58 Staten van Utrecht landsheerlijke tijd 1375 1581 A.S. Stapel 58 Staten van Utrecht landsheerlijke tijd Het Utrechts Archief Toegangstitel Inventaris van het archief van de Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd 1375-1581 Auteur A.S. Stapel Datering toegang 1986 Datering bewerking 2011 Openbaarheid Volledig openbaar Rechtstitel Overbrenging van een overheidsarchief 1.1.1 Vóór 1795 Rubrieken Algemeen bestuur en Politiek Categorie Inleiding Het ontstaan van de Staten van Utrecht Literatuur over de Staten van Utrecht en meer in het algemeen over de in deze inleiding aangesneden onderwerpen: D.Th. Enklaar, De stichtse landbrief van 1375. Meded. Kon. Academie van Wetenschappen, nieuwe reeks dl. 13, 8. (Amsterdam, 1950); A.J. Maris, Van voogdij tot maarschalkambt. Bijdrage tot de geschiedenis der Utrechts-bisschoppelijke staatsinstellingen, voornamelijk in het Nedersticht (Utrecht, 1954); E.T. Suir, 'Bisschop Jan van Virneburg en de Utrechtse kapittels, 1364-1371', in: Jaarboek Oud-Utrecht, 1981, blz. 85-100; C. Dekker, Het Kromme Rijngebied in de middeleeuwen. Een institutioneel-geografische studie (Zutphen, 1983); P.W.A. Immink, De wording van Staat en souvereiniteit in de middeleeuwen (Utrecht, 1942); J.G. Avis, De directe belastingen in het Sticht aan deze zijde van de IJssel tot 1528. Bijdr. Inst. voor middeleeuwse geschiedenis, dl. 15. (Utrecht, 1930); C.A. van Kalveen, Het bestuur van bisschop en Staten in het Nedersticht, Oversticht en Drenthe, 1483-1520 (Assen, 1974) NB Het ontstaan van een standenvertegenwoordiging is een algemeen verschijnsel in het Europa van de late middeleeuwen, een periode waarin de macht van de vorst beperkt werd door het optreden van zijn gezamenlijke onderdanen: de Statenvergadering. In de manier waarop de nieuwe vorst zijn intrede deed en vorst en onderzaten zich onderling verbonden, spiegelden zich de staatsrechtelijke verhoudingen welke in het betrokken territorium op een gegeven tijdstip heersten. De bisschop van Utrecht werd in oorsprong met raad en daad bijgestaan door zijn clerus et populus. In de praktijk waren dit de voornaamste geestelijken-dat wil zeggen de geestelijkheid van de vijf kapittels-en de belangrijke leen- en dienstmannen van de bisschop, de nobiles en ministeriales. Deze groep vormde de "grote raad" van de bisschop. Al in de loop van de 12e en 13e eeuw verdwenen, om verschillende redenen, de edelen uit deze raad en bleven de ministerialen en geestelijken over. De ministerialen gingen de ridderschap vormen. Hoewel deze twee groepen in theorie de vertegenwoordigers waren van twee verschillende standen, waren zij in de praktijk vaak nauw verbonden door de vele persoonlijke verwantschappen over en weer. In de loop van de 13e en 14e eeuw nam hun macht toe. Geheel afhankelijk van de omstandigheden konden de kapittels zich bij de bisschop aansluiten of zich tegen hem verzetten. In dat laatste geval zochten zij steun bij de ridderschap of bij een derde faktor in het geheel: de autonoom en machtig geworden stad Utrecht. Meer en meer traden de drie "standen" ook gezamenlijk op. De "grote raad" van de bisschop was langzaamaan een onafhankelijke Statenvergadering geworden, die het zich kon permitteren om vaker tegenover dan naast de bisschop te staan. Het kerkelijk vorstendom Utrecht kende zeker sinds de 14e eeuw, wanneer een nieuwe bisschop zijn intrede deed, naast een kerkelijke ook een wereldlijke procedure van "inwijding". De kerkelijke procedure had als hoogtepunt de intronisatie van de bisschop of elekt in de domkerk. Hieraan vooraf ging de aflegging van de zogenaamde generale eed door de nieuwe bisschop in handen van de domdeken ten overstaan van de leden van de vijf kapittels. Deze eedsaflegging gebeurde in de vergadering van geestelijken omdat deze het recht van de bisschopsvoordracht bezat en sede vacante het bisdom bestuurde. In de 14e eeuw was het bovendien gewoonte geworden om vooral ten aanzien van het wereldlijk bestuur aan de generale eed bijzondere, afzonderlijk te bezweren zinsneden toe te voegen: de zogenaamde partikuliere artikelen. Op grond hiervan konden de onderzaten van de vorst de naleving van bepaalde politieke toezeggingen afdwingen. Na afloop van de beëdiging door de vijf kapittels werden de vertegenwoordigers van de wereldlijke onderzaten van de bisschop, die zich tijdens de kerkelijke procedure in afzonderlijke kamers hadden opgehouden, toegelaten tot de vergaderzaal, waarop de bisschop of elekt in aanwezigheid van de drie Staten de eed op zowel de generale als de partikuliere artikelen aflegde. Een voorbeeld van de steeds sterker wordende positie van de onderzaten is de concordantie van 11 mei 1364, waarin de vijf kapittels al hun privileges uitvoerig opsommen en waarin de rechtsregels worden beschreven waaraan de bisschop zich te houden heeft. Dit alles om hun houding te bepalen tegenover de nieuwe bisschop Jan van Virneburg bij wiens pauselijke benoeming zij niets in te brengen hadden gehad. Een week nadat de kapittels deze overeenkomst hadden gesloten, sloot het bestuur van de stad Utrecht zich hierbij aan, later nog gevolgd door de stad Amersfoort. Deze gezamenlijke opstelling van de kapittels en de stad Utrecht werd vastgelegd in een oorkonde, overdracht of composicio genoemd. Jan van Virneburg, een in vergelijking met zijn voorganger Jan van Arkel niet erg krachtige persoonlijkheid, zag zich genoodzaakt zowel de concordantie als de composicio te bezweren bij de inbezitneming van zijn bisdom. De kapittels en de stad hadden met succes munt weten te slaan uit de zwakte van de nieuwe kerkvorst. Ook de ridderschap liet zich niet onbetuigd: in 1366 traden ridderschap en kapittels met succes gezamenlijk op bij de vaststelling van de bepalingen van een nieuw muntverdrag. In 1375 legden kapittels, steden en ridderschap aan bisschop Arnold van Hoorn, toen hij zijn onderzaten om een bede kwam vragen, de zogenaamde Landbrief voor. Hierin waren opnieuw een aantal rechtsregels op het gebied van de financiën, geestelijke en wereldlijke rechtspraak en bestuur vastgelegd, waaraan de bisschop zich te houden had. Arnold van Hoorn kon niet anders dan de oorkonde bekrachtigen. Ondanks soms tegenstrijdige belangen merkten de onderzaten dat samenwerking positieve resultaten kon opleveren in de kompetentiestrijd met de landsheer en voortaan zou de Landbrief aan de nieuwe landsheren-bisschoppen bij hun intrede ter bekrachtiging worden voorgelegd. De Landbrief is wel het beginpunt van de Staten van Utrecht genoemd. Het verdient echter de voorkeur deze oorkonde slechts als een markant punt in de ontstaansgeschiedenis van de Staten te beschouwen. Organisatie In de Utrechtse Statenvergadering kompareerden drie standen. De eerste stand werd gevormd door de geestelijkheid van de vijf Utrechtse kapittels: het domkapittel en de kapittels van Oudmunster, S. Pieter, S. Jan en S. Marie. De geestelijkheid van abdijen en kloosters werd niet ter vergadering beschreven. Alle kapittelleden hadden recht op beschrijving. Uit een beschrijvingslijst uit het midden van de 16e eeuw blijkt dat aen die vijff goetshuysen elck enen brief, te weten van elck van de vijff goitshuysen die prelaet met twee van de oudste capittularen 1 een beschrijving werd gedaan. Toen werd dus blijkbaar al niet meer iedereen daadwerkelijk beschreven, maar sinds wanneer dit gebruik is ingevoerd weten wij niet. In het midden van de 16e eeuw waren het steeds maximaal 15 geestelijken die aan de vergaderingen deelnamen. Meestal waren het er minder. 1 RAU, Hof van Utrecht, nr. 9-1 f° 3. Voetnoot De tweede stand werd gevormd door de ridderschap. De ridderschap vertegenwoordigde het platteland, maar was overigens weinig georganiseerd. Wat aanvankelijk het criterium voor beschrijving is geweest is onduidelijk. Mogelijk werd een ieder die als "riddermatig" bekend stond ter vergadering beschreven. Bij de bezegeling van de Landbrief in 1375 waren 37 ridders en knapen aanwezig en waarschijnlijk was met dit aantal het belangrijkste deel van de ridderschap present. In de meeste gevallen zal een kleiner aantal aanwezig zijn geweest, afhankelijk van het belang of de aard van de agendapunten. In de 16e eeuw hadden die edelen recht op beschrijving, die in het bezit waren van een Stichtse ridderhofstad. Zij kwamen toen niet langer op persoonlijke titel. In de zogenaamde Verbandbrief van 1512 werd bepaald dat bezitters van een ridderhofstad vrijdom van belasting van huisgeld en bieraccijns zouden genieten. In de Verbandbrief moest daarom een omschrijving van een ridderhofstad worden gegeven. Deze leidde er echter toe dat zo veel mensen belastingvrijdom gingen pretenderen, dat in 1536 het begrip ridder-hofstad opnieuw gedefinieerd moest worden. Op grond van deze nieuwe definitie werd het aantal op 38 gefixeerd en daarmee werd eveneens het aantal edelen dat ter Statenvergadering werd beschreven vastgelegd. In de loop van de jaren werd het aantal overigens weer uitgebreid tot 55. Stad en steden vormden het derde lid van de Staten. De stad Utrecht, in de benaming "stad en steden" al duidelijk onderscheiden van de rest, nam de dominerende positie in. De "kleine steden" waren aanvankelijk alleen Amersfoort en Rhenen. Afgevaardigden uit deze steden waren al aanwezig bij de bezegeling van de Landbrief in 1375. Nadat Jacob van Gaasbeek door bisschop Rudolf van Diepholt was gedwongen om de heerschappij van Wijk en van het kasteel Duurstede over te geven aan de bisschop, vermeerderde deze daarop de stadsprivileges van Wijk met de bepaling dat dieselve onse stede van Wijck wesen sall een lit onss gestichte van Utrecht in mate onssen anderen steden. 1 Sinds 1459 behoorde zo ook Wijk bij Duurstede tot de "kleine steden", waar in 1536 nog Montfoort aan werd toegevoegd. 1 C. Dekker, Het Kromme Rijngebied in de middeleeuwen, 401. Voetnoot De Staten kwamen bijeen wanneer er kwesties waren die om gezamenlijke besluitvorming vroegen. Dit was altijd het geval wanneer door de landsheer een bede werd gevraagd. Sinds het einde van de 15e eeuw, vooral sinds de Stichtse oorlog van 1481-1483 en de IJsselsteinse oorlog van 1511, raakte het Sticht in een steeds benarder financiële situatie. De beden namen zienderogen toe in omvang en frekwentie, vooral vanaf het moment dat het Sticht tot het Habsburgse rijk ging behoren en de internationale politiek aan den lijve ondervond. Met het toenemen van de beden zal ook het aantal Statenvergaderingen zijn gestegen. In het midden van de 16e eeuw lag het gemiddeld aantal vergaderingdagen op 27 per jaar. Omdat één vergadering meestal twee a drie dagen duurde, zal het aantal vergaderingen toen dus ongeveer elf zijn geweest. De vergaderingen werden aanvankelijk (dat wil zeggen voor 1528) gehouden in het groot kapittel huis van de dom en stonden onder presidium van de domdeken. Deze deed eveneens de beschrijvingen. Voor de sekretariaatswerkzaamheden konden de Staten gebruik maken van de notarissen van de dom. In een getuigenverklaring, die werd afgelegd in het begin van de 16e eeuw in het kader van een verzoek om betaling, werd beweerd dat het altijd zo was geweest dat zoe wie secretaris was van den dom was oock secretaris van den drye staten ende als die staten in 't groet cappittelhuys waren vergadert screef die secretaris van den dom tgene die staten overqamen. De sekretaris kon zelfs ten behoeve van de Staten nog kopiisten aan het werk zetten. 1 Blijkbaar waren de werkzaamheden van de sekretaris ten behoeve van de Staten inmiddels zo toegenomen dat de kwestie rees wie daar nu voor moest betalen. 1 RAU, dom, nr. 4329. Voetnoot De Staten voerden het bestuur door middel van "deputaties", kommissies ad hoc, samengesteld voor de afhandeling van alle mogelijke zaken zoals het innen en uitgeven van gelden, het opmaken van rekeningen of het onderhandelen in het buitenland. Als de deputatie optrad in kontakten met derden, kreeg zij een lastbrief, een "instruktie" van haar opdrachtgevers; soms hield de instruktie een volmacht in. Was de kwestie afgerond dan werd de deputatie opgeheven en werden de gedeputeerden betaald. Zelfs de kameraar had geen vaste aanstelling, noch een vast salaris; hij werd per keer benoemd en per goedgekeurde rekening betaald. Overigens werd in de tweede helft van de 16e eeuw wel jaren achtereen dezelfde persoon met het kameraarschap belast. Toen in 1528 Karel V als hertog van Brabant en graaf van Holland het wereldlijk bestuur van de Utrechtse elekt Hendrik van Beieren overnam had dit belangrijke konsekwenties voor het funktioneren van de Staten. De onafhankelijke positie die dit lichaam zich in de 15e eeuw had weten te verwerven paste niet in het centralistisch denken van de Habsburgs-Bourgondische vorsten. In 1534 werd het land van Utrecht met het graafschap Holland geunieert, geannexeert ende verenigt en onder dezelfde stadhouder als dit gewest gesteld. In de stad Utrecht was al in 1530 het Hof van Utrecht opgericht, uitgerust met niet alleen juridische maar evenzovele politieke bevoegdheden. Dit Hof zou voortaan de kontrole moeten uitoefenen op de politieke aktiviteiten van de Staten. Daartoe werd in de eerste plaats aan de domdeken het recht van beschrijving ontnomen. Hij moest voortaan aan het Hof een verzoek tot beschrijving indienen, hetgeen dan al of niet door het Hof kon worden uitgevoerd. Als vergaderplaats kregen de Staten een ruimte bij de kanselarij van het Hof toegewezen. Na 1570 was dit het huis van de verbannen Johan van Renesse. Dat de Staten zich niet op hun gemak voelden pal onder de ogen van de ambtenaren van het Hof blijkt uit een brief die de Staten deden uitgaan in oktober 1577, direkt na de satisfaktie met Willem van Oranje. Bij deze overeenkomst was onder andere bepaald dat Johan van Renesse opnieuw de beschikking zou krijgen over zijn huis in Utrecht. De Staten hadden daarom alvast hun kamers geruimd en waren meteen teruggekeerd naar het groot kapittelhuis, hebbende zijne vertreck cameren, daer die litmaten hem vertrecken ende in zware zaeeken, dye nu dagelijks veel vallen, apart raetsplegen mogen, 't welck men inde cancelarye niet doen en mocht zoe daer maer een camer en is ... ter contrarie is men daer zoe onvrij dat men naulicx zijn opinie openbaren en derff. 1 1 Deze inventaris, nr. 131. Voetnoot Ondanks de vereniging met Holland en de steeds strakker geworden band met het Habsburgse rijk, kon het land van Utrecht zich als zelfstandige provincie handhaven. In de loop van de 16e eeuw sloeg de balans in de kompetentiestrijd met de landsheer zelfs weer door ten gunste van de Staten. Vanaf het moment dat de Staten van Utrecht zich gingen aansluiten bij de opstand tegen Filips II, en vooral sinds zij zich op 10 oktober 1577 van het Hof hadden losgemaakt, namen zij weer bestuurstaken in eigen hand. Dit had opnieuw gevolgen voor de organisatie van de Statenvergadering. De manier waarop de vergadering tot dan toe was georganiseerd geweest, bleek niet te voldoen in een tijd waarin veelvuldig en snel beslissingen genomen moesten worden. Het steeds opnieuw beschrijven van de leden was te tijdrovend en daarom begon zich uit de Statenvergadering een vast en permanent bestuurscollege te vormen. In eerste instantie werden een aantal Statenleden aangewezen die binnen de stad Utrecht woonden om onmiddellijk bijeen te komen, wanneer dat nodig was en om beslissingen te nemen. Deze zogenaamde Binnenstaten zijn de voorloper geweest van het college van Gedeputeerde Staten dat zich in de loop van 1578 ging konsolideren. Op 26 juli 1581 kreeg dit college zijn definitieve ordonnantie. 1 Een eerste vaste funktionaris kregen de Staten in 1577 met de aanstelling van Floris Thin tot landsadvokaat. Voordien was Thin advokaat in het Hof van Utrecht en pensionaris van de stad Utrecht geweest, in welke funkties hij veelvuldig werkzaam was geweest voor de Staten. 1 S. Muller Fzn., 'De oprichting van het college van Gedeputeerde Staten', in: Bijdr. en Meded. van het Hist. Genootschap, 10 (1887), blz. 337-375. Voetnoot Taken De exakte funkties en bevoegdheden van de Staten zijn nooit precies bepaald, noch in Utrecht, noch in andere provincies. Op grond van de Landbrief, (en ook op grond van de archiefstukken) kunnen wij echter een aantal taken die de Staten zich zelf toedachten onderscheiden. In de eerste plaats zien wij dan de bemoeienis met de politiek, daarnaast een grote taak op het terrein van de fiskaliteit en tenslotte een taak op het gebied van de waterstaat. De politieke bemoeiingen kwamen vooral hierop neer dat de Staten erop toezagen dat het territorium en de souvereiniteit van het Sticht niet werden aangetast, en dat gewoonten en privileges van de onderzaten van de vorst werden gehandhaafd en geëerbiedigd, zo mogelijk werden uitgebreid. Na 1528 werden de Staten meer en meer bij de politiek in de Nederlanden betrokken. Zij werden regelmatig naar Brussel gedagvaard om de "generale proposities" van de landsheer aan te horen en mee te besluiten in de vergaderingen van de Staten-Generaal. Vanaf 1577 hadden de Staten een bijna permanente vertegenwoordiging daar waar de Staten-Generaal vergaderden. Bij de totstandkoming van de Unie van Utrecht in 1579 speelden de Staten van Utrecht met hun landsadvokaat Floris Thin een belangrijke rol. Als onderdeel van de politieke bemoeiingen kunnen wij ook het al dan niet toestaan van de door de landsheer gevraagde bede zien. In de Landbrief was uitdrukkelijk bepaald dat de bede van ghenen rechte was maar door de onderzaten kon worden toegestaan. De bede was zo voor de Staten een politiek instrument bij uitstek. Het toestaan van de bede, waar de landsheer bijna altijd dringend om verlegen zat, was hét middel voor de Staten om eisen aan het adres van de landsheer ingewilligd te krijgen. Na langdurige onderhandelingen over de voorwaarden waarop de bede zou kunnen worden toegestaan, werden de voorwaarden in het "konsent" aan de landsheer gepresenteerd. Aanvaardde hij deze niet, dan begonnen de onderhandelingen opnieuw. Aanvaardde de landsheer de voorwaarden wel, dan werd een "akte van aanvaarding" uitgevaardigd en had de bede zijn beslag. Vervolgens was het de taak van de Staten om de bede ook daadwerkelijk te betalen en de nodige gelden te vinden en te innen. Aanvankelijk kon in de bede worden voorzien door de heffing van een grondbelasting, het zogenaamde morgengeld. Eigenaars en gebruikers van de grond werden gezamenlijk aangeslagen voor een bepaald bedrag per eenheid grond, de morgen. Bij de heffing werd rekening gehouden met de kwaliteit van de grond, waartoe taxaties werden gedaan door de schouten van de verschillende gerechten. Op grond van de taxaties werd de morgen "gevouwen" en werd het bedrag bepaald dat moest worden opgebracht. Naarmate de behoefte aan geld bij de landsheer toenam en de gevraagde som bij de bede groter werd, kon daarin niet langer worden voorzien door de heffing van een morgengeld alleen en ging men ook het huizenbezit belasten. Vanaf 1498 zien wij regelmatig huisgeldheffingen verschijnen, waarbij eveneens de aanslag naar de kwaliteit van de huizen werd berekend. De inning van zowel morgen- als huisgeld werd opgedragen aan de schouten van de verschillende gerechten, samen met twee "goede buren" of kerkmeesters. De per gerecht geïnde gelden werden afgedragen bij de ontvangers van het morgen- dan wel huisgeld en bij hen werd rekening en verantwoording afgelegd. De ontvangers hielden niet permanent kantoor maar werden, alleen als er geld te innen was, door en uit de Staten "tot de ontvangst gedeputeerd". Deze ontvangers moesten op hun beurt rekening en verantwoording afleggen tegenover de "gedeputeerden van de kiste", een kommissie, ook weer door en uit de Staten gedeputeerd, die de geldkist van de Staten, de Statenkist, beheerde. De "gedeputeerden van de kiste" waren verantwoordelijk voor de uitgaven uit de Statenkist en verzorgden de betaling van de bede. Voor hun beheer waren zij verantwoording schuldig aan een toezichthoudende kommissie, de zogenaamde "geschikten tot de kiste". Deze kommissie bestond meestal uit negen man,-één namens ieder kapittel, twee namens de stad en twee namens de ridderschap -en stond onder voorzitterschap van de domdeken. Zij sloot de rekeningen. Alle gedeputeerden werden betaald voor hun werkzaamheden of voor hun aanwezigheid, de domdeken dubbel. Naast het morgen- en huisgeld, dat meestal geheel ten goede kwam aan de landsheer, hadden de Staten bronnen van inkomsten ten eigen behoeve. Van oudsher waren dat de accijnzen, waarvan het stuivergeld de belangrijkste was. Het stuivergeld was een accijns op de hop ofwel op het brouwen van bier. Over iedere ton bier die werd gebrouwen op het platteland of in de stad moesten de bierbrouwers twee of drie stuivers betalen. Behalve op bier werden nog accijnzen op turf en meel geheven. De inning van de accijnzen werd per seizoen verpacht aan de hoogste bieder. Deze methode verschafte de Staten een voortdurende en direkte bron van inkomsten, in tegenstelling tot de omslachtige wijze van inning die bij het morgen- en huisgeld werd gehanteerd. Een tweede bron van eigen inkomsten die de Staten vooral vanaf het begin van de 16e eeuw gingen gebruiken, vormde de verkoop van losrenten. Hiermee gingen de Staten leningen aan die tegen een vastgestelde rente en op bepaalde termijnen afgelost moesten worden. Voor de aflossing werden aanvankelijk de opbrengsten uit de accijnzen gebruikt. In de loop van 16e eeuw echter steeg de verkoop van losrenten massaal omdat steeds vaker en steeds sneller beden betaald moesten worden. Deze bedragen konden niet langer uitsluitend uit het morgen- en huisgeld worden opgebracht en werden dus ook gefinancierd door middel van leningen. Het gevolg was wel dat de renteschulden van de Staten enorm stegen en allang niet meer uit de opbrengst van de accijnzen konden worden afgelost. Vanaf het moment