1005-4 inventaris van het archief van het vrouwenklooster van benedictinessen te de bilt 1219-1797, door c.a. van kalveen en l.c. van zetten in: inventarissen van de archieven van de vijf adellijke vrouwenkloosters in en om utrecht 1219 1797 1005-4 rooms-katholiek (rk): vrouwenklooster de bilt Het Utrechts Archief Beschrijving Inventaris van het archief van het vrouwenklooster van benedictinessen te de bilt 1219-1797, door c.a. van kalveen en l.c. van zetten in: inventarissen van de archieven van de vijf adellijke vrouwenkloosters in en om utrecht Openbaarheid volledig openbaar Titel inventaris inventaris van het archief van het vrouwenklooster van benedictinessen te de bilt 1219-1797, door c.a. van kalveen en l.c. van zetten in: inventarissen van de archieven van de vijf adellijke vrouwenkloosters in en om utrecht Titels nadere toegangen Geen nadere toegangen 1. Inleiding 1.1. De Adellijke vrouwenkloosters vóór de Reformatie 1.1.1. Vrouwenklooster Het benedictinessenklooster te De Bilt, beter bekend als Vrouwenklooster, is vóór het jaar 1113 gesticht door abt Ludolf van de St. Laurensabdij te Oostbroek aldaar op het abdijgoed De Nieuwehof ten behoeve van de nonnen uit deze abdij 1 die tot dan toe een dubbelklooster was geweest. Bisschop Godebald maakte Vrouwenklooster in 1121 tot een semi-zelfstandige stichting, die in 1139 werd voltooid 2 . Later lag op en bij het kloosterterrein het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut te De Bilt 3 . 1 OSU, dl. 1, nr. 282, 1 november 1113. Anderen stellen dat Vrouwenklooster in 1121 is opgericht. Zie bijvoorbeeld: K. van Vliet, 'Godebald', Utrechtse biografieën, 4 (Utrecht 1997) 81-87, aldaar 82. 2 Archief Vrouwenklooster, inv.nr. 250, fol. 44: 'Int jaer Ons Heren doe men screeff dusent hondert ende XXXIX, doe wass dat convent van Vrouwencloester ghetymmert, ende doe worden die jofferen hier int cloester geset.' 3 P.H. Damsté, Uit het verleden van De Bilt (De Bilt 1960) 24. Voetnoot Het kloostercomplex strekte zich uit vanaf het oude KNMI-gebouw (landgoed Koelenberg of Het Klooster) tot en met het terrein ten oosten daarvan, ter hoogte van de huidige percelen Kloosterlaan 5- 8 1 . Patroonheiligen waren Onze Lieve Vrouw en St. Laurens 2 . Aan het hoofd van het klooster stond eertijds een priorin, die door de zusters werd gekozen onder toezicht van de abt van St. Laurens. 1 Vrouwenklooster; beknopte geschiedenis van seker Joffrouwenklooster genaamt Vrouwenklooster 't enden van de Steenstraat bij De Bilt, en wat de aarde daarvan nog bewaarde (1968); J.W.M. Meijer, Kleine historie van De Bilt en Bilthoven (Bunnik 1995) 27- 30. 2 Algemeen overzicht met literatuuropgave in: M. Schoengen en P.C. Boeren, Monasticon Batavum, dl. 3, Koninklijke Nederlandsche Academie van Wetenschappen, afd. Letterkunde, nieuwe reeks 45 (Amsterdam 1942) 120- 121. Voetnoot De geschiedenis van Vrouwenklooster werd tot het midden van de veertiende eeuw gekenmerkt door de strijd van de nonnen om zelfstandigheid te verkrijgen ten opzichte van de St. Laurensabdij 1 . Officieel was, zo neemt men aan, de scheiding tussen beide kloosters in 1370 voltooid 2 . Pas omstreeks 1503 werd voor het eerst een abdis genoemd, namelijk Henrica van Erp 3 . Sedert 1548 werd ook in Vrouwenklooster het al eerder genoemde vorstelijk nominatierecht toegepast bij de benoeming van een nieuwe abdis 4 . 1 Over de betrekkingen tussen Vrouwenklooster en de St. Laurensabdij van Oostbroek zie: G. Brom, 'De abdij van Oostbroek en het Vrouwenklooster', Archief Aartsbisdom Utrecht, 32 (1907) 331 vlg.; W. van de Pas, 'De emancipatie van Vrouwenklooster', Maandblad van Oud-Utrecht, 23 (1950) 2-5. 2 S. Muller Fz. in: J. de Hullu en S.A. Waller Zeper, Catalogus van de archieven van de kleine kapittelen en kloosters (Utrecht 1905) 173, met verwijzing naar W. Moll, Kerkgeschiedenis van Nederland vóór de hervorming, dl. 2 (Utrecht 1867) 70. Voorts: Van Heussen en Van Rhijn, Historie ofte beschrijving, 519, 613, en H.F. van Heussen, Historia episcopatuum foederati Belgii (Leiden 1719) 131. 3 A.J.M. van Pol, 'Henrica van Erp', Utrechtse biografieën, 3 (Utrecht 1996) 45-49. 4 A. van Lommel, 'Het Vrouwenklooster van Oostbroek bij Utrecht anno 1548', Archief Aartsbisdom Utrecht, 3 (1876) 395-397. Voetnoot 1.2. De Adellijke vrouwenkloosters als ridderschapsconventen 1.2.1. Vrouwenklooster De abdijorganisatie van Vrouwenklooster te De Bilt raakte al sedert omstreeks 1570 geleidelijk in het ongerede. Na 1580 werd ook dit klooster omgezet in een gereformeerd convent. In 1585 staken Utrechters het klooster in brand, waarna de Staten van Utrecht het besluit namen om het af te breken, met uitzondering van de kerk, het 'heerenhuys' en 'het backhuys' 1 . Niettemin volgde weldra de sloop van de gehele abdij; alleen de boerderij met enkele bijgebouwen bleven gespaard. Met de stenen van de afbraak werden de stadsmuren van Utrecht verder versterkt. Vanaf omstreeks 1647 werd deze hofstede, in die tijd aangeduid als 'Het klooster', verpacht en in 1676 verkocht aan particulieren. 1 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 231-3, fol. 70, 10 en 12 maart 1585, en inv.nr. 356-2, fol. 29. Voetnoot Sinds 1656 maakte deze deel uit van het minigerecht Coelenberg 1 . Tot een gedwongen opheffing van het convent van Vrouwenklooster kwam het vooralsnog niet, ook al moesten de inmiddels protestants geworden jufferen naar de stad Utrecht verhuizen, waar Vrouwenklooster tussen 1577 en 1579 de beschikking had gekregen over het huis van domproost Cornelis van Mierop aan de Kromme Nieuwegracht naast de Hiëronymusschool 2 . In 1588 werden de jufferen op alimentatie gesteld. 1 Meijer, Kleine historie van De Bilt en Bilthoven, 134-135. 2 G.W. Beger, 'Over de vergaderplaats der Staten van Utrecht na de overdracht van het wereldlijk gebied aan keizer Karel V (1528)', Utrechtsche Volksalmanak, 1853, 73. Voetnoot Het conventshuis 1 bevond zich omstreeks 1600 te St. Jans Oudwijk tussen de Plompetoren en de Wittevrouwenbrug aan de westzijde van de gracht. In 1606 werd de gezamenlijke bewoning in één conventshuis door de leden van het convent beëindigd. Het convent bleef bestaan maar de leden verspreidden zich over de stad 2 . In 1629 werd het conventshuis verkocht, nadat het jarenlang was bewoond door de thesaurier (rentmeester) van het convent. Tussen 1640 en 1680 hebben de Staten van Utrecht nogal wat kloostergoederen in De Bilt en omgeving verkocht 3 . 1 Zie: archief Vrouwenklooster, inv.nr. 174 (rekening 1629-1630) fol. 117, alwaar ook de omschrijving van de ligging van het pand, zoals hierboven vermeld. 2 De Hullu en Waller Zeper, Catalogus kleine kapittelen en kloosters, 173. 3 S. Broekhoven en S. Barends, De Bilt. Geschiedenis en architectuur (Zeist 1995) 27. Voetnoot De Adellijke vrouwenkloosters als ridderschapsconventen 1 1 Algemeen overzicht ook in: De Hullu en Waller Zeper, Catalogus kleine kapittelen en kloosters, 121-126; D.G. Rengers Hora Siccama, De geestelijke en kerkelijke goederen onder het canonieke, het gereformeerde, en het neutrale recht (Utrecht 1905) 698-728. Voor een bondig overzicht van de intensivering van het toezicht op de eigendom van de kloosters en de kloostergoederen in handen van Staten c.q. ridderschap zie: Verslagen 's-Rijks Oude Archieven, 23 (1900) 338- 340 (Verslag Rijksarchief in Utrecht), op basis van een ongepubliceerd rapport van J. de Hullu. Voetnoot De positie van de vijf adellijke vrouwenkloosters veranderde ingrijpend als gevolg van de Reformatie. Bij de religievrede van 10 januari 1579 bleven deze kloosters nog min of meer buiten schot. Het stadsbestuur van Utrecht handhaafde de vermogensrechtelijke toestand van de kloostergoederen en erkende het alimentatierecht van de kloosterlingen, ook van hen die hun klooster hadden verlaten 1 . De rechtsgrond van de kloosters werd vastgelegd in de artikelen 14 en 15 van de Unie van Utrecht, volgens welke de conventualen 'hun goeden' zouden volgen, dus de band met hun kloostergoederen behielden, ongeacht of men tot de nieuwe leer overging of rooms-katholiek bleef en alimentatie ontving 2 . 1 Rengers Hora Siccama, De geestelijke en kerkelijke goederen, 623. 2 Van Kalveen, 'De vijf adellijke vrouwenkloosters in en om de stad Utrecht', 163. Voetnoot Een jaar later, bij de definitieve vestiging van de Reformatie in Utrecht, kwam het echter tot een verbod van de rooms-katholieke godsdienstoefeningen, ook in de kloosterkerken. De Staten van Utrecht besloten toen dat de vijf adellijke vrouwenkloosters in gereformeerde vorm gehandhaafd zouden blijven 1 , zij het zonder vrije beschikking over hun goederen. In de daarop volgende gereformeerde 'ordre op de geestelickheyt' bepaalden de Staten voor elk van de vrouwenkloosters een vast aantal prebenden, dus formatieplaatsen, met vaste alimentatiebetalingen uit het vermogen van het betreffende klooster 2 . 1 Rengers Hora Siccama, De geestelijke en kerkelijke goederen, 698 vlg. 2 Archief Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd, inv.nr. 649, fol. 8, 9, 19, opgesteld op 4 mei 1580, toegevoegd aan de resolutie van 6 mei 1580, en ten uitvoer gelegd op 6 juni 1580. Voetnoot In 1581 gaven de Staten een gemeenschappelijk reglement met instructie aan Oudwijk, St. Servaas, Den Daal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, die sindsdien in die vaste volgorde tezamen de 'vijf jufferen of ridderschapsconventen' vormden. De leden waren van adel en daarom kwamen deze geprotestantiseerde instellingen onder het bestuur van de ridderschap te staan 1 . De ridderschap kreeg het benoemingsrecht van abdissen en jonkvrouwen, dus de begeving van de pas ingestelde prebenden, en voorts het toestemmingsrecht in alle zaken van enig belang voor de conventen, benevens het bestuur over abdissen en nonnen 2 , inclusief de overgebleven katholieke nonnen, die op alimentatie waren gesteld en hun gemeenschappelijk religieus leven hadden moeten opgeven. Als jonkvrouwen met een prebende behielden zij hun plaats in de overigens protestantse conventen. Kwam er een prebende vacant, dan werd voortaan een ongehuwde gereformeerde jonkvrouw van Stichtse adel benoemd. 1 Rengers Hora Siccama, De geestelijke en kerkelijke goederen, 645. 2 Archief Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd, inv.nr. 649, fol. 63. Voor de tekst van dit reglement zie ook hierna: archief St. Steven, inv.nr. 2, 1581. Voetnoot Het algemeen toezicht op de geestelijke goederen berustte aanvankelijk bij de Staten-gedeputeerden voor de geestelijke goederen. Voor wijzigingen in het goederenbezit, zoals verwerving, vervreemding of bezwaring ervan, had men toestemming nodig van de Staten, die ook de reglementering en het toezicht hadden. De uitvoering van deze regeling was zeer gebrekkig. In werkelijkheid liet de ridderschap na 1581 nog jarenlang het goederenbeheer over aan de abdis of vrouwe van de afzonderlijke conventen, of aan de in haar dienst staande rentmeester. Nieuwe maatregelen door de Staten van Utrecht deden daar nauwelijks iets aan af. Zo eisten de Staten van Utrecht in 1586 de definitieve opheffing van de conventen 1 , een eis waartegen ze zich met succes verzetten. Zo was er de benoeming in 1588 door de Staten van Utrecht van een gemeenschappelijke rentmeester voor Oudwijk, Vrouwenklooster, en Wittevrouwen 2 , die slechts luttele jaren in functie bleef en daarna werd vervangen door de abdis of vrouwe, of haar rentmeester. 1 In het 'redressement' op de geestelijke goederen in 1586: Rengers Hora Siccama, De geestelijke en kerkelijke goederen, 332-340. 2 De Hullu en Waller Zeper, Catalogus kleine kapittelen en kloosters, 121. Voetnoot De blijvende grondslag voor het bestuur en beheer door de ridderschap vormde uiteindelijk de instructie die de Staten van Utrecht in 1598 ten behoeve van de vijf jufferenconventen vaststelden 1 . De ridderschap ontving het recht om landerijen te verpachten of te verhuren en behield de begeving van de prebenden aan gereformeerde, adellijke ongehuwde jonkvrouwen. Deze moesten tenminste acht jaar oud zijn om alvast voor een kinderprebende (een deel van een prebende) in aanmerking te komen. De ridderschap bezat ook het recht om in elk van de conventen de abdis of vrouwe te benoemen. 1 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 349-4, fol. 287v, 27 januari 1598, en inv.nr. 738-1, 27 januari 1598. Voetnoot Tevens stelden de Staten van Utrecht in 1598 een instructie op voor de rentmeesters. Zij werden voortaan benoemd door de Staten van Utrecht op voordracht van de ridderschap, die ook het uitgavenbeleid regelde 1 . De rentmeester stelde de jaarrekeningen in drievoud op: één exemplaar voor de rentmeester zelf, het zogenoemde rendantsexemplaar, één exemplaar voor abdis en convent en één voor de ridderschap. De rekeningen moesten worden gecontroleerd door een commissie uit de ridderschap, veelal in aanwezigheid van de secretaris van de Staten van Utrecht en aanvankelijk ook de abdis van het betreffende klooster. Tussen 1600 en 1604 werden deze nieuwe regelingen van de Staten in alle vijf vrouwenkloosters 2 doorgevoerd. Wijzigingen die in de loop der tijden nog werden aangebracht, waren vooral bedoeld om de regelingen voordeliger te maken voor de belanghebbenden en het bestuur en beheer efficiënter te maken door verdere concentratie en onderlinge afstemming van het beheer van de conventen. 1 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 349-4, fol. 290, en inv.nr. 738-1, 27 januari 1598. 2 In Oudwijk in 1600, in St. Servaas, Vrouwenklooster en Wittevrouwen in 1601 en in Mariëndaal in 1604. Voetnoot In 1626 werd het college van superintendenten opgericht: een commissie van de ridderschap voor het dagelijks bestuur van de vijf jufferenconventen gezamenlijk 1 . Deze superintendenten werden steeds benoemd voor de tijd van drie jaar en op een vast traktement, met als voornaamste taak het verhuren, verpachten en inspecteren van alle conventslanderijen, meestentijds samen met de rentmeesters 2 . Na 1676 kwam dit, afgezien van de goedereninspectie, vooral neer op het afhoren en sluiten van de rentmeestersrekeningen. Zij kwamen eens in de twee weken in vergadering bijeen in de ridderschapskamer, een aanbouw van de Statenkamer aan het Janskerkhof te Utrecht. 1 Matthaeus, Fundationes, 490-493, 11 februari 1626. Zie ook: archief Staten van Utrecht, inv.nrs. 770- 774. 2 Archief Huis Hardenbroek, inv.nr. 443, waarin 'Poincten van redres' van de jufferenconventen door de ridderschap van Utrecht, ca. 1666. Voetnoot Ook het goederenbeheer door de rentmeesters werd na 1626 veelvuldig gecombineerd. Dit was het geval bij de rentmeesterschappen van Oudwijk en Vrouwenklooster. De tresorier werd terzijde gestaan door een klerk. Vergelijkbare combinaties kwamen in de jaren 1682-1685 en 1707-1760 tot stand tussen de rentambten van Mariëndaal, Vrouwenklooster, en Wittevrouwen. In 1685-1707 en 1760-1798 werd daaraan ook het rentmeesterschap van de St. Servaasabdij toegevoegd 1 , zodat toen vier van de vijf conventen in één hand verenigd waren. Voor elke instelling bleef overigens wel een afzonderlijke administratie en een afzonderlijke jaarrekening bestaan. Alleen Oudwijk, verreweg het meest omvangrijke rentambt, behield na 1660 steeds een eigen, afzonderlijke rentmeester. 