1005-3 inventaris van het archief van de abdij mariëndaal van cisterciënzerinnen te zuilen 1516-1801, door c.a. van kalveen en l.c. van zetten in: inventarissen van de archieven van de vijf adellijke vrouwenkloosters in en om utrecht 1516 1801 C.A. van Kalveen 1005-3 Abdij Mariëndaal van Cisterciënzerinnen te Zuilen Het Utrechts Archief Titel inventaris inventaris van het archief van de abdij mariëndaal van cisterciënzerinnen te zuilen 1516-1801, door c.a. van kalveen en l.c. van zetten in: inventarissen van de archieven van de vijf adellijke vrouwenkloosters in en om utrecht Titels nadere toegangen Geen nadere toegangen Rubriek 2.8.2.4 Kloosters, kapittels en memoriecolleges Nummer 1005-3 Titel Abdij Mariëndaal van Cisterciënzerinnen te Zuilen Datering 1516-1801 Omschrijving Inventarissen van de archieven van de vijf adellijke vrouwenkloosters in en om Utrecht Auteur C.A. van Kalveen Datering toegang 2002 Openbaarheid Volledig openbaar Rechtstitel Rechtstitels voor 1962, passen niet direct in de Archiefwet van 1962 of 1995 13 Godsdienst, levensbeschouwing en maatschappijvisie Rubrieken 2.8.2.4 Kloosters, kapittels en memoriecolleges Rubrieken 1. Inleiding 1.1. Algemeen Dit deel in de reeks Toegangen van Het Utrechts Archief bevat de gebundelde inventarissen van de vijf adellijke vrouwenkloosters in en rond de stad Utrecht 1 . In de Middeleeuwen stonden ze organisatorisch los van elkaar. Tijdens de Reformatie werden deze kloosters met hun goederen en prebenden echter alle geplaatst onder het bestuur van de ridderschap, het tweede lid van de Staten van Utrecht. Als zodanig bleven zij voortbestaan tot 1798. Ofschoon de archieven van deze vijf kloosters voornamelijk betrekking hebben op het goederen- en prebendenbeheer van na de Reformatie, volgt hieronder eerst een korte schets van de ontwikkeling die deze kloosters in de Middeleeuwen hebben doorgemaakt. 1 Algemeen overzicht in: C.A. van Kalveen, 'De vijf adellijke vrouwenkloosters in en om de stad Utrecht', in: E.S.C. Erkelens-Buttinger e.a. (red.), De kerk en de Nederlanden, aangeboden aan C. Dekker (Hilversum 1997) 152- 167. Voetnoot 1.2. De Adellijke vrouwenkloosters vóór de Reformatie 1.2.1. Mariëndaal Ook de abdij Mariëndaal herbergde een convent van cisterciënzer nonnen 1 . De abdij werd vóór september 1244 opgericht door Theodericus Kovelwaat, kanunnik van Oudmunster te Utrecht 2 . Zij lag ten noorden van de stad Utrecht aan de westzijde van de Vecht onder Zuilen. 1 Van Hulzen, Utrechtse kloosters en gasthuizen, 87-88. 2 Van Moolenbroek, 'De stichting van Cisterciënzer vrouwenkloosters in Nederland tot 1300', 206, op grond van de interpretatie van de statuten van het generaal kapittel van de orde. De abdij Mariëndaal zelf stelde echter de oprichting in het jaar 1245: H.F. van Heussen en H. van Rhijn, Historie ofte beschrijving van 't Utrechtsche Bisdom I. De stad Utrecht (Leiden 1719) 640: 'Jaargety-boek van Mariëndaale buyten Utrecht, welk klooster begonnen is in 't jaar 1245'. Voetnoot Thans ligt daar de Utrechtse wijk Zuilen, namelijk ten noordwesten van de J.H. de Muinck Keizerlaan tussen het Vechtplantsoen en het Queekhovenplein 1 . In de bronnen wordt de abdij ook wel Den Daal genoemd. Ook deze abdij stond onder toezicht van de abt van Camp, die aanwezig was bij de abdisverkiezing en de biechtvader benoemde. Ook in Mariëndaal werd in de tijd van keizer Karel V de vrije abdisverkiezing gewijzigd in het vorstelijk nominatierecht. De benoeming van een abdis vond daarna plaats in een vergadering van de nonnen onder leiding van Habsburgse commissarissen. 1 C.L. Temminck Groll, 'De opgraving van het Cisterciënzerklooster Mariëndaal bij Utrecht', Jaarboekje van Oud-Utrecht, 1958, 61-72; J.G.N. Renaud, Aardewerkvondsten van het klooster Mariëndaal, Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek 9 (1959) 199-224; Archeologische en Bouwhistorische kroniek van de Gemeente Utrecht 1926-1972 (Utrecht [1992]) 156-162 (nr. 65). Voetnoot 1.3. De Adellijke vrouwenkloosters als ridderschapsconventen 1.3.1. Mariëndaal De abdij Mariëndaal te Zuilen kwam na de Reformatie weldra leeg te staan. De nonnen werden op alimentatie gesteld. In 1587 werd overgegaan tot gedeeltelijke sloop, waarna in 1602 ook de rest van de abdij werd afgebroken. In 1625 volgde de afbraak van het brouwhuis. Alleen de grote pachtboerderij Den Daal, die deel uitmaakte van het abdijcomplex, bleef voortbestaan. De laatste rooms-katholiek gebleven abdis overleed in 1613. Pas in 1619 benoemde de ridderschap van Utrecht een gereformeerde abdis, die tevens de laatste zou zijn; haar opvolgsters heetten allen 'vrouwe'. Zij werden benoemd in de dubbele prebende die het 'prelatuurschap' heette. Van omstreeks 1587 tot 1630 leefden de jufferen van Mariëndaal in de stad Utrecht in het pand 'De huysinge van Den Dael' in de omgeving van het Domkerkhof (Domplein) en de St. Maartensbrug 1 . Na 1630 woonden de jonkvrouwen verspreid in de stad. 1 Over dit claustrale huis van het domkapittel verspreide gegevens in de rekeningen van Mariëndaal, onder meer in: archief Mariëndaal, inv.nrs. 65, 67, 80, 92 (rekeningen 1595, 1597-1598, 1602- 1603, 1614-1615, 1630). Voetnoot De Adellijke vrouwenkloosters als ridderschapsconventen 1 1 Algemeen overzicht ook in: De Hullu en Waller Zeper, Catalogus kleine kapittelen en kloosters, 121-126; D.G. Rengers Hora Siccama, De geestelijke en kerkelijke goederen onder het canonieke, het gereformeerde, en het neutrale recht (Utrecht 1905) 698-728. Voor een bondig overzicht van de intensivering van het toezicht op de eigendom van de kloosters en de kloostergoederen in handen van Staten c.q. ridderschap zie: Verslagen 's-Rijks Oude Archieven, 23 (1900) 338- 340 (Verslag Rijksarchief in Utrecht), op basis van een ongepubliceerd rapport van J. de Hullu. Voetnoot De positie van de vijf adellijke vrouwenkloosters veranderde ingrijpend als gevolg van de Reformatie. Bij de religievrede van 10 januari 1579 bleven deze kloosters nog min of meer buiten schot. Het stadsbestuur van Utrecht handhaafde de vermogensrechtelijke toestand van de kloostergoederen en erkende het alimentatierecht van de kloosterlingen, ook van hen die hun klooster hadden verlaten 1 . De rechtsgrond van de kloosters werd vastgelegd in de artikelen 14 en 15 van de Unie van Utrecht, volgens welke de conventualen 'hun goeden' zouden volgen, dus de band met hun kloostergoederen behielden, ongeacht of men tot de nieuwe leer overging of rooms-katholiek bleef en alimentatie ontving 2 . 1 Rengers Hora Siccama, De geestelijke en kerkelijke goederen, 623. 2 Van Kalveen, 'De vijf adellijke vrouwenkloosters in en om de stad Utrecht', 163. Voetnoot Een jaar later, bij de definitieve vestiging van de Reformatie in Utrecht, kwam het echter tot een verbod van de rooms-katholieke godsdienstoefeningen, ook in de kloosterkerken. De Staten van Utrecht besloten toen dat de vijf adellijke vrouwenkloosters in gereformeerde vorm gehandhaafd zouden blijven 1 , zij het zonder vrije beschikking over hun goederen. In de daarop volgende gereformeerde 'ordre op de geestelickheyt' bepaalden de Staten voor elk van de vrouwenkloosters een vast aantal prebenden, dus formatieplaatsen, met vaste alimentatiebetalingen uit het vermogen van het betreffende klooster 2 . 1 Rengers Hora Siccama, De geestelijke en kerkelijke goederen, 698 vlg. 2 Archief Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd, inv.nr. 649, fol. 8, 9, 19, opgesteld op 4 mei 1580, toegevoegd aan de resolutie van 6 mei 1580, en ten uitvoer gelegd op 6 juni 1580. Voetnoot In 1581 gaven de Staten een gemeenschappelijk reglement met instructie aan Oudwijk, St. Servaas, Den Daal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, die sindsdien in die vaste volgorde tezamen de 'vijf jufferen of ridderschapsconventen' vormden. De leden waren van adel en daarom kwamen deze geprotestantiseerde instellingen onder het bestuur van de ridderschap te staan 1 . De ridderschap kreeg het benoemingsrecht van abdissen en jonkvrouwen, dus de begeving van de pas ingestelde prebenden, en voorts het toestemmingsrecht in alle zaken van enig belang voor de conventen, benevens het bestuur over abdissen en nonnen 2 , inclusief de overgebleven katholieke nonnen, die op alimentatie waren gesteld en hun gemeenschappelijk religieus leven hadden moeten opgeven. Als jonkvrouwen met een prebende behielden zij hun plaats in de overigens protestantse conventen. Kwam er een prebende vacant, dan werd voortaan een ongehuwde gereformeerde jonkvrouw van Stichtse adel benoemd. 1 Rengers Hora Siccama, De geestelijke en kerkelijke goederen, 645. 2 Archief Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd, inv.nr. 649, fol. 63. Voor de tekst van dit reglement zie ook hierna: archief St. Steven, inv.nr. 2, 1581. Voetnoot Het algemeen toezicht op de geestelijke goederen berustte aanvankelijk bij de Staten-gedeputeerden voor de geestelijke goederen. Voor wijzigingen in het goederenbezit, zoals verwerving, vervreemding of bezwaring ervan, had men toestemming nodig van de Staten, die ook de reglementering en het toezicht hadden. De uitvoering van deze regeling was zeer gebrekkig. In werkelijkheid liet de ridderschap na 1581 nog jarenlang het goederenbeheer over aan de abdis of vrouwe van de afzonderlijke conventen, of aan de in haar dienst staande rentmeester. Nieuwe maatregelen door de Staten van Utrecht deden daar nauwelijks iets aan af. Zo eisten de Staten van Utrecht in 1586 de definitieve opheffing van de conventen 1 , een eis waartegen ze zich met succes verzetten. Zo was er de benoeming in 1588 door de Staten van Utrecht van een gemeenschappelijke rentmeester voor Oudwijk, Vrouwenklooster, en Wittevrouwen 2 , die slechts luttele jaren in functie bleef en daarna werd vervangen door de abdis of vrouwe, of haar rentmeester. 