Inventaris van de archieven der heerlijkheden cabauw en zevender

307 inventaris van de archieven der heerlijkheden cabauw en zevender, door j. de hullu 0 9999 307 heerlijkheden cabauw en zevender Het Utrechts Archief Beschrijving inventaris van de archieven der heerlijkheden cabauw en zevender, door j. de hullu Openbaarheid volledig openbaar Titel inventaris inventaris van de archieven der heerlijkheden cabauw en zevender, door j. de hullu Titels nadere toegangen Geen nadere toegangen datering toegang 19?? /2006 1. Inventaris 1.1. Archief van de heerlijkheid Cabauw 1.1.1. Stukken betreffende de heerlijkheid in het algemeen 1 Lijst van de bewijzen van eigendom en verdere stukken betreffende de ambachtsheerlijkheid Cabauw, ca. 1850. Met verschillende aantekeningen betreffende de heerlijkheid van de hand van de ambachtsheer Mr. Jean Brand 1 omslag 2 Beschrijvingen van de heerlijkheid Cabauw, inhoudende een opgave van de rechten van de heer en een schets van de regering, de kerkelijken toestand en de polderzaken ca. 1750-1800 4 stukken, 1 omslag 3 Aanschrijving van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aan de ambachtsheer van Cabauw tot het doen van een opgave omtrent de aard en omvang van de geldelijke voordelen aan die heerlijkheid verbonden, 1818. Met concept-antwoord van de ambachtsheer 1818 1 omslag Leenbrieven van de Staten van Holland betreffende de heerlijkheid Cabauw 3 charters 4 -1 Justus de Nobelaer 1682 nov. 11 4 -2 Jodocus van Wijngaarden 1719 okt. 18 4 -3 Jan Braet 1751 sept. 1 5 Notariële akte, waarbij Jonker Diderick Ramp erkent te hebben verkocht en te zullen overdragen aan Judocus van Wijngaarden de heerlijkheid Cabauw 1719 1 stuk 6 Onderhandse akte, waarbij Johannes van Wijngaarden erkent verkocht te hebben aan Jan Braet de heerlijkheid Cabauw, 1751. Met kopie, en een missive van D. Bispenk aan Braet over deze koop 1751 1 omslag 7 Vonnis van het Hof van Holland, waarbij aan Johannes van Wijngaarden, eiser, wordt ontzegd zijn eisen van naasting van de heerlijkheid Cabauw, ingesteld tegen Jan Braet d.d. 6 mei 1757. Met kopie; en twee kopieën van de leenbrief van die heerlijkheid d.d. 1 september 1751; alsmede verklaringen van de secretaris van Schoonhoven en anderen dat in Zevender en Cabauw en in de Hollandse dorpen van de Lopikerwaard het recht van naasting geen plaats heeft, noch nooit is geoefend 1752 1 omslag 8 Afrekeningen van L. van Elk met J. Brand, heer van Cabauw, wegens de inkomsten van de ambachtsheerlijkheid gedaan heeft over de jaren 1819, 1820, 1822 en 1823 1 omslag 1.1.2. Stukken betreffende de heerlijke rechten 1.1.2.1. Stukken betreffende het recht van de ambachtsheer tot de benoeming (voordracht) voor het ambt van baljuw, schout, secretaris, ontvanger, burgemeester en raadslid en veerschipper 9 Akte, waarbij Judocus van Wijngaarden, heer van Cabauw, de baljuw-schout en secretarisambten alsmede de vrije jacht en visserij van Cabauw verkoopt aan Johan Faassen 1721 1 stuk 10 Staat van hetgeen de schout en secretaris jaarlijks trekken uit de dorpsrekening van Cabauw, volgens besluit van het gerecht en de ingelanden van 1 november 1771 1 stuk 11 Akte van aanstelling voor Jacobus van Aanholt, als scherprechter van het Hof van Holland 1784. Gedrukt 1 stuk Geadresseerd aan de baljuw van Cabauw. NB 12 Besluit van het Departementaal Bestuur van Holland, waarbij tot baljuw van Cabauw wordt aangesteld Mr. Otto Braet 1804 1 stuk 13 Akte van de overeenkomst, aangegaan tussen de executeurstestamentair van Mr. Jan Braat, in leven heer van Zevender en Cabauw, en de gevolmachtigden van de ingelanden van deze heerlijkheden, ten aanzien van de recognitiegelden, wegens de posten van baljuw, schout en secretaris aan de ambachtsheer toekomende 1807 1 stuk 14 Onderhandse akte van overeenkomst, aangegaan door Jean Brand, heer van Cabauw, en Lambert van Elk, betreffende de voordracht van Van Elk als schout, secretaris en Gadermeester van de polder van Cabauw. Met brieven van Van Elk over hetzelfde onderwerp 1818 1 omslag 15 Brieven van verschillende personen aan Jean Brand, heer van Cabauw, over personen, voor te dragen als burgemeester, raadslid, secretaris en ontvanger van de gemeente 1818-1839 1 omslag 16 Aanschrijving van de Gouverneur van Utrecht aan de ambachtsheer van Cabauw, om een voordracht te doen voor het vacerende burgemeesterambt, met een brief van de eerste assesser van die gemeente aan hem tot geleide en een concept-voordracht van de ambachtsheer aan de koning 1835 1 omslag 17 Akte van doelstelling voor A. Verroen als marktschipper tussen Cabauw en Utrecht 1818 1 stuk 18 Brief van Lambert van Elk te Schoonhoven aan Carel Frederik Brand, ambachtsheer