209 catalogus van het archief der heeren van montfoort, door r. fruin th. azn. en a. le cosquino de bussy 0 9999 209 heerlijkheid montfoort Het Utrechts Archief Openbaarheid volledig openbaar Titel inventaris catalogus van het archief der heeren van montfoort, door r. fruin th. azn. en a. le cosquino de bussy Omschrijving catalogus van het archief der heeren van montfoort, door r. fruin th. azn. en a. le cosquino de bussy Titels nadere toegangen Geen nadere toegangen Beschrijving catalogus van het archief der heeren van montfoort, door r. fruin th. azn. en a. le cosquino de bussy 1. Inleiding 1.1. Voorwoord Het archief van de heeren van Montfoort scheen nog voor eenige jaren geheel verloren te zijn. Doch bij de schifting van de groote charterverzameling der provincie in 1893 bleek het mij alras, dat deze ook het charterdepot der burggraven van Montfoort, dat de Staten bij den aankoop der heerlijkheid in 1649 natuurlijk verkregen hadden, nog bevatte. Mr. Fruin, toen ambtenaar aan mijn bureau, heeft het toen in mijne opdracht samengevoegd en geordend. Het archief bleek zelfs vrij volledig en reeds bijna met de oudste tijden van het burggraafschap te beginnen; de weinige registers er van, die het Statenarchief bevatte, zijn er toen natuurlijk bijgevoegd. Van verschillende zijden zijn later voor de charterverzameling nog vermeerderingen verkregen, die van de hoofdgroep afgedwaald waren, zooals hierna in de inleiding uitvoerig verhaald wordt. De geheele collectie is toen door Mr. Fruin beschreven in een inventaris van 437 nummers, met eene belangrijke historische inleiding en eene stamtafel van het geslacht; samen zijn die verschenen achter mijn jaarverslag van 1893. De gelegenheid, om, volgens onze gewoonte, ook eene regestenlijst tot 1528 op te stellen, vooral door ontleding van de cartularia van burggraaf Johan II, deed zich echter eerst onlangs voor: Mr. De Bussy, mijn tegenwoordige ambtenaar, heeft dit toen in mijne opdracht verricht. De lijst bevat 771 nummers; ook aan de inleiding heeft Mr. De Bussy eenige belangrijke vermeerderingen toegevoegd, bepaaldelijk over de samenstelling der cartularia door burggraaf Johan II. Ik heb gemeend, aan den druk van de regestenlijst nu ook een herdruk van den vroeger uitgegeven (niet omvangrijken) inventaris met de inleiding, die verscholen stonden in een oud jaarverslag, te moeten verbinden; het archief toch was sedert den druk weder vermeerderd met tal van nieuw voor het archief herwonnen charters, wier weglating in den inventaris, nu zij in de regestenlijst opgenomen moesten worden, verwarring zou veroorzaken. Maar ook om eene andere reden scheen de herdruk van den inventaris te zamen met de regestenlijst gewenscht, om het belang van het archief, dat de aandacht verdient, daar de inhoud mij voorkomt veel rijker te zijn dan gewoonlijk bij een familiearchief het geval is, terwijl dit belang eerst door het verband van beide beschrijvingen goed duidelijk is. Natuurlijk geeft het archief nu en dan kijkjes op het leven der, familie van Montfoort op hun slot; men ziet, hoe de heeren hunne kinderen daar opvoeden en hunne jongere zonen later onderbrengen in de Utrechtsche kapittelen, waar de jongelui de hoogste waardigheden bekleeden. Ook de betrekkingen met andere familiën in het Sticht, maar vooral in Holland, kan men nu nagaan; later, als het Brusselsche hof, na het opkomen van Bourgondië, zijne attractie begint te oefenen, ook de relaties met Belgische families. Het blijkt daarbij (en dit is belangrijk), hoe de Montfoorts bij hunne verzwageringen wel zeer letten op het partijbelang der Hoekschen; vooral zijn de betrekkingen druk met de Brederodes, die met hen den toon gaven te Utrecht, het bolwerk der Hoeksche partij, van wier streven men in dit archief nu en dan wel iets meent te begrijpen. Ook over de organisatie van de kanselarij der burggraven bemerkt men iets: burggraaf Johan II, vroeger Domproost en dus opgevoed voor den geest elijken stand, blijkt de hervormer geweest te zijn van het Montfoortsche archief. Veelvuldiger en niet minder belangrijk is ook het materiaal, dat het archief ons biedt om de uitbreiding te begrijpen, die de burggraven aan hunne macht trachtten te geven door hun strijd met de bisschoppen over het verkrijgen van de hooge heerlijkheid,- eene usurpatie, waaraan eerst Karel V voor goed een einde heeft gemaakt. Dan ook op hunne pogingen, om nog op andere wijze hunne machtspositie uit te breiden door het verwerven van andere heerlijkheden, door huwelijken en door aankoop; de heeren van Montfoort waren groote financiers, die de graven van Holland dikwijls dienden in hooge ambten, en daarover verneemt men nu en dan iets. Ook dijkgraven waren zij op den Lekdijk Benedendams: nu en dan is het archief dus ook van belang voor de geschiedenis der waterschappen. Zoo schijnt de bekendmaking van dit heerlijkheids-archief mij wel de moeite waard; nu inventaris en regestenlijst samen, behoorlijk toegelicht, gepubliceerd zijn, is het gemakkelijk, het kleine maar opmerkelijke ar chief te overzien en te bestudeeren. <br/>S. Muller Fz. 1.2. De heeren van Montfoort en hun archief Het kasteel van Montfoort werd omstreeks 1170 door bisschop Godfried van Renen gesticht (Beka. p. 55) en toevertrouwd aan het bestuur van een bisschoppelijken dienstman, die den titel van burggraaf voerde. Reeds vroeg schijnt het den burggraven gelukt te zijn hunne waardigheid erfelijk te maken, althans in 1296 werd het erfelijk recht van Hendrik I de Rover op het burggraafschap erkend (Matthaeus, De jure gladii. p. 121). Gedurende drie en eene halve eeuw bleef het burggraafschap in het bezit zijner nakomelingschap. Aan het burggraafschap waren sinds 1282 verschillende goederen, waaronder de gerechten in het kerspel Montfoort (Willeskop met Kort-Heeswijk, Blokland, Heeswijk en Achthoven), benevens het leenrecht (o. a. over de heerlijkheid 's-Gravensloot) verbonden, terwijl de heer van Montfoort tevens erfelijk dijkgraaf van den Loopikerweerd was (No. 316). De volgende heeren breidden hunne heerschappij nog belangrijk uit over verschillende naburige gerechten, die deels aan den bisschop, deels aan den proost van Oudmunster, deels aan het kapittel van Oudmunster leenroerig waren. In het kerspel Linschoten bezaten zij de gerechten Linschoten, Polanen, Den Eng, Linschoter-Haar, Wulverhorst en Vlooswijk; in andere kerspelen: Oukoop, Papekop en Diemerbroek, Dijkveld en Rateles, IJselvere (in 1562 tot Holland gebracht en grootendeels bij de stad Oudewater ingelijfd. Matthaeus, De jure gladii. p. 110), Kattenbroek, een gedeelte van Reierskop en een gedeelte van Kokkengen (in 1537 door den toenmali gen burggraaf vervreemd). Herhaaldelijk hebben de burggraven van Montfoort getracht zich het hooge rechtsgebied over deze landstreken toe te eigenen. Reeds ten tijde van bisschop Jan van Arkel (1353) maakte burggraaf Zweder II daarop aanspraak (Matthaeus, De nobilitate. p. 813); doch de uitspraak van Aernt van Hoorn, bisschop van Luik in 1387 (Matthaeus, De jure gladii. p. 126), die zijn opvolger in het bisdom Utrecht in het gelijk stelde, wees de aanspraken der burggraven voor geruimen tijd terug. Toch was Johan II van Montfoort in het laatst van het leven van Frederik van Blankenheim (zie No. 305) in het bezit der hooge heerlijkheid; en de elect Zweder van Kuilenburg verpandde ze aan hem in 1430 (zie No. 306). Nauwelijks was Karel V echter wereldlijk heer van het Sticht geworden, of de toestand veranderde. Bij de beleening van Joost van Montfoort (1530) behield de keizer zich het recht op de aflossing der hooge heerlijkheid uitdrukkelijk voor (No. 313), en in 1546 had die aflossing werkelijk plaats (N o. 314), niettegenstaande de protesten der voogden van Joost's zoon Johan IV. Onmiddellijk aan de goederen der heeren van Montfoort in Utrecht grensden de Hollandsche hooge heerlijkheden Snelrewaard met Zuiden Noord-Linschoten en Hekendorp. Johan II ontving ze in 1427 en 1428 (Van Mieris, Charterboek. IV p. 935 en 941) te leen van gravin Jacoba, wier party hij trouw gediend had. Hij werd ook door Philips van Bourgondië in haar bezit bevestigd; doch Polsbroek, dat hem na de verovering van IJselstein (tot welke baronie het behoorde) was toegekend, keerde toen tot den vroegeren eigenaar terug. Ware aan de uitbreiding en consolideering van het gezag der burggraven door Karel V niet een einde gemaakt, Hekendorp en Snelrewaard zouden zeker met Montfoort tot één gebied versmolten zijn. (Ten bewijze hiervan diene, dat de drossaard van stad en land van Montfoort tevens drossaard was der naburige Hollandsche hooge heerlijkheden (zie No. 81), en dat men zich een tijd lang van de vonnissen, door de schepenbank van Snelrewaard gewezen, beroepen kon op de bank te Montfoort, die ook voor de dorpsgerechten in het burggraafschap de rechtbank van appèl was (No. 50). De transporten en andere gerechtelijke akten van de stad Montfoort en de gerechten onder het burggraafschap uit de jaren 1538-1566 werden dan ook in hetzelfde register ingeschreven, waarin de akten van Snelrewaard, Noord- en Zuid-Linschoten en IJselvere werden geprotocolleerd, en van 1567-1573 werden de.gerechtelijke akten van Hekendorp, Snelrewaard c. a. en IJselvere (in Holland) en Dijkveld en Rateles, Oukoop en. Papekop en Diemerbroek (in Utrecht) in één register opgeteekend (Catalogus der rechterlijke archieven, nrs. 614 en 1077). Hetzelfde verschijnsel doet zich ook op administratief gebied voor, gelijk blijkt uit eene passage in het testament van Philips en Anna van Merode dd, 1624, waarbij bepaald wordt, dat, in geval van den dood van Johanna van Merode (+ 1638), zuster der testatrice, die in 1592 in de heerlijkheden Hekendorp, Snelrewaard c. a. en IJselvere was opgevolgd, „onsen outsten sone voor sijn gedeelte uytte voornoemde successie sal hebben de heerlijckheden, leenen, landen, thienden ende generalijcke alle soodanige andere goederen, by deselve naer te laten, rontomme ende omtrent Montfoort voorseit, te welen Hecquendorp, Snellewiert, Linschotén, 't Veere met de hoocheyden ende andere prerogativen ende preëminentiën, dewelcke voor desen begrepen sijn geweest onder het district van Montfoort, omme te wesen ende te blyven vereenicht ende hervoecht aen de domainen, steden ende goederen van Montfoort voornoemt, gelijck sy voor desen geweest zijn" (Catalogus van het archief der Staten van Utrecht No. 518)) Anders was het gesteld met de overige heerlijkheden in Holland, die aan de heeren van Montfoort toekwamen. In 1440 kocht Johan II de hooge heerlijkheden Purmerende en Neck en het leenrecht over de leenen van Purmerende benevens de ambachtsheerlijkheden Purmer en Purmerland, allen indertijd door Willem Eggert verworven en sedert op diens schoonzoon Jan van Zijl overgegaan (zie No. 381). In 1448 verwierf burggraaf Hendrik IV hierbij nog de ambachtsheerlijkheden Sparendam en Sparenland (No. 390), die, eveneens uit de erfenis der Eggerts afkomstig, op de aan hen verwante Van Brakels waren overgegaan. In 1460 gingen echter de laatste heerlijkheden weder in het bezit van Willem van Brakel over, hoewel de heer van Montfoort zich er zekere rechten op voorbehield (No. 392). In 1481 werden de Hollandsche goederen van den heer van Montfoort verbeurd verklaard (Burman, Utrechtsche jaarboeken. III p. 500); zij zijn later niet teruggegeven; maar eerst omstreeks 1521 schijnt de burggraaf zijn e aanspraken tegen vergoeding te hebben opgegeven (No. 382). Door het huwelijk van burggraaf Johan III met de erfdochter van Naaldwijk (vóór 1477: zie No. 244) verkreeg hij rechten op de heerlijkheden Naaldwijk, Wateringen, Kapelle en andere goederen in de tegenwoordige provincie Zuid-Holland; maar daar uit dit huwelijk geen zoon geboren werd, gingen deze aanspraken weder voor de familie verloren. Met zijne tweede vrouw, Charlotte van Brederode, behuwelijkto hij daarentegen een gedeelte der heerlijkheden Abbenbroek en Velgersdijk, dat op hunne kinderen overging. Later verwierven de heeren van Montfoort zoowel in Holland als elders nog verschillende heerlijkheden en goederen, die echter te veel verspreid lagen om hun politieken invloed te geven, zooals de burggraven dien aan het bezit der heerlijkheden Montfoort en Purmerende hadden ontleend. Met Johan IV stierf in 1583 de burggrafelijke familie in de hoofdlijn uit; de goederen kwamen toen aan het geslacht Van Merode, dat, aan het katholieke geloof en den Spaanschen koning getrouw gebleven, zijne Noord-Nederlandsche goederen verkocht. Het burggraafschap ging in 1649 op de Staten van Utrecht over (No. 438), terwijl in 1649 en 1650 ook de andere Utrechtsche heerlijkheden aan partikulieren werden verkocht (zie de Stichtsche leenregisters). Hekendorp en Snelrewaard werden eenige jaren later verworven door den raadpensionaris Johan de Witt 1 . 1 Reeds in 1592 waren deze heerlijkheden van Montfoort afgescheiden en aan een jongeren tak der familie gekomen. Sinds 1638 werd dezen het recht op die goederen door den oudsten tak betwist; maar de jongere tak wen! bij sententie van het Hof van Holland dd. 27 februari 1643 in het bezit gehandhaafd Voetnoot De charters en andere documenten, die het archief der heeren van Montfoort uitmaakten, werden van ouds in het kasteel Montfoort bewaard 1 , onverschillig of zij betrekking hadden op goederen, in Holland, in Utrecht of elders gelegen. Dit blijkt uit het feit, dat het oude 15de eeuwsche merk, dat op de meeste Montfoortsche charters voorkomt, zoowel op Utrechtsche als op Hollandsche en andere eigendomsbewijzen gevonden wordt. Nog in 1587 berustte dit geheele archief in het kasteel te Montfoort blijkens een inventaris, die in extract onder de papieren van den heer van Hoenkoop aanwezig is (Inv. van de handschriften No. 306**, dl. III f°. 1), terwijl een fragment van een ander extract uit denzelfden inventaris door schenking in dit archiefdepôt kwam (11°. 1). Tot dezelfde conclusie komt men door de beschouwing van een anderen inventaris, eveneens in extract in dit depot bewaard (bij de collectie inventarissen). Het origineel van dezen inventaris berustte onder mr. G. van Loon, toen Van Alkemade en Van der Schelling er dit extract uit afschreven. Het jongste daarin vermelde charter dagteekent van 1550, zoodat deze inventaris misschien nog ouder is dan de bovenvermelde van 1587 2 . 1 "Meyster Gosen, des burchgraven (van Montfoort) scriver", wordt als onderhandelaar namens hem in 1481 vermeld door den schrijver der Annales rerum gestarurn. (Matthaeus, Analecta. 8° II p. 27.) 2 Zie een uitvoerig excerpt uit een inventaris van brieven dd, 1300-1400, berustende op het kasteel te Montfoort onder den secretaris aldaar, door A. van Buchell (HS. Buchell B fol. 97. Arch. kasteel Hardenbroek) afgeschreven en geborgen bij de inventarissen van het Montfoortsche archief.- In de Coll. Smissaert 328 bevond zich een inventaris van het archief der heeren van Montfoort dd, 1317-1478, van 68 blz. 8° Voetnoot In de volgende eeuw is deze kostbare verzameling gesplitst in ten minste drie verzamelingen. Toen in 1649 het burggraafschap aan de Staten van Utrecht werd overgedragen, schijnt het de bedoeling te zijn geweest, dat ook het geheele archief der heeren van Montfoort in eigendom aan de Staten zou overgaan. Dit is echter niet geschied. Er bestaat eene globale lijst van de archiefstukken en een inventaris van de charters, door den heer Van Merode aan de Staten overgegeven (No. 441); daaruit blijkt voldoende, dat slechts een klein gedeelte van het archief in handen der nieuwe eigenaars van het burggraafschap gekomen is. Eene splitsing, waarbij de charters en papieren, die op de Hollandsche heerlijkheden en goederen betrekking hadden, van de overgave werden uitgezonderd, heeft echter zeer zeker niet plaats gevonden, daar de Staten van Utrecht ook tal van stukken betreffende deze goederen verkregen. Welke de oorzaak van de onvolledige afgifte geweest is, is niet met zekerheid te zeggen : mogelijk waren reeds vóór 1649 vele charters en papieren uit het depot verdwenen. De tot de aan . de Staten overgedragen verzameling behoorende charters zijn sedert met de andere in het provinciaal archief berustende charters dooreengemengd; maar ze waren niet moeielijk te herkennen. Ongelukkig zijn de bovenvermelde lijsten voor dit doel echter nagenoeg onbruikbaar, daar in de lijst verschillende charters onder ééne zeer algemeen gestelde beschrijving zijn samengebracht, en slechts op enkele charters het nummer, waaronder zij op deze lijst voorkomen, is aangeteekend; terwijl de inventaris ook niet alle aan de Staten overgedragen charters vermeldt. Eene duidelijke aanwijzing levert echter de omstandigheid, dat eene hand, die omstreeks 1650 ook elders in het archief der Staten voorkomt, op nagenoeg alle charters dezer verzameling eene omschrijving van den inhoud heeft aangeteekend. Eene tweede verzameling registers en charters, afkomstig uit het depot te Montfoort, werd omstreeks den tijd, toen het burggraafschap aan de Staten overging, door den bekenden dr. C. Booth bijeengebracht. Hoe deze stukken in zijn bezit gekomen zijn, blijkt met zekerheid niet; het feit echter, dat eene genealogie der heeren van Montfoort van de hand van mr. A. van Buchell samengesteld is voornamelijk met gebruikmaking der charters, die later deel uitmaakten der collectie Booth, terwijl het bekend is, dat de papieren van Van Buchell na diens dood (1641) het eigendom van Booth geworden zijn, doet vermoeden, dat reeds Van Buchell deze verzameling Montfoortsche charters bezeten heeft. Zij zouden dan reeds vóór de overdracht van het burggraafschap uit het depot te Montfoort verdwenen zijn. Het is echter ook mogelijk, dat Van Buchell toegang tot het depot gehad heeft en dat deze stukken eerst door Booth van de hoofdverzameling afgescheiden zijn.- De door Booth bijeengebrachte verzamel ing bleef tot 1840 onder zijne erfgenamen berusten; toen werd zij ten deele door de provincie, ten deele door partikulieren aangekocht. Uit het bezit dezer laatsten zijn later door schenking nog enkele registers aan het rijk overgegaan. Ook de charters der collectie Booth zijn met de provinciale charters vermengd, zoodat de oorsprong der stukken niet altijd met zekerheid aangewezen kan worden; de meeste van Booth afkomstige charters zijn echter met aanteekeningen van zijne hand of lettermerken voorzien, waaruit voldoende blijkt, dat zij niet van ouds in het archief der Staten hebben berust. Van eene derde verzameling bestaat een inventaris van 1741, op het Algemeene rijksarchief bewaard, waaruit blijkt dat zij destijds onder de familie Van Sypesteyn berustte. Van Mieris raadpleegde deze verzameling, bij het samenstellen van zijn charterboek (zie het Voorbericht). Hoe de familie Van Sypesteyn eigenares der collectie, die alleen charters bevatte, geworden is, is niet bekend 1 . 1 Van den Montfoortschen predikant Hendrik van Sypesteyn (c, 1680) schijnen deze charters niet afkomstig te zijn; hij behoorde althans tot een anderen tak der familie. Tot 1588 was zekere Johan van Sypesteyn possesseur van eene vicarie in de kerk van Montfoort (No. 95); maar ook hij kan deze stukken, waaronder er van jongeren datum zijn, niet bezeten hebben. Ook de onderstelling, dat de familie Van Sypesteyn, die aan de De Witten vermaagschapt was,- de moeder van Johan de Witt en de overgrootmoeder van den Haarlemschen burgemeester Van Sypesteyn, die in 1741 leefde en de collectie Montfoortsche charters bezat, waren zusters- deze stukken van den raadpensionaris, die in 1661 van de vroegere burggraven de heerlijkheden Hekendorp, Snelrewaard, Lange-Linschoten en IJselvere verworven had, of van zijne familie verkregen heeft, schijnt ongegrond, daar de leenbrieven van Floris en Ferdinand Philips van Merode betreffende Snelrewaard en Abbenbroek alleen van den oudsten tak der famie afkomstig kunnen zijn.- Aanteekening verdient nog het feit, dat in den inventaris van 1741 een charter voorkomt dd, 1391 april 6, dat daar ter plaatse met potlood is doorgehaald met bijvoeging der kantteekening „mankeert", en een ander dd, 1511 februari 14, waarbij in de marge met inkt aangeteekend is "mankeert", welke beide charters in de collectie Booth gevonden worden (nrs. 374 en 46). Doch dit zullen gewis duplicaten zijn, evenals een ander charter van 1481 december 10 (No. 37), dat in den inventaris der collectie Van Sypesteyn voorkomt met de marginale aanteekening "is er", en dat toch sinds 1649 in het archief der Staten berust. Immers de door dr. C. Booth (+ 1678) gevormde collectie moet lang vóór 1741 zijn bijeengebracht Voetnoot In 1822 is deze verzameling, gedeeltelijk op eene auctie in Engeland, gedeeltelijk en bloc, aan koning Willem I verkocht 1 . 1 Over de Montfoortsche charters uit de collectie Van Sypesteyn vergelijke men: Jhr. mr. J. G. De Jonge, Verslag omtrent de verzameling van handschriften, toebehoord hebbende aan Jhr. G. A. Van Sypesteyn, p. 6-10. Opmerking verdient het, dat de aldaar p. 11 vermelde "charters betrekkelijk de Nederlandsche Algemeene geschiedenis" ook uit het archief der heeren van Montfoort afkomstig blijken te zijn. Drie dezer charters dd, 1417, 1433 en 1434 berusten thans in het Rijksarchief-depôt te 's-Gravenhage; het vierde komt in dezen inventaris voor onder No. 38 Voetnoot In den boven vermelden inventaris is bij elk charter eene aanteekening gesteld, waaruit blijkt, welke charters naar Engeland gezonden zijn en welke daarna nog aanwezig waren. Bij verscheidene charters is aange-teekend: „mankeert"; enkele andere waren door schenking in handen van partikuliere personen overgegaan. De door den Koning verworven charters werden door hem aan het Rijks-archief geschonken en in het Haagsche depot bewaard, totdat zij bij Ministerieele beschikking van 4 augustus 1893 (K. en W. No. 993) naar het depot in Utrecht werden overgeplaatst. Van de in Engeland verkochte charters werd nog een gedeelte teruggekregen met de collectie Phillipps. (ander gedeelte zie inventaris handschriften 62*) Al de bovenvermelde verzamelingen hebben ongetwijfeld deel uitgemaakt van het archief der heeren van Montfoort; de meeste charters van elke verzameling zijn voorzien van het oude archiefmerk, en in den inventaris van 1587 worden vermeld zoowel charters, die sinds 1649 in het archief der Staten van Utrecht berustten, als andere, die met de collectie Booth, met de collectie Van Sypesteyn of met de collectie Phillipps voor het depot verworven zijn. Een redelijke grond voor de verdeeling is niet te vinden: gelijk bij inzage van dezen inventaris blijken zal, zijn alle verzamelingen in elke afdeeling daarvan vertegenwoordigd. 1 1 Daar het van belang kan zijn, de herkomst der stukken, die in dezen inventaris zijn bijeengebracht, te doen kennen, is deze bij elk nummer aangewezen. <br/>U. duidt aan, dat het stuk in 1649 in het archief der Staten is gedeponeerd. <br/>B. duidt aan, dat het stuk met de collectie Booth is aangekocht. <br/>Sa. duidt aan, dat het stuk door koning Willem I uit de collectie Van Sypesteyn aangekocht en aan het Rijksarchief geschonken is. <br/>Sb. duidt aan, dat het stuk, afkomstig uit de collectie Van Sypesteyn, met de collectie Phillipps is aangekocht. <br/>M. duidt aan, dat het stuk overgenomen is van den rentmeester der Memoriegoederen. <br/>T. duidt aan, dat het stuk geschonken is door den heer baron Van Tuyll van Zuylen Voetnoot De inventaris, bewerkt door Mr. R. Fruin Th.Az., is in 1894 gedrukt achter het jaarverslag van het Utrechtsche rijksarchief. Daar het archief sedert echter niet onbelangrijk vermeerderd is door restitutie van verschillende charters, die, door den heer van Zuylen in de 17de eeuw geleend, sedert een paar eeuwen in het archief van zijn kasteel berust hadden, en ook door overdracht van enkele charters, die later met het archief der Montfoortsche memoriegoederen overgenomen en nog in het Algemeene rijksarchief ontdekt zijn, scheen het doelmatig den inventaris, die op eene weinig in het oog vallende plaats gedrukt was, thans met de regesten te herdrukken, hetgeen ook gewenscht was, om verwarring in de verwijzingen onder de regesten naar de nummers van den inventaris te voorkomen. Enkele aanvullingen en correcties zijn in den inventaris aangebracht door Mr. A. le Cosquino de Bussy bij de bewerking der regesten. Aan den inventaris is toegevoegd een appendix, bevattende de stukken uit het archief der Staten van Utrecht, als bezitters van het burggraafschap 1 . 1 De daarin vernielde stukken zijn echter niet naar het archief der heeren van Montfoort overgebracht, maar blijven berusten in het archief der Staten, waartoe zij uit hun aard behooren.- Het vroeger achter dezen inventaris vermelde archief van den rentmeester der Memorie-goederen van Montfoort is nu (als het archief van het kapittel van Montfoort) beschreven in den inventaris van de archieven der kleine kapittelen en kloosters Voetnoot a. de origineele oorkonden en de in de origineelen geïnsereerde oorkonden. b. de oorkonden, afgeschreven in het cartularium van burggraaf Johan II betreffende zijne goederen in het Sticht (thans Inv. No. 282). Achter den inventaris is thans afgedrukt de chronologische regestenlijst der oorkonden ouder dan 1528, die, voorzoover het origineele oorkonden betreft, gedeeltelijk opgesteld is door Mr. R. Fruin Th.Az.; terwijl de regesten der in registers opgenomen oorkonden allen vervaardigd zijn door Mr. A. le Cosquino de Bussy. De regesten der oorkonden zijn ontleend aan de volgende bronnen: Burggraaf Johan II, tweede zoon van burggraaf Hendrik III, was aanvankelijk niet voor het burggraafschap bestemd geweest, doch geestelijke geworden. In 1399 werd hij, schoon nog minderjarig, kanunnik en proost ten Dom; zijne emancipatie greep plaats in 1404 (zie de aanteekeningen van Broek: Dom No, 1355); in 1406 studeerde hij in de rechten aan de universiteit te Parijs (vgl. Inv. No. 170). Later heeft hij te Montfoort gewoond; hij was althans in 1417 eigenaar van een huis aldaar, dat „die Domprostie" genoemd werd (vgl. zijne akten dd, 1417 augustus 10 en dd, 1417-1448 op p. 28 en 31 van No. 282), ongetwijfeld naar zijne vroegere qualiteit. Bij het overlijden van zijn ouderen broeder in 1413 volgde hij hem op als burggraaf. <br/> Blijkbaar heeft burggraaf Johan, als gestudeerd persoon en als geestelijke, het belang van eene behoorlijk ingerichte administratie ingezien; hij heeft althans, nadat het burggraafschap hem onverwachts ten deel gevallen was, de ordening van het familie-archief en de registratie der akten in cartularia en leenregisters ter hand genomen. Vermoedelijk is hij met het aanleggen van heb leenregister aanstonds bij zijn optreden, met het samenstellen van het cartularium eerst op het eind van 1428 begonnen 1 . 1 Deze vermoedens berusten op de omstandigheid, dat het oudste leenregister begint met akten van 1411, en dat daarentegen de beide deelen van het cartularium aanvangen met de akten, behoorende tot de transactie van burggraaf Johan met den heer van Woerden in december 1423 Voetnoot Nevens de in cartularia gebruikelijke akten betreurende het vermogen, deed heer Jan in dit cartularium ook akten van anderen aard opnemen, zooals keuren van dorpsgerechten en waterschappen, vergunningen tot het graven van watergangen enz. Al deze stukken liet hij- zooals uit een bijgevoegden gelijktijdigen index blijkt- ordenen in twee serieën. Het eerste sextern bevat de uitgaande brieven („brieven als mijn heer uutgegeven heeft"), de volgende sextenis de ingekomen brieven („brieven, die mijn heer by hem heeft"). Geheel volgehouden is deze scheiding echter niet: tusschen de ingekomen stukken zijn enkele brieven van den burggraaf opgenomen, terwijl omgekeerd aan het register van uitgaande brieven enkele bladen met ingekomen akten zijn toegevoegd 1 . 1 Burggraaf Johan heeft deze toevoeging gekend (zie zijne eigenhandige aanteekening op p. 38) en er blijkbaar geen bezwaar tegen gemaakt Voetnoot Inderdaad heeft heer Johan op de registratie der brieven toezicht gehouden. Aanvankelijk zijn de akten ingeschreven op losse sexterns 1 . Daarna zijn de verschillende stukken van het register van ingekomen brieven vereenigd en is dit register deels gepagineerd, deels gefolieerd 2 , terwijl het register van uitgaande brieven met eene eigene folieering gefolieerd is. Vervolgens heeft de burggraaf, hetzij bij het nazien, hetzij bij het gebruik van het cartularium, dat middelerwjjl aangevuld werd (de jongste akte dateert van 1438), gelegenheid gevonden, om daarin verbeteringen aan te brengen, ook verwijzingen en toelichtingen op te nemen. Zoo schreef hij op p. 137 onder het afschrift der akte dd, 1413 februari 18 van zijne beleening met het burggraafschap: „Item noch houd ie XX mergen tot Achthoeven en de XX mergen op die Velthuse, VIII mergen in Bloclant, gelijc die brief of inhout, ende staet op XCVIII ende ruert van heer Willem van Montfoort" 3 ; zoo schreef hij op p. 110 de slotclausule eener akte bij, die de klerk niet mede afgeschreven had; ook verdere aanteekeningen leveren bewijzen van de aandacht, die burggraaf Johan aan zijn cartularium wijdde. <br/>Het cartularium van ingekomen brieven is geschonden (zie de noot bij de beschrijving in den inventaris); de index, die volledig is, voorziet echter eenigermate in de leemten. Cartularium en index bewijzen, dat ook de charter-collectie, die in de 15e eeuw te Montfoort berustte, thans zeer geschonden is. 1 Vgl. de verwijzing naar „die naeste sexteern" op een strookje tusschen p. 88 en 89 2 Zie de aanteekening daaromtrent op het schutblad 3 Bedoeld wordt de beleeningsakte dd, 1420 december 23 op p. 146 Voetnoot c. de oorkonden, afgeschreven in het cartularium van burggraaf Johan II betreffende zijne goederen in Purmerend, Waterland en Kennemerland (thans No. 361). In dit cartularium, mede aangelegd door burggraaf Johan, nadat hij in 1440 de heerlijkheid Purmerend c.a. had aangekocht, zijn opgenomen afschriften van de eigendomsbewijzen der aangekochte rechten, benevens verschillende stukken betreffende den aankoop zelf. Later is het niet voortgezet, alleen zijn er nog in opgenomen een handvest van burggraaf Johan over de schepenverkiezing te Purmerend dd, 1441, en eene aanteekening over eene strafbepaling van 1452 tegen het 's nachts binnenkomen der stad (Purmerend?) over de muren, uitgevaardigd door burggraaf Hendrik IV. d. de oorkonden, afgeschreven in het register van lijftochten (NO. 283). e. de oorkonden, afgeschreven in het register "loeften, wilkoren of verbande" van leengoederen (NO. 283). Deze beide registertjes zijn gebonden achter het oudste leen-register, dat, gelijk reeds gezegd is, mede door burggraaf Johan II aangelegd is (thans No. 283). Zij bevatten slechts weinige akten, allen uit de jaren 1411-1414; in het lijftochtregister is later nog eene akte van 1419 bijgeschreven. In lateren tijd is van het verlijden van dergelijke akten meestal melding gemaakt in eene aanteekening in het leenregister onder het afschrift der beleeningsakte met het betreffende goed. Stukken uit de (ook door burggraaf Johan II aangelegde) leenregisters zijn niet opgenomen. Bij de bewerking der regesten van het bisschoppelijke archief zijn althans alle stukken, die in extenso in de leenregisters ingeschreven zijn, opgenomen; immers het scheen aannemelijk, dat dit geschied was wegens het bijzondere belang dezer akten. Maar voor de Montfoortsche leenregisters was deze onderstelling zeker niet juist; want het aantal der in extenso in de registers opgenomen leenakten is daar zéér groot. Het was dus ondoenlijk, regesten van alle (meerendeels onbelangrijke) akten uit de Montfoortsche leenregisters op te nemen; ze zijn dus allen weggelaten. Bij het opstellen der regesten zijn, in afwijking van de Handleiding, de plaatsen van uitvaardiging der akten niet vermeld, omdat dit in de door Mr. Fruin vroeger vervaardigde regesten niet geschied was en het niet de groote moeite waard scheen, deze regesten allen om te werken. Voor de berekening van de data der regesten kan verwezen worden naar het opstel van Mr. Fruin in de Bijdragen voor vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde. 3de reeks VIII blz. 319. Ter opheldering van inventaris en regestenlijst is hierbij gevoegd een stamboom der heeren van Montfoort, die uitsluitend aan de in de charters zelven voorkomende gegevens ontleend is. 2. Inventaris Te London aanwezige charters van de heer Montfoort (Verslagen van Rijks Oude Archieven 1922, blz. 285 en 293. Idem in British museum te London corr. 1962, no. 139 NB 2.1. Fragment-inventaris 1 Fragment van een extract uit den inventaris van het archief der heeren van Montfoort (Afschrift uit het einde der 16de eeuw.) 1 stuk Geschenk van den heer G.C.A.A. van den Wijngaard. Een ander volledig afschrift van dit extract bevindt zich in de verzameling afschriften van den heer Van Hoenkoop ( Zie: Inv. van het archief der prov. Utrecht. Boekdeelen en bundels. 2e S. nr. 722). NB 2.2. Stukken van publiekrechtelijke aard (Eerste afdeling) 2.2.1. Stukken van politieke aard 2 Henric de Rover, burggraaf van Montfoerde, verzoent zich met Jan, graaf van Hollant, wiens krijgsgevangene hij is, en belooft hem als zijn getrouwe man te zullen bijstaan in alle oorlogen behalve tegen den bisschop van Utrecht 1298. Afschrift, ca. 1400. 1 stuk op perkament B. Dit stuk heeft als schutblad van een boek dienst gedaan. NB 3 Heynric die Rover Zveders zone van Montfoirde belooft voor zich en zijne nakomelingen Willaem, graaf van Heneghouwen en Holland, en zijne nakomelingen altijd te zullen dienen en helpen en met geen ander een verbond te zullen aangaan 1323 1 charter (gecancelleerd) U NB 4 Vidimus door de proost van het kapittel van S. Jan te Utrecht van een akte van 1356 waarbij Willem, hertog van Beyeren, graaf van Holland, zich verzoent met Sweder, burggraaf van Montfoerde, op voorwaarden dat de graaf de door hem aan den burggraaf gegeven tolprivilegiën zal handhaven en den burggraaf de hem verschuldigde gelden betalen zal, dat beide partijen met hunne manschappen in elkanders gebied zullen mogen komen, dat de graaf den burggraaf tegen den bisschop zal bijstaan, en dat de burggraaf zich niet zonder den graaf met den bisschop verzoenen zal 1358 1 charter Sa NB 5 Willem, hertog van Beyeren, graaf van Holland, verzoent zich met Sveder, burggraaf van Montfoerde, en belooft hem en zijne stad te zullen bijstaan tegen den bisschop en de stad Utrecht en hem te zullen vrijwaren voor alle nadeel, dat voor hem uit zijn afval van den bisschop en de stad zou kunnen voortvloeien 1355 1 charter U NB 6 Aelbrecht, hertog in Beyeren, ruwaard van Holland, belooft heer Zweder, burggraaf van Montfoerde, zoo noodig met al zjjne macht te zullen bijstaan 1362 1 charter Sb NB 7 Wouter, heer van Ysendoren en van Holensteyn, en Haese van Montfoerde, zijne huisvrouw, beloven voor zich en hunne opvolgers als heeren van Hoelensteyn, nimmer tegen Sweder, heer van Montfoerde, en zijne opvolgers, noch ook zonder diens toestemming tegen den graaf van Hollant, den bisschop van Utrecht of de stad Utrecht te zullen oorlogvoeren op eene boete van 1000 oude schilden 1374 1 charter U NB 8 Jan van Zulen Wouterszoen verklaart, dat hij uit eigene beweging en met den wil zijner moeder Haedewich van Ysendoren op het huis tot Hoelensteyne is gekomen en zulks niet op aanraden of met de hulp van den heer van Montfoert, die daarvan door Wouter van Ysendoeren en Haedewych van Ysendoren wordt beschuldigd, heeft gedaan 1377 1 charter U NB 9 Willem van Ysendoern en Johan van den Vlyet herroepen al wat zij geklaagd hebben over Heinric, heer van Montfoerde 1381 2 charters U, Sa NB 10 Sweder van den Rutenberge, Seyne Mulaert, Geryt, Florens en Sweder van der A, Aernt van Lunenborch en Splinter van Loinersloet verklaren, dat zij ter wille van Florens, bisschop te Utrecht, vijanden zijn geworden van Heinric die Rover, burggraaf te Montfoerde 1387 4 charters B, Sa NB 11 Notariële akte, inhoudende het tusschen Florencius, bisschop van Utrecht, en Henricus, burggraaf van Montfoerde, zoo in tegenwoordigheid der drie Staten van Utrecht als in het bisschoppelijk hof verhandelde betreffende de geschillen, gerezen tusschen den bisschop en den burggraaf naar aanleiding van de scheidsrechterlijke uitspraak van Arnoldus, bisschop van Luik 1387 1 charter Sa NB 12 Heynric van Nesse, Jan die Wechter, Kersken van Houwe-ninghen, Wyllam van Hoensler, Ghyse Muelre, Willam Bertoutss., Wouter van Kuynre, Gosen Ryetbos, Huls Peter van Ax, Aernt en Herberen van Boyencoep, gebroeders, en Claes de Veer geheeten „die onghebonden leuwe" verklaren aan Jan van Montfoerd, Domproost te Utrecht, dat zij zijne vijanden willen zijn, omdat sommige leden van het kapittel burgers te Utrecht zijn 1402 1 stuk Sa NB 13 Verschillende personen verklaren, geene wraak te zullen nemen op Johan, burggraaf tot Montfoirde, wegens hunne gevangenschap en schade in den strijd te Ghorinchem op St. Loyendach 1418, 1419 35 charters B, Sa NB 14 Frederic van Blanckenhem, bisschop te Utrecht, Johan, burggraaf van Montfoorde, Philips, heer van Wassenaer, burggraaf te Leyden, Willam van Bredenrode, heer te Ghenpe, en de steden Utrecht, Leyden en Amersfoerde verbinden zich tegen den heer van Egmonde, Geryd van Heemskercke, den jonker van Gaesbeeck, den heer van Culenborch en Florens van Borsel, maken bepalingen omtrent de krijgsgevangenen en beloven geen verdrag te zullen aangaan zonder er elkander in te begrijpen, 1420. Met een transfix dd, 1420, waarbij Gerrit van den Zijl tot dit verbond toetreedt 1 charter U NB 15 Frederic, bisschop te Utrecht, en de steden Utrecht en Amersfoert beloven aan Johan, burggraaf te Montfoirde, Lodewich van Montfoirde, Willam van Montfoirde, heer te Latum, en Willem van Montfoirde en van Zweten, die zich voor den oorlog tegen hertog Jan van Beyeren met hen verbonden hebben, geen zoen, vrede of bestand te maken zonder hen daarin te begrijpen; en zoo zij nochtans na den te treffen zoen in hunne goederen benadeeld mochten worden, dan zullen de bisschop en de beide steden hen daarvoor stellen in het bezit eener gelijke waarde aan goederen van Jacob, heer van Gaesbeke, Florens van Borsele en anderen, in het Sticht gelegen 1420 1 charter Sa NB 16 Frederic van Blanckenhem, bisschop te Utrecht, en de stad Utrecht sluiten een verbond met Johan, burggraaf van Montfoordt, stellen bepalingen vast omtrent het rantsoen van eventueel te maken krijgsgevangenen en omtrent den steun, den heer van Montfoirde te verleenen, in geval de stad belegerd mocht worden, en geven hem een subsidie van 250 Hollandsche Wilhelmusschilden 's maands gedurende de beide eerstvolgende maanden en daarna van 200 schilden 's maands gedurende een jaar 1421 1 charter U NB 17 Frederic, bisschop te Utrecht, en de steden Utrecht en Amersfoirde beloven Johan, burggraaf van Montfoirde, hun bondgenoot in den oorlog tegen hertog Johan van Beyeren en den hertog van Gulich en Gelre, geen zoen, vrede of bestand te zullen sluiten zonder er hem in te begrijpen 1421 1 charter Sa NB 18 Notarieele akte, waarbij Johannes, burggraaf van Montfoerde, protesteert tegen de handelwijze van Fredericus, bisschop van Utrecht, en de steden Utrecht en Amersfoort, die bij het verdrag, door hen met Johannes de Bavaria gesloten, beloofd hebben, dat ook de gevangenen van den burggraaf zullen worden vrijgelaten 1423 1 charter Sa NB 19 Vidimus door provisor en deken van Delfland van een vidimus door de officiaal van Utrecht van 1430 van een akte van 1427 waarbij Paus Martinus V de verplaatsing goedkeurt van den zetel der Utrechtsche kapittelen naar Arnhem, zoolang het sticht wegens den opstand van Rudulfus de Dyepholt onder het interdict ligt 1467 1 charter U NB 20 Sweder, bisschop te Utrecht, scheldt aan de drie gebroeders van Montfoirde en hunne onderzaten alles kwijt, wat zij tegen hem misdaan mochten hebben 1431 1 charter Sa NB 21 Het concilie van Bazel bericht aan Johannes de Montfort, dat het uitspraak heeft gedaan tusschen Rodolphus de Dyepholt en Vualramus de Moirse, welke beiden op den Utrechtschen bisschopszetel aanspraak maken, den laatste als bisschop heeft erkend en den eerstgenoemde alle recht op het bisdom heeft ontzegd onder bedreiging van den ban; verzoekende gemelden heer van Montfort, mede te werken tot de uitvoering van deze uitspraak 1436 1 charter U NB 22 Phelippe, hertog van Bourgoigne, belooft zijne bescherming aan zijn raad en kamerling den heer van Montfort, als deze zijne zaak aan hem onderwerpen wil 1444 1 charter Sa NB 23 Roedolph, bisschop tot Utrecht, en Henric, burggraaf tot Montfoirde, beloven elkander tegen de stad Utrecht te zullen bijstaan en geen afzonderlijk verdrag met haar te zullen aangaan 1448 1 charter Sa NB 24 Jacob, heer tot Gaesbeke, Apcoude, Putte en Stryen, en Heinric, burggraaf van Montfoirde, onderwerpen hun geschil aan de uitspraak van hun neef en schoonvader, den heer van Croy, graaf van Porcien, onder bepaling van eene boete van 1000 gouden Engelsche nobelen voor den hertog van Boirgongnen, te betalen door hem, die deze uitspraak niet naleeft 1449 1 charter Sa NB 25 Frederic van Renisse van Rynouwe erkent getracht te hebben Roedolph van Diepholt, bisschop te Utrecht, met geweld uit zijne stad Utrecht te keeren en daardoor terecht bij vonnis van den raad dier stad lijf en goed verbeurd te hebben, belooft zich met vrouw en kinderen metterwoon in Zeelant te zullen vestigen, niet dichter bij het sticht van Utrecht te zullen kornen dan zich de grenzen van Zeelant uitstrekken, en nooit weer iets te zullen ondernemen tegen den bisschop, Coenraet van Diepholt, Domproost te Osenbrugge en proost te Deventer, Heinric van Montfoirde, Melis van Amstel van Mijnden, Johan van Buchorst met hunne onderzaten en de steden Utrecht en Amersfoirt en doet afstand van zijne eventueele rechten op Wijc, Duerstede en Apcoude 1449 1 charter Sa NB 26 Volpaert en Johan van Amerongen, gebroeders, erkennen getracht te hebben Roedolph van Diepholt, bisschop te Utrecht, met geweld uit zijne stad Utrecht te keeren en daardoor terecht, bij vonnis van den raad dier stad, lijf en goed verbeurd te hebben, doen afstand van de lijfrenten, die zij op de stad hebben, beloven zich metterwoon in Gelre of Cleve te zullen vestigen, niet meer aan deze zijde van Riin en Yselen te zullen komen en nooit meer iets te zullen ondernemen tegen den bisschop, Coenraet van Diepholt, Domproost te Osenbrugge en proost van Deventer, Henrick van Montfoirde, Melys van Amstel van Mijnden, Johan van Buchorst met hunne onderzaten en de steden Utrecht en Amersfoirt 1449 1 charter Sa NB 27 Reynout, heer tot Brederode en Vyanen, Gijsbrecht broeder tot Brederode en Vyanen, Domproost en proost tot Oudemunster te Utrecht, en Heinric, burggraaf van Montfoirde, gaan een verbond aan, onder voorwaarde dat in geval van overlijden van den bisschop van Utrecht, de burggraaf zijn neef den Domproost zal helpen om tot het bisdom te geraken, terwijl deze en zijn broeder alles zullen aanwenden om den burggraaf de hooge heerlijkheid van Montfoirde te doen verkrijgen, en maken bepalingen om twisten tusschen hunne aanhangers te beslechten; alles behoudens hetgeen zij den hertog van Bourgongnen verschuldigd zijn 1449 1 charter Sa NB 28 Gijsbrecht van Brederode, elect en ruwaard te Utrecht, ontslaat Henric, burggraaf van Montfoerde, van de verplichting om hem te ondersteunen, waartoe deze èn krachtens vroegere overeenkomst èn als leenman gehouden is 1456 1 charter Sa NB 29 Davidt van Bourgondiën, bisschop te Utrecht, verzoent zich, mede namens zijn broeder Anthonis bastaard van Bourgondiën, heer van Beveren, en de stad Amersfoert, door tusschenkomst van Johan, heer van Lannoy, stadhouder van Hollant, op nader aangewezen voorwaarden met Gijsbrecht van Brederode, Domproost, gewezen elect en ruwaard, Reynout, heer tot Brederode en Vyanen, Heynric, burggraaf van Montfoirde, en de stad Utrecht 1458 1 charter B NB 30 Philips, hertog van Bourgongiën, graaf van Hollant, vergeeft Reynoult, heer tot Brederoden, en Heinric, heer tot Montfoirde, al hetgeen zij sedert het verdrag, te Ysselstain tusschen David, bisschop te Utrecht, Gijsbrecht van Bredenroden, Domproost te Utrecht, en de stad Utrecht gemaakt, tegen den hertog, den bisschop, de stad Amersforde e.a. hebben misdreven 1458 1 charter U NB 30-a Philips, hertog van Bourgongiën, graaf van Hollant, vergeeft Reynoult, heer tot Brederoden, en Heinric, heer tot Montfoirde, al hetgeen zij sedert het verdrag, te Ysselstain tusschen David, bisschop te Utrecht, Gijsbrecht van Bredenroden, Domproost te Utrecht, en de stad Utrecht gemaakt, tegen den hertog, den bisschop, de stad Amersforde e.a. hebben misdreven (afschrift op perkament) 1 stuk Sa NB 31 Philips, hertog van Bourgondiën, graaf van Hollant, herstelt, overeenkomstig het verdrag, gesloten door den bisschop van Utrecht met Reynoult, heer tot Brederoden, Gijsbrecht van Brederoden, Domproost te Utrecht, Henrick, heer tot Montfoirde, en de stad Utrecht, e voornoemde heeren van Brederoden en Montfoirde, benevens Henrick van Naeldwjjck in het bezit hunner goederen, die door hem na hun aanval op de stad Amersfoirde in beslag genomen zijn 1458. (Authentiek afschrift.) 1 charter B NB 32 Notariële akte, waarbij Johannes, heer van Montfoirt, protesteert tegen de hem door den bisschop van Utrecht opgelegde verplichting, om hem af te staan de drie hier ingelaschte brieven dd, 1430 (No. 306), dd, 1430, zijnde een vidimus van den officiaal van Utrecht van een brief dd, 1427 (No. 19), en dd, 1458 (No. 310), 1473 1 charter U NB 33 Wolffaert van Borsselen, heer van der Veer, Johan, burggraaf van Montfoordt, en de steden Dordrecht, de Goude, Schoonhoven en Oudewater verbinden zich, elkander bij te staan tegen eenige steden en edelen in Hollandt en eenige raden van den hertog van Oistenrijck en Bourgoendiën, hunnen heer, en beloven zich niet afzonderlijk met hunne vijanden te verdragen 1479 1 charter U NB 34 Wolffairt van Borselen, heer van der Vere, stadhoudergeneraal van Hollant, met Jan, heer van Montfoirde, en Keyer van Broichuysen, als vertegenwoordigende Walraven van Brederoden, ter eene, en de vroedschap der stad Delff, ter andere zijde, sluiten een eeuwigen vrede en stellen eene boete van 20.000 gouden leeuwen op het verbreken van dit verdrag 1479 1 charter Sa NB 35 Dirck van Waell belooft op den heer van Montfoert geene wraak te zullen nemen over hetgeen in (14)77 gedaan is door de stad Utrecht en den heer van Montfoert voornoemd 1480 1 charter Sa NB 36 David van Bourgoendiën, bisschop van Utrecht, vergeeft aan de drie Staten van Utrecht alles, wat zij tegen hem en de zijnen sinds 1477 hebben gedaan, belooft hunne privilegiën en rechten te zullen eerbiedigen en bepaalt, dat alle ballingen uit Utrecht weder binnen de stad kunnen komen 1481 1 charter B NB 37 Johan, hertog van Cleve, en zijn broeder Engelbrecht, ter eene, en Johan, burggraaf te Montfort, en de steden Utrecht en Amersfort, ter andere zijde, sluiten eene overeenkomst, waarbij de eerstgenoemden zich verbinden de laatsten te steunen in hun strijd tegen David, bisschop tot Utrecht, en de laatsten beloven jonker Engelbrecht tot het bisdom te zullen postuleeren 1481 1 charter U NB 37-a Johan, hertog van Cleve, en zijn broeder Engelbrecht, ter eene, en Johan, burggraaf te Montfort, en de steden Utrecht en Amersfort, ter andere zijde, sluiten eene overeenkomst, waarbij de eerstgenoemden zich verbinden de laatsten te steunen in hun strijd tegen David, bisschop tot Utrecht, en de laatsten beloven jonker Engelbrecht tot het bisdom te zullen postuleeren (afschrift op perkament) 1 charter Sa NB 38 Phelips van Cleven en der Marcken, heer tot Wynendale, stadhoudergeneraal van Philips, aartshertog van Oistenrjjck, verzoekt zijnen neven Janne, heer van Montfoird, en Zweder van Montfoird, heer van Doerenweert, om met Franchoys van Brederoede, zijn stadhoudergeneraal derwaarts-over, alle steden van derwaarts-over aan te manen, den vrede aan te nemen en na te komen, gemaakt te Brugge tusschen den Roomsch-koning en de drie leden van Vlaenderen, tot welker naleving zich de koning op het verlies van zijn momberschap verplicht heeft 1489 1 charter Sa NB 39 Johan van Naeldwijck erkent schuldig te zijn aan den heer van Montfoirde 510 Rijnsguldens wegens geleend geld en 200 Rijnsguldens, door den heer van Montfoirde voor hem aan den schout van Woorden betaald, belooft hem deze gelden binnen 14 dagen te zullen betalen, en belooft ook de teer- en meesterkosten der ruiters, die zich nu te Woorden bevinden, en de kosten der naar Rotterdam gezonden schuiten binnen drie weken te zullen vergoeden 1489 1 stuk Sa NB 40 Albrecht, hertog van Zasse, stadhoudergeneraal van den Roomsch-koning en zijnen zoon, geeft ten verzoeke van Engelbrecht, graaf van Nassouwen, heer van Breda, vrijgeleide aan den heer van Montfoort, om met 20 personen uit de stad Voerden te trekken naar de kerk te Linschooten, om daar met den voornoemden graaf van Nassouwen eene bijeenkomst te houden 1490 1 charter Sa NB 41 De Roomsch-koning Maximiliaan en aartshertog Philips schenken den burggraaf van Montfoort op zekere voorwaarden genade na zijnen overval van Woerden (1490.) (Afschrift.) 1 stuk U NB 42 Henrick van Huesden erkent door tusschenkomst van Johan, burggraaf van Montfoirdt, vergunning verkregen te hebben om weder binnen de stad Utrecht te komen, en belooft onder eede nooit iets te zullen misdoen tegen den heer van Montfoirdt, Jan van Renesse van Rynouwen, Jan van Zulen van Nyevelt, Dirck van Zulen, schepen-burgemeester te Utrecht, Henrick van Voirde, oud-schepenburgemeester, Evert Zoudenbalch schepen, en de stad Utrecht 1496 1 charter Sa NB 43 Stukken betreffende het proces van den heer en de stad van Montfoort tegen de Staten van Utrecht over de verplichting der eischers, om mede te dragen in de contributiën, opgelegd aan het Sticht in 1527 en 1528, 1546 1 portefeuille 44 Stukken betreffende de lossing van de hooge heerlijkheid van Montfoort 1546 1 portefeuille 45 Johan, burggraaf tot Montfoirdt, belooft onder eede in handen van den stadhouder der leenen 's lands van Utrecht de bepalingen, vervat in den hier ingelaschten zoen, door tusschenkomst van Aernt van Hoern, bisschop tot Ludick, in 1387 gesloten tusschen Floris van Wevelinchoven, bisschop tot Utrecht, en Henrick, burggraaf tot Montfoirdt, te zullen naleven 1570 1 charter Sa NB 2.2.2. Stukken betreffende de heer van Montfoort als lid der Staten en der Ridderschap van Utrecht Zie ook nr. 36 NB 46 De drie Staten van Utrecht aan deze zijde der Ysele maken bepalingen omtrent de wijze, waarop zij de 1000 Philippus-gulden 's jaars erfelijke losrenten, door hen verkocht ten einde heer Floris van Egmondt te kunnen beoorlogen, zullen betalen 1511 1 charter B NB 47 Johan, burggraaf tot Montfort, Anthonis van Merthen, Anthonis van Sulen van Nyvelt, Adriaen van Reness van der A, Frederick uutten Enge en Frederick van Sulen van Hermelen, leden van de ridderschap, die als zoodanig reeds ten tijde der troebelen zitting hadden, machtigen mr. Floris Thyn, mr. Stheven Pig, mr. Merthen Postell, mr. Ariaen van Bustelman, mr. Gerrit van Schayck, Johan Prijs van Suydoort en Cornelis van Ipposteyn, om hunne belangen waar te nemen in de zaak, door den procureur-generaal bij den raad nevens den hertog van Alva tegen hen aanhangig gemaakt 1570 1 charter U NB 2.2.3. Stukken betreffende het bestuur van stad en land van Montfoort 48 S weder, burggraaf van Montphoerde, geeft aan zijne poorte verschillende vrijheden en keuren 1329. (Opgenomen in een vidimus van den paap te Montphoerde dd, 1330.) 1 charter U NB 49 Ordonnantie van Johan, heer van Montfoirde, voor Achthoeven, Heeswijck, Bloclant en Willemscoop (het kerspel van Montforde) 1438 1 stuk op perkament Sa NB 50 De gezworen en buren van de Lange Lynschoten en Snelre-werdt begeven zich onder het gebod van Joest, heer van Montfoert, en zijne opvolgers op denzelfden voet, als waarop die van Willemscoep, Blockelant en anderen aan hem onderworpen zijn, beloven nergens anders in appèl te komen dan voor de bank te Montfoert, en in geene andere stad dan Montfoert poorter te zullen worden, waartegen Charlote van Brederode, weduwe tot Montfoert en voogdes van Joest, hen in hare bescherming neemt 1523 1 charter U NB 51 Ordonnantie op het manhuis te Montfordt, gegeven door Anna van Lalaing, douairière van Montfordt 1545 1 stuk Sa NB 52 Declaratoir van den Grooten raad, waarbij de Koning de tenuitvoerlegging van het vonnis dd, 1510, door den raad in 1559 executoir verklaard, schorst en zelf bepalingen voorschrijft omtrent het bouwen van huizen en het tappen van wijn en bier op het Veer voor Oudewater 1560. (Afschrift op perkament.) 1 stuk Sa NB 53 Gerechtsbrief van Oudewater, waarbij Fop Pieterss. ten verzoeke van den gesubstitueerde van mr. Derck Zas, als gemachtigde van den heer van Mondfoirt, op vraagpunten wordt gehoord 1558 1 charter Sa NB 54 Willem, hertog van Beyeren, graaf van Hollant, verleent aan Zweeder van Montfoert en zijne nakomelingen voor de inwoners der vrijheid van Montfoert de tolvrijheid in zijne landen 1351. (Afschrift.) 1 stuk U. <br/>Op hetzelfde papier bevindt zich ook een afschrift van het privilegie van den graaf van Blois dd, 1386 (No. 55) NB 54-a Willem, hertog van Beyeren, graaf van Hollant, verleent aan Zweeder van Montfoert en zijne nakomelingen voor de inwoners der vrijheid van Montfoert de tolvrijheid in zijne landen (authentiek afschrift) 16e eeuw 1 stuk U NB 55 Guy van Chastillon, graaf van Blois, verleent aan Henrick, heer van Montfoerde, en zijne nakomelingen voor de inwoners van de vrijheid van Montfoerde tolvrijheid in zijne landen 1386. (Notarieel afschrift.) 1 stuk U. <br/>Van dit stuk is nog een ander afschrift voorhanden: zie No. 54 NB 56 Joest, heer van Montfoirt, en de stad Woerden gaan eene overeenkomst aan, waarbij zij wederkeerig binnen hunne jurisdictie het recht van „yssue" voor elkanders onderzaten afschaften 1539 1 charter U NB 57 Notariële akte, waarbij Johannes, heer van Montfort en Pourmerain, appèl aanteekent van de beslissing, waarbij David, bisschop van Utrecht, en zijn groote geestelijke raad zich bevoegd hebben verklaard kennis te nemen van delicten, gepleegd door dienaren van den heer van Montfort, toen deze nog onder voogdij van den heer van Nassau stond, niettegenstaande tot de door den bisschop bezworene privilegiën ook dit behoort, dat adellijken, ridders en knapen allen voor hunne gelijken zullen terechtstaan 1471 1 charter Sa NB 58 Schout en schepenen van Montfoert getuigen, dat Willem basterd van Montfoert verklaard heeft wegens het feit, waarvoor hij thans in bewaring is, terecht te willen staan voor den Grooten raad van Mechelen en deze verklaring heeft volgehouden, ook nadat hem de bij hem gevondene papieren zijn vertoond 1528 1 charter Sa NB 59 Gerechtsbrief van Oudewater, waarbij Amelger Heynrickss. en Roelof Wouterss. ten verzoeke van Pieter van Schoor, als gemachtigde van Chaerloete van Brederoede, douairière van Montfoirdt en voogdes van jonker Joest van Montfoirdt, eene beëedigde verklaring afleggen omtrent de beleedigende uitdrukkingen, door Cornelis Huygenss. ten opzichte van de gezworenen van 't Veer gebruikt 1527 1 charter U NB 60 Kaerle, keizer van Roomen, bepaalt, dat, zoolang de hooge heerlijkheid van de stad en het land van Montford, die Josse, heer van Montford, van den Keizer als erfheer van Utrecht te leen houdt, niet gelost is, de vonnissen, in de stad en het land van Montford gewezen, beroepen zullen kunnen worden voor den heer van Montford, zijne raden en leenmannen, waarvan weer beroep zal vallen op het Hof van Utrecht, terwijl het gebruik om de vonnissen, gewezen ten platten lande van Montford, te beroepen voor de schepenen der stad Montford wordt afgeschaft 1530 1 charter U NB 61 Arnt van Hoern, bisschop van Utrecht, erkent van zijn zwager Henric, heer van Montforde, het huis- en liet morgen-geld, verschuldigd van het land van Montforde, van het kerspel van Linschoten en van het dorp Cattenbroec, ontvangen te hebben 1378 1 charter Sb NB 62 Roedolph, bisschop van Utrecht, belooft zijn zwager Johan, burggraaf tot Montfoirde, dat hij hem en zijne onderzaten, die tot heden niet hebben bijgedragen in het morgengeld, ook verder onbelast laten zal tot belooning der trouwe diensten, aan hem en de Utrechtsche kerk bewezen 1443 1 charter Sb NB 63 Reynolt, heer van Brederoden, belooft Heinrick, burggraaf van Montfoirde, schadeloos te zullen houden van alle nadeel, dat hij zou mogen ondervinden wegens het bezegelen van een brief van f 21.000, door de Staten van Utrecht overgegeven aan den heer van Cleve, daar hij en zijne onderzaten vrij zijn van alle morgengeld en zettingen 1456 1 charter Sa NB 64 Gerechtsbrief van Oudewater, waarbij Claes Daemss. en Dirck Geerlofss. ten verzoeke van Charlote van Brederoden, vrouwdouairière van Montfoirdt, als voogdes van haar zoon, onder eede verklaren, dat zij altijd gehoord hebben, dat Oucoep, Papecoep en Diemerbrouck aan den heer van Montfoirdt als vrij land toebehooren, zonder dat de inwoners als zoodanig schot en lot onder Hollant betalen 1527 1 charter U NB 65 Notariële akte, waarbij Cornelis Henricxz., secretaris der stad Montfoirt, vertoont de hier ingelaschte akte van protest van de ingezetenen van stad en land van Montfoirt, waarin dezen verklaren alleen op last des Keizers te contribueeren in de omslagen, geheven door de Staten van Utrecht ter afbetaling der Statenlasten van 1511 en 1512, en zulks in afwachting van de uitspraak van den Grooten raad van Mechelen in hun proces tegen de Staten, en waarbij zij tevens protesteeren tegen de ongelijke verdeeling der bedoelde belasting, 1540 1 charter U NB 66 Gerechtsbrief van Achthoven, waarbij Steven van Aldewater, schout en kameraar van Achthoven, ten behoeve van den heer van Montfoert geëigend wordt aan 4 morgen land aldaar, toebehoord hebbende aan Willem van Wynsen, wegens achterstallig morgengeld van het grootwaterschap van Bylevelt 1488 1 charter Sa NB 67 Frederic van Blanckenheim, bisschop te Utrecht, vergunt Johan, burggraaf fan Montfoirde, om den Yseldijck aan de noordzijde tegenover Montfoirde te openen of te sluiten en een anderen nieuwen weg naar Montfoirde te maken 1422 1 charter U NB 68 Vranck Daemss., burgemeester in Benscop, belooft uit naam van het gemeene land van Benscop, dat de reparatie aan de Benscoper sluis in den hoogen dijk aan de zuidzijde van de Yssele in de heerlijkheid Willescop geene schade zal toebrengen aan het gemeene land binnensdijks, en dat de schade, aan den dijk toe te brengen, naar het oordeel van dijkgraaf en heemraden zal worden vergoed 1564 1 stuk Sa NB 69 Dirck Claesz., burgemeester van der Goude, als representeerende de stad als bezitster der heerlijkheid, baljuw, stadhouder van den baljuw en welgeboren mannen van het land van Steyn, doen uitspraak in eene procedure van de gezworenen van Oudecoep tegen de heemraden van de zuidzijde van Boegraven over het plaatsen van een watermolen door laatstgenoemden, zoodanig dat hij door eene aan beide polders gezamenlijk toekomende sluis uitwatert 1480 1 charter U NB 69-a Dirck Claesz., burgemeester van der Goude, als representeerende de stad als bezitster der heerlijkheid, baljuw, stadhouder van den baljuw en welgeboren mannen van het land van Steyn, doen uitspraak in eene procedure van de gezworenen van Oudecoep tegen de heemraden van de zuidzijde van Boegraven over het plaatsen van een watermolen door laatstgenoemden, zoodanig dat hij door eene aan beide polders gezamenlijk toekomende sluis uitwatert 1480 1 charter U NB 70 Schrijven van Jehan de Leefdale te Montfort aan den heer van Montfordt, houdende bericht omtrent het proces van dien heer tegen die van Bodegraven over den molen te Oudecop, hangende voor den Grooten raad te Mechelen, over de verpachting der tienden van Linscoten, toekomende aan het kapittel van Oudmunster, en andere onderwerpen 1529 1 stuk U NB 71 Aelbrecht van Egmont, kastelein te Woerden, Willem van Wijnbergen, kommandeur te Waerder, en Pieter van Sinte-Pieters, secretaris-ordinaris in het Hof van Hollaut, doen uitspraak in het geschil, tusschen den heer van Montfoert met zijne onderzaten van Oudecoip en de ingezetenen van de zuidzijde van Bodegraven en Cortehoeve gerezen naar aanleiding van het vonnis, in 1530 geveld ten gunste van die van Oudecoip in hun geschil met die van de zuidzijde van Bodegraven en Cortehoeve over het plaatsen van een molen door eerstgenoemden in de kade van laatsgenoemden 1531 1 charter U NB 72 Schout, heemraden en gemeene landgenooten van de zuidzijde van Bodegraven en Cortehoeven erkennen van Joest, heer van Montfoert, den hier ingelaschten schouwbrief van hunne kade in Oudecoep dd, 1531 te hebben ontvangen 1532 1 charter U NB 73 Heinric oudste zoon tot Montfoort, kapitein van Woerden, benoemt Jan Dever van Minnen tot kastelein van het huis en slot Montfoort, om dat gedurende twee jaren voor hem en zijne kinderen bij Margriet van Kroy te bewaren 1447 1 charter Sa NB 74 Heinrich, burggraaf van Montforde, benoemt zijnen neef en raad Willem van Brakel voor vier jaren tot kastelein van Montfoirde op eene jaarlijksche rente van 200 postulaat-guldens 1455 1 charter Sa NB 75 Gerechtsbrieven van Montfoorde, waarbij Willem Gijsbertssoen en Jan Derixsoen zich verbinden ter voldoening hunner misdrijven tot de betaling van boeten en het doen van bedevaarten, en erkennen bij herhaling hunner overtredingen tegen den jonker van Montfoorde hun lijf verbeurd te hebben 1464 2 charters U. Sa NB 76 Karel, hertog van Bourgoingnen, graaf van Hollant, schenkt aan Willem van Brakel, kastelein van Montfoirde, Volker van Beesd en andere onderzaten van Montfoirde vergiffenis van den doodslag van Willem Budde, op last van den eerste door de anderen binnen het grondgebied van Ysselsteyn gepleegd, en van het verwonden en gevangen houden van diens zoon Splinter, op grond van de zware verdenkingen, die tegen Willem en Splinter Budde gerezen zijn, dat zij tot eene bende moordbranders zouden behooren, en nadat door Willem van Brakel c.s. 200 clinckaerts tot bestrijding der kosten betaald zijn, 1469. (Authentiek afschrift.) Hierbij 2 gerechtsbrieven van Montfoird dd, 1466 en 1468, waarbij Jan Jansz. Trundel van Aelten verklaart Willem Budde niet met voorbedachten rade doodgeschoten te hebben 3 charters U. Sa NB 77 Jan Clinck, dienaar van jonker Vrederick zoon tot Egmont, erkent van Willem van Brakel, kastelein van Montfoort, ten behoeve van jonker Vrederick voornoemd eenige krijgsbehoeften in ontvangst genomen te hebben, en belooft die op aanmaning van gezegden kastelein weder te zullen terugbezorgen 1466 1 stuk B NB 78 Gerechtsbrief van der Goude, waarbij Geryt Aerntsz., bode der stad, ten verzoeke van Willem van Brakel onder eede getuigt, dat hij gezien heeft, dat onlangs Kerstant Harmanss" schout van der Goude, uit naam van Willem van Brakel in de stad Tricht up die Mase aan Peter den wagenaar wegens vracht betaald heeft 9 Rijnsguldens, onder bijvoeging dat deze betaling alleen waarde zou hebben, als zij door Willem werd goedgekeurd, en dat Kerstant terzelfder tijd verklaart heeft niet langer te kunnen blijven, daar hij naar den Hertog voor de stad van Nucen vertrekken moest 1475 1 charter Sa NB 79 Het Hof van Utrecht verbiedt, op den eisch van den Procureur-generaal, Charles Cassiopin om zich langer drost of oppersten officier binnen de stad of het land van Montfoort te noemen, en gelast hem den priester Sander aldaar, door hem in rechte betrokken, ongemoeid te laten 1551 1 charter U NB 80 Johan, burggraaf tot Montfoort, benoemt Gerrit die Roy tot drost van de stad en het land van Montfoort en de heerlijkheden van der Linschooten, Snelreweerden, Hekenderp, Brouck en Paepecob 1561 1 charter B NB 81 Philippotte, vrouw van Montfoort, Moriammez enz., en Johan van Basserode vereffenen hun geschil over de rekening en verantwoording van den laatstgenoemde als drossaard van de stad en het land van Montfoort, de Lange Linschooten, Heeckendorp, Snelreweerde en 't Veer over de jaren 1562-1583 1589. (Ongeteekend en ongezegeld concept op perkament.) 1 stuk Sa NB 82 Deductie, door A(dam) v(an) L(ochorst, heer van Zuylen) ingeleverd bij de door den burggraaf van Montfoort gecommitteerden tot het hooren en sluiten van de rekening van den rentmeester van het burggraafschap, houdende bezwaar tegen de door dien rentmeester toegepaste korting op de rente van aan den burggraaf voorgeschoten kapitaal 1632 1 stuk Hoewel boven het stuk staat Copia, is het eigenhandig door Van Lochorst geschreven NB 83 Johan, burggraaf van Montfort, neemt mr. Gerrit Zas, licenciaat in de rechten, aan om hem in zijne processen te bedienen op eene jaarwedde van 100 Carolusgulden, vergoeding voor kleeding en reiskosten, benevens de survivance der ambten van stadhouder der leenen en dijkgraaf, thans door zijnen vader bekleed 1562 1 charter Sa NB 83-a Akte waarbij Johan van Nerode en zijn echtgenote Philippotte van Montfoort aan Bernt Zas het ambt van dijkgraaf van de Lekdijk Benedendams en het schoutambt van Montfoort geven tegen 1000 pond eind 16e eeuw 1 charter Zonder waarmerken. NB 84 Rekeningen van de kerkmeesters van Montfoort 1549/1550, 1550/1551, 1608/1609 1 portefeuille M, U. <br/>Deze rekeningen loopen van Martini (11 november) tot Martini; zij worden afgehoord door den hoofdofficier en andere gecommitteerden van den burggraaf. De rekening over 1608/1609 berustte van ouds in het archief der provincie; de beide andere zijn afkomstig uit de collectie Memoriegoederen NB 2.2.4. Stukken betreffende het bestuur van het kapittel van St. Jan Evangelist van Montfoort Deze stukken zijn overgebracht naar het archief van het kapittel van Montfoort 1370-1818, toegankelijk aan de hand van Inventarissen van de archieven van kapittels en kloosters onder bestuur van de Staten van Utrecht door C.A. van Kalveen, verschenen als nr. 6 in de serie gedrukte toegangen van Het Utrechts Archief (Utrecht, 2004). NB 2.2.5. Stukken betreffende het bestuur van het dijkgraafschap van de Lopiker weerd 96 Florens, graaf van Hollant, beveelt de heemraden van den Lopikewaard, den schouw te drijven, wanneer hun zulks gelast wordt door Henric den Rover, 's graven knaap, wien deze den schouw heeft opgedragen, 1287. 1 charter U. <br/>- bis. (Afschrift op perkament.) 