1 In het 'redressement' op de geestelijke goederen in 1586: Rengers Hora Siccama, De geestelijke en kerkelijke goederen, 332-340. 2 De Hullu en Waller Zeper, Catalogus kleine kapittelen en kloosters, 121. Voetnoot De blijvende grondslag voor het bestuur en beheer door de ridderschap vormde uiteindelijk de instructie die de Staten van Utrecht in 1598 ten behoeve van de vijf jufferenconventen vaststelden 1 . De ridderschap ontving het recht om landerijen te verpachten of te verhuren en behield de begeving van de prebenden aan gereformeerde, adellijke ongehuwde jonkvrouwen. Deze moesten tenminste acht jaar oud zijn om alvast voor een kinderprebende (een deel van een prebende) in aanmerking te komen. De ridderschap bezat ook het recht om in elk van de conventen de abdis of vrouwe te benoemen. 1 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 349-4, fol. 287v, 27 januari 1598, en inv.nr. 738-1, 27 januari 1598. Voetnoot Tevens stelden de Staten van Utrecht in 1598 een instructie op voor de rentmeesters. Zij werden voortaan benoemd door de Staten van Utrecht op voordracht van de ridderschap, die ook het uitgavenbeleid regelde 1 . De rentmeester stelde de jaarrekeningen in drievoud op: één exemplaar voor de rentmeester zelf, het zogenoemde rendantsexemplaar, één exemplaar voor abdis en convent en één voor de ridderschap. De rekeningen moesten worden gecontroleerd door een commissie uit de ridderschap, veelal in aanwezigheid van de secretaris van de Staten van Utrecht en aanvankelijk ook de abdis van het betreffende klooster. Tussen 1600 en 1604 werden deze nieuwe regelingen van de Staten in alle vijf vrouwenkloosters 2 doorgevoerd. Wijzigingen die in de loop der tijden nog werden aangebracht, waren vooral bedoeld om de regelingen voordeliger te maken voor de belanghebbenden en het bestuur en beheer efficiënter te maken door verdere concentratie en onderlinge afstemming van het beheer van de conventen. 1 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 349-4, fol. 290, en inv.nr. 738-1, 27 januari 1598. 2 In Oudwijk in 1600, in St. Servaas, Vrouwenklooster en Wittevrouwen in 1601 en in Mariëndaal in 1604. Voetnoot In 1626 werd het college van superintendenten opgericht: een commissie van de ridderschap voor het dagelijks bestuur van de vijf jufferenconventen gezamenlijk 1 . Deze superintendenten werden steeds benoemd voor de tijd van drie jaar en op een vast traktement, met als voornaamste taak het verhuren, verpachten en inspecteren van alle conventslanderijen, meestentijds samen met de rentmeesters 2 . Na 1676 kwam dit, afgezien van de goedereninspectie, vooral neer op het afhoren en sluiten van de rentmeestersrekeningen. Zij kwamen eens in de twee weken in vergadering bijeen in de ridderschapskamer, een aanbouw van de Statenkamer aan het Janskerkhof te Utrecht. 1 Matthaeus, Fundationes, 490-493, 11 februari 1626. Zie ook: archief Staten van Utrecht, inv.nrs. 770- 774. 2 Archief Huis Hardenbroek, inv.nr. 443, waarin 'Poincten van redres' van de jufferenconventen door de ridderschap van Utrecht, ca. 1666. Voetnoot Ook het goederenbeheer door de rentmeesters werd na 1626 veelvuldig gecombineerd. Dit was het geval bij de rentmeesterschappen van Oudwijk en Vrouwenklooster. De tresorier werd terzijde gestaan door een klerk. Vergelijkbare combinaties kwamen in de jaren 1682-1685 en 1707-1760 tot stand tussen de rentambten van Mariëndaal, Vrouwenklooster, en Wittevrouwen. In 1685-1707 en 1760-1798 werd daaraan ook het rentmeesterschap van de St. Servaasabdij toegevoegd 1 , zodat toen vier van de vijf conventen in één hand verenigd waren. Voor elke instelling bleef overigens wel een afzonderlijke administratie en een afzonderlijke jaarrekening bestaan. Alleen Oudwijk, verreweg het meest omvangrijke rentambt, behield na 1660 steeds een eigen, afzonderlijke rentmeester. 1 De Hullu en Waller Zeper, Catalogus kleine kapittelen en kloosters, 168-169. Voetnoot In de zeventiende eeuw geschiedden de benoemingen in de prebenden door middel van loting. De voordracht gebeurde door één van de leden van de ridderschap, vanaf 1620 bij toerbeurt. Hiervoor werden complete roosters opgesteld 1 . In de samenstelling en de aantallen prebenden werden in de zeventiende en achttiende eeuw herhaaldelijk wijzigingen doorgevoerd 2 . In 1626 besloot de ridderschap in de vrouwenkloosters geen abdis meer te benoemen maar een vrouwe. 1 Matthaeus, Fundationes, 487; archief Staten van Utrecht, inv.nr. 738, 7 augustus 1620. Voor het Wittevrouwenklooster gold een afwijkende regeling. 2 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 737-2, alfabetische index op de ridderschapsresoluties. Hierin chronologische lijsten van alle gebeneficieerden met prelaturen, 1626-1785, gevolgd door lijsten van alle gebeneficieerden met prebenden in de afzonderlijke conventen, 1618- 1792. Voetnoot Deze vrouwen ontvingen een zogeheten prelatuurschap, waaraan een uitkering verbonden was die het dubbele bedroeg van een gewone prebende 1 . In een aantal gevallen werd sinds het midden van de zeventiende eeuw de volledige prebende van het prelatuurschap verdeeld over enkele jufferen. In de loop van de zeventiende eeuw werd de administratie van de prebenden vereenvoudigd. Vanaf 1635 werden er van de begeving van de prebenden geen akten meer opgesteld of charters uitgevaardigd; een afschrift van de betreffende ridderschapsresolutie was voldoende. Aanvankelijk moest een lid van de ridderschap zijn nominatie in een prebende officieel in de vergadering meedelen. Vanaf 1648 volstond men met een melding van de door hem voorgedragen juffer aan de ridderschapssecretaris ter registratie 2 . 1 Van Kalveen, 'De vijf adellijke vrouwenkloosters', 166. 2 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 731, 27 april 1648, 4 mei 1716, 2 juli 1735. Voetnoot Formeel gesproken bleven de conventen dus bestaan. In de praktijk werd de band van de jufferen met hun convent echter steeds losser. In de loop van de zeventiende eeuw gingen zij steeds meer verspreid wonen in de stad Utrecht 1 , buiten hun oorspronkelijke conventshuis of voormalige kloostergebouw. Hoe pakten de genoemde veranderingen uit voor de afzonderlijke conventen? Hieronder volgt een kort overzicht. 1 De Hullu en Waller Zeper, Catalogus kleine kapittelen en kloosters, 123-124. Overzicht van de ridderschapsresoluties in: archief Staten van Utrecht, inv.nr. 737-2, 'Alphabetische index', letter P. Voetnoot 1.4. Opheffing Bij de Bataafse revolutie in 1795 hief het Comité revolutionair van het Utrechtse volk al op 28 januari van dat jaar het eerste en tweede lid van de Staten (Geëligeerden en ridderschap) op. Daarmee waren de Staten van Utrecht opgeheven. De dag daarop werd in een vergadering in de voormalige Statenkamer besloten het ridderschapskantoor te verzegelen. Aan de rentmeesters van de vijf conventen werd aangezegd geen betalingen meer te verrichten 1 . Alleen in 1795 werden de prebenden nog uitbetaald. Toen was het afgelopen 2 . Daarna nam het Comité van Algemeen Welzijn namens het Provinciaal Bestuur van Utrecht het bestuur van de conventsgoederen op zich. Dit eiste van de rentmeesters een gespecificeerde goederenlijst. 1 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 1076-2, p. 5-6, 8. 2 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 1084, 1796. Voetnoot In de periode van 27 juli 1797 tot en met 19 september 1798 werden vele landerijen door het Provinciaal Bestuur van Utrecht publiekelijk geveild 1 . De bezitters van pacht-, rente-, en huurovereenkomsten moesten deze afkopen. De administratie hiervan en van de overgebleven goederen werd gevoerd door de rentmeester-generaal van de Domeinen. In 1798 besloot het Administratief Bestuur van het voormalige gewest Utrecht tot verkoop van de nog resterende goederen. In 1799 is het Utrechtse Domeinkantoor een afdeling van het Algemene Lands Domeinenkantoor van de Bataafse Republiek geworden 2 . Daarmee waren de zogeheten jufferenconventen definitief opgeheven. 1 Archief Staten van Utrecht, inv.nr. 1146, resolutie van het Provinciaal Bestuur van Utrecht, 2 december 1795. Over de voorgeschiedenis van de verkoop in 1797 zie het relaas in: Verslagen 's-Rijks Oude Archieven, 23 (1900) 340-341 (Verslag Rijksarchief in Utrecht). 2 Archief Financiële instellingen, inv.nr. 2771. Voor de lijsten van afkoop van renten en pachten zie: archief Staten van Utrecht, inv.nr. 1076-1, 46-154. De Hullu en Waller Zeper, Catalogus kleine kapittelen en kloosters, 124-126; Verloren van Themaat, 'Geschiedenis der vicarieën in de provincie Utrecht', 190-196. Voetnoot 1.5. De Archieven 1.5.1. Mariëndaal In 1637 berustte het archief van Mariëndaal ten huize van Maria van Hartevelt, juffer van het convent, waarvan de leden na 1630 al verspreid woonden. Daarna bevond een gedeelte van het archief, in ieder geval de manualen en kaartboeken, zich op de secretarie van de ridderschap; de rest zal door de rentmeester zijn bewaard. Na 1723 kwamen alle stukken onder beheer van de rentmeester. Ook het archief van Mariëndaal bestaat overwegend uit de registratie van erfpachten en renten, uit rekeningen en de andere stukken betreffende de financiële verantwoording uit de periode van na de Reformatie. Inhoudelijk van groot belang is echter de uitgebreide vroeg-zeventiende-eeuwse inventarislijst van de charters van Mariëndaal sedert 1295, die alle verloren zijn gegaan 1 . Door deze inventaris is in ieder geval de zakelijke inhoud van een groot aantal stukken in regestvorm bewaard gebleven. 