van Zevender, houdende aanbeveling van Teunis van As voor de vacante post van veeschipper tussen Cabauw en Utrecht 1821 1 stuk 1.1.2.2. Stukken betreffende het collatierecht van de kapel te Cabauw 19 Rekest van Hendrik van Troostwijk, predikant van Lopik, en de daarmee gecombineerde kapel van Cabauw, aan de Gecommitteerde Raden van Holland om ordonnantie van betaling op de ontvanger van de kerkelijke goederen van Holland, tot uitkering van 50 gulden per jaar d.d. 11 april 1764. Met gunstige beschikking van 30 april 1764 1 omslag 20 Brief van Jan Pit te Utrecht aan Jan Braet, ambachtsheer van Cabauw, houdende verzoek om ds. De Cruijf, door hem tot predikant van Lopik aangesteld, ook met de waarneming van de dienst in de kapel van Cabauw te begunstigen 1768 1 stuk 21 Brief van ds. T.C. Everaars, predikant te Lopik, aan Mr. Carel Frederik Brand, heer van Cabauw, houdende verzoek om in de kapel van Cabauw in plaats van voormiddags na de middag te mogen preken 1818 1 stuk 22 Brief van J. Brand, heer van Cabauw, aan de Minister van de Hervormde Eredienst, houdende verzoek dat een eventuele vacature van de predikdienst van Lopik en Cabauw gelet moge worden op zijn recht van Collatie, voor zover de kapel van Cabauw aangaat, wat hij door het optreden van ds. J.J. Neuman, predikant van Lopik, verkort acht 1819 1 stuk 23 Koninklijk besluit, waarbij de predikant van Lopik wordt ontslagen van de verplichting om te Cabauw te preken en de Hervormde Gemeente van Lopik 1819. Met begeleidende brief 1 omslag 24 Kwitanties aan de heer van Cabauw wegens de betaling van een jaarlijks bedrag, door de heerlijkheid aan de kerkvoogdij van Lopik verschuldigd over de periode 1803-1806,1826-1829 en 1837 1 omslag 1.1.2.3. Stukken betreffende de tienden en andere rechten Vonnis van het Hof van Holland, waarbij in het proces tussen Cornelis Theens, heer van Cabauw, eiser, en de ingelanden van de heerlijkheid, verweerders, over de henneptienden aldaar, de laatstgenoemde, veroordeeld worden om aan de eiser te laten volgen de tienden schoof van de hennep 1614. Met kopie, (19e eeuw), en begeleidende brief, 1845 1 charter, 2 stukken 25 1845 en (19e eeuw) 2 stukken 25 -2 1614 dec. 22 26 Akte van het akkoord, aangegaan tussen Judokus van Wijngerden, heer van Cabauw, en de gezamenlijke ingelanden aldaar, waarbij deze de henneptienden voor zes jaar afkopen 1720 1 stuk 27 Onderhandse akte, waarbij G.L. van Oosten Slingeland, ambachtsheer van Cabauw, aan de ingelanden van de gemeente verkoopt het recht op alle tienden aldaar 1851 1 stuk 28 Staat van hetgeen van de hennep- en korentiend over Cabauw is ontvangen over de jaren 1762-1771. Met een lijst van de henneptiend van Cabauw over 1787, en lijsten van de tiendschuldigen over 1818; van de bezaaide landen over 1823, 1827-1836; van de te innen tiendgelden over 1828, 1829, 1836 en 1837; en van de hondgelden aldaar over 1837-1850 1 omslag 29 Brieven van M. Lagerwerff, burgemeester en secretaris van de gemeente Zevender en Cabauw, en van J.J. Hofstede aan de heer van Cabauw over de incassering en betaling van de hem in die heerlijkheid verschuldigde tiendgelden en andere regaliën 1827-1830, 1835 1 omslag 30 Berekening der inkomsten van de Heerlijkheid Cabauw, zoals nu opnieuw zijn gereguleert 1750-1800, met afschrift 1 omslag 31 Brief van C. Boef aan de ambachtsheer van Cabauw betreffende het gebruiken van een eendenkooi aldaar, met een vergunning tot het houden daarvan van de heer z.j. 1 omslag 1.2. Archief van de heerlijkheid Zevender 1.2.1. Stukken betreffende de heerlijkheid in het algemeen 32 Inventaris van alle de brieven, charters, documenten en papieren, rakende de heerlijkheid van Zuyd- en Noord-Zevender. Door den secretaris Carel Voyer de Coulòmbiers opgesteld den 25 September 1743, met 1e recepis wegens de ontvangst van deze archiefstukken van de ambachtsheer Jacobus Braet, en 2e een lijst van de bewijzen van eigendom en verdere stukken betreffende de ambachtsheerlijkheid Zevender ca. 1848 1 omslag 33 Caerte van de landen onder Zevender, (eind 16e of begin 17e eeuw) 1 stuk Niet aangetroffen, vermoedelijk Atlas. NB 34 Beschrijvingen van de heerlijkheid Zevender, aangaande de opgave van de rechten van de heer, van de bestuursinrichting en rechtspraak, de regeling van de polderzaken, enz (18e eeuw) 3 stukken, 1 omslag 35 Akte, waarbij Johan van Zuylen, heer van Zevender, erkent te hebben verkocht aan Gerrit van Randenrode, genaamd Van der Aa, de heerlijkheid Zevender en belooft hem die te zullen opdragen d.d. 6 oktober 1627 1 charter 36 Brief van Pieter Bor aan Gerrit van Randenrode, genaamd Van der Aa, over de betaling aan de heer van Zuylen van der Haer van de