1 De Hullu en Waller Zeper, Catalogus kleine kapittelen en kloosters, 168-169. Voetnoot In de zeventiende eeuw geschiedden de benoemingen in de prebenden door middel van loting. De voordracht gebeurde door één van de leden van de ridderschap, vanaf 1620 bij toerbeurt. Hiervoor werden complete roosters opgesteld 1 . In de samenstelling en de aantallen prebenden werden in de zeventiende en achttiende eeuw herhaaldelijk wijzigingen doorgevoerd 2 . In 1626 besloot de ridderschap in de vrouwenkloosters geen abdis meer te benoemen maar een vrouwe. 1 Matthaeus, Fundationes, 487; archief Staten van Utrecht, inv.nr. 738, 7 augustus 1620. Voor het Wittevrouwenklooster gold een afwijkende regeling. 2 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 737-2, alfabetische index op de ridderschapsresoluties. Hierin chronologische lijsten van alle gebeneficieerden met prelaturen, 1626-1785, gevolgd door lijsten van alle gebeneficieerden met prebenden in de afzonderlijke conventen, 1618- 1792. Voetnoot Deze vrouwen ontvingen een zogeheten prelatuurschap, waaraan een uitkering verbonden was die het dubbele bedroeg van een gewone prebende 1 . In een aantal gevallen werd sinds het midden van de zeventiende eeuw de volledige prebende van het prelatuurschap verdeeld over enkele jufferen. In de loop van de zeventiende eeuw werd de administratie van de prebenden vereenvoudigd. Vanaf 1635 werden er van de begeving van de prebenden geen akten meer opgesteld of charters uitgevaardigd; een afschrift van de betreffende ridderschapsresolutie was voldoende. Aanvankelijk moest een lid van de ridderschap zijn nominatie in een prebende officieel in de vergadering meedelen. Vanaf 1648 volstond men met een melding van de door hem voorgedragen juffer aan de ridderschapssecretaris ter registratie 2 . 1 Van Kalveen, 'De vijf adellijke vrouwenkloosters', 166. 2 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 731, 27 april 1648, 4 mei 1716, 2 juli 1735. Voetnoot Formeel gesproken bleven de conventen dus bestaan. In de praktijk werd de band van de jufferen met hun convent echter steeds losser. In de loop van de zeventiende eeuw gingen zij steeds meer verspreid wonen in de stad Utrecht 1 , buiten hun oorspronkelijke conventshuis of voormalige kloostergebouw. Hoe pakten de genoemde veranderingen uit voor de afzonderlijke conventen? Hieronder volgt een kort overzicht. 1 De Hullu en Waller Zeper, Catalogus kleine kapittelen en kloosters, 123-124. Overzicht van de ridderschapsresoluties in: archief Staten van Utrecht, inv.nr. 737-2, 'Alphabetische index', letter P. Voetnoot 1.3. Opheffing Bij de Bataafse revolutie in 1795 hief het Comité revolutionair van het Utrechtse volk al op 28 januari van dat jaar het eerste en tweede lid van de Staten (Geëligeerden en ridderschap) op. Daarmee waren de Staten van Utrecht opgeheven. De dag daarop werd in een vergadering in de voormalige Statenkamer besloten het ridderschapskantoor te verzegelen. Aan de rentmeesters van de vijf conventen werd aangezegd geen betalingen meer te verrichten 1 . Alleen in 1795 werden de prebenden nog uitbetaald. Toen was het afgelopen 2 . Daarna nam het Comité van Algemeen Welzijn namens het Provinciaal Bestuur van Utrecht het bestuur van de conventsgoederen op zich. Dit eiste van de rentmeesters een gespecificeerde goederenlijst. 1 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 1076-2, p. 5-6, 8. 2 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 1084, 1796. Voetnoot In de periode van 27 juli 1797 tot en met 19 september 1798 werden vele landerijen door het Provinciaal Bestuur van Utrecht publiekelijk geveild 1 . De bezitters van pacht-, rente-, en huurovereenkomsten moesten deze afkopen. De administratie hiervan en van de overgebleven goederen werd gevoerd door de rentmeester-generaal van de Domeinen. In 1798 besloot het Administratief Bestuur van het voormalige gewest Utrecht tot verkoop van de nog resterende goederen. In 1799 is het Utrechtse Domeinkantoor een afdeling van het Algemene Lands Domeinenkantoor van de Bataafse Republiek geworden 2 . Daarmee waren de zogeheten jufferenconventen definitief opgeheven. 1 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 1146, resolutie van het Provinciaal Bestuur van Utrecht, 2 december 1795. Over de voorgeschiedenis van de verkoop in 1797 zie het relaas in: Verslagen 's-Rijks Oude Archieven, 23 (1900) 340-341 (Verslag Rijksarchief in Utrecht). 2 Archief Financiële instellingen, inv.nr. 2771. Voor de lijsten van afkoop van renten en pachten zie: archief Staten van Utrecht, inv.nr. 1076-1, 46-154. De Hullu en Waller Zeper, Catalogus kleine kapittelen en kloosters, 124-126; Verloren van Themaat, 'Geschiedenis der vicarieën in de provincie Utrecht', 190-196. Voetnoot 1.4. De Archieven 1.4.1. Vrouwenklooster Het archief van Vrouwenklooster bevat nog een aantal middeleeuwse charters, waaronder enkele van vóór 1300. Deze betreffen niet alleen de verwerving en het beheer van de kloostergoederen maar ook de interne organisatie, de eredienst en de kloostertucht. Cartularia ontbreken. De oudste rechtstitels staan geregistreerd in de cartularia van de St. Laurensabdij van Oostbroek. Archivalia betreffende rekening en verantwoording zijn sinds 1590 vrij volledig bewaard gebleven. De geschiedenis van Vrouwenklooster vóór de hervorming is doortrokken van processen, in het bijzonder over de rechten op de venen bij De Vuursche. Vandaar dat in de inventaris van het Vrouwenklooster een afzonderlijke rubriek is opgenomen met processtukken. De geschiedenis van de archieven van de vijf adellijke vrouwenkloosters was vanaf de Reformatie in hoge mate verweven met de geschiedenis van het archief van de ridderschap van Utrecht 1 , dat weer een onderdeel vormde van de archieven van de Staten van Utrecht. Door het ridderschapsbeheer kwamen de jaarrekeningen, bijlagen, tiend- en pachtregisters en overige financiële bescheiden van elk van die conventen bij het archief van de ridderschap terecht, aangevuld met de overgebleven delen van het middeleeuws archief, vooral bestaande uit charters met de eigendomsbewijzen en de overige rechtstitels. De omvang daarvan loopt per klooster sterk uiteen. 1 Hierover vooral de inleiding van S. Muller Fz. in diens: Catalogus van het archief der Staten van Utrecht 1375- 1813 (Utrecht 1915) XXXVIII vlg. Voetnoot In 1589 eisten de Staten van Utrecht alle oudere registers van de jufferenconventen op. Aan dat verzoek is slechts ten dele voldaan. Hier ligt de hoofdoorzaak dat van deze archieven zo weinig cartularia en middeleeuwse registers bewaard zijn gebleven. Tussen 1590 en 1600 kwam onder het bestuur van de ridderschap en het beheer van de rentmeesters een algehele administratieve reorganisatie tot stand. 1.5. Overlevering en bewerking Al deze conventsarchieven berustten tenslotte bij het ridderschapsarchief in de ridderschapskamer naast de Statenkamer aan het Janskerkhof te Utrecht. Na de opheffing van de ridderschap van Utrecht ten gevolge van de Bataafse revolutie van 1795 deelden ook de vijf kloosterarchieven in de lotgevallen van het ridderschapsarchief, dat weer een onderdeel vormde van het Statenarchief. In 1803 volgde de aanstelling van P. van Musschenbroek als eerste departementaal archivaris van Utrecht. Daarmee was hij de voorloper van de archivarissen van het latere provinciaal, successievelijk rijksarchief in Utrecht. Onder hem viel van meet af aan het hele corpus van Statenarchieven, inclusief de kloosterarchieven. In het laatste kwart van de negentiende eeuw werd een gedeelte van de kloosterarchieven (alleen de delen en bundels) beschreven in de inventaris van het provinciaal archief door P.J. Vermeulen en in de beide supplementen daarop door S. Muller Fz. 1 . 1 P.J. Vermeulen, Inventaris van het archief der provincie Utrecht (Utrecht 1875), en de beide supplementen daarop door S. Muller Fz. (Utrecht 1885 en 1892). Voetnoot Deze laatste vooral heeft tenslotte met R. Fruin Th. Az alle kloosterstukken gesepareerd van het Statenarchief en aangevuld met de kloosterbescheiden uit de collectie Phillipps, die in 1888 uit Engeland naar Nederland waren teruggekeerd. Daarna zijn alle kloosterarchieven globaal per abdij geïnventariseerd door J. de Hullu, wiens manuscript in 1900 door S. Muller Fz. is voltooid en herzien 1 . In 1904 heeft S.A. Waller Zeper een regestenlijst van de charters gemaakt 2 . Afsluitend zijn in 1905 de inventarissen (met een doorlopende nummering) in druk verschenen als onderdeel van de Catalogus van de archieven van de Kleine Kapittelen en Kloosters (Utrecht 1905) 3 . 1 Archief Rijksarchief in Utrecht, inv.nr. 237. 2 Archief Rijksarchief in Utrecht, inv.nr. 236. 3 De Hullu en Waller Zeper, Catalogus kleine kapittelen en kloosters, 121-186, benevens de inleiding aldaar, VI en VII. Voetnoot Het globale karakter van deze inventarissen, de vele latere toevoegingen en het feit dat al meerdere inventarissen van archieven uit bovengenoemde Catalogus waren gelicht, maakten een gedetailleerde herinventarisatie noodzakelijk, met toevoeging van een concordantie op de inventarisnummers van De Hullu en Waller Zeper. Specificaties van de inhoud van de registers van de akten zijn achter elke inventaris als bijlagen opgenomen. Bij alle oorkonden van vóór 1300 is een verwijzing opgenomen naar het betreffende oorkondenummer in het Oorkondenboek van het Sticht Utrecht (OSU) 1 . Het archief van de St. Stevensabdij is geïnventariseerd door C.A. van Kalveen en L.C. van Zetten. De inventarissen van de vier andere kloosterarchieven, de inleiding, de bijlagen en de indices zijn van de hand van C.A. van Kalveen. 1 Oorkondenboek van het Sticht Utrecht (OSU) 5 dln., S. Muller Fz., C.A. Bouman, K. Heeringa en F. Ketner (ed.) (Utrecht/Den Haag 1920-1959), dl. 1, nr. 481, 8-24 september 1174.. Voetnoot Dit deel in de reeks Toegangen van Het Utrechts Archief bevat de gebundelde inventarissen van de vijf adellijke vrouwenkloosters in en rond de stad Utrecht 1 . In de Middeleeuwen stonden ze organisatorisch los van elkaar. Tijdens de Reformatie werden deze kloosters met hun goederen en prebenden echter alle geplaatst onder het bestuur van de ridderschap, het tweede lid van de Staten van Utrecht. Als zodanig bleven zij voortbestaan tot 1798. Ofschoon de archieven van deze vijf kloosters voornamelijk betrekking hebben op het goederen- en prebendenbeheer van na de Reformatie, volgt hieronder eerst een korte schets van de ontwikkeling die deze kloosters in de Middeleeuwen hebben doorgemaakt. 1 Algemeen overzicht in: C.A. van Kalveen, 'De vijf adellijke vrouwenkloosters in en om de stad Utrecht', in: E.S.C. Erkelens-Buttinger e.a. (red.), De kerk en de Nederlanden, aangeboden aan C. Dekker (Hilversum 1997) 152- 167. Voetnoot 2. Inventaris van het archief van het vrouwenklooster van Benedictinessen te De Bilt 1219-1797 2.1. Organisatie 2.1.1. Observantie 1 Notariële akte waarbij Jacob, deken van het St. Pancraskapittel bij de burcht te Oostvoorne, verklaart dat priorin en convent van Vrouwenklooster volgens hun eigen regel leven en hun voorrechten bevestigt, 1454 mrt. 24. Met ingelaste litterae van paus Nicolaas V voor de abt van St. Paulus te Utrecht en de dekens van Oudmunster te Utrecht en St. Pancras te Oostvoorne om een hervorming door te voeren in de kloosters van St. Servaas, Wittevrouwen, Oudwijk, Vrouwenklooster en Mariëndaal in en bij Utrecht, en voorts van de kloosters van Rijnsburg, Loosduinen, Ter Leede, Koningsveld en Kerkwerve, 1453. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1133 Oude Orde 2.1.2. Abdis en priorin 2 Notariële akte van subpriorin en convent van Vrouwenklooster bestemd voor bisschop David van Bourgondië bevattende de procedure van de verkiezing van Geertruida van Groenesteijn tot priorin, met het verzoek om haar verkiezing te bevestigen 1456 nov. 21 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1131 Oude Orde 3 Akte van bevestiging door bisschop David van Bourgondië van de verkiezing van Geertruida van Groenesteyn tot priorin van Vrouwenklooster 1456 dec. 3 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1132-1 Oude Orde 4 Akte van bevestiging door bisschop Frederik van Baden van de verkiezing van Henrica van Erp tot abdis van Vrouwenklooster 1503 sept. 15 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1132-1 Oude Orde 5 Akte bestemd voor Henrica van Erp, waarin de aan haar overgedragen boedel van wijlen priorin Geertruida van Groenesteyn wordt beschreven 1503 1 stuk (chirograaf) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1136 Oude Orde 6 Akte bestemd voor Johanna van Hardenbroek, vrouwe van Vrouwenklooster, waarin de aan haar overgedragen boedel van wijlen vrouwe Henrica van Erp wordt beschreven 1549 1 stuk (chirograaf) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1136 Oude Orde 7 Akte van bevestiging door Frederik Schenk van Toutenburg, aartsbisschop van Utrecht, van de verkiezing van Catharina van Oostrum als vrouwe en priorin, 1579 nov. 3, met aan de keerzijde akte van installatie door Peter van Wijck, abt van Oostbroek, en Lambert van der Borch, deken van St. Marie, 1579 nov. 13. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1132-3 Oude Orde 2.1.3. Prebenden 8 Akte waarbij Alef van Vernnenborch verklaart, dat de bisschop van Utrecht aan de priorin van Vrouwenklooster toestaat de eerstvolgende prebende te begeven aan haar nicht Alide en de daarop volgende begeving van een prebende voor zichzelf reserveert 1365 mrt. 4 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1129 Oude Orde 9 Akte waarbij priorin en convent van Vrouwenklooster voor de duur van de oorlog het aantal geprebendeerde nonnen terugbrengen van 30 tot 24, 1429 april 7, met akte van goedkeuring door Rudolf van Diepholt, postulaat van Utrecht 1429 april 8 2 charters (getransfigeerd) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1130 Oude Orde 10 Trouwbewijs van Mechteld van Zuylen van Nijevelt, oud-juffer van Vrouwenklooster, en Dirck van Zuylen van Natewisch, 1649. Uittreksel uit het trouwboek van de kerk van Wijk bij Duurstede. 