Strafinrichtingen te Utrecht

18-4 Strafinrichtingen te Utrecht 1814 1978 2010 18-4 Strafinrichtingen te Utrecht Het Utrechts Archief Omschrijving Inventaris van de archieven van de gevangenissen te Utrecht 1814-1978 Auteur 2010 Datering toegang 1979 / 2001 Openbaarheid Stukken die gegevens bevatten van nog levende personen slechts ter inzage voor wetenschappelijk onderzoek Inleiding Geschiedenis van het strafstelsel De totstandkoming van de eenheidsstaat na de omwenteling van 1795 opende de mogelijkheid tot eenmaking van het recht en beindiging van de bestaande rechtsonzekerheid en -ongelijkheid. Het na lange voorbereidingen op 1 januari 1809 ingevoerde Crimineel Wetboek voor het Koninkrijk Holland bracht een voor die tijd zeer humaan en mild strafrecht en betekende een grote vooruitgang vergeleken met de tijd van vóór de omwenteling De doodstraf bleek weliswaar gehandhaafd, maar de wreedheid bij de tenuitvoerlegging werd zoveel mogelijk vermeden. Voor het eerst werd de gevangenisstraf in het zeer uitgebreide strafstelsel een plaats gegeven. Gevangenisstraf kon worden opgelegd voor een door de rechter te bepalen tijd, welke niet langer mocht zijn dan 20 jaar. Hoewel het slechts twee jaar van kracht is geweest, heeft het Crimineel Wetboek belangrijke invloed uitgeoefend op het nederlandse strafrecht en de strafwetgeving in de 19e eeuw. <br/> Over de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf werden in het Crimineel Wetboek regels gegeven. Er waren drie mogelijkheden: 1. De veroordeelde werd geplaatst in een afzonderlijk vertrek, afgescheiden van de andere gevangenen. Dit was de eenzame, later cellulaire opsluiting. 2. De veroordeelde werd geplaatst in de gewone vertrekken van de tuchthuizen of andere daarvoor geschikte plaatsen. Dit betekende dat de oude tuchthuizen, nu als gevangenis, in gebruik bleven. 3. De veroordeelde werd geplaatst in een afzonderlijk vertrek met de mogelijkheid bezoekers te ontvangen, voor zover de goede orde en de veiligheid van het huis dit toestonden. Het betrof hier dus een geprivilegieerde wijze van tenuitvoerlegging voor bevoorrechte personen, moeilijk te rijmen met de leuze van gelijkheid en broederschap. <br/> De tenuitvoerlegging van de straf bracht echter grote moeilijkheden met zich mee. Aan de bouw van nieuwe gevangenissen had men niet gedacht. Dit betekende enerzijds, dat als alternatief zeer vaak verbanning werd opgelegd, anderzijds dat de bestaande tuchthuizen overvol raakten, wat op zichzelf aanleiding gaf tot allerlei misstanden. Ten aanzien van de gevangenisstraf bleef er een diepe kloof tussen datgene wat in het Crimineel Wetboek was vastgelegd en datgene wat daar in de praktijk van terechtkwam. Bij dekreet van 6 januari 1811 werden de wetten en besluiten van het franse keizerrijk voor de ingelijfde nederlandse gewesten executoir verklaard. Daardoor werd in ons land de franse Code Pénal van 1810 van kracht in plaats van het Crimineel Wetboek. Deze vervanging betekende een grote achteruitgang. Het franse strafstelsel was zeer hard en de afschrikking speelde daarin een grote rol. In de Code Pénal waren drie vormen van vrijheidstraf voorzien: dwangarbeid, deportatie en plaatsing in een strafinrichting. De laatstgenoemde straf kon worden opgelegd door plaatsing in een tuchthuis voor bestraffing met tenminste vijf jaar en ten hoogste levenslang, plaatsing in een verbeterhuis voor bestraffing met tenminste zes dagen en ten hoogste vijf jaar en plaatsing in een gevangenis voor een straftijd van ten hoogste zes dagen. <br/> Na het herstel van de onafhankelijkheid in 1813 werd de Code Pénal voorlopig gehandhaafd, maar het was te verwachten dat er direkt pogingen werden ondernomen om te komen tot een eigen nationale wetgeving. Politieke ontwikkelingen hebben de totstandkoming van een eigen wetboek van strafrecht echter vertraagd. Dit betekende niet dat de Code Pénal ongewijzigd bleef. De doodstraf bleef weliswaar gehandhaafd, maar de scherpe exekutie werd afgeschaft. De dwangarbeid voor het leven werd vervangen door tuchthuisstraf voor ten hoogste 20 jaar, de tijdelijke dwangarbeid door tuchthuisstraf van ten hoogste 15 jaar. Dit betekende dat in het strafstelsel meer plaatst werd ingeruimd voor de vrijheidsstraf, maar deze accentverschuiving werd niet opgevangen door een behoorlijke organisatie en voldoende outillage van het gevangeniswezen. De oude tuchthuizen bleven in gebruik. Men was van oordeel, dat de gevangenissen zo weinig mogelijk moesten kosten en dat de produktie van de gevangenen zo hoog mogelijk moest worden opgevoerd, zodat het gevangeniswezen zichzelf zou kunnen bedruipen en liefst nog winst maken ook. Bij K.B. van 26 oktober 1821 werd een “Raad van administratie over de gevangenissen in het Koninkrijk” ingesteld. Bij K.B. van 4 november d.a.v. werd de aanwijzing van bepaalde gevangenissen voor bepaalde kategorieën van gedetineerden met de daarbij behorende gevangenisregimes geregeld. Het bleef echter te veel steken in het papieren stadium. De gevangenissen waren feitelijk staatsfabrieken en de gevangenisarbeid werd voor een groot deel benut om leger en vloot goedkoop te kleden en uit te rusten Omstreeks het midden van de 19e eeuw komt in Nederland de vraag aan de orde welk doel met de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, die een belangrijke plaats in het strafstelsel had verworven, werd beoogd. Tot dusver had men op de vraag, welke de uitwerking van de strafoplegging op de delinkwenten was, geen antwoord kunnen geven. De daarmee samenhangende wijze van tenuitvoerlegging had men tot nu toe slechts getoetst aan de maatstaven van uniformiteit en produktiviteit. Denkbeelden over strafexecutie, speciaal in Amerika en in Engeland, zijn van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van de opvattingen hierover in Nederland. Men zag zich voor de vraag gesteld welk gevangenisstelsel voor ons land gekozen moest worden: het Pennsylvania-stelsel met zijn eenzame opsluiting, het Auburn-stelsel, waarbij de gevangenen niet volstrekte afzondering, maar wel een spreekverbod werd opgelegd, dan wel een van de progressieve stelsels, waarvan vooral het Ierse de meest aangewezen variant was. <br/> Zowel het stelsel van de afzonderlijke opsluiting als het progressieve Ierse stelsel had in Nederland zijn verdedigers. Het eerstgenoemde stelsel ondermeer in het Genootschap tot zedelijke verbetering van gevangenen, de oudste reklasseringsvereniging, opgericht in 1823. Het uitgangspunt daarbij was, dat vóór alles de nadelen van de ongeselekteerde gemeenschap voorkomen moest worden. De zedelijke verbetering van de gevangenen werd immers belemmerd door de invloeden van de slechte elementen in een gemeenschap. Afzonderlijke opsluiting zou dit onderlinge bederf voorkomen en mogelijkheden tot belnvloeding ten goede scheppen. Het Ierse stelsel heeft het moeten afleggen tegen het cellulaire stelsel, waarin men de steen der wijzen meende gevonden te hebben, Daarin, dacht men, zouden alle aspekten, die bij de strafoplegging en strafexekutie tot gelding dienden te komen, tot hun recht komen. De cel werkte immers afschrikwekkend, maar voorkwam tegelijkertijd onderlinge besmetting en maakte het mogelijk de gedetineerden individueel te verbeteren. Bovendien was het mogelijk door de cellulaire opsluiting de strafmaat nauwkeurig in overeenstemming te brengen met de mate van schuld, die de delinkwent door zijn misdrijf op zich genomen had. In 1847 begon men met de bouw van de eerste cellulaire strafinrichting te Amsterdam. De wettelijke bekrachtiging van het cellulaire stelsel volgde op 28 juni 1851. De positie van het celstelsel werd gekonsolideerd in het Wetboek van Strafrecht, dat in 1881 tot stand was gekomen en in 1886 werd ingevoerd. Onder invloed van nieuwe denkbeelden in de kriminologie (Lombroso, Manouvrier, Ferri en Aletrino) werd