koopsom van de door hem gekochte heerlijkheid Zevender d.d. 19 oktober 1627 1 stuk 37 Notariële akte, waarbij Mr. Simon van Limborgh, als executeurs-testamentair van Alexander Zoete de Lake van Villers, erkent verkocht en Mr. Wolpherd Nabbelingh en Marcus de Vrint, als gemachtigden van S.J. baron van Keppel, graaf van Albemarle, erkennen gekocht te hebben de heerlijkheden van Zevender aan de Noord- en Zuidzijde c.a. op voorwaarden nader vermeld d.d. 10 september 1715 1 stuk 38 Akte van akkoord, aangegaan door Willem Anna van Keppel, graaf van Albemarle, en Lady Sophie Thomas, ten aanzien van het testament op 29 mei 1718 gepasseerd door hun vader de graaf van Albemarle 1738. Notarieel afschrift 1 stuk 39 Voorwaarden, waarop Adam Adriaan van der duyn van 's Gravenmoer, als gemachtigde van Willem Anna van Keppel, graaf van Albemarle, heeft verkocht aan Jacob Braat de heerlijkheid Zevender. Met een kopie en de kwitantie voor de betaalde koopsom 1744 1 omslag 40 Notariële akte, waarbij Johanna de Jongh, weduwe van Jacobus Braet, in leven heer van Zevender, ten behoeve van haar zoon Jan Braet afstand doet van het recht van institutie en lijftocht op die heerlijkheid, haar door haar echtgenoot bij testament van 22 oktober 1746 vermaakt, met kopie van dat testament 1 omslag 41 Brief van Ploos van Amstel aan ... (?), betreffende de gerechtigheden, inkomsten enz. van de door hem aangekochte heerlijkheid Zevender z.d. 1 stuk 42 Aanschrijving van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aan de ambachtsheren in die provincie, tot het doen van een opgave omtrent de aard en omvang van de geldelijke voordelen aan de heerlijkheden verbonden,d.d. 11 september 1818. Met minuut van het antwoord van Carel Frederik Brand, heer van Zevender 1 omslag 43 Notarieel afschrift van de akte van de verkoop en overdracht van twee derde parten in de heerlijkheid Willige Langerak en twee derde parten in de heerlijkheid Zevender, gedaan door Mr. J.A. Brand en A.Ph.Th. Eyssell aan Mr. J. Brand van Cabauw 1835 1 stuk 1.2.2. Stukken betreffende de heerlijke rechten 1.2.2.1. Stukken betreffende het recht van de ambachtsheer tot de verkiezing, aanstelling en voordracht voor de ambten van baljuw, secretaris, schout, gerechtbode, schepenen, ontvanger, raadslid enz 44 Akte van aanstelling van Jan Braet en Mr. Otto Braet als baljuw, schout, secretaris en stadhouder en griffier van de lenen van de heerlijkheid Zevender 1744, 1783 1 omslag 45 Akte van overeenkomst, tussen de ambachtsheer van Zevender en Cornelis Henricxs. Verheull, over het baljuw- en schoutambt van de heerlijkheid. Met concept, de akte van aanstelling voor Verheull, en een borgstelling voor deze als baljuw, schout en gadermeester van de heerlijkheid 1626 1 stuk 46 Akten van aanstelling van Arnoldus Bullick, Isaac Fromer, Nicolaas van Overvelt en Abraham Scheltus als baljuw van Zevender van 1697, 1747, 1750, 1751. Met kwitantie van Van Overvelt aan de ambachtsheer Jan Braet wegens betaling van hetgeen hem als gewezen baljuw toekwam, 1765 1 omslag 47 Akte van aanstelling van Hendrick Dirckss tot schout van Zevender 1601 1 stuk 48 Aantekening van hetgeen door de nieuw benoemde schouten van Zevender in 1641 en 1642 voor recognitie is betaald aan de ambachtsheer 1 stuk 49 Akte, waarbij Johanna de Jongh, wed. Braet, vrijvrouwe van Zevender, aanstelt tot schepenen van de heerlijkheid Frederik Dijkman en Willem Egteman en tot armmeester Willem Egteman 1747 1 stuk 50 Akten van aanstelling van Bastiaen Goethart en Arnoldus Bullick als secretaris van de heerlijkheid Zevender 1625, 1632 en 1697 1 omslag 51 Akten van aanstelling van Engelbrecht van Zutphen, Jan van der Horst, Dirk de Gilde en Frans van der Schel, als gerechtsbode van de heerlijkheid Zevender 1744, 1750, 1783 en 1806 1 omslag 52 Akten van aanstelling van Mr. Otto Braet als baljuw van Zevender van het Departementaal Bestuur van Holland, d.d. 30 november 1804. Met een instructie en ordonnantie voor de officieren van Justitie, vastgesteld door Gecommitteerde raden van Holland, 2 juni 1728, en een akte van aanstelling van Jacobus van Aanholt als scherprechter van het Hof van Holland, d.d. 28 juni 1784 1 omslag 53 Akte van aanstelling van Dirk Coelewijn tot schipper tussen Zevender en Rotterdam van 1751. Kopie. Met akte van aanstelling van Gerrit Cornelisse Straver, Adrianus Claasse Straver en Arnoldus van Lieshout tot schipper tussen Zevender en Utrecht 1783, 1791 1 omslag 54 Brieven van de schout en de assessoren van Zevender, en Gabriel Leonard van Oosten Slingeland, Gijsbert Verhaal, aan de ambachtsheer, over de voordrachten voor de vacatures van burgemeester, assessoren en leden van de raad