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1147-2 Oude Orde 11 Attestatie door de magistraat van Arnhem dat Elizabeth Hackfort aldaar ongehuwd woont 1653 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-16 Oude Orde Resoluties van de ridderschap van Utrecht betreffende benoemingen in prebenden van Vrouwenklooster, met betalingsopdrachten aan de rentmeester 1703-1792 10 omslagen 12 Hester van Egmond van der Nienburgh 1703 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1152 Oude Orde 13 Cornelia Debora Henriette van Rossem tot Hardenbroek en Anna Geertruyd Pijll 1703 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1152 Oude Orde 14 Elizabeth van Velthuysen 1732 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1152 Oude Orde 15 Louisa Suzanna van Nassau-Bergen 1737 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1152 Oude Orde 16 Jacoba van Poeltuin 1743 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-13 Oude Orde 17 Frédérique Louise Wilhelmina van Heijden 1782 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-10 Oude Orde 18 Jacoba Elisabeth van Tuijll van Serooskerken 1784 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-8 Oude Orde 19 Maria Catharina Justina Taets van Amerongen 1786 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-18 Oude Orde 20 Frédérica Maria Isabella Benjamina van der Capellen 1790 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-23 Oude Orde 21 Suzanna Wilhelmina de Hangest de Genlis gezegd d'Ivoy 1792 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-22 Oude Orde 22 Verzoekschrift van de vijf adellijke vrouwenkloosters aan het Provinciaal Bestuur van Utrecht om uitstel van de verkoop van de (voormalige) conventsgoederen, om hen in de gelegenheid te stellen hun recht op de inkomsten uit de prebenden aan te tonen 1797 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1141 Oude Orde 2.1.4. Kloosterfamilie 23 Akte waarbij priorin Geertruida van Groenesteyn en het convent van Vrouwenklooster verklaren meester Symon Jansoen en zijn vrouw Janna van Oostrum in zusterschap te hebben ontvangen en deelgenoot te maken aan de goede werken van het convent 1478 okt. 15 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1136 Oude Orde 24 Akte van opname door priorin Geertruida van Groenesteyn en het convent van Vrouwenklooster van Ghijsbert Janssoen en zijn vrouw Jut in de zusterschap van Vrouwenklooster, met verklaring van ontvangst door priorin en convent van een stuk land bij de Vogelcoeperweg en een stuk land tussen de Noordweg en Vollenhovencamp te De Bilt ten behoeve van het Elfduizend-Maagdenaltaar 1502 juli 13 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1198 Oude Orde 25 Akte van toelating door vrouwe Janna van Hardenbroek en het convent van Vrouwenklooster van Aert Aryaenszone als kostkoper in Vrouwenklooster door omzetting van een lijfrente en een losrente ten laste van Vrouwenklooster in levenslange kost en inwoning 1551 april 20 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1187 Oude Orde 26 Akte van attestatie door Henrick Janszone de Weerdt, kapelaan van Vrouwenklooster, Pauwels Gerritszone en Anthonis Corneliszone te De Bilt, dat Aerdt Adriaenszone, in leven kostkoper in Vrouwenklooster, zijn nalatenschap aan Vrouwenklooster heeft vermaakt 1575 sept. 19 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1176 Oude Orde 2.1.5. Rentmeester 27 Akte van borgtocht door René van Tuyll van Serooskerken en Godard Adriaan van Reede van Amerongen ten behoeve van Philibert van Tuyll van Serooskerken, thesaurier van de conventen van Oudwijk en Vrouwenklooster 1647 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-37 Oude Orde 2.1.6. De dienst in de kerk 28 Register bevattende het necrologium van Vrouwenklooster en teksten betreffende de verering van St. Wilgefortis, samengesteld [ca. 1520], met gegevens vanaf [ca. 1417] en aanvullingen tot [ca. 1580]. 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1190 Oude Orde Specificatie: - Algemeen kalendarium van de memoriediensten (1r-31r) - Kalendarium van de vigiliediensten van jaargetijden (met grafbezoek) en van jaarzangen (zonder grafbezoek) (31v-45v) - Register van schenkingen door monialen van Vrouwenklooster aan hun abdij voor memoriediensten na hun dood (33v, 39v, 41r, 47r-48v, 49v) - Akte waarbij Geertruida van Groenesteyn, priorin, en convent van Vrouwenklooster Meinster Symon Jansen en zijn vrouw Janna van Destanu deelgenoot maken aan de goede werken van Vrouwenklooster, 1478 (48v-49v) - Getijden voor het feest van St. Wilgefortis (55r-56r) - Legende van St. Ontcommer (56r-57v) - Lijst van mirakelen geschied op voorspraak van St. Ontcommer te Steenbergen, [ca. 1417]-1520 (57v- 59r) NB 29 Akte waarbij priorin Alijt van Broechusen en het convent van Vrouwenklooster zich verplichten tot jaarlijkse memoriediensten voor Gijsbrecht van Abcoude en zijn vrouw Johan van Huern en voor Willem van Abcoude en diens vrouw Mary van Walcourt 1396 febr. 18 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1195 Oude Orde Akten van verbintenis door prior Dirck van der Gou en het convent van het karmelietenklooster te Utrecht tot het lezen van een wekelijkse mis met preek in de kerk van Vrouwenklooster tot intentie van Jan van Montfoort en zijn vrouw Carola van Brederode 1518 2 charters 30 1518 juli 10 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1199-1 Oude Orde 31 1518 okt. 1 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1199-2 Oude Orde 2.2. Rechten 32 Akte van broederschap waarbij priorin Magdalena en het convent van het Maria Magdalenaklooster te Wijk bij Duurstede priorin en convent van Vrouwenklooster deelgenoot maken van hun godsdienstoefeningen en goede werken 1424 mei 8 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1134-1 Oude Orde 33 Akte waarbij Bertrand, minister van de Keulse provincie van de minderbroeders, priorin Wilhelma en het convent van Vrouwenklooster deelgenoot maakt van de goede werken van de minderbroeders 1424 sept. 13 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1134-2 Oude Orde 34 Akte waarbij Adrianus de Mera te Utrecht, vicaris-generaal van de Congregatio Hollandiae van de dominicaner orde, Johannes van Erp, diens zuster Henrica van Erp en Heylwich ten Engh, benedictinessen, deelgenoot maakt van de godsdienstoefeningen en de goede werken van de dominicaner orde 1498 juli 15 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1135 Oude Orde Aan de keerzijde de aantekening dat dit charter is uitgegeven door het Utrechtse dominicanenklooster in opdracht van de vicaris-generaal. NB 35 Akte van benoeming door vrouwe Catherina van Oostrum en convent van Vrouwenklooster van Johan van Abcoude van Meerten tot heemraad van de Lekdijk Bovendams 1586 april 26 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1142 Oude Orde Met aan de keerzijde de verklaring van zijn eedaflegging ten overstaan van dijkgraaf en heemraden van de Lekdijk Bovendams, 1586. NB 2.3. Beheer 2.3.1. Algemeen 36 Akte waarbij Nicholaus, abt van de St. Laurensabdij van Oostbroek, ten behoeve van zieke nonnen boven hun vaste jaarinkomen de inkomsten schenkt uit 23 morgen land te Heemstede, 8 morgen te Jutphaas, 25 morgen te Werkhoven, 11 morgen te Oostveen, een ½ hoeve te Maarssenbroek, 1 morgen en 1 hoeve te Kortrijk, een ½ hoeve te Maarsseveen, 4½ morgen te Langbroek, en renten uit 12 morgen te Hooghuizen, 7 morgen te Jutphaas, 11 morgen te Oostveen en uit een perceel bij de St. Jacobsbrug in de stad Utrecht, benevens een klein gedeelte van de giften die aan de St. Laurensabdij waren gedaan 1219 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1155 Oude Orde OSU nr 670. NB 37 Akte waarbij ridder Zweder van Zuylen en Beverweerd en zijn vrouw Berta aan priorin en convent van Vrouwenklooster 50 Tournooise ponden schenken, waaruit zij jaarlijks een uitkering zullen ontvangen en waaruit na hun dood memoriediensten zullen worden gehouden 1299 mrt. 9 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1191 Oude Orde OSU nr. 2920. NB 2.3.2. Tienden Registers van de verpachting door de ridderschap van Utrecht van de tienden te De Bilt van Vrouwenklooster 1735-1793 37 katernen Hierin ook de jaarlijkse vermelding pro memorie van de tiend van de abdij Mariëndaal op de ridderhofstad Zuilen. NB 38 1735 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-1 Oude Orde 39 1736 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-2 Oude Orde 40 1738 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-3 Oude Orde 41 1739 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-4 Oude Orde 42 1740 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-5 Oude Orde 43 1741 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-6 Oude Orde 44 1741 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-17 Oude Orde 45 1742 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-7 Oude Orde 46 1743 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-8 Oude Orde 47 1744 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-9 Oude Orde 48 1746 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-10 Oude Orde 49 1747 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-11 Oude Orde 50 1748 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-12 Oude Orde 51 1749 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-13 Oude Orde 52 1750 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-14 Oude Orde 53 1751 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-15 Oude Orde 54 1752 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-16 Oude Orde 55 1753 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-17 Oude Orde 56 1754 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-18 Oude Orde 57 1755 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-19 Oude Orde 58 1756 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-20 Oude Orde 59 1756 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-20 Oude Orde 60 1756 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-20 Oude Orde 61 1757 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-21 Oude Orde 62 1758 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-22 Oude Orde 63 1775 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-23 Oude Orde 64 1782 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-24 Oude Orde 65 1783 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-25 Oude Orde 66 1784 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-9 Oude Orde 67 1785 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-7 Oude Orde 68 1786 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-20 Oude Orde 69 1788 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-26 Oude Orde 70 1789 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-27 Oude Orde 71 1790 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-24 Oude Orde 72 1791 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-27 Oude Orde 73 1792 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1148-28 Oude Orde 74 1793 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-21 Oude Orde 75 Verzoekschrift van Anthony van Mijdrecht, bakker te De Bilt, aan de ridderschap om schadeloosstelling voor de niet geïnde tiend van Vrouwenklooster in 1787 vanwege de militaire bezetting te De Bilt, ingewilligd, 1793, met attestatie door schepenen en secretaris van het gerecht van Oostbroek en De Bilt 1793 1 katern Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-28 Oude Orde 76 Lijsten van de verpachtingsopbrengst van de tienden van het convent van Vrouwenklooster (onvolledig) 1739-1793 1 omslag Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1149 Oude Orde 2.3.3. Landerijen en huizen 2.3.3.1. Algemeen 77 Beschikking door Gedeputeerde Staten van Utrecht voor Johan van den Bongaerdt, rentmeester van Vrouwenklooster, tot uitgifte van een erfpachtakte van 7½ morgen land 1625 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1170-b Oude Orde 78 Register van akten van erfpacht uitgegeven door de ridderschap van goederen van het convent van Vrouwenklooster, met renversalen 1650-1756 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1150 Oude Orde Hierin ook erfpachtakten van het convent van Mariëndaal, 1734 (19v-21v), en van het convent van Wittevrouwen, 1735, 1741 (22r-27v; 35r-37r). Voor specificatie zie bijlage 1. NB 2.3.3.2. Utrecht 2.3.3.2.01. Algemeen 79 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van Utrecht 1766 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde Betreft: - Theodoor Franciscus Stelting, doctor medicinarum, 13 morgen en 47 roeden land te Achthoven tussen de Reijerscopperwetering en de IJsseloever, eigendom van Vrouwenklooster, met renversaal, 1766 - Teunis Perlee 18 morgen en 23 roeden land aan de Achterwetering te Oostveen bij de Hollandse Rading, eigendom van Wittevrouwenklooster, met renversaal, 1766 - Jacobus van der Straaten, kanunnik van St. Pieter te Utrecht, van een stuk land van 8 morgen en 71 roeden tussen de dijk en de Ouwenaar te Maarssenbroek, eigendom van het convent van Mariëndaal, met renversaal, 1766 NB 2.3.3.2.02. Amerongen 80 Akte van overdracht door Kasyn van Oldenbernevelt en zijn vrouw Beerte aan Katherijn, weduwe van Reyner van Oldenbernevelt, van een halve hoeve land te Langbroek in het gerecht van Amerongen 1457 mei 31 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1308-1 Oude Orde 81 Akte van overdracht door Ernst Reynerszoen van Oudenbernevelt, zijn moeder Ka-tharijn, Alydt Claes Zoes weduwe en Johan de Ridder ten behoeve van de priorin van Vrouwenklooster, zijn zuster, van een halve hoeve land van de Ameronger Wetering tot over de Lekdijk heen te Amerongen 1466 okt. 15 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1308-1 Oude Orde 2.3.3.2.03. Baarn 82 Akte van uitgifte door bisschop Guy van Avesnes aan Vrouwenklooster van 8 hoeven niet ontgonnen land tussen Overhees en De Bilt en tussen De Vuursche en De Bilt met de rechtsmacht en de tijns, 1307. Afschrift, [ca. 1470]. 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1156 Oude Orde Met latere aantekening dat dit betreft het Nonnenveen van Vrouwenklooster, een bij gerechtelijke toewijzing ter ontginning uitgegeven gedeelte van de Riddervenen. NB Akte van uitgifte in erfpacht door priorin en convent van Vrouwenklooster aan bisschop Jan van Arkel ten behoeve van het Sticht Utrecht van een stuk veen aan De Vuursche tussen het veen van Werner van Drakenburg en Soest met de dagelijkse rechtsmacht en de tiend, met akte waarbij bisschop Jan van Arkel verklaart deze in erfpacht te hebben ontvangen 1362 febr. 1. Met afschriften, [ca. 1500] 2 stukken, 1 charter 83 [ca. 1500] Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1158-a Oude Orde 83 -2 1362 febr. 1 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1158-a Oude Orde 83 Akte van uitgifte in erfpacht door priorin en convent van Vrouwenklooster aan bisschop Jan van Arkel ten behoeve van het Sticht Utrecht van een stuk veen aan De Vuursche tussen het veen van Werner van Drakenburg en Soest met de dagelijkse rechtsmacht en de tiend, met akte waarbij bisschop Jan van Arkel verklaart deze in erfpacht te hebben ontvangen 1362 febr. 1. Met afschriften, [ca. 1500] 2 stukken, 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1158-a Oude Orde 84 Akte waarbij de rentmeester van het Land van Utrecht, de maarschalk van Amersfoort en Eemland en de steden Utrecht en Amersfoort voor de geërfden de verdeling vaststellen van het veen gelegen in De Vuursche tussen de Oudegracht, de venen van Soest en Baarn, de Nieuwegracht en het Nonnenveen van Vrouwenklooster, 1424, met aantekening van uitbetaling van onkosten, in het bijzonder aan Jacob Nennynck. 