1 charter, <br/>T NB 97 Floris, graaf van Holland, beveelt Wisse van Hardinvelt aan Henric den Rovere verantwoording te doen van alle gelden, geïnd en nog te innen sedert de opdracht der schouw aan laatstgenoemde, 1287 (1288). 1 charter T. <br/>- bis. (Afschrift op perkament.) 1 stuk. T NB 98 Willaem, graaf van Henegouwen en Holland, en Johan, bisschop te Utrecht, gelasten den geërfden van den Loepickerwaard, om volgens hunne overeenkomst, gemaakt met goedvinden van Jan van Henegouwen, zijn broeder, Ghizebrecht, heer van Ysselsteyne, Henric van der Lecke, Sveder van Montfoirde en andere ambachts-heeren, een dijk te maken van Haestrechter weer langs de Yssel tot den Ysseldam en van den Ysseldam langs de Leek naar Scoen-hoven, tot zoover 's bisschops schouw zich uitstrekt 1328. (De acte, van wege den bisschop opgemaakt, is tevens opgenomen in een vidimus van den cureit van Montfoort dd, 1378.) 3 charters Sa. T NB 99 Jan, bisschop te Utrecht, verklaart overeengekomen te zijn met Willem, graaf van Heynegouwen en Holland, met Jan, heer van Byamont, en met andere ambachtsheeren in den Loepickerweert, dat Jan van Montfoort de heemraden kiezen zal, die het dijkrecht zullen uitoefenen tusschen de Nyewendam aan den Ysel tot aan Scoen-hoven 1336. (Opgenomen in een vidimus van de stad Scoenhoven dd, 1387.) 1 charter T NB 100 Willem graaf van Henegouwen en Hollant en Johan heer van Beamont, zijn oom, bevelen hunne baljuwen, resp. van Woerden en van Scoenhoven en der Goude, om, ingeval poorters van de beide laatstgenoemde steden of van Oudewater, woonachtig zijnde in den Lopikerweerd, geen dijkgeld willen betalen, ze daarvoor te panden, 1337. (De acte, van wege den graaf opgemaakt, is tevens opgenomen in een vidimus van den cureit van Montfoerde dd, 1378.) 3 charters T NB 101 Willem, hertog van Beyeren, verbeyder der graafschappen van Heynegouwen en Hollant, gebiedt Zweder van Montfoirde ten spoedigste de wadden tusschen Scoenhoven en den Nuwendamme in zijn dijkgraafschap te herstellen, en belooft hem te zullen helpen in het inwinnen der eventueel op te leggen boeten 1349 1 charter B NB 102 Notarieel proces-verbaal van het protest, door Henricus Rover, burggraaf van Montfoerde, bij het kapittel-generaal ingebracht tegen de beslissing van den bisschop van Luik, in zake het geschil tusschen Henricus voornoemd en den bisschop van Utrecht, volgens welke beslissing het dijkgraafschap (van den Lopikerwaard) dezen laatste zou toebehooren 1387 1 charter T. <br/>Vgl. No. 11 NB 103 (Hendrik) heer van Montfoerde beantwoordt de klachten van den bisschop van Utrecht in zake zijne heerlijke rechten, den klokkenslag, zijn dijkgraafschap en andere punten (vermeld in den zoen, door bisschop Aernt van Huern als bisschop van Luik tusschen beiden getroffen in 1387). (c, 1388.) (Afschrift uit de 15e eeuw op perkament.) 1 stuk T. <br/>Vgl. Matthaeus, De jure gladii. p. 126 vlg NB 104 Rudolf, bisschop te Utrecht, stelt eene regeling vast van de schouw, de inning van dijkgelden enz. in den Lopickerweert, steunende op den ingelaschten brief dd, 1328, waarbij Jan, bisschop te Utrecht, met Willem, graaf van Henegouwen en Holland, met Jan van Henegouwen, diens broeder, en met andere ambachtsheeren overeenkomt een dijk te maken van Haestrechter weere langs den Ysel tot Scoenhove, 1434 1 charter T NB 105 Roedolph, bisschop te Utrecht, gelast den dijkplichtigen aan den Lekdijk in de gebreken van dien dijk te voorzien 1437 (?), 1438 2 stukken T NB 106-a De kapittelen en de stad Utrecht verklaren den dijkgraaf van den Lekdijk te zullen steunen, en staan hem toe in elk geval de voorgeschoten dijkgelden te innen 1440 106-b Rodolph, bisschop te Utrecht, kapittelen en stad zeggen den dijkgraaf op diens verzoek allen bijstand toe bij het bewaren van den Lekdijk, 1440. (Opgenomen in een vidimus van de stad Groude dd, 1443.) 1 charter T NB 107 Brieven van Roedolph, bisschop te Utrecht, waarbij hij alle dijkplichtigen aan den Lekdijk aanzegt, dien dijk te voorzien met het oog op de schouw en hen beveelt ten dijk te komen op den dag, dat hij met de „ecclesie ende stat van Utrecht" den dijk zal schouwen 1441 2 stukken T. U NB 108 Rodolph, bisschop te Utrecht, de kapittelen en de stad Utrecht verklaren met Johan burggraaf van Montfoirde overeengekomen te zijn, om hunne geschillen over de uitoefening van het dijkgraafschap van Lopickerweert door den burggraaf te onderwerpen aan de scheidsrechterlijke uitspraak eener commissie, bestaande uit drie leden van elke partij, met den heer van Lallaing, gouverneur van Holland als „overman" 1443 1 charter T NB 109 Roedolph, bisschop te Utrecht, verklaart, dat Henrick, burggraaf van Montfoerde, door zijne toestemming te geven tot het herstel van den Lekdijk van Lopickerweert, „daer hie erfdijckgreve van is", zijne en zijner onderzaten rechten in geen enkel opzicht heeft doen verkorten 1450 1 stuk T NB 110 Notarieel procesverbaal van het verhandelde in de vergadering der drie Staten van Utrecht, waarin Henricus, burggraaf van Montfoirde, het dijkgraafschap van den Lekdijk neerlegt, om reden dat de heer van Yselsteyn den nieuwen dijkbrief, door den hertog van Burgoengen en den bisschop van Utrecht verleend, niet mede had bezegeld, zooals in het plan had gelegen 1453 1 charter T NB 111 David, bisschop te Utrecht, bepaalt, dat telken jare een voorschouw op den „hogen dijck" in Lopickerweerde „op die tuynen" gehouden zal worden, „behoudelijke den ouden dijckbrieff gemaict int jair onses Heren 1454" 1493 1 charter T NB 112 Gerechtsbrief van Lopick, waarbij Jan Jacobsz. e a. verklaren, dat volgens hunne heugenis de dijkgraaf en heemraden naar hun goeddunken hoofden enz. mogen leggen, ten bate en op kosten „des gemeenen weerdts" 1510 1 charter T NB 113 Frederich van Baden, bisschop te Utrecht, bevestigt den dijkbrief, in 1454 door bisschop Roeloff aangaande den Lopyckerdijck gegeven, en staat toe, dat de schouw wegens dijkbreuk en oorlog wordt uitgesteld 1511 1 charter T NB 114 Jan van Heynegouwen, heer van Byamont, Jan heer van Arkel, Jan van Montfoerde e.a. verklaren overeengekomen te zijn, hulp te verleenen bij het verhoogen van den dijk tusschen den Yseldam en Scoenhoven, en bepalen tevens wie in de kosten daarvan zullen hebben bij te dragen, 1343. Met transfix dd, 1343, waarbij Jan, bisschop te Utrecht, de bepalingen van genoemden brief goedkeurt. (Opgenomen in een vidimus van de stad Scoenhoven dd, 1373.) 1 charter T NB 115 Aelbrecht, hertog in Beyeren, ruwaard van Hollant, beveelt Zweder van Montforde met zijne heemraden, zoo spoedig mogelijk den dijk tusschen den Nuwendamme en Scoenhoven te bedijken 1367 1 charter T NB 115-a Vidimus door de cureit van Montfoerde van de akte van 1367 waarbij Aelbrecht, hertog in Beyeren, ruwaard van Hollant, Zweder van Montforde beveelt met zijne heemraden, zoo spoedig mogelijk den dijk tusschen den Nuwendamme en Scoenhoven te bedijken 1370 1 charter T NB 116 Brieven en stukken betreffende het geschil tusschen den heer van Egmont-Yselsteyn én dijkgraaf en heemraden op den Lekdijk, in zake de dijkplichtigheid van het land van Yselsteyn 1308-1386 11 charters T NB 117 Zweder, heer van Montfoerde, belooft schepenen en raad van Scoenhoven, dat, mocht hij „op dien wael, die nu ter tijt in onse dijcgraefscap gescoert is", den eigendom verkrijgen van poorters der stad, hij daarmede handelen zal in overleg met schepenen en raad voornoemd 1373 1 charter T NB 118 Verklaring na een onderzoek, door den bisschop van Utrecht (Arnold van Hoorn), den graaf van Bloys, de heeren van Ghenpe en Poderoyen en de stad Scoenhoven ingesteld naar omkooperijen, door geërfden van Langerack gepleegd bij het dichten van een breuk in den dijk bij Scoenhoven (1371- 1377.) 1 stuk T NB 119 Johan van Vyanen, heer van Jaersvelt, belooft, voor zich en zijne nakomelingen, aan Johan, burggraaf van Montfoirde, de zijl, die hij met toestemming van laatstgenoemde door den Lekdijk heeft gelegd, voor eigene kosten te zullen onderhouden 1420 1 charter T NB 120 Roeloff, postulaat te Utrecht, kapittelen en stad van Utrecht verklaren, dat Johan, burggraaf van Montfoirde, op hun verzoek toegestaan heeft den dijk toe te slaan bij Jaersvelt 1428 1 charter T NB 121 De keizer en de aartshertog staan toe, dat de dijkgraaf en heemraden op Lopickerdijck de schouwdagen voor genoemden dijk, met het oog op den oorlogstoestand in die streken, op een anderen dag zullen verleggen 1511 1 charter T NB 122 Brieven van vrijgeleide, aan dijkgraaf en heemraden van den Lekdijk verleend door den keizer en den aartshertog, en door Frederik van Egmondt, graaf van Buren 1511, 1512 3 charters T NB 123 (a) Vrederick, bisschop van Utrecht, benoemt Everard Heynrikeszoen tot dijkgraaf over Lecke en Ysel tusschen Ameronghen en Goude, met uitzondering van den dijk in het gerecht van den heer van Yselstein en (b) Johan, bisschop van Utrecht, machtigt Gijsbrecht, heer van Yselsteyn, om een dijkgraaf en heemraden aan te stellen over de Lecke tusschen Ysel en Scoenhoven 1318, 1326. Afschriften 1 stuk Sb. Aangekocht met de collectie Phillipps, en dus vermoedelijk afkomstig uit de collectie van Sypesteyn (b), hoewel het stuk op den van deze collectie bestaanden inventaris, berustende in het Algemeene Rijksarchief te 's Gravenhage, niet voorkomt. NB 124 Johan, heer van Montfoirt, verklaart Henrick van Duven gemachtigd te hebben, om in afwezigheid van diens vader het dijkgraafschap van Lopickerweert waar te nemen 1508 1 charter T NB 125 Bisschop Frederik beveelt, na overleg met het kapittel-generaal, edelen en steden van Utrecht, den schouten en buren van Langheraec en Jaersvelt, om in plaats van twee heemraden op den Lekdijk, die een onrechtmatig vonnis hadden geveld, twee andere te benoemen 1411 1 charter T NB 126 Sweder, burggraaf tot Montfoirde, erkent, dat hij van Frederik van Blanckenhem, bisschop van Utrecht, en de Staten van Utrecht in leen ontvangen heeft hot dijkgraafschap van den Lecke-dijk tusschen den Nyendam en Schoenoven langs de Leek en tusschen den Nyendam en Haestrechter-were langs de Yssel, en belooft de voorwaarden, vervat in 's bisschops hier ingelaschten brief dd, 1405, te zuilen nakomen. (Opgenomen in een vidimus van den officiaal van Utrecht dd, 1532, gegeven ten verzoeke der vijf kapittelen van Utrecht, dat weder opgenomen is in een vidimus van het Hof van Utrecht dd, 1643.) 1 charter U NB 127 Charters, waarbij eenige landen, behoorende aan de papelike prove (van Jaersvelt), gevroond worden aan den jonker van Montfoerd, 1411. Met charter 3 charters U NB 128 Brieven van dijkgraaf en heemraden op den Lekdijk tusschen den Nywendam en Scoenhoven, waarbij de heer van Montfoerde gevroond wordt aan perceelen land, onder den dijk gelegen 1412-1489 10 charters U NB 129 Brieven van dijkgraaf en heemraden op den Ysseldijk tusschen Snoelhoec en Haestrechter-were, waarbij de heer van Montfoird gevroond wordt aan perceelen land, onder den dijk gelegen 1424, 1425 3 charters U NB 130 (kast II 5 ) Schout en schepenen van Jaersvelt betuigen, dat Jan van Montfoerde door de heemraden gevroond is aan 6 morgen land aldaar, leenroerig aan den heer van Arkel, en dat daarna dit land overgegeven is aan Jan die Graeu en zijne erfgenamen, om het voor eene zekere pacht tot wederopzeggens toe te bezitten 1413 1 charter U NB 130-a Vergunning door Jan, heer van Leede, aan de ingezetenen van Vijftienhoeven tot de aanleg van een wetering door zijn land 1247 1 charter OSU nr. 1154 NB 130-b Vidimus van de vergunning van 1247 door Jan, heer van Leede, aan de ingezetenen van Vijftienhoeven tot de aanleg van een wetering door zijn land 1323 1 charter 130-c Vidimus van de akte van overeenkomst van 1274 tussen Wouter, heer van Goy, Hagensleen en Langerak enerzijds en Frederik, heer van Zevenden, anderzijds inzake de bedijking, uitwatering en schouw van de landen van Willige Langerak en Cabauw 1323 1 charter OSU nr. 1867 NB 130-d Akte, waarbij Gerrit van der Zijl, heer van Purmerend, zich verbindt zijn schout van Purmerend en Neck niet te zullen ontslaan alvorens hij het bedrag dat deze hem geleend heeft, heeft terugbetaald 1435 1 charter 2.2.6. Stukken betreffende het bestuur der heerlijkheden Purmerende, Purmerland en Sparendam 131 Mandament van den hertog van Oistrjjck, graaf van Holland, waarbij voor de vierde maal gelast wordt, het slot te Purmereynde door de ruiters, die de heer van Mondforde daarin gelegd heeft, te doen ontruimen en een gevangen poorter van Puermereynde uit te leveren, nadat zulks driemaal te vergeefs gelast is, terwijl eerst nu de heer van Montfoirde zijne toestemming heeft gegeven 1480. Met aangehechten brief dd, 1480, houdende relaas van den deurwaarder aan den Grooten raad 1 charter Sa NB 132 Notariële akte, waarbij Johannes Peterszoon Harinck belooft, wanneer hij pastoor der parochiekerk van Purmereynde zal geworden zijn, dit ambt niet te zullen nederleggen of verruilen zonder goedvinden van Johannes, burggraaf van Montfoerd, heer van Purmereynde en patroon der kerk aldaar, of zijne erven 1488 1 charter Sa NB 133 Appointement van het Hof van Hollant in een geschil tusschen den rentmeester-generaal van Hollant en den gecommitteerde tot de administratie van de goederen van Heinrick, heer tot Montfoirde, die zich thans in 's graven handen bevinden, ter eenre en Claes Wouter, pachter van zekere sluis te Puermereynde, ter andere zijde, over het betalen der pachtsom 1457 1 charter B NB 134 Aelbert, hertog in Beyeren, graaf van Hollant, vergunt aan de inwoners van het land van Woerden en het sticht van Utrecht, geërfd in het waterschap van Sparendamme, dat zij vijf welgeboren heemraden over dat waterschap mogen aanstellen, en geeft bepalingen omtrent het uitzetten der waterschapslasten 1396. (Afschrift op perkament.) 1 stuk U NB 135 Mandament van het Hof van Hollant, waarbij de stad Harlem gelast wordt geene wijn- en bieraccijnzen en „maletottes" van die van Sparendamme te heffen 1475 1 charter Sa NB 136 Notariële akte, waarbij Willelmus de Brakell, heer van Sparrendam, Theodricus de Alcmaria, biechtvader der zusters in Wermont, Theodricus, kapellaan te Sparrendam, Jacobus de Wouda en Nycolaus, schout van Sparrendam, machtigt tot het stellen der schepenen te Sparrendam 1484 1 charter B NB 137 Stadhouder en raad van Holland bevelen, dat de baljuw van Kennemerlant recht zal doen in de zaak, die Willem van Brakel, ambachtsheer van Sparndamme en Spaerrenlant, hangende heeft voor de vierschaar van Kennemerlant, 1485. Met transfix dd, 1485, waarbij de deurwaarder van het Hof verklaart dit bevel ter kennis van baljuw en mannen van Kennemerlant te hebben gebracht, die verklaard hebben zich daaraan te onderwerpen. Met verklaring der gezworenen van Kermerlant, dat zij dientengevolge geen vonnis hebben kunnen wijzen 1485 1 charter en 1 stuk B NB 138 Sententie van het Hof van Holland in een geschil tusschen den heer van Montfoirde, ambachtsheer van Purmerlant en Ylpe-darnme, en de waarschappen van dat ambacht over de vraag, of de ambachtsheer zich bij de electie der schepenen heeft te houden aan het handvest van hertog Willem van Beyeren of aan het latere van hertog Jan, welks wettigheid door den heer van Montfoirde betwist wordt; bij welke sententie de rechtskracht van het handvest van hertog Jan wordt erkend 1446 1 charter B NB 138-a Bevelschrift van het Hof van Holland aan den eersten deurwaarder om Luyde Smaelzoen van Ypeldamme aan te manen tot het geven van schadevergoeding aan Michiel Adriaenszoon, kastelein van Purmerend, wegens het aanjagen van lijfsvrees 1469 1 charter Sb NB 2.2.7. Stukken betreffende het bestuur van andere heerlijkheden 139 Johan, heer tot Montfoirde, Capellen enz., en burgemeesters, schepenen en raad van Rotterdamme gaan eene overeenkomst aan over de vierschaar van Schielant, en bepalen, dat de vierschaar, tot heden door den heer van Montfoirde gespannen in Capelle, onder zekere voorwaarden tot wederopzeggens toe zal worden overgebracht naar de stad Rotterdam 1508 1 charter Sa NB 140 Johan geboren tot Horn, baanderheer van Boextel, gouverneur over de stad Dordrecht in den naam van Wilhelm, prins van Oraingnen, geeft sauvegarde aan de ingezetenen van Ridderkerck 1572 1 stuk Sa NB 2.3. Stukken van privaatrechtelijke aard (Tweede afdeling) 2.3.1. Stukken betreffende leden der familie van Montfoort 2.3.1.01. Burggraaf Hendrik I (vermeld 1282-1298) 141 Luf van Cleve, graaf van Hilkerode en heer van Thone-berg, gelast allen, die goederen onder zich hebben van Katerine, zuster van Heinric den Rover van Montfort, deze over te geven aan Heinric voornoemd, die door hem (Luf) gelast is deze goederen ten behoeve van jonker Johan van Hollant te beheeren en beloofd heeft daaromtrent aan hem (Luf) verantwoording te zullen doen 1296 1 charter B NB 2.3.1.02. Burggraaf Zweder I (vermeld 1306-1329) 142 Willam, graaf van Henegouwen en Hollant, vestigt de jaarlijksche rente van 100 pond Hollandsch, die zijn vader, graaf Jan, beloofd heeft te geven aan Zweder, burggraaf van Montfoerde, als gehuwd zijnde met jonkvrouw Katerine, dochter van graaf Florens, op 160 morgen land, gelegen in den Cabbau bij Scoenhoven, onder bepaling dat deze rente door hem of zijne erfgenamen zal kunnen gelost worden met 1000 pond Hollandsch, 1306. (Opgenomen in een vidimus van den deken van St. Johan te Utrecht dd, 1351.) 1 charter B NB 143 Willam, graaf van Heynnegouwen en Hollant, doet als scheidsrechter uitspraak in het geschil tusschen Zweder van Montfoerde en zijn zoon Heynric de Rover, en bepaalt, dat Zweder op verschillende voorwaarden hersteld zal worden in het bezit van zijn huis en andere goederen, uitmakende het land van Montfoerde, 1327. (Opgenomen in een vidimus, ten verzoeke van Heynric van Montfoerde gegeven door Guy van Chastillon, graaf van Bloys, dd, 1382.) 1 charter Sa NB 144 Willam, graaf van Heynegouwen en Hollant, erkent schuldig te zijn aan zijn zwager Zweder, burggraaf van Montforde, 1200 pond zwarte Tornoysen, belooft deze som binnen twee jaren te zullen teruggeven, en stelt tot zijne borgen Zweder van Abcoude, Everharde van Heemsteden, Steven van Zulen, Zweder van Zulen, Henric van Loenresloot, Eerst van der Horst, Otte van Zulen, Henric van den Riin, Florans van Jutfaes en Gheraerd van Jutfaes onder verband van leisting, 1327. (Opgenomen in een vidimus van Ghisebrecht van Zulen, gardiaan der Minrebroeders te Utrecht, dd, 1347.) 1 charter B NB 2.3.1.03. Burggraaf Hendrik II (vermeld 1331- 1341) 145 Hubrecht die Scenke, knape, belooft zijnen neef Henric de Rover van Montforde schadeloos te zullen stellen wegens den borgtocht, door deze te zijnen behoeve aangegaan voor de zekerheid eener uitkeering van 330 ponden, door hem jaarlijks aan het kapittel van St. Johan te Utrecht verschuldigd 1325 1 charter B NB 146 Ghisebrecht, heer van Yselsteyne, en zijne kinderen Arnoud van Yselsteyne en Agniese van Montfoerde verklaren, dat bij de verdeeling van de nalatenschap van Henric de Roever tusschen Johan van Montfoerde, Sveder, Beerte en Herbaren, zijne kinderen, aan Sveder van Montfoerde ten deel gevallen zijn 3 viertelen land in Heeswiic, 1 hoeve land in Bloclant, Scoerenborch en ½ viertel, 1 viertel en ½ morgen land te Achthoeven 1341 1 charter B NB 2.3.1.04. Floris van Montfoort, heer van Linschoter Haar (vermeld 1317-1346) 147 Aernoud van Arkel erkent aan Florans van Montforde en Conegonde Woutersdochter van Zoelen in medegave schuldig te zijn eene jaarlijksche rente van 40 pond zwarte Tournoisen, belooft 16 pond daarvan te vestigen op land, gelegen opt Bloclant in het land van Arkel, en 24 pond op land, gelegen te Zoelen, en verbindt zich en zijne borgen tot de getrouwe nakoming dezer verplichting onder verband van leisting. Met renversaal, waarbij Florans van Montfoerde erkent, dat deze laatste rente losbaar zal zijn met 240 pond, belooft zijne vrouw binnen het jaar eene lijftocht van 150 pond 's jaars te zullen geven, onder voorwaarde dat, in geval hij (Florans) sterft zonder kinderen, bij haar verwekt, na te laten, zij slechts een lijftocht van 100 pond 's jaars hebben zal, terwijl zij en hare erfgenamen al het goed, dat zij ten huwelijk heeft gebracht, uit den boedel zullen terugontvangen 1346 2 charters (waarvan 1 geschonden) B NB 2.3.1.05. Haze van Montfoort, vrouw van Heulestein (vermeld 1362-1376) 148 Leenbrief van Zweder, burggraaf van Montfoerde, waarbij ten verzoeke van Haze, vrouw van Holensteyn, haar man Wouter van Yzenderen gelijftocht wordt aan 6 morgen land in Lopic, 1 viertel land te Jaersvelt, 15 morgen land te Opbueren, 1 hoeve land, genaamd Heitmanskamp, in het gerecht van de heeren van Oudmunster, 2 morgen en 1 morgen land op het Oudelant, 8 morgen en 9 morgen land bij het huis ten Nesse, 12 morgen land, genaamd 't Hoelland, en 6 morgen land, genaamd Spronxland, in het gerecht van Haze, vrouw van Hoelensteyne, en 6 morgen 4 hont land in het gerecht der heeren van Oudmunster 1362 1 charter Sa NB 2.3.1.06. Burggraaf Zweder II (vermeld 1341-1376) 149 Willam, hertog van Beyeren, graaf van Hollant, erkent schuldig te zijn aan Sweder, burggraaf van Montfoerde, eene som van 741 pond 6 schellingen en 8 penningen, zijnde de waarde van den door hem verleenden onderstand voor het gevecht op de Maze bij den Zwerten Wale en tot de drie tochten van den hertog naar Scouden, en belooft deze som te zullen betalen op St. maartensmis in den winter e.k 1351 1 charter Sa NB 150 Notariële akte, waarbij Hugo Wstinc, als gemachtigde van den officiaal van den bisschop van Utrecht, het mandaat, door den officiaal uitgesproken tegen Theodericus Valke en Sweder de Montfoerde, voor zooverre den laatste aangaat, opheft 1353 1 charter Sa NB 151 Walhardus de Bostomridi, penitentiarius van den paus, gelast den bisschop van Utrecht aan Svederus, burggraaf van Montforde, Henricus gezegd Rover de Mondforde, zijn zoon, Hubertus de Vianen, Hinricus Soudenzoon de Damasco, Alflardus de Mondforde, Hermannus de Herwen en Theodericus gezegd Gruut mede te deelen, dat zij geen vonnis van excommunicatie verdiend hebben, omdat zij een geestelijke, die de kerkelijke tonsuur miste, om zijne misdaden levend begraven hebben, indien den bisschop de juistheid van deze hunne opgaven blijkt 1368 1 charter U NB 2.3.1.07. Beerte van Montfoort (vermeld 1341- 1351) 152 Siman van Teylingen verklaart, dat hij Berte, zuster van Sveder, burggraaf van Montfoerde, ten huwelijk zal nemen, op voorwaarde dat Sweder aan zijne zuster 800 pond ten huwelijk medegeven zal, dat hij (Siman) aan Berte eene lijftocht van 100 pond 's jaars maken zal, en dat de medegave van Berte na haar kinderloozen dood weder aan hare erfgenamen komen zal, en stelt borgen voor de nakoming dezer voorwaarden 1350 1 charter B NB 2.3.1.08. Hendrik de Rover van Montfoort Willemszoon (vermeld 1377) 153 Heinric, heer van Montfoorde, belooft zijn neef Heinric den Rover van Montfoerde Willamszoen schadeloos te stellen wegens den borgtocht van 3000 gouden schilden, door hem ten behoeve van den heer van Montfoorde tegenover Johan van der Lecke aangegaan 1377 1 charter Sa NB 2.3.1.09. Adelyse van Montfoort (vermeld 1380) 454 Charters, waarbij bepaald wordt, dat verschillende per-ceelen land na den dood van Adelyse van Montfoerde, echtgenoote van Eerst van Steenre, zullen vererven op hun zoon Herman, en daarna op de kinderen, door Grodscalc Vreyncken vroeger bij Adelyse verwekt 1380 2 charters B NB 2.3.1.10. Burggraaf Hendrik III (vermeld 1370-1402) 155 Arnd van Hoern, bisschop van Utrecht, belooft Henric die Rover van Montfoerde schadeloos te zullen stellen voor de nadeelen, die voor hem mochten voortspruiten uit zijne verbintenis ten behoeve van den bisschop, om Thomas Ysnaert c.s., burgers van Utrecht, in 1379 200 goede oude gouden keizersschilden te betalen 1375 1 charter Sa NB 156 Gerardus, bisschop van Kamerijk, geeft krachtens den pauselijken brief, waardoor deze brief gestoken is geweest, aan Hen-ricus Rover en juffrouw Oede, die elkander in den vierden graad bestaan, vergunning tot het aangaan van een huwelijk 1378 1 charter Sa NB 157 Arnt van Hoerne, bisschop tot Tutrech, erkent schuldig te zijn aan Heynric, heer van Montfoerde, 400 oude Vrancrijcs schilden, en belooft die binnen een maand, na daartoe aangemaand te zijn, te zullen terugbetalen 1379 1 charter Sa NB 158 Guy van Chastillon, graaf van Blois, belooft den heer van Montfoerde schadeloos te zullen stellen wegens den borgtocht van 4000 franken, door hem ten behoeve van den graaf tegenover de lombarden van Dordrecht aangegaan 1386 1 charter Sa NB 159 Vrederic uten Hamme Vrederixzoen erkent ontvangen te hebben van Henric, heer van Montfoerde, de som van 60 Vranc-rijcsche schilden, in mindering eener schuld van 500 diergelijke schilden, in 1377 aangegaan door Reynoud van Bredenrode jegens Vrederic uten Hamme voornoemd en zijne moeder Clarisse, waarvoor Henric, heer van Montfoerde, en vele andere personen borg gebleven zijn 1391 1 charter B NB 160 Jan van Heemsteden, heer van Benthuysen, en jonge Jan van Heemsteden, zijn zoon, erkennen beloofd te hebben, den heer van Montvoirden te zullen schadeloos stellen wegens de belofte, door hem met hen gedaan aan Wolfairt van Borselen, heer van der Veer, bij gelegenheid der huwelijksvoorwaarden tusschen diens zuster, de jonkvrouwe van der Veer, en jonge Jan van Heemsteden voornoemd 1401 1 charter Sa NB 161 Notariële akte, waarbij Heinric, burggraaf van Montfoerde, zijn testament maakt, zijn na te laten boedel scheidt tusschen zijne vrouw Oede van "der Lecke en zijne kinderen Zweder, Jan, Domproost te Utrecht, Lodewijck en Willam, en tot zijne executeurs benoemt Herman van Lochorst, Domdeken te Utrecht, Heinric van der Lecke, zijn zwager, Jan van Zulen, Jan van Zulen Dircssoen en Peter die Ha . zijn kapellaan 1402 1 charter Sa NB 162 Heinric, burggraaf van Mointfoirde, begiftigd zijn basterdzoon Zweder met 2 ½ morgen min 75 schaft land in Papencoep, die Ariaen Jacob Sniderszoon van den burggraaf placht te leen te houden, op voorwaarde dat Zweder ze van hem, den burggraaf, en zijne erven te leen houden zal 1402 1 charter Sa NB 2.3.1.11. Willem van Montfoort, heer van Zwieten (vermeld 1420-1429) 163 Leenbrief van Frederic, bisschop te Utrecht, waarbij Willem van Mointfoirde en van Sweten, zijne vrouw Margriete van Langeraeck, vrouwe van Sweten, lijftocht aan 20 morgen land in het kerspel van Lynschoten in de Velthuysen 1420 1 charter U NB 163-a Rekening van uitgaven door heer Huge gedaan voor "mijn joncher van Montfoerde" gedurende diens reis naar Gouda ("ter Goude") en anderszins. Ongedateerd (c.1405) 1 katern Sa. De rekening moet opgemaakt zijn nà 8 september 1400, op welk tijdstip de in de rekening genoemde "burch-grave Walraven",nl. Walraven van Brederode graaf van Gennep door graaf Willem IV tot burggraaf van Staveren werd benoemd. De "joncher van Montfoerde" moet jonker Zweder van Montfoort zijn,die in tegenstelling tot zijn vader heer Hendrik nooit ridder geworden is. De reis vangt aan op St. Mauricius dag, 22 september; op St. Michiel kort na een Zondag (29 september) houdt de jonker met burggraaf Walraven maaltijd bij Claes Dirc Jansz.z. en reist op St. Bavo (1 october) met burggraaf Walraven terug. NB 2.3.1.12. Burggraaf Zweder III (vermeld 1402-1406) 164 Acte van overdracht van goederen in het gerecht Achthoven aan Zweder burggraaf van Montfoort door Oede van der Lecke, vrouwe van Montfoort, zijn moeder, en Lodewijk en Willem van Montfoort, zijn broeders 1404 1 charter 165 Otte van der Lecke, heer tot Hedel, en Henric van Naeldwijc doen uitspraak in het geschil tusschen Oede van der Lecke, vrouw van Montfoerde, met hare beide jongere zoons Lodewijch en Willam van Montfoerde en Johan van Montfoerde, Domproost te Utrecht, over de nalatenschappen van hun man en vader den heer van Montfoerde en van hun zoon en broeder Zweder van Montfoerde 1412 1 charter Sa NB 166 Lodewich van Montfoirde en Willem van Montfoirde, heer te Latum, gaan, namens de aanhangers hunner moeder, met hun broeder Johan, burggraaf van Montfoirde, en zijne aanhangers een wapenstilstand aan tot St. Remigiusdag naastkomende 1415 1 charter U NB 2.3.1.13. Burggraaf Johan II (vermeld 1402-1447) 167 Het klooster Bloemendaal bij Utrecht van de orde der Karthuizers geeft Johannes de Montfordia, Domproost te Utrecht, aandeel in de goede werken van het klooster 1402 1 charter Sa NB 168 Elyaes van Ameronghen belooft Johan van Montfoerde, Domproost te Utrecht, schadeloos te zullen stellen wegens de belofte van 800 oude Vrancriicsche schilden, door hem ten behoeve van Elyaes voornoemd aan Johan Borre van Hemerten gedaan 140[3] 1 charter Sa NB 169 Johan van Montfoerde, Domproost te Utrecht, Zweder, burggraaf van Montfoerde, en Johan van [Ry]nesse en Rynouwen doen uitspraak in het geschil tusschen Henric de Rover van Zulen en Wouter Koyfaeszoen over den eigendom van een viertel land in Snoedelreweert en over den twist, naar aanleiding daarvan tusschen beide partijen ontstaan, wijzen het viertel land aan Henric de Rover toe en bepalen, dat drie zijner aanhangers, nl. Peter Mouwer, Matheeus Pot en Florens van Zoelen, eene bedevaart zullen doen naar St. Kuynner te Renen 1404. (Cyrograaf.) 1 stuk Sa NB 170 Guillermus Carpentarii, rector der universiteit te Parijs, getuigt, dat Johannes de Monteforti, proost en aartsdiaken van den Dom te Utrecht, aan die universiteit in de faculteit der decreten onder den regent dier faculteit dr. Johannes Guioti studeert en dus aandeel heeft aan de privilegiën en vrijdommen der universiteit 1406 1 charter Sa NB 171 Otte van der Leek, heer van Hedel, belooft zijn neef Johan van Montfoert, Domproost te Utrecht, schadeloos te zullen stellen voor de belofte van schadeloosstelling, door den Domproost te zijnen behoeve gedaan aan Heinric van den Riin, die zich weder als borg van den heer van Hedel verbonden had tegenover het kapittel van St. Peter te Utrecht wegens de jaarhjksche betaling eener som van 25 mark Luiksch zilver gedurende tien jaren 1409 1 charter Sa NB 172 Petrus, bisschop van Tusculum, pauselijk penitentiarius, vergunt ook uit naam van Antonius, bisschop van Porto, aan Johannes de Montford, proost en aartsdiaken van den Dom te Utrecht, een biechtvader aan te nemen 1411 1 charter Sa NB 173 Johan van Heemsteden, heer tot Benthuysen, belooft onder verband van leisting Johan, burggraaf van Montfoirde, schadeloos te zullen stellen voor allen hinder of nadeel, dat er voor hem uit mocht voortspruiten, dat hij met Johan van Heemsteden voornoemd onder verband van leisting beloofd heeft Gillis van Cralingen eene som van 1300 Engelsche nobels te betalen 1415 1 charter B NB 174 Johan, hertog van Brabant, graaf van Hollant, en zijne gemalin Jacob van Beyeren beloven onder verband van leisting hunne moeder Margriete van Bourgondië, hertogin in Beyeren, Engelbrecht, graaf tot Nassou, heer ter Leek en tot Bredae, Jacob, heer tot Gaesbeke en Abcoude, Willem van Brederoden, heer tot Steyn, Philips van Wassenair, burggraaf van Leyden, Johan, heer tot Montfoirden, en 37 anderen schadeloos te zullen houden wegens den borgtocht, door hen te hunnen behoeve aangegaan voor eene som van 2000 nobelen 's jaars, die de steden Hairlem, Delff, Leyden, Aemsterdam en Goude aan hertog Jan en vrouw Jacob hadden geleend 1418 1 charter B NB 175 Lodewiich van Montfoerde erkent, dat alle goederen, die hij van zijnen broeder Jan, heer van Montfoerde, te leen houdt, weder aan deze zullen vervallen, wanneer hij (Lodewiich) zonder wettige kinderen overlijdt 1419 1 charter U NB 176 Frederic, bisschop te Utrecht, erkent schuldig te zijn aan Johan, burggraaf van Montfoirde, 300 Aernhemsche guldens en belooft die som op St. Jacobsdag e.k. of binnen veertien dagen daarna terug te betalen 1420 1 charter Sa NB 177 Konegunde van Bronchorst, vertegenwoordigd door haren vader Willem, heer te Bronchorst, bijgestaan door Willem, heer te Bueren en te Boesinchem, Walraven van Moerse, heer te Baer, Otto van Bronchorst, heer te Borclo, en Henric, heer te Wissche, maakt huwelijksvoorwaarden met Johan, burggraaf van Montforde, bijgestaan door Otte van der Lecke, heer te Hedel, Johan van Vyanen, heer te Noerdeloes, Willem van Montforde, heer te Lathem, en Willem van Montforde, heer te Zweten 1422 1 charter Sa NB 178 Jan Aernt Touwensoen erkent ontvangen te hebben van den heer van Montfoirde 86 Vrancricxe kronen, door den heer van Montfoirde verschuldigd aan Johan van den Vliet, die deze vordering aan Jan Aernt Touwensoen heeft overgedragen 1425 1 charter Sa NB 179 Akten, waarbij Kunegonde van Bronchorst haren man Johan, heer van Montfoort, lijftocht aan hare goederen, gelegen onder de gerechten Willemscoop, Bloclant, Montfoirde, Linschoten, Cabbau, De Hair, Wulvenhorst en Broeck 1438, 1439 6 charters Sa NB 180 Lodewijch van Montfoirde, heer tot Hazertswoude, verklaart, ten verzoeke van Conegont van Branchorst, vrouw van Montfoirde, dat zij mede op zijn raad zijn broeder Johan, heer van Montfoirde, gelijftocht heeft aan al hare na te laten goederen 1439 1 charter Sa NB 181 Stukken betreffende de excommunicatie, door den officiaal van den aartsdiaken ten Dom, ten verzoeke van Johannes, burggraaf van Montfoirde, uitgesproken tegen Johannes Pijl den oude en Wyerus, zoon van Wilhelmus Wyeri, te Overlangbroec 1425, 1426 4 charters B, Sa NB 182 Willam Wittensoen en Willem Willem Wittensoenssoen erkennen schuldig te zijn aan Johan, heer van Montfoirde, eene som van 18 gouden schilden, beloven onder verband van leisting jaarlijks 3 schilden hiervan af te lossen en maken zich sterk, dat hun zoon en broeder Ariaen, als hij in het sticht van Utrecht of in Hollant komt, deze schuld mede zal erkennen, 1427. Met een transfix. dd, 1427, waarbij Ariaen Willam Wittensoenssoen deze verbintenis ook voor zich aanvaardt 1 charter Sa NB 183 Philips van Borgoengen, ruwairt van Hollant, stelt Jan, burggraaf van Montforden, aan tot zijn raad op eene bezoldiging van 400 franken 's jaars 1428 1 charter Sa NB 184 Johan van Vyanen, heer ten Goy, en Ghijsbrecht van Vyanen, heer ter Noirdeloze, zijn oudste zoon, beloven Jan, burggraaf tot Montfoirde, schadeloos te zullen stellen wegens het nadeel, dat hij mocht ondervinden door het bezegelen der huwelijksvoorwaarden tusschen den heer ter Noirdelose voorzegd en Meyne van Heemskerck, vrouwe van Oisthuysen 1429 1 charter Sa NB 185 Philips van Boergoengen, ruwaard en hoir van Hollant, stelt den heer van Montfort aan tot zijn raad en kamerling 1432 1 charter Sa NB 186 Philips van Boergoengen, ruwaard en oir van Hollant, gelast den rentmeester-generaal van Hollant en Zeelant uit te betalen aan Jan, heer van Montfoirden, 2000 nieuwe Hollantsche schilden wegens de door hem bewezen diensten bij het tot stand brengen van den zoen te Delft tusschen den hertog en zijne zuster van Hollant, en 927 schilden wegens achterstallig traktement als raad en kamerling van den hertog 1433 1 charter Sa NB 187 Philips van Bourgoingnen, graaf van Hollant, beveelt den rentmeester-generaal van Hollant jaarlijks 300 nieuwe Hollantsche schilden uit te betalen aan Johan, heer van Montfoirde, als 's hertogs raad 1433 1 charter Sa NB 188 Gerechtsbrief van Brugghe, waarbij Margriete, dochter van Jan Coepmans, weduwe van Pieter van den Velde, ook namens haren zoon Victoor van Straten en de andere erfgenamen van Janne Coopman, erkent ontvangen te hebben van Janne, heer van Montfort, Henric van Montfort, zijn zoon, Lodewike van Montfort, heer van Hazertsou, en diens zoon Janne, de som van 80 gouden klinkerts, wegens wijn, die indertijd aan Janne Coopman te Culenborch was afgenomen 1433 1 charter Sa NB 189 Johan, burggraaf van Montfoirde, en Lodewic van Montfoirde, heer tot Hazertswoude, doen uitspraak in het geschil tusschen Dirc en Geriit van Zuylen betreffende het maarschalksambacht van het sticht van Utrecht 1433 1 charter U NB 190 Kwitantie van Johan, burggraaf van Montfoort, heer van Linschoten en Hekendorp, en Lodewijch van Montfoort, ridder, heer van Hazerswoude, wegens een bedrag van 1200 schilden,aan hen betaald door den rentmeester van Bewestenschelde en Beoostenschelde volgens den brief van wijlen Jacoba, hertogin van Beieren gravin van Holland [1438] 1 charter Sa. Ongezegeld concept. De oorspronkelijk bijbehorende 2 andere charters zijn in 1946 overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief. NB 191 Gerechtsbrief van Montfoirt, waarbij Jan van Neerden en Jan Aelbertsoen beloven den heer van Montfoirt 35 Wilhelmus Hollantsche schilden vóór St. Jacobsmis e.k. te zullen betalen 1439 1 charter Sa NB 192 Gheryt Screvelss. belooft aan Johan, heer van Montfoerde, binnen twee jaren in de stad of het land van Montfoirde te zullen komen wonen en zijn boedel te doen blijven in den staat, waarin deze zich ten tijde van zijn huwelijk bevond 1444 1 charter Sa NB 193 Henrick, burggraaf van Montfoirde, belooft zijne moeder vrouw Cunegonde, dat zij de haar verschuldigde douairie van 400 Rijnsche guldens 's jaars zal kunnen ontvangen uit zijne tienden, weshalve haar rentmeester bij den verkoop dier tienden tegenwoordig zal zijn, en belooft haar bovendien nog eene jaarrente van 200 Rijnsche guldens 1448 1 charter Sb NB 194 Overeenkomsten van Heinric, heer van Montfoirde, met zijne broeders Ghysbert, Zweder en Jan, betreffende de verdeeling van de erfenis huns vaders 1449-1457 6 charters U, Sa., Sb NB 2.3.1.14. Lodewijk van Montfoort, heer van Hazerswoude (vermeld 1402-1442) 195 Leenbrief van Johan, burggraaf van Montfoirde, waarbij Lodewijch van Montfoirde zijne huisvrouw Beatrijs, dochter van Willem van Herimes, heer tot Steenkerken, lijftocht aan eene jaarrente van 250 gouden Vrancrijcsche kronen uit zijne leengoederen 1429 1 charter Sa NB 2.3.1.15. Willem van Montfoort, heer van Latum (vermeld 1402-1442) 196 Johan, burggraaf van Montfoord, en zijn broeder Lodewijck van Montfoord, heer van Hasersoude, komen overeen, dat zij de tienden bij Oudewater in Snedelrewaerde, in Hekendorp en aan de zuid- en noordzijde van de Linscote, die hun broeder Willem van Montfoord nu bezit (overeenkomstig den hier ingelaschten leenbrief van Aelbrecht, hertog in Beyeren, graaf van Holland dd, 1402, waarbij Otte van Asperen, heer van Voorst en Keppel, deze tienden aan Willem van Montfoorde overdraagt), zoo zij die geheel of gedeeltelijk verkrijgen mochten, onderling in gelijke helften zullen verdeelen, behalve in geval Lodewijck overeenkomstig den bovenaangehaalden leenbrief deze tienden van zijn broeder mocht erven 1442 1 charter Sa NB 2.3.1.16. Burggraaf Hendrik IV (1448-1459) 197 Anthoine, heer van Croy en Renty, en Johan, burggraaf van Montfort, maken huwelijksvoorwaarden tusschen hunne kinderen Marguerite de Croy en Henry de Montford, daarin bijgestaan door Jehan de Croy, heer van Tours sur Marne, oom, Jehan, heer van Roubaix en Hezelle, grootvader, Hue van Lannoy, heer van Santes, Guillebert van Lannoy, heer van Willerval, beiden ooms der bruid, Jaques, heer van Gasbeque, Apcoide, Putte en Stryen, neef, en Loys van Montfort, oom van den bruidegom, 1432. Met een zeer geschonden transfix dd, 1447, waarbij Roedolph, bisschop tot Utrecht, deze huwelijksvoorwaarden goedkeurt. 1 charter Sa. In 1447 wilde burggraaf Johan II deze huwelijksvoorwaarden vernietigen en zijn zoon onterven; dit is waarschijnlijk de reden geweest, dat de bisschop op aandrang der bloedverwanten, die voor den zoon partij trokken, deze akte toen bevestigde. NB 197-a Anthoine, heer van Croy en Renty, en Johan, burggraaf van Montfort, maken huwelijksvoorwaarden tusschen hunne kinderen Marguerite de Croy en Henry de Montford, daarin bijgestaan door Jehan de Croy, heer van Tours sur Marne, oom, Jehan, heer van Roubaix en Hezelle, grootvader, Hue van Lannoy, heer van Santes, Guillebert van Lannoy, heer van Willerval, beiden ooms der bruid, Jaques, heer van Gasbeque, Apcoide, Putte en Stryen, neef, en Loys van Montfort, oom van den bruidegom, 1432. Met een zeer geschonden transfix dd, 1447, waarbij Roedolph, bisschop tot Utrecht, deze huwelijksvoorwaarden goedkeurt. z.j. Afschrift. 198 Henrick van Montfoirde, oudste zoon van Johan, heer van Montfoirde, en Melys van Mijnden beloven Willem, heer van Lallaing te zullen vergoeden alle schade, die hij mocht lijden, doordat hij zich met hen verbonden heeft, aan verschillende personen te Valencijn lijfrenten, te zamen groot 1040 ponden Tournois, uit te betalen, 1446. (Opgenomen in een vidimus van het gerecht der stad Montfoirde dd, 1451.) 1 charter Sa NB 199 Lodewijch van Montfoirde, heer van Hazerswoude, Willem van Montfoirde, heer tot Lathim, gebroeders, en Melys van Mynen, heer van Cronenbourch, beloven Henric, oudsten zoon tot Montfoirde, zijn zoon Anthonis en de verdere kinderen, die hij krijgen mocht bij zijne vrouw Margriet van Croy, te zullen handhaven in hun erfrecht op het huig en de heerlijkheid van Montfoirde, die de heer van Montfoirde, zijn vader, hun tracht te ontnemen, en beloven geen verdrag met den bisschop van Utrecht of de stad Utrecht te zullen aangaan zonder goedvinden van Henric voornoemd 1447 1 charter Sa NB 200 Willam, broeder tot Montfoirde, heer tot Latum, belooft Heynric, oudsten zoon tot Montfoirde, schadeloos te zullen stellen wegens het nadeel, dat voor hem mocht voortspruiten uit de belofte, die hij met Melis van Mynen, heer tot Cronenborch, en Alfer van der Horst gedaan heeft aan Lodewieh van Montfoirde, heer tot Haserswoude, betreffende het verdrag, door dezen met hem (Willam) aangegaan over het kastelein- en baljuwschap van Muden en Goyland 1447 1 charter Sa NB 201 Philips van Bourgondiën, graaf van Hollant, beveelt baljuw, schout, burgemeesteren, schepenen en raad van Woerden, den bastaard van Lyon van Gendt in het ongestoord bezit der kosterij van Woirden te laten 1448 1 charter U NB 202 Ghijsbrecht van Brederode, elect van Utrecht, erkent schuldig te zijn aan zijn neef Heinric, heer van Montfoirt, eene som van 1500 Overlentsche Rijnsche guldens en belooft die som met Pinksteren 1456 terug te betalen 1455 1 charter Sb. <br/>In dorso staat aangeteekend, dat 23 juni 1478 hierop 500 gulden van 20 stuivers betaald zijn NB 203 Heinric, burggraaf van Montfoirde, benoemt voor den tijd, dat hij kastelein en rentmeester van het land van Woerden zijn zal, Dirck van der Does Costijnszoon, zijn zwager, tot schout van Bodegraven, op voorwaarde dat hij Heinric, bastaardbroeder van den burggraaf, en Ymme Heinric Harmanszoonsdochter het geld betalen zal, dat zij op dat ambt hebben staan 1455 1 charter U NB 204 Sententie van het Hof van Holland in de zaak van Willem van Montfoirde tegen Heinric, heer van Montfoirde, betreffende beleediging van Willem door Heinric en het wegnemen eener kist met brieven, kleinoodiën en geld door den laatste, waarbij het Hof beslist, dat de zaak niet crimineel is en de heer van Montfoirde zich dus door procureurs kan doen vertegenwoordigen, en voorts, zich met het sustenu dier procureurs vereenigende, beslist, dat deze zaak niet tot de competentie van het Hof, maar tot die van den Stichtschen rechter behoort 1457 1 charter Sa NB 205 Ghijsbrecht broeder tot Montfoirde, belooft nimmer iets tegen zijn broeder Henrick, burggraaf van Montfoirde, te zullen ondernemen op verbeurte der jaarlijksche rente van 100 Beijersche guldens, die deze hem uit zijne landen van Purmerende, Sperendam enz. heeft toegekend 1457 1 charter Sa NB 206 Gijsbrecht van Brederode, Domproost te Utrecht, Reynolt, heer van Brederode, en Heinric, burggraaf van Montfoerde, doen uitspraak in het geschil van Aelbert Prueys en Alijt Prueys, weduwe van Jan Coninc, zijne zuster, met Bertelmeeus van Nyevelt c.u. en Jan van Maersen c.u. over de erfenis van Roetert Prueys, broeder van Aelbert en Alijt 1458 1 charter Sa NB 207 Henric, burggraaf van Montfoirde, erkent schuldig te zijn aan zijn kastelein Willem van Brakell 291 keurvorster Rijnsche guldens en 5 pond Hollandsch min 6 stuivers wegens verdiend salaris, en belooft die zoo spoedig mogelijk te betalen 1458. (Afschrift.) 1 stuk B NB 208 Beslissing van het Hof van Hollant, waarbij het weigert kennis te nemen van de akte van appèl, door Willem van Brakel ingeleverd namens Heinric, heer tot Montfoirde, in het ten verzoeke van den procureur van den graaf tegen dezen gewezene interlocutoire vonnis, en partijen naar den landsheer en zijn Grooten raad verwijst 1458 1 charter Sa NB 209 Henric, burggraaf van Montfoirde, erkent van zijn kastelein Willem van Brakell ter leen ontvangen te hebben vroeger 291 Rijnsche guldens en 5 pond Hollandsch en 600 postulaatguldeus, en nu weder 98 Rijnsche guldens, en belooft hem, dat hij die terugontvangen zal uit de renten en de goederen van den burggraaf te Purmereynde, Sperendamme en Nyenveen 1458. (Geteekend afschrift.) 1 stuk B NB 210 Henry, burggraaf van Montfort, erkent van zijn schoonvader, den graaf van Porcien heer van Croy, 2000 klinkaerts, als deel van den bruidschat zijner echtgenoote Margueriete de Croy, ontvangen te hebben 1458 1 charter Sb NB 2.3.1.17. Margriete van Croy, echtgenote van burggraaf Hendrik IV (vermeld 1446-1458) 211 Stukken betreffende het proces, in verschillende instantiën gevoerd door Henric, burggraaf van Montford, als echtgenoot van Margriete van Croy, en zijne rechtverkrijgenden tegen Pieter, heer van Robaeys, en tegen Yolanta van Luxemburg, weduwe van Nicolaas van Warchin, over de verdeeling der nalatenschap van Jan, heer van Robaeys, grootvader van Margriete 1453-1529 7 charters Sa., Sb NB 212 Brief van den officiaal van Utrecht, waarbij Margriete, dochter van den graaf van Porchy heer van Croy weduwe van Henric, burggraaf van Montfoirt, haren vader quitteert wegens de 6000 Bourgoensche schilden of klinkerts, haar bij hare huwelijksvoorwaarden door haren vader toegelegd, en van zijne nalatenschap voor zich en hare erfgenamen afstand doet 1459 1 charter Sa NB 2.3.1.18. Zweder van Montfoort, heer van Dorenweerd (vermeld 1452-1495) 213 Uitspraak van het Hof van Hollant, waarbij Volkyer van Beest vrijgesproken wordt van de beschuldiging, door Ghijsbrecht van Montfoirde en Zweeder van Montfoirde tegen hem ingebracht, als zoude hij hun vader Jan, heer van Montfoirde, met vergif hebben omgebracht, van welke uitspraak de procureur van Zweeder van Montfoirde appèl aanteekent 1468 1 charter Sa NB 2.3.1.19. Willem van Montfoort, proost van Oudmunster (vermeld 1456-1509) 214 Jan van Montfoirde, heer van Haserswou, komt overeen met zijn broeder Willam van Montfoirde, kanunnik van Oudmunster, dat laatstgenoemde uit de nalatenschap hunner ouders eene jaarrente hebben zal van 200 Beiersche guldens uit de hofstede en het land van Montfoirde 1456 1 charter Sb NB 215 Gerechtsbrief van Utrecht, waarbij Willam van Montfoirde, proost van Oudmunster te Utrecht, zijne executeurs tot zijne erfgenamen benoemt onder bepaling, dat zij zoodanig met zijne erfenis zullen handelen, als zijn onderhandsch testament inhoudt, en dat onroerende goederen, die dientengevolge in eigendom overgaan aan geestelijke personen, binnen het jaar weder aan wereldlijke personen moeten worden overgedragen 1480 1 charter Sa NB 2.3.1.20. Burggraaf Johan III (1459-1521) 216 Stukken betreffende de aanstelling van Reynold, heer van Brederode, Margarita van Croy, burggravin van Montfoort, Ghijsbert en Sweder van Montfoert en Willem van Brakel tot beheerende voogden van de goederen, door burggraaf Henric van Montfoert aan zijne kinderen nagelaten 1459 5 charters Sa, Sb NB 217 Ghijsbert broeder tot Montfoirde belooft aan Roeloff van Bacvorden, gemachtigde van den bisschop van Utrecht, niets te zullen ondernemen tegen Claes den cureit, Willam van Brakel, kastelein te Montfoirde, en andere personen, die betrokken zijn geweest in zijn geschil met wijlen zijn broeder Heynric, burggraaf tot Montfoirde, noch tegen de tegenwoordige bezetting van het slot en de stad Montfoirde, op verbeurte van zijn momberschap 1459 1 charter Sa NB 218 Philips van Borgoingen, graaf van Hollant, gelast de gevangenneming van Ghijsbrecht en Zweder van Montfoorde, gebroeders, wegens de misdrijven, door hen tegen hun stam- en leenheer gepleegd 1460 1 charter Sa NB 219 Leenbrief van Phillips van Bourgoengiën, graaf van Hollant, waarbij Jan, heer van Montfoirde, bepaalt, dat zijne goederen, totdat hij vijftien jaren oud zal zijn, door Johan, graaf tot Nassou, heer van Breeda, en Willem van Brakel bestuurd zullen worden 1460 1 charter Sa NB 220 David van Bourgoengiën, bisschop te Utrecht, benoemt ten verzoeke van den twaalfjarigen Johan, burggraaf van Montfoirde, van diens moeder Mergriete van Croy en van diens bloedverwant den graaf van Nassouwen, heer tot Breda, den laatstgenoemde tot voogd over den burggraaf 1460 1 charter Sa NB 221 Phelippe van Bourgoinge, graaf van Hollande, gelast den rentmeester-generaal van Hollande, aan Guillaume de Brackle, ook gedurende den tijd dat hij belast is met de administratie der goederen van de kinderen van wijlen Henry heer van Montfort, tot Paschen e.k. zijn traktement als raad in het Hof van Hollande uit te keeren 1460 1 charter Sa NB 222 Sweder van Montforde belooft aan handen van Ghijsbrecht van Brederode, Domproost te Utrecht, en meester Jan Miles (Ridder), vicaris van den bisschop, zich niet meer te zullen inlaten met het besturen der hofstede en het land van Montforde en in de eerste acht jaren niet binnen drie mijlen van Montforde te zullen komen, tenzij met vergunning van den bisschop, den graaf te Nassouw en den stadhouder van Hollant 1461 1 charter Sa NB 223 Leenbrief van David van Bourgoengiën, bisschop te Utrecht, waarbij Johan, burggraaf tot Montfoirde, na met zijne goederen beleend te zijn, Johan, graaf van Nassouwen, heer tot Breda, voor den tijd van vier jaren machtigt tot het besturen zijner in het Sticht gelegen goederen 1461 1 charter Sa NB 224 Notariële akte, waarbij Johannes, heer van Montford. bevestigd den hier ingelaschten brief dd, 1465, waarbij Johan, graaf te Nassouw, namens zijn minderjarigen neef Johan, heer tot Montfoirde, Willem van Brakel, kastelein en rentmeester van Montfoirde, vestigd op de goederen van Montforde tot zekerheid van eene som van 415 Rijnsche guldens 11 ½ stuiver, die deze na het doen zijner laatste rekening te vorderen heeft 1465 1 charter B NB 224-a Uitspraak van Johan, burggraaf van Montfoort, in een geschil tussen heer Wlllem van Montfoort, proost van Oudmunster te utrecht, en heer Johan van Montfoort, heer van Hazerswoude, over een aan de eerste opgekomen erfenis 1478 1 charter Geschonken door Rev. P.B.G. Binnall, Wragby, Lincoln, Engeland. NB 225 Johan, burggraaf van Montfort, Willem van Montfoirt, proost van Oudmunster, Johan van Drakenborgh, kanunnik ten Dom, Johan van Reness Johanss., Ernst van Drakenborgh, Johan die Conynck en Johan van Lantskroen (de beide laatsten als vertegenwoordigers der stad Utrecht) doen als arbiters uitspraak in het geschil van Yolante van Lalaingh, douairière van Reynolt, heer tot Bredrode, met Reyner tot Brouckhuysen, bastaard van Bredrode, en burgemeesters, schepenen, raden en ingezetenen van Vyanen en Aemeyden over de voogdij en het bestuur der goederen van jonkheer Walraven, heer van Bredrode 1478 1 charter Sb NB 226 Herman Moermont, priester en vicaris tot Montfoert, Herman Claesz., rentmeester, en Bernt van Dunen, als scheidslieden, aangewezen door Johan, burggraaf van Montfoort, Claes Hugenz., prior te Yszelsteyn, broeder Philipps, bursarius aldaar, en Aernt die Haess, kanunnik te Utrecht, als scheidslieden, aangewezen door Johan, broeder tot Montfoort en kanunnik te Oudmunster te Utrecht, doen uitspraak in het geschil tusschen den burggraaf en zijn oom den kanunnik, dat hangende was voor den conservator der universiteit van Loeven 1479 1 charter (zeer geschonden) Sa NB 227 Stukken betreffende het afhooren der rekening van Willem van Brakele, administrateur der goederen van Johan, burggraaf van Montfort, door de rekenkamer van Hollant 1483-1486 3 charters B, Sa NB 228 Uitspraak van den Grooten raad, waarbij Jan, burggraaf van Montfoert, veroordeeld wordt, aan de poorters van Dordrecht terug te geven eene som van 92 pond grooten Vlaamsch en eene som van 11 pond 17 schellingen en 6 penningen, door hen aan Aernt Vent en aan Adrian van Ghendt betaald wegens de kosten hunner gevangenschap, en waarbij de Groote raad tevens nietig verklaart de obligatie, door hen gegeven voor de betaling van de rest dier kosten, waartoe zij door het gerecht van Ghent veroordeeld waren. (Extract uit het vonnis van den Grooten raad.) 1486. Met aangehechten brief dd, 1486, waarbij gelast wordt dit vonnis ter executie te leggen. (Afschrift.) Met transfix dd, 1487, houdende relaas van den deurwaarder, waaruit blijkt, dat deze beslag heeft gelegd op 24 zilveren schalen onder Heynric van Naeltwijc te 's Gravenhage; waarachter door denzelfden deurwaarder nog is aangeteekend, dat de heer van Naeltwijck deze schalen gelost heeft 1 stuk op perkament Sa NB 229 Uitspraak van commissarissen van den Grooten raad, houdende begrooting der kosten van het proces, door de gedeputeerden van de zes steden van Holland tegen Jan, burggraaf van Montfort, gevoerd, op 127 Rijnsche guldens 14 stuivers, 1487. Met quittantie in dorso van Pieter Heinricz., gedeputeerde der stad Dordrecht, dd, 1488, wegens de ontvangst dier som van den priester en den kapellaan van den burggraaf. Met aangehechten brief dd, 1487, waarbij gelast wordt deze uitspraak ter executie te leggen 1 stuk op perkament Sa NB 230 Twee sententiën van het Hof van Hollant in het geschil tusschen den procureur-generaal, eischer, en Henrick van Naeldwijck, gedaagde, waarbij de laatste veroordeeld wordt de gelden, die hij den heer van Montfoirde schuldig is wegens den bruidschat zijner dochter, over te geven aan den rentmeester van Noerthollant 1489, 1490 2 charters B, Sa NB 231 Uitspraak van het Hof van Hollant en de meesters van de rekeningen aldaar in het geschil tusschen den burggraaf van Montfoirt en den procureur-generaal van Hollant, waarbij het beslag, op eenige goederen van den eerstgenoemde gelegd, wordt opgeheven, mits hij zich verbindt de waarde te zullen terugbetalen van de artillerie en andere goederen, die door of van wege hem, ten tijde dat hij het slot te Woerden bezet hield, vervreemd waren, en daartoe zijne in Hollant gelegene goederen verbindt 1492. Met aangehechten brief dd, 1492, houdende last om deze beslissing ter executie te leggen 1 stuk op perkament Sa NB 232 Broeder Anthonius en andere leden van het generaal kapittel van de orde der Karthuizers geven aan Johannes van Montfoerda, zijne vrouw en hunne kinderen aandeel in de goede werken der orde 1493 1 charter Sa NB 233 Notarieële akte, inhoudende wederkeerig testament van Joannes, heer van Montfoerd, en Wilhelma de Naeldwijc, zijne huisvrouw 1496 1 charter Sa NB 234 Leenbrief van den graaf van Hollant, waarbij Willeme van Naildwijck, vrouwe van Montfort, de goederen, die zij van de grafelijkheid van Hollant en de heerlijkheid Putte te leen houdt en waarmede zij dezen zelfden dag beleend is, bestemt tot eene douairie voor haren man Johan, heer van Montfoert 1498 1 charter Sb NB 235 Mandament van Phelippe, aartshertog van Austrice, waarbij Jan Heinricx zoen, heer van Montfort, gemachtigd wordt het proces, in appèl van de beslissing van het Hof van Hollande hangende voor den Grooten raad tusschen hem en Guillaume van Naeldewijck, in der minne bij te leggen 1501 1 charter Sa NB 236 Phelippe koning van Castille, graaf van Hollande, geeft aan den heer van Montfort commissie als zijn raad en kamerheer 1505 1 charter Sa NB 237 Phelippe, koning van Castille, ontslaat Jehan, heer van Montfort op zijn verzoek als kastelein van de stad Thiel in Geldres, en benoemt in zijne plaats Robert van der Marche 1506 1 charter Sa NB 238 Johan, heer tot Montfoirde, bijgestaan door zijne bloedverwanten Willem van Montfoirt, proost van Oudmunster, Steven van Zuylen van Nyevelt, landkommandeur van de Utrechtsche balye van de Duitsche orde, en Johan van Suylen van Nyevelt, maakt huwelijksvoorwaarden met Karola, oudste dochter tot Brederode, vertegenwoordigd door haar vader Walraven, heer van Brederode en Vyanen, bijgestaan door Kaerle, hertog van Gelre en Gulich, Philibaert Naturell, Dom-proost, en Walraven zuster tot Brederode, vrouwe van Rode 1509 1 charter Sb NB 238-a Brief van Katherina van der Dussen, abdis van Loesduinen, aan den heer van Montfoort 1512 1 stuk Aangekocht. NB 238-b Brief van Gheryt Gherytzn. aan de heer van Montfoort 1513 1 stuk 239 Johan van Ghoer tot Heell erkent van Johan, heer tot Montfoert, eene zekere som ontvangen te hebben, en scheldt hem daarvoor kwijt de verplichting tot uitbetaling eener jaarlijksche rente van 50 Rijnsguldens uit de hofstad van Montfoert, die aan Johanna van Montfoert, thans huisvrouw van Johan van Ghoer, ter gelegenheid van haar eerste huwelijk met Johan van Nyenroede bij den dood harer moeder waren toegezegd 1515 1 charter U NB 240 Vidimus door de stad Bergen op Zoom van een notariële akte van 1521, inhoudende het testament van Johannes, heer van Mondtfoirt, ten gunste zijner kinderen Joest, Henrick en Francisca 1556 1 charter Sa NB 241 Mandament van keizer Kaerle, waarbij gelast wordt de gerechtelijke kosten van een vonnis, gewezen door den Grooten raad te Mechelen ten gunste van Frans Ghijsbertsz. en ten nadeele van wijlen den heer van Montfort, getaxeerd op 19 pond 19 stuivers 9 penningen, op de erfgenamen van den heer van Montfort te verhalen 1522 1 charter Sa NB 242 Adolf van Bourgoingnen, heer van Beveren, geeft, als bloedverwant van de kinderen van wijlen heer Jan van Montfort, zijne toestemming, dat diens weduwe Charlote van Brederode de nagelatene goederen van heer Jan mag bezwaren met jaarrenten van te zamen ten hoogste 300 goudguldens 1522 1 charter Sb NB 243 Philips van Bourgoingnen, bisschop van Utrecht, benoemt Bernt uuten Eng, om in den familieraad, die gehoord moet worden over het bezwaren van de goederen, nagelaten door Johan, heer van Montfoird, waartoe zijne weduwe Charlote van Brederode wenscht over te gaan, de ontbrekende bloedverwanten van vaderszijde van den overledene te vertegenwoordigen 1522 1 charter Sb NB 2.3.1.21. Willeme van Naaldwijk, echtgenote van burggraaf Johan III (vermeld 1477-1504) 244 Lucas, bisschop van Sibenicum, pauselijk legatus a latere en eenig uitgever der aflaatbrieven van het jubeljaar, verleent aan Wilhelma, vrouwe van Montvordia, die verhinderd is de door hem afgekondigde plaatsen te bezoeken, en aan hare bedienden op zekere voorwaarde den aflaat, die bij het jubeljaar is afgekondigd 1477 1 charter Sa NB 245 Uitspraak van het Hof van Hollant in een geschil tusschen Meynaert Aelbrechtssoon, eischer, en de vrouwe van Montfoirt, verweerster, over de betaling van eene jaarlijksche rente van 100 Rijnsche guldens uit de goederen der verweerster, gelegen in Wateringhe 1497 1 stuk op perkament B NB 2.3.1.22. Charlotte van Brederode, echtgenote van burggraaf Johan III (vermeld 1509-1529) 246 Het generaal kapittel van Windesem van de orde der Regulieren geeft aan Reynerus en Wolfardus de Breroede en hunne zusters Carola en Francisca aandeel in de goede werken der orde 1509 1 charter B NB 247 Charlote van Brederode, weduwe van Jehan, heer van Montfort, erkent ontvangen te hebben van den rentmeester-generaal der financiën Jehan Micault eene som van 1103 pond 4 stuivers wegens 2½ jaar van het jaargeld, haren man toegelegd wegens de door hem bewezen en te bewijzen diensten 1522 1 charter Sa NB 248 Gerechtsbrief van Montfoert, waarbij Joest van Montfoert belooft niets tegen zijne moeder te zullen ondernemen, haar, als zij het huis te Montfoert verlaat, 7000 gulden te zullen betalen wegens de zeven jaren, die zij na den dood zijns vaders bij hem gewoond heeft, en haar te zullen vrijen van alle borgtochten, die zij voor hem heeft aangegaan 1528 1 charter Sa NB 248-a Vidimus door het gerecht van de stad Vianen van de erechtsbrief van Montfoert van 1528, waarbij Joest van Montfoert belooft niets tegen zijne moeder te zullen ondernemen, haar, als zij het huis te Montfoert verlaat, 7000 gulden te zullen betalen wegens de zeven jaren, die zij na den dood zijns vaders bij hem gewoond heeft, en haar te zullen vrijen van alle borgtochten, die zij voor hem heeft aangegaan 1532 1 charter Sa NB 249 Gerechtsbrief van Montfoert, waarbij Joest van Montfoert onder eede belooft aan zijne moeder, zoolang zij het bestuur van het huis en de stad Montfoert heeft, ingaande met Bartholomei e.k., behalve onderhoud naar haren staat, jaarlijks 1000 gulden te zullen betalen 1528 1 charter Sa NB 250 Anthonis van Lalaing, graaf van Hoochstrate, stadhouder van Hollande, en Charlotte van Brederode, vrouw douairière van Montfort, gaan eene overeenkomst aan, waarbij de tweede als voogdes over haren zoon Josse en hare andere kinderen, daartoe gemachtigd door het testament van haren overleden man, den eerstgenoemde tot haren medevoogd over hare kinderen aanneemt, die van zijne zijde belooft, haar in alle geschillen te zullen bijstaan en met name te zullen zorgen, dat de beloften, haar in 1527 door haren voornoemden zoon gedaan, zullen worden ten uitvoer gelegd, alles onder voorbehoud van de verplichtingen, door den heer van Hoochstrate tegenover den Keizer op zich genomen, en onder belofte van vrouw Charlotte, dat zij zich niet tegen den Keizer verzetten zal 1528 1 charter Sa NB 250-a Vidimus door het gerecht van de stad Vianen van de akte van 1528, waarbij Anthonis van Lalaing, graaf van Hoochstrate, stadhouder van Hollande, en Charlotte van Brederode, vrouw douairière van Montfort, eene overeenkomst aangaan, waarbij de tweede als voogdes over haren zoon Josse en hare andere kinderen, daartoe gemachtigd door het testament van haren overleden man, den eerstgenoemde tot haren medevoogd over hare kinderen aanneemt, die van zijne zijde belooft, haar in alle geschillen te zullen bijstaan en met name te zullen zorgen, dat de beloften, haar in 1527 door haren voornoemden zoon gedaan, zullen worden ten uitvoer gelegd, alles onder voorbehoud van de verplichtingen, door den heer van Hoochstrate tegenover den Keizer op zich genomen, en onder belofte van vrouw Charlotte, dat zij zich niet tegen den Keizer verzetten zal 1 charter Sa NB 251 Notariële akte, waarbij Charlote van Brederoede, weduwe van Johan van Montfoirt, verklaart, de voogdij en het bestuur van het huis van Montfoirt niet als bij het testament van haren man aangestelde voogdes, maar als wettige voogdes en boedelhardster naar de gewoonte 's lands van Utrecht gevoerd te hebben 1529 1 charter Sa NB 252 Notariële akte, waarbij Carlota van Breroede, weduwe van Johannes van Montfoirt, tot executeurs van haar testament benoemt Carolus, hertog van Gelria en julia, Reynerus van Brederoede, haren broeder, en dr. Wynaldus van Arnhem, raad van den hertog van Gelria 1529 1 charter Sa NB 2.3.1.23. Lodewijk van Montfoort, heer van der Vere (vermeld 1495-1503) 253 Jacop Aernts, geheeten Coppen Kemerlinck, erkent door Lodewich, broeder tot Montfort, voldaan te zijn wegens de diensten, door hem aan heer Lodewichs moeder bewezen 1500 1 stuk Sa NB 253-a Akte van de Grote Raad van Mechelen op naam van Filips de Schone, houdende bekrachtiging van een overeenkomst over de nalatenschap van Filips van Bourgondië, heer van Beveren, tussen de executeurs van diens testament en Lodewijk van Montfoort en diens echtgenote Anna van Borselen, vrouwe van Vere 1502 1 charter 2.3.1.24. Machteld van Montfoort (vermeld 1495-1503) 254 Robbrecht van der Marcke van Arenborch, vertegenwoordigd door zijn vader Everaert van der Marcke, heer tot Arenborch, bijgestaan door Johan Heym, Joerge basterd van Boucholt en Kerstiaen van Monreael, maakt huwelijksvoorwaarden met Mechteld, oudste dochter van Johan, heer van Montfoirde, vertegenwoordigd door haren vader, bijgestaan door Heinrick, heer van Naildwijck, Willem van Montfoirde, proost tot Oudmunster te Utrecht, Zweder van Montfoirde, heer ten Dorenweerdt, en Lodewijck, broeder tot Montfoirde 1495 1 charter Sa NB 255 Robbrecht van der Marck en van Arenborch belooft zijn schoonvader Johan, heer tot Montfoird, te zullen schadeloos stellen voor alle nadeel, dat hy ondervinden mocht, ter zake dat hij zich ten behoeve van zijn schoonzoon Robbrecht voornoemd tegenover Engelbrecht, graaf tot Nassouw, bij den hier ingelaschten brief dd, 1500 heeft borg gesteld voor eene som van 4000 Rijnsche guldens 1500 1 charter Sa NB 256 Ropricht van der Marck en Arenbercht belooft overeenkomstig de huwelijksvoorwaarden, gemaakt tusschen hem en Machtild, dochter van Jan heer tot Montfort, zijne vrouw te zullen vestigen met eene jaarlijksche rente van 800 guldens als douairie in zijne goederen, zoodra de erfenis van zijn vader Everart van der Marck en zijne moeder Margriete van Bouchout tusschen hem en zijn broeder Everart van der Marck zal verdeeld zijn 1501 1 charter Sa NB 2.3.1.25. Barbara van Montfoort (vermeld 1504) 257 Arnoul van Homes, heer van Gasbeque, machtigt mr. Jehan Joly en mr. Perre Midy, om uit zijn naam voor den Grooten raad van den aartshertog te verzoeken akte van willige condemnatie in de huwelijksvoorwaarden, aangegaan tusschen zijn zoon Maximilian van Homes en Barbe van Montfort, dochter van den heer van Montfort. Met de akte van willige condemnatie en een authentiek afschrift der laatste 1504 3 charters Sa NB 2.3.1.26. Burggraaf Joost (1521-1538) 258 Notariële akte, waarbij mr. Ariaen Amerot uit Soissons (Suessionensis) zich verbindt, om jonker Joest en de andere kinderen van wijlen Jan, heer tot Montfort, en Charloete van Brederoede te onderwijzen in het Latijn, het Grieksch en in het Keizerlijke en Walsche recht, en vrouw Charloete en hare kinderen bij te staan in hunne procesgen, sollicitatiën en rechtsvorderingen, tegen genot van kost en kleederen en van een jaarlijksch salaris van 25 pond voor zijn leven, onder bepaling, dat de opbrengst van een eventueel aan hem op te dragen beneficie in mindering van zijn tractement komen zal 1523 1 charter Sa NB 259 Notariële akte, waarbij Joost, heer van Montfoert, gereed om aan den veldtocht tegen de Turken deel te nemen, zijn testament maakt, zijn jonggeboren zoon Jan, behoudens eenige legaten, tot zijn universeelen erfgenaam en zijne vrouw Anna van Lalaing tot voogdes benoemt, met bevoegdheid om haar oom den graaf van Hoichstraten tot medevoogd aan te nemen 1532 1 charter (gecancelleerd) Sa NB 260 Joest, heer van Montfoerde, belooft aan Dirck Aernts Obijn, Jan Gijsberts van den Polle, Jan Mertens van den Polle en Dirck Zas, dat hij de jaarrente van 150 Carolus-guldens, door hem verkocht aan Claes van Huessen, burger van Hairlem, waarvoor zij borg gebleven zijn, binnen zes jaar lossen zal 1538 1 charter (gecancelleerd) Sb NB 261 Brief van het Hof van Utrecht, waarbij Henrick van Montfoort, heer tot Abbenbrouck, erkent van zijn broeder Joost, heer van Montfoert, 150 gulden 's jaars, die deze hem krachtens broederscheiding schuldig was, ontvangen te hebben 1538 1 charter Sa NB 2.3.1.27. Hendrik van Montfoort, heer van Abbenbroek (vermeld 1521-1555) 262 Kaerle, Roomsch keizer, geeft aan Heyndrick, jongsten zoon van wijlen Jan heer te Montfort, octrooi, om over zijne goederen bij testament te beschikken 1532 1 charter Sa NB 263 Stuk uit eene procedure over de verbeurdverklaring van een schip, behoorende aan Berndt Kels, door den heer van Abbenbrouck als „stadtholder van Wijck" 1542 1 omslag (Geschenk van de gemeente Utrecht.) NB 264 Stukken betreffende een proces, hangende in appèl voor het Hof van Utrecht tusschen het convent der Carthuysers bij Utrecht en de heeren van Brederode en Abbenbroeck 1550, 1551 2 charters Sa NB 265 Johan, heer van Montfoort, en zijn oom Heynrick van Montfoirt, heer van Abbenbrouck, gaan eene overeenkomst aan, waarbij het verdrag van verdeeling der nalatenschap hunner grootouders en ouders, gesloten tusschen Joest, heer van Montfoort en zijnen broeder Heynrick, waarbij den laatste de heerlijkheid Abbenbrouck, de halve heerlijkheid Velgersdijck, eene rente van f 200 uit het huis van der Veer en eene van f 150 uit het huis van Montfoort (de beide laatsten als leenen van het huis van Montfoort), alles onder verplichting van retour, wordt toegekend, welk verdrag in strijd was met den laatsten wil van hunne moeder Charlotte van Brederode, weduwe van Johan heer van Montfoort, in dier voege gewijzigd wordt, dat het leenheerschap over de beide renten opgeheven en het recht van retour beperkt wordt tot hetgeen bij Heynricks dood mocht overblijven 1554. (Ongezegeld en ongeteekend.) 