18 1485 mrt. 19 2980-19 1498 okt. 4 2980-20 1504 sept. 17 2980-21 1518 sept. 10 2980-22 1526 mrt. 8 2980-23 1529 mrt. 18 2980-24 1530 april 19 2980-25 1538 mei 2 2980-26 1558 mrt. 9 2980-27 1566 aug. 6 2980-28 1591 febr. 18 2980-29 1595 sept. 26 2980-30 1605 mei 24 2980-31 1653 sept. 2 2980-32 1741 okt. 16 2981 Akte waarbij schout, burgemeesters, schepenen en gemene landgenoten van Benschop de beterschap kopen van een halve hoeve land in de Coelvaertpolder te Haastrecht, die de verkoper in erfpacht had van de twaalf vicarieën in de Dom, ca. 1400. Afschrift ca. 1400. Afschrift 1 stuk 2982 Stukken betreffende een twist over de opvolging in een erfpacht van 3½ mogen land te Haastrecht, 1447-1448 1447-1448 1 omslag 2983 Uitspraak door buren van Haastrecht, dat Jacob Aelbertsz., kameraar van de vicarieën in het Nieuwe werk, met recht Claes Meynertsz. van zijn pacht heeft ontzet, 1476 nov. 19 1476 nov. 19 1 charter 2984 Eigendomsbewijs van 6 morgen land in de maalschap van Ommeren, geheten de Oude Weide, 1392 dec. 28 1392 dec. 28 1 charter 2985 Erfpachtbrief van 9 morgen land te Ommeren, t.w. van 7 morgen min 2 hond, waar het huis op staat, op Volckenham en 14 hond op Spilborch, 1520 jan. 21 1520 jan. 21 1 charter 2986 Rechtsgeleerde adviezen omtrent de aard van een kapitaal van 300 gulden, verkregen door de afkoop van een erfpacht te Ommeren, behorende aan de vicarissen in het Nieuwe werk, 1642, 1651 1642, 1651 1 omslag 2987-2987 Erfpachtbrieven van 4 morgen land te Nederlangbroek, 1521-1608 1521-1608 6 charters 2987-1 1521 juni 21 2987-2 1537 jan. 27 2987-3 1561 juni 27 2987-4 1561 juni 27 2987-5 1587 aug. 4 2987-6 1608 febr. 15 2988 Eigendomsbewijs van een rente van een stadpond en een hoen uit een huis in de benedenste St. Nicolaassteeg te Utrecht, 1531 mrt. 7, met twee brieven, 1441 juli 13 en 1524 sept. 4 3 charters (getransfigeerd) 2989-2989 Rentebrieven ten laste van het kapittel, van 4 gulden, van 4 gulden 4 stuivers, en van 6 gulden, 1555. 1560, 1625 1555. 1560, 1625 3 charters 2989-1 1555 aug. 23 2989-2 1560 nov. 18 2989-3 1625 nov. 7 6.14.32. De Gemene vicarissen De vicarissen trokken gemeenschappelijk inkomsten uit presentiegelden (zie het statuut van 1319 bij Wstinc, Rechtsboek p. 188) en enkele bezittingen en fundaties. In de rekeningen van de Kleine Kamer voor 1536 worden de uitgaven voor presentiegelden aan kanunniken en koorgezellen samengevat. Van 1536 af komt er een post voor wegens een uitkering aan de plumbarius sociorum of borddrager, wiens specificatie niet wordt ingevoegd, maar naar wiens schedula wordt verwezen. De borddrager of ministrator presentiarum vicariorum was met een de beheerder van de goederen en renten van deze vicarissen totdat deze aan het kapittel overgingen, wat in 1692 plaats had. De fundaties, die in de rekeningen van deministrator voorkomen, zijn elf in getal. Vier ervan geven aan de vicarissen een uitkering uit de domfabriek, drie andere een uitkering uit de Kleine Kamer, terwijl de andere vier hun respectievelijk renten uit een huis, renten uit land te Zegveld en uit een huis, pacht uit land te Hagestein en rente van het Dortse kapittel bezorgen. Zie ook nrs. 294-1-294-2 (Op 18 en 25 november 1586 veranderde het kapittel de wijze van de verdeling van de presentatiegelden door de kanunniken, zie Rechtsboek p. 170 noot. Voor de vicarissen is van gewicht een statuut van 27 oktober 1623 (naar aanleiding van klachten van enige van hen, dat de weinige die de rang van priester bezaten, de inkomsten van sommige fundaties met uitsluiting van anderen onder elkaar verdeelden, hetgeen in strijd was met de plakkaten van de Staten), houdende dat inkomsten van alle fundaties voortaan zouden worden genoten door de vicarissen, die hun beneficies zes jaren lang, te rekenen van hun emanicipatie of ouderdom van achttien jaar, hadden bezeten en dan over elke maand, waarin zij zich op de eerste maandag tussen een en drie uur voor het Kleine kapittelhuis van de Dom hadden vertoond. Dat eveneens de fundaties in het Nieuwe werk, die tevoren alleen voor de prie NB 2990 Overeenkomst tussen de vicarissen van de Dom betreffende de kerkdiensten, 1471 april 6 1471 april 6 1 charter 2991 Aanschrijving van de deken aan de vicarisssen, 1536 1536 1 stuk 2992 Staat van hetgeen de vicarissen over het jaar 1480 nog van de Kleine kameraar te vorderen hebben 1 stuk Dergelijke staten komen aan het slot van de rekeningen van de Kleine kameraar voor NB 2993 Rekeningen van de ministrator presentiarum vicariorum over de maandelijkse uitdelingen aan de vicarissen, 1452, 1487, 1502-1505 1452, 1487, 1502-1505 1 omslag 2994 Berekening van de presentiegeldem, verdiend door vicaris Henric van Hoeff, 1548-1569 1548-1569 1 omslag 2995 Staat van de boeten, aan de cononici honoris op te leggen bij verzuim van de waarneming van hun officies, welke boeten de ministrator moet aftrekken van de door de vicarissen verdiende presentiegelden, 1559 1559 1 stuk 2996 Stukken, tussen het kapittel en de vicarissen gewisseld naar aanleiding van de klachten van deze over misbruiken in de uitdelingen, onder andere over de verkeerde berekening van de waarde van het oudschild, ca. 1560 ca. 1560 1 omslag 2997 Rekeningen van de ministator aan de kameraar gedaan, 1581, 1599 1581, 1599 1 omslag Deze rekeningen vermelden de diensten, waarvoor betaald is. De eerste schijnt voor de kameraar bestemd te zijn geweest NB 2998-2998 Rekeningen van de ministator over zijn ontvangsten uit presentiegelden als anderszins, en over zijn uitgaven, 1584-1590, 1592-1612 1584-1590, 1592-1612 2 delen Deze rekeningen vermelden de personen, aan wie betaald is NB 2998-1 1584-1590, 1592, 1593 (fragment), 1591-1597 2998-2 1597-1712 2999 Rekening van hetgeen de canonici honoris over 1580 hebben (te) ontvangen 1 stuk 3000 Rekeningen van de kameraar van de Gemene vicarissen, 1626, 1634, 1691 1626, 1634, 1691 1 omslag De rekening van 1626 betreft een fragment NB 3001 Stukken betreffende de administratie van de presentiemeester, 1586-1617 1586-1617 1 omslag 3002 Kladrekeningen van vicaris P. Cammaker over de uitdelingen op Zondag Laetare aan de vicarissen en officiati van het kapittel, 1589, 1590, 1593-1596, 1598-1610, en op Kerstavond, 1592, 1593, met lijsten van tot deze uitdelingengerechtigden, 1584-1591 1 omslag Voor de maaltijd op Zondag Laetare kregen de koorgezellen reeds in 1443 een bedrag van de fabriekmeester NB 3003 Liquidaties van de secretaris van hetk apittel Everhard van Weede met de presentiemeester en de Grote kameraar, 1640-1652 1640-1652 1 omslag 3004 Stukken betreffende de verandering in de wijze van verdienen van de presentiegelden en uitkeringen, 1623-1660 1623-1660 1 omslag 3005 Overeenkomst tussen het kapittel en de gemene vicarissen betreffende de afstand van de zogenaamde goederen van de Gemene vicarissen aan het kapittel, 1692 1692 1 omslag 3006 Gequiteerde staten van de kleine maandelijkse presenties, verschuldigd aan de vicarissen, 1692-1711 1692-1711 1 omslag 3007-3007 Pachtbrieven van 9 morgen land te Cothen, 1467, 1521-1590 1467, 1521-1590 1 omslag en 1 charter 3007 1521-1590 3007-2 1467 april 30 3008 Getuigenverklaring voor het gerecht van Utrecht, betreffende 9 morgen land te Cothen, behorende aan de Gemene vicarissen, 1533 mrt. 10 1533 mrt. 10 1 charter 3009 Pachtbrief van 9 morgen land te Wijk, 1494 1494 1 stuk 3010 Eigendomsbewijs van een stuk land in Oostveen, 1503 juli 5 1503 juli 5 1 charter 3011 Erfpachtbrief van de helft van 8 morgen land te Hagestein, 1515 juli 19 1515 juli 19 1 charter 3012-3012 Eigendomsbewijs van 8 morgen land te Hagestein in de Biezen, waarvan de beterschap aan de Gemene vicarissen wordt geschonken door Heynrick Jansz. Boeckelaer, vicaris van de Dom, 1554, met erfpachtbrieven, uitgegeven door Henricks Jansz. 1538 3 charters 3012-1 1538 febr. 14 3012-2 1538 april 8 3012-3 1554 juli 11 3013 Sententie door het Hof van Utrecht in een proces tussen Dirck Petersz., voor zijn vrouw Jacobgen, en de vicarissen van de Dom, over 8 morgen land te Hagestein, nagelaten door Henrick Jansz. Bueckelair, in leven vicaris van de Dom, waarvan de impetrant beweerde dat zijn vrouw en de andere zuster van de overledene elk voor de helft eigenaressen waren, welke eis het Hof niet ontvankelijk verklaart, 1570 nov. 27 1570 nov. 27 1 charter 3014 Pachtbrief van 8 morgen land te Hagestein, 1577 1577 1 stuk 3015 Eigendomsbewijs van een rente van 1 pond uit 12 morgen land te Zegveld, 1410 nov. 30 1410 nov. 30 1 charter 3016-3016 Eigendomsbewijzen van 8½ en 5 morgen land te Zegveld en van een losrente daaruit, 1547, met oudere akte van overdracht en afschrift van de akte van uitgifte in erfpacht, 1547 1547 1 stuk en 3 charters 3016 1547 3016-2 1547 juni 25 3016-3 1547 juni 25 3016-4 1547 juni 25 3017 Pachtbrief van 6 morgen land in het Nedereind van Jutphaas, 1566 febr. 10 1566 febr. 10 1 charter 3018 Gerechtsbrief van Mijnden, waarbij de Gemene vicarissen van de Dom voor de ene helft en de broederschap van St. Barbara en St. Anna in de St. Geertekerk te Utrecht voor de andere helft beslag leggen op de vervallen erfpacht van 8 morgen land, die Cornelis Symonsz. kinderen hadden gebruikt, 1580 1580 1 stuk 3019 Erfpacht van twee erfjes te Schalkwijk, 1792 april 30 1792 april 30 1 charter 3020 Eigendomsbewijs van een huis en hofstede bij St. Janskerkhof te Utrecht, waar de Gelre uithangt, 1533 okt. 23 1533 okt. 23 1 charter 3021 Testament van Johannes Philippi van Leyden, waarin hij een vicarie sticht in de St. Pieterskerk te Leiden en verschillende instellingen begunstigt, onder andere de choralen en koorgezellen in de Dom, ten behoeve van zijn memorie, 1351 sept. 1 1351 sept. 1 1 charter 3022 Testament van Margriete van Erkel vrouwe van de Eme, waarin zij onder andere aan de gezellen in de Dom gelden toekent voor haar memorie, 1366 nov. 26 1366 nov. 26 1 charter 3023 Verklaring door het convent van O.L.V. broeders te Utrecht van de ontvangst van de helft van een huis en hofstede in de St. Marie-straat aldaar, van Robbert Zweerz., waarvoor het belooft twee missen per week te zullen doen, 1520 juni 8 1520 juni 8 1 charter Een bijzondere bepaling is, dat wanneer de broeders hun verplichting niet nakomen, zij vervallen in een boete ten behoeve van de Gemene vicarissen van de Dom NB 3024 Eigendomsbewijs van een rente van 1 Frans schild uit een huis en hofstede op het Oudkerkhof te Utrecht, 1469 sept. 19 1469 sept. 19 1 charter 3025 Verklaring door de executeuren van het testament van Jacobus van Loenen, vicaris van de Dom, dat deze een huis in de Gaasbeeksteeg heeft nagelaten aan zijn dienstmaagd Elisabeth Clutincx, op voorwaarde dat zij gedurende haar leven op zijn geboortedag 1 gulden zal schenken aan de celebranten van de Dom, en dat Elizabeth beloofd heeft deze bepaling te zullen nakomen, 1510 april 14 1510 april 14 1 charter 3026 Rentebrief van 2 Philippus gulden, ten laste van Jan de Rijck, 1519 april 21, met akte van overdracht aan de Gemene vicarissen, 1522 mei 6 1522 mei 6 2 charters (getransfigeerd) 3027-3027 Eigendomsbewijs van de helft van een rente van 7 Rijnse gulden uit 8 morgen land met huis en hofstede te Mijnden, 1527, met akte van overdracht van het land, dat met de rente bezwaard is, 1608 2 charters 3027-1 1527 aug. 3 3027-2 1608 nov. 18 3028 Rentebrief van 12½ Rijnse gulden, ten laste van Jelis die Rover, schout van het kapittel, 1527 aug. 27 1527 aug. 27 1 charter 3029 Verklaring door de Gemene vicarissen, van wie de eerste zich deken noemt, dat zij een rente van 10 Rijnse gulden hebben ontvangen voor presentiegeld in de metten, van mr. Dirck van Malsen, gebeneficeerde in de Dom, die het geld als lijftocht behoudt, 1530 april 16 1530 april 16 1 charter 3030 Eigendomsbewijs van een rente van 2 pond uit het huis van de zielpriesters Achter St. Pieter, 1531 mrt. 7 1531 mrt. 7 1 charter 3031-3031 Eigendomsbewijzen van renten ten laste van zekere personen, 1544 1544 2 charters 3031-1 1544 jan. 22 3031-2 1544 jan. 31 3032 Rentebrief van 14 Carolusgulden, ten laste van Anthonis Jansz. Tucker te Hagestein, voor Henrick Jansz. Boekelaer, vicaris van de Dom, zijn erfgenamen en executeurs, 1552 april 4 1552 april 4 1 charter 3033 Eigendomsbewijs van een rente uit de helft van 5 kameren aan de zuidzijde van de ABC-straat te Utrecht, 1554 mrt. 8 1554 mrt. 8 1 charter 3034 Sententie door het Hof van Utrecht in een proces tussen de Gemene vicarissen van de Dom en Reyer Gerritsz. te Maarsseveen, over een rente, tot voldoening waarvan deze wordt veroordeeld, met aangehecht madament van de deurwaarder, 1557 mei 24 en 1557 juli 3 1557 mei 24 en 1557 juli 3 2 charters (getransfigeerd) 3035-3035 Rentebrieven ten laste van het kapittel, 1570, 1621, 1656 1570, 1621, 1656 3 charters 3035-1 1570 juni 3 3035-2 1621 april 1 3035-3 1656 april 18 3036 Stukken betreffende een door het kapitttel te Dordrecht verschuldigde rente, welke zal moeten worden betaald door de ontvanger van de geestelijke goederen, 1579 1579 1 omslag 3037 Akte waarbij Cornelius van Schoonhovia ten behoeve van de cicarissen afstand doet van een door wijlen Simon van Sluusa gestichten dienst omdat hij daardoor verplicht zou zijn priester te worden, 1506 sept. 12 1506 sept. 12 1 charter 3038 Fundatiebrief van een dagelijkse mis, te lezen op het altaar van St. Sebastianus voor het koor of een ander altaar in de Dom, waarvoor Goesen Jansz. van Jaervelt, priester, een rente van 15 Keurvorsten gulden uit de goederen van het kapittel van St. Jan heeft bestemd, 1535 aug. 27 1535 aug. 27 1 charter In de rekening van de Gemene vicarieën komt een fundatie van Gosuinus Johannis de Jaersvelt, pastor in Moord(recht), voor NB 6.14.33. De zielpriesters Het Registrum vicariarum et bonorum earundem ecclesiae Trajectensis van ca. 1500 vermeldt twee bedienaren van het altaar van het H. Kruis voor het koor en drie zielpriesters, ook de voor hun dienst beschikbare voorwerpen, maar geen bona assignata, zoals bij andere vicarieën het geval was. Toch staat het vast, dat voor de zielpriesters althans goederen waren aangewezen geweest. De landerijen te Beusichem in het land van Buren, die in de stichtingsbrieven genoemd worden, treft men aan onder de ontvangsten in de rekeningen van de Kleine Kamer, die ook bezwaard waren met jaarlijkse uitkeringen aan de zielpriesters. De renten uit enkele huizen in de stad kunnen deze zelf rechtstreeks ontvangen hebben, totdat de huizen verkocht werden, men vindt dan vanaf 1551 de rente wegens een verkocht huis in de Regenboog, sinds 1554 een andere wegens een verkocht huis op de Dam, in de rekeningen van de Bona divisa. Deze renten verschijnen in 1692 in de rekening van de Geacquireerde vicarieën. In de vereenvoudigde rekeningen over 1752 en later worden de zielpriesters niet meer genoemd. Hun taak blijkt uit de oorkonde van 1340, zie Rechtsboek p. 21. Volgens een resolutie van het kapittel van 5 mei 1517 mocht de deken, die de collatie had, de prebende alleen geven aan een gebeneficieerd vicaris. Op 12 mei 1581 heeft één van de zielpriesters zijn prebende voor een lijfrente aan het kapittel verkocht, zie hiervoor de akte in het register van rentebrieven. NB 3039 Akte waarbij mr. Hugo Wstinc, als uitvoerder van de laatste wil van wijlen Hugo Pollaert, kanunnik van de Dom, twee beneficies voor zielpriesters sticht, van wie de verplichtingen worden omschreven en voor wier onderhoud de goederen worden verbonden, welke voor het geld van de overledene gekocht zijn van de heer van Buren, 1340 nov. 23 1340 nov. 23 1 charter 3040 Testament van mr. Hugo Wstinc, kanunnik van de Dom, waarbij hij beschikt over de inkomsten uit de bezittingen, eertijds door hem voor de kerk gekocht voor de goederen van mr. Hugo Pollaert en zijn eigen, te weten 72 morgen en 2 hofsteden met 11 morgen in de heerlijkheid Buren, verder goederen te Langbroek en op de Weide, ten behoeve van de twee door hem ingestelde zielpriesters en van zijn memorie, 1349 aug. 23 1349 aug. 23 1 charter 3041 Kwijtschelding door het kapittel verleend aan Steven Witfoit, vicaris van de Dom (mogelijk zielpriester), met wie geschillen hadden bestaan, 1465 febr. 11 1465 febr. 11 1 charter 3042 Akte waarbij domdeken Johannes Vorstius van Loenbeecke de vice-deken en het kapittel verzoekt, Thomas Persoels, vicaris van de Dom, door hem voorgesteld tot de prebenda animarum, in het bezit daarvan te stellen, 1537 sept. 9 1537 sept. 9 1 charter 3043 Aantekeningen, verzoekschriften en statuten betreffende de leges van de zielpriesters, 1549-1593 1549-1593 1 omslag 3044 Stuk betreffende een proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door mr. Johan van Haller, zielpriester van de Dom, tegen de executeurs van overleden domheren en tegen het kapittel ter verkrijging van zijn leges funebres, 1593. Afschrift 1593. Afschrift 1 stuk 3045 Akte waarbij het kapittel het huis, dat heer Willaem Coster aan de Nieuwe fabriek geschonken had, gelegen op de Dam, bezwaard met een lijftocht voor Henric de Vliegher, vicaris van de Dom, aan deze afstaat, onder voorwaarde dat het na zijn dood aan de kerk zal komen en tot woning strekken van de twee zielpriesters, of zal worden verhuurd, in welk geval de opbrengst voor de helft aan de domfabriek, voor de andere helft aan de choralen zal komen, 1378 dec. 31 1378 dec. 31 1 charter 3046 Overeenkomst over de verankering van het huis van de zielpriesters in de Regenboof, waarin Henric de Vliegher woont, en het aangrenzende, 1382 april 14 1382 april 14 1 charter 3047-3047 Eigendomsbewijzen voor het kapittel van een huis en hofstede. Achter Sint Pieter in de Regenboog, voorheen van Henric Vliegher, 1411 1411 2 charters De rekeningen van de domfabriek vermelden de woningen van de zielpriesters in de Regenboog en op de Dam NB 3047-1 1411 mrt. 19 3047-2 1411 april 8 3048-3048 Akten waaarbij de domproost Cornelis van Mierop erkent het huis in de Regenboog, toebehorende aan de zielpriesters, van het kapittel gekocht te hebben, en waarbij dit het huis verkoopt en aan de bezitters van de zielprebende een rente van 19 Carolusgulden, losbaar de penning 25, te betalen uit de Gedeelde goederen, toewijst, 1548 1548 2 charters 3048-1 1548 dec. 18 3048-2 1548 dec. 24 3049 Eigendomsbewijs van een erf aan de Zoutmarkt, 1386 sept. 18 1386 sept. 18 1 charter 3050-3050 Erfpachtbrieven van een huis aan de Zoutmarkt, 1512-1774 1512-1774 9 charters 3050-1 1512 nov. 18 3050-2 1558 dec. 4 3050-3 1560 april 26 3050-4 1565 nov. 19 3050-5 1565 dec. 7 3050-6 1567 aug. 8 3050-7 1574 sept. 11 3050-8 ca. 1630 3050-9 1774 mei 16 3051 Eigendomsbewijs van 2 morgen land te Nederlangbroek in de Dertig hoeven, 1367 dec. 14 1367 dec. 14 1 charter 3052 Aantekening over de schenking van erfpachten te Rotterdam aan de zielprebende, 1474 1474 1 stuk 6.14.34. Bijzondere goederen van vicarissen Dikwijls waren vicarissen ook notarissen, zodat enige in deze afdeling samengebrachte stukken plaats hadden kunnen vinden in die van de notarissen. NB 3053 Akte waarbij Willam Bordoys, priester, 5 morgen land bij IJsselstein in de Biezen en twee hofsteden in het gerecht van de abt van Oostbroek schenkt aan zijn neef Lambrecht Bordoys, priester, 1318 mei 13 1318 mei 13 1 charter Volgens nr. 2593-2593-4 was Lambrecht Bordiys vicaris van St. Andreas (en St. Pontiaan). Deze schenking geldt hem persoonlijk NB 3054 Akte waarbij een akker land te Nederlangbroek in pacht wordt genomen van vicaris Henric de Vliegher, 1390 mei 25 1390 mei 25 1 charter 3055 Testament van Ghiselbertus Sonekaert, vicaris van de Dom, 1408 mrt. 5 1408 mrt. 5 1 charter 3056 Testament van Johannes Claerbout, beneficiaat van de Dom, 1416 sept. 16 1416 sept. 16 1 charter 3057-3057 Testament van Wilhelmus van Ryebeeck, vicaris van de Dom, 1418. In tweevoud 1418. In tweevoud 2 charters 3057-1 1418 mrt. 1 3057-2 1418 mrt. 1 3058 Eigendomsbewijs van een hofstede te Nederlangbroek voor Bartholomeus Simonsz. van Schiedam, vicaris van de Dom, 1452. Afschrift 1452. Afschrift 1 stuk 3059 Kwitantie door Rodolff van Raden gegeven aan mr. Arnt Elisazoon, vicaris van de Dom, wegens een som gelds, die hij eens had verloren, die de vicaris in de biecht ter hand gesteld was en thans volgens een besluit van het kapittel aan de eigenaar wordt teruggegeven, 1453 juli 13 1453 juli 13 1 charter 3060 Testament van Abraham van Leeuwenberch, vicaris van de Dom, 1471 sept. 28 1471 sept. 28 1 charter 3061 Extract uit het testament van Henrick Biekelaer, waarbij een rente van 14 gulden, gekocht van A. Tucker te Hagestein, aan kanunniken en vicarissen wordt vermaakt, ca. 1500 ca. 1500 1 stuk 3062 Eigendomsbewijs voor mr. Hugo van Groenenberch, vicaris van de Dom, van een hofstede op St. Janskamp bij de bisschopsstal, 1508 febr. 8, met oudere overdrachtsbrieven, 1362 juli 13, 1441 juni 27, 1445 mrt. 9, 1448 aug. 20, 1452 sept. 28, 1458 april 13, 1459 mrt. 6 en 1460 nov. 2 9 charters (getransfigeerd) 3063 Scheidsrechterlijke uitspraak in een geschil tussen Willem van de Broeck, vicaris van de Dom, en Jacobus Bloem, vicaris van Oudmunster, over een muur tussen hun huizen in de Winssensteeg, met gerechtsbrief, waarbij zij zich aan de uitspraak onderwerpen, 1515 mei 16 en juli 10 1515 mei 16 en juli 10 2 charters (getransfigeerd) 3064 Afschrift van het testament van Lubbert Rycksen, vicaris van de Dom, 1556 1556 1 stuk 3065-3065 Papieren, afkomstig van Thomas Persoels, vicaris van de Dom, notaris en secretaris van domdeken Johan van de Vorst van Loenbeke, 1360-1566, met stukken door latere bezitters aan de verzameling toegevoegd, tot 1741 5 banden, 4 pakken, 3 stukken en 19 charters Vier banden en twee pakken zijn door prof. Bondam van indices voorzien. De kern van de verzameling bestond uit liassen, zodat enkele stukken zich door het ontbreken van liassengaatjes als toevoegsels verraden, terwijl het sterfjaar van Persoels, 1566, het oorspronkelijke grensjaar is geweest NB 3065-1 Antiquitates ecclesiasticae dioceseos Trajectensis, 1530-1560 1530-1560 1 band 3065-2 Antiquitates ecclesiasticae dioceseos Trajectensis, 1534-1560 1534-1560 1 band 3065-3 Antiquitates ecclesiasticae dioceseos Trajectensis, 1550-1560 1550-1560 1 band 3065-4 Antiquitates ecclesiasticae dioceseos Trajectensis, 1555-1565 1555-1565 1 band 3065-5 Adversaria juridica 1 band 3065-6 Documenta et monumenta medii aevi, 1479-1588 1479-1588 1 pak Enkele nummers van de index ontbreken NB 3065-7 Diplomata aliaque documenta medii aevi miscellanea, 1360-1561, 1570, 1590, gevolgd door Miscellanea Trajectina, 1437-1741 1 pak Enkele nummers ontbreken NB 3065-8 Genummerd stukken, waarvan vele ontbreken, zonder index, vanaf 1489, met gepagineerde stukken waarvan eveneens diverse ontbreken, vanaf 1382, en drie stukken, 1532-1544 1 pak 3065-9 Ongenummerde stukken, met name betreffende te Rome gevoerde processen, 1537-1569 1537-1569 1 pak 3065-10 1516 jan. 3 (A nr. 15) 3065-11 1530 sept. 16 (A nr. 14) 3065-12 1536 (A nr. 37) 1 stuk 3065-13 1537 aug. 25 (A nr. II) 3065-14 1540 aug. 22 (nr. 668) 3065-15 1540 aug. 14 (nr. 667) 3065-16 1541 dec. 20 (nr. 636) 3065-17 1544 (A nr. 32) 1 stuk 3065-18 1545 mrt. 6 (nr. 126) 3065-19 1545 aug. 12 (nr. 1) 3065-20 1546 dec. 17 (nr. 8) 3065-21 1554 dec. 11 (nr. 661) 3065-22 1557 dec. 4 (nr. 123) 3065-23 1558 juni 16 (nr. 121) 3065-25 1559 (nr. 124) 3065-24 1559 okt. 4 (nr. 125) 3065-26 1559 nov. 8 (nr. 122) 3065-27 ca. 1560 3065-28 1561 jan. 3 (nr. 120) 3065-29 1561 jan. 30 (nr. 119) 3065-30 1565 sept. 25 (nr. 127) 3065-31 1590 (A nr. 48) 1 stuk 3066 Testament van Hendrik van Hoeff, vicaris van de Dom, waarbij hij tot executeurs aanstelt Pieter van Aelst, Wouter van Brock, vicarissen van de Dom, en Arnold Boon, vicaris van St. Jan, 1574 april 29 1574 april 29 1 charter 3067 Besluit van het kapittel, waarbij aan Wouter Brock een jaargeld van 100 Carolusgulden wordt toegekend, 1583 sept. 13 1583 sept. 13 1 charter Het betreft een afschrift op de rugzijde van een schepenbrief van Utrecht uit 1462, waarbij een huis wordt overgedragen aan Jacob Claeszoon, 1462. Zie ook nr. 3131 NB 3068 Taxationes bladorum, (1399) en 1534-1587, met aantekeningen van verschillende aard, gemaakt door Wouter Brock 1 pak Zie ook nr. 734 NB 3069-3069 Catalogus prepositorum et decanorum Summi templi Trajectini, lijsten van prelaten en kanunniken, met aantekeningen, door Wouter Brock, ca. 1600 ca. 1600 1 deel en 1 omslag Hierbij onder meer uitvoerige omrekeningen van pachtbedragen in ponden NB 3069-1 ca. 1600 1 deel 3069-2 ca. 1600 1 omslag 3070 Aantekenboek van ontvangsten van Jacob Henricsen van Dordrecht, vicaris van O.L.V. ter Nood Gods in de St. Geertekerk en van St. Barbara in de Dom, 1512-1551, tevens van zijn opvolger Wouter Brock, 1565-1604 1565-1604 1 deel 3071 Afschrift van het testament van vicaris Jacob de Cock, met inventaris van de nalatenschap, 1595 1595 1 stuk 3072 Rekenboek van vicaris P. Cammaker van de boedels van de overledene vicarissen Claes Rycksz., Jacob Gerritsz. de Cock, Jan van de Wiel en Henrick Jansz. Bokelaer, 1595-1619 1595-1619 1 deel 3073 Rekenboek van vicaris P. Cammaker van de boedel van de overleden vicaris mr. Jan van Avezaet, 1596-1614 1596-1614 1 deel 3074 Rekening van mr. P. Soest, executeur van het testament van vicaris Jan van Avezaet over het beheer van zijn goederen en de uitgaaf daaruit aan enige choralen, 1614/15 1614/15 1 stuk 6.14.35. De Geacquireerde vicarieën De vruchten van de vicarieën werden vanoudsdoor het kapittel genoten, wanneer de vicarissen afwezig waren en verder over het eerste jaar bij de komst van een nieuwe vicaris (zie Rechtsbr. p. 153-154). Niet duidelijk is hoe de ene vicarie van O.L.V. in het midden van de 15e eeuw voorgoed in de rekening van de Bona vicariorum absentium werd opgenomen. Dit is goed na te gaan voor de eerste vicarie op het altaar van St. Johannes de Doper (en St. Johannes de Evangelist), minder goed wederom voor de eerste op dat van St. Johannes de Evangelist. Zie boven bij de afzonderlijke vicarieën. De ontvangsten uit tijdelijk genot van vicarieën staan vanaf 1642 in de rekeningen van de domfabriek. In 1664 heeft het kapittel in beginsel besloten openvallende vicarieën op die wijze te vergeven, dat de benoemde slechts presentiegelden zou genieten, terwijl de corpora aan het kapittel zouden komen. Om het proces te bespoedigen, zijn ook overeenkomsten met de vicarissen getroffen tot de verkoop van vicarie goederen. Doordat vicarieën van bezitters konden veranderen, duurde het tot 1775, voordat alle vicarieën waren geacquireerd, en dan nog met uitzondering van twee, die ter collatie stonden van de thesaurier. Inmiddels waren ook de goederen van de vicarissen in het Nieuwe werk en van de Gemene vicarissen verworven, in 1692, met welk jaar een nieuwe serie rekeningen opent. Tegenover de ontvangsten uit de geacquireerde goederen stonden uitkeringen van renten aan vicarissen, totdat alle vicarieën verkregen waren (met uitzondering dan van twee). Vanaf 1 december 1711 kreeg de torenwachter een uitkering als medius van deze rente. NB 3075 Akten waarbij verschillende vicarissen verklaren, geen recht te hebben op de corpora van hun vicarieën, maar alleen op zekere nader omschreven presentie gelden, 1664-1691 1664-1691 1 omslag 3076 Staten van het inkomen van de Geacquireerde vicarieën van het kapittel, 1666-1680 1666-1680 1 omslag 3077 Rekeningen van de schout A. Drakenborch wegens de goederen van de Geacquireerde vicarieën, 1681-1691 1681-1691 1 pak 3078 Ontwerp-resolutie van het kapittel tot verandering van het beheer van de Geacquireerde vicarieën, (1692), met stukken betreffende het beheer, 1687-1704 1 omslag 3079-3079 Rekeningen van de kameraar Marten Meerman wegens verkochte obligaties en opgenomen gelden 1688-1690, restanten van de Geacquireerde vicarieën tot 1691, en de goederen van de Geacquireerde, Gemene viarissen en Vicarissen in het Nieuwe werk, 1692-1700. In tweevoud 2 banden 3079-1 Rekeningen van de kameraar Marten Meerman 1 band 3079-2 Rekeningen van de kameraar Marten Meerman 1 band 3080 Stukken betreffende de eis van de kanunnik Jacob Hoeuft om te participeren in de divisie van de restantrekening van de Geacquireerde vicarieën over 1691, 1694-1696 1694-1696 1 omslag 3081 Gequiteerde staten van de ministratie van het inkomen van de Geacquireerde vicarieën, 1693, 1771-1774, 1776, 1777, 1780-1794, 1796, 1797, 1800 1693, 1771-1774, 1776, 1777, 1780-1794, 1796, 1797, 1800 1 pak 3082 Memories van het verkochte korengewas op de landerijen, behorende aan de Geacquireerde vicarieën, 1693-1714, 1722-1744, met drie memories van verkocht elzenhoutgewas 1 pak 3083 Memories van ongelden van de landen, behorende aan de Geacquireerde vicarieën en aan de Gemene vicarissen, 1710-1713, 1725, 1726 1710-1713, 1725, 1726 1 omslag 6.14.36. Aanhangsel 1: de armenprebenden 3084-3084 Akte waarbij de domproost Swederus Uterloe zekere landerijen in de parochie Amerongen en bij de muren van Utrecht, door hem gekocht van Theodericus van Bruunhorst en Johanna van Rutenberch, vrouw van Ghiselbertus van Oesterhem, bestemt voor prebenden van armen, in drievoud, met akte van de overdracht van de landerijen aan het kapittel, 1369 1369 4 charters 3084-1 1369 juni 1 3084-2 1369 okt. 1 3084-3 1369 okt. 1 3084-4 1369 okt. 1 3085 Akte waarbij de Gemene vicarissen, door Henrick Jansz. (Buekelaer) aangesteld tot toezieners en bewaarders van een huis in de Winsen-steeg, waarvan hij de opbrengst voor de armen heeft bestemd, maatregelen nemen tot verbetering van dit huis, 1579, met aantekeningen over verschillende armenfondsen, ca. 1600-1694 ca. 1600-1694 1 omslag 3086-3086 Rentebrieven, toebehorende aan de armen van Henrick Jansz. Bokelaer, 1559-1659 1559-1659 1 omslag en 6 charters (waarvan 3 getransfigeerd) 3086 1659 3086-2 1559 sept. 4, 1564 nov. 7 en 1612 nov. 14 3 charters, getransfigeerd 3086-3 1568 dec. 25 3086-4 1608 mei 4 3086-5 1621 april 1 3087-3087 Overdrachtsbrief en rentebrief, toebehorende aan de armen van Jacob van Poelenberch, 1594-1605 1594-1605 2 charters 3087-1 1594 aug. 6 3087-2 1605 dec. 23 3088 Testament van Nicolaes Rijcxen (Ricoldi), vicaris van de Dom, 1592. Afschrift 1592. Afschrift 1 stuk Afgezien van het vruchtgebruik van zijn goederen, onder andere door zijn broeder Ryck Rycksen, vermaakte de erflater ze aan zekere armen NB 3089 Rentebrief toebehorende aan de armen van Ryck Rycksen, 1601 mrt. 16 1601 mrt. 16 1 charter 3090 Rekening van Peter Cammaecker, vicaris, als administrateur van de goederen, door Henrik Jansz. Bokelaer voor de armen bestemd, 1620/01-1625/56 1620/01-1625/56 1 stuk 3091-3091 Rekeningen van de inkomsten, door Henrik Jansz. Beuckelaer en anderen voor de armen bestemd, 1648/9-1806/7 1648/9-1806/7 1 band, 1 pak en 1 omslag Niet volledig. De rekeningen beginnen met 1 oktober. De oudste bewaarde, tot over 1658/9, zijn van de kapittelbode, de volgende van de secretaris NB 3091-1 1648/49, 1651/52-1658/9, 1693/94-1708/9 (1697/98, 1699/1700, 1700/01 in tweevoud) 1 pak 3091-2 1701/02-1750/51 1 band 3091-3 1792/93, 1805/06, 1806/07 3092 Acquitten behorende bij de rekeningen van de armen van het kapittel, 1701-1751, 1752-1772, 1774 1701-1751, 1752-1772, 1774 1 pak 3093 Cedullen van de wekelijkse uitdeling van brood aan de armen, ca. 1710-1799 ca. 1710-1799 1 omslag 6.14.37. Aanhangsel 2: de priesterbroederschap van de vijf kapittels Zie over deze priesterbroederschap ook Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht: bijdragen (Utrecht, 1893) dl. IV vanaf p. 391, dl. VI vanaf p. 428, dl. VII vanaf p. 1, dl. VII vanaf p. 161 en deel VII vanaf p. 351. Het archief van de broederschap wordt bewaard in Het Utrechts Archief en is toegankelijk aan de hand van Catalogussen van de bij het stads-archief bewaarde archieven door S. Muller Fz. (1e afdeling: de aan de stad behoorende archieven) (Utrecht, 1913). NB 3094 Statuut voor de priesterbroederschap van de vijf kapittels van Utrecht, 1443. Afschrift 1443. Afschrift 1 stuk 3095 Akte waarbij 4½ morgen land te Hekendorp bij Oudewater in erfpacht worden genomen van de priesterbroederschap van de vijf kapittels van Utrecht, 1491 juni 12 1491 juni 12 1 charter 3096-3096 Akte waarbij de deken en gemene priesters van de broederschap van de vijf godshuizen Johan Pauwelsz., vicaris van St. Jan, machtigen tot de overdracht voor het gerecht van Vreeswijk aan Heynrick Jan Hermansz. van één vierde van 10 morgen land, met akte van de overdracht, 1514 1514 2 charters 3096-1 1514 mrt. 8 3096-2 1514 mei 10 6.14.38. Ambtenaren van het kapittel Zie ook nrs. 65-66. NB 3097 Aantekeningen van survivances in en adjuncties tot verschillende ambten, door het kapittel verleend, 1626-1682. In tweevoud 1626-1682. In tweevoud 1 omslag 3098 Afschrift van een instructie voor de secretaris van het kapittel, z.j., met stukken betreffende de benoeming van een secretaris, 1711-1776, tevens verzoekschrift door een klerk om een gratuiteit, z.j. z.j. 1 omslag 3099 Verzoekschrift door de secretaris van het kapittel aan burgemeesteren en vroedschap van Utrecht, met een verzoek om genot van vrije woning in de kastelanij van het Bisschopshof, volgens de overeenkomst in 1634 gemaakt bij de inruiming van het grote kapittelhuis voor de Illustre school, met bijlagen, 1668, minuten en afschriften 1 omslag 3100 Instructie voor de advocaat van het kapittel, 1656, met stukken betreffende de betaling van procureurs, ca. 1540-1723 ca. 1540-1723 1 omslag 3101-3101 Machtigingen door het kapittel aan de schout Frederick Jacopssen verleend om alle kerkegoederen, renten en pachten binnen en buiten het Sticht met recht te vervolgen, 1502, 1505 1502, 1505 2 charters 3101-1 1502 3101-2 1505 april 1 3102 Machtiging door het kapittel aan de schout Willem Lobe verleend om in rechten op te treden en pachten en renten te ontvangen, 1541 mrt. 4 1541 mrt. 4 1 charter 3103 Machtiging door de kapittels van de Dom en Oudmunster aan hun schouten Willem Lobe en Jan Bijndorp verleend om in hun naam in rechten op te treden, 1542 mrt. 31 1542 mrt. 31 1 charter 3104 Machtiging door het kapittel aan Jan Veen, Maes Aertsz. en Aernt Woutersz. verleend om voor alle rechtbanken de kerk te vertegenwoordigen, 1550 juni 20 1550 juni 20 1 charter Het charter is als formulier gebruikt NB 3105 Machtiging door het kapittel aan Jan Fox gegeven om voor alle rechtbanken de kerk te vertegenwoordigen, 1560 april 1 1560 april 1 1 charter 3106-3106 Akte waarbij Claes van Galencoep van schoutambt van de Dom aanneemt, welke commissie jaarlijks moet worden vernieuwd, met akte van borgstelling, 1451 1451 2 charters 3106-1 1451 okt. 24 3106-2 1451 okt. 25 3107 Opgave van gelden, door de schout Claes van Galencoep voor de kameraars gebeurd in 1451-1454 1 stuk 3108 Akte waarbij Aernt Loeff Reycus' zoon het schoutambt van de Dom aanneemt, 1455 okt. 9 1455 okt. 9 1 charter 3109 Stuk betreffende onderhandelingen met Jan van Harn over de waarneming van het schoutambt, 1579, met minuut van een lastgeving van het kapittel aan de onderschout Adriaen Jansz. en kwitanties voor deze, 1580-1589 1 omslag 3110 Verzoekschrift door de weduwe en de zoon van de schout van de Dom Steven Lobe, verzoekende vrije woning in de sacristie van de Dom, met goedkeurende beschikking, 1598 1598 1 stuk 3111 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het kapittel door Dirck van Malsen tegen Egbert Lusinck over het ambt van scriptor dominorum absentium, door de proost bij zijn leven aan een ander geconfereerd, 1538-1540 1538-1540 1 omslag 3112 Akte waarbij de domdeken, tijdens de vacature van het aartsdiakonaat, aan het kapittel Gerardus Cornelii voordraagt ter benoeming tot scriptor sparingiarum absentium canonicorum prebendatorum et officiatorum, welk ambt Lambertus Cornelii had neergelegd, en zulks voor zolang hij vicaris van de Dom zal zijn, 1574 mrt. 12 1574 mrt. 12 1 charter 3113 Resolutie van het kapittel, waarbij Wouter Brock wordt aangenomen voor het opmaken van de jaarlijkse divisies, 1583 (minuut en afschrift), met minuten voor hem betreffende resoluties, 1585, 1590 1585, 1590 1 omslag 3114 Statuut, regelende de wijze van vervulling van de ambten van lector evangelii en lector epistolae, 1297 sept. 7 1297 sept. 7 1 charter 3115-3115 Pachtbrieven van 3 morgen land te Houten bij het wed, geheten Willeuse, behorende aan de evangelieprebende (prebenda diaconatus), 1400, 1422 1400, 1422 2 charters 3115-1 1400 jan. 21 3115-2 1422 okt. 17 3116-3116 Akten waarbij de domproost aan het kapittel personen voordraagt ter benoeming tot het prebenda diaconatus, gemeenlijk genoemd het ambt van prebenda diaconatus, 1509 1509 2 charters 3116-1 1509 juni 9 3116-2 1509 nov. 6 3117 Opgaven van de vervallen van de altaardekker, 1574, met verzoekschrift door de luider van het misklokje om betaling, 1577 1 omslag 3118 Verzoekschrift door de organist om verbetering van zijn wedde, 1545, met stukken betreffende de aanstelling en de instructie van beiermeesters en organisten door het kapittel en de stad, 1601-1779 1 omslag 3119 Instructies en andere stukken betreffende het ambt van de koster op de domtoren, 1604-1724 1604-1724 1 omslag 3120 Instructies voor de scopator (schoonmaker) van de Dom, ook bode en loodmeester, 1631-1772, met opgaven omtrent vervallen en andere stukken betreffende dit ambt, 16e-17e eeuw 1 omslag 3121 Verzoekschriften door verschillende personen aan het kapittel om als slotenmaker, uurwerkmaker, metselaar, doodgraver of timmerman in aanmerking te worden genomen, 17e eeuw-1725 17e eeuw-1725 1 omslag 7. Rechten van het Kapittel Blijkens de aanwezige stukken had het domkapittel deel in de verkiezing van de bisschop (zie Rechtsboek vanaf p. 11 en Diplomatische studiën over Utrechtsche oorkonden uit de Xe tot de XIIe eeuwdoor Tenhaeff vanaf p. 140) en ook anders in het kerkbestuur, met name bij sedisvacantie. Het kon rechten doen gelden op heerlijkheden en goederen verwierf een aandeel in het bestuur van het Sticht. In de hoofdstad genoot het oudtijds vrijdom van accijnzen. In deze afdeling zijn tevens de stukken over de betrekkingen tot de andere kapittels en die betreffende enige fundaties ondergebracht. Stukken over de immuniteit vindt men in rubriek 4.5 (De immuniteit). Zie verder rubriek 8 (De vijf kapittels). NB 3122 Bul van paus Clemens VI, met een mededeling aan het domkapittel van de benoeming van Jan van Arkel tot bisschop, 1342 nov. 20 1342 nov. 20 1 charter 3123 Verklaring door bisschop Jan van Arkel, dat hij van het domkapittel de bisschopsmuts en staf heeft ontvangen, met belofte tot teruggave, wanneer dat van hem, zijn opvolgers of erfgenamen zal worden gevraagd, 1346 juni 30 1346 juni 30 1 charter 3124 Brief van het domkapittel aan paus Gregorius XI, met een mededeling van de verkiezing te Deventer tot bisschop van de domproost Swederus Uterloe, 1371 juli 9. Afschrift 1371 juli 9. Afschrift 1 charter 3125 Bul van paus Bonifatius IX, met een mededeling aan het domkapittel van de benoeming tot bisschop van Frederik, tot dan toe bisschop van Straatsburg, 1393 juli 7 1393 juli 7 1 charter 3126 Bul van paus Martinus V, met een mededeling aan het domkapittel van de benoeming tot bisschop van de domproost Zweder van Culemborg, 1425 febr. 6 1425 febr. 6 1 charter 3127 Akte waarbij de elect Zweder de privileges van het domkapittel bevestigt, 1425 juli 21 1425 juli 21 1 charter 3128 Akte waarbij de elect Zweder belooft ten kapittel te zullen verschijnen, wanneer hij door de domdeken of de oudste kanunnik van de Dom daartoe opgeroepen wordt, 1425 juli 25 1425 juli 25 1 charter 3129-3129 Bul van paus Leo X, met een mededeling aan het domkapittel van de benoeming van de elect Filips tot bisschop van Utrecht, met vidimus door de officiaal van bisschop van Kamerik, tevens vidimus van dezelfde van een schrijven van de paus aan de elect, 1517 1517 3 charters 3129-1 1517 mrt. 18 3129-2 1517 april 28 3129-3 1517 april 28 3130 Akte waarbij bisschop Jan van Diest de kerk te Amersfoort tot een collegiale kerk verheft, in overleg met en met toestemming van de aartsdiaken Heinricus, binnen wiens aartsdiakonaat ze gelegen is, en het domkapittel, 1337 aug. 21 1337 aug. 21 1 charter 3131 Akte waarbij bisschop Jan van Arkel de kapel op het kasteel Ter Horst tot een kapittelkerk verheft, met toestemming van het domkapittel, 1347 jan. 8 1347 jan. 8 1 charter 3132 Notarieel afschrift, op verzoek van het domkapittel gemaakt, van de fundatiebrief van het kapittel te Naaldwijk, 1307, en van andere brieven betreffende de presentatie van een deken van dit kapittel, als anderzins, 1366. Afschrift, 1637 1 stuk 3133 Akte waarbij Henricus Houberch, deken van Oudmunster en pauselijk commissaris in deze, een collega van kanunniken in de kerk van St. Barbara te Culemborg opricht, met toestemming van het domkapittel, 1423 juli 3 1423 juli 3 1 charter 3134 Akte betreffende de overhandiging aan het domkapittel van een bul van paus Urbanus V van 1364, omtrent vrijstellingen van verbodsbepalingen van huwelijken binnen zekere graden van bloedverwantschap, 1365 dec. 26 1365 dec. 26 1 charter 3135 Akte van de incorporatie van de parochiekerk van Buurmalsen bij de collegiale kerk van St. Martinus en St. Vincentius te Gorinchem, met toestemming van de aartsdiaken van Arnhem en van het domkapittel, 1382 okt. 5 1382 okt. 5 1 charter 3136 Verslag betreffende de aanstootgevende prediking van twee kloosterbroeders te Deventer, 1385 juni 13 1385 juni 13 1 charter 3137 Verzoekschrift door prioren en conventen van de kloosters van de reguliere kanunniken van de orde van St. Augustinus, te Windesheim, Eemstein, bij Arnhem, Hoorn, Amsterdam, Zwolle en Leiden, aan het kapittel van de Dom, de ingelaste brief van bisschop Frederik, waarbij hun toegestaan is jaarlijks een algemeen kapittel te houden op de wijze van de karthuizers, te willen bevestigen, 1403 nov. 3 1403 nov. 3 1 charter 3138 Bewijs, door de landcommandeur, huiscommandeur en schaffenaar van het Duitse huis te Utrecht afgegeven wegens in goede orde terug ontvangen van de kleinodiën en juwelen, die aan het kapittel in bewaring waren gegeven, 1458 mrt. 21 1458 mrt. 21 1 charter 3139 Verzoekschrift door Johan van Rossum, heer van Broickhuysen, aan het domkapittel, om de verandering van de parochiale kerk van Rossum in een collegiale, welke zijn vader buiten toestemming van het kapittel tot stand gebracht had, alsnog te willen bevestigen, 1520 mei 7 1520 mei 7 1 charter 3140 Akte waarbij het kapittel een handeling verricht tijdens de vacature van het bisdom, 1322 1322 1 charter Bijna onleesbaar. De inhoud blijkt uit een aantekening op de keerzijde NB 3141 Akte van aanstelling door het kapittel, tijden de vacature van het bisdom en het decanaat, van een ontvanger van de bisschoppelijke inkomsten in Salland, 1322 okt. 11 1322 okt. 11 1 charter 3142-3142 Akte waarbij het domkapittel, tijdens de vacature van het bisdom, het kapittel van St. Marie tot een vergadering oproept, om te beslissen over de verkiezing van een proost van het kapittel, in tweevoud, met verklaring betreffende de overlegging van deze akte aan die van St. Marie, 1343 1343 3 charters 3142-1 1343 jan. 1 3142-2 1343 jan. 1 3142-3 1343 jan. 12 3143 Akte waarbij bisschop Jan van Diest verklaart, dat het domkapittel in de daaraan behorende dagelijkse gerechten hetzelfde recht heeft als de edelen in die van hen, 1330 april 21 1330 april 21 1 charter 3144-3144 Akten waarbij Albrecht, hertog in Beieren, ruwaard, het domkapittel in zijn bescherming neemt op voorspraak van zijn (schoon-)zoon, Rooms-koning en koning van Bohemen, die het in de bescherming van het Rijk genoemen heeft, met vidimus door de bisschoppelijke officiaal, 1380 1380 2 charters 3144-1 1380 sept. 29 3144-2 1380 nov. 26 3145-3145 Akte waarbij de Rooms-koning Wenceslaus aan het domkapittel van Utrecht het voorrecht toekent om wereldlijke rechters aan te stellen, om alle rechtsvorderingen tegen het kapittel, zijn leden en goederen alleen behandeld te zien voor de kerkelijke rechter, om zich in rechten te doen vertegenwoordigen door een gevolmachtigde, en om de vrijheden van de stad Utrecht en haar bewoners tevens te genieten, 1382, met afschriften, tevens van de door dezelfde Rooms-koning aan de stad Utrecht geschonken voorrechtsbrief, volgens welke bij vacature van de bisschopszetel de schepenburgemeester of de oudste schepen het schoutsambt zal waarnemen en door de domdeken of de oudste kanunnik van de Dom zal beëdigd worden, 1381 1 omslag en 2 charters 3145 1381. Afschriften 3145-2 1382 april 20 3145-3 1417 dec. 15 3145-a Uitspraak door de bisschoppelijke officiaal inzake de leek Hugo Wilhelmi, die tegen deken en kapittel van de Dom voor het wereldlijke gerecht van schout en buren aan de Houdijk een actie had ingesteld in strijd met de privileges van het kapittel, 1484 jan. 26 1484 jan. 26 1 charter 3146 Akte waarbij bisschop Floris, die met toestemming van de vijf kapittels 10.000 gouden schilden opgenomen had, zich verbindt buiten hun voorweten geen verbandbrieven te maken, en door hen, aan wie krachtens deze brieven goederen worden toegewezen, daarvan minstens eenmaal per jaar te doen rekenen voor de afgevaardigden van de kapittels en die van de stad Utrecht, 1386 okt. 6 1386 okt. 6 1 charter Elk kapittel heeft hiervan een exemplaar ontvangen NB 3147 Akte waarbij Johan, burggraaf van Montfoirt, een in zijn heerlijkheid Polsbroek ten gunste van Gerit Elger en ten nadele van het domkapittel gewezen vonnis vernietigt en aan het kapittel in alle heerlijkheden van de burggraaf dezelfde rechten ten opzichte van hun goederen toekent als het in het Sticht en in Holland geniet, 1473 juli 12 1473 juli 12 1 charter 3148 Akte waarbij Gosuinus Hexs, vicaris-generaal, belooft de kapittels, schadeloos te zullen houden van hun toestemming tot de toelegging aan hem van een jaarlijkse pensie van 200 gulden uit de bisschoppelijke tafelgoederen, 1469 april 7 1469 april 7 1 charter 3149 Akte waarbij Johannes de Arundine (Jan van Riet), episcopus Usbitensis, belooft de kapittels schadeloos te zullen houden van hun toestemming tot de uitkering aan hem door de bisschop van 200 gulden jaarlijks uit de opbrengst van de bisschoppelijke tafelgoederen, 1478 jan. 4 1478 jan. 4 1 charter Elk kapittel heeft hiervan een exemplaar ontvangen NB 3150 Aanschrijving door aartshertog Maximiliaan aan het Hof van Holland, waarbij in verband met de gesloten vrede het op de goederen van de domheren, die het met de wederpartij hadden gehouden, gelegde beslag wordt opgeheven, 1483 sept. 20 1483 sept. 20 1 charter 3151 Akte waarbij burgemeesters, schepenen en raden van Utrecht beloven de vijf kapittels schadeloos te zullen houden van de door hen verleende steun bij de verbanning van Dirck van Huesden en Johan van Mekeren, 1479 aug. 3 1479 aug. 3 1 charter Elk kapittel heeft hiervan een exemplaar ontvangen. Zie ook nr. 3429 NB 3152 Vidimus door de bisschoppelijke officiaal van een brief van 1528, waarin keizer Karel V de kapittels dank zegt voor hun medewerking tot de overdracht van de temporaliteit, 1531 febr. 4 1531 febr. 4 1 charter De oorspronkelijke akte is niet teruggevonden. In meer dan één kapittel-archief berust een exemplaar van dit vidimus, in dat van Oudmunster het afschrift van de brief, gegeven door de secretaris van het kapittel van de Dom NB 3153 Verzoekschrift door het kapittel aan de keizer Karel V, om voor het Hof van Utrecht te mogen procederen tegen de andere leden van de Staten over de vraag of de inkomsten uit de verpande goederen in Gelderland van de domproosdij en domthesaurie door het domkapittel aan de prelaten moeten worden vergoed, om vergunning te hebben voor hun questierders om rond te gaan in 's keizers landen binnen het bisdom Utrecht, om een precarie te mogen