het celstelsel in het laatste kwart van de vorige eeuw steeds feller bekritiseerd. De cel stompte de gevangene af, de grauwe eentonigheid was de slechts denkbare sfeer om tot opvoeding te komen. Aletrino keerde zich niet alleen tegen de cel omdat die vervreemdt van het gewone leven, maar ook tegen de uniforme tenuitvoerlegging van de celstraf. In 1881 had men de cel juist aangeprezen wegens de mogelijkheden tot individuele verbetering der gevangenen. In de praktijk was daar echter weinig van terecht gekomen. Het celstelsel is tenslotte doorbroken in 1918. Het grote aantal tot vrijheidsstraf veroordeelden in de oorlogsjaren had een nijpend gebrek aan ruimte in de gevangenissen veroorzaakt. De wet van 22 november 1918, de zgn. Noodwet, bepaalde dat iedere gevangenisstraf in gemeenschap kon worden ondergaan. <br/> In 1946 stelde de minister van justitie een “Commissie voor de verdere uitbouw van het gevangeniswezen” in onder voorzitterschap van W.A.J.M. Fick, ten einde na te gaan, welke organisatorische maatregelen op het terrein van het gevangeniswezen en de reklassering, voor zover deze laatste in de strafinrichtingen plaatsvond, voor een goede en doelmatige tenuitvoerlegging voor vrijheidsstraffen gewenst waren. Deze kommissie bracht in 1947 rapport uit. De grondslagen van de daarin uiteengezette nieuwe opzet van het gevangeniswezen zijn met enige wijzigingen in 1951 vastgelegd in de nieuwe Beginselenwet Gevangeniswezen. Deze beginselenwet is met de Gevangenismaatregel, waarin een aantal onderdelen uit de wet nader is uitgewerkt, in 1953 van kracht geworden. Het is de wettelijke basis waarop de huidige tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen berust. De drie belangrijkste pijlers, waarop het huidige gevangenisstelsel is gebouwd, zijn: cel en gemeenschap, selektie en differentiatie, behoud van het karakter van de straf maar met gelijktijdige voorbereiding van de terugkeer in de samenleving. Het cellulaire stelsel wordt in de Beginselen wet niet aanvaard. Dit betekende echter niet, dat men terug wilde naar de nauwelijks geselekteerde gemeenschap met alle daaraan verbonden nadelen, Het ging om te komen tot een synthese. Artikel 11 van het wetboek van strafrecht zegt hierover: Gevangenisstraf wordt naar gelang van de persoonlijkheid van de veroordeelde in algehele of beperkte gemeenschap dan wel in afzondering ondergaan. De selektie van de gevangenen wordt na 1953 een essentieel punt. Degenen die storend of bedervend op de gemeenschap der gevangenen kunnen werken moeten daaruit verwijderd worden. Selektie, het onderbrengen der veroordeelden in verschillende kategorien, heeft alleen zin bij verschillende gevangenisregimes, waarbij elk regime is aangepast bij de kategorie gevangenen, bestemd voor die gevangenis. Naast de vraag “cel of gemeenschap” en het beginsel van “selektie en differentiatie” heeft de derde en wellicht belangrijkste pijler betrekking op het doel dat met de exekutie van de gevangenisstraf wordt beoogd. Artikel 26 van de Beginselenwet zegt: Met handhaving van het karakter van de straf of maatregel wordt hun tenuitvoerlegging mede dienstbaar gemaakt aan de voorbereiding van de terugkeer der gedetineerden in het maatschappelijk leven. <br/> Wettelijke regelingen 1811-1838 Tegelijkertijd met de invoering van de Code Penal werd het Arrêt sur l’organisation des prisons van kracht. Dit besluit regelde de organisatie van het gevangeniswezen. Er waren vijf typen gevangenissen in voorzien: 1. Maison de police municipale, gevestigd in elk van de distrikten der vrederechters. Het kon eventueel worden ondergebracht in een afgezonderd gedeelte van een maison d’arflt, Hierin werden ondergebracht de door de politierechter veroordeelde personen, verdachten en passanten. 2. Maison d’arrêt in ieder gemeentelijk arrondissement. Zij die een berechting door een korrektionele rechtbank of door het hof van assizen te wachten stond werden hier in ondergebracht. 3. Maison de justice, gevestigd in ieder departement. Hier werden de onder 2 genoemden ingesloten na hun veroordeling. 4. Maison de correction, minstens één in elk departement. Hierin werden ondergebracht korrektioneel veroordeelden, gegijzelden wegens schulden, onhandelbare kinderen en prostituées. 5. Maison de détention, vergelijkbaar met onze strafgevangenis. In het decreet van 20 oktober 1810 waren voor de zeven departementen drie vestigingsplaatsen aangewezen: Amsterdam, Groningen en Munster. Zij waren bestemd voor de tot meer dan één jaar veroordeelden. <br/> Het opzicht over de gevangenissen werd uitgeoefend door de prefekt, in wezen de onder-prefekt, van elk departement. De dagelijkse inspektie was opgedragen aan een conseil gratuit et charitable des prisons, naderhand kommissie of raad van weldadigheid genoemd. Deze was samengesteld uit vijf leden, door de minister op voorstel van de prefekt benoemd, onder voorzitterschap van de burgemeester. Toegevoegd lid waren ambtshalve de prokureurs van de keizer, later de officieren van justitie. In 1814 verscheen een Provistonele instruktie voor de kolleges van regenten over de gevangenissen in de Verenigde Nederlanden. De kommissies van weldadigheid werden omgezet in kolleges van regenten. In elke plaats met een of meer gevangenissen werd er één ingesteld, Voorzitter was de burgemeester. Overige leden waren de officier van de rechtbank en vijf personen met een roep van menslievendheid en die uit hoofde van hun beroep hiervoor extra gekwalificeerd werden geacht. Naast vele andere bezigheden diende men minstens eenmaal in de maand zitting te houden in de gevangenis voor het horen der ingeslotenen. 1838-1886 De reorganisatie van het gevangeniswezen van 1821, die overigens pas in 1838 van kracht werd, bracht de volgende veranderingen met zich mee. De gevangenissen werden onderverdeeld in drie klassen: 1. Huizen van correctie, bestemd voor de opname van korrektioneel gestraften tot meer dan 4 á 6 maanden gevangenisstraf. 2. Huizen van reclusie en tuchtiging, tot opsluiting van krimineel veroordeelden. Militairen die tot een onterende gevangenisstraf waren veroordeeld en niet meer in de militaire stand konden worden gehandhaafd werden eveneens hierin geplaatst. 3. Huizen van militaire detentie, bestemd voor militairen uitgezonderd de bovengenoemde kategorie. Behalve deze gevangenissen waren er: 4. Huizen van arrest. 5. Huizen van justitie. 6. Provoosthuizen. 7. Huizen van bewaring. <br/> De huizen van arrest, de huizen van justitie en de provoosthuizen dienden tot het in verzekerde bewaring stellen van personen die van misdaad of wangedrag werden beschuldigd. Waar de drie huizen in één en dezelfde stad voorkwamen werden zij zo mogelijk samengevoegd tot een burgelijk en militair huis van verzekering. Dit gekombineerde huis diende tevens voor burgelijke en militaire gevangenen, die tot minder dan 4-6 maanden waren veroordeeld en voor disciplinair gestrafte militairen. De huizen van bewaring, waartoe ook de maison de police municipale, maison de passage en maison de sûreté gerekend werden bleven dienen voor dezelfde doeleinden als vroeger. Gevangenen met een vonnis van maximaal één maand, gegijzelden wegens schulden en personen, op verzoek van de familie in hechtenis genomen wegens verkwisting of wangedrag werden eveneens hier ondergebracht. Onder de supervisie van het departement van justitie oefenden de provinciale gouverneurs toezicht uit over alle gevangenissen en huizen van bewaring in hun ressort. Iedere gevangenis werd door een kollege van regenten of, voor de grotere, door een kommissie van administratie bestuurd. Bij Koninklijk Besluit van 21 oktober 1822 werd een instruktie voor deze kolleges en kommissies vastgesteld. Ook de positie van het personeel werd geregeld. Het reglement van organisatie en bezoldiging van het personeel der gevangenissen, vastgesteld