dat de Habsburgers in 1528 het bewind over het Sticht gingen voeren werden dan ook pogingen in het werk gesteld om de financiën van het Sticht te reorganiseren en vooral de belastingheffing aan te pakken. De morgen- en huisgelden werden omgezet in het zogenaamde oudschildgeld. De oude wijze van taxatie voldeed niet aan de maatstaven van de Habsburgse administratie en voortaan werd de waarde van gronden huisbezit omgerekend naar oudschilden. Per oudschild werd nu een bepaald bedrag betaald. Om het probleem van de achterstallige rentebetalingen enigszins op te lossen werd toestemming verleend om het oudschildgeld bij de verkoop van losrenten als onderpand te gebruiken. Zo werd in de 16e eeuw het oudschildgeld, de belasting die aanvankelijk in de vorm van het morgen- en huisgeld uitsluitend werd geheven ten behoeve van de bede en dat bedrag in principe ook niet te boven ging, steeds meer een vaste en jaarlijks geheven belasting waarmee de Staten hun schulden probeerden af te lossen. Toch werd de schijn van incidentele belastingheffing opgehouden en brak een storm van protest los toen Filips II een poging ondernam om een werkelijk systeem van vaste belastingen in te voeren. De Staten bleven staan op hun privilege dat de bede steeds gevraagd moest worden, ook al was het jaarlijks en werd zij nooit geweigerd. Na 1528 waren de Staten verantwoording schuldig voor hun financieel beheer aan de Hollandse rekenkamer die aanvankelijk in Den Haag zetelde maar sinds 1572 in Utrecht. Daar werden de rekeningen gesloten door de Hollandse rekenmeesters ten overstaan van kommissarissen van de landsheer, de president van het Hof van Utrecht en gedeputeerden namens de Staten. In Utrecht werden de "gedeputeerden van de kiste" vervangen door een kameraar die per jaar door de Staten werd aangesteld. Naast het beheer van de financiën hadden de Staten zich een taak verworven op het gebied van de waterstaat. Dit uitte zich vooral in een oppertoezicht op de rivieren de Vecht, de Kromme Rijn, de Vaartse Rijn en op de Hinderdam in de Vecht. Deze dam was in 1437 op bevel van de Staten gelegd en de zorg hiervoor bleef bij hen berusten, terwijl het beheer door de kameraar gevoerd werd, dikwijls dezelfde persoon die het kameraarschap voor de Staten vervulde. Ten aanzien van het hoogheemraadschap van de Lekdijk Bovendams namen de Staten een enigszins uitzonderlijke positie in. Logischerwijs hadden de Staten een zekere invloed op de samenstelling van het Lekdijkcollege, omdat ook dit kollege een standscollege was. Maar ten aanzien van de Lekdijk Bovendams bezaten de Staten bovendien een toezichthoudende en inspekterende taak. Reglementen en keuren moesten worden goedgekeurd en de jaarrekening werd gesloten door gedeputeerden van de Staten. De jaarlijkse omslag werd door hen bepaald en ook de salarissen werden door de Staten vastgesteld. Bij reparaties of vernieuwing van dijkwerken was een deputatie namens de Staten aanwezig ter inspektie. Het archief De grote verwevenheid van de Staten met het domkapittel in de periode vóór 1528 bracht met zich mee dat het archief van de Staten, dat toen onder het beheer van de sekretaris van de dom viel, deels in de archiefkasten en kisten van de dom terecht kwam. Deels ook hebben de Staten archiefstukken in een eigen kist bewaard. Rekeningen en de daarbij behorende bewijsstukken kwamen in de Statenkist waarin ook het geld bewaard werd. Deze kist zou in de sakristie van de dom hebben gestaan onder het wakend oog van de sakrist. Na 1528 stond de archiefkist van de Staten in het kasteel Vredenburg en viel onder het beheer van het Hof. Uit een kwestie die in de jaren veertig van de 16e eeuw speelde tussen de Hollandse rekenmeester Gerrit van Renoy en de Staten over de sleutels van de archiefkist, blijkt dat de kist met de originele rekeningen en andere papieren niet langer vrij toegankelijk was voor de Statenleden; zij moesten zich tevreden stellen met afschriften en dubbelexemplaren die nog steeds in de dom bewaard werden. 1 In 1554 kreeg de kameraar Johan van der Haer de opdracht van de Staten om een nieuwe kist te laten maken, om daar alle der Staten boecken, registeren, rekeningen, brieven, scrifturen, octroyen ende alle andere privilegien ende munimenten inne doen sluyten ende bewaren, tot prouffijt ende behoefte van den gemeen lande. 2 De kist zou uiteraard weer in de dom moeten staan. 1 Deze inventaris, nr. 151. 2 Deze inventaris, nr. 7 Voetnoot Toen de Staten zich in 1582 definitief losmaakten van het domkapit-tel en zich in het Minderbroederklooster op het S. Janskerkhof gingen vestigen, zal een deel van het archief zijn meegegaan. Vanaf dat moment hebben de archiefstukken van de Staten deels de weg van het dom-archief en deels de weg van het Statenarchief gevolgd. Het Staten-archief bleef tot de tijd van de franse revolutie op de zolders van de Statenkamer, waar de Staten zich in 1582 hadden gevestigd, overgelaten aan het meer of minder deskundig beheer van de opeenvolgende sekretarissen. In 1813 werd de Statenkamer aangewezen tot kazerne en moesten de archieven naar elders worden overgebracht. Na veel omzwervingen, waarbij op grote schaal verliezen werden geleden, kwamen de restanten van het archief tenslotte in de loop van de 19e eeuw in de, volgens de nieuwe inzichten ingestelde provinciale archiefbewaarplaats terecht. De oudste archiefstukken van de Staten, die in de dom waren achtergebleven, bleven tot 1843 in het kerkgebouw zelf, hoewel de kapittels in 1811 waren opgeheven en de eigendommen onder het beheer van de inspekteur-generaal van de Domeinen in Utrecht terecht waren gekomen. In 1843 werden de archieven uit de dom overgedragen aan het provinciaal archief. De provinciale archivaris P.J. Vermeulen begon omstreeks het midden van de 19e eeuw met de ordening van het archief van de staten, waarbij hij onderscheidde in "charters" en "boekdelen en bundels". Van beide kategorieën verscheen een gedrukte inventaris, de laatste voortgezet door S. Muller Fz., in twee supplementen. Deze inventarisatie voldeed niet, omdat zij nog niet uitging van het-overigens door Vermeulen in ons land geïntroduceerde-herkomstbeginsel. Een hernieuwde inventarisatie in het begin van de 20e eeuw onder Mullers leiding had dit principe wel als leidraad en daardoor stond nu ook een "reconstructie van het middeleeuwse Statenarchief" op het programma, waarbij Muller vooral uit het domarchief putte. In de inleiding bij de inventaris schreef Muller "het is wel mogelijk dat nog enige stukken in het domarchief zijn overgebleven, maar veel zullen het er niet zijn". Het domarchief was destijds nog niet geïnventariseerd, maar desondanks heeft Muller zijn werk grondig gedaan. De paar stukken die wij nog in het domarchief aantroffen, die duidelijk bestemd waren om onder het Statenarchief te berusten, hebben wij daarnaar toe overgebracht. Alleen de charters, behorend tot het oudste deel van het Statenarchief, beschreef Muller zelf. Tot de inventarisatie van de rest van het archief gaf hij opdracht aan zijn medewerkers. Zij herordenden en beschreven de resoluties, de rekeningen, de boekdelen en bundels en herstelden de letterkast. Toen waren nog de losse stukken over, een "overstelpende massa, waaraan geen enkele orde meer te herkennen was". Weliswaar was men de "hinderlijke rommel" al voor Mullers tijd kwijt geraakt door het op allerlei wijzen te verspreiden en te verstoppen, maar bij zo'n systeemloos gedoe kon Muller zich niet neerleggen. Fruin, een van de medewerkers van Muller, kreeg het vervolgens voor elkaar om de ca. 100 portefeuilles met losse stukken terug te brengen tot een serie bijlagen bij de resoluties, zodat er nog twaalf portefeuilles losse stukken over bleven. Deze resterende portefeuilles besloot Muller niet te beschrijven en zij werden als supplementen in de verschillende inventarisdelen gevoegd. De "Catalogus van het Archief der Staten van Utrecht, 1375-1813" verscheen tenslotte in 1916. Bij de huidige inventarisatie van het oudste deel van het Statenarchief hebben wij de handelwijze van Muller om de losse stukken noch te beschrijven, noch te ordenen, niet overgenomen. Zoals hij zelf al schreef: "dat zou beslist verkeerd zijn". Behalve de desbetreffende supplementen en enige stukken uit het domarchief, werden ook die stukken die onterecht naar de verzameling handschriften waren afgedwaald, naar het archief van de Staten teruggebracht. Het charter waarmee Muller het "middeleeuwse Statenarchief" liet aanvangen was de Landbrief van 1375. De Landbrief moet destijds in achtvoud zijn opgemaakt, waarvan nog zeven exemplaren over zijn. Het exemplaar van S. Jan is waarschijnlijk verloren gegaan. Hoe de verdeling onder de belanghebbenden destijds heeft plaatsgevonden is niet geheel duidelijk. Waarschijnlijk heeft Muller in het nog ongescheiden archief van de dom drie exemplaren aangetroffen: één exemplaar van het domkapittel zelf, één exemplaar van de bisschop,-wiens archief eveneens in de dom werd bewaard-en mogelijk een ridderschapsexemplaar. Muller heeft een van deze drie Landbrieven in het Statenarchief ondergebracht en wij hebben deze situatie zo gelaten. Het oudste archiefstuk van de Staten in de huidige inventaris is derhalve nog steeds de Landbrief van 1375. In de inventaris van Muller werd het gehele archief van de Staten verdeeld over drie perioden: de middeleeuwen, de republiek en de revolutietijd. De middeleeuwen liet Muller tot ca. 1576 lopen. Wij hebben de cesuur in 1581 gelegd. Daarvoor zijn een aantal zowel politieke als archivistische argumenten aan te voeren. Hoewel de Staten nog niet onmiddellijk in 1581 souverein werden, werd toch in dat jaar Filips II als landsheer afgezworen, met alle gevolgen van dien ten aanzien van de bevoegdheden van de Staten. Vanaf datzelfde jaar was ook de interne besluitvorming van de Staten definitief anders met het funktioneren van een permanent bestuurscollege in de vorm van het college van Gedeputeerde Staten. Niet alleen werden in 1581 de banden met het Habsburgse bewind verbroken, maar ook die met het domkapittel. De vergaderingen van de Staten stonden niet langer onder het presidium van de domdeken, maar onder dat van de president der geëligeerden. De geëligeerden vormden voortaan het eerste lid van de Staten als vertegenwoordigende geestelijkheid. Het groot kapittelhuis van de dom werd als vergaderplaats verlaten en ingeruild voor het klooster van de Minderbroeders. Bovendien namen de Staten in januari 1582 voor het eerst een eigen vaste sekretaris in dienst in de persoon van Johan Strick. Hij en zijn opvolgers zouden voortaan een eigen archief gaan vormen, los van dat van de dom. Tenslotte nog iets over de term manuaal die in de inventaris van Muller wordt gebruikt. Wij hebben deze term vervangen door de term legger en wel omdat het hier gaat om opsommingen van grondeigendom, waarover de heffing werd omgeslagen. Er werden meestal wel aantekeningen betreffende de ontvangst in gemaakt, maar de boeken werden aangelegd als legger. De dateringen ervan hebben wij meestal moeten wijzigen. Bewerkingsgeschiedenis Het archief van de Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd is in 1986 beschreven in Inventaris van het archief van de Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd 1375-1581 door A.S. Stapel, als deel 58 in de serie gedrukte inventarissen van het Rijksarchief Utrecht. Aanvullingen en wijzigingen op voornoemde toegang zijn in (1998) 2001 beschreven in Aanvullingen en wijzigingen op de inventarissen 1-99 door J.H.M. Janssen, P. van Beek en T.L.H. van de Sande als deel 100 in voornoemde serie. Aanvullingen en wijzigingen van na dit moment werden opgenomen in een (niet gepubliceerd) supplement. In 2011 is besloten de oorspronkelijke toegang enigszins te bewerken:- onder de Inventaris zijn de aanvullingen en wijzigingen geïntegreerd- met betrekking tot de Bijlagen is vervallen:Bijlage V: Specificatie van de charters naar datum, de charterdata zijn verwerkt in de betreffende beschrijvingen Utrecht, 2011 Inventaris 1. Stukken van algemene aard 1.1. Resoluties 1.1.1. Resoluties van de Staten 1-2 Minuut-resoluties, 1516-1581 1516-1581 1 deel en 1 omslag 1 1560 jan.-1564 dec. 14 119 Oude Orde 1 FNC_SCANS 2 1516 juni-1581 nov. 15 120 Oude Orde 1 FNC_SCANS 3-9 Net-resoluties, 1495-1581 1495-1581 2 katernen, 1 omslag en 4 delen De nrs. 3 en 4 bevatten slechts resoluties van bepaalde zaken, te weten nr. 3 over de verkiezing van Frederik van Baden tot bisschop, het konflikt tussen de staten en de heer van IJsselstein en één resolutie over een schuld van de stad Utrecht; nr. 4 over de verkiezing van Hendrik van Beieren tot bisschop NB 3 1495 april 6-1497 sept. 30 24 Oude Orde 1 FNC_SCANS 4 1524 april 8-1526 okt. 5 24 Oude Orde 1 FNC_SCANS 5 1531 nov. 8, 9, 14, 1532 okt. 24, nov. 5, 14 118 Oude Orde 1 FNC_SCANS 6 1536 juni 22-1542 maart 13 119 Oude Orde 1 FNC_SCANS 7 1547 aug. 19-1559 dec. 2 118 Oude Orde 1 FNC_SCANS 8 1560 jan. 12-1567 mei 30 118 Oude Orde 1 FNC_SCANS 9 1577 febr.17-1581 febr. 15 231 Oude Orde 1 FNC_SCANS 10-16 Afschriften van resoluties, 1534-1581 1534-1581 6 delen, 1 omslag en 2 katernen 10 1534 sept. 17-1536 juni 20 Vervaardigd ten behoeve van de stad Utrecht. Met achterin instruktie voor gedeputeerden van de Staten naar een dagvaart in Nijmegen in verband met het terugkrijgen van de verpande Stichtse goederen in Gelderland, 1538 NB 121 Oude Orde 11 1536 mei 27-1542 april 26; 1545 juni 10, 1546 sept. 10, 22, 28 Vervaardigd ten behoeve van de stadhouder. Met voorin beschrijvingslijsten NB 118 Oude Orde 12 1541 sept. 13-1547 aug. 3 Vervaardigd ten behoeve van de stad Utrecht NB 121 Oude Orde 13 1548 nov. 6-1559 nov. 21 Vervaardigd ten behoeve van de stad Utrecht NB 121 Oude Orde 14 1568 dec. 11-1570 maart 11 15 1574 sept.-1575 okt. 8 15-a 1580-1581 16 Losse afschriften over de periode 1543-1581 17 Aantekeningen betreffende het behandelde in de Statenvergadering, 1520-1581 1520-1581 1 omslag 1.1.2. Resoluties van leden van de Staten 18 Uittreksels uit de resoluties van de magistraat van de stad Utrecht, 1578-1581 1578-1581 3 stukken 19 Uittreksels uit de resoluties van de magistraat van de stad Amersfoort, 1577-1581 1577-1581 1 omslag 1.1.3. Resoluties van de Binnenstaten of gedeputeerden van de Staten 20 Minuut-resoluties, 1578 juli 3-1580 (ca. sept. 13) 1578 juli 3-1580 (ca. sept. 13) 1 omslag 21 Net-resoluties, 1576 okt. 20-1582 jan.19 1576 okt. 20-1582 jan.19 1 deel Bij het begin van het jaar 1581 formulier van de eed, af te leggen door de gedeputeerden van de Staten NB 261 Oude Orde 21-a Register van resoluties, afgeschreven ten behoeve van de ridderschap, 1578 1578 1 deel 1.2. Correspondentie 1.2.1. Algemeen 22 Lijsten van ingekomen en uitgegane stukken, 1568-1569, 1576-1579 1568-1569, 1576-1579 2 stukken 1.2.2. Brieven gericht aan de Staten 23-28 Brieven afkomstig van de landsheer, 1460-1577 1460-1577 2 pakken, 3 omslagen en 1 stuk 23 David van Bourgondië, bisschop, 1460-1495 24 Frederik van Baden, bisschop, 1496-1517 1 pak 25 Filips van Bourgondië, bisschop, 1517-1524 1 pak Met twee brieven, daterend van voor zijn episcopaat, 1496 NB 26 Hendrik van Beieren, elect, 1524-1528 27 Karel V, 1544 1 stuk 28 Filips II, 1576-1577 29-37 Brieven afkomstig van de landvoogd en centrale bestuursorganen, 1512-1581 1512-1581 1 pak, 5 omslagen en 3 stukken 29 Bisschoppelijke raad op het slot Duurstede, 1512-1526 30 Margareta van Oostenrijk, landvoogdes, 1530 1 stuk 31 Maria van Hongarije, landvoogdes, 1537-1548 32 Margareta van Parma, landvoogdes, 1566 33 Luis de Requesens, landvoogd, 1574 1 stuk 34 Don Juan van Oostenrijk, landvoogd, 1577 1 stuk 35 Matthias van Oostenrijk, 1579 36 Raad van State, geheime raad en tresaurier-generaal, 1576-1577 37 Staten-Generaal, 1576-1581 1 pak 38-41 Brieven afkomstig van de stadhouder en provinciale bestuursorganen, 1512-1581 1512-1581 4 omslagen 38 Stadhouders van Holland, Zeeland en Utrecht, 1530-1581 Met een brief van Antonie van Lalaing, daterend van voor zijn stadhouderschap van Utrecht, 1517 NB 39 Hof van Utrecht, 1577-1581 40 Afgezanten van de Staten van Utrecht naar regeringsinstanties te Mechelen en Brussel, 1512, 1513 41 Afgezanten van de Staten van Utrecht in verband met verschillende missies, 1513-(ca. 1536), 1573 42-50 Brieven afkomstig van steden, funktionarissen en organen binnen de provincie Utrecht, (ca. 1460)-1581 (ca. 1460)-1581 9 omslagen 42 Stad Amersfoort, 1488-1581 43 Stad Wijk bij Duurstede, 1494-1581 44 Stad Rhenen, 1485-1581 45 Stad Montfoort, 1527-1581 46 Heren c.q. burggraven van Montfoort, 1498-1581 47 Maarschalk van Eemland, 1577-1581 48 Maarschalken van het Overkwartier, 1502-1581 49 Gerechtsbesturen van Abcoude, Amerongen en Bunschoten, 1502-1580 50 Dijkgraven en heemraden, (ca. 1460)-1528 51 Brieven afkomstig van de aartsbisschop van Utrecht, 1566-1567 1566-1567 2 stukken 52-74 Brieven afkomstig van landsheren, stadhouders, staten, steden en andere funktionarissen en organen buiten de provincie Utrecht, 1482-1581 1482-1581 3 pakken, 20 omslagen en 4 stukken 52 Ridderschap, steden en funktionarissen in Overijssel en Drenthe, 1482-1580 1 pak 53 Stad Groningen en stadhouder van Groningen en Ommeland, 1500-1513, 1577 1 omslag 54 Hertog van, 1492-1537 1 pak 55 Raad van de hertog van Gelre, 1500-1527 1 omslag 56 Stadhouder van Gelre, 1491, 1506, 1567-1569 1 omslag 57 Raden, ridderschap, steden en funktionarissen in Gelre, 1491-1538, 1576-1581 1 pak 58 Hertogen van Kleef en Gulik, graven van Berg en hun funktionarissen, 1491-1581 1 omslag 59 Graaf van Oostfriesland, 1513 1 stuk 60 Hertogen van Bourgondië als hertogen van Brabant, graven van Holland, 1485-1527 1 omslag 61 Funktionarissen van de hertogen van Bourgondië, 1491-1508 1 omslag 62 Raad van Brabant, 1581 1 omslag 63 Stad Brussel, 1577 1 stuk 64 Stad 's-Hertogenbosch, 1491-1527 1 omslag 65 Heer van Bergen op Zoom, 1491-1502 1 omslag 66 Stadhouders en Hof van Holland en Zeeland, 1491-1533 1 omslag 67 Staten van Holland en gedeputeerde raden van Noord-Holland, 1577-1581 1 omslag 68 Steden in Holland, 1491-1577 1 omslag 69 Heren en drost van IJsselstein, 1486-1527 1 omslag 70 Ambtman van Leerdam, 1499 1 stuk 71 Stad en heren c.q. graven van Culemborg, 1492-1581 1 omslag 72 Stad en heren van Vianen, 1527, 1581 1 omslag 73 Markgraaf van Baden, 1499-1510 1 omslag 74 Koning van Frankrijk, 1517 1 stuk 75-77 Brieven afkomstig van andere funktionarissen en personen, 1485-1581 1485-1581 3 omslagen 75 1485-1520 76 1521-1569 77 1576-1581 78 Brieven afkomstig van verschillende funktionarissen en personen, 1577-1581. Afschriften 1577-1581. Afschriften 1 omslag 1.2.3. Brieven gericht aan leden en woordvoerders van de Staten 79 Brieven gericht aan de domdekens, 1485-1576 1485-1576 1 omslag 80 Brieven gericht aan de stad Utrecht, 1481-1527 1481-1527 1 omslag 81 Brieven gericht aan Floris Thin, advokaat van de Staten, 1558-1581 1558-1581 1 pak Voordat Floris Thin in 1577 tot advokaat van de Staten werd benoemd nam hij deel aan verschillende gezantschappen en andere werkzaamheden van de Staten NB 82 Brieven gericht aan Floris Heermale, afgevaardigde van de Staten van Utrecht ter Staten-Generaal, 1577-1579 1577-1579 1 omslag 83 Brieven gericht aan de kameraars van de Staten, 1566-1577 1566-1577 1 omslag 84 Stukken, ingekomen bij de Staten als bijlagen bij de korrespondentie, 1460-1528 1460-1528 1 pak 1.2.4. Brieven uitgegaan van de Staten 85 Brieven gericht aan de landsheer, 1413, 1510-1528. Minuten 1413, 1510-1528. Minuten 1 omslag 86-88 Brieven gericht aan de landvoogd en centrale bestuursorganen, 1516-1570. Minuten 1516-1570. Minuten 2 omslag en 1 stuk 86 Raad van de bisschop, 1516 87 Margareta van Parma, landvoogdes, 1567 124 Oude Orde 88 President van de geheime raad, 1570 1 stuk 89-90 Brieven gericht aan de stadhouder en provinciale bestuursorganen, 1566-1581. Minuten 1566-1581. Minuten 2 omslagen 89 Willem van Oranje, 1566-1581 124 Oude Orde 90 Hof van Utrecht, 1567-1581 124 Oude Orde 91-98 Brieven gericht aan steden, bestuursorganen en funktionarissen binnen de provincie Utrecht, 1470-1581. Minuten 1470-1581. Minuten 7 omslagen en 1 stuk 91 Stad Amersfoort, 1527-1580 92 Stad Wijk bij Duurstede, 1516-1581 93 Stad Rhenen, 1580-1581 94 Stad Montfoort, 1470-1580 95 De steden gezamenlijk, 1578-1581 96 De maarschalken gezamenlijk, 1521 Hierbij een brief aan de maarschalk van het Overkwartier afzonderlijk, NB 124 Oude Orde 97 De gerechtsbesturen gezamenlijk, 1580-1581, 1581 Hierbij een brief aan de schout van Lopiker-kapel afzonderlijk, NB 98 Dijkgraaf en heemraden van de Lopikerwaard, 1580 1 stuk 99 Brief gericht aan de aartsbisschop van Utrecht, 1567. Minuut 1567. Minuut 1 stuk 124 Oude Orde 100-109 Brieven gericht aan landsheren, stadhouders, staten, steden en andere organen en funktionarissen buiten de provincie Utrecht, 1492-1581. Minuten 1492-1581. Minuten 9 omslagen en 1 stuk 100 Ridderschap, steden en funktionarissen in Overijssel, 1510-1521, 1581 101 Hertog van Gelre, 1511-1537 102 Stadhouder van Gelre, 1578-1581 103 Staten, ridderschap, raden en steden in Gelre, 1538, 1578-1581 104 Hertog van Bourgondië, graaf van Holland en diens stadhouder, 1516-1521 105 Staten van Holland, 1578-1581 106 Steden in Holland, 1578-(1580) 107 Dijkgraaf en heemraden van Woerden, 1510 1 stuk 108 Stad en heren van Culemborg, 1492-1493, 1521 109 Heren van Vianen, 1527, 1567 1 omslag 124 Oude Orde 110 Brieven gericht aan militaire bevelhebbers buiten de provincie Utrecht, 1567-1581. Minuten 1567-1581. Minuten 1 omslag 124 Oude Orde 111 Brieven gericht aan verschillende funktionarissen en personen, 1477, 1510-1528, 1578-1581. Minuten 1477, 1510-1528, 1578-1581. Minuten 1 omslag De geadresseerden worden in veel gevallen niet nader genoemd NB 1.2.5. Brieven uitgegaan van de advokaat van de Staten 112 Minuten van brieven en aantekeningen