in de vrijstelling van de stedelijke accijns, ca. 1530. Afschrift ca. 1530. Afschrift 1 stuk 3154 Rekening door domdeken Johannes van de Vorst van Loenbeecke, ingediend wegens verschillende uitgaven, door hem in het belang van het kapittel gedaan, in het bijzonder bij onderhandelingen met het centrale bestuur en de pauselijke curie ten gevolge van de overdracht van de temporaliteit, 1529-1538 1529-1538 1 stuk 3155-3155 Uitspraak door bisschop David van Bourgondië in het geschil tussen de vijf kapittels en de stad Utrecht over het betalen van accijnzen, 1468, met nadere uitspraak, 1472 1468, met nadere uitspraak, 1472 2 charters Elk kapittel heeft een exemplaar van de zowel de eerste als van de tweede uitspraak ontvangen NB 3155-1 1468 mrt. 15 3155-2 1472 okt. 11 3156 Staten van de korting, door de leden van het kapittel genoten in de accijnzen wegens het inslaan van bier, 1546, 1551-1558 1546, 1551-1558 1 omslag Niet volledig NB 3157 Notariële akte van protest, namens het kapittel uitgebracht tegen de belemmering van de invoer van Westerse wijn uit Zeeland door de regering van de stad Utrecht, 1539 febr. 27 1539 febr. 27 1 charter 3158 Staat van de sloten van de (Rijnse) wijnkelder van de Dom, 1534-1538 1534-1538 1 stuk Verschillende resoluties van het kapittel betreffen deze wijnkelder, tevens een societas vinorum occidentalium NB 3159 Kwitantie door Seger van Rumst, dienaar van het kapittel, wegens een som van 1400 Carolusgulden, van de kanunnik Henrick Govertssen (te weten de Grote kameraar Henricus Godefridi) ontvangen, om daarmede de Rijnse wijnkelder te onderhouden en de kooplieden te betalen, waarvan hij later rekening zal doen, 1539 juni 5 1539 juni 5 1 charter 3160 Register met afschriften van schuldbekentenissen van het kapittel, wegens de inkoop van wijn, 1537-1548 1537-1548 1 deel 3161 Schuldbekentenis door S. van Grovestein, kanunnik van de Dom, aan Johan van Sneeck, van 123 gulden, voor geleverde wijn, 1567 1567 1 stuk 3162-3162 Rekeningen van de wijnkelder van de Dom, 1531-1551, 1575/76-1576/77 1531-1551, 1575/76-1576/77 3 pakken en 1 omslag 3162-1 Rekeningen door Willem Lobe, van Rijnwijn en Westerse wijn 1531-1536 (drie seizoenen) en Zeeger van Ruempst, van Rijnwijn 1536 (laatste seizoen)-1537 3162-2 Rekeningen door Zeger van Ruempst, van Rijnwijn 1538-1546, en Henrick van Suyrbeecke, tevens van Rijnwijn, 1547-1549 3162-3 Rekeningen door Jan Block, van Westerse wijn, 1537-1545, 1548, 1550-1551 1537-1545, 1548, 1550-1551 3162-4 Rekeningen door Henrick Janssen Verbeeck, van de wijnkelder van de Dom en St. pieter, 1575/76, 1576/77 1575/76, 1576/77 1 omslag 3163 Acquitten bij de rekeningen van Zeger van Ruemst, bewaarder van de wijnkelder van het kapittel, 1543-1546 1543-1546 1 omslag 3164-3164 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het recht van Utrecht door het kapittel tegen Geertruidt, weduwe van Zeger van Ruempst, tot vermindering van twee rekeningen over het beheer van de wijnkelder van de Dom, waarop in mindering verschillende pretensies op de domfabriek en op kanunniken van de Dom en Oudmunster uitgetrokken waren, 1553-1554 1553-1554 1 omslag en 5 charters 3164 1553-1554 3164-2 1553 mrt. 14 3164-3 1553 april 26 3164-4 1553 juni 21 3164-5 1554 jan. 19 3164-6 1554 juli 31 3164-a Akte waarbij Cornelis Gerritsz. orgelmaker e.a. door het gerecht van Utrecht gecondemneerd worden de heren van de Dom schadeloos te houden ten aanzien van de wijnaccijns van de Rijnse wijn, die Brant die Zwart in de kelder van het domkapittel tappen zal, 1555 sept. 18 1555 sept. 18 1 charter 3165 Rekening van Wilger van Kuyck, 1579, gecommiteerd tot de liquidatie van de Rijnse wijnkelder, afgehoord 1601, met bijlagen afgehoord 1601, met bijlagen 1 omslag 3166 Overeenkomst tussen de kapittels van de Dom en Oudmunster tot vernieuwing van hun broederschap, 1294 mei 25 1294 mei 25 1 charter 3167 Akte waarbij het kapittel aan het convent van St. Catharijne (?) aandeel toekent in zijn goede werken, 1533 jan. 10 1533 jan. 10 1 charter 3168 Verklaring door het kapittel van St. Martinus te Tours, dat het uit handen van Marcus van Weeze brieven heeft ontvangen, dat deze het graf van St. Martinus heeft gezien, en dat het gaarne de oude broederschap met het domkapittel wil onderhouden, 1519 sept. 30 1519 sept. 30 1 charter 3169 Verklaring door het kapittel van St. Martinus te Tours, dat het mr. Albertus van Leuwenberch, die het graf van de heilige bezocht heeft, als broeder heeft opgenomen, 1530 juni 27 1530 juni 27 1 charter 3170 Akte waarbij Nicolaas, bisschop van Tusculum, kardinaal, door pauselijke gunst domproost van Utrecht, te Perusia een huis sticht, waar twee, door de bisschop en het domkapittel te kiezen scholaren, 6 jaren lang kunnen studeren, met last van deze akte één exemplaar te bewaren in de archiefkast van de Dom, een ander in de sacristie van de Dom te Perusia, 1362 april 26 1362 april 26 1 charter 3171 Afschrift van het testament van de kanunnik Lambert ten Duynen, 1550-1552, met afschrift van de stichtingsbrief van een beurs in het Juristen-college te Leuven door het kapittel krachtens dit testament van 1553, met correspondentie met gemachtigden van de universiteit van Leuven, die recht op het begeven van de beurs beweren te hebben, over het besteden van het kapitaal voor een beurs aan de Utrechtse universiteit, 1661, en een retroactum 1 omslag 3172-3172 Akte waarbij het kapittel verklaart van de executeuren van de inkomsten wil van Lambertus ten Duynen, in leven kanunnik van de Dom, 900 gulden te hebben ontvangen om daarmede een beurs te stichten voor een student aan de universiteit te Leuven in het collegium Juristarum, in tweevoud, 1553, met een akte waarbij de dekenen van de faculteit van de rechten, de provisoren en de president van het college van de Juristen te Leuven beloven de voorwaarden te zullen nakomen, door Lambertus ten Duynen gesteld voor het beheer van de door hem ingestelde beurs, in tweevoud, 1554, en een afschrift van de eerste akte 1 stuk en 4 charters Van beide akten zijn drie exemplaren gemaakt, te weten voor de Juristen, voor de executeurs en voor het kapittel NB 3172 1553 3172-2 1553 sept. 10 3172-3 1553 sept. 10 3172-4 1554 mrt. 5 3172-5 1554 mrt. 5 8. De vijf Kapittels 8.1. Resoluties, brieven en stukken van algemene aard Elk van de vijf kapittels heeft archiefstukken betreffende de gemeenschappelijke werkzaamheden behouden, dat van de Dom de meeste. De aard van de werkzaamheden blijkt uit de stukken. NB 3173-3173 Register van resoluties van de vijf kapittels (en van de kapittels van de Dom en Oudmunster), over zaken, hen gemeenschappelijk betreffende, 1648-1667, 1671-1766 1648-1667, 1671-1766 1 deel en 2 pakken Niet volledig NB 3173-1 1648-1667 3173-2 1671-1675 1 deel 3173-3 1675-1691, 1696, 1700-1707, 1714, 1717, 1747, 1748, 1754-1756, 1766 3174 Register met diverse afschriften, 1e helft van de 16e eeuw 1e helft van de 16e eeuw 1 deel Bevat: - Stukken betreffende de bemoeiingen van Johannes, bisschop van Mâcon, als nuntius van de paus, tot beëindiging van de geschillen over de keuze van bisschop Rudolf van Diepholt, 1431-1438, met retroacta, 1426-1427 - Stukken betreffende het bestuur van de elect Gijsbrecht van Brederode, 1455-1456 - Brieven van allerlei aard betreffende de vijf kapittels en het domkapittel, 1321-1458 NB 3175 Brieven aan de vijf kapittels, met bijlagen en enkele ander ingekomen stukken, tevens minuten van uitgaande brieven en van resoluties, 1411-1568 1411-1568 1 pak Hierbij bevinden zich brieven, die aan de domdeken gericht zijn, maar bij de vijf kapittels of bij de gehele geestelijkheid overgebracht zijn. Achterin zijn tevens enkele ongedateerde brieven opgenomen NB 3176 Brieven aan het generaal kapittel, met minuten van uitgaande brieven, 1565-1572 1565-1572 1 omslag Hierbij ook enkele brieven aan de Staten van Utrecht en aan het domkapittel NB 3177 Stukken van verschillende aard, ingekomen bij de vijf kapittels, met resoluties en verzoekschriften door dezelfde, 1603-1800 1603-1800 1 omslag Het betreft voor het grootste deel afschriften NB 3178 Nota van schrijfloonen van de notaris van het domkapittel ten laste van de vijf kapittels, 1469 1469 1 stuk 8.2. Rechten en verplichtingen van de vijf kapittels in het algemeen Zie ook nrs. 1610-1614. NB 3179 Akte waarbij het kapittel van Deventer aan de vijf kapittels van Utrecht broederschap en aandeel in zijn goede werken geeft, en verzoekt omgekeerd gelijke broederschap te mogen ontvangen, 1252 juni 12 1252 juni 12 1 charter 3180 Overeenkomst tussen de vijf kapittels en de abdij van St. Paulus, volgens welk elk kapittel jaarlijks twee gemachtigden zal kiezen tot handhaving van hun rechten, 1253 sept 1253 sept 1 charter 3181-3181 Stukken betreffende de geschillen tussen de elect Jan van Nassau en de vijf kapittels met de abdij van St. Paulus over de geldigheid van het testament van bisschop Hendrik van Vianden, 1270-1271 1270-1271 6 charters Zie ook nr. 3381 NB 3181-1 1270 nov. 29 3181-2 1270 nov. 29 3181-3 1271 april 30 3181-4 1271 april 30 3181-5 1271 juli 31 3181-6 1271 aug. 4 3182 Akte waarbij bisschop Gwijde alle schouten in zijn land gebiedt de kerken van Utrecht vrij te stellen van het overdragen van land als zeven (in het zeventuig), 1310 mei 23 1310 mei 23 1 charter 3183 Advies van de rechtsgeleerde Paganus de Fossa over de grenzen van het gewoonrecht van de vier kapittels om mee te handelen in de zaken van het domkapittel, ca. 1400 ca. 1400 1 charter 3184 Statuut van de vijf kapittels, regelde de plechtigheden van de begrafenis van hun leden, 1414 juli 10 1414 juli 10 1 charter Zie ook nr. 3094 NB 3185 Stuk betreffende een proces tussen het domkapittel en de vier andere kapittels van Utrecht over de rechten van het eerste, 1417 juni 1 1417 juni 1 1 charter 3186 Verbond van de vijf kapittels tot handhaving van hun rechten, 1467 jan. 20 1467 jan. 20 1 charter Hiervan bezaten de kapittels van Oudmunster en van St. Marie samen een exemplaar NB 3187 Akte waarbij Johan Nijs, proost van St. Jan, erkent van het kapittel van Oudmunster 160 Rijnse gulden te hebben ontvangen, krachtens het testament van wijlen Nycolaes Mod, kanunnik van Oudmunster, en zich en zijn ergenamen verbindt om achtereenvolgende dit testament uit zijn huis in de immuniteit van St. Jan alle jaren op St. Maartensavond 8 gulden onder de kanunniken van de vijf godshuizen uit te delen, 1481 dec. 18 1481 dec. 18 1 charter 3188 Obligatie van Engelbert, broeder te Kleef en Mark, ruwaard en beschermer van het Sticht, en van de magistraat van Utrecht, van 1400 Rijnse gulden, voor de kapittels, met de belofte dat deze nu en in het vervolg van ruiters en knechts zullen verschoond blijven, 1483 mei 20 1483 mei 20 1 charter 3189 Gerechtsbrief van Emmerik, waarbij de kwartiermeesters van de soldaten die te Utrecht gelegen hebben, erkennen van de vijf kapittels 1000 Rijnse gulden ontvangen te hebben, in mindering van 7866 Rijnse gulden 11½ stuivers, tot de betaling waarvan de stad Utrecht zich verbonden heeft, 1483 okt. 31 1483 okt. 31 1 charter 3190-3190 Aanschrijving door Rooms-koning Maximiliaan aan de stadhouders en raden in Gelre en Holland, om de kapittels van de Dom en Oudmunster, van wie onlangs in Gelre goederen in beslag genomen waren wegens schuldvorderingen op de stad Utrecht of particuliere burgers, in het vreedzaam bezit van hun goederen te laten, 1488, met een vidimus door de officiaal van de aartsdiaken van de Dom en akte van protest van de vijf kapittels tegen de ambtman, de ridderschap en de onderzaten van de Neder-Betuwe, waar goederen van de Dom en Oudmunster door de wereldlijke rechter in beslag genomen waren wegens schuldvorderingen op de stad Utrecht of particuliere burgers, 1490 1490 3 charters 3190-1 1488 febr. 26 3190-2 1488 okt. 5 3190-3 1490 dec. 16 3191 Akte waarbij de regering van de stad Utrecht aan de vijf kapittels belooft, de 21.000 gulden, die aan de heer van IJsselstein toegekend zijn tot afkoop van roof en brand en waarvoor de stad en de kapittels zich verbonden hebben, van het gemene Nedersticht te helpen innen, desnoods door uitpanding, 1493 febr. 27 1493 febr. 27 1 charter 3192 Brief van Henrick van Lottum, deken van St. Jan, en Tyelman van de Broick, houders van een rentebrief ten laste van de Staten van Utrecht, hun door de heer van IJsselstein overgegeven, waarop zij van de Staten geen bescheid ontvangen hebben, verzoekende dat het domkapittel met de andere godshuizen moge zorgen dat zij betaling verkrijgen, 1494 1494 1 stuk 3193 Appointement door de Grote Raad te Brussel waarbij het door kapitein Alverade op de goederen van de vijf kapittels in Holland, in het bijzonder in de heerlijkheid Woerden, gelegde arrest wordt afgedaan, met aangehechte relatie van de deurwaarder, 1495 sept. 18 en 1495 sept. 26 1495 sept. 18 en 1495 sept. 26 2 charters (getransfigeerd) 3194-3194 Stukken betreffende een proces, door de vijf kapittels gevoerd tegen Frederik van Egmond, heer van IJsselstein, die hun tienden in beslag genoemen had, 1496, met scheidsrechterlijke uitspraak door bisschop Frederik van Baden en akte waarbij de heer van IJsselstein erkent 13.000 gulden van de kapittels te hebben ontvangen met 600 gulden current, en belooft hen in het bezit te laten van al hun goederen in zijn heerlijkheid, overeenkomstig de uitspraak door de bisschop, 1497 1497 4 charters 3194-1 1496 sept. 28 3194-2 1496 sept. 28 3194-3 1497 aug. 17 3194-4 1497 okt. 10 3195 Verklaring door bisschop Frederik van Baden, dat de hulp, die de kapittels hem bewezen hebben tot bestrijding van de kosten van de oorlog tegen de hertog van Kleef, geheel onverplicht is verleend, 1499 nov. 6 1499 nov. 6 1 charter 3196 Akte waarbij hertog Karel van Gelre de kapittels en hun goederen in Gelderland vrijstelt van het betalen van schattingen en belooft hen voortaan alleen voor het geestelijk recht te zullen aanspreken, ca. 1500 ca. 1500 1 omslag Het betreffen drie exemplaren met niet-ingevulde data NB 3197 Minuten van de verzoekschriften door de vijf kapittels aan Filips de Schone en Karel V met een verzoek om betaling van gelden door de graven Willem III en Willem VI van Holland bestemd voor de memorie van bisschop Gwijde van Avesnes, maar vanaf lange jaren niet betaald, met afschriften van de adviezen daarover van de Rekenkamer aan het Hof van Holland, 1504-1512 1504-1512 1 omslag 3198 Akte waarbij de bisschoppelijke officiaal allen oproept, die de door de paus aan de vijf kapittels gegeven voorrechten willen horen voorlezen, 1503 1503 1 charter 3199 Akte waarbij de vijf kapittels erkennen van Gheriit van Zuylen van Nyevelt ontvangen te hebben 20 dammaten land in het gerecht van de Eem, die hij over een jaar zal mogen lossen met 900 Rijnse gulden, 1518 1518 1 charter 3200 Plakkaten van keizer Karel V tegen het heffen van nieuwe tienden van bossen, beesten en groenten door geestelijken in Nederlanden en de overdracht van roerend goed aan deze in Brabant, Limburg en Overmaze, 1520, met correspondentie tussen de geestelijkheid van Kamerik, Luik en Utrecht over gezamenlijke maatregelen daartegen, 1521 1521 1 omslag 3201 Memorie van grieven door de vier kapittels tegen het domkapittel betreffende enige misbruiken in de inrichting van het generale kapittel en enige daar plaats gehad hebbende voorvallen, met het antwoord van het domkapittel, 1523 1523 1 omslag 3202-3202 Akte van verbintenis van de leden van de vijf kapittels, om hun vicarissen en choralen de stad Utrecht te verlaten, wanneer de elect hen niet kan beschermen tegen de overlast hun door de gilden aangedaan, 1527. In tweevoud 1527. In tweevoud 2 charters Het ene exemplaar heeft vele ondertekeningen, het andere slechts twee, die ook op het eerste voorkomen NB 3202-1 1527 febr. 11 3202-2 1527 febr. 11 3202-a Akte waarbij de vijf kapittels zich verbinden om gezamenlijk op te treden tegen al wie het maar probeert om inbreuk te maken op hun rechten, gewoonten, vrijheden, prviliges en dergelijke, 1527 juni 24 1527 juni 24 1 stuk (op perkament) Het betreft vermoedelijk een concept van een charter, in geen van de kapittelarchieven is een origineel aangetroffen. Het stuk is, gelet op de dorsale aantekening 'Bescheyde fondatien van vicaryen etc.', gebruikt geweest als boekband NB 3203-3203 Akte van ratificatie door keizer Karel V van de akte waarbij de graaf van Hoogstraten en Laurens Dublioul uit zijn naam aan de vijf kapittels verschillende waarborgen betreffende hun goederen en rechten hadden toegezegd, 1528, met afschrift en afschrift van een ontwerp van een dergelijke akte voor de kapittels 1 omslag en 1 charter 3203 1528. Afschriften 3203-2 1528 sept. 30 3204 Akte waarbij keizer Karel V de voorrechten hernieuwt, die de kapittels in 1416 van koning Sigismund hebben ontvangen, 1528 nov. 1528 nov. 12 charter 3205 Stukken betreffende de translatie van de temporaliteit en klachten van de vijf kapittels over inbreuken op hun rechten nadien gepleegd, ten opzichte van de geestelijke jurisdictie en andere punten, 1528-1568 1528-1568 1 omslag 3206 Register van stukken betreffende de translatie van de temporaliteit en de uitvoering van het daarover gesloten traktaat, 1527-1548 1527-1548 1 deel Dit deel, eerst in het bezit van Johannes van Boelen, werd in 1604 eigendom van Wouter Brock, vicaris van de Dom. Op verschillende stukken komen aantekeningen door domdeken Johannes van de Vorst voor NB 3207 Verzameling van merendeels geauthentiseerde afschriften en van enige orginele stukken betreffende klachten door de vijf kapittels, bepaaldelijk van dat van de Dom, over inbreuken op hun rechten, voornamelijk vanaf de translatie van de temporaliteit gepleegd ten opzichte van de geestelijke jurisdictie en andere punten, 1525-1542 1525-1542 1 band Deze band, gepagineerd folio 1-513, bevat op verschillende stukken aantekeningen door domdeken J. van de Vorst. De in de band voorkomende orginele stukken zijn gericht aan het generaal kapittel, het domkapittel en de domdeken NB 3208 Afschriften van stukken betreffende de nieuwe inrichting van het bestuur van het Sticht door Karel V, de inbreuken op 's land privileges en de door de Staten aan de landheer bewilligde beden en de opbrengst daarvan, zoals het huis- en het stuivergeld, vanaf 1534 vanaf 1534 1 pak Dit pak bevat vele stukken die onder domdeken J. van de Vorst hebben berust. De collectie begint met 1512 en loopt door tot 1568. Zij zal afkomstig zijn van de deken als voorzitter van de vijf kapittels. Het eerste stuk en verder nog zeer vele zijn gecollationeerd door de secretaris Sander van Bommel NB 3209 Inventaris met stukken, overgegeven door de bisschop en de vijf kapittels aan de koning, tot staving van hun grieven over de inbreuken op hun geestelijke jurisdictie, ca. 1540 ca. 1540 1 omslag 3210 Instructie voor de domdeken en een kanunnik van Oudmunster, als gezanten van de kapittels aan de keizer, om te klagen over het niet lossen van de Gelderse goederen van de kapittels, de onmogelijkheid van betaling van de tweede termijn van de blijde inkomst van de keizer en de inbreuken op hun privileges, met onderwerpen van een memorie aan de keizer, (1531) (1531) 1 omslag 3211 Minuut-verbaal van de reis van de kanunniken Sonck en Waldriaux de Bouvignes naar de keizer, om te klagen over het niet lossen van de verpande Gelderse goederen van de kapittels, de inbreuken op hun privilegiën, het bestuur van het Sticht door Hollanders, de gedreigde incorporatie van de domproosdij bij het bisdom en dergelijke, met minuut van een verzoekschrift door de thesaurier Albert Pighius namens het kapittel overgegeven, 1531 1531 1 omslag 3212 Doleanties van de vijf kapittels over inbreuken op hun rechten en vrijheden door het bestuur van de keizer, met concepten en minuten, 1548 1548 1 pak 3213 Akte van non-prejuditie, door keizer Karel V aan de vijf kapittels gegeven wegens het consent, door hen als eerste lid van de Staten verleend tot verlenging van de wijnaccijns voor 4 jaren, 1554 aug. 12 1554 aug. 12 1 charter 3214 Concept-memorie, met een verzoek aan de keizer en aan de koning van Spanje, om de rechten van het bisdom en van de kapittels te vermeerderen en te bevestigen, (1556), met afschrift van oorkonden over de rechten van het Sticht over 944-1512 1 omslag 3215 Akte waarbij koning Filips de vijf kapittels vergunt, de hem geleende 6000 pond te korten aan de eerste bede, die in Sticht geheven zal worden, 1572 dec. 17 1572 dec. 17 1 charter 3216 Akte van protest van de kapittels van de Dom, Oudmunster en St. Marie tegen de taxatie en reductie van hun goederen, 1573 1573 1 stuk 3217 Minuten van resoluties en brieven van de vijf kapittels en ingekomen brieven, betreffende de verkoop van kostbaarheden en de heffing van belastingen ten behoeve van de Verenigde Nederlanden of de provincie Utrecht, (1583)-1621 (1583)-1621 1 omslag 3218 Resoluties en verzoekschriften door de vijf kapittels, ter verdediging van erfpacht- en tiendrechten, 1596-1727. Deels afschriften 1596-1727. Deels afschriften 1 omslag 3219 Verzoekschrift door de vijf kapittels aan de stadhouder, om een bevestiging van hun accoord met de twee eerste leden van de Staten, waarbij hun voor fl. 48.000 voor het gevolg vrijstelling wordt verleend van alle extraordinaire subsidies, met approbatie, 1634 1634 1 stuk 3220 Verklaring door de Gedeputeerde Staten van Utrecht, dat de vijf kapittels vanoudsmet de ridderschap en de stad Utrecht beurtelings gerechtigd zijn tot vergeven van de in de pauselijke maanden openvallende prebenden, 1646 febr. 1 1646 febr. 1 1 charter 3221 Stukken betreffende de onderhandelingen van de vijf kapittels en de abdij van St. Paulus met de Staten van Gelderland over van de vermeerdering van het traktement van de predikanten in de Tieler- en Bommelerwaarden uit de door vreemden bezetene tienden en geestelijke goederen aldaar, volgens resolutie van het kwartier van Nijmegen van 17 september 1652 en betreffende de onderhandelingen met de rentmeester van de geestelijke goederen aldaar en het over de betaling gesloten contract, 1652-1663, met aantekeningen en stukken over de uitvoering van het contract, vooral betreffende de tienden van Wadenoyen en Herwaarden tot 1684 1 omslag 3222 Register van stukken, gewisseld over de uitkering van de congrue portie uit de goederen van het kapittel aan de predikanten van de Bommelerwaard, 1657-1659 1657-1659 1 deel Het betreft het einde van een fragment NB 3223 Stukken betreffende de vertaling, op kosten van de kapittels, van een boek van professor Maresius (over hun rechten) uit het Latijn in het Nederlands, ca. 1660-1664 ca. 1660-1664 1 omslag Zie ook nr. 111 NB 3224 Stukken betreffende het verzet van de vijf kapittels tegen het aan de prins van Oranje afgestane recht om binnen de pauselijke of Statenmaanden openvallende prebenden en vicarieën te vergeven en tegen de afschaffing van de bevoegdheid van de kanunniken en vicarissen tot resignatie van hun prebenden, naar aanleiding van de collatie door de prins van een prebende aan Adriaan van Driel, 1674-1682 1674-1682 1 omslag 3225-3225 Overeenkomst van de kapittels met de stadhouder over hun rechten en prebenden, met akte van ratificatie, 1682 1682 2 charters 3225-1 1682 april 20 3225-2 1682 mei 4 3226 Concept-remonstrantie van de vijf kapittels aan het Provinciaal bestuur van Utrecht tegen de voorgenomen opheffing van de vijf kapittels, 1797, met enige concept-missiven van de kapittels over de staat van hun bezittingen en het eigendomsrecht van de kerkgebouwen, en een gedrukte deductie, 1798-1799 1798-1799 1 omslag 3227-3227 Staten van de ministratie van het inkomsten van de goederen, door bisschop Frederik van Baden en de deken Thomas van Nykercken vermaakt aan de vijf kapittels, en van toortsgeld, door de Kleine kameraar van Oudmunster verschuldigd, aan de leden van het domkapittel, 1644-1804 1644-1804 2 banden en 1 omslag Deze verdeling geschiedde volgens resolutie van de vijf kapittels van 10 januari 1649. Elk kapittel kreeg om de vijf jaar de beschikking over deze inkomsten NB 3227-1 1644, 1659, 1669, 1679, 1699 3227-2 1704-1749 3227-3 1759-1804 1 omslag 3228 Stukken betreffende het jachtrecht van de leden van de kapittels, 1678-1784 1678-1784 1 omslag 3229 Stukken betreffende vergunningen door de kapittels verleend tot het aanbrengen van hun wapens in glasramen, en betreffende giften aan kerkgebouwen, 1643-ca. 1690 1643-ca. 1690 1 omslag 3230 Opgaven van de kosten van de gestoelten voor de leden van de kapittels in de St. Pieters- en St. Janskerken, 1704-1757 1704-1757 1 omslag 3231 Specificaties van verschotten, ten behoeve van de kapittels gedaan door secretarissen of suppoosten, 1652-1746 1652-1746 1 omslag 8.3. Betrekkingen tot de stad Utrecht 3232 Uitspraak door bisschop Hendrik van Vianden in de geschillen tussen de vijf kapittels en de regering van de stad Utrecht, onder andere over het wijnverbruik van de kanunniken, 1256 jan. 13 1256 jan. 13 1 charter 3233-3233 Stukken betreffende een geschil tussen de vijf kapittels en de stad Utrecht over een door deze gemaakte afpaling, 1343 1343 3 charters 3233-1 1343 3233-2 1343 jan. 31 3233-3 1343 febr. 1 3234-3234 Akte waarbij de bisschop Theodericus van Hoesden, vicaris van de Dom, en drie anderen, die Johannes van Hemert, geestelijke, voor de deur van de woning van de domproost hadden aangevallen en gewond, excommuniceert, 1350, met notariële akte waarbij de stad Utrecht zich op de Heilige Stoel beroept tegen de onderhandelingen van het domkapittel, dat veronderstelde, dat het interdict uitgesproken was, en hierin door de andere kerken was gevolgd, 1351 2 charters 3234-1 1350 okt. 4 3234-2 1351 dec. 27 3235 Overeenkomst tussen de vijf kapittels tot weerstand tegen de pogingen van de regering van de stad Utrecht om hun belasting op te leggen, 1375 juni 19 1375 juni 19 1 charter 3235-a Verzoekschrift door de vijf kapittels aan de regering van de stad Utrecht om zich te houden aan de door keizer Frederik II gemaakte statuten met betrekking tot vrijdom van accijnzen en dergelijke, ca. 1411. Minuut ca. 1411. Minuut 1 charter 3236 Overeenkomst tussen de vijf kapittels tegen het opleggen van belasting door leken, 1450 dec. 29 1450 dec. 29 1 charter 3237 Verklaring door de raad van Utrecht, dat de stad een brug zal doen maken over de Nieuwe Grift bij Hughe Janszoons, en ze ten eeuwige dage zal onderhouden, 1469 mei 25 1469 mei 25 1 charter 3238-3238 Overeenkomst tussen de vijf kapittels van de verdegiging van hun vrijheid ten opzichte van de wereldlijke rechtspraak en de betaling van accijnzen, 1491, met een deductie, z.j. 1491, met een deductie, z.j. 1 stuk en 1 charter De deductie betreft een fragment NB 3238 z.j. 3238-2 1491 jan. 20 3239-3239 Uitspraak door bisschop Frederik van Baden in een geschil tussen de vijf kapittels en de stad Utrecht over de bieraccijns, met nadere akte, 1498 1498 2 charters 3239-1 1498 sept. 9 3239-2 1498 nov. 24 3240 Ordonnantie door de koningin-gouvernante waarbij een einde gemaakt wordt aan het geschil tussen de geestelijkheid van de stad Utrecht en die stad over de vrijdom van accijns, 1539 aug. 22 1539 aug. 22 1 charter 3241 Verzoekschrift door de vijf kapittels aan de keizer met klachten over de eis van de stad Utrecht, dat zij de 4e penning zullen betalen van de accijns op de Rijnse wijnen, 1541, met instructie voor de domdeken over deze zaak, en repliek van de vijf kapittels in hun proces voor het Hof van Utrecht tegen de stad, en beschikking voor het Hof op een nader verzoekschrift, 1544 1 omslag 3242 Ordonnantie voor de kastelein op de Vaart, ca. 1540 ca. 1540 1 charter 3243 Stukken betreffende een geschil tussen de fabriekmeesters van de vier parochiekerken van Utrecht en de geestelijkheid in het algemeen, over de vraag of de eerstgenoemde in de beden van de vorst moeten betalen met de stad of met de geestelijkheid, 1544 1544 1 omslag 3244 Verklaring door de regering van de stad Utrecht, dat het consent, dat de kapittels gegeven hebben om bij te dragen in de kosten voor dag- en nachtwakers, niet zal strekken ten nadele van hun oude privileges, 1566 aug. 6 1566 aug. 6 1 charter 3245 Minuten van stukken betreffende de onderhandelingen tussen de gedeputeerden van de kapittels en die van de stad Utrecht over de kosten van de versterking van de stad, 1572 1572 1 omslag 3246 Minuut van de ordonnantie op de dagelijkse poortwacht te Utrecht, gemaakt door de vijf kapittels, het Hof en de magistraat, 1572, met lijsten van de wachters in de vier poorten van 1575 1 omslag 3247 Brieven van de hertog van Alva, tevens van zijn onderbevelhebbers, aan de vijf kapittels, over buitengewone leveringen en belastingen, 1572-1573, met minuten van brieven van de kapittels aan het Hof van Utrecht en minuten van resoluties, voornamelijk betreffende de vrijdom van accijns, 1573-1577 1 omslag 3248 Mandement van de koning, belastende mr. Willem van Diemen, raadsheer in het Hof van Utrecht, om de kapittels te handhaven in de vrijdom van bieraccijns voor hun leden en suppoosten, 1573 okt. 14 1573 okt. 14 1 charter 3249 Stukken betreffende het verzet van de accijnsmeester Lubbert van Cleeff tegen een mandement van complainte, door de vijf kapittels verkregen in zake hun accijns-vrijheid van bier, 1573 1573 1 omslag 3250 Ordonnantie op de zaken van religie, door de regering van de stad Utrecht gegeven in overleg met de gedeputeerden van schutterijen, de kapittels en de Gereformeerde religie, 1579 juni 15 1579 juni 15 1 charter 3251 Minuten en afschriften van resoluties en verzoekschriften door de vijf kapittels betreffende de levering van graan aan de stad Utrecht, 1583-1591 1583-1591 1 omslag 3252 Minuten en afschriften van resoluties en verzoekschriften door de vijf kapittels, en andere stukken, betreffende heffingen door die van de stad Utrecht, tevens van de kanunniken, 1584-1597 1584-1597 1 omslag 3253 Afschrift van de resolutie van de raad van Utrecht, waarbij deze aan de vijf kapittels beveelt hun kerken te doen zuiveren en witten, 1586, met een brief van Floris Heermale en Folcart van Montzima over het afbreken van de kerk van Oudmunster, (1587) 1 omslag 3254 Minuten en brieven en verzoekschriften door de vijf kapittels betreffende hun verzet tegen de verplichting tot subsidiëring van predikanten, ca. 1580-1591, met afschriften van ingekomen stukken en concept-brief van de kapittels aan de vroedschap van Utrecht, met bezwaren tegen de verhoging van het subsidie aan de Utrechtse predikanten en de gijzeling van de kameraars van de kapittels, 1654-1659, enige stukken over de betaling van het achterstallige subsidie van 1675-1679 en contract daarover van 1688, stukken betreffende de kosten van de gijzeling in 1679 van enige heren van Oudmunster en St. Marie van 1697-1698, en stukken betreffende besognes in 1710 en 1714 1 omslag 8.4. Inzameling van geld voor de paus Voor stukken over de inzameling van aflaatgelden, waarin het domkapittel op andere wijze betrokken was, zie rubriek 4.2 (Het kerkgebouw. De middelen). NB 3255 Bul van paus Johannes XXII, waarbij hij de mening van de vijf kapittels, dat zij, als behorende tot één kathadrale kerk, niet verplicht zouden zijn van openvallende beneficies uitkeringen te doen aan de pauselijke kamer, voor ongegrond verklaart, 1319 jan. 5 1319 jan. 5 1 charter 3256 Verklaring door de vijf kapittels, dat twee door paus Clemens VI, ter bijlegging van de geschillen tussen de Franse en de Engelse koning, gezonden kardinalen ten onrechte de in dergelijke gevallen gebruikelijke schatting van de geestelijken in de stad en het diocees Utrecht hebben, 1343 febr. 8 1343 febr. 8 1 charter 3257-3257 Akten van aanstelling van Gerardus de Veno, proost van Arnhem, tot ontvanger in het bisdom Utrecht, door de paus, en van Johannes van Bosinchem, cureit van Ouderkerk in Duiveland, tot zijn plaatsvervanger, door de genoemden ontvanger, 1363, 1366, afschrift van 1366, met kwitantie door Johannes van Bosinchem voor het domkapittel, wegens gelden, afkomstig van twee prebenden, 1366 2 charters 3257-1 1366 okt. 16 3257-2 1366 dec. 13 3258 Kwijting, door bisschop Arnold van Horn aan de vijf kapittels verleend wegens hun aandeel in de door paus Gregorius XI ingestelde pauselijke tiend, die hij van de pauselijke collectoren had gekocht, namelijk Dom 50, Oudmunster 40, St. Pieter 40, St. Jan 30 en St. Marie 40 gulden, 1375 okt. 10 1375 okt. 10 1 charter 3259-3259 Monities van Johannes van de Hair, kanunnik van de Dom en subcollector van de pauselijke kamer, aan de kapittels van Veere en van St. Pancras te Leiden, tevens aan de kloosters te Egmond en Rijnsburg, tot voldoening van het achterstallige, 1512 1512 2 charters 3259-1 1512 aug. 28 3259-2 1512 aug. 30 8.5. Deelneming aan algemene concilies 3260 Brief van Frederik, aartsbisschop van Keulen, aartskanselier van het Rijk en pauselijk legaat, waarbij hij, in opdracht van paus Johannes XXIII, aan het domkapittel kennis geeft van de oproeping drie maanden nader aan te wijzen plaats, 1413 juli 15 1413 juli 15 1 charter 3261 Brief van het concilie van Konstanz aan de bisschop en de kerk van Utrecht, met een uitnodiging om niettegenstaande het vertrek van de paus het concilie te bezoeken, met geloofsbrieven van de bisschop en de vijf kapittels voor hun gemachtigden aan koning Sigismund en aan het concilie, en verslag door de gemachtigden aan het domkapittel, 1415. Afschriften en minuten 1415. Afschriften en minuten 1 omslag 3262 Akte van de algemene synode te Bazel, waarbij aangedrongen wordt op de spoedige betaling van de halvetiend van alle kerkelijke inkomsten, 1434 juli 24 1434 juli 24 1 charter 3263 Akte waarbij de algemene synode te Bazel de aanstelling tot subcollectoren van Johannes Colentier en Bernardus Uten Enghe, kanunniken van de Dom, en Johannes Hondertmark, kanunnik van St. Marie, door Gosswinus Muyll, proost van St. Symeon te Trier, bekrachtigt, 1434 sept. 4 1434 sept. 4 1 charter 8.6. Bestuur van het aartsbisdom Keulen 3264 Beschrijvingsbrief voor de provinciale synode te Keulen, 1322 aug. 6 1322 aug. 6 1 charter 3265 Statuten voor de provincie Utrecht, 1322 sept. 30 1322 sept. 30 1 charter 3266 Machtiging, door de pauselijke legaat Pileus van St. Praxedis verleend aan Arnoldus van Trich, licentiaat in het burgelijke recht, om de kerkelijke straffen te bevestigen, die bij de provinciale en synodale statuten opgelegd zijn aan de edelen, 1380 juni 3 1380 juni 3 1 charter 3267 Afschriften van stukken betreffende het voorgenomen appel van de geestelijkheid van de Keulse kerkprovincie tegen de heffing door koning Sigismund van een jaar tienden van alle geestelijke beneficies, krachtens de bul van paus Martinus V van 26 januari 1418, en betreffende de adhesie van de Luikse geestelijkheid aan dit appel, 1419-1422 1 deel 3268 Procuratie door de vijf kapittels van Utrecht gegeven aan domdeken Wilhelmus van Hees en anderen, om hen te vertegenwoordigen in het provinciaal concilie te Keulen, 1452 sept. 4 1452 sept. 4 1 charter 3269 Commissiebrief voor domdeken Johannes Vorstius van Loenbeke en de deken van St. Marie Hermannus van Gouda als afgevaardigden van de bisschop en de vijf kapittels van Utrecht naar het provinciaal concilie te Keulen, 1538 mei 4 1538 mei 4 1 charter 3270 Acta cincilii provincialis Coloniensis, memories en andere stukken, gewisseld tussen aartsbisschop Herman van Keulen, zijn suffraganen, de Keulse geestelijkheid en de Keulse standen over de reformatie van de kerkelijke toestanden in het aartsbisdom en de onrechtzinnigheid van de aartsbisschop, 1544 1544 1 band Achterin zijn gebonden de voorstellen tot reformatie van de kerkelijke stoestanden, in 1549 door aartsbisschop Adolf aan het te Keulen vergaderde provinciaal concilie gedaan, met marginale aantekeningen door de Utrechtse gedelegeerden in het concilie NB 3271 Brieven van het domkapittel en de geestelijkheid van Keulen aan de bisschop en aan de vijf kapittels van Utrecht over de door de aartsbisschop van Keulen ingevoerde hervormingen, verzoekende adhesie van de Utrechtse kerk aan het appel van de Keulse kerk op de paus, met concept-antwoorden van de bisschop en de vijf kapittels aan de aartbisschop, 1544-1546 1544-1546 1 omslag 3272 Akte, met een aanneming van de door de rijksdag van Augsburg, besloten reformatie door de geestelijkheid van het bisdom Luik, 1548. Afschrift 1548. Afschrift 1 stuk 3273 Rekening van de onkosten van de drie gedeputeerden van de bisschop en de vijf kapittels op het provinciaal concilie te Keulen, 1549 1549 1 stuk 8.7. Verkiezing van de bisschop en betrekkingen tot deze 3274 Akte waarbij de kapittels van Oudmunster, St. Pieter, St. Jan en St. Marie zich bij de bisschop van Luik beklagen over de aanmatiging van het domkapittel, dat tijdens de gevangenschap van de bisschop Gwijde, buiten hun medewerking verloven tot verplaatsing buiten het diocees, 1305 mrt. 21 1305 mrt. 21 1 charter 3275 Advies van Johannes de Boeto, hoogleraar in de beide rechten, in de geschillen tussen het domkapittel en de vier andere kapittels van Utrecht over hun rechtsverhouding, 1316 april 21 1316 april 21 1 charter Het betreft een translatio, evenals in nrs. 3183 en 3276 NB 3276 Advies van Philippus de Wlgano, hoogleraar in de rechten te Orleans, in de geschillen tussen het domkapittel en de vier andere kapittels van Utrecht, ontstaan wegens de overbrenging van een kapittel buiten Utrecht naar een andere stad door de bisschop met uitsluitend advies van het domkapittel, 1316 april 27 1316 april 27 1 charter Zie ook nrs. 3183 en 3275 NB 3277 Beschrijving van de verkiezing van bisschop Jacob van Oudshoorn, 1322 juli 27 1322 juli 27 1 stuk Het betreft een fragment NB 3278 Bul van paus Benedictus XII, waarbij hij zich de voorziening in de vacature van het bisdom Utrecht voorbehoudt, 1340 juli 1 1340 juli 1 1 charter 3279-3279 Stukken betreffende de geschillen tussen het domkapittel en de vier andere kapittels over de uitoefening van het bisschoppelijk gezag tijdens de vacature, ontstaan door het aftreden van Nicolaus Caputius, 1341-1342 1341-1342 7 charters 3279-1 1341 nov. 24 3279-2 1341 nov. 28 3279-3 1341 nov. 29 3279-4 1342 jan. 23 3279-5 1342 febr. 1 3279-6 1342 febr. 1 3279-7 1342 febr. 1 3280 Bul van paus Clemens VI, met een mededeling aan de vier kapittels van de benoeming van Jan van Arkel tot bisschop, 1342 nov. 20 1342 nov. 20 1 charter Bij andere bullen is mededeling gedaan aan het domkapittel, aan de geestelijkheid, de leemannen en het volk. Zie ook nrs. 3122, 3334 en 3385-1-3385-2 NB 3280-a Statuut van de vijf kapittels tot regeling van de ontvangst van een nieuwe bisschop, met aanwijzing van vijf personen, die voor de uitvoering zullen bewaken, 1364 mei 11 1364 mei 11 1 charter 3281-3281 Overeenkomst tussen bisschop Jan van Virnenburg en de kapittels tot opschorting van hun geschil over het recht van visitatie en bestraffing van de kanunniken, met afschrift, 1365 1365 2 charters 3281-1 1365 mei 20 3281-2 1365 juli 9 3282 Akte waarbij Petrus de Sorcenato, pauselijk auditor, het proces tussen de bisschop en de vijf kapittels over het recht van visitatie en bestraffing van de kanunniken verdaagt, 1366 nov. 13 1366 nov. 13 1 charter 3283 Akte waarbij bisschop Arnold van Horn de kapittels in zijn bescherming neemt, in het bijzonder tegen de wereldlijke heren, die zich de vruchten van de kapittelgoederen geheel of deels toeëigenen, 1375 mei 14, met bevestiging van de akte door bisschop Floris, 1379 okt. 22 2 charters (getransfigeerd) 3284 Brief van Willem, hertog van Gelre en graaf van Zutphen, aan de vijf kapittels, met een belofte van vrijwaring tegen de moeilijkheden, die mochten voortvloeien uit de verkiezing tot bisschop van Frederik van Blankenheim, 1393 okt. 12 1393 okt. 12 1 charter 3285 Brief van bisschop Frederik van Blankenheim aan de vijf kapittels, met een belofte van vrijwaring tegen de moeilijkheden, die mochten voortvloeien uit zijn verkiezing, 1393 okt. 12 1393 okt. 12 1 charter 3286 Akte van de toelating bij procuratie als bisschop van Zweder van Culemborg, 1425 juli 20 1425 juli 20 1 charter 3287 Akte waarbij de elect Zweder de privileges van de kapittels bevestigt, 1425 juli 21 1425 juli 21 1 charter 3288 Akte van de inleiding van bisschop Zweder, 1425 aug. 21 1425 aug. 21 1 charter 3289 Akte waarbij de vijf kapittels zich tegen het bevel van bisschop Zweder om zich naar Wijk bij Duurstede te verplaatsen, beroepen op de paus, 1426 okt. 6 1426 okt. 6 1 charter 3290 Akte waarbij de vijf kapittels zich verbinden tegen bisschop Zweder, 1426 okt. 22 1426 okt. 22 1 charter 3291 Akte waarbij de vijf kapittels zich verbinden tot onderlinge bescherming, 1426 okt. 22 1426 okt. 22 1 charter 3292 Akte waarbij een aantal leden van de vijf kapittels zich tegen verschillende maatregelen van bisschop Zweder beroepen op de paus, 1426 okt. 23 1426 okt. 23 1 charter 3292-a Notarieel instument inzake de hervatting van de gestaakten kerkdienst door prelaten en kapittels te Utrecht, 1426 1426 1 charter 3293 Akte waarbij de postulaat Rudolf van Diepholt zich verbindt geen verdrag met Zwederus van Culemborg aan te gaan dan met toestemming van de vijf kapittels, 1427 febr. 14 1427 febr. 14 1 charter 3294 Vidimus door de bisschoppelijke officiaal te Arnhem van een brief van 1427 van paus Martinus V aan de naar Arnhem uitgeweken kanunniken, waarin hij hun gedrag goedkeurt, 1430 sept. 6 1430 sept. 6 1 charter 3295 Statuut van de vijf kapittels, behelzende de voorwaarden, waarop de ongehoorzame geestelijken, die de partij van Zweder van Culemborg hadden gehouden, opnieuw tot het genot van hun beneficies kunnen worden toegelaten, 1428 mei 14 1428 mei 14 1 charter 3296 Akte waarbij de vijf kapitteln, bij ontstentenis van een bisschop, Johannes Colentier, kanunnik van de Dom en proost van Elst, tot vicaris-generaal aanstellen, 1430 april 8 1430 april 8 1 charter 3297 Bul van paus Eugenius IV, waarbij hij aan Johannes, bisschop van Mâcon, opdraagt de twisten in het bisdom Utrecht neer te leggen, 1432 mrt. 21 1432 mrt. 21 1 charter 3298 Akte waarbij Johannes, bisschop van Mâcon, pauselijk gezant, Henricus abt van Dikninge, Arnoldus van Dorp, deken van St. Pieter, Johannes Weert, persona van Groningen, machtigt om hem in zijn afwezigheid te vervangen, 1432 juli 19 1432 juli 19 1 charter 3299-3299 Akte waarbij Johannes, bisschop van Mâcon, om de rust in het sticht van Utrecht te herstellen, de vonnissen van excommunicatie en interdict intrekt, in drievoud, 1432, met akten waarbij alle geestelijken wederom tot hun beneficies worden teruggebracht en de gevolgen van de verlegging van het kapittel naar Arnhem en andere plaatsen worden opgeheven, 1432 1432 5 charters 3299-1 1432 juli 12 3299-2 1432 juli 12 3299-3 1432 juli 12 3299-4 1432 juli 12 3299-5 1432 juli 15 3300 Bul van paus Eugenius IV, waarbij hij door Johannes, bisschop van Mâcon, tot herstel van de rust in het bisdom Utrecht getroffen maatregelen goedkeurt, 1432 dec. 9 1432 dec. 9 1 charter 3301 Bul van paus Eugenius IV, waarbij hij de verkiezing van Rudolf van Diepholt tot bisschop en de afzetting van bisschop Zweder goedkeurt, 1433 okt. 15 1433 okt. 15 1 charter 3302 Akte waarbij de bisschop en de vijf kapittels Petrus van Steen, proost van Oudmunster, en enige kanunniken uit elk van de kapittels, die afwezig blijven en zich te Dordrecht tot een zogenaamd kapittel verenigd hebben, dagen om in het groot kapittelhuis van de Dom te verschijnen, 1434 febr. 23 1434 febr. 23 1 charter 3303 Vidimus door de officiaal van de aartsdiaken van Deventer van een bul van 1435 van paus Eugenius IV, waarbij hij aan bisschop Rudolf bericht, dat hoewel het concilie van Bazel en de aartsbisschop van Keulen na de postulatie van Walraven van Meurs tot bisschop van Utrecht na de dood van bisschop Zweder hebben goedgekeurd, hij blijft bij zijn provisie aan Rudolf en die bij deze vernieuwt, 1445 mrt. 21 1445 mrt. 21 1 charter 3304 Akte waarbij Nicolaus, kardinaal-presbyter van St. Marcellus, pauselijk rechter, Walraven van Meurs voor zich daagt in zijn proces tegen Rudolf van Diepholt, 1443 mrt. 20 1443 mrt. 20 1 charter 3305-3305 Overeenkomst van de vijf kapittels, om zich te verzetten tegen de heffing van een subsidie ten behoeve van Walraven van Meurs, 1450, met een notariële akte betreffende een beroep op de paus van 1451 2 charters 3305-1 1450 juni 18 3305-2 1451 okt. 29 3306 Overeenkomst van de vijf kapittels van Utrecht als ook van dat van St. Lebuinus te Deventer, om zich te verzetten tegen de heffing van een subsidie ten behoeve van Walraven van Moers, 1450 nov. 7 1450 nov. 7 1 charter 3307-3307 Notariële akte waarbij de vijf kapittels zich tegen kardinaal Nicolaus van St. Petrus ad Cincula en bisschop Rudolf, die de statuten en gebruiken van de Utrechtse kerk miskennen, op de paus beroepen, met akte van adhesie van het Wittevrouwenklooster, 1451 1451 2 charters Oorspronkelijk getransfigeerd geweest NB 3307-1 1451 okt. 10 3307-2 1451 nov. 13 3308 Notariële akte waarbij de vijf kapittels, onder bevestiging van het vroeger gedane beroep, zich tegen de onrechtmatige handelingen van kardinaal Nicolaus van St. Petrus ad Vincula, die nog wel als proost van Oldenzaal en kanunnik van de Dom gezworen had de rechten van zijn kapittel te zullen handhaven, en de aartsbisschop van Keulen, die hen voor het provinciaal concilie gedaagd hadden, en tegen de heffing van een veertiende penning ten behoeve van Walraven van Meurs op de paus beroepen, 1452 jan. 27 1452 jan. 27 1 charter 3309 Brief van de vijf kapittels aan de paus, waarin zij hem kennis geven van de verkiezing van de domproost Ghysbertus van Brederode tot bisschop en hem verzoeken deze te willen bekrachtigen, 1455 april 7 1455 april 7 1 charter Het stuk schijnt niet verzonden te zijn geweest NB 3310 Akte waarbij elect Gijsbrecht van Brederode belooft allen te zullen voorstaan, die ter zake van zijn verkiezing tot bisschop overlast van de paus of anders mochten ondervinden, 1455 april 12 1455 april 12 1 charter 3311 Akte waarbij de elect Gijsbrecht van Brederode, zich beroepende op een met de kapittels tot behoud van de rechten van hun kerken aangegaan verbond, belooft dat hij zekere personen, die het deel van dit verbond in de weg hebben gestaan, niet zijn dienst zal nemen, alvorens de meerderheid van het generale kapittel het kan goedvinden, te weten Willem van Huckelem, vroeger abt van St. Paulus, mr Geryt van Randem, proost van Oldenzaal, mr. Ludolph van Hoern, mr. Dirck van Weer en Otto Tengnagel, 1455 april 12 1455 april 12 1 charter 3312 Akte waarbij de elect Gijsbrecht van Brederode zich verbindt de kapittels bij hun hier omschreven voorrechten te zullen handhaven, wanneer hij tot bisschop bevestigd zal zijn, 1455 april 15 1455 april 15 1 charter 3313-3313 Kwitantie, door Theodericus Pollart, kanunnik van St. Marie te Aken, die de erfgenamen van Walraven van Meurs, elect van Munster, tot onder-ontvanger hadden aangesteld, verleend wegens een ongenoemd bedrag, dat de vijf kapittels als subsidie voor de elect hebben betaald, met nadere kwitantie van Johannes Pollart, proost van Arnhem, aartsdiaken, ontvanger van het caritativum, alsmede kwitantie van Theodericus Pollart voor 105 Keurvorsten gulden, door de vijf kapittels aan de erfgenamen van Walraven, 1458 1458 3 charters 3313-1 1458 juni 23 3313-2 1458 juni 26 3313-3 1458 aug. 31 3314 Akte waarbij de prior van het klooster van de reguliere kanunniken te Windesheim, uit dankbaarheid voor de voorrechten, welke bisschop David van Bourgondië aan het generaal kapittel van Windesheim heeft geschonken met goedkeuring van de vijf kapittels van Utrecht, belooft voor zich en zijn opvolgers, de kwade gevolgen, welke de kapittels