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde 85 Akte van verkoop en overdracht door Coenraet Steck aan Johan Deutz, beiden koopman te Amsterdam, van het zesde deel van zijn goederen in De Vuursche, erfpachtgoed van Vrouwenklooster 1636 juli 7 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1170-c Oude Orde 86 Akten van uitgifte in erfpacht door vrouwe en convent successievelijk de ridderschap van Utrecht van 9 dammaten of 6 morgen wei- en hooiland tussen de dijk langs de Eem tot aan de Engkade en de Haar te Eembrugge in het gerecht van Ter Eem, 1625-1785, met renversalen 1785 1 omslag Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde Betreft: - Dirrick Corneliszone van Muyden, 1625 - Diderik Cornelis Wijborch, 1738 - Arien Janszone, ten behoeve van de boedels van de gebroeders Hendrik en Dirk Janszone van de Vuurst, 1785 mei 25 - Marritjes Jansdochter van de Vuurst, vrouw van Wurm Kreynen, 1785 mei 25 NB 2.3.3.2.04. De Bilt 87 Akte waarbij abt Jacop van Baeren en het convent van Oostbroek verklaren in pacht te hebben ontvangen van het convent van Vrouwenklooster 31 morgen en 1 hond land tussen het Oostbroekerbos en de Dwarswetering te Beerschoterveld en een vierkant kampje land van 3 morgen en 2 hond in Beerschoterveld te De Bilt 1545 mrt. 12 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1168 Oude Orde 88 Verzoekschrift van Herman Vincentszone Schijff te De Bilt aan de vrouwe van Vrouwenklooster en de gecommitteerden van Vrouwenklooster om aan Peter Huybertszone de pacht over te dragen van 3½ morgen land uit 23 morgen land aan de Steenstraat te De Bilt, ingewilligd 1623 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-3 Oude Orde 89 Akte van uitgifte in pacht door vrouwe Walborch Borre van Amerongen en conventualen van Vrouwenklooster aan Niclaes van Coesvelt van 2½ morgen land tussen de Bisschopswetering en de hofstede Nijenhagen (Meijenhagen) te De Bilt 1625 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-5 Oude Orde 90 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van een hoekje land van 203 roeden aan de Steenstraat te De Bilt, met renversalen 1763, 1783 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde Betreft: - Jasper van Maurik, 1763 - Gijsbert van Maurik, 1783 NB 91 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Jan van Maurik van een stukje grond met twee huizen op de hoek van de Steenstraat en de Veenweg te De Bilt, met renversaal 1771 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde 92 Akte van schuldbekentenis ten laste van Jan van Maurik te De Bilt ten behoeve van Jan Hendrik Morsch vanwege een lening onder verband van een huis met bakkerij en vijf kameren (of: woningen) gelegen op de punt van de driehoek tussen de Steenstraat en de Veenweg te De Bilt 1779, afgelost, 1794 1 katern Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde 93 Akte van schuldbekentenis ten laste van Cunera de Greeff te De Bilt ten behoeve van Wouter van Zeijst, graanhandelaar te Utrecht, vanwege een lening voor geleverde koopwaar onder verband van 3 morgen land met huis en bakkerij tussen de Steenstraat en de Looydijk te De Bilt, erfpachtgoed van Vrouwenklooster, 1773, afgelost, 1782. 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde 94 Verzoekschrift van Jan Hendrik de Wilt, schout van Odijk, aan de ridderschap om goedkeuring van de koop van 3 morgen land met huis en bakkerij te De Bilt, erfpachtgoed van Vrouwenklooster, 1775, met akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Jan Hendrik de Wilt 1776 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde 95 Verzoekschrift van Jan Hendrik de Wilt, schout van Odijk, aan de ridderschap om goedkeuring van de verkoop aan Anthony van Mijdrecht van 3 morgen land met huis tussen de Steenstraat en de Looydijk te De Bilt, erfpachtgoed van Vrouwenklooster, ingewilligd, 1790, met renversaal van de akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Anthony van Mijdrecht 1790 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde 96 Akte van ruil door Jan Willem van Musschenbroek, burgemeester van Utrecht, met de ridderschap van Utrecht van 1 morgen bouwland tussen de Veenweg en de Looydijk en 3½ morgen ten westen van de Waterigesteeg te De Bilt tegen 4 morgen en 20 roeden bouwland tussen de Looydijk en de Bisschopswetering te De Bilt 1786 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-19 Oude Orde 2.3.3.2.05. Cothen 97 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van 6 morgen wei- en bouwland langs de Kromme Rijn te Cothen, met renversalen 1767, 1776 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde Betreft: - Eduard Petrus Ram van Schalkwijk en Weerdestein, 1767 - Anna Catharina Ram van Schalkwijk, 1776 NB 2.3.3.2.06. Gerverscop 98 Akte waarbij priorin en convent van Vrouwenklooster verklaren van hun medezuster Wouborch van Suutphen bij haar intrede te hebben ontvangen 61 zwarte Tournooise ponden voor de aankoop van 6 morgen land te Gerverscop, met specificatie van de bestemmingen van de daaruit verkregen renten en aan de keerzijde een aantekening betreffende de bestemming van dit goed 1316 jan. 21 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1194 Oude Orde 99 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Barend van Rossem van 18 morgen en 402 roeden land te Gerverscop tussen de Gerverscopperdijk en de Hollandsche kade, met renversaal 1766 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde 2.3.3.2.07. Harmelen 100 Akte van afstand door Claes van Galencoep ten behoeve van het convent van Vrouwenklooster van zijn aanspraken op 11 morgen land in de Harmelerwaard 1475 nov. 6 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1158 Oude Orde 2.3.3.2.08. Herverskop 101 Akte waarbij Johan van Minden en zijn zoon Johan verklaren van de priorin en het convent van Vrouwenklooster in pacht te hebben ontvangen 12 morgen land op het Veen in het gerecht van Vrouwenklooster en in Aarnoud Proys gerecht 1336 mei 10 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1164 Oude Orde Bedoeld is Herverskop. NB 102 Akte waarbij Gherit Nellekiinszone verklaart van Vrouwenklooster in pacht te hebben ontvangen een halve hoeve land tussen de Bisschopswetering en de Hoofddijk te Herverskop 1357 april 17 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1165 Oude Orde 2.3.3.2.09. Hoogland 103 Akte van deling door Henric van Weede Stevenszone en zijn zoon Steven van het goed (Groot- )Weede, de boerderij en de warmoeshof en de lijfrente daaruit, leengoed van de heer van IJsselstein 1360 juni 24 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1161 Oude Orde 2.3.3.2.10. Jutphaas 104 Verzoekschrift door Frederik de Wael van Vronesteyn aan de ridderschap van Utrecht hem 4 hond bouwland bij de Jutphase Wetering, eigendom van Vrouwenklooster en gelegen tussen zijn hofstad Vronestein en zijn overige landerijen aldaar, te verkopen, met gunstig advies van Walborch Borre van Amerongen, vrouwe van Vrouwenklooster 1612 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1169-a Oude Orde 2.3.3.2.11. Langbroek 105 Aantekening over ontvangst in pacht door Herman Janss van Bemmel van 3 morgen land te Langbroek, 1623, met verwijzing naar een verloren pachtregister betreffende pachtontvangst door Gijsbert Janszone te Doorn in 1444. 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-g Oude Orde 106 Bevelschrift door de ridderschap aan Justus van Ewijck, rentmeester van Vrouwenklooster, om met Diderick Borre van Amerongen, heer van Sandenburg, de afkoop te verrekenen van een erfuitgang (erfpacht van nieuw gewonnen land) van 4 morgen land te Nederlangbroek 1683 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-15 Oude Orde 2.3.3.2.12. Linschoten 107 Akte van uitgifte in erfpacht door priorin en convent van Vrouwenklooster aan Johannes den Clover van 2 morgen land te Linschoten 1357 mei 6 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1160 Oude Orde 108 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van 2 morgen bouwland bij de dijk of 's- Heerenweg te IJsselveld onder Linschoten, met renversalen 1745-1785 1 omslag Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde Betreft: - Elizabeth Bijleveld, weduwe van Cornelis Mulder, 1745 - Jan Romijnders, echtgenoot van Agnita Overdam, 1784 - Jan van Blokland, 1785 NB 109 Verzoekschrift van Jan Romijnders aan de ridderschap om goedkeuring van de verkoop aan Jan van Blokland van 2 morgen land te IJsselveld onder Linschoten, erfpachtgoed van Vrouwenklooster, ingewilligd 1784 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-11 Oude Orde 2.3.3.2.13. Maarn 110 Akte van overdracht door Alit van Drieberghen, weduwe van Lubbert de Waell, en Willem, Loyich en Tyman de Waell, haar zoons, aan Jan de Ridder ten behoeve van Vrouwenklooster van twee erven met een 'vogelcuyll' te Manderen 1490 mrt. 24 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1174-a Oude Orde 2.3.3.2.14. Maarssen 111 Akte van uitgifte in huur en pacht door abdis Henrica van Erp en het convent van Vrouwenklooster aan Jan van Grootenhuus van 16 morgen land te Maarssenbroek, waarvan 15 morgen in het gerecht van Jan van der Meer tussen de Stadswetering en de Thematerwetering en 1 morgen land tussen de Stadswetering en het Hogeland te Maarssenbroek 1504 mrt. 17 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1167 Oude Orde 2.3.3.2.15. Maartensdijk 112 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Hermannus van den Brink van een hoekje land aan de Veenweg of Blauwkapelsedijk te Oostveen, met renversaal 1759 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde 2.3.3.2.16. Utrecht Akte van verkoop door Jan van der Does (Janus Dousa), heer van Noordwijk, en zijn vrouw Elisabeth van Zuylen aan abdis Catherina van Oostrum ten behoeve van het convent van Vrouwenklooster van een hof en erf op St. Jans Oudwijk tussen de Wittevrouwenbrug en de Plompetoren aan de westzijde van de Nieuwegracht bij het Begijnhof en naast de woning van de abt van de St. Laurensabdij van Oostbroek, 1581, met akte van overdracht, 1581, en retroacta, 1495, 1520. 1 stuk en 3 charters 113 1581 aug. 28, met aan de keerzijde kwitantie door Jan van der Does voor abdis en convent voor de ontvangst van 300 Karolusgulden 1582 aug. 16 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1153-1 Oude Orde 114 Akte van overdracht door Jan Janssoen van Buytendijck, namens Jan van der Does van Noordwijk, aan Vrouwenklooster van bovengenoemde hof en erf op St. Jans Oudwijk, 1581 dec. 7, met ingelaste akte van machtiging door Jan van der Does 1581 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1153-4 Oude Orde 115 Akte van machtiging door priorin Geertruida van Groenesteijn en het convent van Vrouwenklooster tot overdracht aan Egbert van Zuylen van de helft van het huis en de hofstede op St. Jans Oudwijk, 1494, gevidimeerd door het stadsgerecht van Utrecht 1495 mei 5 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1153-2 Oude Orde 116 Akte van overeenkomst door door abt Splinter van Dorssen, prior en convent van de St. Laurensabdij van Oostbroek met Margariet, Engberts weduwe, om haar huis te bouwen aan de gevel en de scheidsmuur van het huis van de abt van Oostbroek, opgetrokken op haar erf op St. Jans Oudwijk bij de Wittevrouwenbrug te Utrecht 1520 jan. 25 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1153-3 Oude Orde 117 Akte van overdracht door Pieter Dircxzone Lap en zijn vrouw Elizabeth Laurensdochter alias Dammen te Utrecht aan het convent van Vrouwenklooster van het huis, erf en de hofstede bij het Begijnhof met de naastgelegen poortweg op St. Jans Oudwijk, aan de westzijde van de Nieuwegracht tussen de Wittevrouwenbrug en de Plompetoren te Utrecht 1593 mei 5 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1153-5 Oude Orde Akte van overdracht door Elizabeth Borre van Amerongen, weduwe van Ernst Mulert, aan het convent van Vrouwenklooster van huis, hofstede en erf op St. Jans Oudwijk tussen de Wittevrouwenbrug en de Plompetoren aan de westzijde van de Nieuwegracht en het Begijnhof te Utrecht, 1607, met retroacta, 1371, 1436, 1606. 4 charters 118 1607 dec. 9 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1154-4 Oude Orde 119 Akte van uitgifte in erfpacht door deken en kapittel van St. Jan te Utrecht aan Johan Breye(r) te Utrecht van een hofstede op St. Jans Oudwijk, 1371, gevidimeerd door het stadsgerecht van Utrecht, 1371 mei 6 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1154-1 Oude Orde 120 Akte van verkoop door Gheertruut, weduwe van Pieter Mouwer, Jan Mouwer, en Jan van Drijbergen aan Jacob Borre van Amerongen van huis en hofstede op St. Jans Oudwijk, eertijds eigendom van Jan Breijer, 1436 sept. 28 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1154-2 Oude Orde 121 Akte van uitgifte in erfpacht door deken en kapittel van St. Jan te Utrecht aan het convent van Vrouwenklooster van genoemde hofstede op St. Jans Oudwijk, 1606 okt. 17 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1154-3 Oude Orde 122 Akte van overdracht door Egbert Gerytssoen van Abstede aan Ghijsbert Jan Eerstenssoen ten behoeve van Vrouwenklooster van de hofstede in Tolsteeg aan de oostzijde van het water 1496 sept. 12 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1162 Oude Orde 2.3.3.2.17. Vreeswijk 123 Voorwaarden en akte van verkoop door de ridderschap van Utrecht aan Johan Gerard Bosch van 15 morgen en 500 roeden buitendijks en binnendijks land van de Lek tot de Zandveldsewetering in de polder Zandveld te Vreeswijk 1738 4 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1170 Oude Orde 2.3.3.2.18. IJsselstein 124 Akte van uitgifte in pacht door Vrouwenklooster aan Jan Sanders van een halve hoeve aan de Blindeweg tussen de Reijerscopperwetering en de Hollandse IJssel te Achthoven 1622 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-1 Oude Orde 125 Akte van uitgifte in pacht door Vrouwenklooster aan Gerrit Willems van een halve hoeve land en 4 morgen tussen de Reijerscopperwetering en de Hollandse IJssel te Achthoven 1622 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-2 Oude Orde 126 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van 13 morgen en 47 roeden land tussen de Reijerscopperwetering en de IJsseloever te Achthoven, waarvan 3 morgen in de baronie van IJsselstein en de rest in het gewest Utrecht, met renversaal 1764-1789 3 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde Betreft: - Johan Gerard Bosch, 1764 - Bernardus van Beeck, 1776 - Johan van Ceulen, 1789, renversaal NB 2.3.3.2.19. Zeist 127 Akte van schenking door Aleyd, dochter van Yen Uter Loo, aan Vrouwenklooster van 108 zwarte Tournooise ponden waarmee de 14½ morgen land Eykenbosch te Zeist zijn aangekocht 1311 okt. 9 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1192-1 Oude Orde 128 Akte waarbij Soffye, weduwe van Ghisebrecht Willamsoen, en haar zoon Ghisebrecht erkennen in pacht van Vrouwenklooster te hebben ontvangen 14½ morgen land Eykenbosch en het land Hedewegen te Zeist 1368 nov. 27 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1166 Oude Orde 129 Akte waarbij Herman Lambrechs Haecssoen aan het convent van Vrouwenklooster overdraagt 2 morgen 1½ hond en 23½ roeden land in het Kroost en een akker in Zeisterbroek bij de Noordweg te Zeist, en deze vervolgens in erfpacht terugontvangt 1371 juni 20 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1157 Oude Orde 130 Akte van overdracht door vrouwe Catherina van Oostrum en het convent van Vrouwenklooster aan Cors Meynssoen te Soest van het recht om een halve morgen veen af te graven voorbij en aan de overzijde van de Nonnengroep in Den Dolder 1579 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1169 Oude Orde 131 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Coert Simon Sanders van Drakestein van 98 morgen uitgegraven en nog uit te graven gronden aan De Vuursche in het gerecht van Zeist en De Vuursche, met renversaal 1780 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde 132 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Beernt van Beeckom van een stukje land te Cattenbroek, 1694 nov. 4, afgekocht, 1696 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1169-2 Oude Orde 133 Publicatie van de ridderschap betreffende de openbare verkoop van een hofstede van 36 morgen bouw- en weiland tussen de Zeister Vaart en de Hakwetering bij Zeist, de hofstede en de boerderij Stoetwegen, de hofstede de Preekstoel, groot 21 morgen, en een hofstede van 49 morgen land bij de Herenweg te Zeist, 1695. Gedrukt, met kanttekeningen betreffende de veilingprijzen. 