van de gemeente, met minuten van enige van de door de ambachtsheer gedane voordrachten 1819-1835 1 omslag 55 Overeenkomst tussen de ambachtsheer van Zevender en Lambert van Elk, betreffende de voordracht van laatstgenoemde tot schout, secretaris en ontvanger van Zevender 1818 1 omslag 56 Brieven, door de ambachtsheer van Zevender gewisseld met Gedeputeerde Staten van Utrecht over de voordracht van een ontvanger van de gemeente 1826-1828 1 omslag 1.2.2.2. Stukken betreffende de rechten van de ambachtsheer met betrekking tot het Hoogheemraadschap van de Lopikerwaard of Lekdijk benedendams en andere polderbesturen 57 Akte d.d. 1271 (april 24 - mei 1), afschrift, (17e eeuw) 1 omslag Akte, 1272 (april 24-mei 1): 'Binnen die octave van Passen Hacepernus (sic) van der Lede, heere van Haestrecht en van de Vlist, oorkondt te hebben verkocht aan Lambert Walters van Goye en Frederick van der Sevender, ritter, bezitters der vijff hoeven, en hun rechtverkrijgenden een eeuwigen watergang ten behoeve van tgehele landt in Kabau ende van de vijff houven gelegen boven Langeraeck, zoals de jurisdictie van Wauter van Goye zich uitstrekt, en van het gehele land in Kabau en van de vijf hoeven, gelegen boven Langeraeck, onder (sic) het water in Sevender in de lengte in de Vornesloot te leiden en van de Vornesloot in de Vlist en van de Vlist in de lengte en door Haestrecht tot het einde van Haestrecht toe, met een sluis midden door de IJssel te leiden, onder deze voorwaarde dat Hacepernus aan Wauter gegeven heeft de schouw van den watergang op de Vornesloot en op de Vlist tot de brugge toe, die genoemd wordt Berdenbeecke.' Hij erkent verder dat hij gegeven heeft aan Wauter en Frederick een "opstall" aan weerszijden van den watergang, zoo groot als hun "bueren" behoeven om te gaan. Voorts verkrijgen de "bueren" van Langerak op het einde van de Vornesloot een brug van acht voeten en van Ghijselbert Samson twee roeden lands om een wal op te leggen, die door de heemradenv an de Sevender zal geschouwd worden, Voorts geeft Hacepernus hun vierentwintig voeten land om de "inganck ende vuytganck" van het water te maken en om te leggen tussen "haar sluyse", benevens zoveel aarde als nodig is om hun dijk te maken en de dam van hun sluis te leggen, die door Hacepernus niet dan met advies van de dijkschouwers van Wauter van Goye zal geschouwd worden, t.w. driemaal per jaar, na convocatie der heemraden te Langeraeck. Bij verwaarlozing van het onderhoud der sluit door Wouter zal de eigendom overgaan op Hacepernus. NB 58 Volmacht van Alexander Zoete de Lake, heer van Zevender, op Joachim Corneliss van den Hevel, baljuw en schout van Zevender, om hem te vertegenwoordigen bij het doen van de rekening van de Lopikerwaard ca. 1644-1667 1 stuk 59 Memorie van inlichtingen, door G. Bullick als officier en secretaris der heerlijkheid Zevender verstrekt aan Mr. Symon van Limborch, "representatyff heere" daarvan, ten aanzien van het omslaan van de dijk-, boezem-, molen- en morgengelden, het doen van rekening en verantwoording, de termijn van de invordering, het ambt van gadermeester in genoemde heerlijkheid ca. 1712. Met een lijst van de "Margentalen van de dorpen ende de Polders gelegen in den Lopikerwaardt" 1 omslag 60 Rekest van de gezamenlijke ambachtsheren, ressorterende onder de Lopikerwaard, aan de Staten van Utrecht, die van Holland en Westfriesland en de Prins van Oranje, baron van IJsselstein, als overheren van de Lopikerwaard, houdende verzoek om, tot voorkoming van doorbraken van de Lekdijk Benedendams, krachtige maatregelen te nemen, genoemde waard, welke tot het extraordinaris onderhoud van die dijk is verplicht, met subsidie te hulp te komen en aan de ingelanden gedurende enige jaren remissie van ordinaris lasten te schenken ca. 1750 1 stuk 61 Beschikking van de Staten van Holland op het rekest van de gehoefslaagden van de Lekdijk Benedendams te Jaarsveld in de Lopikerwaard, houdende verzoek om hem te subsidiëren met 10.000 gulden, teneinde hem in staat te brengen, alsmede om met de Staten van Utrecht en de Prins, als baron van IJsselstein, orde te stellen op het maken en onderhouden van genoemde dijk. Ingelast is het preadvies van Gecommitteerde Raden 1764 1 stuk 1.2.2.3. Stukken betreffende de tienden 62 Ordonnantie, rakende het verdijlen en innemen der grove en smalle tienden etc., vastgesteld door de Staten van Utrecht 6 oktober 1718. Kopie 1 stuk Scheidsrechterlijke uitspraak door Lodewijck van Moerkercken c.s. gewezen in een geschil tussen Steven van Zuylen, heer van Zevender, en de buren van Zevender over de henneptienden 1509. Met twee afschriften, (19e eeuw) 1 charter, 2 stukken 63 (19e eeuw) 2 stukken 63 -2 -1509 juli 20 1 charter 64 Akte, waarbij Lambert van Wijngaerden, schout van Zevender, verklaart van Dirick van Zuylen voor tien haar te hebben gepacht de koren- en smalle tienden, welke deze heeft in zijn gerecht van Zevender d.d. 21 maart 1544 1 charter 65 Akte, waarbij Dirick van Zuylen, heer van Sevender, erkent aan Lambert van Wijngaarden, schout van Sevender, te hebben verpacht zijn tienden aldaar ca. 1554 1 stuk 66 Onderhandse akte, waarbij de burgemeesters van Zevender voor zich en namens de ingelanden aldaar verklaren de henneptienden aldaar voor zes jaar van de ambachtsheer te hebben afgekocht 1709 1 stuk 67 Rekesten van schout en burgemeesters van de heerlijkheid Zevender, namens de ingelanden aan de ambachtsheren gericht, om de henneptienden aldaar voor zes jaar lang te mogen afkopen, met gunstige beschikkingen 1720-1739 1 omslag 68 Lijsten van de tiendplichtigen en het door hen verschuldigde bedrag 1818-1849, met aantekeningen over de tienden in Zevender door Mr. J. Brand, ambachtsheer sedert 1835 1 omslag 69 Vonnis van de arrondissementsrechtbank te Utrecht, gewezen in een proces tussen de ambachtsheer van Zevender, eiser, en Cornelis Straver, verweerder, over het tiendrecht in die heerlijkheid, waarbij laatstgenoemde wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens het wederrechtelijk weghalen van henneptienden en het weigeren van de krijtende tiend, beide aan de ambachtsheer verschuldigd 1854, met een hierbij behorende afschrift van de koopbrief van de heerlijkheid Zevender, 1715 2 stukken 1.2.3. Stukken betreffende het leen Noord-Zevender Leenbrieven van het kapittel van S. Marie te Utrecht betreffende het hoog en laag schoutambt aan de noordzijde van Sevender 1521-1746 14 charters In de brieven over 1603-1746 worden ook in leen uitgegeven de hennep- en krijtende-, alsmede de koren- en raaptienden uit de Cortelantse en Langelantse bocken aldaar. NB 70 -1 Steven van Zulen 1521 april 29 70 -2 Dirk van Zuylen Stevensz 1535 sept. 23 70 -3 Johan van Suylen van der Haar 1603 juni 10, 1616 juli 23 (getransfigeerd) 70 -4 Gerrit van Randenrode, genaamd van der Aa 1627 nov. 12 70 -5 Philips Zoete, heer van Vyleers 1633 maart 22 70 -6 Alexander Soete van Lake, heer van Villers 1644 juli 12 70 -7 Philips Soete van Laecke van Villers 1667 juni 7 70 -8 Alexander Soete de Laeke van Villers 1689 dec. 6 70 -9 De erfgenamen van Alexander Soete de Laeke van Villers 1711 okt. 23 70 -10 Arnold Joost, baron van Keppel, graaf van Allemarle 1715 sept. 27 70 -11 Willem Anna, baron van Keppel, graaf van Allemarle 1719 juni 30 70 -12 Jacob Braet 1744 sept. 4 70 -13 Jan Braet 1746 nov. 18 71 Gekwiteerde rekeningen van heergewaden en leges, wegens het verlij van de heerlijkheid Noord-Zevender verschuldigd aan het kapittel van S. Marie te Utrecht 1627-1746 1 omslag 72 Verklaringen van Gerrit van Randenrode, Jacob Braet en Jan Braet, dat zij met het woord vrije heerlijkheid, in de leenbrieven van Noord-Zevender genoemd, niet pretenderen enig meerder recht dan eertijds Johan van Suylen van der Haer heeft gehad 1627, 1744, 1746 1 omslag Octrooibrieven, door het kapittel van St. Marie te Utrecht aan de heren van Zevender verleend, tot het beschikken bij testament, het splitsen, het bezwaren met renten of met lijftocht van de goederen, die zij van het kapittel in leen houden 5 charters 73 -1 Nicolaes van Suylen van Draeckenburch 1599 jan. 23 73 -2 Gerrit van Radenrode genoemt van der Aa 1629 jan. 2 73 -3 Beatrix Hooftman 1638 april 6 73 -4 Alexander Zoete de Laecke van Villers 1697 aug. 27 73 -5 Jan Braet 1755 febr. 7 74 Brief van G.C. Qualenbrink te Utrecht aan Jacobus Braet, heer van Zevender, over het octrooi om te testeren, aan hem door het kapittel van S. Marie te Utrecht verleend, 1744, met missive van dezelfde aan Jan Braet tot geleide van de leenbrief van Zevender, 1746, en één van Voyer de Coulòmbiers aan Jan Braet, tot geleide van een viertal kaarten betreffende die heerlijkheid en een aftekening van haar wapen 1747 1 omslag 1.2.4. Stukken betreffende het leen Zuid-Zevender Leenbrieven van de grafelijkheid van Holland betreffende de honderd morgen in Cabauw met de tienden, tijns en gerecht, de vijf morgen in de Geer met tijns, tienden en gerecht, een hoeve land in Boemepas, en een halve hoeve van 9 viertel lands 1253-1746 21 charters, 1 stuk In de charters van 1564 en 1565 worden alleen in leen uitgegeven de hoeve in Bonrepas en halve hoeve van negen viertelen land, deze goederen zijn niet begrepen in de beleningen van 1623-1746. NB 75 -2 Fridericus de Suvendre 1253 mrt. 17 75 Nederlandse vertaling van voornoemd charter (17e eeuw) 1 stuk 75 -3 Frederik van Zevender 1253 maart 