bij K.B. van 11 december 1822, gaf bepalingen over de samenstelling van het personeel. In de burgelijke en militaire huizen van verzekering was een cipier en per 75 man een knecht of bewaarder. De huizen van arrest kenden eveneens een cipier en verder een knecht of bewaarder, mits er minimaal tien gevangenen waren. De cipiers werden benoemd door de koning op voordracht van de minister van justitie en na voorafgaande nominatie door de gouverneur, Voor de overige posten doen de kolleges van regenten voorstellen aan de gouverneur. Vanaf 1856 heetten de cipiers in de huizen van verzekering in de hoofdplaatsen van de provincies direkteur, vanaf 1886 allen gestichtshoofden. Van 1816 tot 1823 ressorteerde het gevangeniswezen onder het departement van justitie. Daarvoor en van 1823 tot 1842 onder dat van binnenlandse zaken. Met ingang van 1 juli 1842 kwam het blijvend onder justitie. <br/> 1886-1953 Het nieuwe Wetboek van Strafrecht uit 1886 bepaalde in artikel 22: De Wet wijst de gestichten aan waar hetzij gevangenisstraf, hetzij hechtenis wordt ondergaan. De inrichting en het beheer van deze gestichten, de verdeling van de opbrengst van de verplichte arbeid, het onderwijs, de godsdienstoefeningen en de tucht worden naar beginselen bij de wet te stellen geregeld bij algemene maatregel van inwendig bestuur. Hier werd de grondslag gelegd voor de Beginselenwet van 14 april 1886 en de Algemene Maatregel van Bestuur van 31 augustus 1886. De gevangenissen werden onderscheiden in: 1. strafgevangenissen a. gewone strafgevangenissen, bestemd voor de tenuitvoerlegging van de burgelijke en militaire gevangenisstraf. b. bijzondere strafgevangenissen, bestemd voor de tot meer dan vijf jaren gevangenisstraf veroordeelden (te Leeuwarden voor mannen, te Rotterdam voor vrouwen); voor de veroordeelden tot drie maanden minimum, vijf jaren maximum, ouder dan 60 jaar of ongeschikt voor cellulaire opsluiting (te ‘s Hertogenbosch voor mannen, te Eindhoven voor vrouwen). 2. Huizen van bewaring, waarin opgenomen zij die straffen van hechtenis of van militaire detentie moesten ondergaan; zij, waarvan vastzetting, aanhouding, gevangenneming of gevangenhouding door het openbaar gezag is bevolen of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking geschiedt; doortrekkende gevangenen en andere onder verzekerde bewaring vervoerd wordende personen. 3. Passantenhuizen, bestemd tot verblijf van doortrekkende gevangenen en andere onder verzekerde bewaring vervoerd wordende gevangenen. Strafgevangenissen konden niet gelijktijdig dienen als huizen van bewaring of passantenhuizen. In ieder arrondissementshoofdplaats was een huis van bewaring en, waar nodig, een gewone strafgevangenis. Er zou nader worden bepaald op welke andere plaatsen huizen van bewaring of passantenhuizen zouden worden gevestigd. <br/> Volgens de Beginselenwet van 1886 berustte het opperbeheer van de gevangenissen en werkinrichtingen bij de minister van justitie. Het beheer was opgedragen aan een direktie onder de bevelen van een bestuur, kollege van regenten geheten, waarvan de leden door de koning werden benoemd. na 1953 In de Beginselenwet van 1951, welke in 1953 van kracht werd, worden de volgende strafinrichtingen onderscheiden: 1. Gevangenissen, bestemd tot opname van tot gevangenisstraf veroordeelden, in bijzondere gevallen van hen die hechtenisstraf of militaire detentie moeten ondergaan. 2. Huizen van bewaring, bestemd voor het uitzitten van hechtenisstraf of militaire detentie; tot opname van hen die krachtens rechterlijke uispraak of beschikking of door het openbaar gezag van hun vrijheid zijn beroofd, voor zover geen andere plaats voor hen is aangewezen; tot verblijf van doortrekkende gevangenen en andere onder verzekerde bewaring vervoerd wordende personen. Bovendien kunnen ook worden opgenomen veroordeelden met een werkelijke straftijd van niet meer dan drie maanden. Huizen van bewaring en gevangenissen zijn afzonderlijke gestichten. 3. Rijkswerkinrichtingen, bestemd tot opname van diegenen, die tot de bijkomende straf van plaatsing in een rijkswerkinrichting zijn veroordeeld. 4. Rijksasiels voor psychopaten. <br/> Het toezicht op de gestichten ressorteert onder het ministerie van justitie, waarvan de afdeling direktie gevangeniswezen speciaal met de zorg ervoor is belast. Het beheer van een gesticht is in handen van een direkteur, die tevens voorzitter is van de gestichtsraad. Deze raad, die tot taak heeft het adviseren van de direkteur, bestaat verder uit de adjunkt-direkteur het hoofd van de arbeid, de sociaal ambtenaar, het hoofd van de bewaking en de aan het gesticht verbonden geestelijke verzorgers, artsen en onderwijzers. Aan elk gesticht is een kommissie van toezicht toegevoegd, waarvan de leden worden benoemd door de minister van justitie voor een periode van vijf jaar. Deze kommissie oefent toezicht op alle aangelegenheden die het gesticht betreffen, in het bijzonder de behandeling van de gedetineerden en de naleving van de voorschriften. Zij kan advies uitbrengen aan de minister en de Centrale Raad van Advies en suggesties doen aan de direkteur. Zij bezit echter geen beslissingsbevoegdheid. Historisch overzicht In 1810 waren er te Utrecht twee stedelijke gevangenissen: het tuchthuis in het voormalige S. Nicolaasklooster in de Tuchthuissteeg en de gevangenis op het stadhuis. Het tuchthuis was een stedelijke instelling. Het zou volgens koninklijk dekreet van 1810 bij de nieuwe organisatie van de rechterlijke macht door het rijk worden overgenomen, maar stond nog onder het beheer van het stadsbestuur. Het diende tot onderbrenging van personen die waren veroordeeld door het stedelijk gerecht, door het departementaal gerechtshof, door gerechten van andere steden en door militaire vierscharen. Het gevangenisgebouw zelf was zeer uitgebreid. Het omvatte 24 kamers en een strafhok voor de mannen en twee kamers, een ziekenkamer en een slaapvertrek voor de vrouwen. Een apart gedeelte was ingericht als barakken voor veroordeelde militairen. In totaal konden meer dan 100 gevangenen worden geherbergd. De mannen, die met tweeën of meer in een kamer waren ondergebracht, werden van tijd tot tijd op de binnenplaats gelucht. De vrouwen verbleven overdag in een gemeenschappelijke ruimte. Er waren ook gevangenen die geheel afgezonderd van de anderen waren geplaatst: veelal waren dit personen die op wens en kosten van de familie werden gedetineerd. Alle gevangenen waren verplicht om zoveel als mogelijk met spinnen de kost te verdienen. Men droeg alle mogelijke zorg voor de gezondheid van de gedetineerden en door godsdienstig onderwijs beoogde men hen zedelijk te verheffen. Onder toezicht van het stedelijk gerecht werd het bestuur van het gesticht uitgeoefend door de inwonende tuchthuisvader. Deze genoot een jaarlijks traktement van 1.000 gulden van het rijk, waarvan hij 300 gulden moest betalen aan het stadsbestuur als huur voor zijn dienstwoning. Het rijk betaalde ook zijn drie knechten, die ieder 150 gulden ontvingen. Daarnaast had hij nog twee meiden en iemand voor de boodschappen in dienst. De op de tweede verdieping van het stadhuis aangebrachte gevangenishokken dienden tot onderbrenging van kriminele gevangenen die nog moesten worden gevonnist, hetzij door het departementaal gerechtshof, hetzij door het stedelijk gerecht. Ook civiele gegijzelden werden hierin ondergebracht. In de verschillende vertrekken en cachots was plaats voor 46 gevangenen. Aan het hoofd van de gevangenis stond een cipier, die een jaarwedde ontving van 600 gulden, zonder verdere emolumenten. Hij moest voor voedsel en onderhoud zorgen, terwijl de stad jaarlijks 36 zakken turf en 50 pond kaarsen leverde. Hij was niet verplicht knechten te houden. De gijzelkamer of maison d'arret ressorteerde onder het departementaal bestuur. Zij diende tot opsluiting van nalatige