1 Archief Mariëndaal, inv.nr. 9. De oudste oorkonden in deze inventaris (uit de jaren 1295 en volgende) ontbreken in het OSU. Voetnoot De geschiedenis van de archieven van de vijf adellijke vrouwenkloosters was vanaf de Reformatie in hoge mate verweven met de geschiedenis van het archief van de ridderschap van Utrecht 1 , dat weer een onderdeel vormde van de archieven van de Staten van Utrecht. Door het ridderschapsbeheer kwamen de jaarrekeningen, bijlagen, tiend- en pachtregisters en overige financiële bescheiden van elk van die conventen bij het archief van de ridderschap terecht, aangevuld met de overgebleven delen van het middeleeuws archief, vooral bestaande uit charters met de eigendomsbewijzen en de overige rechtstitels. De omvang daarvan loopt per klooster sterk uiteen. 1 Hierover vooral de inleiding van S. Muller Fz. in diens: Catalogus van het archief der Staten van Utrecht 1375- 1813 (Utrecht 1915) XXXVIII vlg. Voetnoot In 1589 eisten de Staten van Utrecht alle oudere registers van de jufferenconventen op. Aan dat verzoek is slechts ten dele voldaan. Hier ligt de hoofdoorzaak dat van deze archieven zo weinig cartularia en middeleeuwse registers bewaard zijn gebleven. Tussen 1590 en 1600 kwam onder het bestuur van de ridderschap en het beheer van de rentmeesters een algehele administratieve reorganisatie tot stand. 1.6. Overlevering en bewerking Al deze conventsarchieven berustten tenslotte bij het ridderschapsarchief in de ridderschapskamer naast de Statenkamer aan het Janskerkhof te Utrecht. Na de opheffing van de ridderschap van Utrecht ten gevolge van de Bataafse revolutie van 1795 deelden ook de vijf kloosterarchieven in de lotgevallen van het ridderschapsarchief, dat weer een onderdeel vormde van het Statenarchief. In 1803 volgde de aanstelling van P. van Musschenbroek als eerste departementaal archivaris van Utrecht. Daarmee was hij de voorloper van de archivarissen van het latere provinciaal, successievelijk rijksarchief in Utrecht. Onder hem viel van meet af aan het hele corpus van Statenarchieven, inclusief de kloosterarchieven. In het laatste kwart van de negentiende eeuw werd een gedeelte van de kloosterarchieven (alleen de delen en bundels) beschreven in de inventaris van het provinciaal archief door P.J. Vermeulen en in de beide supplementen daarop door S. Muller Fz. 1 . 1 P.J. Vermeulen, Inventaris van het archief der provincie Utrecht (Utrecht 1875), en de beide supplementen daarop door S. Muller Fz. (Utrecht 1885 en 1892). Voetnoot Deze laatste vooral heeft tenslotte met R. Fruin Th. Az alle kloosterstukken gesepareerd van het Statenarchief en aangevuld met de kloosterbescheiden uit de collectie Phillipps, die in 1888 uit Engeland naar Nederland waren teruggekeerd. Daarna zijn alle kloosterarchieven globaal per abdij geïnventariseerd door J. de Hullu, wiens manuscript in 1900 door S. Muller Fz. is voltooid en herzien 1 . In 1904 heeft S.A. Waller Zeper een regestenlijst van de charters gemaakt 2 . Afsluitend zijn in 1905 de inventarissen (met een doorlopende nummering) in druk verschenen als onderdeel van de Catalogus van de archieven van de Kleine Kapittelen en Kloosters (Utrecht 1905) 3 . 1 Archief Rijksarchief in Utrecht, inv.nr. 237. 2 Archief Rijksarchief in Utrecht, inv.nr. 236. 3 De Hullu en Waller Zeper, Catalogus kleine kapittelen en kloosters, 121-186, benevens de inleiding aldaar, VI en VII. Voetnoot Het globale karakter van deze inventarissen, de vele latere toevoegingen en het feit dat al meerdere inventarissen van archieven uit bovengenoemde Catalogus waren gelicht, maakten een gedetailleerde herinventarisatie noodzakelijk, met toevoeging van een concordantie op de inventarisnummers van De Hullu en Waller Zeper. Specificaties van de inhoud van de registers van de akten zijn achter elke inventaris als bijlagen opgenomen. Bij alle oorkonden van vóór 1300 is een verwijzing opgenomen naar het betreffende oorkondenummer in het Oorkondenboek van het Sticht Utrecht (OSU) 1 . Het archief van de St. Stevensabdij is geïnventariseerd door C.A. van Kalveen en L.C. van Zetten. De inventarissen van de vier andere kloosterarchieven, de inleiding, de bijlagen en de indices zijn van de hand van C.A. van Kalveen. 1 Oorkondenboek van het Sticht Utrecht (OSU) 5 dln., S. Muller Fz., C.A. Bouman, K. Heeringa en F. Ketner (ed.) (Utrecht/Den Haag 1920-1959), dl. 1, nr. 481, 8-24 september 1174.. Voetnoot 2. Inventaris 2.1. Organisatie 2.1.1. Prebenden 1 Akte van begiftiging door de ridderschap van Utrecht van Anna Maria van Reede van Nederhorst met een prebende in het convent van Mariëndaal binnen Utrecht, 1616 1616 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-2 Oude Orde 2 Resolutie van de ridderschap betreffende de benoeming van Anna Magdalena d'Averhoult in een prebende in het convent van Mariëndaal, 1782 1782 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-8 Oude Orde 3 Mandaat van de ridderschap aan rentmeester Jan Kol om aan Wilhelmina Sophia Frederica van Heiden haar prebende van Mariëndaal periodiek uit te keren, 1787 1787 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-7 Oude Orde 4 Resolutie van de ridderschap betrefffende de bevestiging van Antoinette Wilhelmina Jeanne Bentinck in een prebende van Mariëndaal en betalingsopdracht aan de rentmeester, 1792 1792 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-30 Oude Orde 5 Resolutie van de ridderschap betreffende de benoeming van Maria Jacoba Amisfurtia Taets van Amerongen in een prebende van het convent van Mariëndaal, 1792 1792 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-31 Oude Orde 2.1.2. Rentmeester van de goederen 6 Beschikkingen door de ridderschap op het afsluiten van de rekening over 1653-1654 van rentmeester Johan Vinck, concept, [1658]. 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-38-b Oude Orde 7 Akte van borgstelling door Johan van Haaften, klerk van de Staten van Utrecht, en Volckert Versteegh te Utrecht voor Dirck Versteegh vanwege zijn benoeming tot rentmeester van de goederen van het convent van Mariëndaal, 1654 1654 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1101 Oude Orde 8 Mandaat door de ridderschap voor Justus van Cuylenborgh, rentmeester van Ma- riëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen om aan de gewezen rentmeester Justus van Ewijck achterstallig traktement te betalen, 1689 1689 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-6 Oude Orde 2.2. Beheer 2.2.01. Algemeen 9 Inventaris van de charters van de abdij Mariëndaal uit 1295-1636, met uitgebreide beschrijvingen in regestvorm, samengesteld door rentmeester Johan Vinck en zijn zoon Adriaen Vinck in opdracht van de superintendenten, 1637. 1 deel Al deze charters, die in 1637 berustten ten huize van Maria van Hartevelt, juffer van het convent, zijn verloren. NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1099 Oude Orde 10 Register van uitgifte van akten van erfpacht door de ridderschap van goederen van de abdij Mariëndaal, met renversalen, 1685-1753 1685-1753 1 deel Voor specificatie zie bijlage 1. NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1119 Oude Orde 11 Fragment van een register van uitgifte van akten van erfpacht door de ridderschap van goederen van de abdij Mariëndaal, met renversalen, 1753-1759 1753-1759 1 katern Specificatie: <br/>- Evert Ru, 2 morgen en 350 roeden land te Breukelen-Proosdij, 1753 (1r-3v) <br/>- Elisabeth de Haen, echtgenoot van Claude Noortwijck, van 3½ morgen land te Breukelen-Proosdij, 1755 (4r-5v) <br/>- Jan van Mastwijck, 2 morgen land te Alendorp onder Vleuten, 1756 (6r-8v) <br/>- Christoffel Liepoldus, 118 roeden land met het huis Den Bonten Os te Achttienhoven, 1757 (8v-11r) <br/>- Jacobus van Muyden, 4 roeden vierkant land aan de brug te Zuilen, 1759 (11v-12v) NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-53 Oude Orde 12 Fragment van een register van uitgifte van akten van erfpacht door de ridderschap van goederen van de abdij Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwenklooster, 1760 1760 2 stukken Specificatie: <br/>- Bruno van der Dussen, oud-schepen van Amsterdam, een halve morgen land bij de kruitmolen te Achttienhoven (Mariëndaal) <br/>- Hendrik Jansz. van de Vuurs, 9 dammaten land te Eembrugge (Vrouwenklooster) <br/>- Jacobus van Erp, 3 morgen land te Schalkwijk (Wittevrouwen) NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-56 Oude Orde 13 Aantekenboek door de rentmeester van de conventen van Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen van de verkoop of verpachting van goederen en van andere buitengewone inkomsten in opdracht van de ridderschap, 1758-1768 1758-1768 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1115 Oude Orde 14 Ontwerplijst van enventueel te verkopen waardepapieren, goederen en rechten van de conventen van St. Servaas, Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, [ca. 1650] [ca. 1650] 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1113 Oude Orde 15 Fragment van een kaartboek van de abdij, [ca. 1670] [ca. 1670] 1 band Betreft: <br/>- 8 morgen en 558 roeden land bij de Daalsedijk en 5 morgen en 374 roeden land bij de Daalsedijk te Zuilen <br/>- 3 percelen land ter grootte van 19 morgen en 210 roeden land tussen de Daalsedijk en de Lageweidsedijk te Zuilen <br/>- 8 percelen land bij de Lageweidsedijk te Zuilen <br/>- 15 morgen en 194 roeden land tussen de Lageweidsedijk en de Liesveldsewetering in de Lage Weide bij Utrecht, gemeten door Hendrik de Leeuw, 1759 <br/>- 4 morgen en 484 roeden land tussen de Lageweidsedijk en de Liesveldsewetering in de Lage Weide bij Utrecht NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1116-a Oude Orde 1 FNC_SCANS 16 Reisschema voor de inspectie in opdracht van de ridderschap van de landerijen van de conventen van Oudwijk, St. Servaas, Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, 1717 1717 1 katern Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1110 Oude Orde 2.2.02. Achttienhoven 17 Resolutie van de ridderschap betreffende toestemming aan Hendrik van