17. Afschrift, (17e eeuw) 75 -4 Dirck van Zulen 1442 mei 1 75 -5 Dirck van Zuylen 1460 april 1 75 -6 Berndt van Hondthorst 1563 febr. 25 75 -7 Berndt van Hondthorst 1564 febr. 19 75 -8 Dirck van Zuylen 1564 april 13 75 -9 Dirck van Zuylen 1564 jan. 5 75 -10 Johan van Zuylen van der Haer 1623 dec. 29 75 -11 Gerrit van Randenrode, genaamd van der Aa 1627 nov. 12 75 -12 Gerrit van Randenrode, genaamd van der Aa 1627 nov. 27 75 -13 Gerrit van Randenrode, genaamd van der Aa 1628 juni 28 75 -14 Beatrice Hooftman 1633 juni 1 75 -15 Alexander Soete van Lake van Villers 1644 juni 14 75 -16 Philips Zoete van Laecke 1666 nov. 30 75 -17 Alexander Soete van Laecke van Vileers 1690 april 28 75 -18 De erfgenamen van Alexander Soete van Laecke van Villers 1711 okt. 16 75 -19 Arnold Joost van Keppel, graaf van Albemarle 1715 sept. 10 75 -20 Willem Anna van Keppel 1720 jan. 5 75 -21 Jacobus Braat 1744 aug. 25 75 -22 Jan Braet 1746 nov. 17 Octrooi van de Staten van Holland, waarbij zij aan Nicolaes van Zuylen van Draeckenburh, heer van Zevender, op zijn verzoek vergunnen dat de honderd mogen in Cabauw, de vijf morgen in de Gheer, een hoeve land in Bonrepas en een halve hoeve van negen viertelen land door hem en zijn rechtverkrijgenden mogen gebruikt worden als allodiaal goed, d.d. 16 januari 1592, met een leenbrief, waarbij de Staten van Holland Johan van Schagen belenen met de 'oosterhoffwoeninge' en andere goederen rondom het slot Schagen, alles te voren allodiaal maar door hem aan de Staten opgedragen ter vergoeding voor de allodiaalverklaring van de honderd morgen in Cabauw enz., ten behoeve van zijn schoonvader Nicolaes van Zuylen van Drakenburch gedaan, d.d. 27 januari 1592 2 charters 76 -1 1592 jan. 16 76 -2 1592 jan. 27 Octrooibrieven door de Staten van Holland aan de heren van Zevender verleend, tot het beschikken bij testament over alle goederen, door hen van de Staten te leen gehouden 1697, 1744 2 charters 77 -1 Alexander Soete de Laacke van Villeers 1697 okt. 8 77 -2 Jacobus Braet 1744 okt. 21 78 Akte, waarbij Dirck van Zuylen van de Haer, heer van Zevender, Goordt Gerritsen machtigt om voor het leenhof van Holland te verpanden de hoge, lage en middelbare jurisdictie van de heerlijkheid van Zevender met alle toebehoren d.d. 29 oktober 1569 1 charter 79 Gekwitteerde rekeningen van leenrechten, verschuldigd wegens het verlij van Zevender aan de Zuidzijde 1644-1746 1 omslag Akte van hypotheek op de heerlijkheid van Zevender aan de Zuidzijde, gepasseerd door Alexander de Zoete de Laeke van Villers, heer van Zevender, ten behoeve van Johan Frederik van Liere, heer van Zoetermeer, d.d. 30 juli 1706. Met transfix van 16 oktober 1711, waarbij Van Liere deze hypotheek opdraagt aan Gerrit Nieuwinkel 2 charters Blijkens aantekening op de transfixbrief is deze hypotheek geroyeerd op 6 december 1715. NB 80 -1 1706 juli 30 80 -2 1711 okt. 16 1.2.5. Stukken betreffende een hoeve land, voormalig leen van de heer van Zevender doch in later tijd allodiaal, en andere goederen in Zevender Deze hoeve lag in Nood-Zevender, zie de beschrijving in nr. 34. In die beschrijving wordt vermeld dat zij allodiaal was, doch in nr. 83 wordt gezegd dat zij van de heer van Zevender wordt te leen gehouden. NB 81 Caerte van de meetinge van de hoeve lants in de heerlicheyt van Zevender groot 18 mergen 4 hont 17 roede ende leyt van outs voor 16 morgen in date de 8en Februarij 1597, kaart 1597 1 blad Opdrachtsbrieven van diezelfde hofstede 1627-1744; met akte van machtiging 1744 1 stuk, 4 charters 82 -1 Akte van machtiging 1744 1 stuk 82 -2 Johan van Suylen van der Haer aan Gerrit van Randenrode genaemt van der Aa 1627 dec. 18 82 -3 Haro Joachim van Clooster, heer van Doornum, aan Alexander Zoete de Lake van Villers 1698 april 19 82 -4 De erfgenamen van Alexander Zoete de Lake van Villers aan Arnold Joost, baron van Keppel graaf van Albemarle 1716 nov. 30 82 -5 William Anna van Keppel, graaf van Albemarle, aan Jacobus Braet 1744 juli 20 83 Kwitantie van P. van Hemert, secretaris van Zevender, aan J. van Loesecaet wegens de betaling van de 40ste penning van de 16 morgen aldaar, door hem gekocht van Frederick van Loesecaet en in leen gehouden van de heer van Zevender 1611 1 stuk 84 Taxatie van de 16 morgen in Zevender, door Joachim Cornelis van der Heuvel 1645 1 stuk 85 Huurcedul van die 16 morgen met de hofstede, door de erfgenamen van Alexander Soete de Lake van Villers verpacht aan C. Dirckse de Gilde 1713 1 stuk 86 Leenbrief, waarbij Zweder van Zulen en Mechtelt van der Zevendaer, zijn vrouw, Vrederic van der Zevendaer belenen met zes pond Hollands goed geld 's jaars uit de 'thien saten in Bloemendale' d.d. 2 februari 1371 1 