1 stuk op perkament Sa NB 266 Hieronimus van Bologna, aartsbisschop van Cousa, legatus de latere van den paus bij den Keizer, vergunt den deken van de kerk van St. Pieter te Utrecht en zijn officiaal, om Johannes, burggraaf van Montfoirt, te ontslaan van den eed, dien hij wijlen zijn oom en voormaligen voogd Henric van Montfoirt, heer van Abbenbroeck en Velgersdijck, gezworen had, waarbij werd afgeweken van de bepaling van het verdrag, in 1553 tusschen Judocus, heer van Montfoirt (vader van bovengenoemden Johannes), zijn broeder, den meergemelden Henric en hunne zuster Francisca aangegaan, dat de heerlijkheden Abbenbroeck en Velgersdjjck en de inkomsten van het huis en de goederen te Veere na den dood van Henric, zoo hij zonder wettige kinderen na te laten overleed, weder aan Judocus en zijne nakomelingen zouden vervallen, 1555. Met een aangehechten brief dd, 1555, waarbij Jacobus uuyten Enghe, deken van St. Pieter en vicaris van den bisschop van Utrecht, Johannes, burggraaf van Montfoort, van den bovengeme lden eed ontslaat 1 charter Sb NB 267 Het kapittel van de exempte kapel van O. L. Vrouw te 's Gravenhaghe belooft voor de ziel van Heynrick van Montfoert, heer van Abbenbrouck, en voor die van zijne huisvrouw Anna van Bergen, wegreng het schenken van zeker positief met regalen, staande op het, in de week van het overlijden van heer Heynrick eene eeuwige memorie te vieren, op dezelfde wijze, als zulks geschiedt voor de ziel van den graaf van Hollandt, stichter der kapel 1555 1 charter U NB 268 Anna dochter tot Bergen, douairière van Arenberge en Abbenbrouck, en Johan, burggraaf van Montfort, komen overeen in zake hun geschil over de nagelaten goederen van den heer van Abbenbrouck, echtgenoot der eerste en oom van den tweede, dat vrouw Anna in vruchtgebruik zal behouden de renten, pachten, tienden, visscherijen en andere inkomsten van de heerlijkheden Abbenbrouck en Velgersdijck en de rente van 200 gulden 's jaars op het huis van der Veere, terwijl de burggraaf van Montfort de jurisdictie en de kerkvoogdij dier heerlijkheden met hunne emolumenten bekomen zal, en dat de burggraaf afstand zal doen van alle vorderingen, die hij tegen vrouw Anna mocht kunnen inbrengen ter zake van de voogdij, door wijlen den heer van Abbenbrouck over hem gevoerd, en eveneens van zijn recht op 800 gulden, door den heer van Abbenbrouck gelicht uit de opbrengst der goederen over 1549, waartegen vrouw Anna een jaar mondkost voor den burggraaf van Mont-foort en zijn gezin in rekening heeft geb racht 1555 1 charter Sb NB 2.3.1.28. Burggraaf Johan IV (1539-1583) 269 Anne van Lalaing, weduwe van Joest heer van Montfoerd, en de voogden der kinderen van Montfoerd, n.l. Reynolt, heer tot Brederoede en Vianen, en Henrick van Montfoord, heer tot Abben-brouck, komen overeen, dat eerstgenoemde geen gebruik maken zal van de bevoegdheid, haar door de voornoemde voogden en Anthonis van Lalaing, graaf van Hoichstraten, verleend, om de administratie der goederen van Montfoerd te blijven voeren, maar dat zij afstand doet van de nalatenschap van haren man en voor zich alleen behoudt hare douairie en lijfgoederen, terwijl zij bovendien van de meergemelde voogden voor het bewaren van het huis van Montfoert jaarlijks 400 Karolus-guldens ontvangen zal, zoolang zij op het huis blijft wonen 1539 1 charter B NB 269-a Anne van Lalaing, weduwe van Joest heer van Montfoerd, en de voogden der kinderen van Montfoerd, n.l. Reynolt, heer tot Brederoede en Vianen, en Henrick van Montfoord, heer tot Abben-brouck, komen overeen, dat eerstgenoemde geen gebruik maken zal van de bevoegdheid, haar door de voornoemde voogden en Anthonis van Lalaing, graaf van Hoichstraten, verleend, om de administratie der goederen van Montfoerd te blijven voeren, maar dat zij afstand doet van de nalatenschap van haren man en voor zich alleen behoudt hare douairie en lijfgoederen, terwijl zij bovendien van de meergemelde voogden voor het bewaren van het huis van Montfoert jaarlijks 400 Karolus-guldens ontvangen zal, zoolang zij op het huis blijft wonen 1 stuk op perkament Sa. Niet ondertekend. NB 270 Reynault, heer tot Brederoede en Vianen, en Heynrick van Montfoert, heer tot Abbenbrouck, als voogden van Johan, heer van Montfoert, machtigen Lodewijck van Montfoert Willemss., drossaard tot Montfoert, om van den stadhouder van Utrecht de aan den Keizer als erfheer van Utrecht leenroerige goederen van den heer van Montfoert namens dezen te verheffen en daarvoor hulde te doen 1545 1 charter Sa NB 271 Declaratoir van het Hof van Utrecht, waarbij de procureurs van mr. Dierick Zas, als rentmeester van den jonker van Montfort, eischer, en van Elizabeth van Rodenborg, weduwe van Gerrit Knijf, gedaagde, gelast worden binnen veertien dagen hunne schriftelijke memoriën in te leveren en hunne conclusiën voor te dragen 1551 1 stuk op perkament Sa.Het proces liep over gelden, die door wijlen heer Jan van Montfort van wijlen Jan van Rodenborg waren opgenomen NB 272 Kaerle, Roomsch keizer, geeft aan Jan van Montfort, burggraaf aldaar, octrooi om over zijne goederen, gelegen in Hollant, Uuytrecht en Ghelre, bij testament te beschikken 1553 1 charter Sa NB 273 Stukken betreffende het geschil tusschen Katrina en Dirck Moer van Walt en den jonker van Montfordt over eene som van f 4000, geconsigneerd ten behoeve van de erven van Dobbelsteyn 1553 2 charters Sa NB 273-a Acte, waarbij Gijsbert van Zulen, zijdenlakenkoper te Utrecht, verklaart een hem door Johan burg-graaf van Montfoort overgedragen rentebrief, groot 60 carolusgulden 's jaars, losbaar met 1200 caro-lusguldens, te zullen teruggeven, mits tegen betaling ener hoofdsom van 1010 guldens 1557 1 charter 274 Johan, burggraaf tot Montfoort, en Maria, gravin van Manderscheyt, zijne huisvrouw, beloven Dirck Ghijsbertz. En Margriete van Dunen, zijne huisvrouw (vroeger huisvrouw van Goort Wasman), schadeloos te zullen stellen wegens den borgtocht, door voorgenoemden Wasman te hunnen behoeve voor eene som van 400 Carolus-guldens tegenover Cornelis Scinckell aangegaan, en bevestigen daartoe de overdracht van de helft van 20 morgen land op de Enghe en de helft van eene hoeve land op Blocklant. (Na 1562.) (Ongeteekend, ongezegeld en ongedateerd concept.) 1 stuk op perkament Sa NB 275 Johan, burggraaf tot Montfoort, belooft aan Johan Martensz. van Sneeck, wijnkooper en burger te Utrecht, dat, wanneer de opbrengst der 6 morgen land in Blocklandt, die de burggraaf hem overgedragen heeft, niet voldoende mocht compenseeren de jaarlijksche rente van 40 Karolus-guldens 12 ½ stuiver, door hem aan den burggraaf overgedragen, de burggraaf hem met het ontbrekende in andere goederen vestigen zal 1563 1 charter Sa NB 276 Het St. Brigittenklooster te Utrecht belooft aan Jan, heer en burggraaf van Montfoort, en zijne huisvrouw Maria, wegens het aan hnnne kerk geschonken orgel, jaarlijks op St. Blasiusdach en den volgenden dag en na hun dood op hunne sterfdagen zekere kerkelijke diensten te doen verrichten (15)69 1 charter U NB 277 Gerechtsbrief van den Haghe, waarbij Johan, burggraaf van Montfoert, en Franchoys de Greve, zijn gewezen secretaris, eene overeenkomst aangaan over de voorwaarden, waarop de laatste naar Brabant reizen en de tusschen partijen bestaande rekening vereffend worden zal 1571 1 charter Sa NB 278 Uitspraak van het Hof van Utrecht, waarbij Johan burggraaf van Montfoort, ten verzoeke van de weduwe van Jan van Almonde, veroordeeld wordt, om te voldoen aan de hier ingelaschte schuldbekentenis van 500 Karolus-guldens van den burggraaf aan Jan van Almonde dd, 1563, 1571. Met aangehechten brief dd, 1572, waarbij gelast wordt dit vonnis ten uitvoer te leggen 1 charter Sa NB 279 Uitspraak van het Hof van Utrecht, houdende bepaling der kosten, verschuldigd door Johan, burggraaf tot Montfoort, aan Jan van Nichtevecht, pander voor het Hof, ter zake van het geschil van Hans van Groll, busmaker te Utrecht, triumphant, met den burggraaf, gecondemneerde, op 4 gulden, 1572. Met aangehechten brief dd, 1572, waarbij gelast wordt deze uitspraak ten uitvoer te leggen 1 charter Sa NB 280 Uitspraak van het Hof van Utrecht, waarbij 27 morgen land, toebehoorende aan Johan, burggraaf van Montfoort, ten verzoeke van Mechtelt van de Pol executabel worden verklaard voor eene door den burggraaf in 1557 aangegane schuld, 1574. Met aangehechten brief dd, 1574, waarbij gelast wordt deze uitspraak ten uitvoer te leggen 1 charter Sa NB 281 Johan, burggraaf van Montfort, erkent met Henrick van Waes afgerekend te hebben wegens de door hem geïnde pachten, tienden, tynsen en andere inkomsten sedert 1577 tot heden 1580. (Ongeteekend en ongezegeld concept.) 1 stuk op perkament Sa NB 2.3.2. Stukken betreffende zakelijke rechten, behoorende aan leden der familie van Montfoort 2.3.2.1. Goederen in de heerlijkheid Montfoort c.a. 2.3.2.1.01. In het algemeen 282 Cartularium van Johan (II), heer van Montfoort, betreffende zijne goederen in het Sticht 1270 -1440. Met index 1 deel (Geschenk van mr. J.A. Grothe (B) en van de erven dr. H. J. Boy aards.) <br/>Dit cartularium is vermoedelijk aangelegd in 1423. (Vgl. de beschrijving van het HS. in de inleiding op de regestenlijst van dit archief)- De drie deelen, waaruit het bestaat (de index, het regisier van uitgaande brieven en het register van ingekomen brieven) waren in verschillende stukken uiteengevallen, die, Da de hereeniging door schenking van den heer Grothe en de erven Royaards, weder in één band samengebonden en nieuw genummerd zijn. Aan het geheel ontbreken thans nog, blijkens den index en blijkens oude nummeringen der bladzijden: p. 49/50, 57/58, 67/68, 141/142 en 297-335 NB 2.3.2.1.02. Lenen van het huis Montfoort 283 Lijst van de vasallen van den heer van Montfoort en hunne leengoederen 1421 1 deel U NB 284 Leenregister van Johan (II), heer van Montfoort, aangelegd in 1411, bijgehouden tot 1446 1 deel U NB 285 "Vetus registrum". Leenregister van Henrick (IV), heer van Montfoort, aangelegd in 1448, bijgehouden tot 1457 1 deel U NB 286 „Novum registrum". Leenregister van Johan (III), heer van Montfoort, aangelegd in 1470, bijgehouden tot 1525 1 deel U NB 287 Leenregister van Joest, heer van Montfoort, aangelegd in 1529, bijgehouden tot 1540 1 deel U NB 288 „Registrum album". Leenregister van Johan (IV), heer van Montfoort, aangelegd in 1540, bijgehouden tot 1583 1 deel U NB 289 Leenregister van Johan (IV), heer van Montfoort, aangelegd c 1565, bijgehouden tot 1583 1 deel U NB 290 Leenregistervan Johan, Philips (I) en Philips (II) van Merode, burggraven van Montfoort, aangelegd in 1583, bijgehouden tot 1638 1 deel U NB 291 Leenregister van Floris van Merode, burggraaf van Montfoort, van Anna Maria Sidonia van Bronckhorst, burggravin van Montfoort, en van Philips Ferdinand van Merode, burggraaf van Montfoort, aangelegd in 1638, bijgehouden tot 1649 1 deel U NB 292 Willam van Pollanen erkent aan Johan, heer van Montfoirden, al zijne leengoederea verkocht te hebben 1419 1 charter U NB 293 Ghysbert van Sterkenborch belooft binnen driej aren aan Jan, heer van Montfoerde, den eigendom over te dragen van eene hoeve land in Bloclant, om die dan weder van den heer van Montfoerde in leen te ontvangen 1431 1 charter Sa NB 294 Geryt van Zuylen van Natewisse verklaart ten overstaan van Gelmair van der Toll, Yewin Gysbrechtszoen en Jan Airntszoen, leenmannen van Montfoirde, en met goedvinden van zijn oudsten zoon Jan van Zuylen, over te dragen aan Jan, heer van Montfoirde, de leenweer van 8 morgen land en van 12 morgen land, beiden gelegen op die Velthusen 1435 1 charter Sa NB 295 Jan van Sulen van Natewysch draagt ten overstaan van Frederic van Steenre en Tyman van der Tollen, leenmannen van Utrecht, en Jan van Neerden, Jan Aernts en Jan Willems, zijne eigene leenmannen, aan Johan, heer van Montfoirde, op het dominium directum van het gerecht, den tyns en den tiend van 5 hoeven land in Kockengen, 'waarvan leenman is Jan van Zulen Zwederssoen 1438 1 charter Sa NB 296 Gheryt Ghysbertszoen belooft Johan, heer van Montfoerde, wanneer dezen of zijnen leenvolgers de eigendom van 2 morgen land in Kockengen, die hij (Gheryt) nu van hem ter leen heeft, wordt uitgewonnen, binnen het jaar daarna den eigendom van 2 andere morgen land aldaar te zullen opdragen, om die weder van hem ter leen te ontvangen 1440 1 charter Sa NB 297 Leenbrief van Zweder, burggraaf van Montfoorde, waarbij Wouter Symanszone van Teylinghen beleend wordt met het gerecht en de tienden van Gravensloot in het land van Woerden, wanneer Henric van Linscoten, die dit leen nu bezit, komt te overlijden 1362. (Opgenomen in een vidimus van den cureyt der halve St. Jacobskerk te Utrecht dd, 1369.) 1 charter B NB 298 Leenbrieven, houdende beleeningen door burggraven van Montfoort met het Molenviertel in Lopik 1406, 1437 2 charters U NB 299 Herman van Wye, heer tot Herven, verzoekt Johan, burggraaf van Montfoirde, Evert van Wylp te beleenen met de goederen van Wolffhesen, leenroerig aan de heerlijkheid Montfoort 1437 1 stuk Sa NB 300 Frederic Zou van den Run erkent, dat hij in 1434 van Johan, heer van Montfoirde, 6 morgen land in Willamscoip voor zijn leven ter leen heeft ontvangen, en dat zijne kinderen of erfgenamen geene aanspraak op dit leen kunnen maken 1436 1 charter Sa NB 301 Leenbrieven, waarbij Johan, burggraaf van Montfoort, Willem van Brakel beleent met de goederen, vroeger te leen gehouden door 's burggraven oom Willem 1468 3 charters B NB 302 Leenbrief van Johan, heer te Montfoirde, waarbij Henrick Ghysbertssoen beleend wordt met 2 morgen land in een weer van 10 morgen in Hoenkoep 1491 1 charter B NB 303 Uitspraak van zeven leenmannen van Johan, burggraaf van Montfoirde, waarbij Herman van Wij ontzet wordt van de leenweer, die zijn vader Jan van Wii van de hofstad Montfoirde te leen hield, daar hij verzuimd heeft het leen tijdig te verheffen 1432 1 charter U NB 304 Gerechtsbrief van Zyericxzee, waarby Willam van den Poll Willam Dircssoenssoen, geboren tot Woirden, machtigt Wouter Gherijt, poorter te Zyericxzee, en eenige anderen, om voor hem op te treden in het proces, dat de heer van Montfoirt voor zijne leenmannen tegen hem voert 1439. (Opgenomen in een vidimus van het gerecht der stad Montfoirde dd, 1439.) 1 charter Sa NB 2.3.2.1.03. Hoge heerlijkheid Montfoort 305 Frederic van Blanckenheim, bisschop te Utrecht, verleent aan Johan, burggraaf van Montfoirde, het recht, om zoolang hij leeft de hooge heerlijkheid van Montfoirde als ambtman te besturen, zonder verplicht te zijn aan hem of aan zijne opvolgers daarvan rekening te doen 1422 1 charter U NB 306 Vidimus door schepenen en raad van de stad Gent van een akte van 1430 waarbij Sweder, bisschop te Utrecht, erkent met goedvinden der vijf kapittelen aan Johan, burggraaf tot Montfoirt, voor eene som van 12.000 Wilhelmusschilden de hooge heerlijkheid van het kerspel en land van Monffoirde verpand te hebben, en stelt gedurende den tijd der verpanding het verdrag, tusschen bisschop Florys van Wavelic-hoeven en den vader van burggraaf Johan gesloten, buiten werking 1448 1 charter U NB 306-a Vidimus door het gerecht der stad Dordrecht van een vidimus van 1458 door schepenen en raad van de stad Gent van een akte van 1430 waarbij Sweder, bisschop te Utrecht, erkent met goedvinden der vijf kapittelen aan Johan, burggraaf tot Montfoirt, voor eene som van 12.000 Wilhelmusschilden de hooge heerlijkheid van het kerspel en land van Monffoirde verpand te hebben, en stelt gedurende den tijd der verpanding het verdrag, tusschen bisschop Florys van Wavelic-hoeven en den vader van burggraaf Johan gesloten, buiten werking 1473 1 charter Sa NB 307 Roedolph, bisschop tot Utrecht, verpacht voor 10 gouden Rijnsguldens 's jaars de jurisdictie en den cyns over het land van Montfoirde, gelijk bisschop Frederick die te gebruiken placht, aan Gysbert broeder tot Bredenrode, Domproost en proost tot Oldeminster te Utrecht, tot aan de meerderjarigheid van Henrick, oudsten zoon tot Montfoirde 1447 1 charter Sa NB 308 Roedolph, bisschop te Utrecht, belooft Henrick oudsten zoon te Montfoirde bij het overlijden van zijn vader, 's bisschops zwager, of vroeger, als hij zulks van de drie Staten van Utrecht kan verkrijgen, te zullen beleenen met alle leenen, die deze van hem te leen houdt 1447 1 charter U NB 309 Jacob, heer van Gaesbeeck, Reynoldt, heer van Brerode, en zijn broeder Gysbert, Domproost en proost te Oudmunster te Utrecht, beloven aan Henric, burggraaf van Montfoerde, wanneer zij van den bisschop van Utrecht, de stad Utrecht en anderen hunne bezittingen teruggekregen zullen hebben, hem te zullen helpen in het terugkrijgen der hooge heerlijkheid van Montfoorde 1450 1 charter U NB 310 Vidimus door schepenen en raad der stad Gent van een akte van 1458 waarbij David van Bourgondiën, bisschop te Utrecht, ten verzoeke van Johan, heer van Lannoy, stadhouder van Hollant, de brieven bevestigt betreffende de wereldlijke jurisdictie over het kerspel en het land van Montfoirde, die Henrick van Montfoirde en wijlen zijn vader van de bisschoppen en kapittelen te Utrecht ontvangen hebben 1471 1 charter U NB 310-a Vidimus door het gerecht der stad Dordrecht van een vidimus van 1471 door schepenen en raad van de stad Gent van een akte van 1458 waarbij David van Bourgondiën, bisschop te Utrecht, ten verzoeke van Johan, heer van Lannoy, stadhouder van Hollant, de brieven bevestigt betreffende de wereldlijke jurisdictie over het kerspel en het land van Montfoirde, die Henrick van Montfoirde en wijlen zijn vader van de bisschoppen en kapittelen te Utrecht ontvangen hebben 1473 1 charter B NB 311 Frederich, bisschop te Utrecht, verpandt de hooge heerlijkheid te Montforde en van het land van Montfordt aan Johan, burggraaf van Montfordt, voor eene som van 4000 gouden Rijnsche guldens 1499. (Authentiek afschrift van den notaris J. Medenblick.) 1 charter U NB 312 Frederich, bisschop te Utrecht, belooft Johan, heer van Montfoird, dat hij de hooge heerlijkheid van Montfoirdt en het land van Montfoirdt, die hij aan den heer van Montfoirdt verpand heeft, bij zijn leven niet zal lossen 1499 1 charter U NB 313 Leenbrief van Kaerl, keizer van Romen, heer van Utrecht, waarbij Joost, heer van Montfoert, zoolang de pandsom van 4000 gouden Rijnsguldens niet is afgelost, op verschillende voorwaarden beleend wordt met de hooge heerlijkheid van Montfoert en het land van Montfoert, hem aangekomen van zijn vader Johan, heer van Montfoert 1530 1 charter U NB 314 Notariële akte, waarbij Reynault, heer tot Brederoden, en Henrick van Montfoert, heer van Abbenbrouck, als voogden van Johan, heer van Montfoert, proteateeren tegen de lossing der hooge heerlijkheid van Montfoert en verklaren de hun van wege den Keizer aangebodene som van 4000 gulden alleen aan te nemen ten gevolge van de apostille dd, 1546, gesteld op hun request aan den Keizer 1546 1 charter U NB 2.3.2.1.04. Gerecht van Montfoort en huis Montfoort 315 Claes van Taets doet als scheidsman uitspraak in het geschil tusschen Jan, bisschop van Utrecht, en Heynric de Rover over den eigendom van verschillende goederen, en beslist, dat de 6 morgen land in Heeswijc, 22 ½ hoeven in Blocland en Haren-Yen-hoeven aan Heynric Rover in eigendom toekomen, dat de goederen, die te leen werden gehouden van de burggravin van Montfoerde, voortaan zullen gehouden worden van Heynric de Rover, en dat de waard, die ligt voor Montfoerde, de visscherij in den Ysel en het veer te Montfoerde behooren tot het huis te Montfoerde, terwijl hij ten opzichte der vraag, of het dagelijksch gerecht te Heeswijc, de tyns en tiende in Willamscoep en in Bloclant, de tiende te Ratels, het gerecht en de tyns in Achthoeven beneden de Maerne dienst-mansgoed of mansgoed is, bepaalt, dat de bisschop Heynric de Rover zal dagvaarden voor des Stichts mannen en het goed óf voor mansgoed verklaren zal, of het Heynric als dienstmansgoed zal overlaten,1282. (Opgenomen in een vidi mus van den prior der Jacopinen te Utrecht dd, 1347.) 1 charter B NB 316 Vidimus door Guy van CHastillion, graaf van Blois, van een akte van 1282 waarbij Johannes, elect van Utrecht, erkent met goedvinden van de prelaten, eenige edelen en eenige schepenen der stad Utrecht, dat de navolgende goederen: de helft van het gerecht en den tyns in Heeswijc, de tiend van Heeswijc, het gerecht, de tyns en de tiend van Wilhemescoep en in Bloclant, de tiend van Ratels in het gerecht van Gerardus de Vlote en het gerecht en de tyns in Achthoeven, omtrent welke goederen geschil gerezen was tusschen den elect en Henricus dictus Rover, of zij leen- of dienstmansgoederen waren, aan Henricus Rover als dienstmansgoederen zullen toebehooren, nadat hij zulks met twee dienstmannen der Utrechtsche kerk, Svederus de Bosinchem en Gerardus de Reno, bezworen heeft 1389 1 charter B. OSU nr. 2126. NB 316-a Vidimus door Guy van CHastillion, graaf van Blois, van een akte van 1282 waarbij Johannes, elect van Utrecht, erkent met goedvinden van de prelaten, eenige edelen en eenige schepenen der stad Utrecht, dat de navolgende goederen: de helft van het gerecht en den tyns in Heeswijc, de tiend van Heeswijc, het gerecht, de tyns en de tiend van Wilhemescoep en in Bloclant, de tiend van Ratels in het gerecht van Gerardus de Vlote en het gerecht en de tyns in Achthoeven, omtrent welke goederen geschil gerezen was tusschen den elect en Henricus dictus Rover, of zij leen- of dienstmansgoederen waren, aan Henricus Rover als dienstmansgoederen zullen toebehooren, nadat hij zulks met twee dienstmannen der Utrechtsche kerk, Svederus de Bosinchem en Gerardus de Reno, bezworen heeftVertaling van dit stuk in het Hollandsch z.j. Vertaling in het Nederlands 1 stuk 317 Leenbrieven, waarbij heeren van Montfoort door bisschoppen van Utrecht beleend worden met het huis te Montfoort 1331-1449 3 charters U, Sa NB 318 Arnd van Huern, bisschop van Utrecht, erkent van zijn zwager Henric, burggraaf van Montfoerde, eene som van 400 oude schilden ontvangen te hebben en belooft daarvoor hem en zijne erfgenamen niet te zullen storen in het bezit van het kerspel van Montforde 1379 1 charter Sb NB 2.3.2.1.05. Andere goederen in het kerspel Montfoort Zie ook No. 315-317, 328 en 373 NB 319 Leenbrief van Aelbrecht in Beyeren, ruwaard van Hollant, waarbij Zweder van Montforde beleend wordt met het goed, dat Rover Yensoen van Moerdrecht van de grafelijkheid van Hollant te houden placht, gelegen in het gerecht van Achthoeven in het land van Montforde 1376 1 charter Sa NB 320 Het Domkapittel geeft op zekere voorwaarden in erfpacht aan Jan van Montfoerde, burggraaf van Montfoerde, 12 morgen land in Willamscoop, en zulks in ruil voor 12 andere morgens land aldaar 1436 1 charter Sa NB 321 Gerechtsbrief van Willemscoepp, waarbij Johan, burggraaf tot Montfoort, overdraagt aan Anthonis van Aemstell van Mijnden den eigendom van 10 morgens land aldaar 1479 1 charter Sa NB 322 Johan, burggraaf van Montffoort, scheldt aan Herman van de Pol Evertss. en zijne erven kwijt den tyns en uitgang van 9 botdragers of 13 ½ stuivers uit ½ hoeve land, geheeten het Reygersschat, en uit 8 hont land, geheeten het Coycampgen, in Williscop 1569 1 stuk op perkament Ongetekend en ongezelgeld concept. NB 322-a Gerechtsbrief van Willeskop waarbij Johan, burggraaf van Montfoort, en Maria, gravin van Manderscheyt, zijne echtgenote, overdragen aan meester Gerrit van der Bobbaert, burger van Montfoort, den eigendom van 10 morgens en van 9 morgens land in Willeskop z.j. 1 charter Sa. Ongezegeld concept. De datering ligt voor 1 februari 1570. NB 323 Ghisebrecht Ruische van Linschoten maakt bepalingen over de schadevergoeding, te verleenen als hij de aan Ghisebrecht Roelofssone in leen gegevene 4 morgens land intrekt, en over de door dezen te geven uitkeering bij verleening daarvan op zijn verzoek aan anderen 1330 1 charter Overgenomen van het Algemeene rijksarchief. (Denkelijk Montfoort.) NB 2.3.2.1.06. Gerecht van Linschoten 324 Aelbrecht in Beyeren, ruwaard van Hollant, erkent ten verzoeke van den graaf van Bloys aan Heynric, heer van Montforde, en zijne erfgenamen in pacht gegeven te hebben het gerecht, den tyns en den tiend van Linscoten, die heer Heynric en zijne voorouders van de heeren van Oudemunster in pacht plachten te hebben, en zulks op dezelfde voorwaarde, waarop de ruwaard het van de heeren van Oudemunster had „verpacht" 1383 1 charter Sa NB 325 Het kapittel van Oudmonster te Utrecht erkent voor den tijd van 10 jaren in pacht gegeven te hebben aan Johan, burggraaf tot Montfoirde, 's kapittels tienden in het kerspel van Linschoten, op de voorwaarden, vervat in 's burggraven hier ingelaschten brief dd 1471, 1471 1 charter Sa NB 326 Quittantiën, waarbij het kapittel van Oudmunster te Utrecht erkent verschillende termijnen van de pacht van den tyns, het gerecht en het goed Linschoten van den heer van Montfoort ontvangen te hebben 1481-1503 7 charters Sa NB 327 Het kapittel van Oudmunster te Utrecht belooft, wanneer Jan, burggraaf tot Montfoirde, binnen drie maanden verklaart benadeeld te zijn door de uitwatering van den polder van Broeck in het land van Yselsteyn langs de landscheiding van Bentscop en door het land van Montfoirde in den Ysel, hem alsdan te zullen ontslaan van de pacht van het dagelijksch gerecht van Linschoeten met den tyns, den tiend en andere goederen 1486 1 charter Sa NB 328 Leenbrief van den proost te Oudmunster te Utrecht, waarbij Johan, heer van Montfoordt, beleend wordt met het dorp van Lynschoeten, het gerecht, den tyns en den tiend aldaar, het goed te Honhorst met 2 hoeven land en het patronaatrecht der kapel aldaar, het gerecht, den tyns en den tiend tot Lynschoeten optie Enge met 12 hoeven land aldaar, het veer van Oudewater en Ratels met de heerlijkheid, het gerecht en de goederen, het gerecht en den tyns van Wulverhorst, den tiend aan de Lynschoten, waarin Wulverhorst ligt, de helft van het goed tot Vloeswijck met het gerecht, den tyns en den tiend aldaar, terwijl voor den minderjarigen heer van Montfoordt hulde en eed wordt gedaan door Anthonis van Meerten van Essesteyn, drossaard der stad en landen van Montfoirdt 1540 1 charter Sa NB 2.3.2.1.07. Gerecht van Den Eng Zie ook No. 328 NB 329 Leenbrief van Philips, koning van Castilliën, heer van Utrecht, waarbij Cornelis Zweersz., als daartoe gemachtigd door Johan, burggraaf van Montfoirt, bij den hier ingelaschten brief dd, 1560, beleend wordt met de helft van het gerecht, den tyns en den tiend van 12 hoeven te Linschoten opte Enge, waarvan de heer van Montfoirt de wederhelft van de proosdij van Oudmunster te Utrecht te leen houdt 1560 1 charter Sa NB 330 Leenbrief van den proost tot Oldemunster te Utrecht, waarbij Philippote, vrouw van Montfoert, beleend wordt met het gerecht en het goed ter Enghe, haar aangekomen bij doode van haren broeder Johan, heer van Montfoert 1584 1 charter Sa NB 2.3.2.1.08. Gerecht van Linschoter Haar 331 Leenbrief van den proost van Oudmunster te Utrecht, waarbij Florans Svederssone van Montforde beleend wordt met den tiend en het gerecht van der Hare, hem aangekomen door afstand van Ghisebrecht Ruschen van Lintscoten, nadat diens vrouw Jutte Henrixsuster van Loenreslote afstand heeft gedaan van haar lijftocht aan dien tiend 1317 1 charter B NB 2.3.2.1.09. Huis Linschoten Zie ook No. 373 NB 332 Leenbrieven van Willam van Beyeren, graaf van Oester-vant, waarbij de heeren van Montfoirde beleend worden met het huis te Linscoten en 20 morgen land 1386, 1402 2 charters Sa NB 333 Leenbrief van Willem in Beyeren, graaf van Hollant, waarbij Zweder, heer van Montfoirde, beleend wordt metalle goederen, die hij en zijne voorouders van de graven van Hollant te leen hebben gehouden 1405 1 charter Sa NB 334 Phillips van Bourgoingen, graaf van Hollant, vergunt aan den heer van Montfoirde, dat hij „alsulken steen", als staat op de hofstede tot Linschoten, zal mogen vervoeren naar zijn huis 1438 1 stuk Sa NB 2.3.2.1.10. Huis Heulestein Zie ook No. 373 NB 335 Willem, graaf van Holland, begiftigt Rolof de Rover van Montvorde met 3 morgen land aan de Lintscoten, geheeten het Hueland, hem aangekomen van Janne van der Huelen, onder bepaling, dat Rolof nog 3 morgen daarbij aankoopen zal, op dit goed een steenen huis bouwen zal en dit huis zal maken tot een open huis van den graaf en het met de 6 morgen land van den graaf in leen zal nemen 1320 1 charter Sa NB 336 Johan van Zulen Wouterszoen erkent, dat hij onder eede beloofd heeft, aan Hubrecht van Montfoerde en zijne nakomelingen te zullen overdragen de leenweer van het huis te Hoelenstein met de 5 morgen land, waarop het staat, en verplicht zich onder verband van leisting tot de betaling van 2000 oude schilden, zoo hij zijn eed niet gestand doet 1381 1 charter Sa NB 337 Gheryt van Suylen van Natewissch verklaart, dat 7 morgen land met het daartoe behoorende leenrecht over 32 leenmannen, door den heer van Montfoirt van zijn broeder Henrick van Zuylen en van Natewissch gekocht, leenroerig zijn aan de hofstede Huelesteyn, en niet aan Natewissch of Suylesteyn, en doet van alle zijne rechten daarop afstand 1518 1 charter B NB 2.3.2.1.11. Andere goederen in het kerspel van Linschoten Zie ook No. 328, 346 en 373 NB 338 Stukken betreffende de overdracht van goederen, gelegen int Leen bij de Lintschoten, leenroerig aan den abt van St. Paulus te Utrecht, door Henric van Honthorst den jonge aan Zweder van Montforde 1317 2 charters B, Sa NB 339 Tydeman Zoudenbalch, burger te Utrecht, belooft zoo spoedig mogelijk aan Florans van Montfoorde den eigendom van al het land, dat hij op Linscotenre Hare liggende heeft, te zullen overdragen 1340 1 charter B NB 340 Notariële akte, waarbij Symon de Bruelis, rector der vicarie van St. Maria op het slot te Wulverhorst, afstand doet van die vicarie en haar overgeeft aan den collator Johannes, heer van Montfoirde 1425 1 charter U NB 341 Leenbrief van Philips van Bourgoengiën, graaf van Hollant, waarbij Henrick, heer van Montfoirde, beleend wordt met 6 morgen land, geheeten de Blaeuwe camp, in het kerspel van Linschoten, hem aangekomen door den dood van zijn neef Willem van Montfoirde, zoon van Henrick Rover 1454 1 charter Sa NB 342 Johan, heer tot Montfoirde, en Jan van Gommengijs komen overeen omtrent de voorwaarden, waarop laatstgenoemde zijn huis en hofstede, geheeten de Nesse, aan de Lange Linschote, leenroerig aan de grafelijkheid van Hollant, aan den eerstgemelde zal overdragen, en bepalen daarbij, dat de heer van Montfoirde aan Jan van Gom-mengijs of zijne kinderen, verwekt aan Delyane Gerytsdochter, zoodanige som zal uitbetalen, als de arbiters Geryt van Poelgeest en Vrederic van Nyevelt, aangesteld door den heer van Montfoirde, en Jan van der Haer en Aerst van Drakenburch, aangesteld door Jan van Gommengrijs, of de door hen verkozen overman billijk zullen oordelen 1471 1 charter B. Op de rugzijde staat aangeteekend dat de uitvoering dezer overeenkomst bij gemeen goedvinden van partijen den 16den october 1471 is uitgesteld tot kerstavond d.a.v. NB Eigendomsbewijs van acht morgen land in die Bruucweer onder Linschoten, voor de heer van Montfoort, afkomstig van Lijsbet van Sulen van Nievelt, weduwe van Anthonis van Mynden,en Melys van Aemstell van Mynden, heer van Cronenburch 1498. Met kwitantie voor een deel der koopsom 1 charter en 1 stuk 342-a-1 Eigendomsbewijs van acht morgen land in die Bruucweer onder Linschoten, voor de heer van Montfoort, afkomstig van Lijsbet van Sulen van Nievelt, weduwe van Anthonis van Mynden,en Melys van Aemstell van Mynden, heer van Cronenburch 342-a-2 Eigendomsbewijs van acht morgen land in die Bruucweer onder Linschoten, voor de heer van Montfoort, afkomstig van Lijsbet van Sulen van Nievelt, weduwe van Anthonis van Mynden,en Melys van Aemstell van Mynden, heer van Cronenburch 343 Decreetbrief van het Hof van Utrecht, waarbij Wouter de Douwer geëigend wordt aan 8 ½ morgen land in Cromwijck, toebehoord hebbende aan Johan van Montfoort, burggraaf tot Montfoort, gecondemneerde, verkocht ten verzoeke van mr. Gerrit van den Bobbart, triumphant 1570 1 charter Sa NB 344 Leenbrief van Frederick Henrick, prins van Orangiën, heer van Naeldtwijck, waarbij Anna de Merode, vrouw van Montfoort, echtgenoote van Philips, vrijheer van Merode, beleend wordt met eene hoeve land op de Enge, haar aangekomen bij doode van hare moeder Philippota, vrouw van Montfoort 1622 1 charter Sa NB 2.3.2.1.12. Gerecht van Kattenbroek Zie ook No. 317 NB 345 Leenbrief van Arnd van Huern, bisschop te Utrecht, waarbij Henric de Joncge beleend wordt met het gerecht, den tyns en de tienden van 30 hoeven land, geheeten Cattenbroec, in het kerspel van Hermalen, hem aangekomen door overdracht van Haze, vrouwe van Ysendoeren en Huelensteyn 1376 1 charter Sa NB 346 Wouter, heer van Ysendoren, en Hadewich van Montfoerde, vrouw van Ysendoren en van Holensteyn, zijne huisvrouw, erkennen verkocht te hebben aan Henric, heer van Montfoerde, het goed tot Cattenbroec met gerecht, tyns en tiend, reeds aan den heer van Montfoerde overgedragen voor het leenhof van den bisschop, 35 morgen land gelegen opten Enghe in het kerspel van Lintscoten, en 4 hofsteden en ½ morgen land bij de kerk te Linscoten en erkennen de koopsom ontvangen te hebben 1376 1 charter Sa NB 347 Leenbrief van het kapittel van Oudmunster voor Philips van Merode, heer van Montfoort, betreffende de heerlijkheid Papencoep en Diemerbrouck 1594 1 charter (geschenk van Mevrouw de douair. Van Asch van Wijck-geb. De Geer te Zeist.) NB 347-a Commissie voor Herman Jansz. van Hollant als schout van Cattenbroek, Schagem en den Eng gegeven door Philips de Merode, burggraaf van Montfoort 1617 1 charter Met dorsale notities betreffende latere eedsafleggingen. NB 348 Stukken betreffende de overdracht der heerlijkheden Kattenbroek, Schagen en den Eng en de Uiterdijken van Mastwijk door den baron van Merode aan J. Webster 1648/9 1 omslag 2.3.2.1.13. Gerecht van Reierskop Zie ook No. 317 NB 349 Leenbrief van Vrederic, bisschop te Utrecht, waarbij Florans Zvederssone van Montfoirde „in dienstmans stat" beleend wordt met het gerecht, den tiend en den tyns van Reynaerscoep, hem aangekomen door den afstand van Zveder van Vianen 1320 1 charter U NB 2.3.2.1.14. Andere goederen in Utrecht buiten de kerspelen van Montfoort en Linschoten Zie ook No. 315-317 NB 350 Jan van Pollanen, heer van der Lecken en van Bredae, machtigt Herman Spayaerd, om aan Jacop Spayard Henricszoon over te dragen den eigendom van een viertel land op die Oye in het gerecht der heeren van Oudmunster 1354 1 charter U NB 351 Willem, heer van Saerts, erkent verkocht te hebben aan Henric van den Rijn een tiend aan den Meerndijck, leenroerig aan de grafelijkheid van Hollant 1419 1 charter U NB 352 Gerechtsbrief van Diemerbroeck, waarbij de gemachtigde van den abt van St. Pouwels te Utrecht aan Gheryt van Oestrum, neef van den abt, den eigendom overdraagt van 7 morgen land aldaar 1425 1 charter Sa NB 353 Gerechtsbrief van Ameyde, waarbij Gheertruyd weduwe van Rutgheer van Ylem opdraagt aan Katherine dochter van Rutgheer van Ylem 10 morgens land in Tienhoven 1459 1 charter Akten van overdracht van percelen land te Langbroek 1455, 1492, 1541, 1559 4 charters 353-a-1 1455 353-a-2 1492 353-a-3 1541 353-a-4 1559 353-b Akte van overdracht door Christoffel van Montfoort, heer van Tull en 't Waal, aan Johan, burggraaf van Montfoort, heer van Linschoten, Hekendorp, Abbenbroek, enz. van zekere venen in het Boringer Loth te Rhenen (midden 16e eeuw) 1 charter Zwaar beschadigd. NB 2.3.2.1.15. Heerlijkheden Snelrewaard, Lange-Linschoten en Hekendorp Zie ook inv.nr. 373 NB 354 Leenbrieven van de Staten van Hollant, waarbij Florens en Ferdinandt, baronnen tot Merode, ourggraven van Montfoort, beleend worden met de hooge heerlijkheden van Linschoten, Hekendorp * en Snelrewaard, de beide helften van de Bulwyker en Kromwijker tienden, gelegen in het land van Woerden, de koren- en smaltienden, gelegen in Baarswaerder, Snelrewaard, Hekendorp en Zuid- en Noord-Linschoten, en den overtocht, sluis en visscherij te Bodegraven 1638 en 1640 2 charters Sa NB 2.3.2.1.16. Goederen in Snelrewaard en Hekendorp Zie ook No. 357 en 373 NB 355 Reynalt, heer tot Brederode, beleent Willem van Montfoerdt de Roever met ½ hoeve land in den ban van Linschoten bij Oudewater, waarvan Willem hem den eigendom heeft overgedragen voor schout en buren van Linschoten 1429. (Afschrift.) 1 stuk Sa NB 356 Zweder van Montfoirde, heer van den Doorenwerdt, erkent verkocht te hebben aan Jacob Hermanszoen en Goessen Bruyningsz. 3 viertelen land in de heerlijkheid Hekendorp, en verklaart, dat zijn neef Johan, heer van Montfoirde, dit heeft goedgekeurd 1469 1 charter Sa NB 357 Katryne van Peterzom, vrouw van Haere en Latum, erkent voor den tijd van drie jaren aan den heer van Montfoirt verkocht te hebben 4 blokken tienden in Snoedelreweerde, 3 blokken tienden in Hekendorp en 4 blokken tienden aan de zuidzijde van die Lange Lynschoten 1500 1 charter Sa NB 2.3.2.1.17. Andere goederen in het aan Montfoort grenzende deel van Holland Zie ook No. 355 en 373 NB 358 Brief van dijkgraaf en heemraden van het land van Haestrecht, waarbij Henrick van der Beeck, als richter van wege Margriete van Burgoniën, hertogin van Beyeren, geëigend wordt aan 10 morgen land aldaar, en deze overdraagt aan Florys van Kijfhueck, baljuw van Scoenhaven en het land van Haestrecht 1426 1 charter U NB 359 Gerechtsbrief van Benscop, waarbij Willam Elyaessoen en Alijt, zijne huisvrouw, overdragen aan Johan, burggraaf van Montfoerde, den eigendom van 15 morgen ½ hont land aldaar 1428 1 charter Sa NB 360 Gheriit van den Vliet belooft Johan, burggraaf van Montfoirde, dat hij hem binnen het jaar zal overdragen den eigendom van 1/3 van 6 morgen land beneden het huis te Vliet, die Willem Claes-zoen van hem (Gheriit) te leen placht te houden, en waarvan de burggraaf hem de koopsom betaald heeft, onder bepaling dat hij den burggraaf 40 gouden Vrancrichsche kronen schuldig zal zijn, zoo hij deze overdracht niet tijdig doet geschieden 1429 1 charter Sa NB 2.3.2.2. Goederen in de heerlijkheid Purmerende c.a. 2.3.2.2.1. In het algemeen 361 Cartularium der heeren van Montfoort, betreffende de heerlijkheid Purmerende en andere goederen in Waterland en Kennemerland 1362-1452 1 deel B. <br/>Dit register is aangelegd omstreeks 1440 NB 2.3.2.2.2. Lenen van Purmerende 362 Leenbrief van Willem Eggairt, heer tot Purmerenden, waarbij Willem Allijnszoen hem opdraagt den eigendom van een deympte land in den ban van Wadweyde, en daarmede weder beleend wordt 1414 1 charter B NB 363 Leenbrief van Willem Eggairt, heer tot Purmerenden, waarbij zijn neef Reyner Zwan hem opdraagt den eigendom van 2 morgen land in de parochie van Wesepe, en daarmede weder beleend wordt 1414 1 charter B NB 364 Leenbrief van Willem Eggairt, heer tot Purmerenden, waarbij Reynaut Dirxzoen hem opdraagt den eigendom van een stuk land, geheeten Doeman Reynautszoens-sate, in den ban van Aelsmeer, en daarmede weder beleend wordt 1416 1 charter B NB 365 Leenbrief van Willem Eggairt, heer tot Purmerenden, waarbij Claes Eggelszoen beleend wordt met een stuk land, geheeten die Bacscuerwerf, te Oesthuzen, hem aangekomen door overdracht van Bartout Peterszoen van der Beetze, zijnen schoonvader 1416 1 charter B NB 366 Jan van den Bossche Jacobszoen erkent van Johan, heer van Montfoirde en Purmereynde, in leen ontvangen te hebben den tiend tot Aemstelreveen 1440 1 charter Sa NB 367 Ysebrant van Alcmade en Willem Heerman, mannen der grafelijkheid van Hollant, verklaren, dat Reyner Heynricxz. overdraagt aan zijn broeder Heynric Heynricxsoen de goederen, die hij liggende heeft in het ambacht van Riedwijck in de heerlijkheid Purmereynde, en die leenroerig zijn aau den heer van Montfoirde 1441 1 charter B NB 368 Brief van Bertholomeus van Poellenberch, Jan uut die Camp en Willem Andriesz., leenmannen van de grafelijkheid van Hollant, waarbij Aliit Claes die Walen dochter, weduwe van Jan Dever van Minen, Cuperswerf met het daarbij behoorende land in den ban van Scellinchout opdraagt aan Jan, burggraaf van Montfoerd, heer van Purmereynd, haren leenheer, en aan Willem van Brakel, als voogd van den burggraaf voornoemd, verzoekt daarmede te beleenen haar neef Jacob die Wael 1460 1 charter Sa NB 369 Leenbrief van Johan, heer van Montfoird en Purmereynd, houdende vervallenverklaring (?) der volgende leenen: een huis en eene kamer naast de Zybekerk, 2 morgen land in de parochie van Weesp, 5 morgen land te Zenicvelt, 2 morgen land in het kerspel van Muden, 6 morgen land te Oud-Aemstel, een huis en werf te Dyemen, 3 dyempten land in den ban van Scaerwoude, ½ morgen land te Zuyerwoude, 3/4 van een huis en hofstede te Zuyerwoude, 3 deympten land in den ban van Oosthuysen, 1 ½ deympte land in Monikenbroeck, een huis en hofstede op Marken op die Monikenwerff, 3 deympten land binnen de vrijheid van Edam, een huis en hofstede te Haycxwijck, Allijnsweer binnen den ban van Grafte, 4 morgen land binnen de vrijheid van Hoorn en in den ban van Groot-Oost-huysen, een huis binnen de stad Hoorn (en anderen?) 1470 1 charter (Fragment.) B NB 370 Leenbrieven en overdrachtsbrieven van het leenrecht betreffende de tienden aan de Wercken in het land van Althena, door de familie van Brakel te leen gehouden van de heerlijkheid Purmer-ende 1399-1465 7 charters B NB 2.3.2.2.3. Heerlijkheden Purmerende en Purmer en Purmerland 371 Leenbrieven, waarbij Willem Eggairt beleend wordt met de ambachtsheerlijkheid van Purmer en Purmerlant en met de hooge heerlijkheid van Purmereynde 1410-1413 5 charters en 1 stuk op perkament B NB 372 Philips van Bourgongnen, graaf van Hollant, beleent Jan, bastaard van Beyeren, met de hooge heerlijkheid van Purmerlant, waarvan hij de ambachtsheerlijkheid en het dagelijksch gerecht reeds van zijn vader, hertog Johan van Beyeren, ontvangen" heeft 1428 1 charter B NB 373 Leenbrieven, waarbij Henrick en Jan, heeren van Montfoirde, beleend worden met de hooge en lage heerlijkheid van Por-mereynde en andere goederen 1449, 1460 1 charter en 1 stuk op perkament U, Sb NB 374 Aelbrecht in Beyeren, graaf van Hollant, bevestigt den jonker van Brederoeden en Cl(aes) Cl(aes)z. in hunne rechten op de sluis, watering, tochten en visscherij van der Wisen en van Tetensloet bij Purmerende 1391 1 charter B NB 375 Jan Meliszoen erkent verkocht te hebben aan Dirc van Huessen, bastaard, den brief, waarbij de graaf van Hollant erkent aan hem (Jan Meliszoen) schuldig te zijn 150 Hollandsche schilden wegens het gevangen nemen van twee monniken uit Oestvrieslant en twee uit Kyenenland, en 84 schilden, door hem met zijne gezellen te Staveren verdiend, en hem daarvoor de waag en het veer te Pormerend verpandt 1405 1 charter B NB 376 Willem in Beyeren, graaf van Hollant, gelast zijnen goeden lieden van Purmer en Purmerlant Willem Eggairt als hun ambachtsheer, en die van Purmerenden hem als hun heer te ontvangen en te gehoorzamen, 1410. (Opgenomen in een vidimus van den deken van St. Marie te Utrecht dd, 1444.) 1 charter B NB 377 Willem in Beyeren, graaf van Hollant, erkent, dat Willem Eggaert de hooge heerlijkheid van Purmerende van hem te leen houdt, en machtigt hem om, in geval hij wegens een der tot deze heerlijkheid behoorende leenen in rechte wordt opgeroepen in geval van zeventuig of anderszins, iemand daartoe in zijne plaats te stellen 1416 (Vidimus van 16 mei 1446) 2 charters 377-a Vidimus van een akte van bevestiging door keizer Sigismund van 1416 van de akte waarbij Willem in Beyeren, graaf van Hollant, erkent, dat Willem Eggaert de hooge heerlijkheid van Purmerende van hem te leen houdt, en machtigt hem om, in geval hij wegens een der tot deze heerlijkheid behoorende leenen in rechte wordt opgeroepen in geval van zeventuig of anderszins, iemand daartoe in zijne plaats te stellen 1446 1 charter 378 Jan Eggairt belooft aan Gheryt van den Zijl of zijne erfgenamen de brieven, die hij (Jan) onder zich heeft betreffende de heerlijkheid te Purmereynde, gegeven door den Roomsch-koning Segemont en door hertog Willem van Hollant, zoo zij die nodig mochten hebben, voor den tijd van zes weken te zullen afstaan, mits zij hem alsdan die stukken teruggeven 1429 1 charter B NB 379 Jan bastaard van Beyeren doet ten behoeve van Geryt van den Zijl, heer tot Purmereynde, afstand van alle aanspraken op de heerlijkheden van Purmereynde en Purmerlant en de visscherij ter Weer 1431 1 charter B NB 380 Jan bastaard van Beyeren gelast aan de onderzaten van Purmerlant Geryt van Zijl, heer tot Purmereynde, aan wien hij Purmerlande en de visscherij ter Weer heeft overgedragen, als hunnen heer te ontvangen 1431 1 charter 13 NB 381 Stukken betreffende den verkoop der heerlijkheid van Purmereynde door Geryt van Zijl aan Johan, heer van Montfoirde, en de voldoening van den koopprijs 1440- 1449 6 charters B, Sa, Sb NB 382 Johan, heer tot Montfoirt en Purmereynde, erkent door Margueryte van Bourg(og)nen, aartshertogin van Oistenrijck, douairière van Savoyen, voldaan te zijn van een brief aangaande Purmeryende van 14000 Rijnsche guldens 1521 1 charter (Gecancelleerd.) Sa NB 382-a Vidimus van de akte van overdracht van 1411 door Gerrit van Heems-kerk, heer van Oosthuisen, aan Floris van Alkemade van een rente van 100 nobelen, gevestigd op de visserij ter Weert met akte van bevestiging door graaf Willem VI van Holland 1470 1 charter 2.3.2.2.4. Heerlijkheid Neck en visserij ter Weer Zie ook nrs. 373, 379-381 NB 383 Willem in Beyeren, graaf van Hollant, erkent schuldig te zijn aan Jan Eggairt van Purmereynde eene jaarlijksche rente van 100 nobelen uit de visscherijen ter Weer, die zijn vader hertog Aelbrecht vroeger gegeven heeft aan Gheriit van Heemskerc, en door deze is overgedragen aan Floriis van Alcmade, die deze rente weder aan Jan Eggairt heeft getransporteerd, en belooft hem tijdig te zullen waarschuwen, wanneer deze visscherij verpacht zal worden, opdat hij zelf of zijn gewaarde bode er bij kunne zijn 1413 1 charter B NB 384 Jacob in Beyeren, gravin van Hollant, geeft aan Gheriit van den Ziil, heer tot Purmereynde, wegens de diensten, haar en haren vader bewezen, de visscherijen en sluizen ter Weer in erfpacht, en beleent hem met de buurschap van Neck en Neckerban, op denzelfden voet waarop hij de heerlijkheid Purmereynde te leen houdt. Met akte, waarbij Philips van Borgoengen dezen brief bevestigt, 1428. (Opgenomen met de akte van vrouw Jacob in een vidimus van den deken van St. Marie te Utrecht dd, 1444.) 2 charters B NB 385 Geryt van Zijl erkent aan Johan, heer van Montfoirde, verkocht te hebben de erfpacht van de sluis en de visscherij ter Weer en belooft hem daarin door den graaf van Holland te zullen doen vestigen 1440 1 charter Sa NB 386 Adriaen van Brakele scheldt zijnen broeder Willem van Brakele de achterstallige renten kwijt, die hij nog van dezen te vorderen had krachtens een rentebrief van 20 Rijnsche guldens 's jaars ten laste der visscherij van de Weeren te Purmereinde, welken rentebrief zelf hij (Adriaen) reeds vroeger zijn broeder had kwijtgescholden 1472 1 charter B NB 387 Stukken betreffende een lening van 72 pond 10 schellingen door Willem van Brakel namens de burggraaf van Montfoort opgenomen bij jonkvrouw Janna, dochter van wijlen Jacob van Woude, heer van Warmond, en later afgelost 1469-1482 3 charters (ten dele getransfigeerd) en 1 stuk 2.3.2.2.5. Heerlijkheden Sparendam en Sparenland Zie ook No. 373. Of deze heerlijkheid, na in 1460 aan Willem van Brakel te zijn overgedragen, weder onder Montfoort teruggekomen is, is onzeker NB 388 Jan Eggaert geeft over aan zijn neef Willem van Brakel de ambachtsheerlijkheid van Sparendam 1438 1 charter B NB 389 Jan Eggaert machtigt Jan van der Myde, rentmeester van Northollant, om voor het leenhof van den graaf de ambachtsheerlijkheid van Sparendam aan zijn neef Willem van Brakel over te dragen, daar hij uit vrees voor zijn leven zelf niet voor den graaf durft verschijnen 1438 1 charter B NB 390 Leenbrief van Phillips van Bourgoendiën, graaf van Hollant, waarbij Henrick, heer van Montfoirde, beleend wordt met de ambachtsheerlijkheden en dagelijksche gerechten van Sparen-damme en Sparelant en de visscherij in de Horensloot, de Koerstale en de Poll, hem aangekomen van Willem van Brakel 1448 1 charter (Gecancelleerd.) Sb NB 391 Johan, graaf tot Nassau, verklaart, dat Ghysbrecht en Zweeder van Montfoorde, als mombers van de kinderen van wijlen hun broeder Henric, burggraaf van Montfoirde, met raad en goedvinden van Margriete van Croy, burggravin-weduwe van Montfoorde, en van twee vertegenwoordigers van Anthonis, heer van Croy, ter aflossing van de sommen van 291 Overlennssche Rijnsguldens en 5 pond Hollandsch min 6 stuivers, van 98 Rijnsche guldens en van 600 postulaat-guldens, die Willem van Brakel allen van den overleden burggraaf te vorderen had, aan voornoemden Willem voor 700 Rijnsche guldens, onder recht van wederinkoop gedurende acht jaren, verkocht hebben de ambachtsheerlijkheid Sperendame met de visscherij van den Holensloet, den Coestal en den Pol, onder bepaling dat Willem van Brakel van zijn verderen achterstal zal worden voldaan, dat hij zal optreden als medevoogd over de kinderen van wijlen den burggraaf, en dat hij tevens kastelein van het slot van Montfoorde zal blijven, waarvoor hij ja arlijks 200 postulaat-guldens ontvangen zal, 1459. Met transfix dd, 1460, waarbij Philips van Bourgoingnen, graaf van Hollant, deze bovenstaande akte goedkeurt, onder voorbehoud dat Willem van Brakel de ambachtsheerlijkheid van Speren-damme met de visscherijen van den Holensloot, den Koestal en den Pol van hem, gelijk van ouds, te leen vragen en houden zal. (Afschrift.) 1 stuk U NB 392 Leenbrief van Philips van Bourgoeugiën, graaf van Hol-lant, waarbij Willem van Brakell beleend wordt met de ambachtsheerlijkheid en het dagelijksch gerecht van Sparendamme en Sparen-lant, en van de visscherij van den Holensloot, Koestalle en Polle tusschen Sparendam en Aemstelredamme, hem aangekomen van Jan, heer van Montfoirde, onder bepaling dat laatstgenoemde bovengenoemde goederen gedurende acht jaren voor 700 Rijnsche guldens zal mogen lossen, 1460. (Opgenomen in een vidimus van burgemeesters, schepenen en raden der stad Dordrecht dd, 1470.) 1 charter B NB 393 Phillips van Bourgondiën, graaf van Hollant, beveelt ten verzoeke van Willem van Brakel, ambachtsheer van Sparendamme, aan Florys Thomasz, van Hogendorp, zijne handen af te trekken van zekere huizen onder de heerlijkheid van Sparendamme, die Florys tot zijn ambacht van Sparwoude wil trekken, 1462. Met een aangehechten brief dd, 1462, waarbij de deurwaarder Herman van der Doorschijn verklaart, dit bevel ter kennis van Florys van Hogendorp gebracht en op zijn verzet hem voor den raad gedagvaard te hebben. Met aanteekening van den deurwaarder, waaruit blijkt dat Floris van Hogendorp voor den raad gecompareerd is 1 stuk U NB 394 Johan van der Duyn erkent van Frederick van den Zevender, namens den heer van Montfoerde, ontvangen te hebben de volgende akten: eene van Margriete van Bourgoengen betreffende de ambachtsheerlijkheid Sparendamme en Spaernlant dd, 1415, twee vidimussen betreffende de visscherijen van den Horensloyt, Koestal en Pol van de stad Dordrecht dd, 1470 en van den abt van St. Pouwels te Utrecht dd, 1419, een mandament van het Hof van Holland, met aangehechte relatie aan den baljuw en mannen van Kennemerlant, betreffende den derden penning der breuken dd, 1485, van de verhuring der visscherij van den Horensloit, Koestal en Poll dd, 1480, een vonnis van de mannen van Kennemerlant dd, 1485 en eene rekening betreffende deze visscherij, en belooft al deze stukken op aanmaning te zullen teruggeven, 1494 1 stuk Sa. <br/>Van deze brieven zijn thans aanwezig het vidimus van den abt van St Paulus dd, 1419 (No. 395bis), het mandament van 1485 (No. 137) en het vonnis dd, 1485 (No. 137) NB 2.3.2.2.6. Visserij in den Horensloot, Koestal en Pol Zie ook No. 373, 390-392 en 394 NB 395 Willaem van Beyeren, graaf van Oistrevant, erkent verkocht te hebben aan Willem Eggairt, zijnen rentmeester van Oistvrieslant, de visscherij in den Horensloit, onder voorwaarde dat deze dit goed van hem en zijne nakomelingen te leen neemt 1399 1 charter U NB 395-a Vidimus door de abt van de abdij van S. Paulus te Utrecht van de akte van 1399 waarbij Willaem van Beyeren, graaf van Oistrevant, erkent verkocht te hebben aan Willem Eggairt, zijnen rentmeester van Oistvrieslant, de visscherij in den Horensloit, onder voorwaarde dat deze dit goed van hem en zijne nakomelingen te leen neemt 1419 1 charter B NB 396 Margriete van Cleve, gravin van Hollant, erkent voldaan te zijn door Willem Eggert, Jan die Lange, Pieter Byensoen, Dirc Melys en Willem Vrankensoen van eene som van 300 Hollandsche schilden, die zij haar schuldig waren wegens den lijftocht, dien zij had aan goederen, door hen van haren broeder van Oistervant gekocht 1403 1 charter B NB 397 Leenbrieven, waarbij Reynout en Willem van Brakel beleend worden met de visscherij in den Horensloit, de Koestale en de Poll bij Sparendam 1418, 1434 3 charters B NB 2.3.2.2.7. Andere goederen in de omtrek van Purmerende 398 Gerechtsbrief van Scellingwoude, waarbij Meynt Jacobszoen overdraagt aan Willem Eggairt, heer tot Purmerenden, den eigendom van twee deelen van 6 maden land en de helft van 4 maden land, beiden in de Voelwijc 1414 1 charter B NB 399 Gerechtsbrief van Wognem, waarbij Gerbrant Jacopszoen overdraagt aan Willam Eggart, heer tot Purmereynde, den eigendom van zijn huis en hofstede aldaar 1414 1 charter B NB 400 Gerechtsbrief van Rietwijc en de Nuwerkerc, waarbij Heynrick Reynerszoen overdraagt aan Willem Eggairt, heer tot Purmerenden, den eigendom van een huis en hofstede in den ban van Rietwijc 1415 1 charter B NB 401 Martijn Janssoen verklaart over te dragen aan Gheryd van den Zijl 4 gheersen land in de vrijheid en den ban van Winkel 1416 1 charter B NB 402 Oude Claes die Zael verklaart over te dragen aan Willem Eggairt, heer tot Purmereynde, den eigendom van een stuk land in de vrijheid van Wognem en in den ban van Nuboxwoud 1416 1 charter B NB 403 Gerechtsbrief van den Nuweland en Valkenkoech, waarbij Goyer Janszoen overdraagt aan Willem Eggert, heer tot Purmereynde, den eigendom van eene weide land in den ban van Valkenkoech 1417 1 charter B NB 404 Gerechtsbrief van Alcmer, waarbij Walich Gheriitszoen overdraagt aan Willem Eggert, heer tot Purmerende, den eigendom van ½ weide land in de vrijheid van Alcmer 1417 1 charter B NB 405 Gerechtsbrief van Monikedam, waarbij Jan Ysebrantsz. overdraagt aan Willam Eggert, heer tot Purmerende, den eigendom van 1 ½ deymde land, geheeten Jacop-Heynesweer, in de vrijheid van Monikedam 1417 1 charter B NB 406 Gerechtsbrief van Abbenkerc, waarbij Mathijs Andrijsz. overdraagt aan Willem Eggaert, heer tot Purmerenden, den eigendom van 6 ½ deympte land, geheeten Pieter-Galenlant, benevens zijn huis en hofstede, beiden in de vrijheid van Abbenkerc 1417 1 charter B NB 407 Gerechtsbrief van Sybenkerspel, waarbij Jacob Willamsz. overdraagt aan Willem Eggart, heer tot Puurmereynde, den eigendom van 2 morgen land in den ban van Sybenkerspel en van 1 morgen min 40 roeden land bij de Wisen in denzelfden ban 1417 1 charter B NB 408 Jan Eggert vergunt Gheryt van den Zijl, om de hem toekomende rente van 50 nobelen 's jaar uit Gheryts goederen in de heerlijkheid Purmereynden, in Purmerlant en in Waterlant, en de rente van 50 nobelen 's jaars op de stad Aemstelredamme, waarvan Gheryt hem den brief heeft overgegeven, te lossen tegen den penning vijftien, telkens met tenminste 25 nobelen 's jaars 1429 1 charter B NB 409 Gerechtsbrief van Graft, waarbij Jacob Claes Melissoen overdraagt aan Geryt van den Zijl, heer tot Purmereynden, den eigendom van 1 morgen land in den ban van Graft 1433 1 charter B NB 410 Gerechtsbrief van Purmer, waarbij Jacob Coptgin Ludenzoenszoen overdraagt aan Geryt van den Zijl, heer tot Purnierenden, den eigendom van 4 deympten land in den ban van Purmer 1436 1 charter B NB 411 Gerechtsbrief van Wermer, waarbij jonge Jan Pieter Meynarts-zoon overdraagt aan Geryt van den Zijl, heer tot Purmerenden, den eigendom van een stuk land, geheeten de Koeth, in den ban van Wermer 1436 1 charter B NB 2.3.2.3. Andere goederen 2.3.2.3.1. Goederen afkomstig van de familie van Naaldwijk 412 Gherardus van Raephorst begiftigt de door hem en zijne overledene echtgenoot Jutta gestichte kapellanie in de kerk te Leyderdorp met 9 morgen land in de parochie van Naeldvic, en bepaalt, wie collators dezer vicarie zullen zijn, 1320. Met transfix dd, 1320, waarbij Fredericus, bisschop van Utrecht, deze gift bevestigt. (Beiden opgenomen in een vidimus van broeder Theodericus, pastoor van Leyden.) 1 charter B NB 413 Het kapittel van St. Pancraes te Leyden erkent, dat Willaem van Naeldwic en zijne leenvolgers zullen zijn patronen van de kanunniksproven van St. Marie en St. Nyclaes, door hem in de St. Pancraeskerk gesticht en begiftigd met de goederen der kapellanie, voorheen door zijn overgrootvader Gheret van Raporst in de parochiekerk van Leyderdorp gesticht 1377 1 charter U NB 414 Aelbrecht in Beyeren, ruwaard van Hollant, schenkt aan Philips van Polanen het patronaatrecht van twee proven, door Martijn van Zout-Bomel in de kerk van Delft gesticht 1371 1 charter U NB 415 Gerechtsbrief van Delff, waarbij Eelyaes Claysz. overdraagt aan Jan Jansz., priester, ten behoeve van een eeuwigen goddelijken dienst, door dezen in de Oude kerc te Delff gesticht, eene plecht van 26 schellingen 8 penningen, gevestigd op een huis aan den Watersloot aldaar 1416 1 charter U NB 416 Notariële akte, waarbij Theodoricus van Raphorst, zoon van Costinus Robbertus, overdraagt aan Wilhelmus, heer van Naeldwijck en Capelle, het patronaatrecht der kapellanie, gesticht op het altaar van St. Petrus Apostolus in de St. Ypolituskerk te Delff door Johannes Johanneszoon Palmaet, 1439. Met een transfix dd, 1439, waarbij Rodolphus, bisschop van Utrecht, deze overdracht bevestigt 1 charter U NB 417 Notariële akte, waarbij Willem, heer tot Naildwijck, en zijne vrouw Willem van Egmond een officium stichten in hun hof, en dit voorzien met een inkomen van 30 pond uit hunne goederen te Vlaerdingen, onder bepaling dat de met dit officium begiftigde hunne kinderen zal onderwijzen 1444 1 charter U NB 418 Willem van Bavaria, graaf van Hollandia, sticht eene kapellanie in de hofkapel te Haga ter eere van den Almachtigen God, de H. Maagd Maria en Maria Magdalena voor de ziel van Gerardus de Wateringhe, en begiftigt die met verschillende goederen, 1357. Met akte, waarbij de graaf het patronaatrecht over deze kapellanie schenkt aan Willem van der Wateringhen en zijne erfgenamen 1357 3 charters U NB 419 Leenbrief van de hofstad van der Weteringe, houdende de verklaring van eenige getuigen aangaande Ernst Muys, die een zoon zou zijn van den heer Albrecht van de Weteringe 1423 1 charter B NB 420 Stukken betreffende de stichting van twee kapellaniën in de kerk te Wermonde door Jacobus, cureit te Aelsmaer 1342-1345 4 charters U, B NB 421 Guillielmus, graaf van Hollandia, keurt goed de inlijving van het klooster Portaceli in de orde van het hospitaal van St. Johannes van Jerusalem, vertegenwoordigd door den bisschop van Suden, en bevestigt daarbij den hier ingelaschten brief van den Roomsch-koning Guillielmus (reeds vroeger door Florentius, graaf van Hollandia bevestigd) dd, 1249, waarbij de Roomsch-koning Willelmus aan het voornoemde klooster het duin tusschen Vronelantsweche en Clinghenweghe tot aan de zee schenkt, met vrijstelling van alle lasten over 200 gemeten land in Zelandia. (Notarieel afschrift.) 1318 1 charter B NB 2.3.2.3.2. Heerlijkheden Abbenbroek en Velgersdijk 422 Symon en Jan Speyaert erkennen ontvangen te hebben van hun neef Jan van Abbenbroeke 57 ½ pond grooten, in mindering van hetgeen hij hun wegens het ambacht en ambachtsgevolg van Abbenbroeke schuldig was, en keuren goed, dat hij de resteerende 37 ½ pond eerst zal betalen, nadat zij aan de jonkvrouw Van den Werve haar lijftocht voldaan zullen hebben of. deze overleden zal zijn, mits hij tot zoolang aan de jonkvrouw jaarlijks 22 ½ oude schilden uitkeert 1387 1 charter B NB 423 Charlote van Brederoede, vrouw van Montfoert, voogdes van haren zoon Joest van Montfoirt, machtigt haren hofmeester Lodewijck van Treslonge, om uit haren naam en dien van haren zoon voor hunne Hollandsche leenen hulde te doen 1522 1 charter Sb. <br/>In dorso staat aangeteekend, dat Lodewijck van Beloys van Treslonge in 1522 voor de vrouwe van Montfoert met de heerlijkheid Abbenbrouck beleend is NB 424 Johan, burggraaf van Montfoert, machtigt Cornelis van Merthen, om voor het leenhof van Hollant uit zijn naam te verheffen het huis met drie deelen van Abbenbrouck en de halve heerlijkheid Velgersdijck, hem aangekomen bij doode van zijne grootmoeder Charlote van Brederode, vrouw van Montfoert en Abbenbrouck, en zijn oom Henrick van Montfoert 1556 1 charter (Gecancelleerd.) Sa NB 425 Leenbrieven, waarbij Florens en Ferdinand, vrijheeren tot Merode, beleend worden met het huis tot Abbenbrouck, 3/4 van de heerlijkheid van Abbenbrouck en ½ van de heerlijkheid Velgersdijck 1638, 1640 2 charters Sa NB 2.3.2.3.3. Verschillende goederen Zie ook No. 354 NB 426 Johan, heer tot Montfoirt en Naildwijck, erkent, dat de koning van Castilien of zijne opvolgers als graven van Hollant de hooge heerlijkheden van Vlaerdinghen met Vlaerdinger-ambacht, de Wateringe, Capelle en Nyeuwerkerck, die hem opgedragen zijn bij brieven dd, 1505, voor 1600 pond kunnen terugkoopen, 1506 1 charter Sa NB 427 Mandament van Philips van Oistrijck, graaf van Hollant, waarbij hij gelast Jan, heer van Montfort, te herstellen in het bezit der heerlijkheid van den Nyeuwenven, die in den oorlog van Philips en zijn vader den keizer met de stad en het sticht van Utrecht in zijne handen is gekomen, gelijk zulks bij het verdrag van vrede, tusschen de oorlogvoerende partijen aangegaan, bedongen was, 1497. Met een transfix dd, 1497, houdende relaas van den deurwaarder, waaruit blijkt, dat de rekenkamer te Mechelen aan dit mandament zal gehoorzamen. Met nog een transfix dd, 1497, houdende relaas van den deurwaarder, waaruit blijkt, dat de rentmeester-generaal van Hollant en de schout van Nyeuweveen aan dit mandament zullen gehoorzamen 1 charter U NB 428 Authentieke verklaring, waaruit blijkt, dat Johan van Montfort door het leenhof van . in het bezit gesteld is van de heerlijkheid Menene, Haeltre en Herlichove 1506 1 charter Sa NB 429 Leenbrief van Walraven, heer van Brederode en Vyanen, waarbij Yolante van Lallaing, weduwe van Brederode, zijne moeder, erkent, dat wanneer Steven van Nyevelt haar eene som van 150 Rinsgulden terugbetaalt, deze de korentienden en de smalle tienden van twee blokken op Zydervelt, waarmede vrouw Yolante thans beleend is, weder op zijn ouden leenbrief bezitten zal 1485 1 charter Sb NB 430 Gerechtsbrief van Lederdam, waarbij Nella, weduwe van Walraven van Ackoy, Steven van Nyevelt, als man van zijne huisvrouw Heylwich, en Meyntha, dochter van Walraven, overdragen aan Johan, heer tot Montfoirdt, den eigendom van 6 morgen land, genaamd Nystadewijck, onder dit gerecht, onder bepaling dat Nella dit goed haar leven lang bezitten zal tegen betaling van een ouden zwarten 's jaars 1486 1 charter Sa NB 431 Gerechtsbrief van Utrecht, waarbij de goedhuusberaders der kerk van St. Jacob aldaar op zekere voorwaarden Katerine, burggravin van Montforde, huisvrouw van Zweder van Montforde, in erfpacht geven eene hofstede in de Louwersteghe aldaar 1328 1 charter B NB 432 Gerechtsbrief van Ysenderen, waarbij Wouter van Ysenderen en Haze van Montforde, vrouw van Ysenderen en Holensteyn, overdragen aan Heynric den Rover van Montforde ten behoeve van Sweder, heer van Montforde, den eigendom eener weide aldaar 1370 1 charter Sa NB 433 Evert van W[ilp] erkent verkocht te hebben aan Johan, heer van Montfoirde, ½ hoeve land in het kerspel van Wilpe, en erkent de kooppenningen ontvangen te hebben 1440 1 charter Sb NB 434 Leenbrief van Adolph, hertog van Gelre en Gulich, waarbij Maria van Homoit, huisvrouw van Sweder van Montfoirt, beleend wordt met de hofstad Seelbeeck met zijn toebehooren 1469 1 charter Sa NB 435 Stukken betreffende eene jaarrente van 400 pond, gevestigd op den moutmolen en andere renten van den hertog van Brabant te Loeven, en afgelost aan Jan, burggraaf van Montforde 1340-1431 3 charters Sa NB 2.4. Appendix: Stukken uit het archief der Staten van Utrecht, als bezitters van het burggraafschap van Montfoort De oorspronkelijke inv.nrs. 436-454 zijn vervallen en overgebracht naar het archief van de Staten van Utrecht. NB 2.5. Afschriften en foto's van stukken, berustend in de bibliotheek van het University College te London 455 Afschriften en foto's van stukken uit Heerlijkheid Montfoort, berustend in de bibliotheek van het University College te London over 1367-1350 1 omslag 3. Bijlage 3.1. Regesten van de oorkonden 1 Datum Confluentiae XIII Kal. julii indictione septima. Roomsch koning Willelmus schenkt aan het Benedictinessenklooster Porta Celi van de Utrechtsche diocese het duin tusschen Vronelantsweche en Clingenwehe tot aan de zee, met vrijstelling van alle lasten over 200 gemeten land in Zelandia. (Opgenomen in eene akte dd, 1318 maart 2 van Guillielmus, graaf van Hannonia en Hollandia.). Afschr.