van deze zaak mochten ondervinden, op zich te zullen nemen, 1461 juli 12 1461 juli 12 1 charter 3315 Vidimus door de officiaal van de aartsbisschop van Trier van een bul van 1490 van paus Innocentius VIII, waarbij hij aan koning Maximiliaan vergunt, nan de dood van David Bourgondië een nieuwe bisschop van Utrecht te verkiezen, 1491 okt. 29 1491 okt. 29 1 charter 3316 Adviezen door dr. Petrus de Capis en vijf andere kannonisten over de rechtmatigheid van de aanneming van een coadjutor door bisschop Frederik van Baden zonder toestemming van het (generaal) kapittel op de paus, ca. 1516 ca. 1516 1 stuk 3317 Akte van de verkiezing door de vijf kapittels tot bisschop van Hendrik van Beieren, 1524 mei 6 1524 mei 6 1 charter 3318 Akte waarbij de vijf kapittels goedkeuren, dat aan Laurentius, bisschop van Hebron, volgens beschikking van de kardinaal-bisschop Willem van Enckevoirt, jaarlijks 200 Rijnse guldens uit de bisschoppelijke tafelgoederen worden uitgekeerd, mits hij in de stad Utrecht resideert, 1530 1530 1 charter 3319 Formulier van de eed, in het vervolg door de bisschop van Utrecht af te leggen bij zijn ambtsaanvaarding, vastgesteld door de vijf kapittels, 1531, met afschrift van de akte van ratificatie van bedoeld formulier door stadhouder en Hof van Utrecht 1 omslag 3320 Kennisgeving door paus Paulus III aan de vijf kapittels van zijn bekrachtiging van de verkiezing van George van Egmond tot bisschop van Utrecht, met bul van de benoeming van George van Egmond, 1535. Afschrift 1535. Afschrift 1 stuk 3321 Brief van de hertogin van Parma, landvoogdes, aan de vijf kapittels, houdende last tot electie van de door de koning genomineerden heer Frederik Schenk van Toutenburg tot aartsbisschop, en weerlegging van de door de kapittels tegen de nieuwe kerkorde ingebrachte bezwaren, onder andere met belofte aan het domkapittel van een rente van 600 pond uit het bisdom ter vergoeding van de proosdij West-Friesland, 1561 okt. 27 1561 okt. 27 1 charter 3322-3322 Oproepingsbrieven, door de vijf kapittels aan verschillende geestelijke personen verzonden, tot de op 29 oktober te houden verkiezing van een bisschop, waartoe Frederik Schenk van Toutenburg is voorgedragen, 1561 1561 11 charters 3322-1 1561 okt. 14 3322-2 1561 okt. 14 3322-3 1561 okt. 14 3322-4 1561 okt. 14 3322-5 1561 okt. 14 3322-6 1561 okt. 15 3322-7 1561 okt. 15 3322-8 1561 okt. 15 3322-9 1561 okt. 15 3322-10 1561 okt. 15 3322-11 1561 okt. 15 3323 Stukken betreffende het protest van de vijf kapittels tegen de pauselijke bullen, houdende benoeming van aartsbisschop Frederik Schenk van Toutenburg en vaststelling van de grenzen en de dos van het aartsbisdom, 1561-1562 1561-1562 1 pak 3324 Akte waarbij de prelaten en vijf kapittels protesteren tegen de pauselijke builen en de koninklijke diplomata betreffende de aanwijzing van de grenzen van het aartsbisdom Utrecht, als zijnde in strijd met de eed door de aartsbisschop Frederik Schenk van Toutenburg aan hen gedaan, 1562 okt. 2 1562 okt. 2 1 charter 3325 Afschrift van de bul van paus Pius IV, houdende oprichting van het aartsbisdom Utrecht, 1561 1561 1 stuk 3326 Accoord tussen de aartsbisschop Frederik Schenk van Toutenburg en de vijf kapittels over de prebenden, die de aartsbisschop waren toegewezen, 1568 juli 5 1568 juli 5 1 charter 3327 Resolutie van de gedeputeerden tot het sterfhuis van de aartsbisschop van Utrecht, waarbij aan mr. Dirck Verhuel het bewind van het sterfhuis wordt opgedragen en Johan van Lamsweerde gehandhaafd wordt als rentmeester van het bisdom, afschrift, 1580, met stukken behorende tot de administratie van mr. Dirck Verhuel, waaronder een overeenkomst tussen Frederik Schenk, vrijheer te Toutenburg en proost van Oldenzaal en St. Pieter te Utrecht, met zijn ambtman, de burgemeester van Oldenzaal, 1555, een rekening van geleverde wijn, 1571, en twee stukken betreffende dezelfde administratie, afkomstig van zijn erfgenamen, 1607 1 omslag Vergelijk de rekening van de administratie van het strefhuis door Paulus Joostensz. tijdens de absentie en gevangenis van D. Verhuel in Archief voor kerkelijke en wereldsche geschiedenissen, inzonderheid van Utrecht door J.J. Dodt van Flensburg (Utrecht, 1839-1848) dl. IV vanaf p. 42 NB 3328-3328 Inventaris van het meubilair en de kostbaarheden, gevonden op het Bisschopshof na het overlijden van aartsbisschop Frederik Schenk van Toutenburg, 1580 1580 2 delen Het betreft een minuut en een orgineel, ondertekend door de notarissen NB 3328-1 Origineel 3328-2 Minuut 3329 Staat van het geld, gevonden op het Bisschopshof na het overlijden van aartsbisschop Frederik Schenk van Toutenburg, 1580, met kwitantieboek van de uitgaven daaruit gedaan door Dirck Verhuel 1 deel 3330 Afschriften van stukken betreffende het particuliere vermogen van aartsbisschop Frederik Schenk van Toutenburg, gevonden op het Bisschopshof in 1585 en volgens sententie van het gerecht van Utrecht afgeven aan de heren van Boetselaer, met inventaris van deze en nog andere stukken 1 pak 3331-3331 Stukken betreffende de processen, gevoerd door jhr. Joachim van de Boetselaer c.s. tegen de gedeputeerden van de vijf kapittels tot het sterfhuis van aartsbisschop Frederik Schenk van Toutenburg, 1582-1619 1582-1619 7 omslagen en 1 charter 3331-1 Proces, gevoerd voor het gerecht van Utrecht door jhr. Van de Boetselaer tegen de gedeputeerden van de vijf kapittels en Frederik Schenk van Toutenburg c.s. tot erkenning van de eischers als erfgenamen van de aartsbisschop, 1582, met de uitspraak door het gerecht, 1583 3331-2 Proces, gevoerd in appel voor het Hof van Utrecht tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp, 1583-1585 3331-3 Proces, gevoerd in revisie voor het Hof van Utrecht door jhr. Joachim van de Boetselaer c.s. tegen de vijf kapittels over dezelfde onderwep, 1587-1588 3331-4 Proces, gevoerd voor het gerecht van Utrecht door jhr. Joachim van de Boetselaer c.s. tegen de domdeken c.s. tot het doen van rekening van het beheer van gedaagden, 1585-1587 3331-5 Proces, gevoerd voor commissarissen van het Hof van Utrecht door jhr. Joachim van de Boetselaer c.s. tegen de kapittels van Oudmunster, St. Pieter, St. Jan en St. Marie tot liquidatie en separatie van de boedel, 1585-1589 3331-6 Concepten van akkoorden tussen de heren Van de Boetselaer en de gedeputeerden van de vijf kapittels over de boedel, 1588-1599 3331-7 Proces, gevoerd in appel voor commissarissen van het Hof door jhr. Joachim van de Boetselaer c.s. tegen de gedeputeerden van de vijf kapittels tot liquidatie en separatie van de boedel, 1613-1619 3331-8 1583 juli 24 3332 Rekening door de erven Dirck Verhuel over het sterfhuis van aartsbisschop Frederik Schenk van Toutenburg, 1596 1596 1 deel 3333 Acquitten, behorende tot de rekening van Dirck Verhuel over het sterfhuis van aartsbisschop Frederik Schenk van Toutenburg, 1596 1596 1 pak 8.8. Bestuur van het diocees 3334 Bul van paus Clemens VI met mededeling van de benoeming van Jan van Arkel tot bisschop, aan de geestelijkheid van de stad en het diocees van Utrecht, 1342 nov. 20 1342 nov. 20 1 charter 3335-3335 Bullen van paus Bonifatius IX, houdende mededeling aan de aartsbisschop van Keulen en aan de geestelijkheid van de stad en het diocees van Utrecht, van de benoeming tot bisschop van Frederik, tot dan toe bisschop van Straatsburg, 1393 1393 2 charters 3335-1 1393 juli 7 3335-2 1393 juli 7 3336 Akten waarbij de vijf kapittels van Utrecht aan de onder hen gestelde geestelijkheid verbieden tot gehoorzamen aan te Utrecht of Keulen buiten hun toestemming gemaakte statuten, 1452 mei 2 1452 mei 2 1 charter 3337 Akte waarbij bisschop Jan van Arkel bepaalt, met toestemming van de kapittels, dat tot ondersteuning van de geestelijken, die onder de zware vervolging door de leeken hebben geleden, een fonds bijeengebracht zal worden door een omslag over alle geestelijken in verhouding tot de grootte van hun beneficies, welk fonds bewaard zal worden in de archieven van de kapittels, afschrift, ca. 1350, met een akte betreffende het onderhoud van verjaagde geestelijken 2 charters (getransfigeerd) 3338 Bul van paus Sixtus IV, houdende dat de bisschop en de geestelijkheid van Utrecht het concordaat met de Germaanse natie hebben kunnen gebruiken en ook voortaan mogen gebruiken, 1472 juli 13 1472 juli 13 1 charter 3339 Suppletoire instructie voor de afgezanten van de Rooms-koning tot de conferenties met de gedeputeerden van de paus over de grieven van de inwoners van deze landen, bepaaldelijk over die, aangebracht door de protonotarius Hespach, 1506-1508 (?) 1506-1508 (?) 1 stuk 3340 Bul van paus Leo X, bepalende dat niemand buiten goedvinden van Karel, aartshertog van Oostenrijk enzovoort, tot geestelijke beneficies binnen zijn gebied zal worden toegelaten, 1515. Afschrift 1515. Afschrift 1 stuk 3341 Akte van aanstelling door de elect Filips van Bourgondië, van Adrianus Ram, proost van Leiden en kanunnik van de Dom, en Gerardus Mulert, raadsheer in het Hof van Holland, tot ontvangers voor de uitgeschreven bede (caritativum) voor de kosten van zijn intrede, met macht om bij alle geestelijken in het graafschap Holland inzamelingen te doen, 1517 sept. 8 1517 sept. 8 1 charter 3342 Synodaal-statuten van bisschop Filips van Bourgondië, 1517 1517 1 stuk 3343 Afschrift van de openingsrede van een synode, gehouden door de dominicaan Albert van IJsselsteyn, 1e helft 16e eeuw 1e helft 16e eeuw 1 stuk 3344 Afschrift van een preek, gehouden door mr. Adriaen Florisz. van Utrecht (later paus Adriaen VI) op een synode in de Dom van Utrecht, begin 16e eeuw begin 16e eeuw 1 stuk 3345 Banbul van paus Adriaen VI tegen de ketters, 1523 april 2 1523 april 2 1 charter 3346-3346 Statuut van elect Hendrik op het onderhouden van (54) heiligendagen en zondagen, 1525, met afschrift 1525, met afschrift 1 stuk en 1 charter 3346 1525. Afschrift 3346-2 1525 okt. 2 3347 Stukken betreffende de onderhandelingen van de abt van Zoetendaele, als sub-commissaris van de keizer, over de bede, door de Utrechtse geestelijkheid aan de keizer te betalen, 1532 1532 1 omslag 3348 Instructie voor de domdeken om bij de koningin van Hongarije en de Geheimen Raad bezwaren in te brengen tegen de gevraagde contributie van de Hollandsche goederen, met register van de taxatie van de Hollandse goederen van de Utrechtse geestelijkheid voor de bede van de keizer, 1537 1537 1 omslag 3349 Akte van koningin-regentes, waarbij de onwettig geboren geestelijken in Utrecht bevoegd verklaard worden om bij testament over hun goederen te beschikken, doch hunne onroerende goederen aan de keizer worden toegewezen, tenzij zij brieven van legitimatie verkregen hebben, 1539 aug. 22 1539 aug. 22 1 charter 3350 Akte van de koningin-regentes, waarbij de geestelijkheid van Utrecht aan deze zijde van de IJssel vrijgesteld wordt van de verplichting tot aangifte van haar bezittingen ten behoeve van een schatting en van het opbrengen van een bij pauselijke bullen aan de keizer bewilligde subsidie, mits betalende 10.000 Carolusgulden aan de rentmeester-generaal van Utrecht, 1543 juni 26 1543 juni 26 1 charter 3351 Register van de taxatie van de geestelijke beneficies van het Nedersticht voor het eerste subsidie aan de keizer tot de oorlog tegen de Turken volgens de bul van de paus, 1543 1543 1 stuk 3352 Akte van protest van de abt van St. Paulus tegen de uitzetting van een som van 10.000 gulden over de geestelijkheid van Utrecht, met latere bijschrijving, 1543 aug. 3 1543 aug. 3 1 charter 3353 Brieven, memories, verzoekschriften, aantekeningen en andere stukken betreffende de betaling van het eerste subsidie van de geestelijkheid van de oorlog tegen de Turken, 1541-1544 1541-1544 1 omslag 3354 Nota van pretenties van notaris Sander van Bommel wegens schrijfloonen, verschotten, reiskosten en dergelijke betreffende het eerste subsidie van de geestelijkheid voor de oorlog tegen de Turken, 1543 1543 1 stuk 3355 Stukken betreffende het proces in appel van de Utrechtse gasthuizen tegen de vijf kapittels over hun opneming in de omslag tot betaling van het eerste subsidie van de geestelijkheid voor de oorlog tegen de Turken, 1544, 1547 1544, 1547 1 omslag 3356 Octrooi door keizer Karel V voor de eerste lid van de Staten van Utrecht om ter betaling van de eerste helft van de vereiste som van fl. 64.000 tot lossing van de verpande Gelderse goederen, renten te verkopen ten laste van hun goederen en van die van de abdijen, kloosters, conventen, parochiekerken en gasthuizen, 1544 nov. 18 1544 nov. 18 1 charter 3357 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door het kapittel van St. Pieter tegen de vier andere kapittels, tot vermindering van de taxatie van het kapittel in de omslag over de geestelijkheid tot lossing van de verpande goederen van de Staten van Utrecht in Gelderland, 1545 1545 1 omslag 3358 Voorstellen van de vijf kapittels en van het domkapittel omtrent het vinden van fl. 63.000 nodig tot aflossing van de schulden van de Staten, 1545 (?) 1545 (?) 1 omslag 3359 Commissie van paus Paulus III voor Hieronymus, aartsbisschop van Risano, als legatus de latere over Brabant, Vlaanderen, Henegouwen, Holland, Friesland, Gelderland, Artois, Kamerijk en andere aan Karel V onderworpen landstreken, 1545. Afschrift 1545. Afschrift 1 stuk 3360 Akte waarbij de koningin-regentes aan de geestelijkheid van Utrecht vergunt om in de subsidie, die de paus aan de keizer bewilligd had, van de helft van haar vruchten, te volstaan met de betaling van 15.000 Carolusgulden, 1546 april 1 1546 april 1 1 charter 3361 Akte waarbij de koningin-regentes de overeenkomst van de geestelijkheid van Utrecht bekrachtigt, betreffende de wijze waarop de te betalen 15.000 gulden, in de plaats van de helft harer vruchten, zullen worden gevonden, 1547 juni 1 1547 juni 1 1 charter 3362 Commissie, door de keizer Karel V aan het Hof van Utrecht gegeven, om af te kondigen, dat alle geestelijke om wereldlijke personen moeten verschijnen voor de commissarissen uit de ecclesiën, prelaten en conventen, om hun aandeel in het subsidie van 15.000 gulden te doen vaststellen, met verzoek van de pander om attache, 1547, 1547 juli 8 1547, 1547 juli 8 1 stuk en 1 charter (getransfigeerd) 3363 Opgaven van de inkomsten en lasten van de geestelijke beneficies van het Nedersticht voor het tweede subsidie aan de keizer tot de oorlog tegen de Turken, 1547, met de rekening van commissarissen van de geestelijkheid tot de taxatie over de eerste termijn, en twee (verschillende) taxatiën over de tweede termijn 1 omslag 3364 Memories, verzoekschriften, aantekeningen en andere stukken betreffende de betaling van het tweede subsidie van de geestelijkheid voor de oorlog tegen de Turken, 1547-1548 1547-1548 1 omslag 3365 Rekeningen en aantekening van onkosten van de reizen van gedeputeerden van de vijf kapittels naar Brussel wegens het tweede subsidie van de geestelijkheid voor de oorlog tegen de Turken, 1546-1548 1546-1548 1 omslag 3366 Akte waarbij keizer Karel V de concordaten, tussen de paus en zijn grootvader Frederik gesloten, voor zover betreft de collatie van beneficies, bekrachtigt, 1548 juli 4 1548 juli 4 1 charter 3367 Lijst van het collatierecht van de bisschop, de vijf kapittels of enigen van hun prelaten en de abten van St. Paulus en van Egmond tot verschillende kerken en altaren, midden 16e eeuw midden 16e eeuw 1 stuk 3368 Synodaal-statuten van 1549, met fragment van een afschrift van de synodaal-statuten van 1530 1 omslag 3369 Resoluties van de diocesaan-synode van Utrecht, in februari en maart gehouden in het grote kapittelhuis van de Dom, 1549 1549 1 stuk 3370 Memories, verzoekschriften, aantekeningen en andere stukken betreffende de betaling van het derde subsidie van de geestelijkheid voor de oorlog tegen de Turken, 1552-1553 1552-1553 1 omslag 3371 Akte waarbij de koningin-regentes de geestelijkheid van het Nedersticht vrijstelt van haar aandeel in het door de paus aan de keizer bewilligde subsidie, mits betalende ineens 10.000 Carolusgulden, 1553 april 16 1553 april 16 1 charter 3372 Verklaring door de koningin-regentes, dat de goederen van de Utrechtse geestelijkheid, die buiten Utrecht gelegen zijn, niet vallen onder de bepalingen van haar besluit omtrent het subsidie, en hetgeen van deze betaald mocht zijn teruggeven zal worden, 1553 aug. 18 1553 aug. 18 1 charter 3373 Akte waarbij de koningin-regentes het aanbod van de geestelijkheid van Utrecht aanvaardt om buiten de reeds toegezegde 10.000 pond nog 1.000 pond op te brengen en daarmede van alle verdere opbrengsten, zowel binnen als buiten de provincie, bevrijd te zijn, 1553 aug. 19 1553 aug. 19 1 charter 3374 Taxatie van de geestelijke beneficies in het Nedersticht door gedeputeerden voor het derde subsidie aan de keizer tot de oorlog tegen de Turken over twee termijnen van, 1553 1553 1 stuk 3375 Brief van koning Filips van Spanje aan de bisschop van Utrecht, waarbij deze de last ontvangt de voornaamste geestelijken van zijn diocese bijeen te roepen en met hen maatregelen te nemen tegen de ketterij, 1559 1559 1 stuk 3376 Akten van de provinciale synode van Utrecht, 1565 1565 1 deel 3377 Stukken, gewisseld tussen de aartsbisschop en de commissarissen van de koning en de vijf kapittels over de invoering van de decreten van het concile van Trente, 1565-1568 1565-1568 1 omslag 3378-3378 Akten waarbij verschillende prelaten, kapittels, kloosters en geestelijken personen machtigden om het te vertegenwoordigen in de te Utrecht te houden vergadering, waar de wil van Z.M. omtrent de besluiten van het concilie van Trente zal kenbaar gemaakt worden, 1568 1568 7 charters 3378-1 1568 mei 4 3378-2 1568 mei 8 3378-3 1568 mei 10 3378-4 1568 mei 16 3378-5 1568 mei 19 3378-6 1568 mei 19 3378-7 1568 mei 20 8.9. Bestuur van het Sticht 3379 Brief van A. van Kuc aan prelaten, edelen, leenmannen en dienstmannen van Utrecht, houdende dat hij de grafelijkheid en alle verdere rechten, die hij te Utrecht bezeten heeft, aan bisschop Otto II voor 200 pond heeft verkocht, 1220 mrt. 12 1220 mrt. 12 1 charter 3380 Akte waarbij Walterus van Amersvort, ridder, zijn allodiaal huis te Stoutenburg aan de bisschop opdraagt en het van hem terug ontvangt als dienstgoed en open huis van het Sticht, 1259 juni 12 1259 juni 12 1 charter Een tweede exemplaar van deze akte berust in het archief van de Bisschoppen van Utrecht, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand van Catalogus van het archief der bisschoppen van Utrecht door S. Muller Fz (Utrecht, 1906), onder nr. 155 NB 3381 Akte waarbij bisschop Hendrik van Vianen het door hem gebouwde slot te Vreeland aan zijn kerk (het Sticht) afstaat, en aan de vijf kapittels, de abdij van St. Paulus, het Duitse Huis en andere stichtingen renten vermaakt voor zijn memorie, 1267 mei 15 1267 mei 15 1 charter Zie ook nrs. 3181-1-3181-6 NB 3382-3382 Akte van bevestiging door de bisschop van Munster, daartoe door de paus gemachtigd, van de excommunicatie van de bevolking van Stellingwerf en Schoterwerf door bisschop Gwijde wegens de gepleegde vijandelijkheden, 1311. In tweevoud 1311. In tweevoud 2 charters 3382-1 1311 juli 27 3382-2 1311 juli 27 3383 Akte waarbij de vijf kapittels de domproost en de deken van St. Pieter machtigen tot goedkeuring van het verdrag, dat tussen de bisschop en die van Schoterwerf en Stellingwerf mocht worden gesloten, 1313 mei 14 1313 mei 14 1 charter 3384 Akte waarbij bisschop Jan van Diest belooft voor de aanstelling of afzetting van zijn kastelein te Diepenheim de raad van de vijf kapittels te zullen winnen, 1331 april 8 1331 april 8 1 charter 3385-3385 Bullen van paus Clemens VI met een mededeling van de benoeming van Jan van Arkel tot bisschop, aan de leenmannen van de kerk en aan het volk van de stad en het diocees van Utrecht, 1342 1342 2 charters 3385-1 1342 nov. 20 3385-2 1342 nov. 20 3386 Brief van de vijf kapittels met een voorstel tot benoeming van scheidsrechters tot bijlegging van een geschil tussen de bisschop en de heer van Abcoude, over de nieuwe tienden bij Heimenberg en in het nieuwe land bij Ter Horst, 1344 sept. 20 1344 sept. 20 1 charter 3387 Uitspraak door bisschop Jan van Arkel in een geschil over de landscheiding tussen heer Johan van Culenborch, heer van Woudenberg, en de gemene buren van Leusden, 1345 aug. 20 1345 aug. 20 1 charter 3388 Akte waarbij bisschop Jan van Arkel tegenover de vijf kapittels verbindt om de 300 pond zwarten, die hij ontvangen heeft voor de stallage in Springwijk, binnen 2 jaren te besteden voor een nieuwe stallage ten dienste van het Sticht, 1346 sept. 17 1346 sept. 17 1 charter 3389 Brief van Arnold, heer van IJsselstein, aan de prelaten van Utrecht, houdende dat de bisschop zijn land heeft verwoest zonder voorafgaande oorlogsverklaring, die thans alsnog met hun toestemming is verzonden, en dat hij hierin een reden vindt, het leen, dat hij van het Sticht houdt, op te geven, 1350 (?) 1350 (?) 1 charter 3390 Akte waarbij bisschop Jan van Arkel de kapittels belooft, geen oorlog, of belangrijke zaak waaruit men oorlog heeft zien voortkomen, te zullen beginnen, en geen vrede of bestand of verdrag te zullen sluiten, zonder hun toestemming, ook edelen en geestelijken van de stad en van het Sticht in hun rechten te zullen handhaven en eveneens naar het landrecht te zullen handelen, tenslotte erkent dat de hem ten dele gevallen geldelijke hulp vrijwillig is verleend, 1355 nov. 12 1355 nov. 12 1 charter 3391 Overeenkomst van bisschop Jan van Arkel met de kapittels en de ridderschap over het slaan van de munt, 1363 mrt. 29 1363 mrt. 29 1 charter 3392 Overeenkomst van de kapittels met de regering van de stad Utrecht tot verzekering van een goede rechtsbedeling in de stad en het land Utrecht, 1364 mei 18 1364 mei 18 1 charter 3393 Landbrief van bisschop Arnold van Horn, exemplaar voor het domkapittel, 1375 mei 17 1375 mei 17 1 charter 3394 Bul van paus Urbanus VI met een mededeling aan het volk van de stad en het diocees van Utrecht van de benoeming tot bisschop van Floris van Wevelinkhoven, tevoren bisschop van Munster, 1378 nov. 22 1378 nov. 22 1 charter 3395 Akte waarbij Steven van Zulen, ridder, aan de kapittels, ridders en knapen en de stad Utrecht belooft, het huis te Stoutenburg en het maarschalkambt van Eemland trouw te zullen bewaren, 1379 mrt. 26 1379 mrt. 26 1 charter 3396 Akte van bevestiging door bisschop Floris van een brief van 1375, waardoor deze gestoken is geweest, 1379 okt. 22 1379 okt. 22 1 charter 3397 Vidimus door de bisschoppelijke officiaal op verzoek van de bisschop en de vijf kapittels verleend, van een akte van 1383, waarbij Willem, heer van Abcoude en Duurstede, erkent door de bisschop voldaan te zijn wegens de afkoop van een rente van 200 pond uit de tol te Rhenen, 1383 mei 15 1383 mei 15 1 charter 3398 Vidimus van een uitspraak door 1387 door Aerndt van Huern, bisschop van Luik, in de geschillen tussen de bisschop van Utrecht en de burggraaf van Montfoort over het bezit van de hoge heerlijkheid Montfoort en anders, 1387 aug. 23 1387 aug. 23 1 charter 3399 Verklaring door de regering van de stad, Utrecht, dat zij van hetgeen zij uit verschillende hoofde, uit het morgengeld als anders, zal ontvangen van de 7000 gulden, die de bisschop toegezegd had, aan de vijf kapittels het toekomende deel zal geven, te weten 2600 gulden tegen de stad 4400, 1392 aug. 22 1392 aug. 22 1 charter 3400 Akte waarbij bisschop Frederik van Blankenheim erkent een brief te hebben van de vijf kapittels met hun toestemming tot bezwaring van de bisschoppelijke goederen aan deze zijde van de IJssel met een som van 12.000 Franse schilden, af te lossen binnen 12 jaren, ter voldoening van de kosten van de oorlog tegen Reynalt van Covoerden, welke brief hij belooft na afloop van de 12 jaren terug te zullen geven, 1395 mei 27 1395 mei 27 1 charter 3401 Akte waarbij Ghijsbrecht van Vyanen van Rysenborch en Ghijsbrecht van Nyenrode, knapen, het momberschap van het Sticht aanvaarden, dat hun door de vijf kapittels bij de hier ingelaste brief was opgedragen, mede op verzoek van de riddersschap en de steden Utrecht en Amersfoort, 1423 okt. 23 1423 okt. 23 1 charter 3402 Akte waarbij de regering van Amersfoort enige procuratoren benoemt om bij de paus de belangen van de stad tegen de geweldenarijen van bisschop Zweder te verdedigen, 1426 nov. 14 1426 nov. 14 1 charter 3403-3403 Akte waarbij de kapittels, de ridderschap en de steden Utrecht en Amersfoort Rudolf van Diepholt tot beschermer en momboir van het Sticht aannemen en deze opdracht aanvaardt, 1427. In tweevoud 1427. In tweevoud 2 charters 3403-1 1427 jan. 3 3403-2 1427 jan. 3 3404 Akte waarbij de stad Utrecht zich verbindt geen overeenkomst met Zweder van Culemborg aan te gaan dan met toestemming van de kanunniken, die het beroep van de stad op de paus goedgekeurd hebben, 1427 febr. 14 1427 febr. 14 1 charter 3405 Overeenkomst tussen de postulaat Rudolf van Diepholt en de vijf kapittels, om de gelden, die zij besteed hebben ter verkrijging van een zoen met Gelre, weder te verhalen op allen, die in die zoen zullen worden begrepen, 1429 mrt. 2 1429 mrt. 2 1 charter 3406 Akte waarbij bisschop Rudolf aan de kapittels, de ridderschap en de steden van Utrecht, die zich verbonden hebben hem in het bezit van de Utrechtse kerk te handhaven, zich verplicht om zijn recht te Rome en elders geheel op eigen kosten te vervolgen en zich te houden aan de landbrief, 1436 mrt. 19 1436 mrt. 19 1 charter 3407 Akte waarbij de vijf kapittels, de ridderschap en de steden Utrecht en Amersfoort verbinden om bisschop Rudolf bij te staan tegen de tegenbisschop Walraven van Meurs, 1436 mrt. 31 1436 mrt. 31 1 charter 3408 Akte waarbij Gaspar, aartbisschop van Conza, de hulp van de wereldlijke arm inroept tegen de tegenbisschop Walraven van Meurs, 1437 mrt. 31 1437 mrt. 31 1 charter 3409 Ordonnantie door de vijf kapittels, de ridderschap en de stad Utrecht op de sluis in de Vecht bij Nigtevecht (Hinderdam), 1437 nov. 22 1437 nov. 22 1 charter 3410 Ordonnantie van bisschop Rudolf tegen de uitvoer van koren uit het Sticht, 1437 1437 1 stuk 3411 Akte waarbij Henrick Valckenair erkent de waterrtol te Rhenen van de vijf kapittels te hebben gepacht voor 1100 Rudolfsgulden per jaar gedurende vijf jaren, van welk bedrag hij 2000 gulden zal mogen inhouden, die hij voorgeschoten heeft blijkens de brieven, die hij daarvan heeft van bisschop Rudolf, door de kapittels bevestigd, 1455 1455 1 charter 3412 Akte waarbij de elect Gijsbrecht van Brederode verklaart de vijf kapittels schadeloos te zullen houden wegens de verpachting van de watertol te Rhenen, 1455 okt. 18 1455 okt. 18 1 charter 3413 Akte waarbij Ghysbert die Gruyter, rentmeester van het land van Utrecht, belooft na afloop van de vier jaren, gedurende welke hij 800 Rijnse gulden per jaar inhouden zal uit zijn rentambt, de obligatie van 3200 gulden, die hij van de elect Gijsbrecht van Brederode ontvangen heeft, met de consent-brief van de kapittels, teruggegeven zal, 1455 dec. 10 1455 dec. 10 1 charter 3414 Akte waarbij de elect en ruwaard Gijsbrecht van Brederode belooft de vijf kapittels schadeloos te zullen houden wegens hun borgstelling voor de som van 1000 Rijnse gulden, door hem ten behoeve van het Sticht geleend van Wolter Stellinck, Roedolph van Berverden en Geryt van Yselmuyden, 1456 juni 26 1456 juni 26 1 charter 3415 Akte waarbij de domproost Gijsbrecht van Brederode belooft de vijf kapittels niet lastig te zullen vallen wegens de uitvoering van de door hen goedgekeurde overeenkomst met bisschop David van Bourgondië, volgens welke hem jaarlijks uit de tafelgoederen en renten van het bisdom 4200 Rijnse gulden zullen worden toegelegd, 1456 aug. 16 1456 aug. 16 1 charter 3416 Akte waarbij de domproost Gijsbrecht van Brederode verklaart, dat de vijf kapittels niet verder mogen worden aangesproken voor de 21.000 Rijnse gulden, volgens een hier ingelast besluit van de drie Staten van het Nedersticht aan hem te betalen om de hertog van Kleef te kunnen voldoen, wanneer zij hun aandeel in de uitzetting over de morgentalen zullen hebben voldaan, 1456 nov. 27 1456 nov. 27 1 charter 3417 Vrijgeleide door die van Amersfoort verleend aan de afgevaardigden van de vijf kapittels naar de dagvaart te Wijk tot een getal van hoogtens 25 personen, 1458 mei 20 1458 mei 20 1 charter 3418 Akte waarbij Reynolt, heer van Brederode en Vianen, belooft de vijf kapittels schadeloos te zullen houden van alle gevolgen, die zij mochten ondervinden wegens de toestemming, die zij gegeven hebben tot de verlening aan hem van het ambtmanschap van Hagestein en het schoutambacht op de Vaart, 1459 jan. 18 1459 jan. 18 1 charter 3419 Akte waarbij Jacop van Proeys belooft de vijf kapittels schadeloos te zullen houden van allen overlast, die zij mochten ondervinden wegens de door hem goedgekeurde aflossing van 400 oude Franse schilden, rustende op het dijkgraafschap van Amerongen tot de Nyendamme, en de toekenning van een lijfrente van 50 schilden voor hem en zijn vrouw Heylwiich, uit de bisschoppelijke tollen, 1459 okt. 6 1459 okt. 6 1 charter 3420 Akte waarbij Jacob van Zuylen van Nyenvelt belooft de vijf kapittels schadeloos te zullen houden van alle overlast, die zij mochten ondervinden wegens de door hem verleende toestemming tot de opdracht door de bisschop aan hem gedaan van het maarschalkambt van Amersfoort en Eemland, waarop hij de bisschop 400 Franse schilden, 600 Filips schilden en 1500 Rijnse gulden had geleend, 1460 juli 15 1460 juli 15 1 charter 3421 Handvest van bisschop David van Bourgondië voor de stad Steenwijk, 1460. Afschrift 1460. Afschrift 1 stuk 3422-3422 Akten waarbij burgemeesteren, schepenen en raden van Steenwijk, Vollenhove en Genemuiden beloven de vijf kapittels schadeloos te zullen houden wegens de door hen verleende stemming tot de begiftiging van hun steden door de bisschop met zekere vrijheden, 1461 1461 3 charters 3422-1 1461 april 27 3422-2 1461 mei 2 3422-3 1461 mei 2 3423 Akte waarbij Johan van Wijchering, proost van Hummerzen, belooft de vijf kapittels schadeloos te zullen houden wegens de door hem gegeven toestemming tot de verpachting aan hem gedaan van de bisschoppelijke tafelgoederen binnen en buiten de stad Groningen, voor 75 jaar, 1461 juli 5 1461 juli 5 1 charter 3424 Akte waarbij de bisschoppelijke officiaal verklaart, dat de afschriften van de drie brieven van keizer Frederik met een vrijstelling van de inwoners van Utrecht van de tollen te Arnhem, Oosterbeek of Lobbede, gelijke kracht zullen hebben als de orginelen, en de hertog van Gelre het recht ontzegt de tollen te heffen, 1463 juli 28 1463 juli 28 1 charter 3425 Memorie van de procureur van de bisschop over de grenzen van het Gooiland en het Sticht, tegen hetgeen door de procureur van hertog Karel van Bourgondië was te berde gebracht, ca. 1475 ca. 1475 1 charter In de memorie zijn stukken gelast van 29 juli 1462 en 26 december 1393. Ze is ondertekend door notaris Cornelis van Brouwershaven NB 3426 Akte waarbij Jan van Zuylen van Nathenwisch belooft de vijf kapittels schadeloos te zullen houden wegens de door hen gegeven toestemming tot zijn begeving met het dijkgraafschap van Amerongen tot de Nieuwendam, door bisschop David gedaan met belofte dat hij niet ontzet kan worden voordat de door hem aan bisschop Rudolf geleende 400 oude schilden en de aan bisschop David geleende 200 oude schilden zijn afgelost, 1477 jan. 23 1477 jan. 23 1 charter 3427 Akte waarbij Johan en Henrick, zonen van wijlen Jacob van Zuylen van Nyevelt, beloven de vijf kapittels schadeloos te zullen houden wegens de door hen gegeven toestemming tot de teruggave door bisschop David aan hem van 500 Rijnse gulden, eertijds door de bisschop van hun vader geleend op het maarschalk van Amerfoort en Eemland, 1477 sept. 12 1477 sept. 12 1 charter 3428 Akte waarbij Frederick Uterhamme belooft de vijf kapittels schadeloos te zullen houden wegens de door hen gegeven toestemming tot zijn begeving met het maarschalkambt van het Nedersticht door bisschop David met de belofte dat hij niet ontzet kan worden voordat de door hem in 1469 op het ambt geleende 1200 Rijnse gulden zijn afgelost, 1478 mrt. 15 1478 mrt. 15 1 charter 3429 Uitspraak door de kardinalen Oliverius, bisschop Alba en Baptista van Tusculum, in de geschillen van bisschop David met de geestelijkheid en de magistraat van Utrecht, 1480 dec. 22 1480 dec. 22 1 charter Het betreft dezelfde zaak als in nr. 3151 NB 3430 Akte waarbij bisschop David van Bourgondië en de vijf kapittels, ridderschap en steden van het sticht Utrecht elkander kwijtschelden hetgeen zij elkaar bij de twisten in 1477 misdaan hebben, (1481). Afschriften, 15e eeuw (1481). Afschriften, 15e eeuw 1 stuk 3431 Akte waarbij Bernert Freyse belooft de vijf kapittels schadeloos te zullen houden wegens de door hen gegeven toestemming te zijn belening door de bisschop met 9 morgen land te Veldelbroeck, geheten die Ruggen, en 22 pond jaarlijks uit de tol te Rhenen, 1484 mei 6 1484 mei 6 1 charter 3432 Akte waarbij Loedewich van Liefdaill, schout van Rhenen, en Jacob Pietersz. de Rode, rentmeester 's lands van Utrecht, beloven de vijf kapittels schadeloos te zullen houden wegens hun toestemming tot de benoeming door de bisschop van de laatstgenoemde tot zijn ambt, als waarborg voor een som van 2800 gulden aan de eerstgenoemde verschuldigd, 1496 okt. 18 1496 okt. 18 1 charter 3433 Akte waarbij Johan, burggraaf van Montfoort, belooft de voorwaarden te zullen nakomen, waarop de hoge heerlijkheid van Montfoort hem door de bisschop met toestemming van de Staten is verpand, 1499 aug. 21 1499 aug. 21 1 charter Er zijn drie exemplaren van deze akte gemaakt, namelijk voor de bisschop, de kapittels en de stad Utrecht NB - Kwitantie door Jan, heer van Berghen, wegens de ontvangst van fl. 466,-, hem na-mens de drie Staten betaald, 1500. Afschrift door notaris M. Keyen 1500. Afschrift door notaris M. Keyen Inv.nr. 3434 is vervallen. Opgenomen als inv.nr. 255 in het archief van de Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd, bewaard in Het Utrechts Archief (toegangsnr. 58) NB 3435 Uitspraak in een geschil tussen het kapittel van St. Jan en de stad Utrecht, over zeker land buiten de Weerdpoort op het Hoge land, geheten de Eng, waarvoor de stad aan het kapittel pacht schuldig was, door de vier andere kapittels gedaan, 1501 1501 1 charter 3436 Akte waarbij de stad Groningen haar geschil met de hertog van Saksen onderwerpt aan de uitspraak door de bisschop en de Staten van het Sticht aan beide zijden van de IJssel, 1505 mei 14 1505 mei 14 1 charter 3437 Akte van verbintenis van bisschop Frederik van Baden jegens hertog Karel van Gelder om de onderlinge geschillen te doen beslissen door scheidsrechters, 1510 1510 1 stuk - Traktaat van vrede tussen de keizer met de aartshertog van Oostenrijk en de bisschop van Utrecht met de Staten van het Nedersticht, met stukken betreffende de gevoerde onderhandelingen, 1511. Afschriften en minuten 1511. Afschriften en minuten Inv.nr. 3438 is vervallen. Opgenomen als inv.nr. 590 in het archief van de Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd, bewaard in Het Utrechts Archief (toegangsnr. 58) NB - Schuldbekentenis van de domdeken, Jan van Montfoorde en de schepenburgemeester namens de Staten, aan Peter Willemsz. Halffjoncker van 24 Rijnse gulden wegens de leverantie van planken, afgelost (?), 1511 1511 Inv.nr. 3439 is vervallen. Opgenomen als inv.nr. 257 in het archief van de Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd, bewaard in Het Utrechts Archief (toegangsnr. 58) NB 3440 Relatie van de exploiteur van de Raad van Holland aan de president van die Raad, van zijn wedervaren bij de publicatie, op verzoek van de Staten van Utrecht, van zeker hieraan gehecht geweest plakkaat in Oudewater, Woerden, Schoonhoven en IJsselstein, 1512 aug. 25 1512 aug. 25 1 charter 3441 Verdrag van bestand tussen de regentes Margareta en de hertog van Gelre, 1513. Afschrift 1513. Afschrift 1 stuk - Stukken betreffende de klachten van de Staten van Utrecht aan de landvoogdes Margareta over het arrest, gelegd op goederen van ingezetenen van het Sticht, wegens de panding door de maarschalk van het Sticht van ingezetenen van Hoenkoop, die als onderzaten van Utrecht weigerden huisgeld aan de Staten op te brengen, 1514-1515 1514-1515 Inv.nr. 3442 is vervallen. Opgenomen als inv.nr. 123 in het archief van de Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd, bewaard in Het Utrechts Archief (toegangsnr. 58) NB 3443 Akte van de aanneming en inhuldiging als bisschop van Filips van Bourgondië door de geestelijkheid en de Staten van Utrecht, 1517 mei 19 1517 mei 19 1 charter 3444 Vidimus door de bisschoppelijke officiaal van een bul van 1517 van paus Leo X, waarbij hij de geestelijkheid van Utrecht gelast de elect Filips te helpen bij het terugvorderen van de goederen van het Sticht, die door verschillende personen in het bezit gehouden worden, 1518 mrt. 24 1518 mrt. 24 1 charter - Afschrift van stukken betreffende de betaling aan de erfhofmeester Henrick van Ghent van een pretensie van 444 gulden, door de Staten aan hem verschuldigd als vergoeding van door hem in hun dienst geleden schade, 1499-1519 1499-1519 Inv.nr. 3445 is vervallen. Opgenomen als inv.nr. 254 in het archief van de Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd, bewaard in Het Utrechts Archief (toegangsnr. 58) NB 3446 Vidimus door de officiaal van de aartsdiaken van Oudmunster van een overeenkomst van 1518 tussen bisschop Filips van Bourgondië en hertog Karel van Gelre, dat in hun beide landen geen recht gedaan zal worden wegens ruiterschulden uit de vroegere veten of oorlogen, 1521 juli 3 1521 juli 3 1 charter 3447 Testament van Johan, heer en baron van Montfoort, 1521 aug. 23 1521 aug. 23 1 charter (in boekvorm) 3448 Akte waarbij de vijf kapittels, ridderschap en stad Utrecht garanderen Eirnst van Amerongen, kameraar van de Lekdijk, buiten schade te zullen houden van de 1000 Rijnse gulden Utrechts, door hem op te nemen tot herstel van genoemde dijk, 1523. Afschrift 1523. Afschrift 1 stuk 3449 Verzoekschrift door Bernardus Bulsick, pastoor van Ootmaarsum, aan de vijf kapittels, gedaan tijdens de vacature van het bisdom na de dood van bisschop Filips van Bourgondië, daar de uitoefening van het bisschoppelijk gezag bij hen rust, om in het genot van zijn goederen te worden hersteld, (1524). Afschrift, met aantekening van gerechtskosten 1 stuk 3450 Verklaring door de kapittels van de Dom, St. Pieter en St. Jan, dat zij, ondanks het protest van die van Oudmunster en St. Marie, die zich volgens herkomen aan de meerderheid hadden behoren te onderwerpen, zullen vasthouden aan het op 27 februari door de domdeken namens de vijf kapittels en ter begeerte van de ridderschap gedane voorstel om, ten einde de door de drie Staten van het Nedersticht aan de elect bewilligde 50.000 gulden te vinden, een raming te maken, waarvan niemand vrij zou zijn, 1525 april 20 1525 april 20 1 charter 3451 Verklaring door de vijf kapittels, dat zij binnen een maand, in afkorting van de 46.000 goudgulden, restant kan 50.000 gulden door de Staten aan de elect toegestaan wegens de vrede met de hertog van Gelre, voor Overijssel, 15.000 gulden zullen betalen, namelijk de Dom 4.000, Oudmunster 4.500, St. Pieter 2.000, St. Jan 1.500 en St. Marie 3.000, 1525 mei 23 1525 mei 23 1 charter Gecancelleerd NB 3452 Kwitantie door de elect Hendrik voor de vijf kapittels, van 15.000 gulden, die zij hadden beloofd binnen een maand op te brengen, 1525 juni 23 1525 juni 23 1 charter 3453 Staten betreffende de invordering van de pachtgelden van goederen van de Utrechtse geestelijke gestichten door Gielis van Cronenburch, Anthonis van Aemstel van Mynden en Benignus Schick, namens de elect Hendrik, 1527-1528, met door hem afgegeven kwitanties 1527-1528, met door hem afgegeven kwitanties 1 pak 3454 Akte van verbintenis van de Staten van het Nedersticht, om de 1000 Filipsgulden losrenten jaarlijks, die zij, tot afweer van de aanval van de elect, onder verband van de stadaccijnzen verkopen zullen, te betalen uit de Hinderdam of uit een nieuwe belasting, 1528 jan. 5 1528 jan. 5 1 charter Een ander exemplaar van de akte (van de ridderschap) berust in het archief van de Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd als nr. 281, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand Inventaris van het archief van de Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd 1375-1581, door A.S. Stapel als nr. 58 in de reeks gedrukte inventarissen van het Rijksarchief Utrecht (Utrecht, 1986) NB 3455 Verklaring door de elect Hendrik, dat hij 6000 gouden gulden van de kapittels en de kloosters binnen Utrecht heeft ontvangen, met bijlage, 1528 1528 1 omslag 3456 Proces-verbaal van de overdracht van de temporaliteit van Utrecht door de elect Hendrik van Beieren aan keizer Karel V, 1528, met de akte van eedsaflegging van de vijf kapittels aan de graaf van Hoogstraten en andere stukken betreffende bedoelde overdracht, en een lijst van taxatie van de Utrechtse dorpen en gerechten. afschrift 1 stuk 3457-3457 Vidimussen van oorkonden over 976-1361, die uit het domarchief naar Holland zijn overgebracht, gemaakt op verzoek van de vijf kapittels, 1531 nov. 17 1531 nov. 17 9 charters Zie ook: S. Muller Fz, Regesten van het archief der bisschoppen van Utrecht (722-1528) (Utrecht, 1917-1919), nrs. 34, 43, 44, 47, 49, 119 en 956; Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301 (OSU) (Utrecht, 1920-1959), nr. 527; Pieter Bondam, Charterboek der hertogen van Gelderland en graaven van Zutphen […] (Utrecht, 1783-1809), p. 412; de resoluties van het kapittel van 16 oktober 1531 en Catalogus van het archief der bisschoppen van Utrecht door S. Muller Fz (Utrecht, 1906) p. XXVI NB 3457-1 (975 juni 6/7) 3457-2 (1024 jan. 3) 3457-3 (1025 juli 26) 3457-4 (1026 juni 14) 3457-5 (1040 mei 21) 3457-6 (1196 mrt. 6) 3457-7 (1200 sept. 30) 3457-8 (1235 juli 21) 3457-9 (1361 april 14) 3458-3458 Vidimussen van oorkonden over 1345-1449, die uit het domarchief naar Holland zijn overgebracht, gemaakt op verzoek van de vijf kapittels, 1532 okt. 5 1532 okt. 5 7 charters Zie ook: S. Muller Fz, Regesten van het archief der bisschoppen van Utrecht (722-1528) (Utrecht, 1917-1919), nrs. 770, 919, 936, 1750, 1751, 1896, 3423 NB 3458-1 (1345 nov. 3) 3458-2 (1357 april 4) 3458-3 (1359 april 11) 3458-4 (1405 mei 26) 3458-5 (1405 mei 26) 3458-6 (1413 febr. 18) 3458-7 (1449 febr. 23) 3459-3459 Bewijs, door Vincent Cornelissen, bewaarder van de charters in Holland, aan de vijf kapittels, gegeven wegens de overneming van stukken aangaande de temporaliteit van het land van Utrecht, 1533, met afschrift, tevens van een door de stadhouder graaf van Hoogstraten gegeven verklaring 1 stuk en 1 charter Het bewijs betreft 15 oorkonden, waarvan 6 voorkomen onder de nrs. 3458-1-3458-7. Zie ook Archief voor kerkelijke en wereldsche geschiedenissen, inzonderheid van Utrecht door J.J. Dodt van Flensburg (Utrecht, 1839-1848) dl. III, p. 61 NB 3459 1533. Afschrift 3459-2 1533 okt. 5 3460-3460 Vidimussen van oorkonden over 1138-1450, die uit het domarchief naar Holland zijn overgebracht, gemaakt op verzoek van de vijf kapittels, 1537 okt. 20 1537 okt. 20 56 charters Oorspronkelijk betroffen het 32 charters, waarvan er één ontbreekt (1359 april 11, reg.nr. 935). In oktober 1976 werden deze aangevuld met charters afkomstig van het Gemeentearchief van Zwolle: sunbnrs. -1, -2, -4, -6, -8, -9, -13, -16, -17, -19, -20, -24, -28, -32, -34, -46, -49 en -52. Zie ook: S. Muller Fz. Regesten van het archief der bisschoppen van Utrecht (722-1528) (Utrecht, 1917-1919), nrs. 43, 49, 95, 128, 135, 136, 138, 140, 142, 243, 339-341, 355, 365, 422, 425, 497, 658, 667, 759-760, 762, 764, 775, 787, 792, 796, 809-810, 812, 833, 869, 872, 926, 935, 956, 967, 1002, 1645, 1702, 1715, 1737, 1795, 1808, 1988, 2050 en 3502 NB 3460-1 (1024 jan. 3) 3460-2 (1040 mei 21) 3460-3 (1138 april 9) 3460-4 (1220 april 26) 3460-5 (1226 jan. 26) 3460-6 (1226 jan. 27) 3460-7 (1226 jan. 27) 3460-8 (1226 jan. 27) 3460-9 (1226 febr. 20) 3460-10 (1226 febr. 20) 3460-11 (1308 nov. 11) 3460-12 (1313 mei 25) 3460-13 (1313 mei 25) 3460-14 (1313 mei 26) 3460-15 (1313 dec. 30) 3460-16 (1313 dec. 30) 3460-17 (1314 juni 20) 3460-18 (1320 mrt. 27) 3460-19 (1320 mrt. 27) 3460-20 (1320 sept. 9) 3460-21 (1325 dec. 17) 3460-22 (1331 jan. 18) 3460-23 (1331 juli 26) 3460-24 (1331 juli 26) 3460-25 (1344 april 12) 3460-26 (1344 juni 10) 3460-27 (1344 juli 13) 3460-28 (1344 nov 15) 3460-29 (1346 jan. 31) 3460-30 (1346 mei 2) 3460-31 (1346 juni 30) 3460-32 (1346 juni 30) 3460-33 (1346 okt. 1) 3460-34 (1346 okt. 1) 3460-35 (1347 mrt. 20) 3460-36 (1347 april 7) 3460-37 (1347 juli 15) 3460-38 (1349 juli 7) 3460-39 (1352 mei 6) 3460-40 (1352 sept. 10) 3460-41 (1358 juni 11) 3460-54 (1359 april 11) 3460-42 (1361 april 14) 3460-43 (1363 aug. 4) 3460-55 (1375 mei 17) 3460-44 (1399 nov. 21) 3460-45 (1401 febr. 8) 3460-46 (1402 april 4) 3460-47 (1404 sept. 13) 3460-48 (1407 aug. 13) 3460-49 (1407 nov. 6) 3460-50 (1416 nov. 17) 3460-51 (1419 mei 15) 3460-52 (1419 mei 15) 3460-56 (1425) 3460-53 (1450 febr. 17) 3461 Afschriften van stukken betreffende het Nedersticht of het Oversticht, (1346-1525) (1346-1525) 1 omslag Het betreft: Overeenkomst door de bisschop met de hertog van Gelre 1346 Akten, zoals vermeld in Regesten van het archief der bisschoppen van Utrecht (722-1528) door S. Muller Fz. (Utrecht, 1917-1919). nrs. 873 en 1660 Akte van uitgifte van veen door hertog Albrecht 1404 Akte, zoals vermeld in De jure Gladii Tractatus et de toparchies qui exercent in Dioecesi Ultrajectina door Antonius Matthaeus (Leiden, 1689), p. 182 e.v. Akte van afscheiding van Blankenheim van IJsselham door bisschop Frederik van Blankenheim, 1418 Akten zoals vermeld in Regesten van het archief der bisschoppen van Utrecht (722-1528) door S. Muller Fz. (Utrecht, 1917-1919) nrs. 3357 en 4831 Landvrede van Worms, 1495 Akten, zoals vermeld in Regesten bisschoppen van Utrecht, nr. 5156 en Regesten van het archief der stad Utrecht door S. Muller Fz. (Utrecht, 1896) nr. 1369 Mandement van keizer Karel V tegen het graven van turf op de grenzen van Gooiland, 1516 NB 3462 Fragment van een cartularium met afschriften en vertalingen van de keizerlijke giftbrieven over 1077-1145 van de Friese graafschappen aan de bisschop van Utrecht, begin van de 15e eeuw begin van de 15e eeuw 1 stuk 3463 Afschriften van oorkonden van 953 en 975, getrokken uit het Liber donationum 1 omslag 3464 Liber donationum. Afschrift, 1555 1555 1 deel Het betreft een Duits handschrift, afkomstig van P. Bondam NB 3465 Index door P. Bondam op het Liber donationum 1 deel Het deel bevat de collatie van de tekst in het Liber catenatus van Oudmunster met die bij Heda en het onder Bondam berustende Duitse afschrift NB 3466 Afschriften van stukken betreffende het bestuur van de provincie Utrecht, 1528-ca. 1550 1528-ca. 1550 1 omslag Deze stukken zijn vermoedelijk afkomstig van secretarissen van het kapittel, die tevens secretarissen van de Staten waren NB 3467 Memorie van klachten door de vijf kapittels aan de keizer over inlegering van soldaten bij de domdeken en andere handelingen van stadhouder en raden, met beschikkingen door de keizer hierover, 1531. Afschrift 1531. Afschrift 1 stuk 3468 Plakkaat door Karel V met een verbod om huizen en erven binnen de stad Utrecht te verkopen aan geestelijke stichtingen, 1534. Afschrift 1534. Afschrift 1 stuk 3469 Rapporten over de staat van de gasthuizen te Utrecht, op last van de graaf van Hoogstraten uitgebracht door de auditeur van de rekeningen in Holland, Gerrit van Rennoy, 1538, 1539. Afschriften 1538, 1539. Afschriften 1 omslag Het betreft twee geliasseerde stukken NB 3470 Ordonnantie door de landvoogdes op de tol te Rhenen, 1546. Onvolledig afschrift 1546. Onvolledig afschrift 1 stuk 3471 Stukken betreffende de tussen de landsregering en de Staten van Utrecht gevoerde onderhandelingen over de heffing van beden en imposten, 1553-1561. Afschriften 1553-1561. Afschriften 1 omslag Hierbij onder meer afschriften van de voorstellen, door de koning aan de Staten-Generaal gedaan, tot heffing van de 100e en 50e penning, van een impost op het zout en andere middelen over 1555-1559 NB 3472 Akte waarbij de Staten-Generaal Maximiliaan van Bossu, gouveneur van Utrecht, machtigen om 52.000 gulden te lichten tot afdanking van zijn regiment, 1577 mrt. 5 1577 mrt. 5 1 charter 3473 Akte van het gerecht van de stad Keulen met een verklaring dat aldaar vijf burgers van Utrecht op verzoek van het kapittel van St. Andries zijn gearresteerd geworden, wegens een vordering van 2000 Saksische daalders op de Staten van Utrecht, voor de afdoening waarvan de burgers zich onder ede verbonden hebben moeite te zullen doen, 1577 okt. 29 1577 okt. 29 1 charter 3474 Beschrijvingsbrieven van het domkapittel tot de vergaderingen van de Staten van Utrecht, met minuten van daarop door het domkapittel en de vijf kapittels genomen besluiten, 1578-1582 1578-1582 1 pak 3475 Ingekomen en minuten van uitgaande stukken van de vijf kapittels als eerste lid van de Staten van Utrecht, 1578-1582 1578-1582 1 omslag 3476 Verzoekschrift door de vice-domdeken Ausonius van Galama aan Gedeputeerde Staten van Utrecht om enige vergoeding voor het waarnemen van de Staten-zaken voor de afwezige domdeken Johannes van Bruhesen, (1578), met afschrift van het antwoord van Bruhesen op de klacht van Galama aan het kapittel en andere bijlagen 1 omslag 3477 Memories van de ridderschap en steden en van de vijf kapittels, betreffende de maatregelen, nodig tot handhaving van de geestelijke colleges en goederen na het verbod van de uitoefening van de Roomse godsdienst, 1581 1581 1 omslag 3478 Afschriften van stukken betreffende het bestuur van de provincie Utrecht en de Nederlanden in het algemeen, 1566-1582 1566-1582 1 pak 8.10. Provinciale belastingen Op de meeste van de in deze afdeling voorkomende rekeningen staat aangetekend, dat zij bestemd zijn voor de Dom, een enkele is 'om de vijf ecclesiën'. De rekening van 1603/04 is het exemplaar van de rendant. De aanwezigheid van exemplaren van de Staten-rekeningen in het archief van de vijf kapittels, dat in de Dom bewaard werd, laat zich voor de tijd van het omverwerpen van het koninklijk gezag tot het jaar 1582 gereedelijk verklaren, omdat de kapittels toen het eerste lid van de Staten vormden. De rekeningen van jongere datum zouden kunnen worden opgevat als behorende tot het archief van de Geëligeerden, maar het is niet onwaarschijnlijk, dat deze exemplaren bestemd zijn geweest voor jhr. Johan van Duvenvoorde, domdeken en geëligeerde, persoonlijk. Op drie rekeningen staat bepaaldelijk 'Domdeeken'. NB 3479 Register van de verpachting van de Statenimposten in de kwartieren van de provincie door de ontvangers-generaal, 1577-1578 1577-1578 1 deel Het register loopt over de periode maart 1577-juli 1578. Voorin zijn enige aantekeningen over de aanstelling van collecteurs van de imposten van januari en februari 1577 opgenomen NB 3480 Rekening door Wilhelm van Lamzweerde, gecommitteerde van de Staten tot het beheer van de gelden gekomen van de gevangen hoplieden van het regiment van de graaf van Bossu, 1577, met verkort afschrift of concept 1577, met verkort afschrift of concept 1 omslag 3481 Rekening door Aelbrecht Foeck van de tiende penning van de tienden in de lande van Utrecht, 1578-1579. Afschrift 1578-1579. Afschrift 1 deel De rekening loopt van 22 september 1578 tot 22 september 1579 NB 3482 Rekening door Willem van Cleeff, kameraar van de Staten, over de quotisatie in plaats van de impositie op het dragen van zijde en fluweel, 1578 1578 1 stuk 3483 Rekening door Reynart van Aeswijn, heer van Braeckel, over de quotisatie over het platteland van Utrecht tot uitkoop van de Schotse en Engelse soldaten, 1579 1579 1 stuk 3484 Rekening door Roedolph Straetman, kanunnik van St. Marie, over de quotisatie tot onderhoud van de ruiters van de graaf van Hohenloe, 1579 1579 1 stuk Het einde ontbreekt NB 3485 1e en 3e rekening door Gosen van de Voort, secretaris van de stad Utrecht, over de lening door de burgers en onderzaten tot betaling van de quote, door de Staten geconsenteerd in de repartitie van fl. 200.000 over de Geünieerde provincies, 1579, 1580 1579, 1580 2 delen in één pak 3486 Rekening door Reinhart van Aeswijn, heer van Brackel, over de quotisatie ten plattelande in plaats van consumtie, en andere penningen die de Staten aan de steden ten achteren waren, ter betaling van de hoplieden van het regiment van de heer van Hohensaxen, alsmede ter voldoening van enige ordonnanties door het college van de Nadere Unie, 1579-1580 1579-1580 1 deel De rekening loopt van november 1579 tot januari 1580. Het begin en het einde ontbreken NB 3487 Rekening door Dirck Pijll, over de quotisatie, om daarmee de Engelse soldaten uit het Sticht te houden, 1582. Afschrift 1582. Afschrift 1 deel 3488-3488 Rekeningen door de ontvanger van de Generale middelen en de repartitie, 1578-1588 1578-1588 10 delen 3488-1 1578 okt.