1 stuk Staten van Utrecht; inv.nr. 766-a Oude Orde 134 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van het Dinselaarsbos te Zeist, met renversalen 1745-1746, 1782 1 omslag Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde Betreft: - Florentina Willemina Borre van Amerongen, 1745-1746 - Floris Willem Sloet van Warmelo en Kersbergen, 1782 NB 135 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Floris Willem Sloet van Warmelo en Kersbergen van 2 morgen land te Zeist, met renversaal 1782 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1151 Oude Orde 2.3.3.3. Holland 2.3.3.3.1. Hei- en Boeicop Akte van overdracht door Rutger Wouterszone aan Heynrick van der Wiersse ten behoeve van Geertruud die Ridder, vrouwe van Vrouwenklooster, van 4 morgen land in een halve hoeve gemeenschappelijk met Dirck Aertszone te Boeicop, 1468, met retroactum, 1465. 2 charters 136 1468 april 22 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1171-2 Oude Orde 137 1465 jan. 15 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1171-4 Oude Orde Akte van overdracht door Rutger Wouterszone aan Heynrick van der Wiersse ten behoeve van Geertruud die Ridder, vrouwe van Vrouwenklooster, van 4 morgen land in een halve hoeve gemeenschappelijk met Zweder Henrick Gijsbertssoen te Boeicop, 1468, met retroactum, 1465. 2 charters 138 1468 april 22 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1171-1 Oude Orde 139 1465 jan. 15 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1171-3 Oude Orde Akten van attestatie dat Anthonis de Ridder pas in 1515 aan het convent van Vrouwenklooster de vier voorgaande charters betreffende 4 morgen land en nog eens 4 morgen land te Boeicop heeft overgedragen, 1521. 2 charters 140 Henrica van Erp en de zes oudste nonnen van Vrouwenklooster 1521 mei 3 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1172-2 Oude Orde 141 Aryaen van Pallaes, maarschalk van het Overkwartier 1521 mrt. 12 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1172-1 Oude Orde 2.3.3.3.2. Woerden 142 Akte waarbij priorin en convent van Vrouwenklooster verklaren te hebben ontvangen van Aleyd, dochter van Yen Uter Loo, 50 zwarte Tournooise ponden, waarmee 6 morgen land in het baljuwschap van Woerden zijn aangekocht van Dyderic Dydericskinderen van Zeyst 1313 mei 31 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1192-2 Oude Orde 2.4. Financiën 2.4.1. Algemeen 143 Resolutie van de ridderschap betreffende de benoeming van Johan Adolf van Renesse van Lockhorst tot president van de ridderschap, met opdracht aan de rentmeester van Vrouwenklooster tot uitbetaling van het daaraan verbonden traktement 1742 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-14 Oude Orde 144 Resolutie van de ridderschap betreffende de opdracht aan Jan Kol, rentmeester van Vrouwenklooster, tot uitbetaling van het traktement van Joost Taets van Amerongen van Natewisch als president van de ridderschap 1788 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-5 Oude Orde 145 Akte van schuldbekentenis door Wijnand Coopman, heer van Werkhoven, voor Cecilia Lucretia van Forden, echtgenote van Philippus Jacobus Streso, emeritus predikant te Krimpen aan de Lek, en Henrica van Forden van 4500 gulden vanwege afstand door Jan Rutger van Forden van het schout- en gadermeestersambt van Werkhoven, 1778 mei 23, aan de keerzijde akte van kwijting door Philippus Jacobus Streso en Henrica van Forden voor Jan Kol, rentmeester van de ridderschap, vanwege ontvangst van 4500 gulden, 1779, en aantekening van royering in het transportregister van Werkhoven 1780 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-38 Oude Orde 146 Resolutie van de ridderschap van Utrecht bestemd voor de rentmeesters J. Kol en J.J. Kol betreffende de halvering van het recognitiegeld van Jan Hendrik Stoltenkamp voor de pacht van het bodeambt van Werkhoven 1789 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-6 Oude Orde 2.4.2. Rekening en verantwoording Rekeningen van Walborch Borre van Amerongen, vrouwe van Vrouwenklooster, als administrateur van de conventsgoederen 1594-1597 2 delen Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-1 Oude Orde 147 1594-1595 148 1596-1597 Rekeningen van de rentmeester of thesaurier van Vrouwenklooster, waarvan sommige voor de superintendenten (S), andere voor het convent (C), alsmede enkele rendantexemplaren (R), 1601-1682, 1711, 1724-1727. 89 delen en 1 stuk Voor de rekening 1588-1589 zie archief St. Steven, inv.nr. 952; voor de rekeningen 1683-1761, zie archief Mariëndaal, inv.nrs. 139-199; voor de rekeningen 1761-1797, zie archief St. Servaas, inv.nrs. 291-304; voor de rekening van de algehele liquidatie en verkoop in 1797 zie archief Mariëndaal, inv.nr. 235. NB 149 1601-1602 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-2 Oude Orde 150 1603-1604 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-2 Oude Orde 151 1605-1606 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-2 Oude Orde 152 1606-1607 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-2 Oude Orde 153 1607-1608 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-4 Oude Orde 154 1608-1609 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-5 Oude Orde 155 1609-1610 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-6 Oude Orde 156 1610-1611 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-7 Oude Orde 157 1611-1612 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-7 Oude Orde 158 1612-1613, uitgaven onvolledig Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-9 Oude Orde 159 1615-1616 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-10 Oude Orde 160 1616-1617 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-11 Oude Orde 161 1617-1618 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-12 Oude Orde 162 1619-1620 163 1621-1622 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-14 Oude Orde 164 1623-1624 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-15 Oude Orde 165 1624-1625 (C) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-16 Oude Orde 166 1624-1625 (R) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-1 Oude Orde 167 1625-1626 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-17 Oude Orde 168 1625-1626 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-2 Oude Orde 169 1627-1628 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-18 Oude Orde 170 1628-1629 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-19 Oude Orde 171 1629-1630 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-20 Oude Orde 172 1630-1631 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-21 Oude Orde 173 1631-1632 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-22 Oude Orde 174 1631-1632 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-3 Oude Orde 175 1632-1633 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-b-1 Oude Orde 176 1632-1633 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-23 Oude Orde 177 1632-1633 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-4 Oude Orde 178 1633-1634 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-b-2 Oude Orde 179 1633-1634 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-24 Oude Orde 180 1633-1634 (R) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-5 Oude Orde 181 1634-1635 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-25 Oude Orde 182 1635-1636 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-26 Oude Orde 183 1636-1637 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-27 Oude Orde 184 1636-1637 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-6 Oude Orde 185 1637-1638 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-28 Oude Orde 186 1637-1638 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-A-7 Oude Orde 187 1638-1639 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-29 Oude Orde 188 1638-1639 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-8 Oude Orde 189 1639-1640 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-30 Oude Orde 190 1640-1641 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-31 Oude Orde 191 1641-1642 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-32 Oude Orde 192 1642-1643 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-32 Oude Orde 193 1642-1643 (R) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-9 Oude Orde 194 1643-1644 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-10 Oude Orde 195 1643-1644 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-34 Oude Orde 196 1643-1644 (R) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-b-3 Oude Orde 197 1645-1646 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-35 Oude Orde 198 1645-1646 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-11 Oude Orde 199 1646-1647 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-36 Oude Orde 200 1647-1648 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-37 Oude Orde 201 1647-1648 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-12 Oude Orde 202 1648-1649 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-38 Oude Orde 203 1648-1649 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-13 Oude Orde 204 1649-1650 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-39 Oude Orde 205 1650-1651 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-40 Oude Orde 206 1650-1651 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-14 Oude Orde 207 1651-1652 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-41 Oude Orde 208 1653-1654 209 1654-1655 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-15 Oude Orde 210 1654-1655 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-43 Oude Orde 211 1655-1656 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-44 Oude Orde 212 1655-1656 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-16 Oude Orde 213 1656-1657 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-45 Oude Orde 214 1657-1658 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-46 Oude Orde 215 1657-1658 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-a-17 Oude Orde 216 1658-1659 (S) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-47 Oude Orde 217 1659-1660 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-48 Oude Orde 218 1660-1661 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-49 Oude Orde 219 1661-1662 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-50 Oude Orde 220 1662-1663 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-51 Oude Orde 221 1663-1664 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-52 Oude Orde 222 1664-1665 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-53 Oude Orde 223 1665-1666 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-54 Oude Orde 224 1666-1667 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-55 Oude Orde 225 1667-1668 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-56 Oude Orde 226 1668-1669 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-57 Oude Orde 227 1669-1670 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-58 Oude Orde 228 1670-1671 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-59 Oude Orde 229 1671-1672 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-60 Oude Orde 230 1672-1674 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-61 Oude Orde 231 1675-1676 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-61-a Oude Orde 232 1676-1677 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-62 Oude Orde 233 1677-1678 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-63 Oude Orde 234 1678-1679 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-64 Oude Orde 235 1680-1681 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-65 Oude Orde 236 1681-1682 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-66 Oude Orde 237 1711, fragment van de inkomsten (stuk) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1189 Oude Orde 238 1724-1727 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-b-4 Oude Orde Bijlagen bij de rekeningen 1619-1794 8 omslagen 239 1619-1625 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-h Oude Orde 240 1626-1694, 1738 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-29 Oude Orde Hierin een bijbehorende brief van H. van Noorden te Vianen aan de rentmeester, 1738. NB 241 1784-1785 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-29 Oude Orde Hierin een bijbehorend briefje van Cornelia van Rijn, weduwe van Cornelis van Vegten te Montfoort, aan rentmeester Jan Kol, 1784. NB 242 1785-1786 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-1 Oude Orde 243 1786-1787 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-2 Oude Orde 244 1789-1790 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-2 Oude Orde 245 1790-1791 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-3 Oude Orde 246 1793-1794 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-3 Oude Orde Borderellen van de rekening 1634-1742 3 omslagen 247 1634-1635 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-25 Oude Orde 248 1640-1641 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1144-31 Oude Orde 249 1740-1742 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-4 Oude Orde 250 Register van inkomsten en uitgaven betreffende processen over De Vuursche en werkzaamheden aan de abdijgebouwen 1512-1560 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-a Oude Orde Specificatie: - processen tegen het kapittel van St. Jan te Utrecht over de venen in De Vuursche, 1512-1558 (3r-41v) - de afbraak en de nieuwbouw van de beide torens van de abdijkerk, 1518-1519 (44r-49v) - het herstel van de bekapping van de beide torens, 1560 (49v-50r) - het herstel van de slaapzaal en aangrenzende gebouwen, 1533-1536 (54r-61r) NB 251 Rekening van de uitgaven door de procurator van Vrouwenklooster aan de Heilige Stoel in het proces voor de Rota betreffende eigendomsrechten op de Utrechtse Nonnenvenen (de Nonnengroep) en de verveningen aldaar 1521-1525 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde 252 Manuaal van vaste inkomsten en uitgaven van Johan van den Bongaerdt, rentmeester en ontvanger van Vrouwenklooster 1623-1629 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-c Oude Orde Op 90r en 108r-110v ook enkele buitengewone uitgavenposten. NB 253 Manuaal van de vaste inkomsten uit de goederen van Vrouwenklooster 1632-1634 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-b Oude Orde 254 Lijsten samengesteld door Justus van