rekenplichtigen, achterstallige belastingbetalers of van gezeten burgers, die van misdaad werden verdacht, maar tegen wie nog geen apprehentie corporeel (inhechtenisneming) was verleend. Deze afdeling telde vier kamers, die overigens zelden alle bezet waren. Nog in de napoleontische tijd werden plannen uitgewerkt om de gevangenis op het stadhuis te doen inrichten als maison de police municipale, maison d'arret en maison de justice. De departementale gijzelkamer werd bestemd tot maison de correction voor kortgestraften. Misdadigers, berecht voor het Hof van Assizen, zouden worden opgesloten in het tuchthuis. Het Koninklijk Besluit van 4 november 1821 nr. 16 vereiste de oprichting in de hoofdplaatsen der provincies van burgerlijke en militaire huizen van verzekering. Door het verbouwen van het stadhuis in 1824 kon de gevangenis voor de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement Utrecht daar niet langer blijven. Het werd met het provoosthuis verenigd in het tuchthuis. Hiertoe was het tuchthuis uitgebreid met een deel van een kazerne, de zogenaamde Claasbarak. De aanwezige kriminele gevangenen bracht men over naar Den Bosch. De naam van het gewezen tuchthuis werd veranderd in verenigd huis van arrest en provoosthuis. Bij het Koninklijk Besluit van 27 juli 1839 kreeg deze gevangenis de naam van burgerlijk en militair huis van verzekering. In 1852 werd een aanvang gemaakt met de bouw van een cellulaire gevangenis. Tot dat einde was door het rijk het bolwerk Wolvenburg van de gemeente aangekocht voor de som van 14.000 gulden. De cellulaire gevangenis, voorlopig alleen bestemd voor veroordeelden tot eenzame opsluiting en voor gegijzelden om schulden, bevatte 116 cellen en werd op 1 juli 1856 in dienst gesteld. Het bouwvallig huis van burgerlijke en militaire verzekering zou nog slechts een paar jaren zijn tegenwoordige bestemming moeten dienen en dan vervangen worden door het aanbouwen van een vleugel bij de cellulaire gevangenis. Het politiehuis, bestemd als huis van bewaring van veroordeelden wegens overtredingen strafbaar gesteld in het vierde boek van de Code Pénal en in plaatselijke strafverordeningen, werd opgeheven bij beschikking van de minister van Justitie van 14 juni 1861, 4e afdeling nr. 132. In het huis van verzekering werden op last van de minister enige lokalen tot kantonnale gevangenis ingericht. Deze verandering voerde men in juli 1861 in. Opheffing van een aantal provinciale gerechtshoven en arrondissementsrechtbanken leidde er toe dat bij Koninklijk Besluit van 19 september 1877 nr. 24 het burgerlijk en militair huis van verzekering werd opgeheven en bestemd tot huis van arrest en huis van bewaring. Bij een volgend Koninklijk Besluit van 11 juni 1886 nr. 30 werd het huis van arrest en van bewaring huis van bewaring en de cellulaire gevangenis strafgevangenis en tevens hulphuis van bewaring. Op 1 november 1897 werd het nieuwe huis van bewaring gelegen aan de Gansstraat in gebruik genomen. Het oude gebouw werd overgedragen aan de gemeente Utrecht. In de periode 1940-1945 had de bezetter onder andere de gevangenis aan het Wolvenplein en het huis van bewaring aan de Gansstraat geannexeerd. Deze deden respektievelijk dienst als Deutsche Untersuchungs- und Strafgefängnis en Kriegswehrmachtgefängnis. Laatstgenoemde instelling ressorteerde onder de Wehrmacht, terwijl de overige gevangenissen binnen het ressort van de Duitse politie vielen. Na de laatste reorganisatie van het gevangeniswezen zijn in Utrecht gevestigd: het huis van bewaring aan het Wolvenplein en de psychiatrische observatiekliniek aan de Gansstraat. Deze laatste instelling is in 1949 opgericht en heeft formeel de status van huis van bewaring. Archief en inventarisatie In 1973 en 1974 werden de archieven van de strafinrichtingen te Utrecht, omvang 22 m, aan het Rijksarchief overgedragen door de geneesheer-direkteur van het selektie-instituut en de direkteur van het huis van bewaring I. In 1979 en 1982 werden circa 8 m aanvullende archiefbescheiden overgedragen. Deze aanvulling bestond voor een belangrijk deel uit archivalia over de periode 1945-1951. In dat laatste jaar vond er een reorganisatie van het gevangeniswezen in Utrecht plaats. Vooruitlopend op de uitvoering van de Beginselenwet gevangeniswezen van 21 december 1951 SB 596, kreeg de strafgevangenis aan het Wolvenplein in dat jaar reeds de status van huis van bewaring I. Het oorspronkelijke huis van bewaring aan de Gansstraat, voortaan huis van bewaring II genoemd, behield formeel deze status, maar funktioneerde vanaf 1949 al als psychiatrische observatiekliniek. De Gevangenismaatregel van 23 mei 1953 SB 237, voortvloeiende uit genoemde Beginselenwet, bevestigde de nieuwe situatie. Behalve een chronologisch vervolg bevatte de genoemde aanvulling ook een aantal archiefbescheiden, daterend vanaf 1866, die in de bestaande inventaris R18 zou moeten worden geïntegreerd. Dat zou betekenen dat de aanvullingen middels een a-nummering moesten worden ingevoegd. Hier werd om verschillende redenen van afgezien. De grote omvang van het in te voegen gedeelte resulteerde in dit geval bijvoorbeeld in nummers als 533-mm. Dit werd een minder fraaie oplossing geacht, die bovendien verwarrend op de raadpleger van de inventaris had kunnen overkomen. Ook bleek het aanvullende gedeelte in vele gevallen moeilijk in te passen in het indelingsschema van de bestaande inventaris. Bovendien werd, vooral door de omvang der aanvullingen, een duidelijker beeld verkregen van de archiefstruktuur van de Utrechtse strafinrichtingen. Een en ander had tot gevolg dat bij de samenstelling van de aanvullingsinventaris R51 in 1987 besloten werd om het gedeelte van inventaris R18 dat betrekking had op de strafinrichtingen te Utrecht in zijn geheel te herzien. De herinventarisatie ervan hield in dat er behalve een nieuwe ordening tevens een nieuwe nummering werd gemaakt. De oude nummering kwam te vervallen. De nieuwe inventaris R51-11 (p.49-70) onderscheidde het kollege van regenten, de direkteur van de strafgevangenis en de direkteur van het huis van bewaring als afzonderlijke archiefvormers. Dit in tegenstelling tot de oorspronkelijke inventaris R18, die het geheel van archieven gevormd door een toezichthoudend kollege en de instellingen binnen één gemeente beschouwde als één komplex. Binnen elk van de drie hierboven genoemde archieven werd een ordening aangebracht die in grote lijnen dezelfde was als die in inventaris R18. Dit wil zeggen een verdeling in algemeen en bijzonder en een nadere onderverdeling in hulpmiddelen voor de uitvoering van de taak en uitvoering van de taak. In 1988 is een tweede aanvulling overgedragen, betrekking hebbende op de periode 1942-1978. Deze aanvulling, omvang 1,3 m, bestond uit archiefbescheiden van de strafinrichtingen te Utrecht en had geen betrekking op de strafinrichtingen te Amersfoort, Rhenen en Wijk bij Duurstede. Tenslotte zijn in hetzelfde jaar door het Rijksarchief in Groningen verscheidene archiefstukken (omvang 0,2 m), die aangetroffen werden in de groningse gevangenisarchieven, aan het Rijksarchief overgedragen. De archiefbescheiden hadden betrekking op de periode dat de inrichting aan het Wolvenplein door de Duitse Wehrmacht in gebruik was als Kriegswehrmachtgefängnis, en zijn vermoedelijk in Groningen terecht gekomen doordat de commandant van de gevangenis bij zijn overplaatsing van Utrecht naar Groningen de stukken heeft meegenomen. Bij de samenstelling van de nieuwe aanvullingsinventaris R100 is besloten om deze tweede aanvulling met inventaris R51-11 te integreren tot een nieuwe inventaris 18-4. Dit zou wederom resulteren in een aanzienlijke hoeveelheid subnummers, zodat gedeeltelijk een nieuwe nummering gemaakt is: de inv.nrs. 1-260 bleven ongewijzigd, vanaf inv.nr. 261 is echter geheel opnieuw genummerd. Het indelingschema van de