- Ch. No. 421. (1249 juni 19.) Böhmer-Ficker, Regesta imperii V No, 4979 acht het waarschijnlijk, dat deze akte van 1250 is. NB 2 Sabbato ante Ascensionem Domini. Wilhelmus de Linscoten erkent, dat hij al de goederen in de parochie in Linschoten- die zijn vader Cristancius de Linscoten in leen hield van heer Gydelbertus de Zulen, met uitzondering van Sannelant en Reynerslant,- in leen houdt van heer Zvedherus de Zulen, wien hij als vrije man tegen diens vijanden zal dienen en die over zijn versterkt huis in Linscoten de beschikking zal hebben als over een open huis; zonder diens voorkennis zal hij deze leengoederen niet vervreemden. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 120. 1270 (Mei 17) 3 Herman, heer van Woerden, spreekt ten verzoeke van heer Godevaert van Seysth als zijn oordeel uit, dat het recht van den leenman, om met zijne mannen en zijne huisgenooten het leengoed, dat hij onbesproken bezit, te behouden, beter is dan het recht van den leenheer, om het hem met zijne mannen af te winnen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 252. Z.j. (1279-1295.) Herman van Woerden komt in V. d. Bergh's Oorkondenboek voor sinds 1274; na den moord op Floris V in 1296 was hij balling, ook uit Utrecht, zoodat hij toen wel niet meer om een oordeel zal zijn aangezocht. Godfried (= Godevaert?) van Zeist wordt in Broms Regestenlijst vermeld in 1279 en 1295- Zie verder de noot bij het regest van het op p. 163 van dit cartularium afgeschreven protest van den burggraaf dd, 1413 februari 18. NB 4 des Donredaghes voer sinte Georgiusdach. Claes van Taets doet als scheidsman uitspraak in het geschil tusschen Jan, bisschop van Utrecht, en Heynric den Rover over den eigendom van verschillende goederen, en beslist, dat de 6 morgens land in Heeswijc, 22 ½ hoeven in Blocland en Haren-Yenhoeven aan Heynric Rover in eigendom toekomen, dat de goedereu, die te leen werden gehouden van de burggraven van Montfoerde, voortaan zullen gehouden worden van Heynric den Rover, en dat de waard, die ligt voor Montfoerde, de visscherij in den Ysel en het veer te Montfoerde behooren tot het huis te Montfoerde, terwijl hij ten opzichte der vraag, of het dagelijksch gerecht te Heeswijc, de tyns en tiend in Willamscoep en in Bloclant, de tiend te Ratels, het gerecht en de tyns in Achthoeven beneden de Maerne dienstmansgoed of mansgoed is, bepaalt, dat de bisschop Heynric den Rover zal dagvaarden voor des Stichts mannen en het goed of voor mansgoed verklaren zal, of het Heynric als dienstmansgoed z al overlaten. (Opgenomen in een vidimus van den prior der Jacopinen te Utrecht dd, 1347 (November 3) des Saterdaghes na Alre Gods heylighen dach.) Het zegel van den prior verloren. Oorspr.- Ch. No. 315. 1282 (April 16) 5 Sabbato ante festum beate Marie Magdalene. Johannes, elect van Utrecht, erkent met goedvinden der prelaten, eenige edelen en eenige schepenen der stad Utrecht, dat de navolgende goederen: de helft van het gerecht en den tyns in Heeswijc, de tiend van Heeswijc, het gerecht, de tyns en de tiend van Willemscoep en in Bloclant, de tiend in Ratels in het gerecht van Gerardus de Vliet, en het gerecht en de tyns in Achthoven, omtrent welke goederen geschil gerezen was tusschen den elect en Henricus dictus Rover of zij leen- of dienstmansgoederen waren, dat de bedoelde goederen aan Henricus Rover als dienstmansgoederen zullen toebehooren, nadat hij zulks met twee dienstmannen der Utrechtsche kerk, Svederus de Bosinchem en Gerardus de Reno bezworen had. (Ook opgenomen in een vidimus van Guy van Chastillon, graaf van Blois dd, 1389 october 21.) Met het zegel van den graaf van Blois in roode was. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 157. Oorspr. vid.- Ch. No. 316. 1282 (Juli 18) In het cartularium is, bij de opsomming der goederen „dimidia jurisdiccione.de Heeswyc" door eene eveneens 15e eeuwsche hand veranderd in: „totali jurisdiccione.de Heeswijc". NB 6 des Saterdaechs na sinte Marien Madelenen dach. Johannes, elect van Utrecht, geeft, ter beëindiging der geschillen, aan Heynric de Rover als dienstgoed het geheele gerecht en den halven tyns van Heeswiic, den geheelen tiend van Heeswiic, behalve den tiend, behoorende aan de pastoors-prebende van Heeswiic of Montfoerde, het geheele gerecht, tins en tiend van Willamscoep, het geheele gerecht, tins en tiend van Bloclant, den geheelen tiend in Ratels en het geheele gerecht en tins in Achthoeven, nadat hij met twee dienstmannen heeft bewezen, dat dit geen mangoed, maar dienstgoed was. Afschr.- Ch. No. 316bis. Afschr.- Cart, (Inv. No. 282) p. 158. 1282 (Juli 25) Deze akte is eene woordelijke vertaling (met weglating van de arenga) van de voorgaande, behoudens bij de omschrijving van het gerecht van Heeswijk (daar: „dimidia jurisdiecione", hier: „alinghe dea gherechte") en bij den datum (daar; "Sabbato ante", hier: „des Saterdachs na"). Misschien is dit laatste eene schrijffout; misschien ook heeft, in verband met de veranderde positie van Heeswijk, inderdaad eene nieuwe uitvaardiging plaats gehad. (Vgl. de noot bij de akte dd. 18 juli 1282.) NB 7 in sinte Lucien avonde. Florens, graaf van Hollant, beveelt de heemraden van Lopykerweert den schouw te drijven, wanneer hun zulks gelast wordt door Henric den Rover, wien de graaf de schouw heeft opgedragen. Het zegel van den graaf verloren. Oorspr.- Ch. No. 9G. Afschr.- Ch. No. 96bis. 1287 (December 12) 8 1287 des Saterdaghes voer onser Vrouwen Lichtmisse. Floris, graaf van Holland, beveelt Wisse van Hardinvelt aan Henric den Rovere verantwoording te doen van alle geïnde en nog te vorderen gelden, sedert aan dezen de schouw door den graaf is opgedragen. Met het zegel van den graaf in bruine was. Oorspr.- Ch. No. 97. Afschr.- Ch. No. 97bis. (1288 januari 31) 9 des Sondages vore sinte Remigius daghe. Herman, ridder van Woirden, geeft aan de inwoners van Didemerbroec in het gerecht van Jan van Linscoten het recht, om een watergang naar den Ysel te hebben door het land van den paap van Oudewater en van Henric, „zwager" van vrouw Aghate, op voorwaarde dat zij dezen watergang zelven maken en onderhouden. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 80. 1289 (September 25) 10 des Manendags na sinte Bartholomeus dage. Luf van Cleve gelast allen, die goederen onder zich hebben van Katerine, zuster van Heinric den Rover van Montfort, deze over te geven aan Heinric voornoemd, die door hem, Luf, gelast is deze goederen ten behoeve van jonker Johan van Hollant te beheeren en beloofd heeft daaromtrent aan hem, Luf, verantwoording te zullen doen. Met het ridderzegel van heer Luf in groene was. Oorspr.-Ch. No. 141. 1296 (Augustus 27) 11 des Sonnendaghes voer sinte Johans dach Babtiste. Henric de Rover, burggraaf van Montfoerd, verzoent zich met Jan, graaf van Hollant, wiens krijgsgevangene hij is, en belooft hem als zijn getrouwe man te zullen bijstaan in alle oorlogen behalve tegen den bisschop van Utrecht. (Afschrift van c, 1400.) Afschr.- Ch. No. 2. 1298 (Juni 22) 12 feria quartapost Assumpcionem beate Marie. Het kapittel van St. Salvator te Utrecht verhuurt aan Henricus Rover, burggraaf van Montfoort, 24 morgens bouwland in Bloclant in het gerecht van Montfoort voor 15 pond 's jaars. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 133. 1298 (Augustus 20) 13 des Sonnendag hes na sente Lambrechts dach. Willam, graaf van Henegouwen en Hollant, vestigt de jaarlijksche renten van 100 pond Hollandsch, die zijn vader, graaf Jan, beloofd heeft te geven aan Zweder, burggraaf van Montfoerd, als gehuwd zijnde met jonkvrouw Katerine, dochter van graaf Florens, op 160 morgens land, gelegen in den Cabbau bij Scoenhoven, onder bepaling dat deze rente door hem of zijne erfgenamen zal kunnen gelost worden met 1000 pond Hollandsch. (Opgenomen in een vidimus van den deken van St. Jan te Utrecht dd, 1351 december 18, des Sonnendaghes na sente Lucien dach.) Met het zegel van den deken in groene was. Oorspr. vid.- Ch. No. 142. 1306 (September 18) 14 des Donredaghes na sinte Oedolfs daghe. Guy, bisschop te Utrecht, verklaart, dat die van Benscoep en Polsebroec tot de hulp, die zij verleend hebben bij de laatste verhooging van den Lekdijk, niet verplicht waren. (Authentiek afschrift.) Met geteekend zegel van den notaris. Afschr.- Ch. No. 116. 1308 (Juni 13) 15 des Saterdages voir sinte Thomaes dach. Curstans van Linscoten erkent, dat hij het steenhuis te Linscoten en de daarbij behoorende goederen in het kerspel van Linscoten in leen houdt van Zweder van Abcoude, dien hij tegen diens vijanden zal helpen en die over dit huis de beschikking zal hebben als over een open huis; zonder diens voorkennis zal hij deze leengoederen niet vervreemden. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 120. 1310 (December 19) 16 des Woensdaghes voer Piinstren. Henric van Honthorst de jonge belooft Zweder van Montforde, dat hij hem binnen veertien dagen, nadat de abt van St. Pouwels te Utrecht komen zal, ten overstaan van dien zal overdragen de goederen int Leen bij de Lintscoten, die hij en zijn vader van den voornoemden abt in leen hielden, of bij gebreke van dien den heer van Montforde 200 pond zwarte Tournoisen betalen, en stelt voor de uitvoering dezer bepalingen borgen Jacob van Lintscoten, Ghisebrecht van Crimpen, Ernst Hubrechtssone van Wulven, Hubrecht van Wulven en Dideric van der Weyde, onder verband van leisting. Met de zegels van Henric van Honthorst en i der borgen in groene, en met dat van Hubrecht van Wulven in roode was. Oorspr.- Ch. No. 338. 1317 (Mei 18) 17 in sinte Martiins daghe in den Zomer, de men heet sinte Martiins Scuddecorfsdach. Abt en convent van St. Pouwels te Utrecht machtigen den houder van dezen brief, om uit hun naam aan Zveder van Montforde den eigendom van het goed in de Lintscote, dat Henric van Honthorst de jonge van hem te leen houdt, over te dragen. De zegels van den abt en het convent verloren. Oorspr.- Ch. No. 338. 1317 (Juli 4) 18 in sinte Bartelmeus avont. De proost van Oudmunster te Utrecht beleent Florans Svederssone van Montford met den tiend en het gerecht van der Hare, hem aangekomen door afstand van Ghisebrecht Ruschen van Lintscoten, nadat diens vrouw Jutte Henrix suster van Loenreslote afstand had gedaan van hare lijftocht aan dien tiend. Met zegel van den proost in groene was. Oorspr.- Ch. No. 331. 1317 (Augustus 23) 19 maart 2. Datum apud Middelburch secunda die Martii anno Domini 1317. Guillielmus, graaf van Hollandia, keurt goed de inlijving van het klooster Porta Celi in de orde van het hospitaal van St. Johannes van Jherosolim, vertegenwoordigd door den bisschop van Suden, en bevestigt daarbij den hier ingelaschten brief van den Roomsch koning Guillielmus (reeds vroeger door Florentius graaf van Hollandia bevestigd) dd. (1249 juni 19) XIII Kal. julii indictione septima, waarbij de Roomsch koning Willelmus aan het voornoemde klooster het duin tusschen Vronelantsweche en Clinghenweghe tot aan zee schenkt, met vrijstelling van alle lasten over 200 gemeten land in Zelandia. (Notarieel afschrift.) Afschr.- Ch. No. 421. (1318) 20 des Dynsendages na den Zonnendaghe als men singt Oculi. Vrederick, bisschop van Utrecht, benoemt Everaerd Heynrikeszoen tot dijkgraaf over Lecke en Ysel tusschen Ameronghen en Goude, met uitzondering van den dijk in het gerecht van den heer van Yselstein. Afschr.- Inv. No. 123. 1318 (Maart 28) 21 des Woensdaghes na sinte Agnieten daghe. Vrederic, bisschop te Utrecht, beleent Florans, zoon van Zveder van Montfoird, „in dienstmans stat" met gerecht, tiend en tyns van Reynaerscoep, hem opgedragen door Zveder van Vianen. Met zegel van den bisschop in groene was. Oorspr.- Ch. No. 349. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 134. 1320 (Januari 23) 22 des Dinxendaghes vor ons Heeren opvaerd. Willem, graaf van Heynnegouwen en Holland, begiftigt Rolof den Rover van Montvorde met drie morgens land aan de Lintscoten, ge-heeten het Hueland, hem aangekomen van Janne van der Huelen, onder bepaling dat Rolof nog drie morgens daarbij aankoopen zal, op dit goed een steenen huis bouwen zal en dit huis zal maken tot een open huis van den graaf en het met de zes morgens land van den graaf in leen zal nemen. Met zegel van den graaf in groene was. Oorspr.- Ch. No. 335. 1320 (Mei 6) 23 feria secunda post beatorum Gereonis et Victoris. Gherardus van Raephorst begiftigt de door hem en zijne overledene echtgenoote Jutta gestichte kapellanie in de kerk te Leyderdorp met 9 morgens land in de parochie van Naeldvic, en bepaalt, wie collators dezer vicarie zullen zijn. (Opgenomen in een vidimusbrief Z.j. van frater Theodericus investitus ecclesie de Leyden.) Het zegel van frater Theodericus verloren. Oorspr. vid.- Ch. No. 412. 1320 (October 13) Met transfix dd, 1320 (October 14) feria tercia post beatorum Gereonis et Victoris. NB 24 feria tercia post beatorum Gereonis et Victoris. Fredericus, bisschop van Utrecht, bevestigt de hierbij getransfigeerde akte dd, 1320 (October 13) feria secunda post beatorum Gereonis et Victoris, waarbij Gherardus van Raephorst de door hem en zijne overledene echtgenoote Jutta gestichte kapellanie in de kerk te Leyderdorp begiftigt met 9 morgens land in de parochie van Naeldvic en eene regeling treft over de collatie. (Opgenomen in een vidimus z.j. van frater Theodericus, investitus ecclesie de Leyden.) Het zegel van frater Theodericus verloren. Oorsp. vid.- Ch. No. 412. 1320 (October 14) 25 des Zatersdaghes na Grote Vastenavond. Vrederic, bisschop van Utrecht, erkent, dat op zijn verzoek Ghiselbrecht van Yselsteyne bij een dijkbreuk hulp heeft betoond, zonder daartoe verplicht te zijn. (Authentiek afschrift.) Met geteekend zegel van den notaris. Afschr.- Ch. No. 116. 1322 (Maart 16) 26 des Donresdaghes voir halve aprille. Heynric die Rover Zveders zone van Montfoird belooft voor zich en zijne nakomelingen Willaem, graaf van Heneghouwen en Holland, zijne nakomelingen altijd te zullen dienen en helpen en met geen ander een verbond te zullen aangaan. (Gecancelleerd.) De zegels van Heynric die Rover, Ghisebrecht heer van Yselsteyne en Arnond van Yselsteyne, zwagers van Heynric en van Roelof die Rover, oom van Heynric, verloren. Oorspr.- CU. No. 3. 1323 (April 14) 27 op sente Jansdam te Middesomer. Hubrecht die Scenke belooft zijnen neef Henric de Rover van Montforde schadeloos te zullen stellen wegens den borgtocht, door dezen te zijnen behoeve aangegaan voor de zekerheid eener uitkeering van 330 ponden, door hem jaarlijks aan het kapittel van St. Jan te Utrecht verschuldigd. Met zegel van Hubrecht in groene was. Oorspr.- Ch. No. 145. 1325 (Juni 24) 28 op sinte Pouwelsdach die men heyt Conversio Pauli.Johan, bisschop van Utrecht, machtigt Gijsbrecht heer van Yselsteyn, om een dijkgraaf en heemraden aan te stellen over de Lecke tusschen Ysel en Scoenhoven. Afschr.- Inv. No. 123. 1326 (Januari 25) 29 des Sondaechs voer Meydach. Willam, graaf van Heynnegouwen en Hollant, doet als scheidsrechter uitspraak in het geschil tusschen Zweder van Montfoerd en zijn zoon Heynric den Rover, en bepaalt, dat Zweder op verschillende voorwaarden hersteld zal worden in het bezit van zijn huis en andere goederen, uitmakende het land van Montfoerd. (Opgenomen in een vidimus, ten verzoeke van Heynric van Montfoerd gegeven door Guy van Chastillon graaf van Bloys, dd, 1382 april 22.) Het zegel van den graaf van Bloys verloren. Oorspr. vid.- Ch. No. 143. 1327 (April 26) 30 des Zoenendaghes nae sente Marcus daeghe Ewangeliste. Willam, graaf van Heynegouwen en Hollant, erkent schuldig te zijn aan zijn zwager Zweder, burggraaf van Montford, 1200 pond zwarte Tornoysen, belooft deze som binnen twee jaren te zullen teruggeven, en stelt tot zijne borgen Zweder van Abcoude, Everharde van Heemsteden, Steven van Zulen, Zweder van Zulen, Henric van Loenresloot, Eerst van der Horst, Otte van Zulen, Henric van den Riin, Florans van Jutfaes en Gheraerd van Jutfaes, onder verband van leisting. (Opgenomen in een vidimus van Ghisebrecht van Zulen, gardiaan der Minrebroeders te Utrecht, dd, 1437 (Juli 22) op senter Marien Magdalenen dach.) Met geschonden zegel van den gardiaan in roode was. Oorspr. vid.- Ch. No. 144. 1327 (April 26) 31 op sinte Peters avond ad Vincula. Johan, bisschop te Utrecht, erkent, dat op zijn verzoek de heer van Yselsteyne en de zijnen den Lekdijk hebben helpen verhoogen, zonder daartoe verplicht te zijn. (Authentiek afschrift.) Met geteekend zegel van den notaris. Afschr.- Ch. No. 116. 1327 (Juli 31) 32 des Sonnendaghes na sente Marien dach Magdalenen. Willaem, graaf van Henegouwen en Holland, gelast den geërfden van den Loepicker waard, om volgens de overeenkomst, door hem gemaakt met Jan, bisschop te Utrecht, met goedvinden van Jan van Henegouwen, zijn broeder, Ghisebrecht, heer van Ysselsteyne, Henric van der Lecke, Sveder van Montfoerd en andere ambachtsheeren, een dijk te maken van Haestrechter weer langs de Yssel tot den Ysseldam en van den Ysseldam langs de Leek naar Scoenhoven tot zoover 's bisschops schouw zich uitstrekt. (Ook opgenomen in een vidimus van Volprecht Ottens, cureit der kerk te Montfoort, dd, 1378 (Januari 21) op sinte Agnieten dach.) Met zegel van graaf Willem in groene was. Oorspr.- Ch. No. 98. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 94. 1328 (Juli 24) 33 des Sonnensdaghes na sente Marien dach Magdalenen. Johan, bisschop te Utrecht, verklaart, dat hij, met goedvinden van Jan van Henegouwen, Gyzebrecht van Ysselsteyn, Henric van der Lecke, Sveder van Montfoerd en andere ambachtsheeren in Loepicker-ward, met Willem, graaf van Henegouwen en Holland, is overeengekomen, om een dijk te maken van Haestrichterweer langs den Ysel tot den Yseldam en van den Yseldam langs de Lecke naar Scoenhoven, zoover 's bisschops schouw zich uitstrekt in Lopickerwaird. (Ook opgenomen in een vidimus van Volprecht Ottenz, cureit der kerk te Montfoerd, dd, 1378 (Januari 21) op sinte Angnieten dach, en in eene akte dd, 1434 (Juli 21) op sinte Marien Magdalenen avont van Rodolph, bisschop te Utrecht. Met zegel van den bisschop in roode was,- en: met zegel van Volprecht Ottenz. in groene was. Oorspr.- Ch. No. 98. Afschr.- Ch. No. 104. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 94. Oorspr. vid.- Ch. No. 98. 1328 (Juli 24) 34 des Vridaghes na sente Laurens daghe. De goedhuus-beraders der kerk van St. Jacob te Utrecht geven voor het gerecht van Utrecht op zekere voorwaarden in erfpacht aan Katerine, burggravin van Montford, huisvrouw van Zveder van Montford, eene hofstede in de Louwersteghe aldaar. Met geschonden zegel der stad in roode was. Oorspr.- Ch. No. 431. 1328 (Augustus 12) 35 des Zonendaghes nae zinte Urbaens dach. Sweder, burggraaf van Montphoerdt, geeft aan zijne poorte verschillende vrijheden en keuren. (Opgenomen in een vidimus van den paap te Montphoerd dd, 1330 (Februari 26) des irsten Manendaghes in der vasten.) Het zegel van den paap verloren. Oorspr.- Ch. No. 48. 1329 (Mei 28) 36 des Sonendaghes voor Onser Vrouwen dach verholen. Ghisebrecht Ruische van Linschoten maakt bepalingen over de schadevergoeding, te verleenen als hij de aan Ghisebrecht Roelofssone in leen gegevene 4 morgens land intrekt, en over de door dezen te geven uitkeering bij verleening daarvan op zijn verzoek aan anderen. 2 Zegels verloren. Oorspr.- Ch. No. 323. 1330 (September 2) 37 des Woensdaghes na Jaersdach. Johan, bisschop te Utrecht, beleent Heynric de Rover van Montfoerd met het huis te Montfoerde als een erfborchleen en met al het goed, dat zijn vader van den bisschop gehouden heeft. (Opgenomen in een vidimus van den prior van de Jacopinen te Utrecht dd, 1347 (November 3) des Saterdaghes na Alre Gods heylighen dach.) Met zegel van den prior in roode was. Oorspr. vid.- Ch. No. 317. 1331 (Januari 2) 38 des Densendaghes na Beloken Paesschen. Johan, bisschop te Utrecht, beleent Johan van Montfoerd met het huis te Montfoerd als een erfborchleen. (Opgenomen in een vidimus van den prior der Jacopinen te Utrecht dd, 1347 (November 3) des Saterdaghes na Alre Gods heylighen dach.) Het zegel van den prior verloren. Oorspr. vid.- Ch. No. 317. 1334 (April 5) 39 op Onser Vrouwen dach Nativitas. Jan, bisschop te Utrecht, stelt met Willem, graaf van Heynegouwen en Holland, diens broeder Jan van Heynegouwen, heer van Byaumont, en de andere ambachtsheeren in Loepickerweert, eenige nieuwe bepalingen van dijkrecht, geldig tusschen den Nyewendam aan den Ysel en Scoenhoven, vast, waarbij wordt bepaald, dat Jan van Montfoort de heemraden kiezen zal. (Opgenomen in een vidimus van de stad Scoenhoven, dd, 1387 (November 26) des Dinxdaghes na sinte Katherinen dach.) Met groot zegel van Schoonhoven in groene was. Oorspr. vid.- Ch. No. 99. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 108. 1336 (September 8) 40 des Sonnendaghes na sinte Johans daghe Decollatio. Willem, graaf van Henegouwen en Hollant, beveelt aan den baljuw van Woerden, om, in geval poorters van Oudewater, woonachtig in Lopikerweerd, geen dijkgeld willen betalen volgens de overeenkomst met 's graven oom, heer Jan van Henegouwen, hen daarvoor te panden. (Ook opgenomen in een vidimus van Volprecht Ottenz., cureit der kerk te Montfoerd, dd, 1378 (Januari 21) op sinte Angnyeten dach.) Met zegel van den graaf in groene was,- en: met zegel van Volprecht Ottenz. in groene was. Oorspr.- Ch. No. 100. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 100. Oorspr. vid.- Ch. No. 100. 1337 (Augustus 31) 41 des Sonnendaghes na sinte Johans daghe Decollatio. Johan van Henegouwen, heer van Beamont, beveelt Symon Vrederixz., zijnen baljuw van Scoenhoven en van der Goude, om, in geval poorters dezer steden, woonachtig in den Lopikerweerd, geen dijkgeld willen betalen evenals hunne buren (volgens de overeenkomst met den graaf van Hollant), hen daarvoor te panden. Met zegel van Johan van Henegouwen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 100. 1337 (Augustus 31) 42 des Vrydaghes na Mitvasten. Tydeman Zoudenbalch, burger te Utrecht, belooft, zoo spoedig mogelijk aan Florans van Montfoord den eigendom van al het land, dat hij op Linscotenrehare liggende heeft, te zullen overdragen. Met zegels van Tydeman Zoudenbalch en Johan van Lewenberch in roode was. Oorspr.- Ch. No. 339. 1340 (Maart 31) 43 le Samedi jour de la Magdalaine. Jehans, hertog van Brabant, erkent krachtens de overeenkomst dd, 1340 (Juli 15) le Samedi jour de la division des Aposteles aan Guillaume graaf van Namur schuldig te zijn eene jaarlijksche rente van 400 pond, en vestigt die op zijne rente in de stad Louvain, onder bepaling dat Guillaume deze jaarrente van hem te leen houden zal. (Opgenomen in een vidimus van den proost tot St. Jan te Utrecht dd, 1428 juli 4, en in eene akte dd, 1431 juni 20 van Philips, hertog van Boirgoingnen.) Met zegel van den proost in roode was. Oorspr. vid.- Ch. No. 435. Afschr.- Ch. No. 435. 1340 (Juli 22) 44 op den dach der heyligher Drievoudicheyt ons Heren. Ghisebrecht, heer van Yselsteyne, en zijne kinderen Arnoud van Yselsteyne en Agniese van Montfoerd verklaren, dat bij de verdeeling van de nalatenschap van Henric de Roever tusschen Johan van Montfoerd, Sveder, Beerte en Herbaren, zijne kinderen, aan Sveder van Montfoerd ten deel gevallen zijn 3 viertelen land in Heeswiic, 1 hoeve land in Bloclant, Scoerenborch, en ½ viertel, 1 viertel en ½ morgen land te Achthoeven. Met zegels van Ghisebrecht, Arnoud en Agniese in groene was. Oorspr.- Ch. No. 146. 1341 (Juni 3) 45 secundum usum diocesis Traiectensis. Jacobus, cureit te Aelsmaer, maakt bij notariëele akte zijn testament, waarbij deze o. a. sticht twee kapellanieën op het altaar van de H. Drievuldigheid, St. Maria en alle heiligen in de kerk te Wermonde, en elk begiftigt met jaarlijksche inkomsten ter grootte van 20 Hollandsche ponden. Met geteekend zegel van den notaris en geschonden zegel van Balduinus zoon van Foykens in groene was; de zegels van den testator en de drie executeurs Hugo, abt van Egmond, Johannes van Pollanen en Johannes cureit van Zassenem verloren. Oorspr.- Ch. No. 420. 1342 (maart 8) Met transfixen dd. (1342) z.j.,- 1342 (Juni 12) in die beati Odulphi Confessoris,- en 1343 (April 27) des Sonnendaghes na Beloken Paschen.- Zeer geschonden. Het charter heeft waarschijnlijk betrekking op de in den inventaris onder No. 89 vermelde vicarie in het Manhuis te Montfoort. NB 46 in die beati Odulphi Confessoris. De officiaal van den aartsdiaken ten Dom bevestigt het hierbij getransfigeerde testament (dd, 1342 maart 8) van Jacobus, investitus der kerk van Aelsmaer. Met zegel van den officiaal in groene was. Oorspr.- Ch. No. 420. 1342 (Juni 12) 47 Jacobus, cureit der kerk van Aelsmaer, benoemt tot executeurs van zijn hierbij getransfigeerd testament (dd, 1342 maart 8) Theodericus, cureit der kerk van Rensburch, en Henricus de Alcmaed ter vervanging van Wilhelmus, abt van Egmonda, die de aanvaarding dezer benoeming heeft geweigerd. De zegels van den testator en de beide executeurs verloren. Oorspr.- Ch. No. 420. Z.j. (1342.) 48 des Sonnendaghes na Beloken Paschen. Jacob, parochiepaap van Aelsmaer, benoemt, in de plaats van den overleden heer Jan van Pollanen, tot executeur van zijn hierbij getransfigeerd testament (dd, 1342 maart 8) Jacob.De zegels van den testator en van den executeur verloren. Oorspr.- Ch. No. 420. 1343 (April 27) 49 des Vriendaghes voer sente Laurens dach. Jan van Henegouwen, heer van Byamont, Jan here van Arkel, Ghisebrecht, heer van Yselsteyne, Gheraed van Polsbroec, Staesken van Brakel en Jan van Montfoerd verklaren overeengekomen te zijn, hulp te verleenen bij het verhoogen van den dijk tusschen den Yseldam en Scoenhove, „tot dier stede, die men ghemeynlic heyt Overnesse", welk werk op Onser Liever Vrouwen dach Assumptio (15 augustus) gereed moet zijn, terwijl tevens wordt bepaald, wie in de kosten daarvan hebben bij te dragen. Met transfix dd, 1343 (September 21) op sinte Matheus dach des Apostels ende des Evangelists, waarbij Jan, bisschop te Utrecht, de bepalingen van voornoemden brief goedkeurt. (Opgenomen in een vidimus van de stad Schoonhoven dd, 1373 (Maart 12) op sinte Gregorys dach in Maerte.) Oorspr. vid.- Ch. No. 114. 1343 (Augustus 8) 50 op sinte Matheus dach des Apostels ende des Ewangelists. Jan, bisschop te Utrecht, hecht zijne goedkeuring aan de hierbij getransfigeerde overeenkomst dd, 1343 (Augustus 8) des Vriendaghes na sente Laurens dach tusschen Jan van Henegouwen, heer van Byamont e.a., betreffende de verhooging van den dijk tusschen den Yseldam en Scoenhove. (Opgenomen in een vidimus van de stad Schoonhoven dd, 1373 (Maart 12) op sinte Gregorijs dach in Maerte.) Afschr.- Ch. No. 114. 1343 (September 21) 51 feria sexta post Epiphaniam Domini. Jacobus, pastoor van de kerk in Alsmaer, sticht na zijn dood eene kapellanie in de kerk te Wermond, begiftigt die met verschillende goederen onder Outshoerne, Awenesse, Wermond en Alcmade, benoemt zijn neef Jacobus Sprong Balduinuszoon tot vicaris en bepaalt, dat het patronaatrecht na den dood des stichters aan Johannes van Polanen komen zal. Het zegel van den cureit verloren. Oorspr.- Ch. No. 420. Vert.- Ch. No. 420. 1344 (Januari 9) Met transfix dd, 1344 januari 16. NB 52 Johannes, bisschop van Utrecht, bekrachtigt de hierbij getransfigeerde akte dd, 1344 (Januari 9) feria sexta post Epiphaniam Domini, waarbij Jacobus, pastoor van de kerk in Alsmaer, eene kapellanie sticht en begiftigt in de kerk te Wermond en hare begeving regelt. Met zeer geschonden zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Ch. No. 420. 1344 januari 16 53 des Diensdaghes na sente Gregorius dach. Jacob, cureyt van Aelsmair, vermaakt aan de beide kapellanen der twee kapellanieën, door hem in de kerk te Warmond gedoteerd, het door hem bewoonde huis te Warmond, benevens zijn kelk, missaal en priestergewaad. Het zegel van den cureit verloren. Oorspr.- Ch. No. 420. 1345 (Maart 15) 54 Johannes, bisschop van Utrecht, hecht, met goedvinden van Guido, kardinaal-priester van St. Cecilia en administrator van de kerk in Woirden, zijne goedkeuring aan de stichting en begiftiging van eene kapel (in het kasteel Wulvenhorst) in de parochie van Woirden door heer Ernestus de Horst en eenige andere parochianen, en geeft het recht van presentatie tot deze kapel aan Ernestus en zijne opvolgers in zijne voornaamste leengoederen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 82. 1345 october 25 De plaats der kapel is ontleend aan de akte dd. 16 juli 1421 van bisschop Fredericus, afgeschreven op dezelfde bladzijde. NB 55 op sinte Mathies avont. Florans van Montfoerd verklaart, dat Aernoud van Arkel aan zijne nicht Coonegonde, dochter van Wouter van Zoele, ter gelegenheid van haar huwelijk met hem Florans tot eene medegave gegeven heeft eene jaarlijksche rente van 40 pond zwarte Tournoisen, en beloofd heeft, daarvan 16 pond te zullen vestigen op land te Bloclant in het land van Arkel, en 24 pond op land te Zoelen,- erkent, dat deze laatste rente losbaar zal zijn met 240 pond,- en belooft zijne vrouw binnen het jaar eene lijftocht van 150 pond 's jaars te zullen geven, onder voorwaarde dat, in geval hij Florans sterft zonder kinderen, bij haar verwekt, na te laten, zij slechts eene lijftocht van 100 pond 's jaars hebben zal, terwijl zij en hare erfgenamen al het goed, dat zij ten huwelijk heeft gebracht, uit den boedel zullen terugontvangen. Met zegels van Florans voornoemd, Robbrecht van Arkel, heer van den Berghe, en Henric van Vyanen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 147. 1346 (Februari 23) 56 op sinte Mathies avont. Aernoud van Arkel erkent aan Florans van Montforde en Conegonde Woutersdochter van Zoelen in medegave schuldig te zijn eene jaarlijksche rente van 40 pond zwarte Tournooisen, belooft 16 pond daarvan te vestigen op land, gelegen opt Bloclant in het land van Arkel, en 24 pond op land, gelegen te Zoelen, en verbindt zich en zijne borgen, Robrecht van Arkel, Hubrecht van Lyenden, Ghisebrecht van Hardenbroeck, H. van Lichtenberch en Wernaer van Tiele, tot de getrouwe nakoming dezer verplichting onder verband van leisting. (Geschonden.) Met zegels van Aernoud en zijne borgen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 147. 1346 (Februari 23) 57 1348 des Zonnendaghes nae sente Aeghten dach. Willem van Beyeren, „verbeydende der graeflicheden van Heynnegouwen", verzoekt den heer van Yselsteyne, hulp te verleenen bij een breuk in den Lekdijk, erkennende dat deze daartoe niet verplicht is. (Authentiek afschrift.) Met geteekend zegel van den notaris. Afschr.- Ch. No. 116. (1349 februari 9) 58 des Woensdaghes voer sente Valentynsdach. Willem van Beyeren, verbeyder van Hollant, gebiedt Zweder van Montfoird, ten spoedigste de wadden tusschen Scoenhoven en den Nuwendamme in zijn dijkgraafschap te hersteilen, en belooft hem te zullen helpen in het inwinnen der eventueel op te leggen boeten. (Ook opgenomen in een vidimus dd, 1378 (Januari 21) op sinte Agnieten dach, van Volprecht Ottens., cureit der kerk te Montfoort.) Met geschonden zegel van den hertog in groene was. Oorspr.-Ch. No. 101. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 99. 1349 (Februari 11) 59 des Dinxdaghes voer sinte Johans dach Baptiste, alse hi gheboren was. Siman van Teylingen verklaart, dat hij Berte, zuster van Sveder, burggraaf van Montfoerde, ten huwelijk zal nemen, op voorwaarde dat S weder aan zijne zuster 800 pond ten huwelijk medegeven zal, dat hij, Siman, aan Berte eene lijftocht van 100 pond 's jaarsma ken zal en dat de medegave van Berte na haar kinderloozen dood weder aan hare erfgenamen komen zal, en stelt borgen voor de nakoming dezer voorwaarden. Met zegels van Simon en zijne borgen Danel van der Merweden, Jan van Langherake, Danel van Toloysen, Aper van Swindrecht, Jan van der Merwede Lodewiicssoen, Monne heren Jans sone, Jan Aernds sone van Kraeyensteyne, Dirc Willemssone van den Vene en Aernd Thoen heren Ottensone in groene was. Oorspr.- Ch. No. 152. 1350 (Juni 22) 60 des Manendages op onser Vrouwen dach Assumpcio. Willem van Beyeren, graaf van Hollant, verleent, ter wille van Zweeder van Montfoert en zijne nakomelingen, aan de inwoners der vrijheid van Montfoert de tol vrijheid in zijne landen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 137. Afschr.- Inv. No. 54. Afschr.- Inv. No. 54bis. 1351 (Augustus 15) 61 des Diinxendaghes na sinte Jans dach Decollatio. Willam van Beyeren, graaf van Hollant, erkent schuldig te zijn aan Sweder, burggraaf van Montfoerd, eene som van 741 pond 6 schellingen, 8 penningen, zijnde de waarde van den door hem verleenden onderstand tot het gevecht op de Maze bij den Zwerten Wale en tot de drie tochten van den hertog naar Scouden, en belooft deze som te zullen betalen te sente Martiinsmisse in den wiinter e.k. Zonder zegel. Oorspr.- Ch. 11°. 149. 1351 (Augustus 30) 62 feria terda post Conversionem beati Pauli. De officiaal van den bisschop van Utrecht geeft, op klacht van Hildegundis, dochter van Henricus Grani, een mandaat tegen (Theodericus Valke en Sveder de Montfoerd). [Fragment.] (Opgenomen in eene notarieele akte dd, 1353 februari 8 van den gemachtigde van den officiaal.) Afschr.- Ch. No. 150. 1353 (Januari 29) 63 indiccione sexta. Hugo Wstinc, gemachtigde van den officiaal van den bisschop van Utrecht, heft bij notarieele akte op het mandaat dd, 1353 . (Januari 29) feria tercia post Conversionem beati Pauli, door den officiaal uitgesproken tegen Theodericus Valke en Sveder de Montfoerd, voor zooverre den laatste aangaat. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 150. 1353 februari 8, 64 Woensdaghes voer sente Thomas daghe. Jan van Pollanen machtigt Herman Spayaerd, om aan Jacop Spayard Henricszoon over te dragen den eigendom van een viertel land op die Oye in het gerecht der heeren van Oudmunster. Met het zegel van Jan van Pollanen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 350. 1354 (December 17) 65 Dingtaal in het geding, voor den bisschop, in appel van het leenhof van Abcoude, gevoerd tusschen den heer van Abcoude en van Gaesbeke, eischer, en Willam van Linschoten, gedaagde, over het recht van gedaagde, om zich met den onschuldseed te verdedigen tegen den eisch tot verbeurdverklaring van de leenweer zijner aan eischer leenroerige goederen te Linschoten, wegens de vervreemding van eenige dier goederen door hem en zijn vader Corstans buiten voorkennis van den leenheer. (Opgenomen in een brief dd, 1355 mei 7 van Johan, bisschop te Utrecht, aan den keizer van het Roomsche rijk.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 121. Z.j. (1355 vóór mei 7.) 66 des Donredages na sinte Johans dach ante Portam Latinam. Johan, bisschop te Utrecht, verzoekt den keizer van het Roomsche rijk, om in hoogste ressort recht te spreken in het geding, voor het leenhof van Abcoude en in appèl voor den bisschop gevoerd tusschen den heer van Abcoude en van Gaesbeke, eischer, en Willam van Linschoten, gedaagde, over het recht van den gedaagde, om zich met den onschuldseed te verdedigen tegen den eisch tot verbeurdverklaring van de leenweer zijner aan eischer leenroerige goederen te Linschoten wegens de vervreemding van eenige dier goederen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 121. 1355 (Mei 1) 67 1355 des Saterdaghes na sinte Gheertruden dach. Willem van Beyeren, graaf van Holland, verzoent zich mat Sweder, burggraaf van Montfoerd, op voorwaarden dat de graaf der door hem aan den burggraaf gegevene tol-privilegiën zal handhaven en den burggraaf de hem verschuldigde gelden betalen zal, dat beide partijen met hunne manschappen in elkanders gebied zullen mogen komen, dat de graaf den burggraaf tegen den bisschop zal bijstaan, en dat de burggraaf zich niet zonder den graaf met den bisschop verzoenen zal. (Opgenomen in een vidimus van den proost van St. Jan te Utrecht dd, 1358 (Maart 27) des Dynsdaghes na Palmdach.) Met zegel van den proost in groene was. Oorspr. vid.- Ch. No. 4. (1356 19 maart.) 68 des Manendages na sinte Ambrosius dach. Johan, bisschop te Utrecht, doet met zijne mannen en dienstmannen uitspraak op den eisch van Ghisebrese, heer van Apcoude en van Gaesbeke, tegen Willam van Linschoten, en beslist, dat Willam, volgens de brieven, die zijn vader Korstans van Linschoten voor zich en zijne erfgenamen ten behoeve van Zweder van Apcoude en diens erfgenamen verleden heeft, het huis en de goederen te Linschoten aan den heer van Apcoude verbeurd heeft. Afschr.- Cart, (Inv. No. 282) p. 125. 1356 (April 11) 69 1355 des Dinxdaghes na Palme-Sonnendach. Willem van Beyeren, graaf van Holland, verzoent zich met Sveder, burggraaf van Montfoerd, en belooft hem en zijne stad te zullen bijstaan tegen den bisschop en de stad Utrecht en hem te zullen vrijwaren voor alle nadeel, dat voor hem uit zijn afval van den bisschop en de stad zou kunnen voortvloeien. Met zegel van den hertog in groene was. Oorspr.- Ch. No. 5. (1356 april 19.) 70 an Mitmochen (sic) nach Remigii. Wolk, hertog te Valkenberch, hofrichter van den Roomsch-keizer Kairl, deelt aan Johann, bisschop te Utrecht, mede, dat hij- recht doende te Prag in het door den bisschop (bij schrijven dd. 7 mei 1355) aan 's keizers beslissing opgedragen geschil tusschen den heer van Apcoud en Gazbek en Willam van Linscoten- beslist heeft, dat Willam verplicht is tegenover den heer van Apcoud zijn recht te bewijzen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 124. 1356 (October 5) Vgl. 's bisschops schrijven op p. 121 van dit cartularium.- Het jaar van dit vonnis is hier afgeschreven: „nach Crists geburt drie zehenhundert und im sehs un ffunsigsten jar." Toch wordt vermoedelijk 1355 bedoeld; immers het op p. 125 van dit cartularium afgeschreven, blijkbaar na contradictoire bewijsvoering en dus ook na uitspraak van den hofrichter gewezen vonnis van den bisschop te dezer zake, is gedateerd: 1356 (April 11) den Manendages na sinte Ambrosius dach; en bij dien datum kan aan eene schrijffout voor 1357 niet worden gedacht, aangezien in 1357 de Maandag na St. Ambrosius (10 april) viel op den 2n Paaschdag, terwijl niet aannemeljjk is, dat dan in de dateering het Paaschfeest niet genoemd zou zijn. NB 71 in vigilia beati Mathei Apostoli et Ewangeliste. Willem van Beieren, graaf van Holland, sticht eene kapellanie in de hofkapel te Haga ter eere van den Almachtigen God, de H. Maagd Maria en Maria Magdalena, voor de ziel van Gerardus de Wateringhe, en begiftigt die met verschillende goederen. (Ook opgenomen in een vidimus van het kapittel der kerk van St. Adrianus in Naeldwijck dd, 1433 (October 15) in profesto Galli.) Met zegel van den hertog in groene was,- en: met zegel van het kapittel in groene was. Oorspr.- Ch. No. 418. Oorspr. vid.- Ch. No. 418. 1357 (September 20) 72 des Manendaghes na sente Elisebetten daghe. Willem van Beyeren, graaf van Holland, schenkt het patronaatrecht over de kapellanie, door hem voor de ziel van Gheret van der Wateringhen in de hofkapel in den Haghe gesticht, aan Willem van der Wateringhen en de erfgenamen van Wateringhen. Met zegel van den hertog in groene was. Oorspr.- Ch. No. 418. 1357 (November 20) 73 op sinte Tyburcius dach. Zweder, burggraaf van Montfoord, beleent Wouter Symanssone van Teylinghen met het gerecht en den tiend van Gravensloot in het land van Woerden, wanneer Henric van Linscoten, die dit leen nu bezit, komt te overlijden. (Opgenomen in een vidimus van den cureit der halve kerk van St. Jacob te Utrecht dd, 1369 (Mei 19) opten Pinxsteravont.) Met geschonden zegel van den cureit in groene was. Oorspr. vid.- Ch. No. 297. 1362 (April 14) 74 op des heyliichs Cruus avont Exaltacio. Zweder, burggraaf van Montfoerd, beleent ten verzoeke van Haze, vrouw van Holensteyn, haar man Wouter van Yzenderen met den lijftocht aan 6 morgens land in Lopic, 1 viertel land te Jaersvelt, 15 morgens land te Opbueren, 1 hoeve land, genaamd Heytmanskamp, in het gerecht van de heeren van Oudmunster, 2 morgens land en 1 morgen op het Oudelant, 8 morgens en 9 morgens land bij het huis Ten Nesse, 12 morgens land, genaamd 't Hoelland, en 6 morgens land, genaamd Spronxland, in het gerecht van Haze vrouw van Hoelensteyne, en 6 morgens en 4 hont land in het gerecht der heeren van Oudmunster. Met geschonden zegel van Zweder in groene was. Oorspr.-Ch. No. 148. 1362 (September 13) 75 des Manendaechs na Alre Heylighen dach. Aelbrecht in Beyeren, ruwaard van Holland, belooft heer Zweder, burggraaf van Montfoerde, zoo noodig met al zijne macht te zullen bijstaan. Het zegel van den hertog verloren. Oorspr.- Ch. No. 6. 1362 (November 7) 76 op sinte Martijns avont in den Wynter. De gemeene buren van Purmerend schenken, ten overstaan van schout en schepenen van Purmerend, aan Claes Claes Symonszoens zoen van Velsen de tochten, wateringen en visscherijen van de „wisen" van Purmerend naar de zijde van de Horn en van Waterlant en de buitendijksche tocht geheeten Tetensloet. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 3 vs. 1362 (November 10) 77 op sinte Lucien avont. Katheriin, vrouw van Waterlant, schenkt aan haren neef Claes Claesz. den vrijen eigendom van de watertocht en de visscherij van de „wysen" van Purmerend en van de Tetensloet, met eene sluis in den dijk aldaar. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 3. 1362 (December 12) 78 up sinte Mertijns avont Translatio. Zweder, burggraaf van Montfoird, verkoopt aan die van Bodegraven en Cortehoeven (bij Bodegraven) een watergang door zijn gerecht van Oudencoop, ter uitwatering voor hunne landen ten zuiden van den Rijn, en stelt eenige bepalingen, vast over den schouw en het onderhoud van dezen watergang en van de sluis in den Yselldijck. (Afschrift van 1402, bezegeld door Henric Henric Aernts., cureit van Slupic.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 292. 1364 (Juli 3) 79 des Vrydages na des heiligen Sacraments dach. Geryt Jacopss. van den Vliet oorkondt met Gheryt van Pollanen te zijn overeengekomen over den schouw en het onderhoud van de watering, loopende door Diemerbroec en door hun beider gerechten, welke watering zal staan onder gelijken ban en boeten als de naastgelegen watering in heer Gheryt van Pollanen's gerecht en zal worden geschouwd door twee vertegenwoordigers van weerszijden. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 80. 1365 (Juni 13) 80 des Manendages na sinte Mertiins dach. Geryt van Pollanen verbindt zich jegens Hadewige, vrouw van Huelensteyn, haar niet te storen in haar bezit van het gerecht, den tyns en den tiend van de 6 hoeven in Cattenbroec. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 148. 1365 (November 17) 81 des Vrydages na onser Vrouwen dach Concepcio. Aelbrecht in Beyeren, ruwaard van Hollant, gelast Zweder van Montfoort, om zonder verwijl den dijk tusschen den Nywendam en Scoenhoven naar de uitspraak der heemraden te doen verhoogen, en om dit zelf te doen in plaats en op kosten van hen, die deze uitspraak niet willen opvolgen. (Opgenomen in een vidimus, dd, 1370 [Februari 20] des Woensdages na sinte Valentiins dach, van Volprecht Ottens., cureit der kerk van Montfoort.) Met zegel van den hertog in groene was,- en: met zegel van den cureit in groene was. Oorspr.- Ch. No. 115. Oorsp. vid.- Ch. No. 115bis. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 98. 1367 (December 10) 82 V Idus aprilis pontificatus domini Urbani pape V anno sexto. Walhardus de Bostomridi, penitentiarius van den paus, gelast den bisschop van Utrecht, aan Svederus burggraaf van Montforde, Henricus gezegd Rover de Mondforde, zijn zoon, Hubertus de Vianen, Hinricus Soudenzoon de Damasco, Alflardus de Montforde, Hermannus de Herwen en Theodericus gezegd Gruut mede te deelen, dat zij geen vonnis van excommunicatie verdiend hebben, omdat zij een geestelijke, die de kerkelijke tonsuur miste, om zijne misdaden levend begraven hebben, indien den bisschop de juistheid van deze hunne opgaven blijkt. Met zegel van den penitentiarius in roode was. Oorspr.- Ch. No. 151. (1368 april 9.) 83 des dages na sinte Jam daghe te Midsomer. Dingtalen van den burggraaf, als dijkgraaf van Montfoort, en van den heer van Egmond, als heer van Yselsteyn, gewisseld voor dijkgraaf en heemraden van Montfoort betreffende de verplichting van het land van Yselsteyn, om mede te werken aan de verhooging van den Leckedijc tusschen Scoenhoven en den Nywendam. (Ook opgenomen in een vidimus dd, 1378 [Januari 21] op sinte Agnieten dach van Volprecht Ottens., cureit der kerk van Montfoort.) Met zegels van 2 heemraden in groene was, 1 zegel verloren,- en: met zegel van den cureit in groene was. Oorspr.- Ch. No. 116. Oorspr. vid.- Ch. No. 116. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 96. 1368 (Juni 25) 84 des Sonnendages na sinte Johans dach Decolacio. Claes Dedel, Borre Buckinc en Jan Donre, heemraden op den Leckedijc, verklaren, dat de heer van Montfoort als dijkgraaf het recht had, om de dijkverhooging, waartoe de schouten van het gemeene land van Yselsteyn weigerden mede te werken, te doen aanbrengen ten koste van het gemeene land, en dat hij de verschillende daarbij uitgegeven sommen naar rechte heeft voorgeschoten twee schat aan geld of vier schat aan pand. (Ook opgenomen in een vidimus dd, 1370 [December 9] des Manendages na onser Vrouwen dach Concepcio, van Volprecht Ottens., cureit der kerk te Montfoort.) Met 3 zegels van heemraden in groene was,- en: met 2 zegels van heemraden in groene was. Oorspr.- Ch. No. 116. Oorspr.- Ch. No. 116. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 95. 1369 (September 2) 85 op sinte Barbaren dach. Johan, bisschop te Utrecht, verzoekt Aelbrecht van Beyeren, ruwaard van Hollant, om het dijkrecht op den dijk tusschen den Nuwendam en Scoenhoven, dat geen hooger beroep van de vonnissen der heemraden kent, te helpen handhaven tegen den heer van Egmond (heer van Yselstein), die blijkens mededeeling van (den dijkgraaf) den burggraaf van Montfoort, beroep heeft ingesteld tegen een vonnis dier heemraden. (Opgenomen in een vidimus dd, 1370 [Maart 29] des Vrijdages na onser Vrouwen dach Annunciacio van Volprecht Ottens., cureit der kerk te Montfoort.) Zegel verloren. Oorspr. vid.- Ch. No. 116. Afschr.- Cart. (No. 282) p. 97. 1369 (December 4) 86 (Johan van Egmont,) heer van Yselstein, stelt met zijne schepenen en vrienden de keuren vast voor de vrijheid van Yselstein en voor al zijne gerechten; met een artikel, toegevoegd door zijn zoon Aernt, heer van Yselstein. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 236. Z.j. (c, 1369-1409.) 87 Baldricus van Arkel geeft bij notarieele akte aan Hubertus van Doncke volmacht, om zijne prebende en vicarie van St. Jacobus Apostel in de parochiekerk van Montforde in de daartoe bevoegde handen over te geven. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 91. 1370 (Februari 16) 88 des naesten Woensdages na sinte Valentiins dach. Schepenen en raad van Scoenhoven verbinden zich jegens Zweder, heer van Montfoort, dijkgraaf tusschen Scoenhoven en den Nywendam op den Leckedijc,- die weigert recht te doen in zake een door schuring ontstaan dijkgat, aangezien hij geene teruggave kan erlangen van de door hem voor het gemeene land van Yselsteyn betaalde onderhoudskosten van den dijk,- om hem voor St. Jacob (25 juli) a.s. behulpzaam te zijn bij de invordering dier gelden door panding, of om hem anders op dien dag binnen Montfoort 1232 pond uit te betalen of gijzelaars daarvoor te zenden. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 100. 1370 (Februari 20) 89 op sunte Peters avent Cathedram. Wouter van Ysenderen en Haze van Montforde dragen voor het gerecht van Ysenderen over aan Heynric den Rover van Montforde, ten behoeve van Sweder heer van Montforde den eigendom eener weide aldaar. Met zegel van vrouw Haze in groene was; die van den richter en den heer van Ysenderen verloren. Oorspr.- Ch. No. 432. 1370 (Februari 21) 90 des Donderdaghes na des heylich Sacraments dach. De heer van Yselsteyn beroept zich op hertog Albrecht, en verklaart, dat hij volgens den ouden dijkbrief niet verplicht is, meer te bedijken dan den dijk, die op zijne goederen gelegen is, en niet aansprakelijk is voor overtredingen van zijne onderzaten in dit opzicht. Afschr.- Inv. No. 116. Z.j. (c, 1370) 91 De heer van Yselsteyn beklaagt zich tegenover hertog Albrecht over de houding, die de bisschop en de burggraaf tegen hem aangenomen hebben betreffende de bedijking van den Lekdijk, terwijl hij toch leenman is van den hertog. Afschr.- Inv. No. 116. Z.j. (c, 1370.) Er is sprake van den bisschop, "die nu tot Ludyc is", waarschijnlijk Jan van Arkel. NB 92 des Manendaghes na Onser Vrouwen Nativitas. Aelbrecht van Beyeren, ruwaard van Hollant, schenkt aan Philips van Polanen het patronaatrecht van twee proven, door Martyn van Zout-Bomel in de kerk van Delft gesticht. Met zegel van den hertog in groene was. Oorspr.- Ch. No. 414. 1371 (September 15) 93 De bisschop van Utrecht (Arnold van Hoorn), de graaf van Bloys, de heer van Ghenpe, die van Poderoyen, hunne raadslieden en de stad Scoenhoven vermelden de uitkomsten van een onderzoek naar omkooperij, door geërfden van Langheraek gepleegd naar aanleiding van het dichten van een breuk en den dijk bij Scoenhoven. (Op papier.) Met zeer geschonden, opgedrukte zegels van den bisschop en den graaf, in roode was. Oorspr.- Inv. No. 118. Z.j. (1371- 1377.) 94 des Woensdaghes na sinte Valentijns dach. Zweder, heer van Montfoerde, belooft de schepenen en raad van Scoenhoven, dat, mocht hij na het dichten van de „wael die nu ter tijt in onse dijcgraefscap gescoert is" bij executie den eigendom verkrijgen van eenig poorter der stad, hij daarmede handelen zal in overleg met schepenen en raad, na aftrek der kosten. Met zegel van Zweder in groene was. Oorspr.- Ch. No. 117. (1373 februari 16) 95 des Vridaghes na sinte Valenthijns dach. Schepenen en raad van Scoenhoven verklaren, dat, in geval zij den heer van Montfoerde voor St. Jacobsdag niet helpen panden ter voldoening van het door het land van Yselstein verschuldigde en door hem voorgeschoten dijkgeld, hij daardoor in zijn recht tot panding niet verkort is. Met zegel der stad in groene was. Oorspr.- Ch. No. 116. 1373 (Februari 18) 96 des Sonnendaghes na sinte Mathijs dach. Heemraden tusschen den Nuwendamme en Scoenhoven wijzen, dat volgens hunne uitspraak de dijkgraaf het land van Yselsteyn zal executeeren wegens de boete, die het verschuldigd is. Met zegels van 2 heemraden in groene was, 1 zegel verloren. Oorspr.- Ch. No. 116. 1373 (Februari 27) 97 des Manendages na onser Vrouwen dach Annunciatie. Dijkgraaf en hoogheemraden op den Leckedijc tusschen den Nywendam en Scoenhoven beslissen, dat de dijkgraaf verplicht is, om voor de door hem gemaakte kosten tot herstel van het dijkgat bij de erven van Katerine, vrouw van Dirc Boynkiin, en van Willam Willamsoen, deze en de naburige erven te vronen; zij stellen verder bepalingen vast omtrent de verplichtingen van gevroonde en niet-gevroonde landen bij toekomstige dijkbreuken. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 102. 1373 (Maart 28) 98 op sinte Peters ende sinte Pouwels dach. Aernout, heer van Egmonde en Yselstein, verzoekt de overheid van Scoenhoven, daar hij gehoord heeft, dat de stad den burggraaf van Montfoerde zal helpen panden voor het dijkgeld, dat laatstgenoemde voor het land van Yselstein heeft uitgeschoten, zich niet te laten verleiden, „ons ende onse lude te vercorten". Afschr.- Inv. No. 116. Z.j. (c, 1373 juni 29) 99 op sente Thoemaes dach Apostel. Wouter heer van Ysendoren en Haese van Montfoerd, zijne huisvrouw, beloven voor zich en hunne opvolgers, als heeren van Hoelen-steyn, nimmer tegen Sweder heer van Montfoerd en zijne opvolgers, noch ook zonder diens toestemming tegen den graaf van Hollant, den bisschop van Utrecht of de stad Utrecht oorlog te zullen voeren, op eene boete van 1000 oude schilden. Met zegels van Wouter en Haese in groene was. Oorspr.- Ch. No. 7. 1374 (December 21) 100 des Dinxdages na sinte Geertruden dach. Wouter, heer van Ysendoren, verklaart, dat hij aan vicaris en mannen van den proost van Oudmunster te Utrecht heeft opgedragen het gerecht, den tyns en den tiend van de helft van 12 hoeven land op den Eng, leenroerig voor deze helft aan den proost en voor de wederhelft aan den bisschop van Utrecht. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 134. 1375 (Maart 20) 101 Willam van Haestrecht verbindt zich jegens zijn neef Henric de Rover van Montfoort, om Lysbet, weduwe van Rover Yensoen, niet te huwen, op verbeurte van zijne aanspraak op de goederen, die zijne moeder van den heer van Montfoort te leen houdt, ten behoeve van dezen laatste en van heer Henric voornoemd. (Opgenomen in een vidimus dd, 1388 [Juni 11] op sunte Odulphus avont van Volprecht Ottens., cureit der kerk van Montfoort.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 90. 1375 mei 4 102 op sinte Margrieten dach. Arnd, bisschop van Utrecht, belooft Henric die Rover van Mont-foerd schadeloos te zullen stellen voor de nadeelen, die voor hem mochten voortspruiten uit zijne verbintenis ten behoeve van den bisschop, om Thomas Ysnaert c.s., burgers van Utrecht, op St. Jansdag in den Middensomer (Juni 24) 1379 200 goede oude gouden Keizersschilden te betalen. Met zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Ch. No. 155. 1375 (13 juli) 103 1375 des Donderdaghes na Dertiendach. Aelbrecht in Beyeren, ruwaard van Hollant, beleent Zweder van Montford met het goed, dat Rover Yensoen van Moerdrecht van de grafelijkheid van Hollant te houden placht, gelegen in het gerecht van Achthoeven in het land van Montford. Met zegel van don ruwaard in groene was. Oorspr.- Ch. No. 319. (1376 januari 10) 104 des Dinxdages na sinte Ponciaens dach. Arnd, bisschop te Utrecht, beleent Henric die Rover, burggraaf van Montfoort, met het huis te Montfoort en vijf hoeven land, met de gerechten, tynsen en tienden van Heeswijc, Bloclant, Willemscoep, Raetles, Reynerscoep, Achthoeven, Kockengen en Oudencoep, met de visscherijen van Snodelrehoec tot Oudewater, de waard voor Montfoort en het dijkgraafschap van Haestrechterweer tot den Nyendam en tot Scoenhoven. Afschr.-Cart. (Inv. No. 282) p. 135. 1376 (Januari 15) 105 des Zaterdaghes na Invocavit. Arnd, bisschop te Utrecht, beleent Henric de Joncge met gerecht, tyns en tiend van 30 hoeven land, geheeten Cattenbroec in het kerspel van Hermalen, aan dezen aangekomen door afstand van Haze, vrouw van Ysendoeren. Met zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Ch. No. 345. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 149. 1376 (Maart 8) 106 des Manendages na Oculi alse op sinte Geertruden dach. Aernd, bisschop te Utrecht, beleent Henric de Rover, burggraaf van Montfoort, met gerecht, tyns en tiend van 30 hoeven land, geheeten Cattenbroec, in het kerspel van Hermalen, den burggraaf aangekomen door afstand van Henric die Jonghe. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 149. 1376 (Maart 17) 107 op sinte Gheertruuden dach. Wouter, heer van Ysendoren, en Hadewiich van Montfoerd, zijne huisvrouw, verklaren verkocht te hebben aan Henric, heer van Montfoerd, het goed te Cattenbroec met gerecht, tyns en tiend in het kerspel van Hermalen, welk goed zij daartoe aan den bisschop als leenheer hebben opgedragen, voorts 35 morgens land gelegen op den Enghe in het kerspel van Lintscoten, en 4 hofsteden en ½ morgen land bij de kerk te Linscoten, en erkennen de koopsom ontvangen te hebben. Met zegels van den heer en de vrouw van Ysendoren in groene was. Oorspr.- Ch. No. 346. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 148. 1376 (Maart 17) 108 Jan van Sulen heren Wouterssoen hecht zijne goedkeuring aan den koop door Henric, heer van Montfoort, van gerecht, tyns en tiend van Cattenbroec en de leenmannen van Henric Soudens., gelijk zijne moeder (Hase) van Ysendoren en van Huelensteyn die had bezeten. Afschr.-Cart. (Inv. No. 282) p. 150. 1376 april 1 109 Jan van Zulen Wouterszoen verklaart, dat hij uit eigen beweging en met instemming van zijne moeder Haedewich van Ysendoren op het huis tot Hoelensteyne is gekomen, en zulks niet op aanraden of met hulp van den heer van Montfoert, die daarvan door Wouter van Ysendoeren en Haedewych van Ysendoren beschuldigd wordt, heeft gedaan. Met zegel van Jan van Zulen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 8. 1377 april 13 110 des Woensdaghes na zinte Mauwerys dach. Heinric, heer van Montfoord, belooft zijn neef Heinric den Rover van Montfoerd Willamszoen schadeloos te stellen wegens den borgtocht van 3000 gouden schilden, door hem ten behoeve van den heer van Montfoord tegenover Johan van der Lecke aangegaan. Het zegel van den heer van Montfoord verloren. Oorspr.- Ch. No. 153. 1377 (September 23) 111 op Alre Sielen dach. Vrederic van Sevender erkent van heer Henric, heer van Montfoort, tot een hofleen te hebben ontvangen eene hoeve land achter de Goude in den Roggenbroec. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 147. 1377 (November 2) 112 op zinte Cecilien avond Maghet ende Maertelaers. Het kapittel van St. Pancraes te Leyden erkent, dat Willaem van Naeldwic en zijne leenvolgers zullen zijn patronen van de kanunniksproven van St. Marie en St. Nyclaes, door hem in de St. Pancraeskerk gesticht en begiftigd met de goederen der kapellanie, voorheen door zijn overgrootvader Gheret van Raporst in de parochiekerk van Leyderdorp gesticht. Met zegel van het kapittel in groene was. Oorspr.- Ch. No. 413. 1377 (November 21) 113 Datum Cameraci anno Domini 1377 die 17 mensis februarii. Gerardus, bisschop van Kamerijk, geeft krachtens den (thans verloren) pauselijken brief, waardoor deze brief gestoken is geweest, aan Henricus Rover en juffrouw Oede, die elkander in den vierden graad bestaan, vergunning tot het aangaan van een huwelijk. Het zegel van den bisschop verloren. Oorspr.- Ch. No. 156. (1378) februari 17 114 des Sonnendaghes na Remigii. Arnt, bisschop van Utrecht, erkent van zijn zwager Henric, heer van Montforde, het door het land van Montforde verschuldigde huis-en morgengeld van het kerspel van Linschoten en van het dorp Cattenbroec ontvangen te hebben. Met zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Ch. No. 61. 1378 (October 3) 115 des Sonnendages Invocavit. Arnd, bisschop van Utrecht, erkent van zijn zwager Henric, burggraaf van Montfoerd, eene som van 400 oude schilden ontvangen te hebben en belooft daarvoor hem en zijne erfgenamen niet te zullen storen in het bezit van het kerspel van Montforde. Met zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Ch. No. 318. 1379 (Februari 27) 116 des Saterdages na des heilichs Cruys dach Invencio. Arnd, bisschop te Utrecht, geeft ter wille van Henric, burggraaf van Montfoort, aan de inwoners van de stad Montfoort vrijdom van tol in het sticht van Utrecht, onder verplichting der schippers, om den tollenaars beëedigde aangifte te doen van hunne voor inwoners der stad ingeladen goederen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 138. 1379 (Mei 7) 117 Reynout, heer van Bredenrode en Genp, en Dirc van Palanen, heer van Asperen, doen uitspraak in het geschil tusschen Jan van der Lecke en van Breda, en diens zuster Oede van der Lecke, vertegenwoordigd door haren man Henric, heer van Montfoort, over de verdeeling van de nalatenschap van hunnen vader, en bepalen, dat heer Jan voor 22 februari 1383 („van nu sunte Peters dage in Solle naestcomende over drie jaren") zijne zuster goeden zal ter waarde van 500 gulden 's jaars of zooveel meer als de heer van Bergen opten Zoem meer van den heer van der Lecke zal verkrijgen, onder aftrek nochtans van 250 oude schilden, die hij haar als jaarlijksche rente zal mogen blijven uitkeeren in stede van hare huwelijks-gift van 2500 oude schilden. Afschr.-Cart. (Inv. No. 282) p. 179. 1379 mei 11 118 Arnt, bisschop tot Tutrech, erkent schuldig te zijn aan Heynric, heer van Montfoerd, 400 oude Vrancrijcs schilden, en belooft die binnen eene maand na daartoe aangemaand te zijn te zullen terugbetalen. Het zegel van den bisschop verloren. Oorspr.- Ch. No. 157. 1379 october 8 119 Eisch en antwoord, gewisseld in het aan de uitspraak van den heer van Asperen, Philips van Palanen en Jan van Heemsteden onderworpen geschil van Henric, burggraaf van Montfoort, als man van Oede van der Lecke, tegen haar broeder Henric van der Lecke, als voogd van de dochter van zijn overleden broeder Jan, tot uitbetaling van 4000 gulden, waartoe heer Jan ingevolge eene tusschen hem en den heer van Montfoort gevallen arbitrale uitspraak (dd, 1379 mei 11) gehouden was, daar hij een gelijk bedrag had uitgekeerd aan den heer van Bergen, weduwenaar zijner andere zuster. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 181. Z.j. (1379-1402.) Burggraaf Henric stierf in 1402.- De uitspraak dd, 1379 mei 11 is afgeschreven op p. 179 van dit cartularium. NB 120 des yersten Woensdaghes na onser Vrouwen dach Nativitas. Eerst van Steenre bepaalt voor het gerecht van Cabau, dat de 2 morgens 5 ½ hont en nog 5 ½ hont land, beiden gelegen in Cabau, die zijne vrouw Adelyse, dochter van Willem van Montfoerd, hem ten huwelijk had gebracht, zullen vererven op hun zoon Herman en zijne erfgenamen, en wanneer Herman kinderloos mocht overlijden op de kinderen, aan zijne vrouw in vroeger huwelijk door Godscalc Vreyncken verwekt. Met zegel van Jan van Brakel, baljuw van Schoenhoven en van der Goude in groene was. Oorspr.- Ch. No. 154. 1380 (September 12) 121 des yersten Zonnendaghes na des Heilichs Cruus dach Exaltacio. Heynric, heer van Montfoerd, beleent Eerst van Steenre met 11 morgens land op Themaet, met 5 hont land in bet kerspel van Lynscoten en met 4 morgens land te Achthoven, onder voorwaarde dat deze goederen zullen vererven op Herman, zoon van Eerst en zijne vrouw Adelyse, dochter van Willam van Montfoerd, en daarna op Goedscalc en Willem, Hermans broeders, zoons van Goetscalc Vreynken. (Opgenomen in een vidimus van den cureit der kerk te Montfoerd dd, 1380 (September 18) des yersten Dynsendaghes na des Heylighes Cruus dach Exaltatio.) Met zegel van den cureit in groene was. Oorspr. vid.- Ch. No. 154. 1380 (September 16) 122 des Dinxdaghes na zinte Gheertrudin dach. Willam van Ysendoren herroept al wat hij geschreven en geklaagd heeft over Henric, heer van Montfoerd. Het opgedrukte zegel van Willam van Ysendoren verloren. Oorspr.- Ch. No. 9. 1381 (Maart 19) 123 des Dinxdaghes na zinte Gheertruden dach. Johan van den Vlyet herroept al wat hij geschreven en geklaagd heeft over Heinric, heer van Montfoerd. Met zeer geschonden opgeplakt zegel van Johan van den Vlyet in groene was. Oorspr.- Ch. No. 9. 1381 (Maart 19) 124 des yersten Zonnendaghes na onser Vrouwen dach Annunciacio. Johan van Zulen Wouterszoen erkent, dat hij onder eede beloofd heeft Hubrecht van Montfoerd en zijne nakomelingen te zullen overdragen de leenweer van het huis te Hoelenstein met de 5 morgens land, waarop het staat, en verplicht zich onder verband van leisting tot de betaling van 2000 oude schilden, zoo bij zijn eed niet gestand doet. Met zegel van Johan van Zulen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 336. 1381 (Maart 31) 125 des anderen dages na onser Vrouwen dach Purificacio. Vrederic Zuermont, kanunnik van Oudmunster, vicaris in geestelijke en wereldlijke zaken van Henric van Steenbergen, proost van dit kapittel, beleent Henric, heer van Montfoort, met de helft van gerecht, tyns en tiend van 12 hoeven te Linschoten op den Enghe, waarvan de wederhelft toebehoort aan Jan de Wale burger te Utrecht, en die hem is opgedragen door Johan van Homoet. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 133. 1383 (Februari 3) 126 op sinte Peters ende Pouweh dach Apostolorum. Aelbrecht, paltsgraaf bi den Riin, ruwaard van Hollant, erkent ten verzoeke van den graaf van Bloys aan Heynric, heer van Montforde, en zijne erfgenamen in pacht gegeven te hebben gerecht, tyns en tiend van Linscoten, die heer Heynric en zijne voorouders van de heeren van Oudmunster in pacht plachten te hebben, zulks op dezelfde voorwaarde, waarop de ruwaard het van de heeren van Oudmunster had „verpacht". Het zegel van den ruwaard vurloren. Oorspr.- Ch. No. 324. 1383 (Juni 29) 127 op sinte Egidius dach. Willam, heer van Apcoude en van Duersteden, en zijne vrouw Mari van Wailcuert machtigen Eerst Taetze, om den vrijen eigendom van het huis te Linschoten met zijn toebehooren over te dragen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 126. 1383 (September 1) 128 op sunte Baven dach. Jan Oedens. erkent van Hubrecht van Montfoort, baljuw van Schoenhoven en van der Groude van wege den graaf van Bloys, ontvangen te hebben 161 ½ oude schilden, ter lossing van een erf in het ambacht van Mordrecht, dat hij aan Dirc Jans., eertijds baljuw te Haestrecht, heeft verkocht voor zeker bedrag aan „erfpenninghe" en waaraan hij voor de betaling dier penningen gepand heeft. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 152. 1383 (October 1) 129 opter Elfdusent Maechden dach. Eerst Taetze draagt, met machtiging van Willam, heer van Apcoude en van Duersteden, en diens vrouw Marie van Waelkoirt, voor schout en buren op dEnghe in het kerspel van Linschoten, den vrijen eigendom van alle goederen van den heer van Apcoude in het gerecht over aan Henric, heer van Montfoort. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 126. 1383 (October 21) 130 op der Elfdysent Maechden dach. Eerst Taetse draagt, met machtiging van Willam heer van Apcoude en van Duersteden, en diens vrouw Marie van Waelkoirt, voor schout en buren in het gerecht van Linscoten den vrijen eigendom van huis en hofstede te Linschoten met zijn toebehooren over aan Henric, heer van Montfoort. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 127. 1383 (October 21) 131 opter Elfdusent Maechden dach. Eerst Taetse draagt, met machtiging van Willam heer van Apcoude en van Duersteden, en diens vrouw Marie van Wailkoert, voor schout en buren in het gerecht van Johan van Homoet op die Velthusen en in dat van Jan Wale in het kerspel van Linschoten, den vrijen eigendom van alle goederen van den heer van Apcoude aldaar over aan Henric, heer van Montfoort. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 129. 1383 (Ortober 21) 132 des nesten Saterdages na sinte Poncias dach. Wouter van Ysendoren doet ten behoeve van den heer van Montfoort afstand van zijne lijftocht aan eene hoeve land, geheeten Heymanscampe, in den Aftersloet, en machtigt zijne vrouw Hase van Montfoort, om eveneens ten behoeve van den heer van Montfoort afstand te doen van de leenweer dier hoeve. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 150. 1384 (Januari 16) 133 des nesten Saterdages na sinte Ponciaens dach. Willam van Ysendoren doet ten behoeve van den heer van Montfoort afstand van de nahand van eene hoeve land, geheeten Heymanscampe, in den Aftersloet, welke hoeve zijne moeder van den heer van Montfoort te leen houdt. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 151. 1384 (Januari 16) 134 des eersten Vrydages na sinte Pouwels dach Convercio. Hase van Montfoort, vrouw van Ysendoren, terzijde gestaan door haren zoon Johan van Sulen, en met goedvinden van haren momber Wouter van . Ysendoren, draagt den heer van Montfoort voor diens leenhof op eene hoeve land, geheeten Heymanscamp, in den Aftersloet. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 151. 1384 (Januari 29) 135 Aelbrecht in Beyeren, ruwaard van Hollant, beleent Henric, heer van Montfoort, met het huis te Huelensteyn en 5 morgens land, op de voorwaarden, waarop Hadewych, vrouw van Huelensteyn en van Ysendoren, deze goederen te leen hield. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 143. 1384 april 22 136 ts Woensdages na sinte Odulfs dach. Aelbrecht in Beyeren, ruwaard van Hollant, beveelt den heer van Montfoerd het vonnis van heemraden op den Lekdijk tusschen Scoenhoven en den Nuwendam, tegen den heer van Yselsteyn uitgesproken, ten uitvoer te leggen. (Op papier.) Met opgedrukt zegel van den hertog in groene was. Oorspr.- Ch. No. 116. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 101. 1385 (Juni 14) 137 Int jaer ons Heren 1385 na den loep van onsen hove. Aelbrecht in Beyeren, ruwaard van Hollant, belooft den heer van Montfoerd binnen twee jaren te betalen de 600 gulden, die deze voor het land van Yselstein aan het onderhoud van den dijk van Lopikerwaert heeft ten koste gelegd. Met zegel van den hertog in groene was. Oorspr.- Ch. No. 110. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 101. (1386) maart 8 138 Guy van Chastillon, graaf van Bloys, verleent ter wille van zijn neef Henric, heer van Montfoird, en zijne nakomelingen aan de inwoners van de vrijheid van Montfoird tolvrijheid in zijne landen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 138. Afschr.- Inv. No. 514 Afschr.- Inv. No. 515 1386 mei 21 139 Guy van Chastillon, graaf van Blois, belooft den heer van Montfoerd schadeloos te zullen stellen wegens den borgtocht van 4000 franken, door hem ten behoeve van den graaf tegenover de lombarden van Dordrecht aangegaan. Met zegel van den graaf in roode was. Oorspr.- Ch. No. 158. 1386 juni 2 140 Anno nativitatis Eiusdem (sc. Domini) 1386. indiccione nona, mensis Augusti die 24, . pontificatus . Urbani . pape sexti anno . nono in domo capitulari ecclesie Traiectensis. Henricus, heer en burggraaf van Montfoort, verzoekt bij notarieel proces-verbaal van het generaal kapittel te Utrecht, landrecht of keizerrecht over de door bisschop Florencius tegen hem ingebrachte en volgehouden beschuldiging van aanmatiging der hooge heerlijkheid in Montfoort en omliggende plaatsen, en weigert het voorstel van den Domdeken te aanvaarden, om het geschil ter berechting over te laten aan het generaal kapittel. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 159. 1386 augustus 24 141 des Manendages na sinte Matheus dach. Willaem van Beyeren, graaf van Oestervant, beleent Henric, heer van Montfoerd, met het huis te Linscoten en 20 morgens land, hem door Henric in eigendom opgedragen. Met zegel van den graaf in groene was. Oorspr.- Ch. No. 332. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 143. 1386 (September 24) 142 des Vrydages na Reminiscere. Sweder van den Rutenberge en Seyne Mulaert verklaren aan Heinric die Rover, burggaaf te Montfoerd, dat zij Florens, bisschop te Utrecht, liever hebben dan hem en daarom zijne vijanden willen zijn. (Op papier.) Met opgedrukt zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Ch. No. 10. 1387 (Maart 8) 143 1377 opten Meydach. Geryt van der A, Florens van der A en Sweder van der A verklaren aan Heinric die Roever, burggraaf te Montfoerd, dat zij Florens, bisschop te Utrecht, liever hebben dan hem, en daarom zijne vijanden willen zijn. (Op papier.) Met opgedrukt zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Ch. No. 10. (1387 mei 1.) 144 des Donredages na Meyedach. Aernt van Lunenborch verklaart aan Henric, burggraaf van Montfoerd, dat hij, daartoe verplicht door den bisschop van Utrecht, zijn vijand wil zijn. (Op papier.) Met opgedrukt zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.-Ch. No. 10. 1387 (Mei 2) 145 des Vridaghes na ons Heren Hemelsvaerts dach. Splinter van Loinersloet verklaart aan Henric de Rover, burggraaf van Montforde, dat hij vijand worden wil van hem en zijne partijgenooten, behalve degenen, die in Brabant, Hollant of Ghelre gezeten zijn. (Op papier.) Met zeer geschonden opgedrukt zegel van Splinter in groene was. Oorspr.- Ch. No. 10. Z.j. (1387? mei 17) 146 op sinte Martiins avont Translatio. Symon en Jan Speyaert erkennen ontvangen te hebben van hun neef Jan van Abbenbroeke 57 ½ pond grooten, in mindering van hetgeen hij hun wegens het ambacht en ambachtsgevolg van Abbenbroeke schuldig was, en keuren goed, dat hij de resteerende 37 ½ pond eerst zal betalen, nadat zij aan de jonkvrouw Van den Werve haar lijftocht voldaan zullen hebben of deze overleden zal zijn, mits hij tot zoolang de jonkvrouw jaarlijks 22 ½ oude schilden uitkeert. Met zegels van Symon en Jan in groene was. Oorspr.- Ch. No. 422. 1387 (Juli 3) 147 des Dincxdaeges nae ste. Laurens dach. Aernt van Hoern, bisschop te Ludiek, spreekt een zoen uit tusschen Floris, bisschop te Utrecht, en Henrick, burggraaf van Montfoirt, over het bezit van de hooge heerlijkheid van Montfoirt, het bezit van het slot als een open huis van het Sticht, het geestelijk gerecht, het dijkgraafschap (van den Lekdijk) en andere geschilpunten. (Opgenomen in den bevestigingsbrief dd, 1570 april 21 van Johan, burggraaf te Montfoirdt.) Afschr.- Ch. No. 45. 1387 (Augustus 13) 148 Anno nativitatis Eiusdem (sc. Domini) 1387, indiccione decima, mensis Augusti die 19, pontificatus . Urbani . pape sexti anno decimo. Henricus, heer en burggraaf van Montfoort, legt bij notarieel procesverbaal eene verklaring af voor het Domkapittel en eenige edelen, inhoudende dat hij den zoen, tusschen hem en den bisschop van Utrecht uitgesproken door den bisschop van Ludiek, slechts uit noodzaak aanvaardt. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 160. 1387 augustus 19 149 Anno nativitatis Domini 1387, indictione decima, mensis Octobris die 18 (21, 22, 23, 24), pontificatus . Urbani . pape sexti anno . decimo. De drie Staten van Utrecht en het bisschoppelijk hof geven bij notariëele akte weer het in hunne tegenwoordigheid verhandelde tusschen Florencius, bisschop van Utrecht, en Henricus, burggraaf van Montfoerd, betreffende de geschillen, gerezen tusschen den bisschop en den burggraaf naar aanleiding van de scheidsrechterljjke uitspraak van Arnoldus, bisschop van Luik. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 11. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 260. 1387 october 18, 21, 22, 23 en 24 150 Anno nativitatis Eiusdem (sc. Domini) 1387, indiccione decima, mensis Odobris die 19 ., pontificatus . Urbani . pape sexti anno . decimo. Henricus Rover, burggraaf van Montfoerd, brengt bij notarieel proces-verbaal van het generaal kapittel protest in tegen de beslissing van den bisschop van Luik, inzake het geschil tusschen Henricus voornoemd en den bisschop van Utrecht, volgens welke beslissing het dijkgraafschap (van den Lopikerwaard) dezen laatste zou toebehooren. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 102. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 161. 1387 (October 19) 151 Aernd van Hoirn, bisschop te Ludic, verklaart zich te herinneren, dat hij, toen hij bisschop te Utrecht was, Zweder, burggraaf van Montfoort. en na diens dood zijn zoon Henric, burggraaf van Montfoort, heeft beleend met het dijkgraafschap van Haestrechterweer langs de Ysel tot den Nywendam en van daar tot Scoonhoven. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 108. 1388 januari 20 152 op sunte Peters dach ad Catthedram. Aerndt, bisschop te Ludick, geeft ten verzoeke van den burggraaf van Montfoird eene nadere verklaring over het dijkgraafschap en over andere punten van den door hem uitgesproken zoen tusschen den burggraaf en Florens, bisschop te Utrecht. Afschr. -Cart (Inv. No. 282) p 268. 1388 (Februari 22) 152bis (des Manendaghes na Sinte Ambroslus' dach). Oth van der Lecke, heer van Hedel, belooft den heer van Montfoer de, zijn zwager, schadeloos te zullen houden wegens 25 mark zil-ver 's jaars, die deze met hem en anderen voor 10 Jaren heeft toegezegd aan het kapittel van St. Pieter t'Utrecht. Facsimile van het oorspr. in steendruk (no. 22) bij de Verklaring van het oude letterschrift, uitgegeven door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 1818. 1388 april 6 153 op sunte Odolphus avont. Willam van Haestrecht oorkondt, dat hij met Henric, heer van Montfoort, is overeengekomen, dat deze na doode van Willam's ouders behouden zal 32 van de 40 morgens, die zijne moeder toebehoorden in Cabbau bij Scoenhoven,- dat deze verder, indien Willam's ouders hem den eigendom van hunne overige leengoederen niet in rechte afwinne, Willam daarmede zal beleenen,- en dat hij (Willam) dan daarover zal mogen beschikken ten behoeve van de kinderen, die hij bij zijne vrouw, jonkvrouw Lisebet, heeft verwekt; terwijl hij, op heer Henric's verlangen, zich binnen 's jaars als diens raad zal vestigen te Montfoort. Afschr.-Cart (Inv. No. 282) p 90. 13(8)8 (Juni 11 ) In het afschrift is bet decennium weggevallen. De akte is echter zonder twijfel van 1388; immers blijkens de op dezelfde pagina afgeschreven akte, gaf in dat jaar, eveneens op St. Odulphus avond, de cureit van Montfoort vidimus van de akte dd. 4 mei 1375, waarbij Willam van Haestrecht zich verbonden had, om jonkvrouw Lisebet (die thans zijne vrouw blijkt te zijn) niet te huwen, op verbeurte van eenige goederen o. a. aan den heer van Montfoort. NB 154 (Hendrik,) heer van Montfoerde, beantwoordt de grieven van den bisschop van Utrecht betreffende zijne heerlijke rechten, den klokken-slag, zijn dijkgraafschap en andere punten, (vermeld in den zoen, door bisschop Aernt van Huern als bisschop van Luik tusschen beiden getroffen). (Afschrift uit het midden der 15e eeuw.) Afschr.- Inv. No. 103. (c, 1388.) 155 des Saterdages na sinte Martijns dach in den Wiinter. De ambachtsbewaarders van Mordrecht verkoopen ten overstaan van schout en buren van Mordrecht aan Hubrecht van Montfoort 2 vierdel en 1 garde land in den Kerkenhoeve, den buren van Mordrecht volgens hunne handvesten aanbestorven van Dirc zoon van Jan Teeten soen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 152. 1389 (November 13) 156 des Donredages nae Beloken Paesschen. Aelbrecht in Beyeren, graaf van Hollant, bevestigt, op de klacht van den jonker van Brederode over menigvuldige inbreuken op het recht, dat zijn leenhouder Claes Claesze van de vrouw van Waterlant en van de buren der Purmerender gemeente ontvangen heeft op eene sluis en op de wateringen, tochten en visscherijen van de Wysen en van Tetensloet bij Purmerend, den jonker van Brederode en diens leenhouder in hunne rechten. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 3 vs. 1390 (April 14) 157 des Donresdaghes nae Beloken Paesschen. Aelbrecht in Beyeren, graaf van Hollant, bevestigt den jonker van Brederoeden en Cl(aes) Cl(aes)z. in hunne rechten op de sluis, watering, tochten en visscherij van der Wisen en van Tetensloet bij Purmerende. Met uithangend zegel van den hertog in groene was. Oorspr.- Ch. No. 374. 1391 (April 6) 158 des . . daghes na zinte Yorris dach. Vrederic uten Hamme Vrederixzoen erkent ontvangen te hebben van Henric, heer van Montfoerd, de som van 60 Vrancrijcsche schilden, in mindering eener schuld van 500 dergelijke schilden, in 1377 (Februari 23) op zinte Mathijs avont aangegaan door Reynoud van Brederode jegens Vrederic uten Hamme en zijne moeder Clarisse, waarvoor Henric, heer van Montfoerd, en vele andere personen borg gebleven waren. Het zegel van Yrederic verloren. Oorspr.- Ch. No. 159. 1391 (April . .) 159 feria quarta post Epiphaniam Domini. De officiaal van den aartsdiaken van St. Salvator te Utrecht benoemt Petrus Haey, op voordracht van Henricus burggraaf van Montfoerd, tot pastoor in de parochiale kerk te Montfoerd, welk ambt is opengevallen door den dood of den afstand van Volpertus Ottenzoon, en gelast hem in het bezit van dat ambt te stellen. Het zegel van den officiaal verloren. Oorspr.- Ch. No. 90. 1392 (Januari 10) 160 feria quarta post Epiphaniam Domini. De vicaris van het altaar van het Heilige Kruis in de kerk te Montfoort bericht aan den officiaal van den aartsdiaken van Oudmunster te Utrecht, dat hij Petrus Haey met de vereischte formaliteiten in het bezit van het ambt van pastoor der parochiekerk te Montfort gesteld heeft. Het zegel van den vicaris verloren. Oorspr.- Ch. No. 90. 1392 (Januari 10) 161 des Saterdages na sinte Lucas dach dez Ewangelists. Claes heer Florensz., schout in Wormer, schenkt aan zijne kinderen Geryt, Geertruit en Dirc en die hij verder bij zijne vrouw Wouwel mocht krijgen, en aan zijne vrouw zelve, gezamenderhand, een stuk land in den ban van Neck, geheeten Dirc Ysbrants-venne, met inboedel en vee,- en stelt eenige bepalingen vast omtrent verdere overgangen daarvan bij hertrouwen van zijne vrouw of overlijden van zijne kinderen. (Ook opgenomen in eene akte dd, 1393 mei 1 van Ysbrant Claesz., cureit van Wermer.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 4 vs. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 4 vs. 1392 (October 19) 162 op Meyendach. Ysbrant Claesz., cureit van Wermer, bezegelt de hierbij geïnsereerde akte (dd, 1392 october 19) van wijlen Claes heer Florysz., schout van Wermer, waarbij deze aan zijne vrouw en zijne kinderen schenkt een stuk land in den ban van Neck, geheeten Dirc Ysebrantsvenne, zooals hij indertijd den schout beloofd heeft te zullen doen, zoodra hij een zegel zou gekregen hebben. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 4 vs. 1393 (Mei 1) 163 lan 1393 selon la stile de la court de Cambray. Guillame van Namur, heer van Bethune, draagt voor het leenhof van Jehanne, hertogin van Brabant, eene rente van 400 ponden 's jaars, gevestigd op de hertogelijke inkomsten te Lovain, over aan zijn broeder Jehan de Namur. (Opgenomen in eene akte dd, 1431 juni 20 van Philips, hertog van Boirgoingnen.) Afschr.- Ch. No. 435. (1394) januari 14 164 lan 1393 selonc le stile de la court de Cambray. Eenige leenmannen van de hertogin van Brabant bezegelen de bovenstaande (hier ontbrekende) akte. (Fragment.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 69. (1394) januari 14 Deze akte staat gewis in verband met die van 2 october 1397 (NO 166), die in het cartularium daarop volgt; wellicht is zij identiek met NO. 163. NB 165 1395 na den belope van onsen hove sManendaghes na sinte Mathijs dach Apostel. Aelbert in Beyeren, graaf van Hollant, vergunt aan de inwoners van het land van Woerden en het sticht van Utrecht, geërfd in het waterschap van Sparendamme, dat zij vijf welgeboren heemraden over dat waterschap mogen aanstellen, en geeft bepalingen omtrent het uitzetten der waterschapslasten. Afschr.- Inv. No. 134. (1396 februari 28) 166 Jehanne, hertogin van Brabant, beleent Jehan Tristran gezegd Del Motte met eene jaarlijksche erfrente van 400 pond, gevestigd op de hertogelijke inkomsten te Lovain, welke rente aan Jehan is verkocht door Jehan van Namur, heer van Winendale, op voorwaarde dat deze en zijne rechtverkrijgenden de rente te allen tijde kunnen terugkoopen voor 6000 Fransche franken, doch indien damiselle Marie, natuurlijke dochter van Jehan van Namur en vrouw van Jehan Tristran, kinderloos mocht overlijden, voor slechts 2000 Fransche franken. (Ook opgenomen in eene akte dd, 1431 juni 20 van Philips, hertog van Boirgoingnen.) Afschr.- Ch. No. 435. Afschr.- Cart. (Inv. no. 282) p. 69. 1397 october 2 167 Johanna, vrouw van Kuyc, beleent Herberen van Brakel met een stuk tiend aan de lage zijde van de Werken in het land van Altena, hem aangekomen door overdracht van Jan die Borchgreve Lodewicht zoon. Met zegel van de vrouw van Kuyc in groene was. Oorspr.- Ch. No. 370. 1399 augustus 18 168 Willaem van Beyeren, graaf van Oistrevant, erkent verkocht te hebben aan Willem Eggairt, zijnen rentmeester van Oistvrieslant, de visscherij in den Horensloit, onder voorwaarde dat deze dit goed van hem en zijne nakomelingen te leen neemt. (Ook opgenomen in een vidimus van den abt van St. Pouwels te Utrecht dd, 1419 april 26.) Met zegel van den graaf van Oistrevant in groene was,- en: met zegel van den abt in roode was. Oorspr.- Ch. No. 395. Oorspr. vid.- Ch. No. 395bis. 1399 augustus 29 169 op onser Vrouwen dach Concepcio. Johanna vrouw van Kuyc, beleent Reynout van Brakel met een stuk tiend aan de lage zijde van de Werken in het land van Althena, hem aangekomen door opdracht van Harbaren van Brakel. Met zegel van de vrouw van Kuyc in groene was. Oorspr.- Ch. No. 370. 1399 (December 8) 170 opten lesten dach van december. Aelbert in Beyeren, graaf van Hollant, verpandt de waag en het veer te Purmereynd aan Jan Melyssoen voor de voldoening eener vordering van 150 Hollandsche schilden, als schadevergoeding wegens het ongeschat loslaten op 's hertogs bevel van vier in Oistvrieslant en in Kyeven heer Ockensoens-lant gevangene monniken, en voor eene vordering van 84 Hollandsche schilden wegens de soldij, door hem met zijne gezellen in 's hertogs dienst te Stavoren gedurende den laatsten winter verdiend. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 8 vs. 1399 december (31) 171 op Nonas van december int elfste jaer ons paeuscaps. Paus Bonifacius bevestigt de stichting van een college van acht kanunniken, waaronder een deken, in de parochiekerk te Montfoerd opgericht door Henric burggraaf van Montfoerd. (Gelijktijdige vertaling in het Nederlandsen.) Afschr.- Inv. No. 85. (1400 december 5) 172 Gegeven in den Hage op sinte Agnieten dach int jair ons Heren 1400 na den lope van onsen hove. Aelbrecht in Beyeren, graaf van Hollant, verkoopt de leenweer van de hem van Hubrecht van Montfoort aanbestorven halve hoeve land ter westzijde van het goed ten Polle, aan Henric heer van Montfoort. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 143. (1401 januari 21.) 173 Jan van Heemsteden, heer van Benthuysen, en jonge Jan van Heemsteden, zijn zoon, erkennen beloofd te hebben, den heer van Montvoirden te zullen schadeloos stellen wegens de belofte, door hem met hen gedaan aan Wolfairt van Borselen, heer van der Veer, bij gelegenheid der huwelijksvoorwaarden tusschen diens zuster de jonkvrouw van der Veer en jonge Jan van Heemsteden voornoemd. Met zegels van den heer Van Benthuysen en zijn zoon in groene was. Oorspr.- Ch. No. 160. 1401 maart 3 174 int jaer ons Heeren 1401 nae den loop van onsen hove. Otte van Asperen, heer van Voorst en Keppel, draagt voor het leenhof van Aelbrecht in Beyeren, graaf van Hollant, aan Willem van Montfoord over de tienden bij Oudewater, in Snedelrewaerd, in Hekendorp en aan de zuid- en de noordzijde van de Linscote. (Opgenomen in eene akte dd, 1442 april 6 van Johan, burggraaf van Montfoord, en zijn broeder Lodewijck van Montfoord, heer van Hasersoude.) Afschr.- Ch. No. 196. (1402) maart 2 175 Heinde, burggraaf van Montfoerd, maakt bij notarieele akte zijn testament, waarbij hij zijn na te laten boedel scheidt tusschen zijne vrouw Oede van der Lecke en zijne kinderen Zweder, Jan, Domproost te Utrecht, Lodewijck en Willam, en tot zijne executeurs benoemt Herman van Lochorst, Domdeken te Utrecht, Heinric van der Lecke, zijn zwager, Jan van Zulen, Jan van Zulen Dircssoen en Peter die Ha ., zijn kapellaan. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 161. 1402 maart 10 176 Heinric, burggraaf van Montfoerd, begiftigt zijn basterdzoon Zweder met 2 ½ morgen min 75 schaft land in Papencoep, die Ariaen Jacob Sniders zoon van den burggraaf placht te leen te houden, op voorwaarde dat Zweder ze van hem, den burggraaf, en zijne erven te leen houden zal. Met zegel van den burggraaf in groene was. Oorspr.- Ch. No. 162. 1402 maart 25 177 Frederic, bisschop te Utrecht, beleent in het generaal kapittel Zweder, burggraaf te Montfoort, met de volgende hem van zijn vader Henric, burggraaf te Montfoort, aanbestorven goederen: het huis met de stad Montfoort en vijf hoeven land in Heeswijc en Bloclant, gerechten, tynsen en tienden te Heeswijc, te Willamscoep, te Bloclant, te Achthoeven, te Oudencoep. te Cattenbroec, in Reynerscoep, in Cockengen en van Rateles, de waard voor Montfoort, en de visscherij, het gerecht en den aanval in de Ysel. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 136. Z.j. (1402 na 25 maart.) Op 25 maart 1402 leefde burggraaf Hendrik nog (vgl. zijne akte van dien datum Ch. No. 162). NB 178 Willem van Beyeren, graaf van Oistervant, beleent Sweder, heer van Montfoird, met het huis te Linscoten en 20 morgens land aldaar, hem aangekomen bij doode van zijn vader Heinrick, heer van Montfoird. Met zegel van den graaf in groene was. Oorspr.- Ch. No. 332. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 145. 1402 october 29 179 Aelbrecht in Beyeren, graaf van Hollant, beleent Zweder, heer van Montfoort, met 2 hoeven land in Bloclant, met het goed van Rover Yens. van Mordrecht in het gerecht van Achthoeven, met het huis te Huelensteyn en 5 morgens land, en met eene halve hoeve land ter westzijde van het goed van den Polle, welke goederen Zweder zijn aanbestorven van zijn vader Henric, heer van Montfoort. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 144. 1402 october 29 180 des Vridages na sinte Mertens dach. Heynric van Nesse, Jan die Wechter, Kersken van Houweninghen, Wyllam van Hoensler, Ghyse Muelre, Willam Bertoutss., Wouter van Kuyure, Gosen Ryetbos, Huls Peter van Ax, Aernt en Herberen van Boyencoep, gebroeders, en Claes de Veer, geheeten „die onghe-bonden leuwe", verklaren aan Jan van Montfoerd, Domproost te Utrecht, dat zij zijne vijanden willen zijn, omdat sommige leden van het kapittel burgers te Utrecht zijn. (Op papier.) Met opgedrukt zegel van Otte van Gellinchem in groene was. Oorspr.- Inv. No. 12. 1402 (November 17) 181 Het klooster Bloemendaal bij Utrecht van de orde der Karthuizers geeft Johannes de Montfordia, Domproost te Utrecht, aandeel in de goede werken van het klooster. Het zegel van het klooster verloren. Oorspr.- Ch. No. 167. 1402 z.d. 182 Elyaes van Ameronghen belooft Johan van Montfoerd, Domproost te Utrecht, schadeloos te zullen stellen wegens de belofte van 800 oude Vrancriicsche schilden, door hem ten behoeve van Elyaes aan Johan Borre van Hemerten en diens vader Willam van Hemerten gedaan. Het zegel van Elyaes verloren. Oorspr.- Ch. No. 168. 140(3) maart 4 183 Aechte, weduwe van Melis Tediszoen, verkoopt, ten overstaan van den schout in Purmer, aan Aelbrecht Ghijstginsz. eene jaarlijksche rente, „diewelke tot enen ewigen pachte staet", uit twee koeweiden in den ban van Purmerend, die bij wanbetaling der rente aan Aelbrecht in eigendom zullen toevallen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 6. 1403 mei 8 184 Margriete van Cleve, gravin van Hollant, erkent voldaan te zijn door Willem Eggert, Jan die Lange, Pieter Byensoen, Dirc Melys en Willem Vrankensoen van eene som van 300 Hollandsche schilden, die zij haar schuldig waren wegens den lijftocht, die zij had aan de goederen, door hen van haren broeder van Oistervant gekocht. Met zegel der hertogin in groene was. Oorspr.- Ch. No. 396. 1403 mei 9 185 Aelbrecht (graaf van Holland) geeft aan zijne onderzaten van Waterlant en den Zevanc, die op zijn last de Purmer hebben „over-dijct", eenige voorrechten over onderhoud en gebruik van de sluis in de Purmer, en over onderhoud, gebruik en schouw van den nieuw aangelegden en den ouden, daardoor ontlasten dijk. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 17 vs. 1403 september 12 Blijkens Van Mieris, Charterboek III p. 787 wordt hier bedoeld niet de Purmer, maar de Purmer-ee. NB 186 Oede van der Lecke, vrouw van Montfoerd, en Lodewijck en Willam van Montfoerd dragen voor het gerecht van Willamscoep over aan Zweder, burggraaf van Montfoerd, allen eigendom en erfenis, die zij in genoemd gerecht bezitten. Met geschonden zegel van den schout in groene was. Oorspr. -Ch. No. 164. 1404 april 23 186 Vrederyc Spronc, schout tot Achthoeven, Gheryt Wouter soen, Hughe Koerntgen en Jan van Eynde, buren en landgenoten a daar oorkonden, dat Oede van der Lecke, vrouwe van Montfoerde, Lodewijch van Montfoerde en Willem van Montfoerde afstand hebb gedaan van al hun goederen in het gerecht Achthoven ten behoev van hun zoon en broeder Zweder, burggraaf van Montfoerde. bis, 1404 april 23 187 Oede van der Lecke, vrouw van Montfoerd, Lodewijck en Willam van Montfoerd dragen voor het gerecht van Velthuse, over aan Zweder, burggraaf van Montfoerd, allen eigendom en erfenis, die zij in voormeld gerecht bezitten. Met zegel van den schout in groene was. Oorspr.- Ch. No. 164. Oorspr., met het licht geschonden zegel van de eerste oorkonder in groene was. 1404 april 24 188 Oede van der Lecke, vrouw van Montfoerd, Lodewijch en Willam van Montfoerd dragen voor het gerecht van Linscoten over aan Zweder, burggraaf van Montfoerd, allen eigendom en erfenis, die zij in voormeld gerecht bezitten. Met zegel van den schout in groone was. Oorspr.- Ch. No. 164. 1404 april 25 189 Oede van der Lecke, vrouw van Montfoerd, Lodewich en Willam van Montfoerd dragen voor het gerecht van Oudecoep over aan Zweder, burggraaf van Montfoerd, allen eigendom en erfenis, die zij in voormeld gerecht bezitten. Het zegel van den schout verloren. Oorspr.- Ch. No. 164. 1404 april 26 190 des Vrydaghes voer zinte Katrinen dach. Johan van Montfoerd, Domproost te Utrecht, Zweder, burggraaf van Montfoerd, en Johan van (Ry)nesse en Eynouwen doen uitspraak in het geschil tusschen Henric de Rover van Zulen en Wouter Koyfaeszoen over den eigendom van een viertel land in Snoedelre-weert en over den twist, naar aanleiding daarvan tusschen beide partijen ontstaan, wijzen het viertel land aan Henric de Rover toe en bepalen, dat drie zijner aanhangers, nl. Peter Mouwer, Matheeus Pot en Florens van Zoelen, eene bedevaart zullen doen naar St. Kuynner te Renen. (Cyrograaf.) De opgeplakte zegels der drie scheidslieden verloren. Oorspr.- Inv. No. 169. 1404 (November 21) 191 op zunte Agneten avond Verginis 1404 na den loep ons hoifs van Hollant. Willem in Beyeren, graaf van Hollant, beleent Zweder, heer van Montfoird, met alle goederen, die hij en zijne voorvaders van de graven van Hollant te leen hebben gehouden. Met zegel van den hertog in groene was. Oorspr.- Ch. No. 333. (1405 januari 20) 192 Frederic, bisschop te Utrecht, beleent, met goedvinden van geestelijkheid, ridderschap en stad Utrecht, Zweder, burggraaf te Montfoort, met het dijkgraafschap tusschen den Nywendam en Schoenhoven langs de Lecke en tusschen den Nyendam en Haestrechter-weer langs de Ysel, en stelt eenige bepalingen vast over de benoeming van heemraden en het onderhoud van den dijk. (Ook geïnsereerd in den reversbrief van den burggraaf van dezelfde dagteekening, opgenomen in een vidimus van den bisschoppelijken officiaal dd, 1532 october 5, die weer is opgenomen in een vidimus van het Hof dd, 1643 juli 7.). Afschr.- Ch. No. 126. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 109. 1405 mei 26 193 Sweder, burggraaf te Montfoird, erkent, dat bij van Frederik, bisschop van Utrecht, en de Staten van Utrecht in leen ontvangen heeft het dijkgraafschap van den Leckedijck tusschen den Nyendam en Schoenoven langs de Leek en tusschen den Nyendam en Haestrechterwere langs de Yssel en belooft de voorwaarden, vervat in 's bisschops hier ingelaschten brief dd, 1405 mei 26 te zullen nakomen. (Opgenomen in een vidimus van den bisschoppelijken officiaal dd, 1532 october 5, die weder opgenomen is in een vidimus van het Hof van Utrecht dd, 1643 juli 7.) Het zegel van het Hof verloren. Oorspr. vid.- Ch. No. 126. 1405 mei 26 194 up sinte Maertiins avont in den Winter. Jan Meliszoen erkent verkocht te hebben aan Dirc van Huessen, bastaard, den brief, waarbij de graaf van Hollant erkent aan hem, Jan Meliszoen, schuldig te zijn 150 Hollandsche schilden, wegens het ongeschat loslaten van vier uit Oestvrieslant en uit Kyevenland gevangen monniken, en 84 schilden, door hem met zijne gezellen te Staveren verdiend, en hem daarvoor de waag en het veer te Pormerend verpandt. Met zegel van Jan Meliszoen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 375. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 8*. 1405 (November 10) 195 Zweder, burggraaf van Montfoerd, beleent Hughe Grawaert met die Moelen-viertel in Lopik, hem aangekomen door afstand van Heynric Was. (Gecancelleerd.) Met zegel van den burggraaf in groene was. Oorspr.- Ch. No. 298. 1406 maart 28 196 Willem, graaf van Hollant, geeft aan zijne onderzaten van de waarschap van Waterlant eenige privilegiën betreffende de competentie van den provisor, de kerkvisitatie door hem, en over het bedrag yan het maaggeld; hij bevestigt voorts de privilegiën, die zij van vorige graven van Hollant hebben ontvangen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 301) fol. 17vs. 1406 juni 4 197 Guillermus Carpentarii, rector der universiteit te Parijs, getuigt, dat Johannes de Monteforti, proost en aartsdiaken van den Dom te Utrecht, aan die universiteit in de faculteit der decreten onder den regent dier faculteit Dr. Johannes Guioti studeert en dus aandeel heeft aan de privilegiën en vrijdommen der universiteit. Met zeer geschonden zegel van den rector in roode was. Oorspr.- Ch. No. 170. 1406 juni 26 198 op sinte Bertholomeeus avont Apostel. Burgemeester en gemeene raad van Oude water pachten van „den dorpsberaet ende heemraderen" van Polsbroec in het land van den Vliet de gemeene watering aan de oostzijde van Polsbroec, zoolang de Yselbrug der stad op dezelfde plaats blijft liggen, voor eene pachtsom van 7 oude Wilhelmus Dortsche guldens 's jaars, en verbinden zich de verpachters schadeloos te houden van de afgravingen te weerszijden van de watering. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 53. 1407 (Augustus 23) 199 des Woensdages na onser Vrouwen dach Assumpcio. Otte Van der Leek, heer van Hedel, belooft zijn neef Johan van Montfoert, Domproost te Utrecht, schadeloos te zullen stellen voor de belofte van schadeloosstelling, door den Domproost te zijnen behoeve gedaan aan Heinric van den Riin, die zich weder als borg van den heer van Hedel verbonden had tegenover het kapittel van St. Pieter te Utrecht wegens de jaarlijksche betaling eener som van 25 mark Luiksch zilver gedurende 10 jaren. Met zegel van den heer van Hedel in groene was. Oorspr.- Ch. No. 171. 1409 (Augustus 21) 200 Willem in Beyeren, graaf van Holland, beleent Willem Eggairt wegens de vele door hem bewezen diensten met de ambachtsheerlijkheid en het dagelijksch gerecht van het dorp Purmer en Purmerlant met hun toebehooren, en met de hooge heerlijkheid yan Purmerend met haar toebehooren, met uitzondering van de visscherij ter Weer. Met ridderzegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 371. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 1. 1410 november 4 Ia het afschrift is de datum ten onrechte afgeschreven als 14 november. NB 201 den anderen dach in Uecembri. Willem in Beyeren, graaf van Hollant, gelast zijnen goede lieden van Purmer en Purmerlant Willem Eggairt als hun ambachtsheer, en dien van Purmerenden hem als hun heer te ontvangen en te gehoorzamen. (Ook opgenomen in een vidimus van den deken van St. Marie te Utrecht dd, 1444 october 25.) Met zegel van den deken in roode was. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 13. Oorspr. vid.- Ch. No. 376. 1410 (December 2) 202 IIII Nonis januariis pontificatus domini Johannis pape XXIII anno primo. Petrus, bisschop van Tusculum, pauselijk penitentiarius, vergunt, ook uit naam van Antonius, bisschop van Porto, aan Johannes de Montford, proost en aartdiaken ten Dom te Utrecht, een biechtvader aan te nemen. Met zegel van den bisschop van Tusculum in roode was. Oorspr.- Ch. No. 172. (1411 januari 2) 203 Sabbato post festum beate Agnetis Virginis. Fredericus, bisschop van Utrecht, bevestigt de schenking door Wilhelmus van Bavaria, graaf van Hollandia, van het patronaatrecht der kerk van Purmer, tegelijk met de heerlijkheden van Purmerend en van Purmer en Purmerlant,- aan Wilhelmus Eggairt. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) tol. 3. 1411 (Januari 24) 204 Frederic, bisschop te Utrecht, beveelt, na overleg met het kapittel-generaal, edelen en steden van Utrecht, den schouten van Langheraec en Jaersvelt, om nieuwe heemraden op den Leckedjjck tusschen den Nyendam en Scoenhoven te benoemen in de plaats van Steven Wernertss., heemraad uit Jaersvelt, en Henric Gherwertss., heemraad uit Langeraeck, die een onrechtmatig vonnis hadden geveld in het geschil over de verplichting van tienden tot het betalen van dijkgeld. Met zegels van den bisschop, van St. Jan en van de stad in roode; die der kapittels ten Dom, St. Salvator, St. Marie en van Melys uten Enghe en Jacob van Zulen in groene was; het zegel van St. Pieter verloren. Oorspr.- Ch. No. 125. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 111. 1411 maart 3 205 Geryt van Heemskerck, heer van Oesthusen, verkoopt aan zijn neef Florys van Alkemade eene jaarlijksche rente van 100 nobelen, die de graaf van Hollant voor eene schuld van 1500 Fransche kronen heeft gevestigd op de visscherij ter Weer. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 5 vs. 1411 april 14 206 Wyllem in Beyeren, graaf van Hollant, erkent, dat te zijnen overstaan Geryt van Heemskerc aan Florys van Alcmade heeft overgedragen eene jaarlijksche rente van 100 nobelen, door den hertog bij den (niet mede afgeschreven) transfixbrief voor eene schuld van 1500 Fransche kronen gevestigd op de visscherijen ter Weer. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 5. 1411 april 14 207 Jan van Beyeren, elect van Ludiek, bevestigt de beleening van Willem Eggairt met de ambachtsheerljjkheid en het dagelijksch gerecht van het dorp Purmer en Purmerlant en met de hooge heerlijkheid van Purmereynde, door zijn broeder Willem, graaf yan Hollant, gedaan. Met zegel van den elect in roode was. Oorspr.- Ch. No. 371. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 1 vs. Afschr.- Inv. No. 371. 1411 mei 15 208 Jan van der Hoef Gherytzoen en Heinric Gerwertzoen, heemraden tusschen den Nyendam en Schonoven in 1409, verklaren, dat zij aangebracht hebben aan Steven van Overscloet, dat de dijkgraaf voor zijne kosten van het dijkherstel in dat jaar de volgende landen, behoord hebbende aan de papelijke prove (te Jaarsveld?) heeft gevroond: 2 bont op Coperixsant, 3 morgens die Andries placht te gebruiken, het Waeylant en de Gheer, 3 geerden land in het land van Gheryt van Hermeien, 5 morgens land waarop de kerk staat, 2 halve morgens land te Overnes, 1 morgen land in de Wiel en 1 morgen land in de Vijfhoeven. Met zegels van J. van der Hoef, S. van Overscloet en H. Gerwertszoen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 127. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 104. 1411 juli 10 209 des Manendaghes na sunte Jacobs ende sunte Kristoffels dach. Jan van Vyanen heren Heinrixsoen verklaart in 1409, als dijkgraaf van wegen den jonker van Montfoerd tusschen den Nyendam en Schoenhoven, voor zijne kosten van het dijkherstel de volgende landen, behoord hebbende aan de papelijke prove (te Jaarsveld?) te hebben gevroond: 2 hont land op Coperixsant, 3 morgens land die Andries placht te gebruiken, het Waeyland en de Gheer, 3 geerden land in het land van Gheryt van Hermelen, 5 morgens land waarop de kerk staat, 2 halve morgens land te Overnes, 1 morgen land in de Wiel en 1 morgen land in Vijfhoeven. Met zegel van den dijkgraaf in groene was. Oorspr.-Ch. No. 127. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 103. 1411 (Juli 27) Het afschrift is niet geheel volledig. NB 210 des Manendages na sinte Victoers dach. Willem van Angeren doet voor het leenhof van (burggraaf) Jan afstand van de voogdij over zijne vrouw, jonkvrouw Liisbet, dochter van Lambrecht van der Cule, waarna deze tot haar voogd kiest Hughe van Vlueten, en met diens bijstand ten behoeve van Heinric Splinterssoen afstand doet van de lijftocht van ½ hoeve land in Willamscoep, die haar man haar had gemaakt. Afschr.- Reg. v. „loeften" enz. (achter in Inv. No. 283) p. 2. 1411 (October 12) Blijkens eene voorafgaande aanteekening, hebben tenzelfden dage Willam van Angheren en Heinric Splinterssoen zich verbonden, om den laatsten termijn van het geld, dat Heinric aan Willam schuldig is wegens de halve hoeve land, niet te innen noch te betalen, voordat Willam des burggraven leenman is geworden voor 3 morgens en zijn broeder voor 1 morgen land. Vooris volgt op pag. 3 eene aanteekening ter nadere bepaling van Willams verplichting, welke aanteekening later is voorzien van den datum: 1412 november 20. NB 211 des Diinsdaghes na sinte Victoers dach. Heinric Splinterss. maakt voor het leenhof (van burggraaf Johan) de lijftocht van ½ hoeve land in Willamscoep aan zijne vrouw jonkvrouw Nelle. Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. No. 283) p. 1. 1411 (October 13) 212 Dirc van Angheren maakt voor het leenhof (van burggraaf Johan) aan zijne tante jonkvrouw Hase, vrouw van Gheriit van Vronenstein, de lijftocht van eene rente van 9 gulden 10 witte grooten uit 2 morgens en 1 ½ hont land, die hij van den burggraaf te leen houdt. Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. No. 283) p. 2. 1412 januari 8 Blijkens ondergeschreven aanteekening heeft jonkvrouw Hase 1416 (September 1) des Diinsdages na sinte Jans dach Decolatio voor het leenhof van deze lijftocht afstand gedaan. NB 213 Wouter Gheriit van den Polle Reiner Jacobssoenssoen maakt voor het leenhof van (burggraaf) Jan de nahand van 2 morgens land in den polder bij Linscoter-kerc, indien hij kinderloos overlijdt, aan Jan van Polle Kreytss. Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. No. 283) p. 5. 1412 januari 8 214 op sinte Ponciaens dach. Henric Splinterss. maakt voor het leenhof van (burggraaf) Jan de nahand van ½ hoeve land in Willamscoep, indien hij kinderloos overlijdt, aan Hubrecht, zoon van Jan Splinterssoen, en diens vrouw Gheertruut. Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. No. 283) p. 3. 1412 (Januari 14) 215 op sinte Ponciaens dach. Henric Splinterss. maakt voor het leenhof van (burggraaf) Jan de nahand van 9 morgens land in Heeswiic, indien hij kinderloos overlijdt, aan Splinter, zoon van Jan Splinterssoen en diens vrouw Gheertruut. Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. 11°. 283) p. 4. 1412 (Januari 14) 216 op sinte Peters dach ad Catedram. Jan die Lewe Conincss. maakt voor het leenhof (van burggraaf Johan) de lijftocht van 1 viertel land in Bloclant aan zijne vrouw jonkvrouw Katriin, dochter van Willam van Haestrecht. Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. No. 283) p. 6. 1412 (Februari 22) 217 op sinte Joriis dach. Buekel van Run maakt voor het leenhof (van burggraaf Johan) de lijftocht van 1 hoeve land in Jutfaes aan zijne vrouw jonkvrouw Foyse, dochter van Willam van Hemert. Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. No. 283) p. 7. 1412 (April 23) 218 opten Meyavont. Johan van Montfoort, Domproost, pacht van het kapittel van Oudmunster te Utrecht de tienden en gerechten in het kerspel van Linscoten, nader in de akte omschreven, en 24 morgens land in Bloclant in het land van Montfoird, voor 36 mark zilver, op voorwaarde dat deze 24 morgens na zijn dood aan zijne erfgenamen zullen komen als erfpachtgoed tegen betaling van 15 pond 's jaars, en verder op verschillende voorwaarden betreffende de verandering der pachtsom in buitengewone omstandigheden, het handhaven van de oude gewoonten in zake recht en terechtzittingen, en het kosteloos staan over aankoopen van land in het kerspel door het kapittel. (Opgenomen in den reversbrief van het kapittel van dezelfde dagteekening.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 61. 1412 (April 30) 219 Gegeven int jair ons Heren en de opten dach voirseyt (sc. int jair ons Heren 1412 opten Meyavont). Het kapittel van Oudmunster te Utrecht verpacht aan heer Johan van Montfoort, Domproost, de tienden en gerechten in het kerspel yan Linscoten, volgens de omschrijving en op de voorwaarden, vervat in 's Domproosten hierbij geïnsereerde akte van dezelfde dagteekening. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 61. (1412 april 30.) 220 des eersten Woens(daghes nae sinte Martiins?) dach Translacio. Otte van der Lecke, heer tot Hedel, en Henric van Naeldwijc doen uitspraak in het geschil tusschen Oede van der Lecke, vrouw van Montfoerd, met hare beide jongere zoons Lodewijck en Willam yan Montfoerd en Johan van Montfoerd, Domproost te Utrecht, over de nalatenschappen van hun man en vader den heer van Montfoerd en van hun zoon en broeder Zweder van Montfoerd. De zegels van de 2 scheidslieden en de 4 erfgenamen verloren. Oorspr.- Ch. No. 165. 1412 (Juli 6?) 221 op sinte Jacobs dach. Zwanelt, nicht van (burggraaf) Jan, maakt voor diens leenhof en met den bijstand van haar vader Willam van Haestrecht, als haar gekoren voogd, de lijftocht van „die minre helft, als men dat naest gheramen kan", van ½ hoeve land op de Haer aan haar man Willam Peterssoen. Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. No. 283) 1412 (Juli 25) p. 10. NB 222 des Donredaghes na sinte Louwerens dach. Gheriit Ruusch Geliiss. maakt voor het leenhof (van burggraaf Johan) de nahand van 2 morgens land in den polder (van Linschoten) aan Dirc, zijn jongsten zoon bij zijne vrouw Aleyt Willamsdochter, welk land bij versterf zal worden verheergewaad met een jaar opbrengst van het land („mit een jaer renten des lants voerscr."). Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. No. 283) p. 8. 1412 (Augustus 11) 223 des Manendages na onser Vrouwen dach Nativitas. Willam, zoon van Lam Spiker, maakt voor het leenhof (van burggraaf Johan) de lijftocht van „die minre helft, als men dat naest gheramen kan", van 1 viertel land in Benscoen (lees: Benscoep) aan zijne vrouw Margriet, dochter van Jan Ronse. Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. No. 283) p. 9. 1412 (September 12) 224 op Alre Heylighen dach. Dijkgraaf en heemraden tusschen den Nywendam en Scoenhoven op den Leckediic beslissen, dat de dijkgraaf verplicht is Jan van Montfoerd, Domproost te Utrecht, voor zijne kosten van dijkherstel te vronen aan 8 morgens land in Jairsvelt. Met zegels van Geryt die Groet en Gherwairt Henricss., heemraden, in groene was; de zegels van den dijkgraaf en 1 heemraad verloren. Oorspr.-Ch. No. 128. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 105. 1412 (November 1) 225 des Woensdages na sinte Wilboirts dach. Dijkgraaf en heemraden tusschen den Nyendam en Scoenhoven op den Leckdijck beslissen, dat de dijkgraaf verplicht is Jan van Montfoird, Domproost te Utrecht, te vronen aan 5 morgens land in Lopic. Met zegels van Jan, bastaard van Montfoird, dijkgraaf, en Lambert Ydenzoen en Gherwairt Henrixs., heemraden, in groene was; het zegel van 1 heemraad verloren. Oorspr.- Ch. No. 128. Afschr.- Cart. (inr. No. 282) p. 107. 1412 (November 9) 226 Gheryt van Heemskerck, heer van Oesthusen, komt met Willem Eggairt, heer te Purmerende, overeen, dat voortaan de Drey. de scheiding van hun beider heerlijkheden zal zijn, en geeft hem bovendien over een halven molen in Purmereynde en twee „deympte" land in Purmer, door Peter Tits te leen gehouden en door diens kinderen verzuimd. Afschr.-Cart. (Inv. No. 361) fol. 1 vs. 1412 z.d. 227 Dirc Janss. maakt voor het leenhof (van burggraaf Johan) de lijf-tocht van 2 morgens „ghemeten lants" in Lopic aan zijne zuster jonkvrouw Katriin van Oversloet. Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. No. 283) p. 11. 1413 januari 9 228 op zinte Aechten dach. Schout en gerecht van Jaersvelt oorkonden, dat te hunnen overstaan Jan, bastaard van Montfoerd, dijkgraaf van wege Jan van Montfoerd, Domproost te Utrecht, door de heemraden gevroond is aan zes morgens land te Jaersvelt, leenroerig aan den heer van Arkel, waarna Jan die Graen den eigendom van dit land ontvangen heeft, die het daarop den Domproost in erfpacht heeft gegeven voor één groote 's jaars en tevens zich verbonden heeft, den eigendom voor 4 grooten aan den Domproost te zullen overgeven, zoodra deze zulks verlangt. Met zegels van Heynric van Oestrum, schout, en Gheryt de Groet en Pelgrim Cruyne, buren van Jaersvelt, in groene was. Oorspr.- Ch. No. 130. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 106. 1413 (Februari 5) 229 Frederic, bisschop te Utrecht, beleent in het generaal-kapittel Johan, Domproost en burggraaf te Montfoort, met de volgende, hem van diens broeder Zweder van Montfoort aanbestorven goederen: het huis met de stad Montfoort, vijf hoeven land in Heeswijc en in Bloclant, de gerechten, tynsen en tienden te Heeswijc, Willamscoep, Bloclant, Achthoeven, Oudencoep, Kattenbroec, Reynerscoep, Cockengen en Rateles, de waard voor Montfoort, visscherij, gerecht en aanval in de Ysel en het dijkgraafschap van den Leckedijck. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 136. 1413 februari 18 230 Anno nativitatis Eiusdem (sc. Domini) 1413, indiccione sexta, mensis februarij die 18 . pontificatus . Jo(hannis) pape vicesimi tercij anno tercio. De Domproost Jo(hannes) de Montfoort legt bij notarieel procesverbaal eene verklaring af, inhoudende, dat hij de zware verplichtingen, die hij, schoon van rechtswege daartoe niet gehouden, toch, om tot het rustig bezit van de hem aanbestorven heerlijkheid van Montfoort te kunnen geraken, jegens bisschop Fredericus de Blanckenhem en eenige anderen zal moeten aangaan, slechts uit noodzaak op zich nemen zal. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 163. 1413 februari 18 Eene ondergeschreven aanteekening verwijst te dezer zake naar de op p. 252 van dit cartularium afgeschreven akten van den heer van Woerden en van Mr. Hildegerus, welke akten, beiden ongedateerd, hier (NO. 3 en 242) zijn gesteld op (1279-1295) en (c, 1413?). NB 231 up sinte Peters dach ad Cathedram. Het kapittel ten Dom geeft, met toestemming van Johan van der Meer, eeuwig vicaris van St. Peters en St. Pouwels-altaar in het nieuwe werk van den Dom, aan Johan van Montfoird, Domproost en burggraaf van Montfoird, voor 14 goede, oude, gouden Fransche schilden in erfpacht 12 morgens land in Willamscoep in het land van Montfoird, die het kapittel met hem geruild heeft tegen 12 morgens land van gezegd altaar aldaar,- en bepaalt, dat de proost het land zonder 's kapittels toestemming niet zal vervreemden en zijn erfgenaam „siin pachtrechtlande" binnen 's jaars verzoeken zal. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 257. 1413 (Februari 22) 232 Willem in Beyeren, graaf van Hollant, beleent Johan, heer van Montfoort en Domproost te Utrecht, met twee hoeven land in Bloclant, met het goed van Rover Ydens. van Mordrecht in het gerecht van Achthoeven, met het huis te Huelensteyn en 5 morgens land, met ½ hoeve land ter oostzijde (lees: westzijde) van het goed van den Polle, met het huis te Linscoten en 20 morgens land, en met eene rente van 125 oude Fransche schilden uit de goederen van Wieldrecht in Zuuthollant, welke goederen den Domproost zijn aanbestorven van zijn broeder Zweder, heer van Montfoort. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 145. 1413 mei 24 Voor een paar in het regest aangebrachte verbeteringen vgl. de omschrjjving van hetzelfde goed in de op p. 145 en 144 van dit cartularium afgeschreven akten dd. 29 october 1402 (NO. 178, 179). NB 233 op sunte Martijns dach Translacio. Jonkvrouw Hildegont, weduwe van Gheryd van Damassche, jonkvrouw Heilwych, hare dochter, en Gheryt van Damassche, haar oudste zoon, geven voor schout en landgenooten in Diemerbroec den vrijen eigendom van 3 morgens land aldaar (waarvan haar zoon Timan van Damassche, kanunnik te St. Jan te Utrecht, hun het hem van zijn vader aanbestorven deel heeft afgestaan) over aan Mathijs Gherydssoen en Johan, diens zoon bij Marye Maes Boutsdochter, en nemen daarop van laatstgenoemden dit land in pacht voor 12 gulden 's jaars, op voorwaarde dat zij bij wanbetaling hunne aanspraken op het land zullen verliezen, maar het daarentegen bij behoorlijke betaling na Mathijs' en Johans dood weder in vrijen eigendom zullen verkrijgen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 234. 1413 (Juli 4) 234 opten lesten dach in julio. Florys van Alcmade verkoopt aan Jan Eggairt van Purmerend eene jaarlijksche rente van 100 nobelen, die de graaf van Hollant voor eene schuld van 1500 gouden Fransche kronen heeft gevestigd op de visscherijen ter Weer ten behoeve van heer Geryt van Heemskerck, die de rente daarna heeft verkocht aan Florys van Alcmade. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 5 vs. 1413 juli (31) 235 opten anderden dach in Augusto. Willem in Beyeren, graaf van Hollant, erkent schuldig te zijn aan Jan Eggaert van Purmereynd eene jaarlijksche rente van 100 nobelen uit de visscherijen ter Weer, die zijn vader hertog Aelbrecht vroeger gegeven heeft aan Gheriit van Heemskerc, en door dezen is overgedragen aan Floriis van Alcmade, die deze rente weder aan Jan Eggairt heeft getransporteerd, en belooft hem tijdig te zullen waarschuwen, wanneer deze visscherij verpacht zal worden, opdat hij zelf of zijn gewaarde bode er bij kunne zijn. Met zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 383. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 5 vs. 1413 (Augustus 2) 236 Willam in Beyeren, graaf van Hollant, en Johan in Beyeren, elect van Ludiek, geven, met toestemming van Amstelredam en van hunne onderzaten, die hunne afwatering hebben in het waterschap van Aemsterlant, aan de geërfden van Reynerscop en Bilenvelt (die afstand hebben gedaan van het hun door hertog Aelbrecht verleende recht van uitwatering in den Riin) en aan die van Achthoeven en Mastwijck het recht, een watergang te maken van den Riin tusschen Basterdam en Haenwyker-kae tot den Aemstel bij Coelbiers, en daarvoor dijkgraaf en heemraden aan te stellen, wier keuren ook in Hollant rechtskracht zullen hebben; zij stellen verder bepalingen vast over den aanleg en het onderhoud van dezen watergang en de verhouding van de gebruikers tot de naburige waterschappen. (Opgenomen in een vidimus dd, 1414 (Februari 28) des Woensdag es na sinte Mathijs dach Apostell, van Aernt, abt te St. Pouwels, en Evert Foeck, deken te Oudmunster.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 167. 1413 october 1 237 Johan, hertog van Thoreyne, bevestigt de gift van de ambachts-heerlijkheid en het dagelijksch gerecht van den dorpe van Purmer en van Purmerlant en de vrije heerlijkheid van Purmereynde, door zijnen vader Willem van Beyeren, graaf van Hollant, aan Willem Eggairt gedaan. Het zegel van den hertog van Touraine verloren. Oorspr.- Ch. No. 371. Afschr.- Inv. No. 371. 1413 october 3 238 Willem van Beyeren, graaf van Hollant, beleent Willem Eggairt met de hooge heerlijkheid van Purmereynde en het ambachtsschap van Purmer en Purmerlant en vergroot de vrijheid van de heerlijkheid Purmereynde met 31 morgens land, ten einde het slot Purmersteyn met singels en grachten behoorlijk te kunnen voorzien. (Ook opgenomen in een vidirnus van den deken van St. Marie te Utrecht dd, 1444 october 25.) Het zegel van den hertog verloren,- en: het zegel van den deken verloren. Oorspr.- Ch. No. 371. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 2. Oorspr. vid.- Ch. No. 371. 1413 november 15 239 Schout, schepenen en raden van Aemstelredam hechten hunne goedkeuring aan de overeenkomst, waarbij Willam van Beyeren, graaf van Hollant, en Jan van Beyeren, elect van Ludiek, aan de lieden van Reynerscoep, Bylenvelt, Achthoeven en Mastwijck het recht verkoopen, om een watergang te hebben uit den Run in den Aemstel. (Opgenomen in een vidimus dd, 1414 (Februari 28) des Woensdages na sinte Mathijs dach Apostell, van Aernt, abt te St. Pouwels, en Evert Foeck, deken te Oudmunster.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 172. 1413 november 22 240 up sinte Katherinen dach. Johan, hertog van Thoreynen, bevestigt den hierbij getransfigeerden brief, waarbij zijn vader Willem van Beyeren, graaf van Hollant, en zijn oom Jan van Beyeren, elect van Ludiek, aan de lieden van Reynerscoep, Bylenvelt, Achthoeven en Mastwijc het recht verkoopen, om een watergang uit den Riin in den Aemstel te hebben. (Vidimus dd, 1414 (Februari 28) des Woensdages na sinte Mathijs dach Apostell, van Aernt, abt te St. Pouwels, en Evert Foeck, deken te Oudmunster.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 172. 1413 (November 25) De getransfigeerde brief, dd, 1413 october l, is opgenomen in hetzelfde vidimus en afgeschreven op p. 167 van dit cartularium. NB 241 Lijst van de door de schouten aangegeven morgentalen in Zeven-hoeven en Lopic, Jaersvelt, Langeraec, Zevender, Cabbau, Polsbroek in het gerecht van den heer van Montfoort, Hoencoep, den Yseldijck, Bloclant, Willemscop, Heeswijck, Meerlo, den Aftersloet, de Hoge Biezen en de Lage Biezen, Polsbroek in het gerecht van den heer van Egmond, Benscoep en het Oudelant, te zamen bedragende 12,280 morgens. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 224. 1413 z.d. 242 Mr. Hildegerus, kanunnik van St. Andreas te Keulen, geeft een rechtsgeleerd advies in zake de vragen: of de erfelijke burggraaf van een burg, gelegen in de diocese van den bisschop, van wien hij den burg in leen houdt, recht heeft om de crimineele rechtspraak en het „merum et mixtum imperium", dat tot den burg behoort, uit te oefenen,- of een binnen het gebied van den burg wonende leek, die op den eisch van een anderen leek voor den bisschop gedaagd wordt, verplicht is te verschijnen,- en of de bisschop, als de brenger van zulk eene dagvaarding binnen 's burggraafs gebied gevangen of kwalijk bejegend is, plaatsen aldaar met kerkelijke straffen kan beleggen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 252. Z.j. (c, 1413?) Het vermoeden omtrent den datum is gegrond op het feit, dat naar deze akte wordt verwezen in eene aanteekening op p. 163 van dit cartularium bij het afschrift van 's burggraven protest dd, 1413 februari 18 tegen de verplichtingen, hem opgelegd bij zijne beleening met het burggraafschap. NB 243 Lijst van in verschillende steden gebruikelijke graanmaten, herleid tot Rotterdamsche of Dordsche maten. Afschr. (?)- Cart. (Inv. No. 282) p. 241. Z.j. (1413-1447.) Aangezien deze lijst is afgeschreven in het cartularium van burggraaf Johan II, is aangenomen, dat zij uit zijn regeeringstijd stamt. NB 244 int jair ons Heeren 1413. Jan van Beyeren, elect van Ludiek, bevestigt de overeenkomst tusschen Geryt van Heemskerck, heer van Oesthuysen, en Willem Eggairt, heer te Purmereynde, waarbij zij de Drey als scheiding hunner heerlijkheden aannemen, en belooft Willem Eggairt in zijne daarbij verkregen rechten te zullen handhaven. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 2. (1414) januari 16 245 up sinte Pouwels avent Conversio. Frederick, bisschop te Utrecht, geeft aan de geërfden van Reynerscoep, Bilenvelt, Achthoeven en Mastwijck het recht, om een watergang te maken van den Yseldijck door Reynerscoep naar den Rijn tusschen Basterdam en Haenwijckerkae en van daar naar den Aemstel bij Coelbiers, en daarvoor dijkgraaf en heemraden aan te stellen; hij maakt verder bepalingen over den aanleg en het onderhoud van dezen watergang en de invordering van de daarop gevallen boeten. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 173. 1414 (Januari 24) 246 Purificacionis. Willem (graaf van Holland,) geeft (als heer van Haestrecht en) ter bede van Jan, heer van Egmond en van Yselsteyn, en van Jan, heer then Vliet, aan de lieden van beide zijden van Polsbroeck een nieuwen watergang uit de wetering, die bij Poelsbroekerdam begint, tot de landscheiding tusschen Polsbroeck en Hoencoop. (Fragment.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 296. 1414 (Februari 2) 247 des Sonnendages na onser liever Vrouwen dach Puryficacio. Jonkvrouw Liisbet, dochter van Goeswiin Aerntszoen, bijgestaan door haar man en voogd, 's burggraven bastaardbroeder Jan, draagt (aan burggraaf Jan) voor diens leenhof op 2 morgens land op Corte Blocklant, waarna de burggraaf Peter Meerkiin machtigt, om den eigendom van dit land over te dragen. Afschr.- Reg. van loeften enz. (achter in Inv. No. 283) p. 4. 1414 (Februari 4) Blijkens eene toegevoegde aanteekening, heeft bastaard Jan zich tenzelfden dage verbonden, om binnen twee jaren aan den burggraaf op te dragen 2 morgens land, gelijkwaardig aan de bovengenoemde, welke morgens de burggraaf dan aan jonkvrouw Liisbet in leen zal uitgeven. NB 248 (Burggraaf) Johan, Domproost te Utrecht, beleent Airnt van Muyen met 2 akkers land in het gerecht van Yselsteyn, geheeten de Strijp-acker en de Hontacker, waarna Airnt de nahand dezer akkers maakt aan Jan Gijsbrechtz. van Spengen, zoon zijner dochter. Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. No. 283) p. 14. 1414 maart 9 249 des Diinxdages nae sinte Jorys dach. Aelbrecht Block maakt voor het leenhof van (burggraaf) Johan van Montfoort, Domproost te Utrecht, de lijftocht van „die minre helfte, als men dat naeste geramen can", van 6 morgens land, gelegen in Snodelrewairt aan de Linscoten, aan zijne vrouw Bye Jacobs-dochter. Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. No. 283) p. 12. 1414 (April 24) 250 des Sonnendages na sunte Margrieten dach. Mathijs Gherytssoen geeft, voor schout en buren van Dyedemerbroeck, aan jonkvrouw Lijsbet van Linscoten den vrijen eigendom van 3 morgens land aldaar, die hem gegeven en vervolgens van hem voor 12 gulden 's jaars in pacht genomen waren door jonkvrouw Hildegont, vrouw van Gheryt van Damasche, en hare kinderen, welke pacht hij wegens wanbetaling gerechtelijk heeft doen verbreken. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 230. 1414 (Juli 15) 251 Meynt Jacobszoen draagt voor het gerecht van Scellingwoude over aan Willem Eggairt, heer tot Purmerenden, den eigendom van twee deelen van 6 maden land en de helft van 4 maden land, beiden in de Voelwijc. Met zegel van den schout in groene was. Oorspr.- Ch. No. 398. 1414 augustus 22 252 Willem Eggairt, heer tot Purmerenden, beleent Willem Allynszoen met een deympte land in den ban van Wadweyde, hem door Willem Allynszoen in eigendom opgedragen. Met zegel van den heer tot Purmerenden in groene was. Oorspr.- Ch. No. 362. 1414 september 18 253 Willem Eggairt, heer tot Purmerenden, beleent zijn neef Reyner Zwan met 2 morgens land in de parochie van Wesepe, hem door Reyner in eigendom opgedragen. Met zegel van den heer tot Purmorenden in groene was. Oorspr.- Ch. No. 363. 1414 november 6 254 omtrint sinte Mertijnsmisse in den Wynter. (Burggraaf Johan) verklaart, dat hij Heinric van den Rijn gemachtigd heeft, om 11 morgens land op Themaet, die zijn neef Herman van Steenre van hem heeft te leen gehouden, te vervreemden, en dat Herman zich heeft verbonden, om hem vóór mei e.k. zekere 10 morgens land aan den Ouden Rijn op te dragen. Afschr.- Reg. van loeften enz. (achter in Inv. No. 283) p. 5. 1414 (November c. 11) 255 op sunte Thomas avont. Gerbrant Jacopszoen draagt voor het gerecht van Wognem over aan Willam Eggart, heer tot Purmereynde, den eigendom van zijn huis en hofstede aldaar. Met zegels van 2 schepenen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 399. 1414 (December 20) 256 des Saterdages nae sinte Thomas dach Apostell. Simon Woutersz. van Teylingen maakt voor het leenhof (van burggraaf Johan) de lijftocht van „die minre helfte, als men dat naest geramen kan" van gerecht, tyns en tiend van Gravensloot, gelegen aan het land van Woerden, aan zijne moeder jonkvrouw Jutte, dochter van Huge Vuystinck. Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. No. 283) p. 13. 1414 (December 22) 257 int jair ons Heren 1414. Melys van Mijnden verbindt zich jegens Willem Eggairt, heer te Purmerend en tresorier van Hollant, om de brieven, die hij van hem in bewaring heeft en waarvan de eene, ten laste van Claes Jan Mathijsz. c.s., het schoutambacht van Purmerlant betreft, en de andere eene uitspraak bevat van hertog Aelbert in het geschil van Jacop bastaard van Egmond en Claes Hermes over het schoutambacht van Purmerend, terug te geven, zoodra heer Geryt en heer Florys van Alkemade voldaan zijn van wat hun ter zake dier ambachten toekomt. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 6 vs. (1415) januari 17 258 des Saterdages na sinte Valentiins dach. Evert Rycoutss. van den Bosch draagt, ten overstaan van schout, tynsmeester en malen van Wede, Emmynglair en Coelhorst, zijne rechten op het goed te Coudenhove over aan Herman Kaerman Jacobss. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 84. 1415 (Februari 16) 259 op sinte Peters avont in den Lenten. Jacob Evert Rycoutssoenss. draagt, ten overstaan van schout en malen van Wede, Emmynglair en Coelhorst en van den tynsmeester (der Utrechtsche Regulieren op hun goed te Crachtwijc), den eigendom van het goed te Coudenhoven, met uitzondering van één hof, over aan Herman Kaerman Jacobss. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 84. 1415 (Februari 21) De nadere bepaling van den tynsmeester is ontleend aan de akte dd. 29 december 1421 van prior en convent der Regulieren, afgeschreven op p. 85 van dit cartularium. NB 260 Johan van Heemsteden, heer tot Benthuysen, belooft onder verband van leisting, Johan, burggraaf van Montfoird, schadeloos te zullen stellen voor allen hinder of nadeel, dat er voor hem uit mocht voortspruiten, dat hij met Johan van Heemsteden onder verband van leisting beloofd heeft Gilles van Cralingen eene som van 1300 Engelsche nobels te betalen. Met zegel van den heer tot Benthuysen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 173. 1415 maart 28 261 Johan, heer ten Vliet, Jehan van Drongelen, heer van Ethen, Jehan van Rynesse van Everinghen en Jehan, heer te Langheraec, erkennen gezamenderhand schuldig te zijn aan Jehan Raisoir (Rasoir) 1500 goede gouden Fransche kronen, te betalen binnen Valenscijn in Henegouwen op St. Jansdag te Midzomer (24 juni) 1418. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 39. 1415 april 16 262 Lodewich van Montfoird en Willem van Montfoirde, heer te Latum, gaan namens de aanhangers hunner moeder met hun broeder Johan, burggraaf van Montfoird, en zijne aanhangers een wapenstilstand aan tot St. Remigiusdag naastkomende. De zegels van Lodewich en Willem verloren. Oorspr.- Ch. No. 166. 1415 april 22 263 Heynric Reynerszoen draagt voor het gerecht van Rietwijc en de Nuwerkerc over aan Willem Eggairt, heer tot Purmerenden, den eigendom van een huis en hofstede in den ban van Rietwijc. Met zegel van den schout in groene was. Oorspr.- Ch. No. 400. 1415 juni 9 264 Jehans van Namur, heer van Mirewert, verbindt zich jegens zijn neef Jehan, heer van Montfoerd, om Jehan en Kateline, kinderen van zijne natuurlijke dochter Marie van Namur, weduwe van heer (Jehan) Tristran de le Motte, zoodra zij meerderjarig zijn geworden, te doen verschijnen voor het leenhof van den hertog van Brabant en Lembourg, ten einde afstand te doen van eene rente van 400 ponden, gevestigd op de hertogelijke inkomsten van Lovaing, welke rente hunne moeder aan den heer van Montfoerde verkocht heeft. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 71. 1415 augustus 29 265 Anthonys, hertog van Brabant, beleent Jan, burggraaf van Mont-foort, met eene rente van 400 ponden, gevestigd op 's hertogs moutmolen en renten te Loeven, welke rente door vrouw Marie van Namen, natuurlijke dochter van Jan van Namen en weduwe van Tristram van den Motten, aan den burggraaf verkocht is. (Ook opgenomen in eene akte dd, 1431 juni 20 van Philips van Boirgoingnen.) Afschr.- Ch. 11°. 435. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 72. 1415 augustus 29 266 Willem in Beyeren, graaf van Hollant, vergunt, naar aanleiding van de klachten van de steden Aemsterdam en Yedam over de ongelegenheid van de sluis te Yppendam voor hare wederzijdsche marktbezoekers, aan de gemeene schutters van Purmereynd en Purmerlandt, om eene sluis te leggen in den dijk te Wilsloet in den ban van den Purmer. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 19. 