Ewijck, rentmeester van Vrouwenklooster, van achterstallige inkomsten over 1671-1681 en aantekening van de terugbetalingsregeling met de erven van wijlen deurwaarder Gijsbert van Nijenrode 1684 3 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1146 Oude Orde 255 Verkoopvoorwaarden en rekening van de veiling van houtgewas te Vreeswijk door de rentmeesters van Vrouwenklooster en Wittevrouwen in opdracht van de ridderschap 1790 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-25 Oude Orde 2.4.3. Nalatenschappen en legaten 256 Akte van afstand door Gerijt Gerijtzone, Willam Gerijtszone, Wouter Janszone, Anthonis Dircszone, Henric Gijsbertszone en Peter Willam te De Bilt aan het convent van Vrouwenklooster van de nalatenschap van hun nicht Nelle van Oeyic 1466 jan. 30 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1174 Oude Orde 257 Testament van Adriaen Aerntszone, bakker en brouwer van Vrouwenklooster, met legaten voor zijn natuurlijke dochter Jutgen van 40 Rijnse gulden, en voor Peter en Willem, kapelaans van Vrouwenklooster, van 1 gouden Rijnse gulden uit zijn vorderingen op het convent waarvan hij verder afziet 1522 mrt. 11 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1186 Oude Orde 2.4.4. Schulden en vorderingen 258 Akte van schuldbekentenis door Alphaer, zoon van Jacob van Lichtenbergh, aan het convent van Vrouwenklooster van 25 zwarte Tournooise ponden onder verband van zijn pachtgoed in het Ondiep bij Utrecht 1307 jan. 1 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1173 Oude Orde 259 Akte van kwijting door knaap Aernt Loef Ghijsbrechtssoen voor de vrouwe van Vrouwenklooster van een vordering van 11 schepel rogge en 4 pond en van een vordering van twee hoenders en 3 pond 1364 nov. 12 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1179 Oude Orde 260 Akte van kwijting door Johan Slewe voor priorin en convent van Vrouwenklooster wegens ontvangst uit handen van Willem Overdevecht van zijn loon van 100 pond en 45 pond penningen 1371 mrt. 18 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1180-6 Oude Orde 261 Akte van afstand door Lisebet Scoen Johansdochter en haar man Lambrecht aan Johan Coman van de erfenis van haar vader Scoen Johan, en van ontheffing door Gherijt van Vloeten, maarschalk in het Land van Utrecht, voor priorin en convent van Vrouwenklooster van betalingen aan Johan Coman uit deze erfenis 1372 dec. 20 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1181-1 Oude Orde Aan de keerzijde de aantekening: 'Vloeten'. NB 262 Akte van kwijting door Johan Coman voor priorin en convent van Vrouwenklooster wegens betaling van een schuld van 50 pond aan Scoen Johan, in leven knecht van het klooster 1373 mrt. 28 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1181-2 Oude Orde 263 Akte van kwijting door Ebe Ottensoen voor de vrouwe van Vrouwenklooster wegens betaling van schade en onkosten die hij had geleden van Henric Coppier en die waren overgegaan op Vrouwenklooster 1381 okt. 29 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1180-7 Oude Orde 264 Akte van kwijting door Johan Wantenaar te Utrecht voor priorin en convent van Vrouwenklooster wegens restitutie van schade en ontvangst van achterstallige vorderingen 1386 april 27 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1180-2 Oude Orde 265 Akte van kwijting door Johan van der Goude voor de priorin en het convent van Vrouwenklooster wegens de ontvangst van de snuisterijen en de huisraad van wijlen Aliit van der Goude, zijn zuster, in leven non van Vrouwenklooster 1388 april 4 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1182 Oude Orde 266 Akte van kwijting door Yzebrant Splinter Gherijdszoon en zijn vrouw Gheertruyd van den Enghe voor priorin en convent van Vrouwenklooster wegens betaling van 100 pond 1394 jan. 24 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1180-3 Oude Orde 267 Akte van kwijting door Johan van der Velde en zijn vrouw Hildegonde voor priorin en convent van Vrouwenklooster wegens aflossing van hun aandeel in de lening die zij samen met Riquin Optenoort aan Vrouwenklooster hadden verstrekt 1395 nov. 16 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1180-4 Oude Orde 268 Akte van kwijting door Jacob de Wilde Ghiisbertssoen voor priorin en convent van Vrouwenklooster wegens ontvangst van achterstallige vorderingen 1415 aug. 20 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1180-5 Oude Orde 269 Akte van kwijting door Engelbert Zonderlant voor priorin en convent van Vrouwenklooster wegens betaling van zijn vorderingen op de nalatenschap van wijlen Jan van Lente 1420 aug. 17 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1184 Oude Orde 270 Akte van kwijting door Claes Heynrickszone, Dirck Heynricksoen, en Scouwe Heynrickszone, voor Gheertruyt die Ridder, abdis van Vrouwenklooster, wegens betaling van het kwart van het zoengeld dat hun toekwam wegens doodslag door Adriaen Aerntszone, bakker en brouwer van de abdij, op hun neef Claes Moye 1490 mrt. 2 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1185 Oude Orde 271 Akte van schuldbekentenis ten laste van Philips Janssen te Werkhoven, pachter van Vrouwenklooster, ten behoeve van Johan van den Bongaerdt, rentmeester van Vrouwenklooster, 1623, met akten waarbij Johan van den Bongaerdt Dirck Kip, timmerman, aanwijst om genoemde schuld te ontvangen, en Philips Janssen belooft daaraan te voldoen 1623 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-5 Oude Orde 272 Memorie van de ridderschap van Utrecht over de beslaglegging door de rentmeester van Vrouwenklooster op een huis van Helmert Jansen van Weert, staande op 31 roeden land aan de Steenstraat te De Bilt, eigendom van Vrouwenklooster, wegens achterstallige betaling van pacht over 30 morgen land 1730 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1163 Oude Orde 273 Akte van schuldbekentenis ten laste van Justus van Cuylenborgh, rentmeester, ten behoeve van Nicolaas van Culemborg onder verband van de inkomsten van de conventen Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen 1747, afgelost, 1790 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-30 Oude Orde 2.4.5. Renten 274 Akte waarbij het convent van Vrouwenklooster verklaart van Aleyd van Utrecht, priorin van Vrouwenklooster, 30 zwarte Tournooise ponden te hebben ontvangen, waarmee een rente van 3 zwarte Tournooise ponden uit 6 morgen land in het baljuwschap Woerden is aangekocht 1313 mei 31 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1193 Oude Orde 275 Akte van attestatie door Steven van Assche dat priorin en convent van Vrouwenklooster hem in zijn hoedanigheid van kapelaan, schoolmeester en rentmeester van het klooster een rente hebben toegewezen uit een halve hoeve land te Achthoven aan de Hollandse IJssel bestemd voor een altaar in de kerk van Vrouwenklooster 1352 april 11 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1178 Oude Orde 276 Akte van schuldbekentenis door priorin Effemy van den Berghe en het convent van Vrouwenklooster voor het Minrebroederklooster te Utrecht van een rente van 1 oude Frankrijkse schild uit 6 morgen land te Cothen, in erfpacht ontvangen van Gheertruid van Malsen, dochter van Daem Overdevecht 1417 mrt. 25 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1183-1 Oude Orde 277 Akte van uitgifte van een erfrente door priorin Geertruida van Groenesteyn en het convent van Vrouwenklooster, aan Lysbeth van Scoenouwen en Otte van Scoenouwen, hun medezusters, uit een halve hoeve land tussen de Steenstraat en de Molensteeg te De Bilt 1460 juni 11 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1196 Oude Orde 278 Akte van uitgifte van een erfrente door priorin Geertruida van Groenesteyn en het convent van Vrouwenklooster aan Peternelle, dochter van Jan van Oy, met gespecificeerde bestemmingsregeling van de rente na haar dood 1464 april 10 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1197 Oude Orde 279 Akte van uitgifte van een erfrente door gardiaan Lambert Gout, lector Jan van Woirde en het convent van de minderbroeders te Utrecht voor priorin Geertruida van Groenesteyn en het convent van Vrouwenklooster uit 6 morgen land te Cothen op grond van het testament van Gheertuyt van Malsen Daemsdochter, non van Vrouwenklooster 1491 okt. 26 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1183-2 Oude Orde 280 Akte waarbij Dirck Dirckszone en zijn vrouw Geertruyt aan de abdis van Vrouwenklooster beloven om het bedrag te betalen, dat het kapittel van St. Jan te Utrecht ontvangt uit een huis en hofstede van het convent en een daaraan grenzend huis te Utrecht 1527 jan. 3 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1175 Oude Orde Aan de keerzijde de aantekening: 'de rentmeester van Vrouwenklooster'. NB 281 Akte van uitgifte van een losrente door abdis Maria van Zuylen en het convent van Vrouwenklooster voor Jannike van Buijtendijck, weduwe van Peter Peterszone Crucht, vanwege een schuld van 220 gulden voor de aankoop van koren onder verband van de vrij eigen goederen van Vrouwenklooster in het Sticht, 1574 april 20, afgelost, 1587. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-31 Oude Orde 282 Akte van uitgifte van een losrente door Cornelis Andriesz. te Zeist en zijn vrouw Adriana ten gunste van Anthonis Dominicuszoen te Utrecht vanwege een lening onder verband van zijn hofstede aan de Vernijesegaerdeberge te Zeist, erfpachtgoed van Vrouwenklooster, 1598 okt. 10, afgelost, 1608. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-32 Oude Orde 283 Akte van uitgifte van een losrente door Walborch Borre van Amerongen, abdis van Vrouwenklooster, Johan van Buijtendijck, rentmeester, Aert Verhorst, Lubbert Gerritszone, lakenkoper te Amersfoort, Aart Dircxszone te Zeist en Looch Thoniszone te Soest ten behoeve van Johan Rutgerszone de Bruyn en zijn vrouw Jutgen Jansdochter vanwege een lening onder verband van al hun goederen 1612 juli 4, afgelost, 1617 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-39 Oude Orde 284 Akte van uitgifte van een losrente door abdis Walborch Borre van Amerongen en het convent van Vrouwenklooster voor Aefgen Meertensdochter van den Poll te Utrecht vanwege een lening onder verband van alle conventsgoederen, 1621 mei 21, met akte van overdracht door Dignum Jacobs te Willige-Langerak en zijn vrouw Jannichgen Jacobs, begunstigde, voorts door Willemtgen van de Poll, weduwe van Jacob Cornelis Holler, aan Johan van Zuylen van de Haar van voorgaande akte van losrente, 1638 febr. 1. 2 charters (aaneengehecht) Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-40 Oude Orde 285 Akte van uitgifte van een erfrente door Godert van Reede van Amerongen, thesaurier van de conventen van Oudwijk en Vrouwenklooster, ten behoeve van Peter Schaide, advocaat voor het Hof van Utrecht, vanwege een lening tot betaling van de aannemers en werklieden van de veengriften van Vrouwenklooster onder verband van het vrij eigen goed van Vrouwenklooster in het gewest Utrecht, 1626 juni 17, afgelost, 1649. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-34 Oude Orde 286 Akte van ontvangst van een erfrente door Godert van Reede van Amerongen, thesaurier van Oudwijk en Vrouwenklooster, van Agniet ter Straten vanwege een lening, 1627 mei 17, met aan de keerzijde verklaring van ontvangst van de lening door Agniet ter Straten, 1628, afgelost, 1649. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-33 Oude Orde 287 Akte van uitgifte van een erfelijke losrente ten laste van Godert van Reede van Amerongen, thesaurier van Oudwijk en Vrouwenklooster, ten behoeve van de kerk van Amerongen vanwege een lening onder verband van het vrij eigen goed van Vrouwenklooster in het gewest Utrecht, 1627 april 19, met een verklaring van aflossing onder de pliek, 1643. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-35 Oude Orde 288 Akte van uitgifte van een erfelijke losrente door Dierck Corneliszone Stael te Vrouwenkloosterveen, Jan Ghijsbertszone, Henrick Lambertszone te Maartensdijk en Jan Aertszone te Zeist ten gunste van Balthasar van Putten, chirurgijn te Utrecht, en zijn vrouw Jannegen Lombaerts, vanwege een lening, 1628 mrt. 1, aan de keerzijde verklaringen van ontvangst door Dierck Corneliszone Stael en anderen van deze lening, 1628 mrt. 1, en door Johan van Zuylen van der Haar, 1637, afgelost door Philibert van Tuyll van Serooskerken, thesaurier van Vrouwenklooster, 1649. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-41 Oude Orde 289 Akte van uitgifte van een erfelijke losrente door Vrouwenklooster ten behoeve van Jan Claesz. van Swartzenborch te Utrecht vanwege een lening, 1638 sept. 1, afgelost, 1650. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-36 Oude Orde 290 Akte van uitgifte van een erfelijke losrente door Johan van Zuylen van der Haar, thesaurier van Vrouwenklooster en superintendent van de Armen aan de Haar, ten behoeve van Vrouwenklooster vanwege een lening aan de Armen van de Haar, 1638 sept. 1, afgelost, 1649. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-37 Oude Orde 291 Akte van uitgifte van een erfelijke losrente door Vrouwenklooster ten behoeve van de Armen Godts te Kockengen vanwege een lening onder verband van alle goederen van Vrouwenklooster, 1638 sept. 1, afgelost, 1649. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-42 Oude Orde 292 Akte van uitgifte van een erfelijke losrente door Vrouwenklooster ten behoeve van Johan van Zuylen van der Haar als collator van kerk en pastorie van Kockengen vanwege een lening aan de kerk van Kockengen onder verband van alle goederen van Vrouwenklooster, 1638 sept. 1, afgelost, 1649. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-43 Oude Orde 293 Akte waarbij de Staten van Utrecht verklaren dat het Utrechtse leenhof de uitgifte heeft geregistreerd van een losrente ten laste van Gerrit van Dijck namens Otto de Gelder ten behoeve van Johan Heuft vanwege een lening onder verband van een huis, hofstede en percelen van 88 morgen land geheten Ruemelaar of Ringelpoel te Woudenberg, Stichts leengoed, 1654 mei 1, afgelost door Alard van Wijck, rentmeester van Vrouwenklooster, 1662. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1145-44 Oude Orde 2.4.6. Alimentatie 294 Lijst van de uitgaven wegens alimentatiebetalingen aan de conventualen 1626 1 katern Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-8 Oude Orde 295 Betalingslijst door de rentmeester van de prebenden van de jufferen van het convent 1654 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1188 Oude Orde 296 Akte waarbij Adriana van den Bongaerdt, erfgenaam van Johan van den Bongaerdt, in leven rentmeester van Vrouwenklooster, de resterende alimentatie voor Johanna van Zuylen van Nijevelt vaststelt, 1627, met kwitantie van ontvangst door Johanna Judith van Zuylen van Nijevelt, 1656. 