-dec. 3488-2 1579 juli 1 3488-3 1580 okt. 13-1581 april 28 3488-4 1581 april-sept 3488-5 1582 april-1583 mrt. 3488-6 1583 april-1584 mrt. 3488-7 1584 april-1585 mrt. 3488-8 1585 april-1586 mrt. 3488-9 1586 april-1587 mrt. 3488-10 1587 april-1588 mrt. 3489 Rekening door de ontvanger-generaal jhr. Johan van Apcoude van Meerthen, wegens de Statenimposten op wijn, bier, meel, koren, turf, wollen en zijden lakenen, 1579-1580. Afschrift 1579-1580. Afschrift 1 deel De rekening loopt van 2 februari 1579 tot 2 februari 1580 NB 3490 Rekening door Frans Both, ontvanger van de Statenimposten, 1583-1584. Afschrift 1583-1584. Afschrift 1 deel De rekening loopt van 2 februari 1583 tot 2 februari 1584 NB 3491 Rekening door Willem de Wael van Vronesteyn, ontvanger van het consumtiegeld, 1581-1582. Afschrift 1581-1582. Afschrift 1 deel De rekening loopt van april 1581 tot maart 1582 NB 3492 Rekening door Johan Hubertsz., ontvanger van de blanken op elk oudschild, 1580 1580 1 deel De rekening loopt van februari tot september 1580 NB 3493-3493 Rekeningen door de ontvanger van het dubbel oudschild- en consumptiegeld, 1581/82-1592/93, 1603/04 1581/82-1592/93, 1603/04 13 delen 3493-1 Dirck Pyll, 1581 april-sept. Afschrift 1581 april-sept. Afschrift 3493-2 Nyclaes van Berck, 1582/83 1582/83 3493-3 Nyclaes van Berck, 1583/84 1583/84 3493-4 Nyclaes van Berck, 1584 april-1485 mrt. 1584 april-1485 mrt. 3493-5 Nyclaes van Berck, 1585/86 1585/86 3493-6 Nyclaes van Berck, 1586 april-1587 mrt. 1586 april-1587 mrt. 3493-7 Nyclaes van Berck, 1587 april 1-sept. 30 1587 april 1-sept. 30 3493-8 Willem van Asch (voor wijlen Jacob van Asch), 1588/89 1588/89 3493-9 Willem van Asch (voor wijlen Jacob van Asch), 1589/90 1589/90 3493-10 Willem van Asch (voor wijlen Jacob van Asch), 1590 okt.-1591 sept 1590 okt.-1591 sept 3493-11 Willem van Asch, 1591/92 1591/92 3493-12 Willem van Asch, 1592 okt.-1593 sept 1592 okt.-1593 sept 3493-13 Johan van Westrenen, 1603 okt.-1604 sept 1603 okt.-1604 sept 3494 Blaffaard van het consumptiegeld in het Sticht, 1603 1603 1 deel De blaffaard loopt van oktober tot december NB 3495 Blaffaard van het oudschildgeld in het Sticht, 1604 1604 1 deel De blaffaard loopt over het 2e halfjaar NB 3496 Rekening door mr. Johan van Schade, ontvanger van de impost op de ontgronding van de venen aan de Grebbe, 1581-1582. Afschrift 1581-1582. Afschrift 1 deel De rekening loopt van augustus 1581 tot juli 1582 NB 3497-3497 1e en 2e rekening door Frans Both, ontvanger van de impost op de ontgronding van de venen ten platten lande, alsmede van die aan de Grebbe, 1582-1585. Afschriften 1582-1585. Afschriften 3 delen Voor de eerste groep venen loopen deze rekeningen over 7 juli 1582-28 februari 1583 en over maart 1583-februari 1584, voor de tweede groep over 1582/83 en 1583 augustus-1584 juli. Van de eerste rekening zijn twee exemplaren aanwezig NB 3497-1 1582/83 3497-2 1582/83 3497-3 1583/84 3498-3498 Rekeningen door Henric Buth, ontvanger van de Generale middelen, de repartitie en de ontgronding, 1589/90-1593/4 1589/90-1593/4 5 delen 3498-1 Rekeningen door Henric Buth, ontvanger van de Generale middelen, de repartitie en de ontgronding, 1589/90 1589/90 1 deel 3498-2 Rekeningen door Henric Buth, ontvanger van de Generale middelen, de repartitie en de ontgronding, 1590/91 1590/91 1 deel 3498-3 Rekeningen door Henric Buth, ontvanger van de Generale middelen, de repartitie en de ontgronding, 1591/92 1591/92 1 deel 3498-4 Rekeningen door Henric Buth, ontvanger van de Generale middelen, de repartitie en de ontgronding, 1592/93 1592/93 1 deel 3498-5 Rekeningen door Henric Buth, ontvanger van de Generale middelen, de repartitie en de ontgronding, 1593/94 1593/94 1 deel 3499 Rekening door Volcken Both, ontvanger van de veertigste penning, 1593-1594 1593-1594 1 deel De rekening loopt van mei 1593 tot mei 1594 NB 3500 Concept-plakkaat door de Staten van Utrecht met uitschrijving van verschillende belastingen tot afwering van de vijand, 1599. In tweevoud 1599. In tweevoud 1 omslag 3501-3501 Rekeningen van de ontvanger van de bisdomtienden, 1581-1585 1581-1585 5 delen 3501-1 1581 3501-2 1582 3501-3 1583 3501-4 1584 3501-5 1585 8.11. De geëligeerden 3502 Stukken betreffende de wijze van verkiezing van de Geëligeerden, 1582, 1618, 1636. Afschriften 1582, 1618, 1636. Afschriften 1 omslag 3503 Beschrijvingsbrieven van Geëligeerden ter Staten-vergadering, 1582-1589 1582-1589 1 pak 3504 Deductie, opgesteld door gecommitteerden uit de vijf kapittels, ten einde aan de vroedschap van Utrecht te betoogen, dat geen non-capitulairen behoren genomineerd te worden in het lid van de Geëligeerden, 1648, met specificaties van onkosten en andere stukken betreffende deze zaak, 1648-1649. Minuten en afschriften 1648-1649. Minuten en afschriften 1 omslag Blijkens de resoluties van het domkapittel van 14 december 1648 benoemden de verschillende kapittels gecommitteerden om gezamenlijk een verdediging van hun rechten tegen de vroedschap op te stellen. Van deze commissie schijnt de deductie afkomstig te zijn. Zij is niet de memorie die definitief door de vijf kapittels 1 januari 1649 werd vastgesteld en bij de vroedschap inkwam NB 3505 Deductie van de vijf kapittels aan de vroedschap van Utrecht, ten betooge dat geen non-capitulairen behoren genomineerd te worden in het lid van de Geëligeerden, 1671, met afschrift van de uitspraak door de Landraad van 1582 1 omslag 3506 Afschriften van stukken betreffende het bestuur van de provincie Utrecht, 1582-1779 1582-1779 1 pak 8.12. Lekdijk Bovendams en Hinderdam 3507 Schouwbrief voor de Lekdijk Bovendams, vastgesteld door de bisschop, de kapittels, de geestelijke lieden, het gemene land en de stad Utrecht, 1323 nov. 8. Afschrift 1323 nov. 8. Afschrift 1 charter 3508-3508 Rekeningen door de kameraar van de Lekdijk Bovendams, 1467-1590 1467-1590 23 delen Onvolledig. Uit de rekeningen van 1532 en later blijkt, dat zij afgehoord zijn door de gecommitteerden van de drie Staten van Utrecht, die ieder een exemplaar zullen hebben ontvangen. In vijf gevallen bevindt zich bij deze reeks het ondertekende exemplaar, terwijl op een ander vermeld is, dat het bestemd is geweest voor de domdeken NB 3508-1 Jacob van Driebergen, 1467 1467 3508-2 Willem Taets van Amerongen, 1495 1495 3508-3 Jacob de Eedell, 1505 1505 3508-4 Vrederick de Koninck, 1507 1507 3508-5 Gijsbert van der A, 1509 (fragment) 1509 (fragment) 3508-6 Johan van Solms, 1513 1513 3508-7 Jacob van Zuylen van Nyevelt, 1515 1515 3508-8 Splinter Uuytenham, 1532 1532 3508-9 Amelis Uuyteneng, 1536 1536 3508-10 Jan van der Haer, 1569 1569 3508-11 Jan van der Haer, 1570 1570 3508-12 Louff van der Haer, 1573 1573 3508-13 Louff van der Haer, 1576 1576 3508-14 Johan Taets van Amerongen, 1580 1580 3508-15 Willem de Wael van Vronesteyn, 1581/82 1581/82 3508-16 Willem de Wael van Vronesteyn, 1582/83 1582/83 3508-17 Willem de Wael van Vronesteyn, 1583-1584 mei 1583-1584 mei 3508-18 Valentijn van der Voort, 1584 juni 10-1585 juni 11 1584 juni 10-1585 juni 11 3508-19 Valentijn van der Voort, 1585/86 mei 1585/86 mei 3508-20 Valentijn van der Voort, 1586 juni 11-1587 juni 11 1586 juni 11-1587 juni 11 3508-21 Johan van Schade, 1587/88 1587/88 3508-22 Johan van Schade, 1588/89 1588/89 3508-23 Johan van Schade, 1589/90 mei 1589/90 mei 3509-3509 Verslagen van opmetingen van de Lekdijk Bovendams, Johan van Schade, 1602, 1612, 1662 1602, 1612, 1662 2 pakken 3509-1 1602, 1662 3509-2 1612. In tweevoud 3510-3510 Rekeningen door de kameraar van de Hinderdam, Johan van Schade, 1503-1590 15 delen Onvolledig. Met uitzondering van de oudste dragen deze rekeningen een aanwijzing dat zij bestemd zijn geweest voor de domdeken. Zij zijn afgehoord door de gecommitteerden van de drie Staten, die elk een exemplaar zullen hebben ontvangen. De laatste zeven in deze serie zijn ondertekend NB 3510-1 1530 3510-2 1530/31 3510-3 1568/69 3510-4 1569/70 3510-5 1572/73 3510-6 1575/76 3510-7 1579/80 3510-8 1581/82 3510-9 1582/83 3510-10 1583/84 mei 3510-11 1584/85 3510-12 1585/86 mei 3510-13 1587/88 3510-14 1588/89 3510-15 1589/90 mei 3511 Stukken betreffende een geschil over de vraag of het kapittel van Oudmunster bevoegd is een kameraar van de Lekdijk voor langer dan drie jaren aan te stellen, 17e eeuw, met retroacta vanaf 1582. Afschriften 17e eeuw, met retroacta vanaf 1582. Afschriften 1 omslag 3512 Minuut van een verzoekschrift door de vijf kapittels en verdere geërfden onder de Lekdijk Bovendams aan de Staten om het beheer van de Lekdijksrenten te laten bij de vijf kapittels, en terug te komen op het besluit, dat de rekeningen op de dorpen gesloten en bij de Finantiekamer ingeleverd zullen worden, 1686/87 1686/87 1 omslag 9. Rechten van het domkapittel als geërfde Zie ook Marken in Utrecht door A. le Cosquino de Bussy (Den Haag, 1925) vanaf p. 8. NB 9.1. Algemeen 3513 Boeckge van de gemeene geërfden van Utrecht, lijsten van de geërfden van de polders, waarin het kapittel geërfd is, 1653-1666 1653-1666 1 deel 3514 Resoluties van de geërfden van verschillende waterschappen, waarin het kapittel geërfd is, 1754-1757 1754-1757 1 deel 9.2. Hinderdam 3515 Resoluties van de geërfden, uitwaterende door de Hinderdam, 1681-1692 1681-1692 1 omslag 3516 Resolutie van de Staten van Utrecht met een besluit tot het maken van een sluis in de Vecht (Hinderdam), 1437. Afschrift, 16e eeuw 1437. Afschrift, 16e eeuw 1 stuk 3517 Recueil van de grieven van de polders, die beweren schade te lijden door het werken van de volmolen aan de Vaart, ca. 1650, met afschriften van de akten van aanstelling van de provisionele volder, reglement op het openen van de sluizen aan de Vaart, (1530), en belening van de stad Utrecht met de heerlijkheid aan de Vaart, (1582) 1 omslag 3518 Stukken betreffende de aflossing van een door geërfden onder de Hinderdam aan de stad Utrecht verschuldigde geldsom wegens het wegnemen van de volmolen aan de Vaart, 1681-1689, met afschrift van een overeenkomst, 1658 1681-1689, met afschrift van een overeenkomst, 1658 1 omslag 3519 Eigendomsbewijs voor het gemene land van de Hinderdam van tweederde van een stuk land bij de hinderdam in het gerecht van St. Marie, 1551 nov. 10 1551 nov. 10 1 charter 3520 Eigendomsbewijs voor het gemene land van de Hinderdam van eenderde van 3 viertel van een stuk land, genoemd de Legeweide, in Horstwaard, 1557 febr. 10 1557 febr. 10 1 charter 9.3. Zeebrug en Diemerdijk 3521 Besluit door bisschop Filips van Bourgondië en de Staten van Utrecht betreffende zekere inbreuk op de rechten van de Stichtse waarlieden van de Zeedijk, 1520. Afschrift van 1588 1520. Afschrift van 1588 1 stuk In het Groot Placaatboek door Johan vande Water (Utrecht, 1729) dl. II p. 12 is dit stuk gedateerd op 1521 NB 3522-3522 Overeenkomst door de Staten van Holland en West-Friesland met de hoofdingelanden, geërfden en contribuanten van de sluizen in de Diemerdijk, waarbij aan deze de visserij in die sluizen en annexe wateren in erfpacht wordt gegeven, 1602, 1603 1602, 1603 2 charters 3522-1 1602 mei 11 3522-2 1603 mei 26 3523 Stukken betreffende de bezwaren van de Stichtse geërfden onder de Zeebrug tegen de voorgestelde gemene bedijking van Muiden naar Naarden en tegen de ontworpen combinatie van de waarschappijen aan de oostzijde van de Vecht met die aan de westzijde, 1683/84 1683/84 1 pak Er is een vergadering in het kapittelhuis van de Dom gehouden door geërfden van Kortenhoef, Abcoude, Nigtevecht en Breukelen NB 9.4. Woerden 3524 Remonstrantie door de hoofdingelanden van Harmelen, Kamerik en Zegveld, behorende tot het waterschap van Woerden en uitwaterende te Sparendam, aan de Staten van Utrecht, tegen het verzoek van die van Diemerbroek en Papencop om in het waterschap van Rijnland ontvangen te mogen worden, in drievoud, met tegenschrift van de gecommitteerden van Diemerbroek, Papencop en Lange Ruigenweide, in tweevoud, afschriften uit het midden van de 17e eeuw, met een afschrift op perkament van een brief van Johan van Beieren van 1422, waarbij hij de voorwaarden goedkeurt, waarop die van Bodegraven bezuiden de Rijn uit Rijnland zijn gescheiden 1 omslag 3525 Stukken betreffende een geschil over het aandeel van de Stichtse waarsluiden in het bestuur van het groot waterschap Woerden, 1636 1636 1 omslag 3526 Stukken betreffende de geschillen tussen dijkgraaf en hoogheemraden van Woerden en de waarslieden van de kerspelen over verscheidene posten in de waterschapsrekening over het jaar 1791, 1792-1793 1792-1793 1 omslag 9.5. Bijleveld en de Meerndijk 3527 Eigendomsbewijs voor de commandeur en de broeders van St. Catharijne te Utrecht, van een watergang naar de IJssel voor hun land in Haanwijk en in Reyerscop door het gerecht van Willem, zoon van heer Gherard Taets, 1292 juli 25 1292 juli 25 1 charter 3528 Akte waarbij Henric de Rover van Montfoert, ridder, en schout, heemraden en gemene buren van Mastwijk, die door de Pollesluis afwateren, goedkeuren, dat de heren van St. Catharijne te Utrecht een duiker in het gerecht van Oudmunster, dat door Henric de Rover waargenomen wordt, hebben opgeruimd, 1351 juli 21 1351 juli 21 1 charter 3529 Akte waarbij deken en kapittel van St. Pieter te Utrecht aan de heren van St. Catharijne aldaar beloven, dat zij morgen morgens gelijk voor de 19 morgen land, toebehorende aan hun proosdij en gelegen in Reyerscop in het kerspel van Harmelen, waarvoor toestemming gekregen hebben tot afwatering door hun watergang en sluis op de IJssel, zullen bijdragen in de kosten, die de heemraden van de genoemde heren zullen nodig vinden, 1363 juni 13 1363 juni 13 1 charter 3530-3530 Akte waarbij Albrecht, paltsgraaf op de Rijn, ruwaard van Holland, in overleg met de raad van Holland en de heemraden van Rijnland, de voorwaarden vaststelt, waarop de inwoners van het sticht van Utrecht de uitwatering te Sparendam kunnen gebruiken, met bijbehorende kwitanties, 1363 1363 3 charters 3530-1 1363 aug. 4 3530-2 1363 okt. 28 3530-3 1363 okt. 28 3531-3531 Brief van hertog Willem VI van Beieren, graaf van Holland, en hertog Jan van Beieren, elect van Luik, waarbij die van Reyerscop en Bijleveld, Achthoven en Mastwijk het recht verkrijgen om in de Amstel uit te Wateren, met brieven, waarbij de stad Amsterdam alsmede Jean, zoon van de koning van Frankrijk, hertog van Touraine, het recht bevestigen, 1413 1413 3 charters 3531-1 1413 okt. 1 3531-2 1413 nov. 22 3531-3 1413 nov. 25 3532 Vidimus door het gerecht Achthoven en Mastwijk van de stad Utrecht van een schouwbrief van 1414, door bisschop Frederik van Blankenheim gegeven aan het waterschap Reyerscop op Bijleveld, 1539 mrt. 8 1539 mrt. 8 1 charter 3533 Vonnis, door de heemraden van Reyerscop en Bijleveld, op verzoek van de dijkgraaf, gewezen, omtrent de strekking van de handvesten van het waterschap, waarbij een bekeuring door de baljauw van die van Bijleveld wegens het toelaten van water uit Heycop onverloofd en onjuist wordt genoemd, 1527 april 1 1527 april 1 1 charter 3534 Resoluties van de geërfden van Bijleveld c.a., 1548-1577, 1696-1706, 1714-1749, 1757, 1765-1772, met convocatiebiljet, 1784, en extract-resolutie van geërfden van Reyerscop St. Pieters- en Kreuningensgerechten, 1727 1 omslag 3535 Brieven aan de vijf kapittels (de domdeken) met de landgenoten van Bijleveld en Reyerscop, of aan de kameraar, 1485-1494, met brieven aan de watergraaf en heemraden van Bijleveld, 1523-1525 1 omslag 3536 Procuraties voor de verkiezing van dijk- en watergraven of kameraar van het waterschap Bijleveld, 1738, 1757, 1767, 1786 1738, 1757, 1767, 1786 1 omslag 3537 Verklaringen door dijk- en watergraven van het waterschap Bijleveld, dat zij hun ambt getrouw zullen waarnemen, 1700, 1729, 1736, 1749 1700, 1729, 1736, 1749 1 omslag 3538 Insinuatie door Daniel de Milan-Visconti, heer van Nyvelt, aan het waterschap Bijleveld met een bezwaar tegen de voorgenomen wijze van verkiezing van een dijk- en watergraaf, 1729. Afschriften 1729. Afschriften 1 omslag 3539 Akte van aanstelling door de watergraaf Henrick van de Borch, burgemeester van Utrecht, van Tatinck Vastensz. tot waarsman en sluismeester van Reyerscop en Bijleveld, 1531 april 29 1531 april 29 1 charter 3540 Stukken betreffende de wijze van verkiezing van een heemraad voor het waterschap Bijleveld, 1585, 1627 1585, 1627 1 omslag 3541 Verzoekschriften door de buren van Reyerscop, Bijleveld enzovoort aan dijkgraaf en heemraden om vervanging van de kameraar door molenmeesters, door hen aan te stellen, maar rekenplichtig aan dijkgraaf en heemraden, 1550 1550 1 omslag 3542 Instructies voor de kameraar van het waterschap Bijleveld, door hen ondertekend, 1700, 1731, 1739 (?), 1757, 1766, met concept-instructie, 1635 1700, 1731, 1739 (?), 1757, 1766, met concept-instructie, 1635 1 omslag 3543 Sententie door het Hof van Holland in een proces tussen de erven van de baljuw van Waterland en de landgenoten van Reyerscop, Bijleveld, Achthoven en Mastwijk over de betaling van de schouwboeten, 1548 juli 31 1548 juli 31 1 charter 3544-3544 Rekeningen door de kameraar van het waterschap Reyerscop en Bijleveld, 1423-1682 1423-1682 6 banden en 12 pakken Onvolledig. In het hoofd van de rekeningen worden behalve Reyerscop en Bijleveld ook Achthoven en Mastwijk, soms Harmelerwaard genoemd. Enkele dragen het opschrift 'mijn eerw. heere de domdeecken' NB 3544-1 1423, 1440, 1441, 1464, 1467, 1498, 1499, 1500, 1502, 1504-1511, 1514, 1517-1520, 1529-1532, 1534-1536, 1538-1543, 1545, 1548, 1550, 1553, 1554 De rekeningen van 1509, 1531, 1542 en 1543 zijn in tweevoud NB 3544-2-a 1556-1579 3544-2-b 1581-1590 3544-3-a 1591-1596 3544-3-b 1597-1599 3544-4-a 1600-1603 3544-4-b 1605-1608 3544-4-c 1609-1612 De rekening van 1610 is in tweevoud NB 3544-4-d 1613-1617 3544-5-a 1618-1622 De rekening van 1622 is in tweevoud NB 3544-5-b 1622-1625 3544-5-c 1626-1630 3544-6 1631-1636 1 band 3544-7 1637-1643 1 band 3544-8 1644-1651 1 band 3544-9 1652-1661 1 band 3544-10 1662-1671 1 band 3544-11 1672-1682 1 band 3545 Memorie door de kameraar van Bijleveld, ter vervanging van de rekening over de jaren 1575 en 1576, die door de troebelen en het omwaaien van de molens onmogelijk was gemaakt 1 stuk 3546 Bordellen van rekeningen door de kameraar van Bijleveld, 1667, 1752, 1756, 1761, 1764, 1776, 1784 1667, 1752, 1756, 1761, 1764, 1776, 1784 1 omslag 3547-3547 Acquitten, behorende bij de rekeningen van de kameraar van het waterschap Bijleveld, 1644-1804 1644-1804 12 pakken, 2 omslagen en 1 charter Onvolledig NB 3547-1-a 1644-1646 3547-1-b 1647-1650 3547-2-a 1651-1653 3547-2-b 1654-1656 3547-2-c 1658-1659 3547-3-a 1660-1662 3547-3-b 1663-1666 3547-3-c 1667-1669 3547-4 1698 3547-5-a 1703-1717 3547-5-b 1721-1723 3547-6-a 1724-1726 3547-6-b 1727-1728 3547-7 1729, 1731 3547-8-a 1735-1740 3547-8-b 1741-1744 3547-9-a 1745-1748 3547-9-b 1749-1758 3547-9-c 1759-1762 3547-10-a 1763-1767 3547-10-b 1768-1772 3547-11 1773-1777 3547-12 1778-1782 3547-13-a 1783-1787 3547-13-b 1788-1794 3547-14-a 1795-1799 3547-14-b 1800-1804 3547-15 1639 okt. 25 3548 Acquitten en nota's van vorderingen ten laste van het waterschap Bijleveld, 1578, 1579, 1581-1583, 1585, 1588, 1635, 1650, 1651, 1656, 1663, 1668, 1670, 1680, 1694, 1717, 1723 1578, 1579, 1581-1583, 1585, 1588, 1635, 1650, 1651, 1656, 1663, 1668, 1670, 1680, 1694, 1717, 1723 1 omslag 3549 Kwitanties door de kameraar van Bijleveld verleend ten behoeve van Cors Huybertsz. in Reyerscop over, 1602-1609 1602-1609 1 omslag 3550 Ontwerp van een verzoekschrift door dijkgraaf en heemraden van Bijleveld aan het Hof van Utrecht, naar aanleiding van een door dit Hof verleende surseance aan een in de waterschapslasten aangeslagen persoon, ca. 1630 ca. 1630 1 stuk 3551 Rekening door de kameraar van Bijleveld over de kosten, veroorzaakt door de inbraak van het zeewater, 1570 1570 1 deel 3552 Verklaring door de buren van Gerverscop, waarbij zij zich en hun nakomelingen verbinden tot het onderhoud van een brug aan het einde van Gerverscop bij de Lage Haar, welke brug door de buren van Bijleveld, Reyerscop, Achthoven en Mastwijk gelegd is, 1437 nov. 16 1437 nov. 16 1 charter 3553 Akte waarbij Dirck van Zulen, knaap, heer van Zevender, zich en zijn erfgenamen verbindt tot onderhoud van de stenen brug, die de landgenoten van Bijleveld op hun kosten hebben gelegd voor zijn huis te Harmelen over hun watergang, 1442 juli 4 1442 juli 4 1 charter 3554 Gerechtsbrief van Waverveen, waarbij het gemene waterschap van Bijlevelder wetering, ten behoeve van de buren die wonen tussen die wetering en de Ruige Wilnis en de Lange Meer, een laan koopt, die de buren moeten onderhouden, 1445 sept. 25 1445 sept. 25 1 charter 3555 Gerechtbrief van Waverveen, waarbij vonnis gewezen wordt tegen de personen, die in 1483 en 1484 bij de schouw van de brug in de Achterdijk over de Bijleveldse wetering en van de Waverveense brug schuldig zijn bevonden, 1488 april 21 1488 april 21 1 charter 3556 Rekening door gedeputeerden van de geërfden van Bijleveld over het maken van drie watermolens, 1486 1486 1 stuk 3557 Gerechtbrief van Utrecht, waarbij enige getuigen uit Harmelen, Oudhuizen en andere plaatsen verklaren, dat op zondag vóór de Heilige Kruisdag een gebod in de kerken is gedaan vanwege de keizer, dat die van Reyerscop en Bijleveld hun opstallen overal dicht zullen maken, opdat het Heycopper water niet in dat van Bijleveld kan lopen, 1523 nov. 16 1523 nov. 16 1 charter 3558 Gerechtsbrief van Kockengen en Spengen, waarbij enige personen, op verzoek van de kameraar van Reyerscop en Bijleveld getuigen, dat zij tussen Joostendam en Kockengen geen water over Heycopper-opstal hebben zien lopen, 1526 juni 26 1526 juni 26 1 charter Zie ook nr. 3533 NB 3559 Eigendomsbewijs voor het gemene land van Reyerscop en Bijleveld, Achthoven en Mastwijk, van een opstal, breed 1 roede land, Bij Haanwijkerdam op Bijleveld, 1532 mrt. 16 1532 mrt. 16 1 charter 3560 Akte waarbij de vijf kapittels van Utrecht en de gemene geërfden van Reyerscop, Bijleveld, Achthoven en Mastwijk beloven hun kameraar Akrijn Hermensz. schadeloos te zullen houden wegens de losrente en hoofdsom van 200 guldens, waarvoor zijn eigen goederen verbonden zijn, tot betaling van een nieuwe watermolen op Bijleveld, 1556 juni 22 1556 juni 22 1 charter 3561 Rekening, afgelegd aan het waterschap Bijleveld over het stellen en repareren van de twee Hellmolens, 1577. In tweevoud 1577. In tweevoud 1 omslag 3562 Vonnis door watergraaf en heemraden van Bijleveld, waarbij de materialen van de vervallen molen van Spengen worden verklaard te zijn verbeurd ten behoeve van het waterschap, 1577 1577 1 stuk 3563 Rekening door de kameraar van het waterschap Bijleveld over het zetten van een nieuwe molen te Harmelen, 1583. In drievoud 1583. In drievoud 1 pak 3564 Ordonnanties op de verhoefslaging van de opstallen van de watermolens van Bijleveld, 1583-1632, met stukken en aantekeningen betreffende verhoefslagingen en boetceelen, 1589-1642, en een aantekening over de wijze van betaling van de kosten van de St. Jansschouw, 1757 1 omslag 3565-3565 Eigendomsbewijzen voor de geërfden van het waterschap Bijleveld, van drie percelen land te Harmelen, 1607, 1612 1607, 1612 4 charters 3565-1 1607 nov. 3 3565-2 1607 nov. 16 3565-3 1607 nov. 16 3565-4 1612 dec. 8 3566 Verzoekschriften door de geërfden van Bijleveld aan de Staten van Utrecht, om toestemming ter verplaatsing van de watermolen bij de Haanwijkerdam en Batestein en verhoging van de opstal, met advies en beschikkingen, 1612 1612 1 omslag 3567 Stukken betreffende de bouw van een achtkanten watermolen in Bijleveld, die door de aannemer langzaam en slecht is uitgevoerd, 1755 1755 1 omslag 3568 Verzoekschrift door enige geërfden in Reyerscop om zekere kade, liggende naast de Cattenbroeker kade, niet meer te onderhouden, 1602, met daarop gevolgd besluit van 1602 en wederopmaking van de kade, 1631-1632 1 omslag 3569 Volmacht door enige ingelanden van de Haanwijkerpolder op de schout en de secretaris er van, tot het bijeenroepen van de ingelanden om te beraadslagen over het plan om ook de westzijde van de polder door het aanleggen van een kade tegen overstroming te vrijwaren, 1610 1610 1 stuk 3570 Brief van de stad Amsterdam, waarbij aan de waarschappen van Reyerscop, de proosdij van Mijdrecht alsmede Ouder en Nieuwer-Amstel wordt toegestaan uit de wateren door een sluis in de Middeldam binnen de stad naast het stadhuis, die de stad zal onderhouden, 1497 dec. 9 1497 dec. 9 1 charter 3571 Brief van stad Amsterdam, waarbij zij zich tegenover de waarschappen en landgenoten van reyerscop, de proosdij van Mijdrecht en Ouder en Nieuwer Amstel verbindt tot onderhoud van de Oosterse sluis in de Middeldam, 1509 okt. 11 1509 okt. 11 1 charter 3572 Verklaring door de burgemeesters en raden van Amsterdam, dat zij de heemraden en geërfden van Bijleveld schadeloos houden wegens het proces voor de Grote Raad tegen Christoffel Banninck over het vissen in de stadsluizen, waarin die van Bijleveld zich bij de stad hadden gevoegd, 1558 1558 1 stuk 3573 Brief van de secretaris van Amsterdam aan de kameraar van Bijleveld over de slechte toestand van de Damsluis, 1593 1593 1 stuk 3574 Stukken betreffende herstellingen aan de Ypesloter sluis, 1598-1602 1598-1602 1 omslag 3575 Stukken betreffende het verzoek, ingediend bij de Rekenkamer van Holland door de geërfden van amstelveen, Ouwerkerk, Bijleveld enzovoort, tot het doen ophouden van de bemoeielijking door Marie Claesz. en anderen van de uitoefening van het door de geërfden van de Staten van Holland in erfpacht ontvangen visrecht in de Ypeslotersluis en annexe wateren, 1608-1615 1608-1615 1 omslag 3576 Acquitten, nota's van pretensies en dergelijke betreffende de herstelling van de Ypeslotersluis, 1633-1635 1633-1635 1 omslag 3577 Stukken betreffende het recht van contribuanten aan de Ypeslotersluis onder diemen op de visserij in het Nieuwediep aldaar, 1607, 1619, 1622 1607, 1619, 1622 1 omslag 3578 Concept-advies door het waterschap Bijleveld en andere stukken over het leggen van een sluis in de Geuzensloot en het opheffen van de tol aldaar, 1640 1640 1 omslag 3579 Stukken betreffende het veranderen van de Heldam in een verlaat door het waterschap Bijleveld, 1643 1643 1 omslag 3580 Stukken betreffende een incident in het proces, gevoerd in appèl voor het Hof door Barbara Holl, weduwe van Alexander van de Berch, tegen het waterschap Bijleveld, betreffende de competentie van het Hof in deze zaak, 1629-1632 1629-1632 1 omslag 3581 Repliek van de dijkgraaf van bijleveld in proces voor de heemraden van het waterschap tegen Cornelis Jan Thijsz. c.s. over zijn beboeting van personen, die geacht worden enkele een kade te hebben doorgestoken, met minuut, 1636 1636 1 omslag 3582 Verzoekschrift door dijkgraaf en heemraden van bijleveld aan de Staten van Utrecht om degenen te mogen beboeten, die het zandpad tussen Joostendam en Wilnis doorgraven, met beschikking, 1625. Afschrift, 1631 1625. Afschrift, 1631 1 stuk 3583 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Holland door het groot waterschap van Woerden tegen het heemraadschap van Bijleveld over het recht om de kade tussen de beide waterschappen te stoppen en hen, die daarin gaten maken, te vervolgen, 1622, met retroacta over 1322-1583, memorie aan de vroedschap van Utrecht over de privileges van de beide waterschappen, in drievoud, en specificaties van kosten, wegens dit proces, en om het droogmaken van de Diemermeer te beletten, gemaakt, 1622-1624 1 pak 3584 Stukken betreffende het protest van het waterschap Bijleveld tegen de beboeting door de baljuw van Amstelland, omdat het waterschap zijn waterlozing op de Amstel niet op zijn last tijdelijk dichtgemaakt had, 1524-1532 1524-1532 1 omslag 3585 Stukken betreffende het geschil van het heemraadschap Bijleveld met de baljuw van Amstelland over het beweerde recht van de laatste om schouw te voeren over de Bijleveldse wetering, 1533, 1541 1533, 1541 1 omslag Zie ook nr. 3543 NB 3586 Stukken betreffende het verzoek, bij de Staten van Utrecht ingediend door de geërfden van Reyerscop, Bijleveld enz. om de bedijking van de Diemermeer door de stad Amsterdam te verhinderen, 1626-1629, 1641, met stukken betreffende de bezwaren, door dezelfde geërfden aan de Rekenkamer van Holland overgeleverd tegen het octrooi, door de Staten van Holland voor deze bedijking aan de stad Amsterdam vergund, 1622 1 pak 3587 Stukken betreffende de gemene bepoldering van de Ronde Venen en de uitwatering van het waterschap Bijleveld in de Amstel, 1632, met overeenkomst van het waterschap Bijleveld met de Rondeveense polder over deze zaak van 1677 1 omslag 3588 Stukken betreffende de weigering van Acrijn Hermensz. tot onderhoud van de Meerndijk, met minuut en afschrift van een verzoekschrift door geërfden van de Meerndijk aan het Hof over de vaststelling van een schouwbrief van de Meerndijk, 1563-1564 1563-1564 1 omslag 3589 Provisionele schouwbrief voor de Meerndijk, gemaakt door de geërfden, met ontwerp, 1585 1585 1 omslag 3590 Verzoekschrift door de geërfden van Harmelen c.s., ressorterende onder het waterschap Woerden, aan de Staten van Utrecht met bezwaren tegen de door heemraden en geërfden van Bijleveld en Reyerscop gemaakte schouwbrief voor de Meerndijk, in tweevoud, met antwoord van die van Bijleveld, in drievoud, en dupliek van dezelfde, 1593 1593 1 omslag 3591 Minuut van de oproepingsbrief van de geërfden van de Meerndijk tot een vergadering ter bespreking van de schouwbrief en van de middelen om de landen te herwinnen, die eertijds aan de dijk behoord hebben, met notulen van de vergaderingen, 1593, een schouwbrief, door de Staten vastgesteld, 1595, een verslag van de opmeting van de dijk, 1598, en een akte van ontwaring betreffende zekere landen die aan de dijk behoren, 1598 1 omslag 3592 Dijkbrief van de Meerndijk, door de Staten van Utrecht gegeven, 1595 sept. 26 1595 sept. 26 1 charter 3593 Verklaring door dijkgraaf, heemraden en geërfden van de Meendijk, dat zij alleen toestemmen in de gerechtelijke verkoop van het gebruiksrecht van een gedeelte van die dijk en de eigendom van de daaraan grenzende landen, wanneer in de verkoop-cedullen de op die percellen rustende lasten worden vermeld, 1597 1597 1 stuk 3594-3594 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door de kameraar van Bijleveld tegen mr. Willem Acrynss., over het bij decreet verkopen van een stuk land aan de Meern zonder vermelding van het daarop rustende verband tot onderhoud van de Meerdijk, 1597/98, met eigendomsbewijzen en pachtbrieven van het bedoelde land sedert 1460 1 omslag en 10 charters (waarvan 5 getransfigeerd) 3594 1568-1598 3594-2 1460 juli 24 3594-3 1554 jan. 3 3594-4 1558 dec. 30 3594-5 1559 mrt. 7 en 1560 dec. 11 2 charters, getransfigeerd 3594-6 1563 jan. 20, 1563 jan. 22 en 1581 okt. 23 3 charters, getransfigeerd 3594-7 1598 mrt. 28 3594-8 1598 juni 19 3595 Rekeningen van de kameraar van de Meerndijk, 1581, 1584, 1585 1581, 1584, 1585 1 omslag De rekeningen van 1584 en 1585 zijn in tweevoud NB 3596 Inventaris van de onder de kameraar van Bijleveld berustende stukken over 1292-1643 1 stuk 9.6. Heycop, genaamd De Lange Vliet 3597 Schouwbrief ten behoeve van het gemene land tussen de Meern- en de Rijndijk, tussen de Oude Rijn en het gerecht van Jutphaas, voor de watergang van de Rijndijk naar de IJssel, gemaakt door de domproost en andere ingelanden, 1376 okt. 27 1376 okt. 27 1 charter 3598 Akte waarbij bisschop Floris de geestelijken, ridders, stedelingen van Utrecht en anderen, die geërfd zijn te Jutphaas beneden de Rijn, Galencop, Heycop, Raven, Rosweide en Papendorp, vergunt een watergang te maken in het land van Heycop en vandaar tot bij Breukelen in de Vecht, 1385 dec. 7 1385 dec. 7 1 charter 3599 Overeenkomst tussen de landgenoten van Heyencoep, Galencoep en Jutfaes, en die van de Elf hoeven in het land van IJsselstein, betreffende de voorwaarden, waarop de laatste mede zullen gebruik maken van de watergang van de eerste, 1409 mrt. 1 1409 mrt. 1 1 charter 3600 Stuk betreffende een proces over de onderhoudsplicht van een brug, volgens een van de partijen rustende op dijkgraaf en heemraden van Jutfaes, Heyencoep en Galencoep, 1437 okt. 11 1437 okt. 11 1 charter 3601 Vidimus door de bisschoppelijke officiaal van een overeenkomst van 1516 tussen Melis van Amstell en de landgenoten van de Lange Vliet over het waterschap van de Ancster, 1537 okt. 20 1537 okt. 20 1 charter 3602 Overeenkomst tussen de vijf kapittels en de landgenoten van de Lange Vliet, houdende dat de uitzetting ten behoeve van de drie nieuwe molens in Heycop voortgang hebben zal en dat de blijvende geschillen worden beslist door vier scheidslieden, onder andere de domdeken, 1521 aug. 11 1521 aug. 11 1 charter 3603 Akte waarbij de elect Hendrik en de drie Staten van Utrecht verklaren, de dam in de Aa niet te zullen openen, zodat de onderzaten van de keizer in Amstelland daardoor niet beschadigd zullen worden, die van Heycop zullen hun recht op uitwatering door Amstelland in rechten moeten vervolgen, 1527 juli 27 1527 juli 27 1 charter 3604 Resoluties van geërfden van de Lange Vliet, 1577, 1608, met punten van beschrijving van vergaderingen, 1752 1752 1 omslag 3605 Convocatiebrief van de geërfden van de Lange Vliet tot het sluiten van de molenrekening en tot het uitzetten van het molengeld, 1775 1775 1 stuk 3606 Brief van Gedeputeerde Staten van Utrecht aan dijkgraaf en heemraden van de Lange Vliet, verzoekende opgave van obligaties op het andere deel van de generale middelen, aan het waterschap behorende, 1765, met aantekeningen van de kameraar en gedrukte kennisgevingen van de heemraden, 1801-1806 1801-1806 1 omslag 3607-3607 Rekeningen van de kameraar van de Lange Vliet, 1440-1666 1440-1666 3 banden en 17 pakken Onvolledig NB 3607-1 1440, 1495-1496, 1498-1510, 1512-1516, 1519, 1524-1526, 1530-1535, 1537-1543 De rekeningen van 1505, 1509, 1512, 1526, 1530 en 1537 zijn in tweevoud NB 3607-2-a 1544-1548, 1551-1555, 1559-1562, 1564-1566, 1568 Van de rekening van 1559 betreft het alleen het titelblad NB 3607-2-b 1571, 1573-1575, 1579-1582 De rekeningen van 1580 en 1582 zijn in tweevoud, die van 1573, 1579 en 1581 in drievoud. De rekening van 1571 is in twee gedeelten, waarvan het eerste in tweevoud NB 3607-3-a 1583-1587, 1589 De rekening van 1583 bevat ingehechte bijlagen. De rekening over 1584-1586 is in tweevoud, die van 1589 in drievoud NB 3607-3-b 1590-1595 De rekeningen van 1590, 1591 en 1594 zijn in tweevoud NB 3607-4-a 1596-1600. In tweevoud 3607-4-b 1601-1603. In tweevoud 3607-4-c 1604-1606. In tweevoud 3607-5-a 1607-1610, 1612-1614 De rekening van 1614 is in tweevoud NB 3607-5-b 1615-1618 De rekening van 1618 is in tweevoud NB 3607-5-c 1619-1620 De rekening van 1620 is in tweevoud NB 3607-6-a 1621-1622 De rekening van 1622 is in tweevoud NB 3607-6-b 1623-1624. In tweevoud 3607-7-a 1625-1626. In tweevoud 3607-7-b 1627-1629 3607-8 1630-1640 1 band 3607-9 1630-1631, 1634, 1636, 1638-1640 3607-10 1641-1651 1 band 3607-11 1652-1666 1 band 3608 Borderel van de rekening door de kameraar van de Lange Vliet over 1809 1 stuk 3609 Kwitantie door Aeffgen, Henrick die Jongen weduwe, van 2240 gulden 8 stuivers 3 wit 3 duit, voor het gemene land van de Lange Vliet, dat deze som aan wijlen haar man als kameraar schuldig was, 1540 dec. 3 1540 dec. 3 1 charter 3610-3610 Acquitten, behorende bij de rekeningen van de kameraar van de Lange Vliet, 1587-1771 1587-1771 18 pakken Onvolledig NB 3610-1-a 1587-1613 3610-1-b 1640-1645 3610-1-c 1646-1649 3610-2-a 1650-1652 3610-2-b 1653-1657 3610-3-a 1662-1677 3610-3-b 1678-1679 3610-4-a 1720-1723 3610-4-b 1724-1728 3610-4-c 1730-1732 3610-5-a 1734-1737 3610-5-b 1738-1740 3610-6-a 1741-1743 3610-6-b 1744-1748 3610-7 1751-1752 3610-8 1753/55, 1756/58 3610-9-a 1759-1762 3610-9-b 1768-1771 3611 Rentebrief ten laste van de vijf kapittels, de ridders van St. Jan, dijkgraaf, heemraden en landgenoten van de Lange Vliet, voor het herstel van de Rijndijk, afgelost, 1523 mrt. 24 1523 mrt. 24 1 charter 3612 Rekening door de kameraar van de Lange Vliet over de werken aan de Botterdam, 1579 1579 1 stuk 3613-3613 Rekeningen van de kameraar van de Lange Vliet over het onderhoud van de Rijndijk, 1588-1628 1588-1628 2 pakken Onvolledig NB 3613-1 1588, 1590, 1591, 1592, 1593-1596, 1597, 1598, 1599, 1600, 1601 De rekeningen van 1593-1596, 1598-1599 en 1601 zijn in tweevoud, die van 1591 in drievoud NB 3613-2 1606-1607, 1609-1610, 1612, 1624-1628 De rekeningen van 1606, 1609, 1625 en 1627-1628 zijn in tweevoud NB 3614 Acquitten, behorende bij de rekeningen van de kameraar van de Lange Vliet over de onderhoudskosten van de Rijndijk, 1587, 1606-1607, 1609 1587, 1606-1607, 1609 1 omslag 3615 Kwitantieboekjes van de kameraar van de Lange Vliet, 1606-1610 1606-1610 1 omslag 3616 Akte van verhuring van de Rijndijk, 1580 1580 1 stuk 3617 Stukken betreffende de vernieuwing en het onderhoud van de molens van het waterschap de Lange Vliet, 1582-1605 1582-1605 1 omslag 3618 Conclusie van antwoord, bij het bestuur van het waterschap de Lange Vliet ingeleverd door de kameraar betreffende verschillende klachten van de geërfden over de verantwoording van zijn beheer, (1571) (1571) 1 stuk 3619 Concept-missive van het waterschap de Lange Vliet aan de geërfden van de Elf hoeven op IJsselveld met het verzoek om enige heulen in het land van IJsselstein te doen dichten, 1602, met afschrift van de overeenkomst tussen de landgenoten van de watergang van Heyencoop, Galencop en Jutfaas en die van de Elf hoeven over de afwatering, (1409), 1605 (1409), 1605 1 omslag 3620 Stukken betreffende de verplichting van het Lijnpad tot onderhoud van een slag in de Lange Vliet, 1601-1608 1601-1608 1 omslag 3621 Overeenkomst tussen de heemraden van Heycop en de Lange Vliet en de geërfden onder Kortrijk over het onderhoud van de kade tussen de Portenger brug en de Schinkeldijk, 1634. Afschrift 1634. Afschrift 1 stuk 3622 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor watergraaf en hoogheemraden van de Lange Vliet tussen de geërfden van Oudenrijn en de geërfden van Galecop en Papendorp over het niet openstaan van een schut voor de brug over de Heycoperbovendijk, 1681-1683 1681-1683 1 pak 3623 Stukken betreffende de herstelling van de sluis bij de sluismolen, en van een brug over de Lange Vliet, 1767, 2e helft van de 18e eeuw 1767, 2e helft van de 18e eeuw 1 omslag 9.7. Slaperdijk 3624 Resoluties van de geërfden van de Slaperdijk. 