van Floris Thin, (ca. 1577-1581) (ca. 1577-1581) 1 omslag 1.3. Rekesten 113 Rekesten gericht aan de Staten, (ca. 1480)-1581 (ca. 1480)-1581 1 pak 114 Rekesten gericht aan de stadhouder en het Hof van Utrecht, overgegeven aan de Staten voor advies, 1530-1536 1530-1536 1 omslag 115 Rekesten afkomstig van de Staten, gericht aan de centrale overheid, (ca. 1504-1579). Minuten (ca. 1504-1579). Minuten 1 omslag 1.4. Verzamelingen 116 In diversie factis statuum patrie Traiectensis, register bevattende minuten, originelen en afschriften van stukken betreffende het bestuur van het Sticht 1 band Het register is ontstaan door de samenvoeging van vier bundels. De stukken zijn grotendeels afkomstig van Peter Hasert, die sinds 1448 voorkomt als notaris van de dom. Hij trad op als sekretaris van de Staten, (zie reg. f° 14) NB 26 Oude Orde Specificatie: - Stukken betreffende het geschil tussen bisschop Rudolf van Diepholt en de kapittels inzake de heffing op geestelijke goederen ten behoeve van Walraven van Meurs, 1453-1455 (f° 1-29). - Stukken betreffende de geschillen tussen bisschop Rudolf van Diepholt en de kapittels enerzijds en de hertog van Bourgondië anderzijds, (ca. 1435), en stukken betreffende de geschillen tussen Utrecht en Gelre, 1460 en z.j. (f° 30-51). - Stukken betreffende het geschil tussen de bisschop en de Staten, 1477 (f° 52-53, 74-75). - Stukken betreffende de geschillen tussen Utrecht en Gelre, 1427-1432 (f° 54-57, 64-74). - Uitspraak van het banvonnis over de naar Utrecht gevluchte rebellen tegen koning Hendrik VII van Engeland, 1502 (f° 58-63) - Stukken betreffende uiteenlopende onderwerpen, 1416-1492 (f° 76-150) 117 Stukken betreffende het bestuur van het Sticht, deels in origineel, deels in afschrift, 1429-1542, bijeengebracht door Anthonius Matthaeus (1635-1710). Met enkele afschriften van oudere stukken vanaf 1307 en een inhoudsopgave 1429-1542, bijeengebracht door Anthonius Matthaeus (1635-1710). Met enkele afschriften van oudere stukken vanaf 1307 en een inhoudsopgave 1 band Specificatie: Fol. 1. Gravamina ecclesiae Traiectensis. Fol. 11. Tractaet tusschen hertog Philips van Bourgondië ende bisschop Roeloff van Utrecht, 1429. Fol. 17 verso. Concordaet tusschen de voors. aengaende de geestelijcke jurisdictie in Holland, 1434. Fol. 21. Tractaet tusschen Frederik van Baden, bisschop van Utert ende den hertog van Gelre, 1510. Fol. 26. Dat het huys te Oyen gestelt is in handen van bisschop Frederik van Baden, 1498, gedurende den oorlog tusschen hertog Philips van Bourgondië, coning van Spanje ende hertog Carel van Gelder. Fol. 33. Tractaet tusschen de graef van Buren, stadhouder van Gelre vanwege keizer Karel ende den bisschop met de staten van Utrecht, 1511. Fol. 39. Verbandbrieff der 3 staten van 't Sticht van Utrecht, 1512. Fol. 49. Scattinge gedaen over de 3 maerscalxampten, tot de onderhoudinge der ruteren ende knechten in de Gelderse oorloge, 1499. Fol. 54. Maniere van de electie tot bisschop van Utert, gehouden anno 1524 na 't overlijden van bisschop Philips van Bourgondië, cuius successor Henricus de Bavaria. Fol. 57. Ceremoniae factae circa ingressum Gregorii d'Egmond episcopi Triaiectensis, 1536. Fol. 59. Van den form van regeringe des Stichts van Utrecht. Fol. 61. Item van de stadt Utrecht. Fol. 63. Handelinge tusschen den bisscop van Utert, 1527 23 mey, 1ste aengaende den dam in der Aa. 2de aengaende de venen ende limiten in Goyland, etc. in originali. Fol. 67. Tractaet tusschen keizer Karel ende den bisscop van Utert, 1528. Fol. 79. Item noch eens. Fol. 89. Het tractaet voors. gesloten binnen Dordrecht, 12 febr. 1528. Fol. 95. Idem ut precedit, in originali, Fol. 101. Renversbrieven bij de geestelijkcheyt van Utert gegeven aen keizer Karel, 13 aug. 1528. Fol. 107. Rapport van 't gene gedaen is in de huldinge van Overijssel, 1528, als keizer Karel de temporaliteyt van 't Sticht van Utrecht bequam. Fol. 143. Nomina ecclesiasticorum qui prestiterunt iuramentum fidelitatis in translatione temporalitatis. Fol. 153. Bulla papalis seu confirmatio predictae translationes, 1529. Fol. 159. Instellinge van 't Hoff Provinciaal van Utrecht, 1531 Fol. 169. Instructie voor eenige gedeputeerden van wegen keizer Karel, gesonden na 't Sticht van Utert, nopende de ruteren noch leggende in den lande van Overijssel, 26 januari 1529. Fol. 179. Bulla Clementis VII seu collatio episcopatus in Wilhelmum de Enckefoort, 1529. Fol. 183. Nomina ecclesiasticorum qui imperatori Carolo V iuramentum fidelitatis prestiterunt, 1536. Fol. 195. Instructie van den hove provinciael van Utert op mr. Rutger van der Kerck om den coninginne douarière van Ungarien, gouvernante der Nederlanden, te dienen van advys contra de klachte van mr. Albert Pigghius, proost van S. Jan, 1536. Fol. 208. Replijcque magistri Alberti Pigghii. Fol. 222. Informatie summarie van de possessie van de Vuersse, 1536. Fol. 231. Van den venen of moeren bij Loosdrecht, 1472. Fol. 241. De venis in Baren prope Vuersam. Met schetskaartje, (ca. 1470), f° 245V. Fol. 252. Registrum diversorium iurium in causa loci de Vuersse. Fol. 260. Van 't selve. Fol. 284. Consultatie over 't selve. Fol. 286. Instructie voor de gedeputeerden van de 3 staten 's lands van Utrecht op de dachvaert tot Nimuegen, beroerende die versette ende ingewonnen goederen der staten van Utert, in den lande van Gelre, 1538, ende der selver rapport. Fol. 306. Gestaltenisse van der staten renten van Utrecht, item het afterwessen ende die raminge om 't selve te vervallen, 1538. Fol. 315. Versegelinge voor den vurst van Gelre van 8000 ggl. die de staten van 't Nedersticht sijne genade geleent hebben, 1528. Fol. 322. Besoinge van den heren Assendelft, Naerden, Sasbout op de betalinge van de staten renten t 'Utrecht, 1538. Fol. 336. Staet van 't morgengelt, 3 jaer lanck geheven in Sticht van Utrecht. Fol. 340. Mergentalen onder het Sticht van Utert, contribuerende tot den Leckdijck. Fol. 348. Le taux pour le quartier d 'Utrecht et Overijssel contre le Turcq selon la conclusion de la journée d'Alemagne, prinse 10 april 1542. 2. Stukken betreffende bijzondere onderwerpen 2.1. Bestuur van het Nedersticht 2.1.1. Grondgebied 118 Besluitenlijst van het college van de Nadere Unie inzake het gebruik van de naam en het zegel van Filips II, 1581 1581 1 stuk In dorso schets van het landswapen van Utrecht NB 119 Register van stukken betreffende het geschil tussen bisschop en Staten van Utrecht enerzijds en Karel de Stoute als graaf van Holland anderzijds over de grenzen van Gooiland en Loosdrecht, 1471-1472 1471-1472 1 deel 120-120 Akte waarbij Karel de Stoute, als graaf van Holland, en bisschop en Staten van Utrecht overeenkomen om het geschil dat tussen beide partijen bestaat over de grenzen van Gooiland en Loosdrecht te onderwerpen aan de uitspraak van de Grote Raad, 1471. Met bijbehorende akten, 1472 1471. Met bijbehorende akten, 1472 1 katern (perkament) en 5 charters 120 1472 1 katern 120-2 1471 sept. 28 120-3 1471 sept. 28 120-4 1472 april 9 120-5 1472 mei 20 120-6 1472 juni 10 121-121 Akte van volmacht van de elect Hendrik van Beieren voor Gerrit Suggerode en Rutger van der Kerck om met afgevaardigden van Holland te onderhandelen over de grensscheiding met Gooiland, omdat naar aanleiding van processen daarover gevoerd ten tijde van bisschop David van Bourgondië op Stichtse goederen beslag is gelegd, 1527. Met akte waarbij bisschop en Staten afzien van hun beroep op het Rijkskamergerecht te Spiers, 1527 1527 2 charters 20 Oude Orde 121-1 1527 mei 13 121-2 1527 juli 27 122-122 Akte van het Hof van Utrecht, waarbij Johan van Culemborch zich verbindt om ten behoeve van de voortzetting van het proces voor de Grote Raad van Mechelen tussen hem en de Staten enerzijds, en de ingezetenen van Gooiland anderzijds, de kosten van dit proces op zich te nemen, voor zover zij de 1200 gulden te boven gaan, 1555. Met memorie van eis, (ca. 1555) 1555. Met memorie van eis, (ca. 1555) 1 katern en 1 charter 122 (ca. 1555) 1 katern 103 Oude Orde 122-2 1555 juli 20 103 Oude Orde 123-123 Stukken betreffende het geschil tussen de grafelijkheid van Holland en het Sticht inzake de kwestie of Hoenkoop tot het graafschap Holland dan wel tot het Sticht behoort, 1514-1515, met uitspraak ten gunste van het Sticht Utrecht, 1515 1515 8 charters en 1 omslag Stukken betreffende deze aangelegenheid bevinden zich ook in RAU, arch. heerlijkheid Hoenkoop, nr. 20 NB 123 1514-1515 1 omslag 123-2 1514 aug. 5 123-3 1514 nov. 13 123-4 1514 nov. 18 123-5 1514 dec. 15 123-6 1514 dec. 15 123-7 1514 123-8 1514 123-9 1515 juni 27 124 Akte waarbij de hertog van Gelre een verklaring aflegt inzake de water- en waardrechten op de Rijn binnen Gelders territoir, 1539 1539 1 stuk 125 Akte van insinuatie aan de Staten door de Grote Raad van Mechelen, op verzoek van Jacob van Berry, ambachtsheer van Cromstrijen, om aan deze het oudschildgeld van Nesse te restitueren, omdat dit niet tot het grondgebied van het Nedersticht behoort, 1558. Afschrift 1558. Afschrift 1 stuk Nesse ligt tussen Montfoort, Woerden en Oudewater NB 126 Stukken betreffende een geschil tussen het Sticht en de stad Oudewater over de eigendom van het veer te Oudewater, (1560) (1560) 3 stukken 2.1.2. Organisatie 127 Beschrijvingsbrieven voor vergaderingen van de Staten, 1525-1581. Minuten 1525-1581. Minuten 1 omslag 128 Akte van het Hof, waarbij op verzoek van de domdeken wordt vastgelegd op welke wijze de Staten voortaan beschreven zullen worden, 1531. Concept 1531. Concept 1 stuk 129 Rekest van de Staten aan de landvoogdes om het Hof van Utrecht te verbieden beschrijvingen van de Staten op te houden, (ca. 1567) (ca. 1567) 1 stuk 130 Instructie op het beschrijven van de Staten van Utrecht, het kiezen van de magistraat in de stad Utrecht en andere zaken, (ca. 1581). Fragment (ca. 1581). Fragment 1 stuk 131 Brief waarin de Staten aankondigen dat zij voortaan opnieuw in het groot kapittelhuis van de dom zullen vergaderen, 1577. Afschriften 1577. Afschriften 2 stukken 132 Overeenkomst tussen de leden van de Staten dat voortaan besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen, 1560. Afschrift 1560. Afschrift 1 stuk 133 Presentielijst van vergaderingen van de Staten, 1570 1570 1 stuk 134 Agenda voor een Statenvergadering, 1535 sept. 23 1535 sept. 23 1 stuk 135 Lijst van punten die door de vergadering van de Staten moeten zijn afgehandeld voor 1 april 1578 1 stuk 136 Stukken betreffende de reorganisatie van de Utrechtse afvaardiging ter Staten-Generaal tot verbetering van de kommunikatie, met akte van vrijgeleide, afgegeven door Maximiliaan van Hénin, graaf van Bossu en stadhouder van Utrecht, voor Floris Thin ten behoeve van een reis naar Brussel, 1577 1577 3 stukken 137 Stukken betreffende de oprichting van een permanent college van Gedeputeerde Staten, 1578-1581 1578-1581 1 omslag 380 Oude Orde 138 Formulier van de eed af te leggen door degenen die ter vergadering van de Staten zijn opgeroepen, (ca. 1581) (ca. 1581) 1 stuk 2.1.3. Personeel 139 Specificatie van schrijfwerk verricht door de notaris Gerrit Beyer ten behoeve van de Staten, 1514-1516 1514-1516 1 katern 37 Oude Orde 140 Akte van aanstelling van Sander van Bommel tot sekretaris van de Staten, (ca. 1536). Minuut (ca. 1536). Minuut 1 stuk 141 Specifcatie van schrijfwerk verricht door de sekretaris Sander van Bommel, ten behoeve van de Staten over het jaar 1535 okt. 1 -1536 okt. 1 1 katern 207 Oude Orde 142 Specificatie van afschriften gemaakt door de sekretaris Willem van Lamsweerde ten behoeve van de Staten, 1579-1580 1579-1580 1 stuk 143 Rekest van Willem van Lamsweerde tot verhoging van zijn salaris, 1580. In tweevoud 1580. In tweevoud 2 stukken 144 Instructie voor Floris Thin, advocaat van de Staten, 1577 1577 1 stuk 145 Instructie waarop Hendrik Lijster wordt aangesteld als advocaat naast Floris Thin, opgesteld door laatstgenoemde, (ca. 1580) (ca. 1580) 1 stuk 146 Formulier van de eed die de "gedeputeerden van de kiste" moeten zweren, (ca. 1536) (ca. 1536) 1 stuk 147 Aantekeningen van de stadhouder ten behoeve van de ontvanger van het huis- en stuivergeld inzake de opmaak van diens rekening, 1536 1536 1 stuk 148 Instructie voor Johan van der Haer, kameraar van de Staten, 1539 1539 1 stuk 149 Specificatie van diensten en vakaties verricht door Pieter van Sinte Pieters, rekenmeester van Holland, ten behoeve van de Staten van Utrecht over de jaren 1529-1539 1 katern 208 Oude Orde 150 Stukken betreffende het proces gevoerd voor het Hof van Utrecht tussen de Staten en Johan van der Haer, kameraar, inzake een geschil over de sluiting van de rekeningen van het oudschildgeld en het salaris van de kameraar, 1545-1546 1545-1546 1 pak 216 Oude Orde 151 Register van stukken betreffende een geschil tussen Gerrit van Renoy, rekenmeester van Holland, en de Staten inzake het beheer over de sleutels van de archiefkist van de Staten, 1542-1546 1542-1546 1 katern 214 Oude Orde 152 Rekest van de weduwe van Adriaan Numan, gecommitteerd tot het sluiten van de rekeningen van de Staten en de stad Utrecht, inzake achterstallig salaris van haar man, (ca. 1577) (ca. 1577) 1 stuk 153 Rekest van Joris Rataller, president van het Hof van Utrecht, inzake betaling van salaris voor zijn aanwezigheid als kommissaris sedert elf jaren, bij het sluiten van de rekeningen en voor andere diensten bewezen aan de Staten, 1579 1579 1 stuk 154 Staat van het salaris en de vakaties van Marten Roelands, advokaat bij de Grote Raad van Mechelen in de zaken waarbij de Staten van Utrecht partij zijn, over de jaren 1544-1557. Met kantbeschikking van de Staten, 1559 1 stuk 155 Instructie voor Willem van Cleeff, gecommitteerde tot de ontvangst van het oudschildgeld, 1579 1579 1 stuk 156 Instructie voor Peter van der Cloden, buitengewoon-deurwaarder inzake de exekutie van alle Statenimposten in de stad Utrecht en de stadsvrijheid, (ca. 1580) (ca. 1580) 1 stuk 157 Instructie voor Hendrik Buth, gecommitteerde tot de ontvangst van de geconfiqueerde goederen van regeringsgetrouwe ingezetenen, 1580 1580 1 stuk 158 Specificatie van onkosten en vacaties van Paulus Joostensz. vanwege een reis naar Amersfoort inzake een kwestie met Aert Willemsz., pachter van de generale middelen, 1578 1578 1 stuk 159 Stukken betreffende het salaris van Gerrit van de Water, klerk van Floris Thin en pander van de Staten, 1575, 1578 1575, 1578 2 stukken 160 Aantekening betreffende de betaling van de bode, 1514 1514 1 stuk 161 Verzoekschrift van de bode van de Staten aan het domkapittel om, zolang in de Statenkamer nog niet is voorzien in een bodekamertje, tijdelijk het hun toebehorende houte huysken mette pollen als zodanig te mogen gebruiken, 1580. Met kantbeschikking van het kapittel, 1580 1580 1 stuk 2.1.4. Verhouding met de landsheer 162 Landbrief van bisschop Arnold van Hoorn, 1375 mei 17. Met akten van bevestiging door de bisschoppen Rudolf van Diepholt, 1435 juli 2, en David van Bourgondië, 1456 aug. 6, en de elect Filips van Bourgondië, 1517 mei 19 1375 mei 17. Met akten van bevestiging door de bisschoppen Rudolf van Diepholt, 1435 juli 2, en David van Bourgondië, 1456 aug. 6, en de elect Filips van Bourgondië, 1517 mei 19 4 charters Zie voor andere exemplaren het archief van het Domkapittel nr. 3393, het archief van het kapittel van Oudmunster inv.nr. 2608, het archief van het kapittel van S. Marie inv.nr. 2277 en het archief van het kapittel van S. Pieter inv.nr. 1200-c NB 1 Oude Orde 163 Notariële akte waarbij de elekt Zweder van Culemborg in het kapittelgeneraal de landbrief bevestigt, 1425 aug. 28 1425 aug. 28 1 charter 5 Oude Orde 164 Akte waarbij bisschop Frederik van Blankenheim en een aantal prelaten, in tegenwoordigheid van de Staten, verklaren dat het hoge gerecht van Haastrecht en het hoge en lage gerecht van Hagestein aan de Utrechtse kerk toebehoren, 1405 dec. 26 1405 dec. 26 1 charter 2 Oude Orde 165 Akte waarbij Jan, bisschop van Macon, door paus Eugenius IV afgevaardigd tot herstel van de vrede in het bisdom en de stad Utrecht, de verplaatsing van de kapittels van Utrecht en Deventer naar Arnhem en Zutphen te niet doet, 1432. Vidimus van de officiaal van de bisschop, 1434 april 10 1432. Vidimus van de officiaal van de bisschop, 1434 april 10 1 charter 6 Oude Orde 166-166 Overeenkomst tussen de leden van de Staten om bisschop Rudolf van Diepholt bij te staan tegen de pretenties van Walraven van Meurs, 1436. Met twee akten waarbij Hendrik Borre van Amerongen en de stad Rhenen zich bij dit verbond aansluiten, 1436 1436 3 charters 3 Oude Orde 166-1 1436 mrt. 31 166-2 1436 april 22 166-3 1436 sept. 15 167 Verzoekschriften van de geestelijkheid aan de bisschop en aan ridderschap, stad en steden, tot ontheffing van de betaling van de subsidie, door Walraven van Meurs geëist tot afkoop van zijn rechten op het bisdom, 1452 1452 4 stukken 30 Oude Orde 168 Akte waarbij elect Gijsbert van Brederode en de Staten zich verbinden jegens de Staten van het Oversticht om hen in hun rechten en privileges te handhaven en om elkaar wederzijds hulp te bieden in geval de hertog van Bourgondië of zijn zoon David de rechten van de elekt zullen bestrijden, (1455). Concept (1455). Concept 1 stuk 169 Akte waarbij bisschop David van Bourgondië de Staten belooft dat hij de stad Wijk en de sloten Duurstede en Abcoude als een deel van het Sticht zal aanvaarden en niet zal vervreemden, 1459 juli 7 1459 juli 7 1 charter 7 Oude Orde 170 Akte waarbij bisschop David van Bourgondië amnestie verleent aan de Staten inzake hun handelen tijdens de in 1477 begonnen geschillen, 1481 mei 9 1481 mei 9 1 charter 9 Oude Orde 171 Akte waarbij de Staten zich verbinden om hun privileges tegen bisschop David van Bourgondië te beschermen, 1482 aug. 14 1482 aug. 14 1 charter 10 Oude Orde 172 Overeenkomst tussen bisschop Frederik van Baden en de Staten tot wederzijdse hulp bij afweer van onrecht, 1512 juni 19 1512 juni 19 1 charter 16 Oude Orde 173 Stukken betreffende de afstand en de opvolging van bisschop Frederik van Baden, 1516-1517 1516-1517 4 stukken 174 Scheidsrechterlijke uitspraak van elekt Hendrik van Beieren inzake het gildenoproer in de stad Utrecht, met reaktie daarop van de gilden en de raad van de stad, 1527. Afschrift 1527. Afschrift 1 katern 39 Oude Orde 175 Overeenkomst tussen de leden van de Staten om zich gezamenlijk te verzetten tegen de inbreuken, door elekt Hendrik van Beieren op hun rechten en privileges gemaakt, 1527 aug. 19 1527 aug. 19 1 charter 23 Oude Orde 176 Stukken betreffende de overdracht van het wereldlijk gezag over het Nedersticht door de elekt Hendrik van Beieren aan Karel V, 1528 1528 1 omslag 177-177 Akte van bevestiging op verzoek van de Staten door de landvoogdes van de overeenkomst op 20 maart 1512 tussen landsheer en Staten gesloten, behoudens dat de pachthuizen en goederen van de keizer vrij zullen zijn van de in de overeenkomst genoemde huis- en stuivergeldheffingen en behoudens enige wijzigingen in de manier van ontvangst van deze heffingen, 1535. Met concept van het rekest 1535. Met concept van het rekest 1 charter en 1 stuk Zie voor de overeenkomst van 20 maart 1512, nr. 363 NB 177 1535 1 stuk 109 Oude Orde 177-2 1535 dec. 27 109 Oude Orde 178 Lijst van bezwaren door de geestelijkheid en de ridderschap voorgelegd aan de landsheer, inzake inbreuken op hun privileges door de stad Utrecht, (ca. 1538). Concept (ca. 1538). Concept 1 katern 179 Lijst van artikelen, opgesteld door de geestelijkheid inzake de geestelijke jurisdictie, vrijheden en exemptie, belastingen en andere zaken, om opgenomen te worden in de instructie van de commissarissen door de Staten naar Karel V gezonden, 1538 1538 1 stuk 180 Stukken betreffende de komst van prins Filips, als toekomstig landsheer, naar de Nederlanden, 1548 1548 2 stukken 181-181 Verslag van de inhuldiging van prins Filips als erflandsheer van Utrecht, met akte van aanvaarding door de landvoogdes van de toestemming der Staten tot huldiging van Filips, met de eedsformulieren en afschrift van de Pragmatieke Sanctie, 1549 1549 1 katern en 2 charters 181 1549 1 katern 94 Oude Orde 181-2 1549 okt. 4 94 Oude Orde 181-3 1549 okt. 4 94 Oude Orde 182 Overeenkomst tussen de leden van de Staten om een aantal personen volmacht te geven en af te vaardigen naar Brussel om de troonsafstand van Karel V bij te wonen en Filips als erfheer te ontvangen, 1555. Concept 1555. Concept 1 stuk 183 Stukken betreffende het vertrek van Karel V uit de Nederlanden en de overdracht van het gezag in handen van zijn zoon Filips, (1555) (1555) 2 stukken 184-184 Akte van de eedsaflegging door Filips II en door de gedeputeerden van de Staten, 1555. Met vidimus van de stad Brussel, 1555 1555 2 charters 184-1 1555 okt. 26 95 Oude Orde 184-2 1555 okt. 26 95 Oude Orde 185 Stukken betreffende de satisfactie met Filips II als landsheer van Utrecht, 1555-1556 1555-1556 3 stukken 186 Akte waarbij Filips II op verzoek van de Staten bepaalt, dat in het land van Utrecht alleen diegenen tot ambten worden toegelaten die geboortig zijn uit de Nederlanden en de taal die men in Utrecht spreekt machtig zijn, 1555 1555 1 stuk 99 Oude Orde 187 Antwoord van de landvoogdes op een verzoek van de Staten om als "nieuw aangekomen land" te worden behandeld en vrijgesteld te worden van algemene belastingen, 1562. In tweevoud 1562. In tweevoud 2 stukken 188 Akte waarbij Filips II de hertog van Alva aanstelt tot kapitein-generaal in de Nederlanden, 1566. Afschrift 1566. Afschrift 1 stuk 189 Brief van Filips II aan de magistraat van de stad Utrecht met de mededeling dat hij de hertog van Alva naar de Nederlanden zal sturen, met aankondiging door Alva van zijn komst, 1566. Afschrift 1566. Afschrift 1 stuk 190 Lijst bevattende 19 artikelen door de landvoogdes en de hertog van Alva aan de stad voorgelegd in verband met de houding tijdens de beeldenstorm, met rapport inzake het