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-7 Oude Orde Registers van ontvangst van prebendenbetalingen door de rentmeester aan de jufferen van Vrouwenklooster 1648-1656 2 delen 297 1648-1652 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1147-2 Oude Orde 298 1651-1656 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1147-1 Oude Orde 299 Kwitanties van Hollandina Trajectina van Lijer van Oosterwijck wegens ontvangst van kwartaalbetalingen van de prelatuurschap van Vrouwenklooster 1651-1653 1 omslag Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1147-1 Oude Orde 300 Kwitanties van Agnes van Loon wegens ontvangst van halfjaarlijkse betaling van haar prebende 1651-1654 1 omslag Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1147-1 Oude Orde 301 Kwitantie van Alexander van Renesse wegens ontvangst van betaling van de jaarprebende van zijn dochter Adriana 1654 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1147-1 Oude Orde 2.5. Processen 302 Bevelschrift van de prior van de St. Paulusabdij te Utrecht, gedelegeerd pauselijk rechter, aan de priesters van de Buurkerk te Utrecht om Maurits Wit te dagvaarden op klachten van priorin en convent van Oostbroek 1287 mrt. 24 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1138 Oude Orde OSU nr. 2296. NB 303 Akte waarbij Heinric van Oemeren zich verzoent met priorin en convent van Vrouwenklooster 1381 aug. 27 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1139 Oude Orde 304 Akte van verzoening door Gosen Bullo Robertsoen in zijn geschil met priorin en convent van Vrouwenklooster vanwege de regeling van een scheidsrechterlijke uitspraak over zijn vorderingen aan achterstallig loon 1382 mrt. 12 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1180-1 Oude Orde 305 Vonnis door de officiaal van het bisschoppelijk hof van Utrecht tegen Bartholomeus van Nijevelt tot betaling aan Johannes van Noirde, kanunnik van St. Pieter en rector van de vicarie van de Elfduizend Maagden in de kerk van Vrouwenklooster, van vier jaar rente, restanten en proceskosten in het proces over het recht van de vicarie op een rente uit het goed Overdevecht 1444 okt. 31 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1200 Oude Orde 306 Akte van machtiging door bisschop David van Bourgondië van Johannes de Witte, kanunnik van St. Pieter, en Gerard ter Herenhave, domkanunnik, om het geschil te beëindigen tussen het kapittel van St. Jan te Utrecht en het convent van Vrouwenklooster, Florens van Pallaes, Rudolf van Nijevelt en anderen over het veen bij Drinschoten en De Vuursche, 1478, met akte van erfpacht door deken en kapittel van St. Jan voor Aernt van Amerongen van 68 roeden veen tussen de Soestergracht en De Vuursche gelegen in het gerecht van St. Jan in het kerspel Baarn, 1461. Afschriften [ca. 1478] 1 stuk Handschriften RAU; inv.nr. 306xx Oude Orde 307 Afschriften van de akten met de rechtstitels van het kapittel van St. Jan te Utrecht op De Vuursche uit 1085-1461, samengesteld ten behoeve van het convent van Vrouwenklooster [ca. 1465] 3 stukken Handschriften RAU; inv.nr. 306xx Oude Orde Specificatie: - Ruilovereenkomst van bisschop Koenraad en het kapittel van St. Jan van de tol te Smithuizen tegen onder meer De Vuursche, 1085 NB OSU nr.245. - Vidimus van voorgaande akte door bisschop Guy van Avesnes, 1311 - Vidimus van voorgaande akte door bisschop David van Bourgondië, 1461 - Toestemming door de elect Otto aan het kapittel van St. Jan om een wetering (Pijnenburger grift) in het veen naast De Vuursche te graven, 1239 NB OSU nr 943. - Vidimus van deze akte door bisschop David van Bourgondië, 1461 - Aantekening over een bevestigingsakte daarvan door paus Innocentius IV NB 308 Akte van toestemming door de elect Otto III van Holland aan proost en kapittel van St. Jan te Utrecht om een wetering te graven in het veen naast het bos De Vuursche en de schouw daarover te voeren, 1239, gevidimeerd door bisschop David van Bourgondië, 1461. Afschrift, [ca. 1478], met aantekening van de rechtsmacht van het kapittel van St. Jan tot aan 't Hart in De Vuursche. 1 stuk Handschriften RAU; inv.nr. 306xx Oude Orde OSU nr.943 NB 309 Vragenlijsten van de procureur van bisschop David van Bourgondië beantwoord door anonieme getuigenverklaringen ten behoeve van Karel de Stoute, en verslag van het onderzoek naar de rechtstitels in het proces betreffende de grensscheiding van het Nedersticht met Gooiland bij Loosdrecht 1471-1472 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde 310 Stukken betreffende het proces voor Gerrit van der Toirn, rechter en waarnemend gevolmachtigde van de kapittels te Utrecht, van het kapittel van St. Jan tegen abdis en convent van Vrouwenklooster wegens schending van het bezit en de rechtsmacht van St. Jan en belemmering van het turfsteken door pachters en veenarbeiders, onder wie Gerlach Corneliszone en Henrick Botter, in een halve morgen veen in De Vuursche 1512, met een akte van 1410 1 omslag Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde Specificatie: - Opdracht door Gerrit van der Toirn aan de geestelijkheid en notarissen van het bisdom Utrecht tot medewerking aan de procesvoorbereiding, 1512, met ingelaste akte van aanwijzing door Splinter van Dorssen, gevolmachtigde van de kapittels, van Gerrit van der Toirn en anderen als zijn plaatsvervangers, 1512, en ingelaste litterae van paus Johannes XXIII aan de abt van Oostbroek en anderen om maatregelen tegen de schenners van kerkelijke goederen en rechten bekend te maken, 1410 - Protocol van een gedeelte van een rechtszitting te Utrecht met interlocutoir vonnis door Gerrit van der Toirn, 1512 - Ontwerp-akte van het kapittel van St. Jan voor een scheidsrechterlijke procedure, 1512 - Getuigenverklaringen, 1512 NB 311 Beknopt register met fragmenten van stukken uit 1308-1515 door Vrouwenklooster overgelegd aan de domdeken van Utrecht met het verzoek om het convent in het ongestoorde bezit te herstellen van de venen in De Vuursche die wederrechtelijk door Jacob van Dolre en zijn arbeiders gebruikt of afgegraven worden, met afschrift van een verzoekschrift hierover aan de bisschop van Utrecht en getuigenverklaringen. 1515 1 omslag Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-d Oude Orde 312 Protocol van het proces te Utrecht gevoerd voor Gerrit van der Toirn, rechter en plaatsvervangend gevolmachtigde van de kapittels, tussen het kapittel van St. Jan, eiser, en abdis en convent van Vrouwenklooster, gedaagden, over de venen in De Vuursche vanwege schending door Vrouwenklooster van de rechten, het bezit en de jurisdictie van het kapittel van St. Jan en het werk van pachters en arbeiders van het kapittel aldaar in 1512-1515, waarin ingelast een akte, 1507, litterae van paus Leo X betreffende de benoeming van Splinter van Dorsschen, abt van Oostbroek, tot rechter en conservator van de vijf Utrechtse kapittels, 1512, en litterae van paus Johannes XXIII aan de abt van Oostbroek en anderen om maatregelen tegen de schenners van kerkelijke goederen en rechten bekend te maken, 1410, samengesteld door notaris Goswinus van Schoonhoven Willemsz., 1515. Met marginale aantekeningen door de procureur van Vrouwenklooster betreffende aanvechtbare passages ten behoeve van de instelling van hoger beroep. 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-4 Oude Orde 313 Akte van bekendmaking door Martinus van den Oed van Kempen, Keuls officiaal en pauselijk commissaris, aan de geestelijkheid en notarissen van het bisdom Utrecht van de ingelaste en ingewilligde suppliek van het kapittel van St. Jan aan paus Leo X om een einde te laten maken aan de schending van het bezit en de rechtsmacht van het kapittel in De Vuursche, de venen aldaar, en de grift Die Scheydinge door het convent van Vrouwenklooster en door Jacob van Dolre te Amersfoort en Johannes van Rhenen en Jacob van Dolre te Rhenen, die wederrechterlijk in die venen graven, en hun dagvaarding bekend te maken, 1515, met breve waarbij paus Leo X aan de proost van St. Kunibert en de deken van St. Georg te Keulen en aan de Keulse officiaal de ten uitvoerlegging van dagvaarding en berechting opdraagt 1515 1 katern Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde 314 Akte van machtiging door Henrica van Erp, vrouwe van Vrouwenklooster, van Rutger van der Kerck om te Leuven juridisch advies in te winnen voor het proces tegen het kapittel van St. Jan over de rechten op de venen bij De Vuursche 1516 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-e Oude Orde 315 Verslag door het kapittel van St. Jan aan de vier andere Utrechtse kapittels van het onderzoek naar de onrechtmatigheid van het vonnis door de elect, ridders en knechten van het Sticht op bisschops eerste rechtsdag te Wijk bij Duurstede tegen het kapittel van St. Jan vanwege beweerde gewelddadigheden tegen vrouwe en convent van Vrouwenklooster 1517 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde 316 Akte waarbij Johannes de Platea, procureur van het kapittel van St. Jan te Utrecht, verklaart in hoger beroep te gaan bij de paus of de keizer tegen het onbeslist gebleven vonnis door elect Philips van Bourgondië en het landrecht van ridders en knapen in het proces van het kapittel van St. Jan tegen Vrouwenklooster over het wederrechtelijk wegvoeren van turf uit de venen 1517 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde 317 Stukken betreffende vooronderzoek, dagvaarding en vonnis in het proces in hoger beroep voor de Keulse officiaal van het kapittel van St. Jan te Utrecht tegen Vrouwenklooster, over de schending van de rechten van het kapittel en zijn pachters in De Vuursche 1515-1519 1 omslag Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde 318 Akte waarbij Henrica van Erp, abdis van Vrouwenklooster, procureurs stelt in het proces voor de officiaal van Keulen 1515 nov. 14 1 charter Bisschoppen van Utrecht; inv.nr. 251-4 Oude Orde 319 Register met afschriften van onderzoekspunten, dagvaardingen en getuigenverklaringen ten overstaan van Johan van Drolshagen, rechter en commissaris, overgelegd aan Martinus van den Oed van Kempen, Keuls officiaal en pauselijk gedelegeerd rechter, voor het proces tusssen Vrouwenklooster en het kapittel van St. Jan te Utrecht over het bezit van de venen aan De Vuursche, de grift Die Scheydinge en het recht om turf te graven, 1515-1519, met bijbehorende akten van procuratie, 1509-1519, samengesteld door notaris Gijsbert de Beer van Amsterdam voor Vrouwenklooster ten behoeve van het vooronderzoek van het proces te Rome, 1519, en achterin een akte van belofte door abdis Henrica van Erp en het convent van Vrouwenklooster om hangende het proces te Rome geen nieuwe verweermiddelen of feiten aan te voeren 1520 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-2 Oude Orde 320 Bevelschrift van Nicolaus van Aretio, auditor aan de Rota, aan de geestelijkheid en notarissen van het bisdom Utrecht om de dagvaarding voor de curie te Rome van Vrouwenklooster bekend te maken, met ingelaste suppliek van het kapittel van St. Jan aan paus Leo X om de zaak tegen Vrouwenklooster voor de Romeinse curie te laten vonnissen 1520 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde 321 Verslagen door notaris Johannes de Platea namens Vrouwenklooster en door Henricus van Eyck, procureur van het kapittel van St. Jan, van beider inspectietocht van het veen tussen de grenspalen aan de Scheydinge aan de zuidzijde en De Vuursche aan de noordzijde, met getuigenverklaringen van boeren en veenarbeiders betreffende verpachting van veen, de turfwinning, de drooglegging van de omstreden gebieden en de uitoefening van de rechtsmacht 1522 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde 322 Bevelschrift door Jacobus Symonetta, auditor aan de Rota, aan Johan ter Weghe, procureur van het kapittel van St. Jan, en Cornelis van Haemstede, procureur van Vrouwenklooster, om alle bewijsstukken te verzamelen voor het proces tussen beide instellingen, met ingelaste suppliek van het kapittel van St. Jan tot aanstelling van Nicolaus van Aretio tot auditor aan de Rota in de zaak tegen Vrouwenklooster en een bevelschrift door Johannes van Drolshagen, onderzoeksrechter in deze zaak, aan de geestelijkheid en notarissen van het bisdom Utrecht om aan hem alle bewijsstukken te tonen 1524 1 katern Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde 323 Ontwerpprocedure voor een scheidsrechterlijke uitspraak in de geschilpunten met het kapittel van St. Jan die te Rome onbeslist zijn gebleven [1524-1526] 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde 324 Aantekeningen van abdis Henrica van Erp betreffende de processen gevoerd in de jaren 1512- 1526 tegen het kapittel van St. Jan te Utrecht over de venen in De Vuursche, met historische gegevens, bestemd voor Michael van Enckevoirt, proost van Oudmunster 1526 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde 325 Verweer van Vrouwenklooster tegen de eis van het kapittel van St. Jan tot vaststelling van de rechten op en de begrenzing van de venen tussen Zeist en Baarn, overgelegd door Rutger van der Kerck aan de stadhouder van Utrecht 1529 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde 326 Register van bewijsstukken uit 1307-1521, overgelegd door de vrouwe van Vrouwenklooster aan de stadhouder van Utrecht in tegenwoordigheid van de gevolmachtigden van de keizer in de rechtszaak tegen het kapittel van St. Jan over de venen in De Vuursche, 1529, 1537. 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-3 Oude Orde Voor specificatie zie bijlage 1. NB 327 Brief van Melis Uten Eng aan Henrica van Erp, abdis van Vrouwenklooster, om de proost van St. Jan snel in te lichten of zij het compromis over de venen aan De Vuursche aanvaardt 1530 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-1 Oude Orde 328 Akte waarbij Adam Tempelaer, rentmeester van Vrouwenklooster, procuratie verleent aan Jan Ysbrantssoen Fox, 1534 dec. 5, met ingelaste akte van benoeming door abdis Henrica van Erp en convent van Vrouwenklooster van Adam Tempelaer tot procureur voor het Hof van Utrecht en andere rechtscolleges 1534 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1140 Oude Orde 329 Brief van Cornelis van Haemstede aan abdis Henrica van Erp, waarin hij verklaart dat hij registers en overige bewijsstukken zal terugsturen als een accoord over de venen bij De Vuursche door de paus zal zijn bevestigd 1541 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1143-f Oude Orde 330 Akte waarbij Julius Oradinus, auditor van de Rota, de hulp inroept van keizer Karel V en alle kerkelijke en wereldlijke gezagsdragers bij de tenuitvoerlegging van de uitspraken sinds 1515, het interdict over het kapittel van St. Jan en de inning van de kosten van de processen van Vrouwenklooster tegen het kapittel van St. Jan te Utrecht betreffende het bezit en de rechten op de gronden De Venne in De Vuursche, de watergang Die Scheijdinge, de venen en de rechtsmacht aldaar, 1555, met ingelaste supplieken betreffende de opeenvolgende benoemingen van auditores, 1515-1555, vonnis door auditor Johannes Paulus Ptolemeus, uitspraak door de auditor Julius Oradinus en instelling van hoger beroep door Claudius Requellot, procureur van St. Jan. 