Weede om langs de dijk te Achttienhoven ook voor de percelen van de ridderschapsconventen beplanting aan te brengen, 1720 1720 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1206 Oude Orde 18 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van een halve morgen land met de kruitmolen aan de Vecht te Achttienhoven, met renversalen, 1743-1764 1743-1764 1 omslag Betreft: <br/>- Justus van den Bosch, 1743 <br/>- Everhardus van Hiltrop, 1745 <br/>- Maria Schuyt, weduwe van Bruno van der Dussen, oud-schepen van Amsterdam, 1764 NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-12 Oude Orde 19 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Johannes van Snellenberg van 80 roeden erf met huis te Achttienhoven, met renversaal, 1763 1763 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-11 Oude Orde 20 Verzoekschrift van Jacobus Henricus Oosterhuysen te Utrecht aan de ridderschap van Utrecht om uitgifte aan hem van een erfpachtakte van een halve morgen land, waarop eertijds de kruitmolen stond, thans het huis Zorgvliet te Achttienhoven, met renversaal van de akte van erfpacht, 1789 1789 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-47 Oude Orde 21 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van 80 roeden land met huis te Achttienhoven, met renversalen, 1760-1785 1760-1785 1 omslag Betreft: <br/>- Jan Hol, 1760, met fragment van een akte van schuldbekentenis ten behoeve van Willem Belderman, gevestigd op een hofstede met vier woningen te Abstede, eigendom van de St. Servaasabdij <br/>- Marritje Cornelisdochter Wijnen, weduwe van Jan Hol, 1772 <br/>- Ernst van Bennekom, 1776 <br/>- Jacob van Bennekom, 1785, met bijbehorend verzoekschrift van Ludolph de Witt Hoevenaar aan de ridderschap om uitgifte van deze pachtakte <br/>- Jan Parlé, 1785 NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-54 Oude Orde 22 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Jan Remmeger van 16 roeden land met huis aan de Kerkdijk te Achttienhoven, met renversaal, 1770 1770 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-17 Oude Orde 23 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van 118 roeden land met het huis Den Bonten Os te Achttienhoven, met renversalen, 1779 1779 1 omslag Betreft: <br/>- Hendrik van Voorneveld, 1779 juli 5 <br/>- Thomas Liepoldus, 1779 aug. 19 <br/>- Jacobus Henricus Oosterhuysen, 1779 aug. 25 NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-31 Oude Orde 24 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van 3 morgen en 542 roeden land bij de Bisschopswetering te De Bilt, met renversalen, 1762-1793 1762-1793 1 omslag Betreft: <br/>- Cornelis van der Hoop, domkanunnik te Utrecht, 1762, met fragment van een erfpachtakte voor Cornelis Tyssen betreffende 2 morgen weiland te Schonauwen <br/>- Gijsbert en Hendrik van der Hoop, 1780 <br/>- Jan Hovy, commissaris van de stad Amsterdam, 1782, met verzoekschrift aan de ridderschap om toestemming tot verkoop, 1784 <br/>- Jan Wolters van de Poll, 1793 NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-55 Oude Orde 2.2.03. Breukelen 25 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Herman van Billik van 2 morgen en 350 roeden land, met renversaal, 1736 1736 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-1 Oude Orde 26 Renversalen van de akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van 2 morgen en 350 roeden land tussen de Vecht en de Zogdijk te Breukelen-Proosdij, 1788 1788 2 stukken Betreft: <br/>- Jeremias de Ru, 1788 mei 3 <br/>- Jan Caspar Franke, 1788 juni 21 NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-45 Oude Orde 27 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van 7 morgen land tussen de Broekwetering en de Kortrijkerdijk te Breukelen, met renversalen, 1770-1792 1770-1792 1 omslag Betreft: <br/>- Jan Sas van Weldam, 1770 <br/>- Maria de Marez, weduwe van Nicolaas Tonis, 1777 <br/>- Hendrik Nicolaas Tonis, 1781 <br/>- Gerrit Wijnen ten behoeve van Hester Sas van Weldam, 1792 NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-49 Oude Orde 28 Verzoekschrift van Hendrik Nicolaas Tonis te Amsterdam, pachter van 7 morgen land te Breukelen, aan de ridderschap om het gebruiksrecht door Wouter Cornelisz. van Boerschoten te beperken tot het daarop staande huis, dat deze in eigendom heeft, 1791 1791 3 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1122 Oude Orde 29 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Maria Elisabeth Noortwijck, vrouw van Robert Daniel Crommelin, koopman te Amsterdam, van 2½ morgen land tussen de Vecht en de Zogdijk te Breukelen-Proosdij, met renversaal, 1778 1778 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-26 Oude Orde 30 Verzoekschrift door Jan Caspar Franke aan de ridderschap om uitgifte aan hem van een erfpachtakte betreffende 5 morgen boomgaard en weiland met boerenhofstede en vier woningen tussen de Vecht en de Zogdijk te Breukelen-Proosdij, voor een deel erfpacht van Mariëndaal, ingewilligd, 1788 1788 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-28 Oude Orde 2.2.04. Galecop N.B. Zie Oudenrijn, inv.nrs. 36-39. 2.2.05. Kockengen 31 Bestek, voorwaarden, en kwitanties betreffende de bouw van een schuur op de hofstede van Mariëndaal bij Kockengen, 1787 1787 1 omslag Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-34 Oude Orde 32 Koopcondities, rekening en kwitanties van de veiling van essen en wilgen op de dijk bij Kockengen, 1789 1789 3 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-24 Oude Orde 2.2.06. Maarssen 33 Verzoekschrift door de stadhouder van de lenen van het huis Zuilen aan de ridderschap om een hoeve land te Maarssen ter uitgifte als Zuilens leen voor te dragen, 1696, met berekening van achterstallige legesgelden wegens verzuim van belening sedert 1529. 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1117 Oude Orde 2.2.07. Maarssenbroek 34 Akte van toestemming door Cornelia van Poelgeest, indertijd abdis van Mariëndaal, voor Cornelis Adriaansz. om de pacht van 8 morgen het Essenland te Maarssenbroek te gebruiken voor rentebetalingen vanwege een lening ten behoeve van Mariëndaal, 1587 juli 28, afgelost, z.j. 1587 juli 28, afgelost, z.j. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-39 Oude Orde 35 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van 8 morgen en 71 roeden land tussen de dijk en de Ouwenaar te Maarssenbroek, 1777-1794 1777-1794 1 omslag Betreft: <br/>- Bernardus Johannes Bolwerk, met renversaal, 1777 <br/>- Anthony du Cloux, advocaat voor het Hof van Utrecht, met renversaal, 1783 <br/>- Paulus Philippus du Cloux, 1793 <br/>- Pieter Horn, 1794 NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-52 Oude Orde 2.2.08. Oudenrijn 36 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Pieter van Groenewegen van de helft van 10 morgen en 187 roeden land tussen de Leidsche Rijn en de Heycopperkade te Oudenrijn, met renversaal, 1763 1763 1 omslag Handschriften RAU; inv.nr. 1184-a Oude Orde Akte van overdracht door Michiel Remkes, weduwnaar van Hermijntje Ruysch, aan zijn zonen Martinus en Pieter Remkes van een hofstede met 431 roeden land bij de Galecopperdijk te Galecop, voorheen erfpacht van het convent van Mariëndaal, 1798, met retroacta van erfpachtuitgifte, 1742-1748, 1796. 4 charters 37 Ridderschap aan Jan Cornelisse van Galesloot, 1742 dec 1742 dec Handschriften RAU; inv.nr. 1184-a Oude Orde 38 Ridderschap aan Hermijntje Ruysch, weduwe van Jan Galesloot, 1748 febr. 19 1748 febr. 19 Handschriften RAU; inv.nr. 1184-a Oude Orde 39 Representanten 's lands van Utrecht aan Michiel Remkes, weduwnaar van Hermijntje Ruysch, 1796 mei 28 1796 mei 28 Handschriften RAU; inv.nr. 1184-a Oude Orde 40 Martinus en Pieter Remkes, 1798 juni 16 1798 juni 16 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1128-5 Oude Orde 2.2.09. Oukoop 41 Attestatie door Cornelis Joosten van Tricht en Gerrit Dircxen te Oukoop, dat hun land en dat van Gerritje Rycken, weduwe van Maes Everden te Oukoop, in 1675 en 1676 is ondergelopen, 1677 1677 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1124 Oude Orde 2.2.10. Utrecht 42 Akte van verhuur door gecommitteerden van de Staten van Utrecht aan Henrick Cruijff Willemsz. van 3 morgen en een hoekje weiland genaamd het Kruisland, gelegen bij het voormalige kartuizerklooster buiten Utrecht, 1615 1615 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-a Oude Orde 43 Akte van accoordverklaring door het domkapittel met de redemptie van huis en erf van Mariëndaal tussen het Domkerkhof en de St. Pieterskerkstraat te Utrecht uit de claustraliteit van de dom, met aan de keerzijde betalingsbewijs, 1629 jan. 6 1629 jan. 6 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-45 Oude Orde 44 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Jan Barentsen van Gifhuysen van 3 akkers bleekveld aan de Stadssingel tussen de Catharijnepoort en de Weerdpoort te Utrecht, met renversaal, 1739 1739 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-3 Oude Orde 45 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Elisabeth van Gifhuysen van 4 akkers bleekveld aan de Stadssingel tussen de Catharijne- en de Weerdpoort te Utrecht, met renversaal, 1773 1773 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-20 Oude Orde 2.2.11. Vleuten 46 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van 2 morgen land te Alendorp onder Vleuten, met renversalen, 1745-1782 1745-1782 1 omslag Betreft: <br/>- Jacob Hollaer, 1745 <br/>- Gerrit Knel, 1777 <br/>- Nicolaas Wilhelmus Buddingh en zijn vrouw Johanna Jacoba Knel, 1780 <br/>- Hannes Oostrum, 1782 <br/>- Maria Rijnsoever, weduwe van Hannes Oostrum en voogdes over Willem Oostrum, 1782 NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-38 Oude Orde 2.2.12. Zuilen 47 Akte van overdracht