antwoord, (1567) (1567) 1 omslag 223 Oude Orde 191 Naamlijst van personen die naar aanleiding van de onlusten van 1566 te Brussel metten zweerde berecht zijn, met afschrift van de eis tegen Willem van Oranje, 1568 1568 1 stuk 192 Verhaell van het gepasseerde tusschen de edelen van Holland en Utrecht met het overleveren van het request aende hartoginne van Parma, ende hoe duc d'Alba sijn eijsch tegen die landen van Utrecht heeft ingestelt, 1566. Casus in het proces door de hertog van Alva aangespannen tegen de Staten 1566. Casus in het proces door de hertog van Alva aangespannen tegen de Staten 1 deel 224 Oude Orde 193-195 Stukken betreffende het proces door de hertog van Alva aangespannen bij de Raad van Beroerten tegen de Staten van Utrecht wegens majesteitsschennis, 1568-1570, met bewijsstukken in afschrift vanaf 1559 1568-1570, met bewijsstukken in afschrift vanaf 1559 3 pakken 193 1568-1570 224 Oude Orde 194 Afschriften vanaf 1559 (1) 224 Oude Orde 195 Afschriften vanaf 1559 (2) 224 Oude Orde 196 Sententie uitgesproken in het proces als voren, 1570. Afschrift. In tweevoud 1570. Afschrift. In tweevoud 2 stukken 197 Stukken betreffende de strafmaatregelen door de hertog van Alva genomen naar aanleiding van het vonnis uitgesproken in het proces als voren en betreffende het appèl van de Staten op de landsheer, 1570-1573 1570-1573 1 pak 225 Oude Orde 198 Stukken betreffende de missie van Willem Vuesels, afgevaardigd door de Staten naar Madrid in verband met de strafmaatregelen door de hertog van Alva opgelegd aan de Staten, 1572, 1576-1577 1572, 1576-1577 1 omslag 199 Instructie voor gecommitteerden van de geestelijkheid tot een missie naar de paus in verband met de strafmaatregelen als boven, 1572 1572 1 katern 200 Brief van de hertog van Alva aan het Hof, waarin de geboorte van een zoon van Filips II wordt bericht en een oproep wordt gedaan tot het houden van een algemene dankprocessie, 1572. Afschrift 1572. Afschrift 1 stuk 201 Uittreksel uit een lijst met voorwaarden door de Staten gesteld aan de nieuwe landvoogd Luis de Requesens met het oog op het bereiken van een akkoord, 1574. Fragment 1574. Fragment 1 stuk 202 Formulier van de eed waarmee de inwoners van Utrecht de landvoogd don Juan moeten afzweren, 1578. Minuut 1578. Minuut 1 stuk 203 Formulier van de eed waarbij de magistraat van de stad Utrecht en de burgerhoplieden Filips II en de katholieke eredienst afzweren, 1581. Met afschrift 1581. Met afschrift 2 stukken 204 Akte waarbij de Staten Filips II als hun landsheer afzweren, 1581. Minuut 1581. Minuut 1 katern 205-208 Instructies voor afgezanten van de Staten naar de landvoogd, (ca. 1550)-1574 (ca. 1550)-1574 4 stukken 205 Instructie voor Charles de Coninck, (ca. 1550). Concept (ca. 1550). Concept 206 Instructie voor Wouter van Coddenoort, Johan van der Haer en Staas van Brakel, 1558 1558 207 Instructie voor niet nader genoemden, 1567. Koncept 1567. Koncept 208 Instructie voor Engelbert van Bruhezen en Floris Thin, 1574. Afschrift 1574. Afschrift 2.1.5. Verhouding met de stadhouder en het Hof 209 Instructie van Karel V voor het Hof van Utrecht, 1531. Afschrift 1531. Afschrift 1 katern 210 Stukken betreffende de bezwaren door de geestelijkheid naar voren gebracht bij de centrale regering inzake de instructie voor het Hof van Utrecht, 1530-1531 1530-1531 1 omslag 96 Oude Orde 211 Lijst van artikelen waarin de Staten hun bezwaren naar voren brengen tegen het Hof en andere keizerlijke ambtenaren, 1536 1536 1 katern 97 Oude Orde 212 Lijst van grieven door de eerste twee leden van de Staten aangeboden aan de stadhouder inzake de betaling van de toegenomen deputaties en vacaties en andere zaken, 1540 1540 1 katern 213 Instructie voor Hendrik de Voocht van Rynevelt voor een missie naar de stadhouder, 1561 1561 1 stuk 214 Stukken betreffende het gedrag van Gillis van Berlaymont, vrijheer van Hierges, waarnemend stadhouder te Utrecht, 1576 1576 1 omslag 215 Notitie inzake het opnemen van contacten met Maximiliaan van Hénin, graaf van Bossu, voormalig stadhouder, na diens vrijlating door de geuzen, (1577) (1577) 1 stuk 216 Stukken betreffende de totstandkoming van het akkoord waarbij de Staten Willem van Oranje opnieuw als stadhouder erkennen, 1577 1577 1 pak 217-217 Akte van satisfactie tussen de Staten van Utrecht en Willem van Oranje, 1577, met afschriften 1577, met afschriften 1 charter (in boekvorm) en 1 omslag 217 1577 1 omslag 376 Oude Orde 217-2 1577 okt. 9 1 charter 376 Oude Orde 218 Nota inzake de verandering in de verhouding tussen de Staten en het Hof van Utrecht, (ca. 1580) (ca. 1580) 1 stuk 219 Formulier van de nieuwe eed af te leggen door de president en de raden van het Hof van Utrecht, 1580. In tweevoud 1580. In tweevoud 1 stuk 220 Formulier van de nieuwe eed door de deurwaarders en panders van het Hof af te leggen, (ca. 1580) (ca. 1580) 1 stuk 221 Lijst van antwoorden van gecommitteerden van de stadhouder op 24 artikelen door de magistraat en de acht hoplieden van de stad Utrecht aan hem voorgelegd, 1581 1581 1 stuk 2.1.6. Verhouding met de kleine steden 222 Sententie van het Hof van Utrecht in een geschil tussen de gedeputeerden van de stad Utrecht en die van de kleine steden betreffende een afvaardiging naar de landvoogdes, 1554 1554 1 stuk 223 Stukken betreffende een geschil tussen de Staten en de kleine steden inzake het behoud van oude privileges van laatstgenoemden waaronder beschrijvingen ter dagvaart en vrijdom van belastingen, 1577-1578 1577-1578 3 stukken 2.1.7. Financiën 2.1.7.1. Beden 224 Akte van consent van een bede aan bisschop Frederik van Blankenheim ten behoeve van de vrede met Jan van Beieren en Reinoud van Gelre, (1422). Afschrift (1422). Afschrift 1 stuk In dorso aantekeningen van particuliere aard van een notaris te Ter Eem NB 225-225 Akte van consent van een bede van 50.000 goudgulden aan de elect Hendrik van Beieren, 1524. In tweevoud, waarvan een gecancelleerd 1524. In tweevoud, waarvan een gecancelleerd 2 charters 225-1 1524 okt. 9 38 Oude Orde 225-2 1524 okt. 9 38 Oude Orde 226 Stukken betreffende de bede van 80.000 gulden, geconsenteerd in 1530 ter gelegenheid van de blijde inkomste van Karel V, 1530-1536 1530-1536 1 omslag 163 Oude Orde 227 Aantekening inzake een bede van 3.000 Karolus gulden, geconsenteerd ter gelegenheid van het bezoek van Karel V aan Utrecht, 1540 1540 1 stuk 228 Akte van aanvaarding door de landvoogdes van het consent van de Staten van een bede ter verdediging van de Bourgondische landen, 1542 dec. 20 1542 dec. 20 1 charter 161 Oude Orde 229 Brief van de landvoogdes aan de Staten inzake een expeditie tegen de Turken en de daarvoor noodzakelijke belastingen, 1544. Afschrift 1544. Afschrift 1 stuk 230 Akte van aanvaarding door de landvoogdes van het konsent van de bede van 20.000 gulden op onderpand van een jaar oudschildgeld, 1545 juli 23 1545 juli 23 1 charter 162 Oude Orde 231 Bede van Karel V van 24.000 Karolus gulden ter bekostiging van de oorlog in Duitsland, 1548. Afschrift 1548. Afschrift 1 stuk 232-232 Akte van aanvaarding door Karel V van het consent van de bede van 24.000 Karolus gulden, 1548. Met akte waarbij hij toestemming verleent losrenten te verkopen tegen de penningen 20 en 18 op voorwaarde dat de Staten medewerking zullen verlenen aan de vernieuwing van de leggers van het oudschildgeld, 1550 1550 2 charters 232-1 1548 dec. 10 164 Oude Orde 232-2 1550 juli 10 233 Stukken betreffende een bede van 30.000 gulden, 1550-1553 1550-1553 2 stukken 234 Stukken betreffende een bede van 20.000 gulden ten behoeve van de oorlog tegen Frankrijk, 1551-1553 1551-1553 1 omslag 166 Oude Orde 235 Akte van consent van een bede van 20.000 gulden ten behoeve van de oorlog tegen Frankrijk, 1554, met beschikking in de marge door de landvoogdes betreffende de daarbij gestelde voorwaarden 1554, met beschikking in de marge door de landvoogdes betreffende de daarbij gestelde voorwaarden 1 stuk 167 Oude Orde 236 Stukken betreffende een bede van tweemaal 20.000 gulden ten behoeve van de landsverdediging, 1554-1555 1554-1555 1 omslag 170 Oude Orde 237 Stukken betreffende een bede van de opbrengst van de 100ste penning op onroerend goed en van de 50ste penning op koopmanswinsten, waarop de Staten 33.000 Karolus gulden consenteren, 1556 1556 1 omslag 238 Stukken betreffende een bede van 20.000 gulden te betalen over vier jaar, 1557-1558 1557-1558 2 stukken 170 Oude Orde 239 Stukken betreffende verschillende beden tot een bedrag van 20.000 gulden, 1560 1560 1 omslag 240 Stukken betreffende een bede van 9.000 ponden, te betalen over drie jaar, 1564 1564 2 stukken 241 Stukken betreffende een bede van 12.000 ponden, geconsenteerd in 1568 geconsenteerd in 1568 3 stukken 242 Stukken betreffende de weigering van de geestelijkheid tot betaling van een bede ten behoeve van de hertog van Alva, 1573 1573 4 stukken 243 Stukken betreffende de onderhandelingen tussen de leden van de Staten over de afkoop met de som van 150.000 gulden van de door de landvoogd gevraagde 10e, 20ste en 100ste penning, 1569-1576 1569-1576 1 omslag 244 Stukken betreffende de onderhandelingen met de centrale regering over de betaling van de afkoopsom van de 10e, 20ste en 100ste penning, 1575-1576 1575-1576 1 omslag 174 Oude Orde 245 Stukken betreffende het consenteren van de gelden die de Staten-Generaal hebben gevraagd ten behoeve van de oorlogvoering, 1577-1581 1577-1581 1 pak 2.1.7.2. Andere schulden 246 Akte waarbij bisschop David van Bourgondië en de Staten met de steden Amersfoort, Rhenen en Wijk bekend maken dat zij Frederik van IJsselstein schadeloos zullen stellen met een bedrag van 13.000 rijnse gulden voor aan het Sticht bewezen diensten, 1483 okt. 27. Gecancelleerd 1483 okt. 27. Gecancelleerd 1 charter 69 Oude Orde 247 Akte van schuldbekentenis aan Tomaso Portinari, koopman te Florence, voor een bedrag van 7.000 rijnse gulden, geleend tot delging van een schuld van 20.000 rijnse gulden, als zoengeld te betalen aan Maximiliaan van Oostenrijk, 1484 nov. 23. Gecancelleerd 1484 nov. 23. Gecancelleerd 1 charter 68 Oude Orde 248 Register van akten van erfelijke losrenten uitgegeven door bisschop en Staten tot delging van een schuld van 13.000 gulden aan Frederik van IJsselstein en van een algemene schuld van 70.000 gulden als gevolg van de Stichtse oorlog, 1481-1483. Met aantekeningen omtrent de aflossing van de schuld en afschrift van een verordening tot heffing van een bieraccijns, 1484-1493 met naamlijst van kopers, (ca. 1486) 1481-1483. Met aantekeningen omtrent de aflossing van de schuld en afschrift van een verordening tot heffing van een bieraccijns, 1484-1493 met naamlijst van kopers, (ca. 1486) 1 katern en 1 stuk 55 Oude Orde 249 Register van akten van erfelijke losrenten uitgegeven tot delging van een renteschuld aan Georg Rottaler, 1492. Afgelost 1515 1492. Afgelost 1515 1 katern 55 Oude Orde 250 Kwitantie van Georg Rottaler van een afgeloste rente van 2150 gulden, 1492 1492 1 stuk 251 Akte waarbij bisschop David van Bourgondië de Staten belooft hen te helpen bij de inning van gelden ter aflossing van de schuld aan Frederik van IJsselstein, 1493 febr. 26 1493 febr. 26 1 charter 11 Oude Orde 252 Stukken betreffende de onderhandelingen tussen de leden der Staten inzake het opbrengen van gelden tot delging van de schulden als gevolg van de Stichtse oorlog, 1498 1498 1 omslag 33 Oude Orde 253 Vonnis van het Hof waarbij de erfgenamen van Daniël van der Heyden niet ontvankelijk worden verklaard in hun eis tegen de Staten, inzake de terugbetaling van gelden door eerstgenoemde in 1499 aan de Staten voorgeschoten gelden in verband met de "Kleefse vete", 1545 mei 31 1545 mei 31 1 charter 200 Oude Orde 254 Register van stukken betreffende de betaling van een schadevergoeding van 444 gulden aan de erfhofmeester Hendrik van Gendt, 1499-1519 1499-1519 1 stuk 255 Kwitantie van Jan van Berghen voor de ontvangst van 466 gulden, 1500. Afschrift 1500. Afschrift 1 stuk 256 Kwitantie van de domdeken voor een renteaflossing door de "gedeputeerden van de kiste", 1503 mrt. 21 1503 mrt. 21 1 charter 70 Oude Orde 257 Schuldbekentenis van de Staten aan Peter Willemsz. Halfjoncker voor 24 rijnse gulden wegens levering van planken, 1511 1511 1 stuk 258 Advies van het eerste lid van de Staten inzake de betaling van de schuld van 105.000 gulden als gevolg van de IJsselsteinse oorlog, (1511), met lijst van belastingplichtige instellingen en gerechten in de provincie (1511), met lijst van belastingplichtige instellingen en gerechten in de provincie 1 stuk 259 Staat van inkomsten uit losrenten uitgegeven ten name van Utrechtse burgers, (ca. 1511) (ca. 1511) 1 katern 260 Staat van inkomsten uit renten, uitgegeven ten name van kloosters, gods- en gasthuizen, ten laste van de wijnaccijns, (ca. 1511) (ca. 1511) 1 katern 90 Oude Orde 261 Staat van inkomsten uit renten, uitgegeven ten name van de vijf kapittels en Utrechtse burgers ten laste van het Hinderdamsgeld, (ca. 1511) (ca. 1511) 1 katern 89 Oude Orde 262 Akte van borgtocht waarbij het domkapittel verklaart aan Johan Krijsz., deken van S. Severijn te Keulen, de losrente die hij van de Staten heeft gekocht ten laste van het Hinderdamsgeld te betalen in geval de kameraar van de Hinderdam in gebreke blijft bij de aflossing, 1511 febr. 21. Gecancelleerd 1511 febr. 21. Gecancelleerd 1 charter 92 Oude Orde 263 Voorstel van de Staten inzake de lossing van de renten uitgegeven in 1511 en 1512, (ca. 1512) (ca. 1512) 1 stuk 264 Overeenkomst tussen de leden van de Staten om 1000 Filips gulden erfelijke losrente,af te lossen uit het Hinderdamsgeld, 1511 febr. 14 1511 febr. 14 1 charter 265 Register van erfelijke losrenten,af te lossen tegen de penning 16 uit het Hinderdamsgeld, 1511 1511 1 katern 87 Oude Orde 266 Register van restanten van schulden, te betalen aan Jean Faulquier, erfkamerling van Karel van Gelre, en zijn ruiters, door de Staten in dienst genomen tijdens de IJsselsteinse oorlog, (1513) (1513) 1 katern 83 Oude Orde 267 Stukken betreffende de ruiterschuld aan Jean Faulquier, 1511, 1518 1511, 1518 3 stukken 268 Register van erfelijke losrenten, uitgegeven 1513 en af te lossen tegen de penning 19, 1515-1516 1515-1516 1 katern 56 Oude Orde 269 Verslag van gedeputeerden van de Staten van een onderzoek naar de rekening van Hendrik Jansz., schutmeester van de Staten, van inkomsten en uitgaven tijdens de IJsselsteinse oorlog, 1528 1528 1 katern 76 Oude Orde 270-270 Akten waarbij Karel V uitstel van betaling verleent van alle achterstallige renten, in 1511 uitgegeven, 1528-1535. Met afschrift van de akte van 1528 1528-1535. Met afschrift van de akte van 1528 4 charters en 1 stuk 270 1528 1 stuk 105 Oude Orde 270-2 1528 nov. 18 105 Oude Orde 270-3 1531 okt. 25 105 Oude Orde 270-4 1533 okt. 31 105 Oude Orde 270-5 1535 okt. 30 105 Oude Orde 271 Stukken betreffende de aflossing van achterstallige renten in de jaren 1511 en 1512 uitgegeven, 1535-1540 1535-1540 1 omslag 272 Stukken betreffende de betaling van achterstal van de in 1511 en 1512 uitgegeven renten en de voortzetting van de heffing van een bieraccijns, (ca. 1547) (ca. 1547) 4 stukken 273-273 Akte van toestemming door de landvoogdes tot lossing van de in 1511 en 1512 uitgegeven renten tegen de penning 19 in plaats van de penning 16, zoals bij octrooi van 1544 bepaald was, 1552. Met afschrift 1552. Met afschrift 1 charter en 1 stuk 273 1552 1 stuk 112 Oude Orde 273-2 1552 febr. 21 112 Oude Orde 274 Staat, op verzoek van de gilden opgemaakt door gedeputeerden van bisschop en Staten van alle renten, sinds 1511 door de Staten verkocht uit het Hinderdamsgeld, de meel- en de wijnaccijns en overgeschreven ten laste van het huis- en stuivergeld, alsmede van hetgeen daarop al is betaald, 1525 1525 1 deel 88 Oude Orde 275 Akte waarbij de Staten een aantal besluiten bekend maken, in het bijzonder ten aanzien van de vereffening van rekeningen van de IJsselsteinse oorlog, 1527 mrt. 16 1527 mrt. 16 1 charter 19 Oude Orde 276 Staat van geschatte schulden van de Staten als gevolg van de IJsselsteinse oorlog van 1511 en van de oorlog van 1527 1 stuk 277 Akte waarbij de Staten zich verplichten tot de jaarlijkse betaling aan de landsheer van de 8ste penning op de wijnaccijns, en van 12 stuivers van elk vat bier binnen de stad Utrecht gebrouwen, en van een stuiver van elk vat bier elders gebrouwen, 1528. Afschrift 1528. Afschrift 1 stuk 278 Akte van schuldbekentenis aan de hertog van Gelre voor een bedrag van 8.000 goudgulden, terug te betalen binnen zes maanden in twee termijnen, 1527 1527 1 charter 279 Stukken betreffende de onderhandelingen tussen de leden van de Staten inzake het opbrengen van gelden tot delging van de schuld aan de hertog van Gelre als gevolg van de oorlog van 1527, 1527-1530 1527-1530 1 omslag 280 Akte van volmacht voor Markus van Weze om losrenten uit te geven, (ca. 1528). Afschrift (ca. 1528). Afschrift 1 stuk 281 Overeenkomst tussen de leden van de Staten om het bedrag van 1000 goudgulden losrenten, uitgegeven ten behoeve van de afweer van een aanval van Hendrik van Beieren, af te lossen uit het Hinderdamsgeld en de accijnzen, 1528 jan. 5 1528 jan. 5 1 charter 40 Oude Orde 282-282 Akten waarbij Anthonis van Venrode, gemachtigde van de Staten, inkomsten uit tienden en andere Stichtse goederen en rechten in Gelre verpandt, 1528 1528 16 charters De goederen zijn gelegen in Apeldoorn, Barneveld, Brummen, Echteld, Ede, Epe, De Liemers, Oij en Mill, Rheden, Velp en elders op de Veluwe; zij behoren toe aan verschillende Nederstichtse instellingen en personen NB 282-1 1528 febr. 11 282-2 1528 febr. 12 282-3 1528 febr. 13, 1528 febr. 20 282-4 1528 febr. 14 282-5 1528 febr. 26 282-6 1528 febr. 27 282-7 1528 febr. 27 282-8 1528 febr. 28 282-9 1528 febr. 28 282-10 1528 febr. 28 282-11 1528 febr. 28 282-12 1528 mrt. 2 282-13 1528 mrt. 9 282-14 1528 mrt. 19 282-15 1528 mrt. 20 283-283 Akten waarbij Marcus van Weze, gemachtigde van de Staten, Stichtse goederen in Gelre verpandt, 1528. Met ingelaste akte van volmacht voor Marcus van Weze, 1528 1528 4 charters De goederen zijn gelegen in Lienden en de Marsch NB 283-1 1528 juni 17 73 Oude Orde 283-2 1528 juni 17 73 Oude Orde 283-3 1528 juni 17 73 Oude Orde 283-4 1528 juni 20 73 Oude Orde 284-284 Akten van schadeloosstelling ten behoeve van de stadhouder, die op verzoek van de Staten bedragen van 16.000 en 18.000 rijnse gulden heeft geleend van Antwerpse kooplieden tot delging van de schuld aan de hertog van Gelre, 1530. Met afschrift 1530. Met afschrift 4 charters en 1 stuk 284 1530 1 stuk 205 Oude Orde 284-2 1530 aug. 14 205 Oude Orde 284-3 1530 aug. 14 205 Oude Orde 284-4 1530 sept. 17 205 Oude Orde 284-5 1530 205 Oude Orde 285 Overeenkomst tussen de leden van de Staten om hun voorstellen inzake het opbrengen van gelden tot betaling van hun schulden voor te leggen aan de landvoogdes en zich aan haar beslissing te onderwerpen, 1530 sept. 17 1530 sept. 17 1 charter 175 Oude Orde 286-286 Akte waarbij de Staten verklaren 1200 goudgulden schuldig te zijn aan Hendrik van Beieren, gewezen elekt van Utrecht en thans coadjutor van Worms, ingevolge een overeenkomst met hem in 1533 gesloten, 1534. Gecancelleerd. Met bevestiging van de schuldbekentenis door Karel V, 1534. Gecancelleerd 1534. Gecancelleerd 2 charters 286-1 1534 dec. 9 286-2 1534 dec. 10 287 Rekest van de Staten aan het Hof om een omslag over het gemene land te mogen doen tot betaling van schulden aan de hertog van Gelre en de gewezen elekt Hendrik van Beieren, respektievelijk 2000 Karolus gulden en 1300 goudgulden, (ca. 1534) (ca. 1534) 1 stuk 288 Akte van attestatie van afgevaardigden van de ridderschap en van de stad Utrecht voor het Hof, inzake betaling van gelden ten behoeve van Hendrik van Beieren, 1534 dec. 7 1534 dec. 7 1 charter 177 Oude Orde 289-289 Stukken betreffende de vereffening van schulden aan Hendrik van Beieren, 1530-1534. Met akten van kwijting, 1534, 1536 1530-1534. Met akten van kwijting, 1534, 1536 1 pak en 3 charters 289 1530-1534 1 pak 179 Oude Orde 289-2 1534 nov. 25 179 Oude Orde 289-3 1534 nov. 25 179 Oude Orde 289-4 1536 juni 10 179 Oude Orde 290 Advies van gecommitteerden van de Staten op een aantal artikelen, opgesteld door de domdeken, inzake financiële kwesties het gemene land en de Staten betreffende, 1536 1536 1 katern 291 Akte van volmacht van het Hof van Holland voor de zoon van Catharina Nicolai, boedelhoudster van Pieter van Sinte Pieters, tot de ontvangst van gelden die de Staten van Utrecht aan laatstgenoemde verschuldigd waren, (ca. 1539) (ca. 1539) 1 charter 150 Oude Orde 292-292 Akte van bevestiging door Karel V van de verklaring van de stadhouder, dat de schulden die aan de hertog van Gelre betaald moeten worden volgens het traktaat van Grave, voor de helft door de geestelijkheid en voor de andere helft door de ridderschap en de stad zullen worden opgebracht, en dat de hierover verschuldigde rente ten laste van de Staten zal komen, 1537. Met afschrift 1537. Met afschrift 1 charter en 1 stuk 292 1537 1 stuk 181 Oude Orde 292-2 1537 febr. 24 181 Oude Orde 293-293 Stukken betreffende de onderhandelingen tussen de drie leden van de Staten over het opbrengen van gelden tot lossing van de verpande Stichtse goederen in Gelre, 1541-1545 1541-1545 1 charter en 1 omslag 293 1541-1545 1 omslag 191 Oude Orde 293-2 1544 nov. 17 191 Oude Orde 294 Staat van inkomsten en uitgaven van de domdeken Johan van Voorst van Loenbeke van de 32.000 gulden, opgebracht door de geestelijkheid tot lossing van de verpande Stichtse goederen in Gelre. Met bijlagen, 1544-1545 1544-1545 1 omslag 192 Oude Orde 295 Rekening van de 32.000 gulden door de geestelijkheid opgebracht tot lossing als voren, 1545. Met voorin afschriften van hiermee in verband staande akten, 1544-1545 1544-1545 1 katern 195 Oude Orde 296 Rekening van Gerrit van der Nijekerk, abt van S. Paulus, gekommitteerd