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1159-5 Oude Orde -- Register van inkomsten en uitgaven betreffende processen tegen het kapittel van St. Jan over de venen in De Vuursche 1512-1558 Zie inv.nr. 250. NB 331 Akte waarbij vrouwe Catharina van Oostrum en het convent van Vrouwenklooster Gerrit van Heusden en Michiel de Bovinia aanstellen tot procureurs bij het gerecht van Tolsteeg in het proces tegen de aangehouden schipper Dominicus Corss te Vianen 1584 nov. 16 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1177 Oude Orde 332 Stukken betreffende het proces van vrouwe Catharina van Oostrum en het convent van Vrouwenklooster tegen Dominicus Corss, gearresteerde schipper van Vianen, vanwege achterstallige rentebetalingen door stad en land van Vianen aan Vrouwenklooster, 1584-1585, met inventaris van de stukken door de procureur van Vrouwenklooster overgelegd aan het gerecht van Tolsteeg, en afschriften van bijbehorende akten en andere bewijsstukken uit 1500-1561. 1 omslag 2.6. Bijlagen 2.6.1. Specificaties 2.6.1.1. Inv.nr. 78, register van akten van erfpacht, 1650-1756 - Gerard van Reede tot Drakestein, 98 morgen land in De Vuursche tussen de Nonnengroep en de Maartensdijksevaart, 1650 (1r-2v) - Gijsbert Bruijnense, huis en 31 roeden land te De Bilt, 1688 (2v-3v) - Jan Krijnen van Garden ten behoeve van de Diaconie aan De Vuursche, het goed De Blaasbalch bij Den Dolder onder Zeist, 1699 (3v-4v) - Gerrid Corneliszoon de Greeff, huis en 72 roeden land bij de Steenstraat te De Bilt, 1704 (4v-7r) - Hendrick Schoormont te Utrecht, 13 morgen en 47 roeden land te Achthoven, gedeeltelijk behorende onder de baronie van IJsselstein, gedeeltelijk onder het Sticht, en gelegen tussen de Reijerscopperwetering en de Hollandse IJssel, 1709 (7r-9r) - Hendrick Schoormont te Utrecht, 13 morgen en 47 roeden land als boven, 1709 (9r-11r) - Weijntje Gijsbertsen de Bruyn, vrouw van Helmert Janssen van den Weert, huis en 31 roeden land aan de Steenstraat te De Bilt, 1710 (11r-12r) - Maria van Odijck, weduwe van Rochus van Epen, 203 roeden land bij de Steenstraat te De Bilt, 1713 (12r-13v) - Jan Gosenszone van Schaijck, 560 morgen en 50 morgen land tussen de Maartensdijkseweg en de Nonnengroep te Den Dolder onder Zeist, 1714 (13v-16r) - Claes Janssen van Snelrewaard, 2 morgen land te IJsselveld onder Linschoten, 1720 (16r-17r) - Arnoldus de Greef, 3 morgen land tussen de Looydijk en de Steenstraat te De Bilt, 1734 (17v-19v) - Johan Gerard Bosch, 4 morgen en 568 roeden bouwland aan de Daalsedijk te Zuilen, eigendom van de abdij Mariëndaal, 1734 (19v-21v) - Aaltje Hendriks van Spruytenhoef, 2½ morgen land bij de Lekdijk te Lexmond, eigendom van het Wittevrouwenklooster, 1735 (22r-24v) - Aart Hermans van Kesteren, een halve hoeve land te Breukelerwaard, eigendom van het Wittevrouwenklooster, 1735 (24v-26r) - Jacob Jansen, 18 morgen land aan de Achterwetering te Oostveen (Maartensdijk) bij de Hollandse Rading, eigendom van het Wittevrouwenklooster, 1735 (26r-27v) - Dirk de Wael, een stuk grond met twee huisjes bij de kerk, rakende de punt van de driehoek tussen de Steenstraat en de Veenweg te De Bilt, 1740 (28r-30r) - Hillegonde Schoormond, 13 morgen en 47 roeden land te Achthoven, waarvan 3 morgen in de baronie van IJsselstein en de rest in het Sticht, bij de Reijerscopperwetering, 1742 (30r-32v) - Dirck Schouten, hoekje land met huis aan de Veenweg of Blauwkapelsedijk te Oostveen (Maartensdijk), 1741 (32v-35r) - Antony van Holten, weduwnaar van Maria van Odijck, 203 roeden land aan de Steenstraat te De Bilt, 1741 (35r-37r) - Cornelis Mulder, 2 morgen land op IJsselveld onder Linschoten, 1741 (37r-39r) - Adriaen Matthijs Temminck, 9 dammaten of 6 morgen wei- en hooiland te Eembrugge, 1748 (39r-41v) - Johan Carel Barchman Wuytiers, schout bij nacht van Holland en West-Friesland als voogd van Isabella Lucrétia Barchman Wuytiers, 98 morgen land bij de Nonnengroep en de Maartensdijkseweg te De Vuursche, 1750 (41v-44v) - Gijsbert Schouten, 203 roeden erf en land aan de Steenweg te De Bilt, voorheen in gebruik als molenwerf, 1751 (44v-47r) - Eduard Ram van Schalkwijk, 1752 (47r-50v) - Arent Sloet van Warmelo, 2 morgen land langs de Koppeldijk te Zeist, 1752 (50v-53r) - Willem Timmer, 560 morgen en 50 morgen heetveld, waaronder het goed De Blaesbalch, gelegen tusssen de Maartensdijkseweg, het erf Huis ter Heide en de Nonnengroep bij Den Dolder onder Zeist, 1753 (53v-57r) - Pieter van Maurick, 203 roeden land met voormalige molenwerf, aan de Steenstraat te De Bilt, 1756 (57r-59v). 2.6.1.2. Inv.nr. 326, register van bewijsstukken betreffende De Vuursche, 1307-1521 - Aantekening betreffende het doel van het register, 1529 (1r) - Regestenlijst van de stukken (2r-5v) - A. Akte van schenking door bisschop Guy van Avesnes aan Vrouwenklooster te Oostbroek van 8 hoeven wildernisland met de rechtsmacht en de tiend gelegen tussen Overhees, De Bilt en De Vuursche, 1307 (6r-7r) - B. Akte van uitgifte in erfpacht door priorin en convent van Vrouwenklooster aan bisschop Jan van Arkel van een stuk veen in De Vuursche met de hofstede van Werner van Drakenburg en met de rechtsmacht en de tiend, 1362 (7r-8v) - B. Akte van ontvangst in erfpacht door bisschop Jan van Arkel van voornoemd veen met hofstede, 1362 (8v-10r) - C. Akte van verkoop door priorin Gheertruut van Groenesteijn en het convent van Vrouwenklooster aan Thonis Evertsoen van Vlowijck en zijn vrouw Gheertruut van een stuk veen te Zeist tussen de Oudegracht en De Vuursche, 1475 (10r-11v) - D. Akte van overdracht door Anthonis Anthoniszone van Vloewijck, Willem Quynten en Wendelmoet Anthonis Evertssoensdochter van Vloowijck aan abdis Henrica van Erp en het convent van Vrouwenklooster van een stuk veen te Zeist tussen de Oudegracht en De Vuursche, 1510 (11v-14r) - D. Akte van kwijting door Anthonis Anthoniszone van Vloewijck, Willem Quynten en Wendelmoet Anthonis Evertsoensdochter van Vloewijck vanwege ontvangst van betaling voor de verkoop van een stuk veen te Zeist tussen de Oudegracht en De Vuursche, 1510 (13r-14r) - E. Akte van uitspraak door bisschop David van Bourgondië en ridders en knapen van het Nedersticht in het geschil tussen Goessen van Lienden, voogd voor zijn vrouw Alijt, en Agnies, Johan Zeebeecks weduwe, en Vrouwenklooster over de begrenzing van de 8 hoeven veen te Zeist tussen Overhees en De Bilt, 1472 (14v-16r) - E. Akte van attestatie door Beernd Uten Eng de jongere en Jan van Darthuizen, namens Vrouwenklooster, van het relaas in 1462 door de pander Henrick van Zuylen, bisschoppelijk deurwaarder van het landrecht, in de zaak van de afpaling gemaakt door Goessen van Lienden, voogd voor zijn vrouw Alijt van Dolre en voor Agnies van Zeebeeck, in de venen van Vrouwenklooster, 1494 (16r-17v) - F. Akte van uitspraak door bisschop Frederik van Baden in het geschil tussen Vrouwenklooster en Jacob Freyse van Dolre en zijn medewerkers over de venen tussen de Oudegracht en De Vuursche, 1500 (17v- 21r) - G. Vonnis van de bisschop en ridders en knapen van het Nedersticht in de zaak van Vrouwenklooster met haar medewerkers, eisers, tegen het kapittel van St. Jan te Utrecht, gedaagde, over het met geweld door het kapittel afgraven en wegvoeren van turf in de venen van Vrouwenklooster, 1517 (21r-22v) - H. Akte van attestatie door Jacob van Zulen, Claes Jacobszoon, Jan Henricksoen, Wouter Claessoen, Dirck Ghijsbertsoen, buurlieden te Zeist, en Geryt Petersoen te Soest over de begrenzing van de venen bij De Vuursche, 1495 (22v-26v) - I. Akte van inspectie door schout en geburen van Zeist op verzoek van abdis Henrica van Erp en het convent van Vrouwenklooster van de werkzaamheden in het veen De Nonnengroep tussen Overhees, de Herden en De Vuursche in het gerecht Zeist, 1510 (26v-28v) - K. Akte van attestatie door Henrick Ghijsbertssoen Ter Eem, Bart Janszone te Soest en andere getuigen uit Soest en Baarn over het bezit door Vrouwenklooster van het veen De Nonnengroep tussen de Oudegracht, 't Hart van Overhees en 't Hart van De Vuursche in het gerecht Zeist en over de ligging van dat gerecht, 1512 (28v-33r) - L. Akte van vaststelling door Hubert die Wolff, rentmeester van het Nedersticht, Aernt van Amerongen, maarschalk van Amersfoort en Eemland, en door de steden Utrecht en Amersfoort van de belastingomslag ten behoeve van het gemene land van Utrecht over de geërfden en landgenoten van de venen tussen de Oudegracht (tussen de venen van Soest, Hees, Overhees en Baarn) en de Nieuwegracht (achter de Soester Eng) tot aan het Nonnenveen van Vrouwenklooster, 1424 (33r-35v) - P. Besluiten van de rechtsdag van ridders en knapen betreffende de tenuitvoerlegging van het bisschoppelijk vonnis in 1517 in de zaak van Vrouwenklooster tegen het kapittel van St. Jan te Utrecht, 1519, uittreksel uit het Diversorium van bisschop Philips van Bourgondië (35v-36v) - Q. Uitspraak van bisschop, ridders en knapen in de zaak van Vrouwenklooster tegen het kapittel van St. Jan te Utrecht, dat de bisschop met ridders en steden een nieuwe rechtzitting zal houden als het vonnis van 1517 ten uitvoer is gelegd, 1518, uittreksel uit het Diversorium van bisschop Philips van Bourgondië (37r-v) - R. Akte van uitspraak door Frederik Uten Ham, maarschalk van het Nedersticht, Goeyert de Coninck, baljuw te Abcoude, namens de bisschop, en door Melis Uten Eng en Willem van Oostrum, namens de ridderschap, op de rechtsdag van de bisschop betreffende schade aangericht door het kapittel van St. Jan te Utrecht aan de opbrengst van de venen van Vrouwenklooster, 1517 (37v-39r) - S. Akte waarbij schout en schepenen van Baarn verklaren dat zij op verzoek van abdis Henrica van Erp en het convent van Vrouwenklooster hun veen De Nonnengroep tussen de Oudegracht en De Vuursche hebben afgepaald en dat de rechtsmacht zich uitstrekt tot aan die gracht, 1521 (40r-v) - T. Vonnis door bisschop, ridders en knapen in de zaak van de wederrechtelijke turfafgraving door het kapittel van St. Jan te Utrecht in de venen van Vrouwenklooster, 1517 (41r-v) - V. Verklaring door Vrouwenklooster over de voorwaarden voor het houden van een bischoppelijke rechtsdag, 1518 (41v-42r) - X. Raadsbesluit van Utrecht betreffende een onderzoek naar geldmiddelen voor een proeve van graafwerkzaamheden in de venen ten behoeve van een grift tussen de stad Utrecht en de Eem, 1446 (42r) - Y. Akte van overdracht door Margriete, weduwe van Baudekijn van Rutenborch, en haar zoon Johan van Rutenborch, aan Dassen, natuurlijke zoon van Frederik van Rutenborch, van veenlanden (waaronder Des Dakersveen) tussen de Zandberg en Drenscoten in het kerspel van Zeist, 1389 (42v-43v) - Z. Attestatie door Ebbo, zoon van Wilhelmus Goyen te Baarn, over de uitgestrektheid van de venen in De Vuursche, z.j. (44r-v) - Aantekening betreffende het doel van dit register voor een nieuw proces van Vrouwenklooster tegen het kapittel van St. Jan te Utrecht, 1537 (46v). 2.6.2. Priorinnen, abdissen, vrouwen en prelatuurschappen van Vrouwenklooster Ten dele ontleend aan: A. Buchelius, Monumenta passim in templis ac monasteriis Traiectinae urbis atque agri investa (1593) 253 (HUA, GAU-Bibl. nr. XXVIII-L-1) Aleid van Utrecht, priorin 1313 Petronella van Zeist, priorin 1317-1327 Mechteld Overdevecht, priorin 1354-1360 Aleyd van Broeckhuysen, priorin 1391-1397 Effemia (of: Eufemia) van den Berghe, priorin, vrouwe 1409-1417, overl. 1421 Wilhelma, priorin 1424 Haesje (Hasa), priorin overl. 1427 Willem (Guilelma) van Oostrum, vrouwe overl. 1440 Frederica van (der) Maerne, priorin, vrouwe 1445, overl. 1456 Egberta van Vleuten, priorin 1455 Geertruida die Ridder van Groenesteyn, priorin, vrouwe 1456-1503 Margriet van (der) Maern, vrouwe 1468, priorin, 1478 Maria Gruyters, priorin 1479-1494 Henrica van Erp, abdis 1503-1548 Henrica van Oy 1513 Helwich van Vronesteyn, priorin 1505-1516 Belia van Voorde, priorin overl. 1514 Heilwich van de Haar, priorin overl. 1528 Mechteld die Ridder van Groenesteyn, priorin 1503-1549 Johanna van Hardenbroek, abdis 1549-1570 Maria van Zuilen, abdis 1570-1576 Catharina Ysbrandse van Schoten Willemsdochter 1576-1579 Catharina van Oestrum, belast met het bestuur, gekozen en bevestigde vrouwe en priorin 1579-1586 Walborch Borre van Amerongen, abdis 1594-1625 Agatha van Zuylen van Nijevelt, prelatuurschap 1626 Anna Oems (of: Ooms), oudste conventuale 1625-1644 Adriana Margaretha van Hardenbroek, oudste conventuale 1638 Margaretha Maria van Reede 1639 Willemina Proeijs, oudste conventuale 1644-1659 Hollandina Trajectina van Lijer van Oosterwijck 1649-1653 Elisabeth van Hartevelt, oudste conventuale 1660 Maria van Merode 1661-1663 Antonetta van Lynden van der Haer 1663, 1686-1688 Agnes van Merode 1664-1692 Hedwig Agnes van Brederode 1674 Anna Catrina van Spangen 1660-1699 Isabella Agneta d'Averhoult 1758 Niet in de chronologische lijst te plaatsen: Elsabe, priorin JOHANNA VERBORCH, VROUWE, ABDIS Catharina van Reede, prelatuurschap Buchelius vermeldt bovendien de namen van een tiental abdissen zonder jaartallen: Catharina van Brederode, abdis Petra van den Burch, abdis Mechteld van Solms, abdis Eustachia van Brakel, abdis Maria van Amerongen, abdis Gijsberta van Vianen, abdis Aleyd van Byland, abdis Geertruid van der Burch, abdis Agnes van Hemskerck, abdis Maria de Waal van Vronestein, abdis 2.6.3. Rentmeesters (thesauriers) van Vrouwenklooster Steven van Assche 1352 Broeder Henricus, oud-conventuaal van Oudwijk, administrateur van de conventsgoederen ca. 1400 Ghijsbert Janssoen ca. 1500 Henrick die Wilde Regneruszone 1512 Cornelis Gijsbertszone 1519 'Die scout, ons rentmeyster' 1520 Anonymus 1527 Adam (Daen) Temp(e)laer 1533-1536 Jan van Koessvelt 1535-1539 Jan Janszone van Buytendijck 1 1584-1587 1 tevens rentmeester van St. Steven Voetnoot Volcken Both 1 1586 1 tevens rentmeester van St. Servaas Voetnoot Johan van den Bongaert 1 1588-1589 1 tevens rentmeester van St. Steven en Wittevrouwen Voetnoot Jan van Buytendijck, ontvanger en rentmeester 1588-1595 Walborch Borre van Amerongen, vrouwe, administrateur 1594-1597 Jan Janszone van Buytendijck 1600-1617 Erfgenamen van Jan Janszone van Buytendijck 1617-1618 Johan van den Bongaert 1619-1626 Godert van Reede van Amerongen en Zuylestein 1 1626-1628 1 tevens rentmeester van St. Steven en Vrouwenklooster Voetnoot Johan van Zuylen van de Haar, thesaurier 1628-1629 Godert van Reede van Nederhorst, thesaurier 1 1628-1634 1 tevens rentmeester van St. Steven Voetnoot Johan van Zuylen van de Haar, thesaurier 1 1634-1641 1 tevens rentmeester van St. Steven Voetnoot Rutger Wessel van den Boetzelaer van Asperen, thesaurier, tevens rentmeester van St. Steven 1641-1647 Philibert van Tuyll van Serooskerken van Wulven, thesaurier 1 1647-1659 1 tevens rentmeester van St. Steven Voetnoot Alard van Ewijck, gecommitteerd tot de ontvangst van de inkomsten van de conventsgoederen 1 1659-1672 1 tevens rentmeester van Mariëndaal en Wittevrouwen Voetnoot Justus van Ewijck, adjunct van zijn vader Alard van Ewijck 1666-1671 Justus van Ewijck 1 1672-1682 1 tevens rentmeester van Mariëndaal en Wittevrouwen Voetnoot Justus van Cuylenborgh 1 1683-1704 1 tevens rentmeester van St. Steven, St. Servaas, Mariëndaal en Wittevrouwen Voetnoot weduwe van Justus van Cuylenborgh 1706-1708 Pieter van Nes 1 1708-1738 1 tevens rentmeester van Mariëndaal en Wittevrouwen Voetnoot Justus van Cuylenborgh 1 1738-1753 1 tevens rentmeester van Mariëndaal en Wittevrouwen Voetnoot Jan Kol 1 1753-1786 1 tevens rentmeester van St. Steven, St. Servaas, Mariëndaal en Wittevrouwen Voetnoot Jan Jacob Kol 1 1787-1797 1 tevens rentmeester van St. Servaas, Mariëndaal en Wittevrouwen Voetnoot