door Justus van Cuylenborgh, rentmeester van de ridderschap van Utrecht, aan Dirck Steenoven van 13 morgen land te Zuilen tegenover Den Daal, te weten van 4 morgen de Schaepscamp bij de Daalse steeg, 4 morgen en 448 roeden bij de Daalsesteeg, de hofstede Den Daal en de Daalsedijk, 1686 mrt. 30 1686 mrt. 30 1 charter 48 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van Utrecht aan Henderikus Bosch van het huis Den Daal c.a. ter grootte van 3 morgen, 2 hond en 63 roeden land, en 4 morgen en 140 roeden bouwland te Zuilen door hem gekocht van Hendrik Steenoven, 1725 april 18 1725 april 18 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1121 Oude Orde Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van een hoekje van 4 roeden vierkant land aan de brug te Zuilen, met renversalen, 1710-1769 1710-1769 1 omslag en 1 charter 49 1710 sept. 22, Catharina Dupont, weduwe van Steven Dupont 50 1743-1769 Betreft: <br/>- Adriaan van Cattenburgh, kanunnik van St. Pieter, 1743 <br/>- Stephanus Jacobus van Muyden, advocaat voor het Hof van Utrecht, met renversaal, 1759 <br/>- Carel Philips van Culemborgh, advocaat voor het Hof van Utrecht, met renversaal, 1763 <br/>- Alida van der Streng, weduwe van Carel Philips van Culemborgh, met renversaal, 1769 <br/>- Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken, met renversaal, 1769 NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-16 Oude Orde 51 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Gerrit van Voorthuysen van het erf of de molenwerf met de korenwindmolen en huis c.a. op het goed Meerwijk bij de Daalsedijk te Zuilen, met renversaal, 1739 1739 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-2 Oude Orde 52 Akte van opdracht door de Staten van Utrecht aan Jan Leonard van Ewijck, raadsheer van het Hof van Utrecht, tot dagvaarding van Jan Voorsteegh en Adrianus Spierenburgh vanwege hun inbreuk op het bezit door het convent van Mariëndaal van een hoek bouwland te Zuilen en Zwesereng, 1740 mei 6 1740 mei 6 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1118 Oude Orde 53 Stukken betreffende het proces voor het Hof van Utrecht tussen Johan van Nes, med. doctor te Utrecht, eiser, en Justus van Cuylenborgh, rentmeester van Mariëndaal, gedaagde, over de eigendom van een slenk en sloot en een gedeelte van een aangrenzend weiland gelegen bij de hofstede De Hoek te Zuilen, 1747-1764 1747-1764 1 omslag Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1128-a Oude Orde 54 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van 4 morgen en 568 roeden land aan de Daalsedijk op Zwesereng te Zuilen, 1766-1784, met renversalen 1766-1784, met renversalen 1 omslag Betreft: <br/>- Geertruydis Cornelia van Dulken, vrouw van Paulus Achtienhoven, 1766 <br/>- Anthony de Loos, echtgenoot van Maria Cornelia Achtienhoven, 1767 <br/>- Hendrik Schuurman, makelaar, 1784 NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-41 Oude Orde 55 Akten van uitgifte in erfpacht door de ridderschap van een hofstede van 4 morgen land te Vijfhuizen onder Zuilen, met renversalen, 1774-1782 1774-1782 4 stukken Betreft: <br/>- Cornelis Gerardus Verkerk, 1774, met akte van schuldbekentenis ten behoeve van Anna van Schalkwijk a Velden, weduwe van Willem van Kleef, 1775 <br/>- François Schilmans, 1782 NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-36 Oude Orde 56 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Willem René van Tuyll van Serooskerken van 17 morgen land tussen de Daalsedijk en de Vecht te Zuilen, met renversaal, 1778 1778 1 stuk St. Servaas; inv.nr. 1105-78 Oude Orde 57 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Willem René van Tuyll van Serooskerken van een hoekje land waar de ticheloven op staat tussen de Vecht en de Daalsedijk te Vijfhuizen onder Zuilen, met renversaal, 1778 1778 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-27 Oude Orde 58 Akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Johannes Swenk Arnoldusz. van een stuk land (een tuin met huis) tussen de Daalsedijk en de Vecht te Vijfhuizen onder Zuilen, met renversaal, en akte van schuldbekentenis ten behoeve van Willem René van Tuyll van Serooskerken onder verband van voornoemd perceel, 1782 1782 3 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-37 Oude Orde 59 Verzoekschrift van François Schilmans aan de ridderschap om uitgifte van een erfpachtakte van 5 morgen land te Zuilen, ingewilligd, 1788 1788 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-27 Oude Orde 60 Verzoekschrift van Gerrit, Jan, Andries en Maria Elisabeth Wouters aan de ridderschap om uitgifte van een erfpachtakte op hun naam van huis, schuur, werkhuis en tuin bij de Daalsedijk en de Vecht, vanwege de koop van het huis aldaar c.a.,ingewilligd, 1789, met renversaal van de akte van erfpacht door de ridderschap aan Gerrit Wouters (mede ten behoeve van Jan, Andries en Maria Elisabeth Wouters) van een gedeelte van een stuk land met tuin, huis etc. tussen de Daalsedijk, de Vecht en de buitenplaats Vijfhuizen te Zuilen, ingewilligd, 1789 1789 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-46 Oude Orde 61 Verzoekschrift van Willem René van Tuyll van Serooskerken aan de ridderschap om uitgifte van een erfpachtakte van een stuk grond met drie woningen tussen de Daalsedijk en de Vecht, ingewilligd, 1790, met akte van uitgifte in erfpacht door de ridderschap aan Jan Plomp van een erf, grond met drie woningen (gesplitst in 1781, waarvan het overige sedertdien in erfpacht is bij Gerrit Wouters) tussen de Daalsedijk en de Vecht te Zuilen, 1790 1790 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1120-48 Oude Orde 62 Verzoekschrift van Cornelis Voorthuysen aan de ridderschap tot uitgifte van een erfpachtakte van de grond waarop een windkorenmolen annex huis staat te Zuilen, ingewilligd, 1792 1792 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-32 Oude Orde 2.3. Financiën 2.3.1. Algemeen 63 Aantekeningen betreffende de belastingheffing op goederen van de conventen van Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, 1795-1796 1795-1796 1 katern Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1127 Oude Orde 2.3.2. Rekening en verantwoording Rekeningen van de rentmeester van de abdij Mariëndaal, 1593-1682 1593-1682 74 delen en 1 stuk Sommige van de overgeleverde rekeningen staan expliciet aangeduid als conventexemplaar, andere als rendantexemplaar, weer andere als ridderschapsexemplaar. NB 64 1593-1594 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105 Oude Orde 65 1594-1595 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-1 Oude Orde 66 1595-1596 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-2 Oude Orde 67 1597-1598 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-3 Oude Orde 68 1598-1599 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-4 Oude Orde 69 1599-1600 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-5 Oude Orde 70 1602-1603 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-6 Oude Orde 71 1603-1604 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-6-a Oude Orde 72 1604-1605 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-7 Oude Orde 73 1606-1607 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-8 Oude Orde 74 1608-1609 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-9 Oude Orde 75 1609-1610 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-9-a Oude Orde 76 1610-1611 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-10 Oude Orde 77 1611-1612 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-10-a Oude Orde 78 1611-1612 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-10-c Oude Orde 79 1612-1613 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-10-b Oude Orde 80 1614-1615 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-11 Oude Orde 81 1615-1616 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-11-a Oude Orde 82 1618-1619 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-12 Oude Orde 83 1619-1620 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-12-a Oude Orde 84 1621-1622 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-13 Oude Orde 85 1621-1622 Uitgaven incompleet. NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-13-b Oude Orde 86 1622-1623 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-13-a Oude Orde 87 1624-1625 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-14 Oude Orde 88 1625-1626 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-15 Oude Orde 89 1626-1627 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-16 Oude Orde 90 1627-1628 Fragment van de uitgaven. NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-16-a Oude Orde 91 1628-1629 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-17 Oude Orde 92 1629-1630 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-19 Oude Orde 93 1629-1630 1 stuk Fragment van de uitgaven. NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-19-a Oude Orde 94 1631-1632 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-20 Oude Orde 95 1632-1633 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-21 Oude Orde 96 1634-1635 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-22 Oude Orde 97 1635-1636 Fragment van de inkomsten. NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-23 Oude Orde 98 1636-1637 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-23-a Oude Orde 99 1636-1637 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-23-b Oude Orde 100 1637-1638 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-24 Oude Orde 101 1638-1639 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-25 Oude Orde 102 1638-1639 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-25-a Oude Orde 103 1639-1640 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-26 Oude Orde 104 1640-1641 