tot de ontvangst van de 12.000 Karolus gulden, door de kloosters en gasthuizen binnen Utrecht opgebracht tot lossing van de verpande Stichtse goederen in Gelre, 1545. Gesloten 1546. In tweevoud 1545. Gesloten 1546. In tweevoud 2 katernen 193 Oude Orde 297 Lijst van uitgaven van Eerst van Nijenrode, ontvanger van de 16.000 gulden vanwege de ridderschap, op het platteland gezet tot lossing van de verpande Stichtse goederen in Gelre, (1545). Met kwitanties, 1544-1545 1544-1545 1 omslag 194 Oude Orde 298 Declaraties en specificaties van schrijfwerk verricht door Sander van Bommel ten behoeve van de ridderschap in verband met het opbrengen van de 16.000 gulden als voren, (1545) (1545) 1 katern 299 Rekening van Amelis uten Eng, gecommitteerd namens de ridderschap tot de ontvangst van gelden als handgeld, opgebracht in verband met de lossing als voren. Gesloten 1549. Met bijlagen, 1531-1547 1531-1547 1 omslag 196 Oude Orde 300 Specifikaties van de deurwaarder van het Hof van zijn vacaties ten behoeve van de geestelijkheid en de ridderschap inzake het opbrengen van gelden tot lossing als voren, 1546 1546 2 stukken 209 Oude Orde 301 Rekening van Hendrik van Raveswaay, gecommitteerd namens de stad Utrecht tot de ontvangst van de 16.000 Karolus gulden opgebracht tot lossing als voren, 1546. Met bijlagen, 1545, 1546 1546. Met bijlagen, 1545, 1546 1 omslag 197 Oude Orde 302 Lijst van bezwaren, ingebracht tegen een aantal rekeningen van de gelden opgebracht in verband met de lossing als voren, (1545) (1545) 1 stuk 303 Kwitanties van betalingen gedaan in verband met de lossing als voren, 1545 1545 1 omslag 304 Stukken betreffende de moeilijkheden bij de sluiting van de rekening van de 64.000 gulden tot lossing als voren, 1546 1546 1 omslag 305 Stukken betreffende het proces gevoerd voor de Grote Raad te Brussel, tussen Tielman Tap, waard in de Oliphant te Utrecht, en de Staten inzake de betaling van schulden door Gelderse ruiters in 1527-1528 in zijn herberg gemaakt, 1545-1546 1545-1546 1 omslag 217 Oude Orde 306 Stukken betreffende de afrekening tussen de Staten en Albert van Leeuwenberch, kameraar van de Lekdijk en de Hinderdam, van de gelden die diens voorganger Eerst Taets van Amerongen heeft voorgeschoten in verband met herstel van de Lekdijk en de sluizen in de Hinderdam, 1524. Met retroakten, 1522-1523 en met bestek voor de nieuwe sluizen in de Hinderdam 1524. Met retroakten, 1522-1523 en met bestek voor de nieuwe sluizen in de Hinderdam 1 omslag 82 Oude Orde 307-307 Stukken betreffende het geschil tussen de Staten en Albert van Leeuwenberch, inzake de eis tot restitutie van aan de Staten voorgeschoten gelden, (ca. 1540)-1547 (ca. 1540)-1547 1 omslag en 2 charters ie hierover ook het archief van de financiële instellingen van de landsheer en van de Staten van Utrecht inv.88 NB 307 (ca. 1540)-1547 1 omslag 135 Oude Orde 307-2 1547 april 3 en 1547 mrt. 14 135 Oude Orde 308 Lijst van kopers van losrenten, aflossing ingaande 1562 aflossing ingaande 1562 1 stuk 309-309 Akten van attestatie van verschillende personen voor het gerecht van Nigtevecht betreffende belastingen die zouden zijn opgebracht door de ingezetenen van Nigtevecht ten tijde van de inval van Maarten van Rossum, 1572, 1579 1572, 1579 2 charters, waarvan één op papier 309-1 1572 juli 12 227 Oude Orde 309-2 1579 okt. 17 227 Oude Orde 310 Specificatie en rekening, overgelegd aan de Staten, van kosten van levensonderhoud van Adriaan Frederiksz., op Vredenburg in gijzeling gehouden door de kameraar van de Staten wegens wanbetaling van oudschildgeld door het dorp Papecop, 1573 1573 2 stukken 311 Brief van Gillis van Berlaymont, heer van Hierges, waarnemend stadhouder, aan de Staten inzake een lening van 2400 gulden tot betaling van soldij, 1575. Afschrift 1575. Afschrift 1 stuk 312 Schuldbekentenis van Engelbert van Bruhezen, Hendrik van Abcoude en Johan Taets van Amerongen, afgevaardigden van de Staten, voor een lening van 1500 gulden bij Gerrit Lues, koopman te Deventer, 1576. In tweevoud 1576. In tweevoud 2 stukken 313 Register van specificaties en declaraties van voorgeschoten en geleende gelden ten behoeve van de afkoop van de 10de, 20ste en 100ste penning, (ca. 1576) (ca. 1576) 1 katern 172 Oude Orde 314 Specificatie van de door de geestelijkheid, de kameraar van de Staten, de steden en het platteland voorgeschoten gelden, (ca. 1576) (ca. 1576) 1 katern 315 Verklaring van enige burgers te Utrecht waarbij zij beloven indien nodig borg te staan voor de Staten tot een bedrag van 1000 daalders ineens, 1576 1576 1 stuk 316 Lijst van bedragen tot een totaal van 400 gulden, bij wijze van lening op te brengen door leden en suppoosten van het Hof, (ca. 1576) (ca. 1576) 1 stuk 317 Register van specificaties van de leningen door verschillende dorpen in het Nedersticht verstrekt tot onderhoud van de soldaten in het Nedersticht gelegerd, 1573-1576. Met kwitanties en schuldbekentenissen, deels in afschrift, 1572-1576 1572-1576 1 pak 149 Oude Orde 318 Stukken betreffende de leningen en belastingen door verschillende dorpen in het Nedersticht verstrekt en opgebracht tot onderhoud van de soldaten, 1573-1577 1573-1577 1 omslag 149 Oude Orde 319 Lijst van verordeningen en kwitanties betreffende de leningen als boven, aangelegd door schepenen van de stad Utrecht, 1576 1576 1 katern 149 Oude Orde 320 Rapport van Floris Thin en Floris Heermale, uitgebracht aan de Staten, inzake de bedragen die aan Maximiliaan van Henin, graaf van Bossu, betaald moeten worden voor de afdanking van zijn troepen, 1577. Afschrift 1577. Afschrift 1 katern 321 Schuldbekentenis van de Staten voor een bedrag van 3000 gulden, ontvangen van Jasper Schetz, tresaurier-generaal, 1577. Koncept 1577. Koncept 1 stuk 322 Instructie voor Nikolaas van Zuylen, Aert Dirksz. van Leyden en Jan van Meerthen om al het zilverwerk van kerken en broederschappen in de stad Utrecht te inventariseren, naar aanleiding van een verzoek daartoe van aartshertog Matthias, 1578. Afschrift 1578. Afschrift 1 stuk 323 Instructie voor Willem van Cleeff, ontvanger van het oudschildgeld, om een bedrag van 6.000 gulden af te leveren te Antwerpen, geconsenteerd ten behoeve van het krijgsvolk van paltsgraaf Jan Casimir, met kwitantie van de tresaurier-generaal, 1578 1578 2 stukken 324 Akten waarbij Christoffel Schenck en Roelant van Courteville verklaren beiden 3000 gulden als soldij van de Staten ontvangen te hebben, opgebracht uit het geconfisqueerde zilverwerk van de geestelijkheid, 1578. Afschriften 1578. Afschriften 2 stukken 420-a Oude Orde 325 Lijst van gelden, geleend door Gerrit Ram ten behoeve van het gemene land van Utrecht sedert het jaar 1570, (ca. 1580) (ca. 1580) 1 stuk 2.1.7.3. Middelen tot betaling van beden en delging van schulden 2.1.9.1. Heffing van belastingen 2.1.9.1.1. Algemeen 326 Stukken betreffende de verhoging van de opbrengst van verschillende belastingen, geheven sinds de overeenkomst tussen bisschop en Staten van 20 maart 1512, als onderpand van de in 1512 uitgegeven renten, 1536 1536 3 stukken Zie voor de overeenkomst nr. 363 NB 327 Lijst van aanmerkingen op rekeningen van ontvangst van verschillende belastingen over de jaren 1537-1540 1 stuk 328 Stukken betreffende de moeilijkheden inzake sluiting van de rekeningen van 1573-1577 van Loeff van der Haer, kameraar van de Staten, (ca. 1580) (ca. 1580) 3 stukken 329 Staat van de processen voor het Hof van Utrecht waarbij de Staten partij zijn, voornamelijk belastingzaken betreffende, 1549 1549 1 katern 2.1.9.1.2. Morgengeld 330 Verordening van bisschop David van Bourgondië en de Staten betreffende de heffing van een morgengeld van twee stuivers de morgen tot betaling van 12.000 rijnse gulden aan Anthonie van Bourgondië als afkoopsom voor zijn rechten op de Gaasbeekse goederen, 1470. Koncept. In tweevoud 1470. Koncept. In tweevoud 2 stukken 43 Oude Orde 331 Verordening van bisschop Frederik van Baden tot betaling van morgen- en huisgeld ten behoeve van de landsverdediging, 1511. In drievoud, met concept 1511. In drievoud, met concept 4 stukken 44 Oude Orde 332 Legger van het morgengeld in het Overkwartier en Eemland, met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van ca. 1446 1 deel Fol. 1-17 ontbreken; verschillende folio's zijn gescheurd of verknipt NB 48 Oude Orde 333 Lijst van restanten van het morgengeld uitgezet in het Nederkwartier, Overkwartier en Eemland, (ca. 1446) (ca. 1446) 1 katern 78 Oude Orde 334 Legger van het morgengeld in het Overkwartier en Eemland, met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1456 met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1456 1 deel Alleen fol. 16-93 NB 50 Oude Orde 335 Legger van het morgengeld in het Nederkwartier, met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1459 met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1459 1 deel 45 Oude Orde 336 Lijst van restanten van het morgengeld gezet in het Overkwartier en Eemland, 1456 1456 1 deel 80 Oude Orde 337-344 Die morgentalen in den jaere van 1461. Legger van het morgengeld in het Nederkwartier, 1461, met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1470 1461, met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1470 8 katernen 337 A. Gefolieerd 1-24, betreffende Oostveen, Westbroek, Achttienhoven, Herberscop, Louwenrecht, Hogeland, Pijlsweerd 46 Oude Orde 338 C. Gefolieerd 57-90, betreffende Loenen, Loenersloot, Portengen, Ter Aa, Kortrijk, Abcoude 46 Oude Orde 339 E. Gefolieerd 118-136, 179-195, betreffende Zegveld, Kamerik, Kockengen, Spengen, Portengen zuideinde, Gieltjesdorp, Nieuwkoop 46 Oude Orde 340 F. Gefolieerd 137-159, betreffende Harmelen, Bijleveld, Haanwijk, Breudijksveld, Gerverscop, Reierscop. Veldhuizen, Rosweide 46 Oude Orde 341 G. Gefolieerd 160-178, betreffende Vleuten, Breedveld 46 Oude Orde 342 H. Gefolieerd 197-211, betreffende Jutphaas 46 Oude Orde 343 I. Gefolieerd 212-249, betreffende Lopik, Jaarsveld, Langerak 46 Oude Orde 344 J. Gefolieerd 270-289, betreffende Oostraven, Westraven, Galecop, Abstede, Blokland, Zevender en de Stadweide 46 Oude Orde 345 Legger van het morgengeld in het Nederkwartier, met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1470 met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1470 1 deel Vrijwel identiek aan de nrs. 337-344 NB 47 Oude Orde 346 Legger van het morgengeld in het Overkwartier en Eemland, met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1470 met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1470 1 deel 49 Oude Orde 347 Lijst van restanten van het morgengeld, gezet in het Overkwartier en Eemland, 1497, met aantekeningen betreffende de ontvangst 1497, met aantekeningen betreffende de ontvangst 1 deel 79 Oude Orde 348 Lijst van morgentalen in de gerechten van het Nedersticht. Met opgave van hun aandeel in het morgen- en huisgeld, (ca. 1499) (ca. 1499) 1 katern 28 Oude Orde 349 Legger van het morgengeld in het Overkwartier en Eemland, met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1501. Met voorin verordening van bisschop Frederik van Baden en de stad Utrecht tot de heffing van een morgengeld van twee stuivers de morgen ter aflossing van een schuld van 6.000 rijnse gulden ten behoeve van de bisschop, 1501 1501 1 deel 51 Oude Orde 350 Lijst van restanten van het morgengeld en het huisgeld in het Nederkwartier, 1511. Fragment 1511. Fragment 1 katern 81 Oude Orde 351 Legger van het morgengeld in het Nederkwartier, 1501, met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1511 1501, met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1511 1 deel Slot ontbreekt NB 52 Oude Orde 352 Legger van het morgengeld in het Overkwartier en Eemland, met aantekeningen betreffende de ontvangst van de zetting van 1511. Met voorin verordening van bisschop Frederik van Baden en de Staten tot de heffing van een morgen- en huisgeld, 1511 1511 1 deel 52 Oude Orde 353 Restantlijst van inkomsten van het morgengeld in Lopik, 1526 1526 1 stuk Fragment NB 52 Oude Orde 354 Lijst met aantekeningen ten behoeve van het opstellen van een restantboek van het morgengeld, 1533 1533 1 stuk 355 Kwitantie van Gijsbrecht van Brederode voor de ontvangst van 11.000 rijnse gulden uit handen van de ontvanger van het morgengeld, bestemd voor de hertog van Kleef ter afrekening van een schuld van 21.000 rijnse gulden, 1460 dec. 29 1460 dec. 29 1 charter 67 Oude Orde 356 Rekening van de ontvanger van het morgengeld in Eemland ten behoeve van de gedeputeerden van bisschop en Staten tot de ontvangst van het morgengeld, (1497) (1497) 1 stuk Begin ontbreekt NB 61 Oude Orde 357 Rekening van Goert de Coninck, Frederik de Coninck, Jan van Renesse van Wulven en Jan Buitendijk, gedeputeerden van bisschop en Staten tot de ontvangst van het morgengeld in het Overkwartier en Eemland, gezet in 1497 gezet in 1497 1 katern 57 Oude Orde 358 Rekening van Wijnant van Doerninck, Hendrik Zoudenbalch, Claes van Oostrum en Roelof van Baern, gedeputeerden van bisschop en Staten tot de ontvangst van het morgengeld in het Nederkwartier, gezet in 1497. In tweevoud gezet in 1497. In tweevoud 2 katernen 57 Oude Orde 359 Verslag van gedeputeerden van de Staten van een onderzoek naar de rekeningen van Bernt van Haarlem en Gerrit van Zuilen van Nijeveld betreffende het morgen- en huisgeld, gezet in 1511, en naar nog overige rekeningen, 1525 1525 1 katern 75 Oude Orde 360 Bijlagen bij rekeningen van Anthonis van Venrode, ontvanger van het morgen- en huisgeld, 1511-1517 1511-1517 1 omslag De rekeningen zelf ontbreken NB 72 Oude Orde 2.1.9.1.3. Huisgeld 361 Verordening tot de heffing van een huisgeld ten behoeve van het onderhoud van ruiters en knechten, 1498 1498 1 stuk 362 Verordening van bisschop en Staten tot de heffing van een huisgeld ten behoeve van de landsverdediging, (1512). Concept (1512). Concept 1 stuk 363-363 Overeenkomst tussen bisschop Frederik van Baden en de Staten betreffende de heffing van een huisgeld en een accijns op bier tot delging van een schuld van 105.000 gulden als gevolg van de IJsselsteinse oorlog en het uitgeven van losrenten met deze belastingen als onderpand, 1512. Met bevestigingen van deze overeenkomst door bisschop Filips van Bourgondië en de elekt Hendrik van Beieren, 1517, 1526 1512. Met bevestigingen van deze overeenkomst door bisschop Filips van Bourgondië en de elekt Hendrik van Beieren, 1517, 1526 3 charters 363-1 1512 mrt. 20 15 Oude Orde 363-2 1517 mei 19 15 Oude Orde 363-3 1526 nov. 5 15 Oude Orde 364 Verordening van bisschop Filips van Bourgondië voor de schouten van het Nedersticht tot het maken van nieuwe leggers van huisgeld, 1521. Koncept 1521. Koncept 1 stuk 365-365 Akte waarbij Karel V de bieraccijns, ingesteld in 1512 en 1530, vervallen verklaart en daarvoor in de plaats een huisgeld instelt, waarvan 2/3 te betalen door de gebruiker, 1/3 door de eigenaar. Met bijbehorende stukken, 1532 1532 1 charter en 1 omslag 365 1532 1 omslag 107 Oude Orde 365-2 1532 nov. 15 366 Akte waarbij Karel V enige wijzigingen toestaat ten aanzien van het in 1532 geoctrooieerde, maar nog niet geïnde huisgeld, 1534 jan. 22 1534 jan. 22 1 charter Zie ook nr. 418 NB 108 Oude Orde 367 Register van afschriften van oktrooien van de landsheer tot heffing van huis- en stuivergeld. Met instruktie voor Johan van der Haer en bezwaarschriften van de Staten tegen deze belastingen, 1526-1539 1526-1539 1 omslag 132 Oude Orde 368 Register van de zetting van het huisgeld in de stadsvrijheid van Utrecht, (ca. 1487). Met restantlijst (ca. 1487). Met restantlijst 2 katernen 146 Oude Orde 369 Raming van hetgeen door elk dorp of gerecht in het Sticht moet worden opgebracht aan huisgeld, (ca. 1499) (ca. 1499) 1 stuk Zie ook nr. 348 NB 27 Oude Orde 370 Register van het huisgeld in het Nederkwartier, met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1511 met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1511 1 deel Zie ook nr. 359 NB 147 Oude Orde 371 Lijst van restanten van het huisgeld in het Nederkwartier, (ca. 1512) (ca. 1512) 1 katern Zie ook nr. 356 NB 81 Oude Orde 372 Register van het huisgeld in het Nederkwartier, met aantekeningen betreffende de ontvangst van de zetting van 1513. Met voorin de overeenkomst en de vorderingen tot de heffing van het huisgeld en een accijns op het bier, 1512, 1513, 1515, met een muntvaluatie; achterin een rekening van uitgaven van het huisgeld, (ca. 1515) 1512, 1513, 1515, met een muntvaluatie; achterin een rekening van uitgaven van het huisgeld, (ca. 1515) 1 deel 53 Oude Orde 373 Register van de zetting van het huisgeld in het Overkwartier, Nederkwartier en Eemland, 1525 1525 1 deel Gedaen in handen van meyster Cornelis, rentmeyster der landen van Utrecht, 1532 NB 54 Oude Orde 374 Register van het huisgeld in Eemland, met aantekeningen betreffende de zetting van 1525. Met achterin aantekeningen van partikuliere aard betreffende goederen in en bij Amersfoort, (ca. 1519), en een gedeeltelijk afschrift van een ordonnantie van Karel V op de rechtspraak in het Sticht, (ca. 1529) (ca. 1519), en een gedeeltelijk afschrift van een ordonnantie van Karel V op de rechtspraak in het Sticht, (ca. 1529) 1 deel Wat betreft Eemland identiek aan nr. 373 NB 375 Taxaties door verschillende gerechtsbesturen in het Nederkwartier en Eemland gedaan in verband met de zetting van het huisgeld, 1532 1532 1 omslag 128 Oude Orde 376 Rekening van de ontvanger Jacob de Eedell, ca. 1509 ca. 1509 1 katern In slechte staat NB 58 Oude Orde 377 Lijst van inkomsten van het huisgeld opgebracht door de verschillende gerechten in het Sticht, (ca. 1511) (ca. 1511) 1 stuk 29 Oude Orde 378 Controlerapporten van de rekeningen van het huisgeld, uitgezet in 1513 en 1514, 1527 uitgezet in 1513 en 1514, 1527 1 omslag 77 Oude Orde 379 Rekening van de ontvangers Eerst van Ysendoorn, Marcus van Weze, Johan van Angeren, Lubbert de Wael en Loeff van der Haer van het huisgeld in het Overkwartier en Eemland, uitgezet in 1517 uitgezet in 1517 1 katern Zie ook nr. 360 NB 59 Oude Orde 380-381 Rekeningen van de ontvangers Aert Buyser en Michiel Ram van het huisgeld uitgezet in 1518 3 katernen 380 Nederkwartier 59 Oude Orde 381 Overkwartier en Eemland. In tweevoud 59 Oude Orde 382 Rekening van Hendrik Valkenaer van een huisgeldheffing ter betaling van de hertog van Gelre, (ca. 1518) (ca. 1518) 1 katern 65 Oude Orde 383-384 Rekeningen van de ontvangers Aert Buyser en Willem Foeyt van het huisgeld uitgezet in 1519 2 katernen 383 Nederkwartier 59 Oude Orde 384 Overkwartier en Eemland 59 Oude Orde 385 Rekening van de ontvangers Frederik de Coninck en Hendrik van der Borch van het huisgeld uitgezet in 1523 in het Overkwartier en Eemland. In tweevoud 2 katernen 59 Oude Orde 386 Rekening van de ontvanger Eerst van Nijenrode van het huisgeld uitgezet in 1524 in een deel van het Nederkwartier en Eemland 1 katern 59 Oude Orde 387 Rekening van de ontvanger Hendrik van der Borch van het huisgeld uitgezet in 1524 in het Nederkwartier 1 katern 58 Oude Orde 388 Lijst van inkomsten per gerecht uit de zetting van het huisgeld, gekorrigeerd door gedeputeerden van de Staten, 1537 1537 2 stukken 389-391 Rekesten van ingezetenen van het Nedersticht aan stadhouder en Hof, houdende verzoeken tot vermindering van aanslag in het huisgeld, 1534-1535 1534-1535 3 pakken 389 Nederkwartier 130 Oude Orde 390 Overkwartier 130 Oude Orde 391 Eemland 130 Oude Orde 392 Aantekeningen en adviezen van gekommitteerden tot de zetting van het huisgeld aan het Hof inzake de verzoeken tot vermindering van aanslag in het huisgeld, met lijsten van toegestane verminderingen, 1534-1535 1534-1535 1 omslag 393 Stukken betreffende het proces door de Staten gevoerd voor de Geheime Raad te Brussel tegen dertig dorpen in het Nedersticht inzake de geldigheid van de verordening tot heffing van het huisgeld waarin de ridderschap niet gekonsenteerd heeft, 1535-1536 1535-1536 1 omslag 131 Oude Orde 394 Lijst van bezwaren ingebracht tegen de rekening van het huisgeld van 1536, (ca. 1536) (ca. 1536) 1 stuk 2.1.9.1.4. Oudschildgeld 395 Register met aanmerkingen door de kommissarissen tot herziening van de leggers van het oudschildgeld op een aantal rekesten ten aanzien van gedane taxaties. Met ingekomen rekesten, 1542 1542 1 omslag 125 Oude Orde 396-397 Leggers van het oudschildgeld, ca. 1536, met aantekening van wijzigingen ten behoeve van de inning door Goert Boll, kommissaris van het oudschildgeld, ca. 1548 2 delen 396 Eemland 142 Oude Orde 397 Nederkwartier en het land van Montfoort 142 Oude Orde 398-401 Leggers van het oudschildgeld, 1548. Afschriften door Sander van Bommel van de door Goert Boll gewijzigde leggers 1548. Afschriften door Sander van Bommel van de door Goert Boll gewijzigde leggers 4 delen 398 Eemland Vanaf fol. 200 in slechte staat NB 143 Oude Orde 399 Overkwartier 143 Oude Orde 400 Nederkwartier; fol. 1-339, gemerkt A 143 Oude Orde 401 Land van Montfoort; fol. 340-600, gemerkt B 143 Oude Orde 402 Akte van volmacht van Karel V voor Cornelis uten Eng, Eerst Taets van Amerongen en Willem Bor, gedeputeerden van de Staten om, met gekommitteerden namens de keizer, de leggers van het oudschildgeld te reorganiseren, 1553 okt. 11 1553 okt. 11 1 charter 126 Oude Orde 403 Instructie voor Hippolytus Persijn, president van het Hof, om in het vervolg geschillen aangaande de berekening van het oudschildgeld te schikken, 1557. Afschrift 1557. Afschrift 1 stuk 404 Lijst van dorpen die verplicht zijn oudschildgeld te betalen, 1578. In tweevoud 1578. In tweevoud 2 stukken 2.1.9.1.5. Accijns op bier (stuivergeld) 405 Verordening van bisschop Frederik van Baden en de Staten tot de heffing van een accijns op het bier ter lossing van renten, (ca. 1512). Afschrift (ca. 1512). Afschrift 1 stuk 406 Ordonnantie van het Hof betreffende de accijns op het bier, 1530 1530 1 stuk Zie ook nr. 365 NB 407 Akte waarbij de