1682-1686, met het ontwerp van een verzoekschrift door de geërfden aan de Gedeputeerde Staten, 1657, en een memorie tegen de verlenging van de Slaperdijk dóór zekere hofsteden, 18e eeuw 1 omslag 9.8. Bunschoter Veen-en Veldendijk 3625 Commissie, door de landgenoten van de polders van Bunschoten, Eemland, Duist, Haar, Slaag, Over- en Nederzelderd, Hond en Nieuwe landen, wonende binnen Amersfoort, aan enige van hen verleend om uit hun naam te onderhandelen met de gecommitteerden van de te Buschoten wonende geërfden, afschrift, 1603, met gedrukte sententie arbitrair van de Bunschoter Veldendijk, geapprobeerd door de Staten van Utrecht, en stukken betreffende het onderhoud van de dijken van Slaag en Eemland, 1603-1605 1603-1605 1 omslag 3626 Resoluties van de geërfden van de Bunschoter Veenen Veldendijk, 1684-1688, 1702-1712, 1740 1684-1688, 1702-1712, 1740 1 omslag 9.9. Kromme Rijn 3627 Resoluties van de geërfden van de Kromme Rijn, 1684-1696, 1720, met een oproepbiljet voor geërfden, 1669 1669 1 pak 3627-a Verklaring afgelegd over het weghalen en vernielen van fuiken in de Kromme Rijn, toebehorende aan de pachter, 1629 1629 1 stuk 3628 Register met een opmeting van de Kromme Rijn en de Langbroeker Wetering op last van de geërfden, 1609 1609 1 deel 3629 Afschriften van resoluties van de Staten en van verzoekschriften en memories aan de Staten betreffende het verdiepen van de Kromme Rijn, 1609-1661 1609-1661 1 omslag 3630 Stukken betreffende de negotiëring en aflossing van kapitalen, opgenomen ten behoeve van de verdieping van de Kromme Rijn, 1609, 1645-1725 1609, 1645-1725 1 pak 3631 Rentebrief ten laste van geërfden van de Kromme Rijn en de Langbroeker Wetering, afgelost, 1655 juli 24 1655 juli 24 1 charter 3632 Register van losrentebrieven ten laste van geërfden van de Kromme Rijn en de Langbroeker Wetering, verkocht tot het verdiepen van deze wateren, 1654-1721 1654-1721 1 deel 3633 Verzoekschrift door Adriaen Vinck aan de Staten van Utrecht om te worden benoemd tot kameraar van de verdieping van de Kromme Rijn en de Langbroeker Wetering, in handen gesteld van de geërfden, met aangehechte beschikking, 1650 1650 1 omslag 3634-3634 Rekeningen van de collecteur van de penningen, door de Staten van Utrecht ten laste van de geërfden uitgezet tot verdieping van de Kromme Rijn en de Langbroeker Wetering, en van de penningen, uitgezet tot betaling van de renten van opgenomen gelden, 1639-1673, 1720, 1722 1639-1673, 1720, 1722 2 banden en 1 omslag 3634-1 1639-1658 3634-2 1659-1673 3634-3 1720, 1722 3635 Acquitten en nota's van pretensies, behorende bij de rekeningen van geërfden van de Kromme Rijn, 1690-1694, 1697, 1720, 1724, 1736 1690-1694, 1697, 1720, 1724, 1736 1 omslag 3636 Aantekeningen over het afleggen van rekening en verantwoording door de kameraar E. Drakenborch over het beheer, vanaf 1686, van de Kromme Rijnsgelden, opgenomen ten behoeve van de verdieping, 1720 1720 1 pak 3637 Stukken betreffende plannen tot verbetering van de Kromme Rijn door het leggen van sluizen daarin, 1646, 1692, 1747 1646, 1692, 1747 1 pak 3638 Lijsten van de geërfden in de gerechten, ressorterende onder de Kromme Rijn en de Langbroeker Wetering, 1757 1757 1 omslag 3639 Stukken betreffende het verbeteren van de Langbroeker Wetering door het stellen van schutten op kosten van de geërfden, 1694, 1695 1694, 1695 1 omslag 3640 Verzoekschrift door het gerecht van Odijk aan de gecommitteerde geërfden van de Kromme Rijn om het onderhoud van de brug aldaar voor hun rekening te nemen, ca. 1640 ca. 1640 1 stuk 3641 Aantekening betreffende een proces van de schouten van Oudwulven en Heemstede tegen de geërfden van de Kromme Rijn, 1655. In tweevoud 1655. In tweevoud 1 omslag 3642 Stukken betreffende de klachten van geërfden van de Kromme Rijn over een schut, voor de Cotherbrug geplaatst door de stad Wijk bij Duurstede, 1671 1671 1 omslag 3643 Extract-resolutie van de magistraat van Wijk om het onderhoud van de Steenstraat op zekere voorwaarden van de geërfden over te nemen, 1695 1695 1 stuk 3644 Stukken betreffende inspectie van de duiker in de Lekdijk door gecommitteerden van de geërfden van de Kromme Rijn, 1693 1693 1 omslag Zie ook nrs. 3507-3512 NB 9.10. Lekdijk Bovendams 3645 Stukken (en afschriften van stukken) betreffende de Lekdijk Bovendams, 1534-1697 1534-1697 1 omslag 3646 Aantekeningen van de slagen in de Lekdijk, die door het domkapittel moeten worden onderhouden, met gedrukte kennisgevingen van de hoogheemraden, ca. 1680-1746 ca. 1680-1746 1 omslag 3647 Resoluties van geërfden onder de Lekdijk Bovendams, 1682 1682 1 omslag 3648 Gerechtsbrief van Diemen, waarbij de waarsmannen van de dijkage of zeeburg van Diemen verklaren, dat de hun door die van de Lekdijk en de Hinderdam op last van de bisschop of de Staten van Utrecht verstrekte hulp onverplicht is verleend, 1509 juni 5 1509 juni 5 1 charter 3649 Rentebrief ten laste van de kameraar van de Lekdijk Bovendams, 1638 april 4, afgelost, 1663 1638 april 4, afgelost, 1663 1 charter 3650 Minuut-verzoekschrift door geërfden onder de Lekdijk Bovendams aan de Staten om een verklaring, dat de Lekdijksrenten van 1651 onaflosbaar zijn, met bijbehorende stukken, 1682 1682 1 omslag 3651-3651 Rekeningen van de Lekdijksrenten ten laste van de geërfden, 1652-1699 1652-1699 5 pakken De rekeningen zijn opgenomen in alfabetisch op plaats geordende dossiers, genummerd a-z NB 3651-1-a Dossiers a-i De rekeningen over 1671-1675 zijn in tweevoud. Specificatie: a. Domproostengerecht, 1687-1698 b. Zuilen en Zwezereng, 1652-1663 c. Maarssen, 1652-1685 d. Maarssenbroek, 1654-1681 e. Themaat, 1670-1671, 1674-1677 f. Lijnpad, 1652-1653, 1678-1681 g. Oudenrijn, 1652-1653, 1671-1681, met acquitten over 1671-1681 NB 3651-1-b Dossiers h-i Specificatie: h. Galecop, 1659-1681, 1692-1698 i. Nedereind van Jutphaas, 1665-1697, met acquitten over 1653/54, 1663/64 NB 3651-2-a Dossiers j-l Specificatie: j. Vreeswijk, 1655/56 k. Bunnik en Vechten, 1661-1671, 1674-1697 l. Werkhoven, 1652-1670, 1677-1698 NB 3651-2-b Dossier m: Houten en 't Goy, 1653-1656, 1659-1661, 1663-1689, 1691-1699 De rekening van 1653 is in tweevoud NB 3651-3-a Dossiers n-q Specificatie: n. Schonauwen en Groot-Vuilcop, 1664-1667, 1675-1684, 1664-1667, 1675-1684 o. Oudwulven en Wayen, 1654-1699 p. Honswijk, 1652-1653, 1675-1676 De rekeningen van 1652-1653 en 1676 zijn in tweevoud. q. Schalkwijk, 1652-1661, 1669-1671, 1673-1676, 1679-1692 NB 3651-3-b Dossiers r-z Specificatie: r. Pothuizen, 1682-1692 s. Wittevrouwen en Abstede, 1666-1676 t. Zeist, 1653 u. Stoetwegen, 1654/55 v. Driebergen, 1653-1655, 1690-1697 w. Doorn, 1677, 1680-1682 x. Sterkenburg, 1652-1653, 1655 y. Overlangbroek, 1652-1679 z. Nijendijk, 1652-1658 NB 3652 Stukken betreffende de dijkbreuk in 't Waal, ca. 1533 ca. 1533 1 omslag 3653 Verzoekschriften door de gehoefslaagden onder de Lekdijk Bovendams aan dijkgraaf en hoogheemraden om ontheffing van de bevolen verhoging van de dijk, 1704 1704 1 omslag 3654 Stukken betreffende de conferenties van gecommitteerden van de ambachtsheren met dijkgraaf en hoogheemraden van de Lekdijk Bovendams over de versterking van de dijk, 1709 1709 1 omslag 9.11. Lekdijk Benedendams 3655 Brief van de regeringen van Dordrecht, Schoonhoven en Gouda aan de vijf kapittels en alle anderen, die gegoed zijn in de Overwaard tussen de Nieuwe dam en Schoonhoven, met verzoek die van Krimpenerwaard beneden Schoonhoven wegens hun armoede bij te staan in het herstel van de Lekdijk aldaar, 1424 jan. 12 1424 jan. 12 1 charter 9.12. Vijf Herenlanden 3656 Overeenkomst van de heemraden van het land van Arkel, van Vianen, van Hagestein en van de Leede met die van de Alblasserwaard tot verzwaring van de Diefdijk, 1565 okt. 12. Afschrift 1565 okt. 12. Afschrift 1 charter 3657 Overeenkomst tussen de heemraden van Vianen, Hagestein, Everdingen, Leerdam en het land van Arkel betreffende het stellen van zes watermolens te Ameide, 1566 nov. 4, met de bekrachtigingen door het Hof van Holland, de kapittels van de Dom en Oudmunster, de hertog van Alva als belast met het gouvernement van Culemborg, en de baanderheer van Berlaymont als curator van de graaf van buren en Leerdam, 1568 sept. 30, 1568 okt. 20, 1569 april 20 en 1569 juni 20 1568 sept. 30, 1568 okt. 20, 1569 april 20 en 1569 juni 20 5 charters (getransfigeerd) 3658 Minuut-akte waarbij enige ongenoemde personen zich verbinden om de kapittels van de Dom en Oudmunster schadeloos te houden van kosten, die mochten voortspruiten uit de borgstelling van de kapittels voor jhr. Wilhelm van Zuylen van Nyevelt, schout van Dordrecht, die zich weer verbonden had ten behoeve van de kapittels en andere geërfden in Hagestein voor een som van 1000 Carolusgulden, zijnde de quote van Hagestein in de kosten van het opmaken van de Diefdijk, 1579 juli 1579 juli 1 charter 3659 Stukken betreffende het onderhoud van de Diefdijk, de voormolens te Ameide en andere werken onder het hoogheemraadschap van het land van Vianen (Vijf Heren-landen), 1579-1668, met drie afschriften van de overeenkomst tussen heer Jan, heer van Arkel, de kapittels van de Dom en Oudmunster en anderen over de afwatering van hun landen, 1284 1 omslag Zie nr. 810 NB 3660 Kaart door H. Verstralen van de vliet langs de Diefdijk, 1623 1623 1 blad 3661 Getuigenverklaringen, op verzoek van de dijkgraaf van het land van Vianen afgelegd, dat de werven tussen de Voor- en Achterdijken te Helsdingen behoren aan de Slijkenoord en niet aan het Papenvierdel, 1636 1636 1 omslag 3662 Kaart van enige percelen land met de voormolens gelegen bij Ameide, ca. 1650 ca. 1650 1 blad 3663 Stukken betreffende de oppositie van geërfden van Hagestein en andere ingelanden van de Vijf Herenlanden tegen het voornemen van dijkgraaf en hoogheemraden van Vianen om dammen te leggen in de Haagwetering, 1712 1712 1 omslag 3664 Stukken betreffende de plaatsing van voormolens tot uitmaling van de polders, uitwaterende op de Zederik door de sluizen bij Ameide, 1721, 1738-1764 1721, 1738-1764 1 omslag 3665 Stukken betreffende een plan tot verbetering van de uitwatering van de Vijf Heren-landen door de Zederik op de Merwede, ingezonden aan het kapittel als geërfde in de polders Achthoven en Lakerveld, 1804-1805 1804-1805 1 omslag 9.13. Gerechten onder de vrijheid van Utrecht (Lijnpad, Klein Covelswade of Tolsteeg, Groot Covelswade of Wittevrouwen en Abstede, Kranenhofstede of Domproostengerecht) 3666 Resoluties van de geërfden van het Lijnpad, 1683 1683 1 stuk 3667 Resoluties van de geërfden van Klein Covelswade, 1652, 1683-1684 1652, 1683-1684 1 stuk 3668 Resoluties van de geërfden van Wittevrouwen en Abstede, 1688-1689 1688-1689 1 stuk 3669 Aantekeningen van de gecommitteerden uit de geërfden van Abstede op een door het gerecht ingediende specificatie van kosten, (1622), met aantekeningen en opmetingen van landerijen in of bij Abstede, 1605-1607 1 omslag 3670 Obligatie ten laste van de geërfden van Wittevrouwen en Abstede, 1672. Afschrift 1672. Afschrift 1 stuk 3671 Resoluties van de geërfden van Kranenhofstede en Domproostengerecht, 1766-1772 1766-1772 1 omslag 3671-a Brieven, ingekomen bij schout en gerecht van Kranenhofstede en Domproostenge-recht, 1760-1810 1760-1810 1 omslag Afkomstig uit het oud-archief van Oudenrijn, beschreven als nr. 141 in Inventaris van de oude archieven aanwezig ten gemeentehuize van Oudenrijn door R. Fruin Th. Az. uit 1890. De stukken werden in 1998 door de gemeente Vleuten-De Meern overgebracht naar Het Utrechts Archief. NB 3672 Stukken betreffende een proces voor de raad van de stad Utrecht, tussen de geërfden van het Domproostengerecht en het domkapittel, over het onderhoud van een brug bij de Kranenhofstede en van de weg van de Singel naar die hofstede en het rentmeestershuisje, 1599 1599 1 omslag 3673 Stukken betreffende de reparatie van een brug op Kranenhofstede door het kapittel ten laste van de geërfden, 1664, met enige stukken betreffende een geschil over het herstel van die brug in 1710 1 omslag 3674 Rekening van het maken van een brug over de uitwatering van Oostveen ten laste van geërden van het Domproostengerecht genaamd Kranenhofstede, met een bijbehorend stuk, 1710 1710 1 omslag 3675 Stukken betreffende de vernieuwing van de brug bij Kranenhofstede, 1766 1766 1 omslag 3675-a Extract-resolutie van burgemeesteren en vroedschap van de stad Utrecht, waarbij die van het Domproostengerecht worden verplicht tot het onderhoud van een slag in de Vecht, met verklaring namens de geërfden, dat zij onder zekere voorwaarden bereid zijn tot nakoming, 1727 1727 1 omslag 9.14. Gerechten in het Nederkwartier en het aangrenzend deel van Holland (Oostveen of Maartensdijk, Achttienhoven, Westbroek, Maarssen, Maarssenbroek, Breukeleveen, Oukoop en Ter Aa, Themaat, Kockengen, Harmelen en Harmelerwaard, Gerverscop, Kleine Houtdijk, Kamerik, Barwoutswaarder) 3676 Concept-verzoekschrift door geërfden van Maartensdijk aan het Hof om machtiging tot het aanstellen van een eigen vrachtrijder, daar de verzending met de door het Hof geoctrooieerde vrachtrijder niet veilig is, met verklaring omtrent vermiste voorwerpen, 1662 1662 1 omslag 3676-a Rekening door de schout van Oostveen over het varen van de vracht en het verhuren van de Achterweteringsedijk, 1691-1695 1691-1695 1 stuk 3677 Lijst van de opbrengst van de collecte voor de Waldenzen in Oostveen, met opgave van de namen van de r.k. contribuanten, 1687, met gedrukte aanschrijving van de Staten 1687, met gedrukte aanschrijving van de Staten 1 omslag 3678 Sententie van de Grote Raad te Mechelen in het proces tussen de geërfden van Baarn en Oostveen tegen die van Naarden en Gooiland over de eigendom van de venen op Hollandse bodem gelegen, 1541. Afschrift 1541. Afschrift 1 stuk 3679 Verzoekschrift door de gebruikers in Oostveen en Riddervenen aan de Grote Raad te Mechelen betreffende de uitvoering van een ten gunste van hen tegen die van Naarden gewezen sententie, met apostille, 1548 1548 1 stuk 3680 Ongeldboek van de venen onder Oostveen, 1611 1611 1 stuk 3681 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Holland door geërfden van Oostveen tegen de Gooilanders over het door hen wegvoeren van schapen, het graven van turf en dergelijke, 1617-1629 1617-1629 1 omslag 3682 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor een commissaris van het kapittel door Adriaan Aertsz. c.s., schepenen van Oostveen, tegen Willem Jansz. Obijn, schout van Oostveen, wegens beleediging en invordering van te hoge belasting, 1566, met afschrift van een verzoekschrift door Cornelis Walichsz. aan het Hof en exploit aan de schout Obijn, 1567 1 omslag 3683 Inventaris van de boedel van Johan (of Goosen) van Milligen, in zijn leven schout van Oostveen, en zijn weduwe Geertruydt van Overmeer, (1630), met een stuk betreffende een proces voor het Hof van Utrecht gevoerd door Floris Wttenengh, als man en voogd van Geertruydt van Overmeer, weduwe van Johan van Milligen, tegen Niclais Portengen, over een vordering op de boedel, en stukken en aantekeningen betreffende de boedel 1 omslag 3684 Stukken betreffende de geschillen tussen geërfden van Oostveen en de schout Floris Wttenengh over de wederzijdse schuldvorderingen, spruitende uit zijn beheer, 1652-1654, met stukken betreffende zijn beheer sedert 1634 1 pak Het betreffende merendeels afschriften, die ook kunnen behoord hebben tot nrs. 3685-3686 NB 3685 Stukken betreffende de geschillen tussen geërfden van Oostveen en de weduwe van de schout Wttenengh over haar weigering tot het doen van rekening en verantwoording, haar aansprakelijkheid voor onbetaalde ongelden en dergelijke, 1654-1658 1654-1658 1 pak 3686 Stukken betreffende de processen tussen geërfden van Oostveen en de weduwe van de schout Wttenengh (hertrouwd met Henrick van Wesel), later tegen hare erfgenamen, over de aanzuivering van de achterstallige quotisatiegelden over 1638, 1639, door de geërfden van Oostveen, en het doen van rekening en verantwoording over 1646-1651 door de weduwe Wttenengh, 1658-1683 1 pak 3687 Verzoekschriften door de geërfden van Oostveen aan de Staten met klachten over hun schout W. Keerweer, ca. 1660, 1661, met besluit van de geërfden, dat de schout geen zettingen meer zal innen, voordat hij voldaan heeft aan hun verschillende eisen, 1663 1 omslag 3688 Stukken betreffende geschillen tussen de geërfden van Oostveen en de schout Keerweer over de invordering van verschillende belastingen en restanten vanaf 1652, met verzoekschriften door de geërfden aan de Staten van Utrecht over deze geschillen en over de aanzuivering van de achterstallige gelden aan de kantoren van de Staten door de schout en de gadermeester Wijborg, 1656-1679 1656-1679 1 pak 3689 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof door de substituut van de procureur-generaal tegen de geërfden van Oostveen tot betaling van de gijzelkosten van hun schout W. Keerweer, 1673-1674, 1683 1673-1674, 1683 1 omslag 3690 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door Willem Keerweer, gewezen schout van Oostveen, tegen de gecommitteerden uit de geërfden van Oostveen, tot betaling van achterstallige belastingen aan verschillende kantoren van de Staten, die hem bij liquidatie zouden zijn toegewezen, 1676-1681 1676-1681 1 omslag 3691 Stukken betreffende de liquidatie van schout en gerecht van Oostveen met de gadermeester G. van Nijenrode over de restanten van 1665-1667, alsmede over 1668-1671, door hem verantwoord doch niet ontvangen, 1675-1682 1 omslag 3692 Stukken betreffende een proces, voor Gedeputeerde Staten gevoerd door J.Az. Snoek tegen Gijsbert van Nijenrode, gadermeester van Oostveen, over het verzet tegen de executie aan een hofstede van Snoek te Oostveen wegens wanbetaling van ongelden, 1676-1678 1676-1678 1 omslag 3693 Rekening door de geautoriseerde van de geërfden van Oostveen over het saldo van het beheer van de gewezen schout F. Roos, met retroacta, 1696-1699 1696-1699 1 omslag 3694 Stukken betreffende het proces van de geërfden van Oostveen tegen Beatus Berger, weduwe van Johan Schilperoord, betreffende hetgeen zij nog schuldig is wegens het beheer van haar man als schout en gadermeester, 1720 1720 1 omslag 3695 Rekening door Jacob Dibbout, kanunnik van de Dom, van een omslag over de morgens in het Veen, volgens een manuaal, hem ter hand gesteld door Florentius van Pallaes, ca. 1470 ca. 1470 1 stuk 3696 Zettingen van verschillende omslagen over de morgentalen van Oostveen 1 omslag 3697 Rekeningen van de schout Willem Jansz. Obijn van verschillende uitgaven ten behoeve van de geërfden van Oostveen gedaan, met de omslag over de hoeven, 1564, met rekeningen van de schoutgadermeester wegens de dagelijkse lasten, 1668-1670, 1693, 1694. Deels afschriften 1 omslag 3698 Rekeningen van de schout van Oostveen, van de personele en reële lasten, 1646, 1647, 1651, 1652, 1652-1654, 1655-1668. Deels afschriften 1646, 1647, 1651, 1652, 1652-1654, 1655-1668. Deels afschriften 1 pak De rekeningen tot 1652 behoren waarschijnlijk bij nr. 3684, de latere bij nr. 3688 NB 3699 Stukken betreffende het verzoekschrift door geërfden van Oostveen aan de Staten om kwijtschelding van hun achterstallige personele lasten tot 1657, 1665 1665 1 omslag 3700 Verzoekschrift door gecommitteerden uit de geërfden van Oostveen aan de Staten om de personele lasten voor de tijd van vier jaren (ingaande 1668) te verklaren voor reëel, met bijlagen, 1670 1670 1 omslag 3701 Stukken betreffende geschillen van het gerecht en de gadermeester van Oostveen met verschillende geërfden over hun aanslag in de ongelden en dorpslasten, 1638-1666, 1697 1638-1666, 1697 1 omslag 3702 Memorie van (de oud-schout) J. Swaving aan de gecommitteerden uit de geërfden over een verandering in de wijze van verantwoording van de ongelden, 1759 1759 1 stuk 3702-a Kwitanties en andere stukken betreffende de opmeting van Oostveen, 1641-1653 1641-1653 1 omslag 3703 Register van de landerijen in Oostveen met vermelding van de grootte, de eigenaars en de gebruikers, ca. 1650 ca. 1650 1 deel De nummers van de percelen zijn dezelfde als die voorkomen op de kaart, die zich bevindt te Maartensdijk en waarvan een kopie aanwezig is in de Topograpisch Historische Atlas van Het Utrechts Archief NB 3704 Lijsten van de geërfden van Oostveen, met opgave van de grootte van hun erven, 1e helft van de 17e en 1e helft van de 18e eeuw 1e helft van de 17e en 1e helft van de 18e eeuw 1 omslag 3705 Stukken betreffende het verzet van enige geërfden van Oostveen tegen de betaling van het oudschildgeld volgens de nieuwe blaffaard van 1668, 1677-1678 1677-1678 1 omslag 3706 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor de Staten van Utrecht door het kapittel van St. Jan tegen de geërfden van Oostveen over de aanslag van 2 morgen land van het kapittel in het oudschildgeld aldaar of onder Wittevrouwen, 1662-1682 1662-1682 1 omslag 3707 Stukken betreffende de vervolging van ingezetenen van Oostveen wegens achterstallige ongelden, 1640-1671 1640-1671 1 omslag 3708 Memories van ongelden, waarvan de betaling door verschillende geërfden van Oostveen geweigerd is, 1653-1662 1653-1662 1 omslag 3709 Uitrreksel uit de ligger van het huisgeld van 1599 over Oostveen, midden 17e eeuw midden 17e eeuw 1 stuk 3710 Manuaal van het huisgeld over Oostveen, 1652 1652 1 stuk 3711 Zetting van het huisgeld over Oostveen, 1621/22 1621/22 1 stuk 3712 Rekeningen van de schout van Oostveen over het haardstedegeld, 1693-1695. Afschrift 1693-1695. Afschrift 1 stuk 3713 Lijst van de buitenlieden, in Oostveen gegoed, en van hun aanslag in het familiegeld (extra-ordinaris middel), 1701, 1702, 1704-1706 1701, 1702, 1704-1706 1 omslag 3714 Zetcedullen van het hoofdgeld over Oostveen, 1637-1640. Afschriften 1637-1640. Afschriften 1 omslag 3715 Verzoekschrift door Cornelis Walischsz. en Ghysbert Jansz., buurlieden aan de Achterwetering en de Oude wetering, aan de Staten van Utrecht, met een bezwaar tegen de quotisatie van het consumtiegeld, omdat de buren ze gedaan hebben zonder medewerking van de maarschalk van het kwartier of een van de naaste ridders, met beschikking, 1581 1581 1 stuk 3716 Zetcedullen van de quotisatie, consumtie en buurlasten van Oostveen, 1638, 1642, 1650, 1655-1656, 1657 (in drievoud), 1658, 1659, 1661, 1665 1638, 1642, 1650, 1655-1656, 1657 (in drievoud), 1658, 1659, 1661, 1665 1 omslag De cedullen van 1647 zijn in drievoud. De rekeningen van 1656, 1657 en 1659 zijn originelen, de anderen afschriften NB 3717 Zetcedullen van de logiesgelden van Oostveen, 1654, 1655, 1656, 1662, 1663, 1666-1668 1654, 1655, 1656, 1662, 1663, 1666-1668 1 omslag De cedullen van 1654 zijn in tweevoud en in afschrift, die van 1655 is met een afschrift. Het cedul van 1656 is een fragment en die van 1666-1668 zijn in afschrift NB 3718 Verzoekschriften door Jan Willemsz., waard te Blauwkapel, aan de Gedeputeerde Staten van Utrecht, om niet lastig gevallen te worden om betaling van impost op zekere brandewijnen, met proces-verbaal van het verbod om te tappen, hem gedaan wegens zijn wiegering om borg te stellen voor de impost op wijn en bier, 1647 1647 1 omslag 3719 Stukken betreffende de inning van het logiegeld te Oostveen, met lijsten van de herbergiers, die daarover met het gerecht geaccordeerd hebben, 1644-1670 1644-1670 1 omslag 3720 Zettingen van het gemaal en klein zegel over Maartensdijk, 1704/05, 1705/06 1704/05, 1705/06 1 omslag 3721 Staat van de betalingen, gedaan in de over Oostveen geheven 'liberale gifte', 1748, met restantlijst 1748, met restantlijst 1 omslag 3722 Rekeningen van het erfdijksgeld over Oostveen, 1668-1671, 1686-1694 1668-1671, 1686-1694 1 omslag 3723 Stukken betreffende de vordering van de kameraar van de Nieuwe dijk (van de stad Utrecht naar Blauwkapel) tegen de geërfden van Oostveen tot betaling van zijn uitgaven voor de aanbesteding en het onderhoud van hun slag in de dijk, 1654-1657, met aanbesteding van dit werk door geërfden van Oostveen, 1660 1 omslag 3724 Stukken betreffende de heffing van Lekdijksgeld in Oostveen, 1628-1667 1628-1667 1 omslag 3725 Zetting van het Hinderdamsgeld in Oostveen over 1660/61, 1662 1662 1 stuk 3726 Rekeningen van de uitzetting van het redemtiegeld tot lossing van de door de Fransen medegenomen gijzelaars en tot het herstel van toren en pastorie ten laste van de geërfden van Oostveen, 1675-1677, 1678-1688, 1689-1692 (afschriften), 1693-1694 (originelen), 1698-1700 (originelen en afschriften) 1675-1677, 1678-1688, 1689-1692 (afschriften), 1693-1694 (originelen), 1698-1700 (originelen en afschriften) 1 omslag De rekeningen over 1689-1692 zijn in afschrift en die van 1698-1700 deels in afschrift NB 3727 Stukken betreffende het proces van Gysken Gerritsdr., weduwe van Cornelis Jacobsz., tegen het gerecht van Maartensdijk tot het omslaan over de ingezetenen van Oostveen van het door haar betaalde losgeld van haar door de Fransen als gijzelaar medegevoerde echtgenoot, 1678 1678 1 omslag 3728 Afschriften van obligaties ten laste van de geërfden van Oostveen, 1617-1625, met twee concept-obligaties van 1642, 1659 1659 1 omslag 3729 Stukken betreffende herstellingen aan de kerk, van de toren en de pastorie te Maartensdijk, 1628-1717 1628-1717 1 omslag 3730 Rekening van de reaparatie van de kerk en pastorie te Oostveen ten laste van de buren van het dorp vanaf 1628, 1642 1642 1 stuk 3731 Rekeningen van de schout van Oostveen over de uitzetting van 12 stuivers per morgen tot het repareren van kerk en toren van Maartensdijk, 1640-1645 1640-1645 1 omslag 3732 Afkondiging van de uitzetting van één gulden 1 per morgen over de geërfden en landgenoten van Oostveen tot vervalling van de lasten van het gemene land benevens van 12 stuivers tot betaling van renten en aflossing van kapitalen, opgenomen tot reparatie van kerk en toren aldaar, 1647 1647 1 stuk 3733 Rekeningen van de secretaris van het kapittel over zijn uitgaven ten laste van de geërfden van Oostveen, tot herstel van de kerk, 1646-1654, 1655-1660 1646-1654, 1655-1660 1 omslag 3734 Acquitten behorende bij rekeningen van herstellingen aan de kerk, van de toren en de pastorie van Maartensdijk, 1655/56 1655/56 1 omslag 3735 Verzoekschrift door de kerkmeester van Oostveen om bijdragen tot herbouw van de kerk, 1674 1674 1 omslag 3736 Bestek voor de wederopbouw van de afgebranden kerktoren te Maartensdijk, met bijbehoredne stukken, 1693/94 1693/94 1 omslag 3737 Verzoekschrift door de koster te Blauwkapel aan de geërfden van Oostveen om zijn traktement gelijk te maken aan dat van zijn ambtgenoot te Maartensdijk, midden van de 17e eeuw midden van de 17e eeuw 1 stuk 3738 Resoluties, en punten van behandeling in de vergadering van de geërfden van Oostveen, 1653-1686, 1704-1707 1653-1686, 1704-1707 1 omslag 3739 Aantekeningen op een ontworpen schouwbrief, ca. 1680, met een memorie door J. Seaving, oud-schout van Oostveen, voor mr. J. Smit, kameraar van de Dom, over de benoeming van gecommitteerden uit de geërfden, 1763 1763 1 omslag 3740 Aantekeningen over vergaderingen van geërfden van Oostveen, en de zaken van Oostveen in het algemeen, afkomstig van de secretarie van de Dom, met staten van landerijen, stukken en fragmenten van stukken betreffende Oostveen, 1604-1664 1604-1664 1 omslag 3741 Zettingen van de ongelden van het gemene land over Oostveen, 1645, 1646. Afschriften 1645, 1646. Afschriften 1 omslag 3742 Rekening van het gemene land van Oostveen, 1670/71 1670/71 1 stuk Het betreft een fragment NB 3743 Acquitten, nota's van pretensies en andere stukken, behorende tot de rekeningen van het gemene land van Oostveen, ca. 1640-1711, met missieve van de gewezen schout van Oostveen van 1762 met een toelichting van verschillende posten van zijn liquidatierekening 1 omslag 3744 Aantekeningen en staten, die gediend hebben bij de behandeling van de rekeningen van Oostveen en de liquidaties van de schout of gadermeester met de geërfden, en de administratie van de secretaris van het kapittel, 1597-1805 1597-1805 1 omslag 3745-3745 Rentebrieven ten laste van het gerecht en de geërfden van Oostveen, afgelost, 1596-1659 1596-1659 11 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 3745-1 1596 jan. 31 en 1614 april 4 2 charters, getransfigeerd 3745-2 1628 dec. 10 3745-3 1629 3745-4 1634 april 14 3745-5 1638 april 11 3745-6 1655 febr. 21 3745-7 1659 mrt. 11 3745-8 1659 mrt. 11 3745-9 1659 mrt. 11 3745-10 1659 mrt. 11 3746 Stukken betreffende het onderhoud van de slagen van Oostveen in de Lekdijk alsmede in de Vecht en het Zandpad, 1632-1651 1632-1651 1 omslag 3747 Stukken betreffende het onderhoud van wegen en watergangen in Oostveen, 1650-1657, 1674, 1679, 1702, 1705, 1795 1650-1657, 1674, 1679, 1702, 1705, 1795 1 omslag 3748 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door geërfden van de Groenekan tegen het gerecht van Oostveen, in verzet tegen het bevel van de Staten, dat de schout van Oostveen de Bisschopswetering zal doen schouwen en uitdiepen, 1670 1670 1 omslag 3749 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door superintendenten van de goederen van het Wittevrouwenklooster tegen de geërfden van Oostveen, tot vervallenverklaring door de erfpacht van een perceel land aldaar, wegens het niet onderhouden van een sloot en een weg, op die grond aangelegd, 1663 1663 1 omslag 3750 Stukken betreffende het proces van mr. F. Wttenbogaert tegen de geërfden van Oostveen, in verzet tegen de executie van verschillende schouwboeten, 1660 1660 1 omslag 3751 Ontwerpen van de voorwaarden, waarop de geërfden van Oostveen van de heer van Drakensteyn toestaan met zijn schouwen door Oostveen naar Utrecht te varen, 1692 1692 1 omslag 3752 Stukken betreffende het herstellen van bruggen in het gerecht van Oostveen, 1645-1740 1645-1740 1 omslag 3753 Register van stukken betreffende het proces, gevoerd voor de bisschoppelijke officiaal door het kapittel tegen de abt van Oostbroek wegens het wegnemen van een dam in Oostveen en het vervangen daarvan door een andere dam, die de waterafvoer naar de Nye Min belemmert, en over een aangematigden waterschouw aldaar, ca. 1440 ca. 1440 1 deel 3754 Uitspraak door Johannes van Sluysa, pastoor van de Nieuwe Kerk te Delft, als door de bisschop gedelegeerd rechter, in het proces tussen de proost, de deken en het kapittel van de Dom, en de abt, de prior en het convent van Oostbroek, over de afwatering door Oostveen, 1466 mei 16 1466 mei 16 1 charter 3755 Overeenkomst tussen het domkapittel met het gerecht op het Veen en de abt van Oostbroek met het gerecht van De Bilt over de afwatering van De Bilt door Oostveen, 1466 nov. 4 1466 nov. 4 1 charter 3756 Uitspraak door Gijsbert, heer van IJsselsteyn, en Zweder, heer van Apcoude, ridder, in een geschil tussen de belanghebbenden bij een watergang langs de Hoofddijk en de Steenweg, door de Gildebrug tot de Stadsgracht bij de Plompertoren. 1330, met uitspraak door bisschop Jan van Arkel in een geschil tussen de abt van Oostbroek en het convent van Vrouwenklooster over een watergang langs de Steenweg, 1360. Afschriften, 1467 1360. Afschriften, 1467 1 stuk 3757 Schetskaart van de wegen tussen de Gildpoort en de Pellecussenpoort bij Utrecht en het dorp Blauwkapel, 1e helft van de 17e eeuw 1e helft van de 17e eeuw 1 blad 3758 Kaart door J. van Diepenem van het terrein, gelegen tussen de Vecht en de Biltstraat in de vrijheid van de stad Utrecht en tussen de Biltse weg en de Groenekanse dijk onder Oostveen en De Bilt, 1640 1640 2 bladen 3759 Rekening door Jacobus Dibbout, kanunnik van de Dom, wegens een uitzetting door het kapittel in het Veen gedaan, waarvan de opbrengst is aangewend tot het maken van zijlen, 1468 1468 1 stuk 3760 Remonstrantie van de geërfden van Oostveen aan de Staten met een bezwaar tegen het stoppen van de heul tussen de gerechten van Oostveen en De Bilt, 1e helft van de 17e eeuw 1e helft van de 17e eeuw 1 stuk 3761 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door de geërfden van Oostveen tegen die van Achttienhoven over het herhaaldelijk doorsteken van de kade tussen hun gerechten en het leggen van een heul daarin, 1671-1678 1671-1678 1 omslag 3762 Stukken betreffende het verbreken van het schut in de Bisschopswetering aan de Groenekan, 1652-1657 1652-1657 1 omslag 3763 Stukken betreffende klachten over de schutbewaarder Rossum en zijn afzetting, 1664, 1668 1664, 1668 1 omslag 3764 Stukken betreffende de klachten van gerecht en geërfden van Oostveen aan de vroedschap van Utrecht over de schade, hun veroorzaakt door het schut bij de watermolen van Jacob de Gruyff aan het Zwarte Water, 1663-1675, met retroacta, 1640, 1655 1663-1675, met retroacta, 1640, 1655 1 omslag 3765 Rekening door de schout van Oostveen over de uitzetting van 15 stuivers tot herstel van de verlaten, 1652. Afschrift 1652. Afschrift 1 stuk 3766 Stukken betreffende het beheer van de Twaalf en Zes hoeven in de Gelderpolder, 1574-ca. 1710 1574-ca. 1710 1 omslag 3767 Schouwbrieven van de gecombineerde polders van de Twaalf en Zes hoeven in de Gelderpolder, 1581, 1657, 1746. Afschriften 1581, 1657, 1746. Afschriften 1 omslag Hierbij een lijst van de ingelanden NB 3768 Stukken betreffende de verkoop van een akker land in de Twaalf hoeven aan de Smalendijk, ten behoeve van het onderhoud van die dijk, 1639, met retroacta, 1625-1633 1639, met retroacta, 1625-1633 1 omslag 3769 Voorwaarden van aanbesteding door heemraden van de Twaalf en Zes hoeven van het onderhoud van de schutten in het Zwarte Water, 1640-1706 1640-1706 1 omslag 3770 Rekening en zetting van de schout en heemraden van de Twaalf en Zes hoeven in Oostveen over de onkosten in, 1605/06, 1616/17, 1619/20, 1620/21, 1629/30, 1640/41, 1645/46, 1652/56, 1693/94 1605/06, 1616/17, 1619/20, 1620/21, 1629/30, 1640/41, 1645/46, 1652/56, 1693/94 1 omslag 3771 Acquitten, behorende tot de rekeningen van de kameraar van de polder Twaalfhoeven en Zeshoeven, 1627-1658 1627-1658 1 omslag 3772 Stukken betreffende een proces van Cornelis de Galencoper, gewezen heemraad van de Twaalf en Zes hoeven in de Gelderpolder, tegen de heemraden, om teruggave van voorgeschoten geld, 1672 1672 1 omslag 3773 Verzoekschriften door geërfden van Oostveen aan het gerecht van de stad Utrecht, en andere stukken, betreffende het gebruik van het Zwarte Water en daarmede samenhangende wateren en de brug over het Zwarte Water, ca. 1600-1801 ca. 1600-1801 1 omslag 3774 Stukken betreffende de kosten van de aanleg van de waterlozing onder de Pellecuspoort en het maken van een schouwbrief daarvoor, ca. 1640-1663 ca. 1640-1663 1 omslag 3775 Tweede rekening door de gecommittteerden van de geërfden van Oostveen over de uitzetting tot betaling van de kosten van het graven een nieuwe waterlozing van de landen, onder Pellecuspoort uitwaterende (in de Weerd buiten Utrecht), afgehoord in 1647, met acquitten, behorende tot een voorgaande en een volgende rekening 1 omslag 3776 Rekening van de verbetering van de Gelderdijk en de doorgraving van de Gelderwetering naar de Achterwetering ten laste van de geërfden tussen de Gelder- en de Karnemelksdijk, 1647-1657 1647-1657 1 stuk 3777 Rekening van het graven van de Achterweteringse vaart ten laste van de geërfden aan de Achterwetering, 1653-1658 1653-1658 1 stuk 3778 Stukken betreffende de eis van de weduwe van mr. F. Wttenbogaert en haar erfgenamen tegen de geërfden van de Achterwetering en de Gelderpolder tot betaling van de door haar man in 1657/58 voor de verbetering van de Gelderdijk en het graven van de Achterwetering voorgeschoten gelden. 1678, met een afschrift van een brief van 1479, waarbij de buren van Oostveen recht krijgen op de Nieuwe dijk 1 omslag 3779 Rekening van de verdieping van het uytschot van het Zwarte Water naar de Vecht ten laste van de geërfden van Oostveen, met acquitten, 1651-1654 1651-1654 1 omslag 3780 Rekening door de schout van Oostveen over de uitzetting over de Zesentwintig en Negen hoeven, 1694 1694 1 stuk 3781 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door de geërfden in de polder, genaamd het Buitenwegse blok, in het gerecht van Achttienhoven, tegen enige personen, geërfd in het Binnenweg- of Gagelblok, over de afwatering van het laatste blok door het eerste, ca. 1600 ca. 1600 1 omslag 3782 Resoluties van de geërfden van Westbroek, met ingekomen stukken en minuten van uitgaande stukken, 1651, 1660, 1682-1753 1651, 1660, 1682-1753 1 pak De meeste stukken zijn geliasseerd geweest NB 3783 Lijst van de geërfden van Westbroek, 2e helft van de 17e eeuw 2e helft van de 17e eeuw 1 stuk 3784 Molenrekening van Westbroek, 1670, met borderel van de molenrekening over 1774 1 omslag 3785 Stukken betreffende de wederopbouw van de verbrande watermolen van Westbroek, 1672 1672 1 omslag 3786 Specificaties van onkosten, gemaakt ten behoeve van de geërfden van Westbroek door de secretaris van het kapittel en de bode (?), 1676-1777 1676-1777 1 omslag 3787 Obligatie ten laste van de geërfden van Westbroek. Afgelost, 1752 dec. 2 1752 dec. 2 1 charter 3788-3788 Acquitten, behorende tot de molenrekeningen van Westbroek, 1663, 1695, 1699-1703, 1708-1711, 1719-1721, 1723, 1725-1728, 1730-1741, 1743-1778 1663, 1695, 1699-1703, 1708-1711, 1719-1721, 1723, 1725-1728, 1730-1741, 1743-1778 3 pakken 3788-1-a 1663-1734 3788-1-b 1734-1750 3788-2 1751-1778 3789 Resoluties van de geërfden van Maarssen, 1683-1688 1683-1688 1 stuk 3790 Resoluties van de geërfden van Maarssenbroek, met bijlagen, 1683-1746 1683-1746 1 pak 3791 Lijsten van de ingelanden van Maarssenbroek, ca. 1790, 1795 ca. 1790, 1795 1 omslag 3792 Rekening van het herstellen van de molen van de geërfden van Maarssenbroek, met acquitten en bestek, 1691 1691 1 omslag 3793 Stukken betreffende het bouwen van een achtkante molen in de polder van Maarssenbroek, 1765-1766 1765-1766 1 omslag 3794 Stukken betreffende het plan tot verbetering van de uitwatering van Maarssenbroek in de Stadwetering, met bestek en acquitten, 1654 1654 1 omslag 3795 Memorie door de buren van Maarssenbroek aan de ingelanden over het nadeel van de sluis in de Vechtdijk aan de noordzijde van Maarssenbroek, midden van de 17e eeuw midden van de 17e eeuw 1 omslag 3796 Rekening van de verkoop van een erfje te Maarssen ten behoeve van de geërfden van Maarssenbroek, met concept, 1657 1657 1 omslag 3797 Rekening van de verkoop van een erfje te Maarssen ten behoeve van de geërfden van Maarssenbroek, 1657. Met concept 1657. Met concept 1 omslag 3798 Lijst van de geërfden in Breukeleveen, met aantekening betreffende deze polder (?), 17e eeuw 17e eeuw 1 omslag Zie ook nr. 1524 NB 3799 Resoluties van de geërfden van Oukoop en Ter Aa, met bijlagen, 1702-1703, 1726 1702-1703, 1726 1 omslag 3800 Rekening van het verhogen van de kaden en dammen in de Oudkoperpolder, 1702 1702 1 stuk 3801 Resoluties van de geërfden van Themaat, met bijlagen, 1660, 1683-1719, 1767 1660, 1683-1719, 1767 1 pak 3802 Rekening door de schout van Themaat van de gelden, opgenomen ten laste van de geërfden van Themaat tot betaling van de kosten van een proces over het zandpad, 1670/71, 1675/77 1670/71, 1675/77 1 omslag 3803 Acquitten, behorende bij verschillende rekeningen van de schout van Themaat, 1663-1665, 1680 1663-1665, 1680 1 omslag 3804 Schouwbrief van het waterschap Kockengen, vastgesteld door het gerecht en de landgenoten, 1556 febr. 5 1556 febr. 5 1 charter 3805 Resoluties van de geërfden van Harmelen en Harmelerwaard, 1682 1682 1 stuk 3806 Resoluties van de geërfden van Gerverscop, 1694-1696 1694-1696 1 omslag 3807 Minuut van een verzoekschrift door de inners van Harmelen aan de Staten van Utrecht om de kameraar van de stad Utrecht te gelasten het schut aan de Breudijk te doen herstellen, ca. 1600 ca. 1600 1 stuk 3808 Uittreksel uit de schouwbrief van Gerverscop, met memorie en bestek betreffende het zandpad en een weg in de polder, z.j. Afschriften z.j. Afschriften 1 omslag 3809 Bestek van de herstelling van de watermolen van de Kleine Houdijk door de geërfden, 1693 1693 1 stuk 3810 Brief van de secretaris van Kamerik aan jhr, maximiliaan van Bacxen over een omslag in Kamerik, 1585 1585 1 omslag 3811 Stukken betreffende het onderhoud van kerk en toren te Kamerik, ten koste van de geërfden van Kamerik en de Houdijken, Kamerik Mijzijde en 's-Gravesloot, 1796 1796 1 omslag 3812 Oproeping van de heren van de Dom, als ingelanden van Barwoutswaarder, tot een vergadering van die van Kromwijk Bulwijk, Barwoutswaarder, Bekenes en het Kerfland van Waarder, om te beslissen over de verbetering van een sluis, 1764 1764 1 stuk 9.15. Gerechten in het kwartier van Montfoort en het aangrenzende deel van Holland (Galecop, Nedereind van Jutphaas, Oudenrijn en Heycop c.a., Cattenbroek, Schagen en de Engh, Rapijnen en IJsselveld, Diemerbroek en Papecop, Willeskop en Blokland c.a., Hoenkoop, Haastrecht, Vlist en Bonrepas, Polsbroek, Jaarsveld, Gein en Langerak) 3813 Resoluties van de geërfden van Galecop, 1682-1721, 1743, 1760/61, 1802 1682-1721, 1743, 1760/61, 1802 1 omslag 3814 Specificatie van ijzerwerk, geleverd aan de watermolen van Galecop, 1584, met kwitantie wegens werkzaamheden in 1601 en opgave van defecten aan de molen, 18e eeuw, alsmede memorie van hetgeen de schout competeert, ca. 1800 1 omslag 3815 Rekening door de schout van Galecop over het Lekdijksgeld, molengeld en zandpadgeld in het gerecht, met acquitten, 1687-1689, 1693-1698 1687-1689, 1693-1698 1 omslag 3816 Rekening door de schout van Galecop over de onkosten van de herstelling van twee schutten in de Galecoper en Molenwetering, met bestek en acquitten, 1710-1712 1710-1712 1 omslag 3817 Resoluties van de geërfden van het Nedereind van Jutphaas, met bijlagen, ca. 1620, 1679-1709, 1713, 1752, 1772, 1776 ca. 1620, 1679-1709, 1713, 1752, 1772, 1776 1 pak 3818 Resoluties van de geërfden van Jutphaas, 1706-1707 1706-1707 1 omslag 3819 Schouwbrief op de wegen en watergangen in het Nedereind van Jutphaas, 1641, met een bijlage, 1646 1641, met een bijlage, 1646 1 omslag De brief is aan het begin onvolledig en op perkament. De bijlage is op papier NB 3820 Overeenkomsten van geërfden van het Nedereind van Jutphaas met schout en gerecht over het bedrag van hun vacatiegelden, 1664 1664 1 omslag 3821 Stukken betreffende het onderhoud van de watergang in het Nedereind van Jutphaas en de daarbij behorende sluizen, verlaten en schutten, ook van de slagen van Jutphaas in de Korte Vliet, Lange Vliet en Vecht, 1647-1680 1647-1680 1 omslag 3822 Bestekken van de herstelling van de sluis in het Nedereind van Jutphaas. 1678, met bijlagen tot de rekening van 1678, en rekening over 1679/82 1 omslag 3823 Stukken betreffende de aanleg en het onderhoud van het zandpad in het Nedereind van Jutphaas, 1620-1680 1620-1680 1 omslag 3824 Rekening door de gadermeester van het Nedereind van Jutphaas over het maken van de zandweg, 1804/05, met resolutie betreffende de stukken, die tot opheldering dienen, 1806 1 omslag 3825 Stukken betreffende verschillende uitzettingen over het Nedereind van Jutphaas, vorderingen ten laste van de geërfden en afhoring van rekeningen, 1647-1685 1647-1685 1 omslag 3826 Rekening door de schout van het Nedereind van Jutphaas over de penningen, uitgezet tot contributie voor de graaf van Hoorne, 1673 1673 1 stuk 3827 Uitspraken door het Hof van Utrecht, waarbij de proceskosten, tot betaling waarvan die van Jutphaas waren veroordeeld, worden verminderd, met bijlagen, 1683, 1685 1683, 1685 1 omslag 3828 Resoluties van de geërfden van Oudenrijn, 1683, 1734 1683, 1734 1 omslag 3829 Resoluties van de geërfden van Oudenrijn, Heycop en Rosweyde, 1679-1698 1679-1698 1 omslag 3830 Stukken, ingekomen bij de geërfden van Heycop (met Oudenrijn en Rosweyde), 1601-1684, met een lijst van heemraden en geërfden van Heycop, ca. 1800 ca. 1800 1 omslag 3831 Resoluties van de geërfden van Oudenrijn, Heycop, Galecop, Papendorp, Westraven, Lijnpad) en Langerak onder Vleuten, 1683-1700 1683-1700 1 omslag 3832 Rekening van het bezanden van het zandpad van Vleuten naar De Meern, ten laste van die van Oudenrijn, Heycop, Papendorp en Galecop, 1699-1702 1699-1702 1 stuk 3833 Resoluties van de geërfden van Cattenbroek, Schagen en de Engh, 1682-1722 1682-1722 1 omslag 3834 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht landgenoten van Cttenbroek tegen Joh. van Groenevelt, schout van Cattenbroek, Schagen en de Engh, tot restitutie van ten onrechte geïnde dorps- en molengelden over 1669-1685, 1685-1695 1685-1695 1 pak 3835 Extract-resolutie van het domkapittel, naar aanleiding van een schrijven van schout, kameraar en kroosheemraden van Rapijnen en IJsselveld genomen, houdende toestemming tot herstel van de gemenelandskade, maar verwerping van de verder voorstellen van de hoogheemraden van Woerden, 1727 1727 1 stuk 3836 Gedrukte oproeping van de geërfden van Rapijnen, IJsselveld, Cattenbroek, de Engh, Diemerbroek en Papecop tot een vergadering te Linschoten, 1778 1778 1 stuk 3837 Accoord tussen de gemachtigden van het gemene land van Willeskop en Blokland en Jacob Dirck Goevertz. over het bemalen van de genoemde polder, 1518 jan. 15 1518 jan. 15 1 charter 3838 Akte van aanbesteding door de heer van Montfoort en de landgenoten van Willeskop, Blikland en Kort Heeswijk van het maken van twee molens aan de Bagijnenvliet, 1532 mrt. 3 1532 mrt. 3 1 charter 3839 Resoluties van de geërfden van Willeskop en Blokland, 1639, 1683-1777, met ingekomen stukken en minuten van uitgaande stukken 1 pak 3840 Brieven, ingekomen bij de geërfden van Willeskop en Blokland, 1595-1639 1595-1639 1 omslag 3841 Procuraties van de geërfden van Willeskop en Blokland voor de gecommitteerden tot het horen en sluiten van de gemene landsrekening, 1634-1651 1634-1651 1 omslag 3842 Acquitten, behorende tot de gemenelandsrekeningen van Willeskop en Blokland, 1697/98, 1740, 1756-1759 1697/98, 1740, 1756-1759 1 omslag 3843 Stukken betreffende de bouw en het onderhoud van de watermolens door de geërfden van Willeskop en Blokland, 1595-1663 1595-1663 1 omslag 3844 Overeenkomst tussen de regering van Montfoort en de regering van Montfoort en de geërfden van de gerechten Cattenbroek, Schagen en de Eng, Willeskop, Blokland, Heeswijk, Achthoven, Kromwijk, de Haar, Polanen, Diemerbroek, Papencop, Dijkveld, Ratels en Hoenkoop over het onderhoud van de Grift of Nieuwe vaart, (1620) (1620) 1 stuk 3845-3845 Rentebrieven ten laste van de geërfden van Willeskop, Heeswijk en Blokland, afgelost, 1755 1755 2 charters 3845-1 1755 nov. 26 3845-2 1755 nov. 26 3846 Resoluties van de geërfden van Hoenkoop, met bijlagen, 1689-1710, en een brief van het gerecht van Hoenkoop aan het domkapittel over een overeenkomst betreffende de uitwatering. 1769 1 omslag 3847 Stukken betreffende de besprekingen tussen de besturen van de polders Honaart en Benschop over een wijziging of vervanging van heat tussen hen bestaande contract van 1505, 1739 1739 1 omslag 3848 Stukken betreffende het bestuur en de rekening van de polder de Vlist, 1664-1744 1664-1744 1 omslag 3849 Dorpsrekeningen van Vlist en Bonrepas, 1741-1743. Afschriften 1741-1743. Afschriften 3 delen in 1 pak 3850 Stukken betreffende het onderhoud van verschillende polderwerken in Polsbroek, 1621-1740 1621-1740 1 omslag 3851 Akte waarbij Arnoldus van Amestelle, ridder, zijn geschillen met het kapittel over de waterleiding van Aftersloet bij Eyteren overlaat aan de uitspraak door scheidsrechters, 1267 juni 9 1267 juni 9 1 charter 3852 Akte waarbij Aernoud, heer van IJsselstein, het kapittel de uit de tijd van zijn vader spruitende overcustinghe kwijtscheldt en op zich neemt een weg te maken van de watering, die van Beschop naar de IJssel gaat door de stad IJsselstein, tot aan de achterdijk naar Opburen bij de gracht van de genoemde stad, 1344 juni 24 1344 juni 24 1 charter 3853 Overeenkomst tussen het kapittel en Aernoud, heer van IJsselstein, over twee watergangen, waarvan deze de koopprijs mag invorderen van de landgenoten in de Hoge Biezen, de Lage Biezen en het Langeland, namelijk 10 groten Toernoois per morgen, terwijl het kapittel in de plaats daarvan de vruchten van zijn tienden in de Achtersloot over het lopende jaar afstaat, 1344 juni 24 1344 juni 24 1 charter 3854 Akte waarbij Aernoud, heer van IJsselstein, en zijn vrouw Marie afstand doen van hun recht van schouw van de Achterdijk in het grecht van de Achtersloot, 1344 juni 29 1344 juni 29 1 charter 3855-3855 Eigendomsbewijzen, ten behoeve van het kapittel en de geërfden in hun gerecht in de Achtersloot, van twee watergangen door het Oudeland, met het recht tot het maken van een brug over de watergang, die van Benschop naar de IJssel gaat door de stad IJsselstein, 1344 1344 2 charters 3855-1 1344 sept. 1 3855-2 1344 sept. 1 3856-3856 Overeenkomst tussen Frederik, graaf van Buren, heer van IJsselstein, en de kapittels van de Dom en Oudmunster, over de heffingen voor het onderhoud van twee watermolens te doen, met verklaring door de heer van IJsselstein, dat aan de deswege gevoerde twist een einde is gemaakt, 1505 1505 2 charters 3856-1 1505 dec. 10 3856-2 1505 dec. 11 3857 Stukken betreffende geschillen van de kapittels van de Dom en Oudmunster, van de vijf kapittels, van de Staten en van de stad Utrecht met de heer van IJsselstein. 