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-27 Oude Orde 105 1640-1641 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-27-a Oude Orde 106 1642-1643 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-28 Oude Orde 107 1642-1643 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-28-a Oude Orde 108 1644-1645 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-29 Oude Orde 109 1645-1646 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-30 Oude Orde 110 1645-1646 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-30-a Oude Orde 111 1646-1647 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-31 Oude Orde 112 1647-1648 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-32 Oude Orde 113 1648-1649 Wittevrouwenklooster; inv.nr. 1105-99 Oude Orde 114 1649-1650 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-34 Oude Orde 115 1649-1650 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-34-a Oude Orde 116 1650-1651 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-35 Oude Orde 117 1651-1652 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-36 Oude Orde 118 1652-1653 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-37 Oude Orde 119 1653-1654 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-38 Oude Orde 120 1656-1657 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-39 Oude Orde 121 1658-1659 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-40 Oude Orde 122 1659-1660 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-41 Oude Orde 123 1660-1661 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-42 Oude Orde 124 1661-1662 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-43 Oude Orde 125 1663-1664 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-44 Oude Orde 126 1665-1666 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-45 Oude Orde 127 1667-1668 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-46 Oude Orde 128 1668-1669 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-47 Oude Orde 129 1669-1670 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-48 Oude Orde 130 1670-1671 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-49 Oude Orde 131 1671-1672 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-50 Oude Orde 132 1675-1676 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-51 Oude Orde 133 1676-1677 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-52 Oude Orde 134 1677-1678 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-53 Oude Orde 135 1678-1679 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-54 Oude Orde 136 1679-1680 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-55 Oude Orde 137 1680-1681 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-56 Oude Orde 138 1681-1682 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-57 Oude Orde Rekeningen van de rentmeester van de conventen van Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, 1683-1761 1683-1761 61 delen Voor de rekeningen over 1761-1797 zie archief St. Servaas, inv.nrs. 291-304. NB 139 1683-1684 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-58 Oude Orde 140 1685-1686 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-59 Oude Orde 141 1686-1687 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-60 Oude Orde 142 1687-1688 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-61 Oude Orde 143 1688-1689 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-62 Oude Orde 144 1689-1690 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-63 Oude Orde 145 1690-1691 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-64 Oude Orde 146 1691-1692 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-65 Oude Orde 147 1692-1693 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-66 Oude Orde 148 1693-1694 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-67 Oude Orde 149 1694-1695 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-68 Oude Orde 150 1695-1696 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-69 Oude Orde 151 1696-1697 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-70 Oude Orde 152 1697-1698 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-71 Oude Orde 153 1698-1699 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-72 Oude Orde 154 1699-1700 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-73 Oude Orde 155 1700-1701 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-74 Oude Orde 156 1701-1702 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-75 Oude Orde 157 1702-1703 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-76 Oude Orde 158 1703-1704 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-77 Oude Orde 159 1706-1707 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-79 Oude Orde 160 1707-1708 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-80 Oude Orde 161 1708-1709 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-81 Oude Orde 162 1709-1710 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-82 Oude Orde 163 1710-1711 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-84 Oude Orde 164 1711-1712 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-85 Oude Orde 165 1712-1713 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-86 Oude Orde 166 1713-1714 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-87 Oude Orde 167 1714-1715 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-88 Oude Orde 168 1715-1716 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-89 Oude Orde 169 1716-1717 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-90 Oude Orde 170 1717-1718 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-91 Oude Orde 171 1718-1719 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-92 Oude Orde 172 1719-1720 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-93 Oude Orde 173 1721-1722 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-94 Oude Orde 174 1722-1723 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-95 Oude Orde 175 1723-1724 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-96 Oude Orde 176 1724-1727 betreft alleen de rekeningen van Mariëndaal NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-97 Oude Orde 177 1727-1728 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-100 Oude Orde 178 1728-1729 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-101 Oude Orde 179 1729-1730 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-102 Oude Orde 180 1731-1732 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-103 Oude Orde 181 1732-1733 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-104 Oude Orde 182 1733-1734 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-105 Oude Orde 183 1734-1735 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-106 Oude Orde 184 1735-1736 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-107 Oude Orde 185 1736-1737 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-108 Oude Orde 186 1737-1738 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-109 Oude Orde 187 1738-1739 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-110 Oude Orde 188 1739-1740 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-111 Oude Orde 189 1740-1741 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-112 Oude Orde 190 1741-1742 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-113 Oude Orde 191 1742-1743 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-114 Oude Orde 192 1743-1744 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-115 Oude Orde 193 1744-1746 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-116 Oude Orde 194 1746-1748 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-117 Oude Orde 195 1748-1750 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-118 Oude Orde 196 1752-1753 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-119 Oude Orde 197 1753-1754 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-120 Oude Orde 198 1754-1757 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-121 Oude Orde 199 1757-1761 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-122 Oude Orde Bijlagen bij de rekeningen, 1609-1794 (met hiaten) 1609-1794 (met hiaten) 13 omslagen 200 1609-1665 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-11 Oude Orde 201 1703-1708 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-80-a Oude Orde 202 1727-1762 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-13 Oude Orde 203 1783-1784 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-14 Oude Orde 204 1785 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-15 Oude Orde 205 1786 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-16 Oude Orde 206 1787 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-17 Oude Orde 207 1788 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-18 Oude Orde 208 1789 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-19 Oude Orde 209 1790 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-20 Oude Orde 210 1791 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-21 Oude Orde 211 1793 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-22 Oude Orde 212 1794 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-23 Oude Orde Borderellen op de rekeningen (met hiaten), 1636-1742 1636-1742 4 omslagen 213 1636-1638 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-24-a Oude Orde 214 1650-1654 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-38-a Oude Orde 215 1737-1738 Betreft ook Vrouwenklooster en Wittevrouwenklooster. NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-109-a Oude Orde 216 1740-1742 Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-113-a Oude Orde 217 Rekening van Johan Vinck, rentmeester van Mariëndaal, van de uitgaven aan Cornelis de Cruijff vanwege diens werkzaamheden in 1629-1637 als procureur namens het convent bij het Hof