charter 87 Kwitantie van Zweder van Zulen aan Dirc van Zulen, heer van Zevender, wegens de koopsom van twaalf morgen land in dat gerecht d.d. 7 februari 1405 1 charter 88 Gerechtsbrief van Zevender, waarbij Dirck van Zulen van der Hair, heer ter Zevender, opdraagt aan Willem Thin Jansz. de eigendom van vijf morgen in dat gerecht, die het weer in erfpacht geeft aan Dirk, d.d. 4 december 1473. Met twee aktend.d. 10 december 1491 en 6 oktober 1494, waarbij dit land wordt opgedragen respectievelijk door Willem Tijnss. C.s. aan Katherjin Willem Thins dochter, non in het S. Elisabeths klooster te Schoonhoven, en door Zyborch Dirck Janss. dochter, mater van dat klooster, aan Aernt Evertss., als H. Geestmeester binnen Schoonhoven 3 charters (getransfigeerd) 89 Akte, waarbij Henrick Janssz. erkent te hebben gepacht van Dirck van Zuylen, heer van Zevender, 9 morgen land aldaar d.d. 19 april 1554 1 charter 90 Akte, waarbij Gerrit Bramsz. erkent te hebben gepacht van Dirck van Zuylen, heer van Zevender, 12 morgen land aldaar d.d. 9 april 1554 1 charter 91 Gerechtsbrief van Zevender, waarbij Cornelis Nierop aan Mr. Abraham Hartman te Schoonhoven opdraagt een hofstede en 20 morgen land aldaar d.d. 17 februari 1684 1 charter 1.3. Stukken betreffende de heerlijkheden Cabauw en Zevender gezamenlijk 92 Brieven van Otto Braet aan zijn zwager Carel Frederik Brand van Willige Langerak over de verkoop van de heerlijkheden Zevender en Cabauw 1804-1807 1 omslag 93 Brieven van W.J. Goudriaan, notaris te Haastrecht, executeur-testamentair van de boedel van Mr. Jan Braet, aan Mr. Carel Frederik Braet over een door diens mede-erfgenamen gedaan voorstel om uit de gemeenschap te treden van de gezamenlijk door hen bezeten heerlijkheden Zevender en Cabauw. Met sommige minuut-antwoorden van de laatstgenoemde 1814-1815 1 omslag 94 Stukken betreffende de verkoop van de heerlijkheden Zevender en Cabauw en de aankoop daarvan gedaan door Mr. Carel Frederik Brand 1818 1 omslag 95 Stukken betreffende de verkoop van de heerlijkheden Zevender en Cabauw aan Gabriël Leonard van Oosten Slingeland 1848 1 omslag 96 Stukken betreffende de scheiding van de sedert 1816 tot één gemeente gecombineerde heerlijkheden Zevender en Cabauw in 1817 1 omslag De beide heerlijkheden, tot één gemeente verenigd bij Koninklijk besluit van 7 maart 1816 zijn weer in twee afzonderlijke gemeenten gescheiden bij Koninklijk besluit van 24 januari 1817, dat in weerwil van het verzet van de bewoners werd bekrachtigd bij Koninklijk besluit van 2 juli 1818. NB 97 Stukken betreffende de inlijving van de gemeenten Zevender en Cabauw bij de provincie Utrecht in 1820 en over een ontworpen vereniging van beide met Willige Langerak tot een gemeente 1820-1821 1 omslag 98 Stukken betreffende een door Gedeputeerde Staten van Utrecht ontworpen vereniging van de gemeenten Zevender en Cabauw met Willige Langerak tot één gemeente 1829 1 omslag 99 Memorie van leges,ingevolge Reglement bij Ingelanden geformeert anno 1796. Met Memoriën en Bijlagen, waaruyt de Revenuen en Regalia van de Hooge en vrije Heerlijkheden Zevender en Cabauw kunnen worden nagegaan, door Mr. Otto Braet 1 omslag 100 Onderhandse akte van de overeenkomst tussen de gemachtigden van de ingelanden van Zevender en Cabauw en de executeurs-testamentair van Jan Braet, in leven heer van die heerlijkheden, aangegaan betreffende:De recognitiegelden, wegens de posten van baljuw, schout en secretaris van die heerlijkheden, over 1806 aan de rechtverkrijgenden van Braet toekomende en door de ingelanden te betalen en De voet, waarop deze recognitie voortaan zal worden geheven, d.d. 14 augustus 1807.Met vroegere stukken betreffende de voldoening van deze recognities over 1796-1806 1 omslag Hierbij de rekening van het dorp Cabauw over 1751, die bij de overeenkomst tot basis is aangenomen. NB 101 Verantwoording van de inkomsten van de heerlijkheden Zevender en Cabauw aan de gezamenlijke geïnteresseerdens in dezelve over 1806, 1807, 1809, 1810, door de baljuw, schout en secretaris Otto Braet aan C. Baet wed. Hondorff Block, B.H. Brand geb. Braat, A.R.C. von Uberfeldt en J. Braat. Minuten (?). Met rekeningen van de laatstgenoemde en van zijn executeur-testamentair W.J. Goudriaan wegens de helft van hetgeen bij heeft genoten aan leges van de door hem beklede betrekking van polderschout, secretaris en gadermeester over 1814, 1816, 1817. Minuten (?) Lijsten van door de ingelanden betaalde tijns 1785-1804 1 omslag 102 Akte van aanstelling voor Mr. Otto Braet als schout van Zevender en Cabauw van het Departementaal Bestuur van Holland, d.d. 3 december 1804, (van dezelfde als secretaris door het gecombineerd gemeentebestuur