1495-1511, met overeenkomsten tot beëindiging van deze geschillen van 1496/97, 1505, 1511 1 omslag 3858 Gerechtsbrief van IJsselstein, waarbij de drost van IJsselstein de kapittels van de Dom en St. Marie vrijhoudt van hetgeen de graaf van Buren, heer van Ijsselstein, wegens zekere rechtvordering zou mogen eisen, 1515 april 24 1515 april 24 1 charter 3859 Lastbrief van de prins van Oranje, heer van IJsselstein, aan het gerecht van Ijsselstein, om de hand te houden aan de ordonnantie op het schouwen van de wateringen en dijken in IJsselstein, Benschop en Polsbroek, van 1561. Afschrift van 1561. Afschrift 1 stuk 3860 Stukken betreffende de heffing van molengelden en het onderhoud van een watermolen in IJsselstein, 1585-1763 1585-1763 1 omslag 3861 Aantekening over een polderwerk onder Jaarsveld, ca. 1580 ca. 1580 1 stuk 3862 Ontwerp van de overeenkomst tussen de geërfden van de Gein-polder en de eigenaar van de hofstede Rijppickerweerd, over de afwatering van de polder door de hofstede en het onderhoud van de hier geplaatste molen, 1730, met een verzoekschrift door sommige eigenaars in de polder aan de Gedeputeerde Staten om alle eigenaars te laten bijdragen tot het onderhoud van de IJsseldijk, met beschikking, 1746. Afschrift 1746. Afschrift 1 omslag 3863 Manuaal van de morgentalen onder Langerak, ca. 1500 ca. 1500 1 stuk 9.16. Gerechten in het Overkwartier en het aangrenzend deel van Gelderland (De Bilt, Zeist, Driebergen, Sterkenburg, Hardenbroek, Neder- en Overlangbroek, Amerongen, Laagraven, Bunnik en Vechten c.a., Oud-Wulven, Houten c.a., Odijk, Werkhoven, Dwarsdijk of Nijendijk, Cothen, Wijkerbroek, Schalkwijk, Blokhoven en Biester, Honswijk, Schonauwen, Groot- en Klein-Vuilcop, Wiers, Vreeswijk, Hagestein, Beusichem en Wadenoyen) 3864 Resolutie van de geërfden van het Overkwartier, 1683, met minuten van een verzoekschrift door deze geërfden aan de Staten van Utrecht om uitstel van de heffing van de ongelden over 1680 1 omslag 3865 Resoluties van de geërfden van De Bilt, met bijlagen, 1719-1721 1719-1721 1 pak 3866 Vereffening van het overschot van het huisgeld van Oostbroek en de Bilt, met bijlage, 1717. Afschriften 1717. Afschriften 1 omslag 3867 Specificatie van kosten van een proces tussen de geërfden van De Bilt over de door enige gepretendeerde vrijstelling in de lasten van de Lekdijk, 1703, met opgaven omtrent hetgeen door de schout voor de overhoeven was genoten sedert hetgeen door de schout voor de overhoeven was genoten sedert 1678, een lijst van de eigenaars en bruikers, 1698, en andere retroacta 1 omslag 3868 Resoluties van de geërfden van de Roggenbroodwetering onder De Bilt, 1688 1688 1 stuk 3869 Rekeningen van de geërfden van Zeist, 1684-1754 1684-1754 1 pak De resoluties zijn ten dele genomen met die van Stoetwegen en Cattenbroek, dus het kerspel Zeist (onderhoud kerk en predikantswoning). Ten dele zijn het resoluties van de geërfden van Zeister-oever (onderhoud van onder andere het slag in de Kromme Rijn) en van geërfden ressorterende onder de Koppelsluis NB 3870 Rekeningen van de erfdijk en de binnenlandse kosten van Zeisteroever, 1692-1697, 1717-1752 1692-1697, 1717-1752 1 band 3871 Acquitten, behorende tot verschillende rekeningen van Zeisteroever, 1717-1749 1717-1749 1 omslag 3872 Rekeningen van het onderhoud van de Koppelsluis en de verlaten en bruggen aldaar, met bijlagen, 1718-1742, 1744-1760 1718-1742, 1744-1760 1 omslag 3873 Resoluties van de geërfden van Driebergen, 1681-1754 1681-1754 1 omslag 3874 Extract uit het oudschildboek van Driebergen, 2e helft van de 17e eeuw 2e helft van de 17e eeuw 1 deel 3875 Rekening van de erfdijk en de binnenlandse kosten van Driebergen, 1751, 1752, met twee acquitten 1751, 1752, met twee acquitten 1 omslag 3876 Resoluties van de geërfden van Over- en Nederlangbroek, Hardenbroek, Sterkenburg en Driebergen, met een bijlage, 1710-1740 1710-1740 1 omslag 3877 Resoluties van de geërfden van Sterkenburg, 1691-1692 1691-1692 1 omslag 3878 Resoluties van de geërfden van Hardenbroek, 1760 1760 1 stuk 3879 Extract-resolutie van Gedeputeerde Staten, waarbij de schout van Nederlangbroek wordt gelast, de ongelden niet meer te vorderen van zekere twaalf morgen, maar deze te laten aan de schout van Hardenbroek, 1697, met staten van ontvangen ongelden over 1674-1694 1 omslag 3880 Resoluties van de geërfden van Nederlangbroek, Hardenbroek en Sterkenburg, 1700, 1717, 1763, 1770 1700, 1717, 1763, 1770 1 omslag 3881 Verzoekschrift door de kerkeraad en kerkmeesters van Nederlangbroek aan de Gedeputeerde Staten, met beschikking, waarbij de kosten tot herstel van de schoolmeesterswoning, voor zover de inkomsten van de kerkengoederen niet voldoende zijn, worden gebracht op de zettingen van de hoefgelden over Nederlangbroek, Hardenbroek en Sterkenburg d.d. 1775, afschrift, 1777, met stukken betreffende een geschil over de uitzetting van het traktement van de koster, 1775 1 omslag 3882 Stukken betreffende het onderhoud van wegen, bruggen en weteringen onder Nederlangbroek, Hardenbroek en Sterkenburg, ca. 1500-1763 ca. 1500-1763 1 omslag 3883 Resoluties van de geërfden van Nederlangbroek, 1717-1744 1717-1744 1 omslag 3884 Stukken betreffende de herziening van de schouwbrief van Nederlangbroek, 1769, met afschriften van de schouwbrief van 1531 en andere retroacta 1 omslag 3885 Minuut van de resolutie van de geërfden van Nederlangbroek tot het heffen van een omslag, op last van de Staten, ten behoeve van de Lekdijk Bovendams, met lijst van landerijen in het gerecht, de namen van de eigenaars en gebruikers, 1652 1652 1 omslag 3886 Gerechtsbrief van Nederlangbroek over verklaringen betreffende de Cotherveldse heul in de Goyerwetering, 1500 1500 1 stuk 3887 Resoluties van Gedeputeerde Staten, verzoekschriften door predikant, kerkmeesters en kerkeraad aan Gedeputeerde Staten, en andere stukken, betreffende het onderhoud van de kerk en de predikantswoning te Nederlangbroek, 1696, 1752, 1763. Merendeels afschriften 1696, 1752, 1763. Merendeels afschriften 1 omslag 3888 Stukken betreffende het proces van schout en heemraden van Nederlangbroek tegen de gewezen schout G. Cocq over de restitutie van fl. 216.16.4 wegens abusievelijk ontvangen ongelden over 1716-1728 van 5 morgen land, behorende aan de gemeente Nederlangbroek tot opbouw van de kerk en de toren, 1736-1744 1 omslag 3889 Resoluties van de geërfden van Over- en Nederlangbroek, Hardenbroek en Sterkenburg, 1763, met convocatiebiljet 1763, met convocatiebiljet 1 omslag 3890 Resoluties van de geërfden van Over- en Nederlangbroek, 1763 1763 1 omslag 3891 Resoluties van de geërfden van Overlangbroek, 1682-1697, 1743, 1758, 1767-1772 1682-1697, 1743, 1758, 1767-1772 1 pak 3892 Staat van de lasten, die volgens ordonnantie van de Staten en het gebruik over Overlangbroek moeten worden omgeslagen, 1595 1595 1 stuk 3893 Rekening door de gadermeester van Overlangbroek over de ongelden, door het Staten- en Domproostengerecht opgebracht voor de provinciale kantoren, 1674-1676, 1678, 1679 1674-1676, 1678, 1679 1 omslag 3894 Uitzetting van het huisgeld over Overlangbroek, 1676 1676 1 stuk 3895 Rekening van de dorpslasten van Overlangbroek, 1676 1676 1 stuk 3896 Specificaties en kwitantie behorende bij dorpsrekeningen van Overlangbroek, 1688-1695 1688-1695 1 omslag 3897 Stukken betreffende de opzegging of aflossing van obligaties ten laste van Overlangbroek, 1681-1696 1681-1696 1 omslag 3898 Concepten van schouwbrieven voor Overlangbroek, met memories betreffende de aan te brengen wijzigingen, 1697, 1771 1697, 1771 1 omslag 3899 Overeenkomst tussen de stad Wijk en die van Overlangbroek aangaande het onderhoud van de dijk van deze te Wijk, 1494 (afschrift), met extract-resolutie van de magistraat van Wijk met het besluit om aan die van Overlangbroek te berichten, dat de stad niet langer genegen is hun slag aan de lekdijk bij de Vrouwepoort te onderhouden, 1695 1 omslag 3900 Memorie en aantekeningen betreffende onregelmatigheden van de schout van Overlangbroek, die de Lekdijksrenten over 1682-1687 tweemaal ingevorderd had, (1688) 1 omslag 3901 Getuigenverklaring dat jhvr. Philippa Uutten Engh, overgrootmoeder van de latere heer van Doorenenburgh, op eigen gezag 60 jaren gelden de koster van Overlangbroek had aangesteld en afgezet, 1663 1663 1 stuk 3902 Rekening van de herstelling van de kerk van Overlangbroek, 1768 1768 1 stuk 3903 Resoluties van de geërfden van Doorn, 1685 1685 1 stuk 3904 Rekening, voor de minderjarigen schout aan geërfden van Doorn afgelegd, van het consumtie- en logiesgeld en andere omslagen, 1669 1669 1 omslag 3905 Acquitten wegens verschillende werkzaamheden aan de rosmolen en de windmolen te Doorn, 1602-1603 1602-1603 1 omslag 3906 Resoluties van de geërfden van Amerongen, 1688-1701, 1750, met convocatiebiljet, 1767 1688-1701, 1750, met convocatiebiljet, 1767 1 omslag 3907 Resoluties van de geërfden van Amerongen, Ginkel en Elst, 1770-1772 1770-1772 1 omslag 3908 Minuut-verzoekschrift door proost, deken en kapittel van de Dom aan het Hof van Utrecht (?), waarin zij, als eigenaren van venen in de kerspelen van Amerongen, Cothen en Doorn, bezwaar maken tegen het graven van een gracht door de Rhenense, Ameronger, Cothense, Doornse en Ginkelse venen, waartoe de keizerlijke commissarissen aanstalten maken, ca. 1550 ca. 1550 1 stuk 3909 Uittreksel uit het oudschildboek van het Overkwartier van 1600 betreffende het gerecht van Amerongen 1 deel 3910 Verzoekschriften en minuten van verzoekschriften door de geërfden van Amerongen aan de Staten van Utrecht, betreffende hun bezwaren tegen de wijze waarop de uitzetting van 5½ stuiver per morgen, boven de 10 stuiver, had plaats gehad, 1688-1689 1688-1689 1 omslag 3911 Lijst van de geërfden van de dijk onder Amerongen, 1696 1696 1 stuk 3912 Schouwbrief van de Ameronger wetering, 1700 1700 1 stuk 3913 Resoluties van de geërfden van de Korenweerd bij Natewisch, 1683-1685, 1737, 1749 1683-1685, 1737, 1749 1 omslag 3914 Lijst van geërfden in de Korenweerd, 1683, met brieven betreffende de herstelling van de kade, 1685, met een afschrift van de overeenkomst van 1610 tussen geërfden over het onderhoud van de kade 1 omslag 3915 Uitzettingen van de kosten van onderhoud van de kade van de Korenweerd, 1738-1749 1738-1749 1 omslag 3916 Resoluties van de geërfden van Laag Raven, 1692-1693, 1750 1692-1693, 1750 1 omslag 3917 Resoluties van de geërfden van Bunnik en Vechten, 1681-1692, 1723-1745, 1756, 1769 1681-1692, 1723-1745, 1756, 1769 1 omslag 3918 Afschrift van een obligatie ten laste van de geërfden van Bunnik en Vechten, 1662, met aantekeningen betreffende de rekeningen van de schout Dirck Hardenbergh, 1665-1688, en akte van borgstelling voor de schout Reynault Schouten, afschrift, 1684 1 omslag 3919 Acquitten, behorende bij de dorpsrekeningen van Bunnik, 1746-1757 1746-1757 1 omslag 3920 Resoluties van de geërfden van Bunnik, Vechten, Slagmaat en Ter Hul, 1765 1765 1 stuk 3921 Schouwbrief van de binnenwegen en zandpaden onder Bunnik en Vechten, met beschikking van de Staten, 1724, met afschrift 1724, met afschrift 1 omslag 3922 Brief van de watergraaf en deputaten van de waterschappen van de Vecht, Rijn en Kromme Rijn aan het gerecht of de heemraden te Bunnik, over de afdamming van een heul, waardoor de Ruems-hofstede op de Kromme Rijn afwaterde, 1534, met een brief uit Wijk bij Duurstede aan de watergraaf, onder andere over deze zaak, 1532 1 omslag 3923 Voorwaarden van aanbesteding van het onderhoud van het slag van Bunnik en Vechten in de Kromme Rijn, 1666, 1667 1666, 1667 1 omslag 3924 Rekening van de verpachtingen voor het maken van het slag in de Kromme Rijn ten laste van het gerecht van Bunnik en Vechten, 1666-1683 1666-1683 1 stuk 3925 Zetting van de onkosten van het vernieuwen van de brug over de Kromme Rijn te Bunnik, met acquitten, 1724 1724 1 omslag 3926 Resolutie van de geërfden van Maarschalkerweerd, Bunnik c.s., geïnteresseerd in het Zandpad tussen Utrecht en Wijk, 1696 1696 1 omslag 3927 Deducties van geërfden van Maarschalkerweerd, Bunnik, Vechten c.s. aan de Staten met bezwaren tegen de voorgenomen verbreding van het zandpad tussen Utrecht en Wijk en de inrichting daarvan tot rijweg, begin van de 18e eeuw begin van de 18e eeuw 1 omslag 3928 Verzoekschrift door de geërfden van Bunnik en Vechten aan de Staten om te bepalen, dat bij aflossing van de in 1651 ten behoeve van de Lekdijk Bovendams opgenomen kapitalen de ingelanden van het grecht preferent zijn, met beschikking, 1662 1662 1 omslag 3929 Rekening van de herstelling van de brug over de Kromme Rijn te Bunnik, met acquitten, 1724 1724 1 omslag 3930 Bestekken van herstellingen aan de kerk, toren, pastorie en kosterswoning te Bunnik, met verzoek om herstelling door de predikant, machtiging van Gedeputeerde Staten en zetting, 1732 1732 1 omslag 3931 Rekening van de herstelling van de kerk en pastorie te Bunnik, met acquitten, 1732 1732 1 omslag 3932 Bestekken van herstellingen van de kerk en pastorie te Bunnik, 1749, 1750, met machtiging van Gedeputeerde Staten tot het doen van de omslag van 1748 met machtiging van Gedeputeerde Staten tot het doen van de omslag van 1748 1 omslag 3933-3933 Bestek van het vernieuwen van de spits en het herstellen van de toren te Bunnik, met dwarsdoorneden, met twee tekeningen, 1756 1756 1 omslag en 2 bladen 3933 Bestek 1 omslag 3933-2 Dwarsdoorsnede van op zij 1 blad 3933-3 Dwarsdoorsnede van boven 1 blad 3934 Obligaties en andere stukken betreffende schulden van de kerk te Bunnik aan de diaconie aldaar en aan een particulier, 1708-1747 1708-1747 1 omslag 3935 Rekening door de kerkmeester van Bunnik en Vechten, 1748/49 1748/49 1 stuk 3936 Reglement op het overluiden en begraven van de doden te Bunnik, ca. 1760 ca. 1760 1 stuk 3937 Resoluties van de geërfden van Vrijhuizen (onder Bunnik), 1687-1693 1687-1693 1 omslag 3938 Verzoekschrift en minuut-verzoekschrift door de geburen van de Vrije huizen onder Bunnik en Vechten aan de Staten van Utrecht om in de ongelden als voorheen een vierde van die van Bunnik en Vechten, en niet een derde, te behoeven te betalen, daarbij wijzende op het slopen van de Bonte Kraai, een van de zeven vrije huizen, 2e helft van de 16e eeuw, 1596 2e helft van de 16e eeuw, 1596 1 omslag 3939 Resoluties van de geërfden van de Vechter- en Oudwulverbroekse wetering, 1685-1693, 1710-1746 1685-1693, 1710-1746 1 omslag 3940 Minuut van de verklaring door geërfden van Vechterbroek en Oudwulverbroek, dat zij volgens de te concipieren schouwbrief de waterschpaslasten zullen betalen, mede van een besluit tot benoeming van een commissie tot het opstellen van de schouwbrief, 1562 1562 1 omslag 3941 Schouwbrief voor Vechter- en Oudwulverbroek, 1598. Afschrift 1598. Afschrift 1 stuk 3942 Verzoekschrift door de geërfden van Vechterbroek aan de Staten van Utrecht, waarin zij betogen niet verplicht te zijn tot onderhoud van de Weense brug, ca. 1620 ca. 1620 1 stuk 3943 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door de geërfden van Vechten en Vechterbroek tegen jhr. Dirck Ruysch wegens het afgraven van de buur- en kerkweg naar Bunnik, 1643-1648 1643-1648 1 omslag 3944-3944 Rekeningen van de gelden, uitgezet ten laste van de geërfden onder de Vechter en Oudwulverbroekse weteringen, 1685/86, 1688-1700 1685/86, 1688-1700 1 band en 1 omslag De rekening van 1685/86 is een fragment en in tweevoud NB 3944-1 1685/86 3944-2 1688-1700 1 band 3945 Rentebrief ten laste van geërfden en landgenoten van de Vechter- en Oudwulverbroekse wetering, 1740 sept. 20, afgelost, 1745 1740 sept. 20, afgelost, 1745 1 charter 3946 Acquitten, behorende tot de rekeningen van de Vechter- en Oudwulven en Wayen, 1658, 1662, 1683-1701, 1722, 1747, 1748, 1750 1658, 1662, 1683-1701, 1722, 1747, 1748, 1750 1 pak 3947 Resoluties van de geërfden van Houten en het Goy, Oudwulven en Wayen, 1658, 1662, 1683-1701, 1722, 1747, 1748, 1750 1658, 1662, 1683-1701, 1722, 1747, 1748, 1750 1 pak 3948 Aantekeningen van mr. Everard Drakenborch, secretaris van het domkapittel, betreffende zijn ontvangsten en uitgaven ten behoeve van de geërfden van Houten en het Goy, 1690/91 1690/91 1 omslag 3949 Stukken betreffende het proces van de geërfden van Houten en het Goy tegen de afgetreden schout Jasper van Linden betreffende zijn geldelijk beheer, 1690-1696 1690-1696 1 omslag 3950 Manuaal van het oudschildgeld onder Houten en het Goy (volgens de aanbreng van 1599), 1686 1686 1 deel 3951 Obligaties van geërfden onder Houten en het Goy ten behoeve van mr. Gerard van Rhenen, afgelost, met acquitten van de onkosten, gemaakt in het geschil over de aflevering daarvan, 1690, 1710-1712 1690, 1710-1712 1 omslag 3952 Vonnis door het Hof van Utrecht, houdende veroordeling van de geërfden van Houten c.a. tot terugbetaling van een kapitaal van fl. 1100 aan de O.L.V. broederschap aldaar, 1700, met stukken betreffende de betaling daarvan door de geërfden 1 omslag 3953 Opmeting van de zandpaden onder Houten en het Goy, met aantekening van de slagen en van de jaarlijkse onderhoudskosten, 1691 1691 1 stuk 3954 Concept-schouwbrief over de dijken en wegen onder Houten en het Goy, 1748, met afdruk van de gearresteerden schouwbrief 1 omslag 3955 Ontwerp van de voorwaarden, waarop de geërfden van Oud-Wulven en Wayen van de heer van Heemstede toestaan, het zandpad van de Wayense brug tot aan het Wulvense gerecht te verbreden en te onderhouden, (1685). met een aantekening over de kosten van onderhoud van de zandpaden in het gerecht van Houten en het Goy, (1688) 1 omslag 3956 Rekening door de gecommitteerden tot het herstellen van de schutten in de Houtense wetering, 1679, met een memorie van aanmerkingen op de rekening, (1680) 1 omslag 3957 Stukken betreffende de betaling van het aandeel van Oudwulven en Wayen en van dat van Houten in de Lekdijksrenten, ca. 1620. Afschrift ca. 1620. Afschrift 1 omslag 3958 Reglement op de administratie van de kerkmeestersambten van Houten door de kerkmeesters aldaar, 1554. Afschrift, 1617 1554. Afschrift, 1617 1 stuk 3959 Akte van overdracht van een hofstede bij de toren van Houten door de kerkmeesters aldaar, 1554. Afschrift, 1617 1554. Afschrift, 1617 1 stuk 3960 Voorwaarden van aanbesteding en andere stukken, betreffende werkzaamheden aan de kerk en de toren van Houten, aan de kerk van het Goy en aan schutten in de Houtense wetering, 1678-1680 1678-1680 1 omslag 3961 Rekeningen van de gecommitteerden tot de herstelling van kerk en toren van Houten en de vernieuwingen van de schutten in de Houtense wetering, 1679-1690, met afgeloste obligaties en andere bijlagen 1679-1690, met afgeloste obligaties en andere bijlagen 1 omslag 3962 Stukken betreffende de betaling van de in 1794 en 1795 door de geërfden van Houten en het Goy, Schonauwen, Oudwulven en Wayen en Heemstede aan de Engelse troepen geleverde haver, 1803 1803 1 omslag 3963 Schouwbrief, door de Staten van Utrecht gegeven aan de geërfden van de polder op Rijsbrugge onder Odijk, 1614 mei 31 1614 mei 31 1 charter 3964 Resoluties van de geërfden van Odijk, 1731-1769 1731-1769 1 omslag 3965 Overeenkomst van de geërfden van Odijk en de schout Vermeulen over zijn inkomsten, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten in 1741, met een aantekening over de omslag te Odijk gedaan ter voldoening van de Lekdijksrenten, 1660, en een briefje, waarbij de kameraar van de Dom wordt opgeroepen tot een vergadering voor het doen van uitzettingen, 1772 1 omslag 3966 Bestek van de herstellingen aan de kerk, de pastorie en de kosterswoning te Odijk, met machtiging van Gedeputeerde Staten om de kosten om te slaan, 1747 1747 1 stuk 3967 Rekening door de schout van Odijk over de herstellingen aan de kerk en aan de pastorie, 1747 1747 1 stuk 3968 Resoluties van de geërfden van Werkhoven, 1683-1769 1683-1769 1 pak 3969 Resoluties van de geërfden van Werkhoven en de Nijendijk, 1750/51 1750/51 1 omslag 3970 Rekening door de gadermeester van Werkhoven over het dubbel huisgeld, 1683, met enige stukken betreffende de invorderin van huisgelden 1 omslag 3971 Rekening van de herstelling van de kerk en predikantswoning te Werkhoven, afgelegd aan de geërfden van Werkhoven en de Nijendijk, met acquitten en voorwaarden van aanbesteding, 1730 1730 1 stuk 3972 Rekening door de schout van Werkhoven over de herstelling aan de kerk en de pastorie, 1751, met acquitten en voorwaarden van aanbesteding 1751, met acquitten en voorwaarden van aanbesteding 1 omslag 3973-3973 Schouwbrief van de dijk van de Nijendijk, gemaakt door de geërfden, met approbatie van de Staten van Utrecht, met een afschrift en een gedrukte versie, 1612 1612 1 omslag en 1 charter 3973 1612 3973-2 1612 okt. 15 3974 Resoluties van de geërfden van de Dwarsdijk of Nijendijk, 1683-1688, 1720-1722, 1759-1769 1683-1688, 1720-1722, 1759-1769 1 omslag 3975 Rekeningen van de schout van de Dwarsdijk of Nijendijk aan geërfden, 1649-1655 1 omslag De rekeningen van 1650 en 1651 zijn in tweevoud NB 3976 Uittreksel uit het oudschildboek van het Overkwartier van de landen, met de namen van de eigenaars en bruikers, in Nijendijk, 1599 1599 1 stuk 3977 Lijst van restanten van comsumtie- en logiesgeld van Nijendijk, over 1668, met opgaven van ongelden, verschuldigd door Willem Gerritsz. Sweserengh, over 1718, 1719, met twee biljetten van ongelden, door dezelfden verschuldigd in de vrijheid van Wijk over 1720, 1721 1 omslag 3978 Aantekeningen betreffende verschillende posten in de dorpsrekeningen van Nijendijk, 1671-1680 1671-1680 1 stuk 3979-3979 Obligaties ten laste van Nijendijk, 1611, 1695 1611, 1695 1 stuk en 1 charter 3979 1695. Afschrift 3979-2 1611 nov. 18 (gecancelleerd) 3980 Verslag betreffende het schut en de molen aan de Dwarsdijk, 1736, met voorwaarden van aanbesteding van het graven van sloten en andere werken in de Driest, aan de Dwarsdijk, (1793) 1 omslag 3981 Resoluties van de geerfden van Cothen, 1733-1769 1733-1769 1 omslag 3982 Rekeningen van de schout en gadermeester van Cothen aan geërfden, 18e eeuw 18e eeuw 1 omslag 3983 Lijst van de landerijen onder Cothen, hun eigenaars en gebruikers, (1622), staten betreffende de archieven van Cothen en Nederlangbroek, 1681, een brief over een oproeping van boeren voor werken te Wijk, 1674, en minuten en verzoekschriften door de lijst van geërfden, 18e eeuw 1 omslag 3984 Declaratie van kosten van een proces van de schout van Cothen tegen de weduwe Jan Dircksz. van de Neerdijck wegens achterstallige ongelden, 1707, met onvoldane aanslagbiljetten en aantekening 1 omslag 3985 Specificatie van timmerlieden wegens werkzaamheden aan een brug (te Cothen), 1647, met aantekeningen over het stellen van een schut aldaar, 18e eeuw 1 omslag 3986 Rekening door de schout van Cothen over de herstellingen van de kerk en het maken van de brug, 1679 1679 1 stuk 3987 Ontwerp tot verbreding van de zandweg van Wijk op Utrecht, meer in het bijzonder van het gedeelte van Wijk naar Cothen, met bijlagen, 1769 1769 1 omslag 3987-a Uittreksel uit het oudschildboek van de landen, met de namen van de eigenaars en bruikers, in de vrijheden Wijk, Amersfoort en Rhenen, 1599 1599 1 deel 3988 Resoluties van de geërfden van het Wijkerbroek, 1681-1699 1681-1699 1 omslag 3989 Stukken betreffende de maatregelen, genomen door geërfden van Wijkerbroek tegen de overrlast van het Lekwater, 1689-1699 1689-1699 1 omslag 3990-3990 Verzoekschrift door geërfden van Wijkerbroek aan Gedeputeerde Staten om verlof tot het bouwen van een watermolen, 1727, met bestekken, tekeningen en andere stukken betreffende de uitvoering, 1736, met een afschrift van de molenbrief van 1488, en aantekeningen betreffende molenrekeningen, 1728-1738 1 omslag en 3 bladen 3990 1728-1738 1 omslag 3990-2 Tekeningen 1 blad 3990-3 Tekeningen 1 blad 3990-4 Tekeningen 1 blad 3991 Resoluties van de geërfden van Wijk, 1751-1752 1751-1752 1 omslag 3992 Resoluties van de geërfden van Schalkwijk, 1683-1757 1683-1757 1 pak 3993 Verzoekschrift door de geërfden van Schalkwijk aan de Gedeputeerde Staten om machtiging tot opneming van 2000 gulden, met beschikking, 1758. Afschrift 1758. Afschrift 1 stuk 3994 Memories van de geërfden van Schalkwijk aan Gecommitteerden ter Finantiekamer met een betoog, dat de omslag van het gerecht over het jaar 1693 onrechtmatig was, 1694 1694 1 omslag 3995 Memorie van de geërfden van Schalkwijk aan Gecommitteerden ter Finantiekamer met een rechtvaardiging van hun weigering om de gelden, die boven de gegaderde som van 's lands comptoiren betaald worden, op de zetting van de buurlasten te brengen, 18e eeuw 18e eeuw 1 stuk 3996 Verzoekschrift door de heer en het gerecht van Schalkwijk aan het Hof van Utrecht om aan die van Schonauwen te bevelen hun water niet te malen boven een te maken peil in de wetering van de verzoekers, met beschikking, afschrift, 1650, met een aantekening over de uitwatering van 40 morgen in he Goy in de Schalkwijkse wetering, ca. 1800 1 omslag 3997 Concept-resolutie van de gecommitteerden van de Gedeputeerde Staten, op het onderhoud van het trekpad naar Schalkwijk, Honswijk, Tull en 't Waal, 1675, met afschrift, gewijzigd tot een resolutie op het onderhoud van het trekpad naar de Wiers en Klein Vuilcop, 1684 1 omslag 3998 Rentebrief ten laste van de geërfden van Schalkwijk, afgelost, 1681 nov. 30 1681 nov. 30 1 charter 3999 Stukken betreffende de rentebetaling en de aflossing van en kapitaal, opgenomen door het gerecht van Schalkwijk van mr. W. Modé ten behoeve van de Leksijk Bovendams, 1660, 1664 1660, 1664 1 omslag 4000 Rekeningen van de gecommitteerden van de geërfden en van de schout van Schalkwijk over de herstellingen aan de kerk en de toren, 1736, 1741, met verzoekschriften aan de Staten om toestemming tot opneming van gelden, voorwaarden van aanbesteding en acquitten 1 omslag De rekening van 1736 is in tweevoud NB 4001 Voorwaarden van de herstellingen aan de pastorie van Schalkwijk, 1753 1753 1 omslag 4002 Stukken betreffende processen, gevoerd voor het Hof van Utrecht door Egbert Vreemt, secretaris van Schalkwijk, en de kerkmeesters aldaar, tegen het gerecht van Schalkwijk, om betaling van obligaties te verkrijgen, ca. 1780 ca. 1780 1 omslag 4003-4003 Resoluties van de geërfden van de polders Beest en Blokhoven, 1692-1703 1 deel en 1 omslag 4003-1 1692-1703 4003-2 1697-1703, 1696-1698 4004 Schouwbrief van de watergangen, dammen enzovoort in de Beest- en Blokhovenpolder onder Schalkwijk, 1678, met wijziging daarvan van 1693 1678, met wijziging daarvan van 1693 1 omslag 4005 Molenrekeningen van de kameraar van de Beest- en Blokhovenpolder te Schalkwijk, 1674-1679 1674-1679 1 omslag De rekeningen over 1696-1698 zijn te vinden in nr. 4004 NB 4006 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door de geërfden van de uiterwaarden in het boveneinde van Tull en Honswijk tegen Jasper Schade over het doorgraven van de zomerkade op zijn land, dienende tot beschutting van het land van de eisers tegen het Lekwater, 1695/96 1695/96 1 pak 4007 Resoluties van de geërfden van Schonauwen, 1684-1693 1684-1693 1 omslag 4008 Akte van herziening van de schouwbrief van het gerecht van Schonauwen van 1452 door gecommitteerden uit de geërfden, 1606. Afschrift 1606. Afschrift 1 stuk 4009 Vonnis door Gedeputeerde Staten van Utrecht in een geschil tussen de weduwe van Gerard van Blanckendaal en het gerecht van Schonauwen, waarbij hun accoord goedgekeurd wordt, betreffende de onbetaalde en nog te betaalden ongelden van een stuk land, door genoemde Blanckendaal in erfpacht bekomen van de abdijen van Oudwijk en St. Servaas, 1646. Afschrift 1646. Afschrift 1 stuk 4010 Rekening door de schout van Schonauwen over het erfdijks- en Rijngeld, 1679-1676 1679-1676 1 stuk 4011 Register van rentebrieven, ten laste van de Lekdijk, en geassigneerd op de geërfden van Schonauwen, en ten laste van de molen van Groot Vuilcop, 1661-1676 1661-1676 1 stuk 4012 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor dijkgraaf en hoogheemraden van de Lekdijk Bovendams door Hendrik van Wyckerslooth tegen schout en geërfden van Schonauwen tot betaling van aan hem verschuldigde Lekdijksrenten, 1679 1679 1 omslag 4013 Resoluties van de geërfden van Schonauwen, 1684-1691, 1701, 1713-1721, 1732, 1748/49 1684-1691, 1701, 1713-1721, 1732, 1748/49 1 omslag 4014 Schouwbrief van de polder van Groot Vuilcop en de watermolen onder Schonauwen, concept en afschrift, 1599., met voorwaarden van aanbesteding van het bemalen van de molen, een verzoekschrift door de aannemers van de nieuwe molen, een specificatie van kosten van een proces over het afbreken van een paardenmolentje, 1602, en een stuk betreffende een proces met die van Schalkwijk over het stellen van de nieuwe molen, 1606 1 omslag 4015 Bestekken en voorwaarden van aanbesteding van herstellingen aan de watermolen van Groot Vuilcop, 1690, midden van de 18e eeuw 1690, midden van de 18e eeuw 1 omslag 4016-4016 Molenrekeningen van de polder Groot Vuilcop, afgelegd door de kameraar of door de schout van Schonauwen namens de kameraar, 1672-1689, 1691-1700, met de rekening door de schout wegens een omslag tot aflossing van een kapitaal, 1682 1 band en 1 omslag 4016-1 1672-1689, 1691-1700 1 band 4016-2 1672-1675, 1686 4017-4017 Acquitten, behorende bij de rekeningen van de kameraar van de polder Groot Vuilcop 2 pakken en 3 omslagen 4017-1 1606-1609, 1615, 1621, 1631 4017-2 1672-1675, 1679, 1680, 1684, 1687, 1692-1697, 1700 4017-3-a 1707-1732 1 pak 4017-3-b 1732-1750 1 pak 4017-4 1751-1787 4018 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door de weduwe van J.F. Mamuchet van Houdringe tegen Jan van Schaick c.s. over het recht van aardhaling op drie aan haar behorende morgen land onder Vreeswijk, 1738, met stukken betreffende het proces van geërfden van de polder van Klein Vuilcoop tegen de erfgenamen van mevrouw Mamuchet over deze zaak, 1739-1740 1739-1740 1 pak 4019 Schouwbrief, door bisschop David verleend aan de kapittels van de Dom en St. Jan en de landgenoten van Wierserbroek, 1467 aug. 19 1467 aug. 19 1 charter 4020 Octrooi, door het Hof van Utrecht verleend aan de kapittels van de Dom, Oudmunster, St. Pieter en St. Jan en de landgenoten van Wierserbroek, om enige artikelen te mogen toevoegen aan de ordonnantie op het onderhouden van Wierserbroek van, 1521 mei 23 1521 mei 23 1 charter 4021 Resoluties van de geërfden van de Wiers, 1683-1705 1683-1705 1 omslag 4022 Stukken betreffende de herbouw en de herstelling van de Wierse watermolen, 1624, 1674 1624, 1674 1 omslag 4023 Rentebrief ten laste van de geërfden van de Wiers, 1625 aug. 21 1625 aug. 21 1 charter 4024 Lijst van geërfden in de polders de Wiers en Klein Vuilcop, ca. 1630 ca. 1630 1 stuk 4025 Overeenkomst tussen de eigenaar van de hofstede de Wiers en de geërfden van de polder de Wiers over de eigendom van een gedeelte dijk bij de hofstede, 1782 1782 1 stuk 4026 Ontwerp en afschrift van een schouwbrief voor het Wiersche broek, 16e eeuw 16e eeuw 1 omslag 4027 Resoluties van de geërfden van het Wierse veld en broek, 1685-1687 1685-1687 1 omslag 4028 Resoluties van de geërfden van De Vaart of Vreeswijk, 1691-1693, 1701-1703 1691-1693, 1701-1703 1 omslag 4029 Akten waarbij mr. J.L. Kien, secretaris van het domkapittel, door het kapittel en door de heer De Geer van Rynhuysen wordt gemachtigd om hen te vertegenwoordigen in de vergaderingen van de geërfden van Vreeswijk, 1803 1803 1 omslag 4030 Acquitten behorende bij rekeningen van de schout van Vreeswijk, met stukken betreffende klachten over zijn beheer, 1630-1683 1630-1683 1 omslag 4031 Stukken betreffende de weigering van de te Utrecht wonende geërfden onder Vreeswijk, om te delen in de hoofdelijke omslag, de dorpslasten, 1683-1703 1683-1703 1 omslag 4032 Resoluties van de geërfden van Hagestein, 1682-1700, 1714, 1732-1751, 1758 1682-1700, 1714, 1732-1751, 1758 1 pak 4033 Verzoekschriften door de geërfden van Hagestein aan Gedeputeerde Staten om aanstelling van een collecteur van de ongelden en om bevel aan de collecteur tot het stellen van borgen, 1682, 1684 1682, 1684 1 omslag 4034 Rekening door Johan van Doeyenburch over de restanten van het hoefgeld en over de schulden van het gemene land van Hagestein, opgenomen in 1580. Afschrift opgenomen in 1580. Afschrift 1 omslag 4035-4035 Rekeningen van het gemene land van Hagestein, 1595-1646, 1649, 1655, 1679-1680, 1683-1688, 1731-1734 1595-1646, 1649, 1655, 1679-1680, 1683-1688, 1731-1734 3 banden en 2 pakken Als rekeningen in tweevoud voorkomen zijn het mogelijk exemplaren voor het kapittel van Oudmunster geweest NB 4035-1 1595-1598, 1599-1602, 1603-1610 4035-2 1612-1614, 1615-1617, 1618-1622, 1623-1629, 1630 4035-3 1631-1638, 1639, 1640-1646 4035-4 1649, 1655, 1679, 1680, 1683, 1684, 1685-1688, 1731-1734 4035-5 1598, 1603, 1604, 1615, 1622, 1623, 1625, 1626, 1627, 1628, 1629 4036 Acquitten, behorende tot de rekeningen van het gemene land van Hagestein, 1588-1590, 1601, 1625, 1626, 1630, 1631, 1640-1644, 1646, 1648-1651, 1660, met enige losse acquitten, 1603, 1623, 1624, 1634-1637, 1647, 1654, 1674-1679, 1685, 1697-1699, 1700-1711 1588-1590, 1601, 1625, 1626, 1630, 1631, 1640-1644, 1646, 1648-1651, 1660, met enige losse acquitten, 1603, 1623, 1624, 1634-1637, 1647, 1654, 1674-1679, 1685, 1697-1699, 1700-1711 1 pak 4037 Rentebrief ten laste van de heerlijkheid Hagestein, 1586 nov. 28, afgelost, 1603 1586 nov. 28, afgelost, 1603 1 charter 4038 Aantekeningen en staten, dienende tot verklaring door de rekeningen van het gemene land van Hagestein, 1586-1615 1586-1615 1 omslag 4039 Brieven van de drost van Hagestein aan de secretaris van het domkapittel met een uitnodiging door geërfden tot het sluiten van de gemeenlands-rekeningen, met minuten van antwoorden en aantekeningen van de secretaris, ca. 1680-1714 ca. 1680-1714 1 omslag 4040 Resolutie van de Staten van Utrecht, waarbij aan de in- en opgezetenen van Hagestein remissie van lasten wordt verleend, 1740. Afschrift 1740. Afschrift 1 omslag 4041 Stukken betreffende het opnemen door geërfden van Hagestein van de rekening door de drost over de overhoeven, 1739-1745. Afschriften 1739-1745. Afschriften 1 omslag 4042 Rekeningen van de secretaris van Hagestein over de omslag tot betaling van de Franse contributies, 1672, 1673 1672, 1673 1 omslag 4043 Stukken betrefffende het onderhoud en de aanleg van polderwerken in de heerlijkheid Hagestein, 1579-1675 1579-1675 1 omslag 4044 Bestek voor een watermolen in de Biezenpolder te Hagestein, 1581, met specificatie van de vacaties en verschotten, verschuldigd aan de collecteur van de contributies voor die molen, 1585 1 omslag 4045 Rekening door de dijkgraaf van Hagestein wegens het herstellen van de Biezenmolen, 1646. Afschrift 1646. Afschrift 1 stuk 4046 Rekeningen en andere stukken betreffende de aflossing van kapitalen, opgenomen voor de herbouw van de Biezenmolen onder Hagestein, 1688-1698 1688-1698 1 omslag 4047 Rekeningen van de drost van Hagestein over de onkosten van het besteken van een zand bij de Regelingsweerd in de Lek, 1573, 1574 1573, 1574 1 omslag 4048 Stukken betreffende het onderhoud van heulen en kaden in de uiterwaarden onder Hagestein, Tull en Honswijk, 1650-1713 1650-1713 1 omslag 4049 Verzoekschriften door de gehoefslaagden van de schoordijk te Hagestein en de vijf heren op de Lek aan de Staten van Utrecht houdende verzoek om jhr. Willem van Rijnevelt te verbieden, de stroom naar de schoordijk te richten door het storten van stenen in de Lek, met antwoord van jhr. van Rijnevelt, 1600 1600 1 omslag 4050-4050 Stukken betreffende de aanleg van een rijshoofd in de Lek ter beveiliging van de schoordijk te Hagestein, het verzwaren van de bermen van de dijk, en het vinden van de daartoe nodige gelden, waaronder een kaart, 1600-1621 en z.j. 1600-1621 en z.j. 1 pak en 1 blad 4050 1600-1621 4050-2 Z.j 1 blad 4051 Specificaties van uitgaven gedaan voor het leggen van een rijshoofd in de Lek, ter beveiliging van de schoordijk te Hagesstein, 1600-1613, met borderel van rekening en repartitie van de onkosten 1 pak 4052 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor een commissaris van het Hof van Utrecht door Henrick van Honthorst, als executeur van Robrecht van Honthorst, tegen het kapittel over de opneming van zijn rekening betreffende de reparatie van de schoordijken te Hagestein op last van de Staten-Generaal, 1623-1626, met twee exemplaren van de rekening voor het beheer van de schooordijk, 1600-1622 1600-1622 1 pak 4053 Stukken betreffende de doorbraak van de Leksijk te Hagestein en het herstel daarvan, 1624-1625 1624-1625 1 omslag 4054 Stukken betreffende het verzoek van het kapittel aan dijkgraaf en hoogheemraden van de Lekdijk Bovendams, dat de kameraar Modé de schadevergoeding uitbetaalt wegens aardhaling op een uiterwaard te Hagestein in 1624, die hij wil compenseren met de Lekdijksgelden, verschuldigd door landerijen van de domproosdij onder Doorn en Nederlangbroek, 1630/31 1 omslag 4055 Stukken betreffende de herstellingen aan de Diefdijk in 1587 en de omslag van de daaraan gemaakte kosten volgens het contract van 1565, 1600-1605 1600-1605 1 omslag 4056 Stukken betreffende de aanschrijving van de Raad van State aan die van Hagestein tot het houden van wachten tegen de vijand op de Diefdijk in de Tielerwaard, en de protesten daartegen, 1627/28 1627/28 1 omslag 4057 Stukken betreffende het gevaar van de doorbraak van de Diefdijk door het hoge water, 1644 1644 1 omslag 4058 Stukken betreffende de dijkwacht op, en de herstellingen aan de Diefdijk, 1709-1744 1709-1744 1 omslag 4059 Extract-resolutie van het gerecht van Hagestein tot rooiing van de Lange of Nieuwe Dreef van het gemene land, 1711 1711 1 stuk 4060 Verzoekschrift door Lusbet Verwoert, vrouw van Johannes Solgers, aan het Hof van Utrecht, om het gerecht van Hagestein te bevelen, dat het haar krankzinnige zoon zal verplegen, 1740. Afschrift 1740. Afschrift 1 stuk 4061 Overeenkomst tussen de regering van Vianen en vertegenwoordigers van Hagestein betreffende de aanleg en het onderhoud van een vaarwater tussen beide plaatsen, met afschrift, 1563 1563 1 omslag 4062 Verbaal van de eis tot herstelling en het geven van schadevergoeding voor het vernielen van een hoofd in de Lek bij Jaarsveld, door de hoogheemraden van de Lopikerwaard bij het Hof van Utrecht ingesteld tegen de drost en de secretaris van Hage-stein, 1631. Afschrift 1631. Afschrift 1 stuk 4063 Verzoekschrift door mr. J.J. van Westreenen, heer van Lauwenrecht, aan het Hof van Utrecht, met retroacta en andere stukken, betreffende de nalatigheid van kerkmeesters van Hagestein in het voldoen van hoofdsom en renten van een geleend kapitaal, 1740-1749 1740-1749 1 omslag 4064 Stukken betreffende een plan van de stad Culemborg tot het doen uitwateren van enige Culemborgse polders in de Linge door de Beusichemse en Zoelmondse watergangen, en het protest daartegen van de ingelanden van Beusichem en Zoelmond, 1760/61 1760/61 1 omslag 4065 Akte van dijkheemraden in Tielerwaard, waarbij Bruyn Vos, burger te Tiel, verlof krijgt om te timmeren en te bouwen aan zijn dijk op 4 hond hofland te Wadenoyen, 1623 mei 7 1623 mei 7 1 charter 9.17. Gerechten in Eemland (Woudenberg, Leusden, Eemnes met Soest en Baarn, Hoogland en Bunschoten) 4066 Resoluties van de geërfden van Woudenberg (en Leusden), 1655, 1683-1712 1655, 1683-1712 1 omslag 4067 Afschrift van een brief van de heemraden van de rivier de Eem aan schout en buren van Leusden over de kosten van verschillende werken, 1618, met een aantekening van de secretaris van heemraden, 1638 1 omslag 4068 Verzoekschriften door de schouten van de gerechten, behorende onder het kerspel van Leusen, aan de Gedeputeerde Staten, om aanwijzing van gecommitteerden om te komen tot een omslag ten behoeve van het herstel van de kerk, 1756, met beschikking, afschrift, met een extract-resolutie van Gedeputeerde Staten om de schouten van die gerechten aan te schrijven de geërfden bijeen te roepen om de middelen te vinden voor een schoolmeesterswoning te Leusden en de traktementen van schoolmeesters te Leusden en Hoogland, 1779 1779 1 omslag 4069 Resoluties van de geërfden van Eemnes Binnendijks (met Soest, Baarn en Ter Eem), 1683-1688, met convocatiebiljet, 1770 1683-1688, met convocatiebiljet, 1770 1 omslag 4070 Rekeningen van de penningmeester van de gecommitteerde geërfden van Eemnes Buitendijks, 1693-1725 1693-1725 1 band 4071 Resoluties van de geërfden van het Hoge land, 1684-1716, met twee lijsten van geërfden 1 omslag 4072 Minuut van een brief van de heemraden van de polder de Slaag aan de heren van de Dom als geërfden, met een beraming van de kosten van de nodige dijkverzwaring, 1604, met een fragment van een ontwerp-accoord over het stellen van watermolens (?), ca. 1654, een brief van de heemraden aan de secretaris van het kapittel, 1679, en een brief van de hoogheemraden van de Eem aan de kameraar van het kapittel vanwege de Slaagse landen, 1759 1 omslag 4073 Lijst van de binnen Utrecht wonende landgnoten van Bunschoten, met aantekening betreffende een uitzetting, 1574 1574 1 stuk 10. Processen (notariële archieven) Stukken betreffende processen over tienden, erfpachten, pachten enzovoort zijn gelegd bij de andere bescheiden over die onderwerpen. NB 10.1. Processen, gevoerd voor het domkapittel 4074 Register van akten van borgtocht, van schuldbekentenis en andere dergelijke akten, verleden ten overstaan van twee kanunniken en de secretaris van het kapittel door of ten behoeve van het kapittel of een van zijn leden, 1625-1808 1625-1808 1 deel Weliswaar betreffen deze akten merendeels de kanunniken van het kapittel als zodanig, aangezien zij voor het door hen verschuldigde meestal hun prebenden verbinden, maar er komen ook akten in voor, die de kanunniken alleen als particuliere personen betreffen. Vóór in dit register bevinden zich testamenten van kanunniken, opgemaakt ten overstaan van notaris E. van Weede in 1624 en 1625. Achterin liggen vier losse akten van 1808 NB 4075 Getuigenverhoor voor het domkapittel betreffende de eis van Henric van der Culen tegen Peter van de Praest, kanunnik van de Dom, over het hem door Van de Praest volgens arbitrale uitspraak te bezorgen kanonikaat in een van de vijf kapittels, ca. 1405 ca. 1405 1 stuk Dit stuk is afkomstig van notaris W. van Riebeec NB 4076 Register van notaris Henricus van de Laen, bevattende stukken betreffende processen, gevoerd voor het kapittel of een van zijn leden, 1412-1422 1412-1422 1 deel In dit register komen processen voor, gevoerd voor de proost van West-Friesland, voor één van de kanunniken als gedelegeerden rechter van de paus, voor één van de kanunniken als commissaris van het kapittel in zaken één van de kanunniken betreffende, en voor het kapittel in zaken van tucht over de kanunnken NB 4077 Register van stukken betreffende het proces, gevoerd voor het domkapittel door Pietje Hasert, weduwe van Aelbert bastaard van Egmond, als erfgename van Henric Hasert, tegen Wouter van Gouda proost van St. Pieter en thesaurier van de Dom, over de terugbetaling aan zijn broeder Johan van Gouda geleende geldsom, 1473 1473 1 stuk Dit stuk is afkomstig van notaris P. Hasert NB 4078-4078 Stukken betreffende de klachten van Gheertruut, weduwe van Jac. Rutghersz. die Beer, en Loef Berchmaker bij de vice domdeken en het kapittel, over de onrechtmatige handelingen, door domdeken Ludolf van de Veen gepleegd als lid van de Raad van de schive, 1477-1478 1477-1478 1 omslag en 2 charters Deze stukken en charters zijn afkomstig van notaris C. van Brouwershaven NB 4078 1477-1478 4078-2 1478 febr. 26 4078-3 1478 mrt. 2 4079 Register van akten, verleden voor notaris Matthias van Brouwershaven, betreffende een proces, gevoerd voor het domkapittel door de kanunniken Herberen van Mijn(d)en en Jacob van Appeltern tegen de officiaal en de socius van de domproost over de ministratie van hun prebenden, 1482-1483 1482-1483 1 stuk Het betreft een fragment NB 4080 Eis bij het kapittel ingesteld door Henricus Vreysse tegen Johannes van Drakenborch, kanunnik van de Dom, wegens een geldvordering, (1480-1485) (1480-1485) 1 stuk 4081-4081 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het kapittel door Joh. de Mosa, kanunnik van Bommel, socius en officiaal van de aartsdiaken van Arnhem, tegen Rutgher van Diedem, kanunnik van Bommel over het bezit van het officialaat, 1488-1494 1488-1494 1 omslag en 3 charters 4081 1493-1494 4081-2 1488 okt. 6 4081-3 1489 mei 9 4081-4 1493 jan. 27 4082 Akte waarbij het kapittel Johannes Krijs, kanunnik van de Dom, oproept om zijn vordering tegen Gherardus ther Herenhoeve, socius van de domproost, gedaan op grond dat hem van 's pausen wege zou zijn toegestaan de inkomsten van zijn prebende ook bij afwezigheid te genieten, in te trekken, 1494 dec. 13 1494 dec. 13 1 charter 4083 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het domkapittel door Dirk Peters alias Smeken, vicaris van de Dom, tegen hospitaalmeesters van St. Barbara, tot het geven van schadevergoeding voor het wegvoeren van de meubelen uit een door partijen gezamenlijk bezeten huis op het Buurkerkhof, in welk geschil de op verzoek van gedaagden door het kapittel aangestelde arbiters geen beslissing hadden gegeven, 1495-1501 1495-1501 1 omslag 4084 Akte waarbij het kapittel Petrus Ocken, provisor van Putten, en Johannes Qualioth (?), rector van de parochiale kerk te Geervliet, oproept op verzoek van Nicolaus van Medemblik, procurator van de domfabriek, 1496 nov. 19 1496 nov. 19 1 charter 4085 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het domkapittel door Henricus de Magelson, vicaris van de Dom en van de cureit en de vicarissen van de Buurkerk tot uitkering van de presentiegelden vanaf het overlijden van zijn voorganger Jacob Claessoen, 1499 1499 1 omslag 4086-4086 Stukken betreffende een proces voor het kapittel over een prebende in de collegiale kerk te Kapelle in Zeeland, 1505 1505 3 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 4086-1 1505 mrt. 8 en 1505 mrt. 17 2 charters, getransfigeerd 4086-2 1505 mrt. 15 4087 Akte waarbij het kapittel de geestelijken van de vier parochiale kerken en de gasthuizen te Utrecht oproept in hun proces tegen de gedeputeerden van de vijf kapittels over de vruchten van hun beneficies, 1528 okt. 9 1528 okt. 9 1 charter 4088 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het kapittel door Cornelis die Haen tegen vicaris Thomas Persoels tot het betalen van de kosten van het bouwen van een nieuw huis op de Kamp voor de gedaagde, 1540-1541 1540-1541 1 pak 4089 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor een commissaris van het domkapittel door Johan Bogert, kanunnik van St. Pieter, gewezen officiaal van de proost van St. Pieter en advocaat-fiscaal van de aartsbisschop, tegen mr. Jochem Oprode, bisschop van Ebron, wijbisschop en kanunnik van de Dom, tot schadevergoeding wegens laster, 1575-1576 1575-1576 1 pak De eiser was betrokken geraakt in het optreden van de gedaagde tegen het St. Maria Magdalenaconvent, waar een danspartij had plaats gehad bij het inkleden van zijn natuurlijke dochter, en had als gevolg daarvan zijn ambten moeten neerleggen NB 4090 Protocol van notaris van het kapittel Willem van Lamzweerde met aantekeningen over de processen, gevoerd voor het kapittel tussen particuliere personen, 1570-1583 1570-1583 1 deel Het protocol is voortgezet door Jan Merssman, kanunnik van Oudmunster NB 4091 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het kapittel door Adriaen Martensen tegen Ausonius van Galema, proost van Noirthuysen en kanunnik van de Dom, wegens een obligatie, waarvan deze de echtheid ontkende, ca. 1580 ca. 1580 1 omslag 4092 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor het kapittel door Gerrit Joostens tegen de weduwe van de fabriekmeester Tielmans tot terugbetaling van de kosten van dagvaarding van pachters, door hem als pander uitgegeven, 1593-1595 1593-1595 1 omslag 10.2. Processen, gevoerd voor kanunniken als scheidsrechters 4093 Register van stukken betreffende het proces, gevoerd voor mr. Ott Amelisz. en Bernt Utteneng, kanunniken van de Dom, door mr. Henric van Rees tegen Gheryt Voel tot restitutie van 16 kronen, hen op afbetaling gegeven voor het bezorgen van een pauselijke dispensatie voor het huwelijk van Gheryt van Rijn met jonkvrouw Gheryt van de Veen, 1416 1416 1 stuk 4094 Uitspraak door domdeken Jan Proys als scheidsrechter in een geschil over 12 morgen land te Werkhoven, in het bezit waarvan Jan van de Hair Loeffszoon wordt bevestigd, 1466 nov. 27 1466 nov. 27 1 charter 4095 Akte waarbij Gerbrandus de Rijck, priester, en Adrianus Buer beloven zich te zullen houden aan de scheidsrechterlijke uitspraak door Nicolaus de Lavennis, proost van Leiden, en Stephanus Petri van Haarlem, kanunniken van de Dom, over de vicarie van St. Jan te Haarlem, 1505 dec. 13 1505 dec. 13 1 charter 4096 Mandaat van de bisschop in een geschil tussen het kapittel van St. Jan en Gerard van Weerdenborch, over tienden te Hier en Neerijnen, waarin als rechter wordt aangewezen Adrianus Ram, kanunnik van de Dom, 1514 jan. 2 1514 jan. 2 1 charter 4096-a Dagvaarding door de Domdeken als pauselijk commissaris van priores en kloosterlingen van het regulierenconvent te Schoonhoven, ten einde gehoord te worden in het verzoek van Adriana Johansdr. om na de dood van haar vader uit het klooster ontslagen te worden en tot het wereldlijke leven te mogen terugkeren, 1542 mei 9. Minuut (?) 1542 mei 9. Minuut (?) 