nieuwe inventaris is ten opzichte van de oude inventaris R51-11 verder gespecificeerd. De nieuwe inventaris onderscheidt het kollege van regenten 1814-1952(1976), de direkteur van de strafgevangenis aan het Wolvenplein 1856-1954, het huis van bewaring I aan het Wolvenplein 1951-1978, het huis van bewaring aan de Gansstraat 1858-[1969], vanaf 1953 huis van bewaring II en tevens (psychiatrische) observatiekliniek en de Kriegswehrmachtgefängnis aan de Gansstraat ca. 1942-1945. Deze onderverdeling is gebaseerd op de instelling van de huizen van bewaring I en II in 1949 en op het verkrijgen van de officiële status van beide instellingen door het van kracht worden van de Gevangenismaatregel van 1953. Daarnaast zijn de archiefbescheiden betreffende het functioneren van de strafinrichting aan de Gansstraat als Kriegswehrmachtgefängnis voor de Duitse Wehrmacht als apart onderdeel opgenomen, omdat het functioneren van de strafinrichting zich in die periode onderscheidt van andere fasen. Literatuur Eggink, J.W., De geschiedenis van het nederlandse gevangeniswezen Assen 1958. Graaff, S.A.L. de, Inventaris van de archieven van de toezichthoudende colleges over de gevangenissen in Alkmaar, Haarlem 1977 tweede uitgave. Hallema, A., Geschiedenis van het gevangeniswezen, ‘s Gravenhage 1958. Rijksen, R., Achter slot en grendel, Alphen aan de Rijn 1972. Hazewinkel-Suringa, D., Inleiding tot de studie van het nederlandse strafrecht, Haarlem 1968. <br/> Bewerkingsgeschiedenis Het archief van de strafinrichtingen te Utrecht is in 1979 beschreven in Inventarissen van de archieven van de toezichthoudende kolleges op de strafinrichtingen te Utrecht, Amersfoort, Rhenen en Wijk bij Duurstede 1811-1944 door W.B. Heins, als deel 18 in de serie gedrukte inventarissen van het Rijksarchief Utrecht. In 2001 is besloten het archief in een afzonderlijke toegang te beschrijven en de oorspronkelijke toegang te bewerken Utrecht, 2010 Inventaris 1. Archief van het college van regenten, 1814-1952 (1976) 1.1. Stukken van algemene aard 1.1.1. Notulen Notulen 1814-1927 22 delen en 1 omslag 1 1814-1822 1 omslag 2 1822-1824 3 1825-1826 4 1827-1828 5 1829-1833 6 1834-1841 7 1841-1848 8 1848-1853 9 1854-1856 10 1857-1860 11 1860-1862 12 1862-1866 13 1866-1873 14 1873-1889 15 1890-1899 16 1899-1904 17 1904-1909 18 1909-1913 19 1913-1916 20 1916-1919 21 1920-1922 22 1922-1925 23 1925-1927 Indices op de notulen 1823-1862 2 delen 24 1823-1828 25 1836-1862 26 Geheime notulen 1866-1941 1 omslag 1.1.2. Korrespondentie Ingekomen stukken 1825-1945 65 banden en 93 pakken 27 1825 28 1826 29 1827 30 1828 31 1829-1830 32 1831-1832 33 1833-1835 34 1836-1837 35 1838-1839 36 1840-1841 37 1842-1843 38 1844-1845 39 1846-1847 40 1848-1849 41 1850-1851 42 1852 43 1853 44 1854 45 1855 46 1856 jan.-juni 47 1856 juli-dec. 48 1857 jan.-juni 49 1857 juli-dec. 50 1858 jan.-juni 51 1858 juli-dec. 52 1859 jan.-juni 53 1859 juli-dec. 54 1860 jan.-juni 55 1860 juli-dec. 56 1861 jan.-juni 57 1861 juli-dec. 58 1862 jan.-juni 59 1862 juli-dec. 60 1863 61 1864 62 1865 63 1866 64 1867 65 1868 66 1869 67 1870 68 1871 69 1872 70 1873 71 1874 72 1875 73 1876 74 1877 75 1878 76 1879 77 1880 78 1881 79 1882 80 1883 81 1884 82 1885 83 1886 84 1887 85 1888 86 1889 87 1890 88 1891 89 1892 90 1893 91 1894 92 1895 93 1896 94 1897 jan.-juni 95 1897 juli-dec. 96 1898 jan.-juni 97 1898 juli-dec. 98 1899 jan.-juni 99 1899 juli-dec 100 1900 jan.-juni 101 1900 juli-dec. 102 1901 jan.-juni 103 1901 juli-dec 104 1902 jan.-juni 105 1902 juli-dec. 106 1903 jan.-juni 107 1903 juli-dec. 108 1904 jan.-juni 109 1904 juli-dec 110 1905 jan.-juni 111 1905 juli-dec. 112 1906 jan.-juni 113 1906 juli-dec. 114 1907 jan.-juni 115 1907 juli-dec. 116 1908 jan.-juni 117 1908 juli-dec. 118 1909 jan.-juni 119 1909 juli-dec. 120 1910 jan.-juni 121 1910 juli-dec. 122 1911 jan.-juni 123 1911 juli-dec. 124 1912 jan.-juni 125 1912 juli-dec. 126 1913 jan.-juni 127 1913 juli-dec. 128 1914 jan.-juni 129 1914 juli-dec. 130 1915 jan.-juni 131 1915 juli-dec. 132 1916 jan.-juni 133 1916 juli-dec. 134 1917 jan.-juni 135 1917 juli-dec. 136 1918 jan.-juni 137 1918 juli-dec. 138 1919 jan.-juni 139 1919 juli-dec. 140 1920 jan.-juni 141 1920 juli-dec. 142 1921 jan.-juni 143 1921 juli-dec. 144 1922 jan.-juni 145 1922 juli-dec. 146 1923 jan.-juni 147 1923 juli-dec. 148 1924 jan.-juni 149 1924 juli-dec. 150 1925 jan.-juni 151 1925 juli-dec. 152 1926 jan.-juni 153 1926 juli-dec. 154 1927 jan.-juni 155 1927 juli-dec. 156 1928 jan.-juni 157 1928 juli-dec. 158 1929 jan.-juni 159 1929 juli-dec. 160 1930 jan.-juni 161 1930 juli-dec. 162 1931 jan.-juni 163 1931 juli-dec. 164 1932 jan.-juni 165 1932 juli-dec. 166 1933 167 1934 168 1935 169 1936 170 1937 171 1938 172 1939 173 1940 jan.-juni 174 1940 juli-dec. 175 1941 jan.-juni 176 1941 juli-dec. 177 1942 jan.-juni 178 1942 juli-dec. 179 1943 jan.-juni 180 1943 juli-dec. 181 1944 jan.-juni 182 1944 juli-dec. 183 1945 jan.-juni 184 1945 juli-dec. 185 Agenda van ingekomen stukken 1814-1815 1 omslag 186 Agenda van ingekomen en uitgegane stukken 1816-1817 1 omslag Agenda's van ingekomen stukken 1863-1952 22 delen 187 1863-1867 188 1867-1873 189 1873-1878 190 1878-1888 191 1888-1890 192 1890-1894 193 1894-1898 194 1898-1900 195 1900-1903 196 1903-1905 197 1905-1908 198 1908-1911 199 1911-1914 200 1914-1916 201 1916-1919 202 1919-1921 203 1921-1923 204 1923-1925 205 1925-1927 206 1928-1930 207 1930-1934 208 1944-1952 Registers van afschriften van uitgegane stukken betreffende het huis van verzekering 1824-1885 8 delen 209 1824-1827 210 1829-1834 211 1835-1843 212 1843-1848 213 1849-1855 214 1855-1857 215 1857-1867 216 1867-1885 Registers van afschriften van uitgegane stukken betreffende de cellulaire gevangenis, het huis van bewaring en de strafgevangenis 1855-1940 14 delen 217 1855-1858 218 1858-1861 219 1861-1866 220 1866-1872 221 1872-1877 222 1877-1885 223 1885-1893 224 1893-1902 225 1902-1907 226 1907-1911 227 1911-1916 228 1916-1921 229 1922-1925 230 1926-1940 231 Minuten van uitgegane stukken 1940-1944 1 pak Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden Registers van afschriften van ingekomen missives houdende aanwijzingen voor de administratie 1906-1929 1 deel en 2 pakken 232 1906-1920 233 1920-1925 234 1925-1929 1 deel Doorslagen van antwoorden op ingekomen missives houdende aanwijzingen voor de administratie 1918-1942 4 delen en 6 pakken 235 1918-1919 1 deel 236 1919-1920 1 deel 237 1920-1921 1 deel 238 1921-1923 1 deel 239 1923-1924 240 1925-1926 241 1927-1929 242 1930-1933 243 1934-1939 244 1940-1942 Ingekomen geheime en minuten van uitgegane geheime stukken 1861-1941 2 pakken 245 1861-1909 246 1910-1941 1.1.3. Verslagen Jaarverslagen 1856-1939 5 pakken 247 1856-1870 248 1871-1875 249 1876-1884 250 1885-1901 251 1931-1939 1.2. Stukken betreffende bijzondere onderwerpen 1.2.1. Reglementen 252 Reglementen 1853-1976 1 pak 1.2.2. Personeel 253 Stukken betreffende benoeming, salariëring en instructies van de bewaarders, arts, organist, onderwijzer en godsdienstonderwijzers 1894-1926 1 omslag 254 Bewaarder bij het gevangeniswezen, uitgave van het Centraal wervings- en opleidingsinstituut van het gevangeniswezen en de psychopatenzorg, z.j. 1 stuk 1.2.3. Gevangenentransport 255 Kontrakten van aanbesteding van het leveren van de bespanning en besturing van het celrijtuig, met bijlagen 1896-1935 1 omslag 1.2.4. Arbeid 256 Tarief van de arbeidslonen voor de gevangenen 1886 1 katern 257 Verslag van de kommissie belast met een onderzoek naar de mate van conkurrentie van het gevangenenwerk met de arbeid in de vrije maatschappij 1897 1 deel Pagina's 1-82 ontbreken. NB 1.2.5. Medische verzorging Maandelijkse rapporten van zieke gevangenen en personeel 1883-1940 3 pakken 258 1883-1895 259 1896-1909 260 1910-1940 2. Archief van de directeur van de strafgevangenis aan het