aldaar, d.d. 33 februari 1805), van Pieter Kuyff als gerechtsdienaar door baljuw en schepenen aldaar, d.d. 3 maart 1797 1 omslag 103 Akte van aanstelling voor Lambart van Elk als adjunct-secretaris van Zevender en Cabauw d.d. 8 januari 1807 1 stuk 104 Rekest van W.J. Goudriaan aan de Koning om de aanstelling van de schout en secretaris van Zevender en van Cabauw vier maanden uit te stellen. Met gunstige beschikking d.d. 29 oktober 1817 1 stuk 105 Brieven van de schout en de gemeenteraden van Zevender en Cabauw aan de ambachtsheer over de voordracht van leden van de besturen van die beide gemeenten. Met een aanschrijving van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aan laatstgenoemde tot het doen van een voordracht, en minuten van de door hem gedane voordrachten 1818 1 omslag 106 Declaratie van de ingelanden van Zevender en Cabauw, dat niemand voortaan onder die heerlijkheden mag vissen zonder een vergunningsbiljet van hen 1798 1 stuk 107 Rekest van Gabriël Leonard van Oosten Slingeland aan de Opperhoutvester om akte van registratie van eigen jacht van de heerlijkheden Zevender en Cabauw. Met gunstige beschikking d.d. 1 november 1848 1 omslag 108 Vonnis van het kantongerecht te IJsselstein, waarbij C.A. Dorrestein en J. Verkley worden veroordeeld wegens schending van het heerlijke jachtrecht van D. en G. van Oosten Slingeland in de heerlijkheid Zevender en Cabauw, d.d. 31 januari 1877. Met correspondentie van de laatstgenoemde met de ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het kantongerecht te IJsselstein over dezelfde zaak 1 omslag 109 Akte, waarbij Jan van Haastrecht c.s., 'Buer en gemeene lantsgenoten', erkennen, dat Dirck van Zulen, heer van Zevender, hun op verzoek, als gratie en niet als recht heeft vergund, om met 'die van Boenrepas een windwatermolen te zetten en die gelijk te betalen en te onderhouden' d.d. 13 januari 1449 1 charter 110 Aanschrijving van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aan het polderbestuur van Zevender en Cabauw om de nominatie van drie personen in te zenden voor de vervulling van de vacature van poldermeester d.d. 22 februari 1820. Kopie 1 stuk 111 Stukken betreffende de aanstelling van Gijsbert Verhaal tot lid van het polderbestuur van Zevender en Cabauw, door de ambachtsheren van beide heerlijkheden in 1823 gedaan 1823-1824 1 omslag 112 Brieven gewisseld door de ambachtsheer van Zevender met het gecombineerd polderbestuur van Zevender en Cabauw, de Gedeputeerde Staten van Utrecht en particulieren, over de vervulling van vacatures in genoemd polderbestuur 1826-1839. (Originelen en minuten) 1 omslag 1.4. Stukken afkomstig van secretarissen van Zevender betreffende particuliere zaken 113 Rekeningen van Jan Braet, secretaris van de heerlijkheid Zevender, en van latere secretarissen, wegens de collecte van de imposten op de collaterale successies, de 40ste penning van onroerende en roerende goederen en op schepen, van de boeten van ongefungeerde processen, en van de impost op het trouwen en begraven, afgelegd aan schout en schepenen en afgesloten door de Rekenkamer van Holland 1776-1791 1 pak 114 Rekeningen van W. J. Goudriaan en Mr. Otto Braet, secretarissen van de heerlijkheid Zevender, wegens de collectie van de impost op de collaterale successies en op schepen, de 40ste penning, de boeten van ongefungeerde processen, de impost op het trouwen en begraven en de belasting op de advertenties in de kranten, over 1804 en 1805, gedaan aan President en Schepenen en gesloten door de Departementale Rekenkamer van Holland 1 omslag 2. Bijlage: lijst van enkele Utrechtse stukken, aanwezig in het belastingmuseum te Rotterdam 9 april 1554 Bernt Jacobsz erkent van heer Dirck van Zuyen gehuurd te hebben enige bij hem in gebruik zijnde goederen gelegen in het gerecht van Zevender. Uithangend zegel van (L)ambert Willemsz (van Wingerden) 9 april 1554 Gerrit Artzen erkent gehuurd te hebben van Dirck van Zuylen 11 morgen land gelegen in het gerecht van Zevender. Met uithangend zegel van Lambert Willemsz. 9 april 1554 Herman Gerrytsz verklaart gehuurd te hebben van Dirich van Zuylen, heer van Zevender, een hofstede en 16 morgen land gelegen in het gerecht van Zevender voor 100 gulden 43 stuivers en een zalm van 32 pond. Met restant zegel van schout Lambert van Wijggarden. 9 april 1554 Bovelinck Wilmesz erkent gehuurd te hebben van Dirck van Zuylen 10 morgen land, gelegen in het gerecht van Zevender. Met uithangend zegel van schout Lambert Willemsz. 1 maart 1570 Dirck van Zuylen, heer van Zevender, schout van Utrecht, verpacht aan Engbert Adrryaens de opbrengst van de tienden aan de zuidzijde van de Zevende ?? ??

Archieven

Ga naar