1415 september 25 267 des Manendages na sinte Martiins dach in die Wiinter. Schout en landgenooten van Seldert eigenen Jan van Hemerden, als gemachtigde van Meertiin Janss., aan Clamenssenacker, dien Jan Sasse gebruikt, aan een viertel, dat Henric Jacobs, gebruikt, en voorts aan eenige schuldvorderingen op Willem die Wise en Goede Florenssoen, allen behoorende aan Clais Banne en door Meertiin in beslag genomen ter verzekering zijner schuldvordering van 100 Fransche schilden op hem. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 80. 1415 (November 18) 268 op sinte Katherinen avont. Alyt, weduwe van Andries van den Woude, met de hand van haren broeder en momber Wijntgen Dircxzoen, en Amelgar Petersz., voogd van Dirc Adriaensz. van den Woude, verkoopen ten overstaan van schepenen van Harlem aan Willem Eggairt, heer te Purmerend, een stuk land in den ban van Purmerend, belend door de erven van Ane, weduwe van Willem Doeys, en door Nelle de molenaarster, weduwe van Jan Moeys. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 5. 1415 (November 24) 269 des Maendages na sinte Andries dach Apostoli. Heinric Janss. van den Wiele geeft voor het gerecht in der Ameyden aan Jacop Dircx Rughensoen ten behoeve van Johan, burggraaf van Montfoerd, over den eigendom van de helft van 5 morgens land op der Aestervelt aldaar, gemeenschappelijk toebehoorende aan hem en aan zijne kinderen bij zijne eerste vrouw jonkvrouw Belye. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 283. 1415 (December 2) 270 Willem in Beyeren, graaf van Hollant, geeft aan de inwoners van Purmerlant en van de vrijheid van Purmerend het recht, om den dijk op den Nyendam van de Purmer-a op Ydenbreec en op Udam door hunne schouten en schepenen te doen schouwen, gelijk de inlaag van Zaenderdijck. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 2 vs. 1415 december 6 271 Willem in Beyeren, graaf van Hollant, geeft aan de dorpen van "Waterlandt voorrechten betreffende de rechtspraak door vier of door vijf schepenen, betreffende vredebreuk, verjaring van strafvonnissen, den onschuldseed en de competentie van provisor en baljuw, verder over de heervaart en de benoeming van „waerscippen"; en bevestigt overigens hunne oude privilegiën. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 20 vs. 1415 december 10 272 Johan, hertog van Toereyn, bevestigt de door zijn schoonvader Willem van Beyeren, graaf van Hollant, aan Willem Eggairt verleende gunstbewijzen. (Fragment.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 3. Z.j. (1415-1417.) 273 op sinte Gregorius avont. Schout en landgenooten van Zelwerd eigenen Jan van Hemerten aan Clamenssacker en eenige andere landerijen van Clais Banne, door hem in beslag genomen ter verzekering der betaling van acht hooge bannen, die hij indertijd als schout gerechtelijk aan Clais heeft afgewonnen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 87. 1416 (Maart 11) 274 Willem Eggairt, heer tot Purmerenden, beleent Reynaut Dirxzoen met een stuk land, geheeten Doeman Reynautszoens-sate, in den ban van Aelsmeer, hem door Reynaut in eigendom opgedragen. Met zegel van den heer tot Purmerenden in groene was. Oorspr.- Ch. No. 364. 1416 mei 8 275 Martijn Janssoen verklaart over te dragen aan Gheryd van den Zijl 4 „gheersen" lands in de vrijheid en den ban van Winkel. Met zegel van Martijn in groene was.Oorspr.- Ch. No. 401. 1416 mei 13 276 Willem in Beyeren, graaf van Hollant, erkent, dat zijn overste tresorier Willem Eggaert de hooge heerlijkheid van Purmerend van hem te leen houdt, en machtigt hem, om, in geval hij wegens een der leenen, tot deze heerlijkheid behoorende, in rechte wordt opgeroepen voor een zeventuig of iets anders, iemand daartoe in zijne plaats te stellen. Met zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 377. Afschr.- Cart. (Inv. No, 1361) fol. 6 vs. 1416 juni 1 277 Anno Domini 1416 decima die junij, regnorum nostrorum anno Hungarie etc. tricesimo, Romanorum vero sexto. Roomsch-koning Sigismundus bevestigt de schenking van de hooge en lage heerlijkheid van Purmerenda door Wilhelmus van Bavaria, graaf van Hollandia, aan diens tresorier Wilhelmus Eggairt, en vermeerdert deze schenking met het recht voor laatstgenoemde, om, zoo hij wegens zijne goederen in rechte voor het zeventuig wordt opgeroepen, eenen gemachtigde in zijne plaats te stellen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 7. 1416 juni 10 278 op sinte Maertiins dach Translacio. Oude Claes die Zael verklaart over te dragen aan Willem Eggairt, heer tot Purmereynde, den eigendom van een stuk land in de vrijheid van Wognem en in den ban van Nuboxwoud. Met zegel van Claes in groene was. Oorspr.- Ch. No. 402. 1416 (Juli 4) 279 Walraven, heer te Brederoeden, geeft aan Jan Parsiin den eigendom van eene sluis bij het huis van Willem Eggairt te Purmerend, die hij tot dusverre van hem in leen heeft bezeten. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 4. 1416 juli 9 280 des Sonnendages na sinte Lambrechts dach. Willam van Pollanen geeft zijn neef Johan, burggraaf van Montfoort, in onderleen het huis te Wulvenhorst met toebehooren, leenroerig aan het Sticht, met eenige stukken land, leenroerig aan den proost van Oudmunster en aan den jonker van Assouwen, en met de hooge heerlijkheid van Diemerbroec, leenroerig aan den heer van Vianen,- en verbindt zich deze goederen rechtstreeks voor de verschillende leenhoven te zullen overdragen, zoodra de burggraaf van de genoemde leenheeren de beleening daarmede verkrijgen kan. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 114. 1416 (September 20) 281 Reynout van Brakel draagt voor het gerecht van der Werken over aan Willam Eggert, heer tot Purmereynde, den eigendom van zijne korentienden en smalle tienden in dit gerecht, vroeger leenroerig aan den hertog van Gelre, maar door hertog Reynout van Gelre in vollen eigendom aan Reynout van Brakel overgegeven. Met zegel van den richter in groene was. Oorspr.- Ch. No. 370. 1416 october 1 282 to Dinxdages na sinte Victors dage. Eelyaes Claysz. draagt voor het gerecht van Delff over aan Jan Jansz. priester, ten behoeve van een eeuwigen goddelijken dienst, door deze in de Oude kerc te Delff gesticht, eene plecht van 26 schellingen 8 penningen, gevestigd op een huis aan den Watersloot aldaar. Het zegel verloren. Oorspr.- Ch. No. 415. 1416 (October 13) 283 Willem Eggairt, heer tot Purmerenden, beleent Claes Eggelszoen met een stuk land, geheeten die Bacscuerwerf te Oesthuzen, hem aangekomen door overdracht van Bartout Peterszoen van der Beetze, zijnen schoonvader. Met zegel van den heer tot Purmerenden verloren. Oorspr.- Ch. No. 365. 1416 november 12 284 des Donderdaghes na den heylighen Dertyendach. Johan van Vyanen, heer van Jaersvelt, erkent van Jan, burggraaf van Montlbird, ten behoeve der papelijke proeven van Jaersvelt te hebben teruggekocht de navolgende landerijen, waaraan de burggraaf gevroond was: 5 morgens land, waarop de kerk staat, drie geren aan den Overen-egghe, het Waeylant, 3 morgens land aan de Grave, 2 hont in Gheryts de Groten land en den Gheer. Met zegel van den heer van Jaersvelt in groene was. Oorspr.- Ch. No. 127. 1417 (Januari 7) 285 up sente Gertruden dach. Goyer Janszoen draagt voor het gerecht van den Nuweland en Valkenkoech, over aan Willem Eggert, heer tot Purmereynde, den eigendom van eene weide land in den ban van Valkenkoech. Met zegel van den schout in groene was. Oorspr.- Ch. No. 403. 1417 (Maart 17) 286 Walich Gheriitszoen draagt voor het gerecht van Alcmer over aan Willem Eggert, heer tot Purmerende, den eigendom van de helft eener weide land in de vrijheid van Alcmer. Met zegels van 2 schepenen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 404. 1417 april 3 287 des Dingesdages nae Beloken Paechs. Jan Ysebrantsz. draagt voor het gerecht van Monikedam over aan Willam Eggert, heer tot Purmerende, den eigendom van 1 ½ „deymde" land, geheeten Jacop-Heynesweer, in de vrijheid van Monikedam. Met zegels van 2 schepenen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 405. 1417 (April 20) 288 op sinte Pancracius avont. Mathijs Andrijsz. draagt voor het gerecht van Abbenkerc over aan Willem Eggaert, heer tot Purmerenden, den eigendom van 6 ½ „deympte" land, geheeten Pieter-Galenlant, benevens zijn huis en hofstede, beiden in de vrijheid van Abbenkerc. Met zegels van 2 schepenen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 406. 1417 (Mei 11) 289 op sinte Pancraes dach. Jonkvrouw Katriin, weduwe van Jan Melyszoen, doet ten overstaan van den schout te Egmond, met de hand van haren zoon en momber Florys Jansz. en ten behoeve van de kinderen van Claes heer Florysz., afstand van Dirc Ysebrantsvenne in de Lange Weren en van de Kortelingen op de Wisen in Purmerend, welke landerijen Claes aan zijne kinderen vermaakt heeft. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 5. 1417 (Mei 12) 290 des Woensdaghes voer Pinster. Jacob Willamsz. draagt voor het gerecht van Sybenkerspel over aan Willem Eggart, heer tot Puurmereynd, den eigendom van 2 morgens land in den ban van Sybenkerspel en van 1 morgen min 40 roeden land bij de Wisen in denzelfden ban. Met zegel van 1 schepen in groene was; dat van 1 schepen verloren. Oorspr.- Ch. No. 407. 1417 (Mei 26) 291 Jan, hertog van Brabant, verbindt zich jegens Jan, burggraaf van Montfoort, om hem op onser Vrouwen Lichtemisse (2 februari) e. k. te betalen 1000 franken, zijnde de achterstal over twee jaren van 's burggraven erfrente, gevestigd op de hertogelijke renten en tollen te Loven. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 73. 1417 augustus 4 292 Jacob in Beyeren, gravin van Hollant, beleent haren tresorier Johan, heer van Montfoort, met het ambacht van den Nywenvene in Noirthollant, dat Willem van Pollanen aan wijlen haren vader kort vóór diens vertrek naar Vrancrijc had opgedragen ten behoeve van den heer van Montfoort. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 115. 1417 augustus 4 Blijkens eene aanteekening op p. 116 van dit cartularium had graaf Willem 1416 (September 21) op sunte Matheeus dach Apostel ende Ewanqeliste Johan, heer van Montfoerd, beleend met het ambacht van den Nuwenvene in Noorthollant, hem opgedragen door Willam van Pollanen. NB 293 op sinte Lourencius dach. Johan, burggraaf van Montfoird, als principaal, onder borgtocht van zijne broeders Lodewijch van Montfoird en Willam van Montfoird, heer te Latem, en van zijn neef, Willam van Montfoird en van Zweten, verklaart van zijn neef Willam van Pollanen gekocht te hebben het huis te Wulvenhorst met leenmannen, gerecht, tyns, tiend en 61 morgens land, en tyns en drie bloktienden in Diemersbroec-gerecht; hij verbindt zich, daarvoor aan Willam jaarlijks uit te keeren 450 gulden en na diens dood aan zijne vrouw Kathriin van Remmerswail jaarlijks 400 gulden, en verder om Willam te doen wonen in zijn huis de Doemprostie te Montfoort, en aan diens bastaarddochter Adriaen bij haar huwelijk 5 ½ morgens land te schenken. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 28. 1417 (Augustus 10) 294 des Saterdages na sinte Remigius dach. Willam van Pollanen verkoopt aan zijn neef Johan, burggraaf van Montfoort, alle zijne leenmannen, in de akte met namen genoemd, en ontslaat hen ten behoeve van den burggraaf van hun leeneed. Afschr.- Cart. (Inv. 11°. 282) p. 77. 1417 (October 2) 295 des Woensdag es na Remigii. Henric van Vianen, burggraaf te Utrecht, beleent zijn neef Jan, heer te Montfoort, met gerecht, tyns en tiend van Diemerbroec, hem te zijnen behoeve opgedragen door Willam van Pollanen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 115. 1417 (October 6) 296 des Dinxdages na sinte Gallen dage. Frederic, bisschop te Utrecht, bevestigt ten verzoeke van Johan van Hemerten den hierbij getransfigeerden brief (dd. 18 november 1415), waarbij deze door schout en landgenooten van Seldert geëigend wordt aan eenige goederen van Claes Banne. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 87. 1417 (October 19) De transfixbrief is afgeschreven op p. 86 van dit cartularium. NB 297 des Dinxdages na sinte Gallen dach. Frederic, bisschop te Utrecht, bevestigt ten verzoeke van Johan van Hemerten den hierbij getransfigeerden brief (dd. 11 maart 1416), waarbij deze door schout en landgenooten van Seldert wordt geëigend aan goederen van Claes Banne. Afschr.- Cart. (Inv. No 282) p. 88. 1417 (October 19) De transfixbrief is afgeschreven op p. 87 van dit cartularium. NB 298 Johan, burggraaf van Montfoird, verhuurt aan Willam van Pollanen voor diens leven het goed te Wulvenhorst in het kerspel van Woirden met tyns en tiend, drie bloktienden met toebehooren in Diemerbroeck, en het huis de Domprostie te Montfoird, alles voor eene jaarlijksche pachtsom van één Hollandschen leeuw. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 31. Z.j. (1417-1448.) Burggraaf Johan kocht- blijkens de akte afgeschreven op p. 28 van dit register- Wulvenhorst op 10 augustus 1417; hij stierf in 1448. Vermoedelijk heeft hij het goed dadelijk na den koop weder aan Pollanen verhuurd. NB 299 Jan Emmelricxsoen belooft onder eede, niets meer te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf tot Montfoird, zijne opvolgers, broeders of onderzaten, en geene wraak te zullen nemen wegens de gevangenschap en schade, door hem in den strijd te Gorinchem op St. Loeyen-dach (1 december) geleden. Met geschonden zegel van Geryt van Kokelenberge in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1418 januari 18 300 Melys van Boomgaert belooft onder eede, niets meer te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf tot Montfoird, zijne opvolgers, broeders of onderzaten en geene wraak te zullen nemen wegens de gevangenschap en schade, door hem in den strijd te Gorinchem op St. Loeyen-dach (1 december) geleden. Met zegel van Geryt van Kekelenberge (sic!) in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1418 januari 18 301 Pieter Godevaertssoen belooft onder eede, niets meer te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf tot Montfoird, zijne opvolgers, broeders of onderzaten en geene wraak te zullen nemen wegens de gevangenschap en schade, door hem in den strijd te Gorinchem op St. Loeyen-dach (1 december) geleden. Met zegel van Dirc van Huekelen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1418 januari 20 302 op sunte Pouwels avondt Conversio 1417 na den loip van onsen hove. Jacob in Beyeren, gravin van Hollant, beleent Reynout van Brakel met de visscherij in den Hoirensloot, de Koestale en de Poll, gelegen tusschen Sparendam en Aemsterdam, hem aangekomen door den afstand van Jan Eggaert van Purmerend, zijn zwager, onder voorwaarde dat dit leen na Reynouts dood vererven zal op zijn jongeren zoon Willem, door hem verwekt aan zijne huisvrouw Janne van Purmerend. (Ook opgenomen in een vidimus van den abt van St. Paulus te Utrecht dd, 1419 april 26.) Met zegel der hertogin in roode was,- en: met zegel van den abt in roode was. Oorspr.- Ch. No. 397. Oorspr. vid.- Ch. No. 397. (1418 januari 24) 303 Roeloff die Scoer(?) en Ewijn van Valmen beloven onder eede, niets meer te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf tot Montfoird, zijne opvolgers, broeders of onderzaten, en geene wraak te zullen nemen wegens de gevangenis en schade, door hen in den strijd te Gorinchem op St. Loeyen-dach (1 december) geleden. De zegels van Roelof en van Claes van Nesch genaamd Deventer verloren. Oorspr.- Ch. 11°. 13. 1418 januari 25 304 Lambrecht Pijl belooft onder eede, niets meer te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf tot Montfoird, zijne opvolgers, broeders of onderzaten en geene wraak te zullen nemen wegens de gevangenschap en schade, door hem in den strijd te Gorinchem op St. Loeyendach (1 december) geleden. Met zegel van Lambrecht in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1418 februari 5 305 Herberen van Zeyst en Hensken van Bonne beloven onder eede, niets meer te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf tot Montfoird, zijne opvolgers, broeders of onderzaten, en geene wraak te zullen nemen wegens de gevangenschap en schade, door hen in den strijd te Gorinchem op St. Loeyen-dach (1 december) geleden. De zegels van Willem van Peersingen en Elbert van Alpen verloren. Oorspr.- Ch. No. 13. 1418 februari 15 306 Boudyn van Batenburch, basterd, belooft onder eede, niets meer te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf tot Montfoird, zijne opvolgers, broeders of onderzaten en geene wraak te zullen nemen wegens de gevangenschap en schade, door hem in den strijd te Gorinchem op St. Loyen-dach (1 december) geleden. Het zegel van Boudyn den basterd verloren. Oorspr.- Ch. No. 13. 1418 februari 28 307 Robbrecht van Broeck en Geryt Cunnaert beloven onder eede, niets meer te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf tot Montfoird, zijne opvolgers, broeders of onderzaten, en geene wraak te zullen nemen wegens de gevangenschap en schade, door hen in den strijd te Gorinchem op St. Loeyen-dach (1 december) geleden. Het zegel van Zweer van Montfoird, basterd, verloren. Oorspr.-Ch. No. 13. 1418 maart 1 308 Airnt van Olst, Jacob Valwater en Michiel van Rijmsdijc beloven onder eede, niets meer te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf tot Montfoird, zijne opvolgers, broeders of onderzaten, en geene wraak te zullen nemen wegens de gevangenschap en schade, door hen in den strijd te Gorinchem op St. Loeyen-dach (1 december) geleden. De zegels van Jan uten Ven, Godevairt van den Eyckcn en Aerst van Donre verloren. Oorspr.- Ch. No. 13. 1418 maart 6 309 Rutgher Vonck belooft onder eede, niets meer te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf tot Montfoird, zijne opvolgers, broeders of onderzaten, en geene wraak te zullen nemens wegens de gevangenschap en schade, door hem in den strijd te Gorinchem op St. Loyendach (1 december) geleden. Met zegel van Rutgher Vonck den vader in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1418 april 7 310 up den neesten Sonnendach nae den heyligen Belokenen Paesschdach. Aelbert Schuerman belooft onder eede, niets meer te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf tot Mondfoird, zijne opvolgers, broeders of onderzaten, en geene wraak te zullen nemen wegens de gevangenschap en schade, door hem in den strijd te Ghorinchem op St. Loyendach (1 december) geleden. Met zegel van Bronis van Blocklant in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1418 (April 10) 311 Johan van Brabant, graaf van Hollant, en zijne gemalin Jacob van Beyeren beloven, onder verband van hunne tollen in Hollant en Zee-lant en hunne verdere inkomsten in Hollant en van leisting, hunne moeder Margriete van Bourgondië, hertogin in Beyeren, Engelbrecht graaf te Nassou, Jacob heer te Gaesbeke, Willem van Brederoden, heer te Steyn, Philijn van Wassenair, burggraaf van Leyden, Johan heer te Montfoird en 37 anderen schadeloos te houden wegens dier borgtocht bij de steden Hairlem, Delff, Leyden, Aemsterdam en Goude, die ten bate van den hertog en zijne vrouw lijfrenten tot een bedrag van 2000 nobelen 's jaars hebben verkocht. Met zegels van Jan van Brabant en zijne vrouw in roode was. Oorspr.- Ch. No. 174. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 164. 1418 augustus 26 312 Jan Eggairt, heer tot Purmerenden, beleent Reynaut van Brakel, ten behoeve van zijn zoon Jan van Brakel, dien hij heeft bij zijne huisvrouw Johanna van Purmerenden, zuster van Jan Eggairt, met de korentienden en de smalle tienden in het gerecht van der Werken, die Reynaut van Jan Eggairts vader te leen placht te houden. Met zegel van Jan Eggairt in groene was. Oorspr.- Ch. No. 370. 1418 september 7 313 Gegeven int jair ons Heren 1419 op Alrekiinder dach. Dirc van Zulen Zwederszoon erkent schuldig te zijn aan zijn neef den heer van Montfoort 600 gouden Fransche oude schilden, en verbindt zich deze som terug te betalen binnen tien weken na aanmaning of na zijn ontslag uit het maarschalkambt, op verbeurte van zijne aanspraken op het huis te Hermalen met 43 morgens land, die de burggraaf van den abt van St. Pouwels te leen houdt. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 55. (1418 december 28.) 314 Gegeven int jair ons Heren 1419 op Alderkiinder dach. Arnt, abt van St. Pouwel te Utrecht, beleent Johan, burggraaf van Montfoort, met 43 morgens land en het huis te Hermeien, die Dirc van Sulen te leen hield, en verbindt zich heer Dirc, op diens en des burggraven vermaan, wederom met deze goederen te beleenen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 55. (1418 december 28.) 315 Willem, heer van Saerts, erkent verkocht te hebben aan Henric van den Rijn een tiend aan den Meerndijck, leenroerig aan de grafelijkheid van Hollant. Het zegel van den heer van Saerts verloren. Oorspr.- Ch. No. 351. 1419 januari 8 316 Adriaen van Herwinen belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap bij den heer en vrouw van Brabant iets te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf te Mondfoord, Loic en Willem van Montford, zijne broeders, en hunne onderzaten. Met zegel van Adriaen van Herwinen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 maart 28 317 des Dinxdaighs na Midvasten, als men singt Letare Jherusalem. Reynken van Zeller, Henric Kaeck, Wouter van der Blomen en Willem die Cremer beloven onder eede, nimmer wegens hunne gevangenschap te Gorinchem iets te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf tot Mondfoerd, Lodewiich en Willem, zijne broeders, en hunne onderzaten. Met zegel van Reinken van Zeiler in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 (Maart 28) 318 des Dinxdages na Halefvasten, als men singet Letare. Zweder van Aerde belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap bij den heer van Brabant en de vrouw van Hollant en Brabant iets te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf tot Montfoerd, Lodewich en Willam, zijne broeders, on hunne onderzaten. Met zegel van Zweder in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 (Maart 28) 319 des Dynsdage nae Halfvasten, als men singet Letare. Henric van der Scaut belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap bij den heer en de vrouw van Brabant iets te zullen ondernemen tegen Jan, heer tot Montford, Lodewych en Willem, gebroeders te Monford, en hunne onderzaten. Het zegel van Henric van der Scaut verloren. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 (Maart 28) 320 des Dynxdages nae Midvasten, als men synget in der kerken Letare. Willem van Gaelen en Sander van der Wuert beloven onder eede, nimmer wegens hunne gevangenschap te Gorinchem iets te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf tot Montfoirt, Lodewych en Willem, zijne broeders, en hunne onderzaten. Met zegel van Willem van Gallen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 (Maart 28) 321 Aernt van Riiswic belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap te Gorichem bij de vrouw van Brabant iets te zullen ondernemen tegen Jan, heer tot Montfoert, Loiwic en Willem van Montfoert en hunne onderzaten. Met zegel van Aernt van Riiswic in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 maart 29 322 des Woensdag es na onser liever Vrouwen dach Annundacio. Willem Pellegrom en Heinric Pellegroem, gebroeders, beloven onder eede, nimmer wegens hunne gevangenschap te Gorinchem bij hertog Johan van Brabant en vrouwe Jacob van Hollant iets te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf tot Montfoerd, en zijne onderzaten. Met zegel van Willem in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 (Maart 29) 323 Heinric die Beste, Jan Scut en Arnt Bijl beloven onder eede, nimmer wegens hunne gevangenschap bij den heer en de vrouw van Brabant iets te zullen ondernemen tegen den heer van Montfoerd, zijne broeders en hunne onderzaten. Met zegel van Jan van Herwerden in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 maart 29 324 Hac van den Pol, Roelof Sproc, Jan Myllinc bastaard en Dirc Nascart beloven onder eede, nimmer wegens hunne gevangenschap bij hertog Jan van Brabant en vrouw Jacob van Beyeren iets te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf van Montvoert, Lodewyc en Willam van Montvoert, zijne broeders, en hunne onderzaten. Met zegels van Hac van den Pol en Ghijsbrecht van Groesbeec in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 maart 29 325 Jan heer te Poroien belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap bij den heer en vrouw (van Brabant) iets te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf van Montford, Loic en Willem van Montfoord, zijne broeders, en hunne onderzaten. Met zegel van den heer te Poroien in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 maart 29 326 ts Woensdages na Halfvasten, als men singet in der heyligen kerken Letare. Willem van Apelteren belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap bij Jacob van Beyeren, hertogin van Brabant, iets te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf te Montvoird, Willem en Lodewyc te Montvoird, gebroeders, en hunne onderzaten. Met zegel van Henric van der Scaut in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 (Maart 29) 327 Rutger van Dien(?) belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap bij hertog Jan van Brabant en vrouw Jacob van Beyeren iets te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf van Montfoord, Loyc en Willam van Montfoord, zijne broeders, en hunne onderzaten. Met zeer geschonden zegel van Rutger in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 maart 29 328 opten Donredach na Mitvasten, als men singhet in der heyligher kerken Letare. Govert die Smit belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap te Gorichom bij Jacob van Beyeren, hertogin van Brabant, iets te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf tot Montvoert, Willem en Lodewyc, gebroeders te Montvoort. Met zegel van Jan die Smit in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 (Maart 30) 329 des Donredages na Halfvasten. Luifert Baumesteyn belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap bij hertog Johan van Brabant en vrouw Jacop hertogin van Beyeren iets te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf te Montvoyrde, Lowych en Willem van Montvoerd, zijne broeders, en hunne onderzaten. Met zegel van Garbrant van Best in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 (Maart 30) 330 des Donredages na onser Vrouwen dack Annunciacio. Goessen van Lynden belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap te Grorinchem bij den heer en de vrouw van Brabant en Hollant iets te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf van Montfoerd, Lodewyc en Willam van Montfoerd en hunne onderzaten. Met zegel van Goossen van Lynden in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 (Maart 30) 331 des Donredages nae Halfvasten. Herbert van Zeyst belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap bij hertog Jan van Brabant en vrouw Jacop van Beyeren iets te zullen ondernemen tegen den burggraaf van Montford, Lodewijc en Willem van Montford en hunne onderzaten. Het zegel van Rolof van der Hantert verloren. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 (Maart 30) 332 des Donredages na Halfvasten. Johan van Bummel, Jan die Vrede en Iwen Hac beloven onder eede, nimmer wegens hunne gevangenschap bij hertog Johan van Brabant en vrouw Jacop van Hollant iets te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf tot Montvoerd, en zijne onderzaten. Met zegel van Garbrant van Best in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 (Maart 30) 333 des Vrydaghes na onser Vrouwen dach Annonsiacionis. Splinter van Loenresloet belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap te Gurckhem bij den heer en de vrouw van Brabant en Hollant iets te zullen ondernemen tegen Johan, burggraaf van Montfoerd, Loich en Willem van Montfoerd, gebroeders, en hunne onderzaten. Met zegel van Splinter in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 (Maart 31) 334 des Vridages nae onser Vrouwen dach Annonciacio. Jan van Beinem belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap te Gorchinchem bij den heer en de vrouw van Brabant en Hollant iets te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf van Montfoerd, Loich en Willem van Montfoert, gebroeders, en hunne onderzaten. Met zegel van Jan van Beynem in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 (Maart 31) 335 Aernt Yewijn van Outhuesden Janss. belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap bij den hertog en de hertogin van Brabant iets te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf tot Montfoird, Lodewych en Willem, zijne broeders, en hunne onderzaten. Met zegel van Aernt in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 maart 31 336 Lemken Baken, Heyn van Oel, Heyn van Ghangelt, Dieric Roinsken, Dyrc Helwych, Heynken Barben, Heyn van Herten, Willam van der Horst en Hens Arnoudssoen beloven onder eede, nimmer wegens hunne gevangenschap bij hertog Johan van Brabant en vrouw Jacob, hertogin van Brabant, iets te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf van Montfoerd, Lodewyc en Willem van Montfoerd en hunne onderzaten. Met zegel van Henric van Osen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 april 1 337 Claes Lamp belooft onder eede, nimmer wegens zijne gevangenschap te Gorinchem bij den heer en de vrouw van Brabant en Hollant iets te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf van Montfoerd, zijne broeders, en hunne onderzaten. Met zegel van Wouter basterd van Ysenderen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 april 3 338 des Dinxcdages na den heyligen Paesdach. Heynrick Voecht van Eyck heer tot Aelbrugge, Engbert van Airs-bach, Mout van Sinsich, Craf Steck, Vrederick Spiegel, Claes van Nattenem, Dirc van Kroey, Deric van Wilack, Wolter van Dreys, Erst van Liekerne, Jan van Olm, Tyellman van Lammersdorp, Dirc Gubber, Mychiel van Emmych, Thils van Ham, Jan Vranck, Jan Kaldes, Peter van Harst, Henskiin van Lonne en Jan van der Suiselmaer basterd beloven onder eede, nimmer wegens hunne gevangenschap te Gorinchem bij den heer en de vrouw van Brabant en Hollant iets te zullen ondernemen tegen Jan, heer te Montfoerd, Lodewick en Willam van Montfoerd, zijne broeders, en hunne onderzaten. Met zegel van Heinric Voecht van Eick in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. 1419 (April 18) 339 Jacob van den Damasch geeft, voor schout en landgenooten in Diemerbroeck, 7 morgens land aldaar over aan Ghijsbert Peterssoen, ten behoeve van zijn broeder, Geryt van Damasch, monnik te St. Pouwels te Utrecht. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 188. 1419 mei (?) 14 340 Willam van Pollanen erkent aan zijn neef Johan, heer van Montfoird, al zijne leengoederen verkocht te hebben, en verzoekt zijnen leenmannen den heer van Montfoird als hun leenheer te erkennen. Met zegel van Willam van Pollanen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 292. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 77. 1419 mei 21 341 Lodewiich van Montfoerd erkent, dat alle goederen, die hij van zijnen broeder Jan, heer van Montfoerd, te leen houdt, weder aan dezen zullen vervallen, wanneer hij (Lodewiich) zonder wettige kinderen overlijdt. Met zegel van Lodewiich in groene was. Oorspr.- Ch. No. 175. 1419 juni 5 342 des Donredages na Divisio Apostolorum. Frederic, bisschop te Utrecht, ontslaat Johan, burggraaf van Montfoort, van de verplichtingen, die deze op zich genomen mocht hebben boven de verplichtingen, die de door wijlen Arnd van Hoern, bisschop te Ludiek, uitgesproken „soene van Montfoort" hem oplegt. Afschr.- Cart. (Inv. 11°. 282) p. 146. 1419 (Juli 20) 343 up sunte Jacobs dach Apostel. Giesbrecht Janss. maakt voor het leenhof van (burggraaf) Johan de lijftocht van 1 viertel land in Willamscoep aan zijne vrouw Mechtelt, dochter van Melis Janssoen. Afschr.- Lijftochtregister (achter in Inv. No. 283) p. 15. 1419 (Juli 25) 344 Frederic, bisschop te Utrecht, belcent Johan, burggraaf te Montfoort, met het huis te Wulvenhorst, met 6 morgens land, geheeten de Achte gaerden, aan de Haerdijck, welke goederen hem ten behoeve van den burggraaf waren opgedragen door Willam van Pollanen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 78. 1419 october 14 345 des Sonnendages na onser Vrouwen dach Concepcio. Jan van Hemerten draagt, voor schout en landgenooten van Seldert Bovenweges, aan Herman Kaerman Jacobss. op den eigendom van verschillende stukken land aldaar, hem toebehoorende blijkens een door den bisschop bij transfix bevestigden brief. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 117. 1419 (December 12) De bevestigde brief en 's bisschop transfix zijn zonder twijfel de brieven dd, 1416 (Maart 11) op sinte Gregorius avont en 1417 (October 19) des Dinxdages na sinte Gallen dach, afgeschreven op p. 87 en 88 van dit cartularium. NB 346 Aernt van Makeren en Govert van Makeren, gebroeders, basterden, beloven onder eede, nimmer wegens hunne gevangenschap te Gorichem bij de vrouw van Beieren en Brabant iets te zullen ondernemen tegen Jan, burggraaf tot Montfoert, Loyc en Willem, zijne broeders, en hunne onderzaten. Met zegels van Govert van Hoemen en Jan die Smit in groene was. Oorspr.- Ch. No. 13. Z.j. (1419?) 347 maart 12 int jair ons Heren 1419 na gewoenten des hoefs van Camerike. Johan, hertog van Brabant, gelast zijn rentmeester van Loeven, om aan Johan, burggraaf te Montfoort, wegens diens erfrente van 400 pond, gevestigd op 's hertogen moutmolen en renten van Loeven, den op St. Jan te Midzomer (24 juni) l.l. verschenen termijn te betalen op St. Jansmis e.k. en den op laatstgenoemden dag vervallenden termijn op Kermis daarna. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) (1420) p. 74. NB 348 op onser liever Vrouwen dage Annunciacio. Frederic, bisschop te Utrecht, erkent schuldig te zijn aan Johan, burggraaf van Montfoird, 300 Aernhemsche guldens, en belooft die som op St. Jacobsdag e.k. of binnen veertien dagen daarna terug te betalen. Met zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Ch. No. 176. 1420 (Maart 25) 349 Frederic, bisschop te Utrecht, Johan, burggraaf van Montfoord, Philips van Wassenaer, burggraaf te Leyden, Willam van Bredenrode, heer te Ghenpe, en de steden Utrecht, Leyden en Amersfoerde verbinden zich tegen den heer van Egmonde, Geryd van Heemskercke, den jonker van Gaesbeeck, den heer van Culenborch en Florens van Borsel, maken bepalingen omtrent de krijgsgevangenen en beloven geen verdrag te zullen aangaan zonder er elkander in te begrijpen. Met zegels van den bisschop en de stad Utrecht in roode was, en die van de burggraven van Montfoord en Leyden, den heer te Ghenpe, en de steden Leyden en Amersfoerd, benevens die van Lodewych van Montfoord, Willam van Montfoord, heer te Lathem, Johan van Heemsteden, heer te Renthusen, Willam van Montfoord en van Zweten, Dirc van Zulen en van der Zevender, Melys -uten Enghe, Johan van Wassenaer, Gheryd van Poelgeest, Herman van Steenren, Rembrant van Zweten, Gheryd Johans zoon van der Marssche en Johan van der Meer, die ook tot het ver bond zijn toegetreden, in groene was. Oorspr.-Ch. No. 14. 1420 april 15 Met transfixbrief dd, 1420 (Mei 7) des Dinxdages na den Sonnendagen Cantate. NB 350 Frederic, bisschop te Utrecht, en de steden Utrecht en Amersfoort beloven aan Johan, burggraaf te Montfoird, Lodewich van Montfoird, Willam van Montfoird, heer te Latum, en Willem van Montfoird en van Zweten, die zich voor den oorlog tegen hertog Jan van Beyeren met hen verbonden hebben, geen zoen, vrede of bestand te maken zonder hen daarin te begrijpen, en zoo zij nochtans na den te treffen zoen, in hunne goederen benadeeld mochten worden, dan zullen de bisschop en de beide steden hen daarvoor stellen in het bezit eener gelijke waarde aan goederen van Jacob heer van Gaesbeke, Florens van Borsele en anderen, in Utrecht gelegen. Met zegel van den bisschop in roode was; de zegels der beide steden verloren. Oorspr.- Ch. No. 15. 1420 april 17 351 op sant Jorys avent. Willem van Montfoird en van Sweten lijftocht, ten overstaan van Frederic, bisschop te Utrecht, zijne vrouw Margariete van Langeraeck, vrouw van Sweten, aan 20 morgens land in het kerspel van Lyn-schoten in de Velthuysen. Met zegel van den bisschop verloren. Oorspr.- Ch. No. 163. 1420 (April 22) 352 op den Meyedach. Johan van Vyanen, heer van Jaersvelt, belooft, voor zich on zijne nakomelingen, aan Johan, burggraaf van Montfoirde, de zijl, die hij met toestemming van laatstgenoemde door den Lekdijk heeft gelegd, voor eigen kosten te zullen onderhouden. Met zegel van Johan in groene was. Oorspr.- Ch. No. 119. 1420 (Mei 1) 353 des Dinxdages na den Sonnendage Cantate. Gerrit van den Zijl treedt toe tot het verbond over de krijgsgevangenen en over het aangaan van een verdrag bij den hieraan getransfigeerden brief dd, 1420 april 15 gesloten tusschen Frederic, bisschop te Utrecht, Johan, burggraaf van Montfoord, en andere heeren, benevens de steden Utrecht, Leyden en Amersfoerde. Met zegel van Gerrit van den Zijl in groene was. Oorspr.- Ch. No. 14. 1420 (Mei 7) 354 des Manendages na sinte Thomas dage. Frederic, bisschop te Utrecht, beleent Johan, burggraaf van Montfoirt, met 20 morgens land te Achthoeven in het kerspel van Montfoirt, met S morgens land in Bloclant in hetzelfde kerspel, en met 20 morgens land in die Velthusen in het kerspel van Linscoten, welke goederen hem zijn opgedragen door Willam van Montfoird van Zweten. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 146. 1420 (December 23) 355 op sinte Ponciaens dach. Johan van Vianen, heer te Noirdeloes, bewaarder der heerlijkheden van Vianen en van der Ameyde voor zijn neef Reynout, heer te Bredenrode, beleent Johan, heer te Montfoort, met een tiend in het land van de Ameiden in Thienhoven, geheeten des Rovers-tiend, leenroerig aan de hofstede van de Ameide. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 110. 1421 (Januari 14) 356 int jair ons Heren 1420 na den lope des hoofs van Hollant. Johan in Beyeren, zoon van Hollant, geeft aan de gemeene Waterlanders voorrechten op het stuk van rechtspraak, schepenverkiezing, panding en dijkschouw, en bevestigt hunne oude privilegiën, onder voorbehoud dat Purmerlandt en Purmereynd voortaan vierscharen zullen hebben en ook overigens hetzelfde recht en gewoonte zullen hebben als de andere dorpen van Waterlandt. fschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 19 vs. (1421) januari 20 357 Frederic, bisschop te Utrecht, en de stad Utrecht sluiten een verbond met Johan, burggraaf van Montfoordt, stellen bepalingen vast omtrent het rantsoen van eventueel te maken krijgsgevangenen en omtrent den steun den heer van Montfoird te verleenen, in geval de stad belegerd mocht worden en geven hem een subsidie van 250 Hollandsche Wilhelmus-schilden 's maands gedurende de beide eerstvolgende maanden, en daarna van 200 schilden 's maands gedurende een jaar. Met zegels van den bisschop en de stad in roode was. Oorspr.- Ch. No. 16. 1421 april 8 358 Fredericus, bisschop van Utrecht, brengt de kapel, die blijkens den hierbij getransfigeerden bevestigingsbrief (dd. 25 october 1345) van bisschop Johannes, door Ernestus de Horst gesticht en begiftigd is in het kasteel van Horst binnen de parochie van Woirden, en die nu, evenals het kasteel, in verval is geraakt, op verzoek van den patroon Johannes, burggraaf van Montfoort, als eeuwige kapellanie over op een altaar in de kerk van Montfoort. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 82. 1421 juli 16 Blijkens den 15e eeuwschen index van dit cartularium wordt onder het „castrum de Horst" verstaan „dat huus te Wulvenhorst" NB 359 Jan, burggraaf van Montfoort, en Willam van Montfoort de Rover bemiddelen tusschen de beide broeders Lodewych van Montfoort en Willam van Montfoort, heer te Latem, ter eenre en Willam van Haestrecht ter andere zijde, ter beëindiging van hun geschil over eene schuldbekentenis van Willams moeder, jonkvrouw Heylwich van Haestert, over 2000 oude Fransche schilden, ten behoeve der genoemde broeders,- en bepalen, dat Willam van Haestrecht, tegen kwijtschelding dier schulden, uitkeering van 100 goede Wilhelmus Hollandsche schilden en behoud zijner lijftocht, aan de broeders van Montfoort zal afstaan al zijne Montfoortsche leengoederen in de Cabbau, Bloclant, Heeswijc en op die Haer en zijn woonhuis te Montfoort. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 92. 1421 juli 20 360 des Donredages na sant Lambrechts dage. Frederic, bisschop te Utrecht, en de steden Utrecht en Amers-foirde beloven Johan, burggraaf van Montfoird, hun bondgenoot in den oorlog tegen hertog Johan van Beyeren en den hertog van Gulich en Gelre, geen zoen, vrede of bestand te zullen sluiten zonder er hem in te begrijpen. Met zegel van den bisschop in roode, dat der stad Amersfoirde in groene was; dat der stad Utrecht verloren. Oorspr.- Ch. No. 17. 1421 (September 18) 361 op sinte Thomaes dach Biscops ende Martelair. Prior en convent van de Regelieren te Utrecht oorkonden, dat Herman Kaerman Jacopss. aan hun tynsmeester in hun goed te Crachtwijc heeft opgedragen de tynsweer van het goed te Couden-hove, met uitzondering van één hof, en dat de tynsmeester daarop Aernt die Witte van Werensteyn ten behoeve van heer Johan, burggraaf van Montfoort, met deze tynsweer verlijd heeft. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 85. 1421 (December 29) 362 des Donredages na sinte Pouwels dage Conversionis. Frederic, bisschop te Utrecht, wijst zijn pander Zweder Zuermont aan, om als richter in het schependom van Luesden en van Zeldert te staan over de overdracht door Herman Kairman Jacobss. van al zjjne goederen in gemeld schependom aan heer Johan, burggraaf van Montfoort. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 117. 1422 (Januari 29) 363 des Donredages na sinte Pouwels dach Conversionis. Herman Kaerman Jacobss. draagt, voor richter en landgenooten van Zeldert Bovenweges, zijne goederen aldaar, in de akte met name genoemd, over aan Aernt die Witte, ten behoeve van heer Jan, burggraaf van Montfoort. Afschr.- Cart, (Inv. No. 282) p. 118. 1422 (Januari 29) 364 des Dinxdages na sinte Aghaten dach. Aernt van Amerongen, maarschalk van Amersfoird en van Eemlant, verklaart, dat hij Evert van den (of: der) Borch, schout op Zeldert, en Tyman Ghisens., schout in Loesden, bevolen heeft de rechtspleging m hunne gerechten te schorsen, toen deze schorsing wegens den oorlog in het geheele Nedersticht plaats had, en dat hij dit bevel niet heeft herroepen, zoodat alles wat sinds dien tijd in genoemde gerechten tegen iemand geschied mocht zijn, wederrechtelijk is. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 89. 1422 (Februari 10) 365 op sant Benedictus dage. Frederic, bisschop te Utrecht, verklaart van onwaarde alle vonnissen en rechtsvorderingen, die door Evert van den (of: der) Borch, schout op Zeldert, en Tyman Gysenss., schout in Loesden, tegen de goederen van den rentmeester Herman Kaerman Jacobss., zijn gewezen of bij hen zijn aangebracht gedurende den tijd, waarin de rechtspleging in het Nedersticht wegens den oorlog geschorst was. Afschr.- Cart. (Inv. 11°. 282) p. 89). 1422 (Maart 21) 365 Jan Aernt Touwenzoon verklaart door de heer van Montfoirde voldaan te zijn van 86 gouden Vrancricxe cronen, hem verschuldigd door heer Johan van den Vliet, ridder. Facsimile van het oorspr. in steendruk (no. 25) bij de Verklaring van het oude letterschrift, uitgegeven door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 1818 bis 1422 maart 24 366 op sant Vitus avont. Frederic, bisschop te Utrecht, verleent aan Johan, burggraaf van Montfoird, het recht om, zoolang hij leeft, de hooge heerlijkheid van Montfoird als ambtman te besturen, zonder verplicht te zijn aan hem of aan zijne opvolgers daarvan rekening te doen. Met zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Ch. No. 305. 1422 (14 juni) 367 Frederic, bisschop te Utrecht, vergunt Johan, burggraaf van Montfoird, om den Yseldijck aan de noordzijde tegenover Montfoird te openen of te sluiten en een anderen nieuwen weg naar Montfoirde te maken. Met geschonden zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Ch. No. 67. 1422 september 15 368 op sinte Michiels dach. Konegunde van Bronchorst, vertegenwoordigd door haren vader Willem, heer te Bronchorst, en bijgestaan door Willem, heer te Bueren en Boesinchem, Walraven van Moerse, heer te Baer, Otto van Bronchorst, heer te Borclo, en Henric, heer te Wissche, maakt huwelijksvoorwaarden met Johan, burggraaf van Montford, bijgestaan door Otte van der Lecke, heer te Hedel, Johan van Vyanen, heer te Noerdeloes, Willem van Montford, heer te Lathem en Willem van Montford, heer te Zweten. Met zegels van de heeren te Bueren, te Baer, te Borclo, te Wissche, te Lathem, te Zweten en te Bronchorst en den burggraaf van Montford in groene was; die van de herren te Hedel en te Noordeloes verloren. Oorspr.- Ch. No. 177. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 281. 1422 (September 29) Het afschrift is zeer onnauwkeurig. NB 369 Otte, heer te Bronchorst, staat zijn zwager Johan, burggraaf van Montfoird, toe, om de 2800 Rijnsche guldens, die hij aan zijne zuster Conigont van Bronchorst, vrouw van Montfoird, ten huwelijk heeft medegegeven, naar eigen believen te beleggen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 233. Z.j. (1422-1447.) De akte brengt wijziging in de huwelijksvoorwaarden van Conigont en den burggraaf dd, 1422 (September 29) op sinte Michiels dach. Burggraaf Johan + 1447. NB 370 Johan, burggraaf van Montfoird, en A., B. en C. verbinden zich, de 2800 Rijnsche guldens, die de burggraaf als huwelijksgift zijner vrouw Conigont van Bronchorst ontvangen heeft, bij haar kinderloos overlijden binnen een half jaar uit te keeren aan Otte, heer te Bronchorst, of anders daarvoor in leisting te gaan te Bronchorst, Sutfeen of Aernem, en wel de burggraaf met zes paarden en vijf knechten en de anderen met drie paarden en twee knechten. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 233. Z.j. (1422-1447.) Voor de dateering zie het vorige nummer. NB 371 Johan van Woerden, heer then Vliet, verbindt zich, om op Paschen over een jaar aan Wouter Oveldach te betalen 45 kronen, of, bij gebreke daarvan en tot de volle betaling der hoofdsom, hem jaarlijks 4 ½ kronen te betalen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 41. 1423 februari 9 372 Huge Dirxz., priester, Willem Herperszoon en Willem Claeszoon leggen, ten overstaan van het leenhof van de hofstad van der Wete-ringe, eene verklaring af aangaande Ernst Muys, die een zoon zou zijn van heer Albrecht van de Weteringe. De zegels van Willem, broeder tot Egmond, voogd van Willem Jansdochter van Egmond, van drie leenmannen en van Geryt Dirxzoon van der Weteringe verloren. Oorspr.- Ch. No. 419. 1423 mei 17 373 Anno nativitatis Eiusdem (sc. Domini) 1423, indiccione prima, mensis julii die 25 . pordificatus . Martini . pape quinti anno sexto. Johannos, burggraaf van Montfoerd, protesteert bij notariëele akte tegen de handelwijze van Fredericus, bisschop van Utrecht, en de steden Utrecht en Amersfoort, die bij het verdrag, door hen met Johannes de Bavaria gesloten, beloofd hebben, dat ook de gevangenen van den burggraaf zullen worden vrijgelaten. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 18. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 250. 1423 juli 25 374 des Manendages na sinte Lijsbetten dach. De leenmannen van Johan, burggraaf te Montfoort, doen bij verstek uitspraak op diens eisch, om Dirc van Maerzen, Gerborch Tymansdochter, Hildewiin Speyarts wijf, Jan van Bosch, Huge Speyart, Geryt Aerntss., Jacob Speyart en Ruuskin, jongste zoon van Aernt Willam Aerntssoen, wegens verzuim vervallen te verklaren van de leenweer hunner goederen op Corte Rietvelt en elders, en beslissen, dat de burggraaf deze goederen tot zich zal nemen en die, indien binnen jaar en dag de nalatigen zich niet ter verdediging aanmelden, als eigene goederen zal behouden. Afschr.-Cart. (Inv. No. 282) p. 205. 1423 (November 22) 375 Andries Veer, kanunnik van Oudmunster, vicaris van den proost dier kerk, beleent Johan, burggraaf van Montfoort, met de heerlijkheid van het Veer voor Oudewater en Ratelis, strekkende van den Ysel tot Hoencoep, welke heerlijkheid hem is opgedragen door Jan van Woirden, heer then Vliet en te Markerhoeft. Afschr.-Cart. (Inv. No. 282) p. 52. 1423 december 19 376 Johan, burggraaf van Montfoird, als principaal, Willam van Montfoird, heer te Lathum, en Willam van Montfoird heer Henricz., als borgen, verbinden zich, onder zekere voorwaarden, jegens Jan van Woirden, heer then Vliet, tot de teruggave van de door hem aan den burggraaf voor zeven jaren verpande heerlijkheden van het Veer te Oudewater (sc. Yselvere) en van Polsbroec met toebehooren en eigendomsbrieven, zoodra de heer ten Vliet de pandsom van 2000 Fransche kronen heeft gelost, welke lossing echter binnen de eerstkomende twee jaren niet mag plaats hebben. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 19. 1423 december 20 377 Johan, burggraaf van Montfoird, verbindt zich jegens Johan van Woirden, dat hij gedurende de zeven jaren, waarvoor deze hem de heerlijkheden van het Veer en van Polsbroeck heeft verpand, de inwoners in hunne rechten niet verkorten noch hun schatting opleggen zal, terwijl hij Johan van Woirden bij de bewaring van diens rechten in de heerlijkheden behulpzaam zal zijn. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 21. 1425 december 20 378 Johan van Woirden, heer then Vliet, verbindt zich jegens burggraaf Johan, om hem (de heerlijkheid van) .Hoencoep over te geven, als de bisschop van Utrecht den burggraaf daarmede wil beleenen, en voorts om hem vóór dien tijd niet te storen in het bezit van de heerlijkheid van Polsbroek. (Alleen het slot is afgeschreven.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 51. 1423 december 20 379 Johan, burggraaf van Montfoird, verbindt zich jegens Jan van Woirden, heer then Vliet, om naar diens wensch de ambtenaren aan te wijzen voor de ontvangst van de inkomsten van den heer ten Vliet in de aan den burggraaf verpande heerlijkheid Hoencoep, tenzij de burggraaf er niet in slaagt, om van de vrouw van Glous-cester en hertog Jan van Beyeren het verlij met de heerlijkheid Polsbroec te verwerven, in welk geval hij zich schadeloos zal stellen uit de inkomsten van Hoencoep; ter zake van de teruggave dier heerlijkheid zal hij zich houden aan de bepalingen van zijn aan den heer ten Vliet afgegeven brief. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 23. 1423 december 21 Vgl. den brief omtrent de teruggave van Hoencoep, ongedateerd, doch eveneens op 1423 december 21 gesteld, op p. 25 van dit register (hierna NO. 381). NB 380 Johan, burggraaf van Montfoird, beleent Jan van Woirden, heer then Vliet en te Markenhoeft, met de helft van de heerlijkheden van het Veer (te Oudewater) van den Ysel tot de Hoencoperdijk, als een onversterflijk, onverzuimlijk erfleen zonder verplichting van heergewaad, onder voorwaarde dat de heer ten Vliet deze helft zal teruggeven, zoodra hij met de erfgenamen van zijn zwager Wouter Coevoet eene dading zal hebben getroffen, in welk geval de burggraaf hem 50 kronen zal terugbetalen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 24. 1423 december 21 381 Johan, burggraaf van Montfoird, verbindt zich jegens Johan van Woirden, heer then Vliet, om, zoodra hij van de vrouw van Cloescester en (Jan) van Beyeren het verlij met de hem door den heer ten Vliet verpande heerlijkheid Polsbroec heeft verworven, aan dezen de heerlijkheid Hoencoep terug te geven, ook al mocht de bisschop van Utrecht als leenheer zich daartegen verzetten. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 25. Z.j. (1423 december 21.) De akte is één van die, waarbij op 20 en 21 december 1423 de burggraaf en de heer ten Vliet hunne verhouding regelden (NO. 378-381). NB 382 Johan van Woirden, heer then Vliet, draagt, voor schout en buurlieden van het Veer, over aan Godevairt Clais, ten behoeve van heer Johan, burggraaf van Montfoort, eenige „opt Veer" gelegen hofsteden, boomgaarden en eene werf, „dair die wymolen op plach te staen", voor eene rente van 5 nobelen 's jaars. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 53. 1423 december 25 383 Aelbrecht van der Hoghe erkent van den heer van Montfoird opten heiligen Kerssavont (24 december) 1423 ten behoeve van Johan, heer then Vliet, ontvangen te hebben 900 Beyersche guldens, 900 Vlaamsche kromstaarten en 34 Fransche kronen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 41. Z.j. (1423.) 384 Jacop Jacopszoen erkent ontvangen te hebben van Aelbrecht van der Hoc, van wege Jan van Vliet, 202 Beyersche guldens, in afbetaling op diens schuld (aan den heer van Montfoird. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 41. Z.j. (1423-1429.) Vgl. de schuldbekentenis van Aelbrecht van der Hoghe, afgeschreven op dezelfde pagina en gesteld op (1423) NO. 383.- In 1429 was Jan van Vliet gestorven (vgl. de akte van zijn zoon Geryt dd, 1429 december 7, afgeschreven op p. 44 van dit register, hierna NO. 445). NB 385 int jair ons Heren 1423 na den lope van onsen hove. Johan in Beyeren, zoon van Hollant, keurt den verkoop van de heerlijkheid Polsbroeck door Jan, heer then Vliet, aan Johan, burggraaf van Montfoird, goed, en belooft den burggraaf met die heerlijkheid te beleenen, wanneer de grafelijkheid van Hollant hem mocht toevallen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 54. (1424) februari 11 386 opten lesten dach van februario. Geryt van Zulen van Nathenwisch verbindt zich, als leenman van de „hofstat" te Montfoort en op verbeurte zijner leengoederen, om bij opontbod van Johan, burggraaf van Montfoort, hem met vier paarden en drie knechten te komen helpen bij de verdediging van het slot te Montfoort of elders, of om bij verhindering een goeden man in zijne plaats te zenden. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 210. 1424 (Februari 29) 387 des Sonnendages na sinte Matheus dach. Dijkgraaf en heemraden tusschen Snoelhoec en Haestrechterwere op den Yseldijc, vronen Johan, heer van Montfoird, aan 5 hont 28 „scaft gemeten" land in Willemscoep. Met zegels van Peter Meerkiin, dijkgraaf, en Willam van der Kercke, Jacob van Damme en Geryt Smiel, heemraden, in groene was. Oorspr.- Ch. No. 129. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 220. 1424 (September 24) 388 opten heyligen Dertienavont. Geryt van Damasch, abt te St. Pouwels te Utrecht, machtigt Ghysbert Peterss., om uit zijn naam 7 morgens land in den Broeck bij Oudewater, hem aanbestorven van zijn broeder Jacob van Damasch, over te dragen aan Geryt van Oestrum. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 188*. 1425 (Januari 5) 389 opten heiligen Dertienavont. Geryt van Damasch, abt te St. Pouwels te Utrecht, machtigt Geryt van Oestrum, den zoon zijner zuster, om uit zijn naam de goederen in het gerecht van Oudewater, hem aanbestorven van zijn broeder Jacob van Damasch, te aanvaarden en over te dragen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 188*. 1425 (Januari 5) 390 Gegeven int jair ons (Heren) 1424 opten 12sten dach in januario. Burgemeesters, schepenen en raden van Dordrecht, Scoenhoven en de Goude verzoeken de geërfden in het land van Montfoort in den Overwert (Lopikerwaard) tusschen den Nywendam en Scoenhoven, om uit goede gunst de geërfden in Crimpenrewert behulpzaam te zijn bij het herstel van den beneden Leckercke ingebroken Leckedijc, aangezien de laatsten, schoon naar dijkrecht daartoe gehouden, door den oorlog tusschen Utrecht en Hollant, door groote sterfte en door de kosten van het herstel van drie dijkbreuken in de beide laatste jaren, niet in staat zijn hunne verplichting op dat punt na te komen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 112. (1425 januari 12.) De akte is gedateerd naar Paaschstijl, die door de stadsregeering van Dordrecht (vgl. Van Dalen, Inleiding tot den Inventaris van het archief der gemeente Dordrecht. I p. 18) gebezigd werd. NB 391 Jan Aernt Touwensoen erkent ontvangen te hebben van den heer van Montfoird 86 Vrancricxe kronen, door den heer van Montfoird verschuldigd aan Johan van den Vliet, die deze vordering aan Jan Aernt Touwensoen heeft overgedragen. Met zegel van Engebrecht van Lorck, stalmeester van Vranck van Borsselen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 178. 1425 maart 24 392 Sabatho post festum Pasche. De officiaal van den aartsdiaken ten Dom verzwaart de excommunicatie van Johannes Pijl den ouden te Overlangbroec, wijl hij geweigerd heeft de vraagpunten, hem door Johannes-, burggraaf van Montfoerd, voormalig Domproost, in het tusschen beiden voor den officiaal gevoerde proces gesteld, te beantwoorden en gelast de afkondiging dezer uitspraak te Overlangbroec. Met zegel van den officiaal in groene was; dat van den secretaris verloren. Oorspr.- Ch. No. 181. 1425 (April 14) 393 Dijkgraaf en heemraden tusschen Snoelhoec en Haesterwere op den Yseldijc, vronen Johan, heer van Montfoort, aan 15 morgens land bij de Grote Willighe. Met zegel van Peter Meerkiin, dijkgraaf, in groene was; die der drie heemraden verloren. Oorspr.- Ch. No. 129. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 204. 1425 april 20 394 Dijkgraaf en heemraden tusschen Snoelhoec en Haesterwere op den Yseldijc, vronen Johan, heer van Montfoird, aan 5 morgens land de Hoerense, 3 ½ morgens land, 3 morgens land bij de Vlietsteghe, 8 morgens land in Hoencoep, en 6 morgens ook aldaar. De zegels van den dijkgraaf en 3 heernraden verloren. Oorspr.- Ch. No. 129. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 203. 1425 april 20 395 Sabbato post Dominicam Cantate. De officiaal van den aartsdiaken ten Dom vernieuwt onder bedreiging met de tusschenkomst van den wereldlijken rechter, het verzwaarde vonnis van excommunicatie, door hem ten verzoeke van Johannes, burggraaf van Montfoird, oud-Domproost, uitgesproken tegen Johannes Pijl den oude te Overlangbroec, wijl hij geweigerd heeft de vraagpunten, hem door den burggraaf gesteld, te beantwoorden. Met zegels van den officiaal en de priesters in Overlangbroek in groene was. Oorspr.- Ch. No. 181. 1425 (Mei 12) Met transfix dd, 1425 (Mei 12?) Sabbato post NB 396 Sabbato post. De officiaal van den aartsdiaken ten Dom gelast de priesters in Overlangbroec, om zijn hierbij getransfigeerd vonnis dd, 1425 (Mei 12) Sabbato post Dominicam Cantate tegen Johannes Pijl den oude ten uitvoer te leggen. Met zegels van den officiaal en (zeer geschonden) van de priesters in Overlangbroek, in groene was; één zegel geheel verloren. Oorspr.- Ch. No. 181. 1425 (Mei 12?) Transfix bij NO. 395. NB 397 op sunte Pieternellen dach Ghysbert Peterssoen, gemachtigde van den abt van St. Pouwels te Utrecht, draagt, voor schout en landgenooten in Diemerbroeck in het gerecht van den heer van Montfoort, den eigendom van 7 morgens land aldaar over aan Gheryt van Oestrum, neef van den abt. Met zegel van den schout in groene was. Oorspr.- Ch. No. 352. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 189. 1425 (Mei 31) 398 Symon de Bruelis, rector der vicarie van St. Maria op het slot te Wulverhorst, doet bij notariëele akte afstand van die vicarie en geeft haar over aan den collator Johannes, heer van Montfoird. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 340. 1425 october 5 399 op onser suster (l. sueter) Vrouwen avont Annunciacio. Jan Screvel erkent aan Wouter Pet(er)ss. verkocht te hebben 8 morgens land in Berwoutsweerde, welk land hij in vruchtgebruik zal houden, doch op 's koopers aanmaning en op verbeurte van 100 gouden Eduwardus-nobelen in vrijen eigendom zal overdragen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 212. 1426 (Maart 24) 400 Jan Screvel draagt voor schout en landgenooten van het land van Woirden 8 morgens land in Berwoutsweerde over aan Wouter Peterss., wien hij dit land heeft verkocht. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 212. Z.j. (1426 maart 24?) Vermoedelijk is de akte van dezelfde dagteekening als die van 1426 (Maart 24) op onser suster Vrouwen avont Annunciacio, waarbij de voorwaarden van dezen verkoop worden vastgesteld, en die op dezelfde pagina is afgeschreven (NO. 399). NB 401 Sabbato post Pasche. De officiaal van den aartsdiaken van den Dom gelast allen wereld-lijken rechters, beslag te leggen op den persoon en de goederen van den geëxcommuniceerden Johannes Pijl den ouden te Overlangbroeck, en zijne goederen te stellen in handen van Johannes, burggraaf van Montfoird. Met zegel van den officiaal in groene was; dat van den secretaris verloren. Oorspr.-Ch. No. 181. 1426 (April 6) 402 Sabbato post Dominicam Jubilate. De officiaal van den aartsdiaken van den Dom geeft last, dat het vonnis van excommunicatie, door hem tegen Wyerus zoon van Wilhelmus Wyeri, voorheen te Overlangbroec nu te Mauderic, op den eisch van den vroegeren Domproost Johannes, burggraaf van Montfoerd, uitgesproken, te Mauderic zal worden afgekondigd. Met zegel van den secretaris in groene was; het zegel van den officiaal verloren. Oorspr.- Ch. No. 181. 1426 (April 27) 403 des Sonnendages nae sunte Jacobs dach. Dijkgraaf en heemraden van het land van Haestrecht eigenen Henrick van der Beeck, als rechter van wege Margriete van Burgoniën, hertogin van Beyeren, aan 10 morgens land aldaar, die deze overdraagt aan Florys van Kijfhueck, baljuw van Scoenhoven en het land van Haestrecht. Met zegels van den dijkgraaf en 5 heemraden in groene was. Oorspr.- Ch. No. 358. 1426 (Juli 28) 404 Schout en heemraden van Polsbroec eigenen Johan, heer van Montfoort (als dijkgraaf) aan verschillende onder eede geschatte landerijen aldaar, toebehoorende aan personen en stichtingen, die in gebreke zijn gebleven hun aanslag te betalen in het morgengeld, dat was uitgezet voor het herstel van den dijk te Leckerkerc en dat de heer van Montfoort voor de nalatigen had voorgeschoten. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 207. 1426 october 19 405 Jacob van Beyeren, gravin van Hollant, bevestigt ten behoeve van Jan, burggraaf van Montfoird, den brief, dien deze van Johan van Woirden van den Vliet heeft ontvangen (over den verkoop van zijne heerlijkheid van Polsbroek aan den burggraaf). Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 38. 1426 december 20 De inhoud van den bevestigden brief kan worden gekend uit de op hetzelfde folio afgeschreven confirmatie van Philips van Bourgondië dd, 1439 april 11. De brief van de hertogin is, blijkens eene ondergeschreven aanteekening, na den zoen in Den Haag (1433) vernieuwd met den titel: Jacob hertoginne in Beyeren, gravinne van Henegouwen etc. NB 406 XI Kal. Maji pontificatus nostri anno decimo. Paus Martinus V keurt goed de verplaatsing van den zetel der Utrechtsche kapittelen naar Arnhem, zoolang het Sticht wegens den opstand van Rodulfus de Dyepholt onder het interdict ligt. (Opgenomen in een vidimus van den officiaal van Utrecht dd, 1430 september 6, opgemaakt ten verzoeke van het Domkapittel, welk vidimus weder is opgenomen in een vidimus van den provisor en deken van Delfland dd, 1467 februari 20, en in eene notarieele akte dd, 1473 november 14 van Johannes, heer van Montfort.) Met zegel van den provisor in groene was en geteekend zegel van den notaris,- en: met geteekend zegel van den notaris. Oorspr. vid.-Ch. No. 19. Afschr.- Ch. No. 32. (1427 april 21) 407 Anno a nativitate Eiusdem (sc. Domini) 1427, indiccione quinta, mensis juniy (sic!) die prima.pontificatus .Martini.papae quinti anno decimo. Het convent van St. Paulus te Utrecht verklaart bij notarieel proces-verbaal, zijne goedkeuring te hechten aan de overdracht van 7 morgens land in Diemerbroec door hun abt Gerardus de Damasco aan Gerardus de Oestrum. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 187. 1427 juni 1 408 opten anderen dach in junio. Geryt van Oestrum draagt, voor schout en landgenooten in Diemer-broeck, den eigendom van 7 morgens land aldaar over aan Johan, burggraaf van Montfoird. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 189. 1427 (Juni 2) 409 Willam Wittensoen en Willem Willem Wittensoenssoen erkennen schuldig te zijn aan Johan, heer van Montfoird, eene som van 18 gouden schilden, beloven onder verband van leisting jaarlijks 3 schilden hiervan af te lossen en maken zich sterk, dat hun zoon en broeder Ariaen, als hij in het sticht van Utrecht of in Hollant komt, deze schuld mede zal erkennen. De zegels van Willem Wittens en Herman Coucman verloren. Oorspr.- Ch. No. 182. 1427 juli 10 Met transfix dd, 1427 augustus 7. NB 410 Ariaen Willam Wittensoenssoen aanvaardt voor zich de verbintenis, die Willam Wittensoen en diens zoon Willem, zijn vader en broeder, voor zich zelven en zich sterk makend voor hem, bij de hierbij getransfigeerde akte dd, 1427 juli 10 hebben aangegaan jegens Johan, heer van Montfoird. Het zegel van Dirc Claessoen verloren. Oorspr.-Ch. No. 182. 1427 augustus 7 411 De leenmannen van Johan, burggraaf te Montfoird, doen bij verstek uitspraak op diens eisch tot vervallenverklaring wegens ontrouw van Tyman van Damassche van de leenweer zijner van de „hoefstat" te Montfoird te leen gehouden goederen en de nagelaten leengoederen van Zoude van Damassche Heinricsoen, en beslissen, dat de burggraaf deze goederen tot zich zal nemen en die, zoo Tyman zich niet binnen één jaar en zes weken ter verdediging aanmeldt, als zijne eigene goederen zal behouden. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 185. 1427 november 17 412 na den loep van onsen hove. Philips van Bourgungnen, graaf van Hollant, beleent Jan, bastaard van wijlen hertog Johan van Beyeren, met de hooge heerlijkheid van het dorp Purmerlant, waarvan hij de ambachtsheerlijkheid en het dagelijksch gerecht reeds van zijn vader ontvangen had. Het zegel van den hertog verloren. Oorspr.- Ch. No. 372. (1428) februari 1, 1427 413 op sunte Peters avond ad Cathedram. Roeloff, postulaat te Utrecht, kapittelen en stad van Utrecht verklaren, dat Johan, burggraaf van Montfoird, op hun verzoek en onverplicht toegestaan heeft den dijk in Jaersvelt te dichten en te herstellen. Met zegels van den bisschop, van St. Jan en van de stad in roode, die der overige kapittels in groene was; het zegel der stad geschonden. Oorspr.