landvoogdes de accijns op het bier binnen de stad Utrecht en de "kloosterstuivergelden" afschaft, 1549 mrt. 22 1549 mrt. 22 1 charter Deze accijnzen zijn de enige die nog werden geheven nadat in 1539 zowel huis- als stuivergeld op het platteland in een oudschildgeld waren omgezet NB 110 Oude Orde 408 Stukken betreffende de verpachting van de accijns op het bier aan een aantal burgers in Utrecht, op voorwaarde dat de renten, verkocht ter bestrijding van de kosten van de Stichtse oorlog binnen elf jaar zullen worden afgelost, 1504 1504 2 stukken 84 Oude Orde 409 Staat van de verpachting van de accijns op het bier binnen de stad Utrecht, 1515-1520 1515-1520 2 stukken 85 Oude Orde 410-413 Staten van de verpachting van de accijns op het bier op het platteland, 1517-1524 1517-1524 4 stukken 410 1517, 2de seizoen 86 Oude Orde 411 1520, 2de seizoen 86 Oude Orde 412 1520, 4de seizoen 86 Oude Orde 413 1524, 1ste seizoen 86 Oude Orde 414 Repliek van geestelijkheid en ridderschap inzake een kwestie over het beheer van het stuivergeld door de burgemeesters van de stad Utrecht, (ca. 1530) (ca. 1530) 1 stuk 415 Memorie bestemd voor de domdeken inzake de verpachting van het stuivergeld om te bespreken in de Statenvergadering en de stadhouder daarover de adviseren, (ca. 1536) (ca. 1536) 1 stuk 416 Rekening van Anthonis van Venrode, Joris van Solms, Merten van Leeuwenberch en IJsbrand IJsbrandsz., ontvangers van het stuivergeld en turfaccijns, (ca. 1515) (ca. 1515) 1 katern 58 Oude Orde 417 Rekening van Hendrik Zoudenbalch en Hendrik Wilgersz., ontvangers van het stuivergeld, 1529 1529 1 katern 58 Oude Orde 418 Register van aanmerkingen en bezwaren naar aanleiding van het sluiten van de rekeningen van het stuivergeld, (ca. 1535). Met afschrift van een oktrooi van Karel V tot de zetting van een huisgeld, en met akte van aanstelling van de kameraar Johan van Voorde voor een periode van drie jaar, 1534 1534 1 katern 129 Oude Orde 2.1.9.1.6. Accijns op wijn 419 Ordonnantie van de landvoogdes op de registratie van wijnen door de geestelijkheid ingekocht, 1539. Afschrift 1539. Afschrift 1 stuk 420-420 Akte van aanvaarding door de landvoogdes van het konsent door de Staten tot heffing van een algemene wijnaccijns ten behoeve van de uitrusting van oorlogsschepen, 1549. Met stukken betreffende de voortzetting van deze belasting, 1554-1565 1554-1565 3 charters en 1 omslag 420 1554-1564 1 omslag 165 Oude Orde 420-2 1549 dec. 29 165 Oude Orde 420-3 1554 aug. 12 165 Oude Orde 420-4 1565 juni 2 165 Oude Orde 420-a Tarieflijst van de importen op wijn en bier, vastgesteld door de Staten onder goedkeuring door het Hof van Utrecht, 1577 1577 1 stuk 324 Oude Orde 2.1.9.1.7. Overige belastingen 421-421 Akte waarbij de Staten met instemming van de gilden in de stad Utrecht een accijns op het meel instellen tot betaling van losrenten tot een bedrag van 4000 rijnse gulden, 1511. Met concepten 1511. Met concepten 4 charters 421-1 1511 mei 26 36 Oude Orde 421-2 1511 mei 28 36 Oude Orde 421-3 1511 mei 28 36 Oude Orde 421-4 1511 mei 28 36 Oude Orde 422 Advies van de steden inzake een belasting op luxe artikelen, 1552 1552 1 stuk 423 Lijst van goederen en coopmanschappen die in de provincie Utrecht verhandeld worden en van de belasting die daarover betaald moet worden, (ca. 1557) (ca. 1557) 1 stuk 424 Instruktie inzake een taxatie van vermogens ten behoeve van een heffing van de 100ste penning op onroerend goed, te betalen 1558-1559, (ca. 1557). In drievoud (ca. 1557). In drievoud 3 stukken 425 Octrooi van Filips II betreffende belastingen op graan, wijn, vlees, vis, zout, goud, zilver, zijde, wol en andere zaken, 1576. Afschrift 1576. Afschrift 1 katern 426 Rekening van Jacob Splinter, ontvanger van de belasting op het wollenlaken, 1577 1577 1 stuk 427 Staat van de verpachting van de belastingen in Eemland opgesteld door Jan van den Berge, ontvanger van Eemland, 1577 1577 1 stuk 428 Staat van de generale middelen in de stad Amersfoort, 1579 1579 1 stuk 429 Stukken betreffende de onderhandelingen tussen de leden van de Staten inzake het opbrengen van hun aandeel in de gelden, gekonsenteerd door de Staten-Generaal, 1576-1580 1576-1580 1 pak 430 Plakkaat van het Hof inzake het aanbrengen van de tienden in de landen van Utrecht, 1578. Afschrift 1578. Afschrift 1 stuk 431 Plakkaat van het Hof inzake de heffing van de 10de penning van de inkomsten uit tienden en de 100ste penning van inkomsten uit huizen, landen, gronden, erven en venen, 1578. Afschrift 1578. Afschrift 1 stuk 432 Verordening van stadhouder en Hof tot de heffing van een blank op ieder oudschild ter vervanging van de heffing van de generale middelen, 1579. Afschrift. In tweevoud 1579. Afschrift. In tweevoud 2 stukken 433 Bijlage bij een rekening van Jan van Abcoude van Meerten, ontvanger van de Staten-imposten, 1579 1579 1 stuk Zie voor de rekening het archief van het Domkapittel inv.nr. 3489 NB 434 Plakkaat van het Hof inzake een heffing van een belasting op de turf, 1580. Afschrift 1580. Afschrift 1 stuk 435 Verordening van stadhouder en Hof tot de heffing van de 5de penning op inkomsten uit tienden, 1580. Afschrift 1580. Afschrift 1 stuk 436 Instructie voor Willem van Cleeff, ontvanger van het oudschildgeld, voor de ontvangst van het fluweelgeld. Met het besluit van de Staten tot de heffing, 1578 en met bijlagen bij de rekening van Willem van Cleeff, 1579-1580 1579-1580 1 omslag Zie voor de rekening het archief van het Domkapittel inv.nr. 3482 NB 437 Ordonnanties van de Staten op de verpachting van verschillende belastingen, (ca. 1579). Minuten (ca. 1579). Minuten 2 stukken 438 Instructie van de Staten-Generaal voor gekommitteerden tot de executie van de generale middelen o.a. in Utrecht, 1578. In tweevoud 1578. In tweevoud 2 stukken 439 Bezwaarschrift van een aantal dorpen, ingediend bij de Staten, betreffende de inning van de generale middelen, (1580) (1580) 1 stuk 440 Bijlagen bij de rekeningen van de ontvanger van de génerale-middelen, Lubbert van Parijs van Zuidoord, 1577-1581 1577-1581 1 omslag Zie voor de rekeningen het archief van het Domkapittel inv.nr. 3488 NB 2.1.9.1.8. Vrijdom van belastingen 441 Stukken betreffende de vrijdom voor de ridderhofsteden van betaling van het huisgeld, met lijst van huizen die als ridderhofstad worden erkend, 1533, 1536 1533, 1536 2 stukken 442-442 Stukken betreffende de door de stad Amersfoort gepretendeerde vrijdom van belastingen, op te brengen tot lossing van de schulden door de Staten aangegaan, 1528-1555 1528-1555 1 omslag en 1 charter 442 1528-1555 1 omslag 100 Oude Orde 442-2 1537 april 22 100 Oude Orde 443 Stukken, overgelegd aan de Grote Raad van Mechelen door Albert Pigge, proost van S. Jan als intervenient van de ingezetenen van de proosdij landen van S. Jan, inzake het proces door hen gevoerd tegen de Staten over de door hen gepretendeerde vrijdom van belastingen aan de Staten, 1540 1540 1 omslag 101 Oude Orde 444 Repliek van Bucho van Montzima, proost van S. Jan, in het proces door hem gevoerd tegen de Staten inzake vrijdom van belastingen voor de proosdij landen, (ca. 1575). Afschrift (ca. 1575). Afschrift 1 stuk 173 Oude Orde 445-445 Stukken betreffende het proces, gevoerd voor de Grote Raad van Mechelen door de Staten tegen stad en land van Montfoort, inzake de door laatstgenoemde gepretendeerde vrijdom van belastingen aan de Staten, 1541-1542. Met vonnis en mandement van executie, 1548 1541-1542. Met vonnis en mandement van executie, 1548 1 omslag en 2 charters (waarvan één in boekvorm) 445 1541-1542 1 omslag 102 Oude Orde 445-2 1548 mrt. 10 102 Oude Orde 445-3 1548 mrt. 10 102 Oude Orde 446 Instructie voor gedeputeerden van de stad Montfoort naar de Staten, inzake een verzoek tot vrijstelling van belastingverhoging, (ca. 1577) (ca. 1577) 1 stuk 447 Staat van de processen, aangespannen door de Staten bij de Grote Raad van Mechelen tegen diegenen die vrijdom van belasting pretenderen, 1548 1548 1 katern 2.1.9.2. Uitgifte van renten 448 Verordening van Filips de Schone dat ingezetenen van Vlaanderen, Holland, Zeeland en Friesland, die renten hebben gekocht van de Staten van Utrecht, voor rente en aflossing genoegen moeten nemen met de koers tegen welke zij de renten hebben gekocht, 1500 mrt. 31 1500 mrt. 31 1 charter 34 Oude Orde 449 Octrooi van Karel V tot uitgifte van losrenten tegen de penning 16 met de goederen van het Sticht als onderpand, tot een bedrag van 18.000 te betalen aan Karel van Gelre, 1530 sept. 6 1530 sept. 6 1 charter 106 Oude Orde 450 Octrooi van Karel V tot de uitgifte van losrenten ten laste van het oudschildgeld ten behoeve van een bede van 12.000 Karolus gulden, 1548. Afschrift 1548. Afschrift 1 stuk 451 Octrooi van Karel V tot de uitgifte van losrenten ten laste van het oudschildgeld ten behoeve van een bede van 20.000 gulden, 1552 febr. 9 1552 febr. 9 1 charter 111 Oude Orde 452 Octrooi van Karel V tot de uitgifte van losrenten tegen de penning 16 ten laste van het oudschildgeld ten behoeve van een bede van 20.000 gulden, 1554 april. Met dorsale aantekening betreffende de publicatie van het octrooi 1554 april. Met dorsale aantekening betreffende de publicatie van het octrooi 1 charter 113 Oude Orde 453-453 Octrooi van Karel V tot de uitgifte van losrenten tegen de penning 16 ten laste van het oudschildgeld ten behoeve van een bede van 20.000 gulden of, indien de bede niet op deze wijze kan worden opgebracht, tot een algemene heffing op het platteland, 1554. Met vidimus van de stadhouder Maximiliaan van Bourgondië, 1555. Gecancelleerd 2 charters 453-1 1554 okt. 15 114 Oude Orde 453-2 1555 mei 16 114 Oude Orde 454 Octrooi van Filips II tot de uitgifte van losrenten tegen de penning 16 ten laste van het oudschildgeld ten behoeve van een bede van 20.000 gulden, 1556 jan. 9 1556 jan. 9 1 charter 115 Oude Orde 455 Octrooi van Filips II tot de uitgifte van losrenten ten laste van het oudschildgeld ten behoeve van een bede van 24.000 ponden, 1558 juni 13 1558 juni 13 1 charter 456 Octrooi van Filips II tot de uitgifte van losrenten tegen de penning 16 ten laste van het oudschildgeld, 1566. In tweevoud. Afschrift 1566. In tweevoud. Afschrift 2 stukken 116 Oude Orde 457 Octrooi van Filips II tot de uitgifte van losrenten tegen de penning 16 ten laste van het oudschildgeld ten behoeve van een bede van 12.000 ponden, 1568 juni 21 1568 juni 21 1 charter 117 Oude Orde 458 Octrooi van Filips II tot de uitgifte van los- en lijfrenten ten behoeve van een bede van 150.000 ponden, afkoopsom van de heffing van de 100ste, 20ste en 10e penning, 1578. Afschrift 1578. Afschrift 1 stuk 459-475 Akten van erfelijke losrenten, uitgegeven door de Staten ten laste van de kameraar van de Staten, 1484-1579 1484-1579 21 charters en 8 stukken 459-459 Bartholomeus Jacobsz. van Amsterdam 1484, 1486. Met kwitantie, 1485 3 charters 459-1 1484 nov. 30 91 Oude Orde 459-2 1485 mei 23 91 Oude Orde 459-3 1486 juli 16 91 Oude Orde 460-460 De kapittels van Oudmunster, S. Pieter, S. Jan en S. Marie 1485. Gecancelleerd 4 charters 460-1 1485 mei 22 460-2 1485 mei 22 460-3 1485 mei 22 460-4 1485 mei 22 461-461 Matheus Jan Wolbrantsz. weduwe te Amsterdam 1511. Gecancelleerd 2 charters 461-1 1511 juni 11 461-2 1511 juni 23 462 Willem Boemert, 1527. Afschrift 1527. Afschrift 1 stuk 463-463 Anthonis Foeyt 1545, 1550. Gecancelleerd 2 charters 463-1 1545 nov. 1 463-2 1550 juli 22 464 Anthonis Foeyt als procurator van de Lofbroederschap in de Buurkerk, 1549 mei 17 1549 mei 17 1 charter 465 Johan Monicx te Heusden, 1552 juni 23. Gecancelleerd 1552 juni 23. Gecancelleerd 1 charter 466 Johan van Boetzelaer en zijn vrouw Dode van Heldinga, 1554 juni 1. Gecancelleerd, 1554 juni 1. Gecancelleerd, 1 charter 467-467 Wouter Wouters dochter 1555. Gecancelleerd. Met kwitantie, 1566 1 charter en 1 stuk 467 1566 1 stuk 467-2 1555 juni 23 1 charter 468-468 Joost Snoey, 1556. Gecancelleerd. Met kwitantie 1566 1 charter en 1 stuk 468 1566 1 stuk 468-2 1556 febr. 21 1 charter 469 Gerard van Pallands kinderen, (ca. 1556). Koncept (ca. 1556). Koncept 1 stuk 470-470 Agniese van Leeuwenberch, 1558. Gecancelleerd. Met akte van overdracht ten name van Jacob van Asch, 1566 2 charters 470-1 1558 jan. 31 470-2 1566 sept. 26 471-471 Jan Zegherman 1558. Met kwitantie, 1558. Gecancelleerd 1 charter en 1 stuk 471 1558 1 stuk 471-2 1558 febr. 21 1 charter 472 Floris Thin, 1574. Afschrift 1574. Afschrift 1 stuk 473 Gerecht van Kamerik, c.s, 1575 mrt. 12. Gecancelleerd 1575 mrt. 12. Gecancelleerd 1 charter 474-474 Gerecht van Bunschoten 1575. Met akte van overdracht ten name van Lenert Lambertsz., sekretaris, 1579 1 charter en 1 stuk 474 1579 1 stuk 474-2 1575 juni 11 1 charter 475 Gerrit die Groeff van Erkelens, (ca. 1577). Concept (ca. 1577). Concept 1 stuk 476 Akte van erfelijke losrente uitgegeven door de Staten ten laste van de kameraar van de Hinderdam, aan Lijsbeth van der Horst, weduwe van Alfer Ruysch, 1511 febr. 21 1511 febr. 21 1 charter 477-501 Akten van erfelijke losrente, uitgegeven door bisschop en Staten, 1513 juni 23. Alle gecancelleerd 1513 juni 23. Alle gecancelleerd 37 charters 477-477 Goeyert Willemsz. in die Clock; met dorsale aantekeningen betreffende de aflossing 3 charters 477-1 1513 juni 23 71 Oude Orde 477-2 1513 juni 23 71 Oude Orde 477-3 1513 juni 23 71 Oude Orde 478 Jacob Vermaet; met dorsale aantekeningen betreffende de aflossing 479 Michiel Egbertsz 480 Luytgen van Benthem 481 Dirk Leresz 482 Reyer Jansz. Cremer 483-483 Dirk Gelisz. van Dolre 3 charters 483-1 1513 juni 23 483-2 1513 juni 23 483-3 1513 juni 23 484 Simon Woll, te Rhenen 485 Johan Wesselsen; met akten van overdracht aan Gerrit Petersz. van Gorinchem te Woerden, 1514 okt. 28, en aan Dirk Gelisz. van Dolre, 1516 jan. 3 1514 okt. 28, en aan Dirk Gelisz. van Dolre, 1516 jan. 3 3 charters 486 Lysbeth, Jacob Semmen weduwe 487 Aernt Wemmer Dirksz 488-488 Aeryaan van Brevoerde 2 charters 488-1 1513 juni 23 488-2 1513 juni 23 489-489 Herman van Ravezwaay 2 charters 489-1 1513 juni 23 489-2 1513 juni 23 490 Hendrik Gerritsz 491 Herman Korsgensz 492 Jan Andries Petersz 493-493 Joost van Scroyenstein 2 charters 493-1 1513 juni 23 493-2 1513 juni 23 494-494 Jacob van Scroyenstein 2 charters 494-1 1513 juni 23 494-2 1513 juni 23 495 Jan van Malsen Hermansz 496-496 Jacob Jacobsz. van Ass 2 charters 496-1 1513 juni 23 496-2 1513 juni 23 497 Hendrik Gerritsz. Nobelsz 498 Dirk van Leeuwen 499-499 Willem Zaell 2 charters 499-1 1513 juni 23 499-2 1513 juni 23 500 Dirk Vries te Rhenen 501 Egbert van Groenenberch 502-502 Akten van erfelijke losrente uitgegeven door de stad Utrecht aan Lodewijk van Solms, 1485. Gecancelleerd 1485. Gecancelleerd 3 charters Waarschijnlijk door de stad als lid van de Staten uitgegeven NB 502-1 1485 nov. 16 502-2 1485 nov. 16 502-3 1485 nov. 16 503 Akte van overdracht door Frederik van Egmond aan Tielman van den Broek van een losrente ten laste van de kameraar van de Staten, 1491 nov. 12 1491 nov. 12 1 charter 504 Akte van volmacht van Franqois de Noyelles voor Jasper de Neve inzake overdracht van o.a. losrenten ten laste van de kameraar van de Staten, 1560 1560 1 stuk 505-505 Akten van overdracht door Hadewich en Agniet, dochters van Jan van den Bosch, aan Goessen Laurensz. van Nij endaal van losrenten uitgegeven in 1556 ten laste van de kameraar van de Staten, 1565, 1566 1566 2 charters 505-1 1565 juli 6 505-2 1566 mrt. 11 506 Akte van overdracht door Hendrik van Abcoude van Meerten, heer van Essesteyn, en Gerrit Zoudenbalch, heer van Urk en Emmeloord, aan Jan Willemsz. van Wayenoyen van een losrente ten laste van de Staten, 1574 mei 30. Gecancelleerd 1574 mei 30. Gecancelleerd 1 charter 507 Akte van overdracht door schout en schepenen van Oostveen aan Margriet van Coddenoort, weduwe van Anthonis van Schonenburch, van een losrente ten laste van de Staten uitgegeven in 1555, 1576 april 11 1576 april 11 1 charter 508-508 Stukken betreffende de uitgifte van een losrente van 1000 daalders door de Staten ten name van het kapittel van S. Andries te Keulen, 1558, 1576 1558, 1576 5 charters en 1 omslag 508 1576 1 omslag 206 Oude Orde 508-2 1558 juli 21, 1558 aug. 5, 1558 aug. 17 206 Oude Orde 508-3 1558 juli 21 206 Oude Orde 508-4 1558 aug. 6 206 Oude Orde 509 Conceptakte van losrente, (ca. 1575) (ca. 1575) 1 stuk 510 Kaft en fragmenten van een verloren register van losrenten, 1559-1560 1559-1560 1 omslag 2.1.7.4. Financiële verantwoording 2.1.10.1. Ordinarisrekeningen van de gedeputeerden van de kiste, c.q. de kameraar 511-513 Rekeningen van Adriaan van Naaldwijk en Daniel van der Heyden, gedeputeerden van de kiste, 1495-1498 1495-1498 3 katernen 511 1495 febr. 2-1496 febr. 2 62 Oude Orde 512 1496 febr. 2-1497 febr. 2 62 Oude Orde 513 1497 febr. 2-1498 febr. 2 62 Oude Orde 514-517 Rekeningen van Jacob van Apeltern, Peter van Amerongen, Wijnand van Doerninck, Daniel van der Heyden en Jan van Zijll, gedeputeerden van de kiste, 1498-1502 1498-1502 7 katernen 514 1498 okt. 10-1499 febr. 2 58 Oude Orde 515 1499 febr. 2-1500 febr. 2 58 Oude Orde 516 1500 febr. 2-1501 febr. 2 58 Oude Orde 517 1501 febr. 2-1502 febr. 2. In viervoud 58 Oude Orde 518 Rekening van Hendrik Zoudenbalch, Jan van Angeren, Joris van Solms, Merten van Leeuwenberch, Anthonis van Venrode, Jacob van Zuilen van Nyevelt, IJsbrand IJsbrandsz. en Loeff van der Haer, gedeputeerden van de kiste, 1515 dec. 25 -1516 juni 24 1515 dec. 25 -1516 juni 24 1 katern 58 Oude Orde 519 Rekening van Aernt Buyser en Michiel Ram, gedeputeerden van de kiste, 1518 dec. 25-1519 juni 24 1518 dec. 25-1519 juni 24 1 katern 58 Oude Orde 520 Rekening van Aernt Buyser en Willem Foeyt, gedeputeerden van de kiste, 1519 dec. 25-1520 juni 24. In tweevoud 1519 dec. 25-1520 juni 24. In tweevoud 2 katernen De bijgeschreven aantekeningen in beide exemplaren zijn niet gelijkluidend NB 521 Rekening van Aernt Buyser en Willem Foeyt, gedeputeerden van de kiste, 1520 dec. 25-1521 dec. 25. In tweevoud 1520 dec. 25-1521 dec. 25. In tweevoud 2 katernen 58 Oude Orde 522 Rekening van Hendrik van der Borch, Jan de Coninck en Eerst van Nijenrode, gedeputeerden van de kiste, 1523 dec. 25-1524 juni 24 1523 dec. 25-1524 juni 24 1 katern 58 Oude Orde 523 Rekening van Jan van Reael, Jan van Renes en Ott Willemsz., gedeputeerden van de kiste, 1525 dec. 25-1526 juni 24. Gesloten 1532 1525 dec. 25-1526 juni 24. Gesloten 1532 1 katern 58 Oude Orde 524 Rekening van Hendrik Zoudenbalch en Hendrik Wilgersz,, gedeputeerden van de kiste, 1527 dec. 25-1528 juni 24 1527 dec. 25-1528 juni 24 1 deel 148 Oude Orde 525 Rekening van Willem van Lochorst, gedeputeerde van de kiste, 1529 dec. 25-1530 juni 24. Gesloten 1532 1529 dec. 25-1530 juni 24. Gesloten 1532 1 deel 148 Oude Orde 526 Uittreksel uit de rekening van de kameraar Johan van Voorde, 1531 dec. 25-1532 juni 24 1531 dec. 25-1532 juni 24 1 stuk 142 Oude Orde 527 Rekening van de kameraar Johan van Voorde, 1532 dec. 25 -1533 juni 24. Gesloten 1536, met aantekeningen betreffende veranderingen in de opmaak van de rekening 1 deel 148 Oude Orde 528-528 Rekening van de kameraar Adriaan van Renesse, 1534 dec. 25 -1535 juni 24. Gesloten 1539 1534 dec. 25 -1535 juni 24. Gesloten 1539 2 delen Voorin afschrift van de akte van aanstelling van de kameraar, 1536 NB 528-1 Ontvangsten en uitgaven 148 Oude Orde 528-2 Uitgaven 148 Oude Orde 529 Rekening van de kameraar Herbert van Amstel van Mijnden, 1537 dec. 25-1538 juni 24. Gesloten 1540 1537 dec. 25-1538 juni 24. Gesloten 1540 1 deel 148 Oude Orde 530-536 Rekeningen van de kameraar Johan van der Haer, 1544-1564 1544-1564 8 katernen en 1 omslag 530 1544 nov. 11-1545 juni 24 Bevat alleen f° 42-79 NB 144 Oude Orde 531 1548 nov. 11-1549 juni 24. Gesloten 1550 Op f° 27-30 afschrift van het octrooi tot de verkoop van renten, 1548 NB 148 Oude Orde 532-1 1552 nov. 11 1553 juni 24 (fol. 1-99) 144 Oude Orde 532-2 1552 nov. 11 1553 juni 24 (fol. 60-91) 144 Oude Orde 533 1553 nov. 11-1554 juni 24. Gesloten 1555 144 Oude Orde 534 1554 nov. 11 1555 juni 24. Gesloten 1556 f° 49-97 ontbreken NB 144 Oude Orde 535 1560 nov. 11 1561 juni 24. Gesloten 1563 Bevat alleen f° 50-69 NB 144 Oude Orde 536 1561 nov. 11-1562 juni 24. Gesloten 1564 144 Oude Orde 537-538 Rekeningen van de kameraar Loeff van der Haer, 1570-1572 1570-1572 2 delen 537 1570 nov. 11 1571 juni 24. Gesloten 1577 144 Oude Orde 538 1571 nov. 11-1572 juni 24. Gesloten 1577 144 Oude Orde 539 Borderel op de rekening van de kameraar over het jaar 1573-1574 1 stuk De rekening ontbreekt NB 540 Rekening van de kameraar Johan van Renesse, heer tot Wilp, 1578 nov. 11 1579 juni 24. Gesloten 1581 1578 nov. 11 1579 juni 24. Gesloten 1581 1 deel 144 Oude Orde 541 Rekening van de kameraar Johan Buth Hubertsz, 1579 nov. 11 -1580 juni 24. Gesloten 1582 1579 nov. 11 -1580 juni 24. Gesloten 1582 1 deel 144 Oude Orde 542 Rekening van de kameraar Willem Taets van Amerongen, 1580 nov. 11-1581 juni 24. Gesloten 1584 1580 nov. 11-1581 juni 24. Gesloten 1584 1 deel 144 Oude Orde 543 Bijlagen bij de rekeningen van de kameraar Johan van der Haer, 1555-1566 1555-1566 1 omslag 145 Oude Orde 544 Bijlagen bij de rekeningen van de kameraar Loeff van der Haer, 1573-1580 1573-1580 1 omslag 545 Bijlagen bij de rekening van de kameraar Albert Foeck, (ca. 1579) (ca. 1579) 2 stukken 2.1.10.2. Extra-ordinarisrekeningen van gedeputeerden van de kiste, c.q. de kameraar 546 Rekening van Goert de Coninck van inkomsten en uitgaven van een dorpsgeldheffing ten behoeve van de ruiters en knechten in de "Kleefse vete", 1499 1499 1 katern 63 Oude Orde 547 Rekening van de domtresaurier Gerrit Zoudenbalch van inkomsten en uitgaven van losrenten, uitgegeven tegen de penning 16 ten laste van het Hinderdamsgeld en de wijnaccijns, 1511 1511 1 katern 64 Oude Orde 548 Rekening van Anthonis Venrode van uitgaven vanwege de ruiters van de hertog van Gelre, die de Staten in 1527/ 1528 hebben