van Utrecht, 1637 1637 1 katern Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1128 Oude Orde 218 Rekening van ontvangst door rentmeester Justus van Ewijck van achterstallige inkomsten over 1671-1681, samengesteld, 1684 1684 3 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1108 Oude Orde 219 Rekening van de weduwe van Justus van Cuylenborgh, rentmeester van de conventen van St. Servaas, Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, van de ontvangst van achterstallige inkomsten, 1682-1704 1682-1704 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1109 Oude Orde 220 Aanvullingen door de erfgenamen van rentmeester Justus van Cuylenborgh op de rekeningen, 1683-1712 1683-1712 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1105-83 Oude Orde 221 Lijst van inkomsten van de jufferen en van de uitgegeven losrenten ten laste van Mariëndaal, Vrouwenklooster, en Wittevrouwen, samengesteld door rentmeester Justus van Cuylenborgh, 1683-1685 1683-1685 1 katern Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1125-c Oude Orde 222 Manuaal van ontvangst van de vaste inkomsten uit de goederen van de conventen van St. Servaas, Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, met personenindex en opgaven van de oppervlakte van de percelen, 1686-1696 1686-1696 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1102 Oude Orde 223 Tienjaarlijkse verzamelstaten van inkomsten en uitgaven van de rentmeester van de conventen van Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, 1684, 1716, 1760 1684, 1716, 1760 3 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1111 Oude Orde 224 Staat van achterstallige inkomsten en vaste lasten 1682-1684, opgesteld door Justus van Cuylenborgh, rentmeester van de conventen Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, 1685. 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1110 Oude Orde 225 Staat van de inkomsten en uitgaven van de conventen van St. Servaas, Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, 1705-1706, opgesteld op grond van het manuaal van wijlen rentmeester Justus van Cuylenborgh, 1707. 1 katern Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1112 Oude Orde 226 Lijst van ontvangen achterstallige inkomsten uit de landerijen van de conventen Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, samengesteld door rentmeester Pieter van Nes, met bijbehorende resolutie van de ridderschap, 1718 1718 1 katern Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1206 Oude Orde 227 Overzicht door Pieter van Nes van de tijdens zijn rentmeesterschap verkochte goederen en van de belegging van het daarmee verworven kapitaal, 1707-1735 1707-1735 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1114 Oude Orde 228 Lijst van ontvangen achterstallige inkomsten van de conventen Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, 1706-1729, met bevelschrift van de ridderschap aan de rentmeester tot gerechtelijke invordering van de restanten, 1733. 1 katern Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1108 Oude Orde Lijsten samengesteld door de gecommitteerden van de ridderschap voor de verhuur en het innen van de huuropbrengst van de goederen van de conventen van Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, 1743, 1777, 1780-1781 1743, 1777, 1780-1781 4 katernen Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1123 Oude Orde 229 1743 230 1777 231 1780 232 1781 233 Manuaal van ontvangst van de vaste inkomsten uit de goederen van de conventen Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, met index van personen en van oppervlakte van de percelen per plaats, 1783-1799 1783-1799 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1103 Oude Orde 234 Manuaal van de vaste lasten van de (voormalige) conventen Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, 1791-1801 1791-1801 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1104 Oude Orde 235 Rekening van rentmeester Jan Jacob Kol van de liquidatie van de goederen van de voormalige conventen van St. Servaas, Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, 1797 1797 1 deel Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1116 Oude Orde 2.3.3. Schulden en vorderingen 2.3.3.1. Algemeen 236 Akte van schuldbekentenis ten laste van Cornelia van Poelgeest, abdis van Mariëndaal, ten behoeve van Volcken Both, rentmeester van Mariëndaal, vanwege een lening van 12 gulden, 1587 1587 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-1 Oude Orde 237 Akte van schuldbekentenis door Cornelia van Poelgeest, abdis van Mariëndaal, ten behoeve van Cornelis Henrickszone, vicaris van Oudmunster, onder verband van de conventsgoederen vanwege de koop van het huis en de hofstede waarin de conventualen toen woonden, 1593 okt. 10, afgelost, 1613. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-37 Oude Orde 238 Lijsten van achterstallige betalingen van jufferenprebenden en ridderschapstraktementen uit de conventen van Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, 1681-1685 1681-1685 3 stukken Vrouwenklooster; inv.nr. 1105-98 Oude Orde 239 Lijsten van betalingen door rentmeester Justus van Cuylenborgh van traktementen, renten, prelatuurschappen, prebenden en alimentaties ten laste van de conventen van Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, 1683-1685 1683-1685 1 omslag Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1125-b Oude Orde 240 Besluiten van de Utrechtse rekenkamer betreffende vermindering van betalingen aan het convent van Mariëndaal door pachters vanwege sterfte onder het vee, 1712-1716 1712-1716 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1107 Oude Orde 241 Aantekening betreffende tijdelijke vermindering van betaling aan de conventen Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen door pachters vanwege veesterfte, 1712-1715 1712-1715 1 katern Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1110 Oude Orde 242 Verzoekschrift van rentmeester Pieter van Nes aan de ridderschap om enkele niet-inbare achterstallige pachtvorderingen van de conventen van Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen over de jaren 1708-1717 af te schrijven, 1718 1718 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1108 Oude Orde 243 Lijst van schuldeisers van de conventen van St. Servaas, Mariëndaal, Vrouwenklooster en Wittevrouwen, [ca. 1750] [ca. 1750] 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1125 Oude Orde 244 Lijst van achterstallige betalingen over 1760-1762 door rentmeester Jan Kol van dorpslasten aan schout-gadermeesters en van traktementen aan leden van de ridderschap, 1762 1762 2 stukken Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1126 Oude Orde 245 Akte van schuldbekentenis ten laste van Jan Kol, rentmeester van de conventen van Mariëndaal, Wittevrouwen en Vrouwenklooster, ten behoeve van Willem Hendrik van Utenhove vanwege een lening van 1500 pond onder verband van de opbrengst van de conventsgoederen, 1763, afgelost, 1787 1763, afgelost, 1787 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-33 Oude Orde 246 Resolutie van de ridderschap om het traktement van de heer van Lockhorst ten laste te brengen van het convent van Mariëndaal, 1794 1794 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-35 Oude Orde 2.3.3.2. Rentebetalingen 247 Register van losrenten uitgegeven door de ridderschap ten laste van Mariëndaal, 1657-1658 1657-1658 1 omslag Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1125-e Oude Orde 248 Akte van uitgifte van een rente door Marie van Suylen, weduwe van Ghijsbert van Herwaerden, aan Dierckgen, dochter van Dierck van den Velde, vanwege een lening, 1516 april 10 1516 april 10 1 charter Aan de keerzijde verklaring van overdracht aan de abdij Mariëndaal en St. Jobsgasthuis te Utrecht, z.j. NB Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1124-a Oude Orde 249 Akte van erfrente uitgegeven door Petra van der Borch, abdis, en convent van Mariëndaal aan Marichgen Herman Muerincxdochter, 1577 mei 20, afgelost, 1598. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-36 Oude Orde 250 Akte van losrente door abdis en convent van Mariëndaal, aan Catharina Pauwelsdochter van Leeuwen, non van het Elfduizend-Maagdenklooster te Warmond, vanwege een lening voor de aflossing van een losrente ten behoeve van Gerrit Tymanszone Vijffhuysen, 1593, afgelost, 1600. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-38 Oude Orde 251 Akte van losrente door Cornelia van Poelgeest, vrouwe en abdis van Mariëndaal, Hillegonda Cocx van Delwijnen, oudste, en Anna van Oudaert, kapelaanster, voor Cornelis Janszone, kapelaan van Mariëndaal, vanwege een lening ten behoeve van de aflossing van een rente voor Balthasar van der Vecht, 1608 nov. 16, afgelost, z.j. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-40 Oude Orde 252 Akte van losrente door Cornelia van Poelgeest, vrouwe en abdis van Mariëndaal, Hillegonda Cocx van Delwijnen, oudste, en Anna van Oudaert, kapelaanster, voor Henrica de Voecht van Rijnevelt vanwege een lening voor de aflossing van een lening van Balthasar van der Vecht, 1608 nov. 16, afgelost, z.j. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-41 Oude Orde 253 Akte van losrente door abdis en jufferen van Mariëndaal voor Joost van Beeck, te betalen uit een bedrag vrijgemaakt door Joost Frederikszone van Beeck te Utrecht na het overlijden van rentmeester Cornelis van Beeck, 1624 juli 29, afgelost, 1645. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-42 Oude Orde 254 Akte van losrente door abdis Johanna van Reede en de jufferen van Mariëndaal voor de erfgenamen van Jan van Lichtenberch vanwege diens lening voor de kinderen van de overleden rentmeester Cornelis van Beeck, 1624 juli 29, afgelost, 1625. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-43 Oude Orde 255 Akte van losrente door abdis en jufferen van Mariëndaal voor Willem en Elysabeth van Bree te Utrecht vanwege een lening, 1624 juli 29, afgelost, z.j. 1 charter Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-44 Oude Orde 256 Akte van verkoop en overdracht door Gijsbert Jan Feith aan Jacob van Utenhove en Bottestijn, namens de ridderschap, van een schuldbrief ten laste van de ridderschap gesteld op het convent van Mariëndaal, 1759 1759 1 stuk Kleine Kapittelen en Kloosters; inv.nr. 1106-4 Oude Orde 3. Bijlagen 3.1. Specificaties 3.1.1. Inv.nr. 10, register van uitgiften van akten van erfpacht, 1683-1753 - Pieter Sandersen van Oostveen, zijn vrouw Wijntjen Alberts van Oostweerd en de erven van Anthonie Dighmunsen en zijn vrouw Maejen Aris, molenwerf met korenmolen en huis op het goed Meerwijck te Zuilen, 1685 (1r-v) - Steven Dupont, een hoekje van 4 roeden land bij de brug te Zuilen, 1685 (2r-v) - Claes Jansen, 3½ morgen en 242 roeden land waar zijn huis op staat ten zuiden van de Bisschopswetering te De Bilt, 1691 (2v-3v) - Lambert Jansen, huis, hofstede, en boomgaard tussen de dijk en de doornheggen te Achttienhoven, 1692 (3v-4r) - Willem van Gartsen, secretaris-rentmeester van het kapittel van St. Pieter te Utrecht, 3½ morgen land tussen de Vecht en de Zogdijk te Breukelen-Proosdij, 1693 (4r-5r) - Johan van Leembruggen, ½ morgen land bij de Vecht te Achttienhoven, met de daarop staande kruitmolen, 1695 (5r-6r) - Johan van Royestein, doctor in de medicijnen, van 4 morgen land bij Vijfhuizen onder Zuilen, 1697 (6r- 7r) - Godart Willem van Tuyll van Serooskerken van Welland, voogd van Reinoud Gerard van Tuyll van Serooskerken van Zuilen, een hoekje land met ticheloven tussen de Vecht en de Daalsedijk te Vijfhuizen onder Zuilen, 1698 (7v-8r) - Arien Peterszoon Vogel, erf waar zijn huis op staat bij de Kerkdijk te Achttienhoven, 1701 (8r-9v) - Henrick Steenoven, 3 morgen en 263 roeden land met huis, erf, berg, schuur en boomgaard genaamd Den Daal aan de Vecht te Zuilen, 1702 (9v-11r) - Johan Bogaerd, 3½ morgen land tussen de Vecht en de Zogdijk te Breukelen-Proosdij, 1703 (11v-13r) - Catharina Dupont, een hoekje van 4 roeden land bij de brug te Zuilen, 1710 (13r-14r) - Catharina van Ravestein, wed. van Johan van Leembruggen, ½ morgen land aan de Vecht te Achttienhoven, met de daarop staande kruitmolen, 1717 (14r-15r) - Thomas Hendriksen Neef, erfje en huis ter grootte van 16 bij 6 roeden aan de Kerkdijk te Achttienhoven, 1717 (15r-16v) - Hendrikus Bosch, koopman te Utrecht, 4 morgen en 568 roeden akkerland aan de Daalsedijk op de Zwesereng te Zuilen, 1720 (16v-18v) - Jan Claassen Staal, 3½ morgen en 242 roeden land waar zijn huis op staat, ten zuiden van de Bisschopswetering te De Bilt, 1720 (18v-20v) - Christiaan Meyer, koopman te Amsterdam, 3½ morgen land tussen de Vecht en de Zogdijk te Breukelen-Proosdij, 1724 (20v-22r)- Gerrit de Haan, koopman te Amsterdam, 3½ morgen land tussen de Vecht en de Zogdijk te Breukelen-Proosdij, 1724 (22r-23r); - Reinoud Gerard van Tuyll van Serooskerken van Zuilen, 17 morgen land tussen de Daalsedijk en de Vecht te Zuilen, 1724 (23r-25v) - Hendrikus Bosch, 3 morgen en 263 roeden land met huis, erf, berg, schuur en boomgaard, genaamd Den Daal te Zuilen, 1725 (26r-27r) - Elbert van Rhijn, molenwerf met korenmolen en huis op het goed Meerwijck te Zuilen, 1725 (27v-29r) - Nicolaas Stellingwerff, ½ morgen land aan de Vecht te Achttienhoven, met de daarop staande kruitmolen, 1726 (29r-30r) - Pieter Stellingwerff, ½ morgen land aan de Vecht te Achttienhoven, met de daarop staande kruitmolen, 1726 (30r-31r) - Henrick Toelaer, de helft van 10 morgen en 187 roeden land tussen de Oude Rijn en de Heicopperkade te Oudenrijn, 1726 (31r-33r) - Aalbertus Philippus van Roijesteijn, 4 morgen land te Vijfhuizen onder Zuilen, 1728 (33r-34v) - Cornelia van Geefhuysen, 3 akkers bleekveld aan de Stadssingel tussen de Catharijne- en de Weerdpoort te Utrecht, 1728 (34v-37r) - Adriaen Vastrick, schout van Zuilen, 4 morgen land te Vijfhuizen onder Zuilen, 1729 (37r-38r) - Diederik Jacob van Tuyll van Serooskerken van Zuilen en Westbroek, 17 morgen land tussen de Daalsedijk en Vecht te Zuilen, 1732 (38r-40v) - Diederik Jacob van Tuyll van Serooskerken van Zuilen en Westbroek, een hoekje land met ticheloven tussen de Vecht en de Daalsedijk te Vijfhoeven (=Vijfhuizen) onder Zuilen, 1732 (40v-41v) - Rudolf Hendrik van Lanckeren, hoekje van 4 roeden bij de brug te Zuilen, 1733 (41v-43r) - Johan Gerard Bosch, 4 morgen en 568 roeden akkerland aan de Daalsedijk op Zwesereng te Zuilen, 1734 (43v-45v) - Pieter de Malapert van Jutphaas, verkoop van 12 morgen land (waarvan tweederde eigendom was van Mariëndaal) tussen de Jutphase Wetering en de Wijckersloot te Jutphaas, 1737 (45v-47r) - Dirkje Boogaard, weduwe van Jan Barendzoon van Gifhuysen, 3 akkers bleekveld aan de Stadssingel tussen de Catharijne- en de Weerdpoort te Utrecht, 1742 (47r-50r) - Jan Cornelisse Galesloot, 431 roeden land, waar zijn huis, berg, schuur enz. op staan aan de Galecopperdijk te Galecop, 1742 (50r-53r) - Cornelis van Loon, helft van 10 morgen en 187 roeden land tussen de Oude Rijn en de Heicopperkade te Oudenrijn, 1744 (53r-55r) - Thomas Siepoldes, 118 roeden land waar zijn huis De Bonte Os op staat te Achttienhoven, 1746 (55r- 57r) - Gerrit Sas van Weldam, 7 morgen land tussen de Broekwetering en de Kortrijkerdijk te Breukelen, 1746 (57v-60r) - Egbert Remminger, erfje en huis ter grootte van 16 roeden land aan de Kerkdijk te Achttienhoven, 1746 (60r-61v) - Neeltje Bastiaenzone de Clercq, weduwe van Hermannus Snellenberg, erfje van 80 roeden grond met huis bij de Vaart te Achttienhoven, 1746 (62r-63v) - Gijsbert Thomaszoon Neef, erfje van 80 roeden grond met huis bij de Vaart te Achttienhoven, 1746 (63v-65v) - Cornelis van Pijlsweerd, ½ morgen land aan de Vecht te Achttienhoven, met de daarop staande kruitmolen, 1747 (65v-67v) - Hermijntje Ruijs, weduwe van Jan Galesloot, 431 roeden land bij de Galecopperdijk te Galecop, 1748 (67v-70v) - Cornelis Wilborg, ½ morgen land aan de Vecht te Achttienhoven, met de daarop staande kruitmolen, 1748 (70v-72v) - Johannes Bosch, ½ morgen land aan de Vecht te Achttienhoven, met de daarop staande kruitmolen, 1749 (72v-74v) - Marrigje Cornelisse van Rosendaal, 80 roeden land bij de Wetering te Achttienhoven, 1750 (74v-77v) - Hermanus Gresnigh en zijn vrouw Dirckje Bogaard, 3 akkers bleekveld aan de Stadssingel tussen de Catharijne- en de Weerdpoort te Utrecht, 1750 (77v-80v) - Christiaan Sanderson, 3 morgen en 542 roeden land waar zijn huis op staat bij de Bisschopswetering te De Bilt, 1751 (81r-84r) - Cornelis Woudenbergh Gijsbertzoon, 7 morgen wei- en hooiland waarvan de opstallen eigendom zijn van Wouter Cornelissen van Bourschoten bij de Broekwetering te Breukelen, 1752 (84v-87v) - Diderik Jacob Vastrick, zijn zusters Elisabeth Henrica en Johanna Adriana Vastrick, 4 morgen land te Vijfhuizen onder Zuilen, 1753 (87v-89v) 3.2. Abdissen, vrouwen en prelatuurschappen van Mariëndaal Grotendeels ontleend aan: A. Matthaeus, Fundationes et fata ecclesiarum (Leiden 1703) 432-493; H.F. van Heussen, Historia episcopatuum foederati Belgii (Leiden 1719) 136-154 (Necrologium); A. Buchelius, Monumenta passim in templis ac monasteriis Traiectinae urbis atque agri inventa (1592) 257 (HUA, GAU bibl. XXVIII-L-1), Jutta -- Hildegard (of: Hildegundis Pijl) 1359, 1361 Aleydis Pijl 1373 Mechteld van den Bosch (of: de Buscho), later abdis van St. Servaas overl. 1392 Berta van Almelo overl. 1418 Sophia van der Meer(n) ca. 1435 Giselberta van Vliet overl. 1440 Henrica van Rijn overl. 1472 Stephana Zoudenbalch 1475-1484 Leonilla de Wilde overl. 1494 Aleydis Ruysch overl. 1520 Digna van Trinden 1494-1521 Elisabeth Gruyters 1523-1527 Elisabeth van Voorn 1527-1541 Ida Uuytenham van der Haer 1541-1547 Mechtildes van Solms 1548-1570 Een dochter van heer Aernt van Ysselstein, kruisridder overl. 1558 Petra van der Borch 1559-1570 Sibylla Taets van Amerongen 1565-1602 Cornelia van Poelgeest, laatste abdis 1603-1613 Johanna van Rheede, vrouwe 1619-1636 Margaretha Borre van Amerongen, met prelatuurschap 1636-1677 Françoise Ruijsch, met prelatuurschap 1665-1670 Jacoba Margaretha van Hardenbroek, met prelatuurschap 1674-1709 Isabella Antonia van Utenhove, met prelatuurschap 1709-1759 Alexandria Lucretia van Utenhoven, met prelatuurschap 1743 Josina Geertruyd van Nassau-La Lecq 1759-1797 Verder worden zonder jaartallen vermeld: <br/>Beatrix van Nijenrode <br/>Ghiselberta de Meer <br/>Hildegondis de Welle <br/>Elisabeth van Amstel <br/>Machtildis de Pellencussen 3.3. Rentmeesters (thesauriers) van Mariëndaal Herman Hendriksz 1549 Marten van Zijpesteijn 1 1588 1 tevens rentmeester van St. Servaas Voetnoot Johan Volcken Both 1587-1609 Johan Vonckens Both 1609 Nicolaas van Zuilen Peterszone 1603-1613 Cornelis van Beeck 1613-1624 Johan Vinck 1624-1654 Dirck Versteegh 1654-1662 Allard van Ewijck 1 1663-1674 1 tevens rentmeester van Vrouwenklooster Voetnoot Justus van Ewijck, adjunct van zijn vader Alard van Ewijck 1666 Justus van Ewijck 1 1675-1682 1 tevens rentmeester van Vrouwenklooster Voetnoot Justus van Cuylenborgh 1 1682-1704 1 tevens rentmeester van St. Steven, St. Servaas, Vrouwenklooster en Wittevrouwen Voetnoot Pieter van Nes 1 1707-1738 1 tevens rentmeester van Vrouwenklooster en Wittevrouwen Voetnoot Justus van Cuylenborgh 1 1738-1753 1 tevens rentmeester van Vrouwenklooster en Wittevrouwen Voetnoot Jan Kol 1 1753-1797 1 tevens rentmeester van St. Steven, St. Servaas, Vrouwenklooster en Wittevrouwen Voetnoot Jan Kol en Jan Jacob Kol 1 1787 1 tevens rentmeester van St. Servaas Voetnoot Jan Jacob Kol 1 1787-1797 1 tevens rentmeester van St. Servaas, Vrouwenklooster en Wittevrouwen Voetnoot