- Ch. No. 120. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 185. 1428 (Februari 21) In het afschrift is door eene verschrijving de stad niet onder de uitvaardigers dezer akte genoemd. NB 414 na costume shoofs van Camerick. Philips, hertog van Brabant, verlengt den termijn, waarbinnen Jan, burggraaf van Montfort, hertog Philips na den dood van hertog Jan de beleening met eene erfrente van 400 ponden, gevestigd op den moutmolen en op de andere renten van den hertog in de stad Loeven, vragen moet. Zonder zegel. Oorspr.- Ch. No. 435. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 75. (1428) maart 22 1427 415 up sinte Johans avont te Midzomer. Jacob van Beyeren, gravin van Hollant, geeft aan Geryt van Poelgeest den vrijen eigendom van de tienden ter Air, die hij tot dusver te leen hield. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 198. 1428 (Juni 23) 416 op sinte Margrieten dach. Burgemeesters, schepenen, raden en vroedschap van der Goude verbinden zich jegens den heer van Montfoort en zijne opvolgers, als heeren van Oudencoep, om buiten hunne toestemming geene land-poorters uit het land van Oudencoep aan te nemen, welk recht van aanneming hun door de vrouw van Hollant verleend is ten aanzien van de landlieden uit eenige bij hunne stad gelegen dorpen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 219. 1428 (Juli 13) 417 Jacob in Beyeren, gravin van Hollant, geeft aan Gheriit van den Ziil, heer te Purmereynd, wegens de diensten, haar en haren vader bewezen, de visscherijen en sluizen ter Weer in erfpacht, en beleent hem met de buurschap van Neck en Neckerban, op denzelfden voet waarop hij de heerlijkheid Purmereynd te leen houdt. (Ook opgenomen in een vidimus van den deken van St. Marie te Utrecht dd, 1444 october 25, en in eene akte dd, 1428 september 25 van Philips, hertog van Bourgoengen.) Met zegel van vrouw Jacob in roode was,- en: het zegel van den deken verloren. Oorspr.- Ch. No. 384. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) p. 7 vs. (2 maal). Afschr.- Ch. No. 384. Oorspr. vid.- Ch. No. 384. 1428 augustus 12 418 Philips van Bourgondië, ruwaard van Hollant, beleent Johan, burggraaf van Montfoort, met de hooge en lage heerlijkheden van de drie buurschappen in het land van Woirden, t.w. de Linschoten, Heykendorp en den Waert, met het dijkgraafschap en ander toebehooren. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 154. 1428 augustus 25 419 des Vrydages na sinte Bertholomeus dach Apostel. Herbren van Yselsteyn geeft voor schout en schepenen in Weesper-kerspel aan zijn bastaardzoon Sades ten behoeve van den heer van Montfoird den vrijen eigendom van verschillende landerijen aldaar tot eene gezamenlijke waarde van 205 Fransche schilden. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 222. 1428 (Augustus 27) 420 Philips van Bourgondië, ruwaard van Hollant, gelast de buren van de drie buurschappen in het land van Woirden, t.w. Hekendorp, Linschoten en de Weert, waarvan hij de hooge en lage heerlijkheden aan Jan, burggraaf te Montfoort, gegeven heeft, dezen als hun heer te ontvangen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 155. 1428 september 6 421 Philips, hertog van Brabant, geeft vrijgeleide door zijn gebied, geldig tot Kersmis e.k., aan Jan, burggraaf van Montfoort. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 76. 1428 september 14 422 des Dinxdages na sint Lambrechts dach. Jan Simoenssoen erkent van den heer van Montfoird ontvangen te hebben 94 Engelsche nobelen, die hij uit verschillenden hoofde te vorderen had van Jan van den Vliet. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 42. 1428 (September 21) 423 Philips van Borgoengen, graaf van Hollant, bevestigt den hier ingelaschten brief van vrouw Jacob van Beyeren dd, 1428 augustus 12, waarbij zij aan Gheriit van den Ziil, heer tot Purmereynd, wegens de diensten haar en haren vader bewezen, de visschenjen en sluizen ter Weer in erfpacht geeft en hem beleent met de buurschap van Neck en Neckerban, op denzelfden voet, waarop hij de heerlijkheid Purmereynd te leen houdt. (Ook opgenomen in een vidimus van den deken van St. Marie te Utrecht dd, 1444 october 25.) Het zegel van den deken verloren. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 7 vs. Oorspr. vid.- Ch. No. 384. 1428 september 25 424 op sinte Martijns avont. Schout en buurlieden in Benscoep verklaren, dat Willem van den Polle, rentmeester van den heer van Montfoird, te hunnen overstaan des dages na sinte Martiins dach in den Wiinter (12 november) 1427 Jelys Pauwens. heeft geschat aan diens nahuur en beterschap aan 6 morgens land beneden in Benscoep, voor eene schuld van 15 oude schilden. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 131. 1428 (November 10) 425 op sinte Kathrinen avont. Schout en buurlieden van Polsbroeck verklaren, dat Willem van den Polle, rentmeester van den heer van Montfoort, te hunnen overstaan des Sonnendages na sinte Jacobs dach Apostel (27 juli) 1427 Jelys Pauwens. heeft geschat aan diens halve hoeve in Polsbroeck bij Polsbroekerdam voor eene schuld van 30 oude schilden. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 130. 1428 (November 24) 426 op onser Vrouwen avont Consepcio. Willam Elyaessoen en Alyt zijne huisvrouw dragen voor schout en buurlieden in Benscop aan Johan, burggraaf van Montfoerd, den eigendom over van 15 morgens ½ hont land aldaar. Met zegels van Andries Screvelszoen, schout, en Geliis Pawenzoen en Johan Holle Koenensoen, buurlieden, in groene was. Oorspr.- Ch. No. 359. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 220. 1428 (December 7) 427 Philips van Borgoengen, ruwaert van Hollant, stelt Jan, burggraaf van Montforden aan tot zijn raad op eene bezoldiging van 400 franken of 320 Hollandsche schilden 's jaars. Met zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 183. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 197. 1428 december 9 In het afschrift wordt abusievelijk gelezen 10 december.- Blijkens eene in dorso geschreven aanteekening heeft de burggraaf op 10 december 1428 den eed als raad in banden van den hertog afgelegd. NB 428 opten Jaersavont. Jacob in Beyeren, gravin van Hollant, verbindt zich jegens Johan, burggraaf van Montfoort, om- zoo bij de scheiding, volgens den zoen tusschen haar en den hertog van Bourgondië in hun geschil over de nalatenschap van haar oom, hertog Jan van Beyeren, stad en land van Woirden haar wordt toegewezen- den burggraaf te beleenen met de hooge en lage heerlijkheden van de drie buurschappen aldaar, t. w. de Linschoten, Heykendorp en den Weert, met het dijkgraafschap en ander toebehooren, en bevestigt, voor het geval dat Woirden den hertog van Bourgondië wordt toegescheiden, de akte, waarbij deze den burggraaf met de genoemde heerlijkheden heeft beleend. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 155. 1428 (December 31) 429 Geryt van Poelgeest, heer van Hogemade, draagt aan Johan, heer van Montfoird, den eigendom over van de tienden ter Air. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 198. 1429 januari 23 430 int jair ons Heren 1428. Philips van Bourgondië, ruwaard van Hollant, legt aan zijn raad Johan, burggraaf te Montfoort, eene jaarwedde toe van 500 Hollandsche schilden. Afschr.- Cart. (Inv. no. 282) p. 196. (1429) januari 24 431 Johan, burggraaf van Montfoird, beleent Geryt van Poelgeest, heer van Hogemade, met de tienden ter Air, die heer Geryt van de grafelijkheid van Hollant in leen en later in eigendom heeft verkregen, en die hij daarop aan den burggraaf heeft opgedragen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 199. 1429 januari 25 432 int jaer ons Heren 1428 na costume des hoofs van Camerijck. Philips, hertog van Brabant, beleent bij zijne blijde inkomst Jan, burggraaf van Montfoort, met eene rente van 400 ponden 's jaars uit zijn moutmolen en renten van Lueven. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 216. (1429) februari 8 433 int jair ons Heren 1428 na costume shoifs van Camericke. Philips, hertog van Brabant, gelaat Lodewyck den Rijke, zijn rentmeester van Lueven, uit 's hertogs moutmolen en renten aldaar aan Jan, burggraaf van Montfoort, jaarlijks uit te keeren 400 ponden, met welke rente de hertog bij zijne blijde inkomst den burggraaf heeft beleend. (Opgenomen in een vidimus dd, 1429 maart 11 van Dirc van Wassenair, proost van St. Jan te Utrecht.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 217. (1429) februari 8 434 int jaer ons Heren 1428 na costume shoofs van Kamerick. Jan Tristram van den Motten, zoon van wijlen Tristram van den Motten en van vrouw Marie van Namen, natuurlijke dochter van graaf Jan van Namen, en zijne zuster Katheliin van den Motten, ter zijde gestaan door haar man Jan Maebeys (of Jan van Maebays), doen voor het leenhof van Philips, hertog van Brabant, afstand van eene rente van 400 ponden 's jaars op 's hertogs moutmolen en renten te Loeven ten behoeve van Jan, burggraaf van Montfoort, die de genoemde renten van hunne moeder gekocht heeft. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 215. (1429) februari 11 435 Jan Eggert vergunt Gheryt van den Zijl, om de hem toekomende rente van 50 nobelen 's jaars uit Gheryts goederen in de heerlijkheid Purmereynden, in Purmerlant en in Waterlant, en de rente van 50 nobelen 's jaars op de stad Aemstelredamme, waarvan Gheryt hem den brief heeft overgegeven, te lossen tegen den penning vijftien, telkens met ten minste 25 nobelen 's jaars. Met zegel van Eggert in groene was. Oorspr.- Ch. No. 408. 1429 maart 7 436 Herbren van Yselsteyn verkoopt, onder borgtocht van zijn zoon Aernt van Yselsteyn en zijn bastaardzoon Satis, aan Jan, burggraaf van Montfoird, en Jan van Vianen, heer then Goey en ten Noordeloze, den Horncamp en andere kampen en broeken bij zijne hofstede te Uutermeer in het ambacht van Wezeperkerspel. (Opgenomen in eene akte dd, 1429 maart 28 van den burggraaf.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 32. 1429 maart 14 437 Johan, burggraaf van Montfoird, erkent, dat de landen in Wezeperkerspel, die hij tezamen met Jan van Vianen, heer then Goye en ten Noordeloze, van Herbren van Yselsteyn, blijkens diens hierbij geïnsereerde akte dd, 1429 maart 14, heeft gekocht, en welker eigendom op zijn naam gesteld is, voor de helft toebehooren aan zijn medekooper, op wiens verzoek hij deze helft aan hem in vrijen eigendom zal uitkeeren. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 32. 1429 maart 28 438 Jan Eggairt belooft aan Gheryt van den Zijl of zijne erfgenamen de brieven, die hij, Jan, onder zich heeft betreffende de heerlijkheid te Purmereynde, gegeven door den Roomsch koning Segemont en door hertog Willem van Hollant, zoo zij die noodig mochten hebben, voor den tijd van zes weken te zullen afstaan, mits zij hem daarna die stukken teruggeven. Met zegel van Jan Eggairt in groene was. Oorspr.-Ch. No. 378. 1429 april 1 439 Reynalt, heer tot Brederode, beleent Willem van Montfoerdt de Roever met ½ hoeve land in den ban van Linschoten bij Oudewater, waarvan Willem hem den eigendom heeft overgedragen voor schout en buren van Linschoten. (Afschrift op papier.) Afschr.- Inv. No. 355. 1429 april 11 440 op sinte Odulfs dach. Johan, burggraaf van Montfoort, geeft aan Willam Eliaess. en diens vrouw Alyt voor hun leven in pacht 9 morgens en 2 hont land in Benscoep voor eene pachtsom van 1 oude Vlaamsche groot. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 223. 1429 (Juni 12) 441 Gheriit van den Vliet belooft Johan, burggraaf van Montfoird, dat hij hem binnen het jaar zal overdragen den eigendom van 1/3 van 6 morgens land beneden het huis te Vliet, die Willem Claeszoen van hem (Gheriit) te leen placht te houden en waarvan de burggraaf hem de koopsom betaald heeft, onder bepaling dat hij den burggraaf 40 gouden Vrancricksche kronen schuldig zal zijn, zoo hij deze overdracht niet tijdig doet geschieden. Het zegel van Gheriit van den Vliet verloren. Oorspr.- Ch. No. 360. 1429 juni 21 442 Lodewych van Montfoird lijftocht ten overstaan van Johan, burggraaf van Montfoird, zijne huisvrouw Beatrijs, dochter van Willem van Herimes, heer tot Steenkerken, aan eene jaarrente van 250 gouden Vrancrijcsche kronen uit zijne leengoederen. Het zegel van den burggraaf verloren. Oorspr.- Ch. No. 195. 1429 juni 24 443 Johan van Vyanen, heer ten Goy, en Ghysbrecht van Vyanen, heer ter Noirdeloze, zijn oudste zoon, beloven Jan, burggraaf tot Montfoird, schadeloos te zullen stellen wegens het nadeel, dat hij mocht ondervinden wegens het bezegelen der huwelijksvoorwaarden tusschen den heer ter Noirdeloze en Meyne van Heemskerck, vrouw van Oisthuysen. Met zegels van Johan en Ghysbrecht in groene was. Oorspr.- Ch. No. 184. 1429 juli 9 444 op sunte Katherinen dach. Gheryt Heycke van Haestrecht en Claes Janss. dragen voor schout en buurlieden in Polsbroec aan Wouter Paeuwen ten behoeve van dien heer op den vrijen eigendom van 16 hont land aldaar. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 227. 1429 (November 25) 445 op onser Vrouwen avont Concepcionis. Geryt, heer then Vliet, bevestigt de brieven van zijn vader betreffende de overdracht van de heerlijkheden van het Veer (sc. Yselvere) en van Polsbroek aan Johan, burggraaf van Montfoort. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 44. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 219. 1429 (December 7) 446 Aanteekening van Jan Gielysz., dat hij ten behoeve van den heer van Montfordt 4000 kronen heeft ontvangen, doch dat dezen dit geld niet zal worden uitgekeerd, voordat hij de goederen, die hij daarvoor zal koopen, van den heer van Brabant in leen zal hebben ontvangen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 279. (14)30 juli 10 Vgl. de quittantie dd, 1431 october 4, afgeschreven op p. 238 van dit cartularium. NB 447 op sent Andries dach des heiligen Apostels. Sweder, bisschop te Utrecht, erkent met goedvinden der vijf kapittelen, aan Johan, burggraaf tot Monffoirt, voor eene som van 12000 Wilhelmus-schilden de hooge heerlijkheid van het kerspel en land van Monffoird verpand te hebben, en stelt gedurende den tijd der verpanding het verdrag, tusschen bisschop Florys van Wevelichoeven en den vader van burggraaf Johan gesloten, buiten werking. (Opgenomen in een vidimus van schepenen en raad van Ghend dd. (1458) februari 20 1457 naer de costume tscheestelicx hoof van Dornicke, in een vidimus van het gerecht der stad Dordrecht dd, 1473 juni 26, en in eene notarieele akte dd, 1473 november 14 van Johannes, heer van Montfoort.) Met zegel der stad Ghend in groene was,- het zegel der stad Dordrecht verloren,- en: met geteekend zegel van den notaris. Oorspr. vid.- Ch. No. 306. Oorspr. vid.- Ch. No. 306. Afschr.- Ch. No. 32. 1430 (November 30) 448 des Dinxdaghes na sunte Nycolaes dach. Johan Clynckaert draagt, voor schout en buurlieden in Polsbroec, aan genoemden schout Scriver Woutersoon ten behoeve van den heer van Montfoort den vrijen eigendom over van 2 morgens land aldaar. Afschr.-Cart. (Inv. No. 282) p. 225. 1430 (December 12) 449 des Dinxdaghes na (na) sunte Nycolaes dach. Harwych Martijnssoen en Peter Janss. van der Kerc dragen, voor schout en buurlieden in Polsbroec, aan Yewijn, rentmeester van den heer van Montfoort, en te diens behoeve, op den vrijen eigendom van tweemaal 7 morgens land aldaar. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 226. 1430 (December 12) 450 up den heiligen Derthienavont. Sweder, bisschop te Utrecht, scheldt aan de drie gebroeders van Montfoird en hunne onderzaten alles kwijt, wat zij tegen hem misdaan mochten hebben. Het zegel van den bisschop verloren. Oorspr.- Ch. No. 20. 1431 (Januari 5) 451 Schout en geburen van Polsbroec eigenen den heer van Montfoird aan 2 morgens en aan 1 morgen land aldaar, behoorende tot den boedel van Gheriit Willemszoen, voor eene hoofdsom van 34 oude schilden, waarvoor 's heeren rentmeester Jan van Neerden aan Gheriit bij openbare verkooping koren heeft verkocht, waarvan moeten worden afgetrokken 9 Arnoldus Geldersche guldens, die diens vrouw reeds betaald heeft,- verder voor 900 Beiersche guldens, die Gheriit krachtens de koopvoorwaarden verbeurd heeft. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 245. 1431 februari 14 452 Int jaer ons Heren 1430 op sunte Peters avont. Abdis en convent van St. Mariendael bij Utrecht machtigen Johan Knoep om van hunnentwege den vrijen eigendom over te geven van 7 morgens min 1 ½ hont land in Polsbroec, welk land de kinderen van Foreest in erfpacht hebbeu bezeten. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 224. (1431 februari 21.) De juistheid der datumherleiding is onzeker. Aangenomen moet worden, dat de abdij, die tot de Cisterciënser-orde behoorde, den in die orde algemeen gebruikelijk en Annunciatie-stijl (vgl. Ned. Archievenblad. X p. 20/21) volgde.- Verder is aangenomen, dat met St Peters avond bedoeld is St. Peters avond ad Cathedram. Echter kan volgens het Programma van het Oorkondenboek ook bedoeld zijn St. Peters avond ad Vincula, in welk geval de datum dezer akte zou zijn: 1430 juli 31. Ten slotte zegt Grotefend in zijn Glossarium, dat onder St. Peters avond zonder toevoeging verstaan moet worden: Peter en Pauls avond; alsdan moet de dagteekening luiden: 1430 juni 28. NB 453 up onser Vrouwen avont Annunciadonis. Willem te Egmond, heer te Yselsteyn, Willem, heer te Naildwijc, Jan van Neck en Ghelmer van der Tholen, doen als scheidslieden uitspraak in het geschil tusschen Jan, heer te Montfoird, en Godelt, weduwe van Willem van Polanen en vrouw van Heinric van Hagenouwen, wegens hare aanspraak nameus hare dochter Katerine op het ambacht en de goederen van Nyenveen en andere rechten,- en beslissen, dat heer Jan deze goederen zal behouden tegen uitkeering van 208 Bourgondische schilden, terwijl jonkvrouw Godelt hare dochter in een klooster zal sluiten. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 290. 1431 (Maart 24) 454 Philips, hertog van Boirgoingnen en Brabant, lost aan Jan, burggraaf van Montford, af de schuld van 400 ponden 's jaars, die hij hem schuldig was krachtens de vier hier ingelaschte brieven dd, 1340 (Juli 22) le Samedi jour de la Magdaleine, dd. (1394) 1393 januari 14 selon la stile de la court de Cambray, dd, 1397 october 2, en dd, 1415 augustus 29, waarbij zijne voorgangers hertogen van Brabant deze rente in leen geven achtereenvolgens aan Guillaume, graaf van Namur, diens broeder Jehan, diens schoonzoon Jehan, gezegd Tristan del Motte, en Jan, burggraaf van Montfoirt,- en beleent dezen laatste, die krachtens zijn in de bovenaangehaalde brieven vervatten plicht voor de aflossingssom de navolgende eigene goederen in Brabant heeft gekocht en den hertog daarvan den leeneigendom heeft opgedragen, met den Ouden hof in de parochie van St. Mertens Lenneke, het goed te Breerdeyke en Duytborch in de parochie van St. Quintens Lenneke, 3 bunders land te Jetterbeke en 40 cheinsguldens uit het huis van Willem van den Heetvelde. Met zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 435. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 228. 1431 juni 20 In het afschrift zijn de insertiën niet afgeschreven. NB 455 Jacop, heer van Gaesbeke, verpandt voor het leenhof van Philips van Bourgondië, hertog van Brabant, slot en land van Gaesbeke met de heerlijkheid en verder toebehooren aan Jan, burggraaf van Montfoird, als zekerheid voor de vrijwaring van den Ouden hof in de parochie van St. Mertens Lenneke, van het goed te Breedeyke, van den Duytborch in de parochie van St. Quintens Lenneke, van 3 bunders land in letterbeke en van 40 cheinsguldens uit het huis van Willem van Heetvelde, welke goederen, allen gelegen te Lennicke in het land van Gaesbeke, hem aanbestorven van zijn bastaardbroeder Willem van Cleve, hij aan den burggraaf verkocht en overgedragen heeft. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 273. 1431 juni 20 456 Schepenen van Bruxella verklaren, dat te hunnen overstaan Jacobus, heer van Gaesbeke, zich jegens Johannes, burggraaf van Montfoird, heeft verbonden tot vrijwaring van den Ouden hof in de parochie van Leniacum Sancti Martini bij Cothem, van het goed van Breedeyke en van den Duytborch in de parochie van Leniacum Sancti Quintini, welke goederen hij voor meier en schepenen van Leniacum Sancti Quintini aan den burggraaf heeft overgedragen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 274. 1431 juni 20 457 Jacobus, heer van Gaesbeke, draagt voor schepenen van Bruxella aan Johannes, burggraaf van Montfoird, over met belofte van vrijwaring, ongeveer 3 bunders land in de parochie van letterbeke, afgescheiden van het goed van Haesbeyn, en 40 cheinsguldens uit de huizen en erven van heer Wilhelmus Segeruszoon gezegd van den Heetvelde te Bruxella. Afschr.-Cart. (Inv. No. 282) p. 275. 1431 juni 20 458 up sinte Jans dach te Midzomer. Jacob in Beyeren, gravin van Hollant, bekrachtigt de uitspraak, die Willem van Egmond, heer te Yselstein, Willem heer te Naildwijc, Jan van Neck en Gelmair van der Tholen gegeven hebben in het geschil tusschen den heer van Montfoird en Godelt, weduwe van Willem van Polanen, vrouw van Heinric van Hagenouwen, wegens de aanspraak der laatste en die harer dochter Katherine op het ambacht en de goederen van Nyenveen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 290. 1431 (Juni 24) 459 des Dinxdaghes na sunte Martijns dach Translacio. Johan uter Koeken verbindt zich jegens zijn broeder Gheryt Mathijssoen, om geen aanspraak te maken op 3 morgens land in het land van Montfoerd, die toebehoord hebben aan Mathijs Gherytssoen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 230. 1431 (Juli 10) 460 des Dinxdaghes na sunte Johans dach Decollacio. Johan van Pollanen en Philips van Pollanen, gebroeders, doen ten behoeve van Johan, burggraaf van Montfoerd, afstand van hunne aanspraken op het ambacht van den Nyenveen en op de andere goederen, die wijlen hun oom Willarn van Pollanen aan den burggraaf heeft verkocht en waarvoor deze laatste hen heeft voldaan. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 232. 1431 (September 4) 461 Jan, bastaard van Beyeren, doet ten behoeve van Geryt van den Zijl, heer tot Purmereynd, afstand van alle aanspraken op de heerlijkheden van Purmereynd en Purmerlant en de visscherij ter Weer. Met zegel van Jan bastaard van Beyeren in groene was. Oorspr.- Ch. No. 379. 1431 september 5 462 Jan, bastaard van Beyeren, gelast de onderzaten van Purmerlant, Geryt van Zijl, heer tot Purmereynd, aan wien hij Purmerlant en de visscherij ter Weer heeft overgedragen, als hunnen heer te ontvangen. Met zegel van Jan bastaard van Beyeren in groene was. Oorspr.- Ch. No. 380. 1431 september 5 463 op sente Lamberts dach. Ghysbert van Sterkenborch belooft binnen drie jaren aan Jan, heer van Montfoerd, den eigendom over te dragen van eene hoeve land in Bloclant, om die dan weder van den heer van Montfoerd in leen te ontvangen. Met zegel van Ghysbert van Sterkenborch in groene was. Oorspr.- Ch. No. 293. 1431 (September 17) 464 op sunte Michiels dach. De burggraaf te Montfoort vergunt den Benscopers, om, met eerbiediging van het recht van den heer van Yselsteyn, twee nieuwe sluizen te leggen bij 's burggraven sluis aan het eind van Willemscoep, op voorwaarde dat zij vóór St. Jacops dach a.s. over een jaar (25 juli 1433), op straffe van toedamming hunner sluizen, daarvandaan een heerweg van steen of hout, breed genoeg voor een wagen koren, zullen maken, welke weg door hen onderhouden en door den burggraaf geschouwd zal worden. (Opgenomen in eene akte dd, 1432 maart 21 van dijkgraaf en heemraden op den Yseldiick.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 247. 1431 (September 29) 465 Johan, burggraaf van Montfoird, erkent, door handen van jonker Jacop, heer te Gasebeec, van Jan Gielis, wisselaar van Loven, ontvangen te hebben 4000 zware kronen, die Jan Gielis beloofd had hem, ter delging van eene erfrente van 400 Leuvensche ponden op de hertogelijke renten van Loven, te betalen, zoodra de burggraaf voor dat bedrag eigene goederen zou hebben gekocht .en deze van den hertog van Boirgoengen en van Brabant in leen zou hebben ontvangen, hetgeen thans geschied is. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 238. 1431 october 4 466 februari 8. De gemeene buren van Linscoten stellen, met goedvinden van den heer van Montfoird, keuren vast voor hun kerspel. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 243. 1432 Blijkens eene toegevoegde aanteekening zijn met goedvinden van den heer van Montfoort door de gemeene buren van Wulvenhorst, van De Haer en van Vloeswijck en Diemerbroeck gelijke keuren gemaakt voor hun „ban ende buert." NB 467 Aanteekening, dat de heer van Montfoort en de geburen van den Veer bij keur bepaald hebben, dat de geërfden in Nye Rierweerd hunne kade ter breedte van vijf „voet voets" zullen behouden en hetgeen daarbuiten is geplant voor Halfvasten zullen verwijderen, en dat de geërfden in Oude Rierweerd zullen verwijderen hetgeen is geplant op eene halve roede naar de zijde van het riet op de Ysell, alles op straffe van eene hooge boete en ter schouwing van schout en heemraden aldaar telken jare op Woensdag na Halfvasten. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 244. 1432 februari 18 Op p. 246 van dit cartularium komt eene aanteekening voor omtrent dezelfde bepalingen dezer keur, die daar echter gedateerd is: 1432 februari 19. Een van beide data is dus niet juist afgeschreven. NB 468 Aanteekening, dat de heer van Montfoird en de geburen van den Veer bij keur bepaald hebben, dat de geërfden in Nye Rierweerd hunne kade zullen behouden op de tegenwoordige breedte, zullen verwijderen hetgeen op den kadevoet aan de Ysell is geplant, en de kade zullen aarden uit de Ysell en aan de binnenzijde; voorts dat de geërfden in den Ouden Rierweerd zullen verwijderen hetgeen is geplant op de kant van de Ysel, waarvoor geen riet staat, alles op straffe van de hoogste boete en ter schouwing van schout en heemraden aldaar, telken jare op Woensdag na Halfvasten. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 246. 1432 februari 19 Vgl. de noot bij de aanteekening dd, 1432 februari 18, voorkomend op p. 244 van dit cartularium (hiervoor NO. 467). NB 469 De leenmannen van Johan, burggraaf van Montfoird, doen bij verstek uitspraak op diens eisch tot vervallenverklaring van Herman van Wij wegens verzuim van de leenweer, der door diens vader Jan van Wii van de „hofstat" van Montfoird te leen gehouden goederen, en beslissen, dat de burggraaf deze goederen tot zich zal nemen en die, zoo Herman niet binnen één jaar en zes weken zich ter verdediging meldt, als eigene goederen zal behouden. Met zegels van G heimer van der Tolle, Heinric van Moerdrecht, Willem van der Kerck, Jacop van Dam, Philips van Deyl, Willem van Angheren en Herman van Oemeren, leenmannen, in groene was. Oorspr.- Ch. No. 303. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 248. 1432 maart 18 470 Dijkgraaf en heemraden op den Yseldiick in het schouwgebied van den heer van Montfoort verklaren, dat zij, ten verzoeke van schout, heemraden en „derpsberade" van Benscoep en volgens het aan dezen door den burggraaf verleende, hier geïnsereerde privilege dd, 1431 (September 29) op sunte Michiels dach, de nieuw aangelegde sluis en dijk in Benscoep hebben geschouwd en toestemming hebben verleend tot het wegnemen van de afdamming voor de sluis. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 247. 1432 maart 21 471 De heer van Montfoird stelt met zijne buren keuren vast voor Polsbroec. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 250. 1432 april 28 472 Anno a nativitate Eiusdem (sc. Domini) 1432, indiccione decima, wensis Septembris die 24 (27, Octobris die 5, 6) . pontificatus . Eugenii . pape quarti anno secundo. Eenige oude en aanzienlijke onderdanen van Johannes, heer of burggraaf van Montfoerd, leggen op diens verzoek bij notariëele akte getuigenis af over de uitoefening door zijne voorvaderen van de hooge rechtspraak in het gebied van Montfoerd, waarvan zijn vader bij den vrede met bisschop Florentinus (sic!) en de stad Utrecht afstand heeft moeten doen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 285. 1432 september 24, 27, october 5, 6 473 Anthoine, heer van Croy, en Johan, burggraaf („viconte") van Montfort, maken huwelijksvoorwaarden tusschen hunne kinderen Mar-guerite de Croy en Henry de Montfort, daarin bijgestaan door Jehan de Croy, heer van Tours sur Marne, oom, Jehan heer van Roubaix, grootvader, Hue van Lannoy, heer van Santes, Guillebert van Lannoy, heer van Willerval, beiden ooms der bruid, Jaques heer van Gasbeque, neef, en Loys van Montfort, oom van den bruidegom. Met zeer geschonden zegel van den heer van Tours sur Marne in roode was; die der beide vaders en der overige huwelijksgetuigen verloren. Oorspr.- Ch. No. 197. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 271. Afschr.- Inv. No. 197bis. 1432 november 7 Aan het charter een geschonden transfixbrief dd, 1447 (October 18) op sant Lucas dage.- In 1447 wilde burggraaf Johan deze huwelijksvoorwaarden vernietigen en zijn zoon onterven; dit is waarschijnlijk de reden geweest, dat de bisschop op aandrang der bloedverwanten, die voor den zoon partij kozen, deze akte toen bevestigde. NB 474 Philips van Boergoengen, ruwaard van Hollant, stelt den heer van Montfort aan tot zijn raad en kamerling. Met zeer geschonden zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 185. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 270. 1432 november 9 495 up sinte Martiins avont. Pieter van den Steene, proost te Oudmunster, beleent Johan, burggraaf te Montfoird, met een tiend aan de Linscoten, waarin Wulver-horst ligt, en met de rechte helft van goed, gerecht en tiend te Vloeswiic, hem opgedragen door Willem van Montfoird die Rover. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 270. 1432 (November 10) 476 Aanteekening betreffende de verschijning van Danyel van Loenre-sloet te Montfoird in de nieuwe zaal, waar hij zich onderwerpt aan de straf, die de burggraaf hem zal opleggen, ter zake dat hij Jan Aerntsoen en Herman Heinricsoen bij den Polsbroeckerdam heeft bedreigd, zoodat zij het recht, dat Gheriit van Sulen in Polsbroec hun had overgedragen, niet van hem hebben durven vorderen,- en waar hij zich verder onderwerpt aan 's burggraven uitspraak in zijn geschil met Jan die Walkennair en diens moeder over de pacht van 8 morgens land in het Rateliis. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 242. 1432 ? 10 De maand is in den datum der akte niet vermeld. NB 477 De leenmannen van den heer van Montfoird doen uitspraak over den eisch, door Heinric van Dammasch tegen den leenheer ingebracht, om hem te beleenen met de hem van zijn vader Tyman van Dammasch aangekomen leengoederen; zij wijzen den eisch af, omdat de eischer, nadat hij dingplichtig was geworden, de terechtzitting, waar uitspraak gedaan zou worden, „balhorich" verlaten en zijn recht niet verder vervolgd heeft. ' Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 278. 1433 januari 5 478 Jehan, burggraaf van Montfoird, verbindt zich jegens Margriet van Langerec, vrouw van zijn neef Willem van Montfoird die Rover, om haar te handhaven in het recht van lijftocht, die haar man haar gemaakt heeft aan 20 morgens land te Achthoeven, 8 morgens land in Bloclant, en 20 morgens land op de Velthuysen, een tiend aan de Linschoten, waarin Willem van der Horst (d.i. Wulverhorst) ligt, en de helft van goed, gerecht en tiend te Vloeswijc, welke goederen Willem van Montfoird thans aan den burggraaf verkocht en overgedragen heeft. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 276. 1433 februari 19 479 Johan, burggraaf van Montfoird, verpacht, voor één ouden Vlaam-schen groot 's jaars, aan zijn neef Willem van Montfoird de Rover met ingang van 1436, voor den duur van diens leven, 20 morgens land te Achthoeven, 8 morgens land in Bloclant, 20 morgens land op de Velthuysen, een tiend aan de Linschoten, waarin Wulverhorst ligt, en de helft van tienden en erven te Vloeswiic. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 277. 1433 februari 19 480 Willem van Montfoird die Rover verklaart van zijn neef Johan, burggraaf van Montfoird, voor één ouden Vlaamschen groot 's jaars voor den duur van zijn leven gepacht te hebben 20 morgens land te Achthoeven, 8 morgens land in Bloclant, 20 morgens land op de Velthusen, een tiend aan de Linscoten, waarin Wulverhorst ligt, en de helft van tienden en erven van Vloeswijc. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 277. 1433 februari 19 481 Philips van Bourgoingnen, ruwaard van Hollant, gelast den rentmeester-generaal van Hollant en Zeelant, uit te betalen aan Jan, heer van Montfoirde, 2000 nieuwe Hollantsche schilden wegens de door hem bewezene diensten bij het tot stand brengen van den zoen te Delft tusschen den hertog en zijne zuster van Hollant en 927 schilden wegens achterstallig tractement als raad en kamerling van den hertog. Met geschonden zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 186. 1433 april 12 482 Philips van Bourgoingnen, graaf van Hollant, beveelt den rentmeester-generaal van Hollant jaarlijks 300 nieuwe Hollantsche schilden uit te betalen aan Johan heer van Montfoird als 's hertogs raad. Het zegel van den hertog verloren. Oorspr.- Ch. No. 187. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 280. 1433 april 26 483 Philips (van Bourgondië, graaf van Hollant,) verklaart, dat de hooge en lage heerlijkheden van de drie buurschappen in het land van Wourden, t.w. Hekendoirp, Linscoten en den Weert, waarmede hij zijn raad en kamerling Johan, heer van Montfoird, heeft beleend, daardoor niet van het land van Wourden zijn afgescheiden, en dat Johan, op verbeurte van het leen, gehouden is, geene verandering te brengen in den rechtstoestand van watergangen en sluizen aldaar, waarover de graven van Hollant de jurisdictie en het bewind behouden zullen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 254. 1433 april 27 484 Jacob Claes Melissoen draagt voor het gerecht van Graft over aan Geryt van den Zijl, heer tot Purmereynden, den eigendom van 1 morgen land in den ban van Graft. Met zegel van den schout in groene was. Oorspr.- Ch. No. 409. 1433 september 28 485 Margriete, dochter van Jan Coepman, weduwe van Pieter van den Velde, en haar zoon Victoor van Straten erkennen voor het gerecht van Brugghe, ook namens de andere erfgenamen van Jan Coopman, ontvangen te hebben van Mr. Jan, heer van Montfort van der Linscoten, van diens zoon Henric van Montfort, van Lodewike van Montfort, heer van Hazertsou, en van diens zoon Jan, de som van 80 gouden klinkerts, wegens wijn, die indertijd aan Jan Coopman te Culenborch was afgenomen. Met zegel der stad Brugge in groene was. Oorspr.- Ch. No. 188. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 283. 1433 october 24 486 Johan, burggraaf van Montfoird, en Lodewiic van Montfoird, heer tot Hazertswoude, doen uitspraak in het geschil tusschen Dirc en Geriit van Zuylen betreffende het maarschalksambacht van het sticht van Utrecht. Met geschonden zegel van Dirc van Zuylen in groene was; de zegels van Johan en Lodewiic van Montfoird en van Geriit van Zuylen verloren. Oorspr.- Ch. No. 189. 1433 december 7 487 op sinte Marien Magdalenen avont. Rodolph, bisschop te Utrecht, stelt eene regeling vast aangaande de schouw, de inning der dijkgelden enz. in den Lopickerweert, steunende op den hier ingelaschten brief dd, 1328 (Juli 24) des Zonnendages na sente Marien dach Magdalenen, waarbij bisschop Johan verklaart overeengekomen te zijn met Willem, graaf van Henegouwen en Holland, met Jan van Henegouwen, diens broeder, en met andere ambachtsheeren, een dijk te maken van Haestrechterweere langs de Ysel tot aan Scoenhove. Met zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Ch. No. 104. 1434 (Juli 21) 488 Phillips van Bourgoingen, graaf van Hollant, beleent Willem van Brakel met de visscherij in den Horensloet, de Koetstale en de Poll, gelegen tusschen Sparendam en Aemsterdamme, hem aangekomen na den dood van zijn vader Reynout van Brakel. Met zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 397. 1434 augustus 12 489 Philips (van Bourgondië, graaf van Holland) verklaart, dat op zijn verzoek Jan, burggraaf te Montfoird, aan den heer van Santes, overste van 's graven Raad in Hollant, uitgeleverd heeft een dief, geheeten Jacob de la Garde, die de juweelen van de grafelijke kapel gestolen had en door den burggraaf gevangen was in de heerlijkheid, die hij in het land van Woerden van den graaf te leen houdt,- en verklaart, dat de burggraaf ter zake dier uitlevering geene schade aan zijne heerlijke rechten zal lijden. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) 1434 october 10 p. 281. NB 490 Geryt van Zuylen van Natewisse verklaart, ten overstaan van Gelmaer van der Toll, Yewin Gysbrechtszoen en Jan Aerntszoen, leenmannen van Montfoird, en met goedvinden van zijn oudsten zoon Jan van Zuylen, over te dragen aan Jan, heer van Montfoird, de leenweer van 8 morgens land en van 12 morgens land op die Velthusen. Met zegel van Jan Aerntszoen in groene was; die van Geryt van Zuylen, Gelmaer van der Toll en Yewin Gysbrechtszoen verloren. Oorspr.- Ch. No. 294. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 284. 1435 januari 7 491 op sinte Marcus dach Ewangelist. Dijkgraaf en heemraden tusschen den Nyendam en Scoenhoven op den Leckedyck vronen den heer van Montfoird aan 2 morgens land in Jaersvelt. Met zegels van den dijkgraaf en 1 heemraad in groene was. Oorspr.- Ch. No. 128. 1435 (April 25) 492 Philips van Bourgoendië, graaf van Hollant, beslist in zijn raad van Hollant en Zeelant, dat de „afleydinge" door de stad Oudewater van eenigen harer poorters uit de aan den burggraaf van Montfoird toekomende heerlijkheid ven Polsbrouc, onrechtmatig was; hij verklaart, dat de stad den burggraaf om vergiffenis heeft gebeden, waarna deze haar de schadevergoeding heeft kwijtgescholden, die zij wegens roof aan hem en de zijnen schuldig was. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 287. 1435 october 17 493 Geryt van der Zijl, ridder, heer te Purmereynden erkent, dat Jan Janssoen van der Beetze, schout van Purmereynden en Nacke, hem uit genoemd schoutambacht geleend heeft 332 gouden Bourgondische Philippus-schilden en belooft genoemde Jan Janssoen en zijn erven niet uit het schoutambacht te ontslaan voordat hij zijn schuld heeft afgelost. Oorspronkelijk (inv.nr.130X) zegel van de oorkonder is verloren. 1435 november 16 494 Jacob Coptgin Ludenzoenszoen draagt voor het gerecht van Purmer over aan Gheryt van den Zijl, heer tot Purmerenden, den eigendom van 4 „deympte" land in den ban van Purmer. Met zegel van den schout in groene was. Oorspr.- Ch. No. 410. 1436 januari 29 495 op onser Vrouwen dach Purificado. Jonge Jan Pieter Meynartszoon draagt voor het gerecht van Wermer over aan Geryt van den Zijl, heer tot Purmerenden, den eigendom van een stuk land geheeten de Koeth in den ban van Wermer. Met zegel van den schout in groene was. Oorspr.- Ch. No. 411. 1436 (Februari 2) 496 De leenmannen van Johan, heer van Montfoird, van der Linscoten en van Hekendorp, doen bij verstek uitspraak op diens eisch, om jonker Jan van Hoemoet, wegens verzuim, vervallen te verklaren van de leenweer der door zijn vader, Heinric van Hoemoet, te leen gehouden goederen, en beslissen, dat heer Johan deze goederen tot zich nemen en die, zoo jonker Jan zich binnen een jaar en zes weken niet ter verdediging aanmeldt, als eigene goederen behouden zal. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 288. 1436 februari 16 497 Frederic Zou van den Riin erkent, dat hij in 1434 van Johan, heer van Montfoird, 6 morgens land in Willamscoip voor zijn leven ter leen heeft ontvangen, en dat zijne kinderen of erfgenamen geene aanspraak op dit leen kunnen maken. Het zegel van Frederic verloren. Oorspr.- Ch. No. 300. 1436 maart 4 498 op onser liever Vrouwen avondt Annunciacio. Het Domkapittel geeft op zekere voorwaarden in erfpacht aan Jan van Montfoerd, burggraaf van Montfoerd, 12 morgens land in Willamscoop, en zulks in ruil voor 12 andere morgens land aldaar. Het zegel van het kapittel verloren. Oorspr.- Ch. No. 320. 1436 (Maart 24) 499. Overgedragen aan Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage in 1946 500 VI Idus Iulii. Het concilie van Bazel bericht aan Johannes de Montfort, dat het uitspraak heeft gedaan tusschen Rodolphus de Dyepholt en Vaalramus de Moirse, welke beiden op den Utrechtschen bisschopszetel aanspraak maken; den laatsten als bisschop heeft erkend en den eerstgenoemden alle recht op het bisdom heeft ontzegd, onder bedreiging van den ban,- verzoekende gemelden heer van Montfort mede te werken tot de uitvoering van deze uitspraak. Met looden zegel van het concilie. Oorspr.- Ch. No. 21. 1436 (Juli 10) 501 Overgedragen aan Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage in 1946 502 des sManendages op sinte . dach. Jonge Rob van Doem Janssoen oorkondt, dat hem wel bekend is, dat Aelbrecht van der Hoge van den heer van Montfoird eene groote som geld heeft ontvangen, die hij aan wijlen Jan van den Vliet heeft ter hand gesteld. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 42. 1436 z.d., 503 na den hop shoefs van Utrecht (sic!). Johan, burggraaf van Montfoird, beleent Jan Grauwairt met de Molenviertel in Lopic. Het zegel van den burggraaf verloren. Oorspr.- Ch. No. 298. (1437) maart 12 1436 504 des Dinxdages na den heyligen Palmdage. Herman van Wye, heer tot Herven, verzoekt Johan, burggraaf van Montfoird, Evert van Wylp te beleenen met de goederen van Wolffhesen, leenroerig aan de heerlijkheid Montfoirt. (Op papier.) Met opgedrukt zegel van Alaert van Wyc, oom van Herman, in groene was. Oorspr.- Inv. No. 299. 1437 (Maart 26) 505 Willem van Langeraic en Jan Martinszoen oorkonden, dat op den datum van dezen brief te Scoenhoven in hunne tegenwoordigheid Jan Florijn, kapellaan en klerk van den heer van Montfoird, schriftelijk en mondeling voor de tweede maal heeft gedagvaard Geryt van den Vliet, om hem ten behoeve van den heer van Montfoird, voor het leenhof van den bisschop van Utrecht, op te dragen het gerecht, den tyns en den tiend van Hoincoip, en dat, toen Geryt daartegen niet protesteerde, Jan Florijn hem heeft vermaand, zich in dezen te gedragen naar den door hem bevestigden brief van zijn vader Jan van den Vliet. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 42. 1437 april 8 506 Gelmair van der Toll, Zweder bastaard van Montfoird, Herman Coutman en Airnt van Hove leggen eene verklaring af over de dading, die indertijd tot stand is gekomen tusschen den heer van Montfoird en wijlen Jan van den Vliet, ter zake van den koop van het Veer (sc. Yselvere) en van heer Jans-zijde van Polsbroec, en over de betalingen, volgens die dading door den heer van Montfoird aan heer Jan gedaan. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 41. 1437 mei 13 507 up sinte Martiins dach Translatio. Ghysbert van Vyanen van Rysenborch geeft, voor schout en land-genooten te Bunnic, aan Dirc van den Oudensloet ten behoeve van Johan, burggraaf te Montfoird, over ½ hoeve land op Rijsbrugge aldaar. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 291. 1437 (Juli 4) 508 op sinte Katherinen avont. Bisschop Roedolph gelast, na gedane schouw van den Lekdijk, den dijkplichtigen, in de gebreken te voorzien en den dijk te verhoogen. (Op papier.) Met geschonden opgedrukt zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Inv. No. 105. 1437 (?) (November 24) 509 Johan (burggraaf van Montfoird) schenkt aan de gemeene buren van Heeswijck een watergang, beginnende bij het einde van hun ouden watergang en loopende door het land van Corte Heeswijck en van Willamscoop naar de Ysell, en belooft hen vrij te houden van de schade, die de landeigenaars in Corte Heeswijck en Willamscoop aan dezen watergang zullen toebrengen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 33. 1438 januari 24 510 Johan, burggraaf van Montfoird, en Lodewych van Montfoird, heer tot Hazertswoude, gebroeders, erkennen van den rentmeester van Bywester- en Byoester-Schelt ontvangen te hebben 1200 schilden, zijnde de eerste, tweede en derde termijnen van 1600 Philippus-schilden, die Jacob, hertogin van Beyeren van Hollant, erkend heeft hun schuldig te zijn. (Ongezegeld en ongedateerd concept) (1438 juli 29.) Het origineel overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage in 1946. NB 511 Konegont van Bronchorst, vrouw van Montfoirt, lijftocht voor het gerecht van Montfoirde, haar man Johan, heer van Montfoirt, aan al hare goederen, onder dit gerecht gelegen. Met zegels van den schout en 2 schepenen in groene was; dat van 1 schepen verloren. Oorspr.- Ch. No. 179. 1438 augustus 10 512 Conegont van Bronchorst, vrouw van Montfoird, lijftocht voor het gerecht van Willemscoop, haar man Johan, heer van Montfoird, aan al hare goederen, onder dit gerecht gelegen. Met zegel van den schout in groene was. Oorspr.- Ch. No. 179. 1438 augustus 10 513 Conegont van Bronchorst, vrouw van Montfoird, lijftocht voor het gerecht van Bloclant, haar man Johan, heer van Montfoird, aan al hare goederen, onder dit gerecht gelegen. Met zegel van den schout in groene was. Oorspr.- Ch. No. 179. 1438 augustus 10 514 Conegont van Bronchorst, vrouw van Montfoird, lijftocht voor het gerecht van Linschoten, haar man Johan, heer van Montfoird, aan al hare goederen, onder dit gerecht gelegen. Met zegel van den schout in groene was. Oorspr.- Ch. No. 179. 1438 augustus 10 515 op sinte Victoers dach. Bisschop Rodolph gelast den dijkplichtigen aan den Lekdijk, denzelve in alle opzichten te voorzien tegen de aanstaande schouw. (Op papier.) Met opgedrukt geschonden zegel in roode was. Oorspr.- Inv. No. 105. 1438 (October 10) 516 Phillips van Bourgoingen, graaf van Hollant, vergunt aan den heer van Montfoird, dat hij de steenen, die staan op de hofstede tot Linschoten, zal mogen vervoeren naar zijn huis. (Op papier.) Met opgedrukt zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Inv. No. 334. 1438 october 14 517 Jan van Sulen van Natewysch draagt, ten overstaan van Frederic van Steenre en Tyman van der Tollen, leenmannen van Utrecht, en Jan van Neerden, Jan Aernts. en Jan Willems., zijne eigene leenmannen, aan Johan, heer van Montfoird, op het dominium directum van het gerecht, den tyns en den tiend van 5 hoeven land in Kockengen, waarvan leenman is Jan van Zulen Zwederssoen. Met zegels van Jan van Sulen van Natewysch, de heide Utrechtsche en de heide eerstgenoemde Zuilensche leenmannen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 295. 1438 october 29 518 Jan Eggaert geeft over aan zijn neef Willem van Brakel de ambachtsheerlijkheid van Sparendam. Met zegel van Jan Eggaert in groene was. Oorspr.- Ch. No. 388. 1438 december 17 519 Jan Eggaert machtigt Jan van der Myde, rentmeester van Nort-hollant, om voor het leenhof van den graaf de ambachtsheerlijkheid van Sparendam aan zijn neef Willem van Brakel over te dragen, daar hij uit vrees voor zijn leven zelf niet voor den graaf durft te verschijnen. Met zegel van Jan Eggaert in groene was. Oorspr.- Ch. No. 389. 1438 december 17 520 Johan, heer van Montfoird, geeft eene keur tot handhaving van de orde en den vrede voor Achthoeven, Heeswijck, Bloclant en Willemscoop (het kerspel van Montforde). (Op perkament.) Oorspr.- Inv. No. 49. 1438 z.d. 521 De heer van Montfoird stelt met zijne buren keuren vast voor het Veer en Ratelis. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 294. 1438 z.d. 522 Conegont van Bronchorst, vrouw van Montfoird, lijftocht voor het gerecht van de Cabbau haar man Johan, heer van Montfoird, aan al hare goederen, onder dit gerecht gelegen. Met zegel van 1 landgenoot (Lodewych van Montfoird, heer van Hazerts-woude) in roode was, dat van 1 landgenoot in groene was; die van den schout en 1 landgenoot verloren. Oorspr.- Ch. No. 179. 1439 januari 2 523 des anderen dages na Jairsdach. Lodewych van Montfoird, heer tot Hazertswoude, verklaart ten verzoeke van Conegont van Branchorst, vrouw van Montfoird, dat zij mede op zijn raad, zijn broeder Johan, heer van Montfoird, gelijftocht heeft aan al hare na te laten goederen. Met geschonden zegel van den heer van Hazertswoude in roode was. Oorspr.- Ch. No. 180. 1439 (Januari 2) 524 Conegont van Bronchorst, vrouw van Montfoird, lijftocht voor het gerecht van der Hair, Wulvenhorst en den Broeck, haar man Johan, heer van Montfoird, aan al hare goederen, onder dit gerecht gelegen. Met zegel van den schout in groene was. Oorspr.- Ch. No. 179. 1439 januari 6 525 Claes Coenensoen draagt, ten overstaan van schout en landgenooten van Oudecoip, aan den heer van Montfoird den eigendom op van 10 morgens land in Oudecoip, en verklaart daarvan voldaan te zijn. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 43. 1439 februari 10 526 Willam van den Poll Willam Dircssoenssoen, geboren tot Woirden, machtigt voor het gerecht van Zyericxzee, Wouter Gheryt, poorter te Zyericxzee en eenige anderen, om voor Hem op te treden in het proces, dat de heer van Montfoirt voor zijne leenmannen tegen hem voert. (Opgenomen in een vidimus van het gerecht der stad Montfoerd dd, 1439 juni 14.) Het zegel der stad verloren. Oorspr. vid.- Ch. No. 304. 1439 april 8 527 Philips van Bourgondië, graaf van Holland, bevestigt, ten behoeve van zijn raad en kamerling Johan, heer te Montfoerd, den brief van wijlen Johan van Vliet over den verkoop zijner heerlijkheid van Polsbroeck aan Johan van Montfoerd, en den confirmatiebrief van Jacop, hertogin in Beyeren,- en belooft deze heerlijkheid aan den heer van Montfoerd in leen te zullen geven, indien zij door Johans zoon Geryt van den Vliet of zijne leenvolgers verbeurd wordt. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 38. 1439 april 11 528 le onziesme jour d'Apvril lan 1439 après Pasques. Bauduin de Humieres, „quon dist Liegois", verklaart de schuldbekentenis, die hij als man van de weduwe van Jehan Rasoir bezit, ten laste van wijlen Jehan van den Vliet, Jehan van Drongelen, heer van Ethen, Jehan van Rynesse van Everinges en Jehan van Langeraeck, tot een bedrag van 1500 goede gouden Fransche kronen, te hebben overgedragen aan den heer van Montfort, die hem de schuld voldaan heeft. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 40. 1439 april 11 529 Philippe van Bourgondië, graaf van Holland, machtigt zijn raad en kamerling den heer van Montfoerd, om de schuld van wijlen Jehan van den Vliet, die hem is overgedragen door 's hertogs raad Liegois de Humieres, als man van de weduwe van Jehan Rasoir, met alle rechtsmiddelen in te vorderen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 40. 1439 april 11 530 an van Neerden en Jan Aelbertsoen beloven voor het gerecht van Montfoirt, den heer van Montfoirt 35 Wilhelmus Hollandsche schilden vóór St. Jacobsmisse e.k. te zullen betalen. Met zegel van 1 schepen in groene was; dat van den schout en 1 schepen verloren. Oorspr.- Ch. No. 191. 1439 mei 9 531 Theodoricus van Raphorst, zoon van Costinus Robbertus, draagt bij notarieele akte over aan Wilhelmus, heer van Naeldwijck en Capelle, het patronaatrecht der kapellanie, gesticht op het altaar van St. Petrus Apostolus in de S. Ypolituskerk te Delff door Johannes Johannes-zoon Palmaet. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 416. 1439 augustus 23 Met transfix dd, 1439 (November 10) in profesto Obitus beati Martini. NB 532 Prevos, gezworenen en schepenen van Valenciennes verklaren, ten verzoeke van Bauduins van Humières, „dit Liegois", dat de door hem aan den heer van Montfort verkochte schuldbekentenis van 1500 Fransche kronen ten bate van Jehan Rasoir en ten laste van wijlen Jehans, heer van Vliet, Jehan van Drongle, heer van Ethen en van Meduwen, Jehan van Rinesse en van Everinghe, en Jehan heer te Langerac, hem in eigendom toebehoorde wegens zijn huwelijk met Jaque van Roizin, weduwe van Jehan Rasoir, en krachtens diens testamentaire beschikkingen te haren behoeve. Afschr.- Cart. (Inv. No. 282) p. 43. 1439 september 9 533 in profesto Obitus beati Martini. Rodolphus, bisschop van Utrecht, hecht zijne goedkeuring aan de hierbij getransfigeerde akte dd, 1439 augustus 23, waarbij Theodericus, zoon van Costinus Robbertus, aan Wilhelmus, heer van Naeldwijck en Capelle, overdraagt het patroonaatrecht van de kapellanie op het altaar van St. Petrus Apostolus in de St. Ypolituskerk te Delff. Het zegel van den bisschop verloren. Oorspr.- Ch. No. 416. 1439 (November 10) 534 De kapittelen en de stad Utrecht verklaren „bij rade ende consente onss genadige heren rade van Utrecht" den dijkgraaf van den Lekdijk te zullen steunen bij het recht doen „nae uutwisinge des ouden dijkbriefs, die tot Sinte Geerdenberghe ghegheven is," en staan hem toe, in geval vóór mei e.k. geene heemraden aangesteld zullen zijn, het tot dien tijd uitgeschoten dijkgeld te innen. (Opgenomen in een vidimus dd, 1443 mei 27, gegeven door den schout, burgemeesters, schepenen en raad van Goude.) Met zegel der stad in groene was. Oorspr. vid.- Ch. No. 106. 1440 februari 9 535 int jair ons Heeren 1439 na den loipe van onsen hove. Philips van Bourgoingnen, graaf van Hollant, machtigt zijn raad Willem, heer te Naildwijc, rentmeester-generaal van Hollant, Zeelant en Vrieslant, om het slot en de heerlijkheid van Purmereynd en de ambachtsheerlijkheid van Schoorle, leengoederen der grafelijkheid, die Greryt van Zijl, en eene hofstad met 6 morgens land te Oudekerk, die Herberen van Foreest wegens schuld heeft moeten verkoopen, aan de koopers te transporteeren. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 13 vs. (1440) februari 26, 536 int jair ons Heren 1439 na den lope shoifs van Hollant. Willem, heer te Naildwijck, rentmeester-generaal van Hollant, Zeelant en Vrieslant, Jan van der Mye, rentmeester van Noirthollant, Wouter Everts. van den Polle, schout van Montfoirt, en Ywijn Ghysbertss., rentmeester van den heer van Montfoirt, stellen als dadingslieden de voorwaarden vast van den verkoop van het slot en de hooge heerlijkheden van Purmereynd en Neck en de ambachtsheerlijkheden van Purmerlandt en Ylpendam met haar toebehooren door Geryt van den Zijl aan Johan, heer te Montfoirt, en bepalen de koopsom op 10150 Bourgondische schilden, geheeten „clincquaerts." Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 8* vs. (1440) maart 16, 537 1439 na den loip shoifs van Hollant. Geryt van Zijl erkent Johan, heer van Montfoird, de erfpacht van de sluis en de visscherij ter Weer verkocht te hebben en belooft hem daarin door den graaf van Holland te zullen doen vestigen. Het zegel van Geryt van Zijl verloren. Oorspr.- Ch. No. 385. Afschr.- Cart. (Inv. No. 301) fol. 14. (1440) maart 18, 538 int jair onss Heren 1439 na den loip shoifs van Hollant. Geryt van Zijl verkoopt, „om kenliken noot, armoede ende last van sculden", het slot en de hooge heerlijkheden van Purmereynd en Neck, de ambachtsheerlijkheden van Purmerlandt en Ylpendam, en de erfpacht van de visscherij ter Weer voor 10150 Bourgondische schilden, geheeten „clincquaerts", aan Johan, heer van Montfoirt. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 9 vs. (1440) maart 18, 539 1439 na den loip shoifs van Hollant. Geryt van Zijl erkent verkocht te hebben aan Johan, heer van Montfoird, het slot en de heerlijkheden van Purmereynd, Neck, Purmerlant en Ilpendam met hun toebehooren. Het zegel van Geryt van Zijl verloren. Oorspr.- Ch. No. 381. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 14 vs. (1440) maart 19, 540 int jair ons Heren 1439 na den lope van onsen hove. Philips van Bourgoingne, graaf van Hollant, beleent zijn raad en kamerling Johan, heer van Montfoirt, met het slot, stad en dorp en de hooge heerlijkheden van Purmereynd en Neck en met de ambachtsheerlijkheden van Purmer, Purmerlant en Ylpendam, hem ten behoeve van den burggraaf opgedragen door Geryt van Zijl. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 10 vs. (1440) maart 20, 541 1439 na den loip shoifs van Hollant. Geryt van Zijl erkent aan Johan, heer van Montfoird, al zijne leengoederen verkocht te hebben. Met zegel van Geryt van Zijl in roode was. Oorspr.- Ch. No. 381. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 15. (1440) maart 20, 542 int jair onss Heren 1439 na den loip van onsen hove. Phillips van Bourgoingnen, graaf van Hollant, gelast de onderzaten van de heerlijkheden van Purmereynd, Neck, Purmerlant en Ilpedam en de leenmannen van de leengoederen, die zijn raad en kamerling de heer van Montfoirt van Geryt van Zijl gekocht heeft en waarmede hij toen door 's hertogs gemachtigde als leen- en overleenheer beleend is, den heer van Montfoirt als hun heer te erkennen. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 15 vs. (1440) maart 21, 543 Gheryt Ghijsbertszoen belooft Johan, heer van Montfoerd, wanneer dezen of zijnen leenvolgers de eigendom van 2 morgens land in Kockengen, die hij (Gheryt) nu van hem te leen heeft, wordt uitgewonnen, binnen het jaar daarna den eigendom van 2 andere morgens land aldaar te zullen opdragen, om die weder van hem ter leen te ontvangen. Met zegel van Elyaes van der Mye in groene was. Oorspr.- Ch. No. 296. 1440 april 17 544 Philips van Bourgoingnen, graaf van Hollant, bekrachtigt den verkoop van de erfpacht van de visscherijen en sluizen ter Weer te Purmereynd door Geryt van Zijl, die deze erfpacht van wijlen Jacop, hertogin in Beyeren van Hollant, verkregen had, aan 's hertogs raad en kamerling Johan, heer van Montfoirt. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 11 vs. 1440 april 29 545 Willem, heer te Naildwijc, rentmeester-generaal van Hollant, Zeelant en Vrieslant, verbindt zich jegens zijn neef, den heer van Montfoort, om de schuldbrieven, die hij bezit ten laste van de grafelijkheid en ten bate van zijn mederaad Geryt van den Zijl, aan dezen niet terug te geven, voordat hij uit de opbrengst daarvan de door den heer van Montfoort van heer Geryt gekochte heerlijkheden van Purmereynd, Neck, Purmerlant en Ylpedam van schuld heeft ontlast en den kooper en zijne ooms ter zake van dezen koop heeft schadeloos gehouden. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 16 vs. 1440 juni 17 546 Gheryt van den Zijl erkent van Johan, heer van Montfoird en Purmereynd, ten behoeve zijner kinderen ontvangen te hebben eene som van 1500 gouden Engelsche nobels, zijnde de koopsom van de heerlijkheid Purmereynde. Met zegel van Gheryt van den Zijl in roode was. Oorspr. -Ch. No. 381. 1440 juni 18 546xx Johan, burggraaf heer tot Montfoirde, Purmereynde, Lynscoten enz., machtigt zijn neef en dienaar Willem van Brakel een lening aan te gaan bij zijn nicht Jonkvrouwe Janna van den Woude en van Warmond. Oorspronkelijk op papier (Inv. nr. 387) met een fragment van het opgedrukte zegel van de oorkonder in rode was. 1469 februari 21 Met transfix van 5 mei 1469 en 11 januari 1482, zie regesten nrs. 646 XXX en 672X. NB 547. Facsimile van het oorspr. in steendruk (no. 26) bij de Verklaring van het oude letterschrift, uitgegeven door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 1818. 548 Willem, heer te Naildwijck en ter Capellen, maarschalk en rent- meester-generaal van Hollant en Zeelant, en Jan van der Mye, rentmeester van Noirthollant, verklaren van den heer van Montford, ten behoeve der kinderen van Geryt van Zijl, 1500 Engelsche nobelen ontvangen te hebben, en beloven hem eene quittantie van deze kinderen vóór St. Mertijnsmisse e.k. te zullen bezorgen. Met geschonden zegels der beide rentmeesters in roode was. Oorspr.- Ch. No. 381. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 17. 1440 augustus 20 549 des Vrydachs nae onser liever Vrouwen dach Nativitas. Bisschop Rodolph, de kapittelen en de stad Utrecht zeggen den dijkgraaf op den Lekdijk, op diens verzoek, allen bijstand toe bij het bewaren van dien dijk. (Opgenomen in een vidimus dd, 1443 mei 27, gegeven door den schout, burgemeesters, schepenen en raad van Goude.) Met zegel der stad in groene was. Oorsp. vid.- Ch. No. 106. 1440 (September 9), 550 Evert van W(elp) erkent verkocht te hebben aan Johan, heer van Montfoird, ½ hoeve land in het kerspel van Wilpe, en erkent de kooppenningen ontvangen te hebben. Met zegel van Evert in groene was. Oorspr.- Ch. No. 433. 1440 september 11 551 Jan van den Bossche Jacobszoen erkent van Johan, heer van Montfoird en Purmereynde, in leen ontvangen te hebben den tiend tot Aemstelreveen. Het zegel van Geryt van Zijl verloren. Oorspr.- Ch. No. 366. 1440 december 21 552 Dijkgraaf en heemraden tusschen den Nywendam en Scoenhoven op den Leckedijck, vronen den heer van Montfoird aan 2 morgens land in Jaersvelt en 6 morgens land in die Vijfhoeven. Met zegels van den dijkgraaf, van Heynrick van Vyanen, heer tot Jaersvelt en van Aelbert van den Velde, schout aldaar, in groene was. Oorspr.- Ch. No. 128. 1441 maart 14 553 Ysebrant van Alcmade en Willem Heerman, mannen der graaflijkheid van Hollant, verklaren, dat Reyner Heynricxz. overdraagt aan zijn broeder Heynric Heynricxsoen de goederen, die hij ligggende heeft in het ambacht van Riedwijck in de heerlijkheid Purmereynde en die leenroerig zijn aan den heer van Montfoird. Met zegels van Ysebrant en Willem in groene was. Oorspr.- Ch. No. 367. 1441 mei 9 554 Johan van Montfoort, heer van Purmereynd, komt met de stad Purmereynd overeen, dat de schepenverkiezing, in plaats van op Onser Lieven Vrouwen-Lichtmis dach (2 februari), voortaan op St. Marcus-avont (24 april) zal plaats hebben. Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 18 vs. 1441 mei 30 555 des Dinxdages na sinte Remigius dach. Roedolph, bisschop te Utrecht, zegt „enen ygeliken die dijck heefft by der Lecke tusschen den Nyendam ende Scoenhoven" aan, dat hij den dijk des Dinxdages nae sinte Gallen daghe (October 17) en des Dinxdages voir sinte Martijns daghe (November 7) zal doen schouwen. (Op papier.) Met opgedrukt zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Inv. No. 107. 1441 (October 3), 556 op sancte Martens avent in den Wynter. Roedolph, bisschop van Utrecht, beveelt allen, „die dyke liggende hebben tusschen den Nyendam ende Schoenhaven", om as. Woensdag ten dijk te komen, daar de bisschop met de „ecclesie ende stat van Utrecht" dien dag den dijk zullen schouwen. (Op papier.) Met opgedrukt zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Inv. No. 107. 1441 (November 10) 557 Jan van Zijl Claesz. erkent, geen recht te hebben op de heerlijkheid van Purmereynde en de visscherij van den Weer. Met zegel van Jan van Zijl in groene was. Oorspr.- Ch. No. 381. 1441 november 29 558 Johan, burggraaf van Montfoord, en zijn broeder Lodewijck van Montfoord, heer van Hazersoude, komen overeen, dat zij de tienden bij Oudewater, in Snedelrewaerd, in Hekendorp en aan de zuid- en noordzijde van de Linscote, die hun broeder Willem van Montfoord nu bezit (overeenkomstig den hier ingelaschten leenbrief van Aelbrecht in Beyeren, graaf van Hollant dd. (1402 maart 2) 1401 nae den loop van onsen hove, waarbij Otte van Asperen, heer van Voorst en Keppel, deze tienden aan Willem van Montfoord overdraagt) zoo zij die geheel of gedeeltelijk verkrijgen mochten, onderling in gelijke helften zullen verdeelen, behalve in geval Lodewijck overeenkomstig den bovenaangehaalden leenbrief deze tienden van zijn broeder mocht erven. Met zegel van den heer van Hazersou in roode was; dat van den burggraaf verloren. Oorspr.- Ch. No. 196. 1442 april 6 559 op sinte Bonifaes dach. Rodolph, bisschop te Utrecht, de kapittelen en de stad Utrecht verklaren met Johan, burggraaf van Montfoird, overeengekomen te zijn hunne geschillen, ontstaan uit het uitoefenen van het dijkgraafschap van Lopickerweert door laatstgenoemde, te doen beslechten bij scheids- rechterlijke uitspraak, te doen voor St. Jansdach te Middesomer (24 juni) door eene commissie, waarin van 's bisschops zijde, Gysbert „brueder tot Brederode ende tot Vyanen, Doemproest tUtrecht", Peter Grawert, schout en Godert de Coninck, schepen der stad Utrecht, en van wege den burggraaf Lodewych van Montfoirde, heer van Hazertswoude, Aelbrecht van Naeldwyck en Henrick van Lijsvelt zitting zullen hebben, terwijl de heer van Lallaing, gouverneur van Holland, Zeelant en Vrieslant, „overman" zal zijn Met zegels van den Dom (geschonden), Oud munster, St. Marie (geschonden) in groene, die van St. Jan en de stad in roode was; de zegels van den bisschop en van St. Pieter verloren. Oorspr.- C h. No. 108. 1443 (Juni 5) 560 des Dynxdages nae sant Katherinen dage. Roedolph, bisschop van Utrecht, belooft zijn zwager Johan, burggraaf tot Montfoirde, dat hij hem en zijne onderzaten, die tot heden niet hebben bijgedragen in het morgengeld, ook verder onbelast laten zal tot belooning der diensten, aan hem en de Utrechtsche kerk bewezen. Met geschonden zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Ch. No. 62. 1443 (November 26) 561 Willem, heer tot Naildwijck, en zijne vrouw Willem van Egmond stichten bij notarieele akte een officium in hun hof, en voorzien dit met een inkomen van 30 pond uit hunne goederen te Vlaerdingen, onder bepaling dat de begiftigde met dit officium hunne kinderen zal onderwijzen. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 417. 1444 februari 29 562 Phelippe, hertog van Bourgoigne, belooft zijne bescherming aan zijn raad en kamerling den heer van Montfort, als deze in het vervolg zijne geschillen aan zijne uitspraak onderwerpen wil. Het zegel van den hertog verloren. Oorspr.- Ch. No. 22. 1444 juli 5 563 op sinte Lucas dach. Gheryt Screvelss. belooft aan Johan, heer van Montfoerd, binnen twee jaren in de stad of het land van Montfoird te zullen komen wonen en zijn boedel te doen blijven in den staat, waarin deze zich ten tijde van zijn huwelijk bevond. De zegels van Jan van der Meer en Wouter Evertsoen verloren. Oorspr.- Ch. No. 192. 