gediend, (ca. 1530) (ca. 1530) 1 katern 549 Rekening van soldij betaald aan hoofdmannen en knechten, door de Staten aangenomen, (ca. 1527). Met deklaratie van Adriaan van Naaldwijk voor de inkwartiering van twee knechten gedurende 44 dagen, (ca. 1527) (ca. 1527) 1 katern en 1 stuk 66 Oude Orde 550 Rekening van Aernt Buyser, Eerst van Nijenrode en Joost van Scroyenstein, ontvangers van de 80.000 gulden aan Karel V gekonsenteerd, 1530. Met beschrijving van de nieuwe wijze van omslag naar oudschilden. Gesloten 1536 1530. Met beschrijving van de nieuwe wijze van omslag naar oudschilden. Gesloten 1536 1 katern 160 Oude Orde 551 Rekening van Johan van der Haer van inkomsten en uitgaven van renten, uitgegeven ter aflossing van schulden in de oorlog van 1527 gemaakt wegens verteringen in de stad Utrecht, 1546. Met voorin afschrift van het oktrooi tot uitgifte van renten, 1546. Gesloten 1547 1546. Met voorin afschrift van het oktrooi tot uitgifte van renten, 1546. Gesloten 1547 1 katern 198 Oude Orde 552 Rekening van Johan van der Haer, kameraar van de Staten van de 40.000 ponden aan Karel V geconsenteerd, 1554, 1555. Met afschriften van de akten van aanvaarding. Gesloten 1555 1554, 1555. Met afschriften van de akten van aanvaarding. Gesloten 1555 1 katern 169 Oude Orde 553 Rekening van Johan van der Haer, kameraar van de Staten, van de 72.000 ponden aan Filips II gekonsenteerd, te betalen in negen jaar, 1558-1566. Met voorin afschriften van stukken betreffende de onderhandelingen over het toekennen van de bede en de verordening van Filips II, 1558 1558 1 katern 171 Oude Orde 554 Rekening van Johan van der Haer, kameraar van de Staten, van de 14.000 ponden door de Staten aan Filips II gekonsenteerd, 1567-1568. Met voorin afschriften van stukken betreffende het konsenteren van de bede, 1567-1568. Gesloten 1570 1567-1568. Gesloten 1570 1 katern 555 Rekening van Loeff van der Haer, kameraar van de Staten, van inkomsten en uitgaven van een heffing uitgezet in het Overkwartier in 1574 ten behoeve van een versterking en verschansing van Vreeswijk. Gesloten 1579 kameraar van de Staten, van inkomsten en uitgaven van een heffing uitgezet in het Overkwartier in 1574 ten behoeve van een versterking en verschansing van Vreeswijk. Gesloten 1579 1 deel 154 Oude Orde 2.1.8. Bemoeienis met het beheer van de domeinen 556 Akte waarbij Karel V de bisschop van Utrecht de beschikking geeft over de bisdomstienden in ruil voor een rente van 2000 gulden die de bisschop ontving uit de domeinen, 1541. Afschrift 1541. Afschrift 1 stuk 212 Oude Orde 557 Memorie inzake de vervulling bij toerbeurt van het rentmeesterschap van de domeinen, (ca. 1579) (ca. 1579) 1 stuk 558 Akte waarbij elect en Staten verklaren, ten gerieve van de Hollanders, de tol op de uitvoer van turf door de Vecht af te schaffen, 1527 juli 1527 juli 1 charter 22 Oude Orde 559 Akte van attestatie van Willem Dirksz., tollenaar te Gorinchem, voor het gerecht aldaar, inzake het heffen van tol te Rhenen van de ingezetenen van Ter Leede en Lienden, 1561 aug. 23 1561 aug. 23 1 charter 219 Oude Orde 560-560 Stukken betreffende een rekest van de Staten aan het Hof inzake de onterechte heffing van tolgelden van Stichtenaren door de tollenaar van de tol te Wijk bij Duurstede, voorheen te Rhenen, 1566 1566 1 omslag en 1 charter 560 1566 1 omslag 221 Oude Orde 560-2 1566 juni 17 221 Oude Orde 561 Stukken betreffende het besluit van de Staten om de tol te Wijk bij Duurstede aldaar te laten en niet naar Rhenen terug te brengen, 1580-1581. Met afschriften van stukken vanaf 1331 1580-1581. Met afschriften van stukken vanaf 1331 1 omslag 171, 505 Oude Orde 2.1.9. Zorg voor de waterstaat 562 Lijst van bepalingen inzake het beheer van de Lekdijk, (ca. 1463) (ca. 1463) 1 stuk 563 Ordonnantie van bisschop Jan van Diest betreffende de organisatie van het hoogheemraadschap van de Lekdijk Bovendams, 1323; met ampliatie, 1493. Afschrift 1323; met ampliatie, 1493. Afschrift 1 stuk 564 Overeenkomst tussen bisschop David van Bourgondië en de Staten inzake de toevoeging van een zestal punten aan de ordonnantie op het beheer van de Lekdijk Bovendams, 1493 okt. 26 1493 okt. 26 1 charter 12 Oude Orde 565 Ordonnantie van Karel V op het beheer van de Lekdijk Bovendams en de Hinderdam, 1537 mei 23 1537 mei 23 1 charter 133 Oude Orde 566 Uittreksel uit de resoluties van de gedeputeerden van de Staten, inzake het beheer van de Lekdijk Bovendams en de Hinderdam, 1579-1580 1579-1580 1 katern 567 Brief van de geestelijkheid en de stad Utrecht aan bisschop David van Bourgondië met het verzoek om Jan van Amerongen nog voor een periode van vijf maanden te handhaven als kameraar van de Lekdijk Bovendams en de Hinderdam en nog niet de voordracht door de Staten van Jan van Renesse te volgen, 1463. Concept 1463. Concept 1 stuk 568 Instructie voor Cornelis van Hoorne en Andries Dodonis inzake het kameraarschap van de Lekdijk Bovendams en de Hinderdam, 1539. Concept 1539. Concept 1 stuk 569 Akte van overdracht door Jan Claesz. alias Louwesz. aan de Staten van drie en een halve morgen weiland te Kortenhoef in het gerecht van Nederhorst, gelegen bij de Hinderdam, 1565 mrt. 12 1565 mrt. 12 1 charter 220 Oude Orde 570 Memorie voor Willem van Lamsweerde tot het maken van een instruktie voor de kameraar van de Lekdijk Bovendams en de Hinderdam, (ca. 1577) (ca. 1577) 1 stuk 571 Schiercedullen, opgemaakt door dijkgraaf en heemraden ten behoeve van de Staten, 1533, 1542, 1554-1555 1533, 1542, 1554-1555 4 stukken 572 Stukken betreffende de inspectie door de Staten en het onderhoud van de hoofden en bollen aan de Lekdijk Bovendams, 1533-1535, 1554-1555 1533-1535, 1554-1555 1 omslag 210 Oude Orde 573 Stukken betreffende de schouw van de Lekdijk Bovendams, 1559-1577 1559-1577 1 omslag 574 Stukken betreffende de inspectie door de Staten en het onderhoud van de Hinderdam, 1533-1578 1533-1578 1 omslag 211 Oude Orde 575 Rekening van Johan van der Haer, kameraar van de Lekdijk en de Hinderdam, over de jaren 1529-1535. Gesloten 1544 over de jaren 1529-1535. Gesloten 1544 1 deel 157 Oude Orde 576 Presentielijst van aanwezigen bij het sluiten van de rekeningen van de Lekdijk en de Hinderdam, overlegd door Johan van der Haer, 1555 1555 1 stuk 577 Lijst van aanmerkingen van gedeputeerden van de Staten op de rekening van Gijsbert van der A, kameraar van de Hinderdam. Met antwoord van Gijsbert van der A, 1510. In tweevoud 1510. In tweevoud 1 omslag 74 Oude Orde 578 Verordening op de schouw van de Vecht en de Vaartse Rijn, (2e helft 15e eeuw). Afschrift. Met lijst van aanmerkingen (2e helft 15e eeuw). Afschrift. Met lijst van aanmerkingen 3 stukken 579-579 Verordening van Karel V op de schouw van de Vecht, de Vaartse Rijn, de Kromme Rijn en de nieuwe griften, 1537. Met afschrift 1537. Met afschrift 1 charter en 1 stuk 579 Afschrift 1 stuk 136 Oude Orde 579-2 1537 mei 23 136 Oude Orde 580 Rekeningen van Roetaert Proeys van uitgaven vanwege het graven van twee griften, een naar de IJssel en een naar de Vecht, 1441, 1442 1441, 1442 1 katern 60 Oude Orde 581 Rekening van Willem Croms, gekommitteerd tot de ontvangst van een halve stuiver per morgen, afwaterend op de Vaartse Rijn, de Vecht en de Kromme Rijn ten behoeve van het uitdiepen van deze rivieren en de Nieuwe Grift, 1533. Gesloten 1536. Met uittreksel uit de verordening op het uitdiepen en onderhoud, 1534 1533. Gesloten 1536. Met uittreksel uit de verordening op het uitdiepen en onderhoud, 1534 1 katern en 1 stuk 158 Oude Orde 582-582 Stukken betreffende het modderen in de Vecht en in watergangen in de provincie Utrecht, 1552-1556 1552-1556 1 charter en 1 omslag 582 1552 1 omslag 141 Oude Orde 582-2 1556 mei 23 1 charter 141 Oude Orde 583 Uittreksels uit het plakkaatboek van de stad Amersfoort uit verordeningen inzake het uitdiepen en onderhoud van de Eem, 1545, 1555 1545, 1555 1 stuk 584 Procesverbaal door commissarissen van het Hof van Utrecht van een bijeenkomst van gekommitteerden van de veengenoten, die kontribueren in de Davidsgrift, met gedeputeerden van het waterschap Wageningen om overeenstemming te bereiken in een geschil inzake de waterstaat, 1557 1557 1 katern 104 Oude Orde 585 Akte van attestatie betreffende de Soester veengracht, 1563. Afschrift. In tweevoud 1563. Afschrift. In tweevoud 2 stukken 586-586 Stukken betreffende het doorsteken van een dam in de Aa op instigatie van de Staten tot nadeel van de grafelijkheid van Holland, 1526-1527 1526-1527 1 omslag en 1 charter 586 1526 1 omslag 21 Oude Orde 586-2 1527 juli 27 1 charter 21 Oude Orde 587 Bekendmaking door Karel V van een beslaglegging op Stichtse goederen als gevolg van het doorsteken van een dam in de Holendrecht op instigatie van de Staten, (ca. 1527) (ca. 1527) 1 stuk 588 Stukken betreffende het geschil tussen de ingelanden van Amstelland enerzijds en de geërfden van de Lange Vliet en de Staten anderzijds, vanwege de wens van eerstgenoemden om de Boterdam onder Ter Aa te mogen stoppen, 1531, 1581 1531, 1581 3 stukken 572 Oude Orde 588-a Register van handvesten van het waterschap van de Bijleveld over 1413-1445, z.j. 1 katern 41 Oude Orde Specificatie: - ordonnantie op de kroosschouw, z.j. (1) - handvest van graaf Willem VI van Holland en elect Jan van Luik, 1413 (1-7) - bevestiging van voornoemd handvest door Jan van Touraine, 1413 (8) - bevestiging van voornoemd handvest door de magistraat van Amsterdam, 1413 (8-9) - schouwbrief door bisschop Frederik van Blankenheim, [1414] (9-17) - eedformulier voor de heemraden, z.j. (19) - onderhoudsplicht door de buren tussen de Bijleveld en de Ruige Wilnis van een brug aldaar, 1445 (21) - lijst van onderhoudsplichtigen van voornoemde brug, z.j. (22) 2.1.10. Handhaving van orde en veiligheid 589 Verslag, uitgebracht aan de Staten, betreffende een missie naar Den Haag in verband met de Stichtse oorlog, 1482 1482 1 stuk 590 Register van stukken inzake de vrede gesloten tussen bisschop en Staten enerzijds en de heer van IJsselstein anderzijds, na bemiddeling van keizer Maximiliaan, 1511 1511 1 katern 591 Brief van de Staten aan hun gedeputeerden ter Staten-Generaal te Brussel inzake een bijeenkomst te Schoonhoven tussen afgevaardigden van het Hof van Holland en de Staten in verband met de dreiging van troepen van Herman van Brunswijk, 1513 1513 1 stuk 592 Akte waarbij Melis van Amstel van Mijnden belooft het huis Loenersloot niet sterker te maken dan het is en het als een open huis van het Sticht te bewaren, 1516 febr. 7 1516 febr. 7 1 charter 18 Oude Orde 593 Brief van bisschop Filips van Bourgondië aan de Staten inzake zijn vermoeden dat de hertog van Gelre een aanval voorbereidt op de stad Wijk en het slot Duurstede, 1522 1522 1 stuk 594 Advies, uitgebracht aan de Staten door de schouten van Utrecht en Ernst van Drakenborch als raad van de bisschop, inzake het blokhuis te Ravenswaay, (ca. 1525) (ca. 1525) 1 stuk 595 Memorie inzake het binnenhalen van ruiters en knechten van de hertog van Gelre onder leiding van Maarten van Rossum in de stad Utrecht in 1527. Fragment 1 stuk 596 Brieven, gericht aan Gelderse bevelhebbers in Utrecht in dienst van de Staten, afkomstig van de hertog van Gelre en Adriaan van Reede, raad van de bisschop, 1528 1528 4 stukken 597-597 Stukken betreffende de overeenkomst tussen de Staten en het in 1527 door deze in dienst genomen krijgsvolk, over de betaling van achterstallig soldij, na bemiddeling van de landvoogdes, 1545 1545 2 charters en 1 omslag 597 1545 1 omslag 201 Oude Orde 597-2 1545 mei 31 201 Oude Orde 597-3 1545 mei 31 201 Oude Orde 598 Register van stukken betreffende het gildenoproer in de stad Utrecht, 1526-1528 1526-1528 1 katern 599 Stukken betreffende de godsdienstonlusten in Utrecht en de maatregelen door stadhouder en Hof genomen tot voorkoming van oproer en heimelijke vergaderingen, 1566-1567 1566-1567 1 omslag 222 Oude Orde 600 Monsterrollen van personen door de Staten aangenomen tot bewaring van de orde in de stad tijdens de godsdienstonlusten, met instruktie, 1567 1567 4 katernen 601 Rekening van de wacht in de poorten en op straat, gehouden van 22 november 1566 tot 23 mei 1567. In tweevoud gehouden van 22 november 1566 tot 23 mei 1567. In tweevoud 2 stukken 152 Oude Orde 602 Naamlijst van personen die betrokken zijn geweest bij de onlusten van 1566-1567 1 stuk 603 Bekendmaking door de deurwaarder van het Hof van een verordening vanwege de landsheer inzake beslaglegging op goederen van personen die na de onlusten van 1566-1567 voortvluchtig zijn, 1568. Afschrift 1568. Afschrift 1 stuk 604 Verordening van de magistraat van Utrecht inzake een verbod op de uitoefening van vermaakspelen op openbare plaatsen in de stad, 1569. Afschrift 1569. Afschrift 1 stuk 605 Antwoord van de abt van S. Paulus op het verzoek van gedeputeerden van de Staten om Hans Wiert, als soldaat gelegerd geweest op Vredenburg, op te nemen in de abdij, na schriftelijk verzoek hiertoe door Willem van Oranje, (1572). Afschrift (1572). Afschrift 1 stuk 606 Verslag van een aanval van duitse huursoldaten op de stad Utrecht, opgesteld op verzoek van de Staten door Gerrit van Ratinghem en Thomas Sozius, prokureurs-generaal in het Hof van Utrecht, 1577 1577 1 katern 607 Stukken betreffende de inname en afbraak, op last van de Staten, van het kasteel Vredenburg, 1567-1577 1567-1577 1 omslag 608 Rekening van Bernt van Jaarsvelt, kameraar van de stad Utrecht, van de verkoop van het huis, de torens, het meubilair en andere goederen van het kasteel Vredenburg, 1577 1577 1 katern 156 Oude Orde 609-612 Kwitanties, mandaten en specifikaties van onkosten gemaakt ten behoeve van de verdediging van de stad Utrecht tegen het kasteel Vredenburg, als bijlagen bij een overigens verdwenen rekening van Loeff van der Haer, kameraar van de Staten, 1576-1579 1576-1579 3 banden en 1 deel 609 'Vol. 1', gepagineerd 1-835 155 Oude Orde 610 'Vol. 2', gepagineerd 1-355 155 Oude Orde 611 'Vol. 3', gepagineerd 1-596 155 Oude Orde 612 1577 1 deel 155 Oude Orde 613 Kwitantie van Jan van Abcoude en Frans Both, gekommitteerden tot de ontvangst en het uitdelen van buskruit, voor de ontvangst van vijftig tonnen buskruit afgeleverd door Michiel de Wael, 1577 1577 1 stuk 614 Verordening van de hertog van Alva aan de magistraat van Utrecht tot inkwartiering van drie vendels soldaten onder bevel van Maximiliaan van Henin, graaf van Bossu, 1572. Afschrift 1572. Afschrift 1 stuk 615 Stukken betreffende de betaling en afdanking van de spaanse en duitse garnizoenen in Utrecht liggende, 1572-1577, 1580 1572-1577, 1580 1 pak 229 Oude Orde 616 Staat van uitdelingen van haver, gedaan op last van de Staten, door Gerrit Claesz. van Rhijn in verschillende dorpen belast met de inkwartiering van ruiters, 1579. Afschrift 1579. Afschrift 1 katern 617 Staat van het logiesgeld, door de magistraat van de steden te betalen aan burgers bij wie soldaten zijn ingekwartierd, (ca. 1580) (ca. 1580) 1 stuk 618 Stukken betreffende de organisatie van de troepen in dienst van de Staten, 1577-1581 1577-1581 1 omslag 619 Voorstel voorgelegd aan de Staten inzake de bestrijding van 'geboefte en straatschenderijen' op het platteland, (ca. 1580) (ca. 1580) 1 katern 620 Stukken betreffende de konfiscatie van van het goederenbezit van regeringsgetrouwe inwoners van het Sticht, 1580-1581 1580-1581 1 omslag 621 Akte waarbij bisschop Frederik van Blankenheim belooft zich te houden aan een aantal punten inzake de jurisdiktie van de maarschalken, 1422 aug. 17. Met akte van bevestiging door de elect Zweder van Culemborg, 1425 aug. 19 1422 aug. 17. Met akte van bevestiging door de elect Zweder van Culemborg, 1425 aug. 19 2 charters 4 Oude Orde 622 Instruktie van Karel V inzake de rechterlijke organisatie op het platteland en de dorpen van Utrecht, 1529. Afschrift 1529. Afschrift 1 stuk 623 Verordening van Karel V, op verzoek van de Staten, dat voortaan in alle allodiale en eigen goederen ouderloze kinderen niet alleen ab intestato maar ook bij testament hun aandeel in de successie van hun grootouders zullen genieten en, ten tweede dat geen interlocutoir toegelaten zal worden, 1545 juli 23 1545 juli 23 1 charter 138 Oude Orde 624 Akte waarbij Karel V de onwettige geboorte van Jacob Pietersz. legitimeert, 1547. Afschrift, dienend als formulier 1547. Afschrift, dienend als formulier 1 stuk 625 Plakkaat van het Hof van Utrecht, houdende een aantal geboden, met opdracht aan de maarschalk van het Overkwartier op de naleving daarvan toe te zien, 1551 mei 16 1551 mei 16 1 charter 139 Oude Orde 626 Akte waarbij Willem van Groenewoude het maarschalkambt van Eemland met het huis Stoutenberg aanvaardt, 1383. Afschrift 1383. Afschrift 1 stuk 627-628 Akten waarbij verschillende personen het maarschalkambt van het Overkwartier aanvaarden, 1488-1493 1488-1493 2 charters 627 Bernt uten Engh, 1488 april 29 31 Oude Orde 628 Daniël van Boekhout, 1493 juni 27 31 Oude Orde 629-632 Akten waarbij verschillende personen het maarschalkambt van het Overkwartier en het kasteleinschap van ter Horst aanvaarden, 1502-1525 1502-1525 7 charters 629-629 Jan van Meerthen 1502. In tweevoud 2 charters 629-1 1502 mrt. 16 31 Oude Orde 629-2 1502 mrt. 16 31 Oude Orde 630-630 Hendrik de Valkener 1508. In drievoud 3 charters 630-1 1508 okt. 4 31 Oude Orde 630-2 1508 okt. 4 31 Oude Orde 630-3 1508 okt. 4 31 Oude Orde 631 Adriaan van Pallaes, 1518 okt. 25 31 Oude Orde 632 Eerst Taets van Amerongen, 1525 sept. 25 31 Oude Orde 633-634 Akten waarbij verschillende personen het maarschalkambt van Amersfoort en Eemland aanvaarden, 1483, 1486 1483, 1486 2 charters 633 Johan van Nijenrode, 1483 nov. 5 31 Oude Orde 634 Bernt Freze, 1486 mei 6 31 Oude Orde 635 Akte waarbij Jacob van Zuilen van Nijevelt het maarschalkambt van Amersfoort en Eemland en het kasteleinschap van ter Eem aanvaardt, 1526 febr. 27 1526 febr. 27 1 charter 31 Oude Orde 636 Akte van benoeming door de stadhouder van Laurens van Nijehoff tot schout van Rhenen, 1580. Afschrift 1580. Afschrift 1 stuk 637 Verordening van de Staten en het Hof, houdende een regeling voor de deurwaarders en panders van het Hof, 1580 1580 1 katern 638 Instructie inzake de bediening van schoutambten, 1580. Concept 1580. Concept 1 stuk 639 Instructie voor Willem van Boecholt, drost te Wageningen, 1580. Afschrift 1580. Afschrift 1 stuk 640 Formulier van de eed, waarbij de gerechtsofficieren in de provincie Utrecht trouw zweren aan de Staten, 1581. In tweevoud 1581. In tweevoud 2 stukken 641 Formulier van de eed, die de voorspraken en taelluyden moeten afleggen, z.j. z.j. 1 stuk 642 Verordening van de stadhouder, op verzoek van ambachtsheer, schout en buren van Schonauwen, tot de vervanging van het huurrecht aldaar door een schepenrecht, 1557. Afschrift 1557. Afschrift 1 stuk 2.1.11. Bemoeienis met de godsdienst 643 Plakkaat waarbij Filips II de verordening, uitgevaardigd in 1550 door Karel V inzake de handhaving van de rooms-katholieke eredienst, bevestigt, 1569. Gepubliceerd in Utrecht, 1570, 1574. Afschrift 1569. Gepubliceerd in Utrecht, 1570, 1574. Afschrift 1 stuk 644 Formulier van de eed, afgelegd door de magistraat van Utrecht, tot handhaving van de katholieke eredienst, 1572 1572 1 stuk 645 Lijst van artikelen door de vijf kapittelkerken in Utrecht en enige vertegenwoordigers van de gereformeerde godsdienst aangenomen als uitgangspunt voor een religievrede, 1579 1579 1 stuk 646-646 Overeenkomst tussen de leden van de Staten over het begeven van de prebenden die vroeger ter collatie van de paus stonden, 1579, met lijst van geprebendeerde kanunniken in de vijf kapittelkerken van Utrecht sedert juli 1579 1579, met lijst van geprebendeerde kanunniken in de vijf kapittelkerken van Utrecht sedert juli 1579 1 charter en 1 stuk 646 Lijst van geprebendeerde kanunniken 1 stuk 472 Oude Orde 646-2 1579 juni 9 472 Oude Orde 647 Stukken betreffende het verbod tot uitoefening van de katholieke eredienst en de behandeling van geestelijke goederen en personen in de provincie Utrecht, 1579-1580 1579-1580 1 omslag 648 Stukken betreffende de inventarisatie van geestelijke goederen in Utrecht op last van de Staten, 1580 1580 4 stukken 649 Register van de resolutien van de Staten van de landen van Utrecht nopende de geestelijkheyt ende hare goederen, beginnende den 6de may 1580, 1580-1581 1580-1581 1 deel 356 Oude Orde 650 Verordening van de Staten inzake het beheer van de vijf jufferenkonventen in Utrecht, (ca. 1581). Concept (ca. 1581). Concept 1 stuk 2.1.12. Bemoeienis met het economisch leven 651 Stukken betreffende een verordening van Karel V inzake het brouwen van bier op het platteland van Utrecht, 1530 1530 2 stukken 652 Verordening van Karel V op de invoer van wijnen, 1559. Afschrift 1559. Afschrift 1 stuk 653 Stukken betreffende een verordening op de huur en verhuur van huizen en landerijen, (ca. 1539) (ca. 1539) 2 stukken 654 Plakkaat van Karel V tot het laten passeren van alle transporten van de hypotheken op onroerend goed voor de gerechten waarin die goederen gelegen zijn en tot goede registratie daarvan, 1545 juli 23 1545 juli 23 1 charter 137 Oude Orde 655 Akte waarbij de geheime raad, op verzoek van de Staten, advies geeft inzake het sluiten van kontrakten bij huur van onroerend goed inzake de vergoeding van reparaties verricht door de huurders, 1552 april 6 1552 april 6 1 charter 140 Oude Orde 656 Hernieuwde uitgave van een plakkaat van het Hof van Utrecht van 1539 inzake de huur en verhuur van onroerend goed, met bevestiging van de publikatie door verschillende dorpen, 1577-1579. Afschrift 1577-1579. Afschrift 1 stuk 657 Concept-advies van de Staten inzake een korting op de land-pachten voor het oorlogsjaar 1543, met rekesten daartoe aan het Hof van enige gerechtsbesturen, 1544 1544 1 omslag 127 Oude Orde 658 Instructie voor gedeputeerden van de Staten inzake een korting op landpachten vanwege schade door oorlogshandelingen, 