Wolvenplein, 1856-1954 2.1. Stukken van algemene aard 2.1.1. Notulen 261 Notulen van vergaderingen van de gestichtsraad 1925-1932 1 deel 2.2. Stukken betreffende bijzondere onderwerpen 2.2.1. Hulpmiddelen voor de uitvoering van de taak 2.2.1.1. Organisatie 262 Notulen van de vergadering van directeuren van strafgestichten over de positie van de colleges van regenten, gehouden op 9 december 1941 te 's-Gravenhage. Afschrift 2 stukken 263 Model van voorgedrukt briefpapier voor geïnterneerden van het Durchgangslager Amersfoort z.j. 1 stuk 2.2.1.2. Personeel Registers van aan personeel verstrekte dienstkleding 1903-1933 2 delen 264 1903-1925 265 1922-1933 266 Dienstrooster voor de bewaking van de Untersuchungs- en Strafgefängnis 1944 1 stuk 267 Arbeidsovereenkomsten tussen het departement van oorlog en bewaarders, administrateurs, fouriers en schrijvers die in funktie treden in de bewarings- en verblijfkampen voor politieke gevangenen 1945 1 pak Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 2.2.1.3. Gebouw en inrichting 268 Bestekken voor werkzaamheden aan de cellulaire gevangenis 1862, 1866 2 stukken 269 Register van ontvangen wapens en munitie voor het bewakingspersoneel 1904-1932 1 katern 270 Inventarissen, met instruktie voor het samenstellen daarvan 1921-1927 1 omslag 271 Voorraadboek 1921-1926 1 omslag 2.2.1.4. Archief 272 Instruktie inzake de bewaartermijnen van het archief, z.j. 1 stuk 2.2.1.5. Financiën 273 Journaal 1899-1902 1 deel Registers van inkomsten en uitgaven wegens door gevangenen gemaakte goederen 1908-1927 2 delen 274 1908-1911 275 1925-1927 276 Magazijnboek van door gevangenen gemaakte goederen 1908-1920 1 deel 277 Register van uitgaven wegens de huishoudelijke dienst 1927-1929 1 deel 2.2.2. Uitvoering van de taak 2.2.2.1. Registratie 2.2.2.1.1. Inschrijving 278 Inschrijvingsregister van mannelijke en vrouwelijke gevangenen in de cellulaire gevangenis 1856-1864 1 deel Inschrijvingsregisters van mannelijke gevangenen in de strafgevangenis 1856-1886 14 delen 279 1856-1857 280 1857-1858 281 1858-1860 282 1860-1861 283 1861-1865 284 1865-1869 285 1869-1872 286 1872-1874 287 1875-1877 288 1877-1878 289 1878-1880 290 1880-1881 291 1881-1883 292 1883-1886 Inschrijvingsregisters van vrouwelijke gevangenen in de strafgevangenis 1856-1884 5 delen 293 1856-1857 294 1857-1862 295 1862-1873 296 1873-1878 297 1878-1884 Inschrijvingsregisters van mannelijke en vrouwelijke gevangenen in de strafgevangenis (a-registers) 1884-1951 40 delen 298 1884-1886 299 1886-1887 300 1886-1887 301 1887 302 1888-1889 303 1889-1890 304 1890-1891 305 1891-1893 306 1893-1894 307 1894-1895 308 1895-1897 309 1897-1898 310 1898-1900 311 1900-1901 312 1901-1902 313 1902-1904 314 1904-1905 315 1905-1906 316 1906-1908 317 1908-1910 318 1910-1912 319 1912-1914 320 1914-1915 321 1915-1916 322 1916-1917 323 1917-1918 324 1918-1920 325 1920-1921 326 1921-1923 327 1923-1925 328 1925-1927 329 1927-1930 330 1930-1932 331 1940-1942 Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 332 1943 Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 333 1945-1946 Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 334 1946-1947 335 1947-1949 336 1949-1951 337 1951 Inschrijvingsregisters van gegijzelden wegens schulden 1860-1954 12 delen 338 1860-1862 339 1862-1866 340 1866-1887 341 1887-1898 342 1898-1917 343 1917-1922 344 1922-1925 345 1925-1926 346 1926-1928 347 1928-1929 348 1930-1932 349 1932-1954 Overlijdensregisters van gevangenen in de cellulaire gevangenis 1879-1928 2 delen 350 1879-1883 351 1884-1928 352 Inschrijvingsregister van kinderen die met de moeders zijn opgenomen in de strafgevangenis 1887-1908 1 deel 353 Inschrijvingsregister van gestrafte militairen door de krijgsraad 1940. Kopie 1 omslag Inschrijvingsregisters van voorlopig aangehoudenen in de strafgevangenis 1941-1945 2 delen 354 1941-1942 Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 355 1945 Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden Inschrijvingsregisters van politieke gevangenen in de strafgevangenis 1945- 1951 3 delen 356 1945 Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 357 1945-1947 Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 358 1947-1951 Indices op de inschrijvingsregisters van de strafgevangenis 1856-1932 10 delen De nummers in kolom A verwijzen naar inv.nrs. 279-330, die in kolom C (1888-1897) naar inv.nr. 677. NB 359 1856-1878 360 1879-1891 361 1891-1895 362 1895-1899 363 1902-1909 364 1910-1916 365 1916-1920 366 1920-1924 367 1924-1931 368 1932 369 Indices op de inschrijvingsregisters van politieke gevangenen in de strafgevangenis 1945-1947 1 deel Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 2.2.2.1.2. Bijzondere registratie 370 Stukken betreffende de overplaatsing van de gevangene J.H. Groos van de strafgevangenis van Breda naar Utrecht 1925-1926 1 omslag 371 Modellen van voorgedrukte formulieren voor de registratie van gevangenen van de Untersuchungs- en Strafgefängnis (ca. 1942) 1 omslag 372 Register houdende aantekeningen van bijzondere voorvallen in de strafgevangenis 1941-1963 1 deel Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 373 Register van de voor de duur van de gevangenschap in beslag genomen goederen van vrouwelijke gevangenen 1945 1 deel Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 2.2.2.2. Voorzieningen 2.2.2.2.1. Voeding 374 Register van verstrekte voeding aan gevangenen 1925-1928 1 deel 2.2.2.2.2. Kleding 375 Bestellijst voor kleding- en liggingstukken en andere goederen 1928 1 katern 2.2.2.2.3. Arbeid Registers van door gevangenen gemaakte goederen die afgeleverd worden aan departementen en rijksinstellingen 1909-1910 2 delen 376 1909 377 1910 Stukken betreffende de voorgenomen overbrenging van de bedrijven van het gesticht Amsterdam naar de strafgevangenis te Utrecht 1939-1940. Afschriften 2 stukken en 1 pak Op grond van de inhoud van de brief in inv.nr. 378 behoren de inv.nrs. 377-380 tot het archief van de strafinrichtingen Utrecht NB 378 Brief van het college van regenten over de gevangenissen te Amsterdam aan het departement van justitie 1940 379 Verzonden stukken door het college van regenten over de gevangenissen te Amsterdam aan het departement van Justitie betreffende de levering van materialen voor strafarbeid in de strafgevangenis te Amsterdam 1939-1940 1 pak 380 Brief van het college van regenten over de gevangenissen te Amsterdam aan de secretaris-generaal van het departement van Justitie over toezending van de uitslag van het examen van J.C. Berkel als meesterknecht bij de boekbinderij van de strafgevangenis te Amsterdam 1940 2.2.2.3. Speciale voorzieningen Registers van verleende ondersteuning van ontslagen gevangenen uit de strafgevangenis door het Nederlands genootschap tot zedelijke verbetering van gevangenen, afd. Utrecht 1900-1902 2 delen 381 1900-1901 382 1902 383 Verlofpassen van voorwaardelijke invrijheidgestelden 1905-1927 1 pak 384 Register van verleende bijzondere faciliteiten aan gevangenen 1921-1927 1 deel 385 Programma's van uitvoeringen en gezinsweken ten behoeve van de gevangenen 1946-1951 1 omslag 386 Register van verzonden brieven door gevangenen 1947-1952 1 deel 387 Register van de reclasseringsverenigingen waarbij de gevangenen zijn aangesloten 1948-1951 1 deel 3. Archief van de directeur van het Huis van Bewaring I aan het Wolvenplein, 1951-1978 3.1. Stukken van algemene aard 3.1.1. Notulen en agenda's 388 Agenda's van vergaderingen van de gestichtsraad 1972 1 omslag Notulen en agenda's van vergaderingen van de begeleidingscommissie 1976-1978 2 pakken 389 notulen 1976-1978 390 agenda's 1976-1978 391 Notulen van vergaderingen van de Raad van Overleg 1977 3 stukken 3.2. Stukken betreffende bijzondere onderwerpen 3.2.1. Hulpmiddelen voor de uitvoering van de taak 3.2.1.1. Reglementen 392 Huishoudelijk reglement voor het huis van bewaring, 1970, concept, 1976, en uittreksel, z.j. 3 stukken 393 Gevangenismaatregel van 23 mei 1953, gewijzigd in 1971 1 deeltje 3.2.1.2. Personeel 394 Interim-rapport personeel, uitgebracht door de commissie doelstelling en functie huis van bewaring 1975 1 deel 395 Notulen van vergaderingen van de dienstcommissie van het huis van bewaring I 1976-1978 3 stukken 3.2.1.3. Arbeid 396 Selectieregister van mannelijke gevangenen voor gemeenschappelijk werk, opgesteld door de gestichtsraad 1970-1972 1 deel 3.2.2. Uitvoering van de taak 3.2.2.1. Registratie 3.2.2.1.1. Inschrijving Inschrijvingsregisters voor de bevolking van het huis van bewaring I (A-registers) 1955-1971 11 delen 397 1955 feb.