1 charter 10.3. Processen waarin het kapittel partij is, gevoerd voor conservatoren en pauselijke gedelegeerden, later voor het hof of de gedeputeerde staten 4097 Bul van paus Innocentius VI, waarbij hij de abten van St. Martinus te Keulen en van St. Jacobus te Luik en de domdeken van Kamerik voor drie jaar aanstelt tot conservatoren van de goederen en rechten van het domkapittel te Utrecht, 1360. jan. 20 1360. jan. 20 1 charter 4098 Akte waarbij de abt van Middelburg, krachtens de ingelaste bul van paus Urbanus V gemachtigd om de verduisterde goederen van het domkapittel op te sporen en terug te doen geven, zijn last overdraagt aan de thesaurier van Oudmunster en de persona van het personaat van de Vier ambachten, 1364. Afschrift, 1366 nov. 29 1364. Afschrift, 1366 nov. 29 1 charter 4099 Bul van paus Urbanus VI, waarbij hij de bisschop van Luik, de abt van St. Laurens buiten de muren van Utrecht (Oostbroek) en de deken van St. Maria te Antwerpen machtigt om de personen en goederen van de proost, de deken en het kapittel van de Dom, die zich over zekere gewelddaden hadden beklaagd te beschermen en de schuldigen te excommuniceren, 1382 dec. 20 1382 dec. 20 1 charter 4100-4100 Bul van paus Johannes XXIII, waarbij hij de abt van St. Laurens buiten de muren van Utrecht (Oostbroek) en de dekens van St. Marie ad Gradus te Keulen en van St. Lebuinus te Deventer de bescherming van de goederen en rechten van de vijf kapittels van Utrecht opdraagt, 1410. In tweevoud 1410. In tweevoud 2 charters Het tweede exemplaar heet 'duplicata' NB 4100-1 1410 dec. 7 4100-2 1410 dec. 7 4101 Akte waarbij Rembertus, deken van St. Lebuinus te Deventer, krachtens de ingelaste bul van paus Johannes XXIII van 1410, allen, die zich aan de goederen van de vijf kapittels vergrijpen, bedreigt met de in de bul genoemde straffen, 1411 april 17 1411 april 17 1 charter 4102-4102 Bul van paus Johannes XXIII, waarbij hij de maatregelen goedkeurt, die te Utrecht van oudsher worden genomen tegen hem die de goederen van de vijf kapittels aantasten, met de kennisgeving van deze bul aan de bisschop van Utrecht, de abt van St. Paulus te Utrecht en de deken van St. Lebuinus te Deventer, tevens met een opdracht tot bescherming van de kapittels, en met een mandaat van de bisschop betreffende de bekendmaking, 1411-1412 1411-1412 3 charters 4102-1 1411 nov. 4 4102-2 1411 nov. 4 4102-3 1412 aug. 9 4103 Bul van paus Martinus V, waarbij hij de aartsbisschop van Keulen en de bisschoppen van Munster en Doornik machtigt om degenen, die zich vergrijpen aan de goederen van de vijf kapittels van Utrecht, te excommuniceren, 1418 april 27 1418 april 27 1 charter Op de rugzijde wordt de bul genoemd 'bulla que vocatur Carolina' NB 4104 Procuratie, door het domkapittel verleend aan de kanunnik Johannes Prijns, om de bul van paus Martinus V aan de aartsbisschop van Keulen te vertonen en van deze een nadere akte te vragen, 1419 aug.2 1419 aug.2 1 charter 4105 Akte van de aartsbisschop van Keulen, waarin zij die zich vergrijpen aan de goederen van het domkapittel van Utrecht, met straf worden bedreigd, 1419 aug. 25 1419 aug. 25 1 charter 4106-4106 Bul van paus Martinus V, waarbij hij de bisschop van Munster en de dekens van St. Maria te Aken machtigt, die van de stad Utrecht, die zich rechtsmacht over geestelijken hebben aangematigd, te excommuniceren, 1420, met transsumpt, gegeven door de officiaal van de aartsdiaken van de Dom van een akte van de deken van brief van de deken van St. Maria te Aken over deze zaak, 1424 3 charters 4106-1 1420 juli 17 4106-2 1424 juni 8 4106-3 1424 aug. 21 4107 Register van stukken betreffende het proces, gevoerd voor de pauselijke commissaris (episcopus Olorensis) door Gerard van Randen, proost van Oldenzaal, appellant van de argitrale sententie, gewezen tussen hem en het domkapittel over de translatie van verschillende kanunniken van de Dom gedurende zijn generaal vicariaat, en andere zaken, 1453-1454 1453-1454 1 deel 4108 Adviezen van rechtsgeleerden in het proces van het kapittel tegen Gerard van Randen, ca. 1454 ca. 1454 1 omslag 4109 Register van stukken betreffende de geschillen tussen het kapittel en Gerard van Randen, proost van Oldenzaal, over de uitvoering van de tussen hem gewezen arbitrale sententie, 1454-1457 1454-1457 1 deel 4110-4110 Bul van paus Calixtus III, waarbij hij de abt van Egmond en de dekens van St. Martinus te Emmerik en van St. Pancratius te Leiden machtigt om toe te zien, dat de predikheren en minderbroeders te Utrecht mede het door de vijf kapittels aldaar uitgesproken interdict uitvoeren, 1455, met stukken betreffende het proces gevoerd voor de genoemde rechters door de vijf kapittels tegen de predikheren en minderbroeders, 1456 5 charters 4110-1 1455 april 26 4110-2 1456 okt. 1 4110-3 1456 okt. 7 4110-4 1456 okt. 18 4110-5 1456 okt. 20 4111-4111 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor de en door de paus als rechter benoemde bisschop van Doornik die subgedelegeerden aanstelt door de vijf kapittels tegen leken, die hun kerken beroven, 1457 1457 2 charters 4111-1 1457 sept. 24 4111-2 1457 okt. 15 4111-a Deurwaardersexploit op verzoek van het domkapittel en van Theodoricus Uten Weer, proost van St. Pancras te Leiden en pastoor te Wateringen, betreffende de opheffing van het van wege de hertog van Bourgondië op de goederen van het domkapittel en van Theodoricus Uten Weer gelegd arrest, 1475 1475 1 charter 4112-4112 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor Arnoldus Grundijck, deken van St. Jan te Osnabrugge en kanunnik van St. Marie te Utrecht, als subgedelegeerde van de abt van Oostbroek, conservator van de rechten van de vijf kapittels, tussen Petrus van Eten, medicinae doctor, en het domkapittel, met de uitspraak door scheidsrechters op verlangen van de hertog van Gelre, 1493 1493 3 charters Zie ook nrs. 1020-1-1020-8 NB 4112-1 1493 jan. 9 4112-2 1493 jan. 16 4112-3 1493 dec. 28 4113 Akte waarbij Jan Duyck Willemsz. een gemachtigde benoemt om te appelleren in de zaak, waarin hij gedagvaard is op verzoek van de kapittels van de Dom en Oudmunster, en te verschijnen voor de conservatoren van de rechten van de kapittels of hun subgedelegeerden, 1495 mei 18 1495 mei 18 1 charter Over het hier bedoelde proces, over de visserij in de Lek, treft men verschillende aantekeningen aan in het protocol van notaris M. Keyen NB 4114 Akte waarbij de vertegenwoordiger van de commendator, prior en convent van St. Jan te Haarlem aan het kapittel te kennen geeft in hoger beroep te gaan bij de paus tegen het verbod door het kapittel gedaan van de afkondiging van pauselijke aflaten, 1499 1499 1 stuk Het betreft een minuut, afkomstig van notaris Michaël Keyen NB 4115 Akte waarbij de deken van St. Lebuinus te Deventer, zijn van paus Johannes XXIII ontvangen commissie als conservator van de privileges van de vijf kapittels te Utrecht overdraagt aan de dekens van St. Walburg te Zutphen, van O.L.V. te 's-Gravenhage en van St. Pancras te Leiden, 1501 febr. 15 1501 febr. 15 1 charter Zie ook nrs. 4100-1-4100-2 NB 4116 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor een pauselijke commissaris in appèl, door Herman van Lochorst, deken van Oudmunster, tegen het domkapiitel over de weigering van het kapittel om hem de presentiegelden uit te keren, die hij als kanunnik verdient, met verdediging van het kapittel met klachten over verschillende handelingen van Herman van Lochorst als vicaris van de bisschop, waardoor het kapittel benadeeld is, 1508 1508 1 omslag 4117-4117 Privilege van keizer Maximiliaan, tot bevestiging van oudere brieven, volgens welke de kapittels 's keizers onderzaten en anderen, wonende tot op 5 of 6 mijlen afstand rondom de stad Utrecht, mogen betrekken voor de conservatoren, en in zaken met verder afwonende personen een geestelijke rechter uit het land van deze mogen aanwijzen, met gelijktijdig afschrift, 1514 1514 2 charters 4117-1 1514 april 12. Afschrift 4117-2 1514 april 12 4118-4118 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor de abt van Oostbroek, tussen het kapittel en de executeurs van Johan Krijs, kanunnik van de Dom te Utrecht en van de St. Andreaskerk te Keulen, over kerksieraden en de vruchten van de prebende, 1513-1514 1513-1514 1 stuk en 3 charters 4118 z.j. 4118-2 1513 juli 27 4118-3 1513 juli 27 4118-4 1514 juni 17 4119 Akte waarbij de abt van Oostbroek, conservator van de rechten van het kapittel, Jacobus, bisschop van Ebron, de abt van St. Paulus te Utrecht en de dekens van St. Joris te Amersfoort en van St. Jacob te Leuven in zijn plaats stelt, 1516 juni 26 1516 juni 26 1 charter 4120-4120 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht tussen het convent van Oostbroek en het domkapittel, 1550 1550 2 charters Het onderwerp van het proces blijkt niet uit de stukken. In het archief van het Hof is er niets van gevonden, noch in dat van Oostbroek, noch in de kapittel-resoluties NB 4120-1 1550 4120-2 1550 juli 28 4121 Akte waarbij het kapittel mr. Jan van de Dorpe, advocaat te Arnhem, machtigt om het te vertegenwoordigen in een proces tegen Wynant Hackfoirt, 1555 nov. 20 1555 nov. 20 1 charter 4122 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor de vicaris van de bisschop door het kapittel tegen de executeurs van mr. Gerard van Westrenen, vicaris van de halve portie van de vicarie van St. Maarten en St. Elisabeth in de Dom, en de eerste burgemeester van Utrecht als gevoegde, over de vruchten van de vicarie over het laatste levensjaar van de vicaris, door de gedaagden geïnd, hoewel Westrenen in dat jaar nog geen zeven maanden geresideerd had, 1561, met getuigenverhoor over deze zaak van 1555 1561, met getuigenverhoor over deze zaak van 1555 1 omslag 4123 Stukken betreffende het proces, gevoerd in appèl voor de officiaal van de aartsbisschop, als pauselijk commissaris, door het kapittel tegen de executeurs van mr. Gerard van Westrenen en tegen Johan van Amerongen, burgemeester van Utrecht, tot restitutie van de door de gedaagde geïnde vruchten van de vicarie van Westrenen, 1565-1568 1565-1568 1 omslag 4124 Verzoekschrift door de kapittels van de Dom, Oudmunster, St. Jan en St. Marie aan het Hof van Utrecht, om de abt van St. Paulus te gelasten zijn daden van jurisdictie, als gedelegeerd rechter in hun proces met het kapittel van St. Pieter, hangende hun protest bij de pauselijke stoel, te schorsen, ca. 1568. Minuut ca. 1568. Minuut 1 stuk 4125 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor de commissaris van de kleine rol van het Hof door het kapittel-als intervenierende voor Eerst Daemss. van Schaick c.s. te Odijk, tegen Coen van Leeuwen en mr. Johan van Coetwijck, tot restitutie van de pacht van enig land te Odijk, behorende aan zekere door mr. J. van Dam bezeten vicarie, over het jaar waarin deze gestorven was, welke pacht volgens de statuten behoorde aan de domfabriek, 1568-1572 1568-1572 1 omslag 4126 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor Gedeputeerde Staten door de kanunnik Arnt van Duverden tegen de vice-domdeken Alexander van Lamsweerde en twee kanunniken over zijn uitsluiting uit het kapittel, terwijl hij de jurisdictie van het kapittel over de kanunniken betwist, 1643 1643 1 pak 4126-a Stukken betreffende verschillende processen, waarin het domkapittel of aan de kerk verbonden geestelijken gewikkeld zijn geweest, 16e-18e eeuw 16e-18e eeuw 1 omslag 10.4. Processen waarin het kapittel geen partij is, gevoerd voor pauselijke gedelegeerden 4127 Akte waarbij Cantelmus, bisschop van Albanum, pauselijk poenitentiarius, de domdeken machtigt, naar aanleiding van een schrijven van bisschop Jan van Arkel, die wegens wanbetaling aan de pauselijke kamer in de ban gedaan was, doch zijn fout hersteld had, deze van de ban te ontheffen, 1343 nov. 21 1343 nov. 21 1 charter 4128 Akte waarbij de regering van Zwolle aan mr. Arnoldus Poth, deken van St. Pieter, gemachtigde in deze van de paus, belooft, dat zij een kapel, behorende tot de proosdij van St. Lebuinus te Deventer, op kosten van de stad door een geschikte priester zal doen bedienen, 1396 mrt. 1. Afschrift 1396 mrt. 1. Afschrift 1 charter 4129 Citatie door Swederus van Weteringhe, officiaal van de aartsdeken van de Dom, gedelegeerd pauselijk rechter, in een proces tussen Jacobus van Borsalia, deken, en enige personen zich gedragende als kanunniken, van de kerk van St. Pancratius in het kasteel Voirne, 1454 april 11 1454 april 11 1 charter 4130 Uitspraak door de abt van St. Paulus als gedelegeerd pauselijk rechter, ca. 1460 ca. 1460 1 charter Zie ook nr. 88 NB 4131 Stuk betreffende een proces, gevoerd voor Adulphus van Rutenberch, proost van St. Marie te Utrecht, als pauselijke commissaris, over een pensie door de deken van de St. Andrieskerk te Keulen uit zijn decanaat te betalen, 1465 april 5 1465 april 5 1 charter 4132 Akte waarbij ..., deken van Drenthe, Stephanus Ter Maeth, priester, en Adrianus, knecht van de proost van .., machtigt om hem in rechten te vertegenwoordigen, 1475 mrt. 6 1475 mrt. 6 1 charter 4133 Akte van appèl van schout, schepenen en raden van Hoogwoud van een vonnis van de vice-deken van West-Friesland op het domkapittel of op de paus, 1476 mei 18 1476 mei 18 1 charter 4134 Akte waarbij bisschop David, door de paus gecommitteerd in een zaak van Johannes Theoderici van Alphen, apellant van een vonnis van deken en provisor van Rijnland over zekere trouwbeloften, de behandeling er van aan zijn officiaal opdraagt, 1477 okt. 26 1477 okt. 26 1 charter 4135-4135 Stukken betreffende een proces over een prebende in de St. Livinuskerk te Zierikzee, gevoerd voor Johannes Nijs, proost van St. Jan, als gedeputeerde van de pauselijke legatus de latere, dan voor Anthonius Pott, kanunnik van de Dom, als subgedelegeerde, 1478, 1480 1478, 1480 2 charters 4135-1 1478 nov. 25 4135-2 1480 febr. 10 4136 Akte waarbij Johannes Tuleman, kanunnik van Oudmunster, zich op de paus beroept ter bescherming van de vruchten van zijn prebende tegen Adolphus van Rutenberch, proost van St. Marie, 1485 mrt. 15 1485 mrt. 15 1 charter 4137-4137 Stukken betreffende een proces van de natuurlijke zoons van Adrianus Adriani, knaap, te Middelburg, tegen Johannes Panman, over de nalatenschap van hun vader, waarvan de afdoening, nadat recht gedaan was door de officialen van de bisschop van Utrecht en de aartsdiaken van de Dom, in 1487 door paus Innocentius VIII is opgedragen aan de dekens van de Dom en Oudmunster te Utrecht en van St. Jan te Osnabrück, met retroacta, 1485-1491 1485-1491 1 stuk en 9 charters 4137 1490 4137-2 1485 dec. 17 4137-3 1486 jan. 16 4137-4 1486 febr. 27 4137-5 1487 sept. 1 4137-6 1488 jan. 28 4137-7 1488 dec. 21 4137-8 1490 juni 14 4137-9 1491 febr. 18 4137-10 1491 mrt. 23 4138 Akte waarbij de domdeken als gedelegeerd pauselijk rechter Johannes Petri, cureit van een portie van de kerk te Yerseke, voor zich daagt in zijn geschil met Mathias van Brouwershaven, 1488 mrt. 24 1488 mrt. 24 1 charter 4139-4139 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor de domdeken als subgedelegeerde van bisschop David, gedelegeerd pauselijk rechter, tussen het benedictijner klooster te Prüm en de minderbroeders te Arnhem over het bouwen van een kerk binnen de grenzen van de St. Maartensparochie te Arnhem, 1488 1488 3 charters 4139-1 1488 juni 24 4139-2 1488 okt. 27 4139-3 1488 dec. 15 4140 Bul van paus Innocentius VIII, waarbij hij de deken van Zutphen en Johannes Thussenbroeck, kanunnik van de Dom, de behandeling opdraagt van de zaak van Johannes Ockel, vicaris in de kerk te Rockanje, tegen de executeurs van het testament van de overleden rector van die kerk over enige onthouden gelden, 1491 nov. 10 1491 nov. 10 1 charter 4141-4141 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor door de paus benoemde rechters, onder andere twee kanunniken van de Dom te Utrecht, tussen Andries Groot, kanunnik van St. Jan te Luik, en zijn kapittel, 1494-1496 3 charters 4141-1 1494 april 2 4141-2 1495 mrt. 2 4141-3 1496 jan. 18 4142 Bul van paus Alexander VI, waarbij hij de kapittels van de Dom en Oudmunster en de bisschoppelijke officiaal van Utrecht een onderzoek opdraagt in een geschil tussen de kanunniken van de St. Maartenskerk te Middelburg en Catharina, weduwe van Balduinus Gerardi van Wissenkercke, 1496 febr. 18 1496 febr. 18 1 charter 4143-4143 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor de domdeken als subgedelegeerde van de paus, tussen het convent van de karthuizers te Kampen en de stad Zutphen, 1501-1504 1501-1504 1 omslag en 7 charters 4143 1504 4143-2 1501 aug. 29 4143-3 1501 okt. 12 4143-4 1501 nov. 15 4143-5 1501 dec. 10 4143-6 1502 jan. 10 4143-7 1502 jan. 12 4143-8 1503 okt. 10 4144 Registers van stukken betreffende het appèl van de bisschop en de domproost op de paus, wegens het misbruik, door Hugo van Groes, deken van het kapittel van Geervliet, gemaakt van het hem door de aartsbisschop van Keulen, als legatus natus van de H. Stoel, opgedragen commissariaat van de zaken van de legatio nata, 1503 1503 1 deel Dit deel is afkomstig van notaris Johannes Spierinck NB 4145 Bul van paus Julius II, waarbij hij de dekens van St. Pieter te Utrecht, van St. Pieter te Leuven en van St. Jan te 's-Hertogenbosch de bescherming van de goederen van de bisschoppelijke tafel van Utrecht opdraagt, 1505 juli 26 1505 juli 26 1 charter 4146 Akte waarbij Johannes, abt van St. Gertrudis te Leuven, subexecutor van Adrianus Florentii van Utrecht, deken van St. Pieter aldaar en door paus Julius II in deze gemachtigd, allen oproept, die stukken onder zich hebben betreffende het geschil tussen de bisschop en graaf Edsardus van Oostfriesland met de stad Groningen, 1508 juli 10 1508 juli 10 1 charter 4147 Akte waarbij Splinterus van Dorschen, abt van Oostbroek, in deze door de paus gedelegeerd met de domdeknen van Utrecht en de deken van St. Lebuinus te Deventer, enige burgers van Utrecht in bescherming neemt tegen de suppoost en conservator van de Leuvense universiteit, die hen voor een schuld had geciteerd, 1508 jan. 26 1508 jan. 26 1 charter 4148 Akte waarbij Petrus Johannis, vicaris van de Dom en pastor van de parochiale kerk van Ophemert, tegen een vonnis van Rutgerus van Diedem, zich noemende officiaal van de proostaartsdiaken van Arnhem, in beroep komt bij de abt van Oostbroek als conservator van de rechten van het domkapittel, 1509 aug. 18 1509 aug. 18 1 charter 4149-4149 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor de abt van het St. Geertruidsklooster te Leuven, in deze subgedelegeerd pauselijk rechter, tussen het convent van de Poorten des hemels te Heemstede met de monnik Nanno Tyemanni, en Balduinus Johannis, priester, over belediging, 1513-1515 1513-1515 4 charters 4149-1 1513 jan. 12 4149-2 1513 juli 11 4149-3 1513 nov. 19 4149-4 1515 mrt. 25 4150 Mandaat van Hermannus van Lochorst, deken van Oudmunster, subgedelegeerde van de paus, aan allen die goederen van het benedictijner klooster van St. Paulus te Utrecht onder zich houden, om deze terug te geven, 1514 nov. 19 1514 nov. 19 1 charter 4151 Akte waarbij Johannes Angelus Arcimboldus, pauselijk commissaris, het proces over de nalatenschap van Johannes Tussenbroec, kanunnik van de Dom, aan zich trekt, 1515 aug. 17 1515 aug. 17 1 charter 4151-a Volmacht van Maria Danckardi de Scerpenis voor Cornelius Cornelii de Westkerck en anderen tot waarneming van zaken in haar proces voor de deken van St. Pieter, als pauselijk commissaris, met Johannes Ryn, 1515 aug. 19 1515 aug. 19 1 charter 4152 Akte waarbij de abdis en het convent van de orde van St. Victor te Biezelinge van een vonnis van het Hof van Holland in haar proces tegen broeder Johannes Leonardi over geroofde kloostergoederen, in beroep komen op de paus, 1517 mrt. 16 1517 mrt. 16 1 charter 4153 Brief van Johan Wolffsen aan de kanunnik mr. Johan van Wtterwijck, in antwoord op een schrijven, waarin deze hem bericht had, dat het kapittel door de paus gemachtigd was tot de aanwijzing van drie rechters tot behandeling van zijn zaak, 1517 1517 1 stuk 4154-4154 Akten waarbij Jacobus Bernevelt, vicaris in de St. Janskerk te Utrecht, ter verdediging van zijn recht op het altaar van het H. Kruis aldaar in beroep komt op de paus tegen de beslissingen, door Johannes van Wemeldinge, deken van St. Goedele te Brussel, conservator van de rechten van de Leuvense universiteit, alsmede een zich noemende subconservator van die rechten, ten gunste van Aelbertus Pigge genomen, en waarbij de vijf kapittels zich te behoeve van hem in deze zaak op de paus beroepen, 1516 1516 2 charters 4154-1 1516 sept. 5 4154-2 1516 sept. 5 4155 Vidimus door de abt van Egmond van een executoriaalbrief van 1517 van de bul van paus Leo X, houdende de vrijstelling van de elect Filips en zijn onderzaten van de rechtspraak van de aartsbisschop van Keulen als legatus natus van de paus, 1539 okt. 10 1539 okt. 10 1 charter 4156 Akte waarbij de bisschop van Munster zich tegen de proost van Loppersum, die de tienden van de bisschop aldaar tot zich genomen had, beroept op de paus, 1517 (?) 1517 (?) 1 charter 4157 Register van stukken betreffende het proces, gevoerd voor Johannes van Heetvelde (vicaris-generaal van de elect Hendrik), als pauselijk commissaris, door Aelbert Pigghe tegen Johan Slacheck over het bezit van de proosdij van St. Marie, het decanaat van St. Lebuinus te Deventer en de parochiekerken van Kampen en Oldemarkt, 1527 1527 1 stuk 4158 Mandaat van Johannes, pauselijk kapellaan en auditor, gericht aan de deken en de thesaurier van de Dom, om uitvoering te geven aan zijn vonnis in een proces over een kanonikaat en prebende, gewezen ten gunste van Johannes van Tyses, 1531 mrt. 31 1531 mrt. 31 1 charter 4159 Akte waarbij Nicolaus Block, priester, gemachtigden benoemt in processen over beneficies, 1534 1534 1 stuk 4160-4160 Stukken betreffende een rpoces, gevoerd voor de abt van St. Paulus, de deken van St. Pieter en Adrianus van Renes, kanunnik van de Dom, door de pauselijke nuntius als rechters aangewezen, tussen Lucia, dochter van Theodericus, en Petrus Feyntonis, wegens bigamie, in hoger beroep van een uitspraak door de deken van West-Friesland, 1545 1545 1 stuk en 2 charters 4160 1545 4160-2 1545 sept. 14 4160-3 1545 okt. 7 4161 Uitspraak door Marcus van Weze, proost van Elst en Culemborg, als pauselijk gedelegeerde in een proces over het recht van presentatie tot een vicarie te Angeren, 1546 jan. 26 1546 jan. 26 1 charter 4161-a Excommunicatie, uitgesproken door Jacobus wten Engh deken van St. Pieter als subexecutor, over Arnoldus Leonardi de Bree, rector van de parochiekerk van Bovenkarspel, wegens niet gehoor geven aan de vordering tot uitkering van een jaarrente van 18 gouden ducaten bij reservatiebul geschonken aan mr. Augustinus de Taxis, 1548 jan. 23 1548 jan. 23 1 charter 4162 Uitspraak door Petrus de Vos, als pauselijk gedelegeerde, in een proces tussen Herbertus Holl en Philippus Joannis a Maten over een vicarie in de St. Geertekerk te Utrecht. Afschrift, ca. 1580 ca. 1580 1 stuk 4163 Memories, gericht aan Jac. Uuttenenck, deken van St. Pieter en commissaris van de paus in appèl van een vonnis van de deken van West-Friesland in het proces van Edel Segersz. en Lucie Dirks tegen Pieter Fantosz. wegens trouwbeloften, 1546 1546 1 omslag 10.5. Processen waarin het kapittel geen partij is, gevoerd voor de aartsdiaken van de Dom 10.5.1. Algemeen De stukken zijn afkomstig van de notarissen, die aan partijen afschriften leverden en ook de getuigen verhoorden in opdracht van de officiaal. Zie ook Bronnen voor de geschiedenis der kerkelijke rechtspraak in de middeleeuwen, uitgegeven door J.G.C. Joosting (Den Haag, 1906-1924) dl. VI p. 250-251 en 300-301. NB 4164-4164 Citatie van Johannes van Zuylen en Johannes Theoderici van Zuylen, die aan notarissen Godefridus Boelen en Jacobus Stoop, en aan Paulus van Maseyck hun kosten en salaris schuldig zijn, met de akte van excommunicatie van drie personen, 1542 1542 2 charters 4164-1 1542 juli 15 4164-2 1542 sept. 20 4165 Citatie van Sybrandus Graeff in zijn proces tegen de fiscus van West-Friesland over verschuldigde gelden, 1565 april 13 1565 april 13 1 charter 10.5.2. Processen over beneficies In deze processen werden presentatie-, proclamatie- en institutiebrieven overlegd. De stukken zijn afkomstig van de notarissen, die aan partijen afschriften leverden en ook de getuigen verhoorden in opdracht van de officiaal. Zie ook Bronnen voor de geschiedenis der kerkelijke rechtspraak in de middeleeuwen, uitgegeven door J.G.C. Joosting (Den Haag, 1906-1924) dl. VI p. 251, 300, 303. NB 4166 Stukken betreffende processen over beneficies voor de aartsdiaken van de Dom, 1415-1578 1415-1578 1 omslag Het stuk van 1415 betreft een afschrift NB 4167 Akte van voordracht van Adrianus Berchgracht tot rector van de halve portie van de parochiale kerk van Assenede (decanaat van de Quatuor officia Flandriae), 1516 mei 1516 mei 1 charter 4168-4168 Akten van voordracht, proclamatie en institutie, en processtukken betreffende beneficies in het decanaat Zuutbevelandia, 1428-1549, z.j. 1428-1549, z.j. 1 omslag en 28 charters 4168 z.j. 4168-27 1528 aug. 3 4168-2 1442 nov. 9 4168-3 1484 sept. 24 4168-4 1484 okt. 7 4168-5 1484 okt. 27 4168-6 1484 okt. 30 4168-7 1484 nov. 4 4168-8 1486 juli 4 4168-9 1500 febr. 25 4168-10 1502 mei 10 4168-11 1502 dec. 3 4168-12 1502 dec. 13 4168-13 1504 jan. 5 4168-14 1504 jan. 6 4168-15 1504 jan. 18 4168-16 1504 mrt. 27 4168-17 1504 april 1 4168-18 1504 mei 2 4168-19 1504 sept. 4 4168-20 1504 okt. 15 4168-21 1506 jan. 10 4168-22 1506 juli 6 4168-23 1506 juli 6 4168-24 1506 juli 6 4168-25 1521 aug. 10 4168-26 1521 aug. 16 4168-28 1536 mrt. 27 4168-29 1549 jan. 25 4169-4169 Akten van voordracht en stukken betreffende een proces tussen Cornelis Willefoirtsz. en Cornelis Arntsz. de Ryck over een vicarie te Wemeldinge (decanaat Zuutbevelandia), 1504 1504 1 stuk en 7 charters 4169 1504 4169-2 1504 mrt. 29 4169-3 1504 april 1 4169-4 1504 april 1 4169-5 1504 april 3 4169-6 1504 april 10 4169-7 1504 april 12 4169-8 1504 mei 4 4170-4170 Akte van voordracht van Quirinus Adriani tot een vicarie te Reimerswaal (decanaat Zuutbevelandia) en stukken betreffende een proces over deze vicarie, 1504-1505 1504-1505 1 stuk en 3 charters 4170 1505 4170-2 1504 okt. 15 4170-3 1504 okt. 28 4170-4 1504 nov. 4 4171-4171 Akte van proclamatie van Johannes Beversijn tot een vicarie te Tolsende (decanaat Zuutbevelandia) en stukken betreffende een proces over deze vicarie, 1504 1504 3 charters 4171-1 1504 okt. 18 4171-2 1504 nov. 14 4171-3 1505 febr. 8 4172-4172 Stukken betreffende het proces tussen Jan Pietersz. en Marinus Pietersz. Koc over een vicarie te Poortvliet (decanaat Zuutbevelandia), 1544-1546 1544-1546 1 omslag en 7 charters 4172 1544-1545 4172-2 1544 jan. 8 4172-3 1544 mrt. 28 4172-4 1544 april 9 4172-5 1544 mei 18 4172-6 1544 juli 7 4172-7 1545 juni 6 4172-8 1546 april 17 4173 Overeenkomst tussen Jacobus van Huete, beneficiaat van de Dom, en vicaris van de vicarie van St. Nicolaas in de kerk te Zoutelande, en Pancratius Egidii, te Wissenkerk, over de vruchten van deze vicarie, 1420 febr. 14 1420 febr. 14 1 charter 4174-4174 Akten van voordracht, proclamatie en institutie en processtukken betreffende beneficies in het decanaat Wallacria, 1501-1515 1501-1515 6 charters 4174-1 1501 okt. 10 4174-2 1504 sept. 4 4174-3 1504 okt. 3 4174-4 1504 okt. 17 4174-5 1505 dec. 16 4174-6 1515 okt. 12 4175-4175 Akte van voordracht van Antonius Petri van Wissenkerke tot een vicarie te Welle (decanaat Wallacria) en stukken betreffende een proces over deze vicarie, 1503-1504 1503-1504 1 omslag en 4 charters 4175 1504 4175-2 1503 okt. 15 4175-3 1503 okt. 20 4175-4 1503 nov. 12 4175-5 1504 dec. 12 4176-4176 Stukken betreffende het proces van Cornelis Jan Michielsz tegen Cornelis Reynersz. over het bezit van de parochiekerk van Dijxhoek (decanaat Wallacria), 1502, met afschrift van akten betreffende de begeving van deze kerk van 1329-1366 1 omslag en 2 charters 4176 1329-1366. Afschrift 4176-2 1502 juli 28 4176-3 1502 aug. 28 4176-a Fragment van het gerechtelijk vooronderzoek en getuigenverhoor ten overstaan van Willem Buser in de geschillen tussen Cornelius, broer van Johannes Vrancke, en Johannes Ghijsberti, vicaris te Kouwerve, met aan de keerzijde een fragment van een stichtingsakte van een vicarie op het St. Jacobsaltaar in de kerk van Cats, en een beleningsregistratie van een leen van Henrick Jacobs van de Doef bij de Rijn en grond van het klooster Warmond, z.j. 16e eeuw z.j. 16e eeuw 1 stuk 4177-4177 Akten van voordracht, proclamatie en institutie en processtukken betreffende beneficies in het decanaat Scaldia, 1483-1548 1483-1548 1 stuk en 14 charters 4177 1548 4177-2 1483 dec. 7 4177-3 1484 febr. 21 4177-4 1486 (?) 4177-5 1486 aug. 10 4177-6 1494 aug. 11 4177-7 1504 mrt. 26 4177-8 1504 mrt. 30 4177-9 1504 mrt. 30 4177-10 1504 april 22 4177-11 1511 nov. 12 4177-12 1539 mrt. 29 4177-13 1541 sept. 9 4177-14 1548 april 28 4177-15 1548 mei 7 4178-4178 Stukken betreffende een proces tussen Kempo Mathiasz. en anderen over een vicarie te Duivendijke (decanaat Scaldia), 1486-1487 1486-1487 4 charters 4178-1 1486 mei 31 4178-2 1486 juni 20 4178-3 1486 dec. 2 4178-4 1487 juni 8 4179-4179 Akten van voordracht en stuk betreffende een proces van Cornelis Polderman over een portie van de parochiale kerk te Kerkwerve (decanaat Scaldia), 1504 1504 3 charters 4179-1 1504 mrt. 17 4179-2 1504 mrt. 17 4179-3 1504 mei 2 4180-4180 Akten van voordracht en institutie en stukken betreffende processen over beneficies in het decanaat Dominium de Voorne, 1500-1551 1500-1551 1 omslag en 10 charters 4180 z.j. 4180-2 ca. 1525 4180-3 1500 febr. 6 4180-4 1503 juli 23 4180-5 1503 aug. 4 4180-6 1505 april 1 4180-7 1506 april 21 4180-8 1534 mei 29 4180-9 1550 sept. 10 4180-10 1550 nov. 18 4180-11 1551 jan. 6 4181 Akte van de fundatie van een officium op het St. Jacobsaltaar in de St. Catherinakerk te Brielle, met de akte van goedkeuring door de bisschop, 1467 mei 4 en juli 5 1467 mei 4 en juli 5 2 charters (getransfigeerd) Deze stukken zijn wellicht overgelegd in een proces in 1503 NB 4182 Getuigenverhoor in het proces tussen Cornelis Gerard Adriaensz. en Dirk Anthonisz. over een vicarie in de St. Pieterskerk te Brielle, 1547 1547 1 stuk Het betreft een fragment NB 4183 Akte van proclamatie van Jacobus Wilhelmi van Berendrecht tot een vicarie te Dordrecht (decanaat Zuuthollandia), 1571 nov. 9 1571 nov. 9 1 charter 4184-4184 Akten van voordracht van verschillende personen tot vicarieën te Rotterdam (decanaat Schielandia), 1504-1532 1504-1532 6 charters 4184-1 1504 april 22 4184-2 1504 april 26 4184-3 1504 mei 23 4184-4 1506 jan. 28 4184-5 1517 jan. 8 4184-6 1532 dec. 7 4185-4185 Akten van voordracht en institutie en stukken betreffende processen over beneficies in het decanaat Delflandia, 1484-1555 1484-1555 1 omslag en 19 charters 4185 1484 4185-2 1484 april 14 4185-3 1484 juli 28 4185-4 1490 juli (?) 4185-5 1502 april 19 4185-6 1503 mei 20 4185-7 1504 jan. 17 4185-8 1505 dec. 18 4185-9 1513 nov. 17 4185-10 1528 jan. 4185-11 1542 april 2 4185-12 1542 april 15 4185-13 1543 mrt. 8 4185-14 1543 aug. 17 4185-15 1543 dec. 14 4185-16 1544 jan. 15 4185-17 1544 jan. 15 4185-18 1544 febr. 2 4185-19 1548 juli 24 4185-20 1555 aug. 8 4186-4186 Akten van voordracht en institutie en stukken betreffende processen over beneficies in het decanaat Rijnlandia, 1484-1573 1484-1573 1 stuk en 10 charters 4186 1513 4186-2 1484 sept. 24 4186-3 1484 nov. 17 4186-4 1502 dec. 6 4186-5 1503 nov. 4 4186-6 1507 jan. 18 4186-7 1522 mei 23 4186-8 1534 dec. 22 4186-9 1546 4186-10 1546 okt. 23 4186-11 1573 sept. 29 4187-4187 Akte van voordracht en register van stukken betreffende het proces tussen Jan Foppensz. en Bartholomeus Cornelisz. over een vicarie te Leiden (decanaat Rijnlandia), 1502 1502 1 deel en 1 charter 4187 1502 4187-2 1502 dec. 17 4188-4188 Akten van voordracht van Johannes Bellicapito tot een vicarie te Leiden en stukken betreffende een proces over deze vicarie, 1546 1546 4 charters 4188-1 1546 aug. 14 4188-2 1546 okt. 26 4188-3 1546 okt. 26 4188-4 1546 okt. 27 4189-4189 Akten van voordracht en proclamatie en stukken betreffende processen over beneficies in het decanaat Kennemaria, 1503-1569 1503-1569 7 charters 4189-1 1503 okt. 3 4189-2 1503 okt. 3 4189-3 1506 jan. 31 4189-4 1506 mei 28 4189-5 1507 jan. 20 4189-6 1569 juli 6 4189-7 1569 nov. 25 4190 Getuigenverhoor in het proces tussen Adriaen Buer en anderen over een vicarie te Beverwijk (decanaat Kennemaria), 1511-1512 1511-1512 1 deel 4191 Getuigenverhoor in het proces tussen Reyner Yvosz. tegen Henric Godfridsz. over een vicarie te Burg op Texel (decanaat Kennemaria), 1519 1519 1 deel 4192 Akte waarbij Lambertus Theoderici zijn officium in de kerk te Haarlem voor zijn leven verpacht aan Gerbrandus Johannis Rijck, 1505 dec. 22 1505 dec. 22 1 charter 4193 Akte van voordracht van Anthonius Johannis tot een vicarie te Medemblik (decanaat Westfrisia), 1505 nov. 14 1505 nov. 14 1 charter 4194-4194 Akten van voordracht en institutie tot beneficies in het decanaat Amsterlandia, Waterlandia en Zeevangia, 1503-1541 1503-1541 3 charters 4194-1 1503 dec. 8 4194-2 1530 febr. 24 4194-3 1541 april 27 4195-4195 Stukken betreffende de begeving van een vicarie in de St. Nicolaaskerk te Amsterdam, waarvan de bezitter verondersteld was afstand te hebben gedaan, 1543 1543 1 omslag en 2 charters 4195 1543 4195-2 1543 sept. 29 4195-3 1543 okt. 2 4196 Akte van voordracht van Gerardus ther Steghe tot een portie van een vicarie in de St. Nicolaaskerk te Utrecht, 1484 mrt. 26 1484 mrt. 26 1 charter 4196-a Akte van benoeming door Simon van der Sluis, aartsdiaken van de Dom, van de priester Wijnand Jacobszn Croll tot rector (pastoor) van de parochiekerk van Bunnik, 1499 april 20 1499 april 20 1 charter Aan de keerzijde een verklaring van de in bezit stelling (installatie) van 1499 NB 4196-b Akte van benoeming door Simon van der Sluis, aartsdiaken van de Dom, van Anthonius Hendrikszn tot rector (pastoor) van de parochiekerk van Bunnik, 1490 sept. 11 1490 sept. 11 1 charter 4196-c Dagvaarding door de officiaal van de Utrechtse aartsdiaken op verzoek van Bernhardus de Coesfeldia van Godefridus Wilhelmi ter zake van de St. Eligiusvicarie in de Buurkerk te Utrecht, 1543 nov. 21 1543 nov. 21 1 charter 4196-d Presentatie door beide pastoors als collatoren aan de aartsdiaken van de Dom van Johan Adriaanszoon tot de St. Mariavicarie in de Buurkerk, 1584 jan. 22 1584 jan. 22 1 charter 4196-4196 Uitspraak door de Utrechtse aartsdiaken in het geschil tussen Bartoldus Jacobi en Wynand Croel over het recht op de kerk van Bunnik, 1532, met vermoedelijke retroacta, 1531, 1532 1531, 1532 1 stuk en 2 charters 4196-e 1532 4196-f 1531 april 21 4196-g 1532 april 4197-4197 Akten van voordracht van verschillende personen tot een vicarie te Bunschoten (decanaat Goylandia), 1496 1496 4 charters 4197-1 1496 juli 11 4197-2 1496 juli 25 4197-3 1496 juli 26 4197-4 1496 dec. 1 4198 Stukken betreffende het proces tussen Rycout Aerntsz. van Naerden, priester (altarist) te Doorn (decanaat Goylandia), en Dirc Bartholomeusz. van de Waell, vicaris aldaar, over de beloning van de eiser voor het waarnemen van de plichten van de gedaagde als vicaris, 1576-1579 1576-1579 1 omslag 4199-4199 Stukken betreffende een proces van Weremboldus van Doesburch tegen Henricus Thedrici, tot handhaving in het bezit van een vicarie in de St. Joriskerk te Amersfoort (decanaat Goylandia), 1509, met eigendomsbewijzen van kerksieraden en landerijen voor de vicarie en akte betreffende een overdracht van deze, 1396-1424 12 charters (waarvan 8 getransfigeerd) 4199-1 1396 jan. 4 4199-2 1397 juni 5, 1397 juni 5 en 1397 juni 5 3 charters, getransfigeerd 4199-3 1397 juni 20 4199-4 1398 okt. 23, 1406 mrt. 10, 1406 mrt. 10, 1406 mrt. 10 en 1414 juli 13 ( 5 charters getransfigeerd) 4199-5 1424 aug. 22 4199-6 1509 aug. 28 4200-4200 Stukken betreffende een proces tegen Gijsbertus Amphardi, te Eemnes (decanaat Goylandia), wegens het onbevoegd in bezit nemen van een vicarie aldaar, 1566-1569 1566-1569 3 charters 4200-1 1566 aug. 2 4200-2 1568 febr. 14 4200-3 1569 april 2 4201 Mandaat van de koning aan de aartsdiaken tot institutie van Steven Ghijsbertsz. van Wijck in de cure van Nederlangbroek (decanaat Goylandia), 1575 juni 6 1575 juni 6 1 charter 4202-4202 Akten van voordracht, proclamatie en institutie, en stukken betreffende processen over beneficies in het decanaat Batua, 1484-1570 1484-1570 11 charters 4202-1 1484 mrt. 20 4202-2 1484 april 7 4202-3 1498 febr. 16 4202-4 1498 febr. 23 4202-5 1498 febr. 23 4202-6 1498 mrt. 15 4202-7 1499 febr. 10 4202-8 1499 okt. 12 4202-9 1547 april 1 4202-10 1547 april 20 4202-11 1570 aug. 11 4203-4203 Akte van proclamatie van Johannes van Ness tot rector van een vicarie te Angeren (decanaat Batua), met stukken betreffende een proces over deze vicarie, waarbij een afschrift van een brief van Theodricus, graaf van Clivia, van 1299, houdende de gift van een halve hoeve land te Gent, en een stuk land te Bemmel, genaamd Weydewoert, aan de vicarie, 1544-1545 1544-1545 1 omslag en 2 charters (getransfigeerd) 4203 1544-1545 4203-2 1544 okt. 25, 1544 nov. 11 en 1544 2 charters, getransfigeerd en 1 aangehecht stuk 4203-a Akte van appèl van provisor en deken van Delfland in de zaak van Hermannus de Traiecto superiori contra Elizabeth Danielis ter zake van echtbreuk, 1487 dec. 11 1487 dec. 11 1 charter 10.5.3. Processen over huwelijkszaken Deze stukken zijn afkomstig van de notarissen, die aan partijen afschriften leverden en ook de getuigen verhoorden in opdracht van de officiaal. NB 4204 Akte van huwelijksvoorwaarden tussen Jan Floris Plonisz. en Willemtgen Willem Vosmeers dochter, 1504 nov. 30, met akte waarbij enige magen verklaren geen andere huwelijksvoorwaarden te kennen, 1505 nov. 27 2 charters (getransfigeerd) 4205 Citatie van Thidericus Gisberti, te Amerongen, op verzoek van Anthonia Jacobi, wegens een trouwbelofte, 1535 febr. 20 1535 febr. 20 1 charter 4206 Getuigenverhoor in een proces van Herman Adriaensz. tegen Anna Mathijs Hugendr. over een trouwbelofte, 1537 1537 1 stuk 4207 Gerechtsbrief van Naarden, waarbij Claes Gherijtsz. erkent voldaan te zijn van al hetgeen hem toekwam van Wijchart die Wever, van huwelijksvoorwaarden en van goed van zijn overleden huisvrouw, 1541 jan. 7 1541 jan. 7 1 charter 4208 Citatie van Mechteld Willemsz. die Beer, te Amerongen, op verzoek van Cornelis Theoderici, te Rhenen, wegens een tussen hen gesloten huwelijk, 1544 febr. 4 1544 febr. 4 1 charter 4209 Citatie, op verzoek van Aleydis, dochter van Nicolaas Peelen, te Renkum, van haar man Hermannus Germensz., ter verkrijging van echtscheiding wegens onmacht, 1544 juli 7 1544 juli 7 1 charter 4210 Getuigenverhoor in het proces tussen Grietje Gerritsdr. en Gijsbert Claesz over het bestaan van hun huwelijk, 1546 1546 1 stuk 4211 Stukken betreffende een proces tussen Johannes de Milde en Geertrude, dochter van Henricus de Hooch, over een trouwbelofte, 1550 1550 1 omslag 4211-a Akte van dagvaarding door de officiaal van de aartsdiaken van de Dom van Adriaan Gijsbertsz. te Amersfoort, beschuldigd van meineed in de zaak van zijn huwelijkscontract met Yda Willemsdr. te Amersfoort, 1550 dec. 15 1550 dec. 15 1 charter Aan de keerzijde een verklaring van openbare bekendmaking van de dagvaarding NB 4211-b Memorie inzake de huwelijksprocedure in appèl tussen Nicolaas Cuytter en Gertrudis Wydenbrugghe, 1559 (?) 1559 (?) 1 katern 4212 Minuut van een brief van de aartsdiaken aan (de deken van Delfland) over een ongeoorloofde huwelijksplechtigheid te 's-Gravenhage, 1562 1562 1 stuk 10.5.4. Processen, gevoerd voor de officialen van de bisschop en de aartsdiaken van de Dom, meestal in appèl van de vonnissen van de provisoren-dekens 4213-4213 Stukken betreffende het proces, in appel gevoerd voor de officialen van de bisschop en van de aartsdiaken van de Dom, door Floris Adriaensz. c.s. tegen Jan Panneman tot uitkering van legaten krachtens het testament van hun vader Adriaen Adriaensz., overleden te Westkerke (decanaat Zuutbevelandia) in 1483, van wie Panneman's vrouw erfgenaam is, 1485-1488 1485-1488 1 omslag en 1 charter Van de officialen is wederom geapelleerd op de paus. Zie ook nrs. 4137-1-4137-10 NB 4213 1485-1488 4213-2 1485 dec. 28 4214-4214 Akte waarbij de provisor-deken van Zuutbevelandia een proces tussen de vicarissen van Reimerswaal en mr. Nicolaes Rijethouck over de verdeling van de presentiegelden van de memoriediensten verwijst naar de officialen van de bisschop en van de aartsdiaken van de Dom, 1509, met procesverbaal van het getuigenverhoor in deze zaak door Wouter van de Creke, commissaris van de officialen, 1512 1512 1 stuk en 1 charter 4214 . 1512 4214-2 1509 dec. 1 4214-a Stukken betreffende het proces, gevoerd voor provisor en deken van Zuid-Beveland door Cornelis Christoffels, kapellaan te Nisse, tegen Aernt Jacobss., kapellaan te Baarland, en de andere erfgenamen van Jacob Corneliss., tot betaling van verdiend loon als zaakwaarnemer in zeker proces, 1542 1542 1 omslag 4214-b Notarieel instrument, gediend hebbend in een proces voor de provisor-deken van Scaldia, waarin betrokken zijn Nicolaus Adriani uit de parochie Zuydtkercken en Digna filia Arnoldi, 1428 jan. 31 1428 jan. 31 1 charter Het charter heeft gediend als omslag voor het manuaal van de mensurnaal-kamer van 1559 van St. Marie NB 4215 Akte waarbij de provisor van Scaldia aan Nicolaas Jacobi en Cornelia Wilhelmi, uit Brouwershaven, straffen oplegt wegens overspel, 1479 febr. 27 1479 febr. 27 1 charter 4216 Stukken betreffende geschillen over competentie tussen de domproost-aartsdiaken, zijn officiaal en de provisoren-dekens in Zeeland, 1522-1533 1522-1533 1 omslag 4216-a Bevel van de officiaal van de aartsdiaken van Utrecht aan Livinus Boom, kanunnik van de St. Livinuskerk te Zierikzee en deken van Scaldia om de door hem verschuldigde gelden te betalen, 1535 okt. 22 1535 okt. 22 1 charter 4217 Procesverbaal van het getuigenverhoor, op last van de officialen van de bisschop en de domproost-aartsdiaken gehouden door Johannes van Goch, notaris en scriba van het consistorie van de aartsdiaken, ten bewijze dat de klachten van de geestelijkheid over inbreuken van wereldlijke zijde op haar jurisdictie gegrond zijn, 1523 1523 1 deel Het einde ontbreekt. Zie ook het archief van de Bisschoppen van Utrecht nr. 243, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand van Catalogus van het archief der bisschoppen van Utrecht door S. Muller Fz (Utrecht, 1906) NB 4218 Procesverbaal van het getuigenverhoor op last van de officialen van de bisschop en de domproost-aartsdiaken in het geschil tussen de steden Rotterdam en Schiedam, over de plaats, waar de provisoren en dekens van Schieland hun terechtzittingen moeten houden, (1532) (1532) 1 deel 4219 Brief van de officialen van de bisschop en de domprosst-aartsdiaken aan de Grote Raad over een geschil met de heer van Veere over de geestelijke rechtspraak, 1524 1524 1 stuk De brief schijnt wel verzonden te zijn geweest, maar teruggekeerd met andere, thans verloren, stukken NB 4219-4219 Stukken betreffende de appèl-procedure voor de Utrechtse officiaal tussen Jacomina weduwe Pieter Dirksz. en Dirk Adriaans. te Leiden over pacht, 1483 1483 1 stuk en 1 charter 4219-a 1483 4219-b 1483 juli 6 4219-4219 Stukken betreffende de procedure in appèl van provisor en deken van Delfland tussen Floris Boen en het klooster Roomburg over verschuldigde pacht, 1499-1500 1499-1500 2 charters 4219-c 1499 okt. 31 4219-d 1500 dec. 17 4220-4220 Stukken betreffende een proces, gevoerd voor de officialen van de bisschop en de aartsdiaken van de Dom over land, behorende aan een vicarie te Delft, 1509, 1510 1509, 1510 2 charters 4220-1 1509 juli 25 4220-2 1510 juli 5 4220-a Akte waarbij Jacobus Symonis van een vonnis van provisor en deken in het dominium de Putten, die zijn huwelijk wegens overspel van de vrouw had ontbonden, in beroep komt bij de officialen van de bisschop en de aartsdiaken van de Dom, 1511 1511 1 charter 4220-4220 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor deken en provisor van Schouwen door Lieven Leenderts, burger van Zierikzee, tegen Pranco en Leendert, zonen van Pranco Scouwess. van Kerkwerve, tot schadevergoeding voor het doden van een koe in de wei, 1515 1515 1 omslag en 2 charters 4220-b 1515 4220-c 1515 april 24 4220-d 1515 juni 30 4220-e Akten van indaging, citatie door de bisschoppelijke officiaal op verzoek van deken en kapittel van de Dom van Adamus Gerardi, Lubbertus Florentii en Hermannus Gijsberti, 1509 juli 1509 juli 4 charters (getransfigeerd) 4221 Mandaat van de officialen van de bisschop en van de aartsdiaken van de Dom, rechters in appèl van de provisor-deken van Kennemaria, in een proces tussen de vice-cureit Cornelius en de fabriekmeesters van de kerk te Haarlem, aan deze om Cornelius te herstellen in het bezit van de administratie van de kerk, 1517 dec. 3 1517 dec. 3 1 charter 4222 Register van stukken betreffende het proces, gevoerd voor de officialen van de bisschop en van de aartsdiaken van de Dom, in appèl van de provisor-deken van Zuidbevelandia, door de erfgenamen van Peter Wolfardsz., kanunnik van Oudmunster, tegen de zonen van Jan Jacobsz. te Reimerswaal, over de verplichting tot teruggave van een schuldbekentenis van Peter Wolfardsz. wegens een hem door de ander gedane geldlening, 1520 1520 1 deel 4222-a Citatie door de officiaal van de aartsdiaken van de Dom van Johannes Nachtegael in zake de tegen hem ingestelde appèl-procedure door Arnoldus Nachtegael van het vonnis van de provisor en deken van Delfland, 1528 juni 26 1528 juni 26 1 charter 4222-b Citatie door de officiaal van de aartsdiaken van de Dom van de vice-cureit en koorgezellen te Zoutelande in zake de tegen hen ingestelde appèl-procedure door de erven Cornelia weduwe van Adrianus Petri Nicolai van het vonnis van de provisor en deken van Wallacria, 1528 juli 20 1528 juli 20 1 charter 4222-4222 Citatie van Gerardus zoon van Wilhelmus Judoci te Schalkwijk voor het bisschoppelijk consistorie in zake huwelijkscontract met Barbara Willemsdr.; met de in die zaak uitgebrachte conclusie van eis, 1529 1529 1 stuk en 1 charter 4222-c 1529 4222-d 1529 sept. 25 4222-4222 Stukken betreffende het proces in appèl van provisor en deken van Delfland tussen H. Geestmeesters te Delft en George Alberts te Maasland over verschuldigde rente, 1521 1521 1 omslag en 1 charter 4222-e 1521 4222-f 1521 nov. 26 4222-g Citatie door de officiaal van de aartsdiaken van Utrecht van Willem Block c.s. contra Everhard van Cromendijch c.s, 1526 sept. 25 1526 sept. 25 1 charter 4223 Citatie door de officialen van de bisschop en van de aartsdiaken van de Dom, van Lubbinga Jacobsdr., op verzoek van Hillegondis Rembrandsdr., die in appèl was gekomen van een door de provisor-deken van Kennemaria gewezen vonnis, 1540 sept. 26 1540 sept. 26 1 charter 4223-a Citatie door de officiaal van de bisschop en de aartsdiaken van de Dom inzake het appèl van Joannes Vierlois, kapellaan van de parochiekerk te Hoedekenskerke, tegen provisor, deken en procureurfiscaal van Zuid-Bevelandia in zake begane geweldpleging, 1544 mrt. 13 1544 mrt. 13 1 charter 4224 Register van getuigenverhoren in het proces, gevoerd voor de officialen van de bisschop en van de aartsdiaken van de Dom, in appèl van de provisor-deken van Amsterlandia, tussen Maria Woutersdr. en Claes Jacobsz. van Ouwerkerk, tot betaling van boete voor haar defloratie en erkenning van haar kind, 1546 1546 1 omslag 4224-a Citatie door de officiaal van het Hof van Utrecht van personen, die bezwaar mochten hebben tegen de transsumering van de volmacht van de St. Bernardusabdij aan de Schelde op de koorbisschop Judocus Hoeterffilter, 1546 juni 9 1546 juni 9 1 charter 4225 Getuigenverhoor over afpersingen van de provisoren van Zuutbevelandia en Wallacria, mrs. Jan Beversijn en Cornelis Lijbaert, midden van de 16e eeuw