1580 1580 1 stuk 199 Oude Orde 659 Verzoek van de stad en steden van Utrecht om een regeling inzake de ambachten en neringen op het platteland, 1549. Afschrift 1549. Afschrift 1 stuk 660 Verordening van de magistraat van Utrecht op de scheepvaart in en door de stad, 1568 1568 1 stuk 661 Verordening van Filips II, op verzoek van geërfden en pachters in Stichtse en Gelderse lenen bij Rhenen, inzake de veenderij aldaar, 1563 1563 1 katern 662 Verklaring waarbij Gerrit Geerlofsz. en Ghijsbert Claesz. opgave doen van turfgraverij, met vermelding van de daarbij betrokken personen, 1580 1580 1 stuk 663 Stukken betreffende de ontgronding van de Rhenense venen en de belasting op de daarmee gewonnen turf, 1581 1581 1 omslag 664 Akte van benoeming door de Staten van Nikolaas Petersz. Vogelair tot ijzersnijder van de munt, 1579 mrt. 30 1579 mrt. 30 1 charter 665 Verordening van de stadhouder op de in- en verkoop van granen en andere levensmiddelen, 1580. Concept 1580. Concept 1 stuk 666 Verordening opgesteld door de Staten inzake de jacht. Koncept, bestemd voor de stadhouder, (ca. 1580) (ca. 1580) 1 katern 2.2. Betrekkingen met het Oversticht 667 Instructie voor afgezanten van de Staten naar een dagvaart te Kampen, inzake de door de bisschop gevraagde bijstand in zijn geschil met de hertog van Gelre, 1510 1510 1 stuk 668 Verslag van het optreden van de bisschop ten aanzien van het huis Kinkhorst van Roelof van Munster in Drente, 1513 1513 1 stuk 669 Lijst van punten en notities van de ridderschap en de grote en kleine steden van het Oversticht in verband met de onderhandelingen met de afgevaardigden van Karel V, gevoerd te Zwolle, 1516 1516 1 katern 670 Instructie voor afgevaardigden van de Staten om te bemiddelen inzake het geschil om de tol tussen Kampen en Zwolle, 1521. Afschrift 1521. Afschrift 1 stuk 671 Stukken betreffende de deelname van de Staten aan de onderhandelingen te Neuss tussen de elekt Hendrik van Beieren en de hertog van Gelre in verband met de oorlogshandelingen in Overijssel, 1524 1524 4 stukken 672 Stukken betreffende de verzoeken van de Staten van het Oversticht aan de Staten van het Nedersticht om hulp en bijstand in de oorlog tegen Gelre, (ca. 1524-1533) (ca. 1524-1533) 5 stukken 672-a Overeenkomst tussen de Staten en Margaretha van Lalaing, vrouwe van Culemborg, namens haar zoon Floris van Palland, betreffende de afbraak van hoofden of kribben in de Lek in het land van Buren, voor zover die tegenover schoordijken aan Nederstichtse zijde zijn gelegd, 1558 1558 1 stuk 1 FNC_SCANS 2.3. Betrekkingen met andere landsheerlijkheden en het Duitse Rijk 673 Stukken, afkomstig van Ludolf van Veen en Johan, burggraaf van Montfoort, als conservatoren van de verdragen, gesloten tussen Filips de Schone en Karel van Gelre, 1506 1506 1 omslag 674 Akte waarbij de hertog van Gelre verklaart tot 1 augustus 1509 een bestand te hebben gesloten met bisschop Frederik van Baden, inzake de kwestie om het huis Oyen bij Zutphen, 1509. Afschrift 1509. Afschrift 1 stuk 675 Register van brieven, gewisseld tussen de Staten van Utrecht en hertog van Gelre inzake de Gelders-Bourgondische oorlog, 1524 1524 1 katern 676 Stukken betreffende een afvaardiging van de Staten naar de rijksdag in Regensburg in verband met onenigheden tussen Karel V en Willem, hertog van Gelre en van Kleef, (ca. 1540) (ca. 1540) 2 stukken 677 Akte waarbij de elekt Hendrik van Beieren, op verzoek van de hertog van Kleef, instemt met het beginnen van vredesonderhandelingen tussen hem en de hertog van Gelre in Huissen, 1527. Afschrift 1527. Afschrift 1 stuk 678 Aantekeningen van hetgeen op de dagvaart te Huissen besproken is tussen de elekt Hendrik van Beieren enerzijds en de hertog van Gelre anderzijds, 1527 1527 1 stuk 679 Akte waarbij gedeputeerden van de Staten verklaren het advies van de stadhouder te zullen volgen om op de eerstvolgende dagvaart te verklaren dat de zaak van de verpande Stichtse goederen in Gelre onder arbitrage van de graaf van Buren gesteld zal worden mits de Staten niet hoger belast zullen worden dan tot een bedrag van 30.000 goudgulden, 1536 nov. 26 1536 nov. 26 1 charter 182 Oude Orde 680-680 Stukken betreffende de restitutie van de verpande Stichtse goederen in Gelre ingevolge de traktaten van Gorinchem, Grave, en Venlo, 1527-1545 1527-1545 1 pak en 4 charters 680 1527-1545 1 pak 188 Oude Orde 680-2 1538 juni 2 188 Oude Orde 680-3 1538 juni 6 188 Oude Orde 680-4 1543 sept. 14 188 Oude Orde 680-5 1545 febr. 18 188 Oude Orde 681 Verbalen door gedeputeerden der Staten van de onderhandelingen over de teruggave van de goederen als voren, 1537-1545 1537-1545 1 omslag 190 Oude Orde 682-682 Akten waarbij de landvoogdes aan de hertog van Gelre en andere personen in Gelre geldbedragen toewijst uit de 20.000 gulden, bij het traktaat van Grave door de Staten toegezegd, in ruil waarvoor zij moeten afzien van hun rechten op Stichtse goederen, 1545 1545 9 charters 202 Oude Orde 682-1 1545 juni 1 682-2 1545 juni 1 682-3 1545 juni 1 682-4 1545 juni 1 682-5 1545 juni 1 682-6 1545 juni 1 682-7 1545 juni 1 682-8 1545 juni 1 682-9 1545 juni 1 683-683 Kwitanties van de hertog van Gelre en andere personen in Gelre voor de ontvangst van gelden namens de Staten, in ruil waarvoor zij afzien van rechten op verschillende Stichtse goederen in Gelre, 1545. Met akten van overdracht, uitgegeven in 1528, gecancelleerd 1545. Met akten van overdracht, uitgegeven in 1528, gecancelleerd 14 charters en 1 omslag 683 1545 1 omslag 683-2 1528 mrt. 2 683-3 1528 mrt. 10 683-4 1528 mrt. 12 683-5 1528 mrt. 13 683-6 1528 mrt. 15 683-7 1528 mrt. 19 683-8 1528 april 27 683-9 1528 juni 17 683-10 1528 juni 17 683-11 1528 juli 7 683-12 1528 juli 10 683-13 1541 nov. 10 683-14 1543 febr. 19 683-15 z.j. 684 Akte van volmacht van de grafelijkheid van Holland voor Maximiliaan van Hoorne, heer van Gaasbeek en Adriaan Florisz., deken van S. Pieter te Leuven, om het verdrag tussen bisschop en Staten enerzijds en de heer van IJsselstein anderzijds te bekrachtigen en de eed op het verdrag af te nemen van bisschop en Staten, 1511 aug. 8 1511 aug. 8 1 charter 13 Oude Orde 685 Akte van vrijgeleide door Floris van Egmond, heer van IJsselstein, voor de inwoners van het Sticht, op voorwaarde dat Evert Zoudenbalch en Goert van Voorde, die door hem als aanstichters van de oorlog van 1511 worden beschouwd, uit de stad Utrecht zullen worden verbannen, 1526. Afschrift 1526. Afschrift 1 stuk 686 Register van stukken betreffende een geschil tussen bisschop en Staten en Walraven van Brederode over het kasteel Ameide, 1527 1527 1 stuk 687 Interlocutoir vonnis van de Grote Raad van Mechelen in een proces tussen Reinoud van Brederode, vrijheer van Vianen, en de Staten, 1550 sept. 6 1550 sept. 6 1 charter 218 Oude Orde 688 Plakkaat waarin Filips II de inwoners van het Sticht alle kontakten met de ingezetenen van Valencijn verbiedt wegens de invoering aldaar van het calvinisme, 1566. Afschrift 1566. Afschrift 1 stuk 689 Plakkaat van Willem van Oranje als stadhouder van Holland, waarin hij de inwoners van die provincie gebiedt de geroofde goederen, zowel geestelijk als wereldlijk, aan te geven bij de gekommitteerden van de rekening te Delft en bij de stedelijke magistraat, 1573. Afschrift 1573. Afschrift 1 stuk 690-690 Akten waarbij de grafelijkheid van Holland het Sticht garandeert dat dagvaarten volgens de oude gewoonte aan de gemeenschappelijke grens bij Putkuip gehouden zullen worden, ondanks het feit dat nu een aantal onderhandelingen buiten het Sticht gehouden worden, 1509-1527 1509-1527 3 charters 14 Oude Orde 690-1 1509 dec. 3 14 Oude Orde 690-2 1512 aug. 27 14 Oude Orde 690-3 1527 mrt. 17 14 Oude Orde 691-691 Akten van vrijgeleide door de grafelijkheid van Holland voor afgevaardigden van het Sticht in verband met dagvaarten te Schoonhoven, Mechelen en Vianen, 1509, 1511 1509, 1511 3 charters 13 Oude Orde 691-1 1509 dec. 3 13 Oude Orde 691-2 1511 mrt. 9 13 Oude Orde 691-3 1511 juli 10 13 Oude Orde 692 Verordening op de strandjutterij in Holland en Zeeland, 1574. Afschrift 1574. Afschrift 1 katern 693 Brief van de Staten van Holland en Zeeland aan de Staten van Utrecht, waarin laatstgenoemden dringend worden verzocht zich bij Holland en Zeeland aan te sluiten in hun opstand tegen de landsheer, 1576 1576 1 stuk 694 Verordening van Filips II op de imposten in Friesland, 1574. In tweevoud, waarvan één gedrukt 1574. In tweevoud, waarvan één gedrukt 2 stukken 695 Ordonnantie van rooms-koning Maximiliaan en de gezamenlijke duitse vorsten tot de heffing van een vermogensbelasting voor een periode van vier jaar in verband met de oorlog tegen de Turken, 1495. Afschrift 1495. Afschrift 1 katern 32 Oude Orde 696 Plakkaat van keizer Maximiliaan, waarin over alle onderdanen van zijn rijk, die dienst hebben genomen of willen gaan nemen in het leger van de koning van Frankrijk, de rijksban wordt uitgesproken, 1516. Gedrukt 1516. Gedrukt 1 stuk 697 Register van stukken betreffende de vrede, gesloten tussen Karel V en de koning van Frankrijk, 1526 1526 1 katern 698 Register van uittreksels uit stukken, zich bevindend in de kanselarij en archieven van het Heilig Roomse Rijk te Keulen, waaruit zou moeten blijken of het Sticht wordt beschouwd als in de rijksrecessen en rijksmatriculen geïncorporeerd, 1467-1541, aangelegd op verzoek van de stad Nijmegen, 1575 1467-1541, aangelegd op verzoek van de stad Nijmegen, 1575 1 katern 2.4. Deelname in het bestuur van de Nederlanden 2.4.1. Algemeen 699 Brieven en verslagen, ingekomen bij de Staten, van hun afgevaardigden ter Staten-Generaal, 1575-1581 1575-1581 1 pak 700 Verslagen, ingekomen bij de Staten, van hun afgevaardigden ter Staten-Generaal, 1577-1579. Afschriften 1577-1579. Afschriften 1 omslag 701 Brieven, uitgegaan van de Staten, aan hun afgevaardigden ter Staten-Generaal, 1576-1581. Minuten 1576-1581. Minuten 1 omslag 702 Brieven, ingekomen bij de afgevaardigden van de Staten ter Staten-Generaal, 1577 1577 1 omslag 703 Uittreksels uit resoluties van de Staten-Generaal, 1578-1581 1578-1581 1 omslag 704 Brieven, ingekomen bij de Staten-Generaal van verschillende personen en instellingen, 1576-1580. Afschriften 1576-1580. Afschriften 1 pak 705 Brieven, uitgegaan van de Staten-Generaal aan verschillende personen en instellingen, 1576-1580. Afschriften 1576-1580. Afschriften 1 omslag 706 Onderschepte brieven, 1576-1577. Afschriften 1576-1577. Afschriften 1 omslag 707 Stukken, ingekomen bij de Staten als bijlagen bij de korrespondentie, 1574-1581 1574-1581 1 omslag 708 Instrukties voor afgezanten van de Staten in verband met verschillende missies, 1577-1581 1577-1581 1 pak 709 Resoluties van het college van de Nadere Unie, 1579 febr. 5-28, 1580 april-aug. 2 1579 febr. 5-28, 1580 april-aug. 2 1 band 634 Oude Orde 2.4.2. Bijzonder 710 Verslag van een vergadering van de Staten-Generaal houdende een uiteenzetting namens Karel V inzake zijn vertrek naar Duitsland, (ca. 1530) (ca. 1530) 1 katern Onvolledig NB 711 Relaas van de veldtocht van Karel V in Duitsland, 1546 1546 1 stuk 712 Akte waarbij Karel V de totstandkoming van de Bourgondische Kreits afkondigt, 1548. Afschriften van de franse en de nederlandse versie 1548. Afschriften van de franse en de nederlandse versie 2 katernen 713 Stukken betreffende een bede van Filips II aan de Staten-Generaal ten behoeve van de uitrusting van een leger te land en ter zee in verband met de oorlog tegen de Turken en de Fransen, 1555-1558 1555-1558 1 omslag 714 Rekening van Jacob Boll over het tresaurierschap van de oorlogsschepen, door de Staten-Generaal uitgerust in 1558, Gesloten 1559 Gesloten 1559 1 deel 151 Oude Orde 715 Verslag van de onderhandelingen te Breda tussen afgevaardigden van de landvoogd en van de opstandige gewesten, 1575 1575 1 stuk 716 Verordening van Filips II op de generale middelen en imposten in de Nederlanden, 1576. Gedrukt 1576. Gedrukt 1 stuk 717 Stukken betreffende de muiterij en afdanking van de spaanse troepen in de Nederlanden, 1575-1577 1575-1577 1 omslag 718 Akte van benoeming door Filips II van don Juan van Oostenrijk tot landvoogd, 1576. Afschrift 1576. Afschrift 1 stuk 719 Stukken betreffende de totstandkoming van het Eeuwig Edikt, gesloten tussen de Staten-Generaal en don Juan, 1576-1577 1576-1577 1 omslag 720 Stukken betreffende de vredesonderhandelingen tussen de Staten-Generaal en don Juan na de sluiting van het Eeuwig Edikt, 1577 1577 1 omslag 721 Stukken betreffende de onderhandelingen te Geertruidenberg tussen afgevaardigden van don Juan, de Staten-Generaal en Willem van Oranje, 1577 1577 1 omslag 722 Stukken betreffende de onderhandelingen tussen de Staten-Generaal en koningin Elizabeth van Engeland inzake het verstrekken van subsidies en bemiddeling in de oorlog met Filips II, 1577-1578 1577-1578 1 omslag 723 Stukken betreffende de onderhandelingen tussen de Staten-Generaal en Frans van Valois, hertog van Anjou, inzake militaire hulp aan de Nederlanden, 1577-1578 1577-1578 1 omslag 724 Stukken betreffende de onderhandelingen tussen de Staten-Generaal en aartshertog Matthias van Oostenrijk inzake de aanbieding van de landvoogdij, 1577-1578 1577-1578 1 omslag 725 Formulier van de eed, gezworen door aartshertog Matthias bij de aanvaarding van de landvoogdij, 1578 1578 1 stuk 726 Formulier van de eed, gezworen door de prins van Oranje als luitenant-generaal van landvoogd Matthias, 1578. In tweevoud 1578. In tweevoud 2 stukken 727 Akte waarbij don Juan door de hertog van Anjou tot vijand van het land wordt verklaard, 1578. Afschrift 1578. Afschrift 1 stuk 728 Stukken betreffende het beleid gevoerd door het staatse leger in de oorlog tegen don Juan en Alexander Farnese, hertog van Parma, 1577-1581 1577-1581 1 omslag 729 Akte waarbij de hertog van Anjou verzekert het verdrag tussen hem en de Staten-Generaal na te komen, 1578. Afschrift 1578. Afschrift 1 stuk 730 Stukken betreffende de vredesonderhandelingen te Keulen op instigatie van keizer Rudolf II tussen Filips II en de Staten-Generaal, 1579 1579 1 omslag 731 Stukken betreffende het vertrek van de hertog van Anjou uit de Nederlanden, 1578-1579 1578-1579 1 omslag 732 Stukken betreffende de op 22 juli 1578 gesloten religievrede en de uitvoering daarvan, 1578-1579 1578-1579 1 omslag 733 Stukken betreffende de vergadering van de Staten-Generaal te Antwerpen, 1580 juli 17 1580 juli 17 1 omslag 734 Stucken ende munimenten dienende tot trapport van tbesoigne tot Delft in decembri anno 1580 ende in ianuario 1581, door gedeputeerden van de Staten ter Staten-Generaal, 1580-1581. Met inventaris 1580-1581. Met inventaris 1 pak 1031 Oude Orde De stukken zijn genummerd A-Z, waarbij de nrs. S, T en U ontbreken; de inventaris is genummerd E NB 735 Uittreksel uit het register der resoluties van de Staten-Generaal inzake de onderhandelingen tussen gedeputeerden van de verschillende provincies te Delft, 1580-1581 1580-1581 1 katern 736 Stukken betreffende de lichting en het onderhoud van staatse troepen, 1577-1581 1577-1581 1 omslag 737 Stukken betreffende het beleg en ontzet van Maastricht, 1577, 1579 1577, 1579 5 stukken 738 Brief discours sur aulcunes actions des estats-generaulx des Pais-Bas, (ca. 1579). Afschrift (ca. 1579). Afschrift 1 katern 739 Stukken betreffende de Pacificatie van Gent, 1576 1576 1 omslag 740 Stukken betreffende de totstandkoming van de Unie van Atrecht, 1578-1579 1578-1579 1 omslag 741 Stukken betreffende de totstandkoming van de Unie van Utrecht, 1578-1579 1578-1579 1 omslag 742 Register van stukken betreffende de belegering van Amersfoort en de toetreding van die stad tot de Unie van Utrecht, 1579 1579 1 katern 585 Oude Orde 743 Stukken betreffende de onderhandelingen tussen gedeputeerden van het college van de Nadere Unie en Willem van Oranje inzake de regeling van de souvereiniteit, 1579 1579 2 katernen 744 Stukken betreffende de instelling door het college van de Nadere Unie van een Landraad als souverein lichaam, 1579-1581 1579-1581 4 stukken 745 Akte van commissie voor Floris Heermale en Jan Robbrechtsz. van Drunen als afgevaardigden van de Staten ter vergadering van het college van de Nadere Unie, 1580. Concept 1580. Concept 1 stuk 746 Instructie voor afgevaardigden van de Staten-Generaal ter vergadering van het college van de Nadere Unie, 1579-1581 1579-1581 1 stuk 747 Instructies voor gedeputeerden van het college van de Nadere Unie in verband met verschillende missies, 1579 1579 2 stukken 748 Memories voor Floris Thin als afgevaardigde van het college van de Nadere Unie, 1579-1580 1579-1580 3 stukken 749 Stukken betreffende de onderhandelingen tussen Willem van Oranje en de hertog van Anjou inzake de opdracht van de souvereiniteit over de Nederlanden aan laatstgenoemde, 1580 1580 4 stukken 750 Plakkaat van Filips II inzake de invoering van uniformiteit in de jaarwisseling in de Nederlanden, 1575. Afschrift 1575. Afschrift 1 stuk 751 Stukken betreffende de munt in de Geunieerde Provincies, 1580-1581 1580-1581 1 omslag 752 Verordening gericht aan het college van de Nadere Unie tot een heffing op levensmiddelen, 1580. Afschrift 1580. Afschrift 1 stuk 753 Instructie voor Willem, ridder van Groenensteyn, inzake de uitoefening van het aan hem opgedragen landdrostambt in Holland, Arnhem, Gelre en Utrecht, 1581 1581 1 stuk 754 Ooggetuigenverslag van Hendrik Post, komende uit Lissabon en bestemd voor gedeputeerden van de stad Brussel, betreffende de situatie in Spanje en Frankrijk, 1578. Afschrift. In tweevoud 1578. Afschrift. In tweevoud 2 stukken 755 Stukken betreffende de strijd tussen de "Malcontenten" en de calvinistische magistraat in Gent, 1578 1578 1 omslag 756 Stukken betreffende de benoeming door aartshertog Matthias van Michiel Desardes tot kontroleur-generaal van de tafel-houders van leningen, 1580, met afschrift van de ordonnantie van Karel V voor de tafelhouder te Gent, die zich in Utrecht ophoudt, 1551 1580, met afschrift van de ordonnantie van Karel V voor de tafelhouder te Gent, die zich in Utrecht ophoudt, 1551 2 stukken 2.5. Varia 757 Akte waarbij Reinoud van Brederode, vrijheer van Vianen, aan de drost van Hagestein toestemming verleent om binnen de stad Vianen een gesloten gevangenis te hebben, 1537. Afschrift 1537. Afschrift 1 stuk 758 Akte waarbij de gerechten van Kamerik, Kamerik-Mijzijde en Tekkop verklaren schuldig te zijn aan hopman Herman van Lienden en zijn erfgenamen een bedrag van 500 Karolus gulden, in 1574 terug te betalen, 1573 aug. 18. Gecancelleerd. In dorso akte van kwijting, 1577 1573 aug. 18. Gecancelleerd. In dorso akte van kwijting, 1577 1 charter 228 Oude Orde 759 Akte van vrijgeleide, afgegeven namens de prins van Oranje, voor Jannitgen Bastiaans, voor een reis naar Utrecht, 1574 1574 1 stuk 760 Bestek voor het metselwerk van een niet nader genoemd bouwwerk, (ca. 1578). Fragment (ca. 1578). Fragment 1 stuk 761 Lijst van bestellingen van kruiden en specerijen ten behoeve van Jan van Nassau, 1579 1579 1 stuk 226 Oude Orde 762 Overeenkomst tussen een niet nader genoemd kapittel en de brouwer Joost Aertsz, z.j. z.j. 1 stuk Bijlagen Landsheren 1371-1378: Arnold van Hoorn, bisschop 1379-1393: Floris van Wevelinchoven, bisschop 1393-1423: Frederik van Blankenheim, bisschop 1423: Rudolf van Diepholt, elekt 1425-1433: Zweder van Culemborg, bisschop 1433-1449: Walraven van Meurs, elekt 1433-1455: Rudolf van Diepholt, bisschop 1455: Gijsbert van Brederode, elekt 1456-1496: David van Bourgondië, bisschop 1496-1517: Frederik van Baden, bisschop 1517-1524: Filips van Bourgondië, bisschop 1524-1528: Hendrik van Beieren, elekt 1528-1555: Karel V 1555-1581: Filips II Landvoogden in de Nederlanden (1528)-1530: Margareta van Oostenrijk 1531-1555: Maria van Hongarije 1555-1559: Emmanuel Filibert van Savoie 1559-1567: Margareta van Parma 1567-1573: Ferdinand, hertog van Alva 1573-1576: Luis de Requesens 1576-1578: Don Juan van Oostenrijk 1578-(1581): Alexander Farnese, hertog van Parma Stadhouders van Utrecht 1529-1540: Antonis van Lalaing, graaf van Hoogstraten, tevens stadhouder van Holland en Zeeland 1544-1547: René van Chalons, prins van Oranje, tevens stadhouder van Holland en Zeeland, sinds 1543 ook van Gelderland.1540-1544 Lodewijk van Vlaanderen, heer van Praat, tevens stadhouder van Holland en Zeeland 1547-1558: Maximiliaan van Bourgondië, heer van Beveren en Veere, tevens stadhouder van Holland en Zeeland 1559-1567: Willem van Nassau, prins van Oranje en heer van Breda, tevens stadhouder van Holland en Zeeland 1567-1577: Maximiliaan van Hénin-Liétard, graaf van Bossu, tevens stadhouder van Holland en Zeeland 1573-1574: Ferdinand van Lannoy, graaf van La Roche, tevens stadhouder van Artesië (waarneming vanwege de gevangenschap van Maximiliaan van Hénin-Liétard, graaf van Bossu) 1574-1577: Gillis van Berlaymont, heer van Hierges, tevens stadhouder van Gelderland, 1574-1577 (waarneming vanwege de gevangenschap van Maximiliaan van Hénin-Liétard, graaf van Bossu) 1577-1584: Willem van Nassau, prins van Oranje en heer van Breda, tevens stadhouder van Holland en Zeeland Secretarissen van (het Domkapittel en) de staten (vermeld 1383-1395): Tydeman Uptende (1400-1419): Willem van Riebeeck (vermeld 1411 en 1422): Hendrik van der Laan (vermeld 1423): Jan van Galecop (vermeld 1436 en 1440): Paulus Willemsz (1448-1461): Peter Hasert (overl. 1479): Jan Vlieger (overl. 1495): Cornelis van Brouwershaven 1495-1508: Michiel Keyen van Breda 1509-1518: Gerard Beyer 1518-1526: Jan van Goch 1526-1534: Willem van Maastricht 1534-1547: Sander van Bommel 1547-1567: Jan van Lamsweerde 1567-1582: Willem van Lamsweerde Concordantie op K. Heeringa, Inventaris van het archief van het kapittel ten Dom (Utrecht 1929) oud: nieuw 3434: 255 3438: 590 3439: 257 3442: 123 3445: 254 3448: 306 Concordantie op S. Muller Fz., Catalogus van het archief der Staten van Utrecht, 1375-1813<ECUSR> (Utrecht 1915)