-1957 juli 398 1957 juli-1959 jan. 399 1959 jan.-1960 juli 400 1960 juli-1962 juli 401 1962 juli-1963 nov. 402 1963 nov.-1964 aug. 403 1964 aug.-1965 juli 404 1965 jul.-1967 mrt. 405 1967 mrt.-1968 juli 406 1968 juli-1969 dec. 407 1969 dec.-1971 sep. Inschrijvingsregisters voor de bevolking van het huis van bewaring I, uitgezonderd de voorlopig aangehoudenen (B-registers) 1951-1966 6 delen 408 1951 aug.-1954 mei 409 1954 mei-1956 nov. 410 1956 nov.-1959 apr. 411 1959 apr.-1961 juli 412 1961 juli-1963 nov. 413 1963 nov.-1966 juni Inschrijvingsregisters van de voorlopig aangehoudenen in het huis van bewaring I (C-registers) 1951-1970 9 delen 414 1951 aug.-1952 sep. 415 1952 sep.-1954 aug. 416 1954 aug.-1956 okt. 417 1956 okt.-1959 feb. 418 1959 feb.-1961 feb. 419 1961 feb.-1963 juni 420 1963 juni-1966 jan. 421 1966 feb.-1968 apr. 422 1968 apr.-1970 mei Indices op de inschrijvingsregisters van het huis van bewaring I 1951-1974 4 delen en 1 pak In inv.nr. 423 ontbreekt de index op de letters A t/m D NB 423 1951-1955 (pak) 424 1956-1957 425 1959-1960 426 1960-1961 427 1970-1974 4. Archief van de directeur van het huis van bewaring aan de Gansstraat, 1858-[1969], vanaf 1953 Huis van Bewaring II en tevens observatiekliniek 4.1. Stukken van algemene aard 4.1.1. Korrespondentie Registers van afschriften van uitgegane stukken van de direkteur 1870-1928 9 delen 428 1870-1901 429 1901-1906 430 1906-1911 431 1911-1916 432 1916-1918 433 1919-1922 434 1922-1925 435 1925-1927 436 1927-1928 437 Ingekomen jaarverslag van de commissie van Toezicht bij de Psychiatrische Observatiekliniek van het Gevangeniswezen en het Selectie Instituut voor ter beschikking van de regering gestelden te Utrecht over 1968, en een overzicht van het vijftienjarig bestaan van de commissie, [1969] 2 stukken 4.1.2. Verslagen Maandrapporten van de direkteur 1883-1940 3 pakken 438 1883-1894 439 1895-1915 440 1916-1940 441 Jaarverslagen van de direkteur 1961-1974 1 omslag 4.2. Stukken betreffende bijzondere onderwerpen 4.2.1. Hulpmiddelen voor de uitvoering van de taak 4.2.1.1. Reglementen 442 Reglement van het gesticht (ca. 1935). Concept 1 omslag 4.2.1.2. Personeel 443 Conduitestaten van het personeel 1897-1925 1 pak 4.2.1.3. Gebouw en inrichting 444 Bestek voor het bouwen van een vrouwenafdeling in het huis van bewaring 1866 1 stuk Inventarissen van het meubilair van het huis van bewaring 1865-1926 3 delen 445 1865-1868 446 1924-1925 447 1926 4.2.1.4. Financiën Registers van ontvangsten en uitgaven voor de verzorging van gevangenen die zijn toegelaten tot de pistole 1888-1940 3 delen 448 1888-1914 449 1914-1917 450 1925-1940 Registers van inkomsten en uitgaven wegens door gevangenen gemaakte goederen 1902-1941 3 delen 451 1902-1925 452 1906-1911 453 1926-1941 4.2.2. Uitvoering van de taak 4.2.2.1. Registratie 4.2.2.1.1. Inschrijving 454 Inschrijvingsregister van mannelijke gevangenen in het huis van justitie 1859-1876 1 deel Inschrijvingsregisters van mannelijke gevangenen in het huis van arrest 1858- 1887 3 delen 455 1858-1867 456 1867-1877 457 1877-1887 458 Inschrijvingsregister van vrouwelijke gevangenen in het huis van arrest 1877-1887 1 deel Inschrijvingsregisters van mannelijke en vrouwelijke gevangenen in het huis van bewaring, uitgezonderd de voorlopig aangehoudenen (B-registers) 1888-1958 169 delen Vanaf 1952 inschrijvingsregisters voor de bevolking van het huis van bewaring II NB 459 1888 jan.- 1888 juni 460 1888 juni- 1888 okt. 461 1888 okt.- 1889 jan. 462 1889 jan.- 1889 apr. 463 1889 apr.- 1889 juli 464 1889 juli- 1889 okt. 465 1889 okt.- 1890 febr 466 1890 febr.- 1890 juli 467 1890 juli- 1890 nov. 468 1890 nov.- 1891 mrt. 469 1891 mrt.- 1891 juli 470 1891 juli- 1891 sept 471 1891 sept.- 1891 dec. 472 1891 dec.- 1892 mrt. 473 1892 mrt.- 1892 juli 474 1892 juli- 1892 okt. 475 1892 nov.- 1893 jan. 476 1893 jan.- 1893 febr 477 1893 febr.- 1893 mei 478 1893 mei-1893 aug. 479 1893 aug.- 1893 nov. 480 1893 nov.- 1894 jan. 481 1894 jan.- 1894 mrt. 482 1894 mrt.- 1894 juni 483 1894 juni- 1894 sept 484 1894 sept.- 1894 nov. 485 1894 nov.- 1895 jan. 486 1895 jan.- 1895 mrt. 487 1895 mrt.- 1895 juli 488 1895 juli- 1895 okt. 489 1895 okt.- 1895 dec. 490 1895 dec.- 1896 febr 491 1896 febr.- 1896 juni 492 1896 juni- 1896 sept 493 1896 sept.- 1896 nov. 494 1896 nov.- 1897 jan. 495 1897 jan.- 1897 mrt. 496 1897 mrt.- 1897 juni 497 1897 juli- 1897 nov. 498 1897 nov.- 1898 jan. 499 1898 jan.- 1898 febr 500 1898 febr.- 1898 apr. 501 1898 apr.- 1898 juni 502 1898 juli- 1898 sept 503 1898 sept.- 1898 dec. 504 1898 dec.- 1899 apr. 505 1899 apr.- 1899 aug. 506 1899 aug.- 1899 nov. 507 1899 nov.- 1900 febr 508 1900 febr.- 1900 mei 509 1900 juni- 1900 sept 510 1900 sept.- 1900 dec. 511 1900 dec.- 1901 apr. 512 1901 apr.- 1901 juli 513 1901 juli- 1901 sept 514 1901 sept.- 1901 dec. 515 1901 dec.- 1902 febr 516 1902 febr.- 1902 mei 517 1902 mei- 1902 juli 518 1902 juli- 1902 sept 519 1902 okt.- 1902 dec. 520 1902 dec.- 1903 apr. 521 1903 apr.- 1903 juli 522 1903 juli- 1903 sept 523 1903 sept.- 1903 dec. 524 1903 dec.- 1904 mrt. 525 1904 mrt.- 1904 sept 526 1904 apr.- 1904 juli 527 1904 sept.- 1904 nov. 528 1904 nov.- 1905 jan. 529 1905 jan.- 1905 apr. 530 1905 apr.- 1905 juli 531 1905 juli- 1905 okt. 532 1905 okt.- 1906 jan. 533 1906 jan.- 1906 apr. 534 1906 apr.- 1906 aug. 535 1906 aug.- 1906 nov. 536 1906 nov.- 1907 febr 537 1907 febr.- 1907 juni 538 1907 juni- 1907 okt. 539 1907 okt.- 1908 jan. 540 1908 jan.- 1908 apr. 541 1908 apr.- 1908 juli 542 1908 juli- 1908 okt. 543 1908 okt.- 1908 dec. 544 1908 dec.- 1909 mrt. 545 1909 mrt.- 1909 juni 546 1909 juni- 1909 okt. 547 1909 okt.- 1910 febr 548 1910 febr.- 1910 mei 549 1910 mei- 1910 aug. 550 1910 aug.- 1910 dec. 551 1910 dec.- 1911 mrt. 552 1911 mrt.- 1911 juni 553 1911 juni- 1911 okt. 554 1911 okt.- 1912 febr 555 1911 febr.- 1912 juni 556 1912 juni- 1912 nov. 557 1912 nov.- 1913 mrt. 558 1913 mrt.- 1913 sept 559 1913 sept.- 1914 jan. 560 1914 jan.- 1914 apr. 561 1914 apr.- 1914 sept 562 1914 sept.- 1915 jan. 563 1915 jan.- 1915 apr. 564 1915 apr.- 1915 sept 565 1915 sept.- 1916 jan. 566 1916 jan.- 1916 mei 567 1916 mei- 1916 sept 568 1916 sept.- 1917 jan. 569 1917 jan.- 1917 mei 570 1917 mei- 1917 nov. 571 1917 nov.- 1918 juli 572 1918 juli- 1919 sept 573 1919 sept.- 1920 febr 574 1920 febr.- 1920 sept 575 1920 sept.- 1921 mei 576 1921 mei- 1922 febr 577 1922 febr.- 1922 dec. 578 1922 dec.- 1923 sept 579 1923 okt.- 1924 juni 580 1924 juni- 1925 mei 581 1925 mei- 1926 mei 582 1926 mei- 1927 apr. 583 1927 mei- 1928 okt. 584 1928 okt.- 1930 juni 585 1930 juni- 1931 sept 586 1931 sept.- 1932 apr. 587 1932 apr.- 1932 dec. 588 1932 dec.- 1933 mrt. 589 1933 mrt.- 1933 aug. 590 1933 aug.- 1933 dec. 591 1933 dec.- 1934 febr 592 1934 febr.- 1934 mei 593 1934 mei- 1934 juli 594 1934 juli- 1935 jan. 595 1935 jan.- 1935 apr. 596 1935 apr.- 1935 aug. 597 1935 aug.- 1935 nov. 598 1935 nov.- 1936 febr 599 1936 febr.- 1936 mei 600 1936 mei- 1936 aug. 601 1936 aug.- 1937 jan. 602 1937 jan.- 1937 mei 603 1937 mei- 1937 sept 604 1937 sept.- 1937 dec. 605 1937 dec.- 1938 febr 606 1938 febr.