midden van de 16e eeuw 1 deel Onvolledig NB 4225-a Akte van appèl door Franciscus Geerts, pastoor te Schellach, van het vonnis van de deken van Wallacria in zijn proces met Hugo Petri, 1558 dec. 23 1558 dec. 23 1 charter 4226 Akte waarbij de officialen van de bisschop en de aartsdiaken Wilhelmus Martini Calff, baljuw van Amstelland, voor zich dagen wegens een door hem ten onrechte uitgesproken vonnis in een zaak tegen Cornelis Wilhelmi, te Waverveen, 1567 april 3 1567 april 3 1 charter 4227 Brieven van Henrick van Reedt, pastoor van Elden en deken van Batua, aan Peter van Teffelen, pastoor van Tiel en provisor van Batua, over hun onderlinge verhouding met betrekking tot de synodus, het straffen van delicten, de administratie van de H. Olie, het visiteren enz., volgens de nieuwe synodale statuten, met afschriften van antwoorden van de provisor, 1570-1571 1570-1571 1 omslag 4228 Register van stukken betreffende een proces, gevoerd voor de deken van Batua, over een vicarie te Elst, 1573 1573 1 stuk 4228-a Stukken betreffende het proces, gevoerd door de procureur-fiscaal bij het Hof van de officiaal van de aartsbisschop, tegen Petrus van Meerwijck, vice-cureit van Kortenhoef, wegens ketterij, 1573-1574 1573-1574 1 omslag 4228-b Stukken betreffende het proces, gevoerd door de procureur-fiscaal bij het Hof van de officiaal van de aartsbisschop, tegen Joost van Casteel, kanunnik van het kapittel te Wijk bij Duurstede, wegens het verminken en vervalsen van de kostbaarheden van het crucifix, door bisschop David aan het kapittel geschonken, 1578 1578 1 omslag 10.6. Andere processen en werkzaamheden van notarissen of secretarissen 4229 Beschrijving van het goed ten Velde met toebehoren, gelegen bij de bisschops burcht de Horst, door Elyas van Woudenberch ten behoeve van Johan van Brandenburch, die deze goederen gekocht had van heer Everard van Stoutenberch, van welke goederen Machteld, vrouwe van Woudenberch, vanwege haar eerste man heer Henric van Stoutenberch de lijftocht geniet, 1321 mrt. 18 1321 mrt. 18 1 charter 4230 Verklaring door Jacob, bisschop van Suden, dat een rente, gevestigd op 4 hond land in Berwoutswaarder, ten behoeve van de priester in de kerk te Waarder, is overgebracht op de Eygelshoeve in de parochie Waarder, 1322 febr. 5 1322 febr. 5 1 charter 4231-4231 Lastbrieven van de bisschoppelijke officiaal aan de priester van Tricht om Ysbrand van Alcmade aan te manen zich binnen vijf dagen te verantwoorden wegens zijn niet-verschijning in het proces met het domkapittel, tevens om het banvonnis tegen hem ten uitvoer te leggen en hem te bedreigen met het inroepen van de wereldlijke arm, 1328-1330 1328-1330 5 charters (waarvan 2 getransfigeerd) 4231-1 1328 dec. 10 4231-2 1329 juni 17 en 1330 aug. 23 2 charters, getransfigeerd 4231-3 1329 april 15 4231-4 1330 dec. 29 4232 Lastbrief van de bisschoppelijke officiaal aan de priester van Beusichem om het banvonnis tegen Henricus van Malsen ten uitvoer te leggen, 1329 juli 21 1329 juli 21 1 charter 4233 Akte waarbij een hofstede in het gerecht van de Hey, toebehorende aan het kapittel van St. Pieter, wordt gedeeld tussen drie rechthebbenden, 1348 juni 19 1348 juni 19 1 charter 4234-4234 Obligaties van verschillende personen in Overijssel (Salland) ten behoeve van Godschalk van Rekelinchusen, alleen of met anderen (zijn dochter Hanna, Leo van Monasterium en Godschalk van Weerden), 1332-1349, met een akte waarbij Zueder, heer van Voerst, Gosscalc de Jood van Rekelinchusen als knecht aanneemt, 1347 50 charters 4234-1 1332 aug. 24 4234-2 1333 mei 2 4234-3 1334 juli 20 4234-4 1337 dec. 24 4234-5 1343 febr. 26 4234-6 1346 febr. 12 4234-7 1346 april 24 4234-8 1346 mei 2 4234-9 1346 sept. 12 4234-10 1346 dec. 24 4234-11 1347 jan. 10 4234-23 1347 jan. 15 4234-12 1347 jan. 29 4234-13 1347 mrt. 2 4234-24 1347 mrt. 5 4234-14 1347 april 29 4234-15 1347 juni 15 4234-16 1347 aug. 23 4234-17 1347 aug. 29 4234-18 1347 nov. 4 4234-19 1347 nov. 20 4234-20 1347 nov. 20 4234-21 1347 nov. 28 4234-22 1347 nov. 28 4234-25 1348 mrt. 9 4234-26 1348 mrt. 23 4234-27 1348 mrt. 28 4234-28 1348 mei 14 4234-29 1348 juli 4 4234-30 1348 juli 24 4234-31 1348 aug. 1 4234-32 1348 sept. 29 4234-33 1348 okt. 2 4234-34 1348 okt. 7 4234-35 1348 nov. 19 4234-36 1349 jan. 25 4234-37 1349 mrt. 24 4234-38 1349 april 21 4234-39 1349 mei 27 4234-40 1349 juni 14 4234-41 1349 juni 14 4234-42 1349 juni 14 4234-43 1349 juni 17 4234-44 1349 juni 21 4234-45 1349 juni 21 4234-46 1349 juni 26 4234-47 1349 juni 30 4234-48 1349 juli 1 4234-49 1349 juli 2 4234-50 1349 juli 3 4235 Eigendomsbewijs van een huis te Brussel in de wijk 't Heete gat, ten behoeve van heer Johannes van Cosselaer, heer van Witham, ridder, 1348 april 23 1348 april 23 1 charter 4236 Vidimus door de baliër van St. Catharijne van een akte van 1349 waarbij Willam van Yselsteyn, kanunnik van de Dom, de bisschop 2 morgen land bij Bunnik over de Oude Rijn opdraagt, die hij van het Sticht in leen had gehouden, 1350 mei 12 1350 mei 12 1 charter 4237-4237 Notariële akte, houdende dat de abt van Oostbroek, afziende van hoger beroep tegen de processen van Suederus Uterlo, kanunnik van de Dom, vicaris van de bisschop bij diens afwezigheid, een staat van de inkomsten van de abdij heeft overgelegd en zich onderworpen aan de beslissing van de bisschop over het beheer van de abdijgoederen, voorts dat deze de inkomsten van de abdij heeft bestemd tot aflossing van schulden en herstel van de gebouwen, met een uitzondering ten behoeve van het onderhoud van de abt, 1348, met akte waarbij abt en convent van Oostbroek zich tegenover de bisschop verbinden, de inkomsten uit hun tienden te Broechem jaarlijks op zij te leggen, tot de som bijeen is, waarmee zij hun goed op het Veen kunnen terugkopen, 1352. Afschrift 1352. Afschrift 2 charters 4237-1 1348 mrt. 25 4237-2 1352 aug. 4 4238 Mandaat van bisschop Jan van Arkel tot institutie van Johannes van Nuwenar in een vicarie te Eiteren, 1360 1360 1 charter 4239 Eigendomsbewijs van 8 morgen land te Waarder ten behoeve van Dyrc Claes Elschenzoon, 1383 febr. 8 1383 febr. 8 1 charter 4240 Rentebrief van 6 pond uit een viertel land te Langbroek, ten behoeve van de kapel van Bloemestein, 1385. Afschrift, 15e eeuw 1385. Afschrift, 15e eeuw 1 stuk 4241 Registers van stukken betreffende het proces in appèl van de officiaal van de aartsdiaken van de Dom, gevoerd door mr. Hugo Monter, pastoor van Stavenisse, tegen Pieter Jan Vronscenz., over het in bezit nemen van goederen en tienden van zijn pastoraat voor de officiaal van de bisschop, 1385, en voor de officiaal van de aartsbisschop van Keulen, 1386 2 delen in 1 pak 4242 Akte waarbij Willem, hertog van Gelre, aan vrouwe Geertrude, echtgenoot van heer Johan van Zuyllen, ridder, de lijftocht schenkt van twee waarden, de ene in het gerecht van Wiel, de andere in dat van Maurik, 1398 aug. 26 1398 aug. 26 1 charter 4243 Register van stukken betreffende een proces, in appèl gevoerd voor de koorbisschop Henricus van Houberch, als bisschoppelijk commissaris, door de procuratoren-fiscaal van de bisschop en van de aartsdiaken van de Dom tegen Jan Jan Heynenz. c.s., wegens moord van de priester Willem Bruynenz. op het kerkhof van de parochiekerk van Amsterdam, 1404-1405 1404-1405 1 deel 4244 Formulierboek van verschillende akten betreffende de geestelijke rechtspraak (meestal) betreffende zaken van kapittels en kanunniken, begin van de 15e eeuw begin van de 15e eeuw 1 omslag Onvolledig NB 4245 Minuten van akten, gepasseerd door notaris Willem van Riebeec, 1403-1418 1403-1418 1 pak Zie ook nr. 4075 en het protocol van deze notaris bij de acta capitularia in nr. 1-1. Zie voor zijn testament nrs. 3057-1-3057-2 NB 4246 Akte van eigendomsoverdracht van één derde van 10 morgen land te Oudenrijn aan Jacob van Lochorst, 1411 juni 14 1411 juni 14 1 charter 4247 Obligatie van Johan van de Cruys en zijn zoon Peter, pastoor te Voorst (Upvoyrst), van 30 gulden, voor de kinderen van Gherd van Voyrst of de houder van de brief, 1412 okt. 9 1412 okt. 9 1 charter 4248 Proces-verbaal van het getuigenverhoor in een proces van het kapittel van St. Jan tegen de domproost Johan van Montfoort over land in Montfoort (?), 1412 1412 1 stuk Het betreft een fragment van een register en het is afkomstig van notaris Henricus van de Laen. Zie voor een protocol van voornoemde notaris bij de acta capitularia nr. 1-2. Zie verder ook nrs. 4076, 4093 en 4249-4250 NB 4249 Register van stukken met getuigenverhoor voor de bisshop en de vijf kapittels over de oproerige handelingen van domdeken Herman van Lochorst en de kanunniken Gijsbert van Lochorst en Johan Herboert, met vonnis van 1415 en enige stukken betreffende het appel van de domdeken c.s. op de paus van 1418/19 1 pak 4250 Proces-verbaal van het getuigenverhoor voor de bisschoppelijke officiaal over het niet verantwoorden in de rekening door de fabriekmeester van de Dom Peter van de Praest van twee geldsommen, hem door Jannnes de Veno gegeven, de ene als schenking aan de fabriek, de andere als koopprijs van een grote monstrans, 1418 1418 1 stuk 4251 Protocol van notaris Wilhelmus Broderi de Medemblick, 1420-1446 1420-1446 1 band Zie een ander protocol van deze notaris bij de acta capitularia in nr. 1-3 NB 4252 Akte van belening van Beernt van Enghe met de Aelmons-waard te Amerongen door Jacob, heer van Gaasbeek en Abcoude, 1423 nov. 2 1423 nov. 2 1 charter De akte zou afkomstig kunnen zijn van de domheer Beernt Uten Enghe (1412-1452) NB 4253 Testament van Karel Spee, 1448 okt. Afschrift, 16e eeuw 1448 okt. Afschrift, 16e eeuw 1 charter 4254 Notariële akte waarbij Dirk van Bleiswijk, door de regering van de stad Delft als gemachtigde van het begijnenklooster aldaar aangesteld, gemachtigden benoemt in het proces tussen ... en Filips Hendriksz. c.s. over het testament van ... Willemsz, 1454 mrt. 12 1454 mrt. 12 1 charter 4255 Minuten van notarissen Petrus Hasert, Joannes Vliegher en Cornelis van Brouwershaven, met brieven aan het kapittel en de proost van West-Friesland, 1455-1488 1455-1488 1 omslag Het betreft een lias, wellicht gebruikt als formulierboek NB 4256 Formulierboek van notarissen Petrus Hasert en Gerard Beyer, einde van de 15e eeuw einde van de 15e eeuw 1 deel 4257 Akte van presentatie aan de proost-aartsdiaken van Deventer, door Petrus Hasert, cureit van Dalfsen, van Theodericus Wenemari tot een vicarie aldaar, 1468 mrt. 2 1468 mrt. 2 1 charter 4258 Minuten van notaris Joannes Vliegher, 1461-1478 1461-1478 1 pak Zie voor een protocol van deze notaris bij de acta capitularia in nr. 1-6 en voor zijn protocol van de rechtszittingen van de bisschopelijke officiaal (1468-1473) in het archief van de Bisschoppen van Utrecht nr. 247, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand van Catalogus van het archief der bisschoppen van Utrecht door S. Muller Fz (Utrecht, 1906). Zie ook nrs. 3756 en 4255 NB 4259 Proces-verbaal van het getuigenverhoor voor de officiaal van de bisschop van Paderborn van de abt van het St. Pieter en St. Paulusklooster (Abdinghof) aldaar betreffende een proces, gevoerd voor de officiaal van de bisschop van Utrecht tussen Everard Roelofss. en Henric van Huekelem over het bezit van de kerk van Nyewale, 1465 1465 1 stuk 4260 Diverse stukken, vermoedelijk afkomstig uit de papieren van notarissen Johannes Vliegher, Michaël Keyen en Grardus Beyer, 1464-1539 1464-1539 1 omslag Het betreffen stukken, geadresseerd aan diverse personen, slecht leesbaar en deels met onzekere datering en adressant. 1 omslag NB 4261 Alke van creatie door Adolphus de Marcha, sacri palatii comes, van Helyas van Noerd, 1464 febr. 1 1464 febr. 1 1 charter 4262 Uitspraak door de bisschoppelijke officiaal in een proces tussen Melis Jansz. uit Vianen en Lijsbeth Eerst Evertszoonsdochter uit Utrecht, van wie hij het huwelijk ongeldig verklaart, 1465 juli 31 1465 juli 31 1 charter 4263 Gerechtsbrief van Utrecht, waarbij Engbert Jansz. en zijn vrouw Heylwiich en anderen afstand doen van een erfenis ten behoeve van Jan van Elt, 1466 juli 3 1466 juli 3 1 charter 4264 Protocol van notaris Cornelis van Brouwerhaven, 1469-1470 1469-1470 1 stuk Hierin is één akte ondertekend door notaris Joannes Vliegher. Zie ook nr. 4255 en twee fragmenten van protocollen bij de acta capitularia in nr. 1-7 NB 4265 Uitspraak door scheidsrechters in een geschil tussen de zonen van Splinterus en de man van hun zuster over de erfopvolging in zekere, niet genoemde, goederen, 1471 juni 6 1471 juni 6 1 charter 4266 Akte van belening door de bisschop, van Adeleyd, vrouw van Melis van Nyevelt, met het Berchlant, gelegen in het Nedereind van Jutphaas bij de kerk, en 1½ hoeve land te Werkhoven, 1471 mei 25 1471 mei 25 1 charter 4267 Gerechtsbrief van Blijenburg, waarbij Wilem van Alendorp de helft van een hofstede bij de Gildpoort toegewezen wordt voor zijn rechtsvordering tegen Broenijs Gherijtsz., wegens achterstallige pacht en gerechtskosten, 1472 juli 5 1472 juli 5 1 charter 4268 Brieven aan mr. Cornelis van Brouwershaven, 1473, 1484 1473, 1484 1 omslag 4269 Register van getuigenverhoren voor de officiaal van de bisschop van Luik te Leuven in het proces van de procurator officii voor zijn hof tegen de klerk Barth, Romboutssoen te Waelwijck wegens doodslag van zijn knecht Peter Peterssoen, 1471-1473 1471-1473 1 deel Onvolledig NB 4270-4270 Akte waarbij Otto van Rechteren, ridder, aan Aernt van Zulen van Blasenborch de hofstede te Grypensteyn met 24 morgen land in Tul en 't Waal en de tienden in het kerspel Vreeswijk verkoopt, met akte waarbij hij dezelfde met de genoemde goederen beleent, omdat de bisschop niet genegen is bevonden over de opdracht te staan en Aernt van Zulen te belenen, 1476 1476 2 charters 4270-1 1476 mei 2 4270-2 1476 mei 2 4271 Gerechtsbrief van Medemblik, waarbij Ripprant Jansz. enige goederen koopt van Jan Heynesz. en diens zuster Alyt, en zich verbindt tot de betaling aan beiden van lijfrenten, groot 2 en 4 Rijnse gulden, 1476 jan. 20 1476 jan. 20 1 charter 4272 Protocol van notaris Matthias van Brouwershaven, 1477-1478 1477-1478 1 omslag Zie voor een ander protocol van deze notaris bij de acta capitularia nr. 1-9 en nr. 4079 NB 4273 Kwitantie, door Johan Heynricxsz. en Gheertruyt Jan Claeszoonsdochter, zijn vrouw, gegeven wegens de door Margriete Gherijt Hughenzoons weduwe gedane rekening van het beheer, door deze en wijlen haar man gevoerd over de goederen van de genoemde Gheertruyt, 1478 sept. 1 1478 sept. 1 1 charter 4274 Akte waarbij 14 morgen land in het kerspel Butge in het gerecht Kleynenbroich (ten westen van Neuss) in erfpacht worden genomen van jhr. Johan van Nuwenkyrch en zijn vrouw jonkvrouw Clairgen, 1478 okt. 31 1478 okt. 31 1 charter 4275 Mandaat van de bisschop tot institutie van Henricus van Compostella in een vicarie te Oudewater, die hij door ruiling verkregen had, 1479 mrt. 5 1479 mrt. 5 1 charter 4276 Akte waarbij Dirck Govertsz. erkent voldaan te zijn van hetgeen hem volgens huwelijksvoorwaarden toekomt, en afziet van zeker land te Haastrecht in het land van de heer van Montfoort, in de plaats waarvan hij geld heeft ontvangen, 1480 dec. 26 1480 dec. 26 1 charter 4277 Eigendomsbewijs voor Jan Robbertszn. de Snijder, van een huis en hofstede aan de oostzijde van de gracht tussen de St. Marie Magdalena en Keukenstegen, 1481 juli 19 1481 juli 19 1 charter 4278 Akte van legitimatie door bisschop Julianus van Ostium, van Theodericus van Treslongh, priester in de Utrechtse diocese, 1482 juli 9 1482 juli 9 1 charter 4279 Eigendomsbewijs van een viertel land op de Lage Weide bij Utrecht, voor Lysbeth Jan Jacobszoon weduwe, 1484 aug. 17 1484 aug. 17 1 charter 4280 Akte van voordracht door Florens van Alkemade aan het kapittel van de O.L.V. kerk te Dordrecht, van mr. Pieter Boll Janszoon tot kanunnik, 1485 okt. 28 1485 okt. 28 1 charter 4281 Mandaat van de bisschoppelijke officaal aan de geestelijkheid om Zigherus van Voerst, knaap, en alle wereldlijke rechters, op straf van excommunicatie en een boete van 400 gouden Franse schilden, te verbieden Henricus van Bervoerde, kanunnik van St. Marie, in het rustig gebruik van zijn goederen te storen, 1486 aug. 8 1486 aug. 8 1 charter 4282 Akte waarbij het kapittel erkent, van de executeurs van het testament van mr. Peter Hasert drie zilveren kannen voor de heilige olie ontvangen te hebben en belooft hem schadeloos te zullen houden tot het bedrag van die gelden, wanneer later schulden van de boedel los mogen komen, 1486 aug. 11 1486 aug. 11 1 charter 4283 Vidimus door Thomas, aartsbisschop van Cesarea, gegeven van de brief waarbij Johan van Zuylen van Natewisch, tijnsmeester van de bisschop, Margriete, vrouw van Ysbrant Jansz. van Haerlem, verleidt met het goed Lambelgen, 1487 aug. 25 1487 aug. 25 1 charter 4284 Notarieel afschrift van een in 1484 door paus Sixtus IV aan het blinden hospitaal te Brugge geschonken aflaatbrief en van de daaraan gehechte en daardoor gestoken bescheiden, 1487 april 19 1487 april 19 1 charter 4285 Akte waarbij de bisschoppelijke officiaal Johannes over die Vecht en schout en schepenen aan de Ouden Rijn, die Matthias van Brouwerhaven storen in het rustig gebruik van de goederen van zijn vicarie van St. Judocus in de St. Jacobskerk te Utrecht, voor zich roept, 1488 jan. 23 1488 jan. 23 1 charter -- Mandaat van de bisschop tegen de wereldlijke rechters van Leusden en Soest, die rechtsmacht hebben willen uitoefenen over het convent van St. Brigitta, 1488 1488 Vervallen. Opgenomen in het archief van de Bisschoppen van Utrecht als nr. 248-1, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand van Catalogus van het archief der bisschoppen van Utrecht door S. Muller Fz (Utrecht, 1906) NB 4287 Verklaring door de vicaris van de bisschop van Luik, dat Nycholaus Henrici, te Luik studerende, de tonsuur ontvangen heeft, 1490 (?) mei 23 1490 (?) mei 23 1 charter 4288 Mandaat van de officiaal van de aartsdiaken van Oudmunster aan Adam van Craenlede en andere priesters van de parochiale kerk van Gouda, tot betaling van 14 Rijnse gulden aan Matthias van Brouwershaven, priester in de Dom te Utrecht, 1491 aug. 26 1491 aug. 26 1 charter 4289 Protocol van notaris Gerard Beyer, 1492-1506 1492-1506 1 deel Zie een ander protocol van deze notaris bij de acta capitularia in nr. 1-11, en verder in het archief van de Bisschoppen van Utrecht nrs. 321-232, 249 en 250, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand van Catalogus van het archief der bisschoppen van Utrecht door S. Muller Fz (Utrecht, 1906), respektievelijk de minuten en register van akten, geschreven voor de bisschop of diens vicaris, het protocol van de terechtzittingen van de bisschoppelijke officiaal en een formulierboek. Zie voor een ander formulierboek nr. 4256 NB 4290 Stukken, ingekomen bij notaris Gerard Beyer, 1493-ca. 1540. Formulieren en afschriften 1493-ca. 1540. Formulieren en afschriften 1 omslag 4291 Aantekeningen door notaris Gerard Beyer wegens schrijflonen en uitgaven, 1494-1497 1494-1497 1 deel 4292 Aantekeningen door notaris Gerard Beyer wegens schrijflonen, 1514-1516 (?) 1514-1516 (?) 1 omslag 4293 Minuten van (meestal private) brieven en akten van notaris Gerard Beyer, ca. 1500-1525 ca. 1500-1525 1 omslag 4294-4294 Kladregister van notaris Gerard Beyer, 1501-1514 1501-1514 1 deel en 1 omslag 4294-1 1501-1511 4294-2 1509-1514 1 deel Hierin tevens enkele losse stukken vanaf 1508 NB 4295 Brieven, ingekomen bij notaris Gerard Beyer, 1505-1519, 1530, z.j. 1505-1519, 1530, z.j. 1 omslag 4296 Akte waarbij de bisschop de kanunnik Gerardus Beyer begiftigt met de vicarie van St. Judocus in de St. Maartenskerk te Middelburg, en het kapittel van die kerk verzoekt hem toe te laten, 1515 jan. 13 1515 jan. 13 1 charter 4297 Akte waarbij Rodolphus Horstinck, cureit te Hellendoorn, Gerardus Beyer en anderen, machtigt om in zijn naam enige handelingen te verrichten, 1518 febr. 10 1518 febr. 10 1 charter 4298-4298 Akte waarbij de bisschoppelijke officiaal Godfridus Rode oproept om het eindvonnis te horen uitspreken in het hoger beroep van Hermannus Hulscher tegen het door de officiaal van St. Plechelmus te Oldenzaal ten gunste van Rode gewezen vonnis, met een taxatie van kosten, 1493 1493 1 stuk en 1 charter 4298 . 1493 4298-2 1493 mrt. 25 4299 Gerechtsbrief van Montfoort, waarbij Harman Harmansz. en Heynrijck Obijn, rentmeester van de heer van Montfoirt, op verzoek van Zweder van Montfoirt, heer van Dorenwert, getuigenis aflegen omtrent de betaling, die zij deze beloofd of gedaan hebben vanwege Dirck Hagen, 1494 1494 1 stuk 4300 Procutatie in een proces over de vicarie van St. Catharina in de parochiale kerk te Borch, 1495 okt. 26 1495 okt. 26 1 charter 4301 Proces-verbaal van het getuigen verhoor voor de officiaal van de bisschop in het proces van Henricus de Merwijck tegen de priester Oliverius de Wees tot betaling van 29 Rijnse guldens als schadeloosstelling voor het verwonden van de vrouw van de eiser Maria van Wely, 1495. In tweevoud 1495. In tweevoud 1 omslag 4302 Verzoekschriften door Johan van Zuerbeecke, vicaris van de kapel van de H.Geest buiten Vollenhove, aan de bisschop, om handhaving in zijn recht op de profijten van de memories in de kerk te Vollenhove, die hem door de pastoor aldaar worden ontzegd, ná 1496, met bewijsstukken, 1466. Afschrift 1466. Afschrift 1 stuk 4303 Gerechtsbrief van Mijnden, waarbij een vierde van een rente of erfpacht van 7 Rijnse gulden uit 8 morgen land door Claes Brouwer te Utrecht wordt overgedragen aan Gherijt Dirxsz, 1497 dec. 20 1497 dec. 20 1 charter 4304 Certificaat, door Guillaume de Villiers, seigneur de Masbutig, luitenant-baljuw van de lenen van de graaf van Arembercg, gegeven aan een zekere edelman, ca. 1500 ca. 1500 1 charter 4305-4305 Dagelijkse aantekeningen van notaris Michiel Keyen, 1502-1504 1502-1504 3 delen Aan het tweede deel ontbreekt het slot. Zie van deze notaris een protocol bij de acta capitularia in nr. 1-10 NB 4305-1 1502 4305-2 1503 4305-3 1504 4306 Brieven gericht aan Michiel Deyen, vicaris, notaris (secretaris) van de Dom, kanunnik van het H. Kruis te Luik, 1500 (?), 1503-1506, met een brief van M. Keyen, 1503 1 omslag 4307 Gerechtsbrief van Vreeland, waarbij enige personen getuigenis afleggen, omtrent landerijen, in pacht gehouden van de prebende van de paap van Breukelen, grrenzende aan land, dat Gysbert van Nyenrode in erfpacht houdt van het kapittel, 1505 dec. 18 1505 dec. 18 1 charter 4308 Akte waarbij zekere Wilhelmus zijn vroegere testamentaire beschikkingen intrekt, ook dat waarbij al zijn goederen vermaakt aan het St. Bartholomeusgasthuis te Utrecht, 1505 april 10 1505 april 10 1 charter 4309 Procuratie, door Judocus de Abiete, rector van de andere portie van de parochiale kerk te Assenede, verleend tot verruiling van deze tegen twee matriculariën van de kerken te Heinkenszand en Schellacht, 1516 mei 21 1516 mei 21 1 charter 4310-4310 Bul van paus Julius II, waarbij hij de bisschoppelijke officiaal van Utrecht opdraagt Johannes van Valleoletti, minderjarig kanunnik, te institueren in een prebende in de St. Pieterkerk te Middelburg, 1506, met akte van inhibitie, uitgesproken door die officiaal, opgemaakt door notaris Gerard Beyer, tegen de deken van St. Goedele te Brussel en anderen, in een proces tegen Anthonius van Wissenkercke, kanunnik van St. Pieter te Middelburg, over een prebende in die kerk, 1507 2 charters 4310-1 1506 nov. 23 4310-2 1507 okt. 6 4311 Stuk betreffende en proces voor het Hof van Holland, in hoger beroep van het gerecht van Vianen, tussen Willem Gerytsz, met zijn kinderen en Geertruyt Coenen over uitbetaling van gelden, 1507 sept. 30 1507 sept. 30 1 charter 4312-4312 Opdracht door de bisschoppelijke officiaal aan notaris Gerard Beyer van het getuigen verhoor in een proces over de wettige geboorte van Herman van Lokhorst, deken van Oudmunster en kanunnik van de Dom, met aangehecht getuigenverhoor, 1508 1508 1 stuk en 1 charter 4312 1508 4312-2 1508 mrt. 10 4313 Gerechtsbrief van Utrecht, waarbij Dirck Dircksz. die Boey erkent aan het gild van de riemsnijders een jaarlijkse rente van 3 Rijnse guldens, losbaar met 16 gulden voor elke gulden, schuldig te zijn, 1509 sept. 18 1509 sept. 18 1 charter 4314-4314 Stukken betreffende processen, gevoerd voor de bisschoppelijke officiaal en in hoger beroep voor pauselijke commissarissen, over een vicarie te Akersloot, 1510, 1511 1510, 1511 2 charters Het eerste stuk is opgemaakt door notaris Gerard Beyer NB 4314-1 1510 okt. 4 4314-2 1511 sept. 1 4315 Procuratie in een proces, gevoerd voor de bisschoppelijke officiaal over een vicarie in de St. Pieterskerk te Middelburg, 1511 mei 16 1511 mei 16 1 charter 4316 Bul van paus Leo X, waarbij de deken van St. Ludger te Munster wordt opgedragen een ruiling van beneficies in de kerk te Baarland tot stand te brengen, 1512 mrt. 19 1512 mrt. 19 1 charter 4317 Procuratie van de bezitters van vicarieën in de kerken te Hulst en Zierikzee tot het verrichten van hetgeen nodig is voor de verwisseling van deze, 1412 aug. 12 1412 aug. 12 1 charter 4318 Minuut van een akte van notaris Franciscus Beyer als commissaris van de bisschoppelijke officiaal, 1514 1514 1 stuk Zie ook nr. 4339 en voor het protocol van deze notaris van de terechtzittingen van de bisschoppelijke officiaal het archief van de Bisschoppen van Utrecht nr. 252, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand van Catalogus van het archief der bisschoppen van Utrecht door S. Muller Fz (Utrecht, 1906) NB 4319 Mandaat van de bisschoppelijke officiaal aan Otthona van de Horst tot betaling van het verschuldigde aan broeder Bernardus, rector van het St. Alexiusklooster te Tiel, 1514 mrt. 10 1514 mrt. 10 1 charter 4320-4320 Kwitantie door Wouter Utenjamme c.s. gegeven aan Steven van Zuylen van Nyevelt, landcommandeur van het Duitse huis te Utrecht, voor het verschuldigde krachtens de brief, waardoor deze gestoken is geweest, 1515, met akte van overdracht door Jacop van Zuylen van Nyevelt aan zijn oom de landcommandeur, van een rentebrief, 1515 en een verklaring door de landcommandeur, dat de orde geen recht meer heeft aan de rente, die zij aan Peter van de Berghe verkocht heeft, waarvan de brief spreekt, waardoor deze gestoken is geweest, 1523 3 charters De kwitantie is gecancelleerd NB 4320-1 1515 mrt. 6 4320-2 1515 mrt. 8 4320-3 1523 mrt. 5 4321 Gerechtsbrief van Utrecht, waarbij Dirck van Cleyenberch de stadsbode 23 Rijnse gulden en 1 oort overgeeft ten behoeve van Jacob Heinricsz. de Schilder te Deventer, aangezien hijzelf uit angst niet naar die stad durft te reizen, 1515 aug. 16 1515 aug. 16 1 charter 4322 Gerechtsbrief van Utrecht, waarbij Peter Heynricksz. van Zoest belooft aan Dirck Claes Roestenz. c.s. alle schulden te zullen betalen, spruitende uit het testament van Belis Jan Heynricksz. dochter, 1515 nov. 29 1515 nov. 29 1 charter 4323 Bul van paus Leo X, warbij aan Cornelis Rijck, rector van de ene portie van de parichiale kerk te Baarland, dispensatie wordt verleend om twee beneficies tegelijk te bezitten, 1516 sept. 4 1516 sept. 4 1 charter 4324 Mandaat van de sub-conservator over de rechten van de universiteit van Leuven aan domdeken Jacob van Apeltern, om in te trekken het verbod uitgevaardigd krachtens pauselijke bul om Hermanus Stephani en Reynerus Cramer, schoonzoons en erfgenamen van Willem Buyser, voor de conservator van de Leuvense universiteit aan te spreken over een geldschuld van Reynerus Pauli van Utrecht, bode van de Leuvense universiteit, aan de aartsdiaken van Luik mr. Johannnes de Loemel, 1517 1517 1 stuk 4325 Gerechtsbrief van Utrecht, waarbij Willem Bor Pertsz. van Tyell en zijn vrouw Peternell erkennen een jaarlijkse rente van 7½ Rijnse gulden, losbaar met 16 gulden voor elke gulden, schuldig te zijn aan Marij Pouwels Jansz. dochter, weduwe van Henrick van Blochoven, 1517 febr. 17 1517 febr. 17 1 charter 4326 Gerechtsbrief van Kampen, houdende dat Katheryne Kromme heeft bezworen, dat Tymen Brant haar een rente van 7 gulden uit een huis in de Oudestraat verkocht heeft en dat Alaert Brant, zijn zoon, die rente jaarlijks betaald heeft vanaf 1506, 1517 nov. 2 1517 nov. 2 1 charter 4327 Protocol van notaris Cornelis Cornelissen, met akten waarbij pachters zich verbinden tot betaling van oudschilden aan de kleine kameraar voor een zekere datum, 1517 1517 1 deel Het betreft een fragment NB 4328 Afschrift van een verzoekschrift door de gemene priesters en religieuzen in het land van Holland aan het Hof van Holland, waarin zij zich beklagen, dat de pater van het St. Barbaraconvent, de mater van het St. Maria in Bethanië, die van het St. Catharijneconvent en die van het St. Gertrudisconvent, allen te Amsterdam, in gebreke zijn hun aandeel te dragen in de kosten van het te Rome gevoerde proces tegen de bisschop van Utrecht ter zake van de precarie, maar bovendien hebben bewerkt, dat de bisschoppelijke officiaal drie particuliere heren heeft doen dagen voor de conservator van St. Pieter binnen Utrecht, dus buiten de jurisdictie van Holland, en verzoeken dat dergelijke proceduren, in strijd met de concordaten zullen worden verboden, met een brief van het Hof aan de ministra en verdere leden van het St. Maria Magdalenaconvent binnen Amsterdam over het gewenste verbod, 1517 1517 1 omslag 4329 Protocol van notaris Johannes van Goch, 1522-1544 1522-1544 1 deel Dit deel bevat akten, verleden voor de officiaal van de aartsdiaken van de Dom, de bisschoppelijke vicaris, het domkapittel en voor particulieren. Achter in het eerste katern staan enige attestaties omtrent de functies van de secretaris van het domkapittel als secretaris van de Staten van 1536. Zie voor een register van deze notaris nr. 4217 en tevens het archief van de Bisschoppen van Utrecht nr. 243, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand van Catalogus van het archief der bisschoppen van Utrecht door S. Muller Fz (Utrecht, 1906) NB 4330 Akte van confirmatie door de bisschop van Johannes van Goch als vicaris van het altaar van St. Martinus in de St. Jacobskerk in de Haag, 1502 febr. 11 1502 febr. 11 1 charter 4331 Brieven aan Johannes van Goch, vicaris van de Dom, deken van Amstelland, secretaris van de Dom, 1515-1521, z.j., met een brief aan de notaris van het kapittel en een bijlage, 1517 1 omslag 4332 Lijfrentebrief van 18 pond per jaar ten laste van de stad Utrecht, voor Dirck Claessen, boekbinder, 1523 mei 23 1523 mei 23 1 charter 4333 Protocol van notaris Gerardus Rycoldi, 1526-1529 1526-1529 1 deel Achterin zijn enige akten over 1530-1533 opgenomen NB 4334 Brief van Ryner Printken aan Willem (van Maastricht), secretaris van het domkapittel, ca. 1530 ca. 1530 1 stuk 4335 Akte van overdracht voor het gerecht van de Dwarsdijk in de Nijendijk, van 3 morgen land aan Neel Gerijt Janssendochter, 1527 juli 3 1527 juli 3 1 charter 4336 Verklaring door het gerecht van Amersfoort, dat Aert Petersz. aldaar burger is en altijd geweest is, en dat het huis en de schuur aan de Mellen hem alleen en niemand anders toebehoren, 1528 jan. 7 1528 jan. 7 1 charter 4337 Akte waarbij de rector en universiteit van Leuven Conrardus Goclenius van Westfalia, op grond van een bul van paus Sixtus IV ten gunste van studerende personen, aaan de abt van St. Amand ter begiftiging met een prebende voordragen, hoewel Philippis Decordes, die de universiteit verlaten heeft, reeds in het bezit daarvan mocht gesteld zijn, 1530 jan. 28 1530 jan. 28 1 charter 4338 Register van stukken betreffende het proces, gevoerd voor de officiaal van de bisschop van Doornik, tussen dr. Cornelis Rumoldi en mr. Erasmus Heems over een kanonikaat in de kerk van St. Dontianus te Brugge, 1530-1538 1530-1538 1 deel 4339 Dagelijkse aantekeningen van notaris Franciscus Reyer, 1533-1545 1533-1545 1 deel 4340 Kwijting, door Wernaer van de Does voor zijn vrouw gegeven, wegens de hoofdsom van twee losbare renten uit een hofstede en 55 morgen land te Hillegersberg, die wijlen haar eerste man Joost van de Hoeven toekwamen, ten behoeve van jkvr. Marge van Assendelft, weduwe van Jan Mathenesse, 1535. Vermoedelijk een afschrift 1535. Vermoedelijk een afschrift 1 charter 4341 Mandaat van de vicaris van George van Egmond, commendator van het klooster van St. Amand, tot institutie van Christophorus Hanebecq in het bezit van de parochiale kerk van Hausy, 1536 mei 31 1536 mei 31 1 charter 4342 Akte waarbij Petrus Boels, kanunnik van de St. Dionysiuskerk te Luik, gemachtigden benoemt tot het ontvangen van een beneficie, 1537 mei 26 1537 mei 26 1 charter 4343 Gerechtsbrief van Wijk Bij Duurstede, waarbij de gemachtigden van de daar wonende crediteuren van wijlen bisschop Filips van Bourgondië Jacob Stoop machtigen om voor hem zodanige gelden te ontvangen als zij nog te achteren zijn, 1538 nov. 6 1538 nov. 6 1 charter 4344 Monitie van de bisschoppelijke officiaal tegen Gerardus Cruiff (?) te Woudenberg, wegens ketterij, 1539. Afschrift door notaris J.A. Medemblick 1539. Afschrift door notaris J.A. Medemblick 1 stuk 4345 Minuten van Sander van Bommel, notaris van het domkapittel, 1536, 1541 1536, 1541 1 omslag 4346-4346 Getuigenverklaringen voor de bisschoppelijke officiaal betreffende de accijns, die de kapittels hebben betaald van de Rijnse wijn, 1541 1541 2 charters 4346-1 1541 jan. 3 4346-2 1541 aug. 3 4347 Citatie door de bisschoppelijke officiaal, van het kapittel van de St. Joriskerk te Amersfoort, in het proces in hoger beroep tegen de aartsdiaken van de Dom over de presentatie van een kanunnik, 1541 nov. 4 1541 nov. 4 1 charter 4348 Procuratie, door Nicolaus Francisci Duyst van Voerhout aan enige personen gegeven om hem voor de bisschoppelijke officiaal en anderen te vertegenwoordigen in een proces tegen Vincentius Wilhelmi, 1542 okt. 15 1542 okt. 15 1 charter 4349 Verklaring door Jacob Jansz., als voogd van zijn vrouw Aeltgen Toenisdochter, en Lourens Goesensz., als voogd van de nagelaten kinderen van Lourens Jansz., eerste man van Aeltgen, dat, zo het onderpand, dat zij gegeven hebben voor 150 gulden, die Aeltgen en haar kinderen van Marrijtgen Stevensdochter op rente ontvangen hebben, niet goed genoeg is, zij de schade zal kunnen verhalen uit goederen onder Baarn, Bunschoten en elders, 1544 nov. 6 1544 nov. 6 1 charter 4350 Akte van belening door de abt van St. Paulus van Henrich Wolfswinckel met het tijnsgoed Cleyn Oorloch in het gerecht van Scherpenzeel, 1544 nov. 18 1544 nov. 18 1 charter 4350-a Benoeming door mr. Bernardus de Swicker te Coesfeld van procurarotes ter behandeling van zijn huwelijkszaak met Catharina Aldenbruch in appèl voor de officiaal van Keulen van het vonnis van de dekens van de Dom en St, marie en de officiaal van Utrecht, 1545 mei 18 1545 mei 18 1 charter 4351 Verklaring door Sophia van Waell, weduwe van Floris van Pallaes, dat zij uit de boedel van Willem Taets, in leven kanunnik van Oudmunster, de betaling van een rente van 13 Carolusgulden 7 stuivers, losbaar met 240 gulden, op zich neemt, waarvoor de executeuren van de boedel haar een boomgaard buiten de Wittevrouwenpoort gegeven hebben, 1546 sept. 1 1546 sept. 1 1 charter 4352 Rentebrief van 10 Carolusgulden per jaar losbaar met 200 gulden, uit een huis te Wijk bij Duurstede, voor Elyas Jansz. van Noerdt, 1547 dec. 9 1547 dec. 9 1 charter Volgens een aantekening is de rente overgeschreven op de kinderen van Wouter Aertsz NB 4353 Akte waarbij Wilhelmus Vincentii gemachtigden benoemt tot het ontvangen van een beneficium, 1547 dec. 17 1547 dec. 17 1 charter 4354 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor Jacob Uytteneng, vicaris-generaal van de bisschop, tussen Boudewijn Janssen en Jan Hermanssen over het bezit van de kerk van Paesloo en Oldemerckt, 1549 1549 1 omslag 4355 Brief van keizer Karel V, 1549 febr. 13 1549 febr. 13 1 charter De brief, afkomstig van kanunnik Johannes de Waal (1549-1572), heeft op de keerzijde het opschrift 'Placet op de brieven van (decreet en) expectantie bij Cornelis de Waal van de legaat van Romen geïmpetreert, 1549'. Het betreft een fragment NB 4356 Akte van de installatie als kanunnik door het kapittel van de St. Mariakerk te Breda van Theodericus van Duvenvoordt, voorgedragen door prins Willem van Oranje als heer van Breda, 1549 sept. 6 1549 sept. 6 1 charter 4357 Akte waarbij Herman Beerntsz. en zijn vrouw Alydt het maaggescheid goedkeuren tussen hem en Jan Rutgerz. van Ommen met zijn zuster Geertruyt, 1550 dec. 31 1550 dec. 31 1 charter 4358 Register van eigendomsbewijzen van de priester Godert Boelen van Breda, 1376-1551 1376-1551 1 deel 4359 Akte waarbij Sander van Bommel, secretaris van het kapittel, 16 morgen land voor 31 jaren in pacht geeft, die gelegen zijn in 6 viertel land en veld, die hijzelf in erfpacht houdt van de domproosdij, 1552 mrt. 19 1552 mrt. 19 1 charter 4360 Akte waarbij de bisschop aan Adrianus Johannis van Aerntsberch een officium verleent, waarvan sprake is in een thans verloren brief, waardoor deze gestoken is geweest, 1552 mrt. 31 1552 mrt. 31 1 charter 4361 Stuk betreffende een proces, gevoerd voor de bisschoppelijke officiaal tegen het kapittel van St. Marie te Dordrecht door Henricus Johannes Croenenborch, vicaris ten Dom, over gelden, hem verschuldigd wegens twee door Arnoldus van Boekelaer, in leven kanunnik van de Dom, gestichte missen, 1553 juni 10 1553 juni 10 1 charter 4362 Mandaat van de bisschop, mogelijk tot institutie, 1553 1553 1 charter 4363 Brief van Hieronimus van Bononia, pauselijk nuntius te Brussel, aan de bisschop van Utrecht, waarin hij vraagt te willen onderzoeken of Adrianus van Watheringe een geschikt persoon is om een altaar te bedienen en geen pauselijke dispensatie nodig heeft, 1554 mei 14 1554 mei 14 1 charter 4364 Akte waarbij de bisschop van Ewaldus Johannis, pastoor te Sliedrecht, vergunt zijn testament te maken, 1554 april 11 1554 april 11 1 charter 4365 Akte waarbij de bisschop aan Adrianus Wilhelmi, rector van de vicarie op het altaar van St. Martinus in de kerk te Brielle, vergunt de vicarie op het altaar van St. Franciscus in dezelfde kerk met de zijne te verenigen, 1556 dec. 14 1556 dec. 14 1 charter 4366-4366 Gerechtsbrief van Gieltjensdorp, waarbij Gijsbert Lambertsz. c.s. aan Jacob Willemsz. een vierde van 5 morgen land aldaar overdragen, 1558, met twee oudere overdrachten van wellicht delen van dit perceel, 1519, 1539 3 charters 4366-1 1519 mrt. 11 4366-2 1539 dec. 5 4366-3 1558 mei 9 4367 Vonnis betreffende de reservatie-rechten van de paus en het verlenen van kerkelijke beneficies in de Nederlanden, 16e eeuw. Gedrukt 16e eeuw. Gedrukt 1 deel Het (zwaar beschadigde) vonnis is gedrukt te Leuven in 1559 en draagt een waarmerk van een notaris NB 4368 Akte van belening door het leenhof van het huis Amerongen, van Aelbert Jansz, met een hofstede met 2 morgen land te Amerongen aan de Molenweg, 1559 juni 14 1559 juni 14 1 charter 4369 Testament van Gerit Gertsz. van de Bollaert en zijn vrouw Waelraven. Florisdochter, wonende te Montfoort, 1560 mrt. 17 1560 mrt. 17 1 charter 4370 Stukken uit de boedel van notaris Johannes Beyer, kanunnik van de Dom, ca. 1560 ca. 1560 1 pak Deze stukken zijn afkomstig van vicaris Wouter Brock, dienaar en executeur van J. Beyer. Zie ook de minuten en een protocol van de notaris in het archief van de Bisschoppen van Utrecht nrs. 537-538, bewaard in Het Utrechts Archief en toegankelijk aan de hand van Catalogus van het archief der bisschoppen van Utrecht door S. Muller Fz (Utrecht, 1906) NB 4371 Rekening door kerkmeesters van Rhenen, 1519 1519 1 deel Dit deel is afkomstig uit de papieren van de familie Beyer NB 4372 Rekening door de schout en de burgemeesters van Rhenen over het morgengeld, 1540 1540 1 deel Dit deel is mogelijk afkomstig uit de papieren van de familie Beyer NB 4372-a Stukken afkomstig van Johannes van Lamsweerde, secretaris van het kapittel, 1576-1577 1576-1577 1 omslag 4373 Fragment van het formulierboek van een notaris, midden van de 16e eeuw midden van de 16e eeuw 1 deel 4374 Akte waarbij 12 morgen land te Everdingen in pacht worden genomen van de pastoor aldaar, 1561 sept. 20 1561 sept. 20 1 charter 4375 Akte, van de verzoening, door vredemakers tot stand gebracht tussen de magen en vrienden van Jan Janssoen zaliger, en Heynrick Thomasz., wegens de door laatstgenoemde op Jan Janssoen gepleegde doodslag, 1562 nov. 18 1562 nov. 18 1 charter 4376 Eis, aan het Hof van Utrecht overgegeven in een proces tussen Laurens Ottenz., als curator van zijn zoon Willem Laurensz., en jhr. Jacob van Nyenroede, over het bezit van twee morgen land, behorende aan een vicarie te Breukelen, 1562 1562 1 stuk 4377 Gerechtsbrief van de Haag, waarbij Cornelis Pietersz., op verzoek van Jan Adriaensz., beneficiant van de Leprozen, een verklaring aflegt omtrent de eigendom van twee vroeger door hem gebruikte stukken land bij Noordenhout, waavan een gehuurd was van de Zeven-getijdemeesters in de Haag, 1570 1570 1 stuk 4378 Kwitantie voor Geraert van Schayck en zijn huisvrouw wegens de koopprijs van een huis en hofstede aan de Kortegracht, 1570 okt. 6 1570 okt. 6 1 charter Het is onbekend welke plaats het betreft NB 4379 Norariële akte over de op verzoek van het kapittel van St. Joris te Amerfoort afgelegde verklaringen van enige op het goed Vliet te Stoutenburg geboren personen, omtrent enige tot dit goed behorende en aan land van het domkapittel grenzende landerijen, met akte van het gerecht van Amersfoort betreffende dezelfde landerijen, 1566 1566 1 omslag 4380 Rentebrief ten laste van Jacob Ghijsbertsz. Nus c.s. te Kamerik, van 12½ Carolusgulden, losbaar met 200 gulden, 1561 nov. 15, met akte van overdracht van de rentebrief aan Jan Heynricksz. van de Wiel, 1571 jan. 12 2 charters (getransfigeerd) 4381 Brieven aan mr. Ghijsbrecht van Baern, advocaat, tevens van het kapittel, bij het Hof van Utrecht, betreffende een proces van Anthonis Reyns tegen Jan de Cock c.s, 1572-1573 1572-1573 1 omslag 4382 Sententie van het Hof van Utrecht in een proces tussen Jan Willemsz. en Cornelis Mathijsz., over de naleving van hun in 1571 gesloten contracten over een bouwing te Elst, 1572 juli 7 1572 juli 7 1 charter 4383 Akte van de overdracht van een rente van 12 Carolusgulden per jaar ten laste van Dirck van Oostrum, schout te Wijk, door Willem Uuyten Engh, kanunnik te Wijk, aan Jan Tulman, 1575 mrt. 3 1575 mrt. 3 1 charter 4384-4384 Overeenkomst van Margriet, weduwe van Andries van Broechoven, met Gerrrit Gerritsz. van de Bobbaert over het testament van het haar man, 1575, met een rentebrief, ten laste van Andries van Broechoven te Wijk, van 6 Carolusgulden 5 stuivers per jaar, losbaar met 100 gulden, 1573, in 1584 overgedragen aan G. Bobbaert c.s 2 charters 4384-1 1573 dec. 1 4384-2 1575 aug. 22 4385 Koopakte voor Huych Adryaensz. van het vijfde deel van een morgen land in het gerecht van de Nyendijk, 1576 mei 26 1576 mei 26 1 charter 4386 Citatie door het Hof van Utrecht, van Heynrick Coyman, curator van de boedel van Heynrick die Coninck en Dyemer Cornelisz. te Haarlem, die in gebreke blijft de achterstallige renten over 2 jaren van twee losrentebrieven te betalen aan Neel Willemsdochter, weduwe van Symon Ryckes te Amsterdam, 1576 juli 3 1576 juli 3 1 charter 4387 Stukken betreffende processen, gevoerd voor de bisschoppelijke officiaal, ca. 1470-1577 ca. 1470-1577 1 omslag Het betreffen merendeels afschriften NB 4388 Akte van belening door de tijnsmeester van de Staten van Utrecht, van Gerrit Willemsz. van Woudenberch en Claes Dircsz. van Leerdam met een hoeve land te Werkhoven, 1577 juni 27 1577 juni 27 1 charter 4389 Formulierboek van verschillende akten, waarbij enige minuten van notaris Johannes van Wiel, 1595-1600, opgemaakt 2e helft van de 16e eeuw 1595-1600, opgemaakt 2e helft van de 16e eeuw 1 omslag 4390 Formulieren van verschillende verzoekschriften, conclusies en andere gerechtelijke akten, einde van de 16e eeuw einde van de 16e eeuw 1 omslag 4391 Decreetbrief van het Hof van Utrecht, waarbij de eigendom van 4 hond land c.a. te Hagestein toebehoord hebbende aan de weduwe van Coenraet Jelisz,, wordt toegekend aan mr. Johan van Cootwijck, 1580 jan. 26 1580 jan. 26 1 charter 4392 Eigendomsbewijs van de bruikweer van en huis c.a. in het gerecht van de Nyendijk met nog 6½ morgen land aldaar, waarvan 5 morgen leengoed zijn van de domproosdij, voor Huych Adryaensz, 1583 febr. 16 1583 febr. 16 1 charter 4393 Rentebrief ten laste van Wilhem van Achteveld, van 50 gulden per jaar, losbaar met 800 gulden, voor Josina van Bentum (?) weduwe van Janssen Steven van Achteveld, 1598 1598 1 charter 4394 Brieven aan Bruno van Cuyck, secretaris van het kapittel, 1603-1604, met een hem toegezonden Latijns gedicht 1603-1604, met een hem toegezonden Latijns gedicht 1 omslag 4395 Akte van overdracht voor het gerecht van de Dwarsdijk, anders genaamd de Nieuwendijk, van 1/5 deel van 3 morgen land, aan Cornelis Jansz. op de Semel, 1616 febr. 3 1616 febr. 3 1 charter 4396 Protocol van de noraris Everhard van Weede, 1624-1657 1624-1657 1 pak Zie ook nrs. 376-1-376-3 en 759 NB 4397 Brieven, kwitantie en aantekening betreffende een uitkering van 21 gulden uit de fundatie van de deken Nykercke, 1651-1653 1651-1653 1 omslag 4398 Eigendomsbewijs voor Mettitgen Tijmansdochter, gewezen weduwe van Tijman Jan Thijmans, en haar voor kinderen, van 1 morgen land te Westbroek, grenzende aan 5 morgen erfpachtsgoed van het kapittel, 1628 juni 22 1628 juni 22 1 charter 4399 Lijsten met biografische bijzonderheden van de proosten, de dekens, de kanunniken en de prelaten van de Dom tot omstreeks 1630, met enige soortgelijke opgaven over de vijf kapittels en het kapittel van Deventer 1 deel 4400 Protocol van notarissen Everard Drakenborch en Everard Drakenborch de jonge, 1683-1729, 1735-1744 1683-1729, 1735-1744 1 pak Voorin zijn twee akten van 1677 en 1681 van notaris Willem van Weede opgenomen. Zie voor notarissen Drakenborch ook de nrs. 380, 384 en 385 NB 4401 Brieven en andere particuliere papieren, afkomstig van notarissen Drakenborch, 1688-1732 1688-1732 1 omslag 4402 Stukken betreffende de vrijwillige verkoop van landerijen van Hendrik van Schayck door zijn gevolmachtigde Everard Drakenborch, secretaris van het kapittel, tot betaling van achterstallige landpachten en andere schulden, 1729-1732 1729-1732 1 omslag 4403 Akte waarbij de Staten van Utrecht Lubbertus Drielingh bevestigen in zijn koop van 2 morgen land te Harmelerwaard, gecompeteerd hebbende aan het kapittel van St. Marie, gemeen met 1 morgen land van het kapittel van de Dom, welke verkoop gedaan was door de exploiteur van de Staten voor de betaling van achterstallige ongelden, 1731 aug. 25 1731 aug. 25 1 charter 4404-4404 Akten van overdracht voor het gerecht van Nederlangbroek van een huis en opstal, staande op de grond van het kapittel, 1753, 1762 1753, 1762 2 charters 4404-1 1753 sept. 21 4404-2 1762 jan. 22 4405 Brief van de weduwe Zeebergh, te Middelburg, aan mr. 't Lam, sectetaris van het kapittel, over de geabandonneerde boedel van de muntmeester Novisadi, 1766 1766 1 stuk 4406 Akte, waaarbij Hendrik Carel, graaf van Nassau la Lecq, heer van Beverweerd, 442 roeden land te Bunnik in erfpacht geeft aan mr. Jan Pesters, heer van Kattenbroek, 1772 sept. 9 1772 sept. 9 1 charter 4407 Akte van overdracht voor het gerecht van Galecop van 6 morgen weiland aan Huybert van Bentum, 1803 juni 27 1803 juni 27 1 charter 4408 Aantekeningen van, met kwitantie voor en brief aan mr. Kien, secretaris van het kapittel, 1806-1808 1806-1808 1 omslag 11. Varia 4409 Stukken waaruit wel verband met het kapittel blijkt, maar die niet thuis te brengen zijn onder één van de rubrieken van de inventaris 1 omslag

Archieven

Ga naar