1444 (October 18) 564 Henrick van Montfoird, oudste zoon van Johan, heer van Montfoird, en Melys van Mynden beloven Willem, heer van Lallaing, te zullen vergoeden alle schade, die hij mocht lijden, doordat hij zich met hen verbonden heeft, aan verschillende personen te Valencijn lijfrenten, te zamen groot 1040 pond Tournois, uit te betalen. (Opgenomen in een vidimus van het gerecht der stad Montfoird dd, 1451 november 3.) Met zegel der stad in groene was. Oorspr. vid.-Ch. no. 198. 1446 mei 2 564xx Schout, burgemeester, schepenen en raad van de stad Oudewater geven op verzoek van Walter van Oosterhout, priester, hiertoe gemachtigd door de heer van Montfoirde, vidimus van de akte van 10 juni 1416 (regest nr. 277) Oorspronkelijk (Inv. no. 377) met het geschonden stadszegel van Oudewater in groene was. 565 Het Hof van Holland doet uitspraak in een geschil tusschen den heer van Montfoirde, ambachtsheer van Purmerlant en Ylpedamme, en de waarschappen van de ambacht over de vraag, of de ambachtsheer zich bij de electie der schepenen heeft te houden aan het hendvest van hertog Willem van Beyeren of aan het latere van hertog Jan, welks wettigheid door den heer van Montfoird betwist wordt, -bij welke uitspraak de rechtskracht van het handvest van hertog Jan wordt erkend. Zonder zegel. Oorspr.- Ch. No. 138. 1446 mei 30 566 Heinric, oudste zoon tot Montfoort, kapitein van Woerden, benoemt Jan Dever van Minnen tot kastelein van het huis en slot Montfoort, om dat gedurende twee jaren voor hem en zijne kinderen bij Margriet van Kroy te bewaren. Het zegel van Heinric verloren. Oorspr.- Ch. No. 73. 1447 maart 1 567 Lodewych van Montfoird, heer van Hazerswoude, Willem van Montfoird, heer tot Lathim, gebroeders, en Melys van Mynen, heer van Cronenbourch, beloven Henric, oudsten zoon tot Montfoird, zijn zoon Anthonis en de verdere kinderen, die hij krijgen mocht bij zijne vrouw Margriet van Croy, te zullen handhaven in hun erfrecht op het huis en de heerlijkheid van Montfoird, die de heer van Montfoird (zijn vader) hem tracht te ontnemen, en beloven geen verdrag met den bisschop van Utrecht of de stad Utrecht aan te gaan zonder goedvinden van Henric voornoemd. Met zegels der heeren van Hazerswoude, Lathim en Cronenbourch in roode was. Oorspr.- Ch. No. 199. 1447 maart 4 568 op sunte Jacops dach den heylighen Apostel. Willam tot Montfoird, heer tot Latum, belooft Heynric, oudsten zoon tot Montfoird, schadeloos te zullen stellen wegens het nadeel, dat voor hem mocht voortspruiten uit de belofte, die hij met Melis van Mynen, heer tot Cronenborch, en Alfer van der Horst gedaan heeft aan Lodewich van Montfoird, heer tot Haserswoude, betreffende het verdrag, door dezen met hem (Willam) aangegaan over het kastelein- en baljuwschap van Muden en Goyland. Met zegel van den heer van Latum in roode was. Oorspr.- Ch. No. 200. 1447 (Juli 25) 569 des Donredages nae sante Gereonis ende Victoers daghe. Roedolph, bisschop tot Utrecht, verpacht voor 10 gouden Rijnsguldens 's jaars de jurisdictie en den cys over het land van Montfoird, gelijk bisschop Frederick die te gebruiken placht, aan Gysbert, broeder tot Bredenrode, Domproost en proost tot Oldeminster te Utrecht, tot aan de meerderjarigheid van Henrick, oudsten zoon tot Montfoird. Met zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.-Ch. No. 307. 1447 (October 12) 570 dess Donredaghes nae sante Gereoens ende Victoirs daghe. Roedolph, bisschop te Utrecht, belooft Henrick, oudsten zoon te Montfoird, bij het overlijden van zijn vader, 's bisschops zwager, of vroeger, als hij zulks van de drie Staten van Utrecht kan verkrijgen, te zullen beleenen met alle leenen, die deze van hem te leen houdt. Het zegel van den bisschop verloren. Oorspr.- Ch. No. 308. 1447 (October 12) 571 op sant Lucas dage. Roedolph, bisschop te Utrecht, hecht zijne goedkeuring aan de hierbij getransfigeerde akte dd, 1432 november 7, waarbij Anthoine, heer van Croy en Renty, en Johan, „viconte" van Montfort, bijgestaan door hunne verwanten, de voorwaarden vaststellen voor het huwelijk van hunne kinderen Marguerite de Croy en Henry de Montfort. (Geschonden.) Met zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Ch. No. 197. 1447 (October 18) 572 1447 nae den loip van onsen hove. Philips van Bourgondien, graaf van Hollant, beveelt baljuw, schout, burgemeesteren, schepenen en raad van Woirden, den bastaard van Lyon van Grendt in het ongestoorde bezit der kosterij van Woirden te laten. Met afgedrukt signet van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 201. (1448) januari 16, 573 Phillips van Bourgoendien, graaf van Hollant, beleent Henrick, heer van Montfoird, met de ambachtsheerlijkheden en dagelijksche gerechten van Sparendamme en Sparelant en de visscherij in de Horensloot, de Koerstale en de Poll, hem aangekomen van Willem van Brakel. (Gecancelleerd.) Met zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 390. 1448 juni 27 574 Henrick, burggraaf van Montfoird, belooft zijne moeder Cunegonde, dat zij de haar verschuldigde douairie van 400 Rijnsche guldens 's jaars zal kunnen ontvangen uit zijne tienden, weshalve haar rentmeester bij den verkoop dier tienden tegenwoordig zal zijn, en belooft haar bovendien nog eene jaarrente van 200 Rijnsche guldens. Met zegel van den burggraaf in roode was. Oorspr.- Ch. No. 193. 1448 september 4 575 des Woensdages nae sant Lamberts dach. Roedolph, bisschop tot Utrecht, en Henric, burggraaf tot Montfoird, beloven elkander tegen de stad Utrecht te zullen bijstaan en geen afzonderlijk verdrag met haar te zullen aangaan. De zegels van den bisschop en den burggraaf verloren. Oorspr.- Ch. No. 23. 1448 (September 18) 576 Jacob, heer tot Gaesbeke, en Heinric, burggraaf van Montfoird, onderwerpen hun geschil aan de uitspraak van hun neef en schoonvader, den heer van Croy, graaf van Porcien, onder bepaling van eene boete van 1000 gouden Engelsche nobelen voor den hertog van Boirgongnen, te betalen door hem, die deze uitspraak niet naleeft. Met zegels van den heer tot Gaesbeke en den burggraaf in roode was. Oorspr.- Ch. No. 24. 1449 februari 23 577 des Saterdages naden Sonnendage Invocavit. Frederic van Renisse van Rynouwe erkent getracht te hebben, Roedolph, bisschop te Utrecht, met geweld uit zijne stad Utrecht te keeren, en daardoor terecht bij vonnis van den raad dier stad lijf en goed verbeurd te hebben, belooft zich met vrouw en kinderen metterwoon in Zeelant te zullen vestigen, niet dichter bij het sticht van Utrecht te zullen komen dan zich de grenzen van Zeelant uitstrekken, nooit meer iets te zullen ondernemen tegen den bisschop, Coenraet van Diepholt, Domproost te Osenbrugge en proost te Deventer, Heinric van Montfoird, Melis van Amstel van Mynden, Johan van Buchorst met hunne onderzaten en de steden Utrecht en Amersfoirt, en doet afstand van zijne eventueele rechten op Wijc, Duerstede en Apcoude. Het zegel van Frederic van Renisse verloren. Oorspr.- Ch. No. 25. 1449 (Maart 8) 578 Roedolph, bisschop tot Utrecht, beleent Henric, burggraaf van Montfoird, met het huis en de stad van Montfoird, 5 hoeven gelegen in Heeswijck en in Blocklant, het gerecht, den tyns en den tiend te Heeswijc, te Willamscoep en te Blocklant, het gerecht en den tyns te Achtehoeven, het gerecht, den tyns en den tiend te Kattenbroeck, in Reynerscop en in Kockengen, den waard die voor Montfoird ligt, de visscherij, het gerecht en den aanval in de Ysele van Snodelhoeke tot Oudewater, den tiend van Ratelis en het dijkgraafschap van den Leckdijck tusschen den Nyendamme en Schoenhoven langs de Lecke, en tusschen den Nyendamme en de Haestrechterweere langs de Ysele, hem aangekomen na doode van Johan van Montfoird, zijn vader. Het zegel van den bisschop verloren. Oorspr.- Ch. No. 317. 1449 maart 8 579 Volpaert en Johan van Amerongen, gebroeders, erkennen getracht te hebben Roedolph, bisschop te Utrecht, met geweld uit zijne stad Utrecht te keeren, en daardoor terecht bij vonnis van den raad dier stad lijf en goed verbeurd te hebben,- doen afstand van de lijfrenten, die zij op de stad hadden,- beloven zich metterwoon in Gelre of Cleve te zullen vestigen, niet meer aan deze zijde van Run en Yselen te zullen komen en nooit meer iets te zullen ondernemen tegen den bisschop, Coenraet van Diepholt, Domproost te Osenbrugge en proost van Deventer, Henric van Montfoird, Melys van Amstel van Mynden, Johan van Buchorst met hunne onderzaten, en de steden Utrecht en Amersfoirt. Met zegels der beide broeders in groene was. Oorspr.- Ch. No. 26. 1449 maart 9 580 Phillips van Boergoendiën, graaf van Hollant, beleent Henrick, heer van Montfoird, met het slot en de stad van Pormereynd met de hooge, middelbare en lage jurisdictie, de ambachtsheerlijkheid en het dagelijksch gerecht van Pormer, Pormerlandt en Ylpendam, de hooge heerlijkheid van Necke, 10 pond 's jaars uit de visscherij ter Were, de ambachtsheerlijkheid van Nuwerveen, de hooge heerlijkheid van Linschoten, Hekendorp en den Wairdt, de koren- en de smalle tienden bij de stad Oudewater, ½ hoeve land in den ban van Montfoird, het huis te Huelensteyn met zijn toebehooren, het huis te Linschoten met zijn toebehooren, 2 hoeven land in Blocklandt, het land dat Rover Ydenz. van Moordrecht te leen placht te houden te Achtehoeven en Mastwijck, en ½ hoeve land in Linschoten, hem aangekomen van zijn vader Jan, heer van Montfoird. Met geschonden zegel van hertog Phillips in roode was. Oorspr.- Ch. No. 373. 1449 juli 7 581 Heinric, heer van Montfoird, en Ghysbert, broeder tot Montfoird, bekrachtigen voor het gerecht van Montfoird de overeenkomst, die omtrent de erfenis van hun vader tusschen hen is tot stand gekomen, en waarbij Ghysbert voornoemd tevens afstand doet van de medegave zijner moeder. Met geschonden zegels van den schout en 4 der schepenen in groene was; het zegel van 1 der schepenen verloren,- en: met zegel van den schout en 4 der schepenen in groene was; het zegel van 1 der schepenen verloren. Oorspr.- Ch. No. 194. Oorspr.- Ch. No. 194. 1449 augustus 25 582 De rentmeester van het zusterhuis van St. Michiel te Leyden, in welk convent zich Margriete van Zijl bevindt, en Ysbrant, echtgenoot van Fye van Zijl, erkennen van den jonker van Montfoirt, heer van Purmereynde, eene zekere som gelds ontvangen te hebben, waarvoor zij hem afstaan het recht op eene jaarrente van 36 Wil-helmusschilden uit de heerlijkheid van Purmereynde, die Margriete en Fye, dochters van Jan van Zijl Willemsz., van Geryt van Zijll, heer van Purmereynde, ontvangen hebben. Met geschonden zegels van het convent en van Jan Claeszoen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 381. 1449 september 3 583 Reynout heer tot Brederode en Vyanen, Gysbrecht, broeder tot Brederode en Vyanen, Domproost en proost tot Oudmunster te Utrecht, en Heinric, burggraaf van Montfoird, gaan een verbond aan, onder voorwaarde dat in geval van overlijden van den bisschop van Utrecht, de burggraaf zijn neef den Domproost zal helpen om tot het bisdom te geraken, terwijl deze en zijn broeder alles zullen aanwenden, om den burggraaf de hooge heerlijkheid van Montfoird te doen verkrijgen, maken bepalingen om twisten tusschen hunne aanhangers te beslechten,- alles behoudens hetgeen zij den hertog van Bourgongnen verschuldigd zijn. Met zegels van den heer van Brederode, zijn broeder en den burggraaf in roode was. Oorspr.- Ch. No. 27. 1449 september 20 584 Jacob, heer van Gaesbeeck, Reynoldt, heer van Brerode, en zijn broeder Gysbert, Domproost en proost te Oudmunster te Utrecht, beloven aan Henric, burggraaf van Montfoerd, wanneer zij van den bisschop van Utrecht, de stad van Utrecht en anderen hunne bezittingen teruggekregen zullen hebben, hem te zullen helpen in het terugkrijgen der hooge heerlijkheid van Montfoerd. De zegels van den heer van Gaesbceck, den heer van Brerode en den Domproost verloren. Oorspr.- Ch. No. 309. 1450 maart 5 585 Roedolph, bisschop te Utrecht, verklaart, dat Henrick, burggraaf van Montfoerd, zijne toestemming heeft gegeven, om den Lekdijk van Lopickerweert "daer hie erfdijckgreve van is" te herstellen, en dat daardoor zijne en zijner onderzaten rechten in geen enkel opzicht worden verkort. (Op papier.) Met opgedrukt zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.- Inv. No. 109. 1450 september 12 586 Henrick, heer van Montfoird, en Zweder van Montfoird, zijn broeder, komen overeen omtrent de verdeeling van de nalatenschap van hun vader. (Cyrograaf op papier.) Met opgedrukte zegels van Jacop Willemsz. en Johan van Doirn schepenen te Montfoird in groene was. Oorspr.- Ch. No. 194. 1452 februari 26 587 Henrick, burggraaf van Montfoird, en Zweder, broeder tot Montfoird, komen ten overstaan van Gysbrecht, broeder tot Brederoede, Domproost en proost tot Oudmunster, Gysbert, broeder tot Montfoird, Dirc van Zuylen tot Hermelen, heer ten Zevender, Aelbrecht van Nailtwijc, Geryt van Woirden, heer then Vliet, Johan van Zuylen van Nathewisch, Alpher van der Horst, Zweder van Zuylen van Hermeien en Vreric van Zuylen van Nyvelt overeen omtrent de verdeeling van de nalatenschap van hun vader. Met zegels van Zweder, broeder tot Montfoird, Gysbrecht, broeder tot Brederoede, Gysbert, broeder tot Montfoird, en Aelbrecht van Nailtwijc in roode, en dat van den heer van Zevender in groene was; de zegels van den burggraaf en de overige getuigen verloren. Oorspr.- Ch. No. 194. Afschr.- Ch. No. 194. 1452 maart 6 588 De jonker van Montfoird stelt met zijn gerecht oud en nieuw (van Purmerend ?) eene straf van 50 oude Geldersche guldens op het binnengaan in de stad door of over de muren of de stadshekken na het sluiten der poorten. (Aanteekening.) Afschr.- Cart. (Inv. No. 361) fol. 22. 1452 z.d. 589 De drie Staten van Utrecht geven bij notarieel proces-verbaal weer het verhandelde in hare vergadering, waarin Henricus, burggraaf van Montfoird, het dijkgraafschap van den Lekdijk heeft neergelegd, om reden dat de heer van Yselsteyn den nieuwen dijkbrief, door den hertog van Burgoengen en den bisschop van Utrecht verleend, niet mede bezegeld had, zooals in het plan had gelegen. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 110. 1453 augustus 25 590 Het schependom van Grhend doet uitspraak in het geschil van Henric, burggraaf van Monford, als man en voogd van Mergriete van Croy, tegen Pieter, heer van Robaeys en Heersele, waarbij Mergriete voor haar deel gerechtigd wordt verklaard tot de nalatenschap van haren grootvader Jan, heer van Robaeys, vader van Pieter voornoemd. (Extract uit het register van het schependom, gegeven door het gerecht van Ghend dd, 1462 october 9.) Met zegel der stad Gent in groene was. Afschr.- Ch. No. 211. 1453 november 21 591 Phillips van Bourgoengien, graaf van Hollant, beleent Henrick, heer van Montfoird, met 6 morgens land, geheeten de Blaeuwe camp, in het kerspel van Linschoten, hem aangekomen door den dood van zijn neef Wilem van Montfoird, zoon van Henrick Rover. Met zeer geschonden zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 341. 1454 april 26 592 De elect Ghysbrecht van Brederode erkent schuldig te zijn aan zijn neef Heinric, heer van Montfoirt, eene som van 1500 Overlentsche Rijnsche guldens, en belooft die som terug te betalen met Pinksteren 1456. Met zegel van den elect in roode was. Oorspr.- Ch. No. 202. 1455 mei 25 In dorso staat aangeteekend, dat 23 juni 1478 hierop 500 gulden van 20 stuivers betaald zijn. NB 593 Heinrick, burggraaf van Montford, benoemt zijnen neef en raad Willem van Brakel voor vier jaren tot kastelein van Montfoirde op eene jaarlijksche rente van 200 postulaat-guldens. Het zegel van den burggraaf verloren. Oorspr.- Ch. No. 74. 1455 juni 1 594 Het schependom van Ghend doet uitspraak in het geschil van Heinderic, burggraaf van Monfort, met Mergriete van Croy, zijne huisvrouw, tegen Angnees van Lannoy, vrouw van Robaeis, weduwe van Jan, heer van Robaeys, met Pieter, heer van Robaeys en Heersele, waarbij den laatstgenoemden gelast wordt, met de eerstgenoemden den geheelen boedel van Jan, heer van Robaeys, te verdeelen. (Extract uit het register van het schependom, gegeven door het gerecht van Ghend dd, 1462 october 27.) Het zegel der stad verloren. Afschr.- Ch. No. 211. 1455 juni 12 595 up sinte Bertelmees dach Apostel. Heinric, burggraaf van Montfoird, benoemt voor den tijd, dat hij kastelein en rentmeester van het land van Woerden zijn zal, Dirck van der Does Costijnszoon, zijn zwager, tot schout van Bodegraven, op voorwaarde dat hij Heinric, 'bastaardbroeder van den burggraaf, en Ymme Heinric Harmanszoonsdochter het geld betalen zal, dat zij op dat ambt hebben staan. Het zegel van den burggraaf verloren. Oorspr.- Ch. No. 203. 1455 (Augustus 24) 596 De elect Gysbrecht van Brederode, ruwaard te Utrecht, ontslaat Henric, burggraaf van Montfoerd, van de verplichting, om hem te ondersteunen, waartoe deze én krachtens vroegere overeenkomst én als leenman gehouden is. Het zegel van den elect verloren. Oorspr.- Ch. No. 28. 1456 juni 5 597 op sante Brictius dach. Jan van Montfoird, heer van Haserswou, komt overeen met zijn broeder Willam van Montfoird, kanunnik van Oudmunster, dat laatstgenoemde uit de nalatenschap hunner ouders eene jaarrente hebben zal van 200 Beiersche guldens uit de hofstede en het land van Montfoird. Met zegels van den heer van Haserswou, van Henric, heer van Montfoird en van Henric van Cronenberch in roode, dat van Willam van Montfoird in groene was. Oorspr.- Ch. No. 214. 1456 (November 13) 598 Reynolt, heer van Brederoden, belooft Heinrick, burggraaf van Montfoird, schadeloos te zullen houden van alle nadeel, dat hij zou mogen ondervinden wegens het bezegelen van een brief van fl. 21.000, door de Staten van Utrecht overgegeven aan den heer van Cleve, daar hij en zijne onderzaten vrij zijn van alle morgengeld en zettingen. Met zeer geschonden zegel van den heer van Brederoden in roode was. Oorspr.- Ch. No. 63. 1456 november 26 599 1456 nae den loope des hoofs van Hollant. Het Hof van Hollant doet uitspraak in de zaak van Willem van Montfoird, tegen Heinric, heer van Montfoird, betreffende beleediging van Willem door Heinric en het wegnemen eener kist met brieven, kleinoodiën en geld door den laatste, waarbij het Hof beslist, dat de zaak niet crimineel is en de heer van Montfoird zich dus door procureurs kan doen vertegenwoordigen en, zich voorts met de verdediging dier procureurs vereenigende, beslist, dat deze zaak niet tot de competentie van het Hof maar tot die van den Stichtschen rechter behoort. Oorspr.- Ch. No. 204. (1457) april 8, 600 Henrick, burggraaf van Montfoird, en zijn broeder Johan van Montfoird, kanunnik van Oudmunster, komen overeen omtrent de verdeeling van de nalatenschap van hunnen vader. Met geschonden zegels van den burggraaf, den kanunnik, hun broeder Ghysbrecht van Montfoird en hun neef Willem van Montfoird in roode was. Oorspr.- Ch. No. 194. 1457 september 4 601 Het Hof van Hollant geeft appointement in een geschil tusschen den rentmeester-generaal van Hollant en den gecommitteerde tot de administratie van de goederen van Heinrick, heer tot Montfoirden, die zich thans in 's graven handen bevinden, ter eenre, en Claes Wouter, pachter van zekere sluis te Purmereynde, ter andere zijde, over het betalen der pachtsom. Oorspr.- Ch. No. 133. 1457 december 15 602 op sinte Thomaes dach Appostel. Ghysbrecht, broeder tot Montfoird, belooft nimmer iets tegen zijn broeder Henrick, burggraaf van Montfoird, te zullen ondernemen, op verbeurte der jaarlijksche rente van 100 Beyersche guldens, die deze hem uit zijne landen van Purmerend, Sperendam enz. heeft toegekend. Met zegel van Ghysbrecht in roode was. Oorspr.- Ch. No. 205. 1457 (December 21) 603 des Dynxdages na Dertiendach. Gysbrecht van Brederode, Domproost te Utrecht, Reynolt, heer van Brederode, en Heynrie, burggraaf van Montfoerd, doen uitspraak in het geschil van Aelbert Prueys en Alyt Prueys, weduwe van Jan Coninc, zijne zuster, met Bertelmeeus van Nyevelt c.u. en Jan van Maersen c.u. over de erfenis van Roetert Prueys, broeder van Aelbert en Alyt. Met geschonden zegels der drie zegslieden in roode was. Oorspr.- Ch. No. 206. 1458 (Januari 10) 604 Bisschop David bevestigt ten verzoeke van Johan, heer van Lannoy, stadhouder van Hollant, de brieven betreffende de wereldlijke jurisdictie over het kerspel en het land van Montfoird, die Henrick van Montfoird, heer van Purmerend, en wijlen zijn vader van de bisschoppen en kapittelen te Utrecht ontvangen hebbeu. (Opgenomen in een vidimus van schepen en raad der stad Ghend dd, 1471 juni 12,- in een vidimus van het gerecht der stad Dordrecht dd, 1473 juni 26,- en in eene notarieele akte dd, 1473 november 14 yan Johannes heer van Montfort.) Met zegel van de stad Ghend in groene was,- met zegel van de stad Dordrecht in groene was,- en: met geteekend zegel van den notaris. Oorspr. vid.- Ch. No. 310. Oorspr. vid.- Ch. No. 310bis. Afschr.- Ch. No. 32. 1458 juni 24 605 Davidt van Bourgondien, bisschop te Utrecht, verzoent zich, mede namens zijn broeder Anthonis, bastaard van Bourgondien, heer van Beveren, en de stad Amersfoert, door tusschenkomst van Johan, heer van Lannoy, stadhouder van Hollant, op nader aangewezen voorwaarden met Gysbrecht van Brederode, Domproost, gewezen elect en ruwaard, Reynout, heer tot Brederode en Vyanen, Heynric, burggraaf van Montfoird, en de stad Utrecht. De zegels van den hertog van Bourgondien, den bisschop, de heeren van Beveren en Lannoy, den Domproost, den heer van Brederode, den burggraaf van Montfoird, en de steden Utrecht en Amersfoert verloren. Oorspr.- Ch. No. 29. 1458 juni 24 606 Phillips van Bourgongien, graaf van Hollant, vergeeft Reynoult, heer tot Brederoden, en Heinric, heer tot Montfoirde, al hetgeen zij sedert het verdrag, te Ysselstain tusschen David, bisschop te Utrecht, en Gysbrecht van Breedenroden, Domproost te Utrecht, en de stad Utrecht gemaakt, tegen den hertog, den bisschop, de stad Amersforde e.a. hebben misdreven. Met zeer geschonden zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 30. Afschr.- Inr. No. 30bis. 1458 juli 9 607 Phillips van Bourgondiën, graaf van Hollant, herstelt overeenkomstig het verdrag, gesloten door den bisschop van Utrecht met Reynoult, heer tot Brederoden, Gysbrecht van Brederoden, Domproost te Utrecht, Henrick, heer tot Montfoird, en de stad Utrecht, de voornoemde heeren van Brederoden en Montfoird, benevens Henrick van Naeldwijck, in het bezit hunner goederen, die door hem na hun aanval op de stad Amersfoird in beslag genomen zijn. (Authentiek afschrift.) Afschr.- Ch. No. 31. 1458 juli 9 608 Henric, burggraaf van Montfoird, erkent schuldig te zijn aan zijn kastelein Willem van Brakell 291 keurvorster Rijnsche guldens en 5 pond min 6 stuivers Hollandsen wegens verdiend salaris, en belooft die zoo spoedig mogelijk te betalen. (Afschrift.) Afschr.- Inv. No. 207. 1458 november 7 609 Henry, burggraaf van Monfort, erkent van zijn schoonvader den graaf van Porden, heer van Croy, 2000 klinkaerts, als deel van den bruidschat zijner echtgenoote Margueriete de Croy, ontvangen te hebben. Met zegel van den burggraaf in roode was. Oorspr.- Ch. No. 210. 1458 november 8 610 Het Hof van Hollant weigert kennis te nemen van de akte van appèl, door Willein van Brakel namens Heinric, heer tot Montfoird, ingeleverd in het ten verzoeke van den procureur van den graaf tegen dezen gewezene interlocutoire vonnis, en verwijst partijen naar den landsheer en zijn Grooten raad. Oorspr.- Ch. No. 208. 1458 november 16 611 Henric, burggraaf van Montfoird, erkent van zijn kastelein Willem van Brakell te leen ontvangen te hebben 291 Rijnscbe guldens, 5 pond Hollandsch en 600 postulaat-guldens en nu weder 98 Rijnsche guldens, en belooft hem, dat hij die terugontvangen zal uit de renten en goederen van den burggraaf te Purmereynde, Sperendamme en Nyenveen. (Geteekend afschrift.) Afschr.- Inv. No. 209. 1458 december 31 612 Gheertruyd, weduwe van Rutgheer van Ylem, draagt voor het gerecht van Ameyde op aan Katherine, dochter van Rutgheer van Ylem, 10 morgens land in Tienhoeven. Met zegels van Gherit van der Moeien, Wouter Marcelissoen, Peter Janssoen on Beernt Beerntssoen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 353. 1459 aprill 4 613 Margriete, dochter van den graaf van Porchy, heer van Croy, weduwe van Henric, burggraaf van Montfoirt, quitteert ten overstaan van den officiaal van Utrecht haren vader wegens de 6000 Bourgoensche schilden of klinkerts, haar bij hare huwelijksvoorwaarden door haren vader toegelegd, en doet van zijne nalatenschap voor zich en hare erfgenamen afstand. Met zeer geschonden zegels van den officiaal in groene, van de burggravin in roode was. Oorspr.- Ch. No. 212. 1459 april 4 614 Ghysbert, broeder tot Montfoird, belooft aan Roeloff van Bac-vorden, gemachtigde van den bisschop van Utrecht, niets te zullen ondernemen tegen Claes den cureit, Willem van Brakel, kastelein te Montfoird. en andere personen, die betrokken zijn geweest in zijn geschil met wijlen zijn broeder Heynric, burggraaf tot Montfoird, noch tegen de tegenwoordige bezetting van het slot en de stad Montfoird, op verbeurte van zijn momberschap. Met zegels van Ghysbert van Montfoird en zijn broeder Zweder in roode was; dat van Reynout, beer tot Brederoden, verloren. Oorspr.- Ch. No. 217. 1459 mei 26 615 1459 juni 23 616 "Willam van Montfoirt, kanunnik tot Oudmunster, belooft aan de voogden van Johan, burggraaf van Montfoirt, zorg te zullen dragen, dat de vicarie ter eere van God en St. Nicolaas in de kerk te Montfoert, wier bezitter, Reynout van Oesterhout, vergunning heeft gekregen haar tegen eene andere te verwisselen, bij het overlijden van Reynout weder ter beschikking zal komen van den rechten leenvolger van Moutfoirt. Met geschonden zegel van Willam in roode was. Oorspr.- Ch. No. 92. 1459 juli 16 617 Adriaen van Brakel erkent, als voogd van Willeken Eggert, zijn neef, dat Willem van Brakel, zijn broeder, van hem de korentienden en smalle tienden aan de Wercken verheven heeft en het daartoe staande heergewaad heeft voldaan, en belooft er hem, zoodra hij (Adriaen) in Hollant komt, voor leenmannen van Hollant mede te zullen beleenen, daar Willeken Eggert zelf geene leenmannen heeft. Met zegel van Adriaen van Brakel in groene was. Oorspr.- Ch. No. 370. 1459 november 9 618 Johan, graaf de Nassau, verklaart dat Ghysbrecht en Zweeder van Mohtfoord, als mombers van de kinderen van wijlen hun broeder Henric, burggraaf van Montfoird, met raad en goedvinden van Margriete van Croy, burggravin-weduwe van Montfoord, en van twee vertegenwoordigers van Anthonis, heer van Croy, ter aflossing van de sommen van 291 Overlenssche Rijnsguldens en 5 pond Hollandsch min 6 stuivers, van 98 Rijnsche guldens en van 600 postulaatguldens, die Willem van Brakel allen van den overleden burggraaf te vorderen had, aan voornoemden Willem voor 700 Rijnsche guldens onder recht van wederinkoop gedurende acht jaren verkocht hebben de ambachtsheerhjkheid Sperendam met de visscherij van den Holensloet, den Coestal en den Pol, onder bepaling dat Willem van Brakel van zijn verderen achterstal zal voldaan worden, dat hij zal optreden als medevoogd over de kinderen van wijlen den burggraaf, en dat hij tevens kastelein van het slot van Montfoord zal blijven, waarvoor hij jaarlijks 200 postulaat-guldens ontvangen zal. Afschr.- Inv. No. 391. 1459 december 13 Met afschrift van een transfix dd, 1460 september 4. NB 619 (December 30) des Sonnendages nae den hilligen Kirsdaghe. Reynolt, heer tot Breedroede, Margriete van Croy, burggravin van Montfoird, Gysbrecht en Zweder, broeders tot Montfoird, en Willem van Brakell, kastelein van Montfoird, voogden over Johan, burggraaf van Montfoird, bepalen, wie hunner zullen staan over de beleeningen met goederen, leenroerig aan Montfoird en van Purmereynd. Met zegels, „die wy gebruyken totter momberien voirseyt", van den heer tot Breedroede, de burggravin en Willem van Brakell in roode was; die der beide andere voogden verloren. Oorspr.- Ch. No. 216. 1459 De hier voorkomende zegels bevatten niet de wapens der mombers, maar een op elk dezer zegels voorkomend kenteeken, met het randschrift „Sigillum tutorum Johannis burchgravii Montfoerdie"; op elk zegel komt bovendien de naam van den voogd voor; op het eerste „Brederode", op het tweede „Croey", op het laatste „(B)rakel". NB 620 Bisschop David keurt goed de commissie, onlangs te Huesden door Margriete van Croy, burggravin-weduwe van Montfoird, Gysbrecht en Sweder van Montfoird, gebroeders, en Willem van Brakel, voogden over Johan en de andere nagelaten kinderen van Henric, burggraaf tot Montfoird, in overleg met den graaf van Nassouwe, heer van Bredae, als afgevaardigde van Anthonis, heer van Croy, gegeven op Zweder, broeder tot Montfoird, en Willem van Brakell als beheerende voogden, onder gehoudenis om rekening omtrent hun beheer aan de andere voogden af te leggen. Het zegel van den bisschop verloren, en: het zegel van den bisschop verloren. Oorspr.- Ch. No. 216. Vert. in het Fransch.- Ch. No. 216. (1459) 1460 december 31 621 op sinte Ambrosius dach. Aliit Claes die Walen dochter, weduwe van Jan Dever van Minen, draagt, ten overstaan van Bertholomeus van Poellenberch, Jan uut die Camp en Willem Andriesz., leenmannen van de grafelijkheid van Hollant, op aan Jan, burggraaf van Muntfoerd, heer van Purmeroynd, haar leenheer, Cuperswerf niet het daarbij behoorende land in den ban van Scellinchout, terwijl zij Willem van Brakel, als voogd van den burggraaf, verzoekt, daarmede te beleenen haren neef Jacob die Wael. De zegels van B. van Poellenberch, J. uut die Camp en Florys Pietersz., scout van Heemskerck, verloren. Oorspr.- Ch. No. 368. 1460 (April 4) 622 Adriaen van Brakel, als voogd van Willamkijn Eggairt Jan Eggairts-zoon, beleent Wyllam van Brakel, kastelein te Montfort, zijn broeder, met de korentienden en smalle tienden in het gerecht van der Werken, gelijk Reynout van Brakell, Wyllams vader, die van Willam en Jan Eggairt placht te houden. Met zegel van Adriaen van Brakel in groene was. Oorspr.-Ch. No. 370. 1460 mei 3 623 Philips van Bourgoingnen, graaf van Hollant, hecht zijne goedkeuring aan de hierbij getransfigeerde akte dd, 1459 december 13 van Johan, graaf te Nassau, volgens welke akte Ghysbrecht en Zweeder van Montfoord, mombers van de kinderen van wijlen hun broeder burggraaf Henric, aan Willem van Brakel hebben verkocht de ambachtsheerlijkheid van Sperendam met de visscherij van den Holensloet, den Coestal en den Pol, onder voorbehoud nochtans, dat Willem van Brakel hem om beleening met deze heerlijkheid zal verzoeken. Afschr.- Ch. No. 391. 1460 september 4 624 Philips van Borgoingen, graaf van Hollant, gelast de gevangenneming van Ghysbrecht en Zweder van Montfoord, gebroeders, wegens de misdrijven, door hen tegen hun stam- en leenheer gepleegd. Met zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 218. 1460 september 12 625 Phelippe van Bourgoinge, graaf van Hollande, gelast den rentmeester-generaal van Hollande, aan Guillaume de Brackle, ook gedurende den tijd dat hij belast is met de administratie der goederen van de kinderen van wijlen Henry heer van Montfort, tot Paschen e.k. zijn traktement als raad in het Hof van Hollande uit te keeren. Met zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 221. 1460 september 25 626 Phillips van Boergoendiën, graaf van Hollant, beleent Jan, heer van Montfoird, met het slot en de stad van Purmerend met de vrije, hooge, middelbare en lage heerlijkheid, de ambachtsheerlijkheid en het dagelijksch gerecht van Pormeer, Purmerlant en Ylpendamme, de hooge heerlijkheid van Necke, 10 pond 's jaars uit de visscherij ter Were, de ambachtsheerlijkheid van den Nuwen veen, de hooge heerlijkheid van Linschoten, van Hekendorp en van den Wairde, de koren-tienden en de smalle tienden bij Oudewater in Snuidelerwart, in Hekendorp en in Zuid- en Noord-Linschoten, ½ hoeve land in den ban van Montfoird, het huis te Huelesteyn met zijn toebehooren, het huis te Linschoten met zijn toebehooren, 2 hoeven land op Bloclant, het land dat Roever Ydenzoon van Moerdrecht te leen placht te houden in het gerecht van Achtehoeven en Mastwijck, ½ hoeve land bij den Polle in het kerspel van Linschoten, de overtocht, de sluis en de visscherij te Bodegrave, de helft van de Bulwijcker en Crom-wijck er tienden in het land van Woerden (losbaar met 180 Engelsche nobelen), de ambachtsheerlijkheid en het dagelijksch gerecht van Sperendamme en Sparenlant, de visscherij in den Holensloot, de Koestalle en de Pol en 6 morgens land, geheeten de Blauwe camp in het kerspel van Linschoten, hem allen aangekomen van zijn vader Heinrick, heer van Montfoerd. Extract uit het leenregister van Holland. Afschr.- Inv. No. 373. 1460 november 1 627 Philips van Bourgoengiën, graaf van Hollant, beleent Willem van Brakell met de ambachtsheerlijkheid en het dagelijksch gerecht van Sparendamme en Sparenlant, en van de visscherie van den Holensloot, Koestalle en Polle tusschen Sparendam en Aemstelredamme, hem aangekomen van Jan, heer van Montfoird, onder bepaling dat laatstgenoemde bovengenoemde goederen gedurende acht jaren voor 700 Rijnsche guldens zal mogen lossen. (Opgenomen in een vidimus van burgemeesters, schepenen en raden der stad Dordrecht dd. (1470) maart 18, 1469 na den loep scrivens shoofs van Hollant.) Met zegel der stad Dordrecht in groene was. Oorspr. vid.- Ch. No. 392. 1460 november 2 628 Jan, heer van Montfoird, bepaalt, ten overstaan van Phillips van Bourgoengiën, graaf van Hollant, dat zijne goederen, totdat hij vijftien jaren oud zal zijn, door Johan tot Nassou, heer van Breeda, en Willem van Brakel bestuurd zullen worden. Met zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 219. 1460 november 3 629 Bisschop David benoemt, ten verzoeke van den twaalfjarigen Johan, burggraaf van Montfoird, van diens moeder Mergriete van Croy en van diens bloedverwant den graaf van Nassouwen heer tot Breda, den laatstgenoemde tot voogd over den burggraaf. Het zegel van den bisschop verloren. Oorspr.- Ch. No. 220. 1460 november 27 630 Sweder van Montford belooft aan handen van Ghysbrecht van Brederode, Domproost te Utrecht, en meester Jan Miles, vicaris van den bisschop, zich niet meer te zullen inlaten met het besturen der hofstede en het land van Montford en in de eerste acht jaren niet binnen drie mijlen van Montford te zullen komen, tenzij met vergunning van den bisschop, den graaf te Nassouw en den stadhouder van Hollant. Met zegels van Sweder, van Reynout heer te Brederode en Vyanen, en van Janne van Montford, heer tot Hasartswoude, in roode, van Janne van Renesse van Wulven in groene was. Oorspr.- Ch. No. 222. 1461 maart 2 631 Johan, burggraaf tot Montfoird, na met zijne goederen beleend te zijn, machtigt ten overstaan van bisschop David Johan van Nassouwen, heer tot Breda, om voor den tijd van vier jaren zijne goederen in het Sticht te besturen. Met zeer geschonden zegel van den bisschop in roode was. Oorspr.-Ch. No. 223. 1461 mei 21 632 Phillips van Bourgondiën, graaf van Hollant, beveelt, ten verzoeke van Willem van Brakel, ambachtsheer van Sparendam, Florys Thomasz. van Hogendorp zijne handen af te trekken van zekere huizen onder de heerlijkheid van Sparendam, die Florys tot zijn ambacht van Sparwoude wil trekken. (Op papier.) Met opgedrukt zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Inv. No. 393. 1462 juli 1 Met aangehechten brief dd, 1462 augustus 24. NB 633 Herman van der Doorschijn, bode van den graaf van Holland, verklaart het hierbij getransfigeerde bevel dd, 1462 juli l, waarbij de graaf, ten verzoeke van Willem van Brakel, ambachtsheer van Sparendam, aan Florys Thomasz. van Hogendorp, ambachtsheer van Sparwoude, last geeft, om zijne handen te trekken van zekere huizen onder Sparendam, ter kennis van Florys gebracht en hem op zijn verzet voor den grafelijken raad gedagvaard te hebben. (Op papier.) Het opgedrukte zegel verloren. Oorspr.- Inv. No. 393. 1462 augustus 24 Ondergeschreven is eene aanteekening van den deurwaarder van den raad, meldende dat Floris van Hogendorp 6 augustus 1462 voor den raad verschenen is. NB 634 Jan Derixsoen belooft voor het gerecht van Montfoord, dat hij den kastelein van Montfoord ten behoeve van den heer van Montfoird, ter voldoening zijner breuken en misdaden betalen zal 28 Rijnsche guldens en 5 Rijnsche guldens 5 stuivers wegens den kost, door hem op het huis te Montfoord verteerd, dat hij op den dag van der Rosen e.k. in de kerk te Montfoird voor het sacrament eene kaars van een pond offeren zal en dat hij eene bedevaart doen zal naar Onze Lieve Vrouw tsGrevensand, terwijl hij zich bovendien verbindt, om, als de kastelein van Montfoord hem daartoe aanmaant, ter bedevaart te gaan naar Onze Lieve Vrouw ter Eenzetell, en erkent, zoo hij weder iets tegen den jonker van Montfoird, zijne dienaren, onderzaten of vrienden misdoen mocht, zijn lijf verbeurd te hebben. Met zegels van den schout en 5 schepenen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 75. 1464 maart 1 635 Willem Gysbertssoen belooft voor het gerecht van Montfoord, dat hij den kastelein van Montfoird ter voldoening zijner breuken en misdaden betalen zal 27 oude schilden benevens 5 Rijnsche guldens en 5 stuivers wegens den kost, door hem op het huis te Montfoird verteerd, dat hij op den dag van der Rosen e.k. in de kerk te Montfoord voor het sacrament eene kaars van een pond offeren zal en dat hij eene bedevaart doen zal naar Onze Lieve Vrouw tSchreven-sande, terwijl hij zich bovendien verbindt om, als de kastelein van Montfoord hem daartoe aanmaant, ter bedevaart te gaan naar Onze Lieve Vrouw ten Eenzetell en naar St. Anthoenis en Vyenoess, en erkent, zoo hij weder iets tegen den jonker van Montfoird, zijne dienaren, onderzaten of vrienden misdoen mocht, zijn lijf verbeurd te hebben. Met zegels van den schout en 5 schepenen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 75. 1464 maart 1 636 na gewoente shoofs van Ludiek. Johan te Nassouw, heer te Breda, verbindt zich namens zijn minderjarigen neef Johan, heer te Montfoird, om Willem van Brakel niet te ontzetten van het kasteleinschap en het rentmeesterschap van Montfoird, voordat hem zijn betaald de 415 Rijnsche guldens 11 ½ stuivers, die hij na het doen zijner laatste rekening nog heeft te vorderen. (Opgenomen in eene akte dd, 1465 (April 16) die Martis in Paschalibus van Johannes, heer van Montford.) Afschr.- Ch. No. 224. 1465 januari 25, 637 die Martis in Paschalibus. Johannes, heer van Montford, bevestigt bij notarieele akte den hier ingelaschten brief dd, 1465 januari 25, waarbij Johan, graaf te Nassouw, namens zijn minderjarigen neef Johan, heer tot Montfoirde en Purmereynde, Willem van Brakel, kastelein en rentmeester van Montfoirde, vestigt op de goederen van Montford tot zekerheid van eene som van 415 Rijnsche guldens 11 ½ stuiver, die deze na het doen zijner laatste rekening te vorderen had. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 224. 1465 (April 16) 638 Johan, graaf tot Nassouwe, geeft namens zijn neef Johan, heer tot Montfoird en Purmureynde, aan Willem van Brakel den eigendom van den tiend van der Vysen in het land van Altena, vroeger door Willems oom Jan van de heerlijkheid Purmereynde te leen gehouden, maar sedert overstroomd. Met geschonden zegel van graaf Johan in roode was. Oorspr.- Ch. No. 370. 1465 juli 31 639 des eerste Woensdach na den heyligen Paeschdach. Jan Jansz. Trundel van Aelten verklaart voor het gerecht van Montfoird, Willem Budde niet met voorbedachten rade in het land van Yselsteyn doodgeschoten te hebben. Met zegels van 4 schepenen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 76. 1466 (April 9) 640 Jan Clinck, dienaar van jonker Vrederick, zoon tot Egmont, erkent van Willem van Brakel, kastelein van Montfoort, ten behoeve van jonker Vrederick voornoemd, eenige krijgsbehoeften in ontvangst genomen te hebben, en belooft die op aanmaning van gezegden kastelein weder terug te bezorgen. (Op papier.) Met opgedrukt zegel van Jan Clinck. Oorspr.- Inv. No. 77. 1466 november 14 641 Jan Jansz. Trindel van Aelten bevestigt voor het gerecht van Montfoird, ten verzoeke van Aernt van Sulen, zijne verklaring, dat hij Willem Budde doodgeschoten heeft. Met zegels van den schout en 3 schepenen in groene was en dat van 1 schepen verloren. Oorspr.- Ch. No. 76. 1468 januari 28 642 Johan, burggraaf en heer tot Montfoort, beleent Willem van Brakel, wegens de vele diensten, hem en zijn vader bewezen, met alle leengoederen, die wijlen Willem van Montfoort, oudoom van den burggraaf, placht te houden en die sedert weder aan den burggraaf vervallen zijn, te weten de helft der volgende goederen: 8 morgens land in der Cabbau, ½ hoeve land in Bloclant, eene hoeve land in Bloclant, geheeten Hermanshove, een viertel land in Heeswijck, ½ hoeve land op Lintscote en het huis te Montfoort, waarin wijlen Willem van Haestrecht en later Willem van Montfoort te wonen plachten. Het zegel van den burggraaf verloren. Oorspr.- Ch. No. 301. 1468 november 12 643 Johan, burggraaf en heer tot Montfoort, beleent Willem van Brakel, wegens de vele diensten, hem en zijn vader bewezen, met alle leengoederen, die wijlen Willem van Montfoort, oudoom van den burggraaf, placht te houden en die sedert weder aan den burggraaf vervallen waren. (Afschrift of concept?) Afschr.- Ch. No. 301. 1468 november 12 644 Johan, burggraaf en heer tot Montfoird, beleent Willem van Brakel wegens diensten, hem bewezen, met 18 morgens 1 ½ hont land op Rappynen, die wijlen Willem van Montfoird, oudoom van den burggraaf, te leen te houden placht en die sedert aan den burggraaf vervallen waren. (Afschrift.) Afschr.- Ch. No. 301. 1468 november 28 645 Het Hof van Hollant spreekt Volkyer van Beest vrij van de beschuldiging, door Ghysbrecht van Montfoird en Zweeder van Montfoird tegen hem ingebracht, als zou hij hun vader Jan, heer van Montfoird, met vergif hebben omgebracht, van welke uitspraak de procureur van Zweeder van Montfoird appèl aanteekent. Het zegel van het hof verloren. Oorspr.- Ch. No. 213. 1468 december 17 646 op Onser Liever Vrouwen avont te Lichtmisse. Zweder van Montfoird, heer van den Doorenwerdt, erkent verkocht te hebben aan Jacop Hermanszoen en Goessen Bruyningsz. 3 viertelen land in de heerlijkheid Hekenderp en verklaart, dat zijn neef Johan, heer van Montfoird, dit heeft goedgekeurd. Met zegel van Zweder in roode was. Oorspr.- Ch. No. 356. 1469 (Februari 1) 648x 1468 na den loip shoofs van Hollant. De raden van den hertog van Bourgoingen gecommitteerd ter zaken zijner landen van Hollant, Zeelant en Vreeslant,geven den eersten deurwaarder van de kamer van den Raad van Holland last om Luyde Smaelszoen van Ypeldamme, die met eenige gezellen Michiel Adriaenszon,kastelein van Purmereynde,bedreigd had wegens in beslagneming van niet aan de eischen der ordonnantie voldoende netten en fuiken,aan te manen tot het geven van schadevergoeding aan den laatstgenoemde. Met geschonden zegel van het Hof in roode was. Oorspr.- Ch.no.138x. (1469) februari 8, 646xxx Willem van Brakel erkent, krachtens de akte van vol-macht van 27 februari 1469 (regest nr.646XX), waardoor deze gestoken is, ten behoeve van jonkheer Johan heer tot Montfoort en Purmereynde, ontvangen te hebben van jonkvrouwe Janna van den Woude, suster van Jacop van den Woude, heer tot Warmont, een bedrag van 72 pond 10 schell. Vlaams tegen een jaarlijkse rente van 4 pond 16 schell. 8 penn. uit de visserij ter Weer te Purmereynde, welk bedrag hij voornamelijk besteed heeft aan het betalen van de kosten van het proces, dat genoemde jonker Johan tegen zijn oom, jonker Gijs-brecht van Montfoirde, voor de Grote Raad van de hertog van Bourgongen voerde. Oorspronkelijk (Inv. nr. 387) Het zegel van de oorkonder is verloren 1469 mei 5 Met transfix van 11 januari 1482, zie regest nr. 672x. NB 647 Karel van Bourgoingen, graaf van Hollant, schenkt aan Willem van Brakel, kastelein van Montfoird, Volker van Beesd en andere onderzaten van Montfoird vergiffenis van den doodslag van Willem Budde, op last van den eerste door de anderen binnen het grondgebied van Ysselsteyn gepleegd, en van het verwonden en gevangen houden van diens zoon Splinter, op grond van zware verdenkingen, die tegen Willem en Splinter Budde gerezen zijn, dat zij tot eene bende moordbranders zouden behooren, en nadat door Willem van Brakel c.s. 200 clinkaerts tot bestrijding der kosten betaald zijn. (Authentiek handschrift.) Afschr.- Ch. No. 76. 1469 mei 27 648 op Onser Liever Vrouwen dach Assumpcionis. Adolph, hertog van Gelre, beleent Maria van Homoit, huisvrouw van Sweder van Montfoirt, met de hofstad Seelbeeck met zijn toebehooren. Het zegel van den hertog verloren. Oorspr.- Ch. No. 434. 1469 (Augustus 15) 648x (in 't jaar Ons Heeren dusent vierhondert ende neghen ende tsestich den twee-sten dach in maerte na costume van soriven in't hoff van Camerijck). Broeder Pieter van Cathwijc, prior, en het convent van Sint Salvator van de orde van Sint Bernhard binnen Antwerpen geven vidimus van de akten van 14 april 1411 (regesten nrs. 205-206). Oorspronkelijk (Inv. nr. 382x) met het geschonden zegel van het convent in groene was, Dat van de prior is verloren. 1470 maart 2 649 heer van Montfoird, verklaart de volgende leenen voor vervallen: een huis en eene kamer naast de Zybekerck, 2 morgens land in de parochie van Weesp, 5 morgens land te Zeevicvelt (?), 2 morgens land in het kerspel van Muden, 6 morgens land te Oud-Aemstel, een huis en een werf te Dyemen, 3 deympten land in den ban van Scaerwoude, ½ morgen land te Zuyerwoude, ¾ van een huis en hofstede te Zuyerwoude, 3 deympten land in den ban van Oosthuysen, 1½ deympte land in Monikenbroeck, een huis en hofstede op Marken op die Monikenwerff, 3 deympten land binnen de vrijheid van Edam, een huis en hofstede te Haycxwijck, Allynsweer binnen den ban van Grafte, 4 morgens land binnen de vrijheid van Hoorn en in den ban van Groit-Oosthuysen, een huis binnen de stad Hoorn (en anderen?). (Fragment.) De zegels met het onderste gedeelte van het charter verloren. Oorspr.- Ch. No. 369. 1470 z.d. Johan, 650 Johannes, heer van Montfort en Pourmerain, teekent bij notarieele akte appèl aan van de beslissing, waarbij bisschop David en zijn groote geestelijke raad zich bevoegd hebben verklaard, kennis te nemen van delicten, gepleegd door dienaren van den heer van Montfort, toen deze nog onder voogdij van den heer van Nassau stond, niettegenstaande tot de door den bisschop bezworen privilegiën, ook dit behoorde, dat adellijken, ridders en knapen allen voor hunne gelijken zouden terechtstaan. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 57 1471 februari 1 651 1470 na den loip tshoofs van Hollant. Johan, heer van Montfoird, en Jan van Gommengys komen overeen omtrent de voorwaarden, waarop laatstgenoemde zijn juis en hofstede, geheten de Nesse, aan de Lange Linschot, leenroerig aan de grafelijkheid van Hollant aan den eerstgemelde zal overdragen, en bepalen daarbij, dat de heer van Montfoird aan Jan van Gommengys of zijne kinderen, verwekt aan Delyane Gerytsdochter, zoodanige som zal uitbetalen, als de arbiters Geryt van Poelgeest en Vrederic van Nyevelt, aangesteld door den heer van Mointford en Jan van der Haer en Aerst van Drakenburch, aangesteld door Jan van Gommengys, of de door hen verkozen overman billijk zullen oordeelen. Met zegels der beide contracten in roode was. Oorspr.- Ch. No. 342. (1471) februari 9, Op de rugzijde van staat aangeteekend dat de uitvoering deezer overeenkomst bij gemeen goedvinden van partijen den 16 october 1471 is uitgesteld tot kerstavond d.a.v. NB 652 op sinte Peters avont ad Cathedram. Johan, burggraaf te Montfoird, neemt van het kapittel van Oud-munster voor tien jaren in pacht 's kapittels tienden in het kerspel Van Linschoten voor 26 mark goed fijn zilver 's jaars en op verschillende andere voorwaarden. (Opgenomen in 's kapittels renversaal van dezelfde dagteekening.) Afschr.- Ch. No. 325. 1471 (Februari 21) 653 Gegeven int jaer ons Heren ende opten dach voirseyt (sc. int jaer ons Heren 1471) op sinte Peters avont ad Cathedram. Het kapittel van Oudmunster erkent voor den tijd van tien jaren in pacht gegeven te hebben aan Johan, burggraaf tot Montfoird, 's kapittels tienden in het kerspel van Linschoten, op de voorwaarden vervat in 's burggraven hier ingelaschten brief van dezelfde dagteekening. Het zegel van het kapittel verloren. Oorspr.- Ch. No. 325. (1471 februari 21.) 654 1472 den 10sten dach van Sporcle, naer tcours van den bisscopsdomme van Doernike ende ghewoente van der stede volghend. Adriaen van Brakele scheldt zijn broeder Willem van Brakele de achterstallige renten kwijt, die hij nog van dezen te vorderen had krachtens een rentebrief van 20 Rijnsche guldens 's jaars ten laste der visscherij van de Weeren te Purmereinde, welken rentebrief Adriaen reeds vroeger zijn broeder had kwijtgescholden. Het zegel van Adriaen van Brakel verloren. Oorspr.- Ch. No. 386. (1473 februari 10.) 655 Johannes, heer van Montfoirt, protesteert bij notarieele akte tegen de hem door den bisschop van Utrecht opgelegde verplichting, om * hem af te staan de drie hier ingelaschte brieven dd, 1430 (November 30) op sunte Andries dach dess heiligen Apostels, dd, 1430 september 6, zijnde een vidimus van den officiaal van Utrecht van een brief dd, 1427 april 21 en dd, 1458 juni 24. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 32. 1473 november 14 656 Het Hof van Hollant gelast de stad Harlem geene wijn- en bieraccijnzen en „maletottes" van die van Sparendamme te heffen. Met zegel van het hof in roode was. Oorspr.- Ch. No. 135. 1475 april 28 657 Geryt Aerntsz., bode der stad Goude, getuigt onder eede voor het gerecht van der Goude, ten verzoeke van Willem van Brakel, dat hij gezien heeft, dat onlangs Kerstant Harmanss., schout van der Goude, uit naam van Willem van Brakel in de stad Tricht aan Peter den Wagenaar wegens vracht betaald heeft 9 Rijnsguldens, onder bijvoeging dat deze betaling alleen waarde zou hebben, als zij door Willem werd goedgekeurd, en dat Kerstant terzelfder tijd verklaard heeft niet langer te kunnen blijven, daar hij naar den hertog voor de stad van Nucen vertrekken moest. Met zegel der stad in groene was. Oorspr.- Ch. No. 78. 1475 november 13 658 Johanna van Warmont, dochter van wijlen Jacop van Woude, erkent bij notarieele akte ontvangen te hebben van juffrouw van Wilensteyn de termijnen van de jaarrenten van 4 pond 16 schellingen 8 penningen uit de visscherij ter Weer, die Willem van Brakel haar namens den heer van Montford schuldig was. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 387. 1475 december 11 659 Lucas, bisschop van Sibenicum, pauselijk legatus a latere en eenig uitgever der aflaatbrieven van het jubeljaar, verleent aan Wilhelmina, vrouwe van Montvordia, die verhinderd is de door hem afgekondigde plaatsen te bezoeken, en aan hare bedienden op zeker voorwaarde den aflaat die bij het jubeljaar is afgekondigd. Het zegel van den legaat verloren. Oorspr.- Ch. No. 244 1477 december 12 659 Johan, burggraaf van Montfoirde etc., doet uitspraak in een ge-schil tussen zijn neven heer Willem van Montfoirde, proost tOude-munster tUtrecht, en diens broeder heer Johan van Montfoirde, heer van Hazerswoude etc. over een aan eerstgenoemde opgekomen erfenis waarmede zij van de nalatenschappen van hun ouders, broeder en grootmoeder gescheiden zullen zijn. Oorspr. (Inv. no. 224bis) met het zwaar beschadigde zegel van de oorkonder in rode was. De zegels van heer Willem en heer Jan van Montfoirde zijn verloren. bis, 1478 februari 18 660 Johan, burggraaf van Montfort, Willem van Montfoirt, proost van Oudmunster, Johan van Drakenborgh, kannunik ten dom, Johan van Reness Johanss., Ernst van Drakenborgh, Johan die Conynck en Johan van Lantskroen (de beide laatsten als vertegenwoordigers der stad Utrecht) doen als arbiters uitspraak in het geschil van Yolante van Lalaingh, douairière van Reynolt, heer tot Bredrode, met Reyner, heer tot Brouckhuysen, bastaard van Bredrode, en burgemeesters, schepenen, raden en ingezetenen van Vyanen en Aemeyden over de voogdij en het bestuur der goederen van jonkheer Walraven, heer van Bredrode. Met zegels van Willem van Montfoirt en de stad Utrecht in roode, en die van Johan van Drakenborgh en Johan van Reness in groene was; de zegels van Wolffart van Borssel, graaf van Grampré, van Johan, burggraaf van Montfort, en van Ernst van Drakenborgh verloren. Oorspr.- Ch. No. 225. 1478 juni 15 661 op sinten Agnieten avont. Herman Moermont, priester en vicaris tot Montfoert, Herman Claesz., rentmeester, en Bernt van Duven, als scheidslieden, aangewezen door Johan, burggraaf van Montfoort, Claes Hugenz., prior te Yszelsteyn, Philipps, bursarius aldaar, en Aernt die Haess, kanunnik te Utrecht, als scheidslieden, aangewezen door Johan, broeder tot Montfoort en kanunnik te Oudmunster, doen uitspraak in het geschil tusschen den burggraaf en zijn oom den kanunnik, dat hangende was voor den conservator der universiteit van Loeven. Met zegels van het klooster te Yszelsteyn en Bernt van Duven in groene was; die van Aernt die Haess, Herman Claesz. en Henric Sweders. verloren. Oorspr.- Ch. No. 226. 1479 (Januari 20) 662 Wolffaert van Borsselen, heer van der Veer, Johan, burggraaf van Montfoordt, en de steden Dordrecht, Goude, Schoonhoven en Oudewater verbinden zich, elkander bij te staan tegen eenige steden en edelen in Hollandt en eenige raden van den hertog van Oistenrjjck en Bourgoendiën, hunnen heer, en beloven zich niet afzonderlijk met hunne vijanden te verdragen. Met zegels der steden Dordrecht, Gouda, Schoonhoven en Oudewater in groene was; die van den graaf van Grampré en den burggraaf van Montfoort verloren. Oorspr.- Ch. No. 33. 1479 maart 10. (1480) 663 Johan, burggraaf tot Montfoort, draagt voor het gerecht van Willemscoepp over aan Anthonis van Aemstell van Mynden den eigendom van 10 morgens land aldaar. Het zegel van den schout verloren. Oorspr.- Ch. No. 321. 1479 mei 1 664 "Wolffairt van Borselen, stadhouder-generaal van Hollant, met Jan, heer van Montfoird, en Reyer van Broechuysen, als vertegenwoordigende Walraven van Brederoden, ter eene zijde, en de vroedschap der stad Delff ter andere, sluiten een eeuwigen vrede en stellen eene boete van 20.000 gouden leeuwen op het verbreken van dit verdrag. Met zegels van de heeren van der Vere en Montfoird in roode, van de stad Delff in groene was; dat van Reyer van Broechuysen verloren. Oorspr.- Ch. No. 34. 1479 juli 21 665 Dirck van Waell belooft geen wraak te nemen op den heer van Montfoert over hetgeen in (14)77 gedaan is door de stad Utrecht en den heer van Montfoert voornoemd. Met zegel van Dirck van Waell in groene was. Oorspr.- Ch. No. 35. 1480 februari 7 666 De hertog van Oistrijck, graaf van Holland, gelast voor de vierde maal aan de kapiteinen van de door den heer van Montford op het slot te Purinereynd gelegerde ruiters, het slot te doen ontruimen en een gevangen poorter van Puermereynd uit te leveren, nadat zulks driemaal tevergeefs gelast is, terwijl eerst nu de heer van Mondfoird zijne toestemming tot deze ontruiming en uitlevering heeft gegeven, Met opgedrukt zegel van den hertog in roode was. Oorspr.- Ch. No. 131. 1480 mei 31 Met aangehechten brief dd, 1480 juni (4). NB 667 Cornelis van Zonnevelt, deurwaarder van wapenen van den Hoogen Raad in Hollant, doet aan kanselier en raadsheeren verslag van zijne reis op 2 juni 1480 en volgende dagen naar Aemsterdam en Purmerend ondernomen, op verzoek van den heer van Montfoort ter executie van het hieraan gehechte mandament dd, 1480 mei 31 van den hertog van Oistrijck, graaf van Holland, tot ontruiming van het slot te Purmerend. Oorspr.- Ch. No. 131. 1480 juni (4) 668 Dirck Claesz., burgemeester van der Goude, als representerende de stad als bezitster der heerlijkheid, baljuw, stadhouder van den baljuw en welgeboren mannen van het land van Steyn, doen uitspraak in eene procedure van de gezworenen van Oudecoep tegen de heemraden van de zuidzijde van Boegraven over het plaatsen van een watermolen door laatstgenoemden, zoodanig dat hij door eene aan beide polders gezamenlijk toekomende sluis uitwatert. Met meerendecls geschonden zegels van den burgemeester, den baljuw, den luitenant-baljuw en 7 welgeboren mannen in groene was;- en: met meerendeels geschonden zegels van den burgemeester, den baljuw, den luitenant-baljuw en 6 welgeboren mannen in groene was; het zegel van een der welgeboren mannen verloren. Oorspr.- Ch. No. 69. Oorspr.- Ch. No. 69bis. 1480 september 30 669 des Dynsdages na sante Katherinen dach. Willam van Montfoird, proost van Oudmunster, benoemt voor het gerecht van Utrecht zijne executeurs tot zijne erfgenamen, onder bepaling, dat zij zoodanig met zijne erfenis zullen handelen als zijn onderhandsch testament inhoudt, en dat onroerende goederen, die dientengevolge in eigendom overgaan aan geestelijke personen, binnen het jaar weder aan wereldlijke personen moeten worden overgedragen. Met zegel der stad in roode was. Oorspr.- Ch. No. 215. 1480 (November 28) 670 Bisschop David vergeeft aan de drie Staten van Utrecht alles, wat zij tégen hem en de zijnen sinds 1477 hebben gedaan, belooft hunne privilegiën en rechten te zullen eerbiedigen en bepaalt, dat alle ballingen uit de stad Utrecht daar weder binnen kunnen komen. Met zegels van den bisschop, het kapittel van St. Jan, Johan, burggraaf van Montfoird, Johan van Rynnesse van Rynouwen en Steven van Zuylen van Nyevelt in roode was, en die van het kapittel van Oud munster en Johan van Ryennesse Johanssoen van Rynnesse van Rynnouwen in groene was; de zegels van de kapittelen ten Dom, van St. Peter en van St. Marie, Sweder van Montfoird, heer ten Doirenweerde, Frederic uten Hamme en de steden Utrecht, Amersfoirt en Rienen verloren. Oorspr.- Ch. No. 36. 1481 mei 9 671 Het kapittel van Oudmunster erkent van den rentmeester van Jan, burggraaf tot Montfoerd, ontvangen te hebben den op Victoris l.l. verschenen termijn der pacht van den tyns, het gerecht en het goed in de Linschoeten. Het zegel van het kapittel verloren. Oorspr.- Ch. No. 326. 1481 november 8 672 op den Manendachpost Concepcionis Marie. Johan, hertog van Cleve, en zijn broeder Engelbrecht ter eener, en Johan, burggraaf te Montfort, en de steden Utrecht en Amersfort ter andere zijde sluiten eene overeenkomst, waarbij de eerstgenoemden zich verbinden de laatsten te steunen in hun strijd tegen bisschop David, en de laatsten beloven jonker Engelbrecht tot het bisdom te zullen postuleeren. Met zegels van den hertog en jonker Engelbrecht in roode was; die van den burggraaf en de beide steden verloren,- en: 5 zegels verloren. Oorspr.- Ch. No. 37. Afschr.- Ch. No. 37bis. 1481 (December 10) 672x (in't jair Ons Heren dusent hondert een ende tachtentich opten elften dach in januario na ghewoonten scrivens der stede voersz. ) Burgemeesters, schepenen en raad van de stad Sinte Gertrudenberge oorkonden, dat jonkvrouwe Janne dochter van wijlen Jacop van der Woude, heer van Wairmondt, heeft erkend aan haar oom Willem van Brakel overgegeven te hebben haar rechten op de jaarlijkse rente, bedoeld in de akte van 5 mei 1469, (regest nr. 646xx) waardoor deze gestoken is. Oorspronkelijk (Inv. no. 387). Het stadzegel van Geertruidenberg is verloren. 1482 januari 11 673 Maximiliaen en Philips van Oistenrijck, graven van Hollant, geven hun raad Willem van Brakele vrijgeleide voor vier maanden, om aan de rekenkamer van Hollant rekening af te leggen van de jaren zijner administratie als voogd van Jan, burggraaf van Montfoird, waarvan hij geene rekening heeft gedaan aan den oppervoogd Johan van Nassouwen, heer van Breda, door Willem van Brakele zonder dit vrijgeleide niet in Holaant durft te komen, uit vrees van door de schuldeischers van den burggraaf aangesproken te worden. Het zegel is verloren. Oorspr.- Ch. No. 227. (1484) 1483 maart 20 674 Maximiliaen en Philips van Oistenrijck, graven van Hollant, gelasten ten verzoeke van Willem van Brakele aan hunne raden ter rekenkamer, af te hooren de rekening van de administratie der goederen van Jan, burggraaf van Montfort, gevoerd door den voornoemden Willem van Brakele, waartoe deze door wijlen Jan graaf van Nassou, voogd en momber van den burggraaf, gemachtigd was. Met zegel van Philips in roode was. Oorspr.- Ch. No. 227. 1483 december 17 675 Willelmus de Brakell, heer van Sparrendam, machtigt bij notarieele akte Theodricus de Alcmaria, biechtvader der zusters in Wermont, Theodricus, kapellaan te Sparrendam, Jacobus de Wouda en Nycolaus, schout van Sparrendam, tot het aanstellen der schepenen te Sparrendam. Met geteekend zegel van den notaris. Oorspr.- Ch. No. 136. 1484 april 14 676 Yolante van Lallaing, vrouw-weduwe van Brederode, erkent, ten overstaan van het leenhof van haar zoon Walraven, heer van Brederode, dat, wanneer Steven van Nyevelt haar eene som van 150 Rens-guldens terugbetaalt, deze de korentienden en de smalle tienden van twee blokken op Zydervelt, waarmede thans vrouw Yolante beleend is, weder op zijn ouden leenbrief bezitten zal. Met zegel van den heer van Brederode in roode was. Oorspr.- Ch. No. 429. 1485 februari 6 677 Stadhouder en Raad van Hollant bevelen, dat de baljuw van Kennemerlant recht zal doen in de zaak, die Willem van Brakel, ambachtsheer van Sparndam en Spaerrenlant, hangende heeft voor de vierschaar van Kennemerlant. Met zegel van het hof in roode was. Oorspr.- Ch. No. 137. 1485 juli 5 Met transfix dd, 1485 juli 20. NB 678 Jacop Doem, gezworen exploicteur van den Raad in Hollant, verklaart het hieraan gehechte bevel dd, 1485 juli 5 van den Raad aan den baljuw van Kennemerlant, om recht te doen in de zaak van Willem van Brakel, ambachtsheer van Sparndam en Spaerrenlant, ter kennis te hebben gebracht van den baljuw en zijne mannen, die geantwoord hebben zich daaraan te zullen onderwerpen. Met zegel van den exploiteur in roode was. Oorspr.- Ch. No. 137. 1485 juli 20 679 De leenmannen van Hollant, gezworen der privilegiën van Kermer-lant, verklaren geen vonnis te hebben kunnen wijzen in het geschil tusschen den baljuw van Keremerlant en Willem van Brakel, ambachtsheer van Sparendam en van Sparenlant, daar hun zulks bij manda-ment van het Hof van Hollant verboden is. (Op papier.) Met handteekeningen der vijf leenmannen. Oorspr.- Inv. No. 137. 1485 augustus 3 680 Nella, weduwe van Walraven van Ackoy, Steven van Nyevelt, als man van zijne huisvrouw jonkvrouw Heylwich, en Meyntha, dochter van Walraven (van Ackoy), dragen voor het gerecht van Lederdam over aan Johan, heer tot Montfoirdt, den eigendom van 6 morgens land genaamd Nystadewijck onder dit gerecht, onder bepaling, dat Nella dit goed haar leven lang bezitten zal tegen betaling van 1 ouden zwarten 's jaars. Met zegels der 2 schepenen in groene was. Oorspr.- Ch. No. 430. 1486 februari 23 681 Het kapittel van Oudmunster belooft, wanneer Jan, burggraaf tot Montfoird, binnen drie maanden verklaart benadeeld te zijn door de uitwatering van den polder van Broeck in liet land van Yselsteyn langs de landscheiding van Bentscop en door het land van Montfoird in de Ysel, hem alsdan te zullen ontslaan van de pacht van het dagelijksch gerecht van Linschoeten met den tyns, den tiend en andere goederen. Met zeer geschonden zegel van het kapittel in groene was. Oorspr.- Ch. No. 327. 1486 november 28 682 De Groote raad veroordeelt Jan, burggraaf van Montfoert, om aan de poorters van Dordrecht terug te geven eene som van 92 pond grooten Vlaamsch en eene som van 11 pond 17 schellingen 6 penningen, door hen aan Aernt Vent en aan Adrian van Ghendt betaald wegens de kosten hunner gevangenschap, en verklaart tevens nietig de obligatie, door hen gegeven voor de betaling van de rest dier kosten, waartoe zij door het gerecht van Ghent veroordeeld waren. (Extract uit het vonnis van den Grooten raad.) Afschr.- Inv. No. 228. 1486 december 11 Met aangehechten brief dd, 1486 december 11 (afschrift),- en met transfix dd. (1487) 1486 februari 10. NB 683 Maximiliaen en Philips gelasten de ten uitvoerlegging van het in extract hieraan gehecht vonnis van dezelfde dagteekening, waarbij de Groote Raad, op den eisch van de zes principale steden van Hollant, Jan van Montfort veroordeelt tot terugbetaling van de gelden, die zij aan Aernt Vent en Adrian van Ghendt hebben uitgekeerd ter vergoeding van de kosten hunner gevangenschap. Afschr.- Ch. No. 228. 1486 december 11 684 op sunte Thomas avont des heyligen Apostels. Het kapittel van Oudmunster erkent van Johan, burggraaf te Montfoerd, ontvangen te hebben den op Martini ll. verschenen termijn der pacht van de tienden in Lynscoten. Het zegel van het kapittel verloren. Oorspr.- Ch. No. 326. 1486 (December 20) 685 De Roomsch-koning Maximilian en Philips, graaf van Hollant, gelasten ten verzoeke van Willem van Brakele aan hunne raden ter Rekenkamer, af te hooren de rekening van de administratie der goederen van Jan, burggraaf van Montfoort, gevoerd door den voornoemden Willem van Brakele, waartoe deze door wijlen Jan van Nassou, heer van Breda, voogd en momber van den burggraaf, gemachtigd was. Het zegel verloren. Oorspr.- Ch. No. 227. (1487) 1486 januari 17 686 Heemraden van den Lopickerwaard op den Leckedijck tusschen den Nywendam en Scoenhoven brengen aan den dijkgraaf aan 3 morgens land op Jairssvelt, door wier eigenaar Heinrick Hermanss. de spade op den dijk gestoken is, met de daarin uitboezemende landen. Met zegels van 4 heemraden in groene was; de zegels van 3 heemraden verloren. Oorspr.- Ch. No. 128. 1487 januari 27 687 Dijkgraaf en heemraden van den Lopickerwaard op den Leckedijck tusschen den Nywendam en (Scoenhoven), vronen den heer van Montfoird aan 3 morgens land op Jairssvelt en aan de daarop uitboezemende landen. Met zegels van den dijkgraaf en 5 heemraden in groene was; de zegels van 2 heemraden verloren. Oorspr.- Ch. No. 128. 1487 februari 6 688 Heemraden van den Lopickerwaard op den Leckedijck tusschen den Nywendam en Scoenhoven, brengen aan den dijkgraaf aan 4 morgens land op Jairssvelt, door wier eigenaar Meeuss Heinricxzoen de spade op den dijk gestoken is, met de daarin uitboezemende landen. Met zegels van 6 heemraden in groene was; het zegel van 1 der heemraden verloren. Oorspr.- Ch. No. 128. 1487 februari 6 689 Dijkgraaf en heemraden opten Leckedijck tusschen den Nuwendam en Scoenhoven vroonen den heer van Montfoird aan 4 morgens land op Jairssvelt, 12 morgens land in Lopick, een viertel land in Lopick, leenroerig aan den he