- 1938 mei 607 1938 mei- 1938 sept 608 1938 sept.- 1938 dec. 609 1938 dec.- 1939 mrt. 610 1939 mrt.- 1939 mei 611 1939 mei- 1939 aug. 612 1939 aug.- 1939 nov. 613 1939 nov.- 1940 febr 614 1940 febr.- 1940 mei 615 1940 mei- 1940 sept Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 616 1940 sept.- 1941 apr. Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 617 1941 apr.- 1941 okt. Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 618 1941 okt.- 1942 mei Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 619 1942 mei- 1942 juni Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 620 1945 mei- 1947 apr. 621 1947 apr.- 1948 mei 622 1948 mei- 1949 mei 623 1949 mei- 1950 juni 624 1950 juni- 1952 jan. 625 1952 jan.- 1953 juli 626 1953 juli- 1954 juli 627 1954 juli- 1955 okt. 628 1955 okt.- 1957 apr. 629 1957 apr.- 1958 dec. Inschrijvingsregisters van de voorlopig aangehoudenen in het huis van bewaring (C- registers) 1888-1960 47 delen Deze voorlopig aangehoudenen werden later overgebracht naar het huis van bewaring. Vanaf 1952 inschrijvingsregisters voor de bevolking van het huis van bewaring II NB 630 1888 jan.- 1889 nov. 631 1889 nov.- 1891 okt. 632 1891 okt.- 1893 apr. 633 1893 apr.- 1894 mei 634 1894 mei- 1895 apr. 635 1895 apr.- 1895 dec. 636 1895 dec.- 1896 nov. 637 1896 nov.- 1897 dec. 638 1897 dec.- 1898 dec. 639 1898 dec.- 1900 febr 640 1900 febr.- 1900 dec. 641 1900 dec.- 1901 aug. 642 1901 aug.- 1902 juni 643 1902 juni- 1903 mrt. 644 1903 mrt.- 1904 jan. 645 1904 jan.- 1904 okt. 646 1904 okt.- 1905 juni 647 1905 juni- 1906 mrt. 648 1906 mrt.- 1906 okt. 649 1906 okt.- 1907 juni 650 1907 juni- 1907 dec. 651 1907 dec.- 1908 juli 652 1908 juli- 1909 febr 653 1909 febr.- 1910 sept 654 1910 sept.- 1913 apr. 655 1913 apr.- 1915 okt. 656 1915 okt.- 1917 febr 657 1917 febr.- 1918 juni 658 1918 juni- 1920 apr. 659 1920 apr.- 1922 aug. 660 1922 sept.- 1925 jan. 661 1925 jan.- 1928 febr 662 1928 febr.- 1931 mei 663 1931 mei- 1934 febr 664 1934 febr.- 1936 mrt. 665 1936 mrt.- 1937 okt. 666 1937 okt.- 1939 nov. 667 1939 nov.- 1941 juni Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 668 1942 mrt.- 1942 nov. Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 669 1945 mei- 1946 jan. Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 670 1946 jan.- 1946 sept 671 1946 sept.- 1947 mei 672 1947 mei- 1948 jan. 673 1948 jan.- 1948 okt. 674 1948 okt.- 1949 sept 675 1949 sept.- 1951 jan. 676 1951 jan.- 1960 dec. 677 Inschrijvingsregister van de voorlopig aangehoudenen in het huis van bewaring (C-register) 1888-1897 1 deel Deze voorlopig aangehoudenen werden later overgebracht naar de strafgevangenis. Voor een indez, zie nrs. 360-362. NB Inschrijvingsregisters van gevangenen per cel 1890-1928 8 delen 678 1890-1895 679 1892-1898 680 1895-1901 681 1899-1905 682 1902-1911 683 1903-1911 684 1908-1918 685 1916-1928 686 Inschrijvingsregister van kinderen die met de moeders zijn opgenomen in het huis van bewaring 1888-1905 1 deel 687 Inschrijvingsregister van gevangenen in het huis van bewaring II (A-register) 1955-1960, tevens dienende als inschrijvingsregister van politieke gevangenen, 1947-1948 1 deel Indices op de inschrijvingsregisters van het huis van bewaring 1891-1954 30 delen Vanaf 1952 index op het inschrijvingsregister van het huis van bewaring II NB 688 1891-1893 689 1893-1895 690 1895-1897 691 1897-1899 692 1900-1901 693 1902 694 1903-1904 695 1904-1906 696 1906-1908 697 1908-1910 698 1911-1913 699 1913-1915 700 1915-1917 701 1917-1920 702 1921-1924 703 1925-1928 704 1929-1933 705 1933-1934 706 1935 707 1936 708 1937 709 1938 710 1939 711 1940 712 1945-1946 713 1947-1948 714 1949 715 1950 716 1951 717 1952-1954 4.2.2.1.2. Bijzondere registratie 718 Verzoeken aan de directeur van het huis van bewaring tot internering van personen, met name voor ter beschikking stelling van de Sicherheitsdienst en Sicherheitspolizei 1940 1 pak Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 719 Register van dagelijkse aantekening van de sterkte der bevolking en van de daarin plaats gehad hebbende bewegingen van het huis van bewaring II over 1962-1964 1 deel 4.2.2.2. Voorzieningen 4.2.2.2.1. Voeding 720 Kontrakten van aanbesteding van de levering van voedingsartikelen, met bijlagen 1932-1939 1 omslag 4.2.2.2.2. Kleding Magazijnboeken van kleding- en liggingstukken en nieuw ijzer-, blik- en borstelwerk 1922-1930 2 delen 721 1922-1926 722 1926-1930 723 Kontrakten van aanbesteding van de bewassing van kleding- en liggingstukken, met bijlagen 1930-1938 1 omslag 4.2.2.2.3. Arbeid 724 Magazijnboek van goederen ter bewerking ontvangen van partikulieren 1907-1913 1 deel 4.3. Gedeponeerde stukken 725 Stukken betreffende de administratie van leden van de vereniging van direktieambtenaren van straf- en aanverwante gestichten in Nederland 1948 1 omslag De direkteur van het huis van bewaring, Postma, was sekretaris van deze vereniging NB 5. Archief van de Kriegswehrmachtgefängnis aan de Gansstraat, ca. 1942-1945 5.1. Hulpmiddelen voor de uitvoering van de taak 5.1.1. Organisatie 726 Gesichtspunkte für den Aufbau und die Führung von Kriegsgefangenen-Arbeitslagern door Albrecht, (ca. 1942), en Kurze Übersicht über Organisation und Aufgaben des Wehrmachtstrafvollzuges, der Bewährungstruppe sowie der Sondereinheiten des Heeres, 1943 1 omslag Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 5.1.2. Reglementen 727 Reglementen, richtlijnen en modellen van voorgedrukte formulieren voor de behandeling van gevangenen in Kriegswehrmachtgefängnissen (ca. 1943) 1 pak Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 728 Dienstreglementen voor de Kriegswehrmachtgefängnissen te Utrecht en Den Haag (ca. 1943) 1 omslag Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 729 Reglementen en richtlijnen voor gevangenen van de Wehrmachtgefängnis te Torgau (Duitsland) (ca. 1944) 1 omslag 730 Alarmordnung bij overvallen 1944 1 omslag Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 5.1.3. Personeel 731 Staat van toezichthoudend personeel 1944 1 stuk Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 5.1.4. Gevangenentransport 732 Ingekomen stukken bij Hauptmann [Heinrich] Niekamp over het transport van gevangenen 1944 1 omslag Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 5.2. Uitvoering van de taak 5.2.1. Registratie 5.2.1.1. Inschrijving 733 Inschrijvingsregister van in hechtenis genomen militairen van de Duitse Wehrmacht 1942-1944 1 deel Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 734 Inschrijvingsregister van gestrafte militairen van de Duitse Wehrmacht 1942-1944 1 deel Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 5.2.1.2. Bijzondere registratie 735 Modellen van voorgedrukte formulieren voor de registratie van gevangenen (ca. 1944) 1 omslag Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 736 Ingevulde formulieren betreffende gevangenen 1943-1945 1 omslag Tweede Wereldoorlog Thema trefwoorden 6. Documentatie 737 K. Roder, Een stem uit Baden over gevangenishervorming in Nederland (z.p., 1858) 1 stuk 738 Statistiek van het rijkstucht en -opvoedingswezen, uitgave van het CBS 1908 1 stuk 739 Politieblad voor het bevrijde Nederlandse gebied, nrs. 1 en 2 1945 2 stukken 740 Opsporingslijst van politieambtenaren 1945 1 stuk 741 Algemeen politieblad van het koninkrijk der Nederlanden, 95 (1946)-96 (1947) 1 pak Inkompleet NB 742 Opsporingsblad, 2 (1948), nrs. 51-53 3 stukken 743 Ontwerpschetsen van een embleem voor het gevangeniswezen z.j. 3 stukken Bijlagen Concordantie op inv.nrs. 1-536 in Inventarissen van de archieven van de toezichthoudende kolleges op de strafinrichtingen te Utrecht, Amersfoort, Rhenen en Wijk bij Duurstede 1811-1944 door W.B. Heins Concordantie op inv.nrs. 1-673 in Aanvullingen op de inventarissen 1-50 door WJ.H.M. Janssen (51-11)

Archieven

2 scans van stukken

Ga naar